Voorlopig heb ik absoluut niets van dat coronavirus geweten. Nog steeds rond -iets ronder zelfs- en gezond. Op het gewone occasionele hoestje of niesje na natuurlijk. Maar daar gaan we niet over vallen, hé.
Allé, 't is te zeggen. 'k Heb aan heel die lockdown blijkbaar toch wel iets overgehouden, vrees ik... Er heeft zich een ware puzzelpassie van mij meester gemaakt! Ge zoudt zelfs kunnen zeggen da'k een beetje verslaafd geraakt ben...
De afgelopen jaren hield ik al behoorlijk veel van mijn dagelijkse puzzel. Nee, niet zo ééntje uit een kartonnen doos, die je op tafel uitkiepert en die dan diezelfde tafel dagenlang volledig voor gelijk wat anders onbruikbaar maakt. Niet zo'n puzzel waarvan je gegarandeerd een paar keer stevig gaat vloeken omdat de poezen, hoe sympathiek bedoeld ook, enthousiast mee wilden helpen en in hun eindeloze nieuwsgierigheid en speelsheid elke vorm van orde in de te leggen stukjes systematisch ongedaan maken. Net zoals je met absolute zekerheid tal van stukjes kwijtraakt omdat die leuke rare kartonnen dingetjes met een nog ongekende geur perfect als geïmproviseerde prooi ontzettend plezant door alle kamers heen en weer gespeeld kunnen worden. Net zolang tot die twee jagertjes ze zelf niet eens meer weten liggen... En ge kent dat wel: maanden later floept er op gepaste tijden dan nog steeds af en toe ééntje onverwacht de stofzuiger in. Nee, geen tastbare puzzels voor mij dus. Ik puzzel al jaren online!
Het begon met één puzzel per dag via de site Daily Jigsaw, die elke dag van het jaar ergens tussen 12 en 13 uur een nieuwe puzzel lanceert. Je kan zelf de moeilijkheidsgraad instellen met het aantal stukjes én hun de vorm. Ik kies altijd het meeste aantal stukjes, dan ben ik lekker een tijdje bezig. Soms is het een makkelijke prent, dan volstaan 30 minuutjes. Soms is het een plaatje waarvan alle stukjes bijna exact op elkaar lijken. Dan moet er behoorlijk wat geduld geoefend worden en kost het me natuurlijk een pak meer tijd. En om het extra spannend te maken, laat ik me altijd verrassen door het eindresultaat. 'k Wil op voorhand niet weten welke afbeelding het wordt en zal dus tijdens het maken van de puzzel zeker niet spieken. Na al die tijd kijk ik er nog steeds naar uit, naar dat dagelijks legpuzzeltje. 't Is als een soort ankerpunt in mijn dag. Ik baal als een stekker en 'k kan zelfs wat van slag zijn als die (ik zeg het er maar bij: door reclame gesponsorde en daardoor misschien niet altijd even 'veilige') site eens een paar dagen platligt...
Geweldig genietend van dat dagelijkse puzzelmomentje wou ik af en toe méér. En tevens de zekerheid dat ik alle dagen sowieso toch tenminste één puzzel te maken hád. Talloze puzzelsites passeerden het scherm van mijn computer, maar niet één voldeed. Te kinderlijk, teveel reclame, te riskant, teveel frutsels eromheen, teveel geluiden, schreeuwlelijke vormgeving, afschuwelijke prentjes... Doch, wie zoekt, die vindt, hé. En ik vond!
Heel erg per ongeluk klikte ik, zo ongeveer een half jaar geleden, Jigsaw Planet open, en ontdekte daarmee een fenomenale puzzelschat! Werkelijk duizenden puzzels staan er voor je klaar, elke dag komen er nog nieuwe bij, en absoluut voor elk wat wils. Veel stukjes (het maximum is 300, anders past het niet meer op je computerscherm...), weinig stukjes (slechts 24, dat moet lukken, hé); nog zelf te roteren in de juiste richting, of al allemaal voor jou gesorteerd qua oriëntatie; en naargelang de puzzel in kwestie is er ook nog keuze uit verschillende puzzelstukjesvormen, waarvan sommige verrassend lastig. Plaatjes zijn in echt álle mogelijke en onmogelijke stijlen. Als je hier je goesting niet vindt... En, zie je een prachtig prentje, dat je echt super graag in elkaar wil puzzelen, maar vind je het net teveel of te weinig stukjes hebben, dan kan je ook dat aanpassen. Alle puzzels worden gemaakt op de site zelf, door mensen die net als jij graag puzzelen. Als je op de site inlogt, kan je dat dus ook, zelf puzzels maken en delen. Of je kan jouw favoriete puzzelmakers 'volgen' en je meteen met hun laatste nieuwe creaties amuseren. Maar dat hoeft allemaal niet. Geen verplichtingen. Ook 'niet-ingelogd' scrol je naar hartenlust door al het moois en puzzel je zoveel (of zo weinig) je wenst.
Ik zelf ben dol op puzzels met het maximumaantal stukjes, liefst nog zonder oriëntatie, met of ontzettend veel kleine getekende figuurtjes en voorwerpjes in een uitermate gedetailleerd decor; of schilderijen van schitterende landschappen, al dan niet met kleurrijke zonsondergang, sprookjeshuisjes in weelderige bloementuintjes, en die overbekende Oud-Hollandse bloemstillevens. In het eerste geval lijkt niet één stukje bij een ander te passen, want elk op zich zijn ze als piepkleine apart prentjes. In het tweede geval maken de borstelstreken en het bijzonder kleurgebruik van elke artiest het puzzelen extra interessant en spannend.
