Posts tonen met het label nicht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nicht. Alle posts tonen

zaterdag 21 juli 2018

Gerommel op de rommelmarkt.

Al is het nog vroeg op deze zomerse zondagochtend, de zon laat zich al goed voelbaar gelden. Maar, geen nood, ik ben op alles voorbereid. En niet alleen met de vermoedelijk absoluut niet overbodige zonnecrème, flesjes met water en handdoekjes om zweet af te wissen. Ook boterhammetjes, frisse druifjes en een doosje zelfgebakken glutenvrije koekjes kregen een plekje naast de rollen plastiek zakjes, plakband, elastiekjes, een schaar, pen en papier, en alle andere praktische dingetjes die mogelijk handig van pas zouden kunnen komen op deze speciale dag. M'n enthousiasme was de voorbije week tijdens de gezellig rommelige voorbereidingen alleen maar gegroeid. Ik had er echt heel veel zin in, en ik was er ook volledig klaar voor. Tenminste, dat dacht ik toch...
Schoonbroer Eric kwam me oppikken. Samen met hem, mijn zus Jacinta en hun oudste dochter Noa, die hij al eerder ter plaatse afgezet had, ging ik een dagje spulletjes verkopen op een grote rommelmarkt in het Bouckenborghpark in Merksem. We vulden de auto met m'n enorme doos schoenen, wel 40 paar, en de vele zakken met kleding, electronica, huishoudgerief, decoratiespul en frullekes allerhande. Ook m'n koeltas, die voor de gelegenheid niet alleen dienst deed als ijskastje, maar eveneens als handtas en opslagplaats voor die vele, mogelijk nuttige hulpmiddeltjes, mocht mee. Een volle bak, die auto, letterlijk. 
Tijdens het korte ritje van Deurne naar Merksem vertelde Eric me dat hij eigenlijk niet snel genoeg weer terug in het park bij vrouw en dochter kon zijn. Bij het uitladen van de auto waren ze namelijk zowat letterlijk onder de voet gelopen door een stel bijzonder fanatieke zwarte dames, die metéén álles door elkaar graaiden en luid schreeuwend ronduit schandelijke dumpingprijzen eisten. Wel, ik zou ook ongerust zijn, mocht ik hen in dat soort tumult achtergelaten hebben. Niet dat die twee hun mannetje niet kunnen staan, maar toch... En het hele idee van zo'n overrompeling alleen al, het beangstigde mij. Daar was ik dus niét op voorbereid... En hoe zeer ik daar niet klaar voor was, bleek jammer genoeg onmiddellijk bij aankomst. We kregen niet eens de tijd de grote doos schoenen en de zakken met mijn te verkopen spulletjes deftig uit de auto te halen! Hardhandig moesten we alles beschermen, en ondanks ons direct en bijzonder kordaat optreden sneuvelden in minder dan een minuut het meeste van de verpakkingen en, extra jammer, ook een deel van de koopwaar. En gekocht werd er niet. Bij de 'inspectie-overval' van die luidruchtige en ongegeneerde dames bleek al snel dat ik voor hen niets 'gewenst' meegebracht had en dus gingen ze weer.
Beeld je daar bovenop de buren-verkopers even in, die constant stiekem wat centimeters van je plek inpikken, zelfs spullen uitspreiden vóór die van jou, en hun bezoekers óver jouw koopwaar naar hun kraam heen leiden, kinderwagens en al. Nog meer sneuvelende dingetjes dus uiteraard -aaaaaargh! nondemiljaaaar!- en een standje dat ook nog eens stukje bij beetje helemaal onder hopen extra stof en zand verdwijnt. En om het plaatje compleet te maken zakten de allereerste 'echte' klanten behoorlijk kortaf, totaal onbeschoft eigenlijk, van een vraagprijs van 20 euro naar een direct tegenbod van 50 cent. Waarop je meteen uitgepraat bent natuurlijk, en ook telkens weer die klant in kwestie verbolgen -waarom eigenlijk?- m'n winkeltje zonder wat te kopen verliet. Je zou voor minder al je enthousiasme verliezen en helemaal teleurgesteld verdrietig worden, hé. Zo hoefde het voor mij ook niet meer, hoor. 'Gezellig' is écht wel anders, toch!?
Een tijd lang hing ik stilletjes ongelukkig afwezig te wezen in m'n strandstoeltje onder het parasolletje, door de shock en de ontgoocheling een stukje teruggeworpen in m'n depressie, en niet goed wetend hoe weer uit dat donkere plekje te kruipen. Maar de ongekende ambiance aan ons gezamenlijk kraam door de vele onschuldige grapjes en de geweldig ad rem antwoorden op vragen van potentiële klanten door mijn schoonbroer; de fenomenale geestdrift waarmee m'n zus haar sjaals, broeken en t-shirts aan de man en de vrouw bracht, en de noeste ijver waarmee ze systematisch en eindeloos opnieuw orde bleef scheppen in de alweer overhoop gehaalde stapels kleding en ook de tentoongestelde boeken keer op keer op keer herschikte en afstofte; de grandioze vrolijke toewijding waarmee mijn nichtje élke passant, werkelijk ie-der-een!, die ook maar een seconde bij ons halt hield, hartelijk 'goedemorgen' wenste, en die ze met haar niet aflatende oprechte en hartverwarmende behulpzaamheid met plezier tóch iets -of iets meer- deed kopen; dat alles tezamen trok me zonder al te veel moeite toch weer overeind. Dáárvan wou ik deel van uitmaken, dát verwachtte ik! En dat ging ik me nu toch zeker niet laten afnemen door zo een handvol respectloze, onopgevoede figuren!...
