Posts tonen met het label bed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bed. Alle posts tonen

zondag 19 januari 2020

Sprookje.

Er was eens een prinsesje, een heel gewoon prinsesje. Ze was niet mooier of lelijker dan de andere prinsessen, een beetje ouder misschien, dat wel. En zoals het typisch is voor echte prinsessen, had ze een gouden hart voor ieder mens en dier, en hield ze ontzettend veel van de natuur.
Het prinsesje woonde alleen in een stukje van een grote grijze toren. Jarenlang had ze geduldig gewacht op haar prins, maar die, die was jammer genoeg nooit gekomen. Tja, hoe zit dat tegenwoordig ook met die moderne prinsen, hé... 't Is moeilijk te zeggen eigenlijk. Wie weet reed hij totaal verloren in de wirwar van straatjes om die grote toren heen, mogelijk deed z'n gps het niet meer, of had hij het -échte man zijnde- echt niet zien zitten om de weg te vragen en was hij onverrichterzake dan maar weer huiswaarts gekeerd. Ze wist het niet.

"Och, misschien ben ik wel zo'n prinses zonder prins", had ze na een tijdje besloten, "die moeten er immers ook zijn, hé!" En heel alleen had ze er dan maar het beste van gemaakt, en haar prinselijke vertrekken heel persoonlijk ingericht met allemaal spulletjes en kleuren die haar blij maakte. Als je goed luisterde, weerklonk heel af en toe haar heldere stem vanuit de toren en hoorde je haar toch nog eens hoopvol zingen "Some day my prince wil come"..., maar meestal bleef het stil. Met het verstrijken van de jaren verdween het prinsesje meer en meer onder de bloemen en het gebladerte van de haar zo geliefde, omringende fauna en flora. Ze gunde de woekerende, alles overgroeiende planten graag hun ruimte. Zij zelf bracht toch een groot deel van haar dagen door in haar vorstelijke bed in het koninklijk roze slaapvertrek, waar ze, zoals sprookjesprinsessen nog wel eens meer blijken te doen, jarenlang sliep, en sliep, en sliep.
Tot, op een wonderlijke dag, er tóch een prins aan haar roze ledikant verscheen! Absoluut geen idee hoe die binnen geraakt was! Het prinsesje had lang geleden al geleerd zowel zichzelf als haar stukje toren uitzonderlijk goed te beschermen tegen boze tovenaars, valse heksen en ander gespuis, maar vooral tegen die verschrikkelijke namaakprinsen. Deze prins moet er dus ééntje geweest zijn van een bijna uitgestorven soort, zo één met de magische krachten van een sprookjesheld, die vuurspuwende draken verslaat en zich zonder verpinken met z'n trouwe zwaard een weg door een oerwoud van doornen hakt.
Heel voorzichtig aaide hij het prinsesje over haar wang, draaide een krulletje in de haarlok die over haar oor lag en boog zich voorover voor een tedere kus... "Nondepitjes", dacht de prinses half ontwakend, "toch wel een beetje een vóchtige kusser, hoor, die prins!"...
Op dat moment werd ik wakker, knus omringt door m'n vele zachte roze beddengoed, met het warme wollige lijfje van kater Poekie ronkend dicht tegen me aan. Uiterst voorzichtig, bijna secuur bedachtzaam, gaf hij me kleine likjes in m'n gezicht, ondertussen overal vochtige roze-neus-afdrukjes achterlatend. Zijn ene voorpootje aaide ongewild m'n wang terwijl het andere speels wat in m'n haar graaide. Die lieve schattige Poekie toch! Mijn kleine viervoetige prinsje, die zo ontzettend veel van me houdt. Mijn hart smolt. Daar heb zelfs ik geen woorden voor... Het was een echt ontzettend vertederend moment. Zodanig hartveroverend zelfs dat het me niet eens kon schelen dat er geen echte sprookjesprins me wakker gekust had. ;-)



vrijdag 14 juni 2019

Memorabel matrasmoment.

