Posts tonen met het label oud. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oud. Alle posts tonen

maandag 13 april 2020

Kleding dragen!

Eigenlijk moet ik zeggen dat heel die coronacrisis me al veel bijgebracht heeft. Ik bedoel, je leert allerlei nieuwe dingen, je herontdekt van alles, en je wordt over zoveel bijna vanzelf een stuk wijzer, ook wat betreft je eigen persoontje. Om je één voorbeeld te geven: ik doe nu al een tweetal weken geweldig m'n best om m'n kleren te dragen! Echt waar.
Ja, ik hoor je al -naargelang wie gij zijt bijzonder verbaasd of plots razend geïnteresseerd- denken: "Maar allé, loopt gij dan normaal gezien thuis in uwen bloten rond of zo!?..." Nee, natuurlijk niet, of als je dat beter pas: jammer genoeg niet. Maar wacht, ik zal het je uitleggen.

Als kind leerde wij dat er twee soorten kleding bestaan. Aan de ene kant had je de 'goeie' kleren, die je aantrekt om naar school te gaan, of naar de kerk, bijvoorbeeld. En de allernieuwste stukken in deze categorie, die bleven bewaard voor feestdagen en dergelijke. Aan de andere kant was er de afdeling 'slechte' kleren, nog prima om te dragen, maar om liefst niet meer in 't openbaar mee gezien te worden. Dat kleergoed droeg je dus uitsluitend thuis, bijvoorbeeld om te spelen, klusjes op te knappen, bezigheden waar je dus mogelijk 'vuil' van kon worden, maar ook om huiswerk te maken of gewoonweg in de zetel voor de televisie te hangen. Het spreekt dus voor zich dat wij ons met regelmaat om moesten kleden. Thuiskomen van school: hup, ander kloffie aan! Je snapt wel hoe het werkte. Heel dat systeem bestond uiteraard niet zomaar, nee, dat hielp om onze uitdossing zo lang mogelijk mee te laten gaan. Het was simpelweg een vorm van besparing. Hele mooie spullen gingen, wegens nauwelijks slijtage, daardoor ook van ouder kind op jongere telg over. Iets wat misschien minder leuk was voor de allerjongste van den hoop, maar zo deed men dat toen, en men kwam rond, zelfs met vijf kinderen en maar één inkomen.
En ik ben dat, spaarzaam en milieubewust als ik ben, altijd blijven doen. Het was een hele vertrouwde gewoonte, en zeker geen slechte, al helemaal niet als je zelden of nooit centen voor iets nieuws hebt, dus waarom veranderen... Ik had een kast met kleding om 'naar buiten te gaan', te gaan werken, op bezoek, feestjes, enz..., uiteraard met nog een geheel aparte sectie voor optredens en concerten; en ik had een plank met 'kleding voor thuis'. Goeie kleren dus, en slechte kleren.
Zo ongeveer drie decennia heeft dat systeem echt prima gewerkt. Thuiskomen en meteen wat anders aantrekken: heel normaal. Nooit problemen met vlekken bij 't koken op een nog o zo mooi, amper gedragen jurkje. Nooit een gat bij 't klussen in die prachtige bijna nieuwe pantalon. Kleding ging zoveel langer mee, en jammere ongelukjes kwamen zelden of nooit voor. "Top!", zou ik zo zeggen.
Edoch!... Toen ik ongeveer drie jaar geleden thuis kwam te zitten vanwege het gesukkel met m'n nek, en dat hele systeem natuurlijk nog steeds volledig van toepassing was, kwamen er steeds minder vaak mooie stukken uit die grote kleerkast. Zonder er ook maar één moment over na te denken droeg ik het grootste deel van mijn tijd dat kleine stapeltje versleten spul...
Geloof het of niet, ik kleedde me op om boodschappen te gaan doen, om tot aan de postbus te wandelen, zelfs om de vuilzak buiten te zetten; en trok meteen bij het weer binnenshuis zijn opnieuw één of ander oud kloffie aan. Jarenlang liep ik hoofdzakelijk rond in uitgelobberde leggings met hier en daar een gat in, T-shirts zonder vorm en al dan niet met verf- of javelvlekken, jurkjes waarvan je met de beste wil van de wereld niet meer kon zeggen welke kleur ze ooit hadden en uitgerafelde vormeloze vestjes die ze zelfs bij Spullenhulp niet eens meer willen. Echter, slechts als je totaal, maar dan ook écht totáál onverwacht aan m'n deurbel hing, had je kans me eens in zo'n outfit te zien...
En wat ik al die tijd niet in de mot had, is wat dat met je gevoel voor eigenwaarde doet. Alleen voor de buitenwereld mooie dingen aantrekken, maar absoluut nooit voor jezelf?! Da's eigenlijk gewoonweg om emotionele problemen vrágen, hé... Maar 'k had dat dus echt helemaal niet opgemerkt, nooit, maar dan ook nooit bij stilgestaan. Tot deze coronacrisis dus...
In de tweede week van de algemene lockdown al voelde ik dat er precies iets niet klopte. Elke dag weer trok ik zuchtend iets -gelijk wat eigenlijk- uit dat ene vakje in de kast, het plankje met 'slechte' kleren dus, en ik werd er steeds meer krikkel van. Alles in mij had opmontering nodig, kleur, blijheid, liefde ook... en al die ouwe brol hielp daar voor geen meter bij. En na een aantal keren de enorme hoeveel 'goeie' spullen koesterend door m'n handen te hebben laten gaan, besloot ik het tóch te wagen... Ik zou vanaf nu (proberen) m'n goeie kleding dagdagelijks te dragen! De eerste momenten voelde het écht alsof ik iets deed dat absoluut niet mocht -en misschien was het daarom ook wel stiekem extra fijn- maar het deed me ontzettend veel deugd. Gek eigenlijk, hé... 
't Was ergens ook wel een klein beetje verdrietig. Omdat ik me dat prettige gevoel, weliswaar compleet zonder het te beseffen- al zolang ontzegd had...
Ik besloot uiteraard meteen ook alle dagen iets uit de reusachtige collectie, vaak zelfgemaakte oorbellen en halssnoeren te dragen. Iets wat ik normaal gezien thuis meestal ook niet deed. Tja, je doet toch geen fraaie blingbling aan bij een soort zwerversplunje, hé. Meteen mochten ook de veelkleurige bloemen, strikken, linten en speldjes voor in m'n haar weer uit hun opbergdozen; en waarom niet eens een keertje puur voor mezelf m'n nagels lakken?!
'k Heb niet meer achterom gekeken. De versleten kledingstukken zijn de voorbije weken de kast niet meer uit geweest. Die trek ik misschien ooit nog wel eens aan als ik op het terras met potten begin te zeulen, of als ik nog eens aan eens stevige verfklus begin. Elk ander moment draag ik m'n mooie spul. En kreukt het, dan kreukt het. Wordt het vuil, dan zal ik het wel wassen. Verslijt het, ook goed, dan is er weer eens ruimte voor iets nieuws. Tegen poezenklauwtjes zijn er knuffeldekentjes, en tegen 't morsen heb je voorschoten. Klaar.
En tot slot 't beste van al: ik voel me zoveel meer waard, én zoveel vrolijker, hier zo alleen in mijn kot! En dat meen ik oprecht. 
Beste beslissing in lange tijd, vind ik. En dat ik daar nooit eerder op gekomen ben, hé, om simpelweg al die vele mooie dingen in mijn garderobe ook eens voor mezelf aan te trekken, om -in 't kort gezegd- verdorie eens kleding te dragen! ;-)





