Ik heb een hekel aan kauwgom.
Ik heb een woeste, angstaanjagende, afschuwelijk gruwelijke, op het randje van moordneigingen, afgrijselijke hekel aan kauwgom!
En vraag me niet waarom. Niet het minste idee van waar al die aversie vandaan komt, maar het is een feit. Ik meen het serieus. Niks aan te doen.
'k Dacht wel eens dat het misschien uit een trauma, overgebleven uit m'n jeugd, zou kunnen zijn ontstaan. Op de schoolbus wreven de pestkoppen van dienst regelmatig hun chicklet in m'n staarten, met als gevolg een kop haar waar, alweer maar eens, een heel stuk uit weggeknipt moest worden... Ellende.
Maar om dat als enige reden te zien is volgens mij m'n walging te groot, al heb ik er op de tram en bus wel het meeste last van, van mijn tutterfrutfobie, als er weer eens zo'n Stimorol-, Mentos- of Sportlife-enthousiasteling vlak achter of knal voor me z'n kaakspieren en gebit al te geestdriftig zit te benutten.
Af en toe is de afkeer zo overweldigend dat ik, als in een vreselijke nachtmerrie, al die malende monden vol gore tanden en druipend speeksel als uitvergrootte horrorkauwmachines dreigend happend op me af zie komen.
Soms vrees ik per ongeluk niet op de bus maar in een enorme vrachtwagen voor veevervoer te zijn gestapt, gesandwiched tussen minstens een paar honderd als in trance herkauwende runderen...
Nu hoor ik meteen een pak mensen denken of zeggen: "zeg, wat zijt gij een intollerant geval..." Tja, sorry, hoor, maar ik kan er echt niet tegen, tegen
al dat oorverdovend gekauw, gesmak, geslurp, geknal en gezabber.
En zelf mee tutterfrutten helpt voor geen meter: dan krijg ik het binnen de minuut zwaar op m'n zenuwen van m'n eigen!...
En eerlijk gezegd, ik snap er eigenlijk ook nog steeds niet helemaal het nut van. Er zijn betere manieren om je frisse adem terug te vinden of die properdere tanden, en als intensieve bezigheidstherapie op die eindeloze, nou ja, ritten met het openbaar vervoer... Goh, lees dan een boek, hé, of de krant, vul een kruiswoordraadsel in, of doe oortjes in en luister wat naar muziek.
Afin, veel hangt ook af van mijn gemoed, dat geef ik graag toe. De ene dag is de andere niet. En ik weet het, hoor, ik kan hier soms een serieus stukske over zagen. Misschien moest ik hiervoor ook maar eens in therapie gaan... In tutterfruttherapie, voor de tutterfrutstuipen van m'n tutterfrutfobie! hihihi
En met een koppel degelijke oordopkes of oortjes met zo-luid-ik-verdragen-kan muziek, uiteraard in combinatie met een stevige zo danig donkere zonnebril dat ik geen hand meer voor m'n ogen zie, zal ik me ondertussen wel beredderen in al die tutterfruttoestanden. ;-)
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
vrijdag 31 juli 2015
woensdag 29 juli 2015
Gelukkige verjaardag, m'n beste vriend.
X aantal jaren geleden, ik dacht in 2007, namen we als aanvulling op de tentoonstelling van gemeenschappelijke vriend-kunstenaar Tim in het Reuzenhuis in Borgerhout elk één van de extra performances uit alle andere mogelijke artistieke disciplines voor onze rekening: ik zong, in m'n wijde zilveren baljurk, en uiteraard met de nodige bravoure en decibels, a capella opera aria's in de allergrootste leefkamer, en hij las intiem en in alle eenvoud voor uit "Abrikozen voor Ali", een boek met zijn eigen werk, op het knusse piepkleine zolderkamertje. En we genoten de kans om elkaar en ook alle andere fascinerende entertainers aan het werk te zien.
Achteraf, bij een glas wijn, en na heel wat getwijfel, sprak ik de dichter aan. Schoorvoetend uitte ik mijn bewondering voor zijn kunnen en... dat bleek, verrassend genoeg, absoluut wederzijds! Tijdens het lange en boeiende gesprek dat zich toen ontspon polste ik voorzichtig en enigszins aarzelend of hij misschien ook voor heel àndere woord-dingen in te huren was...
Het vervolg is mijn trouwe fans al lang bekend: sinds die dag speelde en zong ik niet één voorstelling meer zonder hem aan mijn zij. Sterker nog: er vormde zich een hechte vriendschap. En zowel mijn hoge waardering voor zijn woord- en taalkunde als mijn warme genegenheid voor hem als mens en vriend bleven groeien. In geen enkel facet van mijn leven meer weg te denken, m'n allerbeste vriend: woordkunstenaar Roger Nupie.
Deze man kent m'n diepste geheimen, m'n hevigste verlangens, m'n oeverloze verdrietjes en m'n onmetelijke vreugdes. Hij deelt m'n bittere donkere laagtes maar ook m'n stralende spotlight hoogtes. Hij aanhoort geduldig en liefdevol de onmetelijke woordenzondvloed als ik weer eens een stevig stukske over iets moet zagen. Altijd opnieuw slaagt hij er in me te doen lachen op momenten dat ik verstik in m'n tranen. In alle mogelijk, en ook onmogelijke, situaties betekent zijn, ondertussen bijna vanzelfsprekende, bedaarde en nuchtere aanwezigheid een geruststelling, een houvast, een zekerheid.
En ondanks àl mijn eigenaardigheden, vastgeroeste gewoontes, zotte kuren, eigenwijze meningen, typische diva-neigingen, drama aanvallen, bizarre discipline en soms bergen ongeduld en vrachtwagenladingen onbegrip wil hij nog steeds samen met me in het openbaar gezien worden, én verder de Vlaamse podia onveilig maken!...
We gieren wat af in de urenlange telefoongesprekken vol hilarische toekomstplannen, dolkomische bedenkingen, eigenwijze gekke meningen en zotte woordgrappen. Ons gevoel voor humor is identiek en eenmaal we vertrokken zijn is het eind vaak zoek... Buikpijn van 't lachen gegarandeerd!
"Ik heb niks nodig, ik héb alles al!" verzette hij zich gisterenavond aan de telefoon tegen mijn 'waarmee-doe-ik-je-een-plezier-voor-je-verjaardag?'
"Maar gij kocht mij in februari een nieuwe WC-bril!" protesteerde ik.
"Tja, maar da's ook geen optie" gniffelde hij triomfantelijk, "mijnen bril is nog prima en kan nog jaren mee!"
En na gezellig giechelend het lijstje met alle mogelijkheden, die ik op dat moment überhaupt nog kon bedenken, te hebben overlopen en uiteraard ook meteen afgekeurd, besloten we, al grappend, dat ik als kado eventueel wel een blogje over hem 'mocht' schrijven... zélfs met websitevermelding én foto.
Dus bij deze, zeer geachte meneer de woordkunstenaar Roger Nupie, mijn maatje, mijn bondgenoot, mijn persoonlijke psychiater, mijn dichter, mijn corrector, mijn deelgenoot, mijn medestander, mijn vangnet, mijn klaagmuur, mijn taalkundige, mijn rechterhand, mijn halve voorstelling, mijn partner in crime... kortom en alles samengevat: mijn allerbeste vriend, met dit schrijfseltje wens ik je met heel m'n hart nog vele geweldige, gezonde, vreugdevolle en boeiende jaren. En dat we nog lang samen, zowel over onszelf als over elkaar als over de rest van de wereld, hartelijk mogen lachen, ongezouten meningen spuien en uiteraard bijzonder fraai en geïnspireerd zingen en schrijven! ;-)
Achteraf, bij een glas wijn, en na heel wat getwijfel, sprak ik de dichter aan. Schoorvoetend uitte ik mijn bewondering voor zijn kunnen en... dat bleek, verrassend genoeg, absoluut wederzijds! Tijdens het lange en boeiende gesprek dat zich toen ontspon polste ik voorzichtig en enigszins aarzelend of hij misschien ook voor heel àndere woord-dingen in te huren was...
Het vervolg is mijn trouwe fans al lang bekend: sinds die dag speelde en zong ik niet één voorstelling meer zonder hem aan mijn zij. Sterker nog: er vormde zich een hechte vriendschap. En zowel mijn hoge waardering voor zijn woord- en taalkunde als mijn warme genegenheid voor hem als mens en vriend bleven groeien. In geen enkel facet van mijn leven meer weg te denken, m'n allerbeste vriend: woordkunstenaar Roger Nupie.
Deze man kent m'n diepste geheimen, m'n hevigste verlangens, m'n oeverloze verdrietjes en m'n onmetelijke vreugdes. Hij deelt m'n bittere donkere laagtes maar ook m'n stralende spotlight hoogtes. Hij aanhoort geduldig en liefdevol de onmetelijke woordenzondvloed als ik weer eens een stevig stukske over iets moet zagen. Altijd opnieuw slaagt hij er in me te doen lachen op momenten dat ik verstik in m'n tranen. In alle mogelijk, en ook onmogelijke, situaties betekent zijn, ondertussen bijna vanzelfsprekende, bedaarde en nuchtere aanwezigheid een geruststelling, een houvast, een zekerheid.
En ondanks àl mijn eigenaardigheden, vastgeroeste gewoontes, zotte kuren, eigenwijze meningen, typische diva-neigingen, drama aanvallen, bizarre discipline en soms bergen ongeduld en vrachtwagenladingen onbegrip wil hij nog steeds samen met me in het openbaar gezien worden, én verder de Vlaamse podia onveilig maken!...
We gieren wat af in de urenlange telefoongesprekken vol hilarische toekomstplannen, dolkomische bedenkingen, eigenwijze gekke meningen en zotte woordgrappen. Ons gevoel voor humor is identiek en eenmaal we vertrokken zijn is het eind vaak zoek... Buikpijn van 't lachen gegarandeerd!
"Ik heb niks nodig, ik héb alles al!" verzette hij zich gisterenavond aan de telefoon tegen mijn 'waarmee-doe-ik-je-een-plezier-voor-je-verjaardag?'
"Maar gij kocht mij in februari een nieuwe WC-bril!" protesteerde ik.
"Tja, maar da's ook geen optie" gniffelde hij triomfantelijk, "mijnen bril is nog prima en kan nog jaren mee!"
En na gezellig giechelend het lijstje met alle mogelijkheden, die ik op dat moment überhaupt nog kon bedenken, te hebben overlopen en uiteraard ook meteen afgekeurd, besloten we, al grappend, dat ik als kado eventueel wel een blogje over hem 'mocht' schrijven... zélfs met websitevermelding én foto.
Dus bij deze, zeer geachte meneer de woordkunstenaar Roger Nupie, mijn maatje, mijn bondgenoot, mijn persoonlijke psychiater, mijn dichter, mijn corrector, mijn deelgenoot, mijn medestander, mijn vangnet, mijn klaagmuur, mijn taalkundige, mijn rechterhand, mijn halve voorstelling, mijn partner in crime... kortom en alles samengevat: mijn allerbeste vriend, met dit schrijfseltje wens ik je met heel m'n hart nog vele geweldige, gezonde, vreugdevolle en boeiende jaren. En dat we nog lang samen, zowel over onszelf als over elkaar als over de rest van de wereld, hartelijk mogen lachen, ongezouten meningen spuien en uiteraard bijzonder fraai en geïnspireerd zingen en schrijven! ;-)
(foto Ivo Herwijn)
zondag 26 juli 2015
Lindeboombloesem.
De statige lindebomen overal langst de weg, vooral de weg van en naar m'n werk, ze lieten langzaamaan allemaal hun onopvallende bloesem vallen.
De duizenden bloementrosjes, blaadjes en ook een pak van de kleine viltachtige zaadjes liggen nu, platgetreden door passerende auto's, fietsers en voetgangers, vermengd met de regen tot een vieze bruine smurrie, onherkenbaar op en langst de wegen en paden. En met de bloemen verdwijnt ook de wonderlijke geur. Toen ik gisteren met de fiets door het kleine verkeersloze wegeltje, overschaduwd door prachtige linden, nu gevaarlijk spekglad door de bloemenpulp, richting winkel reed, streelde een allerlaatste vleugje van het parfum m'n neusvleugels.
Een beetje triest eigenlijk, maar zo gaan die dingen...
De afgelopen 5, 6 weken genoot ik met volle teugen van de heel bijzondere zomergeur als ik onder deze reuzegrote loofbomen wandelde, de knoestige takken zwaar beladen met licht geel-groene bloesem, of als hun odeur langst de openstaande raampjes van bus of auto naar binnen waaide. Heerlijk.
Totaal onverwacht, elke keer weer, overmeestert de intense zwoelheid van het parfum je op een zonnige avond of na een frisse lentebui en stroomt vederlicht maar zoet als nectar je longen binnen.
Als volledig nieuw voor m'n neus overvalt die indringende geur me elk jaar weer. Absoluut met niets te vergelijken en onthouden doe ik hem ook al niet...
Door de vele lange hete dagen roken de bomen dit jaar krachtiger dan ooit.
Duizenden insecten, vooral heel veel bijen, vonden ook hun weg naar al het lekkers. Lindebloesems bevatten bijzonder veel verrukkelijke honing, ook door mensen al eeuwenlang enorm gesmaakt.
Reeds van in de tijd van de Germanen is de linde een boom van belang. Behalve de talloze praktische toepassingen van zowat al z'n onderdelen bracht deze heilige boom bescherming en genezing. Deel uitmakend van belangrijke rituelen was hij symbool van vruchtbaarheid, liefde, gerechtigheid en vrede.
Nu kennen we alleen nog de lindethee, die rust brengt, helpt bij griep, buik- en keelpijn. En misschien mocht je ooit wel eens die bijzondere honing proeven...
En shampoo. Shampoo's voor blonde haren! Die gaan er vaak prat op lindebloesemextracten te bevatten. Al betwijfel ik of dat tegenwoordig nog van échte bloemetjes komt. En of het je lichte lokken verfraaid, dat heb ik, met m'n donkere kopje, natuurlijk nooit uitgeprobeerd. Dat moet je eerder m'n zus of m'n moeder vragen...
Alleszins, lindeboombloesem, een geur om niet te vergeten! Al kan ik me vermoedelijk volgende zomer toch wel weer aan dat blij verrast 'aha! och ja' moment verwachten... ;-)
De duizenden bloementrosjes, blaadjes en ook een pak van de kleine viltachtige zaadjes liggen nu, platgetreden door passerende auto's, fietsers en voetgangers, vermengd met de regen tot een vieze bruine smurrie, onherkenbaar op en langst de wegen en paden. En met de bloemen verdwijnt ook de wonderlijke geur. Toen ik gisteren met de fiets door het kleine verkeersloze wegeltje, overschaduwd door prachtige linden, nu gevaarlijk spekglad door de bloemenpulp, richting winkel reed, streelde een allerlaatste vleugje van het parfum m'n neusvleugels.
