Als een super gelukkig kind op Sinterklaas-ochtend, zo ongeduldig en vol verwachting stond ik in de grote inkomhal te wachten. Hij kon nu echt élk moment om de hoek komen! Spannend... 'Uw pakket wordt vandaag tussen 13u en 15u geleverd', verkondigde de mail 's ochtends, en via een leuke link had ik de hele voormiddag lang de voortgang van het piepkleine vrachtwagentje op de kaart van Antwerpen online kunnen volgen. "De chauffeur is nu onderweg naar klant nummer 8. ...naar nummer 9. Enz..." telde het programma netjes af, en ik, ik bleek klant nummer 20 van die dag te zijn. Een kwartiertje op voorhand verscheen er een sms op mijn gsm met de boodschap: "Uw levering wordt verwacht rond 12u55." En even later zag ik de camionette op het scherm het laatste kruispunt op z'n weg hierheen oversteken, het sein voor mij om de honneurs te gaan waarnemen.
Eindelijk zou mijn -lang over tijd- nieuwe matras arriveren! Met een klein beetje tel- en rekenwerk bleek de oude ondertussen toch al om en bij de 20 jaar dienst te doen. En dat was er, zeker het laatste jaar, serieus aan te merken... Nu slaap ik inderdaad graag in een soort 'nest', goed omringt door kussens en ander fluffy spul, maar die enorme kuil in het midden van de matras, dát was toch net een beetje teveel van het goede. Om nog maar te zwijgen van de eventuele gevolgen voor mijn al zo krakkemikkige rug en nek van het nachtenlang in zo'n put liggen. Een tijdje had ik onder het motto 'roeien met de riemen die je hebt' het probleem nog enigszins kunnen verhelpen met een stevig opgevouwen dikke reserve-deken tussen de bedbodem en de matras, maar het bleef natuurlijk behelpen...
Ja, de afgelopen jaren sprokkelde ik, in een vlaag van vermetel riem-aan-snoeren, uit m'n povere maandbudget toch wel eens wat luttele centjes voor die hoognodige nieuwe slaapondergrond bij elkaar,... om dat zuinig gespaarde bedrag dan -uiteraard, wat had je gedacht- terstond te moeten gebruiken voor iets met een hogere 'dringendheidsfactor'.
Toen het ziekenfonds 2 maand geleden liet weten dat ik een paar honderd euro extra, als 'vakantiegeld', zou ontvangen, werd dat kapitaal in gedachten -joepie!- meteen volledig aan het 'betere slapen' besteed. Het zal wel zijn! Maar ook deze keer staken een paar stevige, niet eens onverwachte facturen daar een moedwillig stokje voor. Voor de zoveelste keer dat verhaaltje van 'weer niet gelukt' over de telefoon aan m'n moeder vertellend, kreeg ik de kordate reactie 'dat da gedoe met die matras lang genoeg geduurd had!' "Wa moet da spel koste?" vroeg ons moe, "da'k et sebiet ineens nog overschrijf oep aa rekening!" Als vanzelfsprekend deed ik al lang daarvoor uitgebreid onderzoek naar de voor mij ideale matras aan de eveneens ook voor mij ideale prijs. "175 euro, levering inbegrepen!" kon ik ogenblikkelijk doch met enig schromen antwoorden, en met een niet te weerleggen "geen gezever, geen gemaar, we regelen da wel" kwam het geld mijn richting uit en werd de bestelling geplaatst.
De hele voormiddag draaide de wasmachine vrolijk en tevreden brommend de ene na de andere roze lading lakens, fluwijnen en dekentjes. Absoluut álles moest schoon in de slaapkamer. De oude matras schoof ik in afwachting op z'n zijkant m'n bureau binnen, en reinigde vervolgens met stofzuiger en natte-spons-emmer-sopje-droog-doekje naarstig het hele bedframe en alle plankjes van de lattenbodem. En als ge dan toch bezig zijt, kunt ge wel meteen ook de vloer, de kasten, de spiegels, de gordijnen, de vensterbank, de planten, enzoverder enzovoort, allemaal geestdriftig een flinke opfrisbeurt geven, hé...
Met enige spierkracht, handig gepruts met een paar meter touw en wat vindingrijke intelligentie raakte de oude matras, in afwachting van het containerpark, probleemloos m'n appartement uit en, hop, m'n kelder in. Voilà, klaar, de nieuwe aanwinst mocht komen!