vrijdag 14 juni 2019

Memorabel matrasmoment.

Als een super gelukkig kind op Sinterklaas-ochtend, zo ongeduldig en vol verwachting stond ik in de grote inkomhal te wachten. Hij kon nu echt élk moment om de hoek komen! Spannend... 'Uw pakket wordt vandaag tussen 13u en 15u geleverd', verkondigde de mail 's ochtends, en via een leuke link had ik de hele voormiddag lang de voortgang van het piepkleine vrachtwagentje op de kaart van Antwerpen online kunnen volgen. "De chauffeur is nu onderweg naar klant nummer 8. ...naar nummer 9. Enz..." telde het programma netjes af, en ik, ik bleek klant nummer 20 van die dag te zijn. Een kwartiertje op voorhand verscheen er een sms op mijn gsm met de boodschap: "Uw levering wordt verwacht rond 12u55." En even later zag ik de camionette op het scherm het laatste kruispunt op z'n weg hierheen oversteken, het sein voor mij om de honneurs te gaan waarnemen.
Eindelijk zou mijn -lang over tijd- nieuwe matras arriveren! Met een klein beetje tel- en rekenwerk bleek de oude ondertussen toch al om en bij de 20 jaar dienst te doen. En dat was er, zeker het laatste jaar, serieus aan te merken... Nu slaap ik inderdaad graag in een soort 'nest', goed omringt door kussens en ander fluffy spul, maar die enorme kuil in het midden van de matras, dát was toch net een beetje teveel van het goede. Om nog maar te zwijgen van de eventuele gevolgen voor mijn al zo krakkemikkige rug en nek van het nachtenlang in zo'n put liggen. Een tijdje had ik onder het motto 'roeien met de riemen die je hebt' het probleem nog enigszins kunnen verhelpen met een stevig opgevouwen dikke reserve-deken tussen de bedbodem en de matras, maar het bleef natuurlijk behelpen...
Ja, de afgelopen jaren sprokkelde ik, in een vlaag van vermetel riem-aan-snoeren, uit m'n povere maandbudget toch wel eens wat luttele centjes voor die hoognodige nieuwe slaapondergrond bij elkaar,... om dat zuinig gespaarde bedrag dan -uiteraard, wat had je gedacht- terstond te moeten gebruiken voor iets met een hogere 'dringendheidsfactor'.
Toen het ziekenfonds 2 maand geleden liet weten dat ik een paar honderd euro extra, als 'vakantiegeld', zou ontvangen, werd dat kapitaal in gedachten -joepie!- meteen volledig aan het 'betere slapen' besteed. Het zal wel zijn! Maar ook deze keer staken een paar stevige, niet eens onverwachte 
facturen daar een moedwillig stokje voor. Voor de zoveelste keer dat verhaaltje van 'weer niet gelukt' over de telefoon aan m'n moeder vertellend, kreeg ik de kordate reactie 'dat da gedoe met die matras lang genoeg geduurd had!' "Wa moet da spel koste?" vroeg ons moe, "da'k et sebiet ineens nog overschrijf oep aa rekening!" Als vanzelfsprekend deed ik al lang daarvoor uitgebreid onderzoek naar de voor mij ideale matras aan de eveneens ook voor mij ideale prijs. "175 euro, levering inbegrepen!" kon ik ogenblikkelijk doch met enig schromen antwoorden, en met een niet te weerleggen "geen gezever, geen gemaar, we regelen da wel" kwam het geld mijn richting uit en werd de bestelling geplaatst.
De hele voormiddag draaide de wasmachine vrolijk en tevreden brommend de ene na de andere roze lading lakens, fluwijnen en dekentjes. Absoluut álles moest schoon in de slaapkamer. De oude matras schoof ik in afwachting op z'n zijkant m'n bureau binnen, en reinigde vervolgens met stofzuiger en natte-spons-emmer-sopje-droog-doekje naarstig het hele bedframe en alle plankjes van de lattenbodem. En als ge dan toch bezig zijt, kunt ge wel meteen ook de vloer, de kasten, de spiegels, de gordijnen, de vensterbank, de planten, enzoverder enzovoort, allemaal geestdriftig een flinke opfrisbeurt geven, hé... 
Met enige spierkracht, handig gepruts met een paar meter touw en wat vindingrijke intelligentie raakte de oude matras, in afwachting van het containerpark, probleemloos m'n appartement uit en, hop, m'n kelder in. Voilà, klaar, de nieuwe aanwinst mocht komen!