Als een super gelukkig kind op Sinterklaas-ochtend, zo ongeduldig en vol verwachting stond ik in de grote inkomhal te wachten. Hij kon nu echt élk moment om de hoek komen! Spannend... 'Uw pakket wordt vandaag tussen 13u en 15u geleverd', verkondigde de mail 's ochtends, en via een leuke link had ik de hele voormiddag lang de voortgang van het piepkleine vrachtwagentje op de kaart van Antwerpen online kunnen volgen. "De chauffeur is nu onderweg naar klant nummer 8. ...naar nummer 9. Enz..." telde het programma netjes af, en ik, ik bleek klant nummer 20 van die dag te zijn. Een kwartiertje op voorhand verscheen er een sms op mijn gsm met de boodschap: "Uw levering wordt verwacht rond 12u55." En even later zag ik de camionette op het scherm het laatste kruispunt op z'n weg hierheen oversteken, het sein voor mij om de honneurs te gaan waarnemen.
Eindelijk zou mijn -lang over tijd- nieuwe matras arriveren! Met een klein beetje tel- en rekenwerk bleek de oude ondertussen toch al om en bij de 20 jaar dienst te doen. En dat was er, zeker het laatste jaar, serieus aan te merken... Nu slaap ik inderdaad graag in een soort 'nest', goed omringt door kussens en ander fluffy spul, maar die enorme kuil in het midden van de matras, dát was toch net een beetje teveel van het goede. Om nog maar te zwijgen van de eventuele gevolgen voor mijn al zo krakkemikkige rug en nek van het nachtenlang in zo'n put liggen. Een tijdje had ik onder het motto 'roeien met de riemen die je hebt' het probleem nog enigszins kunnen verhelpen met een stevig opgevouwen dikke reserve-deken tussen de bedbodem en de matras, maar het bleef natuurlijk behelpen...
Ja, de afgelopen jaren sprokkelde ik, in een vlaag van vermetel riem-aan-snoeren, uit m'n povere maandbudget toch wel eens wat luttele centjes voor die hoognodige nieuwe slaapondergrond bij elkaar,... om dat zuinig gespaarde bedrag dan -uiteraard, wat had je gedacht- terstond te moeten gebruiken voor iets met een hogere 'dringendheidsfactor'.
Toen het ziekenfonds 2 maand geleden liet weten dat ik een paar honderd euro extra, als 'vakantiegeld', zou ontvangen, werd dat kapitaal in gedachten -joepie!- meteen volledig aan het 'betere slapen' besteed. Het zal wel zijn! Maar ook deze keer staken een paar stevige, niet eens onverwachte 
facturen daar een moedwillig stokje voor. Voor de zoveelste keer dat verhaaltje van 'weer niet gelukt' over de telefoon aan m'n moeder vertellend, kreeg ik de kordate reactie 'dat da gedoe met die matras lang genoeg geduurd had!' "Wa moet da spel koste?" vroeg ons moe, "da'k et sebiet ineens nog overschrijf oep aa rekening!" Als vanzelfsprekend deed ik al lang daarvoor uitgebreid onderzoek naar de voor mij ideale matras aan de eveneens ook voor mij ideale prijs. "175 euro, levering inbegrepen!" kon ik ogenblikkelijk doch met enig schromen antwoorden, en met een niet te weerleggen "geen gezever, geen gemaar, we regelen da wel" kwam het geld mijn richting uit en werd de bestelling geplaatst.
De hele voormiddag draaide de wasmachine vrolijk en tevreden brommend de ene na de andere roze lading lakens, fluwijnen en dekentjes. Absoluut álles moest schoon in de slaapkamer. De oude matras schoof ik in afwachting op z'n zijkant m'n bureau binnen, en reinigde vervolgens met stofzuiger en natte-spons-emmer-sopje-droog-doekje naarstig het hele bedframe en alle plankjes van de lattenbodem. En als ge dan toch bezig zijt, kunt ge wel meteen ook de vloer, de kasten, de spiegels, de gordijnen, de vensterbank, de planten, enzoverder enzovoort, allemaal geestdriftig een flinke opfrisbeurt geven, hé... 
Met enige spierkracht, handig gepruts met een paar meter touw en wat vindingrijke intelligentie raakte de oude matras, in afwachting van het containerpark, probleemloos m'n appartement uit en, hop, m'n kelder in. Voilà, klaar, de nieuwe aanwinst mocht komen!
Exáct om 12u55 stopte de bestelwagen voor het gebouw en droeg de bezorger de 22 kilo zware doos voorzichtig -de conciërge begroef net op dat moment bijzonder uitgebreid en met oog voor detail de grote trap volledig in het schuim- door de inkomhal tot juist voorbij mijn voordeur. Schitterende service! Wauw!
Behoedzaam sneed ik de meters karton met een mesje door, waarna ik de enorme strak in stevig plastiek gesnoerde matras-worst zonder veel moeite naar de slaapkamer kon slepen. Ongelofelijk toch, hoeveel matras er in zulk een relatief klein pakket zit, hé: van zodra je, nauwkeurig op de daarvoor aangegeven plaats, het plastieken worstenvel langzaam door knipt, komt het hele ding tot leven. Het ontplooit zich als vanzelf en zoekt met een zucht van verlichting -als deed iemand z'n te nauwe schoenen uit- z'n eigenlijke reusachtige afmetingen weer op. (Ik vraag me trouwens ondertussen écht af of er ooit al eens één niet tevreden klant in geslaagd is om, zoals de richtlijnen voor terugsturen altijd verlangen -ook in dit geval- zo een 'ontplooide' matras terug in z'n originele verpakking te krijgen... hihihi)
Nog voor de nieuwe matras weer helemaal zichzelf was en nog voor ik ze weer helemaal tot 'bed' aangekleed had, moest en zou ik ze al even uitproberen. Zo lang en zo breed als ik kon, strekte ik me uit. Heeeeeerlijk. En, ook een ietsiepietsie onverwacht hard. "O, wacht even", herinnerde ik mezelf, "hoe zit dat met die 7 zones? Hoe weet je of alles wel juist ligt?" Na serieus lang zoeken vond ik het minuscule labeltje, mee tussen de ritssluiting van de matrasovertrek gestikt, met daarop in het Duits 'Kopfteil', oftewel 'hoofdeinde' dus. En, u raadde het al, dat stuk lag natúúrlijk aan het voeteneind! Het in je ééntje in de lengte omflippen (voor platliggend ronddraaien is er niet genoeg plaats) van zoiets zwaar en lomp als een matras, da's zowel 'hilarisch geknoei' als 'lastig karwei'. "Als ze me nu bezig zagen..." dacht ik lachend. Bijna moest m'n geliefde roze-bloemetjes-luster er aan geloven en luid weerklonken, behalve de occasionele krachttermen, de stuntel- en klungelgiechels. Meer hoef ik er vermoedelijk niet over te vertellen, u kunt er zich vast en zeker wel iets bij voorstellen...
't Was de eerste nachten toch even wennen, hoor. Na het grootste deel van mijn volwassen slaap op matrassen met pocketveren te hebben rond gestuiterd, *boing boing boing*, is dit koudschuimen exemplaar nogal plots bijzonder bewegingloos, *pok* dus. Vroeger veerde ik *boing boing boing* met een minimum aan inspanning in en uit bed -ja, zelfs uit die diepe put-, en *boing boing boing* draaide en keerde ik als een soort gigantisch rubberen kaatsballeke van links naar rechts en terug tijdens m'n slaap. Absoluut elke beweging: *boing boing boing*. Nu is alles anders. Nu ga ik *pok* op de rand van het bed zitten en kruip ik *pok pok pok* op handen en voeten tot in het midden, om mijn redelijk zachte lijf *pflok* ietwat onzacht neer te ploffen. (Ja, u ziet het alweer voor u, ik snap het...) 's Nachts een andere houding aannemen: ook *pok*, en sleur en trek en kruip, *pok*, inspanning vereist. Deze matras lijkt erg hard en voelt met de hand of er op zittend in eerste instantie ook absoluut zo aan, maar eenmaal ik lig, geeft ze net voldoende mee op al de juiste plaatsen en blijkt alles merkwaardig goed ondersteund en precies zacht genoeg. Geweldig dus!
Ziezo, al heeft even geduurd, bij deze slaap ik weer als een reus van een roos (merci, schoon gedichtje van Paul van Ostaijen) in mijn grote roze nest. En, nog steeds overvloedig voorzien van zachte dikke kussens in frisse roze fluwijnen, roze naar rozen ruikende malse lakens, pluizige knuffeldekentjes met hoog aaibaarheidsgehalte in allemaal andere tinten roze, en het krakend als verse sneeuw luchtig opgeklopte dekbed, dankzij die fijne tussenkomst van mijn moeder hoeft heel deze behaaglijke comfortabele roze droomwereldwolk het niet langer te stellen zonder die betrouwbare ondersteuning van een nooit eerder zo stevige fundering! Hoera, en slaap lekker!... 💗 



zondag 13 januari 2019

Negatief - positief.