Om m'n zinnen even te verzetten deed ik een toertje op de markt. En, net niet huppelend, als een kind zo blij, kwam ik terug met een gratis gekregen porseleinen theekopje, exact zoals de o zo gekoesterde drie die ik thuis al had. Een gevonden en buitgemaakte onbetaalbare schat! Eindelijk drong de stralende zon ook door tot mijn hoofd en gemoed, en ik stond weer helemaal open voor alle mogelijke fijne ervaringen en momenten.
Heel veel passanten hebben we niet echt gezien. Daarvoor woog de broeierige hitte vermoedelijk veel te zwaar. En de finale van het WK voetbal zal er ook wel voor iets tussen gezeten hebben. Jacinta, Noa en Eric verkochten ondanks het magere aantal potentiële kopers toch een heel serieus deel van hun koopwaar en zorgden er tegelijkertijd ook voor dat zelfs ik niet met een lege portemonnee en nog steeds volle zakken en dozen met spullen weer naar huis moest. (Waarvoor nog eens een hele dikke merci, lieve schatten!) 
Maar vooral die bijzondere kleine fijne momenten van deze dag zal ik me blijven herinneren. Zoals die Russische mevrouw, die een stapel meisjes-jeugd-boeken voor zichzelf kocht, om nog beter Nederlands te leren. Of die andere, gezellig kletsende, alle tijd hebbende, mevrouw, die exact dezelfde bloem in haar haren had als ik, uit dezelfde winkel zelfs, maar dan een blauwe, die bij Jacinta een sjaal in exact diezelfde blauwe kleur kocht en van mij een visitekaartje mee nam, om mijn 42 filmpjes op YouTube eens te kunnen beluisteren. En die lieve moeder, die, oprecht verheugd, voor haar autistische zoon strips van de Boeboeks kocht, omdat hij daar en daar alleen voor z'n leesvoer aan verknocht was. En die Marokkaanse meneer, die een beetje verlegen de mooi verpakte eenzame rode bad-roos (veranderd in 't bad in badschuim) van me kocht, als lief klein cadeautje voor zijn vrouw. Of die meneer, die misschien iets te opvallend enthousiast -gniffelde Eric- uit de netjes verpakte zakjes met ondergoed en lingerie met veel en uitgebreid kiezen en keuren een hele stapel dingetjes voor zijn echtgenote selecteerde. En die vader, die zonder prijs vragen of afdingen voor al zijn zoontjes een kleine voetbal van me kocht. En die mevrouw met hoofddoek, die haar rolwagentje zowat tot aan de rand vol stouwde met een paar schoenen en een BH-set van mij, een stapel broeken, t-shirts en truien van Jacinta, en tot slot na lang peinzen toch ook die nog steeds prima werkende maar o zo lawaaierige stofzuiger voor de auto aan een redelijke prijs mee wou nemen. En die gekke heren die ons Jacinta vanwege haar grapjes, gedrevenheid en animo luid lachend een baan aanboden als verkoopster. En... Och, er waren er zoveel, ik vergeet er vermoedelijk wel een stuk of tien. En zeker niet te vergeten, 't beste van de hele dag: het warme en plezante gezelschap van m'n zus, schoonbroer en nichtje. Geweldig! Zo zalig is dat.
Wel, alles samengevat ben ik dus naar alle waarschijnlijkheid toch veeeeeeeel meer op m'n plaats vóór een kraampje, als klant, dan er achter, als verkoper... Dat laat ik vanaf nu over aan de meer geoefende marchand, zoals m'n zus bijvoorbeeld. Tja, ge kunt nu eenmaal niet alles willen kunnen, hé. hihihi
En volgende keer als beste vriend Roger, gezellig samen met mij op één of andere rommelmarkt, weer eens onverstoorbaar en uitgebreid begint af te bieden, zal ik mij niet meer schamen. Dat heb ik oprecht beloofd, gezworen zelfs, op m'n communiezieltje. Door zo aan de lijve te ondervinden hoe de welgemanierde aangename klant zich gedraagt, het beleefde waarderende type, waar je als verkoper nog wel eens iets extra voor wil doen, weet ik heel duidelijk dat wij, 
met afpingelen en al, bij dat soort fijne mensen horen. En die mensen, die heb je nodig voor een geslaagde en niet al te rommelige rommelmarkt! ;-)