Exáct om 12u55 stopte de bestelwagen voor het gebouw en droeg de bezorger de 22 kilo zware doos voorzichtig -de conciërge begroef net op dat moment bijzonder uitgebreid en met oog voor detail de grote trap volledig in het schuim- door de inkomhal tot juist voorbij mijn voordeur. Schitterende service! Wauw!
Behoedzaam sneed ik de meters karton met een mesje door, waarna ik de enorme strak in stevig plastiek gesnoerde matras-worst zonder veel moeite naar de slaapkamer kon slepen. Ongelofelijk toch, hoeveel matras er in zulk een relatief klein pakket zit, hé: van zodra je, nauwkeurig op de daarvoor aangegeven plaats, het plastieken worstenvel langzaam door knipt, komt het hele ding tot leven. Het ontplooit zich als vanzelf en zoekt met een zucht van verlichting -als deed iemand z'n te nauwe schoenen uit- z'n eigenlijke reusachtige afmetingen weer op. (Ik vraag me trouwens ondertussen écht af of er ooit al eens één niet tevreden klant in geslaagd is om, zoals de richtlijnen voor terugsturen altijd verlangen -ook in dit geval- zo een 'ontplooide' matras terug in z'n originele verpakking te krijgen... hihihi)
Nog voor de nieuwe matras weer helemaal zichzelf was en nog voor ik ze weer helemaal tot 'bed' aangekleed had, moest en zou ik ze al even uitproberen. Zo lang en zo breed als ik kon, strekte ik me uit. Heeeeeerlijk. En, ook een ietsiepietsie onverwacht hard. "O, wacht even", herinnerde ik mezelf, "hoe zit dat met die 7 zones? Hoe weet je of alles wel juist ligt?" Na serieus lang zoeken vond ik het minuscule labeltje, mee tussen de ritssluiting van de matrasovertrek gestikt, met daarop in het Duits 'Kopfteil', oftewel 'hoofdeinde' dus. En, u raadde het al, dat stuk lag natúúrlijk aan het voeteneind! Het in je ééntje in de lengte omflippen (voor platliggend ronddraaien is er niet genoeg plaats) van zoiets zwaar en lomp als een matras, da's zowel 'hilarisch geknoei' als 'lastig karwei'. "Als ze me nu bezig zagen..." dacht ik lachend. Bijna moest m'n geliefde roze-bloemetjes-luster er aan geloven en luid weerklonken, behalve de occasionele krachttermen, de stuntel- en klungelgiechels. Meer hoef ik er vermoedelijk niet over te vertellen, u kunt er zich vast en zeker wel iets bij voorstellen...
't Was de eerste nachten toch even wennen, hoor. Na het grootste deel van mijn volwassen slaap op matrassen met pocketveren te hebben rond gestuiterd, *boing boing boing*, is dit koudschuimen exemplaar nogal plots bijzonder bewegingloos, *pok* dus. Vroeger veerde ik *boing boing boing* met een minimum aan inspanning in en uit bed -ja, zelfs uit die diepe put-, en *boing boing boing* draaide en keerde ik als een soort gigantisch rubberen kaatsballeke van links naar rechts en terug tijdens m'n slaap. Absoluut elke beweging: *boing boing boing*. Nu is alles anders. Nu ga ik *pok* op de rand van het bed zitten en kruip ik *pok pok pok* op handen en voeten tot in het midden, om mijn redelijk zachte lijf *pflok* ietwat onzacht neer te ploffen. (Ja, u ziet het alweer voor u, ik snap het...) 's Nachts een andere houding aannemen: ook *pok*, en sleur en trek en kruip, *pok*, inspanning vereist. Deze matras lijkt erg hard en voelt met de hand of er op zittend in eerste instantie ook absoluut zo aan, maar eenmaal ik lig, geeft ze net voldoende mee op al de juiste plaatsen en blijkt alles merkwaardig goed ondersteund en precies zacht genoeg. Geweldig dus!
Ziezo, al heeft even geduurd, bij deze slaap ik weer als een reus van een roos (merci, schoon gedichtje van Paul van Ostaijen) in mijn grote roze nest. En, nog steeds overvloedig voorzien van zachte dikke kussens in frisse roze fluwijnen, roze naar rozen ruikende malse lakens, pluizige knuffeldekentjes met hoog aaibaarheidsgehalte in allemaal andere tinten roze, en het krakend als verse sneeuw luchtig opgeklopte dekbed, dankzij die fijne tussenkomst van mijn moeder hoeft heel deze behaaglijke comfortabele roze droomwereldwolk het niet langer te stellen zonder die betrouwbare ondersteuning van een nooit eerder zo stevige fundering! Hoera, en slaap lekker!... 💗 