Een beetje triest eigenlijk, maar zo gaan die dingen...
De afgelopen 5, 6 weken genoot ik met volle teugen van de heel bijzondere zomergeur als ik onder deze reuzegrote loofbomen wandelde, de knoestige takken zwaar beladen met licht geel-groene bloesem, of als hun odeur langst de openstaande raampjes van bus of auto naar binnen waaide. Heerlijk.
Totaal onverwacht, elke keer weer, overmeestert de intense zwoelheid van het parfum je op een zonnige avond of na een frisse lentebui en stroomt vederlicht maar zoet als nectar je longen binnen.
Als volledig nieuw voor m'n neus overvalt die indringende geur me elk jaar weer. Absoluut met niets te vergelijken en onthouden doe ik hem ook al niet...
Door de vele lange hete dagen roken de bomen dit jaar krachtiger dan ooit.
Duizenden insecten, vooral heel veel bijen, vonden ook hun weg naar al het lekkers. Lindebloesems bevatten bijzonder veel verrukkelijke honing, ook door mensen al eeuwenlang enorm gesmaakt.
Reeds van in de tijd van de Germanen is de linde een boom van belang. Behalve de talloze praktische toepassingen van zowat al z'n onderdelen bracht deze heilige boom bescherming en genezing. Deel uitmakend van belangrijke rituelen was hij symbool van vruchtbaarheid, liefde, gerechtigheid en vrede.
Nu kennen we alleen nog de lindethee, die rust brengt, helpt bij griep, buik- en keelpijn. En misschien mocht je ooit wel eens die bijzondere honing proeven...
En shampoo. Shampoo's voor blonde haren! Die gaan er vaak prat op lindebloesemextracten te bevatten. Al betwijfel ik of dat tegenwoordig nog van échte bloemetjes komt. En of het je lichte lokken verfraaid, dat heb ik, met m'n donkere kopje, natuurlijk nooit uitgeprobeerd. Dat moet je eerder m'n zus of m'n moeder vragen...
Alleszins, lindeboombloesem, een geur om niet te vergeten! Al kan ik me vermoedelijk volgende zomer toch wel weer aan dat blij verrast 'aha! och ja' moment verwachten... ;-)
woensdag 22 juli 2015
Oost west thuis best twijfels.
Begin augustus 2013 viel er een aangetekend schrijven in m'n brievenbus met de boodschap dat ik, na 17 jaar een bijzonder welwillende huurder te zijn geweest, 6 maanden de tijd kreeg om op te krassen. Eventjes lichte paniek, maar mijn vader vond de gelegenheid ideaal om iets voor mezelf te kopen. Zekerheid voor m'n oude dag, zei hij er nog bij. En dat hij wel financieel zou bijspringen. Aldus geschiedde.
Na 3 afwijzingen lukte het uiteindelijk toch om een sociale lening te pakken te krijgen, uiteraard met bijhorende voorwaarden: pand minstens 30 jaar oud en voor minimum 10.000 euro hoog noodzakelijke kosten. Zo nodig aangevuld met vaders spaarcentjes beschikte ik over een vermoedelijk heel nipt maar hopelijk toereikend bedrag om te starten met huizen-shoppen.
Na een paar weken bijzonder teleurstellend zoekwerk nam ik makelaar Andy onder de arm. Ik zal nooit die ene speciale vrijdag vergeten waarop we in m'n vertrouwde buurt samen in één keer alle mogelijkheden, die enigsinds voldeden aan zowel de financiële als de praktische eisen, bezochten.
En ook nu viel de ene na de andere flat verschrikkelijk tegen...
Maar ze zeggen niet voor niets "de leste zullen de beste zijn"!...
Het vroeg, zelfs van mij, nog behoorlijk wat inbeeldingsvermogen, maar al gauw realiseerde ik me dat dit appartement, door Andy vermoedelijk goe geweten als laatste gehouden, een bijzonder leuk opblinkbaar pareltje was.
Van dan af ging het ineens razendsnel. Er was besloten, getekend, gekocht, bijgelegd, betaald, gepland, in slechts 3 weken volledig verbouwd, opgekuist en geschilderd, en niet veel later ingepakt en verhuisd voor ik er goed en wel erg in had. Tot grote tevredenheid en blijdschap van vrienden, kennissen, familieleden en ook van mezelf.
Doch toen de rust stilletjesaan terug keerde nam de twijfel bezit van me. Was ik niet te snel geweest? Had ik betere dingen over het hoofd gezien?...
Om al die wilde gedachten in m'n dolle brein te sussen scrolde ik op het internet maandenlang bijna dagelijks door àlles wat ongeveer binnen hetzelfde budget en dezelfde buurt lag en aan alle denkbare eisen voldeed... in de hoop vooral nóóit iets beters te moeten tegenkomen!
Een paar weken geleden viel het me ineens op dat ik daar ongemerkt mee opgehouden was. Al die tijd passeerde absoluut niets dat enigszins kon tippen aan dit stekje hier m'n computerscherm en langzaamaan groeide daardoor de zekerheid over wat de vrienden, kennissen en familieleden al van dag één snapten: ik vond mijn ideale woonplekje en boetseerde het eigenwijs, artistiek en kleurrijk tot míjn huis, mijn éigen veilige thuis!
Met een diepe vreugde van binnen en een zalige glimlach van buiten dans ik nu regelmatig een oost-west-thuis-best-toerke rond de tafel en met vrolijk mee hobbelende poezen in m'n kielzog van kamer tot kamer.
Of ik sta, zoals onze va hier altijd deed, met m'n handen op m'n rug, volmaakt gelukkig, door de grote ramen over het bloemrijke terras heen naar het wijd open groene uitzicht te kijken, terwijl ik oprecht tevreden ook zijn woorden mompel: "Ja, het is goed zo." :-)
Na 3 afwijzingen lukte het uiteindelijk toch om een sociale lening te pakken te krijgen, uiteraard met bijhorende voorwaarden: pand minstens 30 jaar oud en voor minimum 10.000 euro hoog noodzakelijke kosten. Zo nodig aangevuld met vaders spaarcentjes beschikte ik over een vermoedelijk heel nipt maar hopelijk toereikend bedrag om te starten met huizen-shoppen.
Na een paar weken bijzonder teleurstellend zoekwerk nam ik makelaar Andy onder de arm. Ik zal nooit die ene speciale vrijdag vergeten waarop we in m'n vertrouwde buurt samen in één keer alle mogelijkheden, die enigsinds voldeden aan zowel de financiële als de praktische eisen, bezochten.
En ook nu viel de ene na de andere flat verschrikkelijk tegen...
Maar ze zeggen niet voor niets "de leste zullen de beste zijn"!...
Het vroeg, zelfs van mij, nog behoorlijk wat inbeeldingsvermogen, maar al gauw realiseerde ik me dat dit appartement, door Andy vermoedelijk goe geweten als laatste gehouden, een bijzonder leuk opblinkbaar pareltje was.
Van dan af ging het ineens razendsnel. Er was besloten, getekend, gekocht, bijgelegd, betaald, gepland, in slechts 3 weken volledig verbouwd, opgekuist en geschilderd, en niet veel later ingepakt en verhuisd voor ik er goed en wel erg in had. Tot grote tevredenheid en blijdschap van vrienden, kennissen, familieleden en ook van mezelf.
Doch toen de rust stilletjesaan terug keerde nam de twijfel bezit van me. Was ik niet te snel geweest? Had ik betere dingen over het hoofd gezien?...
Om al die wilde gedachten in m'n dolle brein te sussen scrolde ik op het internet maandenlang bijna dagelijks door àlles wat ongeveer binnen hetzelfde budget en dezelfde buurt lag en aan alle denkbare eisen voldeed... in de hoop vooral nóóit iets beters te moeten tegenkomen!
Een paar weken geleden viel het me ineens op dat ik daar ongemerkt mee opgehouden was. Al die tijd passeerde absoluut niets dat enigszins kon tippen aan dit stekje hier m'n computerscherm en langzaamaan groeide daardoor de zekerheid over wat de vrienden, kennissen en familieleden al van dag één snapten: ik vond mijn ideale woonplekje en boetseerde het eigenwijs, artistiek en kleurrijk tot míjn huis, mijn éigen veilige thuis!
Met een diepe vreugde van binnen en een zalige glimlach van buiten dans ik nu regelmatig een oost-west-thuis-best-toerke rond de tafel en met vrolijk mee hobbelende poezen in m'n kielzog van kamer tot kamer.
Of ik sta, zoals onze va hier altijd deed, met m'n handen op m'n rug, volmaakt gelukkig, door de grote ramen over het bloemrijke terras heen naar het wijd open groene uitzicht te kijken, terwijl ik oprecht tevreden ook zijn woorden mompel: "Ja, het is goed zo." :-)
zaterdag 18 juli 2015
Overdosis consumptie.
De vriendin van op 't werk, met wie ik regelmatig met de auto mee naar huis mag, maakt soms al eens een omwegje. Vier dagen geleden vergezelde ik haar zo voor boodschappen bij de supermarkt. Gezellig.
Zelf doe ik slechts één keer per week inkopen, hoofdzakelijk in dezelfde erg voordelige winkelketen. Op vrijdag valt de beslissing wat er in Huize Kristina de zeven dagen daarna gegeten en gedronken zal worden. De benodigdheden hiervoor schrijf ik nauwgezet en gedetailleerd op een boodschappenlijstje, eventueel aangevuld met een niet eetbaar huishoudproduct. Die notities worden al winkelend bijzonder strikt opgevolgd en slechts zeer uitzonderlijk vindt er 'spontane' extra aankoop de weg naar m'n boodschappentas. Alleen het hoogst noodzakelijkste belandt uiteindelijk in m'n kasten, dus weggooien komt hier zo goed als nooit voor. Je kan gerust stellen dat ik eigenlijk al jaren geen echt deel meer uitmaak van de consumptiemaatschappij. Een bezoek aan zulk een reuzegrote hypermarkt als afgelopen week, dat dateert dan ook al van zeker 5 jaar terug.
En na vier dagen ben ik de shock nog steeds niet helemaal te boven!
Absoluut àlles kon je er kopen. En zeker weten àlle soorten voedingswaren van àlle denkbare merken in àlle mogelijke grootten en in àlle smaken, kleuren en verpakkingen die je in je wildste fantasie maar kan verzinnen. Torenhoog. Rek na rek. Rij na rij na rij na rij.
De onmetelijk hoeveelheid producten overspoelde me als een ware tsunami en deed me, volledig de kluts kwijt, naar adem happen.
Meteen zat m'n hoofd vol prangende vragen. Wie produceert dat allemaal? En wie kóópt dat dan allemaal? Eten ze dat àllemaal op? En, in godsnaam, wie heeft er zóvéél nodig???... Onmiddellijk had ik op m'n netvlies opnieuw de weerzinwekkende beelden van de televisieprogramma's over de kolossale hoeveelheden waardevol en perfect eetbaar voedsel, al tijdens de teelt gedumpt wegens 'nét niet volmaakt genoeg'. En de enorme berg wél goedgekeurde zaken, ook nog perfect eetbaar doch onverkocht, die bij de supermarkten in de afvalcontainers verdwijnen. Hoeveel dieren kweekt en slacht men, al dan niet onder vreselijke omstandigheden, om dan op zaterdag, zélfs aan halve prijs door niemand gewild en door niemand opgegeten, achteloos als vuilnis afgedankt te worden. En dan zijn er ook nog de ontelbare uiteindelijk tóch aangekochte voedingswaren die, onaangeroerd, overbodig en vergeten, wegrotten in ijskasten, diepvriezers en andere opbergruimtes...
Dat ene bezoekje aan die supermarkt drukte me genadeloos weer op de feiten: we leven zonder enige twijfel in een échte consumptie- en wegwerpmaatschappij. En het maakte me intriest.
Ach, ik wil hier niets prediken, hoor, of iemand de les lezen. Ik weet alleen heel erg goed dat je perfect gelukkig, voldaan en tevreden kan zijn met zoveel minder. We zijn té gewend aan overvloed. En aan 'vervangbaarheid'. Want wat koester je nog, wat schat je nog naar waarde, als er van alles toch veel te veel is.... En zeg eens eerlijk: wat heb je uiteindelijk écht nódig? Het woord 'genoeg' speelt hierin een grote rol, denk ik...
Gelukkig zijn we die dinsdagmiddag ook nog op 't gemakje een frisse deugddoende pint gaan pakken, mijn vriendin en ik.
En ik durf hier gerust neer schrijven dat ik die trappist toen echt wel 'nodig' had, maar met ééntje ook ruimschoots 'genoeg'! ;-)
Zelf doe ik slechts één keer per week inkopen, hoofdzakelijk in dezelfde erg voordelige winkelketen. Op vrijdag valt de beslissing wat er in Huize Kristina de zeven dagen daarna gegeten en gedronken zal worden. De benodigdheden hiervoor schrijf ik nauwgezet en gedetailleerd op een boodschappenlijstje, eventueel aangevuld met een niet eetbaar huishoudproduct. Die notities worden al winkelend bijzonder strikt opgevolgd en slechts zeer uitzonderlijk vindt er 'spontane' extra aankoop de weg naar m'n boodschappentas. Alleen het hoogst noodzakelijkste belandt uiteindelijk in m'n kasten, dus weggooien komt hier zo goed als nooit voor. Je kan gerust stellen dat ik eigenlijk al jaren geen echt deel meer uitmaak van de consumptiemaatschappij. Een bezoek aan zulk een reuzegrote hypermarkt als afgelopen week, dat dateert dan ook al van zeker 5 jaar terug.
En na vier dagen ben ik de shock nog steeds niet helemaal te boven!
Absoluut àlles kon je er kopen. En zeker weten àlle soorten voedingswaren van àlle denkbare merken in àlle mogelijke grootten en in àlle smaken, kleuren en verpakkingen die je in je wildste fantasie maar kan verzinnen. Torenhoog. Rek na rek. Rij na rij na rij na rij.
De onmetelijk hoeveelheid producten overspoelde me als een ware tsunami en deed me, volledig de kluts kwijt, naar adem happen.
