Nee, 't zal niet de meest innoverende, stichtende of verrijkende lectuur zijn, waarover ik vandaag eens schrijf. Maar dat doet er niet toe, vind ik. Als iets een glimlach op mijn gezicht weet te toveren, en ik weet dat te vatten in een blogje, dan maak ik er misschien een enkele lezer ook wel gelukkig mee...
Mogelijk hebt u 't idee dat ik een beetje in herhaling val, als ik weer eens vertel over het leven op mijn terras, maar ik blijf mij verbazen over de, in mijn ogen dan toch, bijzondere bezoekers. Nee, ik bedoel dan uiteraard niet die personen die te pas en te onpas, en al dan niet stiekem of met de meest doorzichtige en idiote verhalen en redenen, door de tuin, vreselijk kwakkelend over de grote en vaak puntige kasseien, komen gebanjerd. Nee, dan heb ik het dus over alle andere 'fauna' die de weelderige flora van mijn buitenruimte aandoet!...
Volgens mij is alles in de natuur een beetje zijn kluts kwijt en veel zaken zijn ook erg laat dit jaar. Dat was vooral al heel erg duidelijk met het tot een maand later zijn van de bloei van de meeste planten. En ik had me al een tikje ongerust afgevraagd waar eigenlijk al die hordes piepkleine meesjes, die de voorbije jaren steevast het terras als speeltuin gebruikten, bleven. Ook hun klok stond nog een beetje achter, denk ik, want gisterenochtend mocht ik mezelf dan uiteindelijk toch weer als vanouds in hun gekkigheid verheugen!
Klein en jong als ze nog zijn, deze kersverse pluimenbolletjes, kennen ze weinig of geen angst. Toch alleszins van niets op mijn terras. De grote slinger met nootjes en zaadjes, die ik onderaan de bloeiende hangmanden voor m'n vensters bevestigde, biedt hen een perfecte zitplaats: 't is er droog, je zit niet in de felle zon, je bent enigszins verborgen voor mogelijke belagers, en je kan er niet alleen naar hartenlust onnozel doen met je broers en zusjes, maar tussendoor ook nog gezellig een hapje eten. Ideaal. Dus, dat rare wezen dat hen van achter het raam, met een brede glimlach over haar bril loerend, bijzonder geïntrigeerd in 't oog houdt, dat zal hen absoluut worst wezen! Heel voorzichtig, zonder al te plotse of grootse bewegingen, lukte het me daardoor zelfs om m'n smartphone te pakken en plaatjes te schieten van hun dolkomische drukke gedoe. "En de poezen?", vraag je je misschien af. Pompon ligt lui op de vensterbank te kijken. Die heeft al lang begrepen dat het totaal niet de moeite is zich voor die kleine pluimenzottekes moe te maken. Ge hoort hem bijna denken: "Ge doet maar. Pfffft. Zolang ge mij maar niet teveel in mijn slaapke stoort met al dat gesjilp en gekwetter." Poekie springt nog wel eens super energiek recht in z'n mandje. Zo een beetje van "Zie, zie! Allé, zie nu! Daar, daar!" Maar er voor úit dat mandje komen, da's er toch ook niet meer bij. Met z'n twee pootjes over de rand van het mandje houdt hij al het speels geweld een tijdje nauwgezet in 't oog, om vervolgens als vanzelf weer in slaap te vallen. Dan zie je hem langzamerhand dieper en dieper in het mandje wegzinken, tot niets meer van hem te zien is.
Eergisteren namiddag echter was het plots anders. Gewoonlijk zie ik uitsluitend in de koude donkere maanden van het jaar al eens een winterkoninkje een beetje stiekem en voorzichtig tussen m'n planten z'n kostje bij elkaar scharrelen. Nu kregen we geheel onverwacht het bezoek van een piepjong exemplaar dat zich duidelijk heer en meester van het koninkrijk waande. Onverstoorbaar luid kwelend hupte hij (of zij...) van de hoogste loot van de ene plant naar de verst rijkende tak van een ander boompje. En z'n favoriete landingsplaats verbaasde zelfs mij volledig: het stevige metalen gaas in de twee kattenhorren! (Dat zijn dus van die dingen, u wel gekend, die je in de openstaande ramen en/of deuren zet, gewoonlijk om allerlei ongewenste insecten búiten te houden, doch in mijn geval: om twee katers bínnen te houden...) Geen reactie bij Pompon. "Och, een vogel meer of minder, daarvoor kom ik niet in actie, hoor!", zal hij gedacht hebben. Maar Poekie was behoorlijk buiten z'n zinnen en lichtjes woedend om zoveel schaamteloosheid. Elke keer weer maakt hij, met veel gemekker en zenuwachtig wild heen en weer gesprint van venster naar venster, aan alles en iedereen die het maar horen wil, duidelijk dat hij zoveel gebrek aan respect niet zou dulden! In al z'n verontwaardiging sprong hij zelfs bovenop z'n slapende broer op de vensterbank waardoor er heel even tussen hen ook schermutselingen ontstonden... Sindsdien brengt hij ons elke dag minstens één keer een bezoekje, met steeds opnieuw ongeveer hetzelfde scenario. Ik begin me zo stilaan af te vragen of hij het opzettelijk doet... Zo een beetje poezen pesten. Ja, dit jonge winterkoninkje, da's duidelijk geen gewoon geval. Zo bescheiden en onopvallend z'n soortgenoten gewoonlijk -eigenlijk áltijd, bij mijn weten- zijn, zo excentriek en luidruchtig is hij (of zij). Och, die jeugd van tegenwoordig, hé... hahaha