dinsdag 26 december 2017

Zeg niet te gauw: 't is maar een vis...

Al de hele dag tracht ik vruchteloos m'n al twee dagen over tijd zijnde kerstblog af te werken. Maar het gaat me niet. 't Ontbreekt me aan focus. Rechts achter me borrelt en bruist de waterfilter van het aquarium. In m'n ooghoek zie ik de speelse weerkaatsing van licht op bewegend water. Geluiden en beelden die ik onlosmakelijk associeer met mijn goudvis. En uit jarenlange gewoonte kijk ik met regelmaat opzij om even iets tegen m'n vis te zeggen... Maar de bak is leeg. M'n zo stralend en blinkend oranje maatje ligt, helemaal dof geworden en in ongepast feestelijke kerstservetjes gewikkeld, in een gesloten plastieken doosje op het aanrecht in de keuken te wachten op z'n begrafenis. 
Toen ik gisteren in de vroege namiddag thuiskwam na het zingen van een kerstviering hing hij, zijdelings in een u-vorm gebogen, boven in z'n glazen waterhuis wanhopig te flappen, al z'n schubben rechtop als wou hij een dennenappel imiteren. De expert van de dierenwinkel kon, tot ook zijn verdriet, slechts vertellen dat mijn vis met 99% zekerheid een ingewanden-aanvretende bacteriële infectie had en dat hij die onmogelijk kon overleven. Vermoedelijk woekerde die infectie al een paar weken in hem, maar omdat mijn goudvis altijd al een ontzettend kalme, zeer bedaard zwemmende of rustig rondhangende waterbewoner was viel het me -tot mijn ontzettend grote spijt- niet op dat hij ergens mee zat... tot het al veel te laat was om er nog iets aan te kunnen of proberen verhelpen. 
Vanmiddag is hij na een toch nog lastige doodsstrijd, stil in het water liggend op z'n zij, ondersteund door mijn hand en begeleid door mijn stem, gestorven. En noem me nu gerust een sentimentele dwaas of een overgevoelig getikt geval, -dat mag, het maakt me echt niets uit, denk er van wat je wil- ik heb er sinds gisteren al serieus wat tranen over gelaten, over dit zo plotse afscheid. 
'Zeg, komaan, het is máár een vis, hé!' is al snel de reactie als je zoiets verteld. Maar misschien kan je het beter begrijpen als je weet dat die ene goudvis al 14 jaar op z'n gemakje als een vaste waarde door de dagen van mijn leven zwemt. Da's verdorie zelfs dubbel zoveel tijd als de jaren van de langste relatie die ik in dit leven met een mens had telde, bedacht ik me daarnet... Niet echt 'zomaar' een vis dus, maar een volwaardig huisdier, een waarachtig lid van mijn ietwat bizarre gezinsgezelschap.
Van dat korte geheugen bij goudvissen is trouwens absoluut niets waar: hij kende mij zoals ik hem kende. Er zat een zekere regelmaat in het voeren, in het poetsen van z'n leefruimte en dergelijke interacties, kortom in het leven hier zo tussen mens en vis, en die routines kende hij verdraaid goed! En als hij iets nodig had wist hij exact hoe mijn aandacht te trekken. Elke morgen weer deden we elkaar een goeiendagske. Dan zag je de herkenning in z'n blinkend zwarte oogjes en een soort vreugde om me te zien. De hele dag volgde hij me in al m'n doen en laten, en als ik 's avonds aan de computer, dus vlak naast hem zat zag je meneer vis geïnteresseerd meekijken. En dat verzin ik niet, hoor. 
Zelfs met de poezen was er een soort relatie, iets meer met Poekie dan met Pompon, maar dat ligt aan hún zeer verschillende karakters. Poekie lag -en echt waar: los van elk soort jachtinstinct- maar wat graag in z'n zachte mand naast het aquarium met z'n neus tegen het glas naar de elegante bewegingen van ons onderwaterkameraadje te kijken en dan kwam Vissie-vis -zo noemde ik hem- gezellig langst hem heen en weer zwemmen, nieuwsgierig oogcontact makend. Van schuchterheid of angst geen spoor.
'Goh', zeiden de mensen in de dierenwinkel, 'als hij al minstens 14 jaar is, dan heb je hem wel geweldig goed verzorgd, hoor! De meeste vissen worden niet zo oud!' Misschien is dat wel zo, maar het neemt m'n schuldgevoel niet weg. Onrechtstreeks heb ik immers zelf mijn vinnige ventje de dood in gejaagd, met al die 'goede zorgen' van me...
Door jarenlang stilletjes te groeien -uiteraard, da's nogal logisch- was m'n goudvis z'n vertrouwd simpele bak eigenlijk al een tijdje echt wel te klein geworden. En daar ik voor alle levende wezens waarvoor ik de verantwoordelijkheid op me nam de allerbeste levensomstandigheden tracht te verzien, kocht ik mijn vergulde zwemmerke afgelopen oktober een zoveel ruimer en voor het eerst volwaardig aquarium met alles er op en er aan. En natuurlijk meteen ook een volledige set nieuwe 'meubelen' om al die ruimte wat gezellig aan te kleden. Namaakstronken en -takken, plantjes, extra stenen... de hele reutemeteut!
Gezellig, boeiend en knus voor hem om in te leven, en gezellig, boeiend en mooi voor mij en de poezen om naar te kijken! 
En nu blijkt dat er, ondanks alle voorzorgsmaatregelen -alles op voorhand goed afspoelen, eindeloos waterkwaliteit checken en langzaam mixen, positieve elementen in de biofilter ruim de tijd geven om in gang te schieten, enz.- zich dus toch nog ergens een levensbedreigende bacterie heeft kunnen nestelen. En die heeft zich vermoedelijk van dag één op z'n nieuwe gastheer, mijn goudvis, gestort... Zo is mijn 'zorg-dragen-voor' en die daaruit volgende verhuis van z'n vertrouwde studiootje naar een volwaardig glazen huis mijn Vissie-vis dus fataal geworden.
En ja, hij was zeker al 14 jaar oud, maar een gelukkige, goed verzorgde goudvis kan makkelijk 20 tot 30 jaar leven, dus zonder die onvoorziene vreselijke aquariumgast had hij absoluut nog veel langer gezellig naast me kunnen verder zwemmen...
Vissie-vis was misschien maar een doodgewone goudvis, maar ik mis hem toch. Na zoveel tijd samen ben je echt wel aan die -zelfs zulke simpele- aanwezigheid gehecht. En ik besef echt wel dat niets op deze aarde voor eeuwig leeft, werkelijk niks of niemand, en daar boven op de kans zeer groot is dat je je lieve huisdieren overleefd... En toch, dat zo plotse hevige afzien en/of heengaan, daar wen je absoluut niet aan, hé. Met niets of met niemand...
Al zal ik m'n zo mooi goud-oranje Vissie-visje niet gauw vergeten, als het aquarium over twee, drie weken weer helemaal ontsmet en veilig zal zijn, na ettelijke biologische cycli met bacterie-vernietigende natuurlijke waterbehandelingen en dergelijke, dan komen er toch weer nieuwe fel oranje Vissie-visjes, een stuk of drie, dat staat al vast, want ik zou zulk vrolijk, dartel en vochtig gezelschap met z'n ontzettend hoog zen-gehalte veel te veel missen.
In afwachting van verwen ik gewoon met nog meer overtuiging Poekie en Pompon, die lieve snoezige katers van me, met 
extra veel knuffels en leuke spelletjes, en dan lukt het me zeker om weer helemaal rustig te worden en vrij van de tranenstromen bij dit kleine doch bijzonder aangrijpende huiselijke drama, en misschien eindelijk ook om die al zo laat zijnde kerstblog nog eens af te krijgen. Want daar mag ik wel mee opschieten, hé, of 't worden nog 'vijgen na Pásen'... ;-)








maandag 20 november 2017

De goeien ouwen tijd.

