Posts tonen met het label tuin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tuin. Alle posts tonen

vrijdag 30 juli 2021

De vrolijke vuilniszakvuller.

Omdat ik er door de ligging van mijn appartement het meeste last van heb, en mij bovendien een stevige dosis verantwoordelijkheidszin eigen is, deed ik de syndicus van ons flatgebouw het voorstel om, volledig op vrijwillige basis, de officiële afvalopruimer van onze tuin te worden. Een voorstel dat bijzonder enthousiast onthaald werd, aangezien de sympathieke man zelden of nooit eens een positief telefoontje van een bewoner krijgt. Meestal gaan gesprekken met hem over 'rechten' en slechts hoogst uitzonderlijk over 'plichten', waaronder ik zelf simpelweg vooral 'zorg dragen voor je woon- en leefruimte', 'een goede huisvader (of -moeder) zijn' versta. Mijn voor hem bijzonder gulle voorstel werd dan ook maar wat graag aangenomen. Er was nog een tijdje discussie in de raad van eigenaars of ik voor dat klusje al dan niet een sleutel ter ontsluiting van één van de glazen deuren die toegang tot de tuin geven, maar na lang gepalaber is die er nu toch gekomen. Ik heb dus voor mijn regelmatig opruimtoerke vrije toegang tot de tot nu toe 'verboden' groenvoorziening bij ons flatgebouw.
Op die manier trok ik enkele weken geleden voor het eerst ten strijde tegen de verloedering van mijn eigen uitzicht door omlaag gevallen rommel. Gewapend met een grote vuilniszak, m'n meest versleten ouwe tuinhandschoenen en de handige grijpstok, resterend hulpmateriaal van mijn rug- en nekoperaties, stond ik even enkele minuten wat overweldigd in die toch wel grootse en weidse ruimte. "Hoe gaan we dat hier aanpakken? Waar zal ik in 's hemelsnaam eens beginnen?!" 
Omdat de wind redelijk vrij spel heeft aan de andere kant van het gebouw, dan die waar mijn appartement zich bevind, er daar ook zoveel minder beplanting staat en er zodoende minder vuilnis blijft liggen, leek me dat een goede startplaats. Het eerste wat ik in de vuilniszak dropte, was één of andere gele vod, die al zodanig lang op de kasseien lag, dat ze er bijna mee versmolten bleek. In de voegen tussen de stenen lagen behalve ontelbare sigarettenpeuken nog wat verdwaalde snoeppapiertjes, maar dat was het. Voor die o zo royaal uitgestrooide rokersrestanten zal ik nog eens een speciaal opraap- of opprikwerktuig moeten uitvinden, denk ik, want aan stuk voor stuk oprapen, daar is écht geen beginnen aan... Tenzij ze op een hoopje ergens in een hoekje of gaatje bij elkaar gewaaid en daardoor makkelijk bijeen te grabbelen, liet ik de peuken dus voorlopig -"even uw streven naar perfectie loslaten, Kristina!"- liggen waar ze lagen.
In het gazon vond ik een heel stel kartonnen rolletjes, te klein voor toiletpapier, fout formaat voor plakband... Geen idee waarvoor ze ooit dienden dus, maar, vergezeld van een leeg en verfrommelt sigarettenpakje verdwenen ze sowieso gezwind in de vuilzak. 
Half onder de eerste lage bosjes op mijn opruimwandeling verschenen de lege blikjes, kroonkurken in alle mogelijke kleuren, ondefinieerbare plastieken verpakkingen en... een handvol gebruikte wattenstaafjes! "Ha ja!", dacht ik bijzonder laconiek bij mezelf, "Ge gaat natúúrlijk speciaal op uw terras staan om uw oren uit te kuisen, en flikkert dan uiteráárd het gebruikte stokje 'netjes' over de balustrade, want uwe vuilbak is toch zooooooo ver weg en met die oorstokjes ook veeeeel te snel vol!..." Tssss.
Allerlei soorten kleine stukken verbouwingsafval, grote en kleine petflessen, snoep-, chips- en koekverpakkingen in de meest uiteenlopende vormen, kleuren en talen, in diverse stadia van vergaan en meestal bevolkt door een hele kolonies huisjesslakken (ik zou er gerust een kleine kwekerij mee kunnen beginnen), belegde-broodjes-verpakkingen, ontelbare wasknijpers, ook in verschillende materialen, kleuren en vormgeving, lege half verscheurde plastieken en papieren zakjes en zakken, kartonnen bekers van ijscrème en drankjes, massa's al dan niet half verteerde papieren zakdoekjes en stukken keukenrolpapier, rubberen sluitingskes en elastiekjes, kapotte haaraccessoires, nog stevig plakkerige doch uitgekauwde kauwgom, onderdelen van kapot speelgoed, en de restanten van een knalgroene stukgevallen keerborstel en een blauw vuilnisblik. Het verdween allemaal van tussen het groen en de kasseien in m'n grote zwarte vuilniszak. Om heel eerlijk te zijn: al bij al vond ik het allemaal wreed goed meevallen, qua 'vuiligheid'. Gebruikte condooms en volle pampers, bijvoorbeeld, om maar iets te noemen, had ik een heel stuk viezer gevonden.... (Hopelijk breng ik hiermee nu niemand op ideetjes tegen mijn volgende opruimsessie... Ai, ai, ai...)
Volgens mij oefent er op de één of andere etage ook iemand voor 't speerwerpen bij de komende Olympische Spelen, want behoorlijk ver van het gebouw staken her en der lange smalle, naar omlaag gemikte latten in de bosjes, nog half rechtop. Die dingen pasten niet in de zak en moeten dan maar eens mee naar 't containerpark of zo. Die nog perfecte blauwe ruitenwisser -een 'aftrekkerke', zoals wij in 't Antwerpse zeggen- heb ik voor hergebruik aan de conciërge gegeven. En het grappige kleine sinaasappel-oranje-gummy-botsballeke hield ik voor mezelf, om er de poezen mee te amuseren. Meest bijzonder vondst van die eerste, slechts iets meer dan een uur durende (als je gestructureerd te werk gaat...) opruimactie, tussen de grotere kasseien onder een vervaarlijk hellende dennenboom vlak naast de vijver: een volledig gesloopte, met nog nauwelijks aan elkaar hangende onderdelen, peperdure I-phone... De hele historie daarachter zullen we vermoedelijk nooit te weten komen, denk ik.
Bij mijn volgende toertje lag er opvallend minder vuilnis. Ik was, langzamerhand tot mijn eigen grote verbazing eigenlijk, ook niet meer opgeschrikt geweest tijdens het televisie kijken met open venster, door keihard neerknallend blikjes en dergelijke. 't Terras lag met regelmaat nog steeds vol sigarettenpeuken, maar dat was het zo ongeveer wel. Werkelijk verbazingwekkend als het was, 'k kon er alleen maar tevreden over zijn, en deze opraapacte verliep dus bijzonder vlot. Tot ik de hoek van het gebouw om ging... 'k Weet niet waaraan het ligt, maar blijkbaar zwieren ze hun afval dus plots niet meer over de balustrade van de diverse terrassen. Ze flikkeren het tegenwoordig 'doodgewoon' uit hun vensters aan de zijkant van 't gebouw!... Alsof er een klein festival plaatsgevonden had, daar vlak naast mijn slaapkamermuur, of een totaal uit de hand gelopen picknick! Lieve hemel, wat een rotzooi! En omdat het struikgewas daar behoorlijk dicht is en de klimop meer dan kniehoog, is het opruimen van al die afval als vanzelfsprekend zoveel lastiger dan in de redelijk open en netjes in vorm geknipte tuin... Hartelijk bedankt, mijn beste medebewoners. Ik zal de, speciaal voor dit deel van het klusje, hoognodig aan te schaffen taillehoge visserslaarzen in rekening brengen, hoor. Zucht.
Ondertussen kan je me dus geregeld met een klein vuilniszakje in de hand, want die reuzegrote is niet meer nodig door de regelmaat van opruimen, op het gazon, tussen de enkel-verstuikende kasseien en in het dichte struikgewas terugvinden.
Heel af en toe is er wel eens een speciale interventie nodig. Zoals die dag toen iemand een totaal verdroogde, doch behoorlijk uit de kluiten gewassen kamerplant naar beneden zwierde. Dat moet nogal een knal geweest zijn, want de potgrond en hydrokorrels lagen tot op de terrassen van de eerste verdieping!... Gelukkig smeet men de (sier)pot niet mee, anders was de schade vermoedelijk écht niet te overzien geweest. Gewapend met grove keerborstel, handborstel en blik heeft het me toch bijna een uur gekost om alles bij elkaar en opgeveegd te krijgen... En al die tijd denk je bij jezelf "Wie komt er in 's hemelsnaam op het idee?... Plant kapot? Hup, overboord ermee!" Echt te zot voor woorden.
'k Zie het niet graag gebeuren, maar ik haast me toch ook weer niet om het te gaan oprapen: mensen blíjven, ondanks algemeen verbod, al dan niet volledig beschimmeld, oud brood, en soms ook ander ongewenst eetwaar, naar beneden werpen. "Voor de vogeltjes", klinkt het dan meestal als je er iets van zegt. Ja, inderdaad, die reusachtige, wreed luidruchtige zeemeeuwen, die vallen, als je 't niet te nauw neemt, ook onder de noemer 'vogeltjes', ja... Pffft.
En tot slot, iets dat ik absoluut en met klem wéiger op te rapen, is stront. Vorige week keek ik vanachter mijn bureautje en laptop even ter ontspanning van m'n ogen de tuin in en zag net op dat moment een kerel vanachter het struikgewas verschijnen. Ter hoogte van de rand van de dichte klimopbegroeiing stak hij z'n broek af, er vermoedelijk vanuit gaande dat er daar niemand hem kon zien, om vervolgens even een stevige drol te draaien. Dat er af en toe, vooral in de zomer, al eens een manspersoon tegen de één of andere boom staat te wateren, dat kende ik al, maar dit, dit vond ik er toch serieus over. Toen hij klaar was, trok hij 'doodgewoon' z'n broek weer op en verdween terug achter de bosjes. 'k Ben blij da'k die zijne was ni moet doen, geloof me! En ik denk da'k serieus betaald wil worden, mocht ik die 'donatie' aan de tuin moeten opruimen!... Laat ons voorlopig het hele voorval maar onder 'bemesting' klasseren, hé, en hopen dat 't geen gewoonte wordt hier... Hopelijk hebben de tuinmannen, die -het wil weer lukken natuurlijk- juist de dag vlak na dit 'incident' uitgebreid onderhoudswerk aan mijn geweldige groene uitzicht kwamen leveren, er niet per ongeluk in getrapt, of nog zoveel erger: in gegrépen hebben, ocharme...
Ja, 't voelt goed om tegenwoordig een vrolijke vuilniszakkenvuller te zijn en op die manier als vrijwilliger een minuscuul, onooglijk piepklein beetje mee te werken aan een schonere wereld. Alhoewel, om heel eerlijk te zijn, echt 100% vrijwilliger ben ik eigenlijk niet meer: die handvol bij elkaar gevonden koperen muntjes, met een totaalwaarde van 28 eurocent, die heb ik, afgewassen en ontsmet, zonder blikken of blozen aan mezelf uitbetaald. ;-)






zondag 4 april 2021

Zondagochtend, Pasen 2021.