Bij het planten water geven viel mijn oog op nog andere bezoekers, bezoekers die ik liever niet tegenkom: slakken! Van die grote, dikke, vette, slijmerige en slibberige vreetmachines. Al jaren doe ik in de zomer minstens één keer per dag een toerke over het terras om alle huisjesslakken van tussen het groen te plukken. Daar ben ik aan gewend en die zie er vaak prachtig uit, in die ongelofelijk veelkleurige en telkens anders gestreepte schelpjes. Nee, ik maak ze niet dood, maar het kampioenschap huisjesslak-slingeren zou ondertussen wel eens op mijn naam kunnen staan... Eén voor één, hup, met een grote bocht door de lucht de dichte klimop van de enorme tuin in, waar ze vermoedelijk ook allemaal vandaan komen. Die grote vettige 'blote' slakken, die zag ik nog niet eerder, en die pak ik ook liever niet zonder handschoen of zo op. Eikes! 'k Ben niet snel vies van iets aan te raken, maar deze slippery suckers... Brrrr. Alhoewel. Eigenlijk zijn deze, heel anders dan die wat doordeweekse effen donkerbruine of oranje tuinweekdieren, op hun manier ook wel mooi, hoor, met hun zeer uiteenlopende kleur en strepen. Bij nader onderzoek en enig opzoekwerk op 't internet kwam ik er achter dat het inderdaad geen gewone naaktslakken zijn, maar wel de veel kleurrijkere tijgerslakken! Oké, mooi, maar aan het fenomenale, absoluut roofdier-passende tempo waarmee ze korte metten maken met een volledige plant, heb ik ze écht liever niét op m'n terras. Met twee plantenstokjes, tijdelijk dienst doend als chopsticks, grijp ik ze bij hun lurven en vliegen ze er dus meteen letterlijk vanaf. Niet zo ver als de huisjesslakken -daar moet ik nog verder op oefenen- maar ver genoeg om geen directe dreiging meer te zijn. En mogelijk een 'smakelijke hap' voor de immer hongerige duiven. Al vraag ik me af hoe die zo'n ontzettend groot glibberding naar binnen krijgen met die relatief kleine bek... Maar, dat kan ik me niet aantrekken.
Met die verrassend grote -echt enórm, zelden zo'n reus gezien, bijna 10 centimeter, zonder liegen!- fraai grasgroene sprinkhaan (na enig opzoekwerk blijkt het hier om de enige echte groene sabelsprinkhaan te gaan), die zich, opgeschrikt door de waterstraal uit mijn tuinslag, uit het dichte groen wegvluchtend op 't bovenste toppeke van de plantensteun zette en me een beetje zenuwachtig bleef zitten gadeslaan, heb ik toch ook maar voor alle zekerheid een ernstig gesprekje gedaan. 'k Heb er absoluut geen problemen mee als hij al eens een blaadje of twee komt binnenspelen, maar 't is natuurlijk niet de bedoeling dat hij op zekere dag z'n hele duizendkoppige familie ook eens mee hier heen op restaurant neemt!... Met een paar fenomenale sprongen verdween hij de weidse grasvlakte van de voor hem vermoedelijk eindeloos grote tuin is. "Tot ziens!", zwaaide ik hem achterna.
Ja, 'k weet het, niet de meest innoverende, stichtende of verrijkende lectuur, dit blogje, maar geef toe: toch wel leuk, hé, wat er hier allemaal op mijn heerlijk volgroeiende buitenruimte op bezoek komt. Maakt doet het alleszins steeds weer glimlachen. En heel misschien glimlach jij nu ook... ;-)
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label meesjes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label meesjes. Alle posts tonen
vrijdag 23 juli 2021
Verrassende bezoekers
vrijdag 9 augustus 2019
Niet te fotograferen...
Niet te fotograferen, wat ik ook probeer... Nee, zucht, ze zijn niet te kieken, echt niet... Ze zitten niet één tel, zelfs geen halve seconde stil.
Uit de grijze lucht stroomt onophoudelijk de regen neer. Af en toe vermindert het tot nog wat zacht, bijna onmerkbaar gezever; bij momenten pletsen kletterende stortvloeden ongenadig neer op de kasseien voor het terras en op de bomen en struiken in de tuin. Ik ben blij dat het regent. De nog steeds o zo dorstige natuur snakt echt naar elke druppel en is dankbaar voor het minste vleugje water. En er zal nog veel moeten vallen voor alles weer in evenwicht is... Ook voor mij voelt het als een welkome verademing. Eindelijk weer wat extra zuurstof in de lucht. En een frisse, heerlijk ruikende bries beweegt, voorzichtig binnenwaaiend door de open vensters, al het overvloedige groen van de kamerplanten en doet het appartement als het ware verkwikt herademen. De poezen liggen uitgeteld, nog nét niet in slaap, op de vensterbanken. Doodmoe zijn ze, echt pompaf, van de hele ochtend lang passioneel en met volle overgave de enorme hoeveelheid vogeltjes op het terras van tussen de kamerplanten en gordijnen te bespieden en ter afwisseling met hun buik plat tegen de grond opgewonden van kamer naar kamer te sprinten, op zoek naar een nóg beter spionageplekje.