maandag 20 november 2017

De goeien ouwen tijd.

"Of ik dat vroeger ook gedaan had?" wilden de kinderen die voor de zoveelste hevige stortvlaag bij mij in het tramhokje kwamen schuilen weten. Ze droegen alle zeven inline skates, skeelers heet dat blijkbaar in het Nederlands. Allé, zo van die rolschaatsen met alle 4 wielen op één rij dus. "Ja, hoor" antwoordde ik, "maar wij hadden per voet 2 wielen naast elkaar vooraan en 2 wielen naast elkaar achteraan. Wat jullie nu dragen, dat bestond toen nog niet." Ze keken me een beetje met ongeloof aan. "Maar ons model is toch ook al heeeel oud!" zeiden ze, "onze papa reed daar al mee!" "En in de winter" vertelde ik verder, "dan schaatsten wij op de dichtgevroren vijver van het park. Dat kon en mocht toen nog." 'k Heb maar niet beschreven met wat voor schaatsen, want hun verbazing was al groot genoeg. "Echt of wá!?" viel er verbluft uit de open monden.
De oudste van het stel, een slungelige gast bijna even groot als ik, 13 jaar en nog niet droog achter z'n oren maar wel zelfverklaarde 'man van de wereld', stak de hele tijd absoluut niet onder stoelen of banken dat hij mij een 'wreed knappe madam' vond. Met veel zogezegd gezag maande hij zelfs de rest aan om vooral eens goed en van dichtbij naar mijn ogen te komen kijken, want dat had hij nog nooit van z'n leven gezien, zulke ongelooofelijke licht-blauw-grijze ogen.
Al snel bleek ik ouder dan hun moeder te zijn, zelfs bijna even oud als hun oma. En dat moet voor hen vooral qua uiterlijk een wereld van verschil betekend hebben want ze bléven er onder elkaar met totale verwondering over praten. Het enige meisje in het gezelschap, een bijzonder mooi kind met prachtige grote hazelnootkleurige ogen, ik schat haar een jaar of 7, schuifelde heel voorzichtig tot dicht bij me en fluisterde "Jij bent zeker een prinses, zo mooi." 'k Had nog juist de tijd om haar intens gelukkig te maken door haar breed glimlachend te verzekeren "dat ik haar minstens even mooi vond en dat zij dus zeker ook een prinses kon zijn", want daar kwam haar broer alweer aanstormen met z'n volgende vraag. "Of ik ook een man had?" wilde hij, stoere gast, weten, overduidelijk hengelend naar een mogelijke 'openstaande vacature'... Maar daar draaide de tram luid piepend om de hoek en verlegde aldus meteen -oef- alle aandacht. "Niet meer" beantwoordde ik de vraag nog voor mezelf terwijl we allemaal in het rijtuig stapten, "want dié, die vonden mij niét mooi genoeg..."
Een paar haltes verder namen ze afscheid van me als van een geliefd familielid dat op verre reis vertrok, mij en de tram enthousiast en uitgelaten nazwaaiend.