Zondagochtend, Pasen 2021. Zacht gefilterd door de dikke roze gordijnen valt er een minimum aan morgenlicht de slaapkamer binnen. Knus en warm omgeven door m'n grote roze nest van kussens, lakens en dekentjes geniet ik van het nog net niet helemaal wakker zijn. Kater Poekie tracht me te overhalen om in beweging te komen en de dag te beginnen, en dan het liefst door hem nu meteen te eten te geven! Maar ik lig echt nog veel te lekker. Voor deze ene keer krijgt hij zijn goesting dus eens niet. "Niet getreurd, en van de nood een deugd maken!", zal hij gedacht hebben en legde zich, na wat gezellig gewroet en gekneed, tot een pluizig bolletje opgerold in de kromming van mijn benen. Alles is rust en vrede, zoals dat betaamt op een echte Paasdag.
Lang vervaagde herinneringen aan lang vervlogen paasdagen mengen zich in mijn nog half slapende brein met m'n huidige leven en omgeving. In mijn verbeelding wacht me, daar achter de gesloten gordijnen, een terras exact zoals de grote tuin in de Schoolstraat op Paasochtend in mijn kindertijd. Verstopt tussen de bonte bloemen en struiken, en met veelkleurige lintjes hangend overal aan de bomen en plantenrekjes: een overdaad aan chocolade eieren en vrolijk gekleurd suikerwerk. Ja, de klokken waren bijzonder gul, elk jaar weer. Naast van die grote holle eieren in alle mogelijk soorten chocola, en in elke denkbare grootte, meestal met zo'n kleurrijk lintje bovenaan, altijd met een mooi paasreliëf natuurlijk en al dan niet rammelend gevuld met van die regenboogkleurige suikeren minibolletjes, was er ook steeds een hele lading van die kleine gevulde eitjes, al dan niet met een glimmend foliepapiertje eromheen. Meestal zat er hier en daar ook nog een lekkere chocolade paashaas tussen de narcissen verstopt. Ik heb ze al lang niet meer gezien, maar toen werd al die chocolade ook nog uitgebreid vergezeld door een heel leger knalgele suikeren kipjes. En als ik het me goed herinner, ook door van die pluizige, niet eetbare, ietwat misvormde kuikentjes, gemaakt uit pijpenragers. Kuikens die je altijd op hun pootjes probeerde te zetten en een enigszins deftige vorm trachtte te geven, iets wat zelden goed lukte...
In mijn Paasochtendverbeelding wacht mij, daar achter de nog gesloten roze gordijnen, een terras overladen met minstens even veel kindervreugde. Alsof de Klokken van Rome er een paar keer extra over heen en weer gevlogen zijn, en ik zo dadelijk op m'n pantoffels en in m'n roze (ja, toen ook al!) gebloemde kamerjasje van weleer, met een mandje in de hand, omgeven door m'n opgewonden uitgelaten broertjes en zusjes, losgelaten wordt om al dat lekkers bij elkaar te zoeken. Ik mis dat soort ongebreidelde vreugde en tomeloze enthousiasme tegenwoordig meer dan ooit. De overweldigende geestdrift van het zoeken en de fenomenale blijdschap van het vinden, de onschuldige verwondering ook, en het zalige gevoel van overvloed en rijkdom... Het allemaal opnieuw intens belevend lig ik nog steeds volmaakt gelukkig te genieten in de warmte van de mij zacht omarmende kussens en dekens. De meer dan heerlijke herinnering aan de glunderende snuiten van ons va en ons moe, hun duidelijk voelbare opgetogenheid en geluk, en zeker die sprankelende pretlichtjes in hun ogen, als ze hun kroost zo bezig zagen in de tuin op Paasochtend, doet me zo breed glimlachen dat zelfs de soezende Poekie het merkt. Nadat hij zich uitgebreid -hoe lang kan een kat eigenlijk zijn?!- uitgerekt heeft, komt hij toch nog eens, voor alle zekerheid, je weet maar nooit, met z'n natte neus tegen mijn voorhoofd checken of ik ondertussen eventueel al in beweging wil komen. Eigenlijk ben ik nog totaal niet bereid om al die heerlijke verbeelding los te laten, maar ik weet heus wel dat er zich aan de andere kant van de gordijnen geen paaseitjes te rapen zullen zijn, en je nu eenmaal niet voor eeuwig in dromenland kan vertoeven...
De vrolijk voor me uit richting keuken huppelende poezen Poekie en Pompon maken sowieso veel goed: kinderlijk onschuldig enthousiasme om het komende lekkers! Het is wel opvallend vergelijkbaar, niet dan? De gordijnen in de slaapkamer laat ik, om de verrukkelijke verbeeldingsbubbel nog niet helemaal door te prikken, nog even dicht. En om al die zaligheid nog even langer vast te houden, besluit ik het onmiddellijk, hier en nu, stantepede, zonder dralen of uitstellen, nog voor ontbijt, wassen en aankleden, neer te beginnen schrijven. Zo geniet ik er niet alleen langer van, maar kan ik er ook anderen van laten meegenieten. En m'n fotoboeken haal ik er zo dadelijk ook nog even bij. Kwestie van het plaatje letterlijk en figuurlijk helemaal volledig te maken, hé.
Het schrille geluid van de rinkelende telefoon, met mijn moeder aan de andere kant van de lijn, voor ons dagelijks gesprekje, verbreekt abrupt m'n schrijfconcentratie. Dan kan ik net zo goed even m'n paasontbijt gaan nuttigen: verse toast met komkommersalade en hardgekookte eitjes in schijfjes. Eigenlijk is het ondertussen meer brunchtijd geworden, bijna middageten zelfs. O, nu het toch al zo laat is, kan ik met m'n grote mok dampende koffie in de hand meteen wel even op de televisie kijken wat de paus vandaag te vertellen heeft en misschien ook de 'orbi et urbi' zegen meepikken. Da's eveneens een traditie uit mijn kindertijd. Vaticaanstad gaat duidelijk ernstig gebukt onder verschrikkelijk strenge coronamaatregelen. Geen enorme mensenmassa voor de basiliek, geen overdonderende bloemenpracht uit Nederland, geen fanfares of koren, geen gejuich en geklap. Wel soberheid en ingetogenheid, en een paus die hele wijze, warme en vooral bemoedigende woorden spreekt. Mooi in alle eenvoud, vind ik, en ik voel me oprecht ook hierdoor gezegend.
Terwijl ik naar de drukdoende vogeltjes -er wordt al nestmateriaal verzameld, zie ik- daarbuiten in de tuin en op de voederplekjes van m'n terras kijk, breekt het zonnetje door. Meteen denk ik lachend terug aan die ene half gesmolten paashaas, die we pas een week later tussen ons moe haar bloemen in de tuin terugvonden. "Vanmiddag, bij m'n kopje koffie van 4 uur, neem ik een paar van die gevulde chocolade eitjes!", beslis ik voor mezelf. M'n darmen gaan daar absoluut niet blij mee zijn, dat weet ik nu al, maar a
f en toe eens volledig eigenwijs en tegen beter weten in heerlijk van iets genieten, dat moet ook al eens kunnen, hé. De vele soorten paasbloemen, die met hun felgeel, knaloranje en spierwit enorm afsteken tegen het nog redelijk donkere en behoorlijk kleurloze terras, knikken, hun bloemhoofden zachtjes wiebelend op een nauwelijks merkbaar briesje, alvast instemmend! ♥️ Zalig Pasen iedereen! ;-)



zondag 7 februari 2021

Ijskoude schoonheid.

