Posts tonen met het label trein. Alle posts tonen
Posts tonen met het label trein. Alle posts tonen

donderdag 28 juni 2018

De zee.

Eindelijk weer eens die ene grote liefde gaan bezoeken nadat je ze al een jaar hebt moeten missen, je zou voor minder zenuwachtig worden, hé. M'n vrolijke rode-met-roze-cirkels-en-bloemen jurk hing naast de bijpassende handtas en schoenen netjes gestreken klaar. Alle andere spulletjes die ik dacht nodig te hebben voor de twee uur durende treinreis en de rest van m'n dagje-uit stond al keurig ingepakt in die leuke roze boodschappenmand naast de voordeur, klaar voor vertrek. Nu nog juist één nachtje slapen en... En dat lukte dus niet. Er is natuurlijk altijd een beetje de angst de wekker niet te horen, maar in dit geval lag de schuld van deze woelige en slapeloze nacht vooral bij het onschuldige, maar voor mij zeer betekenisvolle liedje in m'n hoofd. En op zo'n moment plots niet meer verder raken dan die eerste twee lijnen is dan absoluut nefast. Dus, bed uit en opzoeken maar. Voor alle zekerheid schreef ik de tekst volledig over en stopte hem ook bij de mee te nemen spulletjes.
Ondanks een klein houten kopke, wegens het slaaptekort en het niet afhoudende liedje, verliep m'n reis probleemloos en voorspoedig. En op de koop toe was het erg gezellig, dank zij de geweldig aangename babbel met Monique die ik op de trein leerde kennen. Van het eindstation nog even drie haltes met de tram; dan de onstuimige vreugdevolle begroeting met m'n opgetogen glunderende goede vriend en gastheer voor deze dag, Jef; gevolgd door nog één piepklein straatje wandelen en... daar was ze dan eindelijk: de zee!
Ik hou zielsveel van m'n planten-oerwoud, met m'n poezenschatjes er tussen, in de kamers van m'n dierbare flatje en terras,
maar daarnaast heb ik ook absoluut mijn hart aan de zee verpand. En daar was ze weer, voor zo wijd ik, lichtjes naar adem snakkend, kon kijken, langs kilometers plat, effen strand: die o zo geliefde zee. Eindeloos ver strekkend, immer van kleur veranderend, en met behoorlijk stormachtig geweld gekroond door grote witte schuimkoppen in brede golven brekend op het als een biljartlaken zo glad, schijnbaar oneindige zandstrand. Ik kan me niet herinneren haar ooit in zulke onbegrensde fenomenale, en lichtjes overdonderende glorie te hebben gezien.
De rest van de dag zou het me steeds de grootste moeite kosten om er even van weg te kijken, van dit prachtige, spectaculaire zicht. Uiteraard lukte dat niet tijdens die heerlijk lange wandeling op het strand met de voetjes in het verrassend warme water, en, een hele tijd later, de hele weg weer terug op de boulevard natuurlijk ook niet. Tijdens de gezellig babbel bij de koffie in het super aangename appartement op de 8ste verdieping, gezeten aan de grote tafel tegen het van-muur-tot-muur-en-plafond-tot-vloer-uitstrekkende raam met panoramisch en volledig ongehinderd zicht op zee plakte ik als vanzelfsprekend bijna gehypnotiseerd aan het beeld vast. En zelfs in het restaurant, tijdens het overheerlijke verwen-drie-gangen-diner, was het zo goed als onmogelijk even van dat zalige vergezicht weg te blikken: Jef reserveerde ons namelijk een tafel voor twee personen náást elkaar, met in ons blikveld niets anders dan een stukje boulevard, het strand en de zee met hier en daar een zeilbootje, helemaal tot aan de verre horizon. Hoe geweldig is dát!?
En ál die tijd, elke seconde van heel die mooie dag, en al net zo goed als de aantrekkingskracht van het prachtige panorama niet tegen te houden of te negeren, zongen in mijn hoofd opnieuw en opnieuw de strofen van dat ene liedje...
Ik vertelde Jef er over en las hem de tekst voor. En niet echt verrassend was zijn reactie zowat identiek aan mijn gevoel bij deze lyrics: "Dat is het! Dat is het écht! Dat verwoordt exact, maar dan ook écht exáct, wat de zee voor mij betekend! Alsof je de woorden letterlijk, hier en nu, in dit eigenste moment rechtstreeks uit m'n hart en ziel plukt! Ge-wél-dig!" Ook mijn emotie dus, toen ik het lied een aantal jaar geleden tijdens een concertenreeks met uitsluitend muziek van Will Ferdy -want, ja, inderdaad, dit is tekst én muziek van hem- zong. Het paste als op maat gemaakt, meteen aanvoelend als 'van mij persoonlijk', alsof het m'n eigen woorden waren. Terstond verliefd dus, op dit mooie liedje, net zoals Jef op dat moment, daar tegenover me aan de tafel.
En omdat ik sterk vermoed -goh, eigenlijk weet ik het wel zeker, hoor- dat velen onder jullie dezelfde herkenning in deze tekst zullen vinden, dezelfde ontroering, hetzelfde sentiment, dezelfde passie,... en ik mijn kinderlijk blije, onschuldig hartstochtelijke affectie voor die eindeloos prachtige, immer machtige, oneindig boeiende zee zelf niet beter zou kunnen neerschrijven, laat ik hier verder Will Ferdy aan het woord.
Dag zee! En tot de volgende keer, want al duurt het soms lang, ik keer áltijd naar je weer. 💙

