Posts tonen met het label genieten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label genieten. Alle posts tonen

zondag 23 februari 2020

Hoera, ik klus!

Vroeger, bij ons thuis, dienden schoolvakanties niet enkel om te spelen. Nee, er werd door de kinderen élke voormiddag 'geholpen' in en om het huis. En dat was geen vrije keuze, dat was een verplichting. Eéntje waar we geen van allen aan ontsnapten. En de lijst met mogelijke werkjes was lang. En nu ik er zo over nadenk, ook behoorlijk vindingrijk. Creatief zelfs... Ik kan onmogelijk álles opnoemen, maar geef je toch graag een aantal dingen mee.
We kuisten ruiten, fietsen, de auto... of schuurden de garage. Met warm weer super leuk met heel veel gespletter en gesplash. We rommelden de kelder op of uit. Een vaak stoffige bedoening die meestal lumineuze spel- of knutselideetjes voor 's namiddags met zich mee bracht. We reden het gras af. Het hele, enorm gazon, met slechts één 'duwerke'. Da's niet veel meer dan twee wielen met daartussen een stel roterende messen aan een steel met twee handvaten, en dat werkte prima, maar je duwde jezelf zo ongeveer een ongeluk, ge moogt er zeker van zijn. We wiedden het onkruid. In die reuzegrote tuin een nooit eindigend, niet echt geliefd jobke. De haag knippen -jawel, met de haagschaar, niet elektrisch maar puur 'handwerk'- was eerst weggelegd voor mij, als oudste. Later kwamen we allemaal wel eens aan de beurt voor dit 'gespierde' karwei. Meer dan 100 meter haag, da's geen klein werkske, hé. En al heel jong hielpen we reeds mee aan het verwerken van vele kilo's groenten, vaak geweldig overdadige overschotten van de meer dan ijverige tuinders in de buurt, voor in de diepvriezer. Altijd super leuk als je het molentje voor de snijbonen mocht 'bedienen', of het in onze ogen 'magische' apparaatje dat de plastieken zakjes luchtvrij dicht smolt en vervolgens netjes af sneed.
Toen we wat ouder werden kwamen bij de klusjes ook schilderwerken allerhande. De touter werd elke jaar door minstens één van ons van een nieuwe laklaag voorzien, zodat hij niet begon te roesten. Ook het 'terras' van ons grote speelhuis kreeg een propere witte verflaag. Al de houten koterijen in de tuin en het tuinpoortje mochten we telkens weer met een stevige kwast in de carbolineum stoppen. Wat een stinkend plakkerig goedje was dat, zeg, en de vlekken op je vel waren amper weg te schrobben. Maar het smeerde geweldig en super gemakkelijk, en 't stak niet zo nauw hoe je er mee verfde, als het hout er maar goed mee bedekt werd. Dus: we vonden het absoluut leuk om te doen!
Ik herinner me dat onze schilderskwaliteiten op zeker moment goed genoeg waren om ook het houtwerk van de garagepoorten en de vele raamkozijnen van het huis zelf op te schuren en van nieuwe vernis te voorzien, en de bakstenen gevels een laag vochtwerende coating.
O ja, we zullen er zeker en vast alle vijf wel eens ernstig over geklaagd en gezaagd hebben, dat weet ik wel zeker. Maar als ik er nu op terugkijk, moet ik eerlijk bekennen dat ik er ook wel van genoot. Meer nog: ik was stiekem reuze trots op wat ik allemaal kon! Het voelde eigenlijk allemaal best wel stoer aan.

Misschien omdat de mannen in mijn verdere leven allemaal -netjes gezegd- minstens twee linkerhanden hadden, en dus nog niet eens een nieuw peerke in een lamp konden -of wilden?...- draaien; misschien gewoon omdat ik het altijd super plezant vond; wie zal het zeggen; ik ben het blijven doen, al dat klussen. 'k Heb bomen gesnoeid, hagen geschoren, hout gehakt, muurkes gemetseld, vloerkes gelegd, beton gegoten en onvoorstelbaar veel kamers geschilderd. Ik haalde kasten uit elkaar en zette ze weer ineen alsof het maar niks was. Absoluut geen énkel (Ikea)bouwpakket is me een te grote uitdaging. Koud kunstje. Laat maar komen, met plezier zelfs. Probleemkes met 't sanitair of de elektriciteit? Nieuw kraantje steken? Andere stekker aan een lamp? Geen zorgen, ik loste het allemaal zonder al te veel gedoe perfect op. Toen ik als hotelreceptioniste werkte, mocht je steevast mij met m'n werkbak aan je kamerdeur verwachten als er weer eens een venster uit z'n kader gevallen was of het toilet bleef doorlopen. En wat genoot ik steeds weer van die verbaasde blikken... hihihi
Heerlijk vind ik het om dingen te maken, te herstellen en te verfraaien. Werken met m'n handen en m'n gereedschap, daar kan ik echt ontzettend van genieten.
M'n broers waren, bij het leegmaken van mijn vaders werkbank, zeer geïnteresseerd in al het elektrisch gereedschap. Ik ging dolgelukkig naar huis met twee extra koffers voor handwerktuigen. Zalig, zo'n extra set schroevendraaiers en tangen. Super om te gebruiken, die handboorkes van m'n grootvader. Fantastisch om te hebben -en te 'bezigen' natuurlijk-, al die verschillende soorten en maten zagen. En al die 'supplementaire' verfborstels, kwasten, rollen en roerstokjes... haaa, wat een rijkdom. O ja, je kan gerust zeggen dat ik van mijn gereedschap hou.
'k Weet het, zenne, helemaal 'normaal' kunt ge mij als vrouw misschien niet noemen... Beste vriend Roger grapt maar al te graag dat er vermoedelijk toch wel een heel stuk 'vent' in mij zit... En dat stuk zie je vooral aan de oppervlakte komen op een rommelmarkt, waar ik zonder pardon steeds opnieuw blijf plakken bij de kramen met gereedschap -liefst uit de categorieën 'oud spul', 'ongekend gebruik' of 'niet meer gangbaar' wegens vervangen door één of andere elektrische werktuig-, speurend naar handtools 'die ik nog niet heb'... Altijd een gniffelmoment, als we zo met z'n tweeën op stap zijn. Meestal sleurt Roger mij dan gedecideerd verder mee, en zegt, exact zoals een man tegen een 'gewone' vrouw zou zeggen als ze weer eens veel te lang blijft plakken bij de etalage van de zoveelste schoenwinkel: "Ge hebt hier al genoeg van voor de rest van uw leven!"
Kijken naar gereedschap op rommelmarkten doe ik nog steeds. Het gebruiken van al m'n werktuigen, dat zat er de laatste zoveel jaren niet meer in. Natuurlijk heb ik nog wel eens één of ander nageltje ergens in gehamerd, links of rechts wat vijzen los of vast geschroefd, en meer van dat soort minuscuul, te verwaarlozen gereedschapsgebruik, maar de problemen van m'n rug en vooral in m'n nek maakten het me onmogelijk nog écht te klussen. De allerlaatste grote werkzaamheden die ik nog aanpakte, hadden met de renovatie van m'n appartement, nu meer dan zes jaar geleden, te maken. Toen heb ik nog uitgebreid alle kamers geschilderd. Ik hielp met het leggen van de laminaatvloer en zette nieuwe klinken op alle deuren. De volledige keuken, de badkamermeubelen en de paar nieuwe kasten zette ik allemaal met m'n (hand)schroevendraaiersetje, m'n rubberen hamer en het bijgeleverde inbussleuteltje in elkaar. En sindsdien is het stil geweest.
Ja, inderdaad, 'k heb ondertussen al wel, plat op m'n gat op de grond gezeten,  wreed op 't gemak (letterlijk en figuurlijk dus! hahaha) en met vooral heel veel pauze tussenin, stuk voor stuk al die kleine keitjes en schelpjes op m'n toiletvloer geplakt, da's waar. En ook, zo goed en kwaad m'n armen het me toestonden, al een begin gemaakt aan de muurschildering, dat klopt... Maar 
na al die tijd is die kleine ruimte nog steeds niet volledig af geraakt, vrees ik. Edoch, er is hoop. Goede hoop zelfs!
Sinds ik de dry needling behandeling krijg, ben ik gelijk een nieuwe mens! Oké, 'k moet nog steeds niet 't zotteke uithangen. Er blijven uiteraard serieuze beperkingen aan wat ik kan doen en vooral aan hoe ik iets mag aanpakken. Maar, netjes rekening houdend met mijn fysieke mankementen en keurig de grenzen van het 'verstandige' bewakend, klus ik tegenwoordig eindelijk weer!
Het lijstje met openstaande karweitjes werd van z'n dikke laag stof ontdaan, en de eerste klusjes zijn reeds doorgestreept. In de badkamer kregen niet alleen de nieuwe af- en aanvoerpijpen van de wasmachine een mooie lik verf om iets minder qua lelijkheid op te vallen en ietwat in den decor te verdwijnen, ook de achterliggende muur onderging een schoonheidsbehandeling met de verwijdering van gaten en beschadigingen. Goed dat ik zes jaar geleden kwaliteitsverf kocht en... met dit soort klusjes in gedachten, 
ook nog eens de restjes bijhield! Bij het verwijderen van de kapotte radiator in de keuken werd niet alleen het bezetsel van de muur beschadigd, er bleek ook nog een stuk van de oude tegelmuur achter te zitten. Heel rustig en met absoluut respect voor m'n nek en armen ben ik aan de slag gegaan. En ik voelde het achteraf toch ook wel een beetje, dat geef ik eerlijk toe. Maar... het was ronduit zalig om zo nog eens met hamer en beitel los te mogen gaan! Een stuk muur netjes bezetten, zeker als het nieuwe bezetsel naadloos moet aansluiten bij het reeds bestaande stuk, da's echt wel een vak apart, geloof me. Helemaal perfect is het me dus jammer genoeg niet gelukt. En dan dat schuurwerk, man man man, ellende, pure ellende: pijn en stof! Werkelijk overal! Maar nu, met twee lagen verf -ja, ook van deze kleur had ik nog wat overschot- zie je echt niet meer dat er ooit een vreemd gat achter de vuilbak onder het handdoekrek in de muur van de keuken zat! Ik ben er meer dan tevreden mee. *blink blink*
En dit is nog maar een begin, hoor! Er staan nog zoveel karweitjes groot en klein op dat lijstje... Nog zoveel om met goesting naar uit te kijken, vol goeie moed aan te beginnen, trots op te zijn na afloop, en vooral: van te genieten én over te vertellen dus, nu ik, hoera, weer klus! ;-)






maandag 9 september 2019

Complimentje.

