Posts tonen met het label schelpen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schelpen. Alle posts tonen

vrijdag 4 januari 2019

Schelpenvrouwtjes.

Meteen na een concert hebben wij, Roger en ik, de goed gewoonte ons onder het nog gezellig nakeuvelende publiek te begeven. Kwestie van al die sympathieke mensen even persoonlijk te begroeten en te bedanken voor hun aanwezigheid. En de laatste 3 jaar heb ik dan meteen ook de eer links en rechts een paar van m'n boeken te mogen signeren.
Na het 2e kerstconcert afgelopen december zag ik haar al van ver zitten. Keurig rechtop, zoals altijd, en vanbuiten ontzettend geduldig, doch stiekem binnenin een beetje op hete kolen, wachtend tot ik bij het tafeltje geraakte waar zij en haar man Hugo plaats genomen hadden: vriendin Marie-José.

De blijdschap straalt er, ook zoals altijd, aan alle kanten vanaf als ik haar vrolijk begroet. Gebrek aan inspiratie -alles al gegeven tijdens de meer dan 2 uur durende intense show- deed me even bijzonder diep staan nadenken over een boodschap voor in haar exemplaar van m'n derde boek, en in afwachting van sloegen we een babbeltje. Terwijl er uitgebreid verteld werd over hoe ontzettend ze weer van het optreden genoten hadden, schoof M.J., heel bescheiden, een klein, keurig ingepakt geschenkje met een gouden strik en lintje over de tafel naar me toe. En om met zekerheid elk mogelijk misverstand te voorkomen stond op het groen gestreepte inpakpapier ook nog eens in mooie letters mijn naam geschreven. "Heel voorzichtig mee zijn, want erg breekbaar", waarschuwde ze me. "En vooral niet in knijpen, hoor", voegde ze er nog lachend aan toe.
Omdat er ondertussen al snel weer aan alle kanten om mijn aandacht elders gevraagd werd, nam ik afscheid van Marie-José en Hugo, en gaf ik, voor de massa me weer opslokte, het mysterieuze geschenkje in bewaring bij Rudi, de echtgenoot van m'n lieve vriendin Ingrid, die zich beiden om duizend-en-één taken achter de schermen bekommerden. "Bewaken met uw leven, hoor!" grapte ik, om er in alle ernst toch ook maar even bij te vermelden: "En vooral niet in knijpen! Zeeeeer breekbaar!"
In het holst van de nacht verhuisde het groene pakje uiterst voorzichtig in m'n openstaande handtas mee naar huis, waar ik het, na een lange hete douche en broodnodig wat te eten, steendoodstikkapot als ik was, een nacht lang totáál vergat. Ja, foei eigenlijk, ik weet het...
Maar de volgende ochtend, met een fris hoofd, en bij een heerlijke grote kop koffie, prutste ik heel precieus het gouden lintje en de plakband los. Er kwam een duidelijk zelf gefabriceerd zacht plastieken doosje tevoorschijn, met daarin een ondefinieerbare vorm gewikkeld in een wit papieren zakdoekje. Met bevende vingers ontrolde ik het pakketje. 
En wat, of misschien beter wié, kwam er tevoorschijn?... Een schattig schelpen-poppetje!
Net geen 7,5 cm hoog paste ze perfect in m'n hand. Klein maar fijn, want al was ze helemaal gefabriceerd uit schelpjes, dat hield haar niet tegen een echte 'dame' te zijn, dat piepkleine vrouwtje, met een lange rok met geribbelde strookjes, een manteltje hoog gesloten met een pietepeuterig schelpje als broche, petieterige paarlemoeren oorbelletjes en een breed schelpenhoedje met een minuscuul struisvogelveertje langs de rand. Zo schattig!
Later kwam ik, in mijn 'dank-u-wel-Marie-José-telefoon-gesprek, te weten dat het poppetje al een paar decennia geleden door een erg creatieve mevrouw gemaakt werd als heel persoonlijk bedankje aan Marie-José, en al die tijd als een gekoesterd hebbedingetje in haar sierkast stond. Maar, eigenlijk naar aanleiding van mijn 'Schone schelpen'-blogje (augustus 2018), vond ze dat het kleinood zoveel meer 'thuis' en vermoedelijk pas echt gewaardeerd zou zijn bij zo'n schelpenmevrouwtje als ik. En ik vond het fan-tas-tisch! Met het verhaal erbij zelfs nóg eens zoveel. Wat een bijzonder cadeau! Wauw!
Omdat er die namiddag nog een voorstelling zat aan te komen, riep de plicht. Je kent dat: m'n haar moest opgestoken, m'n spulletjes ingepakt... 't Was dus even niet meer 't goede moment om met een poppetje gemaakt uit schelpjes te spelen, helaas. Maar ik maakte er toch nog even tijd voor om het mevrouwtje een mooi plekje te geven tussen de uitgebreid tentoongestelde bijzonder fraaie schelpenexemplaren uit mijn collectie: pal vooraan én in het midden, uiteraard, maar wel zodanig dat een occasioneel passerend en mogelijk onhandig poezenpootje haar met absolute zekerheid niet van de kast zou kunnen stoten. En nu geniet ik er elke dag van haar daar te zien staan.
Dank je wel, Marie-José. Wat een bijzonder schelpencadeautje, zo'n schelpenvrouwtje voor een schelpenvrouwtje!... 😊💗