"Of ik dat vroeger ook gedaan had?" wilden de kinderen die voor de zoveelste hevige stortvlaag bij mij in het tramhokje kwamen schuilen weten. Ze droegen alle zeven inline skates, skeelers heet dat blijkbaar in het Nederlands. Allé, zo van die rolschaatsen met alle 4 wielen op één rij dus. "Ja, hoor" antwoordde ik, "maar wij hadden per voet 2 wielen naast elkaar vooraan en 2 wielen naast elkaar achteraan. Wat jullie nu dragen, dat bestond toen nog niet." Ze keken me een beetje met ongeloof aan. "Maar ons model is toch ook al heeeel oud!" zeiden ze, "onze papa reed daar al mee!" "En in de winter" vertelde ik verder, "dan schaatsten wij op de dichtgevroren vijver van het park. Dat kon en mocht toen nog." 'k Heb maar niet beschreven met wat voor schaatsen, want hun verbazing was al groot genoeg. "Echt of wá!?" viel er verbluft uit de open monden.
De oudste van het stel, een slungelige gast bijna even groot als ik, 13 jaar en nog niet droog achter z'n oren maar wel zelfverklaarde 'man van de wereld', stak de hele tijd absoluut niet onder stoelen of banken dat hij mij een 'wreed knappe madam' vond. Met veel zogezegd gezag maande hij zelfs de rest aan om vooral eens goed en van dichtbij naar mijn ogen te komen kijken, want dat had hij nog nooit van z'n leven gezien, zulke ongelooofelijke licht-blauw-grijze ogen.
Al snel bleek ik ouder dan hun moeder te zijn, zelfs bijna even oud als hun oma. En dat moet voor hen vooral qua uiterlijk een wereld van verschil betekend hebben want ze bléven er onder elkaar met totale verwondering over praten. Het enige meisje in het gezelschap, een bijzonder mooi kind met prachtige grote hazelnootkleurige ogen, ik schat haar een jaar of 7, schuifelde heel voorzichtig tot dicht bij me en fluisterde "Jij bent zeker een prinses, zo mooi." 'k Had nog juist de tijd om haar intens gelukkig te maken door haar breed glimlachend te verzekeren "dat ik haar minstens even mooi vond en dat zij dus zeker ook een prinses kon zijn", want daar kwam haar broer alweer aanstormen met z'n volgende vraag. "Of ik ook een man had?" wilde hij, stoere gast, weten, overduidelijk hengelend naar een mogelijke 'openstaande vacature'... Maar daar draaide de tram luid piepend om de hoek en verlegde aldus meteen -oef- alle aandacht. "Niet meer" beantwoordde ik de vraag nog voor mezelf terwijl we allemaal in het rijtuig stapten, "want dié, die vonden mij niét mooi genoeg..."
Een paar haltes verder namen ze afscheid van me als van een geliefd familielid dat op verre reis vertrok, mij en de tram enthousiast en uitgelaten nazwaaiend.

En zowel dat familiegevoel als die herinneringen aan lang vervlogen tijden pasten wonderwel bij de planning voor de rest van deze zondag! Ik was namelijk onderweg naar ons moe, om samen naar een theaterstuk te gaan kijken waarin een nichtje van mij -één van de zovele nichtjes, maar dit is een specialleke, ligt me nét dat ietsje nauwer aan het hart- meespeelt!
Het Wijnegemse Toneelgezelschap speelt in de theaterzaal van 't Gasthuis, dus op hetzelfde podium dat ik over een 4-tal weken ook weer onveilig maak met mijnen O.C.D. (Obsessive Christmas Disorder), de productie 'De Parochie van Miserie'. En naast de serieuze dialogen en monologen wordt er ook hier geweldig veel gelachen en bijzonder veel gezongen, maar zij staan met minstens ne man of 30 méér op de scene...
Nog voor het doven van de zaallichten werden we door foto's en filmpjes 
meegenomen naar het Antwerpen uit lang vervlogen tijden, zo ergens rond 1900 -ja, dus toch nog ietske verder dan míjn rol- en ijsschaatsende jeugdjaren, mocht u het zich afvragen- waar in het Sint-Andrieskwartier het doodgewone volk z'n dagelijkse strijd om te overleven voert. En dat gaat net zo goed met ne lach, ne zwans en een lied als met meer dan bloedige ernst.
Voor je 't weet leef je helemaal mee met de vele typische volksfiguren, gun je hen van harte een beter bestaan en zou je bijna in hun plaats die Franssprekende blaaskaken met hun chichi kakmadammen een 'peer oep hun bakkes' willen verkopen. Wat me naadloos bij een gegeven brengt waar ik toch erg lang, enigszins verontrustend lang zelfs, gefascineerd bij stil ben blijven staan: één schijthuis -mijn excuses voor m'n taalgebruik maar een beter woord bestaat er niet- voor 10 gezinnen... ik kon het bijna tot op de vierde rij ruiken!...
Reeds tijdens de pauze, bij de gratis koffie met geweldig lekker koffiekoekjes -wat een traktatie!- ontspon zich een bijzonder boeiend gesprek over o.a. hoe het toen, in die tijd, wel gestonken moest hebben, en over het 
in een zinken teil met bruine zeep schoon geschrobd worden en met ijskoud water afgespoeld. 's Zomers buiten, en 's winters voor de kachel. Dat heb ík zelfs nog gekend!
Bon, genoeg herinneringen opgehaald, terug naar het stuk. Te midden de vele volksmensen in hun wat grauwe eentonig kleding, gebracht door acteurs en actrices van heel diverse leeftijden en bijna even divers talent, wiebelt en waggelt er één ontzettend kleurrijk figuur over het toneel: Zatte Nel, met verve en meer dan geloofwaardig straalbezopen tot leven gebracht door mijn nicht Ilke. Ze had me vooraf verteld super zenuwachtig te zijn om zo op de scene te zingen met haar nicht 'de échte zangeres' in de zaal, maar 'k weet nog steeds niet waar dat voor nodig was, want ik vond het geweldig! Dat ze kon dansen, dat wist ik al -ze was jarenlang een kleine beroemdheid op de televisie. Echt waar!- maar verdorie, acteren en zingen kan ze dus ook prima. Aha, interessant, dacht de concertorganisator in mij,
 al weet ik nog niet waarvoor, dat schept mogelijkheden!... Ilke, hou je maar klaar, daar spreek ik je nog wel eens over. Wordt vervolgd!
Ik heb echt van de voorstelling genoten, oprecht hartelijk gelachen en -emotionele softy die ik ben- onverwacht intens meegeleefd met het lief en leed van de personages. Het super schattige piepkleine blonde meisje dat als ne grote elke tekst kende en uit volle borst alles meezong, de acteur-accordeonist die de volledig orkestpartij schitterend voor z'n rekening nam, de vele begeesterde jongeren, de gemoedelijke ouwe rotten... zo leuk allemaal. Vooral de zang met de hele groep vond ik indrukwekkend. Bijna beangstigend dreigend, en evenredig krachtig in overtuiging als in aantal in decibels! Amai, m'n oren. Cool! 
En misschien was niet alles in de hele voorstelling van het zelfde niveau, of even juist, of even sterk, of wat dan ook, dat voegde wat mij betreft alleen maar extra charme toe.
De ijskoude wind en de hagelvlagen tijdens het eerste stuk van m'n reis huiswaarts brachten me in gedachten terug naar lang vervlogen tijden, m'n eigen kinderjaren waarin de wereld nog zoveel vredevoller en simpeler leek, en elke winter vol sneeuw en ijs. En even later stond ik met de zotte strakke wind in m'n wild flapperende losse haren kinderlijk gelukkig omhoog kijken naar een paar stralende regenbogen. "Ge wordt oud, Stinnewis", zei ik met een zucht luidop tegen mezelf, "als er steeds vaker van die verhalen over 'vroeger' en 'toen ik jong was' uit je rollen..." Al bewees vandaag me toch ook maar weer mooi dat m'n gezicht alvast nog een paar decennia achter loopt en dus -hoera- nog lang niet in de goeien ouwen tijd thuishoort... ;-)





vrijdag 1 september 2017

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand...