De kortste route te voet tussen mijn appartement en de dichtstbijzijnde tramhalte loopt door een klein 'woonerf', zo'n rustig stukje straat waar, officieel, de voetgangers de hele breedte van mogen gebruiken, kinderen uitgebreid mogen spelen en auto's slechts stapvoets en heel voorzichtig doorheen mogen rijden. De realiteit is jammer genoeg een beetje anders. Als voetganger blijf je toch beter tegen de huizen aan lopen en spelende kinderen moeten ten allen tijde alert blijven om tijdig uit de weg te kunnen springen, want aan die 15 kilometer per uur houdt zich zo goed als geen één chauffeur. Vermoedelijk omdat dit weggetje een handig -en daardoor geliefd- 'doorsteekje' is tussen twee wat drukkere straten. Sommige autobestuurders lappen zelfs het éénrichtingsverkeer aan hun laars! Op een hele vroege ochtend kon ik nog juistekes tussen twee geparkeerde auto's opzij schuiven, mezelf aldus ternauwernood in veiligheid brengend, toen een chique glimmend zwarte slee, met aan het stuur een blitse jongeman, niet alleen aan een verbijsterende zelfmoordsnelheid, maar op de koop toe ook nog eens in de fóute rijrichting door dat rustige woonerfje heen vlamde!... Als er op dat moment iets -een auto, een fiets, gelijk wat- uit de andere richting gekomen was, dan hadden we het vermoedelijk geen van allen kunnen navertellen... Maar, oké, er is niks gebeurd. Gelukkig! En, ik wijk af. Ik wijk af van wat ik eigenlijk wou vertellen.
Meestal is het wandelingetje door dat straatje puur genieten voor mij. De bewoners zorgen namelijk goed voor hun directe omgeving. Niet alleen houden ze jaarlijks gezellig met z'n allen een grote lentepoets, het hele jaar door kan je met regelmaat één of meerdere mensen zien vegen of schrobben, onkruid elimineren en/of afval en zwerfvuil verwijderen. Het is dus een behoorlijk proper wegeltje!
En uiteráárd -hoe kon het ook anders- doet men hier geweldig z'n best qua groenvoorziening. Op zowat elke vensterbank staat wel een bloembak met geraniums of iets anders moois. Tegen de gevels aan, vaak links en rechts van de voordeur, vind je wat grotere plantenbakken met een uitgebreide collectie groen en bloemen. Eén extra grote, kist-achtige bak boordevol vrolijk woekerende struikjes -een (vergeten?) plantencontainer van de gemeente vermoed ik- dient als snelheidsremmer voor de passerende wagens. Hier en daar werden een paar straatstenen tegen de huizen verwijderd en staan de planten met hun wortels direct in de grond. Op een drie-tal plekjes reiken enkele klimplanten enthousiast omhoog langs de bakstenen muren. En tot slot tussen al dat groen: zwaluwkastjes, geinige prullaria en een kleurrijk graffitikunstwerk. Kortom: het ziet er leuk uit.
Op één van die vensterbanken in het woonerf staan sinds het begin van deze zomer twee bloembakken met twee verschillende kleuren roze -elke bak z'n eigen tint- vlijtige liesjes. Niet die gewone kleintjes, maar wel de zogenaamde 'Impatiens New Guinea', een stuk groter van formaat, met wat langere, vaak donkerdere en zeker meer spitse blaadjes, en vooral: met veel grotere bloemen. En die werden duidelijk ontzettend goed verzorgd, want ze groeiden en bloeiden dat het een lieve lust was. Onmogelijk voor mij om dat niét gezien te hebben natuurlijk, en telkens ik er passeerde -door m'n tijdelijke baan afgelopen zomer met een gemiddelde van minstens 10 keer per week- mochten die bloembakken dan ook absoluut op een heel pak bewonderende blikken van mij rekenen. Zo mooi. In mijn wereld echt de moeite om eventjes, net dat ietsje extra genietend, te vertragen tijdens het voorbij wandelen.
Op één van die hete zomeravonden kuierde ik, huiswaarts kerend van m'n receptionistenbaantje, het straatje in en zie de bewoner van het fraaie-bloembakken-huis met ontzettend veel toewijding en zeer precies -gieter met een hele lange snuit in de hand- die vlijtige liezen water geven, onderwijl met de grootste voorzichtigheid ook meteen de slechte blaadjes en verwelkte bloempjes van tussen de stengels plukkend. 
En om wat er toen gebeurde, glimlach ik nog steeds, al stond ik er op het moment zelf serieus met m'n mond vol tanden bij. Allé, 't is te zeggen: mijn voeten wandelden nog steeds, schijnbaar onverstoorbaar, in hetzelfde rustige tempo verder; maar mijn brein, dat pauzeerde heel even voor een keertje. Het enige dat het me nog liet uitbrengen was iets dat het midden hield tussen een giechel en een grinnik...
Voorbij kuierend aan het liefelijke tafereel van de man die z'n bloemetjes verzorgd, hoorde ik mezelf -een beetje tot m'n eigen verbazing zelfs- uitgelaten opgewekt en enthousiast zeggen: "Amai, die staan er écht práchtig bij!" Waarop de man heel even z'n bezigheden onderbrak, me met guitige pretoogjes ondeugend aankeek en geamuseerd reageerde: "Nou, u anders ook, hoor!..." 😊😁😉


vrijdag 9 augustus 2019

Niet te fotograferen...

Niet te fotograferen, wat ik ook probeer... Nee, zucht, ze zijn niet te kieken, echt niet... Ze zitten niet één tel, zelfs geen halve seconde stil.
Uit de grijze lucht stroomt onophoudelijk de regen neer. Af en toe vermindert het tot nog wat zacht, bijna onmerkbaar gezever; bij momenten pletsen kletterende stortvloeden ongenadig neer op de kasseien voor het terras en op de bomen en struiken in de tuin. Ik ben blij dat het regent. De nog steeds o zo dorstige natuur snakt echt naar elke druppel en is dankbaar voor het minste vleugje water. En er zal nog veel moeten vallen voor alles weer in evenwicht is... Ook voor mij voelt het als een welkome verademing. Eindelijk weer wat extra zuurstof in de lucht. En een frisse, heerlijk ruikende bries beweegt, voorzichtig binnenwaaiend door de open vensters, al het overvloedige groen van de kamerplanten en doet het appartement als het ware verkwikt herademen. De poezen liggen uitgeteld, nog nét niet in slaap, op de vensterbanken. Doodmoe zijn ze, echt pompaf, van de hele ochtend lang passioneel en met volle overgave de enorme hoeveelheid vogeltjes op het terras van tussen de kamerplanten en gordijnen te bespieden en 
ter afwisseling met hun buik plat tegen de grond opgewonden van kamer naar kamer te sprinten, op zoek naar een nóg beter spionageplekje.
Volgens mij zijn zowat álle meesjes uit de hele wijde omgeving vandaag bij mij op het terras komen schuilen voor de regen! Het is al de hele ochtend een intensief komen en gaan, en een drukte van jewelste. Bijna elk takje van zowel de hibiscusbomen, nu vol grote roze bloemen, als de purper kleurende vlinderstruiken, de wild wiebelende ranken van de jasmijn en de passieflora, en zelfs de stelen van de hoog opgeschoten lelies en verbena hier in mijn stukje persoonlijk paradijs, heerlijk droog zo onder de betonnen afkapping, doet dienst als zitplekje voor één van de enigszins doorweekte bolletjes donsveertjes. Doch, niet elk plaatsje is even goed, zo blijkt uit het voortdurende gekibbel en het koortsachtig en rusteloos heen en weer gefladder. Ze bedenken zich duidelijk constant over wat nu het allerbeste, het ultieme, meest uitverkoren plaatsje is. Maar behendig als ze zijn, deze kleine vogels, vinden ze altijd wel een gunstig stekje met prima uitzicht over de rumoerige activiteiten. Hoog aan het plafond en in de hangmanden, da's onweerlegbaar een geweldige uitvalsbasis om een soort ludieke luchtaanval uit te voeren op je soortgenoten. Maar een stuk lager, op de rand van de potten en tussen de enorme geraniums, daar vind je al wel eens een vette groene rups, en komt ook al het lekkers neer, dat je ruziënde broers en zussen met al hun onstuimig gedoe te pas en te onpas laten vallen.
Want ja, er wordt hier bij mij stevig gesmuld, hoor! Het houten voederhuisje ligt winter en zomer vol met, naar het seizoen aangepast, lekkers. En waar er eerst snel iets meegepikt werd om elders op te gaan smikkelen, blijven ze, ondertussen helemaal vertrouwd met de omgeving, gezellig op hun gemakje, zich absoluuuut niets aantrekkend van die twee loerende poezen slechts een halve meter verder achter de hor, ter plaatse de vele soorten zaadjes open kraken en gretig naar binnen spelen. De laatste nootjes in de opgehangen zakjes zijn ook bijzonder in trek. Daar zitten ze, letterlijk, voor aan te schuiven, luidruchtig schreeuwend dat "het nu zo stilaan écht wel hun beurt is, hoor!", en "laat het verdorie eens vooruitgaan, zeg!" Te midden van het sowieso al onafgebroken schattige kabaal van het gesjilp en gekwetter ontstaat er een fikse rel met stevig wat decibels aan getier en gekeel telkens er iemand probeert voor te steken. Op zo'n moment is het heel duidelijk wie hier de ouders en wie hier de kindjes zijn... De echte slimmeriken zitten gewoon stilletjes en quasi onopgemerkt onderaan de grote plantensteun, aan de voet van door elkaar klimmende rozelaar en clematis, en snaaien gretig alles mee wat er in al die opschudding daarboven aan lekkers naar beneden valt.