En zowel dat familiegevoel als die herinneringen aan lang vervlogen tijden pasten wonderwel bij de planning voor de rest van deze zondag! Ik was namelijk onderweg naar ons moe, om samen naar een theaterstuk te gaan kijken waarin een nichtje van mij -één van de zovele nichtjes, maar dit is een specialleke, ligt me nét dat ietsje nauwer aan het hart- meespeelt!
Het Wijnegemse Toneelgezelschap speelt in de theaterzaal van 't Gasthuis, dus op hetzelfde podium dat ik over een 4-tal weken ook weer onveilig maak met mijnen O.C.D. (Obsessive Christmas Disorder), de productie 'De Parochie van Miserie'. En naast de serieuze dialogen en monologen wordt er ook hier geweldig veel gelachen en bijzonder veel gezongen, maar zij staan met minstens ne man of 30 méér op de scene...
Nog voor het doven van de zaallichten werden we door foto's en filmpjes 
meegenomen naar het Antwerpen uit lang vervlogen tijden, zo ergens rond 1900 -ja, dus toch nog ietske verder dan míjn rol- en ijsschaatsende jeugdjaren, mocht u het zich afvragen- waar in het Sint-Andrieskwartier het doodgewone volk z'n dagelijkse strijd om te overleven voert. En dat gaat net zo goed met ne lach, ne zwans en een lied als met meer dan bloedige ernst.
Voor je 't weet leef je helemaal mee met de vele typische volksfiguren, gun je hen van harte een beter bestaan en zou je bijna in hun plaats die Franssprekende blaaskaken met hun chichi kakmadammen een 'peer oep hun bakkes' willen verkopen. Wat me naadloos bij een gegeven brengt waar ik toch erg lang, enigszins verontrustend lang zelfs, gefascineerd bij stil ben blijven staan: één schijthuis -mijn excuses voor m'n taalgebruik maar een beter woord bestaat er niet- voor 10 gezinnen... ik kon het bijna tot op de vierde rij ruiken!...
Reeds tijdens de pauze, bij de gratis koffie met geweldig lekker koffiekoekjes -wat een traktatie!- ontspon zich een bijzonder boeiend gesprek over o.a. hoe het toen, in die tijd, wel gestonken moest hebben, en over het 
in een zinken teil met bruine zeep schoon geschrobd worden en met ijskoud water afgespoeld. 's Zomers buiten, en 's winters voor de kachel. Dat heb ík zelfs nog gekend!
Bon, genoeg herinneringen opgehaald, terug naar het stuk. Te midden de vele volksmensen in hun wat grauwe eentonig kleding, gebracht door acteurs en actrices van heel diverse leeftijden en bijna even divers talent, wiebelt en waggelt er één ontzettend kleurrijk figuur over het toneel: Zatte Nel, met verve en meer dan geloofwaardig straalbezopen tot leven gebracht door mijn nicht Ilke. Ze had me vooraf verteld super zenuwachtig te zijn om zo op de scene te zingen met haar nicht 'de échte zangeres' in de zaal, maar 'k weet nog steeds niet waar dat voor nodig was, want ik vond het geweldig! Dat ze kon dansen, dat wist ik al -ze was jarenlang een kleine beroemdheid op de televisie. Echt waar!- maar verdorie, acteren en zingen kan ze dus ook prima. Aha, interessant, dacht de concertorganisator in mij,
 al weet ik nog niet waarvoor, dat schept mogelijkheden!... Ilke, hou je maar klaar, daar spreek ik je nog wel eens over. Wordt vervolgd!
Ik heb echt van de voorstelling genoten, oprecht hartelijk gelachen en -emotionele softy die ik ben- onverwacht intens meegeleefd met het lief en leed van de personages. Het super schattige piepkleine blonde meisje dat als ne grote elke tekst kende en uit volle borst alles meezong, de acteur-accordeonist die de volledig orkestpartij schitterend voor z'n rekening nam, de vele begeesterde jongeren, de gemoedelijke ouwe rotten... zo leuk allemaal. Vooral de zang met de hele groep vond ik indrukwekkend. Bijna beangstigend dreigend, en evenredig krachtig in overtuiging als in aantal in decibels! Amai, m'n oren. Cool! 
En misschien was niet alles in de hele voorstelling van het zelfde niveau, of even juist, of even sterk, of wat dan ook, dat voegde wat mij betreft alleen maar extra charme toe.
De ijskoude wind en de hagelvlagen tijdens het eerste stuk van m'n reis huiswaarts brachten me in gedachten terug naar lang vervlogen tijden, m'n eigen kinderjaren waarin de wereld nog zoveel vredevoller en simpeler leek, en elke winter vol sneeuw en ijs. En even later stond ik met de zotte strakke wind in m'n wild flapperende losse haren kinderlijk gelukkig omhoog kijken naar een paar stralende regenbogen. "Ge wordt oud, Stinnewis", zei ik met een zucht luidop tegen mezelf, "als er steeds vaker van die verhalen over 'vroeger' en 'toen ik jong was' uit je rollen..." Al bewees vandaag me toch ook maar weer mooi dat m'n gezicht alvast nog een paar decennia achter loopt en dus -hoera- nog lang niet in de goeien ouwen tijd thuishoort... ;-)