Volgens mij zijn zowat álle meesjes uit de hele wijde omgeving vandaag bij mij op het terras komen schuilen voor de regen! Het is al de hele ochtend een intensief komen en gaan, en een drukte van jewelste. Bijna elk takje van zowel de hibiscusbomen, nu vol grote roze bloemen, als de purper kleurende vlinderstruiken, de wild wiebelende ranken van de jasmijn en de passieflora, en zelfs de stelen van de hoog opgeschoten lelies en verbena hier in mijn stukje persoonlijk paradijs, heerlijk droog zo onder de betonnen afkapping, doet dienst als zitplekje voor één van de enigszins doorweekte bolletjes donsveertjes. Doch, niet elk plaatsje is even goed, zo blijkt uit het voortdurende gekibbel en het koortsachtig en rusteloos heen en weer gefladder. Ze bedenken zich duidelijk constant over wat nu het allerbeste, het ultieme, meest uitverkoren plaatsje is. Maar behendig als ze zijn, deze kleine vogels, vinden ze altijd wel een gunstig stekje met prima uitzicht over de rumoerige activiteiten. Hoog aan het plafond en in de hangmanden, da's onweerlegbaar een geweldige uitvalsbasis om een soort ludieke luchtaanval uit te voeren op je soortgenoten. Maar een stuk lager, op de rand van de potten en tussen de enorme geraniums, daar vind je al wel eens een vette groene rups, en komt ook al het lekkers neer, dat je ruziënde broers en zussen met al hun onstuimig gedoe te pas en te onpas laten vallen.
Want ja, er wordt hier bij mij stevig gesmuld, hoor! Het houten voederhuisje ligt winter en zomer vol met, naar het seizoen aangepast, lekkers. En waar er eerst snel iets meegepikt werd om elders op te gaan smikkelen, blijven ze, ondertussen helemaal vertrouwd met de omgeving, gezellig op hun gemakje, zich absoluuuut niets aantrekkend van die twee loerende poezen slechts een halve meter verder achter de hor, ter plaatse de vele soorten zaadjes open kraken en gretig naar binnen spelen. De laatste nootjes in de opgehangen zakjes zijn ook bijzonder in trek. Daar zitten ze, letterlijk, voor aan te schuiven, luidruchtig schreeuwend dat "het nu zo stilaan écht wel hun beurt is, hoor!", en "laat het verdorie eens vooruitgaan, zeg!" Te midden van het sowieso al onafgebroken schattige kabaal van het gesjilp en gekwetter ontstaat er een fikse rel met stevig wat decibels aan getier en gekeel telkens er iemand probeert voor te steken. Op zo'n moment is het heel duidelijk wie hier de ouders en wie hier de kindjes zijn... De echte slimmeriken zitten gewoon stilletjes en quasi onopgemerkt onderaan de grote plantensteun, aan de voet van door elkaar klimmende rozelaar en clematis, en snaaien gretig alles mee wat er in al die opschudding daarboven aan lekkers naar beneden valt.
Och, echt, het is zooo super om te zien! De poezen hebben er zich, bekaf van de intense opwinding en het geestdriftig heen en weer crossen, bij neergelegd, letterlijk, maar voor mijn part mag het zo nog wel even blijven regenen, met heel dat wonderlijke schouwspel hier voor al mijn ramen. Ik geniet, en geniet, en geniet... Maar er wat foto's van maken, tja, dat lukt me dus niet. 'k Zal als illustratie bij dit verhaaltje weer eens een mooi plaatje van het internet moeten plukken. Maar als ik het goed genoeg geformuleerd en neergepend heb, dan kan jij je het hele fladderende en kwetterende spektakel misschien zo, zonder fotootje, ook wel voorstellen, hé... 😉💚
Uit de grijze lucht stroomt onophoudelijk de regen neer. Af en toe vermindert het tot nog wat zacht, bijna onmerkbaar gezever; bij momenten pletsen kletterende stortvloeden ongenadig neer op de kasseien voor het terras en op de bomen en struiken in de tuin. Ik ben blij dat het regent. De nog steeds o zo dorstige natuur snakt echt naar elke druppel en is dankbaar voor het minste vleugje water. En er zal nog veel moeten vallen voor alles weer in evenwicht is... Ook voor mij voelt het als een welkome verademing. Eindelijk weer wat extra zuurstof in de lucht. En een frisse, heerlijk ruikende bries beweegt, voorzichtig binnenwaaiend door de open vensters, al het overvloedige groen van de kamerplanten en doet het appartement als het ware verkwikt herademen. De poezen liggen uitgeteld, nog nét niet in slaap, op de vensterbanken. Doodmoe zijn ze, echt pompaf, van de hele ochtend lang passioneel en met volle overgave de enorme hoeveelheid vogeltjes op het terras van tussen de kamerplanten en gordijnen te bespieden en ter afwisseling met hun buik plat tegen de grond opgewonden van kamer naar kamer te sprinten, op zoek naar een nóg beter spionageplekje.