Urenlang kan ik er ondertussen mee bezig zijn, met dat geconcentreerd stukjes in elkaar passen online. Er gaat geen dag meer voorbij zonder een puzzel of twee. 't Is echt een passie geworden. 'k Zou het zelfs nog moeilijk kunnen missen, denk ik. Ja, 'verslaafd' zal dan misschien toch wel 't juiste woord zijn... Noem het hoe je wil, mijn puzzelafhankelijkheid heeft vooral goede gevolgen. Ik vergeet er bijvoorbeeld even al m'n zorgen door. Puzzelen heeft ook een ontzettend ontspannende werking op mij. Het relaxt me volledig, maakt m'n hoofd vrij en bezorgt me simpelweg een vredig geluksgevoel. Niks op de televisie? Computer op en puzzelen maar! Stresstelefoontje? Efkes een puzzeltje leggen en we zijn weer helemaal zen! Geen inspiratie voor wat dan ook? Tijdens 't puzzelen komen de beste ideeën als vanzelf naar boven drijven! Baaldag? Niets dat een puzzel of twee niet beter maakt! En de poezen, die zitten hier gezellig naast me zonder dat ik moet vrezen voor rondvliegende of verdwijnende puzzelstukjes...
Aan twee maanden lockdown hoef je dus niet per se nare ervaringen of lastige herinneringen over te houden. Je kan ook geweldig gepassioneerd raken van een gezellig, ontspannend en totaal onschadelijk tijdverdrijf. Zoals mijn kleine puzzelverslaving bijvoorbeeld. Iets waar ik duidelijk -nu ik dit verhaal even herlas- al met minstens even veel hartstocht en enthousiasme over vertel... ;-)
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label rust. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rust. Alle posts tonen
dinsdag 19 mei 2020
woensdag 4 september 2019
Just a perfect day.
♪♫♪"Just a perfect day, Seen amimals in the zoo..."♪♫♪ Dat ongelofelijk mooie liedje -één van m'n all time favorites- zingt al de hele dag door m'n hoofd, want gisteren wás ook een perfecte dag! En te bedenken dat ik hem bijna gemiste, dat ik hem bijna zélf afgezegd had... Maandagnamiddag zat ik, na m'n voorlopig laatste lange ochtend werken, op de tram zwaar op m'n lip te bijten, om van puur pijn niet 'en plein public' in dikke tranen uit te barsten. Eenmaal thuis aangekomen zat er niks anders op dan met wat pijnstillers in m'n bed te kruipen, met heel m'n hart hopend op enige beterschap. Dinsdag stond er namelijk iets gepland waar ik erg naar uit keek en dat ik al een paar keer door andere omstandigheden had moeten uitstellen: een dagje uit naar Plankendael! Afgelopen zomer was er voor mij nog niet echt zo een speciale 'vakantie-uitstap' geweest. Dit jaar kwam dat natuurlijk vooral door het tijdelijk weer aan het werk zijn en het ter recuperatie daarvan, en daarvoor, nodig hebben van zowat absoluut élk vrij moment. En, uiteraaaaard, ook, zoals al zovele jaren een niet onbekend verhaal voor de trouwe lezers, door het volstrekt ontbreken van de nodige fondsen... Doch, niet getreurd als je lieve vrienden hebt!... Vriendin Nancy kreeg wegens het laattijdig af zijn van het nieuwe Bonobo-verblijf twee gratis toegangstickets, en wat doe je daar mee als je zelf een abonnement hebt? Eens bij die immer enorm dankbare en super enthousiaste Kristina polsen, hé!... giechel giechel
Het meer dan 12 uur plat liggen hielp net genoeg om de voor mij zo heugelijke dag alsnog aan te vatten. Voorzien van de twee gratis inkomkaartje, -drie keer gecheckt, dat spreekt voor zich- en van alles wat je verder op zo'n uitstapje nodig kan hebben; en leuk, doch vooral praktisch aangekleed verliet ik opgewekt m'n appartementje, richting tram en trein, om vriendin Lena, mijn bijzonder goed gezelschap voor deze dag, al halverwege tegemoet te komen. En alsof ik nog even zeeeer ernstig getest moest worden of ik écht wel klaar voor was voor dit uitje, slipte ik op de stoep 200 meter verder, nog in het zicht van de voordeur, scheef uit m'n net niet vast genoeg zittende sandaal en sloeg 'boempatat' keihard op m'n rechterkant tegen de plaveien! AUW! Een erg lieve mevrouw, die me tot haar eigen grote schrik als een blok had zien neergaan, haastte zich om me heel voorzichtig van de straatstenen te plukken. Niks gebroken, niks kapot. Allé, toch niet meer dan gewoonlijk. Nog verdwaasd en serieus na-bibberend vervolgde ik m'n pad. Gek eigenlijk, dat op zo'n moment niets in je overweegt om weer naar huis te gaan, daar wordt zelfs niet één seconde aan gedacht. Je verstand kan precies uitsluitend en alleen nog dat vooraf opgestelde en voor slecht één moment onderbroken draaiboek verder afwerken. Pas op de trein ontwaakte ik weer uit die waas en drong het besef van wat er gebeurd was pas goed tot me door, zowel fysiek als psychisch... Gelukkig hadden we nog meer dan genoeg tijd voor een aangename koffiepauze bij Lena thuis, tijd om weer helemaal tot rust te komen en de schrik volledig te boven te geraken. En dan, eindelijk: op, naar Plankendael!