Exáct om 12u55 stopte de bestelwagen voor het gebouw en droeg de bezorger de 22 kilo zware doos voorzichtig -de conciërge begroef net op dat moment bijzonder uitgebreid en met oog voor detail de grote trap volledig in het schuim- door de inkomhal tot juist voorbij mijn voordeur. Schitterende service! Wauw!
Behoedzaam sneed ik de meters karton met een mesje door, waarna ik de enorme strak in stevig plastiek gesnoerde matras-worst zonder veel moeite naar de slaapkamer kon slepen. Ongelofelijk toch, hoeveel matras er in zulk een relatief klein pakket zit, hé: van zodra je, nauwkeurig op de daarvoor aangegeven plaats, het plastieken worstenvel langzaam door knipt, komt het hele ding tot leven. Het ontplooit zich als vanzelf en zoekt met een zucht van verlichting -als deed iemand z'n te nauwe schoenen uit- z'n eigenlijke reusachtige afmetingen weer op. (Ik vraag me trouwens ondertussen écht af of er ooit al eens één niet tevreden klant in geslaagd is om, zoals de richtlijnen voor terugsturen altijd verlangen -ook in dit geval- zo een 'ontplooide' matras terug in z'n originele verpakking te krijgen... hihihi)
Nog voor de nieuwe matras weer helemaal zichzelf was en nog voor ik ze weer helemaal tot 'bed' aangekleed had, moest en zou ik ze al even uitproberen. Zo lang en zo breed als ik kon, strekte ik me uit. Heeeeeerlijk. En, ook een ietsiepietsie onverwacht hard. "O, wacht even", herinnerde ik mezelf, "hoe zit dat met die 7 zones? Hoe weet je of alles wel juist ligt?" Na serieus lang zoeken vond ik het minuscule labeltje, mee tussen de ritssluiting van de matrasovertrek gestikt, met daarop in het Duits 'Kopfteil', oftewel 'hoofdeinde' dus. En, u raadde het al, dat stuk lag natúúrlijk aan het voeteneind! Het in je ééntje in de lengte omflippen (voor platliggend ronddraaien is er niet genoeg plaats) van zoiets zwaar en lomp als een matras, da's zowel 'hilarisch geknoei' als 'lastig karwei'. "Als ze me nu bezig zagen..." dacht ik lachend. Bijna moest m'n geliefde roze-bloemetjes-luster er aan geloven en luid weerklonken, behalve de occasionele krachttermen, de stuntel- en klungelgiechels. Meer hoef ik er vermoedelijk niet over te vertellen, u kunt er zich vast en zeker wel iets bij voorstellen...
't Was de eerste nachten toch even wennen, hoor. Na het grootste deel van mijn volwassen slaap op matrassen met pocketveren te hebben rond gestuiterd, *boing boing boing*, is dit koudschuimen exemplaar nogal plots bijzonder bewegingloos, *pok* dus. Vroeger veerde ik *boing boing boing* met een minimum aan inspanning in en uit bed -ja, zelfs uit die diepe put-, en *boing boing boing* draaide en keerde ik als een soort gigantisch rubberen kaatsballeke van links naar rechts en terug tijdens m'n slaap. Absoluut elke beweging: *boing boing boing*. Nu is alles anders. Nu ga ik *pok* op de rand van het bed zitten en kruip ik *pok pok pok* op handen en voeten tot in het midden, om mijn redelijk zachte lijf *pflok* ietwat onzacht neer te ploffen. (Ja, u ziet het alweer voor u, ik snap het...) 's Nachts een andere houding aannemen: ook *pok*, en sleur en trek en kruip, *pok*, inspanning vereist. Deze matras lijkt erg hard en voelt met de hand of er op zittend in eerste instantie ook absoluut zo aan, maar eenmaal ik lig, geeft ze net voldoende mee op al de juiste plaatsen en blijkt alles merkwaardig goed ondersteund en precies zacht genoeg. Geweldig dus!
Ziezo, al heeft even geduurd, bij deze slaap ik weer als een reus van een roos (merci, schoon gedichtje van Paul van Ostaijen) in mijn grote roze nest. En, nog steeds overvloedig voorzien van zachte dikke kussens in frisse roze fluwijnen, roze naar rozen ruikende malse lakens, pluizige knuffeldekentjes met hoog aaibaarheidsgehalte in allemaal andere tinten roze, en het krakend als verse sneeuw luchtig opgeklopte dekbed, dankzij die fijne tussenkomst van mijn moeder hoeft heel deze behaaglijke comfortabele roze droomwereldwolk het niet langer te stellen zonder die betrouwbare ondersteuning van een nooit eerder zo stevige fundering! Hoera, en slaap lekker!... 💗
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label veren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label veren. Alle posts tonen
vrijdag 14 juni 2019
dinsdag 24 mei 2016
Een geanimeerde maandagochtend.