Volgens mij zijn zowat álle meesjes uit de hele wijde omgeving vandaag bij mij op het terras komen schuilen voor de regen! Het is al de hele ochtend een intensief komen en gaan, en een drukte van jewelste. Bijna elk takje van zowel de hibiscusbomen, nu vol grote roze bloemen, als de purper kleurende vlinderstruiken, de wild wiebelende ranken van de jasmijn en de passieflora, en zelfs de stelen van de hoog opgeschoten lelies en verbena hier in mijn stukje persoonlijk paradijs, heerlijk droog zo onder de betonnen afkapping, doet dienst als zitplekje voor één van de enigszins doorweekte bolletjes donsveertjes. Doch, niet elk plaatsje is even goed, zo blijkt uit het voortdurende gekibbel en het koortsachtig en rusteloos heen en weer gefladder. Ze bedenken zich duidelijk constant over wat nu het allerbeste, het ultieme, meest uitverkoren plaatsje is. Maar behendig als ze zijn, deze kleine vogels, vinden ze altijd wel een gunstig stekje met prima uitzicht over de rumoerige activiteiten. Hoog aan het plafond en in de hangmanden, da's onweerlegbaar een geweldige uitvalsbasis om een soort ludieke luchtaanval uit te voeren op je soortgenoten. Maar een stuk lager, op de rand van de potten en tussen de enorme geraniums, daar vind je al wel eens een vette groene rups, en komt ook al het lekkers neer, dat je ruziënde broers en zussen met al hun onstuimig gedoe te pas en te onpas laten vallen.
Want ja, er wordt hier bij mij stevig gesmuld, hoor! Het houten voederhuisje ligt winter en zomer vol met, naar het seizoen aangepast, lekkers. En waar er eerst snel iets meegepikt werd om elders op te gaan smikkelen, blijven ze, ondertussen helemaal vertrouwd met de omgeving, gezellig op hun gemakje, zich absoluuuut niets aantrekkend van die twee loerende poezen slechts een halve meter verder achter de hor, ter plaatse de vele soorten zaadjes open kraken en gretig naar binnen spelen. De laatste nootjes in de opgehangen zakjes zijn ook bijzonder in trek. Daar zitten ze, letterlijk, voor aan te schuiven, luidruchtig schreeuwend dat "het nu zo stilaan écht wel hun beurt is, hoor!", en "laat het verdorie eens vooruitgaan, zeg!" Te midden van het sowieso al onafgebroken schattige kabaal van het gesjilp en gekwetter ontstaat er een fikse rel met stevig wat decibels aan getier en gekeel telkens er iemand probeert voor te steken. Op zo'n moment is het heel duidelijk wie hier de ouders en wie hier de kindjes zijn... De echte slimmeriken zitten gewoon stilletjes en quasi onopgemerkt onderaan de grote plantensteun, aan de voet van door elkaar klimmende rozelaar en clematis, en snaaien gretig alles mee wat er in al die opschudding daarboven aan lekkers naar beneden valt.
Och, echt, het is zooo super om te zien! De poezen hebben er zich, bekaf van de intense opwinding en het geestdriftig heen en weer crossen, bij neergelegd, letterlijk, maar voor mijn part mag het zo nog wel even blijven regenen, met heel dat wonderlijke schouwspel hier voor al mijn ramen. Ik geniet, en geniet, en geniet... Maar er wat foto's van maken, tja, dat lukt me dus niet. 'k Zal als illustratie bij dit verhaaltje weer eens een mooi plaatje van het internet moeten plukken. Maar als ik het goed genoeg geformuleerd en neergepend heb, dan kan jij je het hele fladderende en kwetterende spektakel misschien zo, zonder fotootje, ook wel voorstellen, hé... 😉💚
dinsdag 8 mei 2018
Tok, tok, tok, wie klopt er daar?
Al wekenlang was het duidelijk via allerlei kanalen aangekondigd: vandaag zouden wij hier in het gebouw een hele voormiddag, eventueel iets langer zelfs, volledig zonder elektriciteit zitten. En eigenlijk sta je daar niet echt bij stil, wat er allemaal niet kan als er geen stroom is. Dat ik vanochtend geen wasmachine kon aanzetten, en met een borstel i.p.v. de stofzuiger de vloer zou vegen, daar had ik op voorhand aan gedacht. Maar dat ik m'n dag zonder koffie en een boterhammeke (rechtstreeks uit het vriesvak in de toaster, elke morgen) zou moeten starten... Totaal over het hoofd gezien! En 't is best wel onhandig om zonder licht naar de WC te gaan, vind ik. Alles in 't donker op den tast dus. De extra stille stilte, zo zonder de normale lift-, voordeur- en vaak niet te definiëren andere huishoudapparaatgeluiden, deed me in eerste instantie nog eens een keertje extra omdraaien in m'n bed, maar ik had met mezelf afgesproken dat, nu er toch niets huishoudelijk gedaan kon worden, het terras verder aangepakt werd vandaag. Zo zonder koffie kwam ik niet echt met geweldige snelheid en bakken energie uit de startblokken, maar dat doet er niet toe. Lekker op 't gemakje in 't zonnetje wat rondlummelen met potjes, plantjes en aarde, daar is eigenlijk nooit haast bij.