Och, echt, het is zooo super om te zien! De poezen hebben er zich, bekaf van de intense opwinding en het geestdriftig heen en weer crossen, bij neergelegd, letterlijk, maar voor mijn part mag het zo nog wel even blijven regenen, met heel dat wonderlijke schouwspel hier voor al mijn ramen. Ik geniet, en geniet, en geniet... Maar er wat foto's van maken, tja, dat lukt me dus niet. 'k Zal als illustratie bij dit verhaaltje weer eens een mooi plaatje van het internet moeten plukken. Maar als ik het goed genoeg geformuleerd en neergepend heb, dan kan jij je het hele fladderende en kwetterende spektakel misschien zo, zonder fotootje, ook wel voorstellen, hé... 😉💚




zondag 23 september 2018

Bijzonder concert, bijzondere ontmoeting, bijzondere dag.

In mijn hoofd zitten er wel 4 volledige nieuwe verhalen, zo goed als af, en klaar om neergeschreven te worden. Maar net dat laatste, dat neerschrijven, dat wilde de voorbije weken precies niet zo goed lukken... En zoals de situatie zich nu voordoet, zullen ze nog wat langer in m'n hoofd moeten blijven rondhangen, want een nog priller verhaal heeft even voorrang vandaag. Eigenlijk kan je nooit voorspellen waar en wat een dag je zal brengen, maar sommige dagen weten je werkelijk fenomenaal te verrassen. En niet alleen in gebeurtenissen, in 'evenementen', maar zeker ook in emotie, ontroering en reflectie...
Toen ik me gisterenochtend, nog in pyjama, met een zucht en een grote kop dampend hete koffie achter de computer zette in een zoveelste poging eindelijk weer eens wat losse woorden tot deftige zinnen en, wie weet, hopelijk, uiteindelijk weer eens tot een blogje om te bouwen, had ik in geen honderd jaar kunnen bedenken dat het zo een memorabel schone dag zou worden. Een dag, die me mooi, waardevol, zelfzeker, zelfs een beetje dynamisch en zonder twijfel authentiek, maar vooral heel erg geliefd, ongelofelijk verwend en intens gelukkig deed voelen. En het begon allemaal met een telefoontje van Flori.
Flori en Jan, twee geweldig zalige mensen, oorspronkelijk vrienden van mijn ouders, werden door de jaren minstens even goede vrienden voor mij, en ook, zoals ik ze graag met heel veel liefde noem, zo een beetje 'de harde kern van mijn fanclub'. Wij genieten op dezelfde intense manier van concerten en kunnen urenlang met veel deugd en wijsheid palaberen over de dingen des levens.
"Of ik vanavond eventueel vrij was?" vroeg Flori. En op mijn bevestigend antwoord nodigde hij mij uit om hem, in de plaats van behoorlijk zieke echtgenoot Jan, te vergezellen voor het openingsgala van het Antwerps Symfonie Orkest in de Koningin Elisabethzaal. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Ik vond het oprecht sneu voor Jan, ocharme, maar eigenlijk barstte ik bijna uit elkaar van geluk, en van dankbaarheid. Dat was dus meteen in de saccoche en afgesproken!
Op m'n paasbest -uiteraard netjes opgemaakt, zwarte paillettentuniek, klassieke lange broek met strakke vouw, zwierige koningsblauwe lange vest, bijpassende laarsjes en handtas, en in m'n hoog opgestoken haren een fraaie blauwe corsage met kleine pluimpjes- vertrok ik richting stad. Op nog geen honderd meter van m'n huis sprak een donkere man in een enorme glimmende slee me aan, zogezegd om me de weg te vragen, maar 't werd meteen overduidelijk dat hij eigenlijk wel wat anders wenste van, zoals hij het zei, zulk een 'adembenemende prachtige vrouw'. Wat een paar pluimen toch te weeg brengen, hé... Door zijn getalm en gezever moest ik nog een spurtje trekken om de tram te halen, maar de rit zelf werd heerlijk, omdat ik puffend neerplofte naast niemand minder dan mijn 'zo-blij-jou-te-zien' vrolijke bovenbuurvrouwtje. Heel fijn om zo eens heel onverwacht een boeiend persoonlijk gesprekje met haar te hebben, als waren we bijna vriendinnetjes. En na op het kleine stukje te voet nog een extra bewonderaar (hum) of vijf te hebben genoteerd, arriveerde ik aan de statige inkomhal van de majestueuze concertzaal.
En daar, naast de glazen deuren, daar stond Wim. We hebben het geteld, zijn vriendin Anja en ik, het was 18 jaar geleden dat wij elkaar voor het laatst zagen, maar toen speelde hij heel even een zeer speciale en meest cruciale rol in mijn leven. Wim was toen, in de tijd dat wij samen in het operakoor zongen, mijn -letterlijk en figuurlijk- bijzonder grote vriend. Door zijn toedoen, eigenlijk alles bij elkaar slechts één zin die hij me toen zei, voelde ik me emotioneel plots sterk genoeg op eindelijk uit dat toenmalig miserabel huwelijk te stappen en de sprong in het duister te wagen, een sprong naar wat 'weer leven' zou worden. Het moet nu, een volledige dag later, nog steeds verder tot me doordringen dat ik hem gisteren weer zag, kon aanraken, kon spreken... en vooral, dat ik hem even in persoon en met diepe dankbaarheid kon vertellen hoe intens belangrijk hij op mijn levenspad geweest was, ik dat moment zo lang geleden geleden al die jaren met liefde gekoesterd had en voor altijd als iets heel precieus in m'n hart zou bewaren.
En daar kwam Flori door de regen aangestapt, helemaal blij mij te zien.
De vernieuwde Elisabethzaal is werkelijk prachtig. Imposant en toch gezellig. Groots en toch verwelkomend. Ik genoot. Ik genoot van de architectuur, van de luxe, van de dames en heren die ook de moeite genomen hadden zich op te kleden, van het hartelijk begroeten van de zovele andere bekende gezichten,... Heerlijk, echt heeeeerlijk! 
En toen moest het concert nog beginnen!...
En dat concert, wauw! Van 't één kiekevel-moment in 't andere. 't Begon al met onze plaatsjes in de zaal: de aller-, allerverste zitjes vóóraan, dus eigenlijk nét niet achter het orkest. We keken ter hoogte van het slagwerk neer op het podium, en dat geeft je een totaal frisse en bijzonder boeiende kijk -toch eenmaal ik wat over m'n initiële hoogtevrees heen was- op het hele concertgebeuren daar beneden. Voor herhaling vatbaar zelfs.
Het programma zou je, absoluut zonder neerbuigend te willen zijn, wat populair kunnen noemen, met stukken als de 'Habanera' en 'Nessun dorma', maar zo live gebracht door een groot symfonisch orkest en met twee solisten van wereldformaat, is en blijft het muzikaal smullen, om duimen en vingers bij af te likken, echt. Sopraan Angela Gheorghiu, door recensenten uitgeroepen tot één van de grootste zangeressen aller tijden, stelde zeker niet teleur, in de verste verten niet, maar ik viel als een blok voor tenor Teodor Ilincãi. Zelden in m'n hele leven heeft iemand me zó weten 'grijpen' met z'n stem. Totaal weg van de wereld en alles om me heen was ik, overdonderd door de kracht en de pracht van zijn stem en de intens doorvoelde emotionele vertolkingen. Ik verdween zacht en zalig in de mij omgevende muziek, overgenomen door puur genieten, en moest mezelf er de hele tijd aan herinneren af en toe toch even adem te halen... Werkelijk subliem. Daar wil ik absoluut nog meer, nog véél meer, van horen. Jammer dat men van hem geen CD te koop aan bood, en Flori kocht een opname van de fantastische en duidelijk ook super sympathieke sopraan 
als souvenirtje voor zijn zieke geliefde Jan.
De staande ovatie, de op het podium geworpen regen van bloemen, het eindeloze applaus, de grappige selfies, de fantastisch mooie bisnummers -3 stuks!-, al het elegante en galante buigen en groeten -de beide solisten zwaaiden zelfs speciaal naar ons!-,... O, het was allemaal zo mooi, als een droomwereld, als mijn droomwereld... En voor één keer vond ik het niet erg dat ik niet daar vooraan kon staan. Ik was voldaan. Ik genoot. En dat was genoeg. 
Na nog even napraten met Flori bij een hoognodige frisse pint wachtte ik in gedachten verzonken op de tram huiswaarts, en overliep de aaneenschakeling van gebeurtenissen. Als Wim toen die woorden niet gesproken had... Als Jan niet ziek geworden was... Als ik de telefoon niet gehoord had... Als... Als... Als... Zoveel kleine momenten, zoveel ogenschijnlijk onbetekenende woorden of daden, vaak voorbij in slechts een paar seconden, maar van o zoveel invloed en betekenis. Mijn leven had net zo goed, al duizenden keren, een andere afslag, een andere richting kunnen nemen. Het had er volledig anders kunnen uit zien, maar al die momentjes brachten mij hiér, in dit nú. En dat is exact waar -en wie- ik hoor te zijn. 
Wauw, wat een buitengewoon exemplaar, deze dag uit mijn leven. Die had ik me dus 's morgens, zo nog in m'n pyjama met m'n koffie achter de computer, echt absoluut nooit kunnen bedenken. Zo een dag laat je nog maar eens onomstotelijk weten dat echt alles in je leven, goed of kwaad, met reden op je pad komt, al duurt het soms jaren voor je begrijpt waarom. En vandaag, daar moet je écht niet aan twijfelen, ben ik daar weer -nóg maar eens- bijzonder dankbaar voor. Ontzettend dankbaar voor zo'n bijzondere dag met zo'n bijzondere ontmoeting en zo'n bijzondere concert. ❤️

P.S. Op de foto hieronder, behalve ons uitzicht op het concert -even stiekem een fotootje geschoten- en de beide solisten, een leuke foto van mezelf en Wim, lang geleden in de opera. 😉


donderdag 26 juli 2018

Warm aanbevolen.