De parking was nagenoeg leeg. We lieten de auto achter vlák voor de ingang! Dichter had niet mogelijk geweest. Ook het dierenpark zelf lag er wat verlaten bij, maar wij vonden dat fantastisch! Al de drank-, soevenir- en eetkraampjes mochten dan allemaal dicht zijn, dat maakte ons niks uit. Daar kwamen we ook niet voor. Wel om dieren te zien! En bij elk leefgebied stonden we, zonder voorkruipende of opdringerige andere mensen, op de eerste rij, met onze neus overal pal bovenop. Ongestoord mochten we luisteren naar de interessante uitleg van de verzorgers en ik denk dat ik nog nooit eerder zóveel dieren op één dag te eten heb zien krijgen! Zaaaaaaalig!!! Met onderbreking van een koffie/chocomel-pauze-met-wafel rond 12 uur en een behoorlijk stevig warme maaltijd rond 14 uur kuierden we in totaal iets meer dan 6 uur lang rond, met volle teugen genietend van zowel de fauna als de flora, en van de heerlijke rust. Volgens mij heb ik nu voor het eerst ook eens echt voor de volle 100% het hele Plankendaeldomein gezien. Elk hoekje en elk hokje, elk boompje en elk stroompje, en echt elk dier kwam in ons vizier. (Genoeg gerijmd nu!) Op ons duizend gemakjes bekeken we absoluut álles, want er was zowel tijd als ruimte voor. Super, toch?! En in het goede gezelschap van een echte vriendin -niets moet, alles kan- is dat alleen maar allemaal bijzonder deugddoend!
Het meer dan 12 uur plat liggen hielp net genoeg om de voor mij zo heugelijke dag alsnog aan te vatten. Voorzien van de twee gratis inkomkaartje, -drie keer gecheckt, dat spreekt voor zich- en van alles wat je verder op zo'n uitstapje nodig kan hebben; en leuk, doch vooral praktisch aangekleed verliet ik opgewekt m'n appartementje, richting tram en trein, om vriendin Lena, mijn bijzonder goed gezelschap voor deze dag, al halverwege tegemoet te komen. En alsof ik nog even zeeeer ernstig getest moest worden of ik écht wel klaar voor was voor dit uitje, slipte ik op de stoep 200 meter verder, nog in het zicht van de voordeur, scheef uit m'n net niet vast genoeg zittende sandaal en sloeg 'boempatat' keihard op m'n rechterkant tegen de plaveien! AUW! Een erg lieve mevrouw, die me tot haar eigen grote schrik als een blok had zien neergaan, haastte zich om me heel voorzichtig van de straatstenen te plukken. Niks gebroken, niks kapot. Allé, toch niet meer dan gewoonlijk. Nog verdwaasd en serieus na-bibberend vervolgde ik m'n pad. Gek eigenlijk, dat op zo'n moment niets in je overweegt om weer naar huis te gaan, daar wordt zelfs niet één seconde aan gedacht. Je verstand kan precies uitsluitend en alleen nog dat vooraf opgestelde en voor slecht één moment onderbroken draaiboek verder afwerken. Pas op de trein ontwaakte ik weer uit die waas en drong het besef van wat er gebeurd was pas goed tot me door, zowel fysiek als psychisch... Gelukkig hadden we nog meer dan genoeg tijd voor een aangename koffiepauze bij Lena thuis, tijd om weer helemaal tot rust te komen en de schrik volledig te boven te geraken. En dan, eindelijk: op, naar Plankendael!
De parking was nagenoeg leeg. We lieten de auto achter vlák voor de ingang! Dichter had niet mogelijk geweest. Ook het dierenpark zelf lag er wat verlaten bij, maar wij vonden dat fantastisch! Al de drank-, soevenir- en eetkraampjes mochten dan allemaal dicht zijn, dat maakte ons niks uit. Daar kwamen we ook niet voor. Wel om dieren te zien! En bij elk leefgebied stonden we, zonder voorkruipende of opdringerige andere mensen, op de eerste rij, met onze neus overal pal bovenop. Ongestoord mochten we luisteren naar de interessante uitleg van de verzorgers en ik denk dat ik nog nooit eerder zóveel dieren op één dag te eten heb zien krijgen! Zaaaaaaalig!!! Met onderbreking van een koffie/chocomel-pauze-met-wafel rond 12 uur en een behoorlijk stevig warme maaltijd rond 14 uur kuierden we in totaal iets meer dan 6 uur lang rond, met volle teugen genietend van zowel de fauna als de flora, en van de heerlijke rust. Volgens mij heb ik nu voor het eerst ook eens echt voor de volle 100% het hele Plankendaeldomein gezien. Elk hoekje en elk hokje, elk boompje en elk stroompje, en echt elk dier kwam in ons vizier. (Genoeg gerijmd nu!) Op ons duizend gemakjes bekeken we absoluut álles, want er was zowel tijd als ruimte voor. Super, toch?! En in het goede gezelschap van een echte vriendin -niets moet, alles kan- is dat alleen maar allemaal bijzonder deugddoend!
"Hier valt eigenlijk absoluut niets over te schrijven", zei ik met een zucht tegen Lena, ergens aan het einde van de volledige toer-volgens-plan door het park. "Over een dag, zo rustig dat het iets magisch heeft, niet van deze wereld sereen en vrij van elk soort drama (Behalve dan die ene idiote valpartij, waar we uiteráárd de hele verdere dag zwaar de draak mee gestoken hebben, ge moogt gerust zijn!), over zo'n 'stille' dag, daar valt toch helemaal niks over te schrijven..." "Misschien moet je ook niet percé over alles willen vertellen..." antwoordde Lena toen heel wijs, en ik gaf haar op dat moment ook overschot van gelijk.
Vandaag zocht ik de foto's uit -even kijken wat we op FB gaan zetten, hé- en voelde hoe dat gevoel van rust en vrede me weer helemaal overspoelde. Zelfs m'n dikke, purperblauwe, dan toch nog erg diep geschaafde -en gisterenavond toch behoorlijk bebloede- knie en m'n fantastisch bontgekleurde rechter heup herinneren me uitsluitend aan een wonderlijke, werkelijk unieke dag: in alles 'Just a perfect day', dus.
Vandaag zocht ik de foto's uit -even kijken wat we op FB gaan zetten, hé- en voelde hoe dat gevoel van rust en vrede me weer helemaal overspoelde. Zelfs m'n dikke, purperblauwe, dan toch nog erg diep geschaafde -en gisterenavond toch behoorlijk bebloede- knie en m'n fantastisch bontgekleurde rechter heup herinneren me uitsluitend aan een wonderlijke, werkelijk unieke dag: in alles 'Just a perfect day', dus.