De zee
De zee nam mij als kind reeds bij de hand.
Zij was mijn wonder-sprookjesland,
‘t decor van al mijn kinderdromen.
De zee, zij was de toevlucht van mijn jeugd.
‘k Vertrouwde elke pijn en vreugd’
toe aan haar eeuwig gaan en komen.
De zee zag ooit, bij ‘t schijnen van de maan,
mij met mijn eerste liefje gaan
of hoe ik wachtte, ongeduldig.
Wat waren wij toen nog onschuldig,
maar ook gelukkig, bij de zee.
                    De zee heeft ook mijn groot verdriet gegist
                    en zacht de stappen uitgewist
                    van twee verloren mensenkinderen.
                    De zee begreep mijn wanhoop en mijn pijn,
                    mijn angsten en mijn eenzaam-zijn.
                    Bij haar zag ik mijn leed verminderen.
                    De zee heeft mij, na stormen van één nacht,
                    opnieuw de rust teruggebracht,
                    zodat ik weer haar lied kon horen.
                    ‘t Leven werd mooi, zoals tevoren;
                     zoals het eenmaal was aan zee.
 De zee heb ik zo vaak herkend in mij,
met haar steeds wisselend getij,
met al haar stormen en haar vrede.
De zee zal steeds opnieuw mijn toevlucht zijn,
getuige van mijn vreugd’ en pijn,
want elk geheim deel ik haar mede.
De zee, die al mijn liefdes heeft gekend
en hoe mijn lot zich heeft gewend,
in goede en in kwade dagen,
zal nooit mijn liefde zien vervagen.
Ik blijf de minnaar van de zee.
                    Lalalalala...
                    Ik ben de minnaar van de zee.


zondag 24 september 2017

Kristina's reizen.

