Zondagochtend, Pasen 2021. Zacht gefilterd door de dikke roze gordijnen valt er een minimum aan morgenlicht de slaapkamer binnen. Knus en warm omgeven door m'n grote roze nest van kussens, lakens en dekentjes geniet ik van het nog net niet helemaal wakker zijn. Kater Poekie tracht me te overhalen om in beweging te komen en de dag te beginnen, en dan het liefst door hem nu meteen te eten te geven! Maar ik lig echt nog veel te lekker. Voor deze ene keer krijgt hij zijn goesting dus eens niet. "Niet getreurd, en van de nood een deugd maken!", zal hij gedacht hebben en legde zich, na wat gezellig gewroet en gekneed, tot een pluizig bolletje opgerold in de kromming van mijn benen. Alles is rust en vrede, zoals dat betaamt op een echte Paasdag.
Lang vervaagde herinneringen aan lang vervlogen paasdagen mengen zich in mijn nog half slapende brein met m'n huidige leven en omgeving. In mijn verbeelding wacht me, daar achter de gesloten gordijnen, een terras exact zoals de grote tuin in de Schoolstraat op Paasochtend in mijn kindertijd. Verstopt tussen de bonte bloemen en struiken, en met veelkleurige lintjes hangend overal aan de bomen en plantenrekjes: een overdaad aan chocolade eieren en vrolijk gekleurd suikerwerk. Ja, de klokken waren bijzonder gul, elk jaar weer. Naast van die grote holle eieren in alle mogelijk soorten chocola, en in elke denkbare grootte, meestal met zo'n kleurrijk lintje bovenaan, altijd met een mooi paasreliëf natuurlijk en al dan niet rammelend gevuld met van die regenboogkleurige suikeren minibolletjes, was er ook steeds een hele lading van die kleine gevulde eitjes, al dan niet met een glimmend foliepapiertje eromheen. Meestal zat er hier en daar ook nog een lekkere chocolade paashaas tussen de narcissen verstopt. Ik heb ze al lang niet meer gezien, maar toen werd al die chocolade ook nog uitgebreid vergezeld door een heel leger knalgele suikeren kipjes. En als ik het me goed herinner, ook door van die pluizige, niet eetbare, ietwat misvormde kuikentjes, gemaakt uit pijpenragers. Kuikens die je altijd op hun pootjes probeerde te zetten en een enigszins deftige vorm trachtte te geven, iets wat zelden goed lukte...
In mijn Paasochtendverbeelding wacht mij, daar achter de nog gesloten roze gordijnen, een terras overladen met minstens even veel kindervreugde. Alsof de Klokken van Rome er een paar keer extra over heen en weer gevlogen zijn, en ik zo dadelijk op m'n pantoffels en in m'n roze (ja, toen ook al!) gebloemde kamerjasje van weleer, met een mandje in de hand, omgeven door m'n opgewonden uitgelaten broertjes en zusjes, losgelaten wordt om al dat lekkers bij elkaar te zoeken. Ik mis dat soort ongebreidelde vreugde en tomeloze enthousiasme tegenwoordig meer dan ooit. De overweldigende geestdrift van het zoeken en de fenomenale blijdschap van het vinden, de onschuldige verwondering ook, en het zalige gevoel van overvloed en rijkdom... Het allemaal opnieuw intens belevend lig ik nog steeds volmaakt gelukkig te genieten in de warmte van de mij zacht omarmende kussens en dekens. De meer dan heerlijke herinnering aan de glunderende snuiten van ons va en ons moe, hun duidelijk voelbare opgetogenheid en geluk, en zeker die sprankelende pretlichtjes in hun ogen, als ze hun kroost zo bezig zagen in de tuin op Paasochtend, doet me zo breed glimlachen dat zelfs de soezende Poekie het merkt. Nadat hij zich uitgebreid -hoe lang kan een kat eigenlijk zijn?!- uitgerekt heeft, komt hij toch nog eens, voor alle zekerheid, je weet maar nooit, met z'n natte neus tegen mijn voorhoofd checken of ik ondertussen eventueel al in beweging wil komen. Eigenlijk ben ik nog totaal niet bereid om al die heerlijke verbeelding los te laten, maar ik weet heus wel dat er zich aan de andere kant van de gordijnen geen paaseitjes te rapen zullen zijn, en je nu eenmaal niet voor eeuwig in dromenland kan vertoeven...
De vrolijk voor me uit richting keuken huppelende poezen Poekie en Pompon maken sowieso veel goed: kinderlijk onschuldig enthousiasme om het komende lekkers! Het is wel opvallend vergelijkbaar, niet dan? De gordijnen in de slaapkamer laat ik, om de verrukkelijke verbeeldingsbubbel nog niet helemaal door te prikken, nog even dicht. En om al die zaligheid nog even langer vast te houden, besluit ik het onmiddellijk, hier en nu, stantepede, zonder dralen of uitstellen, nog voor ontbijt, wassen en aankleden, neer te beginnen schrijven. Zo geniet ik er niet alleen langer van, maar kan ik er ook anderen van laten meegenieten. En m'n fotoboeken haal ik er zo dadelijk ook nog even bij. Kwestie van het plaatje letterlijk en figuurlijk helemaal volledig te maken, hé.
Het schrille geluid van de rinkelende telefoon, met mijn moeder aan de andere kant van de lijn, voor ons dagelijks gesprekje, verbreekt abrupt m'n schrijfconcentratie. Dan kan ik net zo goed even m'n paasontbijt gaan nuttigen: verse toast met komkommersalade en hardgekookte eitjes in schijfjes. Eigenlijk is het ondertussen meer brunchtijd geworden, bijna middageten zelfs. O, nu het toch al zo laat is, kan ik met m'n grote mok dampende koffie in de hand meteen wel even op de televisie kijken wat de paus vandaag te vertellen heeft en misschien ook de 'orbi et urbi' zegen meepikken. Da's eveneens een traditie uit mijn kindertijd. Vaticaanstad gaat duidelijk ernstig gebukt onder verschrikkelijk strenge coronamaatregelen. Geen enorme mensenmassa voor de basiliek, geen overdonderende bloemenpracht uit Nederland, geen fanfares of koren, geen gejuich en geklap. Wel soberheid en ingetogenheid, en een paus die hele wijze, warme en vooral bemoedigende woorden spreekt. Mooi in alle eenvoud, vind ik, en ik voel me oprecht ook hierdoor gezegend.
Terwijl ik naar de drukdoende vogeltjes -er wordt al nestmateriaal verzameld, zie ik- daarbuiten in de tuin en op de voederplekjes van m'n terras kijk, breekt het zonnetje door. Meteen denk ik lachend terug aan die ene half gesmolten paashaas, die we pas een week later tussen ons moe haar bloemen in de tuin terugvonden. "Vanmiddag, bij m'n kopje koffie van 4 uur, neem ik een paar van die gevulde chocolade eitjes!", beslis ik voor mezelf. M'n darmen gaan daar absoluut niet blij mee zijn, dat weet ik nu al, maar af en toe eens volledig eigenwijs en tegen beter weten in heerlijk van iets genieten, dat moet ook al eens kunnen, hé. De vele soorten paasbloemen, die met hun felgeel, knaloranje en spierwit enorm afsteken tegen het nog redelijk donkere en behoorlijk kleurloze terras, knikken, hun bloemhoofden zachtjes wiebelend op een nauwelijks merkbaar briesje, alvast instemmend! ♥️ Zalig Pasen iedereen! ;-)
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label vroeger. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vroeger. Alle posts tonen
zondag 4 april 2021
Zondagochtend, Pasen 2021.
zondag 23 februari 2020
Hoera, ik klus!
Vroeger, bij ons thuis, dienden schoolvakanties niet enkel om te spelen. Nee, er werd door de kinderen élke voormiddag 'geholpen' in en om het huis. En dat was geen vrije keuze, dat was een verplichting. Eéntje waar we geen van allen aan ontsnapten. En de lijst met mogelijke werkjes was lang. En nu ik er zo over nadenk, ook behoorlijk vindingrijk. Creatief zelfs... Ik kan onmogelijk álles opnoemen, maar geef je toch graag een aantal dingen mee.
We kuisten ruiten, fietsen, de auto... of schuurden de garage. Met warm weer super leuk met heel veel gespletter en gesplash. We rommelden de kelder op of uit. Een vaak stoffige bedoening die meestal lumineuze spel- of knutselideetjes voor 's namiddags met zich mee bracht. We reden het gras af. Het hele, enorm gazon, met slechts één 'duwerke'. Da's niet veel meer dan twee wielen met daartussen een stel roterende messen aan een steel met twee handvaten, en dat werkte prima, maar je duwde jezelf zo ongeveer een ongeluk, ge moogt er zeker van zijn. We wiedden het onkruid. In die reuzegrote tuin een nooit eindigend, niet echt geliefd jobke. De haag knippen -jawel, met de haagschaar, niet elektrisch maar puur 'handwerk'- was eerst weggelegd voor mij, als oudste. Later kwamen we allemaal wel eens aan de beurt voor dit 'gespierde' karwei. Meer dan 100 meter haag, da's geen klein werkske, hé. En al heel jong hielpen we reeds mee aan het verwerken van vele kilo's groenten, vaak geweldig overdadige overschotten van de meer dan ijverige tuinders in de buurt, voor in de diepvriezer. Altijd super leuk als je het molentje voor de snijbonen mocht 'bedienen', of het in onze ogen 'magische' apparaatje dat de plastieken zakjes luchtvrij dicht smolt en vervolgens netjes af sneed.