Meteen zat m'n hoofd vol prangende vragen. Wie produceert dat allemaal? En wie kóópt dat dan allemaal? Eten ze dat àllemaal op? En, in godsnaam, wie heeft er zóvéél nodig???... Onmiddellijk had ik op m'n netvlies opnieuw de weerzinwekkende beelden van de televisieprogramma's over de kolossale hoeveelheden waardevol en perfect eetbaar voedsel, al tijdens de teelt gedumpt wegens 'nét niet volmaakt genoeg'. En de enorme berg wél goedgekeurde zaken, ook nog perfect eetbaar doch onverkocht, die bij de supermarkten in de afvalcontainers verdwijnen. Hoeveel dieren kweekt en slacht men, al dan niet onder vreselijke omstandigheden, om dan op zaterdag, zélfs aan halve prijs door niemand gewild en door niemand opgegeten, achteloos als vuilnis afgedankt te worden. En dan zijn er ook nog de ontelbare uiteindelijk tóch aangekochte voedingswaren die, onaangeroerd, overbodig en vergeten, wegrotten in ijskasten, diepvriezers en andere opbergruimtes...
Dat ene bezoekje aan die supermarkt drukte me genadeloos weer op de feiten: we leven zonder enige twijfel in een échte consumptie- en wegwerpmaatschappij. En het maakte me intriest.
Ach, ik wil hier niets prediken, hoor, of iemand de les lezen. Ik weet alleen heel erg goed dat je perfect gelukkig, voldaan en tevreden kan zijn met zoveel minder. We zijn té gewend aan overvloed. En aan 'vervangbaarheid'. Want wat koester je nog, wat schat je nog naar waarde, als er van alles toch veel te veel is.... En zeg eens eerlijk: wat heb je uiteindelijk écht nódig? Het woord 'genoeg' speelt hierin een grote rol, denk ik...
Gelukkig zijn we die dinsdagmiddag ook nog op 't gemakje een frisse deugddoende pint gaan pakken, mijn vriendin en ik.
En ik durf hier gerust neer schrijven dat ik die trappist toen echt wel 'nodig' had, maar met ééntje ook ruimschoots 'genoeg'! ;-)
woensdag 15 juli 2015
Zelfmoordschoenen.
"Ja, mooi, hoor", prees een collega van me vanochtend op het werk. En met een onderdrukt giecheltje plakte ze er meteen achteraan: "Mijn broer noemt dat altijd zelfmoordschoenen!"
Met opgetrokken wenkbrauwen, geweldig verbaasd, bijzonder verrast en een beetje van mijnen apropos vroeg ik waaróm dan wel... "Ha ja", antwoordde ze lachend, "omdat je, als je van zo een enorme hoogte naar beneden springt of valt, zeker en vast morsdood bent!"
Die had ik echt niet zien aankomen, maar... best wel grappig, toch?!
In alle ernst, het is wel een feit dat je met zulke schoenen beter een beetje oppast. Voor je 't weet breek je er, inderdaad, je nek mee! Niet door er af te springen uiteraard, maar dit soort schoeisel vraagt een aangepaste manier van stappen. Je moet je tijd nemen, op 't gemakske wandelen, rustig en elegant schrijdend, met van die schattig kleine pasjes, very ladylike, en, dit is buitengewoon belangrijk, ten allen tijde uitermate gefocust zijn en blijven op waar en hoe je je edele voetjes neerzet. Verstuikte enkels zijn nog het minste van je zorgen, als je niet goed oplet ga je met zekerheid straal tegen de vlakte, met faliekant gezichtsverlies tot gevolg. Figuurlijk... of zelfs létterlijk!
Waarom ik ze dan toch zo graag draag? Ten eerste is die hoogte absoluut wel relatief. De afstand tussen jezelf en de plaveien is een heel stuk groter, da's waar, maar voor de kromming van je voet is er geen verschil met gelijk welke andere middelmatige hoge hak. Ten tweede zitten deze sieraadjes uitzonderlijk comfortabel. Ik trippelde er vandaag voor 't eerst een volledige dag op rond en bij 't thuiskomen geen blaartje, bleintje of pijntje te bespeuren. En ten derde, en da's misschien nog wel 't allerbelangrijkste, tenminste voor mij dan toch, deze sleehakken, gemaakt uit heerlijk streelzachte suede, zijn fuchsia-roze!!! En da's tegenwoordig mijn absolute lievelingskleur...
Dus zelfmoordschoenen of niet, ik ben dol op m'n knalroze stappertjes!
En wat betreft die andere collega, die het nogal hatelijk 'hoerenschoeisel' noemde, daar maak ik in deze vrolijke blog niet één woordje aan vuil. Punt, einde van het verhaal. O ja! ;-)
Met opgetrokken wenkbrauwen, geweldig verbaasd, bijzonder verrast en een beetje van mijnen apropos vroeg ik waaróm dan wel... "Ha ja", antwoordde ze lachend, "omdat je, als je van zo een enorme hoogte naar beneden springt of valt, zeker en vast morsdood bent!"
Die had ik echt niet zien aankomen, maar... best wel grappig, toch?!
In alle ernst, het is wel een feit dat je met zulke schoenen beter een beetje oppast. Voor je 't weet breek je er, inderdaad, je nek mee! Niet door er af te springen uiteraard, maar dit soort schoeisel vraagt een aangepaste manier van stappen. Je moet je tijd nemen, op 't gemakske wandelen, rustig en elegant schrijdend, met van die schattig kleine pasjes, very ladylike, en, dit is buitengewoon belangrijk, ten allen tijde uitermate gefocust zijn en blijven op waar en hoe je je edele voetjes neerzet. Verstuikte enkels zijn nog het minste van je zorgen, als je niet goed oplet ga je met zekerheid straal tegen de vlakte, met faliekant gezichtsverlies tot gevolg. Figuurlijk... of zelfs létterlijk!
Waarom ik ze dan toch zo graag draag? Ten eerste is die hoogte absoluut wel relatief. De afstand tussen jezelf en de plaveien is een heel stuk groter, da's waar, maar voor de kromming van je voet is er geen verschil met gelijk welke andere middelmatige hoge hak. Ten tweede zitten deze sieraadjes uitzonderlijk comfortabel. Ik trippelde er vandaag voor 't eerst een volledige dag op rond en bij 't thuiskomen geen blaartje, bleintje of pijntje te bespeuren. En ten derde, en da's misschien nog wel 't allerbelangrijkste, tenminste voor mij dan toch, deze sleehakken, gemaakt uit heerlijk streelzachte suede, zijn fuchsia-roze!!! En da's tegenwoordig mijn absolute lievelingskleur...
Dus zelfmoordschoenen of niet, ik ben dol op m'n knalroze stappertjes!
En wat betreft die andere collega, die het nogal hatelijk 'hoerenschoeisel' noemde, daar maak ik in deze vrolijke blog niet één woordje aan vuil. Punt, einde van het verhaal. O ja! ;-)
maandag 13 juli 2015
Ochtendrituelen.
Heel voorzichtig piept het eerste daglicht van onder de gordijnen. Alles is nog stilte, alles is nog rust. De lakens en dekens omarmen me warm en comfortabel, maar ik voel, zonder ook maar één spiertje te bewegen, dat ik langzaam maar zeker ontwaak. M'n gedachtestroom komt op gang en ik open behoedzaam één oog tot een spleetje. Even gluren of ik écht al wakker worden wil...
Eén seconde, werkelijk één seconde later springen Poekie en Pompon enthousiast, klaarwakker en super content ronkend op het bed. Alles aan hen schreeuwt overgelukkig "Hoera! ze is wakker!"
Volgens mij produceert dat hersenwerk van mij fenomenaal wat decibels en is de luchtverplaatsing van die ene wimper gigantisch... Hoe anders weten die twee pluizenbollen, zonder dat ik één teen of vinger verplaatst heb, dat ik weer uit dromenland teruggekeerd ben???
Alleszins, helemaal blij sprinten ze alvast vooruit naar de keuken. Maar in mij zit nog niet veel beweging. Nog steeds geestdriftig rennen ze uitgelaten weer de slaapkamer in om me met veel lieve kopjes aan te porren m'n heerlijke nest te verlaten, liefst nù onmiddellijk.
Op een luie dag herhaalt dat hele heen-en-weer-gespurt zich nog een paar maal voor ik, in hun ogen eeeeeeindelijk, m'n voeten vanonder het dekbed friemel en op de vloer neerzet. Op een ochtend met een wekker slaan we die herhalingen uiteraard over...
Meteen draaien ze met hernieuwde vreugde om m'n benen. Terwijl ik loom richting gang beweeg hobbelen ze alweer opgetogen richting keuken... om halverwege vast te stellen dat ik niet volg maar afgeslagen ben, het toilet in.
Met vereende krachten storten ze zich op de deur, die moet en zal open! "Schiet nu toch eens op" is overduidelijk de boodschap, "wij arme kleine poesjes komen hier ongeveer om van honger, hoor!"
Als we dan ten lange leste toch met z'n drieën in de keuken arriveren kan het écht niet rap genoeg meer gaan. Blikje of zakje open, schaaltjes vullen, neerzetten, aanvallen!
't Is te zeggen: Pompon neemt snel een paar happen voor Poekie ook zijn portie opeist. Nee, da's niet zielig, want Pompon is hier echt wel de slimste. Hij weet namelijk heel goed dat ik meteen daarna weer uit de keuken kom en richting badkamer de grote tafel passeer waar hij zich ondertussen in een alleraardigste houding en op z'n schattigst uitgestrekt heeft en, uiteraard, wie kan aan zo iets hartveroverends weerstaan, zich mijn knuffels en strelingen, helemaal voor hem alleen, uitgebreid laat welgevallen.
Poekie eet trouwens toch nooit àlles op, dus als de kust veilig is gaat Pompon op z'n gemakje, ongezien en ongestoord, zijn ontbijtje genieten.
Terwijl ik mezelf met kam en zeep toonbaar maak krult Poekie zich in de lavabo. Da's zíjn moment om te genieten van een fijne portie liefkozingen.
En daarna, inderdaad dààrnà, is er ook tijd voor mijn eigen ontbijt...
Ja, zo gaat dat hier alle dagen, zo zijn we dat gewoon, het is ons vertrouwde ochtendritueel. En geef toe, best aangenaam om je dagen zo te starten. :-)
Eén seconde, werkelijk één seconde later springen Poekie en Pompon enthousiast, klaarwakker en super content ronkend op het bed. Alles aan hen schreeuwt overgelukkig "Hoera! ze is wakker!"
Volgens mij produceert dat hersenwerk van mij fenomenaal wat decibels en is de luchtverplaatsing van die ene wimper gigantisch... Hoe anders weten die twee pluizenbollen, zonder dat ik één teen of vinger verplaatst heb, dat ik weer uit dromenland teruggekeerd ben???
Alleszins, helemaal blij sprinten ze alvast vooruit naar de keuken. Maar in mij zit nog niet veel beweging. Nog steeds geestdriftig rennen ze uitgelaten weer de slaapkamer in om me met veel lieve kopjes aan te porren m'n heerlijke nest te verlaten, liefst nù onmiddellijk.
Op een luie dag herhaalt dat hele heen-en-weer-gespurt zich nog een paar maal voor ik, in hun ogen eeeeeeindelijk, m'n voeten vanonder het dekbed friemel en op de vloer neerzet. Op een ochtend met een wekker slaan we die herhalingen uiteraard over...
Meteen draaien ze met hernieuwde vreugde om m'n benen. Terwijl ik loom richting gang beweeg hobbelen ze alweer opgetogen richting keuken... om halverwege vast te stellen dat ik niet volg maar afgeslagen ben, het toilet in.
Met vereende krachten storten ze zich op de deur, die moet en zal open! "Schiet nu toch eens op" is overduidelijk de boodschap, "wij arme kleine poesjes komen hier ongeveer om van honger, hoor!"
Als we dan ten lange leste toch met z'n drieën in de keuken arriveren kan het écht niet rap genoeg meer gaan. Blikje of zakje open, schaaltjes vullen, neerzetten, aanvallen!
't Is te zeggen: Pompon neemt snel een paar happen voor Poekie ook zijn portie opeist. Nee, da's niet zielig, want Pompon is hier echt wel de slimste. Hij weet namelijk heel goed dat ik meteen daarna weer uit de keuken kom en richting badkamer de grote tafel passeer waar hij zich ondertussen in een alleraardigste houding en op z'n schattigst uitgestrekt heeft en, uiteraard, wie kan aan zo iets hartveroverends weerstaan, zich mijn knuffels en strelingen, helemaal voor hem alleen, uitgebreid laat welgevallen.
Poekie eet trouwens toch nooit àlles op, dus als de kust veilig is gaat Pompon op z'n gemakje, ongezien en ongestoord, zijn ontbijtje genieten.
Terwijl ik mezelf met kam en zeep toonbaar maak krult Poekie zich in de lavabo. Da's zíjn moment om te genieten van een fijne portie liefkozingen.
En daarna, inderdaad dààrnà, is er ook tijd voor mijn eigen ontbijt...
Ja, zo gaat dat hier alle dagen, zo zijn we dat gewoon, het is ons vertrouwde ochtendritueel. En geef toe, best aangenaam om je dagen zo te starten. :-)
vrijdag 10 juli 2015
Bangelijk bruine blote benen.
"Doe mij maar zo een been" zei m'n jongste broer Sis altijd lachend als we, lang geleden, met de familie op één of andere jaarmarkt een kousenkraam voorbij kwamen. Geregeld zit dat nog wel eens in m'n hoofd, zeker als ik over een markt loop, en het doet me nog altijd even gniffelen.
En het schoot me vandaag ook weer te binnen toen ik in de metro naast een groepje jonge meisjes stond met van die ultra korte shortjes aan en lange slanke blote benen. Van iets verderop staarde een man van middelbare leeftijd onbeschaamd en als gehypnotiseerd minutenlang onverstoorbaar en zelfs zonder knipperen naar die vijf paar fraai gevormde stelten. Je zag hem in zichzelf genietend en bijna kwijlend beamen wat onze Sis zo vaak onnozel grappend zei: "Doe mij maar hetzelfde"...
'k Geef eerlijk toe dat ik er zelf ook steeds bijzonder gefascineerd naar kijk, maar vermoedelijk écht wel met een totààl andere reden dan die geniepige man op het perron...
Ik vraag me namelijk al jaren iets af, elke zomer opnieuw.
Lang geleden, op die leeftijd, waren mijn benen ook nog zo prachtig gevormd. (dat veronderstel ik toch...) De bouw van die benen is niet de aanleiding van mijn fixatie. Maar dat uitermate strak bruin zomertintje!...
Ik weet heel erg zeker dat mijn benen nooit, niet eens één dag, zulk een effen kleurtje droegen. Uiteraard nergens een haartje, maar ook geen vlekje, geen streepje, geen sproetje, geen pukkeltje, geen verkleuringske, geen verschil voor en achter, boven en onder, geen schrammetje, geen blauw plekje, niets. Totaal en volledig foutloos egaal. Zo volmaakt dat ze, om eerlijk te zijn, eigenlijk op die plastieken benen van op de markt beginnen lijken... En ze hebben op de koop toe ook àllemaal exàct diezélfde perfécte bruine tint, àlle meisjesbenen die je ziet, overal en altijd.