Eigenlijk stond er totaal iets anders gepland om over te schrijven vandaag, maar soms... Soms komt er iets tussen dat je écht niet wil overslaan!...
Gisterenavond verdween ik voor een paar uur volledig in een nogal meeslepende film. Helemaal opgeslorpt door de emoties op de beeldbuis was er al die tijd geen seconde van mijn aandacht naar m'n omgeving gegaan. Ik schrok dus nog geen klein beetje, toen ik, zuchtend nog bijkomend van zoveel alteratie, een blik naar buiten wierp en verrast een compleet witte wereld zag!
Ja, 'k weet het: ze hadden inderdaad sneeuw voorspeld, ja. Maar hoe vaak is er van dat soort voorspellingen al iets van aan geweest? Gewoonlijk vielen er dan twee vlokken, die niet eens bleven liggen, en dat was dat. Echt niet de moeite om jezelf op te verheugen of zo. Maar nu, nu was het dan toch waarheid.
De nacht scheen een stuk minder donker. Gevolgd door de twee poezen haastte ik me van kamer tot kamer om vooral geen enkele venster te missen en het bijzondere spektakel zeker van alle mogelijk kanten te bekijken en te bewonderen. Ik ging zelfs even bovenop de poef staan om te checken of ook de tuin áchter de bosjes wit kleurde, en wie weet zélfs de vijver... 't Was mooi. Overal waar ik keek: alleen maar een prachtig nachtelijk sneeuwlandschap, en nog steeds heel fijne vallende kristallen. Een wereld stil en vredig, onder die witte donzige deken. Het kostte me ontzettend veel moeite m'n blik ervan afgewend te krijgen en uiteindelijk toch maar eens in bed te kruipen. De gordijnen liet ik open, met het bijna kinderlijke idee dat ik anders wel eens iets zou kunnen missen van die ijskoude schoonheid. Heu... ja, inderdaad: in mijn slaap dus, met mijn ogen toe. Enfin, ik slaap nooit goed met de gordijnen open. Veel te licht. En nu zeker met die witte tuin daarbuiten. Maar dat kon me niks schelen: elke keer ik me omdraaide en half wakker werd, richtte ik m'n hoofd op om er toch nog snel even een glimp van op te vangen vooraleer verder te dommelen. De poezen begrepen er weinig van. Al zaten ze zelf met hun neus tegen het raam en hun lijfje goed uitgespreid op de fluffy poezenmatjes warm op de radiator het hele gebeuren nauwlettend gade te slaan...
De ochtend kwam en het sneeuwde nog steeds. Ongezien! Nog eens écht sneeuw! Dus toch... En koud! De thermometer op het terras wees -5° aan. Da's lang geleden dat ik dat zag. "Daar gaan m'n geraniums!", dacht ik even verschrikt met een tikkeltje verdriet. Maar 'k herinnerde er meteen achteraan dat ik me slechts één dag eerder nog luidop voornam al die oude, triest ogende, wat ongelukkige groenvoorziening eens stevig te vernieuwen. Dus: loslaten en genieten van het nu, van de schoonheid van het winter wonder land. In de lente kon ik me dan vast weer verheugen op een zalig uitstapje naar m'n vele geliefde plantenwinkels, al dan niet er meteen een hele dagtrip met een goeie vriendin van makend. En daarna het fantastische plezier om heel m'n lange overvolle terras weer eens vrolijk te beplanten en te herschikken. Mooie vooruitzichten, dus geen stress over de vrieskou. Eens goed vriezen is sowieso ook prima tegen die verschrikkelijke plagen vraatzuchtige insecten van de laatste jaren. Da's alleen maar mooi meegenomen.
Met m'n stevige mok dampende koffie in de hand stond ik voor het grote raam in de woonkamer van het bijna smetteloze uitzicht te genieten, de poesjes eveneens buitengewoon geïnteresseerd naast me op de radiator en de grote krabpaal. In alle kamers van m'n flat stroomde een overvloed aan helder licht naar binnen, zo ontzettend veel meer licht dan op een doodgewone sneeuwloze dag. Het deed geweldig deugd na die vele letterlijk en figuurlijk donkere dagen. Alles kikkerde er terstond van op, vond ik, en het voelde zalig. En plots merkte ik nóg een voordeel van deze heerlijke laag witte bedekking op. Zoveel teksten en gedichten beschrijven hoe de sneeuw alle lelijkheid van de wereld met schoonheid bedekt en onzichtbaar maakt. Zo is het dus ook met alle naar beneden gekomen en tussen het struikgewas en grote keien verzamelde afval in de tuin! Je ziet er totáál niets meer van. Heeeeerlijk! 
Er zou nog net een beetje moeten bijvallen om ook nog die blauwe plastieken groenten- of fruitbak te bedekken, die als laatste nog halsstarrig met een paar felgekleurde boven de sneeuw uitstekende hoeken weerstand tegen het tijdelijke verdwijnen blijft bieden... Voorspellen ze nóg sneeuw? 'k Zal het eens moeten opzoeken straks.
Maar eerst even naar buiten, met dikke sokken en een warme trui, op het terras plaatjes schieten. Even die koude witte glinsterende schoonheid daarbuiten trachten vast te leggen op foto. Iets wat uiteraard nooit écht lukt naar mijn idee... Toch al zeker niet met mijn mobiele telefoon.
De sneeuw ligt tot op m'n bakje. Hij bedekt de laatste planten in de bloembakken en spreidt een koud dekentje over de donkere natte potgrond. De nootjes en zaadjes in het vogelhuisje lijken bestrooid met poedersuiker, en het water in de drinkbakjes is nog net goed voor schaatsende vogeltjes, vrees ik. De grote pijp, die regenwater van de bovenliggende terrassen afvoert en die altijd ook vochtig is aan de buitenkant -geen idee waarom- is volledig bezet met een dikke laag artistiek broebelend ijs. Het nog steeds omlaag druppelende water vormt zelfs verschillende fraaie ijspegels. Sinds ik hier woon, en dat is ondertussen toch alweer zeven jaar, heb ik zulks nog nooit gezien. Mooi allemaal! Zo mooi!
"En geen enkel voetspoor bederft het maagdelijk sneeuwtapijt in deze tuin waar niemand komen mag!", constateerde ik met een gelukzalig gevoel, "zelfs niet eens ergens poezenpootafdrukjes of vogelprintjes! Zo ongerept en puur..." Ik vond het fantastisch, maar 't was weer de hemel verzoeken natuurlijk, zulke gedachten... Eén minuutje weer binnen zag ik tot mijn afgrijzen een ongekende man in werkpak voorbij mijn terras heen en weer door de sneeuw baggeren en even later verdween hij, uitschuivend over de gladde keien bedekt met ijs en sneeuw, licht vloekend langs het andere gebouw de tuin uit. Ja, laat het dus toch nog maar een stevig pak bij sneeuwen, niet alleen voor die stomme blauwe bak, maar nu dus ook voor die voetsporen! Verdorie. ;-)
Daarstraks moest ik nog even m'n vuilniszakje buiten zetten. "Pas op!", zei iemand die net weer binnenkwam van hetzelfde klusje, "de trap is spekglad!" Blijkbaar had iemand gedurende de dag wel een poging gedaan een gedeelte van de treden vrij te maken van sneeuw en ijs, maar die moeite was duidelijk voor niks geweest en absoluut niet opgewassen tegen de vrieskou en sneeuwval: nog net geen spiegel, die trap! En levensgevaarlijk dus ook... Met heeeeel voorzichtige stapjes raakte ik heelhuids beneden én ook weer terug boven en binnen. Maar, zelfs dat 'gevaar' had me niet kunnen beletten ondertussen volop genietend rond te kijken naar die ijskoude witte pracht aan de voorkant van het gebouw. Ondanks het autoverkeer, wandelaars en spelende kinderen zag het er toch ook nog steeds bijzonder sprookjesachtig uit. Ja, deze sneeuwlaag liet zich duidelijk niet zomaar wegwerken! Ze is er, en... ze blijft duidelijk nog even! Hoera. ;-)





maandag 20 juli 2020

Kort geschoren.

Kwart na zeven 's ochtends. Van 't verschieten spring ik, ogenblikkelijk behoorlijk wakker doch ook toch nog enigszins groggy en verwilderd, allesbehalve gracieus m'n bed uit. Door het onbesuisde en onstuimige openslaan van het beddengoed flikkert tegelijkertijd de al net zo geschrokken en nu eveneens licht verontwaardigde Poekie van z'n warme kuiltje in de zachte sprei de koude vloer op.
Niet da'k wil klagen, hoor. Uiteraard vraagt een mooie tuin om naar te kijken regelmatig stevig wat onderhoud. En de avond voordien had ik me nog luidop de bedenking gemaakt dat de tuinmannen (en -vrouwen) zo stilletjesaan wel weer eens langs mochten komen voor een stevig toerke met de haagschaar. M'n uitzicht begon zo onderhand meer weg te hebben van een dichtbegroeid oerwoud, dan van een 'beschaafde' tuin. Goh, niet dat ik daar iets tegen heb, hoor, tegen zo'n wildernis. Absoluut niet. Groen is groen uiteindelijk. En als het vogelbestand en al 't andere 'wilde' leven hier er gelukkig mee is, dan is dat ook prima voor mij. 't Is maar, als het riet zodanig hoog staat en al het andere struikgewas z'n takken en bladeren wild in alle richtingen uitspreidt, dat zulks meteen ook 'ongedierte' aantrekt. Nee, geen ongedierte in de vorm van beestjes allerhande, maar ongedierte in de vorm van individuen met wat minder goede intenties... U begrijpt wel wat ik bedoel. 

En dat niet alleen. Naargelang de tuin er steeds 'slordiger' bij komt te liggen en er als maar meer welig tierend groen -'onkruid' dus, in vaktermen- van tussen de kasseien z'n kop op steekt, neemt evenredig ook de hoeveelheid omlaag vallend afval toe... Ondanks alle mails van de nieuwe syndicus over 'respect voor uw buren en medebewoners' blijven hier sowieso met regelmaat kroonkurken, sigarettenpeuken en lege blikjes naar beneden duikelen. Maar, geloof me vrij: hoe onbeschaafder de tuin, des te ongemanierder de dumpbarbaren. Ze zeggen niet voor niks dat vuilnis méér vuiligheid aantrekt, hé. (Al vind ik persoonlijk een wat wildere groenvoorziening écht niet te vergelijken met één of andere stortplaats. Maar bon, elk zijn mening, toch?)
Alleszins, dit gezegd en geweten: blij dat de tuinonderhoudsfirma weer eens op post was. Maar... moesten ze met de enorme oppervlakte scheerwerk nu echt, écht, ééécht absoluut en zonder twijfelen, om 7u15 én met 't zwaarste materiaal dat ze bij zich hadden, beginnen met die ene struik vlák voor mijn slaapkamerraam?!?!... Zucht. Afin, we waren dus wakker.
Een beetje mottig van het bruuske ontwaken en de veel te korte nacht zet je dan maar een grote mok sterke koffie. En nog één. En nóg één... En met een pijnlijk hoofd tracht toch minstens iéts te verwezenlijken, maar dat lukt voor geen meter. De vijf man-en-één-vrouw sterke tuinploeg ging er bijzonder stevig tegenaan. De hele dag lang bombardeerden ze het gebouw door middel van de ronkende motoren van hun professionele haagscharen, boomzagen, bladblazers en maaimachines met een kolossale hoeveelheid decibels. Zij droegen uiteraard allemaal netjes degelijk uitziende gehoorbescherming, maar mijn oren floten 's avonds laat
, toen de tuinmannen al lang hun arbeid beëindigd hadden, nóg!...
O, hoe onbeschrijfelijk heerlijk waren die twee kwartiertjes -één in de voormiddag en één in de namiddag- en dat half uurtje middagpauze, waarin de machinerie even volledig zweeg terwijl hun gebruikers zich voor een verfrissing en behoorlijk wat liters water in de schaduw onder de bomen neervlijden. Dan herademde ook mijn hele zijn eventjes. Om vervolgens met 'verfrist' gemoed opnieuw het hoofd te (moeten) bieden -letterlijk en figuurlijk- aan die onverminderd hevig doorgaande kabaalkakafonie.
Ja, ik had m'n ramen en deuren hermetisch gesloten kunnen houden, om zo een klein beetje van de geluidsoverdosis te weren, maar op zo een ontzettend mooie en snikhete zomerdag... Nee, dat lukte me écht niet.
Maar ach, omdat je heel goed weet dat het slecht één klein dagje duurt en je er met zekerheid een bijzonder mooi plaatje voor in ruil terugkrijgt -en in mijn geval, zeker niet onbelangrijk: meteen ook een stuk veiligheid-, onderga je dat natuurlijk zonder morren of misnoegen. 'Met plezier', dat zou er over zijn, maar toch... Na zo een dag onderdompeling in zoveel decibels herrie smaakt de ondertussen behoorlijk vertrouwde en geliefde rust en stilte weer des te beter! Bijna even bruusk als ze met hun intense en lawaaierige werkzaamheden begon, bleek de tuinploeg schijnbaar plots -'k zal heel even met dat bonzende kopke van mij wat minder opgelet hebben, veronderstel ik- klaar, opgeruimd, ingepakt en vertrokken. En de wereld om me heen bevond zich verrassend onverwacht plots weer in een net niet overdonderende stilte. Slechts de nog steeds op de warme zomerlucht door de open vensters binnenwaaiende zalig zoete, groene geur van vers gemaaid gras en blad herinnerde nog vaag aan de in mijn brein reeds bijna weer vergeten herriedag.
Die nacht sliep ik in al die rust de diepe vredige slaap der gelukkigen. De volgende ochtend, bij het open van de gordijnen, schrok ik me opnieuw klaarwakker! 'k Was ondertussen zodanig gewend geraakt aan niets meer dan dicht struikgewas op een paar meter van m'n terras en ramen, dat het quasi plotseling verschijnen van een meer dan fenomenaal panoramisch uitzicht me even naar adem deed happen. Zelfs op zo'n -wat een ontzettend groot verschil met de dag ervoor- geweldig grijze, natte en kille vroege morgen... Wauw, zoveel ruimtelijkheid! En plotsklaps ook zoveel extra licht in al mijn kamers! En zie: het riet en de bamboevlaktes waren dusdanig kort gezet, dat ik voor het eerst in vele jaren, zonder enige moeite of hulp van een opstapje, een groot deel van de vijver kon bewonderen! Zo mooi!... En alsof dat alles nog niet genoeg was, stond er net op dat moment ook nog eens een prachtige reiger, sierlijk en elegant, aan de rand van het water in m'n richting te kijken. En ik kon, voor het eerst in lange tijd, hem ook zien!... Meer moet dat toch écht niet zijn om de dag in opperste stemming te beginnen, hé.
Dat ene oorverdovende lawaaierige dagje, dat nodig was om de volledige tuin kort te scheren, heeft me nu alvast weer een paar maanden van zalige rust, intens geluk en een fantastisch uitzicht beschoren. ;-)