Gezeten op m'n zwarte krukje met m'n ouwe galochen, werkkloffie en tuinhandschoenen aan plukte ik de laatste restjes verlept groen van de lentebloeiers uit de bloembakken en schikte er met veel wikken en wegen de nieuwe plantjes is. Met een droge 'pop' botste er af en toe één van de dikke donzige hommels, die in een wat dronken aandoende vlucht boven m'n hoofd gretig van bloem tot bloem zoemden, tegen een raam. Ogenschijnlijk hebben ze van zo'n botsing weinig last, maar 'k check toch altijd even of er niemand gesneuveld of gewond is. O, kijk, daar een koolwitje! En even later een citroenvlindertje! Die komen vast even piepen of m'n vlinderstruiken nog niet in bloei staan. Ze zullen spijtig genoeg nog wat geduld moeten oefenen, maar 'k hoop van harte ze nog wel terug te zien, schaars als ze tegenwoordig zijn, die vlinders...
De mezenfamilies zijn hier ondertussen zodanig vertrouwd met mijn terras, en duidelijk ook met mij, dat ze zich ondanks mijn overduidelijke aanwezigheid niet van hun geliefde nootjes en zaadjes laten afhouden. Zelfs als ik vlak onder al het uitgestalde lekkers in wat potten zit te rommelen vliegen ze druk aan en af en eten ze hun buikje rond. En dan plots... zie nú: een merel verdorie! Een vrouwelijke merel -met bruin verenkleed- scheert met een grote bocht laag over de kasseien, landt zwierig in één van de grote bloembakken en gaat, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, ook op zoek naar lekkere hapjes. Da's nieuw, en erg verrassend, want merels houden zich, voor zover ik weet, normaal gezien toch liever op in meer open ruimtes.
Gezegend, zo voelde ik me met al die gevleugelde aanwezigheid. Gezegend, en ook helemaal blij, en vooral weldadig verwonderd om zoveel schoonheid en zoveel vertrouwen. Een piepklein beetje Sneeuwwitje-gevoel gecombineerd met een piepklein beetje Sint Franciscus-gevoel, als je begrijpt wat ik bedoel. Zaaaaalig!!!
De in eerste instantie geweldig deugddoende zonnestralen werden dat sp(r)ookjesachtig wit vel van mij al snel te veel. Om te voorkomen dat ik, gebraden als een kip aan 't spit, m'n eigen cuisson nog zou moeten checken, nam ik, nog steeds gezeten op m'n kleine krukje, met een fles fris water in de hand, een afkoelpauze in een schaduwhoekje van het terras en liet al die verrukkelijke dingen om me heen zachtjes en onverstoord op me inwerken.
Plots doorbrak een in deze stilte extra luid klinkend 'tok, tok, tok' alle sereniteit. Keihard, bijna oorverdovend 'tok, tok, tok, tok, tok'. En opnieuw. En nog eens. 'Ja maar, seg, ze gaan hier die rust nu toch niet beginnen vergallen met geklop en getimmer, hé!' grommelde ik een beetje ontstemd in mezelf. En terwijl ik verwoed de oorsprong van het kabaal trachtte te lokaliseren, zag ik vanuit m'n ooghoek een beweging in het redelijk roerloze decor. Op de stammen van de dennen naast mijn terras klauterde een grote bonte specht op en neer. Dat is niet zo gek, want ook die vogels komen met regelmaat een nootje meepikken in mijn vogelrestaurant. Mevrouw Specht -te zien aan het ontbreken van het rode mutsje- was duidelijk op het spoor van iets smakelijk. Ze wrikte stevig met haar bek, dan eens hier, dan eens daar, tussen de schors van de bomen. En toen deed ze waar spechten voor gekend zijn: met een soort heldhaftige strijdlust beukte ze op volle kracht op de stam... 'Tok, tok, tok' weerklonk er hier tussen de gebouwen. Voila, ik had m'n lawaaimaker gevonden!
Je kan nog zoveel over vogels weten door er over te lezen, als je ze bezig hoort, zoals nu deze specht, op een paar meter bij je vandaan, dan valt je mond toch nog open van verbazing, hoor! Wat een kracht, wat een decibels, wauw! Ik kreeg er bijna hoofdpijn van, alleen maar door er naar te kijken!...
Dat een specht zelf aan z'n getimmer -met een snelheid van wel 25 km per uur en dat ook nog eens rond de 12.000 'tokken' per dag- geen schedelfracturen of hersenschuddingen overhoudt ligt aan z'n speciaal bolleke, een hoofd specifiek ontworpen om tegen bomen mee te rammen. Niet alleen is de snavel elastisch en schokabsorberend, gereedschap met een standaard airbag dus, zijn pientere breintje zit ook nog eens uitstekend beschermd in een excellent passende motorhelm van absolute topkwaliteit binnen in zijn schedeldak. Zoek het maar eens op, 't is boeiend om te ontdekken.