Toen we wat ouder werden kwamen bij de klusjes ook schilderwerken allerhande. De touter werd elke jaar door minstens één van ons van een nieuwe laklaag voorzien, zodat hij niet begon te roesten. Ook het 'terras' van ons grote speelhuis kreeg een propere witte verflaag. Al de houten koterijen in de tuin en het tuinpoortje mochten we telkens weer met een stevige kwast in de carbolineum stoppen. Wat een stinkend plakkerig goedje was dat, zeg, en de vlekken op je vel waren amper weg te schrobben. Maar het smeerde geweldig en super gemakkelijk, en 't stak niet zo nauw hoe je er mee verfde, als het hout er maar goed mee bedekt werd. Dus: we vonden het absoluut leuk om te doen!
Ik herinner me dat onze schilderskwaliteiten op zeker moment goed genoeg waren om ook het houtwerk van de garagepoorten en de vele raamkozijnen van het huis zelf op te schuren en van nieuwe vernis te voorzien, en de bakstenen gevels een laag vochtwerende coating.
O ja, we zullen er zeker en vast alle vijf wel eens ernstig over geklaagd en gezaagd hebben, dat weet ik wel zeker. Maar als ik er nu op terugkijk, moet ik eerlijk bekennen dat ik er ook wel van genoot. Meer nog: ik was stiekem reuze trots op wat ik allemaal kon! Het voelde eigenlijk allemaal best wel stoer aan.
Misschien omdat de mannen in mijn verdere leven allemaal -netjes gezegd- minstens twee linkerhanden hadden, en dus nog niet eens een nieuw peerke in een lamp konden -of wilden?...- draaien; misschien gewoon omdat ik het altijd super plezant vond; wie zal het zeggen; ik ben het blijven doen, al dat klussen. 'k Heb bomen gesnoeid, hagen geschoren, hout gehakt, muurkes gemetseld, vloerkes gelegd, beton gegoten en onvoorstelbaar veel kamers geschilderd. Ik haalde kasten uit elkaar en zette ze weer ineen alsof het maar niks was. Absoluut geen énkel (Ikea)bouwpakket is me een te grote uitdaging. Koud kunstje. Laat maar komen, met plezier zelfs. Probleemkes met 't sanitair of de elektriciteit? Nieuw kraantje steken? Andere stekker aan een lamp? Geen zorgen, ik loste het allemaal zonder al te veel gedoe perfect op. Toen ik als hotelreceptioniste werkte, mocht je steevast mij met m'n werkbak aan je kamerdeur verwachten als er weer eens een venster uit z'n kader gevallen was of het toilet bleef doorlopen. En wat genoot ik steeds weer van die verbaasde blikken... hihihi
Heerlijk vind ik het om dingen te maken, te herstellen en te verfraaien. Werken met m'n handen en m'n gereedschap, daar kan ik echt ontzettend van genieten.
M'n broers waren, bij het leegmaken van mijn vaders werkbank, zeer geïnteresseerd in al het elektrisch gereedschap. Ik ging dolgelukkig naar huis met twee extra koffers voor handwerktuigen. Zalig, zo'n extra set schroevendraaiers en tangen. Super om te gebruiken, die handboorkes van m'n grootvader. Fantastisch om te hebben -en te 'bezigen' natuurlijk-, al die verschillende soorten en maten zagen. En al die 'supplementaire' verfborstels, kwasten, rollen en roerstokjes... haaa, wat een rijkdom. O ja, je kan gerust zeggen dat ik van mijn gereedschap hou.
'k Weet het, zenne, helemaal 'normaal' kunt ge mij als vrouw misschien niet noemen... Beste vriend Roger grapt maar al te graag dat er vermoedelijk toch wel een heel stuk 'vent' in mij zit... En dat stuk zie je vooral aan de oppervlakte komen op een rommelmarkt, waar ik zonder pardon steeds opnieuw blijf plakken bij de kramen met gereedschap -liefst uit de categorieën 'oud spul', 'ongekend gebruik' of 'niet meer gangbaar' wegens vervangen door één of andere elektrische werktuig-, speurend naar handtools 'die ik nog niet heb'... Altijd een gniffelmoment, als we zo met z'n tweeën op stap zijn. Meestal sleurt Roger mij dan gedecideerd verder mee, en zegt, exact zoals een man tegen een 'gewone' vrouw zou zeggen als ze weer eens veel te lang blijft plakken bij de etalage van de zoveelste schoenwinkel: "Ge hebt hier al genoeg van voor de rest van uw leven!"
Kijken naar gereedschap op rommelmarkten doe ik nog steeds. Het gebruiken van al m'n werktuigen, dat zat er de laatste zoveel jaren niet meer in. Natuurlijk heb ik nog wel eens één of ander nageltje ergens in gehamerd, links of rechts wat vijzen los of vast geschroefd, en meer van dat soort minuscuul, te verwaarlozen gereedschapsgebruik, maar de problemen van m'n rug en vooral in m'n nek maakten het me onmogelijk nog écht te klussen. De allerlaatste grote werkzaamheden die ik nog aanpakte, hadden met de renovatie van m'n appartement, nu meer dan zes jaar geleden, te maken. Toen heb ik nog uitgebreid alle kamers geschilderd. Ik hielp met het leggen van de laminaatvloer en zette nieuwe klinken op alle deuren. De volledige keuken, de badkamermeubelen en de paar nieuwe kasten zette ik allemaal met m'n (hand)schroevendraaiersetje, m'n rubberen hamer en het bijgeleverde inbussleuteltje in elkaar. En sindsdien is het stil geweest.
Ja, inderdaad, 'k heb ondertussen al wel, plat op m'n gat op de grond gezeten, wreed op 't gemak (letterlijk en figuurlijk dus! hahaha) en met vooral heel veel pauze tussenin, stuk voor stuk al die kleine keitjes en schelpjes op m'n toiletvloer geplakt, da's waar. En ook, zo goed en kwaad m'n armen het me toestonden, al een begin gemaakt aan de muurschildering, dat klopt... Maar na al die tijd is die kleine ruimte nog steeds niet volledig af geraakt, vrees ik. Edoch, er is hoop. Goede hoop zelfs!
Sinds ik de dry needling behandeling krijg, ben ik gelijk een nieuwe mens! Oké, 'k moet nog steeds niet 't zotteke uithangen. Er blijven uiteraard serieuze beperkingen aan wat ik kan doen en vooral aan hoe ik iets mag aanpakken. Maar, netjes rekening houdend met mijn fysieke mankementen en keurig de grenzen van het 'verstandige' bewakend, klus ik tegenwoordig eindelijk weer!
Het lijstje met openstaande karweitjes werd van z'n dikke laag stof ontdaan, en de eerste klusjes zijn reeds doorgestreept. In de badkamer kregen niet alleen de nieuwe af- en aanvoerpijpen van de wasmachine een mooie lik verf om iets minder qua lelijkheid op te vallen en ietwat in den decor te verdwijnen, ook de achterliggende muur onderging een schoonheidsbehandeling met de verwijdering van gaten en beschadigingen. Goed dat ik zes jaar geleden kwaliteitsverf kocht en... met dit soort klusjes in gedachten, ook nog eens de restjes bijhield! Bij het verwijderen van de kapotte radiator in de keuken werd niet alleen het bezetsel van de muur beschadigd, er bleek ook nog een stuk van de oude tegelmuur achter te zitten. Heel rustig en met absoluut respect voor m'n nek en armen ben ik aan de slag gegaan. En ik voelde het achteraf toch ook wel een beetje, dat geef ik eerlijk toe. Maar... het was ronduit zalig om zo nog eens met hamer en beitel los te mogen gaan! Een stuk muur netjes bezetten, zeker als het nieuwe bezetsel naadloos moet aansluiten bij het reeds bestaande stuk, da's echt wel een vak apart, geloof me. Helemaal perfect is het me dus jammer genoeg niet gelukt. En dan dat schuurwerk, man man man, ellende, pure ellende: pijn en stof! Werkelijk overal! Maar nu, met twee lagen verf -ja, ook van deze kleur had ik nog wat overschot- zie je echt niet meer dat er ooit een vreemd gat achter de vuilbak onder het handdoekrek in de muur van de keuken zat! Ik ben er meer dan tevreden mee. *blink blink*
En dit is nog maar een begin, hoor! Er staan nog zoveel karweitjes groot en klein op dat lijstje... Nog zoveel om met goesting naar uit te kijken, vol goeie moed aan te beginnen, trots op te zijn na afloop, en vooral: van te genieten én over te vertellen dus, nu ik, hoera, weer klus! ;-)
We kuisten ruiten, fietsen, de auto... of schuurden de garage. Met warm weer super leuk met heel veel gespletter en gesplash. We rommelden de kelder op of uit. Een vaak stoffige bedoening die meestal lumineuze spel- of knutselideetjes voor 's namiddags met zich mee bracht. We reden het gras af. Het hele, enorm gazon, met slechts één 'duwerke'. Da's niet veel meer dan twee wielen met daartussen een stel roterende messen aan een steel met twee handvaten, en dat werkte prima, maar je duwde jezelf zo ongeveer een ongeluk, ge moogt er zeker van zijn. We wiedden het onkruid. In die reuzegrote tuin een nooit eindigend, niet echt geliefd jobke. De haag knippen -jawel, met de haagschaar, niet elektrisch maar puur 'handwerk'- was eerst weggelegd voor mij, als oudste. Later kwamen we allemaal wel eens aan de beurt voor dit 'gespierde' karwei. Meer dan 100 meter haag, da's geen klein werkske, hé. En al heel jong hielpen we reeds mee aan het verwerken van vele kilo's groenten, vaak geweldig overdadige overschotten van de meer dan ijverige tuinders in de buurt, voor in de diepvriezer. Altijd super leuk als je het molentje voor de snijbonen mocht 'bedienen', of het in onze ogen 'magische' apparaatje dat de plastieken zakjes luchtvrij dicht smolt en vervolgens netjes af sneed.