woensdag 22 augustus 2018

Schone schelpen.

Het begon allemaal heel erg lang geleden, toen ik als ukkiepukkie op het strand in Cadzand m'n eerste schelpjes in een emmertje deed. Schelpjes rapen op het strand is een specifieke bezigheid, een soort fase zeg maar, die de meeste mensen vanzelf ontgroeien -allé, dat vermoed ik toch- maar bij mij is dat dus nooit over gegaan, in tegendeel zelfs.
Het zoveelste emmertje vol ondefinieerbaar spul maakte plaats voor glazen bokalen met al wat meer uitgezochte exemplaren, en nog eens zoveel later werden de gekoesterde vondsten netjes geklasseerd, met zelfs naamkaartjes erbij, op watten en keukenpapier in platte kartonnen deksels en dozen, die op hun beurt allemaal een uitgemeten plekje kregen in een daar speciaal voor aangekochte grote houten koffer, mijn schelpenschatkist. Tenminste, dat geldt vooral voor de kleinere soorten, want de echt grote en zeker de unieke schelpen, die hebben altijd al uitgestald gestaan. Uiteraard om alle dagen hun schoonheid te bewonderen maar ook om ze wat makkelijker af en toe nog eens koesterend in de hand te kunnen nemen. Heel behoedzaam worden ze steeds netjes afgestoft en regelmatig, zeker als er iets nieuws bij komt, etaleer ik alles nog eens op een andere manier op de hoge ladenkast in m'n slaapkamer.
Ja, je kan echt wel zeggen dat ik ontzettend van schelpen hou. En al heb ik wel m'n favorieten natuurlijk, die liefde gaat uit naar echt àlle soorten. De plattere, in o zo veel vormen en maten, die altijd met z'n tweeën met een soort scharnier een huisje vormen, maar ook de vele diverse 'gedraaide', die van de slak- en kreeftachtigen. De halfgeknotte, de rechtsgestreepte, de zwakgeribde, de geknobbelde, de gedoornde... ik vind ze allemaal even fraai. De ruwe ribbels van sommigen, de grillige uitsteeksels van anderen, de elegante krullen, de eindeloze windingen, de sensuele gladde rondingen, het zacht glanzende paarlemoer, de decoratieve patronen, strepen en vlekken, de verrassende kleuren... De fantasie, creativiteit en vindingrijkheid van Moeder Natuur is werkelijk fenomenaal. En ik, ik vind het prachtig. Soms verwonder ik me gewoon alleen al over hoe ontzettend groot schelpen wel kunnen zijn, of hoe ietsiepietsie pietepeuterig prullerig klein... En zelfs hun namen zijn meestal geweldig leuk. Wenteltrapjes, zaagjes, nonnetjes, slijkgapers, kokkels, messchedes, tepelhorens, muiltjes, paardenzadels, pelikaansvoeten, boormossels, alikruiken... Alles samen maakt het die collectie schelpen tot een kostbare schat voor mij, met altijd weer reden tot bewondering en verwondering. Kijken, voelen, herontdekken, opzoeken... uren lang kan ik van die verzameling van genieten.