Vier uur in de namiddag. Ondanks het feit dat mijn terras het grootste deel van de dag in de schaduw ligt, wijst de reuzegrote tuinthermometer tussen de planten 35° aan. Bij de minste inspanning, zelfs bij de geringste beweging, gutst het zweet uit al je poriën.
Ik lig lang- en breeduit, als een eigenaardige soort reuzegrote zeester, op m'n bed en kijk naar de luster boven me. De luster met de namaak kaarsjes, de grote witte krullende blaren en de roze bloemetjes. Pure kitsch, ik weet het, maar misschien ben ik dat zelf ook wel een beetje, want na al die jaren ben ik er toch nog altijd even verliefd op als de dag dat ik hem van m'n broer Sis als verjaardagscadeau kreeg. De lange kristallen hangertjes bewegen zachtjes in de nauwelijks voelbare tocht tussen de openstaande vensters van de verschillende kamers en glinsteren daarbij feestelijk met kleine gensters van licht. En af en toe laat een wat hevigere zucht wind, die plots en onverwacht als een tastbare golf hete lucht door het open raam duikelt, de hele luster wiebelen.

Omdat ik vanochtend het bed eens extra strak op maakte -i.p.v. het eigenlijk iets te vaak voorkomende 'gooi-maar-dicht,-ik-kruip-er-seffens-toch-terug-in' halve werk- voelen de kreuk- en rimpelvrije lakens onder me verrassend luxueus. M'n wat loom heen en weer bewegende voeten genieten van de eindeloos zachte aanraking van de netjes opgeplooide fleece deken bovenop het opgerolde dekbed. De ondertussen alweer klam aanvoelende badhanddoek onder m'n nek kriebelt. Die is een heel stuk minder poezelig, maar hij ruikt nog steeds zalig fris gewassen naar lentebloemen.
Eigenlijk dacht ik het voorbeeld van m'n poezen Poekie en Pompon te volgen. Op elke andere dag van het jaar zijn ze dat ook, hoor, absoluut, maar vooral bij dit soort temperaturen blijken katten onklopbare meesters in 'volledige ontspanning'. Als totaal gesmolten en uitgelopen, languit soezend hebben ze een aangeboren talent om ten allen tijde de grootst mogelijke hoeveelheid koelte op te sporen en te veroveren. Feilloos ontdekken ze de meest ideale ligplekjes en bedenken ze daar de perfecte houding voor. En op exact het juiste moment draaien ze zich efkes bliksemsnel om of verleggen ze zich, hooguit een centimeterke of 5, naar bijvoorbeeld 't volgend stukje nog enigszins frisse vloer. Minimale inspanning voor een maximaal resultaat!
Maar die twee katertjes zijn ook dolgraag bij mij in de buurt, dus waar ik ga -of lig dus, in dit geval-, daar kan het absoluut niet slecht zijn. En rond mijn ongegeneerd royaal uitgestrekte lijf op het bed is er nog meer dan plaats genoeg voor twee van die viervoetige bontjasjes.
Poekie heeft zich links van mij, ter hoogte van m'n onderbeen, geïnstalleerd, exact zoals hij meestal ergens op de vloer in een verfrissende luchtstroom ligt: zo langgerekt mogelijk, met poten kop en staart in alle richtingen en 
zo ver als mogelijk van z'n lijf af. Met als enig verschil dat nu z'n rechter voorpootje heel lichtjes en fluweelzacht op m'n been ligt. Dat hij super lekker ligt, dat leidt geen twijfel: ik hoor hem heel vredig stilletjes snurken.
Rechts van me is Pompon na veel ronddraaien en twijfelen eindelijk ook neergeploft. Voor hem was het even een zoeken, zoals altijd trouwens, maar nu ronkt hij, helemaal tevreden, met z'n achterste half bovenop m'n rechterschouder en z'n staart rond m'n bovenarm.
De hete wind blaast een paar onverwachte, heerlijke wolken bloemenparfum naar binnen. De luster wiebelt. En ik luister naar de geluiden van deze tropische zomerdag. In de verte joelen uitgelaten kinderen, op de terrassen boven en tegenover me wordt er gebabbeld en gelachen. De garagedeuren slaan open en dicht. Behalve een luid krassende kauw hoor je nauwelijks vogels. Voor hen is het vast ook veel te warm. En onder het openstaande raam tussen de vele potten met planten en bloemen zoemen de nog steeds bijzonder ijverige bijen en brommen de koddige hommels.
Heel even dwalen m'n gedachten naar al die mensen die nu op deze gloeiende dag toch aan het werk moesten. Dat moet echt lastig zijn. 'Om medelijden mee te hebben', bedenk ik me, 'zo blij dat ik vandaag niet ook met een kokend hete bus richting één of ander verzengend kantoorgebouw moest'. En ik schaam me heel even diep voor de onbetaalbare luxe van m'n bijna bewegingsloze, uitgestrekt plat liggende loomheid...
Het is vier uur in de namiddag op een schroeiend hete zomerdag. Veel te heet om ook naar iéts te doen. En toch... Misschien moest ik seffens toch ook maar eens de was in de machine steken, wat te eten koken en die berg afwas doen... Misschien. Maar nu nog even niet. Want het is vier uur in de middag, ik lig languit op m'n bed en geniet! 💛🌞



zaterdag 7 juli 2018

Tussen kerk en pastorie gewoon een perfecte dag.

"Hey Kristina! Gij weet toch dat het concert morgen in Neeritter (NL) is? En begint om 10u?" Gewekt door de voetbalfestiviteiten hier overal in de buurt opende ik midden in de nacht nog even m'n berichten op de computer en zag deze toch licht bezorgde boodschap van organist en vriend Peter Maus. Ik had eerder diezelfde dag op een repetitiebericht van hem gereageerd 'dat wij er ook bij zouden zijn'. En anderhalf uur rijden, enkele rit, voor zo'n klein concertje van ongeveer een half uur... Tja, begrijpelijk dat het toch toch een beetje ongewoon, en mogelijk volledig ongeloofwaardig over komt, zeker uit de mond van iemand als ik, die zelden of nooit ergens naar toe geraakt... Maar, wij wisten heel goed waar we aan begonnen! Dit was zelfs al maanden geleden netjes afgesproken. En waarom ook niet. Goede vrienden -Roger, Jef en ik- samen in een comfortabele auto, gezellig een dagje uit, met geweldig stralend weer, en dan op een ongekende plek waar je anders nooit zou geweest zijn, mogen luisteren naar een mooi concert van een ook al zo fijne vriend. Meer redenen hoef je toch niet te hebben, hé. Omdat we, heel verstandig rekening houdend met allerlei mogelijke vertragende factoren tijdens onze reis, zeer goed op tijd vertrokken waren, arriveerden we, uiteraard, veel te vroeg. Maar niet getreurd: al meteen spotten we koffiehuis/lunchroom 't Pastorieke, waar met wijd openstaande deuren nog ijverig gedweild werd. Officieel waren ze nog niet open, maar indien we op het terras wilden zitten, serveerden ze ons met plezier alvast koffie! Van gastvrijheid gesproken! Dat kan tellen, vind ik. En die bijzonder verzorgde koffie in de uiterst gezellige binnentuin smaakte fantastisch!
Al even goed op tijd wandelden we richting het kleine kerkje om alvast een goed luisterplekje uit te kiezen. Vol enthousiasme begroette ons Daniel Vanden Broecke, coördinator van 'Het orgel in Vlaanderen', de vzw die mede instond voor o.a. dit concertje dat deel uit maakte van een grote orgel-concertreis. Al snel liep dan ook het kerkje volledig vol met de dames en heren geïnteresseerden uit de twee, ondertussen ook aangekomen, autobussen.
Omdat zijn keurig doorgegeven programma jammer genoeg ergens tussen de voegen van de communicatie sukkelde en verloren ging, was een bijzonder nerveuze Peter Maus genoodzaakt zijn voor dit concert uitgekozen werken in hoogst eigen persoon aan te kondigen. Lastig karwei als je dat niet gewend bent... Eenmaal op het hoogzaal aan de speeltafel van z'n instrument voor die dag voelde hij zich duidelijk meer op z'n plaats en een heel stuk comfortabeler, want al spoedig dwarrelden er allerlei prachtige melodieën naar beneden. Spijtig genoeg onthield ik het volledige programma niet, maar Peter startte met het ingetogen feestelijke en bijzonder fraai bij de dag, de ruimte en het instrument passende 'Der Tag, der ist so freundenreich' van Pachelbel, waarna de uitgevoerde werken 
vol kwinkelerende klanken in duizenden kleuren elkaar opvolgden in stijgende lijn, zowel qua intensiteit als qua uitgesproken vreugde, om te eindigen in een orgelimprovisatie van de bovenste plank, waarvoor het instrument links en rechts nog een paar pijpen bijgestoken leek te hebben. Persoonlijk vond ik het applaus een beetje slapjes, Peter's inspanning verdiende meer. Maar misschien ben ik gewoon meer 'vervoering' gewend, hé...
Na het nemen van wat leuke foto's met onze organist-vriend -natuuuuurlijk!- en een kleine geanimeerde meet-and-greet vertrokken de bussen voor het vervolg van de excursie. Peter bleef in de kerk om een aantal begeesterde zielen die zelf de orgelklavieren eens wilden beroeren wegwijs te maken. En wij? Wij kuierden op 't gemakje terug naar daar waar het goed was, naar 't Pastorieke! Eigenlijk hadden we er bij nog meer lekkers van de drankenkaarten -in dit geval een La Trappe, een ijskoffie en een cappucino- willen bespreken wat we met de rest van de dag zouden doen. Maar zo zalig gezeten, in die knusse zeteltjes, daar in die gezellige binnentuin, in al die weidse vredige rust en heerlijke frisse lommerte, en met al die vriendelijke mensen om ons heen, ontnam de sereniteit en harmonie ons elke vorm van inspiratie. Er viel niets meer te bedenken, of toch zeker niets beter... En dat hoefde ook helemaal niet.
We vroegen de kaart met alle lekkere hapjes en ondertussen bestelden de heren allebei alvast een ijsthee van een kaart geheel en volledig gewijd aan een uitzonderlijk brede keuze van deze nooit eerder geziene uitermate verfrissende drank. En over die 'Sisi', die ik, nostalgisch, percé wou drinken, zullen we vermoedelijk nog lang de grapjes mogen aanhoren, vrees ik... 
Met ongelofelijk veel vriendelijkheid en oog voor detail werd onze tafel netjes ontruimd van lege glazen en gedekt voor onze lunch. En toen die met veel zwier voor ons neergezet werd, ontsnapten er aan alle drie onze monden allerlei bewonderend kreten. Het zag er werkelijk prachtig uit, en zo smakelijk, en gul, en zonnig, en... "Wel netjes jullie borden leeg eten, hoor" zei de dame in koksoutfit met een heerlijke giechel en een vette knipoog, "anders moet er afgewassen worden!" Roger en Jef smikkelden en smulden van hun erg originele bord met een soepje en kleine versies van de verschillende speciale broodjes van het huis. En ik kon m'n geluk niet op met dat grote, meer dan overheerlijke speltbroodje met brie, rucola, noten en honing. En, op de koop toe, viel de prijs van al deze heerlijkheden absoluut onder de noemer 'zeer democratisch'. Maar geloof me, wij hadden indien nodig met heel erg veel plezier een enorme berg afwas gedaan voor deze zalige gerechtjes!
Geheel bij toeval ontdekten we dus een ongelofelijk fijn adresje, daar in het verre Neeritter, in die oude geklasseerde pastorie. Een plekje dat eigenlijk op zich al meer dan de moeite waard is om, zoals wij, even 3 uur in de auto te zitten... Doch bij het verlaten van het dorp merkten we verschillende aanduidingen van allerlei toeristische routes op, zowel voor de minder sportieve autoliefhebbers als voor dartele wandelaars en lustige fietsers. En elk van deze routes slingert zich vrolijk zigzaggen over de Belgisch-Nederlandse grens heen en terug. Nog een extra reden om je ook eens -of nóg eens- tot daar te begeven, volgens mij.
"Such a perfect day..." neuriede ik met een zucht van geluk in de auto op weg naar huis. En Roger en Jef waren het er roerend mee eens. Of hoe een ogenschijnlijk doordeweekse dag ergens tussen een kerkje en een pastorie gewoon perfect kan zijn. 💗