De dame in het bed naast me taterde onvermoeibaar aan één stuk door. Ik betrapte mezelf er op dat ik heel even aandachtig luisterde of -en zo ja, wanneer dan- ze zo af en toe tussendoor eigenlijk ook wel eens ademhaalde... Ze produceerde vermoedelijk een pak decibels teveel voor de doorgaans gewenste rust in zo'n zaal met tien bedjes, in het daghospitaal bij de pijnkliniek, maar normaal gezien zou ik -doorwinterde praatvaar als ik zelf ben, zeker met nog heel wat uurtjes wachten voor de boeg- maar wát gelukkig zijn met zo'n kletsmajoor naast me. Maar... niet in dit geval. Bijna angstvallig speelde ik voor doofstommeke en verdiepte me schijnbaar onverstoorbaar en met een zogezegd intense concentratie op het invullen der kruiswoordraadsels. Alles wat uit mevrouw haar mond rolde was namelijk uitgesproken en buitensporig negatief. Nu begrijp ik uit eigen ervaring goed genoeg -ervaringsdeskundige als ik ondertussen ben, hé- hoe verschrikkelijk ambetant ge kunt zijn als ge door pijn geregeerd wordt, maar niks, echt niks maakte dit soort eindeloze brutale klachten- en eisenstroom geoorloofd, als je 't mij vraagt. Absoluut niets beviel haar, bij 't minste spuwde ze met kracht haar gal uit, vol onbegrip, ongeduldig, lastig en boos. Met luide stem bleef ze haar ongenoegen de wereld in sturen.
"Waarom moest ze haar kleren ruilen voor zo'n stom operatieschortje? Waarom moest ze in een bed? En wat was dat nu voor een deken? Dat trok op niks en ze moest er nog minstens één extra hebben, want ze had 't koud! En wanneer kreeg ze te eten? Hoezo 'niet'?! Ze had wel honger, hoor, en moest nú direct iets hebben, al moest ze er zelf om gaan. En koffie ook al niet!? Wat voor een kot was dat hier, zeg! En waarom ging dat bed niet omhoog? (De stand van de bedden kon alleen manueel door de verpleging gewijzigd worden.) Waarom had zij geen 'kaske' (met o.a. de bel voor de verpleegster) en al die andere mensen wel? ('t Hing gewoon achter haar bed.) (En bij gebrek aan beval ze mij steeds te bellen...) En dat infuus, waar was dat nu weer voor nodig!? Jullie gaan mij hier niet stiekem opereren, hoor! Dan gaat ge nog eens wat meemaken!!! En waar is die dokter? Ik wil haar nu meteen persoonlijk spreken! Nee, ik ga daar niet rustig op wachten. Ik wacht al lang genoeg. Ik heb een afspraak om half twee en 't is nu al kwart voor twee! Wat voor organisatie is dat hier, zeg!" 
Waarnaar ze zich volledig naar mij richtte in de hoop me persoonlijk en volledig te kunnen betrekken in haar ontevredenheid over die ooo zo ontzettend lange wachttijden. Maar vooral op dat vlak had ze die dag zeker aan mij geen deelgenoot. Ik zweeg wijselijk, in absoluut alle talen, want ik wachtte al twee uur en er zou nog wel wat tijd bij komen. En, nee, dat was zeker niet de schuld van een slechte organisatie of zo. 
Ondertussen vind ik het trouwens best grappig, wat er zo allemaal mis gaat telkens ik een bezoekje aan het ziekenhuis mag brengen. En dat was dus die dag nog niet anders geweest. Ergens had iemand, bij het maken van mijn afspraak, weken daarvoor, over het hoofd gezien dat de nieuwe dokter-anesthesiste, die mij die namiddag een, mij hopelijk van pijn bevrijdende, epidurale infiltratie in mijn nek zou geven, van álle patiënten, zonder uitzondering, vooraf een bloedonderzoek wenste. Gelukkig waren de verantwoordelijken bereid dit onderzoek er alsnog onmiddellijk en met hoge spoed tussen te nemen, i.p.v. mij, al dan niet met een nieuwe afspraak, onverrichter zake linea recta weer huiswaarts te sturen. Maar dan moest ik wel wachten natuurlijk, en lang, zo ongeveer de rest van de namiddag...
Och, daar zit ik écht niet mee. Zeker niet als ik daardoor alsnog van m'n pijn afgeholpen kan worden. Een paar uurtjes wachten is dan een klein prijsje dat ik met plezier betaal! En zo had ik meteen op grappige wijze erg persoonlijk contact met de verpleegsters, die half grappend 'klaagden' over 'al dat extra werk'. Nadat, bij de bloedafname, de lamp boven m'n bed maar niet wou branden, het bed steeds weer opnieuw naar beneden klapte, de reserve tubes en naalden zoek bleek en tot slot ook de pleisters niet echt mee werkten, hadden we net geen buikpijn van het lachen. Al maar goed dat m'n aders voor één keertje voortreffelijk te vinden waren, hé... hihihi Nee, geen denken aan dus, dat ik me mee in oeverloos geklaag over wachttijden zou storten! Integendeel zelfs.
Maar naast me ging de misnoegde dame, uiteraard ook zonder mijn 'akkoord', onvermoeibaar verder met jengelen, dat het allemaal veel te lang duurde, en dat ze niks te doen had. Moe van het gedoe -zélden meegemaakt dat ik iemand écht een klap zou kunnen verkopen opdat ze even zou zwijgen- opperde ik uiteindelijk toch maar even voorzichtig dat ze misschien een beetje televisie kon kijken. En na een extra crisis over het gemis van een afstandsbediening en de werking van het inderhaast door de verpleegsters aangereikte kleinood richtte het hemeltergende gesakker en gefoeter zich naar absoluut álles wat er te zien was op de beeldbuis. De politiek, de voetbal, de wereld, de natuur, de acteurs, de televisiemakers,... Je kunt het zo gek niet bedenken of ze had er wel iets over te klagen. Uit volle borst uiteraard! Fortissimo con brio! En ondertussen, tot wanhoop van het verplegend personeel: de hele tijd in en uit haar bed.