De kalender verkondigde het al, de dikke ochtendnevel bevestigde het: de herfst is officieel in het land. Ideale ochtend dus om nog heel even terug te blikken op de voorbije zomer, want tussen alle operaties, ziekenhuisnachtjes en doktersbezoeken door heb ik de voorbije maanden toch niet uitsluitend ziek in bed gelegen, mottig in de zetel gehangen en uitgeput op de pot gezeten. Nee, raar maar waar, ik ben er gelukkig ook nog in geslaagd in die zo 'overvolle' agenda -gniffel gniffel- een paar gaatjes te vinden voor enkele leuke vakantie-uitstapjes! En eerlijk is eerlijk: ik zou absoluut nergens naar toe geweest zijn als m'n lieve vriendin Ingrid en haar man Rudi me niet als gewaardeerd en geliefd gezelschap op sleeptouw genomen hadden.
Onze eerste reisje ging -hoera, hoera- richting m'n levenslange grote liefde: de zee. Nee, niet naar Cadzand. Daar word ik vanwege alle ver- en volbouwing, het razendsnelle verdwijnen van het onderspit delvende natuurschoon en de rust, en van de vele herinneringen aan onze va toch alleen maar oeverloos verdrietig. We reden naar Westkapelle! En wel om de bijna lachwekkend simpele reden dat Rudi daar ooit eens wreed lekkere gebakken vis gegeten had. Blijkbaar hadden we per ongeluk -wat een chance- de juiste woensdag uitgekozen, want in het anders doodstille kleine dorpje troffen we niet alleen een zalig terras met heerlijke koffie, maar ook in alle straatjes een oldtimershow met o.a. nooit geziene schitterende landbouwvoertuigen, en allemaal kraampjes met prachtige brocanterie op het marktplein. Ik keek m'n ogen uit, maar kocht niks. Straf, hé. 
Na een stevige dosis gebakken vis ging de reis verder naar Domburg, waar geen van ons drie ooit al geweest was. Naar de als bergen zo groot en indrukwekkend, overdonderend prachtige, breed golvende en machtig groene duinen, en uiteraard naar het strand en de zee. Heel ver zijn we in al die natuurovervloed echter niet geraakt: de vele steile trapjes op en af de weelderig begroeide zandheuvels waren meteen nefast voor Ingrid's wat krakkemikkige knieën, en het verrassend smalle strand lag op deze stralende zonnedag meer dan overvol, dus daar konden wij vermoedelijk toch niet meer bij. Zalig languit neergeploft in een comfortabele brede loungezetel op een heerlijk terras met een ongelofelijk humoristische ober, boven op de top van 'den berg', dus met panoramisch zicht op zee en duinen, en met uiteraard een lekkere trappist in de hand overschouwden we dan maar uitgebreid het vanzelf voorbijkomende strandgedoe en vakantiegenot, en we zagen dat het goed was.
Trouwens, als je jezelf vol Immodium moet proppen om überhaupt zo een dagje weg te kùnnen gaan, dan is een zonnig namiddag met de geruststelling van ten allen tijde een toilet vlàk in de buurt een extra relaxerende ervaring...