En ja, ge kent mij, hé: op zo'n moment kan ik mezelf er niet zo makkelijk van weerhouden om dat alles niet een ietsiepietsie heel klein beetje met de wereld te delen... Bij deze dus. ♪♫♪ "Just a perfect day, Seen animals in the zoo..." ♪♫♪ 😊
Labels:
blij,
dieren,
fauna,
flora,
heup,
knie,
Lena,
Nancy,
Plankendael,
rust,
uitstap,
vakantie,
vallen
dinsdag 1 januari 2019
Vuurwerkgeknal, poezenverdriet.
Met het zachtjes grijs en besprenkeld door motregen aanbreken van de ochtend op de eerste dag van het nieuwe jaar keerde ook de zo gekoesterde rust en stilte terug. Eindelijk. Een diepe en tevreden zucht van opluchting ontsnapte me. De voorbije nacht was zwaar en vooral eindeloos lang geweest.
Terwijl ik me in m'n ééntje met wat lekkers en een netjes uitgeschonken trappist in de zetel voor de televisie nestelde, barstte bij de buren het feestgedruis los. Het opgewekte gebabbel, met meer dan aanstekelijke lachsalvo's ertussen, wisselde af met al snel half dronken en dus nogal onvaste zangpogingen. De ambiance zat er stevig in, dat was behoorlijk duidelijk. Op zeker moment meende ik zelfs een vrolijke polonaise door de inkomhal te horen dansen. En het welgemeend hartelijke, doch nogal bulderende 'Happy New Year' om middernacht in het trappenhuis en halletje, die hebben ze vast tot op 't 14e gehoord. Maar, gezellig, hoor! Niks op aan te merken. Ja echt, daar heb/had ik allemaal totaal geen probleem mee. Dat moet kunnen, zo eens één keertje in een jaar ferm feesten, zeker in zo'n bijzondere nacht. Niet dan?! Och, da's toch gewoon leuk.
Nee, mijn zorgen lagen elders. Al de hele afgelopen week schrok de buurt met grote regelmaat op door luide knallen. Rare individuen zijn het, hoor, die ongeduldigen, die niet tot middernacht van 31 december kunnen wachten met ontploffen en hun vuurwerk alvast dágen op voorhand 'uitproberen'... En dan meestal nog overdag ook. Dan zié je daar toch helemaal niets van! Of vergis ik me daarin?... Tja, 't zal de kick van de knal zijn, of zo iets, veronderstel ik... Of het stiekeme, iets doen wat niet mag. Zelf, op eigen houtje, zomaar in het wilde weg, vuurwerk afsteken is in heel groot Antwerpen namelijk volledig verboden, en niet alleen op oudejaarsavond. En da's uiteraard voor sommige mensen een 'uitdaging', hé...
Als je in een buurt woont waar regelmatig een stukje drugsoorlog uitgevochten wordt, dan vraag je je trouwens bij elke fikse knal toch even af of het een te vroeg ontstoken vuurpijl was, of mogelijk weer een ergens lukraak binnen gesmeten handgranaat. En een pittige 'pop pop pop' serie of minutenlang ge-'retteketetteketet' kan net zo goed van een semi-automatisch vuurwapen komen waarmee men één of andere gevel of auto aan flarden schiet, als van een lading vers ontstoken vurige voetzoekertjes... Maar ook hiervan lig ik -voorlopig toch- niet echt wakker.
Wat me echt ongerust maakte, waren de twee poezen Poekie en Pompon. Bij elke luide knal -ik schrok me er zelf vaak serieus een hoedje van- nam hun angst een stukje toe, tot op het punt dat ze van puur ellende steeds weer al hun eten over gaven en niet eens meer op de kattenbak durfden. Twee bibberende zenuwzieke bolletjes pluis, verstopt ergens diep onder m'n bed. En de afgelopen week kon ik ze met veel liefde en nog veel meer geduld, wat snoepjes en een paar onweerstaanbare spelletjes uiteindelijk meestal wel overhalen toch tenminste mij weer een beetje te vertrouwen. Maar zo'n volledige nacht, zo'n eindeloos lange duisternis, waarin de explosies urenlang aanhouden... Pffft. Tja, dan is er niks meer aan te doen. Ik kan hun ellende niet meer beter maken. 't Is wachten tot het over is. En al heb ik in vergelijking met vorige jaren hier in mijn directe buurt opvallend minder vuurwerk gezién, de hele nacht lang, van al vroeg in de vooravond tot ver in de ochtend, mocht ik, zoveel meer dan ooit tevoren, een vreselijke, niet aflatende stroom van ontzettend harde -zoveel luider dan vroeger volgens mijn oren- ontploffingsgeluiden aanhóren.
Heel af en toe sloop er in de woonkamer als in een flits een schim van een poesje voorbij, 't buikje plat tegen de vloer, panische angst in de oogjes, op zoek naar een mogelijk nóg beter schuiloord -misschien was het onder de zetel toch veiliger dan onder het bed-, om dan bij de volgende knal als een bliksemschicht terug richting slaapkamer te verdwijnen. De arme beestjes. Ik had er echt vreselijk mee te doen.
Terwijl ik rond middernacht naar buiten stond te kijken, naar de veelkleurige vurige fonkelingen die overal om ons heen de nachtelijk lucht deden oplichten, gingen m'n gedachten naar die zovele andere dieren die, bevangen door angst, nu vermoedelijk ook niet wisten waar nog te schuilen. Zoveel katten, honden, paarden... Hoeveel vogeltjes zouden er van 't verschieten vannacht uit hun boom gevallen zijn? En de sierlijke kleine vleermuizen, die ik de nacht daarvoor nog vrolijk had zien rondfladderen. Die zaten nu vast ergens in een donker hoekje te bibberen van schrik, hun radarsysteem gegarandeerd volledig in de war, met als gevolg dus ook zonder eten vannacht...