Urenlang rondlopen in de blakende zon, zonnebank, zelfbruiner, spray-tan, bruin-uit-een-potje... niets zorgde bij mij ooit voor dat soort uitgemeten kleurgelijkmatigheid. Zijn ze misschien geairbrusht, gespoten, met een verfpistool of zo... Wie zal het zeggen? Ik weet het niet. Na al die jaren bestuderen weet ik het écht nog steeds niet.
Dus voorlopig blijf ik al die passerende bangelijk bruine blote benen geboeid verder aanschouwen en smeer de mijne nog maar weer eens hoopvol in met 't één of 't ander nieuw, en uiteraard veelbelovend, product...
Weet je wat? Doe mij dan ook maar zo een been! Of misschien beter ineens twee, dat loopt een heel stuk makkelijker, hé. ;-)
En het schoot me vandaag ook weer te binnen toen ik in de metro naast een groepje jonge meisjes stond met van die ultra korte shortjes aan en lange slanke blote benen. Van iets verderop staarde een man van middelbare leeftijd onbeschaamd en als gehypnotiseerd minutenlang onverstoorbaar en zelfs zonder knipperen naar die vijf paar fraai gevormde stelten. Je zag hem in zichzelf genietend en bijna kwijlend beamen wat onze Sis zo vaak onnozel grappend zei: "Doe mij maar hetzelfde"...
'k Geef eerlijk toe dat ik er zelf ook steeds bijzonder gefascineerd naar kijk, maar vermoedelijk écht wel met een totààl andere reden dan die geniepige man op het perron...
Ik vraag me namelijk al jaren iets af, elke zomer opnieuw.
Lang geleden, op die leeftijd, waren mijn benen ook nog zo prachtig gevormd. (dat veronderstel ik toch...) De bouw van die benen is niet de aanleiding van mijn fixatie. Maar dat uitermate strak bruin zomertintje!...
Ik weet heel erg zeker dat mijn benen nooit, niet eens één dag, zulk een effen kleurtje droegen. Uiteraard nergens een haartje, maar ook geen vlekje, geen streepje, geen sproetje, geen pukkeltje, geen verkleuringske, geen verschil voor en achter, boven en onder, geen schrammetje, geen blauw plekje, niets. Totaal en volledig foutloos egaal. Zo volmaakt dat ze, om eerlijk te zijn, eigenlijk op die plastieken benen van op de markt beginnen lijken... En ze hebben op de koop toe ook àllemaal exàct diezélfde perfécte bruine tint, àlle meisjesbenen die je ziet, overal en altijd.
Urenlang rondlopen in de blakende zon, zonnebank, zelfbruiner, spray-tan, bruin-uit-een-potje... niets zorgde bij mij ooit voor dat soort uitgemeten kleurgelijkmatigheid. Zijn ze misschien geairbrusht, gespoten, met een verfpistool of zo... Wie zal het zeggen? Ik weet het niet. Na al die jaren bestuderen weet ik het écht nog steeds niet.
Dus voorlopig blijf ik al die passerende bangelijk bruine blote benen geboeid verder aanschouwen en smeer de mijne nog maar weer eens hoopvol in met 't één of 't ander nieuw, en uiteraard veelbelovend, product...
Weet je wat? Doe mij dan ook maar zo een been! Of misschien beter ineens twee, dat loopt een heel stuk makkelijker, hé. ;-)
zondag 5 juli 2015
To sing or not to sing, thàt is the question!
"En wanneer schrijf je nu eens iets over je zingen?" Dé vraag die ik steeds vaker te horen krijg van de lezers die van m'n blog genieten.
Tja, dat wil ik wel, maar er valt niets te vertellen...
Als de bladzijden van m'n concertagenda een landschap waren, dan zagen ze er uit als eindeloze totaal lege kurkdroge vlaktes, met zo van die voorbij rollende tumbleweeds. En behalve het getsjirp van die ene verdwaalde krekel valt er niets te aanhoren, dus zeker ook geen muziek.
Sinds het begin van dit jaar luisterde ik welgeteld één uitvaart op. Da's alles. Geen concerten, geen missen, geen privéoptredens, geen huwelijken, geen feestjes, geen begrafenissen. Niks. Nul. Nada. Noppes. Nougabollen.
't Is alsof de wereld me vergeten is.
En zonder enig idee wat er verandert zou kunnen zijn.
M'n hele leven lang bestaat elke vezel van m'n lijf al uit muziek. Zingen is ademen. En daar vocht ik elke dag opnieuw hartstochtelijk voor.
De muziek in mij overwon bezorgde ouders, onwelwillende leerkrachten, violente echtgenoten, beknottende situaties en beperkte financiën. Ook m'n eigen faalangst en tekort aan zelfvertrouwen moesten keer op keer willens nillens plaats ruimen. M'n instrument, m'n lichaam én stembanden, overleefde zelfs triomfantelijk een pak levensbedreigende operaties.
En ook zonder uit te groeien tot een overdonderd succes bleef zingen bijzonder belangrijk voor me. Het hield me in leven, het deed me leven, het wàs m'n leven. M'n allereerste en grootste liefde.
Zingen is en zal àltijd mijn heil en hoogste goed zijn, mijn drug, mijn alles.
Het is begrijpelijk hoe dodelijk pijnlijk deze plotse stilte, dit abrupte ophouden, voor me voelde en hoe ik in een echte identiteitscrisis belandde.
Wie ben ik nog als ik niet meer 'Kristina-de-zangers' ben?!?!...
'Kristina-de-receptioniste' misschien? Of 'Kristina-die-een-blogje-schrijft'? Of alleen nog 'het-wat-wereldvreemde-poezen-en-bloemen-mevrouwtje'?...
Het kostte behoorlijk wat moeite, maar voor nu laat ik het los.
Je kan jezelf een ongeluk piekeren over waarom de muziekwereld duidelijk niet (meer) op je zit te wachten. Wat je eventueel misdeed, of waar je fout afsloeg, of wie of wat je over het hoofd zag. En of je wel genoeg aan de weg timmerde, of je wel hard genoeg werkte, en of je er wel intens genoeg naar verlangde. Wie weet was je dan toch té sympathiek, lief, warm en toegewijd. Je kan zelfs gaan twijfelen of je wel écht die geweldige stem bezit waarvan je dacht dat men ze wou horen... Het maakt allemaal totaal geen enkel verschil.
Als m'n muzikaal leven hier echt ophoudt, dan blik ik terug op zeer veel mooie momenten met bijzondere muziek en geweldige muzikanten, en ben ik, met honderden geweldige herinneringen, oprecht dankbaar voor wat was.
Daarmee bedoel ik niet dat ik me er dan maar 'gewoon' bij neer leg. Nee, hoor, bijlange niet. Muziek is en blijft voor altijd een onlosmakelijk belangrijk deel van mijn identiteit. En m'n stem kan nog zeker 20 jaar mee, die zal er dus nog steeds stààn als de mogelijkheden zich eventueel toch weer opnieuw voordoen.
En al is hartverscheurend om afstand te moeten nemen, of wie weet uiteindelijk zelfs afscheid, van iets wat m'n hele persoon en leven vormde en absoluut m'n alles is, ik tracht me voorlopig met dezelfde overgave op de andere facetten van mijn bestaan te richten. Met treuren, klagen en bij de pakken blijven zitten kom je nergens. Morgen is altijd weer een nieuwe dag! En je weet nooit wat voor spectaculairs die nog met zich meebrengt!.. ;-)
Tja, dat wil ik wel, maar er valt niets te vertellen...
Als de bladzijden van m'n concertagenda een landschap waren, dan zagen ze er uit als eindeloze totaal lege kurkdroge vlaktes, met zo van die voorbij rollende tumbleweeds. En behalve het getsjirp van die ene verdwaalde krekel valt er niets te aanhoren, dus zeker ook geen muziek.
Sinds het begin van dit jaar luisterde ik welgeteld één uitvaart op. Da's alles. Geen concerten, geen missen, geen privéoptredens, geen huwelijken, geen feestjes, geen begrafenissen. Niks. Nul. Nada. Noppes. Nougabollen.
't Is alsof de wereld me vergeten is.
En zonder enig idee wat er verandert zou kunnen zijn.
M'n hele leven lang bestaat elke vezel van m'n lijf al uit muziek. Zingen is ademen. En daar vocht ik elke dag opnieuw hartstochtelijk voor.
De muziek in mij overwon bezorgde ouders, onwelwillende leerkrachten, violente echtgenoten, beknottende situaties en beperkte financiën. Ook m'n eigen faalangst en tekort aan zelfvertrouwen moesten keer op keer willens nillens plaats ruimen. M'n instrument, m'n lichaam én stembanden, overleefde zelfs triomfantelijk een pak levensbedreigende operaties.
En ook zonder uit te groeien tot een overdonderd succes bleef zingen bijzonder belangrijk voor me. Het hield me in leven, het deed me leven, het wàs m'n leven. M'n allereerste en grootste liefde.
Zingen is en zal àltijd mijn heil en hoogste goed zijn, mijn drug, mijn alles.
Het is begrijpelijk hoe dodelijk pijnlijk deze plotse stilte, dit abrupte ophouden, voor me voelde en hoe ik in een echte identiteitscrisis belandde.
Wie ben ik nog als ik niet meer 'Kristina-de-zangers' ben?!?!...
'Kristina-de-receptioniste' misschien? Of 'Kristina-die-een-blogje-schrijft'? Of alleen nog 'het-wat-wereldvreemde-poezen-en-bloemen-mevrouwtje'?...
Het kostte behoorlijk wat moeite, maar voor nu laat ik het los.
Je kan jezelf een ongeluk piekeren over waarom de muziekwereld duidelijk niet (meer) op je zit te wachten. Wat je eventueel misdeed, of waar je fout afsloeg, of wie of wat je over het hoofd zag. En of je wel genoeg aan de weg timmerde, of je wel hard genoeg werkte, en of je er wel intens genoeg naar verlangde. Wie weet was je dan toch té sympathiek, lief, warm en toegewijd. Je kan zelfs gaan twijfelen of je wel écht die geweldige stem bezit waarvan je dacht dat men ze wou horen... Het maakt allemaal totaal geen enkel verschil.
Als m'n muzikaal leven hier echt ophoudt, dan blik ik terug op zeer veel mooie momenten met bijzondere muziek en geweldige muzikanten, en ben ik, met honderden geweldige herinneringen, oprecht dankbaar voor wat was.
Daarmee bedoel ik niet dat ik me er dan maar 'gewoon' bij neer leg. Nee, hoor, bijlange niet. Muziek is en blijft voor altijd een onlosmakelijk belangrijk deel van mijn identiteit. En m'n stem kan nog zeker 20 jaar mee, die zal er dus nog steeds stààn als de mogelijkheden zich eventueel toch weer opnieuw voordoen.
En al is hartverscheurend om afstand te moeten nemen, of wie weet uiteindelijk zelfs afscheid, van iets wat m'n hele persoon en leven vormde en absoluut m'n alles is, ik tracht me voorlopig met dezelfde overgave op de andere facetten van mijn bestaan te richten. Met treuren, klagen en bij de pakken blijven zitten kom je nergens. Morgen is altijd weer een nieuwe dag! En je weet nooit wat voor spectaculairs die nog met zich meebrengt!.. ;-)
'Hexenlied', F. Mendelssohn-Bartholdi
Concert 'Tussen Pijpen en Toetsen', 14 september 2014
donderdag 2 juli 2015
Zilte zeeën zout zweet.
Met deze hitte is het fijn thuiskomen in mijn oostelijk gericht appartement. Door wat goed uitgedacht open- en toeschuiven van gordijnen blijft de temperatuur in alle kamers voorlopig rond een verdraagbare 25 graden.
Nu ze hun angst voor dat vreemde windding overwonnen hebben claimen de poezen Pompon en Poekie de overurendraaiende ventilator. Maar da's oké: ik dobber lekker in het koele bad. Het heerlijke frisse water spoelt zalig de vele emmers transpiratie van vandaag van m'n huid.
Met de ramen en deuren wagenwijd open, een wapperende ventilator naast de computers, zo rustig mogelijk op het toetsenbord rammelend en met zo min mogelijk gedoe de telefoon opnemend was het op het werk nog juist uit te houden. Bij elke grotere inspanning en, o ramp, bij het met veel héét water afwassen der eindeloze rijen koffiekopjes stroomde meteen een zee van honderden zoute parels over m'n hele lijf.
Terug aan de bushalte, op 't heetst van de dag, verfriste de opgekomen bries mijn paraplu-parasol-schaduwplekje en al snel verscheen de bus. De bus met de ijskoude airco, waar ik anders een stijve nek van krijg, maar vandaag hevig verlangend naar uit keek. Maar... ik had het dubieuze genoegen mee te mogen met het allernieuwste busmodel: ééntje met een airco die het écht niet trok en zowaar héte lucht blies. En natuurlijk ook zónder venstertjes die je zou kunnen openen...
Onmiddellijk gutste het zweet aan alle kanten uit m'n poriën.
De druppels zochten hun weg vanuit m'n dot langst m'n oren naar m'n nek en schoven met een sierlijke bocht één voor één in m'n decolleté, vanwaar ze, eenmaal verzameld, als een kleine zondvloed doorbraken tot aan m'n navel. Midden op m'n rug biggelde het zoute vocht aan hoge snelheid richting staartbeen. De nattigheid uit m'n knieholten sijpelde langst m'n benen omlaag en drupte na een krul rond m'n enkels in m'n door de hitte pijnlijk knellende suede sandaaltjes.
Alle passagiers hanteerden hijgend en puffend drijfnatte zweetzakdoeken, wapperden met slappe kranten, trokken nóg wat van de al schaarse kledingstukken uit en snakten, net zoals ik, als vissen op het droge, hopeloos naar een hapje lucht, een teugje zuurstof.
Eindelijk, het leek een eeuwigheid te hebben geduurd, arriveerden we, als in ons eigen nat gestoomde soepkiekens, aan de Rooseveltplaats. Ik rukte me met m'n laatste puf los uit het doorweekte zeteltje en stapte opgelucht uit. 38° buiten vandaag, maar de hete zomerlucht en de zotte wind voelden na deze rit verbazingwekkend koel aan. Hemels zelfs. De koelte van de metro deed me rillen, maar net zoals de overvolle broeierige tram kon me dat geen barst meer schelen: nog heel even volhouden en ik was weer thuis!