donderdag 28 juni 2018

De zee.

Eindelijk weer eens die ene grote liefde gaan bezoeken nadat je ze al een jaar hebt moeten missen, je zou voor minder zenuwachtig worden, hé. M'n vrolijke rode-met-roze-cirkels-en-bloemen jurk hing naast de bijpassende handtas en schoenen netjes gestreken klaar. Alle andere spulletjes die ik dacht nodig te hebben voor de twee uur durende treinreis en de rest van m'n dagje-uit stond al keurig ingepakt in die leuke roze boodschappenmand naast de voordeur, klaar voor vertrek. Nu nog juist één nachtje slapen en... En dat lukte dus niet. Er is natuurlijk altijd een beetje de angst de wekker niet te horen, maar in dit geval lag de schuld van deze woelige en slapeloze nacht vooral bij het onschuldige, maar voor mij zeer betekenisvolle liedje in m'n hoofd. En op zo'n moment plots niet meer verder raken dan die eerste twee lijnen is dan absoluut nefast. Dus, bed uit en opzoeken maar. Voor alle zekerheid schreef ik de tekst volledig over en stopte hem ook bij de mee te nemen spulletjes.
Ondanks een klein houten kopke, wegens het slaaptekort en het niet afhoudende liedje, verliep m'n reis probleemloos en voorspoedig. En op de koop toe was het erg gezellig, dank zij de geweldig aangename babbel met Monique die ik op de trein leerde kennen. Van het eindstation nog even drie haltes met de tram; dan de onstuimige vreugdevolle begroeting met m'n opgetogen glunderende goede vriend en gastheer voor deze dag, Jef; gevolgd door nog één piepklein straatje wandelen en... daar was ze dan eindelijk: de zee!
Ik hou zielsveel van m'n planten-oerwoud, met m'n poezenschatjes er tussen, in de kamers van m'n dierbare flatje en terras,
maar daarnaast heb ik ook absoluut mijn hart aan de zee verpand. En daar was ze weer, voor zo wijd ik, lichtjes naar adem snakkend, kon kijken, langs kilometers plat, effen strand: die o zo geliefde zee. Eindeloos ver strekkend, immer van kleur veranderend, en met behoorlijk stormachtig geweld gekroond door grote witte schuimkoppen in brede golven brekend op het als een biljartlaken zo glad, schijnbaar oneindige zandstrand. Ik kan me niet herinneren haar ooit in zulke onbegrensde fenomenale, en lichtjes overdonderende glorie te hebben gezien.
De rest van de dag zou het me steeds de grootste moeite kosten om er even van weg te kijken, van dit prachtige, spectaculaire zicht. Uiteraard lukte dat niet tijdens die heerlijk lange wandeling op het strand met de voetjes in het verrassend warme water, en, een hele tijd later, de hele weg weer terug op de boulevard natuurlijk ook niet. Tijdens de gezellig babbel bij de koffie in het super aangename appartement op de 8ste verdieping, gezeten aan de grote tafel tegen het van-muur-tot-muur-en-plafond-tot-vloer-uitstrekkende raam met panoramisch en volledig ongehinderd zicht op zee plakte ik als vanzelfsprekend bijna gehypnotiseerd aan het beeld vast. En zelfs in het restaurant, tijdens het overheerlijke verwen-drie-gangen-diner, was het zo goed als onmogelijk even van dat zalige vergezicht weg te blikken: Jef reserveerde ons namelijk een tafel voor twee personen náást elkaar, met in ons blikveld niets anders dan een stukje boulevard, het strand en de zee met hier en daar een zeilbootje, helemaal tot aan de verre horizon. Hoe geweldig is dát!?
En ál die tijd, elke seconde van heel die mooie dag, en al net zo goed als de aantrekkingskracht van het prachtige panorama niet tegen te houden of te negeren, zongen in mijn hoofd opnieuw en opnieuw de strofen van dat ene liedje...
Ik vertelde Jef er over en las hem de tekst voor. En niet echt verrassend was zijn reactie zowat identiek aan mijn gevoel bij deze lyrics: "Dat is het! Dat is het écht! Dat verwoordt exact, maar dan ook écht exáct, wat de zee voor mij betekend! Alsof je de woorden letterlijk, hier en nu, in dit eigenste moment rechtstreeks uit m'n hart en ziel plukt! Ge-wél-dig!" Ook mijn emotie dus, toen ik het lied een aantal jaar geleden tijdens een concertenreeks met uitsluitend muziek van Will Ferdy -want, ja, inderdaad, dit is tekst én muziek van hem- zong. Het paste als op maat gemaakt, meteen aanvoelend als 'van mij persoonlijk', alsof het m'n eigen woorden waren. Terstond verliefd dus, op dit mooie liedje, net zoals Jef op dat moment, daar tegenover me aan de tafel.
En omdat ik sterk vermoed -goh, eigenlijk weet ik het wel zeker, hoor- dat velen onder jullie dezelfde herkenning in deze tekst zullen vinden, dezelfde ontroering, hetzelfde sentiment, dezelfde passie,... en ik mijn kinderlijk blije, onschuldig hartstochtelijke affectie voor die eindeloos prachtige, immer machtige, oneindig boeiende zee zelf niet beter zou kunnen neerschrijven, laat ik hier verder Will Ferdy aan het woord.
Dag zee! En tot de volgende keer, want al duurt het soms lang, ik keer áltijd naar je weer. 💙

De zee
De zee nam mij als kind reeds bij de hand.
Zij was mijn wonder-sprookjesland,
‘t decor van al mijn kinderdromen.
De zee, zij was de toevlucht van mijn jeugd.
‘k Vertrouwde elke pijn en vreugd’
toe aan haar eeuwig gaan en komen.
De zee zag ooit, bij ‘t schijnen van de maan,
mij met mijn eerste liefje gaan
of hoe ik wachtte, ongeduldig.
Wat waren wij toen nog onschuldig,
maar ook gelukkig, bij de zee.
                    De zee heeft ook mijn groot verdriet gegist
                    en zacht de stappen uitgewist
                    van twee verloren mensenkinderen.
                    De zee begreep mijn wanhoop en mijn pijn,
                    mijn angsten en mijn eenzaam-zijn.
                    Bij haar zag ik mijn leed verminderen.
                    De zee heeft mij, na stormen van één nacht,
                    opnieuw de rust teruggebracht,
                    zodat ik weer haar lied kon horen.
                    ‘t Leven werd mooi, zoals tevoren;
                     zoals het eenmaal was aan zee.
 De zee heb ik zo vaak herkend in mij,
met haar steeds wisselend getij,
met al haar stormen en haar vrede.
De zee zal steeds opnieuw mijn toevlucht zijn,
getuige van mijn vreugd’ en pijn,
want elk geheim deel ik haar mede.
De zee, die al mijn liefdes heeft gekend
en hoe mijn lot zich heeft gewend,
in goede en in kwade dagen,
zal nooit mijn liefde zien vervagen.
Ik blijf de minnaar van de zee.
                    Lalalalala...
                    Ik ben de minnaar van de zee.


dinsdag 8 mei 2018

Tok, tok, tok, wie klopt er daar?