O, geloof me, ik heb niks tegen vuurwerk. In tegendeel, ik kan er ook echt van genieten, van al die betoverende glinsterende kleuren, spetters en gensters breed uitwaaierend tegen het donkere hemelgewelf. Overweldigend feestelijk en onbeschrijfbaar prachtig. Maar, te veel is te veel. En dat geldt ook voor mooie dingen. Zoals vuurwerk. Dat moet écht niet al een volledige week van te voren, en 24 uur op 24, en op zowat élk plekje dat je kan bedenken... Een half uurtje, of desnoods een vol uur, ergens op één centrale plek, en er dan met z'n allen samen naar kijken, volstaat dat niet? Voor mij wel. En, zeker weten: voor m'n poezen ook.
Om half vier vannacht had mijn lichaam er genoeg van. Het wou niet langer rechtop blijven, het moest en zou neer liggen. Buiten schoten er links en rechts nog wat verdwaalde pijlen de lucht in, maar de frequentie was gelukkig al zoveel minder. Tijdens de steeds breder wordende rustpauzes tussen de gierende lachaanvallen en het occasionele lallend aanheffen van de zoveelste strofe van een ondefinieerbaar lied van de nachtje-door-doende buren dommelde ik zonder veel moeite stilaan dieper en dieper weg. Poekie en Pompon kropen, veilig dicht tegen me aan, mee onder de knusse lakens en dekens. Met het heel langzaam terugkeren van de vertrouwde zalige rust om ons heen, voelde ik hun lijfjes -begeleid van een ontzettend diepe zucht- eindelijk weer helemaal ontspannen.
Helemaal klaar met "plof, dreun, plets, baboem, knets, klap, pop, bonk, kaboem, pang, blaf, bam, bom, knal en retteketetteketet" zijn we echter nog niet, want zoals er elk jaar steevast een aantal personen veel te vroeg begint met 'knallen', zo is er ook steeds een handvol figuren die nog graag een tijdje door blijven gaan, toch zeker de eerstkomende dagen...
Och, weet je, het ergste is ondertussen alweer gepasseerd, het nieuwe jaar is aangevat, zonder echte ongelukken en met niet al te veel en gelukkig nog nét hanteerbare ellende, dus daar ga ik nu ook niet meer van wakker liggen. In tegendeel zelfs: vannacht slaap ik, al was het maar van puur moeheid, als een zich in rust, stilte en zaligheid wentelend roze roosje! Vermoedelijk met twee opnieuw gelukkige en relaxte pluizige poezenprinsjes naast me.
Gelukkig nieuwjaar, en slaap lekker! 😊
Terwijl ik me in m'n ééntje met wat lekkers en een netjes uitgeschonken trappist in de zetel voor de televisie nestelde, barstte bij de buren het feestgedruis los. Het opgewekte gebabbel, met meer dan aanstekelijke lachsalvo's ertussen, wisselde af met al snel half dronken en dus nogal onvaste zangpogingen. De ambiance zat er stevig in, dat was behoorlijk duidelijk. Op zeker moment meende ik zelfs een vrolijke polonaise door de inkomhal te horen dansen. En het welgemeend hartelijke, doch nogal bulderende 'Happy New Year' om middernacht in het trappenhuis en halletje, die hebben ze vast tot op 't 14e gehoord. Maar, gezellig, hoor! Niks op aan te merken. Ja echt, daar heb/had ik allemaal totaal geen probleem mee. Dat moet kunnen, zo eens één keertje in een jaar ferm feesten, zeker in zo'n bijzondere nacht. Niet dan?! Och, da's toch gewoon leuk.
Nee, mijn zorgen lagen elders. Al de hele afgelopen week schrok de buurt met grote regelmaat op door luide knallen. Rare individuen zijn het, hoor, die ongeduldigen, die niet tot middernacht van 31 december kunnen wachten met ontploffen en hun vuurwerk alvast dágen op voorhand 'uitproberen'... En dan meestal nog overdag ook. Dan zié je daar toch helemaal niets van! Of vergis ik me daarin?... Tja, 't zal de kick van de knal zijn, of zo iets, veronderstel ik... Of het stiekeme, iets doen wat niet mag. Zelf, op eigen houtje, zomaar in het wilde weg, vuurwerk afsteken is in heel groot Antwerpen namelijk volledig verboden, en niet alleen op oudejaarsavond. En da's uiteraard voor sommige mensen een 'uitdaging', hé...
Als je in een buurt woont waar regelmatig een stukje drugsoorlog uitgevochten wordt, dan vraag je je trouwens bij elke fikse knal toch even af of het een te vroeg ontstoken vuurpijl was, of mogelijk weer een ergens lukraak binnen gesmeten handgranaat. En een pittige 'pop pop pop' serie of minutenlang ge-'retteketetteketet' kan net zo goed van een semi-automatisch vuurwapen komen waarmee men één of andere gevel of auto aan flarden schiet, als van een lading vers ontstoken vurige voetzoekertjes... Maar ook hiervan lig ik -voorlopig toch- niet echt wakker.
Wat me echt ongerust maakte, waren de twee poezen Poekie en Pompon. Bij elke luide knal -ik schrok me er zelf vaak serieus een hoedje van- nam hun angst een stukje toe, tot op het punt dat ze van puur ellende steeds weer al hun eten over gaven en niet eens meer op de kattenbak durfden. Twee bibberende zenuwzieke bolletjes pluis, verstopt ergens diep onder m'n bed. En de afgelopen week kon ik ze met veel liefde en nog veel meer geduld, wat snoepjes en een paar onweerstaanbare spelletjes uiteindelijk meestal wel overhalen toch tenminste mij weer een beetje te vertrouwen. Maar zo'n volledige nacht, zo'n eindeloos lange duisternis, waarin de explosies urenlang aanhouden... Pffft. Tja, dan is er niks meer aan te doen. Ik kan hun ellende niet meer beter maken. 't Is wachten tot het over is. En al heb ik in vergelijking met vorige jaren hier in mijn directe buurt opvallend minder vuurwerk gezién, de hele nacht lang, van al vroeg in de vooravond tot ver in de ochtend, mocht ik, zoveel meer dan ooit tevoren, een vreselijke, niet aflatende stroom van ontzettend harde -zoveel luider dan vroeger volgens mijn oren- ontploffingsgeluiden aanhóren.