Nu klotst het zalig koele water zachtjes om me heen. Voor vandaag laat het zilte zweet me weer los. Langzaam kom ik terug tot mezelf en vooral: weer helemaal op temperatuur. ;-)
Nu ze hun angst voor dat vreemde windding overwonnen hebben claimen de poezen Pompon en Poekie de overurendraaiende ventilator. Maar da's oké: ik dobber lekker in het koele bad. Het heerlijke frisse water spoelt zalig de vele emmers transpiratie van vandaag van m'n huid.
Met de ramen en deuren wagenwijd open, een wapperende ventilator naast de computers, zo rustig mogelijk op het toetsenbord rammelend en met zo min mogelijk gedoe de telefoon opnemend was het op het werk nog juist uit te houden. Bij elke grotere inspanning en, o ramp, bij het met veel héét water afwassen der eindeloze rijen koffiekopjes stroomde meteen een zee van honderden zoute parels over m'n hele lijf.
Terug aan de bushalte, op 't heetst van de dag, verfriste de opgekomen bries mijn paraplu-parasol-schaduwplekje en al snel verscheen de bus. De bus met de ijskoude airco, waar ik anders een stijve nek van krijg, maar vandaag hevig verlangend naar uit keek. Maar... ik had het dubieuze genoegen mee te mogen met het allernieuwste busmodel: ééntje met een airco die het écht niet trok en zowaar héte lucht blies. En natuurlijk ook zónder venstertjes die je zou kunnen openen...
Onmiddellijk gutste het zweet aan alle kanten uit m'n poriën.
De druppels zochten hun weg vanuit m'n dot langst m'n oren naar m'n nek en schoven met een sierlijke bocht één voor één in m'n decolleté, vanwaar ze, eenmaal verzameld, als een kleine zondvloed doorbraken tot aan m'n navel. Midden op m'n rug biggelde het zoute vocht aan hoge snelheid richting staartbeen. De nattigheid uit m'n knieholten sijpelde langst m'n benen omlaag en drupte na een krul rond m'n enkels in m'n door de hitte pijnlijk knellende suede sandaaltjes.
Alle passagiers hanteerden hijgend en puffend drijfnatte zweetzakdoeken, wapperden met slappe kranten, trokken nóg wat van de al schaarse kledingstukken uit en snakten, net zoals ik, als vissen op het droge, hopeloos naar een hapje lucht, een teugje zuurstof.
Eindelijk, het leek een eeuwigheid te hebben geduurd, arriveerden we, als in ons eigen nat gestoomde soepkiekens, aan de Rooseveltplaats. Ik rukte me met m'n laatste puf los uit het doorweekte zeteltje en stapte opgelucht uit. 38° buiten vandaag, maar de hete zomerlucht en de zotte wind voelden na deze rit verbazingwekkend koel aan. Hemels zelfs. De koelte van de metro deed me rillen, maar net zoals de overvolle broeierige tram kon me dat geen barst meer schelen: nog heel even volhouden en ik was weer thuis!
Nu klotst het zalig koele water zachtjes om me heen. Voor vandaag laat het zilte zweet me weer los. Langzaam kom ik terug tot mezelf en vooral: weer helemaal op temperatuur. ;-)
dinsdag 30 juni 2015
Een brug te ver...
Vanmiddag, op weg naar huis, reed ik als passagier van bus 32 over de brug boven de ring rond Antwerpen ter hoogte van Berchem Kerk. Halverwege die brug zag ik een man op het smalle richteltje aan de àndere kant van de reling zitten, zich vasthoudend met slechts één hand, z'n voeten bengelend boven de voorbijrazende auto's.
De radertjes in mijn brein moesten een paar seconden draaien voor ik besefte dat dit plaatje niet klopte. Maar dan was het voor mij ook meteen zonneklaar dat hier iets niet pluis was en de situatie mogelijk snel gevaarlijk of zelfs dramatisch kon uitdraaien.
Ik nam m'n telefoon en tikte het nummer 112 in. En terwijl ik de mevrouw aan de andere kant van de lijn helder en duidelijk de situatie uitlegde zag ik de reizigers om me heen behoorlijk vreemd naar me kijken, sommigen zelfs met een blik van "waar bemoeit gij u mee!?..." Het kan natuurlijk zijn dat zij die man niet gezien hadden, maar dan nog...
Alleszins, bij de nooddienst namen ze m'n melding wel ernstig en ze zouden onmiddellijk iemand sturen. En de bus reed verder.
Maar m'n gedachten bleven op de brug, bij die man.
Luister, ik begrijp zeer goed, uit persoonlijke ervaring, dat het leven je soms zo de strot kan toeknijpen dat je wil dat alles ophoudt. En naar mijn mening staat het je, aangezien het tenslotte jóuw leven is, vrij om er, desnoods, een eind aan te maken.
Maar dat praat van een brug op een drukke snelweg springen absoluut niet goed. Op dat moment gaat het namelijk niet meer over jouw leven alleen. Je speelt ook met het voortbestaan en het geluk van al die bestuurders en passagiers in die vele aanstormende voertuigen onder je...
En mocht dit een man zijn die 'gewoon' een 'leuk' plekje zocht om 'gezellig' een tijdje in die verschroeiend hete zon te hangen, dan volstaat volgens mij de 'veilige' kant van de reling ook ruimschoots. Toch?!
Al was het maar een steekje los, of een zonneslag of zo, ik denk dat er zowiezo wel iéts mis met hem geweest zal zijn en ik echt niet tevergeefs de hulpdiensten liet uitrukken...
Van ganser harte hoop ik nu maar dat alles oké is met deze man en dat ik morgen absoluut niéts over hem lees in de kranten... Of heel deze historie zou, ondanks alles, toch een bijzonder mooi en verrassend staartje moeten krijgen... Dan lees ik het natuurlijk maar wat graag! ;-)
De radertjes in mijn brein moesten een paar seconden draaien voor ik besefte dat dit plaatje niet klopte. Maar dan was het voor mij ook meteen zonneklaar dat hier iets niet pluis was en de situatie mogelijk snel gevaarlijk of zelfs dramatisch kon uitdraaien.
Ik nam m'n telefoon en tikte het nummer 112 in. En terwijl ik de mevrouw aan de andere kant van de lijn helder en duidelijk de situatie uitlegde zag ik de reizigers om me heen behoorlijk vreemd naar me kijken, sommigen zelfs met een blik van "waar bemoeit gij u mee!?..." Het kan natuurlijk zijn dat zij die man niet gezien hadden, maar dan nog...
Alleszins, bij de nooddienst namen ze m'n melding wel ernstig en ze zouden onmiddellijk iemand sturen. En de bus reed verder.
Maar m'n gedachten bleven op de brug, bij die man.
Luister, ik begrijp zeer goed, uit persoonlijke ervaring, dat het leven je soms zo de strot kan toeknijpen dat je wil dat alles ophoudt. En naar mijn mening staat het je, aangezien het tenslotte jóuw leven is, vrij om er, desnoods, een eind aan te maken.
Maar dat praat van een brug op een drukke snelweg springen absoluut niet goed. Op dat moment gaat het namelijk niet meer over jouw leven alleen. Je speelt ook met het voortbestaan en het geluk van al die bestuurders en passagiers in die vele aanstormende voertuigen onder je...
En mocht dit een man zijn die 'gewoon' een 'leuk' plekje zocht om 'gezellig' een tijdje in die verschroeiend hete zon te hangen, dan volstaat volgens mij de 'veilige' kant van de reling ook ruimschoots. Toch?!
Al was het maar een steekje los, of een zonneslag of zo, ik denk dat er zowiezo wel iéts mis met hem geweest zal zijn en ik echt niet tevergeefs de hulpdiensten liet uitrukken...
Van ganser harte hoop ik nu maar dat alles oké is met deze man en dat ik morgen absoluut niéts over hem lees in de kranten... Of heel deze historie zou, ondanks alles, toch een bijzonder mooi en verrassend staartje moeten krijgen... Dan lees ik het natuurlijk maar wat graag! ;-)
zondag 28 juni 2015
Theater-theater.
Zomaar, doodgewoon en zonder te gaan 'supporteren' voor een meespelende vriend of kennis, nog eens een keertje naar 't theater gaan, alleen maar omdat je dat leuk vindt, dat was heel erg lang geleden.
Dus toen een toffe vriendin vroeg of ik mee wou was dat meteen de start van een fijne namiddag. Zij is een grote fan van de boeken van Agatha Christie en ik genoot altijd geweldig van de Hercule Poirot series op de televisie. "Moord op de Oriënt-express" gespeeld door het Fakkeltheater, in hun eigen Rode Zaal, dat ging ons zeker en vast bevallen.
En dat was ook zo. Mooie decors, fraaie kostuums, prima acteerwerk.
Op de eerste rij van het balkon, met een schitterend uitzicht op alles, genoten we met volle teugen van de voorstelling.
Maar zoals ik zelf uit ervaring goed genoeg weet bevinden er zich in het publiek altijd één of twee 'storende elementen'...
De gsm, die minutenlang muzikaal en luid om aandacht vroeg, niet opgenomen werd en dus ook nog eens eindeloos een bericht-piep ten beste gaf, verstoorde zelfs even de concentratie van een paar acteurs. Zo zonde, en zo onnodig. Als respectvol toeschouwer zet je je gsm al uit jezelf af, nog voor men er bij het begin, tegenwoordig traditioneel, om vraagt, vind ik.
Maar het meest memorabele was toch het oudere koppel achter ons. Om te beginnen arriveerden ze te laat. De plotse lichtinval van het open- en dichtgaande gordijn in het deurgat verstoorde onze aandacht al even. Ze klommen met enige moeite, bijgelicht door de vervelend schelle gsm van de plaatsaanwijzer, naar de stoeltjes hoog achter ons. "Oké, iedereen zit, nu kunnen we ongestoord verder van dit fraaie stuk genieten", dacht ik.
Maar nog geen kwartier later keken mijn vriendin en ik, als afgesproken tegelijkertijd, met hoogste verbazing achterom naar iets wat ik in mijn voorstellingen zeker weten nog nooit heb meegemaakt: de dame van het stel sliep. De zware benen gevaarlijk ondeftig wijd uit elkaar, het hoofd volledig opzij gezakt, de mond wagenwijd open. En waarom we dan achterom keken? De ongelofelijke decibels van het gesnurk!
Je koopt toch geen ticketjes voor 't theater, om dan heel de voorstelling te missen omdat je diep in slaap valt. En dan op de koop toe de rest van het publiek storen met je oorverdovend geronk!
Hilarisch als het was, we wisten eigenlijk toch niet goed wat er mee te doen. Gegeneerd zijn, al dan niet in hààr plaats? Een beetje ambetant of boos? Even tegen haar voet tikken misschien? Meneer er op aanspreken? Of doodgewoon in een deuk liggen van 't lachen?...
We hebben ons kunnen inhouden, hoor, maar door ons gegiechel misten wij toch ook wat van de voorstelling, met dit extra stukje theater in het theater.
Al bij al, een hele fijne namiddag, zeker voor herhaling vatbaar. En dan ook graag weer mét het lekker biertje maar liefst zónder het gesnurk. ;-)
Dus toen een toffe vriendin vroeg of ik mee wou was dat meteen de start van een fijne namiddag. Zij is een grote fan van de boeken van Agatha Christie en ik genoot altijd geweldig van de Hercule Poirot series op de televisie. "Moord op de Oriënt-express" gespeeld door het Fakkeltheater, in hun eigen Rode Zaal, dat ging ons zeker en vast bevallen.
En dat was ook zo. Mooie decors, fraaie kostuums, prima acteerwerk.
Op de eerste rij van het balkon, met een schitterend uitzicht op alles, genoten we met volle teugen van de voorstelling.
Maar zoals ik zelf uit ervaring goed genoeg weet bevinden er zich in het publiek altijd één of twee 'storende elementen'...
De gsm, die minutenlang muzikaal en luid om aandacht vroeg, niet opgenomen werd en dus ook nog eens eindeloos een bericht-piep ten beste gaf, verstoorde zelfs even de concentratie van een paar acteurs. Zo zonde, en zo onnodig. Als respectvol toeschouwer zet je je gsm al uit jezelf af, nog voor men er bij het begin, tegenwoordig traditioneel, om vraagt, vind ik.
Maar het meest memorabele was toch het oudere koppel achter ons. Om te beginnen arriveerden ze te laat. De plotse lichtinval van het open- en dichtgaande gordijn in het deurgat verstoorde onze aandacht al even. Ze klommen met enige moeite, bijgelicht door de vervelend schelle gsm van de plaatsaanwijzer, naar de stoeltjes hoog achter ons. "Oké, iedereen zit, nu kunnen we ongestoord verder van dit fraaie stuk genieten", dacht ik.
Maar nog geen kwartier later keken mijn vriendin en ik, als afgesproken tegelijkertijd, met hoogste verbazing achterom naar iets wat ik in mijn voorstellingen zeker weten nog nooit heb meegemaakt: de dame van het stel sliep. De zware benen gevaarlijk ondeftig wijd uit elkaar, het hoofd volledig opzij gezakt, de mond wagenwijd open. En waarom we dan achterom keken? De ongelofelijke decibels van het gesnurk!
Je koopt toch geen ticketjes voor 't theater, om dan heel de voorstelling te missen omdat je diep in slaap valt. En dan op de koop toe de rest van het publiek storen met je oorverdovend geronk!
Hilarisch als het was, we wisten eigenlijk toch niet goed wat er mee te doen. Gegeneerd zijn, al dan niet in hààr plaats? Een beetje ambetant of boos? Even tegen haar voet tikken misschien? Meneer er op aanspreken? Of doodgewoon in een deuk liggen van 't lachen?...
We hebben ons kunnen inhouden, hoor, maar door ons gegiechel misten wij toch ook wat van de voorstelling, met dit extra stukje theater in het theater.
Al bij al, een hele fijne namiddag, zeker voor herhaling vatbaar. En dan ook graag weer mét het lekker biertje maar liefst zónder het gesnurk. ;-)
donderdag 25 juni 2015
Afscheid nemen, nog alle dagen opnieuw...
Vandaag is het dag op dag een jaar geleden dat we hem los moesten laten. We hadden onze va liever nog vele jaren bij ons gehouden, maar het lot, of zo je wil het noodlot, besliste daar anders over.
En 365 dagen later zijn we geen van allen klaar met afscheid nemen. Er passeerden familiefeestjes, verjaardagen, communies, uitstapjes en zoveel ontelbare gewone belevenissen,... allemaal zonder hem. En dat gaat ook, hoor, maar 't is toch écht niet hetzelfde.
"Het leven gaat door" krijg je vaak toegeworpen, maar niets is minder waar. Dàt leven, met hem er bij, dàt is vorig jaar abrupt opgehouden. Daar en dan, dat ene ogenblik verplichtte ons een totaal nieuw leven te beginnen, ééntje zonder hem. 't Was dat of niks, meer keuze is er niet.