Na nog een kleine maar hevige shoppingaanval en een lekkere maaltijd op een keurig terras in het dorpje zelf was het tijd om huiswaarts te keren, maar, beste Domburg, ik keer zeker en vast nog eens naar je terug, en dan hopelijk met genoeg energie en gezondheid om je écht te ontdekken.
Voor onze tweede uitstap namen we beste vriend Roger ook mee. Op een schroeiend hete dag -ik ook nog steeds vol Immodium- bezochten we dierenpark Pairi Daiza. Heel veel beestjes zagen we spijtig genoeg niet, want ook voor hen was het natuurlijk veel te warm om hun koele, van airconditioning voorziene privé-verblijven te verlaten. Hoe zou je zelf zijn, hé... 
Maar dat was niet echt een minpunt voor onze excursie. De schitterende aanleg van paden en perken met een verbluffende diversiteit aan bomen, planten en bloemen, de bijzonder waarheidsgetrouwe wereldarchitectuur, de verfrissend aanlokkelijke waterpartijen en het buitengewone oog voor detail overal op deze beperkte oppervlakte zijn op zich meer dan de moeite waard. Allé, volgens ons dan toch, hé. Ik wist alleszins helemaal blij niet waar eerst kijken.
Tussen het om de beurt hartstikke mottig-van-de-verzengende-hitte-zijn en mijn veel te talrijke onprettige toiletbezoeken dronken we allerlei lekkers op de verschillende mooie terrasjes en lieten we ons in een fraai restaurant verwennen met een verrukkelijke -jawel, in mijn geval vegetarische én glutenvrije- maaltijd, vergezeld van een daar ter plaatse gebrouwen hemels biertje. 
Maar vooral de ijs- en ijskoude -efkes serieus pijnlijke brainfreeze!- diep roze granité van hybiscus, die je aan verschillende kleine stalletjes kon kopen, zal ik niet snel vergeten: echt zó heerlijk dat ik er totaal geen woorden voor heb! Daar lust ik er alle dagen wel ééntje van, hoor...
En na zo'n heftig hete dag rondslenteren en nog eens een behoorlijk lange autorit -knikkebollend op de achterbank- is thuiskomen in je eigen koele flat waar een frisse douche en een comfortable bed je opwachten een meer dan weldadige 'kers op de taart', een grandioos orgelpunt bij een superfijn dagje uit.
Mijn laatste vakantietripje van afgelopen zomer kwam totaal onverwacht. Ik werd uitgenodigd om een eredienst op te luisteren in een magnifieke kapel -een mijn volledig ongekend verborgen pareltje- in Eeklo. En daar m'n begeleidende organist uit de tegenovergestelde kant van het land kwam moest ik m'n eigen verplaatsing regelen, wat voor deze autoloze diva dus betekend: met het openbaar vervoer. Je geraakt zo absoluut overal, geloof me, het kost je alleen heel veel tijd... Serieus beladen met partituren, concertkledij, extra schoeisel en gewapend met wat te drinken, te eten en -jawel, nog steeds- een doos Immodium vertrok ik in de vroege ochtend, helemaal alleen dit maal, op reis. 
En 'reis' is hier echt wel het juiste woord: te voet naar de tram, met de tram en nog een stukske te voet naar 't station, ticketje kopen en wachten op de trein, treinreis naar Gent, wachten op aansluiting en tenslotte den boemel naar Eeklo gevolgd door nog een piepklein stukje te voet. Alles bij elkaar toch een heenreis van een kleine 3 uur. Maar als je dat op voorhand weet en je er naar instelt dan kan ook zoiets genieten zijn. Vanuit de trein heb je sowieso een totaal ander zicht op de wereld, een bijna ongehoord, zelfs een piepklein beetje voyeuristisch perspectief op straten, huizen, koertjes en tuinen. En tussen de passerende steden en dorpen golven malse groene weiden -al dan niet met koeien of schapen- afgewisseld door vruchtbare velden met mais, graan en aardappelen, en weelderige wiegende bossen als een eindeloze en in minieme details immer veranderende, bijna serene en meditatieve, doch oneindig boeiend film aan je voorbij. Het gadeslaan van de drukte op de perrons en de steeds wisselende medereizigers, af en toe een klein babbeltje met zomaar iemand, een warm koffietje in het stationslokaal tijdens het wachten op de aansluiting en een beetje zonnevitamientjes opdoen op een bankje uit de wind op de verschillende perrons maken zo een 'werk-uitstap' -als je zingen al 'werk' wil noemen in mijn geval- tot een volwaardige en zeer te genieten expeditie. 
En een slordige 8 uur later was het, helemaal gelukkig van het heerlijke zingen en met zoveel voorbij-gegleden moois nog vers op m'n netvlies, weer thuiskomen in m'n eigen vertrouwde stekje, uiteraard met de vrolijke verwelkoming van 2 uitgelaten poezenbeesten, en het ontzettend moe doch geweldig voldaan kunnen neerploffen in m'n eigen knusse zetel ook voor deze originele dagtrip een passende en perfecte afsluiter. 
Ja, ik heb oprecht genoten van deze zomeruitstapjes, mijn persoonlijke Kristina-reizen. Ze zeggen niet voor niets dat het ware geluk in kleine dingen zit, hé. En 'wie het kleine niet eert...' Yep, inderdaad. hihi 😉




dinsdag 26 april 2016

Fenomenaal, die Floraliën!