Heel af en toe sloop er in de woonkamer als in een flits een schim van een poesje voorbij, 't buikje plat tegen de vloer, panische angst in de oogjes, op zoek naar een mogelijk nóg beter schuiloord -misschien was het onder de zetel toch veiliger dan onder het bed-, om dan bij de volgende knal als een bliksemschicht terug richting slaapkamer te verdwijnen. De arme beestjes. Ik had er echt vreselijk mee te doen.
Terwijl ik rond middernacht naar buiten stond te kijken, naar de veelkleurige vurige fonkelingen die overal om ons heen de nachtelijk lucht deden oplichten, gingen m'n gedachten naar die zovele andere dieren die, bevangen door angst, nu vermoedelijk ook niet wisten waar nog te schuilen. Zoveel katten, honden, paarden... Hoeveel vogeltjes zouden er van 't verschieten vannacht uit hun boom gevallen zijn? En de sierlijke kleine vleermuizen, die ik de nacht daarvoor nog vrolijk had zien rondfladderen. Die zaten nu vast ergens in een donker hoekje te bibberen van schrik, hun radarsysteem gegarandeerd volledig in de war, met als gevolg dus ook zonder eten vannacht...
O, geloof me, ik heb niks tegen vuurwerk. In tegendeel, ik kan er ook echt van genieten, van al die betoverende glinsterende kleuren, spetters en gensters breed uitwaaierend tegen het donkere hemelgewelf. Overweldigend feestelijk en onbeschrijfbaar prachtig. Maar, te veel is te veel. En dat geldt ook voor mooie dingen. Zoals vuurwerk. Dat moet écht niet al een volledige week van te voren, en 24 uur op 24, en op zowat élk plekje dat je kan bedenken... Een half uurtje, of desnoods een vol uur, ergens op één centrale plek, en er dan met z'n allen samen naar kijken, volstaat dat niet? Voor mij wel. En, zeker weten: voor m'n poezen ook.
Om half vier vannacht had mijn lichaam er genoeg van. Het wou niet langer rechtop blijven, het moest en zou neer liggen. Buiten schoten er links en rechts nog wat verdwaalde pijlen de lucht in, maar de frequentie was gelukkig al zoveel minder. Tijdens de steeds breder wordende rustpauzes tussen de gierende lachaanvallen en het occasionele lallend aanheffen van de zoveelste strofe van een ondefinieerbaar lied van de nachtje-door-doende buren dommelde ik zonder veel moeite stilaan dieper en dieper weg. Poekie en Pompon kropen, veilig dicht tegen me aan, mee onder de knusse lakens en dekens. Met het heel langzaam terugkeren van de vertrouwde zalige rust om ons heen, voelde ik hun lijfjes -begeleid van een ontzettend diepe zucht- eindelijk weer helemaal ontspannen.
Helemaal klaar met "plof, dreun, plets, baboem, knets, klap, pop, bonk, kaboem, pang, blaf, bam, bom, knal en retteketetteketet" zijn we echter nog niet, want zoals er elk jaar steevast een aantal personen veel te vroeg begint met 'knallen', zo is er ook steeds een handvol figuren die nog graag een tijdje door blijven gaan, toch zeker de eerstkomende dagen...
Och, weet je, het ergste is ondertussen alweer gepasseerd, het nieuwe jaar is aangevat, zonder echte ongelukken en met niet al te veel en gelukkig nog nét hanteerbare ellende, dus daar ga ik nu ook niet meer van wakker liggen. In tegendeel zelfs: vannacht slaap ik, al was het maar van puur moeheid, als een zich in rust, stilte en zaligheid wentelend roze roosje! Vermoedelijk met twee opnieuw gelukkige en relaxte pluizige poezenprinsjes naast me.
Gelukkig nieuwjaar, en slaap lekker! 😊
zondag 2 september 2018
Time out.
Het klokje onder de televisie wijst 1u45 aan. Voor de tweede nacht op rij zit ik suffend in de zetel en tracht m'n hoofd op de minst pijnlijke manier bovenop m'n nek te balanceren. Nog langer in m'n knusse warme bed blijven liggen was alweer geen optie meer. De afgeknelde zenuwen in m'n nek bezorgden me niet alleen nog maar eens stekende hoofdpijn; hoe ik ook draaide of keerde, welke houding ik ook bedacht of uitprobeerde, het gevoel van twee stevig aangedraaide bankvijzen, ééntje boven en ééntje onder m'n elleboog, in m'n rechterarm kreeg ik er ook dit keer niet mee gestild. Ondanks doodmoe en ontzettend slaperig zat er niks anders op dan me, dik met tegenzin, uit het comfortabele nest te wringen en m'n strafste pijnstiller op te snorren; om dan, gehuld in een troostend zacht dekentje en nog steeds op automatische piloot zoekend naar die éne hoofd-nek-rug-houding die mogelijk wat verlichting brengt, half indommelend, in het donker poezen knuffelend, af te wachten tot de medicatie tijdelijk net genoeg verlossing biedt. Och, ik ken het ondertussen al wel, hoor. Het gebeurt immers nog. Vooral als ik me weer eens met volle goesting -'álles geven!'- ergens in gestort heb. En het hoeft niet eens iets spectaculair te zijn. Ik ken op voorhand wat de gevolgen...
Officieel gaat het goed met m'n nek en rug. De neurochirurg noemt de problemen zelfs 'gestabiliseerd'. En dat zijn ze ook. Tenminste, zolang ik zo goed als niks doe... En dan bedoel ik ook letterlijk 'niks', volledig en totaal niks.