dinsdag 2 juni 2020

Een onverwacht genoegen.

't Begon allemaal vannacht met een iets minder aangenaam gebeuren...
Om 1u30 werd ik gewekt door een 'uvo', vlak voor m'n terras. Nee, da's geen schrijffout, dat moet niet 'ufo' of unidentified flying object zijn. Zoiets heb ik hier voorlopig gelukkig nog niet gezien. Een 'uvo', zoals ik al schreef, da's een 'uitzonderlijk vallend object'! Een term speciaal door mij uitgevonden voor alles wat met regelmaat, vanop één van de bovenliggende verdiepingen hier in den blok op den Bosuil, tegen de stenen vlak voor mijn smalle buitenruimte klettert.
'k Was uiteraard meteen klaarwakker, maar hoe ik ook in het donker van de tuin tuurde: niks te zien. Vanochtend echter bleek één of andere onverlaat, die ergens boven mij moet wonen, het nodig te hebben gevonden om zo midden in de nacht aan 'sluikstorting vanop grote hoogte' te doen, en z'n in stukken liggende grauwwitte plastieken wasmand met een brede zwaai de bosjes hier beneden in te mikken. En dat was niet helemaal gelukt. Een groot stuk wegwerpwasmand knalde alsnog keihard tegen de kasseien voor mijn woonkamer.
Aan het gebabbel en gesleep met poetsgerief te horen, was onze conciërge duidelijk al druk aan de gang in de grote hal. Ideaal moment om haar even op die uvo te wijzen. Ze ontsloot meteen de glazen deur naar de tuin om de brokstukken op te gaan rapen, en ik liep even gezellig met haar mee, alsook de man waarmee ze stond te praten. Ja, 'k heb slechts zelden de kans om even in dat groen vlak voor m'n appartement te vertoeven, dus als ik m'n kans schoon zie... U snapt het wel.
En dat niet alleen, ik wou stiekem ook wel eens even bekijken hoe mijn overvolle terras er aan de buitenkant uit ziet. In eerste instantie uit bezorgdheid. Hangt er niet teveel over het muurtje? Ziet het er niet super slordig en ongeorganiseerd uit? Wat kunnen de overburen in 't andere gebouw eigenlijk waarnemen? Is er nog verbetering mogelijk? Bijvoorbeeld om de vogels zich nog meer thuis te doen voelen... Een beetje van dat soort bedenkingen dus.
Maar, geheel tot mijn eigen opperste verbazing -ja, echt, 'k stond helemaal perplex van!- en onverwacht genoegen, mocht ik ontdekken dat het terras zich werkelijk ontrolt als een heel lang en smal mini paradijsje, vol welig tierend fris groen en met nu reeds een brede waaier aan uitbundig gekleurde wuivende
 bloemen, terwijl de meeste planten nog niet eens met hun bloei gestart zijn! Het 'bloemrijkste' seizoen moet nog komen!... Ja, klopt, 't is absoluut een gek allegaartje, heel misschien zelfs wat rommelig en chaotisch te noemen. (Zou dat een afspiegeling van mijn persoontje kunnen zijn, ik, de 'georganiseerde chaos', doch ook met steeds behoorlijk 'kleurrijk' en prima resultaten? hihihi) Maakt niet uit. 't Is absoluut ook een soort uitgelaten ratatouille met een sprookjesachtig kantje te noemen. Hier zouden gerust kabouters of elfjes kunnen wonen. Zeker weten.
De man, die ook ergens in het gebouw woont, moest en zou meteen een paar foto's van zichzelf met dat prachtige bloementerras op de achtergrond. Geen probleem. In tegendeel zelfs! "Een schitterend idee!", vond ik en haalde onmiddellijk ook mijn eigen camera. Niet voor een kiekje van mezelf tussen die zalige floraovervloed. Nee, da's niet nodig. Portretjes genoeg. Wel om éindelijk eens -er wordt wel vaker achter gevraagd, geloof me!- wat 'deftig' en overzichtelijk beeldmateriaal te kunnen delen van dat ondertussen door al m'n schrijfsels redelijk bekende terras! Wel wat jammer dat de zon net op dat moment achter het tegenoverliggende gebouw verdween... Tja, je kan niet álles hebben, hé. hihihi
Dus, bij deze, zonder nog langer om de pot heen te draaien, laat ik jullie met enige trots en vooral veel plezier meegenieten van dat onverwachte genoegen dat me vanochtend ten deel viel! ♥️ 






































zaterdag 9 mei 2020

Poezenleed.