Toen we wat ouder werden kwamen bij de klusjes ook schilderwerken allerhande. De touter werd elke jaar door minstens één van ons van een nieuwe laklaag voorzien, zodat hij niet begon te roesten. Ook het 'terras' van ons grote speelhuis kreeg een propere witte verflaag. Al de houten koterijen in de tuin en het tuinpoortje mochten we telkens weer met een stevige kwast in de carbolineum stoppen. Wat een stinkend plakkerig goedje was dat, zeg, en de vlekken op je vel waren amper weg te schrobben. Maar het smeerde geweldig en super gemakkelijk, en 't stak niet zo nauw hoe je er mee verfde, als het hout er maar goed mee bedekt werd. Dus: we vonden het absoluut leuk om te doen!
Ik herinner me dat onze schilderskwaliteiten op zeker moment goed genoeg waren om ook het houtwerk van de garagepoorten en de vele raamkozijnen van het huis zelf op te schuren en van nieuwe vernis te voorzien, en de bakstenen gevels een laag vochtwerende coating.
O ja, we zullen er zeker en vast alle vijf wel eens ernstig over geklaagd en gezaagd hebben, dat weet ik wel zeker. Maar als ik er nu op terugkijk, moet ik eerlijk bekennen dat ik er ook wel van genoot. Meer nog: ik was stiekem reuze trots op wat ik allemaal kon! Het voelde eigenlijk allemaal best wel stoer aan.
Misschien omdat de mannen in mijn verdere leven allemaal -netjes gezegd- minstens twee linkerhanden hadden, en dus nog niet eens een nieuw peerke in een lamp konden -of wilden?...- draaien; misschien gewoon omdat ik het altijd super plezant vond; wie zal het zeggen; ik ben het blijven doen, al dat klussen. 'k Heb bomen gesnoeid, hagen geschoren, hout gehakt, muurkes gemetseld, vloerkes gelegd, beton gegoten en onvoorstelbaar veel kamers geschilderd. Ik haalde kasten uit elkaar en zette ze weer ineen alsof het maar niks was. Absoluut geen énkel (Ikea)bouwpakket is me een te grote uitdaging. Koud kunstje. Laat maar komen, met plezier zelfs. Probleemkes met 't sanitair of de elektriciteit? Nieuw kraantje steken? Andere stekker aan een lamp? Geen zorgen, ik loste het allemaal zonder al te veel gedoe perfect op. Toen ik als hotelreceptioniste werkte, mocht je steevast mij met m'n werkbak aan je kamerdeur verwachten als er weer eens een venster uit z'n kader gevallen was of het toilet bleef doorlopen. En wat genoot ik steeds weer van die verbaasde blikken... hihihi
Heerlijk vind ik het om dingen te maken, te herstellen en te verfraaien. Werken met m'n handen en m'n gereedschap, daar kan ik echt ontzettend van genieten.
M'n broers waren, bij het leegmaken van mijn vaders werkbank, zeer geïnteresseerd in al het elektrisch gereedschap. Ik ging dolgelukkig naar huis met twee extra koffers voor handwerktuigen. Zalig, zo'n extra set schroevendraaiers en tangen. Super om te gebruiken, die handboorkes van m'n grootvader. Fantastisch om te hebben -en te 'bezigen' natuurlijk-, al die verschillende soorten en maten zagen. En al die 'supplementaire' verfborstels, kwasten, rollen en roerstokjes... haaa, wat een rijkdom. O ja, je kan gerust zeggen dat ik van mijn gereedschap hou.
'k Weet het, zenne, helemaal 'normaal' kunt ge mij als vrouw misschien niet noemen... Beste vriend Roger grapt maar al te graag dat er vermoedelijk toch wel een heel stuk 'vent' in mij zit... En dat stuk zie je vooral aan de oppervlakte komen op een rommelmarkt, waar ik zonder pardon steeds opnieuw blijf plakken bij de kramen met gereedschap -liefst uit de categorieën 'oud spul', 'ongekend gebruik' of 'niet meer gangbaar' wegens vervangen door één of andere elektrische werktuig-, speurend naar handtools 'die ik nog niet heb'... Altijd een gniffelmoment, als we zo met z'n tweeën op stap zijn. Meestal sleurt Roger mij dan gedecideerd verder mee, en zegt, exact zoals een man tegen een 'gewone' vrouw zou zeggen als ze weer eens veel te lang blijft plakken bij de etalage van de zoveelste schoenwinkel: "Ge hebt hier al genoeg van voor de rest van uw leven!"
Kijken naar gereedschap op rommelmarkten doe ik nog steeds. Het gebruiken van al m'n werktuigen, dat zat er de laatste zoveel jaren niet meer in. Natuurlijk heb ik nog wel eens één of ander nageltje ergens in gehamerd, links of rechts wat vijzen los of vast geschroefd, en meer van dat soort minuscuul, te verwaarlozen gereedschapsgebruik, maar de problemen van m'n rug en vooral in m'n nek maakten het me onmogelijk nog écht te klussen. De allerlaatste grote werkzaamheden die ik nog aanpakte, hadden met de renovatie van m'n appartement, nu meer dan zes jaar geleden, te maken. Toen heb ik nog uitgebreid alle kamers geschilderd. Ik hielp met het leggen van de laminaatvloer en zette nieuwe klinken op alle deuren. De volledige keuken, de badkamermeubelen en de paar nieuwe kasten zette ik allemaal met m'n (hand)schroevendraaiersetje, m'n rubberen hamer en het bijgeleverde inbussleuteltje in elkaar. En sindsdien is het stil geweest.
Ja, inderdaad, 'k heb ondertussen al wel, plat op m'n gat op de grond gezeten, wreed op 't gemak (letterlijk en figuurlijk dus! hahaha) en met vooral heel veel pauze tussenin, stuk voor stuk al die kleine keitjes en schelpjes op m'n toiletvloer geplakt, da's waar. En ook, zo goed en kwaad m'n armen het me toestonden, al een begin gemaakt aan de muurschildering, dat klopt... Maar na al die tijd is die kleine ruimte nog steeds niet volledig af geraakt, vrees ik. Edoch, er is hoop. Goede hoop zelfs!
Sinds ik de dry needling behandeling krijg, ben ik gelijk een nieuwe mens! Oké, 'k moet nog steeds niet 't zotteke uithangen. Er blijven uiteraard serieuze beperkingen aan wat ik kan doen en vooral aan hoe ik iets mag aanpakken. Maar, netjes rekening houdend met mijn fysieke mankementen en keurig de grenzen van het 'verstandige' bewakend, klus ik tegenwoordig eindelijk weer!
Het lijstje met openstaande karweitjes werd van z'n dikke laag stof ontdaan, en de eerste klusjes zijn reeds doorgestreept. In de badkamer kregen niet alleen de nieuwe af- en aanvoerpijpen van de wasmachine een mooie lik verf om iets minder qua lelijkheid op te vallen en ietwat in den decor te verdwijnen, ook de achterliggende muur onderging een schoonheidsbehandeling met de verwijdering van gaten en beschadigingen. Goed dat ik zes jaar geleden kwaliteitsverf kocht en... met dit soort klusjes in gedachten, ook nog eens de restjes bijhield! Bij het verwijderen van de kapotte radiator in de keuken werd niet alleen het bezetsel van de muur beschadigd, er bleek ook nog een stuk van de oude tegelmuur achter te zitten. Heel rustig en met absoluut respect voor m'n nek en armen ben ik aan de slag gegaan. En ik voelde het achteraf toch ook wel een beetje, dat geef ik eerlijk toe. Maar... het was ronduit zalig om zo nog eens met hamer en beitel los te mogen gaan! Een stuk muur netjes bezetten, zeker als het nieuwe bezetsel naadloos moet aansluiten bij het reeds bestaande stuk, da's echt wel een vak apart, geloof me. Helemaal perfect is het me dus jammer genoeg niet gelukt. En dan dat schuurwerk, man man man, ellende, pure ellende: pijn en stof! Werkelijk overal! Maar nu, met twee lagen verf -ja, ook van deze kleur had ik nog wat overschot- zie je echt niet meer dat er ooit een vreemd gat achter de vuilbak onder het handdoekrek in de muur van de keuken zat! Ik ben er meer dan tevreden mee. *blink blink*
En dit is nog maar een begin, hoor! Er staan nog zoveel karweitjes groot en klein op dat lijstje... Nog zoveel om met goesting naar uit te kijken, vol goeie moed aan te beginnen, trots op te zijn na afloop, en vooral: van te genieten én over te vertellen dus, nu ik, hoera, weer klus! ;-)
dinsdag 3 april 2018
Tijden veranderen...