Die super vriendelijke en bewonderenswaardig geduldige verpleegkundigen probeerden trouwens al de hele tijd op al haar vragen en eisen zo goed mogelijk te reageren, met veel duidelijke uitleg en geruststellende woorden. Hier en daar trachtten ze met een kwinkslag de gespannen sfeer wat luchtiger te maken -al was het maar voor zichzelf- doch wat ze ook probeerden, het mocht niet baten. Bij de zoveelste opmerking van de vrouw dat "Al dat overdreven gedoe toch voor niks nodig was, want dat ze verdorie toch maar een spuitje moest krijgen!" zag ik ze naar elkaar kijken met een ondeugende blik van "Jaja, een spuitje. Hewel, wij kennen ook nog wel een spuitje dat we je met plezier even geven, hoor!..." En omdat ze merkten dat ik dat gezien had, knipoogden ze steels bijzonder guitig naar mij, ten teken van onze eensgezindheid.
Toen de dame een klein half uurtje later aan de beurt was voor haar injectie, en aldus met bed en al de zaal uitgereden werd, konden de ander patiënten zich nog net inhouden om niet luid te applaudisseren, van puur opluchting. 
Veel heeft het niet gescheeld, echt niet. Eindelijk keerde de rust weer in de zaal!
Er weerklonk wel een voorzichtig gejubel toen ten slotte ook ik naar het operatiekwartier gereden werd. Maar dat was een door de overige mensen in de zaal opgewekt gedeelde blijdschap en opluchting omdat er eindelijk aan mijn lange wachten een eind kwam. 
"Jij bent altijd zo positief" krijg ik vaak te horen, en af en toe kijk ik daar dan verbaasd van op. Soms moet je écht eens je totaal tegenovergestelde tegen komen om dat opnieuw klaar en duidelijk te zien. Maar het klopt: ik zie, meestal toch, overal de positieve kant van. Ik heb dat mezelf aangeleerd door steeds bewust de keuze te maken om naar het positieve te kijken en me daar optimistisch in te koesteren. Natuurlijk nog steeds bewust van de aanwezigheid van negatieve dingen, maar zonder daarin energie te steken.
Intense blijheid stroomde over me heen, daar in m'n ziekenhuisbed, en het warme gevoel van geluk omdat ik ben wie ik ben, deed me ontzettend deugd en gaf me geweldig veel kracht. Positieve kracht. En die zou ik hard nodig gaan hebben...
De infiltratie mislukte grandioos. De nieuwe dokteres vertelde me dat de vernauwing in m'n nek zo compleet was dat er geen naald met verdoving meer tussen kon. Na herhaalde pogingen, waarbij per ongeluk ook mijn hersenvocht geraakt werd, gaf ze het op en liet mij weten dat deze manier van pijnbestrijding voor mij geen optie meer was. En ik moest mezelf verder maar wat behelpen met wat meer straffe pijnpillekes...
"Tja, zo ga ik natuurlijk nooit honderd jaar worden...", dacht ik gelaten en berustend bij mezelf, "en die kerstconcerten, man, dat wordt drie dagen uitzonderlijk zwaar afzien, en wie weet, het zouden wel eens de allerlaatste optredens kunnen zijn, als mijn toestand zo snel blijft verergeren..."
Oké, het zij zo. Reden te meer om zo mogelijk nóg positiever te gaan denken, vind ik! Mijn vergroeiende wervels, wegkwijnende tussenwervelschijven en al die bijhorende verschrikkelijke pijn, die worden ook écht niet beter als ik er over ga klagen en zagen. Een tijdje geleden kwam ik ergens deze uitspraak tegen, en die vat het bijzonder mooi samen: "Ik ben blij als het regent. Want als ik niet blij ben regent het ook!" Voilà, da's duidelijk, denk ik. Elke dag is er één, absoluut waard om geleefd te worden en gegarandeerd vol met fijne verrassingen als je ze maar wil zien. En elk concert is er ook één, en daar ga ik me dat weekend voor Kerstmis elke keer 200% in storten en ik zal er, pijn of geen pijn, bijzonder intens van genieten, met heel m'n hart en ziel, alsof er geen morgen meer komt! Optimisme troef dus en positief vooruit. Woeha! 
Het zal wel zijn, zekers, of wat had je gedacht dan!?... 😉

Epiloog.
Dit verhaal speelde zich een kleine maand voor de kerstconcerten af. Het was eigenlijk al zo goed als klaar om te posten, maar om iedereen, mezelf inclusief, met volle teugen van de shows zou laten genieten zonder enige vorm van bezorgdheid, medelijden en/of andere bedenkingen, hield ik deze historie toch nog liever even voor mezelf. En geloof me, de concerten hebben mijn nek alles behalve deugd gedaan, nondepitjes jadadde, maar het waren drie zulke ongelofelijk fantastische dagen, dat ik dat er met plezier bij neem. 😊



donderdag 26 juli 2018

Warm aanbevolen.

Vier uur in de namiddag. Ondanks het feit dat mijn terras het grootste deel van de dag in de schaduw ligt, wijst de reuzegrote tuinthermometer tussen de planten 35° aan. Bij de minste inspanning, zelfs bij de geringste beweging, gutst het zweet uit al je poriën.
Ik lig lang- en breeduit, als een eigenaardige soort reuzegrote zeester, op m'n bed en kijk naar de luster boven me. De luster met de namaak kaarsjes, de grote witte krullende blaren en de roze bloemetjes. Pure kitsch, ik weet het, maar misschien ben ik dat zelf ook wel een beetje, want na al die jaren ben ik er toch nog altijd even verliefd op als de dag dat ik hem van m'n broer Sis als verjaardagscadeau kreeg. De lange kristallen hangertjes bewegen zachtjes in de nauwelijks voelbare tocht tussen de openstaande vensters van de verschillende kamers en glinsteren daarbij feestelijk met kleine gensters van licht. En af en toe laat een wat hevigere zucht wind, die plots en onverwacht als een tastbare golf hete lucht door het open raam duikelt, de hele luster wiebelen.