Op een zondag om 6 uur uit je bed moeten, dat lukt bij mij alleen als er iets geweldig leuks gepland staat! En zo bevond ik me vrolijk ongeduldig, fris gewassen en klaar voor wat een super daguitstap beloofde te worden, om 7u30 reeds aan de tramhalte. En het begon al goed: 45 minuten lang geen tram. Zucht. Eindelijk toch in Antwerpen Centraal geraakt restte me nog juist 4 minuten om een ticketje te kopen én de trein naar Gent te halen. Gelukkig had die 2 minuten vertraging en stond hij op perron 1, da's gewoon boven in de grote hal, waardoor ik er, nog nét op tijd, totaal buiten adem van het trappen op crossen, in kon springen. Hoera! Zo begon m'n dag Floraliën met vriendin Marleen. Hoedje op tegen de regen, jas-sjaal-handschoenen tegen de kou, zonnebril voor mocht de zon schijnen, een beetje zakgeld voor de lekkere trek en een leuk souvenirtje, en m'n camera met in totaal 4GB aan fotokaartjes om het allemaal vast te leggen.
Marleen stond me al op te wachten in het Sint Pietersstation en schoot bij de imposante bloemenopstelling aldaar meteen de eerste kiekjes van de dag.
We begonnen ons parcours in de Bijloke. Aan de inkom kregen we allebei meteen een polsbandje omgesnoerd om overal in en uit te loggen, want veiligheid boven alles, en tevens diende dit als betaalmiddel -waar je uiteraard zelf centjes op moest zetten- want de Floraliën zijn vanaf dit jaar 'cashfree'.
Maar, ondanks de vele infostanden, stewards, agenten, enz. -allemaal van enorm goede wil- zaten er in zowel die veiligheid als in dat centenvrij-zijn toch wel wat gaten, hoor... Geloof me, 't was wreed sukkelen met momenten. 
We zagen spannende bamboe kunstwerken, de rustgevende Japanse tuin, een enorme verzameling prachtige bonsai's, een massa bijzonder fraaie Gentse azalea's en de Cocon, een soort futuristisch huis van ronde kamertjes gevlochten in natuurlijke materialen en behangen met allerlei levende planten in potten en manden. De film 'Waterworld" kwam van ver in m'n gedachten.
Shuttlebus naar de volgende site? Niks voor ons! Wij hadden onze stevige stappers aan en alles lag op loopafstand. Volgende halte: de Leopoldskazerne, waar 'groen in de stad' gepromoot werd met een schitterend aangelegd mythologisch belevingsbos en groene gevels, voor verticaal tuinieren.
Ondertussen trakteerde Moeder Natuur ons overdreven gul op alle mogelijke seizoenen in één dag. Zwetend in de felle zon afgewisseld met bibberend van de ijskoude windvlagen naar dringend moeten schuilen voor plotse hevige slagregen en ware hagelbombardementen met zelfs hier en daar wat verdwaalde sneeuwvlokken tussen. Maar het bedierf de pret helemaal niet, in tegendeel zelfs. Heen en weer tussen rillen en bakken? Spannend, vonden wij!
Op de volgende site, het Sint-Pietersplein, was de lol was er voor mij wel even af toen ik, volledig geconcentreerd de vleesetende planten fotograferend, behoorlijk kortaf en hardhandig uit de weg geduwd, zonder pardon plaats moest maken voor 'monseigneur'. Misschien gek, maar bij dat woord denk ik altijd meteen aan een wijze kardinaal met een imposant karmozijnrood gewaad... maar, het was dus prins Laurent, omgeven door een volledige cameraploeg van de televisie, een bende niets ontziende, druk flitsende pers- en andere fotografen, aangevuld met een schare wild enthousiaste fans en een kudde elkaar verdringende kijklustigen. Wijs als we zijn lieten Marleen en ik die krioelende mensenmeute dan maar aan ons voorbij stromen. Zo konden wij tenminste weer op ons dooie gemak en zonder opgejaagd of 'ge-loopt-in-de-weg!' gevoel verder van al die sierlijke schoonheid genieten.