Geen idee waar hij ergens vandaan komt, hoe oud hij exact zou kunnen zijn, of wiens al dan niet ontzettend kostbare, intens geliefde of misschien slechts puur praktische bezitting hij eventueel ooit was... 
Één ding weet ik wél zeker: ongeveer een 40-tal jaren geleden moet het iemands afdankerke geweest zijn, want ik herinner me alsof het gisteren was -en ons moe bij navraag ook- dat hij toen al tegen het bloemetjesbehang van het wat krakkemikkige houten kot naast het kippenhok hing, met andere woorden: in ons allereerste speelhuisje dus. Daar, halverwege die magische tuin van ons ouderlijk huis, maakte hij vele jaren deel uit van 'den decor' waarin een groot stuk van onze onschuldige en rijke fantasiewereld zich afspeelde.
Ik schat hem dus minstens een jaar of 50, die oude, vertrouwde, eitje-op-z'n-punt-vormige spiegel met z'n kunstig in pitriet gevlochten rand. En wie weet wat er in z'n reflectie allemaal te zien is geweest al die tijd. Diep verborgen in het verfoliede glas ligt vermoedelijk meer dan stof genoeg voor een lijvig boek met legendes en sprookjes. Zoveel vergeten momenten, gezichten, verhalen, geheimen... voor eeuwig spoorloos opgeborgen.
Hoe de spiegel ooit mijn persoonlijke eigendom werd is ook een mysterie, een toen blijkbaar zo onbelangrijk moment dat m'n geheugen het niet registreerde.
Alleszins hing hij tijdens m'n eerste huwelijk 8 jaar lang in het artistieke gezelschap van m'n schildersezel, m'n naaimachine, m'n kasten met dozen vol kleurrijke kralen, ontelbare bollen breiwol en duizend-en-één andere gekoesterde prullekes en frullekes in mijn hobbykamer. Bij de scheiding verhuisde uiteraard de hele inboedel van deze ruimte met me mee, en in het huurappartement waar ik een dikke 17 jaar zou wonen kreeg de spiegel z'n vaste plekje aan de muur in het toilet.
Toen ik 3,5 jaar geleden m'n eigen stekje kocht werd ook de spiegel voorzichtig ingepakt en overgebracht, en sindsdien hoort hij opnieuw thuis in het sanitaire vertrek, boven het kleine lavabooke, het handenwasserke. Leuk en handig voor de occasionele visite, en ideaal voor mezelf om, vlak voor vertrek naar wie-weet-waar, nog snel even make-up, kapsel en gebit te checken. En nog steeds, na al die tijd, is die spiegel een dierbaar kleinood voor me.
Dat z'n pitrieten kader, zo, op zich, zoals hij altijd al geweest was, prima zou gaan passen bij het van dag 1 geplande stranddecor voor mijne WC, dat was een absolute plus. Maar bij de zoektocht naar alle nodige bouwmateriaal en wat later de aankoop daarvan, o.a. een stevige hoeveelheid dozen en bokalen vol schelpen in een zo divers mogelijke variatie aan kleuren en vormen, groeide langzaam maar zeker het lumineuze idee ook die oude spiegel op te leuken -te pimpen, als het ware- met wat sierlijke strandschatten...
In m'n hoofd was het plan van aanpak helder en volledig. Alle benodigde materialen -schelpen, lijm, pincet, stokjes, afdekzeil, krantenpapier,... en natuurlijk ook de spiegel zelf- lagen keurig uitgestald en startensklaar op de grote tafel in de woonkamer. En... daar zijn ze zo meer dan een week blijven liggen, want ik twijfelde, en twijfelde nog wat meer... Want wat als het eindresultaat zou tegenslaan? Wat als het in niets leek op het perfecte plaatje uit m'n dromen, uit m'n soms nét wat te fantasierijke verbeelding?! Dan had ik die emotioneel waardevolle antiquiteit misschien voorgoed om zeep geholpen!...
Uiteindelijk ben ik er op een moedige morgen, met een fris hoofd, het zonnetje op de ramen en een gevoel van "ten aanval, 't is nu of nooit!" toch aan begonnen. Twee volledige en heel erg lange dagen kostte het me om heel precies en met kolossaal veel geduld voor elk centimeterke rond de spiegel exact dat ene juiste schelpke uit te zoeken, in te passen en uiterst voorzichtig -liever geen gesmos met lijm!- vast te plakken. En langzaam, heel langzaam groeide het urenlange gepriegel en gefriemel uit tot prachtig schelpenboeket. 
Ik vond die spiegel altijd al erg mooi, maar nu, olala, nu is het pas écht een pareltje, een unieke schat zelfs. Eentje om de rest van m'n dagen dicht bij me te houden en plekje te geven ongeacht waar m'n leven me nog naartoe brengt. 
Ik ben er -terecht vermoedelijk- reuze trots op en kan er voorlopig nog niet mee stoppen om dit fraaie kunstwerkje te staan -of te zitten, uiteraard- bewonderen. M'n toilettijd is er zeer zeker niet korter op geworden dus. hihi
En nu dit heerlijke resultaat van 'een uitzonderlijk moment waarin m'n volledige, doch o zo bescheiden, dagelijkse dosis energie puur aan m'n grenzeloze creativiteit mocht en kon besteed worden' weer terug op z'n vertrouwde locatie hangt, kleurrijk glimmende schelpkes en al, kan ik nog nauwelijks meer geloven dat al die rijkelijke ogende schoonheid door mijn eigen handen gefabriceerde werd!... Sterk werk, al zeg ik het zelf.
En vanaf nu weerklinkt hier met volle overtuiging: "Spiegeltje, spiegeltje aan mijn wand, JIJ bent de mooiste van heel het land!" Zeker weten, o ja. 😉

dinsdag 28 februari 2017

2017 = 50 + 1.