Omdat ik vanochtend het bed eens extra strak op maakte -i.p.v. het eigenlijk iets te vaak voorkomende 'gooi-maar-dicht,-ik-kruip-er-seffens-toch-terug-in' halve werk- voelen de kreuk- en rimpelvrije lakens onder me verrassend luxueus. M'n wat loom heen en weer bewegende voeten genieten van de eindeloos zachte aanraking van de netjes opgeplooide fleece deken bovenop het opgerolde dekbed. De ondertussen alweer klam aanvoelende badhanddoek onder m'n nek kriebelt. Die is een heel stuk minder poezelig, maar hij ruikt nog steeds zalig fris gewassen naar lentebloemen.
Eigenlijk dacht ik het voorbeeld van m'n poezen Poekie en Pompon te volgen. Op elke andere dag van het jaar zijn ze dat ook, hoor, absoluut, maar vooral bij dit soort temperaturen blijken katten onklopbare meesters in 'volledige ontspanning'. Als totaal gesmolten en uitgelopen, languit soezend hebben ze een aangeboren talent om ten allen tijde de grootst mogelijke hoeveelheid koelte op te sporen en te veroveren. Feilloos ontdekken ze de meest ideale ligplekjes en bedenken ze daar de perfecte houding voor. En op exact het juiste moment draaien ze zich efkes bliksemsnel om of verleggen ze zich, hooguit een centimeterke of 5, naar bijvoorbeeld 't volgend stukje nog enigszins frisse vloer. Minimale inspanning voor een maximaal resultaat!
Maar die twee katertjes zijn ook dolgraag bij mij in de buurt, dus waar ik ga -of lig dus, in dit geval-, daar kan het absoluut niet slecht zijn. En rond mijn ongegeneerd royaal uitgestrekte lijf op het bed is er nog meer dan plaats genoeg voor twee van die viervoetige bontjasjes.
Poekie heeft zich links van mij, ter hoogte van m'n onderbeen, geïnstalleerd, exact zoals hij meestal ergens op de vloer in een verfrissende luchtstroom ligt: zo langgerekt mogelijk, met poten kop en staart in alle richtingen en 
zo ver als mogelijk van z'n lijf af. Met als enig verschil dat nu z'n rechter voorpootje heel lichtjes en fluweelzacht op m'n been ligt. Dat hij super lekker ligt, dat leidt geen twijfel: ik hoor hem heel vredig stilletjes snurken.
Rechts van me is Pompon na veel ronddraaien en twijfelen eindelijk ook neergeploft. Voor hem was het even een zoeken, zoals altijd trouwens, maar nu ronkt hij, helemaal tevreden, met z'n achterste half bovenop m'n rechterschouder en z'n staart rond m'n bovenarm.
De hete wind blaast een paar onverwachte, heerlijke wolken bloemenparfum naar binnen. De luster wiebelt. En ik luister naar de geluiden van deze tropische zomerdag. In de verte joelen uitgelaten kinderen, op de terrassen boven en tegenover me wordt er gebabbeld en gelachen. De garagedeuren slaan open en dicht. Behalve een luid krassende kauw hoor je nauwelijks vogels. Voor hen is het vast ook veel te warm. En onder het openstaande raam tussen de vele potten met planten en bloemen zoemen de nog steeds bijzonder ijverige bijen en brommen de koddige hommels.
Heel even dwalen m'n gedachten naar al die mensen die nu op deze gloeiende dag toch aan het werk moesten. Dat moet echt lastig zijn. 'Om medelijden mee te hebben', bedenk ik me, 'zo blij dat ik vandaag niet ook met een kokend hete bus richting één of ander verzengend kantoorgebouw moest'. En ik schaam me heel even diep voor de onbetaalbare luxe van m'n bijna bewegingsloze, uitgestrekt plat liggende loomheid...
Het is vier uur in de namiddag op een schroeiend hete zomerdag. Veel te heet om ook naar iéts te doen. En toch... Misschien moest ik seffens toch ook maar eens de was in de machine steken, wat te eten koken en die berg afwas doen... Misschien. Maar nu nog even niet. Want het is vier uur in de middag, ik lig languit op m'n bed en geniet! 💛🌞



dinsdag 22 mei 2018

Prinses op de erwt? Nee, toch niet.