Er zijn behoorlijk wat dingen in deze wereld die ik vermoedelijk nooit zal begrijpen, en die af en toe m'n hoofd met vragen vullen. De voorbije weken stak weer eens zo'n situatie de kop op. Begrijpt u waarom mensen katten 'in huis' halen, om ze dan dag en nacht buiten los te laten lopen en voor zichzelf te laten zorgen? En uiteraard: zónder halsbandje, zónder chip en ook zónder castratie of sterilisatie. Het kan aan mij liggen, maar ik snap er om zoveel verschillende redenen alleszins niks van. Toch zeker hier niet, in zulk verstedelijkt gebied. Op 'den boeren buiten' kan ik er eventueel nog wel in komen...
Sinds ik hier op mijn gelijkvloers appartement kwam wonen, maakte ik kennis met een eindeloze stoet 'buurtkatten'. Hoeveel zou ik er ondertussen al niet hebben zien komen... en gaan? In 't beste geval kuieren ze op hun gemakje voorbij het terras of liggen ze zich als ware pasha's op de warme stenen te koesteren in de zon. Jammer genoeg blijft het daar meestal niet bij. Er wordt regelmatig met veel energie op alle tuinvogels groot en klein gejaagd, en geloof me, ze krijgen ze nog te pakken ook. 'k Wil niet weten wat dat met het vogelbestand doet!... Elke lente opnieuw vinden er hevige territoriumgevechten plaats in de tuin, met veel nachtelijk gekrijs en gejank. En ook vaak met de meest vreselijke verwondingen tot gevolg. Die strompelen hier dan duidelijk zichtbaar de dagen erna voorbij... Mijn terras blijkt een soort catwalk -letterlijk, hahaha- te zijn. Een plek om jezelf als kat te laten opmerken. Ontzettend vrijpostig paraderen hier zowat alle poezenbeesten uit de buurt voorbij; zeker alle katers, om, meestal elk op z'n beurt, met stevig wat sproeiwerk tegen m'n bloempotten mijn buitenruimte als de hunne te claimen... Ze drinken ongegeneerd uit m'n bak met waterplanten, slurpen onverstoorbaar de vogelzwembadjes leeg en likken zelfs het drinksysteem voor de insecten -een stenen bord met natte keien- helemaal droog. Al doende vertrappelen ze achteloos m'n geliefde, o zo frêle bloemen. En af en toe geeft één van m'n planten de geest omdat ik niet op tijd merkte dat de aarde in zijn bloempot tot uitverkoren plasplekje gedoopt werd...
Mijn twee katers Poekie en Pompon mogen nooit naar buiten. Neen, da's niet zielig, echt niet. Ze hebben een heel boeiend leven hier binnenskamers en komen absoluut niets te kort, op geen enkel vlak. Daar mag je gerust in zijn. Zo blijven ze veilig, gezond en vrij van parasitair ongedierte, wat een geruststelling voor mij is; en zo zijn ook de zaadjes en nootjes etende vogeltjes op het terras safe. En al mogen ze niet vrij in- en uitlopen, die twee knuffels van mij, ze genieten wél van de buitenlucht. Als hier de ramen wijd open staan, dan plaats ik daar horren in. Geen gewone horren met insectengaas, maar speciale zelf gefabriceerde poezenhorren met gegalvaniseerd volièregaas, met gaten van ongeveer één vierkante centimeter. En ze vinden het echt zalig om ervoor te hangen, en onbezorgd en gretig alle geurtjes en luchtjes van buiten op te snuiven met de zon of de wind op hun snuiteke; of hoog vanop de krabpaal, die ik er dan altijd voor zet, nét niet zonder barrière de vogeltjes te bespieden en al het reilen en zeilen in de tuin nauwgezet in 't oog te houden.
Twee weken geleden stond er plots een nieuwe, nog erg jonge kat voor de hor in het openstaande venster. Een volledig lichtbruin-zwart gestreept tijgerke zonder enige vorm van schuwheid of bedreiging, heel gewoon met slechts een stevige dosis kinderlijk onschuldige nieuwsgierigheid. 't Zag er nogal een lieveke uit en omdat mijn katers zo nog wel vriendjes aan de andere kant van het gaas hadden, vond ik het wel leuk voor hen. Maar de volgende dagen was dat katje er weer, en deze keer niet zo vredevol! Met alle kracht in zich viel het mijn katers achter de hor aan! Het haar vloog in het rond en het geschreeuw moet ver te horen geweest zijn. Misschien lag het aan het 'kattenseizoen', want het luidde een intens aantal dagen in met epische gevechten in de tuin. De lucht zat dagenlang vol van door merg en been snijdend gekrijs en het gegil, zo uit de ergste horrornachtmerrie, als van een baby die op gruwelijke wijze doodgebeten wordt of zoiets, bleef me opnieuw en opnieuw ijskoude rillingen bezorgen.
Ik trachtte te achterhalen wie er nu precies aan 't bakkeleien was, want ontdek de verschillende individuen maar eens in zo'n kluwen vechtende plush ergens half verborgen in het dichte struikgewas. En behalve een aantal van de zelfverzekerde 'veteranen' hier croste hier precies steeds weer datzelfde tijgertje voorbij... Niet moeilijk dat ik uitgerekend dié altijd zag: het was niet één tijgertje, het bleken er uiteindelijk dríe te zijn! Drie nieuwe gestreepte katten 
in de tuin, en vermoedelijk allemaal ongesneden katers. Twee identiek dezelfde tijgertjes -één lief en één kwaadaardig- en één iets grotere, iets rondere, tijger met wat meer grijs in z'n strepen. Mooi beestje eigenlijk. En omdat ze nieuw in de buurt zijn, is hier dus een ware burgeroorlog uitgebroken. Zucht.
Poekie trekt het zich niet aan. Eén bijzonder doordringende blik van hem, geen geluid erbij of niks, slechts één blik, en gelijk welke andere kat druipt geruisloos af. Mijn zelfverzekerde Poekie is de baas en daarmee uit. Met de anders al zo schuchtere en snel angstige Pompon is het een heel ander verhaal. Hij houdt, met hoge rug, z'n vacht volledig overeind en z'n staart vier keer zo dik als normaal, gevaarlijk grommend en blazend de wacht bij het open venster, ook als er niemand aan de andere kant is. In zijn alles overheersende benauwdheid wou hij mij zelfs bijten toen ik hem trachtte te kalmeren. Pompon is werkelijk totaal van z'n melk door al die vechtersbazen. Radeloos over z'n toeren en panisch angstig probeerde hij al z'n favoriete spullen in huis te markeren als de zijne. Niet door erop te sproeien, zoals katers normaal gezien doen, want dat kan hij als gesteriliseerde kater uiteraard niet meer, maar door er -tot mijn grote ellende- overal een klein plasje op te doen. Op de vloer, op de matjes op de vensterbanken, op de krabpalen, in de poezenmandjes, op z'n ál speelgoed, op de poezendeken op bed (gelúkkig voor mij en m'n bed ééntje met een vochtafstotende onderkant), bij de eetbakjes, naast de drinkwaterschaal...
Er is weinig dat ik eraan kan doen. Begrip tonen en vooral niet boos zijn. Opruimen en poetsen. De wasmachine draait bijna continu. 'k Hou een beetje de wacht om met een krachtige plantenspuit elke eventuele snode belager meteen een stevig nat pak te bezorgen, want dat werkt bijzonder goed als afschrikmiddel. Verder overlaad ik Pompon met extra veel aandacht en een overdosis knuffels, en 'k leid hem zoveel als mogelijk af met allerlei leuke spelletjes, 
zodat hij zich hopelijk gauw weer terug veilig gaat voelen. En ondertussen wens ik vanuit de grond van mijn hart dat die knokkende oproerlingen daarbuiten snel tot een degelijk en langdurig vredesakkoord komen. Graag vandáág nog. En liefst zonder nog één of andere allerlaatste fenomenale aanslag op mijn geliefde terras en huisgenootjes. Want wat mij betreft is het poezenleed hier op 'den Bosuil' stilaan niet meer te overzien, hoor... ;-)



maandag 10 februari 2020

Theofiel, de kerstboom.

"Help! Mijn kerstboom heeft het helemaal overleefd! Hij krijgt zelfs scheuten en "bloemekes". Ik kan het niet over mijn hart krijgen zo'n prachtig levend boomke mee te geven met Ivago, vrijdag. Kan ik hem dit weekend komen planten bij iemand? Iemand een tuin waar Theofiel de kerstboom in past?" schreef Steve de Schepper, een bijzonder sympathieke acteur (die ik ooit, in de rol van oude zigeunerheks, wreed mocht 'lastigvallen'...), met een tikkeltje gepaste dramatiek een tijdje terug op Facebook. Het trok meteen mijn volle aandacht! Hier wou ik alles van weten. En even later verscheen het vervolgverhaal, mét happy end: "De redding van Theofiel de kerstboom... met in de hoofdrol: Peter Van Doorn! Hartelijk dank, Peter. Theofiel staat vanaf nu prachtig boven de vijver van de Toulousetuin in Deinze!" Ik vond het fantastisch! Zo een geweldig leuk verhaal, het bleef gewoon in m'n hoofd hangen.
Wil het toeval dat mijn moeder me, in diezelfde week, een krantenartikel liet lezen over een man, die in regio Wijnegem-Deurne uw de-feestdagen-overlevende kerstboom met plezier kwam ophalen, om hem daarna op een grote lap braakliggende grond met z'n wortels terug in de aarde te planten. "O, zo tof!", dacht ik, "zoveel bomen die gered worden van de brandstapel dankzij deze sympathieke ziel. E
cht super!" En m'n geloof in de mensheid nam weer een beetje toe. Al maakte de advocaat van de duivel in me er even later toch de zoveel minder idyllische bedenking bij, dat die man ze dan over niet afzienbare tijd even goed simpelweg terug zou kunnen uitgraven -of erger: omhakken!- om er een dikke cent uit te slaan tijdens de feestdagen ergens in de toekomst... Tja, dat kan, maar toch borg ik dat idee maar snel weer op. Positief blijven denken, hé! 't Moet niet altijd slecht aflopen in de wereld...
Beide verhalen deden me met heel veel plezier terugdenken aan de enorme tuin in de Schoolstraat, dat paradijselijke Hof van Eden achter mijn ouderlijk huis. Toen ik nog erg klein was, stond er met kerst steevast een echte kerstboom in de woonkamer, mét wortel. Fier als een gieter mocht ik hem dan, als oudste, heel voorzichtig -en ja, met een gietertje uiteraard- af en toe water geven. Water met wat glycerine erin, want 'dan bleven de naalden beter hangen', wist grootmoeder te zeggen. Of dat waar is, weet ik eigenlijk niet, maar wat ik wél heel goed weet, is dat die bomen elk jaar weer de kerstperiode met glans overleefden, en vervolgens in de tuin geplant werden. De plaats bij uitstek om dat te doen was het toenmalige kiekenkot. Omdat de kippen dat stuk afgerasterde tuin steeds bijzonder ijverig om en daardoor volledig kaal scharrelden, vond je daar de perfecte 'lege' plek om nog een boom neer te kunnen zetten. Zo werd de uitbundig en weelderig groeiende en bloeiende -en uiteraard uitermate bewonderde en gekoesterde, ook door mij- plantencollectie van mijn moeder niet onnodig verstoord.
De kippen verdwenen, de afrastering ook, het kippen-slaap-en-eieren-leggen-kot mocht blijven, als opbergruimte voor tuingereedschap en als speelhuisje voor de vijf kinderen. En de kerstbomen, die groeiden op hun gemakje onverstoord verder. Ze zagen de tuin om zich heen af en toe stevig veranderen. Er lag een tijdje een prachtige vijver tussen hen in, met een watervalletje en een bankje ernaast. In hun takken zat toen, tot grote frustratie van mijn vader, af en toe een reiger, loerend op de vele visjes onder de waterleliebladeren.
De bomen groeiden jaar na jaar verder en verder. Reuzen werden het, ik schat makkelijk een meter of 8, 9. Misschien wel meer, maar een boom opmeten in je herinnering is behoorlijk lastig... Er werd af en toe wel een klein beetje gesnoeid, jawel, maar dat was hoofdzakelijk aan de onderkant, vooral dode takken. Of aan de zijkant, want alles wat over de tuinscheiding hing, moest er steevast aan geloven. De buren waren absoluut niet blij met dat wassende bos van zoveel meer dan alleen maar sparren naast hun stukje grond... Zij hadden namelijk uitsluitend een vlakte vol netjes afgemeten en totaal fantasieloze 'moestuin', en dat oerwoud van ons, dat bracht volgens hen verschrikkelijk veel vuiligheid met zich mee, tot ín hun sla, en het pakte de zon van hun spruiten en prei af. Ja, ons va en ons moe hebben af en toe stevige toespraken van ongenoegen mogen aanhoren, en dan druk ik me nog erg netjes uit, hoor... ;-)
De geliefde blauwe regen naast het oude houten kot vond al snel via de dakspanten 
z'n weg naar de sparrentakken, en kleurde de kerstbomen van ergens in mei tot soms wel eind juni weelderig en overdadig vloeiend purper. We konden er niet genoeg foto's van maken, van dat beeld. Op zoek in de computerbestanden van mijn vader naar beeldmateriaal bij dit verhaal blééf ik ze maar tegenkomen, die kiekjes, jaar na jaar na jaar. En eigenlijk legde geen enkele van die plaatjes, hoe mooi ook, de overdonderend overvloed en pracht van de werkelijkheid echt goed vast, volgens mij.
De map met mijn vaders foto's van die ene strenge winter waarin zelfs het watervalletje van de vijver bevroor en alles in de tuin onder een schitterend sneeuwtapijt verdween, bevatte ook beelden van de uit de kluiten gewassen sparren in vol kerstboom-ornaat: glinsterend in het koude winterzonnetje, pijnlijk fel aan de ogen afstekend tegen de knalblauwe lucht, decoratie 
puur natuur, in hun eclatante sneeuwlaagje. Zo mooi! Zucht. Om nooit meer te vergeten.
Het huis werd verkocht. De tuin is niet meer. En ik vrees dat de oude kerstbomen, na meer dan vier decennia zowat àlles te hebben overleefd, uiteindelijk toch het loodje moesten leggen, samen met al de rest van ons persoonlijk stukje aards paradijs, om plaats maken voor een meer 'gecultiveerde', 'moderne' en vermoedelijk zoveel minder toverachtige en idyllische buitenruimte... Geen fijne gedachte eigenlijk. Maar ja, de tijd van mijn ouderlijk huis, zoals wij dat altijd kenden, is lang voorbij. Jammer, maar zo gaat het nu eenmaal in het leven, hé. Je moet zulke dingen loslaten. Maar de verwondering, de bewondering en het geloof in alles wat feeëriek en sprookjesachtig is uit m'n kindertijd, dat alles liet ik niet los en ben ik, als heel gewoon, verder met me mee blijven dragen.
En gelukkig passeert er zo af en toe ook eens een klein verhaaltje, waarin de geschiedenis zich toch op een erg fijne manier lijkt te herhalen, en dat je samen met een overdosis fotomateriaal breed glimlachend terugvoert naar zulk een mooie tijd op en in zo een fantastische plek. Of hoe Theofiel, de kerstboom, met zijn reddende planting in een al even fraaie sprookjestuin, mij terugbracht naar de vele naamloze, doch niet minder gekoesterde kerstbomen uit m'n jeugd. ♥️







maandag 13 augustus 2018

Hoera, het regent!