Maar het gemis blijft groot. Voor mij en voor iedereen. Ik wil niet eens proberen er over na te denken wat zijn afwezigheid voor m'n moeder betekent. Zij deelde meer dan 50 jaar elke dag lief en leed met hem en moet nu zowat absoluut àlles anders en alleen aanpakken. En dat doét ze ook, heel moedig!
In die eerste 12 maanden zonder vader besefte ik zelf pas hoe vaak ik aanspraak op hem maakte, hoe dikwijls hij me, praktisch of met goede raad, te hulp snelde. Die ene speciale levenspartner, man genoeg om enigszins aan m'n vader te kunnen tippen, die liep ik voorlopig nog niet tegen het lijf, en voor mij maakt dat de leegte die onze va, mijn maatje, achter liet des te groter. Er is nu zoveel meer waarvoor ik op mezelf terug val, of waarvoor ik, al dan niet schoorvoetend, nieuwe mensen in m'n leven toelaat. En ergens is dat dan toch wel weer een geschenk, want m'n redelijk kleine wereldje werd daardoor een heel stuk opener.
M'n moeder gaf me een geweldig boek over afscheid nemen waarin ze veel steun vond. Hopelijk ik ook, want af en toe vrees ik dat m'n hersenen of m'n gevoelens, welke van die twee dat weet ik niet precies, een loopje met me nemen... Iets in mij is er nog steeds rotsvast van overtuigd dat hij maar weg is 'voor even'. Ik was er bij toen z'n hart ophield met kloppen. Ik snotterde nog een slaapliedje voor hem terwijl we hem samen vasthielden, m'n moeder, broers, zussen, hun partners en ik. Ik zag hem opgebaard liggen bij de begrafenisondernemer. Daar maakte ik zelfs foto's van. Ik zong op de afscheidsplechtigheid, met honderden getuigen. Z'n foto en het herinneringskaartje staan op de kast naast de foto's van grootva en grootmoe. En toch... Ondanks al die overduidelijke bewijzen van z'n definitieve vertrek verwacht ik nog élke dag dat de deurbel zal klingelen en hij met één of ander onbenullig boodschapje doodgewoon weer bij me binnen stapt, voor de zoveelste keer uitgebreid goedkeurend bromt over het fijne appartement dat ik met z'n hulp kocht en zich dan, tevreden monkelend, met z'n handen op z'n rug strategisch voor het grote venster in de woonkamer posteert om in alle rust en stilte uitgebreid van het fraaie uitzicht te genieten. Zoals altijd. Heel gewoon.
We lachen wel eens dat hij nu vermoedelijk op een wolkje in de hemel met al z'n overleden goeie vrienden en leuke familieleden een goddelijke trippel zit te drinken. Da's misschien geen realiteit maar 't idee is leuk en 't troost.
Alleszins, zelfs nu hij het tijdelijke voor het eeuwige ingeruild heeft, helemaal verdwenen is hij zeker en vast niet. 'Onze va dit, en onze va dat', te pas en te onpas valt het nog uit m'n mond, heel vertrouwd, alsof hij nooit weg gegaan is. Hij is en blijft voor altijd Mijn Vader, en zijn aanwezigheid zindert in duizend-en-één dingen verder. En dat is goed zo. :-)
En 365 dagen later zijn we geen van allen klaar met afscheid nemen. Er passeerden familiefeestjes, verjaardagen, communies, uitstapjes en zoveel ontelbare gewone belevenissen,... allemaal zonder hem. En dat gaat ook, hoor, maar 't is toch écht niet hetzelfde.
"Het leven gaat door" krijg je vaak toegeworpen, maar niets is minder waar. Dàt leven, met hem er bij, dàt is vorig jaar abrupt opgehouden. Daar en dan, dat ene ogenblik verplichtte ons een totaal nieuw leven te beginnen, ééntje zonder hem. 't Was dat of niks, meer keuze is er niet.
Maar het gemis blijft groot. Voor mij en voor iedereen. Ik wil niet eens proberen er over na te denken wat zijn afwezigheid voor m'n moeder betekent. Zij deelde meer dan 50 jaar elke dag lief en leed met hem en moet nu zowat absoluut àlles anders en alleen aanpakken. En dat doét ze ook, heel moedig!
In die eerste 12 maanden zonder vader besefte ik zelf pas hoe vaak ik aanspraak op hem maakte, hoe dikwijls hij me, praktisch of met goede raad, te hulp snelde. Die ene speciale levenspartner, man genoeg om enigszins aan m'n vader te kunnen tippen, die liep ik voorlopig nog niet tegen het lijf, en voor mij maakt dat de leegte die onze va, mijn maatje, achter liet des te groter. Er is nu zoveel meer waarvoor ik op mezelf terug val, of waarvoor ik, al dan niet schoorvoetend, nieuwe mensen in m'n leven toelaat. En ergens is dat dan toch wel weer een geschenk, want m'n redelijk kleine wereldje werd daardoor een heel stuk opener.
M'n moeder gaf me een geweldig boek over afscheid nemen waarin ze veel steun vond. Hopelijk ik ook, want af en toe vrees ik dat m'n hersenen of m'n gevoelens, welke van die twee dat weet ik niet precies, een loopje met me nemen... Iets in mij is er nog steeds rotsvast van overtuigd dat hij maar weg is 'voor even'. Ik was er bij toen z'n hart ophield met kloppen. Ik snotterde nog een slaapliedje voor hem terwijl we hem samen vasthielden, m'n moeder, broers, zussen, hun partners en ik. Ik zag hem opgebaard liggen bij de begrafenisondernemer. Daar maakte ik zelfs foto's van. Ik zong op de afscheidsplechtigheid, met honderden getuigen. Z'n foto en het herinneringskaartje staan op de kast naast de foto's van grootva en grootmoe. En toch... Ondanks al die overduidelijke bewijzen van z'n definitieve vertrek verwacht ik nog élke dag dat de deurbel zal klingelen en hij met één of ander onbenullig boodschapje doodgewoon weer bij me binnen stapt, voor de zoveelste keer uitgebreid goedkeurend bromt over het fijne appartement dat ik met z'n hulp kocht en zich dan, tevreden monkelend, met z'n handen op z'n rug strategisch voor het grote venster in de woonkamer posteert om in alle rust en stilte uitgebreid van het fraaie uitzicht te genieten. Zoals altijd. Heel gewoon.
We lachen wel eens dat hij nu vermoedelijk op een wolkje in de hemel met al z'n overleden goeie vrienden en leuke familieleden een goddelijke trippel zit te drinken. Da's misschien geen realiteit maar 't idee is leuk en 't troost.
Alleszins, zelfs nu hij het tijdelijke voor het eeuwige ingeruild heeft, helemaal verdwenen is hij zeker en vast niet. 'Onze va dit, en onze va dat', te pas en te onpas valt het nog uit m'n mond, heel vertrouwd, alsof hij nooit weg gegaan is. Hij is en blijft voor altijd Mijn Vader, en zijn aanwezigheid zindert in duizend-en-één dingen verder. En dat is goed zo. :-)
zaterdag 20 juni 2015
Geknipt!
De haag knippen! Een paar decennia geleden vond ik dat al geweldig om te doen! Als tiener snoeide ik maar wat graag met de grote haagschaar de toch zeker 400 meter beukenhaag aan die ene kant en achteraan de tuin van m'n ouderlijk huis. Het had iets stoer, én het gaf direct een zeer bevredigend resultaat, iets om trots op te zijn.
Tijdens m'n eerste huwelijk woonde ik in een huis op den boeren buiten omringt door weiden en koeien, en ook door ongeveer een kleine kilometer ligusterhaag. De elektrische haagschaar deed z'n intrede. Ja, wat dacht je...
De oude boertjes uit de buurt vonden het altijd een spektakel, waardig genoeg om naar te komen staan gapen, als ik in de hete zomerzon gekleed in schort, rubberlaarzen en een paar stevige werkhandschoenen, het ensemble zwierig afgetopt met een grote strohoed, het teveel aan groen te lijf ging. Goh, da's allemaal al zo lang geleden...
Ik verhuisde naar een appartement. Zonder een haag uiteraard.
Toen was er het gesukkel met m'n rug en nek, de vele operaties en al het jarenlange emotionele gedoe. Plantjes op het terras, tot daar aan toe, dat ging nog. Een paar meter haag knippen, totààl uit den boze!
Maar ondertussen kunnen die rug en nek wel weer wat hebben en ik geniet langzaam aan ook opnieuw van mooie momenten. Een werkbezoek aan de geweldige tuin van m'n ouders is dus een zeer plezierig verzetje.
En zo knipte ik, opnieuw met een doodgewone manuele haagschaar, na zovele jaren nog eens een paar honderd meter haag. Buxus, deze keer.
Achter me de metershoge sparren die in m'n kindertijd als kerstboom in de huiskamer stonden en waar nu klimrozen en blauwe regen doorheen slingeren. Aan het eind van den hof de reuzegrote wilde kastanjelaar die ik zelf nog als uitgeschoten kastanje in de grond stak en waar m'n moeder altijd een beetje over zucht dat ik beter een tamme had geplant, 'dan hadden we er nu tenminste nog iets aan gehad'... De hele tuin is één geweldige overdosis bloemen in fantastische kleuren en hemelse geuren, dus zoemen en brommen er ook overal om me heen bezige bijtjes en wollige hommels. De meesjes roepen 'suskewiet' en spelen verstoppertje in 't dichte groen. Het roodborstje kijkt aandachtig toe of mijn werk wel naar z'n zin is. En ondertussen bindt en rijft en borstelt ons moe links en rechts met de ijver en vlijt die haar zo eigen is, en bekijkt het resultaat van mijn kapperswerk. 'Da's ook al weer netjes voor een tijdje' zegt ze tevreden.
Het mag vaker voorvallen, zo een dagje stevige handenarbeid samen met ons moe in haar tuin. Gewoon zalig. En dan plof ik nu, moe maar bijzonder tevreden en voldaan, in m'n zetel. Dubbel en dik verdiend, vind ik. :-)
Tijdens m'n eerste huwelijk woonde ik in een huis op den boeren buiten omringt door weiden en koeien, en ook door ongeveer een kleine kilometer ligusterhaag. De elektrische haagschaar deed z'n intrede. Ja, wat dacht je...
De oude boertjes uit de buurt vonden het altijd een spektakel, waardig genoeg om naar te komen staan gapen, als ik in de hete zomerzon gekleed in schort, rubberlaarzen en een paar stevige werkhandschoenen, het ensemble zwierig afgetopt met een grote strohoed, het teveel aan groen te lijf ging. Goh, da's allemaal al zo lang geleden...
Ik verhuisde naar een appartement. Zonder een haag uiteraard.
Toen was er het gesukkel met m'n rug en nek, de vele operaties en al het jarenlange emotionele gedoe. Plantjes op het terras, tot daar aan toe, dat ging nog. Een paar meter haag knippen, totààl uit den boze!
Maar ondertussen kunnen die rug en nek wel weer wat hebben en ik geniet langzaam aan ook opnieuw van mooie momenten. Een werkbezoek aan de geweldige tuin van m'n ouders is dus een zeer plezierig verzetje.
En zo knipte ik, opnieuw met een doodgewone manuele haagschaar, na zovele jaren nog eens een paar honderd meter haag. Buxus, deze keer.
Achter me de metershoge sparren die in m'n kindertijd als kerstboom in de huiskamer stonden en waar nu klimrozen en blauwe regen doorheen slingeren. Aan het eind van den hof de reuzegrote wilde kastanjelaar die ik zelf nog als uitgeschoten kastanje in de grond stak en waar m'n moeder altijd een beetje over zucht dat ik beter een tamme had geplant, 'dan hadden we er nu tenminste nog iets aan gehad'... De hele tuin is één geweldige overdosis bloemen in fantastische kleuren en hemelse geuren, dus zoemen en brommen er ook overal om me heen bezige bijtjes en wollige hommels. De meesjes roepen 'suskewiet' en spelen verstoppertje in 't dichte groen. Het roodborstje kijkt aandachtig toe of mijn werk wel naar z'n zin is. En ondertussen bindt en rijft en borstelt ons moe links en rechts met de ijver en vlijt die haar zo eigen is, en bekijkt het resultaat van mijn kapperswerk. 'Da's ook al weer netjes voor een tijdje' zegt ze tevreden.
Het mag vaker voorvallen, zo een dagje stevige handenarbeid samen met ons moe in haar tuin. Gewoon zalig. En dan plof ik nu, moe maar bijzonder tevreden en voldaan, in m'n zetel. Dubbel en dik verdiend, vind ik. :-)
woensdag 17 juni 2015
Wie het schoentje past...
Ooit heb ik ze voor de lol eens een keer geteld, alle schoenen in mijn kast. Pumps in alle hoogten en kleuren, ballerina's voor alle seizoenen, sandaaltjes met de meest mogelijke en onmogelijke bandjes, zowel praktische als elegante botten, korte laarsjes voor als je niet goed weet wat je wil, stoere bottinekes, concertglitterschoenen met gigantische hakken, allerlei plezante slefferkes voor de snelle aanschiet, zachte pantoffels voor koude dagen die leuk onder pyjama's en kamerjassen passen en één paar stokoude donkergroene trouwe tuingalochen...
Het totaal tikte die dag af op wel 89 paar!
Een mix van verbazing, schaamte, afgrijzen, blijheid, trots en een gevoel van eindeloze rijkdom maar ook verspilling vervulde me. En was dat wel normaal, zoveel schoenen? Of had ik misschien een probleem?...
Ik telde ze nooit meer sinds die dag. Vermoedelijk is de berg tegenwoordig iets minder groot. Met m'n verhuis schonk ik een behoorlijk stuk van de verzameling weg. Maar heel zeker weet ik het dus niet...
Een groot fortuin zit er zeker en vast niet in, in deze collectie: niets is heerlijker dan koopjes uit te snuffelen in de allergoedkoopste achterbuurtwinkeltjes. Het fenomenale budget dat aan een nieuw paar schoenen besteed werd lag zelden hoger dan 15 euro. En dan loop ik daar toch een jaar of 5 mee, hoor! Goed zorgen voor je spullen en waarderen wat je hebt, dat helpt enorm. Het is niet de prijs die de waarde voor mij bepaald, maar hoe dol ik op het schoeisel ben. Daarom hebben bijzonder exemplaren met uitzonderlijke herinneringen een blijvende plek in het opbergmeubel, al worden ze vermoedelijk nooit meer gedragen.