Kent u het sprookje 'De prinses op de erwt'? Daar moest ik de laatste tijd vaak een beetje giechelend aan denken... En, uiteraard leg ik u met veel plezier even uit waarom!
Zelfs in dat zachte roze bed van mij, onder het als verse sneeuw krakende hemelse dekbed en omringt door de stapels heerlijke kussens en knuffelzalige dekentjes, zelfs daarin draait men zich in z'n slaap wel eens om. En normaal gezien word ik daar niet echt wakker van... tot een paar weken geleden. 
Lichtjes gewekt door pijn in m'n nek -vermoedelijk weer in een ietwat foute houding gelegen- draaide ik me wat ongelukkig zuchtend en brommend tussen de warme lakens om, onderwijl kussens opkloppend, dekbed herschikkend, lakens flapperend, intensief op zoek naar de ideale houding. En toen die eindelijk weer gevonden was en ik nog even een been verlegde in de hoop ook die broekspijp van m'n pyjama uit de knoop te wriemelen, porde er iets vreemds en hards van onder me in m'n dijbeen. Raar. Wat zou dat nu weer zijn?
Veel te moe en te slaperig om het licht aan te doen en eventueel ook uit 't bed te stappen, tastte ik in het duister van de kamer en de nacht op goed geluk even rond in de veel te overvloedig golving van die enorme berg textiel die me omgaf, in de hoop dat bed-vreemde ding te kunnen opduikelen. Maar helaas. Door m'n gewoel moet het zich met de rest van de klamme lappen verplaatst hebben, want er liet zich niets meer vinden. Bon, als er mij niks meer pookte, lag er mij ook niets meer in de weg om, na nog wat gedraai en gewriemel natuurlijk, eindelijk weer lekker verder te maffen.
En over wat er zich eventueel bij me in m'n bed bevond, daarover zou ik m'n hersenen later wel eens pijnigen. Zo een grote harige spin, zoals ik er in de herfst altijd wel eens een paar o.a. richting slaapkamer zie sprinten, kon het niet geweest zijn, want mijn gewicht had daar zonder twijfel meteen moes van gemaakt. Muggen? Veel te klein voor wat ik voelde. Eén van de poezen misschien? Een staart of een pootje? Mogelijk, want die kruipen geregeld bij me in bed. Maar dan had er met zekerheid onmiddellijk iemand ontzettend wijd z'n keel open gezet en mij vermoedelijk ook met paar welgemikte halen van een stel wreed scherpe klauwen niet mis te verstaan terechtgewezen. Een steen of iets gelijkaardigs -bedenk maar wat- zou door z'n zwaarte zeker op z'n plek zijn blijven liggen bij mijn tastend rondscharrellen. Trouwens, een steen kruipt -bij mijn weten toch niet- niet eventjes snel zelf onder één of ander dekbed, hé... En een bij mij in bed gedropte, doch onopgemerkte voetbal van Pompon -dag of nacht, maakt niet uit: spelen, nu!-, meestal met een overdosis voldoening en bakken enthousiasme eerst uitgebreid besabbeld, die had me hooguit in alle zachtheid een onopvallend vochtig plekje aan de zijkant van m'n broekspijp bezorgd.
Als u nu voor 't begin van m'n verhaaltje, of ondertussen, al even, stiekem of goed geweten, een glimp van het bij dit verhaal horende plaatje opving, dan hebt u zeker al een vermoeden van het vervolg, maar sta mij toe het u toch nog te vertellen.
Bij het ontwaken was ik eerlijk gezegd het nachtelijke voorval al weer vergeten. Maar na een kopje koffie en met een frisser hoofd, bij het opmaken van het bed; als al die vele kussens weer netjes opgeklopt worden, de massa dekentjes keurig opgevouwen, de geluchte lakens strakgetrokken en het enorme, 's morgens o zo platte dekbed door het met grootse gebaren energiek op en neer flappen weer een luchtige lichte hemelse donswolk wordt; bij dat bed-opmaken zag ik hem meteen liggen. Hij stak namelijk behoorlijk donker af tegen al dat roze en vooral tegen het uitzonderlijk eens niet roze, maar witte hoeslaken: een kleine grijze speelgoedmuis! En die zijn verdorie hard, die mini-namaakmuisjes, eigendom van mijn twee viervoetige huisgenoten, echt keihard, geloof me!...
Die nacht had ik dus blijkbaar niet het sprookje van de prinses op de erwt gespeeld, maar wel dat van de prinses op de múis! (gniffel gniffel) Mysterie opgelost. Of toch al half, want hoe was die muis daar dan diep in heel die berg bedtextiel terecht gekomen?!
Op die vraag kwam al snel ook een antwoord. En nee, Pompon had zich niet van 'voetbal' vergist, hoor. Onmiddellijk, echt binnen de seconde, nadat ik de muis in kwestie met een stevige zwier vrolijk door de steeds openstaande slaapkamerdeur richting halletje gemikt had, werd hij mij teruggebracht door super snelle Poekie, helemaal trots op zichzelf. Hij deponeerde het grijze dingetje triomfantelijk voor me op het witte hoeslaken neer en liet me met een serieuze lading kopjes weten dat dit een kadootje voor me was! Poekie apporteert heel erg graag en is daar ook bijzonder goed in, maar dit betekende duidelijk iets helemaal anders voor hem. En toen ik dat erkende en hem er met veel liefde voor bedankte, ging hij meteen vol ijver en geestdrift in alle mogelijke poezenspeelgoedverzamelplekjes van dit huis, en dat zijn er nogal wat, uitgebreid op zoek naar nog meer van diezelfde muisjes!...  
Nu word ik dus regelmatig wakker in een bed dat niet alleen vol kussens en ander beddengoed in alle mogelijke tinten roze ligt, maar dat naast die reeds gekende enigszins vochtige mini-voetballen ook ruim voorzien is van keiharde kleine grijze muisjes.
Een prinses op een erwt blijk ik dus helaas, of gelukkig -dat laat ik in het midden- niet te zijn, maar ik kan je wel met zekerheid vertellen dat, met Poekie als onbetwiste en vermoedelijk niet meer bij te benen koploper, die twee Pluizige Prinsjes hier in huis echt wel ontzettend veel van me houden! ❤️😊



woensdag 8 juni 2016

Pompon, relaxatie-expert.

De broeierige hitte in de slaapkamer hing als een uitgewrongen dweil loodzwaar over me heen. De klamme lakens plakten irritant ongemakkelijk aan m'n bezwete huid. Moe van de voorbije dag en overal om me heen rust en vrede, maar de slaap, die wou niet komen. In m'n hoofd was het allesbehalve stil. Duizenden gedachten schreeuwden wild door elkaar heen, draaiend en kolkend als in een soort duivelse hutsepot. Opnieuw sloegen de emoties en de eenzaamheid hard toe. Maar die ene traan, tergend traag over m'n wang naar beneden biggelend, volstond wel, vond ik. Actie, en wel nu.
Licht aan, bed uit, toerke rond de tafel, iets ijskastkoud drinken, het benauwde lijf even afspoelen met wat lauw water, een fris washandje over m'n gezicht, eens goed flapperen met alle beddengoed, lakens-dekbed-sprei netjes strak opgeplooid en uit de weg aan het voeteneind, nog even stevig alle hoofdkussen tot zalig dik en fluffy op schudden, en klaar.
Nadat ik me met een diepe zucht terug languit neergeploft had voor poging nummer 2 en trachtte me te ontspannen, sprong, heel behoedzaam en met enige terughoudendheid, knuffelpoes Pompon bij me op het bed.
Even voorzichtig checken of er eventueel wat aandacht te halen viel, nu er toch niet geslapen werd. Ik ken die vragende blik op dat schattige onschuldige snoetje ondertussen maar al te goed...
Zachte pluizige Pompon liet zich niet alleen de strelingen en het gekroel welgevallen, hij genoot duidelijk ook met volle teugen van de ongekend formidabele, immens uitgestrekte vlakte van de matras-in-super-strak-hoeslaken-en-verder-niks. Vo-lle-dig uitgestrekt, maximaal, zowel in de lengte als in de breedte, in die bijna vloeibare toestand zoals alleen een voor 200% volledig ontspannen katachtige waar maakt, sloot meneerke Pompon genoeglijk z'n pientere oogjes en het opgetogen gesnor maakte langzaamaan plaats voor een tevreden zacht gesnurk.
Katten leven echt in het 'nu', en het was alsof hij bij me was komen liggen om me het goede voorbeeld nog eens te geven: laat al die turbulentie in je hoofd en je leven nu maar los, en geniet van de fijne kant van dit eigenste moment.
Volledig relaxed, helemaal klaar voor Klaas Vaak, schoot ik vertederd -toch handig, hé, zo'n smartphone- nog snel, stiekem en heel stilletjes, een hartveroverend lief fotootje van die snoezig slapende kleine held van me.
'O, verdoemme, het licht is nog aan!' flitste er door m'n hoofd. Maar met het zorgeloze 'Foert, kan me niet schelen, ik beweeg zelfs geen millimeter meer...', viel ik, met zijn fluweelzachte pootje warm in mijn hand en een gelukzalige glimlach op m'n gezicht, eindelijk ook in een diepe deugddoende slaap. :-)



donderdag 6 augustus 2015

Het roze genot.