Al wekenlang was het duidelijk via allerlei kanalen aangekondigd: vandaag zouden wij hier in het gebouw een hele voormiddag, eventueel iets langer zelfs, volledig zonder elektriciteit zitten. En eigenlijk sta je daar niet echt bij stil, wat er allemaal niet kan als er geen stroom is. Dat ik vanochtend geen wasmachine kon aanzetten, en met een borstel i.p.v. de stofzuiger de vloer zou vegen, daar had ik op voorhand aan gedacht. Maar dat ik m'n dag zonder koffie en een boterhammeke (rechtstreeks uit het vriesvak in de toaster, elke morgen) zou moeten starten... Totaal over het hoofd gezien! En 't is best wel onhandig om zonder licht naar de WC te gaan, vind ik. Alles in 't donker op den tast dus. De extra stille stilte, zo zonder de normale lift-, voordeur- en vaak niet te definiëren andere huishoudapparaatgeluiden, deed me in eerste instantie nog eens een keertje extra omdraaien in m'n bed, maar ik had met mezelf afgesproken dat, nu er toch niets huishoudelijk gedaan kon worden, het terras verder aangepakt werd vandaag. Zo zonder koffie kwam ik niet echt met geweldige snelheid en bakken energie uit de startblokken, maar dat doet er niet toe. Lekker op 't gemakje in 't zonnetje wat rondlummelen met potjes, plantjes en aarde, daar is eigenlijk nooit haast bij.
Gezeten op m'n zwarte krukje met m'n ouwe galochen, werkkloffie en tuinhandschoenen aan plukte ik de laatste restjes verlept groen van de lentebloeiers uit de bloembakken en schikte er met veel wikken en wegen de nieuwe plantjes is.  Met een droge 'pop' botste er af en toe één van de dikke donzige hommels, die in een wat dronken aandoende vlucht boven m'n hoofd gretig van bloem tot bloem zoemden, tegen een raam. Ogenschijnlijk hebben ze van zo'n botsing weinig last, maar 'k check toch altijd even of er niemand gesneuveld of gewond is. O, kijk, daar een koolwitje! En even later een citroenvlindertje! Die komen vast even piepen of m'n vlinderstruiken nog niet in bloei staan. Ze zullen spijtig genoeg nog wat geduld moeten oefenen, maar 'k hoop van harte ze nog wel terug te zien, schaars als ze tegenwoordig zijn, die vlinders...
De mezenfamilies zijn hier ondertussen zodanig vertrouwd met mijn terras, en duidelijk ook met mij, dat ze zich ondanks mijn overduidelijke aanwezigheid niet van hun geliefde nootjes en zaadjes laten afhouden. Zelfs als ik vlak onder al het uitgestalde lekkers in wat potten zit te rommelen vliegen ze druk aan en af en eten ze hun buikje rond. En dan plots... zie nú: een merel verdorie! Een vrouwelijke merel -met bruin verenkleed- scheert met een grote bocht laag over de kasseien, landt zwierig in één van de grote bloembakken en gaat, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, ook op zoek naar lekkere hapjes. Da's nieuw, en erg verrassend, want merels houden zich, voor zover ik weet, normaal gezien toch liever op in meer open ruimtes.
Gezegend, zo voelde ik me met al die gevleugelde aanwezigheid. Gezegend, en ook helemaal blij, en vooral weldadig verwonderd om zoveel schoonheid en zoveel vertrouwen. Een piepklein beetje Sneeuwwitje-gevoel gecombineerd met een piepklein beetje Sint Franciscus-gevoel, als je begrijpt wat ik bedoel. Zaaaaalig!!!
De in eerste instantie geweldig deugddoende zonnestralen werden dat sp(r)ookjesachtig wit vel van mij al snel te veel. Om te voorkomen dat ik, gebraden als een kip aan 't spit, m'n eigen cuisson nog zou moeten checken, nam ik, nog steeds gezeten op m'n kleine krukje, met een fles fris water in de hand, een afkoelpauze in een schaduwhoekje van het terras en liet al die verrukkelijke dingen om me heen zachtjes en onverstoord op me inwerken.
Plots doorbrak een in deze stilte extra luid klinkend 'tok, tok, tok' alle sereniteit. Keihard, bijna oorverdovend 'tok, tok, tok, tok, tok'. En opnieuw. En nog eens. 'Ja maar, seg, ze gaan hier die rust nu toch niet beginnen vergallen met geklop en getimmer, hé!' grommelde ik een beetje ontstemd in mezelf. En terwijl ik verwoed de oorsprong van het kabaal trachtte te lokaliseren, zag ik vanuit m'n ooghoek een beweging in het redelijk roerloze decor. Op de stammen van de dennen naast mijn terras klauterde een grote bonte specht op en neer. Dat is niet zo gek, want ook die vogels komen met regelmaat een nootje meepikken in mijn vogelrestaurant. Mevrouw Specht -te zien aan het ontbreken van het rode mutsje- was duidelijk op het spoor van iets smakelijk. Ze wrikte stevig met haar bek, dan eens hier, dan eens daar, tussen de schors van de bomen. En toen deed ze waar spechten voor gekend zijn: met een soort heldhaftige strijdlust beukte ze op volle kracht op de stam... 'Tok, tok, tok' weerklonk er hier tussen de gebouwen. Voila, ik had m'n lawaaimaker gevonden!
Je kan nog zoveel over vogels weten door er over te lezen, als je ze bezig hoort, zoals nu deze specht, op een paar meter bij je vandaan, dan valt je mond toch nog open van verbazing, hoor! Wat een kracht, wat een decibels, wauw! Ik kreeg er bijna hoofdpijn van, alleen maar door er naar te kijken!...
Dat een specht zelf aan z'n getimmer -met een snelheid van wel 25 km per uur en dat ook nog eens rond de 12.000 'tokken' per dag- geen schedelfracturen of hersenschuddingen overhoudt ligt aan z'n speciaal bolleke, een hoofd specifiek ontworpen om tegen bomen mee te rammen. Niet alleen is de snavel elastisch en schokabsorberend, gereedschap met een standaard airbag dus, zijn pientere breintje zit ook nog eens uitstekend beschermd in een excellent passende motorhelm van absolute topkwaliteit binnen in zijn schedeldak. Zoek het maar eens op, 't is boeiend om te ontdekken.
Nadat ik de noeste arbeid van de specht nog een tijdje gadegeslagen had, besloot ik zelf, met zulk vurig voorbeeld, ook maar weer naarstig aan het werk te gaan met bloempotten, planten en potgrond. Het vogelkoor op de achtergrond had nog lang een drummer te gast. In mijn eigen hoofd weerklonk een liedje dat ik niet direct kon thuisbrengen. Iets met 'kloppen' er in. Pas daarnet besefte ik dat het geen kinderrijmpje of zo was, maar een duet dat ik lang geleden zong in de Nederlandstalige versie van De Zigeunerbaron: de man in kwestie moet de schat zien te vinden, en wij, d.i. zigeunerkoningin Czipra en haar dochter Saffi, wij de hele tijd maar zingen dat hij moet ♪♫ 'kloppen, kloppen, kloppen'... ♪♫♪ Yep, dat krijg ik voorlopig niet meer uit mijn hoofd, vrees ik! hihi
'k Beloof plechtig vanaf nu een stuk minder snel lichtjes geërgerd te denken 'verdorie, er zit weer ergens iemand serieus te hameren, hoor', als er weer eens 'tok, tok, tok' weerklinkt. Ik zal in 't vervolg eerst even vriendelijk vragen 'wie is daar?', om dan vervolgens m'n deuren en vensters wijd open te gooien en met minstens evenveel verheugde verwondering opnieuw zoveel overweldigend natuurschoon binnen te laten. 💚



woensdag 31 januari 2018

Verschil moet er zijn...