♪♫♪ "Het regent, het regent, de pannen worden nat!..." ♪♫♪♫♪ loop ik sinds dat eerste regenbuitje van afgelopen zaterdag al de hele tijd te zingen. Maar toen ik vanochtend de gordijnen open schoof en het serieus zag gieten, gingen de remmen pas echt bij me los. Met elke nieuwe dretsvlaag doe ik al zingend een danske door zowat het hele huis. De pannen uit het liedje worden systematisch vervangen door alles wat ik op dat moment kan bedenken. Keien, struiken, bomen, bloemen, huizen, straten, mensen, vogels, eendjes,... en mits enige tekstuele aanpassing passeert ook 't gazonneke. Verder dan het eerste regeltje van het liedje ga ik trouwens niet. Die lichtjes verongelukkende boerinnekes met hun pijnlijke achterste, die komen niet aan bod. Het gaat me uitsluitend om dat eindelijk weer neervallende water. 'k Ben er zo blij om en vooral ook zo ontzettend opgelucht.
Met bijzonder veel pijn in m'n hart zag ik immers de voorbije weken de hele tuin langzaam dood gaan. Na het verkleuren en verdrogen van het gazon lieten ook één voor één de struiken kun bladeren en takken hangen, om niet meer overeind te komen en af te sterven. En ook die pas aangeplante jonge bomen aan de speelweide waren niet opgewassen tegen zulke droogte. Alles had dorst, grote dorst...
Mijn terras, waar de potten in die periode af en toe toch nog een zuinige slok kostbaar vocht kregen, en waar ik grote stenen schalen met water neer zette, fungeerde als een oase in de woestijn. De vogels, de insecten,... werkelijk iedereen uit de buurt vond zijn weg tot bij mij. Het was een druk, maar erg boeiend komen en gaan van opgeluchte dorstigen.
De afgelopen weken begreep ik door die op elkaar volgende hittegolven nog eens zoveel beter hoe ernstig de toestand in al die verre kurkdroge landen wel is. De onvoorstelbare gruwel van die kostbare, zorgvuldige geplante gewassen voor je ogen te zien verdorren en verpulveren tot stof. En daar niets, maar dan ook ab-so-luut niets aan te kunnen doen. Daardoor geen eten te hebben voor jezelf, je familie, je dieren. En uiteindelijk zelfs niet één klein slokje water meer om ieders dorst te lessen... En dan die gigantische allesvernietigende branden tegenwoordig overal in de wereld. Apocalyptische horror!... Ik kon het allemaal bijna lijfelijk voelen en kreeg het er verschrikkelijk benauwd van. 
O, ik zeg het zo vaak, als ik mensen hoor klagen dat het 'alwéér' regent: "Je zou eigenlijk heel blij moeten zijn, want die regen zorgt hier wel voor al onze welvaart!" Dan bekijkt men mij meestal een beetje meewarig, alsof ik één of andere simpele ziel ben, met een paar vijzen los. Of een licht geflipte 'groene, die wat oninteressante blablabla staat te verkondigen.
Maar het IS wel de waarheid, hé...

Hier zijn we het zodanig gewend dat het 'altijd' regent, dat, als er dan plots een echte droge periode verschijnt, we daar totaal niet op voorzien zijn, en dus zeker niets aan water opgespaard hebben. We zijn het zo gewoon dat het 'altijd' regent, dat we het ook doodnormaal vinden om met water te smossen, verkwisting in alle mogelijke vormen. 'Er is toch altijd water geweest, veel, in overvloed, soms zelfs veel te veel'... De aanwezigheid van water is hier banaal vanzelfsprekend. Dat het in wezen iets van onschatbare waarde is, daar staan we totaal niet bij stil... 
Water ligt aan de basis van alle leven. Geen water, geen leven. Zo simpel is dat. Kijk maar naar de ruimtevaart: het eerste wat ze op al die planeten gaan zoeken is water! Want als er water is, dan... inderdaad, dan, en alleen dan, zou er léven kunnen zijn. Denk er maar eens even over na. Geen water, dat betekent geen planten, geen dieren, geen drinken, geen eten, geen zuurstof en dus uiteraard ook geen mensen. Kijk maar wat er gebeurt als het hier bij ons eens heet en droog is voor slechts een paar weken na elkaar, hooguit een dikke maand, het heeft niet eens een jáár of zo moeten duren: alles om ons heen begon al af te sterven!...
In de nieuwsberichten las ik dat er duidelijk meteen veel minder verbruik opgemeten werd nadat men richtlijnen oplegde i.v.m. waterconsumptie. En ik stel me dan de vraag waarom we eigenlijk niet altijd zo bewust met die bron van leven omspringen. (Al was het maar om puur financiële redenen, mocht je al dat klimaatgedoe kletskoek zou vinden...) Zelf doe ik dat al m'n hele leven, omdat ik maar al te goed besef dat het niet 'maar' water is. Die droge hete perioden zullen alleen nog maar verder toenemen, vrees ik. Dus volgens mij is het hoog tijd dat mensen hun ogen openen en niet meer domweg blijven denken: 'och, er is immers altijd genoeg geweest', of een pak egoïstischer: 'het zal mijn tijd wel duren'... En het is ook niet aan de 'anderen' om het op te lossen. Als je voortdurend oordeelt dat 'één bad meer of minder het verschil niet zal maken', dan komen we er niet, hoor... 
Die onbetaalbare rijkdom moeten we koesteren en waarderen, en dat kan eigenlijk alleen door er zuinig op te zijn, zoals je altijd doet als met iets dat precieus voor je is. En dat respectvol gedrag begint bij élk van ons en in hele kleine dingen. Zoals ik al vertelde: het positieve effect van zulke sumiere aanpassingen werd reeds overduidelijk opgemeten bij het toepassen van die hittegolf-maatregels. Of om het in water-termen te zeggen: al die vele uitgespaarde druppels vullen samen toch ook een emmer, hé. En die emmers een meer, en zo verder en zo voort... 
Om je eventueel op wat ideetjes te brengen: een paar voorbeelden uit mijn eigen leven. Douchen doe ik zoals tanden poetsen: kraan open, nat maken, kraan dicht, inzepen, schrobben, boenen, kraan open, afspoelen, kraan dicht. Da's geen 5 minuten water. En ja, ook met lang haar. Een afwasmachine heb ik niet. Als je toch altijd je borden afspoelt voor je ze er in zet, dan kan je er net zo goed wat sop bij doen, en dan zijn ze meteen al afgewassen. Slechts 5 minuten water. Kleding raakt even proper in een kort programma van de wasmachine -met weinig water dus- als in een lang, want geef toe, hoe 'vuil' worden onze kleren tegenwoordig eigenlijk nog... O ja, en ééntje waar iedereen natuurlijk op zit te wachten: het planten-water-geven op m'n terras! "Dat moet nogal hectoliters water verbruiken, zo'n complete tuin in pot!" hoor ik u al denken. Wel, ik geef met zo'n handige knijphandvatsproeikop -of hoe heet zo'n ding eigenlijk?- op de tuinslang elke pot apart, minutieus één voor één, uitermate precies ín de pot en zonder smossen -toch voor 99%-, exact die hoeveelheid die de plant in kwestie nodig heeft. Niet meer, niet minder. Het terras zelf blijft heel voorbeeldig op mogelijk een paar accidentele druppels na zo goed als volledig droog. Geloof me, ik heb het een keer nagemeten: da's per keer voor heeeeeeeel dat reusachtige overvolle terras niet eens een halve badkuip water. En hoe heb ik dat nagemeten, vraagt u? Door tijdens die hittegolven m'n bad eens een keertje een handje hoog te vullen met koud water -zonder zeep uiteraard- om mezelf wat in af te koelen, het daarna in emmers leeg te scheppen en met dat water de planten op het terras van hoognodig vocht te voorzien! Een hele klus, dat klopt, maar absoluut de moeite waard!
Ondertussen staan de hemelsluizen hier opnieuw wagenwijd open. Het maakt me oprecht gelukkig. Dansend rond de tafel zing ik weer van ♪♫♪ "het regent, het regent, de (vul maar in) worden nat!..." ♪♫♪ Toen ik daarstraks -ook al zingend- tussen twee buien door even snel boodschappen deed, zag ik een familie eenden in een paar plassen langs de kant van de weg gezellig in het rond spletteren. Ze konden echt hun geluk niet op, zo genieten! De arme tuin zal vermoedelijk iets langer nodig hebben om weer helemaal in z'n nopjes te zijn. Hier en daar herstelt zich al wel weer een struik. En zo links en rechts kleurt een plag gras toch al weer een beetje groen. Maar voor sommige bomen en planten vrees ik dat jammer genoeg alle redding te laat komt... Wel, we zullen zien. Afwachten. De natuur is sterk, hé.
De klimaatverandering is sowieso een vaststaand feit, een absolute zekerheid. Nú bewust worden en nú handelen, da's de boodschap! Voor elk van ons, en heel gewoon in vele kleine dingen. En blij zijn, geweldig blij zijn, elke keer dat het regent. Want ♪♫♪ "het regent, het regent, d'er valt 'leven' uit de lucht!..." ♪♫♪ 💙😊


zondag 28 januari 2018

De wilde volière.