Zoals wel vaker op vrije dagen haalden allerlei timmer- en bonsgeluiden van de buren aan de andere kant van m'n badkamermuur me gisteren een beetje bruusk uit m'n slaap. Terwijl ik gelaten de gordijnen open schoof moesten er blijkbaar bij de bovenburen dringend en met luid piepende en knarsende poten zware meubelen verschoven worden. In de hal weerklonk, vermengd met onbetwistbare verhuisgeluiden, ernstig en onverbloemd gevloek over het nog steeds defect zijn van de 2e lift. Door het slaapkamerraam, duidelijk ook wel weer eens aan een sopje toe, aanschouwde ik de kille sombere grijsheid van de zondagochtend. Werkelijk niets duidde erop dat deze dag één van de meest belangrijke hoogdagen in het kerkelijk jaar was. Tijden veranderen. Ook Paas-tijden blijkbaar. En het verschil met 'vroeger' is groot, bijzonder groot.
Toen begon Pasen al met de 40 dagen vastentijd, bij ons letterlijk een periode van 'versterving', minder van alles dus. Sobere maaltijden, totale afwezigheid van snoepgoed, zulke dingen. Die vreselijke zure pekelharing met de kurkdroge gekookte patatten op vrijdag vergeet ik van m'n leven niet, maar je at ze, en met smaak zelfs, door de grote honger... En er werd behoorlijk veel tijd in de kerk doorgebracht. In de Goede Week leek het bijna alsof je er woonde! Overdag braaf naar de mis met de hele school en 's avonds, nog eens zo devoot, opnieuw met de hele familie. Mijn beeldhoudende zus maakte ooit 13 stenen kelken voor de viering van het Laatste Avondmaal op Witte Donderdag. Goed mogelijk dat die in de kerk in kwestie nog steeds in gebruik zijn. Op Goede Vrijdag -en dat vonden wij als kinderen super leuk- kwam onze va extra vroeg van z'n werk bij de bank die -heden ten dage trouwens nog steeds- om 15u sloot, het uur waarop Jesus vermoedelijk gestorven zou zijn, om, je raadt het al, gezellig samen met de hele familie de speciale kerkdienst bij te wonen. En de stilte van Stille Zaterdag diende om al onze zondagse kledij klaar te leggen, zodat we er de dag erna letterlijk op ons Paasbest uit zagen. Je stelde je er allemaal absoluut geen vragen bij, het was gewoon zoals het was. Het hoorde zo. Zo ging het altijd al. Traditie heet dat, hé.
Zingen in de kerk hoorde er voor mij uiteraard ook altijd bij. Eerst met de school, dan bij het Jongerenkoor en later als sopraan-solo. Paasvieringen, Paaswakes en natuurlijk de vele verschillende passieconcerten. Met het langzaam wegvallen van zovele andere gewoontes was deze door mij meest geliefde traditie er ééntje die gelukkig wel stand hield. Tot 2 jaar geleden... Deze Pasen zong ik tot mijn groot verdriet alweer geen noot. Niet één passie of oratorium had nood aan mijn bijdrage, en blijkbaar vonden ook alle mogelijke kerkdiensten andere muzikale invulling. Erger nog: het kerkje dat ik jarenlang als zeer graag geziene gast bij zowat alle hoogdagen al zingende met zoveel extra feestvreugde mocht vullen werd het afgelopen jaar ontwijdt wegens geen priester meer...
Het hele eieren-verstoppen-en-zoeken-plezier gaat totaal aan je voorbij als je zelf geen kinderen hebt, en al helemaal als ook de eventuele echtgenoten of liefjes het nut van zulke grappige zoete fratsen niet (willen) inzien. Jarenlang speelde ik dus m'n eigen paasklok -of haas, jij mag kiezen- en kocht mezelf dan maar wat lekkers. En nu, met die lactose-intolerantie, trakteer ik mezelf op een doos meestal veel te dure aardbeien en blijft de chocolade-snoeperij beperkt tot het exceptionele kleine gevulde eitje bij het kopje koffie op een al even zeldzaam avondje uit.
M'n moeder en ik zochten dit jaar tevergeefs zowat alle mogelijk televisiekanalen af op zoek naar de typische wat soft aandoende 'Jesus-films', zoals we daar jarenlang graag naar keken in de week voor Pasen. Behalve een reportage over een erg mooie Paasprocessie ergens in Nederland vonden we niets meer. Ik begin zelfs een beetje te vermoeden dat we nog blij mochten zijn de pauselijke zegen op zondag te kunnen volgen...
Vandaag, paasmaandag of tweede paasdag, is m'n hele leven lang familie-dag geweest. Verliefd, getrouwd, met eigen kinderen, 't maakte niet uit: op paasmaandag zakte absoluut iedereen van ons gezin zonder fout af naar het ouderlijk huis en moesten en zouden we met z'n allen naar de kermis! Zelfs toen onze va er niet meer was om voor zowat elk kraam met gulle hand te trakteren, bleven we gaan, al was het maar om de traditie en de nagedachtenis. Maar ook dat verwaterde stilletjes aan. En dit jaar... zit ik thuis achter m'n computer met dit verhaal te worstelen, alleen. Broers en zussen hadden hele andere plannen, en zo houdt deze bijna levenslange paasmaandag-familie-traditie vermoedelijk ook op.
Oei, mijn Paasverhaal valt precies een stuk treuriger uit dan voorzien. Misschien ben ik ongemerkt toch een beetje in een oude nostalgische dwaas veranderd, zo met die lichte doch overduidelijke heimwee naar vroeger. Maar geef toe dat ook jij niet volledig zonder gevoel van spijt al dat soort tradities in je eigen leven één voor één ziet verdwijnen.
En al kan en zal ik niet ontkennen dat ik nog steeds van de schoonheid van al het ceremonieel houdt, de strikte kerkelijke dwangbuis liet ik al heel lang geleden achter me. De waarden uit zo'n zwaar christelijke opvoeding draag je sowieso de rest van je leven mee, maar echte waarden zijn universeel. Net zoals de diepere betekenis van Pasen. Of je nu in iets gelooft of niet, die blijde boodschap van 'verrijzenis', in welke vorm dan ook en uit alles wat je als 'dood' kan ervaren, die kan iedereen verstaan en gebruiken. Opstaan, verrijzen, herleven, recht krabbelen, opbloeien... uit onderdrukking, verdriet, angst, geweld... Of soms, hoe zot het ook mag klinken, zoals ik zelf in de allermoeilijkste dagen van m'n depressie: gewoon het letterlijke, ogenschijnlijk o zo simpele, opstaan uit bed... Jammer genoeg weerklinken met het wegvallen van zovele tradities als aanknopings- of steunpunt ook die verrijzeniswoorden, woorden van hoop, kracht en herboren worden, steeds minder helder... Een gemiste kans volgens mij, het verdwijnen van een mogelijke kapstok om mensenlevens mee overeind te houden...
Och, je kent me ondertussen al wel een beetje, hé: nooit een negatieve bedenking, nooit een minder vrolijk verhaal zonder dat ik er ook een minstens even positieve gedachte bij maak. En in dit geval is die gedachte verrassend simpel en duidelijk: tijden veranderen, dat is altijd al zo geweest, en bij alles wat ophoudt, begint er iets nieuws. Inderdaad, ik hoor het je al zeggen: 'als God een deur sluit, opent hij wel ergens een raam'. Wie weet staan we hier dus met al die eindigende tradities heel gewoon aan het begin van zovele en mogelijk nog veel mooiere nieuwe. We kunnen het alleen nog niet zien... En voilà, zie nu: daarmee is heel dat verrijzenisverhaal meteen nog maar eens bijzonder hedendaags en absoluut van toepassing gebleken! Komt dà tegen! Straf, hé. ;-)
Toen begon Pasen al met de 40 dagen vastentijd, bij ons letterlijk een periode van 'versterving', minder van alles dus. Sobere maaltijden, totale afwezigheid van snoepgoed, zulke dingen. Die vreselijke zure pekelharing met de kurkdroge gekookte patatten op vrijdag vergeet ik van m'n leven niet, maar je at ze, en met smaak zelfs, door de grote honger... En er werd behoorlijk veel tijd in de kerk doorgebracht. In de Goede Week leek het bijna alsof je er woonde! Overdag braaf naar de mis met de hele school en 's avonds, nog eens zo devoot, opnieuw met de hele familie. Mijn beeldhoudende zus maakte ooit 13 stenen kelken voor de viering van het Laatste Avondmaal op Witte Donderdag. Goed mogelijk dat die in de kerk in kwestie nog steeds in gebruik zijn. Op Goede Vrijdag -en dat vonden wij als kinderen super leuk- kwam onze va extra vroeg van z'n werk bij de bank die -heden ten dage trouwens nog steeds- om 15u sloot, het uur waarop Jesus vermoedelijk gestorven zou zijn, om, je raadt het al, gezellig samen met de hele familie de speciale kerkdienst bij te wonen. En de stilte van Stille Zaterdag diende om al onze zondagse kledij klaar te leggen, zodat we er de dag erna letterlijk op ons Paasbest uit zagen. Je stelde je er allemaal absoluut geen vragen bij, het was gewoon zoals het was. Het hoorde zo. Zo ging het altijd al. Traditie heet dat, hé.