Nadat ik de noeste arbeid van de specht nog een tijdje gadegeslagen had, besloot ik zelf, met zulk vurig voorbeeld, ook maar weer naarstig aan het werk te gaan met bloempotten, planten en potgrond. Het vogelkoor op de achtergrond had nog lang een drummer te gast. In mijn eigen hoofd weerklonk een liedje dat ik niet direct kon thuisbrengen. Iets met 'kloppen' er in. Pas daarnet besefte ik dat het geen kinderrijmpje of zo was, maar een duet dat ik lang geleden zong in de Nederlandstalige versie van De Zigeunerbaron: de man in kwestie moet de schat zien te vinden, en wij, d.i. zigeunerkoningin Czipra en haar dochter Saffi, wij de hele tijd maar zingen dat hij moet ♪♫ 'kloppen, kloppen, kloppen'... ♪♫♪ Yep, dat krijg ik voorlopig niet meer uit mijn hoofd, vrees ik! hihi
'k Beloof plechtig vanaf nu een stuk minder snel lichtjes geërgerd te denken 'verdorie, er zit weer ergens iemand serieus te hameren, hoor', als er weer eens 'tok, tok, tok' weerklinkt. Ik zal in 't vervolg eerst even vriendelijk vragen 'wie is daar?', om dan vervolgens m'n deuren en vensters wijd open te gooien en met minstens evenveel verheugde verwondering opnieuw zoveel overweldigend natuurschoon binnen te laten. 💚
Gezeten op m'n zwarte krukje met m'n ouwe galochen, werkkloffie en tuinhandschoenen aan plukte ik de laatste restjes verlept groen van de lentebloeiers uit de bloembakken en schikte er met veel wikken en wegen de nieuwe plantjes is. Met een droge 'pop' botste er af en toe één van de dikke donzige hommels, die in een wat dronken aandoende vlucht boven m'n hoofd gretig van bloem tot bloem zoemden, tegen een raam. Ogenschijnlijk hebben ze van zo'n botsing weinig last, maar 'k check toch altijd even of er niemand gesneuveld of gewond is. O, kijk, daar een koolwitje! En even later een citroenvlindertje! Die komen vast even piepen of m'n vlinderstruiken nog niet in bloei staan. Ze zullen spijtig genoeg nog wat geduld moeten oefenen, maar 'k hoop van harte ze nog wel terug te zien, schaars als ze tegenwoordig zijn, die vlinders...
De mezenfamilies zijn hier ondertussen zodanig vertrouwd met mijn terras, en duidelijk ook met mij, dat ze zich ondanks mijn overduidelijke aanwezigheid niet van hun geliefde nootjes en zaadjes laten afhouden. Zelfs als ik vlak onder al het uitgestalde lekkers in wat potten zit te rommelen vliegen ze druk aan en af en eten ze hun buikje rond. En dan plots... zie nú: een merel verdorie! Een vrouwelijke merel -met bruin verenkleed- scheert met een grote bocht laag over de kasseien, landt zwierig in één van de grote bloembakken en gaat, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, ook op zoek naar lekkere hapjes. Da's nieuw, en erg verrassend, want merels houden zich, voor zover ik weet, normaal gezien toch liever op in meer open ruimtes.
Gezegend, zo voelde ik me met al die gevleugelde aanwezigheid. Gezegend, en ook helemaal blij, en vooral weldadig verwonderd om zoveel schoonheid en zoveel vertrouwen. Een piepklein beetje Sneeuwwitje-gevoel gecombineerd met een piepklein beetje Sint Franciscus-gevoel, als je begrijpt wat ik bedoel. Zaaaaalig!!!
De in eerste instantie geweldig deugddoende zonnestralen werden dat sp(r)ookjesachtig wit vel van mij al snel te veel. Om te voorkomen dat ik, gebraden als een kip aan 't spit, m'n eigen cuisson nog zou moeten checken, nam ik, nog steeds gezeten op m'n kleine krukje, met een fles fris water in de hand, een afkoelpauze in een schaduwhoekje van het terras en liet al die verrukkelijke dingen om me heen zachtjes en onverstoord op me inwerken.
Plots doorbrak een in deze stilte extra luid klinkend 'tok, tok, tok' alle sereniteit. Keihard, bijna oorverdovend 'tok, tok, tok, tok, tok'. En opnieuw. En nog eens. 'Ja maar, seg, ze gaan hier die rust nu toch niet beginnen vergallen met geklop en getimmer, hé!' grommelde ik een beetje ontstemd in mezelf. En terwijl ik verwoed de oorsprong van het kabaal trachtte te lokaliseren, zag ik vanuit m'n ooghoek een beweging in het redelijk roerloze decor. Op de stammen van de dennen naast mijn terras klauterde een grote bonte specht op en neer. Dat is niet zo gek, want ook die vogels komen met regelmaat een nootje meepikken in mijn vogelrestaurant. Mevrouw Specht -te zien aan het ontbreken van het rode mutsje- was duidelijk op het spoor van iets smakelijk. Ze wrikte stevig met haar bek, dan eens hier, dan eens daar, tussen de schors van de bomen. En toen deed ze waar spechten voor gekend zijn: met een soort heldhaftige strijdlust beukte ze op volle kracht op de stam... 'Tok, tok, tok' weerklonk er hier tussen de gebouwen. Voila, ik had m'n lawaaimaker gevonden!
Je kan nog zoveel over vogels weten door er over te lezen, als je ze bezig hoort, zoals nu deze specht, op een paar meter bij je vandaan, dan valt je mond toch nog open van verbazing, hoor! Wat een kracht, wat een decibels, wauw! Ik kreeg er bijna hoofdpijn van, alleen maar door er naar te kijken!...