Roze is de kleur van de universele onvoorwaardelijke liefde, van passie, tederheid, zachtheid en vertrouwen, maar ook van zelfacceptatie, zelfrespect en waardering. Roze is de kleur van kalme kracht, van vrouwelijkheid en ook van humor. Ze staat voor onafhankelijkheid, tolerantie en vrede, brengt harmonie en troost. Jezelf met de kleur roze omringen is voor jezelf een ruimte in schoonheid, warmte en veiligheid creëren. En ik ben absoluut dol op roze! 
(Zonder 'n', want ik ben ook dol op rozeN mét een 'n', en al helemaal op 'roze rozen'... maar da's een verhaal voor een andere keer!)
Zelfs zonder de betekenis van deze kleur te kennen ervaar ik al jaren haar kracht. Op dagen dat ik mezelf een beetje kwijt ben kleed ik me bijvoorbeeld graag van kop tot teen in 't roze, of beter nog, totaal in flashy fuchsia, en vorm mezelf zo een kleurrijke en vrolijke beschermlaag.
De afgelopen 20 jaar was mijn slaapkamer, ongeacht waar die zich bevond, om dezelfde redenen ook roze. Ontstaan als veilig toevluchtsoord in behoorlijk dramatische tijden groeide deze ruimte over de jaren heen uit tot m'n geliefde knusse en vooral erg roze nestelplekje. Want als ik 'roze' zeg, dan bedoel ik ook écht wel 'róze'...
In m'n huidige slaapkamer verfde ik 3 muren heerlijk oudroze, en de vierde, achter het bed, in een nét niet bordeau cérise, met rozen en vlinders in verschillende tinten roze en purper er bovenop. Het binnenvallende zonnelicht is ook roze: gefilterd door de fuchsia glasgordijnen en de poederroze overgordijnen. De witte luster met kaarsjes is gedecoreerd met een boeket babyroze metalen bloemetjes en blaadjes. En voor de decoratieve toetsen zoals bloempotten en opbergdoosjes speur ik op rommelmarkten en in frulwinkeltjes nog steeds met plezier naar leuke, uiteraard roze, speciallekes...
De houten kasten, het bed en de vloer zijn niet roze. Dat zou vermoedelijk, zélfs voor mij, wat teveel van 't goeie geweest zijn, maar ik kon het toch niet laten om er hier en daar wat roze rozen op te schilderen...
En uiteraard vormt het bed de roze kroon op het geheel. Alle lakens, alle fluwijnen, de dekbedovertrek, knuffeldekentjes, troetelkussentjes... met of zonder print, in alle mogelijke tinten en uiteenlopende stofjes, heel veel en vooral heel roze. M'n bed is als een verrukkelijke roze suikerspin, een donzige roze schapenwolk, die je warm en zacht omarmd, veilig voor de vaak harde en koude wereld daarbuiten. Een bijna magisch sprookjesplekje waar poesjes verstoppertje spelen, met zichtbaar genoegen neerploffen in het zacht krakende vers opgeschudde veertjesdekbed, zich zuchtend van genot oprollen voor een heerlijk dutje, of proberen de immer wiebelende tenen uit te graven.
Ja, het is een heel bijzondere plek, dat roze bed in die roze slaapkamer van mij. En je moet echt wel heel erg bijzonder zijn als je er ook eens even mag vertoeven... ;-)

maandag 13 juli 2015

Ochtendrituelen.

Heel voorzichtig piept het eerste daglicht van onder de gordijnen. Alles is nog stilte, alles is nog rust. De lakens en dekens omarmen me warm en comfortabel, maar ik voel, zonder ook maar één spiertje te bewegen, dat ik langzaam maar zeker ontwaak. M'n gedachtestroom komt op gang en ik open behoedzaam één oog tot een spleetje. Even gluren of ik écht al wakker worden wil...
Eén seconde, werkelijk één seconde later springen Poekie en Pompon enthousiast, klaarwakker en super content ronkend op het bed. Alles aan hen schreeuwt overgelukkig "Hoera! ze is wakker!"
Volgens mij produceert dat hersenwerk van mij fenomenaal wat decibels en is de luchtverplaatsing van die ene wimper gigantisch... Hoe anders weten die twee pluizenbollen, zonder dat ik één teen of vinger verplaatst heb, dat ik weer uit dromenland teruggekeerd ben??? 
Alleszins, helemaal blij sprinten ze alvast vooruit naar de keuken. Maar in mij zit nog niet veel beweging. Nog steeds geestdriftig rennen ze uitgelaten weer de slaapkamer in om me met veel lieve kopjes aan te porren m'n heerlijke nest te verlaten, liefst nù onmiddellijk. 
Op een luie dag herhaalt dat hele heen-en-weer-gespurt zich nog een paar maal voor ik, in hun ogen eeeeeeindelijk, m'n voeten vanonder het dekbed friemel en op de vloer neerzet. Op een ochtend met een wekker slaan we die herhalingen uiteraard over... 
Meteen draaien ze met hernieuwde vreugde om m'n benen. Terwijl ik loom richting gang beweeg hobbelen ze alweer opgetogen richting keuken... om halverwege vast te stellen dat ik niet volg maar afgeslagen ben, het toilet in. 
Met vereende krachten storten ze zich op de deur, die moet en zal open! "Schiet nu toch eens op" is overduidelijk de boodschap, "wij arme kleine poesjes komen hier ongeveer om van honger, hoor!"
Als we dan ten lange leste toch met z'n drieën in de keuken arriveren kan het écht niet rap genoeg meer gaan. Blikje of zakje open, schaaltjes vullen, neerzetten, aanvallen! 
't Is te zeggen: Pompon neemt snel een paar happen voor Poekie ook zijn portie opeist. Nee, da's niet zielig, want Pompon is hier echt wel de slimste. Hij weet namelijk heel goed dat ik meteen daarna weer uit de keuken kom en richting badkamer de grote tafel passeer waar hij zich ondertussen in een alleraardigste houding en op z'n schattigst uitgestrekt heeft en, uiteraard, wie kan aan zo iets hartveroverends weerstaan, zich mijn knuffels en strelingen, helemaal voor hem alleen, uitgebreid laat welgevallen. 
Poekie eet trouwens toch nooit àlles op, dus als de kust veilig is gaat Pompon op z'n gemakje, ongezien en ongestoord, zijn ontbijtje genieten. 
Terwijl ik mezelf met kam en zeep toonbaar maak krult Poekie zich in de lavabo. Da's zíjn moment om te genieten van een fijne portie liefkozingen.
En daarna, inderdaad dààrnà, is er ook tijd voor mijn eigen ontbijt...
Ja, zo gaat dat hier alle dagen, zo zijn we dat gewoon, het is ons vertrouwde ochtendritueel. En geef toe, best aangenaam om je dagen zo te starten. :-)