Door de jaren breidde de collectie stilletjes aan behoorlijk uit. Sowieso kom ik van elk bezocht strand wel weer met iets leuks, en uiteraard zelf van het zand opgepikt, in m'n zakken thuis. Maar de meest uitzonderlijke en zeker die prachtige exotische schelpen, de soorten die je ab-so-luut niet aan de Belgische of Nederlandse kust zult tegenkomen, of 't zou in een souvenirwinkeltje moeten zijn, die schitterende schoonheden vind ik -soms voelt het meer als 'red ik'- vooral in tweedehandswinkels en op rommelmarkten. En ondertussen weten de meeste van m'n goede vrienden ook van het bestaan van mijn verzameling, dus geregeld komt er nog wel eens iets, al dan niet 'van op vakantie', mijn richting uit. Super tof!
Op die manier hangt er trouwens aan de meeste van mijn zeejuweeltjes een klein verhaaltje vast: de al dan niet spannende of grappige story van hun herkomst. En dat maakt de verzameling als vanzelfsprekend extra leuk. De allergrootste schelp die ik bezit bijvoorbeeld, die diende oorspronkelijk, lang geleden, ergens in de jaren 70, als een soort plantenschaal. Zo heb ik ze ook gekregen: met plantjes er in. Een ander fraai en bijzonder gekoesterd kleinnood, een wondermooie zeeoor, lag vroeger bij grootva en grootmoe op het dressoir, en heel af en toe mochten wij als kind die, uitermate voorzichtig, op het angstvallige af, eens tegen ons oor houden om de zee te horen. Die hele stapel grote donkerbruine ultra platte en hoogglanzend schelpen kreeg ik van een toenmalige jonge vriend van m'n ouders omdat hij per ongeluk op één van m'n allermooiste exemplaren was gaan zitten, met alle gevolgen van dien. Enkele hele speciale zullen me voor altijd aan Roger herinneren, omdat hij er, totaal ongegeneerd -tot mijn grote gêne-, zeer ernstig en met vuur zwaar op af dong op één of andere rommelmarkt, en ik ze aldus voor een prikje te pakken kreeg. Allé, ik kan zo nog lang blijven vertellen, hoor, zoveel plezante herinneringen en associaties...
Afgelopen maandagavond, vlak voor de voorstelling van de opera Turandot die we in Kinepolis zouden gaan beluisteren en bekijken, stak vriend Jef me met een geamuseerde glimlach een klein geschenkje toe. In de stevige witte papieren servet zaten 2 grote wulkenschelpen gedraaid. "O, wauw" zei ik blij, en vervolgde met enig ongeloof omdat ik zelf op die uitgestrekte, bijzonder gladde stranden bij zijn appartement nooit iets interessants schelp-achtig zag liggen: "Heb je die in Oostende op het strand gevonden?!" "Maar nee, gij", antwoordde hij een beetje gespeeld laconiek, "dat was m'n avondeten gisteren!" En ik kwam bijna niet meer bij van 't lachen!... 
Maar 'k heb het geweten, hoor, dat ze 'vers' van gisteren waren...
Stinken! STINKEN!!! Dat het geen naam heeft! Nooit eerder meegemaakt. Weerzinwekkend afschuwelijk, zo een stank. Zelfs de poezen, die, gelokt door het ongekende nieuwe 'aroma', uiteraard
 meteen op m'n tas af stormden, vielen zo ongeveer ter plaatse van hunne sus! Kokend water, een javelbad, straf ontsmettingsmiddel, schrobben met tandpasta (schelpen-schoonmaak-tip van één of andere natuursite), kletsnat gespoten met Fébrèse... het mocht voorlopig allemaal niet baten. Als laatste redmiddel heb ik nu de natuur zelf ingeschakeld: de schelpen liggen in de aarde van een bloembak op het terras. Zo kunnen de kleine kriebelkrabbelknabbelkruipbeestjes en de andere buiten-elementen op 't gemakje hun opruimende en reinigende werk uitvoeren.
En als die twee keurig gekrulde slakkenhuizen over een tijdje eindelijk als 'schone' schelpen de collectie mogen komen vervoegen, kan ik, tussen alle andere herkomstverhaaltjes door, met gepaste dramatiek en binnenpretjes vermelden: "En die twee, die werden door Jef opgegeten!!!"😄



vrijdag 1 september 2017

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand...