Dat een specht zelf aan z'n getimmer -met een snelheid van wel 25 km per uur en dat ook nog eens rond de 12.000 'tokken' per dag- geen schedelfracturen of hersenschuddingen overhoudt ligt aan z'n speciaal bolleke, een hoofd specifiek ontworpen om tegen bomen mee te rammen. Niet alleen is de snavel elastisch en schokabsorberend, gereedschap met een standaard airbag dus, zijn pientere breintje zit ook nog eens uitstekend beschermd in een excellent passende motorhelm van absolute topkwaliteit binnen in zijn schedeldak. Zoek het maar eens op, 't is boeiend om te ontdekken.
Nadat ik de noeste arbeid van de specht nog een tijdje gadegeslagen had, besloot ik zelf, met zulk vurig voorbeeld, ook maar weer naarstig aan het werk te gaan met bloempotten, planten en potgrond. Het vogelkoor op de achtergrond had nog lang een drummer te gast. In mijn eigen hoofd weerklonk een liedje dat ik niet direct kon thuisbrengen. Iets met 'kloppen' er in. Pas daarnet besefte ik dat het geen kinderrijmpje of zo was, maar een duet dat ik lang geleden zong in de Nederlandstalige versie van De Zigeunerbaron: de man in kwestie moet de schat zien te vinden, en wij, d.i. zigeunerkoningin Czipra en haar dochter Saffi, wij de hele tijd maar zingen dat hij moet ♪♫ 'kloppen, kloppen, kloppen'... ♪♫♪ Yep, dat krijg ik voorlopig niet meer uit mijn hoofd, vrees ik! hihi
'k Beloof plechtig vanaf nu een stuk minder snel lichtjes geërgerd te denken 'verdorie, er zit weer ergens iemand serieus te hameren, hoor', als er weer eens 'tok, tok, tok' weerklinkt. Ik zal in 't vervolg eerst even vriendelijk vragen 'wie is daar?', om dan vervolgens m'n deuren en vensters wijd open te gooien en met minstens evenveel verheugde verwondering opnieuw zoveel overweldigend natuurschoon binnen te laten. 💚
dinsdag 24 mei 2016
Een geanimeerde maandagochtend.
De felle lichtstraal die plots door de nog donkere slaapkamer flitste, uiteraard pal in m'n gezicht, deed me met enige tegenzin slaapdronken een lodderig oogje opentrekken. Soms lig ik zodanig knus en veilig onder het donzige roze dekbed en tussen de vele diepe zachte kussens dat ik, ondanks het toch duidelijk langzaam ontwaken van m'n lichaam, nog graag een ietsiepietsie langer aan die zalige sluimer tracht vast te houden, nog even een eindje verder doezelen... Je kent dat misschien ook wel.
Vanop z'n roze-bloemetjes-slaapkamer-krabpaal loerde Poekie ongelofelijk behoedzaam en met ingehouden adem door de spleet tussen de 2 overgordijnen en veroorzaakte zo die onverwachte lichtinval op mijn nog slaperige snuit. Ik hoorde meteen wat er daar buiten zo interessant was: een stel onstuimige meesjes kwetterden er levenslustig op los aan de andere kant van het raam.
Om vooral niets of niemand te doen opschrikken schoof ik, heel voorzichtig, centimeter per centimeter, zo discreet en bewegingsloos mogelijk, zowel de overgordijnen als de glasgordijnen volledig opzij om mee van het vrolijke schouwspel en uitbundige gedartel te kunnen genieten.
Wat een verrassing om te zien dat het niet de ouders-koolmeesjes waren, op zoek naar lekkers tussen mijn potten en planten, maar -wat gaat de tijd toch razend snel- hun nageslacht van deze lente, de kleintjes zélf.
Overduidelijk nog niet volledig met het verenpak van een volwassen vogel zochten ze toch al, helemaal op eigen kracht, als ne grote, eigenhandig -eigenpotig? eigenvleugelig?- hun kostje bij elkaar.
De stromende regen deerde hen niet, net zoals ze zich totààl niet stoorden aan de glurende poezen-ogen of mijn menselijke aanwezigheid. Met onbezonnen lef en roekeloze durf, enkel jeugdige onschuld eigen, zwierden ze in hun doornatte pluimenpakjes en met een soort punk-gel-kuifje op hun kopje uitgelaten van takje naar twijgje tussen de rozenstruiken en hibiscusboompjes, op zoek naar bladluizen en rupsen.
Ééntje hing zelfs een tijdje ondersteboven aan de kader van het slaapkamervenster heen en weer te krabbelen, met z'n staartveren breed uitgewaaierd tegen het glas, op zoek naar spinnetjes tussen de kieren van de muur en het raamkozijn, en liet zo, ongewild decoratief, een vochtig waaierpatroontje op de vensterrand achter.
Ik wist trouwens niet dat vliegen überhaupt mogelijk was als je hele pluimage zo doorweekt is... Misschien vandaar dat gekke, wat stuntelige rondbuitelen, hé.
Alleszins, 't was allemaal, zeker die laatste stunt, bijzonder hemeltergend voor die arme Poekie. Frustratie, verontwaardiging en verwarring, 't stond duidelijk op z'n beteuterde snoetje te lezen.
Omdat de olijke bende donzige verenbolletjes zich absoluut niets aantrokken van de -zogezegde- levensgevaarlijke dreiging van die huiskamertijger aan de andere kant van 't glas was de spanning en de lol er voor Poekie al gauw écht wel af, naar mijn idee verrassend snel eigenlijk. Tja, je zal het je, als fiere en heldhaftige kater, maar moeten laten welgevallen om vierkant in je gezicht uitgelachen te worden door zo een bende gevleugelde miniboefjes...