Zingen in de kerk hoorde er voor mij uiteraard ook altijd bij. Eerst met de school, dan bij het Jongerenkoor en later als sopraan-solo. Paasvieringen, Paaswakes en natuurlijk de vele verschillende passieconcerten. Met het langzaam wegvallen van zovele andere gewoontes was deze door mij meest geliefde traditie er ééntje die gelukkig wel stand hield. Tot 2 jaar geleden... Deze Pasen zong ik tot mijn groot verdriet alweer geen noot. Niet één passie of oratorium had nood aan mijn bijdrage, en blijkbaar vonden ook alle mogelijke kerkdiensten andere muzikale invulling. Erger nog: het kerkje dat ik jarenlang als zeer graag geziene gast bij zowat alle hoogdagen al zingende met zoveel extra feestvreugde mocht vullen werd het afgelopen jaar ontwijdt wegens geen priester meer...
Het hele eieren-verstoppen-en-zoeken-plezier gaat totaal aan je voorbij als je zelf geen kinderen hebt, en al helemaal als ook de eventuele echtgenoten of liefjes het nut van zulke grappige zoete fratsen niet (willen) inzien. Jarenlang speelde ik dus m'n eigen paasklok -of haas, jij mag kiezen- en kocht mezelf dan maar wat lekkers. En nu, met die lactose-intolerantie, trakteer ik mezelf op een doos meestal veel te dure aardbeien en blijft de chocolade-snoeperij beperkt tot het exceptionele kleine gevulde eitje bij het kopje koffie op een al even zeldzaam avondje uit.
M'n moeder en ik zochten dit jaar tevergeefs zowat alle mogelijk televisiekanalen af op zoek naar de typische wat soft aandoende 'Jesus-films', zoals we daar jarenlang graag naar keken in de week voor Pasen. Behalve een reportage over een erg mooie Paasprocessie ergens in Nederland vonden we niets meer. Ik begin zelfs een beetje te vermoeden dat we nog blij mochten zijn de pauselijke zegen op zondag te kunnen volgen...
Vandaag, paasmaandag of tweede paasdag, is m'n hele leven lang familie-dag geweest. Verliefd, getrouwd, met eigen kinderen, 't maakte niet uit: op paasmaandag zakte absoluut iedereen van ons gezin zonder fout af naar het ouderlijk huis en moesten en zouden we met z'n allen naar de kermis! Zelfs toen onze va er niet meer was om voor zowat elk kraam met gulle hand te trakteren, bleven we gaan, al was het maar om de traditie en de nagedachtenis. Maar ook dat verwaterde stilletjes aan. En dit jaar... zit ik thuis achter m'n computer met dit verhaal te worstelen, alleen. Broers en zussen hadden hele andere plannen, en zo houdt deze bijna levenslange paasmaandag-familie-traditie vermoedelijk ook op.
Oei, mijn Paasverhaal valt precies een stuk treuriger uit dan voorzien. Misschien ben ik ongemerkt toch een beetje in een oude nostalgische dwaas veranderd, zo met die lichte doch overduidelijke heimwee naar vroeger. Maar geef toe dat ook jij niet volledig zonder gevoel van spijt al dat soort tradities in je eigen leven één voor één ziet verdwijnen.
En al kan en zal ik niet ontkennen dat ik nog steeds van de schoonheid van al het ceremonieel houdt, de strikte kerkelijke dwangbuis liet ik al heel lang geleden achter me. De waarden uit zo'n zwaar christelijke opvoeding draag je sowieso de rest van je leven mee, maar echte waarden zijn universeel. Net zoals de diepere betekenis van Pasen. Of je nu in iets gelooft of niet, die blijde boodschap van 'verrijzenis', in welke vorm dan ook en uit alles wat je als 'dood' kan ervaren, die kan iedereen verstaan en gebruiken. Opstaan, verrijzen, herleven, recht krabbelen, opbloeien... uit onderdrukking, verdriet, angst, geweld... Of soms, hoe zot het ook mag klinken, zoals ik zelf in de allermoeilijkste dagen van m'n depressie: gewoon het letterlijke, ogenschijnlijk o zo simpele, opstaan uit bed... Jammer genoeg weerklinken met het wegvallen van zovele tradities als aanknopings- of steunpunt ook die verrijzeniswoorden, woorden van hoop, kracht en herboren worden, steeds minder helder... Een gemiste kans volgens mij, het verdwijnen van een mogelijke kapstok om mensenlevens mee overeind te houden...
Och, je kent me ondertussen al wel een beetje, hé: nooit een negatieve bedenking, nooit een minder vrolijk verhaal zonder dat ik er ook een minstens even positieve gedachte bij maak. En in dit geval is die gedachte verrassend simpel en duidelijk: tijden veranderen, dat is altijd al zo geweest, en bij alles wat ophoudt, begint er iets nieuws. Inderdaad, ik hoor het je al zeggen: 'als God een deur sluit, opent hij wel ergens een raam'. Wie weet staan we hier dus met al die eindigende tradities heel gewoon aan het begin van zovele en mogelijk nog veel mooiere nieuwe. We kunnen het alleen nog niet zien... En voilà, zie nu: daarmee is heel dat verrijzenisverhaal meteen nog maar eens bijzonder hedendaags en absoluut van toepassing gebleken! Komt dà tegen! Straf, hé. ;-)
maandag 20 november 2017
De goeien ouwen tijd.
"Of ik dat vroeger ook gedaan had?" wilden de kinderen die voor de zoveelste hevige stortvlaag bij mij in het tramhokje kwamen schuilen weten. Ze droegen alle zeven inline skates, skeelers heet dat blijkbaar in het Nederlands. Allé, zo van die rolschaatsen met alle 4 wielen op één rij dus. "Ja, hoor" antwoordde ik, "maar wij hadden per voet 2 wielen naast elkaar vooraan en 2 wielen naast elkaar achteraan. Wat jullie nu dragen, dat bestond toen nog niet." Ze keken me een beetje met ongeloof aan. "Maar ons model is toch ook al heeeel oud!" zeiden ze, "onze papa reed daar al mee!" "En in de winter" vertelde ik verder, "dan schaatsten wij op de dichtgevroren vijver van het park. Dat kon en mocht toen nog." 'k Heb maar niet beschreven met wat voor schaatsen, want hun verbazing was al groot genoeg. "Echt of wá!?" viel er verbluft uit de open monden.
De oudste van het stel, een slungelige gast bijna even groot als ik, 13 jaar en nog niet droog achter z'n oren maar wel zelfverklaarde 'man van de wereld', stak de hele tijd absoluut niet onder stoelen of banken dat hij mij een 'wreed knappe madam' vond. Met veel zogezegd gezag maande hij zelfs de rest aan om vooral eens goed en van dichtbij naar mijn ogen te komen kijken, want dat had hij nog nooit van z'n leven gezien, zulke ongelooofelijke licht-blauw-grijze ogen.
Al snel bleek ik ouder dan hun moeder te zijn, zelfs bijna even oud als hun oma. En dat moet voor hen vooral qua uiterlijk een wereld van verschil betekend hebben want ze bléven er onder elkaar met totale verwondering over praten. Het enige meisje in het gezelschap, een bijzonder mooi kind met prachtige grote hazelnootkleurige ogen, ik schat haar een jaar of 7, schuifelde heel voorzichtig tot dicht bij me en fluisterde "Jij bent zeker een prinses, zo mooi." 'k Had nog juist de tijd om haar intens gelukkig te maken door haar breed glimlachend te verzekeren "dat ik haar minstens even mooi vond en dat zij dus zeker ook een prinses kon zijn", want daar kwam haar broer alweer aanstormen met z'n volgende vraag. "Of ik ook een man had?" wilde hij, stoere gast, weten, overduidelijk hengelend naar een mogelijke 'openstaande vacature'... Maar daar draaide de tram luid piepend om de hoek en verlegde aldus meteen -oef- alle aandacht. "Niet meer" beantwoordde ik de vraag nog voor mezelf terwijl we allemaal in het rijtuig stapten, "want dié, die vonden mij niét mooi genoeg..."
Een paar haltes verder namen ze afscheid van me als van een geliefd familielid dat op verre reis vertrok, mij en de tram enthousiast en uitgelaten nazwaaiend.
En zowel dat familiegevoel als die herinneringen aan lang vervlogen tijden pasten wonderwel bij de planning voor de rest van deze zondag! Ik was namelijk onderweg naar ons moe, om samen naar een theaterstuk te gaan kijken waarin een nichtje van mij -één van de zovele nichtjes, maar dit is een specialleke, ligt me nét dat ietsje nauwer aan het hart- meespeelt!
Het Wijnegemse Toneelgezelschap speelt in de theaterzaal van 't Gasthuis, dus op hetzelfde podium dat ik over een 4-tal weken ook weer onveilig maak met mijnen O.C.D. (Obsessive Christmas Disorder), de productie 'De Parochie van Miserie'. En naast de serieuze dialogen en monologen wordt er ook hier geweldig veel gelachen en bijzonder veel gezongen, maar zij staan met minstens ne man of 30 méér op de scene...
Nog voor het doven van de zaallichten werden we door foto's en filmpjes meegenomen naar het Antwerpen uit lang vervlogen tijden, zo ergens rond 1900 -ja, dus toch nog ietske verder dan míjn rol- en ijsschaatsende jeugdjaren, mocht u het zich afvragen- waar in het Sint-Andrieskwartier het doodgewone volk z'n dagelijkse strijd om te overleven voert. En dat gaat net zo goed met ne lach, ne zwans en een lied als met meer dan bloedige ernst.