Hoe zuinig je er ook op bent, hoe goed je er ook voor zorgt, schoeisel verslijt uiteindelijk toch en dus moet je op zeker moment zeer geliefde voetentooi vervangen. En ook dat brengt gemengde gevoelens mee: verdriet, om het afscheid van trouwe metgezellen die toch zo fantastisch bij die ene bepaalde outfit pasten, gemengd met de vreugde van het shoppen-zoeken-vinden. En uiteraard ook de frustratie, als de mode weer zo is dat je vreest systematisch over je eigen voeten te vallen, of als dat ene paar hemels mooie pumps, die zo geweldig comfortabel zitten, in de verste verte niet in je budget passen...
Behalve de aankoop eind vorig jaar van die praktische laarsjes die me door de winter hielpen, cadeautje van een gulle weldoener (dat telt niet echt mee, hé, toch?) dateert m'n laatste shoeshoppinguitstap van lang geleden.
Gisteren ondernam ik voor 't eerst in jaren nog eens een poging een aantal afgetrapte exemplaren te vervangen, kwestie van 'zomerklaar' te geraken.
De buit was mager, maar hoera, ik trippel toch weer een tijdje vrolijk geschoeid rond dankzij die 5 paar betaalbaar nieuw fraais, dat, ondanks alles, toch z'n weg vond naar mijn hart, mijn kast en natuurlijk ook naar mijn voeten.
Nu nog een keertje die kast in kwestie uitmesten en ordenen... Maar da's voor morgen. Of zo. Vandaag paradeer ik met prinsessenallures als een heruitgevonden nieuwe vrouw trots heen en weer langst de grote spiegel. Wat een nieuw paar schoenen al niet doet. :-)
Het totaal tikte die dag af op wel 89 paar!
Een mix van verbazing, schaamte, afgrijzen, blijheid, trots en een gevoel van eindeloze rijkdom maar ook verspilling vervulde me. En was dat wel normaal, zoveel schoenen? Of had ik misschien een probleem?...
Ik telde ze nooit meer sinds die dag. Vermoedelijk is de berg tegenwoordig iets minder groot. Met m'n verhuis schonk ik een behoorlijk stuk van de verzameling weg. Maar heel zeker weet ik het dus niet...
Een groot fortuin zit er zeker en vast niet in, in deze collectie: niets is heerlijker dan koopjes uit te snuffelen in de allergoedkoopste achterbuurtwinkeltjes. Het fenomenale budget dat aan een nieuw paar schoenen besteed werd lag zelden hoger dan 15 euro. En dan loop ik daar toch een jaar of 5 mee, hoor! Goed zorgen voor je spullen en waarderen wat je hebt, dat helpt enorm. Het is niet de prijs die de waarde voor mij bepaald, maar hoe dol ik op het schoeisel ben. Daarom hebben bijzonder exemplaren met uitzonderlijke herinneringen een blijvende plek in het opbergmeubel, al worden ze vermoedelijk nooit meer gedragen.
Hoe zuinig je er ook op bent, hoe goed je er ook voor zorgt, schoeisel verslijt uiteindelijk toch en dus moet je op zeker moment zeer geliefde voetentooi vervangen. En ook dat brengt gemengde gevoelens mee: verdriet, om het afscheid van trouwe metgezellen die toch zo fantastisch bij die ene bepaalde outfit pasten, gemengd met de vreugde van het shoppen-zoeken-vinden. En uiteraard ook de frustratie, als de mode weer zo is dat je vreest systematisch over je eigen voeten te vallen, of als dat ene paar hemels mooie pumps, die zo geweldig comfortabel zitten, in de verste verte niet in je budget passen...
Behalve de aankoop eind vorig jaar van die praktische laarsjes die me door de winter hielpen, cadeautje van een gulle weldoener (dat telt niet echt mee, hé, toch?) dateert m'n laatste shoeshoppinguitstap van lang geleden.
Gisteren ondernam ik voor 't eerst in jaren nog eens een poging een aantal afgetrapte exemplaren te vervangen, kwestie van 'zomerklaar' te geraken.
De buit was mager, maar hoera, ik trippel toch weer een tijdje vrolijk geschoeid rond dankzij die 5 paar betaalbaar nieuw fraais, dat, ondanks alles, toch z'n weg vond naar mijn hart, mijn kast en natuurlijk ook naar mijn voeten.
Nu nog een keertje die kast in kwestie uitmesten en ordenen... Maar da's voor morgen. Of zo. Vandaag paradeer ik met prinsessenallures als een heruitgevonden nieuwe vrouw trots heen en weer langst de grote spiegel. Wat een nieuw paar schoenen al niet doet. :-)
zondag 14 juni 2015
Zot van elastiekjes
Zo zot en geobsedeerd als Pompon van zijn voetbal is, zo zot en geobsedeerd is Poekie van elastiekjes. Zo van die hele gewone bruine rubberen rekkerkes. En vraag me niet hoe, maar met grote regelmaat vindt hij er altijd wel weer ergens ééntje dat hij kan inpikken.
En wat hij er dan mee doet, vraag je je af? Geloof het of niet, als hij er ééntje te pakken krijgt amuseert hij zich uren lang door het met één voorpoot en één hoektand weg te schieten door de kamers, om er dan als een gek achteraan te sprinten en het met de nodige schijnbewegingen en zotte sprongen zogezegd te vangen als was het een echte prooi. En dan begint alles weer opnieuw: schieten, spurten, pakken. Uuuuuren!
Ik vraag me nog altijd af hoe Poekie dat helemaal uit zichzelf leerde, maar boven alle verbazing is het gewoon super entertainment om hem zo totaal gefocust en in z'n nopjes bezig te zien.
En alsof het op zich nog geen straf verhaal genoeg is bedacht Poekie er afgelopen week nog een extra kunstje bij!
Vermoedelijk door mij goed te observeren als ik m'n spullen bij elkaar zoek, om te gaan werken bijvoorbeeld, ontdekte hij dat er altijd wel een elastiekje ergens in die handtas zit. Als ik de ritssluiting niet helemaal dicht trek, een opening van een 5-tal centimeter volstaat, dan friemelt hij de tas volledig open om ongegeneerd alles wat er in zit grondig te doorzoeken en desnoods uit te laden tot hij de felbegeerde buit binnen heeft. En content dat hij dan is. Zo fier als ne gieter! Ook geweldig schattig om te zien trouwens.
En uiteraard wordt er dan weer vrolijk geknald, gecrost en gevangen.
't Is gene gewone, mijne Poekie, absoluut een specialleke, maar volgens mij ook echt ook een heel erg slimme kat. Ik denk dat we daar nóg straffe en leuke stunten van kunnen verwachten... ;-)
En wat hij er dan mee doet, vraag je je af? Geloof het of niet, als hij er ééntje te pakken krijgt amuseert hij zich uren lang door het met één voorpoot en één hoektand weg te schieten door de kamers, om er dan als een gek achteraan te sprinten en het met de nodige schijnbewegingen en zotte sprongen zogezegd te vangen als was het een echte prooi. En dan begint alles weer opnieuw: schieten, spurten, pakken. Uuuuuren!
Ik vraag me nog altijd af hoe Poekie dat helemaal uit zichzelf leerde, maar boven alle verbazing is het gewoon super entertainment om hem zo totaal gefocust en in z'n nopjes bezig te zien.
En alsof het op zich nog geen straf verhaal genoeg is bedacht Poekie er afgelopen week nog een extra kunstje bij!
Vermoedelijk door mij goed te observeren als ik m'n spullen bij elkaar zoek, om te gaan werken bijvoorbeeld, ontdekte hij dat er altijd wel een elastiekje ergens in die handtas zit. Als ik de ritssluiting niet helemaal dicht trek, een opening van een 5-tal centimeter volstaat, dan friemelt hij de tas volledig open om ongegeneerd alles wat er in zit grondig te doorzoeken en desnoods uit te laden tot hij de felbegeerde buit binnen heeft. En content dat hij dan is. Zo fier als ne gieter! Ook geweldig schattig om te zien trouwens.
En uiteraard wordt er dan weer vrolijk geknald, gecrost en gevangen.
't Is gene gewone, mijne Poekie, absoluut een specialleke, maar volgens mij ook echt ook een heel erg slimme kat. Ik denk dat we daar nóg straffe en leuke stunten van kunnen verwachten... ;-)
woensdag 10 juni 2015
Sex!!! Of misschien toch niet...
Over bloemetjes en bijtjes schrijf ik eigenlijk al vaak genoeg. Maar vandaag wil ik het even hebben over de figùùrlijke bloemetjes en bijtjes...
Gisterenochtend stond, door een virus van een vriendin, mijn Facebook tijdlijn boordevol keiharde porno. En al moest ik toch ook eventjes met m'n ogen knipperen zo vroeg in de morgen en op m'n nuchtere maag, de algemene walging van vrienden en kennissen verbaasde me echt.
Mij persoonlijk laat het namelijk volledig koud. Die beelden zijn voor mij puur een kwestie van 'gaatjes vullen'. Daarmee is echt alles gezegd.
Iedereen met een gezonde nieuwsgierigheid heeft zeker en vast ook al wel eens zulke filmpjes bekeken. En zeg nu zelf: als je er ééntje gezien hebt, heb je ze allemaal gezien. Zelfde scenario, zelfde expliciete shots, zelfde onwerkelijke lichamen. Hard, koud, afstandelijk, mechanisch, gevoelsloos.
Maar da's uiteraard maar mijn mening, ik, de eeuwige romanticus.
Het zou vermoedelijk niet zo'n booming business zijn mochten zoveel anderen er niet wél iets aan hebben...
Voor mij heeft wat er te zien is in die clips dus in de verste verte niets te maken met 'de liefde bedrijven'.
Ja, ik weet het, ik ben misschien wat ouderwets en niet echt meer mee met de tijd, maar ik verwacht nog steeds goeie ouwe degelijke hofmakerij vooraleer ik met iemand onder (of wie weet 'op' uiteraard) de dekens kruip. Hand in hand wandelen, lekker kussen, warm knuffelen, samen lachen, samen eten... Al die fijne dingen eerst. En liefst heel veel.
En dat wil niet zeggen dat ik een grote softy en super saai ben wat sex betreft, in tegendeel, alles kan, geloof me maar, maar lichamelijke intimiteit, hangt voor mij onlosmakelijk vast aan oprecht liefhebben, diep vertrouwen en geestelijk intimiteit. En er moet humor bij zijn, zeker weten. Niets zo fijn als een bedpartner die je in een deuk legt met z'n zotte kuren.
Misschien komt het door dit wenslijstje dat die intimiteit al erg lang geen deel meer uitmaakt van mijn leven. Wie heeft dat er tegenwoordig nog voor over, zeker voor een eigenwijze vrouw op leeftijd met een ietwat te zwaar lichaam waar aan alle kanten wel iets blubbert, wiebelt en flubbert...
En als er al eens een leuke vent passeert die ik maar wat graag 'tegen mijn gilet zou willen trekken', dan is die 1. of gelukkig getrouwd (en daar zit ík niet mee, maar z'n vrouw gaat me dat zeker en vast kwalijk nemen), 2. minstens 10 jaar jonger (en daar zit ik ook ook niet mee, maar 'k kan me moeilijk voorstellen dat die écht geïnteresseerd zouden zijn), of 3. homo (en daar is geen beginnen aan, maar dat zijn wel m'n allerbeste maatjes...). hihi
Tja, 't is alles of niks met mij... Behalve de knuffels van m'n lieve poezelige venten Poekie en Pompon valt er de komende tijd in m'n bed misschien weinig te beleven, maar je weet maar nooit dat de juiste man m'n pad toch ooit nog kruist, hé. Het hoeft er maar ééntje te zijn... ;-)
Gisterenochtend stond, door een virus van een vriendin, mijn Facebook tijdlijn boordevol keiharde porno. En al moest ik toch ook eventjes met m'n ogen knipperen zo vroeg in de morgen en op m'n nuchtere maag, de algemene walging van vrienden en kennissen verbaasde me echt.
Mij persoonlijk laat het namelijk volledig koud. Die beelden zijn voor mij puur een kwestie van 'gaatjes vullen'. Daarmee is echt alles gezegd.
Iedereen met een gezonde nieuwsgierigheid heeft zeker en vast ook al wel eens zulke filmpjes bekeken. En zeg nu zelf: als je er ééntje gezien hebt, heb je ze allemaal gezien. Zelfde scenario, zelfde expliciete shots, zelfde onwerkelijke lichamen. Hard, koud, afstandelijk, mechanisch, gevoelsloos.
Maar da's uiteraard maar mijn mening, ik, de eeuwige romanticus.
Het zou vermoedelijk niet zo'n booming business zijn mochten zoveel anderen er niet wél iets aan hebben...
Voor mij heeft wat er te zien is in die clips dus in de verste verte niets te maken met 'de liefde bedrijven'.
Ja, ik weet het, ik ben misschien wat ouderwets en niet echt meer mee met de tijd, maar ik verwacht nog steeds goeie ouwe degelijke hofmakerij vooraleer ik met iemand onder (of wie weet 'op' uiteraard) de dekens kruip. Hand in hand wandelen, lekker kussen, warm knuffelen, samen lachen, samen eten... Al die fijne dingen eerst. En liefst heel veel.
En dat wil niet zeggen dat ik een grote softy en super saai ben wat sex betreft, in tegendeel, alles kan, geloof me maar, maar lichamelijke intimiteit, hangt voor mij onlosmakelijk vast aan oprecht liefhebben, diep vertrouwen en geestelijk intimiteit. En er moet humor bij zijn, zeker weten. Niets zo fijn als een bedpartner die je in een deuk legt met z'n zotte kuren.
Misschien komt het door dit wenslijstje dat die intimiteit al erg lang geen deel meer uitmaakt van mijn leven. Wie heeft dat er tegenwoordig nog voor over, zeker voor een eigenwijze vrouw op leeftijd met een ietwat te zwaar lichaam waar aan alle kanten wel iets blubbert, wiebelt en flubbert...
En als er al eens een leuke vent passeert die ik maar wat graag 'tegen mijn gilet zou willen trekken', dan is die 1. of gelukkig getrouwd (en daar zit ík niet mee, maar z'n vrouw gaat me dat zeker en vast kwalijk nemen), 2. minstens 10 jaar jonger (en daar zit ik ook ook niet mee, maar 'k kan me moeilijk voorstellen dat die écht geïnteresseerd zouden zijn), of 3. homo (en daar is geen beginnen aan, maar dat zijn wel m'n allerbeste maatjes...). hihi
Tja, 't is alles of niks met mij... Behalve de knuffels van m'n lieve poezelige venten Poekie en Pompon valt er de komende tijd in m'n bed misschien weinig te beleven, maar je weet maar nooit dat de juiste man m'n pad toch ooit nog kruist, hé. Het hoeft er maar ééntje te zijn... ;-)
zondag 7 juni 2015
Zalige zoete zomervruchten.