Ze zeggen dat wijsheid maar met de jaren komt, en sinds ik vorig jaar begin februari een halve eeuw oud -of jong, als je wil- werd ben ik inderdaad een opvallend pak wijzer geworden, al zeg ik het zelf. 
Vanuit al die nieuwe wijsheid maakte ik vlak voor het begin van deze maand, in de aanloop naar m'n verjaardag van dit jaar, het misschien wat gekke, doch weloverwogen besluit om niet meer te verjaren. Mijn teller blijft bij deze tot het eind mijner dagen op 50 staan.
"O nee, ge gaat toch nog wel blijven ademen, hé," reageerden een aantal vrienden en collega's verschrikt op mijn mededeling. "Niet doodgaan, hoor, we hebben u nog nodig en zouden u veel te hard missen!" Maar ze moeten niet bang zijn want als het uitsluitend aan mij ligt dan loop ik echt nog wel een behoorlijk tijdje rond op deze blauwe planeet. 'k Heb nog veel te veel te zingen en te schrijven, nog zoveel om te bewonderen en me over te verwonderen, nog zoveel mensen te ontmoeten, nog zoveel te leren, mee te maken en te beleven, nog zoveel lief te hebben en nog zoveel liefde te ontvangen... Simpelweg: nog zoveel leven in mij en nog zoveel (om voor) te leven. 
50 vind ik gewoon juist goed, juist gepast, juist genoeg en een mooi getal.
Een beetje een gulden middenweg. Niet jong en dwaas meer, een stuk of wat illusies armer, een pak trauma's rijker, heel wat realistischer en dus ook zoveel wijzer. Maar toch ook nog niet oud en versleten, niet doelloos ronddraaiend in zich eindeloos herhalende dagen en vastgeroeste gewoonten, beperkt door leeftijdsgebonden lichamelijke of psychische mankementen, zonder spannende vooruitzichten of energie voor nieuwe projecten... Maar op die manier oud-zijn wens ik sowieso niemand toe. Dus ook mezelf niet. 
Hopelijk gaat mijn lichtje niet alleen uit op bijzonder hoge leeftijd, maar liefst ook nog steeds 'in het vuur van de strijd', creatief, scheppend en vol verwondering bezig, zoals in elke andere seconde van al mijn dagen... Dat zullen we moeten afwachten, hé, maar ondertussen zit mijn hoofd nog steeds meer dan boordevol fantastische plannen, al dan niet realistische projecten, traumaoverstijgende belevenissen en kleine stille gelukswensen.
Kalenders -jaren, maanden, dagen tellend en daardoor ook hoe oud je bent- het zijn uitvindingen van de mensheid door de eeuwen heen, om vat te krijgen op 'tijd', zoals we dat zijn gaan noemen, iets dat eigenlijk ongrijpbaar is. 
Want wat is leeftijd uiteindelijk, behalve een getal? Ik ken jongeren die in absoluut alles, lijf en geest, ronduit afgeleefd en oud zijn. Maar mijn kennissenkring kent net zo goed mensen op gevorderde leeftijd met de energie en uitstraling van een frisse twintiger. Je bent echt maar zo oud of jong als je je voelt -en misschien ook zoals je je gedraagt- naar mijn bescheiden mening...
Mijn besluit staat dus vast: vanaf dit jaar ben en blijf ik 50 jaar jong, en tel daarbij m'n jaren ervaring. 2017 is dus gelijk aan 50 plus 1!
Of zelfs 50 + 1 + 26, want eigenlijk wordt je élke dag een beetje ouder, niet?! Daarom plan ik m'n verjaardag, oeps, ik bedoel m'n 'ervaring' natuurlijk, iédere dag te vieren in het vreugdevol delen, het eindeloze genieten en het intens beleven van al die onnoemelijk vele -vaak hele kleine- dingen die het leven tot een ongelofelijk boeiende reis maken. 
Door een onverwacht stralende lentezon, die heel even de donkere wolken en de stromende regen- en hagelbuien doorboort daarbuiten, meer dan ooit beseffend dat je slechts in dit eigenste moment leeft, maak ik er een punt van om dan ook élke moment, positief of negatief, ten volle te leven en te be-leven, en zo mijn leven -en 'Het Leven'- in al z'n glorie heel bewust te vieren. :-)


maandag 12 september 2016

Dozen en zo...

Waar ik woon worden de witte zakken met restafval altijd op maandagochtend opgehaald, samen met, afwisselend om de 2 weken, de blauwe zakken met PMD-verpakkingen of het oud papier en karton. En vandaag mochten we onze verzameling van dat laatste soort recycleerbaar afval weer eens buiten zetten.
Op het tijdstip dat ik vanochtend het gebouw verliet stonden de heren vuilnisophalers ijverig en alsof het maar niks was de vele grote en kleine dozen en papieren zakken, al dan niet zwaar gevuld met kranten en reclameblaadjes, in de daarvoor handig tot vlak tegen de stoep achteruit geparkeerde vuilniswagen te mikken. Ze namen op die manier én de stoep én de straat volledig in beslag, met andere woorden: er was niet direct een doorkomen aan en ik hield even afwachtend halt.
"Hela, hola, mannen", riep de voorman, "houdt ulle es efkes een bitje in, der moet een schoon madam passeren!" Het vrolijke smijtwerk hield onmiddelijk op en ze bleven allemaal met hun sterke armen vol oud papier als in een vreemd soort erehaagje even volledig stilstaan om me door te laten.
Terwijl ik hen voorbij wiebelde, hopelijk wat elegant, zo op m'n hoge hakken, knipoogde de voorman me toe "dat het anders wreed spijtig geweest zou zijn, moest zo'n schoon madam per ongeluk mee in de vrachtwagen sukkelen, hé..."
En 'k weet zeker dat ze absoluut niet verwacht hadden dat ik daarop zou antwoorden: "Och, zoals het jullie duidelijk vlot af gaat om met plezier vanalles en nog wat in die laadklep te zwieren, maakt het vermoedelijk geen enkel verschil, zo een ouwe doos meer of minder!"
Na een paar seconden bijzonder verbaasde stilte rolden ze net niet over de grond van 't lachen terwijl de voorman het niet kon laten op te merken "Dat hebt ge zelf gezegd, zenne!..."
Niets zo leuk als de dag te beginnen met een vleugje humor, vind ik, want 'ouwe doos' mag dan misschien nog niet helemaal op mij van toepassing zijn, 'zotte doos' des te meer, hé... O ja! hihihi ;-)



woensdag 17 juni 2015

Wie het schoentje past...