Voor je 't weet leef je helemaal mee met de vele typische volksfiguren, gun je hen van harte een beter bestaan en zou je bijna in hun plaats die Franssprekende blaaskaken met hun chichi kakmadammen een 'peer oep hun bakkes' willen verkopen. Wat me naadloos bij een gegeven brengt waar ik toch erg lang, enigszins verontrustend lang zelfs, gefascineerd bij stil ben blijven staan: één schijthuis -mijn excuses voor m'n taalgebruik maar een beter woord bestaat er niet- voor 10 gezinnen... ik kon het bijna tot op de vierde rij ruiken!...
Reeds tijdens de pauze, bij de gratis koffie met geweldig lekker koffiekoekjes -wat een traktatie!- ontspon zich een bijzonder boeiend gesprek over o.a. hoe het toen, in die tijd, wel gestonken moest hebben, en over het in een zinken teil met bruine zeep schoon geschrobd worden en met ijskoud water afgespoeld. 's Zomers buiten, en 's winters voor de kachel. Dat heb ík zelfs nog gekend!
Bon, genoeg herinneringen opgehaald, terug naar het stuk. Te midden de vele volksmensen in hun wat grauwe eentonig kleding, gebracht door acteurs en actrices van heel diverse leeftijden en bijna even divers talent, wiebelt en waggelt er één ontzettend kleurrijk figuur over het toneel: Zatte Nel, met verve en meer dan geloofwaardig straalbezopen tot leven gebracht door mijn nicht Ilke. Ze had me vooraf verteld super zenuwachtig te zijn om zo op de scene te zingen met haar nicht 'de échte zangeres' in de zaal, maar 'k weet nog steeds niet waar dat voor nodig was, want ik vond het geweldig! Dat ze kon dansen, dat wist ik al -ze was jarenlang een kleine beroemdheid op de televisie. Echt waar!- maar verdorie, acteren en zingen kan ze dus ook prima. Aha, interessant, dacht de concertorganisator in mij, al weet ik nog niet waarvoor, dat schept mogelijkheden!... Ilke, hou je maar klaar, daar spreek ik je nog wel eens over. Wordt vervolgd!
Ik heb echt van de voorstelling genoten, oprecht hartelijk gelachen en -emotionele softy die ik ben- onverwacht intens meegeleefd met het lief en leed van de personages. Het super schattige piepkleine blonde meisje dat als ne grote elke tekst kende en uit volle borst alles meezong, de acteur-accordeonist die de volledig orkestpartij schitterend voor z'n rekening nam, de vele begeesterde jongeren, de gemoedelijke ouwe rotten... zo leuk allemaal. Vooral de zang met de hele groep vond ik indrukwekkend. Bijna beangstigend dreigend, en evenredig krachtig in overtuiging als in aantal in decibels! Amai, m'n oren. Cool!
En misschien was niet alles in de hele voorstelling van het zelfde niveau, of even juist, of even sterk, of wat dan ook, dat voegde wat mij betreft alleen maar extra charme toe.
De ijskoude wind en de hagelvlagen tijdens het eerste stuk van m'n reis huiswaarts brachten me in gedachten terug naar lang vervlogen tijden, m'n eigen kinderjaren waarin de wereld nog zoveel vredevoller en simpeler leek, en elke winter vol sneeuw en ijs. En even later stond ik met de zotte strakke wind in m'n wild flapperende losse haren kinderlijk gelukkig omhoog kijken naar een paar stralende regenbogen. "Ge wordt oud, Stinnewis", zei ik met een zucht luidop tegen mezelf, "als er steeds vaker van die verhalen over 'vroeger' en 'toen ik jong was' uit je rollen..." Al bewees vandaag me toch ook maar weer mooi dat m'n gezicht alvast nog een paar decennia achter loopt en dus -hoera- nog lang niet in de goeien ouwen tijd thuishoort... ;-)
De oudste van het stel, een slungelige gast bijna even groot als ik, 13 jaar en nog niet droog achter z'n oren maar wel zelfverklaarde 'man van de wereld', stak de hele tijd absoluut niet onder stoelen of banken dat hij mij een 'wreed knappe madam' vond. Met veel zogezegd gezag maande hij zelfs de rest aan om vooral eens goed en van dichtbij naar mijn ogen te komen kijken, want dat had hij nog nooit van z'n leven gezien, zulke ongelooofelijke licht-blauw-grijze ogen.
Al snel bleek ik ouder dan hun moeder te zijn, zelfs bijna even oud als hun oma. En dat moet voor hen vooral qua uiterlijk een wereld van verschil betekend hebben want ze bléven er onder elkaar met totale verwondering over praten. Het enige meisje in het gezelschap, een bijzonder mooi kind met prachtige grote hazelnootkleurige ogen, ik schat haar een jaar of 7, schuifelde heel voorzichtig tot dicht bij me en fluisterde "Jij bent zeker een prinses, zo mooi." 'k Had nog juist de tijd om haar intens gelukkig te maken door haar breed glimlachend te verzekeren "dat ik haar minstens even mooi vond en dat zij dus zeker ook een prinses kon zijn", want daar kwam haar broer alweer aanstormen met z'n volgende vraag. "Of ik ook een man had?" wilde hij, stoere gast, weten, overduidelijk hengelend naar een mogelijke 'openstaande vacature'... Maar daar draaide de tram luid piepend om de hoek en verlegde aldus meteen -oef- alle aandacht. "Niet meer" beantwoordde ik de vraag nog voor mezelf terwijl we allemaal in het rijtuig stapten, "want dié, die vonden mij niét mooi genoeg..."
Een paar haltes verder namen ze afscheid van me als van een geliefd familielid dat op verre reis vertrok, mij en de tram enthousiast en uitgelaten nazwaaiend.
En zowel dat familiegevoel als die herinneringen aan lang vervlogen tijden pasten wonderwel bij de planning voor de rest van deze zondag! Ik was namelijk onderweg naar ons moe, om samen naar een theaterstuk te gaan kijken waarin een nichtje van mij -één van de zovele nichtjes, maar dit is een specialleke, ligt me nét dat ietsje nauwer aan het hart- meespeelt!
Het Wijnegemse Toneelgezelschap speelt in de theaterzaal van 't Gasthuis, dus op hetzelfde podium dat ik over een 4-tal weken ook weer onveilig maak met mijnen O.C.D. (Obsessive Christmas Disorder), de productie 'De Parochie van Miserie'. En naast de serieuze dialogen en monologen wordt er ook hier geweldig veel gelachen en bijzonder veel gezongen, maar zij staan met minstens ne man of 30 méér op de scene...
Nog voor het doven van de zaallichten werden we door foto's en filmpjes meegenomen naar het Antwerpen uit lang vervlogen tijden, zo ergens rond 1900 -ja, dus toch nog ietske verder dan míjn rol- en ijsschaatsende jeugdjaren, mocht u het zich afvragen- waar in het Sint-Andrieskwartier het doodgewone volk z'n dagelijkse strijd om te overleven voert. En dat gaat net zo goed met ne lach, ne zwans en een lied als met meer dan bloedige ernst.
Voor je 't weet leef je helemaal mee met de vele typische volksfiguren, gun je hen van harte een beter bestaan en zou je bijna in hun plaats die Franssprekende blaaskaken met hun chichi kakmadammen een 'peer oep hun bakkes' willen verkopen. Wat me naadloos bij een gegeven brengt waar ik toch erg lang, enigszins verontrustend lang zelfs, gefascineerd bij stil ben blijven staan: één schijthuis -mijn excuses voor m'n taalgebruik maar een beter woord bestaat er niet- voor 10 gezinnen... ik kon het bijna tot op de vierde rij ruiken!...
Reeds tijdens de pauze, bij de gratis koffie met geweldig lekker koffiekoekjes -wat een traktatie!- ontspon zich een bijzonder boeiend gesprek over o.a. hoe het toen, in die tijd, wel gestonken moest hebben, en over het in een zinken teil met bruine zeep schoon geschrobd worden en met ijskoud water afgespoeld. 's Zomers buiten, en 's winters voor de kachel. Dat heb ík zelfs nog gekend!
Bon, genoeg herinneringen opgehaald, terug naar het stuk. Te midden de vele volksmensen in hun wat grauwe eentonig kleding, gebracht door acteurs en actrices van heel diverse leeftijden en bijna even divers talent, wiebelt en waggelt er één ontzettend kleurrijk figuur over het toneel: Zatte Nel, met verve en meer dan geloofwaardig straalbezopen tot leven gebracht door mijn nicht Ilke. Ze had me vooraf verteld super zenuwachtig te zijn om zo op de scene te zingen met haar nicht 'de échte zangeres' in de zaal, maar 'k weet nog steeds niet waar dat voor nodig was, want ik vond het geweldig! Dat ze kon dansen, dat wist ik al -ze was jarenlang een kleine beroemdheid op de televisie. Echt waar!- maar verdorie, acteren en zingen kan ze dus ook prima. Aha, interessant, dacht de concertorganisator in mij, al weet ik nog niet waarvoor, dat schept mogelijkheden!... Ilke, hou je maar klaar, daar spreek ik je nog wel eens over. Wordt vervolgd!