dinsdag 19 mei 2015

The Sound of Silence.

Na meer dan zeven jaar een vreselijke lawaai-hel te hebben overleefd verbaas ik me, anderhalf jaar later, nog dagelijks over de heerlijke eindeloze stilte van mijn huidige appartement.
Elke avond opnieuw kruip ik met een gelukzalige glimlach onder de wol, omringt door een geluidloos donker. Hemels, zo liggen luisteren naar niets. Dit is het dus, het geluid van de stilte.
Jawel, heel af en toe durven de piepjonge buren, zot verliefd als ze nog zijn, wel eens tot een gat in de nacht giechelen en gillen, onderstreept door een stevige basdreun. In de kamer vlàk bóven m'n geliefde bed met de roze lakens en het zacht krakende dekbed uiteraard. Maar eerlijk is eerlijk: hun kabaal komt bijlange niet in de buurt van wat ik vroeger doorstond... En ondertussen houdt zelfs dat dolle gedoe me al niet eens meer uit m'n slaap.
Het getik van poezennageltjes op de houten vloer en het getak van het occasioneel aanslaan van de verwarming zijn de enige geluiden die de rust van de nacht heel zachtjes doorbreken.
Het tevreden geronk van m'n twee kattenkinderen dicht bij me in het knusse bed klinkt in al die kalme stilheid trouwens vaak zo oorverdovend dat ik er altijd even om moet lachen.
Ook overdag verstoort weinig deze zoete sereniteit. 
Dicht kletterende deuren en gonzende liftbewegingen, licht galmende voetstappen en geanimeerde gesprekken, blaffende hondjes en de stofzuiger van de conciërge, al deze geluiden sijpelen gedempt vanuit de inkomhal van het gebouw langst mijn voordeur naar binnen en omhangen me met een warm thuis-gevoel. Ik ben op mezelf maar niet alleen.
Soms hoor ik ergens een wasmachine zwieren, een bad dat leegloopt of een toilet dat men doortrekt. Af en toe wordt er op één of andere verdieping eens getimmerd, gezaagd of geboord. En elke week weer komen de tuinmannen met brommende grasmaaiers en brullende bladblazers het groene uitzicht even geluidsonveilig maken. Maar meestal overheerst die zaligmakende rust en vredevolle stilte.
Langzaam maar zeker kom ik zo weer helemaal bij mezelf.
Als ik deze weldadige geluidloosheid nu ook nog eens gelanceerd krijg in mijn woelige hoofd, dan is de vredige rust pas écht compleet... :-)



zaterdag 18 april 2015

Poezenknuffels en knuffelpoezen.

"Ség, allé, gij gaat mij toch ni knuffelen zekerst!!! Laat los, zeg ik u! Laat me loo-oos!" Telkens ik Poekie of Pompon van de vloer durf grabbelen voor een dikke poezenknuffel wriemelen ze zich onmiddellijk zacht doch met overtuiging uit m'n armen los. 't Zijn jongens, hé, én technisch gezien ook tieners... Flodderen met hun poezenmoeder? Dat had je gedàcht! No way!
En dat vind ik natuurlijk wel een beetje spijtig...
Pas op, ze zien me graag, hoor, en dat laten ze ook weten.
Tussen het wilde spelevechten, de opwindende jachtpartijen op god-mag-weten-wat en de eindeloze voetbal- en basketbalsessies door komt er altijd wel ééntje, lang uitgestrekt naast me op de zetel of op den bureau, even in de rapte onder z'n oksels of over z'n buikske laten wrijven, of toch minstens een vlugge aai over z'n bolleke halen. Of ik krijg, in 't voorbijgaan, bijna stiekem, een kopje. Maar verder is de boodschap duidelijk: aan ons lijf géén 'pakken en scharen'!
Tot het een uur of 3 's nachts is...
Rond dat tijdstip sluipt er, bijna elke nacht, iemand met zachte voetjes voorzichtig over het krakende dekbed om zich, altijd links van me, liefst in mijn open hand en ook graag zo dicht mogelijk bij mijn hoofd, half op het kussen, en al dan niet met van die knedende pootjes, tevreden ronkend te komen nestelen. Da's Pompon.
Op datzelfde nachtelijke moment wriemelt er zich, uitsluitend rechts van mij, meestal iets donzig zacht met een nat snuffelneusje en graaipootjes mee ónder datzelfde dekbed, om zich, al naar gelang hoe ik lig, tegen m'n rug of zijkant of in m'n oksel neer te ploffen. Soms her-legt hij zich een keer of 3, 4, om maar zo dicht mogelijk te liggen, liefst nog met een arm van mij stevig rond hem. Poekie dus.
Ja, het maakt me altijd even wakker... En ja, ik kan en mag daarna absoluut niet meer bewegen of anders gaan liggen... En ja, soms ik stel me de vraag of dat allemaal wel zo hygiënisch is...  
Voorlopig kan me dat allemaal niet schelen. In het donkerste van de nacht blijken m'n twee stoere ventjes dan toch nog een ietsiepietsie Kristina's kleine troeteltjes te zijn, en dat is alleen maar onmetelijk vertederend. ;-)