Wandelen als remedie tegen de depressie, het werd de afgelopen week al geopperd door goede vriendin Marleen, en eigenlijk had ik daartoe al ongemerkt de eerste stappen gezet. Ook letterlijk. Naar buiten gaan is lastig voor me, maar met een 'moet' als stok achter de deur, liet ik de fiets telkens thuis en verplichtte mezelf te voet te gaan, ongeacht de afstand, én er van te genieten. En al kon ik me dat, zuchtend m'n schoenen aantrekkend en mezelf met moeite in m'n jas hijsend, elke keer weer absoluut niet voorstellen bij de start van elke wandeling, het deed me -inderdaad, u wist dat al- ontzettend deugd.
Gisteren ging het vertrekken bijna als vanzelf: de zon scheen volop, slechts een piepklein briesje en een zeer aangename temperatuur. Ik had me geen beter kuierweer kunnen wensen dan dit, zo op weg naar m'n acupunctuursessie. 
En omdat het schrille piepje in de ophanging van de toiletdeur de laatste tijd uitgegroeid was tot een overweldigend geknars en scherp gekerm -het 'Schurend scharniertje' van Jos Ghysen is er niks tegen- ging de vrolijke voettocht verder richting De Krak. Even een busje kruipolie kopen. Om te voorkomen dat men hier in het gebouw tot op het 14e begint te tellen hoe vaak op een dag ik een bezoek aan het kleinste kamerke breng...
En het zonnetje straalde nog steeds verrukkelijk toen ik tevreden met m'n aankoopje het magazijn verliet. Dus, lustig zwierend met het zakje, sjaal helemaal uit, jas een beetje los, flaneerde ik verder, met een mooie omweg en genietend van al wat er te zien viel, 
op m'n dooie gemakje huiswaarts. 'k Heb zelfs uitgebreid de tijd genomen om geïnteresseerd te blijven staan koekeloeren bij een indrukwekkende grote bouwwerf. En eenmaal thuis mocht de frisse lentelucht nog een uurtje of twee door de openstaande vensters zalig naar binnen stromen. Ondanks alle duistere rommel in m'n hoofd viel er slechts te besluiten -geen discussie mogelijk- dat ik, zij het met flink wat hulp van 't opgewekte lentezonnetje, oprecht van dit wandelen genoten had.
Vandaag moest ik ook de deur uit, op doktersvisite. En het leek wel of de zon gisteren al haar krachten verspeeld had en vanochtend geen ietsiepietsie moeite meer deed om nog uit bed te komen. De grauwe lucht en de plensende regen deden in niets nog denken aan de dag daarvoor. En zin om naar buiten te gaan krijg je er al helemaal niet van. Maar goesting of niet, het moest, dus ik ging. Zonder paraplu, want met die stevige rukwinden uit alle kanten heeft dat geen enkel nu. Wel een warme winterjas aan, dikke sjaal en handschoenen, en op m'n hoofd een stevig muts. En tot bij de huisarts bleek dat genoeg bescherming om nog enigszins toonbaar verder te wandelen. Netjes ingevulde ziekenfondsdocumenten op de post gedaan, in de supermarkt wat lekkers voor de poesjes en een glutenvrij broodje voor mij gekocht, en in een al zoveel onstuimiger regenvlaag ging m'n tocht verder, richting apotheek. Slim van mij om dat brood in de winkel alvast in een extra plastieken zakje te stoppen, en dan pas in de grote boodschappentas, want de kartonnen doosjes met pillen pasten er ook nog net bij in, helemaal veilig voor al dat ongenadig neerkomende water. De apothekeres die me al bij 't binnenkomen begroette met 'amai, gij zijt precies komen zwemmen' wees me met lichte ontzetting op de ondertussen nog stevig in hevigheid toegenomen stortvlaag waarin ik me nu weer terug moest begeven. 'Och, veel natter kan ik niet worden', lachte ik, 'en 't zal wel drogen'. En met het grapje 'zolang er geen stront uit de hemel neer komt dretsen valt het volgens mij allemaal wel mee!' stapte ik behoorlijk onverschrokken de winkel weer uit.
En dat ik niet nóg natter kon worden, dát had je gedacht!... Nog geen straat verder voelde ik het koude vocht heel stiekem naar binnen sluipen door de zogenaamde regenbestendige stof van m'n jas. Even later liep het in stralen langst de mouwen van m'n trui en over m'n rug. De wollen muts en de handschoenen gaven de strijd tegen het water meteen ook op. 
M'n kleddernatte broek plakte en schuurde aan m'n benen. M'n doorweekte voeten en sokken maakten bijzonder lachwekkende zompige geluiden na het eindeloos doorwaden van diepe, niet te vermijden reusachtige plassen en kolkende goten. En de open draagtas werd steeds zwaarder: hij liep langzaam vol. Zwemmende boodschappen dus. Lang leve de luchtdichte verpakkingen en plastieken zakjes! 
Druipend alsof ik zo, volledig gekleed in al die lagen, met schoenen en tas en al, een paar uur in een vol bad ondergedompeld werd arriveerde ik thuis. Haaa, zalig die warmte, die droge kleren, die hete koffie... Heerlijk knus neerploffend in de zachte zetel begreep ik ineens verheugd dat ook déze wandeling, die niet verder kon verschillen van de vorige, mij eigenlijk ook echt wel deugd gedaan had. 'Verschil moet er zijn, en alles heeft z'n mooie kanten' bedacht ik me, en glimlachte omdat ik daar heel even die positieve, optimistische en ondertussen dus al een serieus aantal maanden kwijt-zijnde Kristina in herkende.
't Is dus overduidelijk: wandelen is goed voor mij. Het maakt mij, letterlijk, stapje voor stapje beter. Maar mijn verlanglijstje aan de ijskast is daardoor ondertussen wel een paar items rijker. Ik heb dringend nood aan een paar superleuke gummilaarzen, zo een stevige regenjas -zoals 'de mannen van de gemeente' dragen, al dan niet in fluorescerend geel- en een plezant maar zeker ook praktisch regenhoedje! En dan, weer of geen weer, dan houdt niks mij nog tegen om te wandelen, en te wandelen, en te wandelen, en... ;-)


zondag 24 september 2017

Kristina's reizen.

De kalender verkondigde het al, de dikke ochtendnevel bevestigde het: de herfst is officieel in het land. Ideale ochtend dus om nog heel even terug te blikken op de voorbije zomer, want tussen alle operaties, ziekenhuisnachtjes en doktersbezoeken door heb ik de voorbije maanden toch niet uitsluitend ziek in bed gelegen, mottig in de zetel gehangen en uitgeput op de pot gezeten. Nee, raar maar waar, ik ben er gelukkig ook nog in geslaagd in die zo 'overvolle' agenda -gniffel gniffel- een paar gaatjes te vinden voor enkele leuke vakantie-uitstapjes! En eerlijk is eerlijk: ik zou absoluut nergens naar toe geweest zijn als m'n lieve vriendin Ingrid en haar man Rudi me niet als gewaardeerd en geliefd gezelschap op sleeptouw genomen hadden.
Onze eerste reisje ging -hoera, hoera- richting m'n levenslange grote liefde: de zee. Nee, niet naar Cadzand. Daar word ik vanwege alle ver- en volbouwing, het razendsnelle verdwijnen van het onderspit delvende natuurschoon en de rust, en van de vele herinneringen aan onze va toch alleen maar oeverloos verdrietig. We reden naar Westkapelle! En wel om de bijna lachwekkend simpele reden dat Rudi daar ooit eens wreed lekkere gebakken vis gegeten had. Blijkbaar hadden we per ongeluk -wat een chance- de juiste woensdag uitgekozen, want in het anders doodstille kleine dorpje troffen we niet alleen een zalig terras met heerlijke koffie, maar ook in alle straatjes een oldtimershow met o.a. nooit geziene schitterende landbouwvoertuigen, en allemaal kraampjes met prachtige brocanterie op het marktplein. Ik keek m'n ogen uit, maar kocht niks. Straf, hé. 
Na een stevige dosis gebakken vis ging de reis verder naar Domburg, waar geen van ons drie ooit al geweest was. Naar de als bergen zo groot en indrukwekkend, overdonderend prachtige, breed golvende en machtig groene duinen, en uiteraard naar het strand en de zee. Heel ver zijn we in al die natuurovervloed echter niet geraakt: de vele steile trapjes op en af de weelderig begroeide zandheuvels waren meteen nefast voor Ingrid's wat krakkemikkige knieën, en het verrassend smalle strand lag op deze stralende zonnedag meer dan overvol, dus daar konden wij vermoedelijk toch niet meer bij. Zalig languit neergeploft in een comfortabele brede loungezetel op een heerlijk terras met een ongelofelijk humoristische ober, boven op de top van 'den berg', dus met panoramisch zicht op zee en duinen, en met uiteraard een lekkere trappist in de hand overschouwden we dan maar uitgebreid het vanzelf voorbijkomende strandgedoe en vakantiegenot, en we zagen dat het goed was.
Trouwens, als je jezelf vol Immodium moet proppen om überhaupt zo een dagje weg te kùnnen gaan, dan is een zonnig namiddag met de geruststelling van ten allen tijde een toilet vlàk in de buurt een extra relaxerende ervaring...

Na nog een kleine maar hevige shoppingaanval en een lekkere maaltijd op een keurig terras in het dorpje zelf was het tijd om huiswaarts te keren, maar, beste Domburg, ik keer zeker en vast nog eens naar je terug, en dan hopelijk met genoeg energie en gezondheid om je écht te ontdekken.
Voor onze tweede uitstap namen we beste vriend Roger ook mee. Op een schroeiend hete dag -ik ook nog steeds vol Immodium- bezochten we dierenpark Pairi Daiza. Heel veel beestjes zagen we spijtig genoeg niet, want ook voor hen was het natuurlijk veel te warm om hun koele, van airconditioning voorziene privé-verblijven te verlaten. Hoe zou je zelf zijn, hé... 
Maar dat was niet echt een minpunt voor onze excursie. De schitterende aanleg van paden en perken met een verbluffende diversiteit aan bomen, planten en bloemen, de bijzonder waarheidsgetrouwe wereldarchitectuur, de verfrissend aanlokkelijke waterpartijen en het buitengewone oog voor detail overal op deze beperkte oppervlakte zijn op zich meer dan de moeite waard. Allé, volgens ons dan toch, hé. Ik wist alleszins helemaal blij niet waar eerst kijken.
Tussen het om de beurt hartstikke mottig-van-de-verzengende-hitte-zijn en mijn veel te talrijke onprettige toiletbezoeken dronken we allerlei lekkers op de verschillende mooie terrasjes en lieten we ons in een fraai restaurant verwennen met een verrukkelijke -jawel, in mijn geval vegetarische én glutenvrije- maaltijd, vergezeld van een daar ter plaatse gebrouwen hemels biertje. 
Maar vooral de ijs- en ijskoude -efkes serieus pijnlijke brainfreeze!- diep roze granité van hybiscus, die je aan verschillende kleine stalletjes kon kopen, zal ik niet snel vergeten: echt zó heerlijk dat ik er totaal geen woorden voor heb! Daar lust ik er alle dagen wel ééntje van, hoor...
En na zo'n heftig hete dag rondslenteren en nog eens een behoorlijk lange autorit -knikkebollend op de achterbank- is thuiskomen in je eigen koele flat waar een frisse douche en een comfortable bed je opwachten een meer dan weldadige 'kers op de taart', een grandioos orgelpunt bij een superfijn dagje uit.
Mijn laatste vakantietripje van afgelopen zomer kwam totaal onverwacht. Ik werd uitgenodigd om een eredienst op te luisteren in een magnifieke kapel -een mijn volledig ongekend verborgen pareltje- in Eeklo. En daar m'n begeleidende organist uit de tegenovergestelde kant van het land kwam moest ik m'n eigen verplaatsing regelen, wat voor deze autoloze diva dus betekend: met het openbaar vervoer. Je geraakt zo absoluut overal, geloof me, het kost je alleen heel veel tijd... Serieus beladen met partituren, concertkledij, extra schoeisel en gewapend met wat te drinken, te eten en -jawel, nog steeds- een doos Immodium vertrok ik in de vroege ochtend, helemaal alleen dit maal, op reis. 
En 'reis' is hier echt wel het juiste woord: te voet naar de tram, met de tram en nog een stukske te voet naar 't station, ticketje kopen en wachten op de trein, treinreis naar Gent, wachten op aansluiting en tenslotte den boemel naar Eeklo gevolgd door nog een piepklein stukje te voet. Alles bij elkaar toch een heenreis van een kleine 3 uur. Maar als je dat op voorhand weet en je er naar instelt dan kan ook zoiets genieten zijn. Vanuit de trein heb je sowieso een totaal ander zicht op de wereld, een bijna ongehoord, zelfs een piepklein beetje voyeuristisch perspectief op straten, huizen, koertjes en tuinen. En tussen de passerende steden en dorpen golven malse groene weiden -al dan niet met koeien of schapen- afgewisseld door vruchtbare velden met mais, graan en aardappelen, en weelderige wiegende bossen als een eindeloze en in minieme details immer veranderende, bijna serene en meditatieve, doch oneindig boeiend film aan je voorbij. Het gadeslaan van de drukte op de perrons en de steeds wisselende medereizigers, af en toe een klein babbeltje met zomaar iemand, een warm koffietje in het stationslokaal tijdens het wachten op de aansluiting en een beetje zonnevitamientjes opdoen op een bankje uit de wind op de verschillende perrons maken zo een 'werk-uitstap' -als je zingen al 'werk' wil noemen in mijn geval- tot een volwaardige en zeer te genieten expeditie. 
En een slordige 8 uur later was het, helemaal gelukkig van het heerlijke zingen en met zoveel voorbij-gegleden moois nog vers op m'n netvlies, weer thuiskomen in m'n eigen vertrouwde stekje, uiteraard met de vrolijke verwelkoming van 2 uitgelaten poezenbeesten, en het ontzettend moe doch geweldig voldaan kunnen neerploffen in m'n eigen knusse zetel ook voor deze originele dagtrip een passende en perfecte afsluiter. 
Ja, ik heb oprecht genoten van deze zomeruitstapjes, mijn persoonlijke Kristina-reizen. Ze zeggen niet voor niets dat het ware geluk in kleine dingen zit, hé. En 'wie het kleine niet eert...' Yep, inderdaad. hihi 😉