Ooit heb ik ze voor de lol eens een keer geteld, alle schoenen in mijn kast. Pumps in alle hoogten en kleuren, ballerina's voor alle seizoenen, sandaaltjes met de meest mogelijke en onmogelijke bandjes, zowel praktische als elegante botten, korte laarsjes voor als je niet goed weet wat je wil, stoere bottinekes, concertglitterschoenen met gigantische hakken, allerlei plezante slefferkes voor de snelle aanschiet, zachte pantoffels voor koude dagen die leuk onder pyjama's en kamerjassen passen en één paar stokoude donkergroene trouwe tuingalochen... 
Het totaal tikte die dag af op wel 89 paar! 
Een mix van verbazing, schaamte, afgrijzen, blijheid, trots en een gevoel van eindeloze rijkdom maar ook verspilling vervulde me. En was dat wel normaal, zoveel schoenen? Of had ik misschien een probleem?...
Ik telde ze nooit meer sinds die dag. Vermoedelijk is de berg tegenwoordig iets minder groot. Met m'n verhuis schonk ik een behoorlijk stuk van de verzameling weg. Maar heel zeker weet ik het dus niet...
Een groot fortuin zit er zeker en vast niet in, in deze collectie: niets is heerlijker dan koopjes uit te snuffelen in de allergoedkoopste achterbuurtwinkeltjes. Het fenomenale budget dat aan een nieuw paar schoenen besteed werd lag zelden hoger dan 15 euro. En dan loop ik daar toch een jaar of 5 mee, hoor! Goed zorgen voor je spullen en waarderen wat je hebt, dat helpt enorm. Het is niet de prijs die de waarde voor mij bepaald, maar hoe dol ik op het schoeisel ben. Daarom hebben bijzonder exemplaren met uitzonderlijke herinneringen een blijvende plek in het opbergmeubel, al worden ze vermoedelijk nooit meer gedragen. 
Hoe zuinig je er ook op bent, hoe goed je er ook voor zorgt, schoeisel verslijt uiteindelijk toch en dus moet je op zeker moment zeer geliefde voetentooi vervangen. En ook dat brengt gemengde gevoelens mee: verdriet, om het afscheid van trouwe metgezellen die toch zo fantastisch bij die ene bepaalde outfit pasten, gemengd met de vreugde van het shoppen-zoeken-vinden. En uiteraard ook de frustratie, als de mode weer zo is dat je vreest systematisch over je eigen voeten te vallen, of als dat ene paar hemels mooie pumps, die zo geweldig comfortabel zitten, in de verste verte niet in je budget passen...
Behalve de aankoop eind vorig jaar van die praktische laarsjes die me door de winter hielpen, cadeautje van een gulle weldoener (dat telt niet echt mee, hé, toch?) dateert m'n laatste shoeshoppinguitstap van lang geleden.
Gisteren ondernam ik voor 't eerst in jaren nog eens een poging een aantal afgetrapte exemplaren te vervangen, kwestie van 'zomerklaar' te geraken.
De buit was mager, maar hoera, ik trippel toch weer een tijdje vrolijk geschoeid rond dankzij die 5 paar betaalbaar nieuw fraais, dat, ondanks alles, toch z'n weg vond naar mijn hart, mijn kast en natuurlijk ook naar mijn voeten. 
Nu nog een keertje die kast in kwestie uitmesten en ordenen... Maar da's voor morgen. Of zo. Vandaag paradeer ik met prinsessenallures als een heruitgevonden nieuwe vrouw trots heen en weer langst de grote spiegel. Wat een nieuw paar schoenen al niet doet. :-)



donderdag 30 april 2015

Digitale antiquiteiten.

Buiten tikte de regen met dikke druppels tegen het raam, maar ik zat droog en warm, ik had een stoel en in m'n handtas zaten gelukkig nog wat oningevulde kruiswoordraadsels. Meer dan een uur wachten in de Proximuswinkel, het viel al bij al nog mee.
De bijzonder vriendelijke jongedame die me uiteindelijk bediende keek me twee keer opnieuw aan, breed glimlachend en verbaasd, met een blik van "meent ge dat of wat?!" toen ik haar m'n gratis te vervangen decoder overhandigde. Blijkbaar had ik net een digitale antiquiteit voor haar neergezet, een decoder van het allereerste uur, zoals ze er al een hele tijd geen meer gezien had... En dat kan ook kloppen, want ik had al heel erg vroeg digitale televisie en maakte, tot gisterenavond, na al die jaren nog steeds gebruik van diezelfde allereerste decoder.
Tja, luister, ik draag behoorlijk goed zorg voor mijn bezittingen en al deed het bakje al een paar maanden niet echt meer wat er van hem verwacht werd - het juiste programma te pakken krijgen was een ware uitdaging - als het nog werkt wordt het bij mij niet vervangen!
Iets in mij gaat er precies ook nog steeds van uit dat dingen een leven lang mee gaan... Maar da's een vlieger die totaaaaaaaaaaaal niet meer opgaat in de razendsnel veranderende wereld van de multimedia.
"Ja, dat was een robuust bakske", mijmerde ze, terwijl ze de decoder een vriendelijk tikje op z'n zwarte zware metalen omhulsel gaf. "Maar spijtig genoeg krijgt die al lang al die zware opdates niet meer verwerkt, dus nu mag hij met pensioen." Waarna ze hem meenam naar ergens vanachter en terug kwam met een half zo grote en superlichte nieuwe versie, die ze me met een knipoog grappend overhandigde: "En gij, gij gaat niet weten wat ge meemaakt straks! Dat gaat nogal vooruit gaan, en schoon beeld, amai, zet u maar schrap!"
Wreed content met m'n nieuwe aanwinst en vol verwachting over de kwaliteit van het beloofde kijkplezier verliet ik de winkel. Onderweg bekroop me toch het gevoel dat ik, al dan niet digitaal, zélf een beetje een antiquiteit aan 't worden ben... Hoog tijd voor een update! Of wie weet zelfs een upgrade. Zowel voor de hardware als de software, vrees ik... ;-)