En afgelopen week... deed ik vanálles! Zondag een tripje naar een groot tuincentrum, m'n nieuwe visjes kopen en lekker slenteren tussen al de vele fraaie planten en het mooie tuinspul. Maandag en woensdag liep ik, telkens met een andere vriendin, kriskras door de oude stad en heel de Meir op en af, winkel in, winkel uit, koffietje drinken, lunchen. Dinsdag hing ik zowat de hele dag achter m'n computer dringende ontwerpen voor kerst in elkaar te prutsen, en ondertussen draaide de wasmachine op volle toeren. Donderdag moest het huis uitgebreid gepoetst, kregen alle planten, zowel binnen als buiten uitgebreid verzorging, en er werd wat verpot en geplant, geveegd en opgeruimd. Vrijdag was grote-boodschappen-dag: inkopen doen voor de hele komende maand. Weliswaar voor een keertje geweldig luxueus met de auto -waarvoor dank, lieve vriendin-, maar je sleept nog altijd al dat zware spul uit de kofferbak, de trap voor het gebouw op en het appartement binnen, hé... Vrijdagnamiddag, bij dat laatste toertje met de fiets -nog even snel een paar glutenvrije broden inslaan- liet m'n onderrug plots weten dat de emmer vol was. Van het ene moment in het andere werd zelfs normaal stappen een ware hel en raakte ik, fietsend met de snelheid van een slome slak, nog nauwelijks thuis. 'Time out!', schreeuwde m'n lijf luidkeels, en dat was dat. Afgelopen. Geen discussie mogelijk. Point final.
O ja, 'k heb geweldig genoten van al m'n 'evenementen' afgelopen week, zélfs van het poetsen, maar zeg nu eerlijk: zo'n ontzettend straffe of knotsgekke toeren kun je het toch echt niet noemen, en zo verschrikkelijk veel is dat alles bij elkaar nu precies ook weer niet, hé, toch zeker niet voor zeven hele dagen! Goh, waar is de tijd dat ik al deze dingen zo vanzelfsprekend vond, en vermoedelijk ook met gemak in maximum 48 uur samen propte?
Medisch gezien ben ik ondertussen al lang weer 'goed genoeg' bevonden om terug werk te zoeken, of toch alleszins een klein beetje dan. Maar hoe lang zou het duren voor m'n toestand weer razendsnel verslechterd, voor ik opnieuw regelrecht afsteven op de volgende zware operatie? Financieel gezien ben ik ondertussen zowat verplícht om hoogdringend werk te gaan zoeken, of toch minstens een klein beetje, want met m'n uitkering (waarvoor ik natuurlijk wél heel erg dankbaar ben, versta me vooral niet verkeerd!) lukt puur overleven nauwelijks. Maar ook dat solliciteren ligt niet voor de hand: m'n leeftijd werkt niet mee, m'n fysieke toestand uiteraard ook niet, m'n vele jaren ervaring blijken van weinig of geen tel, m'n kleurrijke en vrolijke verschijning past zelden in het plaatje, administratief werk voor 'één of twee dagen' is nagenoeg onvindbaar,... Pffft, wat een vicieuze cirkel. Het is een ware 'catch 22'.
Daarover zit ik dan allemaal wat slaperig na te denken, daar in de zetel in het flodderend gezelschap van m'n twee pluizige huisgenootjes, in het holst van de donkere nacht, m'n hoofd met gemillimeterde precisie balancerend, geduldig wachtend op de verdovende werking van de net ingenomen medicatie.
Maar misschien juist door dat pilleke, of door het wat suffe slaapkopke, ik weet het niet precies, verdwijnt het gepieker telkens langzaam op de achtergrond. Onverwacht genoot ik al twee nachten na elkaar een paar uur extra van die fantastische rust en vrede hier, zeker in die stille duisternis. Het felle maansikkeltje verlichtte exact één streepje woonkamer en achter de tuin twinkelen er altijd wel wat straatlampen. De filter van het aquarium murmelt zoals immer, zachtjes en onverstoorbaar, als ergens in de verte. De kalmte en harmonie van dat kleine stukje wereld om me heen sijpelen steeds weer tot m'n binnenste door, een zalige serene gemoedsrust daalt vertrouwd over me heen. En uiteindelijk, met de geknelde-zenuw-pijnen netjes verdoofd, slaap ik opnieuw, warm en geborgen tussen m'n vele knusse roze dekens en kussen, voor even zorgeloos, de slaap der onschuldigen. We zien wel wat er komt. En om dat allemaal weer aan te kunnen: voorlopig even niks en rusten. 'Time out'!... 😉
Officieel gaat het goed met m'n nek en rug. De neurochirurg noemt de problemen zelfs 'gestabiliseerd'. En dat zijn ze ook. Tenminste, zolang ik zo goed als niks doe... En dan bedoel ik ook letterlijk 'niks', volledig en totaal niks.
En afgelopen week... deed ik vanálles! Zondag een tripje naar een groot tuincentrum, m'n nieuwe visjes kopen en lekker slenteren tussen al de vele fraaie planten en het mooie tuinspul. Maandag en woensdag liep ik, telkens met een andere vriendin, kriskras door de oude stad en heel de Meir op en af, winkel in, winkel uit, koffietje drinken, lunchen. Dinsdag hing ik zowat de hele dag achter m'n computer dringende ontwerpen voor kerst in elkaar te prutsen, en ondertussen draaide de wasmachine op volle toeren. Donderdag moest het huis uitgebreid gepoetst, kregen alle planten, zowel binnen als buiten uitgebreid verzorging, en er werd wat verpot en geplant, geveegd en opgeruimd. Vrijdag was grote-boodschappen-dag: inkopen doen voor de hele komende maand. Weliswaar voor een keertje geweldig luxueus met de auto -waarvoor dank, lieve vriendin-, maar je sleept nog altijd al dat zware spul uit de kofferbak, de trap voor het gebouw op en het appartement binnen, hé... Vrijdagnamiddag, bij dat laatste toertje met de fiets -nog even snel een paar glutenvrije broden inslaan- liet m'n onderrug plots weten dat de emmer vol was. Van het ene moment in het andere werd zelfs normaal stappen een ware hel en raakte ik, fietsend met de snelheid van een slome slak, nog nauwelijks thuis. 'Time out!', schreeuwde m'n lijf luidkeels, en dat was dat. Afgelopen. Geen discussie mogelijk. Point final.