De felle lichtstraal die plots door de nog donkere slaapkamer flitste, uiteraard pal in m'n gezicht, deed me met enige tegenzin slaapdronken een lodderig oogje opentrekken. Soms lig ik zodanig knus en veilig onder het donzige roze dekbed en tussen de vele diepe zachte kussens dat ik, ondanks het toch duidelijk langzaam ontwaken van m'n lichaam, nog graag een ietsiepietsie langer aan die zalige sluimer tracht vast te houden, nog even een eindje verder doezelen... Je kent dat misschien ook wel.
Vanop z'n roze-bloemetjes-slaapkamer-krabpaal loerde Poekie ongelofelijk behoedzaam en met ingehouden adem door de spleet tussen de 2 overgordijnen en veroorzaakte zo die onverwachte lichtinval op mijn nog slaperige snuit. Ik hoorde meteen wat er daar buiten zo interessant was: een stel onstuimige meesjes kwetterden er levenslustig op los aan de andere kant van het raam.
Om vooral niets of niemand te doen opschrikken schoof ik, heel voorzichtig, centimeter per centimeter, zo discreet en bewegingsloos mogelijk, zowel de overgordijnen als de glasgordijnen volledig opzij om mee van het vrolijke schouwspel en uitbundige gedartel te kunnen genieten.
Wat een verrassing om te zien dat het niet de ouders-koolmeesjes waren, op zoek naar lekkers tussen mijn potten en planten, maar -wat gaat de tijd toch razend snel- hun nageslacht van deze lente, de kleintjes zélf.
Overduidelijk nog niet volledig met het verenpak van een volwassen vogel zochten ze toch al, helemaal op eigen kracht, als ne grote, eigenhandig -eigenpotig? eigenvleugelig?- hun kostje bij elkaar.
De stromende regen deerde hen niet, net zoals ze zich totààl niet stoorden aan de glurende poezen-ogen of mijn menselijke aanwezigheid. Met onbezonnen lef en roekeloze durf, enkel jeugdige onschuld eigen, zwierden ze in hun doornatte pluimenpakjes en met een soort punk-gel-kuifje op hun kopje uitgelaten van takje naar twijgje tussen de rozenstruiken en hibiscusboompjes, op zoek naar bladluizen en rupsen.
Ééntje hing zelfs een tijdje ondersteboven aan de kader van het slaapkamervenster heen en weer te krabbelen, met z'n staartveren breed uitgewaaierd tegen het glas, op zoek naar spinnetjes tussen de kieren van de muur en het raamkozijn, en liet zo, ongewild decoratief, een vochtig waaierpatroontje op de vensterrand achter.
Ik wist trouwens niet dat vliegen überhaupt mogelijk was als je hele pluimage zo doorweekt is... Misschien vandaar dat gekke, wat stuntelige rondbuitelen, hé.
Alleszins, 't was allemaal, zeker die laatste stunt, bijzonder hemeltergend voor die arme Poekie. Frustratie, verontwaardiging en verwarring, 't stond duidelijk op z'n beteuterde snoetje te lezen.
Omdat de olijke bende donzige verenbolletjes zich absoluut niets aantrokken van de -zogezegde- levensgevaarlijke dreiging van die huiskamertijger aan de andere kant van 't glas was de spanning en de lol er voor Poekie al gauw écht wel af, naar mijn idee verrassend snel eigenlijk. Tja, je zal het je, als fiere en heldhaftige kater, maar moeten laten welgevallen om vierkant in je gezicht uitgelachen te worden door zo een bende gevleugelde miniboefjes...
Hij kroop gezellig naast me in het nog warme bed om zich, tevreden knorrend in m'n oksel, als troost een serieus pak knuffels te laten welgevallen.
Deze wereld is vaak een duistere plek vol onmetelijke ellende en oeverloos verdriet, je eigen leven en dagen zijn soms misschien leeg, zwaarmoedig of ronduit miserabel, en zo nu en dan zal ook de kille regen weer opnieuw ongenadig neerstromen... En toch, bijna tegen beter weten in, toch zijn we ook àltijd omringt door zoveel schoonheid en (levens-)vreugde, massa's kleine wondere dingetjes om oprecht blij en dankbaar om te zijn. Neem de tijd en geniet er van, want -en ja, ik weet hoe afgezaagd en cliché dit klinkt, en ja, ik weet dat ik het soms zelf ook even kwijt ben, maar ik geloof en promoot het tóch- dààrin zit waarachtig geluk en echte rijkdom!