maandag 28 december 2015

Feestelijke Ingrid-zondag.

Meer dan voldaan, zowel wat feestelijk eten betreft als de immer wat ontbrekende menselijke warmte, slenterde ik in volle feest-ornaat, pluimen op het hoofd, hooggehakte laarsjes aan en heel veel glitters daar tussen, op m'n dooie gemakje langst de stille donkere straat en over het verlaten plein.
Na die uitgebreide overheerlijke maaltijd, waarvan ik me een beetje loom voelde, leverde die laatste kop koffie me weer wat energie, en die stevige dosis Grand Marnier die er naast gestaan had, gaf me net genoeg 'roes' om totaal ontspannen, glimlach op het gelaat en bang voor niets, de korte afstand tussen het appartement van m'n vriendin en m'n eigen flatje te wandelen.
Overal om me heen vrolijkte kerstverlichting in absoluut alle vormen en kleuren de huizen en flatgebouwen op. Genietend besloot ik het allemaal eens uitgebreid te bewonderen. O ja, er zaten dingen tussen die ik van m'n leven niet aan de gevel zou willen zien, zo foeilelijk, maar tussen alles wat wel binnen m'n smaak valt maakte dat niet zoveel uit. Al die elektrische sterretjes fonkelden elke voorbijganger om het hards toe en maakten dit avonduur van deze donkere dag zoveel zachter en warmer.
Vroeger, lang geleden, reden ons va en moe samen met mij nog wel eens opzettelijk een extra toertje met de auto: feestverlichting bekijken en bewonderen. Ideetjes opdoen ook. En hartelijk lachen om zovele grappige, kitscherige of ronduit mottige ontwerpen, uiteraard. Daar dacht ik met lichte weemoed aan, terwijl ik rustig verder kuierde.
Ons gebouw was het minste versierd, viel me op. Eén terras vol helgroene lichtslingers en een ander met een in felle kleuren hevig flikkerende strik-met-klokken-ornament... Dat is het zo ongeveer.
Tussen de vele kleine lichtjes in de grote planten en in het kerststuk op het dressoir plofte ik met een tevreden zucht in de sofa in m'n eigen huiskamer neer. Heerlijk om eens een keertje zo relaxed te zijn. 
Het was een bijzonder aangename namiddag geweest bij mijn allerliefste vriendin Ingrid. Al een paar jaar op rij nodigt ze me ergens tussen kerst en nieuwjaar uit om van een fantastisch diner te genieten in het knusse gezelschap van haar zelf, haar echtgenoot, zoon, vader en onderbuurvrouw. En daar haalt ze letterlijk àlles voor uit de kast! Er wordt gekookt dat het een lieve lust is, en wat ze uiteindelijk op de eigenlijke feestelijke dag serveert is minstens een paar maal op voorhand stevig uitgeprobeerd. 
Speciaal aperitief met allerlei originele warme en koude hapjes, voorgerecht met cannelloni en kerstomaatjessaus, wildstoofpotje met fijne groentjes en kroketten als hoofdgerecht, en als nagerecht mokka en chocolade ijs. Alles zelf gemaakt, en -hoeveel moeite wil iemand voor je doen?- voor mij steeds een vegetarische versie, die trouwens ook vooraf geproefd en goedgekeurd werd door de gezinsleden. De uitgeschonken wijnen zorgden met gemak voor een ontspannen sfeer. Niet dat dat een must is bij deze mensen, want bij hen mag en kan je, heel gewoon, volledig zijn wie je bent. Niks meer, niks minder.
Mijn vriendin Ingrid, zo blij haar weer eens te zien, te spreken, bij haar te zijn. 'k Had haar echt gemist de afgelopen weken. En nee, nee, nee, geen dénken aan: ze wou ab-so-luut écht-en-techtig niét met me op de foto, wat ik ook probeerde... Maar een stiekem en onverwacht kiekje van haar terwijl ze druk aan het kokkerellen staat in haar keuken, dàt is me wel gelukt! Joepie!
Zalig om je zo een zondagmiddag in december gekoesterd te weten, omringt door oprechte vriendschap, in goed gezelschap genietend van zoveel lekkers.
Alleen, om heel eerlijk te zijn, die kop koffie... die had ik duidelijk tóch beter overgeslagen: 'k zag het vannacht, of beter vanochtend, 4 uur op de wekker worden vooraleer de slaap me eindelijk naar dromenland meenam... Och, tevreden en ontspannen warm onder de wol had ik op die manier alle tijd van de wereld om alvast de grote lijnen van dit schrijfsel te bedenken, hé. :-)


donderdag 17 december 2015

Beestachtig mooie portretten.

Nog wat gepijnigd nabibberend van de zeer intense en zelfs met een traantje of twee, drie overgoten plooi- en streksessie bij de kinesiste slofte ik vanmiddag verder langst de straten. Er moesten nog wat, hopelijk de laatste, inkopen gedaan worden voor de komende kerstconcertenweekendmarathon.
Passerend aan de etalage van Atelier Luc de Backer in de Gallifortlei herinnerde het piepkleine schilderijtje van een meer dan levensecht en super schattig muisje me aan een tentoonstelling waarvan ik de vernissage miste maar wel erg mooie foto's gezien had via Facebook. 
Met nog wat tijd op overschot stapte ik, caddy en al, de winkel/galerij binnen.
De gezellige, steeds interessante babbel met Luc en zijn vriendin Martine en de immer warme ontvangst zijn trouwens op zich al redenen genoeg om eens een keertje vaker langst te gaan. Je wordt er op slag opgewekt van!
Op het eerste zicht hingen er niet zo heel veel werken, maar potverdorie wat een serie ongelofelijk prachtige en kwaliteitsvolle stukken! 
Grote en kleine potloodtekeningen, o.a. een grappige en inventieve reeks rond mensen en dieren die water over zich heen krijgen, zo fijn en gedetailleerd dat het bijna iets te licht afgedrukte foto's lijken. 
En kleurrijke schilderijen, ook heel klein en heel groot, met zulke fraaie en levensechte portretten van honden, katten, een roodborstje, een muisje,... dat je bijna verwacht dat ze elk moment in beweging zullen komen en uit de kader springen. De ultra fijne penseelstreekjes, zo doorvoeld van kleur, zo realistisch. Elk haartje, elk pluimpje, elke kleinigheidje, elke onderdeeltje... Echt sterk werk!
Zonder ze ooit beu te worden zou ik er werkelijk jarenlang enthousiast genietend naar kunnen kijken en er blijvend verwonderd over zijn!
Och, had ik van mijn allerliefste overleden viervoeters maar zulke schitterende herinneringen aan de muur... Tja, niet voor direct, vrees ik, met die eeuwig lege portemonnee van mij, maar wie weet, ooit, hé!...
Amper te geloven dat er, volgens Luc, niemand op de vernissage langst kwam. Mijn verbazing was bijzonder groot toen ik dat hoorde. Er liep zelfs even een koude rilling van over m'n rug. Het gastenboek bevatte slechts 2, gelukkig wél erg lovende, meldingen. 3, na vandaag. Met de mijne erbij...
Als er geen beroemdheid interesse vertoond in jouw tentoonstelling of project, of de ene of andere rijkerd er niet een kans in ziet om, via jou, nóg welgestelder te worden, je weet wel wat ik bedoel, dan mag je nog zo fenomenaal super fantastisch zijn in wat je doet op artistiek vlak, dan kent geen mens je, dan is er geen ruimte en tijd voor je in de pers of op de beeldbuis. Zoveel geweldige kunstenaars en artiesten zitten in datzelfde straatje... Geloof me, ook ik weet, spijtig genoeg, véél te goed hoe het is.
Dus, gewoonweg omdat ik het kàn en dit absoluut de moeite waard vind: laat me er hier dan maar even een stukje over schrijven! 
Misschien dat mijn be- en ver-wondering nog iemand overtuigt om al dat fraais te gaan aanschouwen en wie weet wordt ook die persoon er dan een beetje 'rijker' van... Stap simpelweg even binnen, het hoeft helemaal niet lang te duren en het kan gerust in je gewone alledaagse kloffie. 
Ik ben alleszins heel blij dat ik er even de tijd voor nam! :-)
Beste Monique, ook voor mij voorlopig ongekende kunstenares: ik genoot van je werk! Proficiat en dank je wel.


Tentoonstelling Monique Geurtsnog tot 19 januari 2016
Atelier Luc de Backer, Gallifortlei 19, Deurne (alle dagen van 12 tot 18u)