In de Sint-Pieterskerk bewonderden we het omstreden pronkstuk van deze Floraliën-editie: die reusachtige kleurrijke en sprookjesachtige bloemenluster.
En verder ging onze florawandeling, richting Citadelpark. Inspiratietuinen, 'Flower Power', 'Back to the Roots' op de allereerste locatie, bomen, struiken, azalea's, tuinplanten allerlei, groot en klein, in alle kleuren en geuren... Een ware bos-tuin in een enorme hangar. Wauw! En o o o, niet te vergeten: die ongelofelijk indrukwekkende begonia's, zo groot als je gezicht! Daar vielen de oooh's en aaaah's overvloedig uit m'n mond! Die wil ik! Voor m'n terras! O ja!
Vermoedelijk om de voorgang van de bezoekers niet te stremmen stond er eigenlijk nergens langst de hele route een bankje of zo om even, ondertussen genietend van een aangenaam uitzicht, de moede rug en voeten te laten rusten. En omdat we, ik weet niet hoe, behalve het occasionele doornatte en behagelde terrasje-zonder-meer, blijkbaar zowat alle mogelijke eet- en drankgelegenheden onopgemerkt voorbij liepen deden de honger en dorst stilaan bijna meer pijn dan ons zeurende lijf... 
Hadden we dan misschien toch een Würst van Jeroen Meus moeten soldaat maken, zoveel uren terug, aan het begin, in de Bijloke?...
Helemaal aan het eind van de boeiende bloeiende rondgang strompelden we, doodmoe maar wreed content -vooral omdat we het vonden- het zelfbedieningsrestaurant binnen. De meer dan welkome Griekse sla en frietjes met een Hoegaarden Rosé, voor mij, en het bord dampende Gentse stoverij, ook met frietjes, en een glas rode wijn, voor Marleen, smaakten echt onwaarschijnlijk verrukkelijk. Een excellent orgelpunt op deze dag!
Een uurtje later stond ik terug aan het zonovergoten Sint-Pietersstation, waar m'n kunstje van die ochtend nét niet opnieuw lukte: met nog 3 minuten te gaan trok ik opnieuw een sprintje, de trein stond nog aan het perron, maar 'k mocht er van de treinbegeleidster niet meer bij op springen. Koffietje dus.
Extreem gelukkig met de warme vriendschap, de massa's foto's en de leuke souvenirtjes plofte ik volledig voldaan rond 18u30 in m'n eigen zetel en... viel prompt in slaap. Doodmoe van de fysieke inspanning -minstens 30.000 stappen tussen ons getweeën- maar ook pompaf van al die meer dan fantastische indrukken van dit overheerlijke bloemen-uitje. O, wat ga ik hier nog lang van nagenieten, amai! En het opnieuw en opnieuw beleven begon al onmiddellijk: die meer dan 1.000 foto's, die we samen schoten, uitzoeken, bijwerken, knippen, plakken, van commentaar voorzien en in een album krijgen. En uiteraard, wat had je gedacht, doorloop ik de hele uitstap nogmaals van voren af aan met het schrijven van dit blogje! ;-)
Dank je wel, Marleen, dit was waarlijk een absolute bloemen-topdag! Fenomenaal, die Floraliën! ♥