Ik heb echt van de voorstelling genoten, oprecht hartelijk gelachen en -emotionele softy die ik ben- onverwacht intens meegeleefd met het lief en leed van de personages. Het super schattige piepkleine blonde meisje dat als ne grote elke tekst kende en uit volle borst alles meezong, de acteur-accordeonist die de volledig orkestpartij schitterend voor z'n rekening nam, de vele begeesterde jongeren, de gemoedelijke ouwe rotten... zo leuk allemaal. Vooral de zang met de hele groep vond ik indrukwekkend. Bijna beangstigend dreigend, en evenredig krachtig in overtuiging als in aantal in decibels! Amai, m'n oren. Cool!
En misschien was niet alles in de hele voorstelling van het zelfde niveau, of even juist, of even sterk, of wat dan ook, dat voegde wat mij betreft alleen maar extra charme toe.
De ijskoude wind en de hagelvlagen tijdens het eerste stuk van m'n reis huiswaarts brachten me in gedachten terug naar lang vervlogen tijden, m'n eigen kinderjaren waarin de wereld nog zoveel vredevoller en simpeler leek, en elke winter vol sneeuw en ijs. En even later stond ik met de zotte strakke wind in m'n wild flapperende losse haren kinderlijk gelukkig omhoog kijken naar een paar stralende regenbogen. "Ge wordt oud, Stinnewis", zei ik met een zucht luidop tegen mezelf, "als er steeds vaker van die verhalen over 'vroeger' en 'toen ik jong was' uit je rollen..." Al bewees vandaag me toch ook maar weer mooi dat m'n gezicht alvast nog een paar decennia achter loopt en dus -hoera- nog lang niet in de goeien ouwen tijd thuishoort... ;-)
maandag 6 juni 2016
Weekendje terug in de tijd.
Met half toegeknepen ogen tuur ik naar het vandaag veel te felle computerscherm. M'n kijkers zijn nog moe van die op de maat van de muziek flitsende en veelkleurig flikkerende discotheekverlichting bij de fuif afgelopen zaterdagavond. Ook m'n pijnlijke oren moeten er duidelijk nog van bekomen, want dat enorme decibelgehalte, het hoort er natuurlijk bij.
Normaal gezien is zoiets niks voor mij, zelfs vroeger, lang geleden toen ik nog jong was, niet, maar voor een lieve jarige vriendin wil je al eens een uitzondering maken, hé.
"Allé, gij weet alweer waarover te schrijven", zei één van de echtgenoten uit het gezelschap achteraf, en dat klopt, veel meer dan hij zich had kunnen bedenken. Afgelopen weekend maakte ik immers een tijdreis, 30 jaar terug, naar die periode van m'n leven waarin de toekomst nog volledig open lag en absoluut àlles nog mogelijk leek in die beloftevolle wereld. De tijd dat ik nog bloedmooi was en het ideale slanke lijf had -zonder dat ook maar één seconde te beseffen- en waarin 'ooit' 30 worden nog ongelofelijk ver weg was en 'o zo oud' voelde.
'Plots' ben ik 50 en 'k zou begot niet weten waar al die tijd gebleven is.
Mijn tijdreis begon tijdens de bijzonder mooie afscheidsplechtigheid van Emiel, geliefde echtgenoot van vriendin Lena. Het innig warme en intens persoonlijke karakter van deze uitvaart, de indrukwekkende opkomst van vrienden, collega's en familie, en vooral de videocollage met zoveel zorgvuldig gekozen foto's uit het leven van,... het bracht me in één ogenblik weer terug naar de heel unieke, zo eigen en daardoor buitengewoon ontroerende afscheidsviering van mijn vader. Ontelbare gelijkaardige kiekjes van hem zoefden door m'n hoofd: mijn vader met z'n jaren 70 kapsel en die eeuwige pijp tussen z'n tanden achter het bureau van z'n bankkantoor, in z'n zwembroek reusachtige zandkastelen bouwend aan zee... Zoveel herinneringen vastgelegd op fotopapier. En omdat men dit maal eens een keertje geen beroep op mij deed als zangeres had m'n brein alle tijd van de wereld om me even stevig in overweldigende emoties mee te sleuren. Ik mis mijn vader echt nog alle dagen, maar nu zo mogelijk nog eens dubbel zo veel. En inderdaad, 30 jaar geleden waren we misschien niet de beste maatjes -heel m'n jeugd was trouwens een strijd- maar met het vervliegen van de jaren komen alle positieve momenten, hoe klein ook, steeds meer boven drijven en sommigen groeiden zelfs uit tot iets legendarisch.
En zo miste ik, door z'n song, zelf begeleid op gitaar en het gesprek achteraf met Guy -nee, dus niet m'n vader, maar een vriend uit het Jongerenkoor in diezelfde lang vervlogen tijd, met dezelfde voornaam- plots ook -en ja, ik weet dat het absoluut nergens op slaat- heel erg mijn allereerste lief. Herman, drummer van de band, met z'n krullenbol, z'n grote brilglazen, gespierde adonislijf, eigenzinnige humor en voorkeur voor Kriek.
's Avonds op de onvervalste discofuif met -hoe super, zalig en plezant!- letterlijk àlle muziek uit 'ónze jongen tijd' en de geweldige feestsfeer 'zoals vroeger' verdween ik pas echt helemaal in m'n jeugdherinneringen aan hem. Niet dat die allereerste romance zo perfect was, hoor. Ik was toen -zo mogelijk nog meer dan tegenwoordig- wereldvreemd, eigenaardig en verward in een voor mij behoorlijk onbegrijpelijke samenleving, en, geloof me, de omstandigheden waren ook verre van ideaal. Maar je allereerste lief koester je zowiezo toch voor altijd, in dat ene bijzondere plekje in je hart, waar je alle unieke herinneringen met zorg bewaart. Niet dan!?...
Bij het overlopen van het op één hand te tellen aantal mannen in mijn leven nà Herman constateerde ik dat het sinds hem eigenlijk alleen maar bergaf ging met mij, op relationeel vlak. Uitermate melancholisch hing ik, als enige feestganger zonder partner, de hele verdere avond met m'n bier in de hand aan de bar en aanschouwde met een dubbel gevoel de vrolijke bende dansende, liefkozende en zot-doende toffe koppels om me heen. Ja, ik weet ook wel dat het nergens 7 dagen op 7, 24 uur op 24 rozengeur en maneschijn is, maar toch... Af en toe is m'n verlangen naar zo 'iemand speciaal voor mij' tóch eens een keertje groter dan m'n twijfels en angsten...
Och, ik klasseer het allemaal maar onder 'vermoedelijk een beetje midlife crisis'. Gewoon loslaten en dan gaat dat vanzelf wel weer over.
En die speciale persoon, die 'prins op het witte paard'? Wel, ze zeggen altijd dat er op elk potje minstens één dekseltje past, dus sluit ik niet uit dat die iemand misschien nog steeds naar me onderweg is, uiteraard, gemoderniseerd, met de auto en niet meer te paard. Maar als m'n vriendinnen mét gps hun weg al niet vinden in de vele straatjes en pleintjes van den Bosuil en hopeloos rondjes rijden, dan kan dat toch nog wel even duren, vrees ik. Want ik verwacht wel een échte màn, hoor, en zo'n échte man zal uiterààrd -no way, jamais ni, nooit of te nimmer, da ziede van hier, geen denken aan- even de weg vragen, hé... ;-)
Normaal gezien is zoiets niks voor mij, zelfs vroeger, lang geleden toen ik nog jong was, niet, maar voor een lieve jarige vriendin wil je al eens een uitzondering maken, hé.
"Allé, gij weet alweer waarover te schrijven", zei één van de echtgenoten uit het gezelschap achteraf, en dat klopt, veel meer dan hij zich had kunnen bedenken. Afgelopen weekend maakte ik immers een tijdreis, 30 jaar terug, naar die periode van m'n leven waarin de toekomst nog volledig open lag en absoluut àlles nog mogelijk leek in die beloftevolle wereld. De tijd dat ik nog bloedmooi was en het ideale slanke lijf had -zonder dat ook maar één seconde te beseffen- en waarin 'ooit' 30 worden nog ongelofelijk ver weg was en 'o zo oud' voelde.
'Plots' ben ik 50 en 'k zou begot niet weten waar al die tijd gebleven is.
Mijn tijdreis begon tijdens de bijzonder mooie afscheidsplechtigheid van Emiel, geliefde echtgenoot van vriendin Lena. Het innig warme en intens persoonlijke karakter van deze uitvaart, de indrukwekkende opkomst van vrienden, collega's en familie, en vooral de videocollage met zoveel zorgvuldig gekozen foto's uit het leven van,... het bracht me in één ogenblik weer terug naar de heel unieke, zo eigen en daardoor buitengewoon ontroerende afscheidsviering van mijn vader. Ontelbare gelijkaardige kiekjes van hem zoefden door m'n hoofd: mijn vader met z'n jaren 70 kapsel en die eeuwige pijp tussen z'n tanden achter het bureau van z'n bankkantoor, in z'n zwembroek reusachtige zandkastelen bouwend aan zee... Zoveel herinneringen vastgelegd op fotopapier. En omdat men dit maal eens een keertje geen beroep op mij deed als zangeres had m'n brein alle tijd van de wereld om me even stevig in overweldigende emoties mee te sleuren. Ik mis mijn vader echt nog alle dagen, maar nu zo mogelijk nog eens dubbel zo veel. En inderdaad, 30 jaar geleden waren we misschien niet de beste maatjes -heel m'n jeugd was trouwens een strijd- maar met het vervliegen van de jaren komen alle positieve momenten, hoe klein ook, steeds meer boven drijven en sommigen groeiden zelfs uit tot iets legendarisch.