Beladen als een muilezel stapte ik naast m'n fiets met m'n wekelijkse aankopen naar huis. Overvolle fietstassen, daar boven op nog wat onder de snelbinder op de porte-bagage, 4 grote boodschappenzakken aan het stuur en m'n handtasje bengelend aan m'n arm, het absolute maximum van wat ik zo op een nog enigszinds deftige manier kan vervoeren.
In één van de straatjes moest ik op het smalle voetpad een oude man in een typische blauwe stofjas passeren die langst de openstaande zijdeur van z'n camionette lege houten kistjes aan het stapelen was.
"Goedemiddag madammeke", zei hij voor me opzij gaande ongelofelijk joviaal in een onmiskenbaar Limburgs accent. "Amai, zwaar geladen zo te zien. Goed dat 't zonneke schijnt, hé."
"Ja, gelukkig maar", lachte ik terug en stapte vrolijk verder.
"Zeg", riep hij me na, "u bent per ongeluk niet geïnteresseerd in verse aardbeien? Vanochtend geplukt in Hoogstraten. 't Zijn m'n laatste 2 bakjes!"
Het klonk erg aanlokkelijk, dus ik stopte en keerde. Hij stak meteen een geanimeerd verhaal af over z'n beste vriend met de kwekerij en hoe hij wat bijverdiende door verse vruchten aan vaste klanten hier te leveren.
"Goh, en wat moet dat kosten?" vroeg ik geamuseerd.
"Wel, normaal gezien 3 euro voor een bakje, maar 't zijn de laatste, ge moogt ze allebei hebben voor 5 euro." En dat vond ik een erg prima deal voor 2 bakjes van elk een halve kilo super verse aardbeien.
Ik friemelde, met moeite m'n fiets met boodschappen tegen m'n been balancerend, de centjes uit m'n handtasje, hij stak de bakjes zorgzaam in een zakje en hing het voorzichtig en met de nodige egards aan m'n arm.
De verdere weg naar huis waaide de zoete vruchtengeur me al veelbelovend tegemoet vanuit het wiebelende plastiekje.
Het was nog een heel karwei om zo beladen door het poortje van de garage te geraken zonder accidenten, maar het lukte. En de beloning was groot! De aardbeien ruiken niet alleen ongelofelijk heerlijk, hun smaak is echt niet te beschrijven hemels! Volgens mij heb ik nog nooit zulke fantastisch lekkere aardbeien gegeten. Een hele kilo gezond snoep om dit weekend van te smikkelen en smullen, meer moet dat écht niet zijn. Zàlig! :-)
In één van de straatjes moest ik op het smalle voetpad een oude man in een typische blauwe stofjas passeren die langst de openstaande zijdeur van z'n camionette lege houten kistjes aan het stapelen was.
"Goedemiddag madammeke", zei hij voor me opzij gaande ongelofelijk joviaal in een onmiskenbaar Limburgs accent. "Amai, zwaar geladen zo te zien. Goed dat 't zonneke schijnt, hé."
"Ja, gelukkig maar", lachte ik terug en stapte vrolijk verder.
"Zeg", riep hij me na, "u bent per ongeluk niet geïnteresseerd in verse aardbeien? Vanochtend geplukt in Hoogstraten. 't Zijn m'n laatste 2 bakjes!"
Het klonk erg aanlokkelijk, dus ik stopte en keerde. Hij stak meteen een geanimeerd verhaal af over z'n beste vriend met de kwekerij en hoe hij wat bijverdiende door verse vruchten aan vaste klanten hier te leveren.
"Goh, en wat moet dat kosten?" vroeg ik geamuseerd.
"Wel, normaal gezien 3 euro voor een bakje, maar 't zijn de laatste, ge moogt ze allebei hebben voor 5 euro." En dat vond ik een erg prima deal voor 2 bakjes van elk een halve kilo super verse aardbeien.
Ik friemelde, met moeite m'n fiets met boodschappen tegen m'n been balancerend, de centjes uit m'n handtasje, hij stak de bakjes zorgzaam in een zakje en hing het voorzichtig en met de nodige egards aan m'n arm.
De verdere weg naar huis waaide de zoete vruchtengeur me al veelbelovend tegemoet vanuit het wiebelende plastiekje.
Het was nog een heel karwei om zo beladen door het poortje van de garage te geraken zonder accidenten, maar het lukte. En de beloning was groot! De aardbeien ruiken niet alleen ongelofelijk heerlijk, hun smaak is echt niet te beschrijven hemels! Volgens mij heb ik nog nooit zulke fantastisch lekkere aardbeien gegeten. Een hele kilo gezond snoep om dit weekend van te smikkelen en smullen, meer moet dat écht niet zijn. Zàlig! :-)
vrijdag 5 juni 2015
Nat, natter, natst.
De hitte hing als een loodzware deken over me heen toen ik daarstraks eindelijk de weg huiswaarts aanvatte. Met moeite hief ik m'n lome voeten op, stap voor stap, richting bushalte. De hete lucht ademde ongemakkelijk.
Aan de halte miste ik nét een bus. Wachten dus.
En er stak een verfrissend briesje op. O, wat deed dat deugd!
Maar al snel veranderde dat zuchtje in heftige windvlagen die boomblaadjes en allerlei andere brol in m'n gezicht smeten en m'n blote benen en tenen zandstraalden. Dat deed een heel stuk minder deugd.
Gelukkig, daar was de bus. Gered!
Misschien zou het me dan tóch nog lukken droog thuis te raken...
Halverwege de rit vielen de eerste dikke druppels.
Tegen de tijd dat ik moest uitstappen en de oversteek naar de metro maken brak de storm in alle hevigheid los. Harde rukwinden en een hemel vol bliksem en donder. Maar in de metro merk je daar meteen niets meer van.
Tot aan de halte van de Sinksenfoor. Daar stapten kleddernatte mensen opgelucht in de droge tram. Dat beloofde...
Een aantal haltes later was het zover: mijn beurt om uit te stappen, niks aan te doen. De regen viel met bakken, de straten stonden blank. Het water stond op sommige plaatsen zo hoog dat ik zelfs op m'n hoge sleehakken tot aan m'n enkels te soppen liep. Om mij heen spurtten medereizigers met plastiek zakjes en handtassen boven hun hoofd razendsnel in alle richtingen.
Het had iets dolkomisch. Als zo'n tekenfilm met zich in veiligheid rennende muisjes of zo, met zo'n vrolijk snel tingeltangelmuziekje er onder.
De storm dreunde in alle hevigheid op me neer. En ik moest er zo geweldig om lachen: volledig doorweekt op je gemakje naar huis wandelen terwijl de regen zich verder ongenadig over je heen uitstort, de straten plots kolkende rivieren zijn en er langst alle kanten van tussen de veelkleurig wolken overal in de lucht fel geflits en rommelend gedonder is.
Zonder enige vorm van haast of ongenoegen heb ik me er totaal aan over gegeven. Nat of natter, hoeveel verschil maakt het?
't Was als douchen met je kleren aan, en hoe vaak doe je dat in je leven?
Tot op m'n ondergoed doorweekt, echt door en door nat,
kwam ik druipend thuis. Maar wel één en al glimlach en totaal ontspannen. Om de één of andere reden maakte dit onweer mij even heel gelukkig. Ik zit er nog van na te genieten. Heerlijk. :-)
Aan de halte miste ik nét een bus. Wachten dus.
En er stak een verfrissend briesje op. O, wat deed dat deugd!
Maar al snel veranderde dat zuchtje in heftige windvlagen die boomblaadjes en allerlei andere brol in m'n gezicht smeten en m'n blote benen en tenen zandstraalden. Dat deed een heel stuk minder deugd.
Gelukkig, daar was de bus. Gered!
Misschien zou het me dan tóch nog lukken droog thuis te raken...
Halverwege de rit vielen de eerste dikke druppels.
Tegen de tijd dat ik moest uitstappen en de oversteek naar de metro maken brak de storm in alle hevigheid los. Harde rukwinden en een hemel vol bliksem en donder. Maar in de metro merk je daar meteen niets meer van.
Tot aan de halte van de Sinksenfoor. Daar stapten kleddernatte mensen opgelucht in de droge tram. Dat beloofde...
Een aantal haltes later was het zover: mijn beurt om uit te stappen, niks aan te doen. De regen viel met bakken, de straten stonden blank. Het water stond op sommige plaatsen zo hoog dat ik zelfs op m'n hoge sleehakken tot aan m'n enkels te soppen liep. Om mij heen spurtten medereizigers met plastiek zakjes en handtassen boven hun hoofd razendsnel in alle richtingen.
Het had iets dolkomisch. Als zo'n tekenfilm met zich in veiligheid rennende muisjes of zo, met zo'n vrolijk snel tingeltangelmuziekje er onder.
De storm dreunde in alle hevigheid op me neer. En ik moest er zo geweldig om lachen: volledig doorweekt op je gemakje naar huis wandelen terwijl de regen zich verder ongenadig over je heen uitstort, de straten plots kolkende rivieren zijn en er langst alle kanten van tussen de veelkleurig wolken overal in de lucht fel geflits en rommelend gedonder is.
Zonder enige vorm van haast of ongenoegen heb ik me er totaal aan over gegeven. Nat of natter, hoeveel verschil maakt het?
't Was als douchen met je kleren aan, en hoe vaak doe je dat in je leven?
Tot op m'n ondergoed doorweekt, echt door en door nat,
dinsdag 2 juni 2015
Tramheldin.
"Moet u aan de volgende halte uitstappen, meneer? Nee? Wil u dan aub doorschuiven en de deur niet blokkeren voor de andere reizigers."
"Juffrouw, voeten op de bank, doet u dat thuis ook? Dat kan u 75 euro boete kosten! Volgens mij kunt u dat geld wel op een betere manier gebruiken!"
"Op de tram wordt niet gegeten, mevrouw. Stop dat broodje snel weer weg in uw tas en stap gerust aan de volgende halte af om op een bankje op het perron verder te eten."
"Jongeman, dat ge uw eigen oren om zeep helpt met die oorverdovende muziek, da's erg genoeg, maar ge moet uw medereizigers er niet ook nog eens mee lastig vallen. Zet het geluid maar snel een heel stuk stiller!"
"Ook ne goedemorgen meneer! Dat u op dit vroege uur al een halve liter bier wenst te drinken, dat moet u weten, dat zijn mijn zaken niet, maar niet op de tram! Volgende halte: in de vuilbak er mee aub!"
De kleine, redelijk bolle mevrouw, kort haar en bril, in een niet echt goed zittend De-Lijn-uniform, met blinkende badge op de borst en piepende walkietalkie aan de riem, stapte vinnig en fluks, op haar duidelijk zeer comfortabele schoenen, heen en weer van vooraan in de tram naar helemaal achteraan en terug. En iedereen die op de één of andere manier de huisregels van het openbaar vervoer overtrad werd streng en kordaat maar tegelijkertijd ook absoluut beleefd en vriendelijk door haar aangesproken.
Door de mengeling van haar charisma en het moederkloekgevoel straalde ze op een erg fijne manier een niet te ontkennen gezag uit. Torenhoge potige kerels, eigenwijze oude madammekes, zelfs de meest tegendraadse hangjongeren,... Iedereen, van welke afkomst, taal of leeftijd dan ook, ze gehoorzaamden allemaal zonder morren.
En ik vond het heerlijk. Ik vond het fan-tas-tisch!
Eigenlijk zouden mensen uit zichzelf genoeg fatsoen en opvoeding moeten hebben om zich aangenaam en respectvol te gedragen in openbare ruimtes, zeker als je zo dicht op elkaar zit als in een tram of een bus, en ik denk vaak "allé, dit kàn toch écht niet meer!..." maar zwijg uit angst er nog een pak rammel bovenop te krijgen...
Mijn ontzag voor deze mevrouw was dus groot.
Liefst had ik haar een enthousiaste staande ovatie gegeven onder luid 'hoera' en 'bravo' geroep, maar dat heb ik bij nader inzien toch maar gelaten: ze zou me zeker en vast vriendelijk maar streng op m'n plaats gezet hebben wegens openbare ordeverstoring en geluidsoverlast... hihi ;-)
"Juffrouw, voeten op de bank, doet u dat thuis ook? Dat kan u 75 euro boete kosten! Volgens mij kunt u dat geld wel op een betere manier gebruiken!"
"Op de tram wordt niet gegeten, mevrouw. Stop dat broodje snel weer weg in uw tas en stap gerust aan de volgende halte af om op een bankje op het perron verder te eten."
"Jongeman, dat ge uw eigen oren om zeep helpt met die oorverdovende muziek, da's erg genoeg, maar ge moet uw medereizigers er niet ook nog eens mee lastig vallen. Zet het geluid maar snel een heel stuk stiller!"
"Ook ne goedemorgen meneer! Dat u op dit vroege uur al een halve liter bier wenst te drinken, dat moet u weten, dat zijn mijn zaken niet, maar niet op de tram! Volgende halte: in de vuilbak er mee aub!"
De kleine, redelijk bolle mevrouw, kort haar en bril, in een niet echt goed zittend De-Lijn-uniform, met blinkende badge op de borst en piepende walkietalkie aan de riem, stapte vinnig en fluks, op haar duidelijk zeer comfortabele schoenen, heen en weer van vooraan in de tram naar helemaal achteraan en terug. En iedereen die op de één of andere manier de huisregels van het openbaar vervoer overtrad werd streng en kordaat maar tegelijkertijd ook absoluut beleefd en vriendelijk door haar aangesproken.
Door de mengeling van haar charisma en het moederkloekgevoel straalde ze op een erg fijne manier een niet te ontkennen gezag uit. Torenhoge potige kerels, eigenwijze oude madammekes, zelfs de meest tegendraadse hangjongeren,... Iedereen, van welke afkomst, taal of leeftijd dan ook, ze gehoorzaamden allemaal zonder morren.
En ik vond het heerlijk. Ik vond het fan-tas-tisch!
Eigenlijk zouden mensen uit zichzelf genoeg fatsoen en opvoeding moeten hebben om zich aangenaam en respectvol te gedragen in openbare ruimtes, zeker als je zo dicht op elkaar zit als in een tram of een bus, en ik denk vaak "allé, dit kàn toch écht niet meer!..." maar zwijg uit angst er nog een pak rammel bovenop te krijgen...
Mijn ontzag voor deze mevrouw was dus groot.
Liefst had ik haar een enthousiaste staande ovatie gegeven onder luid 'hoera' en 'bravo' geroep, maar dat heb ik bij nader inzien toch maar gelaten: ze zou me zeker en vast vriendelijk maar streng op m'n plaats gezet hebben wegens openbare ordeverstoring en geluidsoverlast... hihi ;-)
Abonneren op:
Posts (Atom)