Hij kroop gezellig naast me in het nog warme bed om zich, tevreden knorrend in m'n oksel, als troost een serieus pak knuffels te laten welgevallen.
Deze wereld is vaak een duistere plek vol onmetelijke ellende en oeverloos verdriet, je eigen leven en dagen zijn soms misschien leeg, zwaarmoedig of ronduit miserabel, en zo nu en dan zal ook de kille regen weer opnieuw ongenadig neerstromen... En toch, bijna tegen beter weten in, toch zijn we ook àltijd omringt door zoveel schoonheid en (levens-)vreugde, massa's kleine wondere dingetjes om oprecht blij en dankbaar om te zijn. Neem de tijd en geniet er van, want -en ja, ik weet hoe afgezaagd en cliché dit klinkt, en ja, ik weet dat ik het soms zelf ook even kwijt ben, maar ik geloof en promoot het tóch- dààrin zit waarachtig geluk en echte rijkdom!
Zélfs op zo'n bijzonder mistroostige druilerige maandagochtend... ;-)
Vanop z'n roze-bloemetjes-slaapkamer-krabpaal loerde Poekie ongelofelijk behoedzaam en met ingehouden adem door de spleet tussen de 2 overgordijnen en veroorzaakte zo die onverwachte lichtinval op mijn nog slaperige snuit. Ik hoorde meteen wat er daar buiten zo interessant was: een stel onstuimige meesjes kwetterden er levenslustig op los aan de andere kant van het raam.
Om vooral niets of niemand te doen opschrikken schoof ik, heel voorzichtig, centimeter per centimeter, zo discreet en bewegingsloos mogelijk, zowel de overgordijnen als de glasgordijnen volledig opzij om mee van het vrolijke schouwspel en uitbundige gedartel te kunnen genieten.
Wat een verrassing om te zien dat het niet de ouders-koolmeesjes waren, op zoek naar lekkers tussen mijn potten en planten, maar -wat gaat de tijd toch razend snel- hun nageslacht van deze lente, de kleintjes zélf.
Overduidelijk nog niet volledig met het verenpak van een volwassen vogel zochten ze toch al, helemaal op eigen kracht, als ne grote, eigenhandig -eigenpotig? eigenvleugelig?- hun kostje bij elkaar.
De stromende regen deerde hen niet, net zoals ze zich totààl niet stoorden aan de glurende poezen-ogen of mijn menselijke aanwezigheid. Met onbezonnen lef en roekeloze durf, enkel jeugdige onschuld eigen, zwierden ze in hun doornatte pluimenpakjes en met een soort punk-gel-kuifje op hun kopje uitgelaten van takje naar twijgje tussen de rozenstruiken en hibiscusboompjes, op zoek naar bladluizen en rupsen.
Ééntje hing zelfs een tijdje ondersteboven aan de kader van het slaapkamervenster heen en weer te krabbelen, met z'n staartveren breed uitgewaaierd tegen het glas, op zoek naar spinnetjes tussen de kieren van de muur en het raamkozijn, en liet zo, ongewild decoratief, een vochtig waaierpatroontje op de vensterrand achter.
Ik wist trouwens niet dat vliegen überhaupt mogelijk was als je hele pluimage zo doorweekt is... Misschien vandaar dat gekke, wat stuntelige rondbuitelen, hé.
Alleszins, 't was allemaal, zeker die laatste stunt, bijzonder hemeltergend voor die arme Poekie. Frustratie, verontwaardiging en verwarring, 't stond duidelijk op z'n beteuterde snoetje te lezen.
Omdat de olijke bende donzige verenbolletjes zich absoluut niets aantrokken van de -zogezegde- levensgevaarlijke dreiging van die huiskamertijger aan de andere kant van 't glas was de spanning en de lol er voor Poekie al gauw écht wel af, naar mijn idee verrassend snel eigenlijk. Tja, je zal het je, als fiere en heldhaftige kater, maar moeten laten welgevallen om vierkant in je gezicht uitgelachen te worden door zo een bende gevleugelde miniboefjes...
Hij kroop gezellig naast me in het nog warme bed om zich, tevreden knorrend in m'n oksel, als troost een serieus pak knuffels te laten welgevallen.
Deze wereld is vaak een duistere plek vol onmetelijke ellende en oeverloos verdriet, je eigen leven en dagen zijn soms misschien leeg, zwaarmoedig of ronduit miserabel, en zo nu en dan zal ook de kille regen weer opnieuw ongenadig neerstromen... En toch, bijna tegen beter weten in, toch zijn we ook àltijd omringt door zoveel schoonheid en (levens-)vreugde, massa's kleine wondere dingetjes om oprecht blij en dankbaar om te zijn. Neem de tijd en geniet er van, want -en ja, ik weet hoe afgezaagd en cliché dit klinkt, en ja, ik weet dat ik het soms zelf ook even kwijt ben, maar ik geloof en promoot het tóch- dààrin zit waarachtig geluk en echte rijkdom!
Zélfs op zo'n bijzonder mistroostige druilerige maandagochtend... ;-)
Abonneren op:
Posts (Atom)