Geen idee waar hij ergens vandaan komt, hoe oud hij exact zou kunnen zijn, of wiens al dan niet ontzettend kostbare, intens geliefde of misschien slechts puur praktische bezitting hij eventueel ooit was... 
Één ding weet ik wél zeker: ongeveer een 40-tal jaren geleden moet het iemands afdankerke geweest zijn, want ik herinner me alsof het gisteren was -en ons moe bij navraag ook- dat hij toen al tegen het bloemetjesbehang van het wat krakkemikkige houten kot naast het kippenhok hing, met andere woorden: in ons allereerste speelhuisje dus. Daar, halverwege die magische tuin van ons ouderlijk huis, maakte hij vele jaren deel uit van 'den decor' waarin een groot stuk van onze onschuldige en rijke fantasiewereld zich afspeelde.
Ik schat hem dus minstens een jaar of 50, die oude, vertrouwde, eitje-op-z'n-punt-vormige spiegel met z'n kunstig in pitriet gevlochten rand. En wie weet wat er in z'n reflectie allemaal te zien is geweest al die tijd. Diep verborgen in het verfoliede glas ligt vermoedelijk meer dan stof genoeg voor een lijvig boek met legendes en sprookjes. Zoveel vergeten momenten, gezichten, verhalen, geheimen... voor eeuwig spoorloos opgeborgen.
Hoe de spiegel ooit mijn persoonlijke eigendom werd is ook een mysterie, een toen blijkbaar zo onbelangrijk moment dat m'n geheugen het niet registreerde.
Alleszins hing hij tijdens m'n eerste huwelijk 8 jaar lang in het artistieke gezelschap van m'n schildersezel, m'n naaimachine, m'n kasten met dozen vol kleurrijke kralen, ontelbare bollen breiwol en duizend-en-één andere gekoesterde prullekes en frullekes in mijn hobbykamer. Bij de scheiding verhuisde uiteraard de hele inboedel van deze ruimte met me mee, en in het huurappartement waar ik een dikke 17 jaar zou wonen kreeg de spiegel z'n vaste plekje aan de muur in het toilet.
Toen ik 3,5 jaar geleden m'n eigen stekje kocht werd ook de spiegel voorzichtig ingepakt en overgebracht, en sindsdien hoort hij opnieuw thuis in het sanitaire vertrek, boven het kleine lavabooke, het handenwasserke. Leuk en handig voor de occasionele visite, en ideaal voor mezelf om, vlak voor vertrek naar wie-weet-waar, nog snel even make-up, kapsel en gebit te checken. En nog steeds, na al die tijd, is die spiegel een dierbaar kleinood voor me.
Dat z'n pitrieten kader, zo, op zich, zoals hij altijd al geweest was, prima zou gaan passen bij het van dag 1 geplande stranddecor voor mijne WC, dat was een absolute plus. Maar bij de zoektocht naar alle nodige bouwmateriaal en wat later de aankoop daarvan, o.a. een stevige hoeveelheid dozen en bokalen vol schelpen in een zo divers mogelijke variatie aan kleuren en vormen, groeide langzaam maar zeker het lumineuze idee ook die oude spiegel op te leuken -te pimpen, als het ware- met wat sierlijke strandschatten...
In m'n hoofd was het plan van aanpak helder en volledig. Alle benodigde materialen -schelpen, lijm, pincet, stokjes, afdekzeil, krantenpapier,... en natuurlijk ook de spiegel zelf- lagen keurig uitgestald en startensklaar op de grote tafel in de woonkamer. En... daar zijn ze zo meer dan een week blijven liggen, want ik twijfelde, en twijfelde nog wat meer... Want wat als het eindresultaat zou tegenslaan? Wat als het in niets leek op het perfecte plaatje uit m'n dromen, uit m'n soms nét wat te fantasierijke verbeelding?! Dan had ik die emotioneel waardevolle antiquiteit misschien voorgoed om zeep geholpen!...
Uiteindelijk ben ik er op een moedige morgen, met een fris hoofd, het zonnetje op de ramen en een gevoel van "ten aanval, 't is nu of nooit!" toch aan begonnen. Twee volledige en heel erg lange dagen kostte het me om heel precies en met kolossaal veel geduld voor elk centimeterke rond de spiegel exact dat ene juiste schelpke uit te zoeken, in te passen en uiterst voorzichtig -liever geen gesmos met lijm!- vast te plakken. En langzaam, heel langzaam groeide het urenlange gepriegel en gefriemel uit tot prachtig schelpenboeket. 
Ik vond die spiegel altijd al erg mooi, maar nu, olala, nu is het pas écht een pareltje, een unieke schat zelfs. Eentje om de rest van m'n dagen dicht bij me te houden en plekje te geven ongeacht waar m'n leven me nog naartoe brengt. 
Ik ben er -terecht vermoedelijk- reuze trots op en kan er voorlopig nog niet mee stoppen om dit fraaie kunstwerkje te staan -of te zitten, uiteraard- bewonderen. M'n toilettijd is er zeer zeker niet korter op geworden dus. hihi
En nu dit heerlijke resultaat van 'een uitzonderlijk moment waarin m'n volledige, doch o zo bescheiden, dagelijkse dosis energie puur aan m'n grenzeloze creativiteit mocht en kon besteed worden' weer terug op z'n vertrouwde locatie hangt, kleurrijk glimmende schelpkes en al, kan ik nog nauwelijks meer geloven dat al die rijkelijke ogende schoonheid door mijn eigen handen gefabriceerde werd!... Sterk werk, al zeg ik het zelf.
En vanaf nu weerklinkt hier met volle overtuiging: "Spiegeltje, spiegeltje aan mijn wand, JIJ bent de mooiste van heel het land!" Zeker weten, o ja. 😉