Zélfs op zo'n bijzonder mistroostige druilerige maandagochtend... ;-)
Vanop z'n roze-bloemetjes-slaapkamer-krabpaal loerde Poekie ongelofelijk behoedzaam en met ingehouden adem door de spleet tussen de 2 overgordijnen en veroorzaakte zo die onverwachte lichtinval op mijn nog slaperige snuit. Ik hoorde meteen wat er daar buiten zo interessant was: een stel onstuimige meesjes kwetterden er levenslustig op los aan de andere kant van het raam.
Om vooral niets of niemand te doen opschrikken schoof ik, heel voorzichtig, centimeter per centimeter, zo discreet en bewegingsloos mogelijk, zowel de overgordijnen als de glasgordijnen volledig opzij om mee van het vrolijke schouwspel en uitbundige gedartel te kunnen genieten.
Wat een verrassing om te zien dat het niet de ouders-koolmeesjes waren, op zoek naar lekkers tussen mijn potten en planten, maar -wat gaat de tijd toch razend snel- hun nageslacht van deze lente, de kleintjes zélf.
Overduidelijk nog niet volledig met het verenpak van een volwassen vogel zochten ze toch al, helemaal op eigen kracht, als ne grote, eigenhandig -eigenpotig? eigenvleugelig?- hun kostje bij elkaar.
De stromende regen deerde hen niet, net zoals ze zich totààl niet stoorden aan de glurende poezen-ogen of mijn menselijke aanwezigheid. Met onbezonnen lef en roekeloze durf, enkel jeugdige onschuld eigen, zwierden ze in hun doornatte pluimenpakjes en met een soort punk-gel-kuifje op hun kopje uitgelaten van takje naar twijgje tussen de rozenstruiken en hibiscusboompjes, op zoek naar bladluizen en rupsen.
Ééntje hing zelfs een tijdje ondersteboven aan de kader van het slaapkamervenster heen en weer te krabbelen, met z'n staartveren breed uitgewaaierd tegen het glas, op zoek naar spinnetjes tussen de kieren van de muur en het raamkozijn, en liet zo, ongewild decoratief, een vochtig waaierpatroontje op de vensterrand achter.
Ik wist trouwens niet dat vliegen überhaupt mogelijk was als je hele pluimage zo doorweekt is... Misschien vandaar dat gekke, wat stuntelige rondbuitelen, hé.
Alleszins, 't was allemaal, zeker die laatste stunt, bijzonder hemeltergend voor die arme Poekie. Frustratie, verontwaardiging en verwarring, 't stond duidelijk op z'n beteuterde snoetje te lezen.
Omdat de olijke bende donzige verenbolletjes zich absoluut niets aantrokken van de -zogezegde- levensgevaarlijke dreiging van die huiskamertijger aan de andere kant van 't glas was de spanning en de lol er voor Poekie al gauw écht wel af, naar mijn idee verrassend snel eigenlijk. Tja, je zal het je, als fiere en heldhaftige kater, maar moeten laten welgevallen om vierkant in je gezicht uitgelachen te worden door zo een bende gevleugelde miniboefjes...
Hij kroop gezellig naast me in het nog warme bed om zich, tevreden knorrend in m'n oksel, als troost een serieus pak knuffels te laten welgevallen.
Deze wereld is vaak een duistere plek vol onmetelijke ellende en oeverloos verdriet, je eigen leven en dagen zijn soms misschien leeg, zwaarmoedig of ronduit miserabel, en zo nu en dan zal ook de kille regen weer opnieuw ongenadig neerstromen... En toch, bijna tegen beter weten in, toch zijn we ook àltijd omringt door zoveel schoonheid en (levens-)vreugde, massa's kleine wondere dingetjes om oprecht blij en dankbaar om te zijn. Neem de tijd en geniet er van, want -en ja, ik weet hoe afgezaagd en cliché dit klinkt, en ja, ik weet dat ik het soms zelf ook even kwijt ben, maar ik geloof en promoot het tóch- dààrin zit waarachtig geluk en echte rijkdom!
Zélfs op zo'n bijzonder mistroostige druilerige maandagochtend... ;-)
Abonneren op:
Posts (Atom)