De eindeloze aaneenschakeling van dagen waarin ik als een soort ouwe dweil slap, zwaar en uitgerafeld, en met even weinig levenslust, de klok rond onlosmakelijk versmolten met m'n bed doorbracht behoort ondertussen gelukkig al weer een beetje tot het verleden. De tijd van het absolute niks-zijn wordt steeds vaker onderbroken door momenten met de zalige combinatie van goesting en energie, zij het voorlopig nog slecht heel af en toe, en van relatief korte duur. Sinds het begin van mijn depressie breng ik het grootste deel van m'n tijd wat afwezig rondlummelend in het huis door. Verborgen onder een berg zachte fleeche dekentjes hang ik als een soort kleurrijke mummie in de zetel, eventueel met een lekkere hete kop koffie of zo, al dan niet in het knuffelgezelschap van één van de katertjes. Met aan m'n bureautje achter de computer aan van alles en niets te zitten frullen, uiteraard ook vaak met een half slapende kat naast me, verglijden regelmatig en altijd volledig onopgemerkt hele voor- en namiddagen. Maar wat ik ook doe -of niét doe- altijd weer gaat mij blik als vanzelf naar buiten. Vanuit zowat elke hoek van elke kamer heb ik hier een ongestoord wijds zicht op de tuin, de struiken en bomen, het prachtige gazon, de zen-tuin-achtige cascade aan keien, een hoekje van de vijver, de verschillende gebouwen in de verte, en royaal stuk lucht boven de open ruimte. En natuurlijk, niet te vergeten, het nu, zo zonder bloemen wat kaal uitziende lange smalle winterse terras. En het is niet alleen de eindeloze beweging van de takken en blaadjes in de wind daarbuiten die mijn aandacht trekt. Nee, weer of geen weer, in alle seizoenen, het hele jaar door doe ik aan 'vogelen', -vogels spotten dus, ik hoorde je al denken... hihi- en daar geniet ik mateloos van, zelfs nu ik het leven even niet zo zonnig en optimistisch als gewoonlijk bekijk.
Op mijn vorige adres voedde ik jarenlang een zeer brede waaier aan terras-bezoekend gevogelte en die ongelofelijk mooie en gezellige gevederde drukte hoopte ik hier uiteraard opnieuw te creëren. Tot m'n groot verdriet zag ik behalve een paar duiven, een ekster en een stelletje mezen ver weg van mijn stukje buitenruimte, in de bomen van de tuin, de eerste 12 maanden geen veer. Ondanks al het uitgestalde lekkers. Juist het ontwaren van de reiger die af en toe de voor mij de maar nét zichtbare vijver bezocht deed me, hoe ver ook van mij verwijderd, elke keer van geluk op en neer springen.
En toen plots, met z'n allen, als afgesproken, 'samen durven we' of zo iets, een hele rits koolmezen (1) die zich honderduit vrolijk kwetterend op de pinda's en vetbollen stortten! Hoera! Da's een moment om nooit te vergeten. En al snel lieten ook de pimpelmezen (2), met het blauwe keppeltje, zich zien. O, hoe heerlijk vond ik dat, al dat opgewekte gekwinkeleer, onschuldig geruzie en dartel gebuitel. En ook katers Poekie en Pompon konden hun lol niet op! De hele dag met hun neus tegen het raam, want hun persoonlijke 'poezentelevisie' zond éindelijk een uitzonderlijk interessant programma uit... 
Bijna tegelijkertijd vonden ook de vrijpostige houtduiven (3) de weg naar een snelle hap. Al zag en zie ik die eigenlijk liever niet verschijnen. Zij vernielen met hun wild flappende gevechten en een onhandig lomp lijf, trappelende poten en woeste vleugelslagen nagenoeg álles in hun pad. Bloemen, bollen, struikjes, zelfs kleine tuinornamenten, 't maakt niet uit, 't gaat er allemaal aan. En ze schijten als eersteklas strontmachines absoluut àlles onder. Zucht.
Lang duurde het niet of ik zag in de schemer van een herfstavond iets klein grijs-bruins tussen de struikjes ritselen. Toch geen muis zeker?! Nee, gelukkig niet, maar wel een ijverig winterkoninkje (4) dat bijzonder ambitieus het ene na het andere blaadje omdraaide op zoek naar insecten. Hij voelde zich duidelijk helemaal thuis tussen de potplanten. Een paar dagen later flitste er de hele tijd een rood vlekje tussen de tuin en de bloempotten voor m'n vensters heen en weer. Toen kon ik m'n geluk helemaal niet meer op: immer nieuwsgierig roodborstjes (5) behoorden nu ook tot de vaste volière-bezoekers. Zij vliegen niet eens meer weg als ik buiten wat aan de planten zit te frullen. En vanop het omheiningsplekje dat het beste inzicht door het venster naar binnen geeft bespieden zíj míj tegenwoordig, zonder enige gene, frank en vrij, zoveel schaamtelozer dan hoe ik hen ooit had durven beloeren.
Op een dag hing er ineens, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, een bonte specht (6) tussen de mezen nootjes te eten. Die had ik al een keer op de stam van de dennenbomen zien zitten, maar zo dichtbij, wow, geweldig. Rond diezelfde stammen draaide er trouwens ook heel vaak een tot voor kort ongekend vogeltje, erg klein, bruinachtig, onopvallend en razendsnel cirkelend. Dat bleek een boomkruiper (7) te zijn, toen ik hem -of haar, wie weet- een paar weken geleden van dichtbij zag, ook gezellig wat rondhangend op het terras. 
De wilde volière hierbuiten breidde zich verder uit met een stel tortelduiven (8), een stuk beleefder dan hun soortgenoten, met een pak minder neiging tot ongegeneerd vandalisme. De verrassend grote, erg schrandere eksters (9) in hun prachtig glanzende galakostuum bevinden zich maar wat graag in gezellige drukte en voegen aan de gevleugelde terrasbende vooral extra kwebbel- en schetterdecibels toe. De familie schitterend gekleurde Vlaamse gaaien (10) met residentie in de tuinen om de hoek pikt blijkbaar toch ook hier af en toe met plezier wat lekkers mee. Verandering van spijs doet eten, vermoed ik...
De prachtige reiger (11), die komt met zekerheid nooit tot op mijn terras -ik bied in m'n voederdingetjes geen vis aan, hé- maar mijn vreugde is onverminderd groots elke keer ik die majestueuze vogel in sierlijke krullen zie neerdalen in de tuin. Met een stevig uit de kluiten gewassen zwarte kauw (12) stond ik wel al oog in oog, zij het met vensterglas tussen ons in. Dat was echt een bijzonder verbluffende ontmoeting, met verbazingwekkend reëel contact. De wijsheid straalde uit z'n pienter glimmende kraalogen. Een onvergetelijk zalig moment!
En het vogelbestand in deze volière zonder tralies blijft groeien! Afgelopen weekend meende ik in een flits een zwarte mees (13) gezien te hebben. En al pratend aan de telefoon met m'n moeder -zij kan getuigen van mij intense blijdschap- merkte ik ineens dat er een groepje staartmeesjes (14) aan de zonnebloempitten smikkelden. Super schattige piepkleine donzige zwart-witte pluimenbolletjes, niet groter dan een winterkoninkje, maar met een geweldige staart, buiten verhouding lang. Echt schitterend! 
De merels (15) scharrelen hun kostje bij elkaar in de tuin, tussen de struiken, de keien en in het gras. Ik denk niet dat die zich ooit tot op het terras zelf zullen begeven. Zij houden van open ruimten. Maar de appelstukjes die ik heel af en toe en heel stiekem voor hen het struikgewas in mik laten ze zich alleszins duidelijk welgevallen.
Vanmiddag tijdens m'n boodschappenwandeling, met ijskoude handen en oren door die snijdende wind, was de grauwe lucht beladen van veelbelovend vogelgezang. De nakende lente liet zich absoluut nog niet voelen maar je kon ze al wel glashelder horen. Het zal vast niet zo heel lang meer duren voor er in al die ontelbaar vele en nu in de kale winterbomen duidelijk zichtbare nesten weer volop nieuw leven zal beginnen tjilpen en fluiten. En wie weet spot ik dan, zoals op m'n vorige terras, ooit ook weer de te gek gekleurde putter (16), of de grasgroene groenling (17), of een paar goudvinken (18), of... 
Juist die vlucht spreeuwen (19) die ik vandaag op de speelweide tussen de gebouwen zag, die mag absoluut wegblijven, hoe mooi hun iriserend stippeltjes-verenkleed ook is. Want geloof me, om dat soort grenzeloze hooligans enigszins in toom te houden vrees ik dat het beslist noodzakelijk is dat één of andere indrukwekkende roofvogel deze wilde volière als domicilie kiest, én op de koop toe -liefst!- wel alle ándere gevleugelde bezoekers ongeschonden in zijn en mijn buurt tolereert... En dat, dat zie zelfs ik in m'n meest optimistisch moment, met een roze bril op en geloof in wonderen nog niet zo snel gebeuren! ;-)



maandag 9 mei 2016

Eigenwijze Efteling-adoptie.