zaterdag 22 augustus 2015

Leven in het nu.

De trein Antwerpen-Gent-Oostende zat bijlange niet zo vol als ik verwachtte om acht uur 's morgens op wat een broeierig hete zomerse zaterdag in augustus moest worden. Ja, ik zag wel wat dagjesmensen, duidelijk klaar voor zee en strand, maar de meeste van m'n medereizigers in de halflege wagons waren kleine groepjes gepensioneerden. Die spraken luid, met veel handgebaren om hun woorden kracht bij te zetten en gevaarlijk zwaaiend met ritselende kranten, over wat vermoedelijk wel eens de reden van de magere opkomst badgasten zou kunnen zijn: de vermeende terrorist, die zwaar bewapend met een kalasjnikov, een automatisch pistool, negen patroonhouders en een breekmes, duidelijk niet veel goeds voor ogen had met de reizigers op de Thalys van Amsterdam naar Parijs en in Arras door heldhaftig ingrijpen van Amerikaanse mariniers net op tijd overmeesterd werd.
Luister, ik ga niet zo vaak ergens naar toe, dus als ik vanwege een zangopdracht een lange tram-trein-bus-reis maak, dan is dat een reuze spannende aangelegenheid, voorbereid als ondernam ik een toerke rond de wereldbol. Het voel voor mij werkelijk als 'op reis gaan', niet meer of minder, met àlles er op en er aan. En geloof me, da's dus meer dan spannend genoeg op zich, ook zonder zulke schietgrage of ontploffende andersgelovigen...
De gebeurtenis en de gesprekken om me heen bleven een beetje vast in m'n bolleke kleven. Ik ben me ten allen tijde behoorlijk bewust van de vergankelijkheid van het leven en alles om ons heen, maar wat als dit, letterlijk én figuurlijk, nu eens mijn allerlaatste reis zou zijn?!... 
Meer nog dan gewoonlijk was m'n eigen kwetsbaarheid en sterfelijkheid confronterend. We leven echt niet allemaal 100 jaar lang, zoals die mevrouw wiens uitvaart ik ging opluisteren... Hoeveel tijd rest mij nog? Hoeveel jaren? Misschien maar wat maanden, dagen, uren, of slechts een paar minuten...
Heerlijk begeleid door een fijne organist genoot ik met volle teugen, en uit volle borst uiteraard, van het musiceren. De afgelopen maanden twijfelde ik of zulk een moment zich ooit nog zou voordoen. Misschien had ik m'n laatste tonen reeds gezongen. Dus elke noot werd vandaag extra gekoesterd.
Op de terugweg, nét dat ene minuutje te laat, miste ik de bus. Me totaal ontspannen en met een glimlach overgevend aan 25 minuten wachten op een bankje, bakkend in de schroeihete middagzon, drong het pas echt goed tot me door: je leeft eigenlijk uitsluitend in dat ene 'nu-moment'. Een in woorden reeds lang gekend concept, ik heb er zelfs een boek over, ik voelde het plots in het diepste van elke vezel van m'n lijf, alsof iets het licht in me aan knipte.
Gisteren is voorbij en komt nooit meer terug, en wat straks of morgen of volgend jaar brengt, als we dat al halen, je weet niet wat er op je af komt, al maak je honderdduizend scenario's.
Ik maak mezelf ook nog vaak genoeg schuldig, zeker weten, aan verdwalen in zovele hersenspinsels, maar ik zie ook het wonder van en in elke ogenblik.
Dit eigenste moment zal zich nooit meer opnieuw voordoen, al zou je nog duizenden jaren verder bestaan. 
De boodschap is simpel: leef in het nu, leef in deze seconde. Lééf, en doe het nù. Wees blij en gelukkig, en wees het nù. Zeg dank voor alles wat er goed voor je gaat in het hier en nu. Vertel je geliefden hoeveel je van ze houdt, en vertel ze het nù, want je weet niet of dat morgen nog mogelijk is... 
Geniet van elke seconde die je krijgt. Het is een kostbaar geschenk.
Ik weet het, het is allemaal al eens gezegd, het is behoorlijk cliché, misschien klinkt het je zelfs afgezaagd en banaal in de oren. Dat kan, maar ik heb het vandaag zó intens gevoéld, van in m'n kleinste roze gelakte teennageltje tot in de hoogste haarlakkrul van m'n concertkapsel, dat ik het toch nog eens wou neerschrijven: LEEF, voor het, om welke reden dan ook, te laat is. ;-)


(vertaling: "Leef alsof je morgen zal sterven. Leer alsof je eeuwig zal leven." M. Gandhi)