En zo miste ik, door z'n song, zelf begeleid op gitaar en het gesprek achteraf met Guy -nee, dus niet m'n vader, maar een vriend uit het Jongerenkoor in diezelfde lang vervlogen tijd, met dezelfde voornaam- plots ook -en ja, ik weet dat het absoluut nergens op slaat- heel erg mijn allereerste lief. Herman, drummer van de band, met z'n krullenbol, z'n grote brilglazen, gespierde adonislijf, eigenzinnige humor en voorkeur voor Kriek.
's Avonds op de onvervalste discofuif met -hoe super, zalig en plezant!- letterlijk àlle muziek uit 'ónze jongen tijd' en de geweldige feestsfeer 'zoals vroeger' verdween ik pas echt helemaal in m'n jeugdherinneringen aan hem. Niet dat die allereerste romance zo perfect was, hoor. Ik was toen -zo mogelijk nog meer dan tegenwoordig- wereldvreemd, eigenaardig en verward in een voor mij behoorlijk onbegrijpelijke samenleving, en, geloof me, de omstandigheden waren ook verre van ideaal. Maar je allereerste lief koester je zowiezo toch voor altijd, in dat ene bijzondere plekje in je hart, waar je alle unieke herinneringen met zorg bewaart. Niet dan!?...
Bij het overlopen van het op één hand te tellen aantal mannen in mijn leven nà Herman constateerde ik dat het sinds hem eigenlijk alleen maar bergaf ging met mij, op relationeel vlak. Uitermate melancholisch hing ik, als enige feestganger zonder partner, de hele verdere avond met m'n bier in de hand aan de bar en aanschouwde met een dubbel gevoel de vrolijke bende dansende, liefkozende en zot-doende toffe koppels om me heen. Ja, ik weet ook wel dat het nergens 7 dagen op 7, 24 uur op 24 rozengeur en maneschijn is, maar toch... Af en toe is m'n verlangen naar zo 'iemand speciaal voor mij' tóch eens een keertje groter dan m'n twijfels en angsten...
Och, ik klasseer het allemaal maar onder 'vermoedelijk een beetje midlife crisis'. Gewoon loslaten en dan gaat dat vanzelf wel weer over.
En die speciale persoon, die 'prins op het witte paard'? Wel, ze zeggen altijd dat er op elk potje minstens één dekseltje past, dus sluit ik niet uit dat die iemand misschien nog steeds naar me onderweg is, uiteraard, gemoderniseerd, met de auto en niet meer te paard. Maar als m'n vriendinnen mét gps hun weg al niet vinden in de vele straatjes en pleintjes van den Bosuil en hopeloos rondjes rijden, dan kan dat toch nog wel even duren, vrees ik. Want ik verwacht wel een échte màn, hoor, en zo'n échte man zal uiterààrd -no way, jamais ni, nooit of te nimmer, da ziede van hier, geen denken aan- even de weg vragen, hé... ;-)
Eerste grote liefde, lang, heel erg lang geleden, op het strand van Cadzand...
Labels:
Bosuil,
disco,
echte man,
emoties,
fuif,
Guy,
herinneringen,
Herman,
jeugd,
koppels,
prins,
terug in de tijd,
tijdreis,
uitvaart,
vader,
vriendinnen,
vroeger
zaterdag 20 juni 2015
Geknipt!
De haag knippen! Een paar decennia geleden vond ik dat al geweldig om te doen! Als tiener snoeide ik maar wat graag met de grote haagschaar de toch zeker 400 meter beukenhaag aan die ene kant en achteraan de tuin van m'n ouderlijk huis. Het had iets stoer, én het gaf direct een zeer bevredigend resultaat, iets om trots op te zijn.
Tijdens m'n eerste huwelijk woonde ik in een huis op den boeren buiten omringt door weiden en koeien, en ook door ongeveer een kleine kilometer ligusterhaag. De elektrische haagschaar deed z'n intrede. Ja, wat dacht je...
De oude boertjes uit de buurt vonden het altijd een spektakel, waardig genoeg om naar te komen staan gapen, als ik in de hete zomerzon gekleed in schort, rubberlaarzen en een paar stevige werkhandschoenen, het ensemble zwierig afgetopt met een grote strohoed, het teveel aan groen te lijf ging. Goh, da's allemaal al zo lang geleden...
Ik verhuisde naar een appartement. Zonder een haag uiteraard.
Toen was er het gesukkel met m'n rug en nek, de vele operaties en al het jarenlange emotionele gedoe. Plantjes op het terras, tot daar aan toe, dat ging nog. Een paar meter haag knippen, totààl uit den boze!
Maar ondertussen kunnen die rug en nek wel weer wat hebben en ik geniet langzaam aan ook opnieuw van mooie momenten. Een werkbezoek aan de geweldige tuin van m'n ouders is dus een zeer plezierig verzetje.
En zo knipte ik, opnieuw met een doodgewone manuele haagschaar, na zovele jaren nog eens een paar honderd meter haag. Buxus, deze keer.
Achter me de metershoge sparren die in m'n kindertijd als kerstboom in de huiskamer stonden en waar nu klimrozen en blauwe regen doorheen slingeren. Aan het eind van den hof de reuzegrote wilde kastanjelaar die ik zelf nog als uitgeschoten kastanje in de grond stak en waar m'n moeder altijd een beetje over zucht dat ik beter een tamme had geplant, 'dan hadden we er nu tenminste nog iets aan gehad'... De hele tuin is één geweldige overdosis bloemen in fantastische kleuren en hemelse geuren, dus zoemen en brommen er ook overal om me heen bezige bijtjes en wollige hommels. De meesjes roepen 'suskewiet' en spelen verstoppertje in 't dichte groen. Het roodborstje kijkt aandachtig toe of mijn werk wel naar z'n zin is. En ondertussen bindt en rijft en borstelt ons moe links en rechts met de ijver en vlijt die haar zo eigen is, en bekijkt het resultaat van mijn kapperswerk. 'Da's ook al weer netjes voor een tijdje' zegt ze tevreden.
Het mag vaker voorvallen, zo een dagje stevige handenarbeid samen met ons moe in haar tuin. Gewoon zalig. En dan plof ik nu, moe maar bijzonder tevreden en voldaan, in m'n zetel. Dubbel en dik verdiend, vind ik. :-)
Tijdens m'n eerste huwelijk woonde ik in een huis op den boeren buiten omringt door weiden en koeien, en ook door ongeveer een kleine kilometer ligusterhaag. De elektrische haagschaar deed z'n intrede. Ja, wat dacht je...
De oude boertjes uit de buurt vonden het altijd een spektakel, waardig genoeg om naar te komen staan gapen, als ik in de hete zomerzon gekleed in schort, rubberlaarzen en een paar stevige werkhandschoenen, het ensemble zwierig afgetopt met een grote strohoed, het teveel aan groen te lijf ging. Goh, da's allemaal al zo lang geleden...
Ik verhuisde naar een appartement. Zonder een haag uiteraard.
Toen was er het gesukkel met m'n rug en nek, de vele operaties en al het jarenlange emotionele gedoe. Plantjes op het terras, tot daar aan toe, dat ging nog. Een paar meter haag knippen, totààl uit den boze!
Maar ondertussen kunnen die rug en nek wel weer wat hebben en ik geniet langzaam aan ook opnieuw van mooie momenten. Een werkbezoek aan de geweldige tuin van m'n ouders is dus een zeer plezierig verzetje.
En zo knipte ik, opnieuw met een doodgewone manuele haagschaar, na zovele jaren nog eens een paar honderd meter haag. Buxus, deze keer.
Achter me de metershoge sparren die in m'n kindertijd als kerstboom in de huiskamer stonden en waar nu klimrozen en blauwe regen doorheen slingeren. Aan het eind van den hof de reuzegrote wilde kastanjelaar die ik zelf nog als uitgeschoten kastanje in de grond stak en waar m'n moeder altijd een beetje over zucht dat ik beter een tamme had geplant, 'dan hadden we er nu tenminste nog iets aan gehad'... De hele tuin is één geweldige overdosis bloemen in fantastische kleuren en hemelse geuren, dus zoemen en brommen er ook overal om me heen bezige bijtjes en wollige hommels. De meesjes roepen 'suskewiet' en spelen verstoppertje in 't dichte groen. Het roodborstje kijkt aandachtig toe of mijn werk wel naar z'n zin is. En ondertussen bindt en rijft en borstelt ons moe links en rechts met de ijver en vlijt die haar zo eigen is, en bekijkt het resultaat van mijn kapperswerk. 'Da's ook al weer netjes voor een tijdje' zegt ze tevreden.
Het mag vaker voorvallen, zo een dagje stevige handenarbeid samen met ons moe in haar tuin. Gewoon zalig. En dan plof ik nu, moe maar bijzonder tevreden en voldaan, in m'n zetel. Dubbel en dik verdiend, vind ik. :-)
Abonneren op:
Posts (Atom)