In het jaar 2000 brachten ze hem mee naar huis, en 16 jaar lang had hij zijn eigen plekje in de tuin van ons va en moe. Eerst keek hij jarenlang glimlachend uit over de grote vijver, wiebelend in de wind in één van de reuzegrote kerstbomen. De laatste tijd, daar in de Schoolstraat, was z'n hangout een heel stuk dichter bij de mensen: aan de tuinmuur met de uitgebreide collectie vogelhuisjes, met zicht op het terras, de woonkamer en de keuken, alsof hij na al die tijd in alle soorten weer en het wisselen der seizoenen misschien toch eens wou piepen of 'binnen wonen' niet ook iets voor hem was...
Het huis werd verkocht, en dus ook hij moest verhuizen.
Omdat m'n moeder's nieuwe appartement geen tuin maar slechts een klein terras heeft nam ik een aantal dingen, deels sentimenteel, deels omdat ik ze stiekem àltijd al leuk vond en eigenlijk ook graag wilde hebben, uit 'den hof' mee naar mijn terras. Grote smeetijzeren plantensteunen, een dik pak bamboestengels, de 'keikopkes' -2 stenen met een grappig gezicht, een soort vrolijke tuinbeschermers- die ik zelf ooit aan m'n ouders kado deed, een uit de kluiten gewassen buitenthermometer, wat nieuwe stenen potten, een paar grappige vogelhuisjes en voederbakjes, een trio tuinkabouters, een rozenboompje met kleine roze roosjes en nog wat andere ditjes en datjes.
En zo ontfermde ik me ook over het door de tijd wat van kleur verschoten grappige mannetje met z'n paraplu, die zo lang geleden uit de Efteling meekwam naar die fantasierijke tuin in Wijnegem. Een paar weken geleden ontving ik van m'n moeder z'n paspoort, waardoor deze adorabele her-adoptie nu volledig rond is. Lian heet hij en hij is een telg van het volk van Laaf, waarvan er een super schattig dorpje in de Efteling te bekijken valt. Volgens z'n identiteitsgegevens is hij handelsreiziger in min of meer waterdichte paraplu's, waarmee hij zelf af en toe onvrijwillig de lucht in gaat, wat hem de bijnaam 'Parachute' bezorgde. Past schitterend bij mij, vind ik, 't madammeke met uitgebreide collectie plezante regenschermen...
En bij mij mocht hij lekker warm binnen wonen! Er kwam een sierlijke plantenhaak aan de muur vlak boven de sofa, met brute kracht bijgebogen om mijn nieuwe huisgenoot, hangende aan zijn paraplu, een wat vertrouwd uitzicht te geven over de tuin en het terras, maar meteen ook over de hele woonkamer. Kon hij lekker mee televisie kijken. 't Zag er leuk uit, dus helemaal in orde, iedereen content. Tenminste, dat dacht ik...
De volgende ochtend hing Lain, tot mijn verbazing, volledig andersom, met z'n gezicht naar de tafel en de muur met schilderijen. Heel vreemd! Ik snapte er niets van. Wou hij dan toch liever een ànder uitzicht en had hij zichzelf daarom gedraaid???... Omdat het, gek genoeg, niet lukte hem weer in de 'juiste' richting te keren haalde ik hem voor een nadere inspectie even van z'n haak. Net op tijd, zoals bleek. Een uurtje later of zo zou hij aan gruzelementen gevallen zijn. Blijkbaar vond hij dat 16 jaar met-volle-gewicht-aan-diezelfde-ene-hand-aan-diezelfde-ene-paraplu-hangen méér dan genoeg geweest was. "Niet nóg eens zoveel tijd!" moet hij met kramp in z'n beklagenswaardige arm gezucht hebben en dus liet hij, met een langzame roterende beweging, z'n regenscherm los. 
Da's absoluut begrijpelijk en die mooie haak dient wel voor een hangplant of zo.
Hoog tijd voor comfort! Laaf Lain geniet nu bovenop de vitrinekast met al m'n koesterspulletjes, met een streelzacht kussen onder z'n bolle achterwerk en voorlopig nog steeds trouw z'n hoedje en paraplu vasthoudend, van een nieuw, eveneens uitzichtrijk, plekje. 
Nu hoop ik maar dat hij niet met zelfmoordneigingen sukkelde en morgen moedwillig en goed geweten van die kast af dondert... Tja, hoe zou je zelf zijn, als je al 16 jaar lang wanhopig verlangt naar eens een tijdje zitten... Maar dàt, dat is dus bij deze éindelijk in orde gebracht, hé! ;-)



dinsdag 26 april 2016

Fenomenaal, die Floraliën!

Op een zondag om 6 uur uit je bed moeten, dat lukt bij mij alleen als er iets geweldig leuks gepland staat! En zo bevond ik me vrolijk ongeduldig, fris gewassen en klaar voor wat een super daguitstap beloofde te worden, om 7u30 reeds aan de tramhalte. En het begon al goed: 45 minuten lang geen tram. Zucht. Eindelijk toch in Antwerpen Centraal geraakt restte me nog juist 4 minuten om een ticketje te kopen én de trein naar Gent te halen. Gelukkig had die 2 minuten vertraging en stond hij op perron 1, da's gewoon boven in de grote hal, waardoor ik er, nog nét op tijd, totaal buiten adem van het trappen op crossen, in kon springen. Hoera! Zo begon m'n dag Floraliën met vriendin Marleen. Hoedje op tegen de regen, jas-sjaal-handschoenen tegen de kou, zonnebril voor mocht de zon schijnen, een beetje zakgeld voor de lekkere trek en een leuk souvenirtje, en m'n camera met in totaal 4GB aan fotokaartjes om het allemaal vast te leggen.
Marleen stond me al op te wachten in het Sint Pietersstation en schoot bij de imposante bloemenopstelling aldaar meteen de eerste kiekjes van de dag.
We begonnen ons parcours in de Bijloke. Aan de inkom kregen we allebei meteen een polsbandje omgesnoerd om overal in en uit te loggen, want veiligheid boven alles, en tevens diende dit als betaalmiddel -waar je uiteraard zelf centjes op moest zetten- want de Floraliën zijn vanaf dit jaar 'cashfree'.
Maar, ondanks de vele infostanden, stewards, agenten, enz. -allemaal van enorm goede wil- zaten er in zowel die veiligheid als in dat centenvrij-zijn toch wel wat gaten, hoor... Geloof me, 't was wreed sukkelen met momenten. 
We zagen spannende bamboe kunstwerken, de rustgevende Japanse tuin, een enorme verzameling prachtige bonsai's, een massa bijzonder fraaie Gentse azalea's en de Cocon, een soort futuristisch huis van ronde kamertjes gevlochten in natuurlijke materialen en behangen met allerlei levende planten in potten en manden. De film 'Waterworld" kwam van ver in m'n gedachten.
Shuttlebus naar de volgende site? Niks voor ons! Wij hadden onze stevige stappers aan en alles lag op loopafstand. Volgende halte: de Leopoldskazerne, waar 'groen in de stad' gepromoot werd met een schitterend aangelegd mythologisch belevingsbos en groene gevels, voor verticaal tuinieren.
Ondertussen trakteerde Moeder Natuur ons overdreven gul op alle mogelijke seizoenen in één dag. Zwetend in de felle zon afgewisseld met bibberend van de ijskoude windvlagen naar dringend moeten schuilen voor plotse hevige slagregen en ware hagelbombardementen met zelfs hier en daar wat verdwaalde sneeuwvlokken tussen. Maar het bedierf de pret helemaal niet, in tegendeel zelfs. Heen en weer tussen rillen en bakken? Spannend, vonden wij!
Op de volgende site, het Sint-Pietersplein, was de lol was er voor mij wel even af toen ik, volledig geconcentreerd de vleesetende planten fotograferend, behoorlijk kortaf en hardhandig uit de weg geduwd, zonder pardon plaats moest maken voor 'monseigneur'. Misschien gek, maar bij dat woord denk ik altijd meteen aan een wijze kardinaal met een imposant karmozijnrood gewaad... maar, het was dus prins Laurent, omgeven door een volledige cameraploeg van de televisie, een bende niets ontziende, druk flitsende pers- en andere fotografen, aangevuld met een schare wild enthousiaste fans en een kudde elkaar verdringende kijklustigen. Wijs als we zijn lieten Marleen en ik die krioelende mensenmeute dan maar aan ons voorbij stromen. Zo konden wij tenminste weer op ons dooie gemak en zonder opgejaagd of 'ge-loopt-in-de-weg!' gevoel verder van al die sierlijke schoonheid genieten.
In de Sint-Pieterskerk bewonderden we het omstreden pronkstuk van deze Floraliën-editie: die reusachtige kleurrijke en sprookjesachtige bloemenluster.
En verder ging onze florawandeling, richting Citadelpark. Inspiratietuinen, 'Flower Power', 'Back to the Roots' op de allereerste locatie, bomen, struiken, azalea's, tuinplanten allerlei, groot en klein, in alle kleuren en geuren... Een ware bos-tuin in een enorme hangar. Wauw! En o o o, niet te vergeten: die ongelofelijk indrukwekkende begonia's, zo groot als je gezicht! Daar vielen de oooh's en aaaah's overvloedig uit m'n mond! Die wil ik! Voor m'n terras! O ja!
Vermoedelijk om de voorgang van de bezoekers niet te stremmen stond er eigenlijk nergens langst de hele route een bankje of zo om even, ondertussen genietend van een aangenaam uitzicht, de moede rug en voeten te laten rusten. En omdat we, ik weet niet hoe, behalve het occasionele doornatte en behagelde terrasje-zonder-meer, blijkbaar zowat alle mogelijke eet- en drankgelegenheden onopgemerkt voorbij liepen deden de honger en dorst stilaan bijna meer pijn dan ons zeurende lijf... 
Hadden we dan misschien toch een Würst van Jeroen Meus moeten soldaat maken, zoveel uren terug, aan het begin, in de Bijloke?...
Helemaal aan het eind van de boeiende bloeiende rondgang strompelden we, doodmoe maar wreed content -vooral omdat we het vonden- het zelfbedieningsrestaurant binnen. De meer dan welkome Griekse sla en frietjes met een Hoegaarden Rosé, voor mij, en het bord dampende Gentse stoverij, ook met frietjes, en een glas rode wijn, voor Marleen, smaakten echt onwaarschijnlijk verrukkelijk. Een excellent orgelpunt op deze dag!
Een uurtje later stond ik terug aan het zonovergoten Sint-Pietersstation, waar m'n kunstje van die ochtend nét niet opnieuw lukte: met nog 3 minuten te gaan trok ik opnieuw een sprintje, de trein stond nog aan het perron, maar 'k mocht er van de treinbegeleidster niet meer bij op springen. Koffietje dus.
Extreem gelukkig met de warme vriendschap, de massa's foto's en de leuke souvenirtjes plofte ik volledig voldaan rond 18u30 in m'n eigen zetel en... viel prompt in slaap. Doodmoe van de fysieke inspanning -minstens 30.000 stappen tussen ons getweeën- maar ook pompaf van al die meer dan fantastische indrukken van dit overheerlijke bloemen-uitje. O, wat ga ik hier nog lang van nagenieten, amai! En het opnieuw en opnieuw beleven begon al onmiddellijk: die meer dan 1.000 foto's, die we samen schoten, uitzoeken, bijwerken, knippen, plakken, van commentaar voorzien en in een album krijgen. En uiteraard, wat had je gedacht, doorloop ik de hele uitstap nogmaals van voren af aan met het schrijven van dit blogje! ;-)
Dank je wel, Marleen, dit was waarlijk een absolute bloemen-topdag! Fenomenaal, die Floraliën! ♥