O ja, 'k heb geweldig genoten van al m'n 'evenementen' afgelopen week, zélfs van het poetsen, maar zeg nu eerlijk: zo'n ontzettend straffe of knotsgekke toeren kun je het toch echt niet noemen, en zo verschrikkelijk veel is dat alles bij elkaar nu precies ook weer niet, hé, toch zeker niet voor zeven hele dagen! Goh, waar is de tijd dat ik al deze dingen zo vanzelfsprekend vond, en vermoedelijk ook met gemak in maximum 48 uur samen propte?
Medisch gezien ben ik ondertussen al lang weer 'goed genoeg' bevonden om terug werk te zoeken, of toch alleszins een klein beetje dan. Maar hoe lang zou het duren voor m'n toestand weer razendsnel verslechterd, voor ik opnieuw regelrecht afsteven op de volgende zware operatie? Financieel gezien ben ik ondertussen zowat verplícht om hoogdringend werk te gaan zoeken, of toch minstens een klein beetje, want met m'n uitkering (waarvoor ik natuurlijk wél heel erg dankbaar ben, versta me vooral niet verkeerd!) lukt puur overleven nauwelijks. Maar ook dat solliciteren ligt niet voor de hand: m'n leeftijd werkt niet mee, m'n fysieke toestand uiteraard ook niet, m'n vele jaren ervaring blijken van weinig of geen tel, m'n kleurrijke en vrolijke verschijning past zelden in het plaatje, administratief werk voor 'één of twee dagen' is nagenoeg onvindbaar,... Pffft, wat een vicieuze cirkel. Het is een ware 'catch 22'.
Daarover zit ik dan allemaal wat slaperig na te denken, daar in de zetel in het flodderend gezelschap van m'n twee pluizige huisgenootjes, in het holst van de donkere nacht, m'n hoofd met gemillimeterde precisie balancerend, geduldig wachtend op de verdovende werking van de net ingenomen medicatie.
Maar misschien juist door dat pilleke, of door het wat suffe slaapkopke, ik weet het niet precies, verdwijnt het gepieker telkens langzaam op de achtergrond. Onverwacht genoot ik al twee nachten na elkaar een paar uur extra van die fantastische rust en vrede hier, zeker in die stille duisternis. Het felle maansikkeltje verlichtte exact één streepje woonkamer en achter de tuin twinkelen er altijd wel wat straatlampen. De filter van het aquarium murmelt zoals immer, zachtjes en onverstoorbaar, als ergens in de verte. De kalmte en harmonie van dat kleine stukje wereld om me heen sijpelen steeds weer tot m'n binnenste door, een zalige serene gemoedsrust daalt vertrouwd over me heen. En uiteindelijk, met de geknelde-zenuw-pijnen netjes verdoofd, slaap ik opnieuw, warm en geborgen tussen m'n vele knusse roze dekens en kussen, voor even zorgeloos, de slaap der onschuldigen. We zien wel wat er komt. En om dat allemaal weer aan te kunnen: voorlopig even niks en rusten. 'Time out'!... 😉
zaterdag 11 juni 2016
Shaken, not stirred.
Dat al m'n wervels, van boven tot beneden, van geen beste kwaliteit zijn, dat weet ik ondertussen al geruime tijd. Dat daardoor onnodig zware inspanningen en schokken allerhande best vermeden worden, dat is me ook bekend. En dat met hotsende botsende rammelbussen meerijden daarom eigenlijk al vele jaren geen goed idee meer is, ook daarvan ben ik me terdege bewust.
Maar zonder openbaar vervoer raak ik niet op m'n werk, dus 'verdraag' ik dagelijks 2 busritten van elk een klein half uurtje, waarbij ik vermoedelijk af en toe bijzonder vreemde, misschien zelfs grappige, snuiten trek als er weer eens met een knal een hoge stoep of met een boenk een diepe put 'meegenomen' wordt... Auw. Er zijn dagen dat ik uitgeput bij de receptie aan kom omdat de inspanning van de rit m'n rug nét dat ietsje te veel was, maar over het algemeen klaag ik niet, hoor. Het is te doen. Tot gisteren...
De chauffeur aan het stuur van mijn bus 32 had absoluut geen kaas gegeten van autorijden, laat staan busrijden. Alsof hij nog ergens op een lege supermarktparking voor het eerst leerde schakelen, gas geven en remmen -ge kent dat typische 'geschok' wel- reed hij de héle afstand, meer dan 30 minuten lang, in korte zeer venijnige snokken, de passagiers vooruit, achteruit en van links naar rechts als lappenpoppen door elkaar schuddend. Het was ver-schrik-ke-lijk. Echt, horror. Ik zag oudere personen los van hun zitje knallen, mensen konden zich amper staande houden, bagage kletterde door de ruimte... Als ingrediënten voor een cocktail in een reuzenshaker!
Halverwege die duivelse rit werd de pijn in mijn nek zo allesoverheersend dat paniek me overmande maar van afstappen en de volgende bus nemen was geen sprake: dan kwam ik te laat op m'n werk.
(Wel een beetje bedenkelijk trouwens: dat ik het welzijn van m'n eigen lijf en leden blijkbaar zonder nadenken ondergeschikt maak aan plichtbewust zijn, discipline en mogelijke noden van anderen... Maar da's voor een andere keer.)
Netjes op tijd, weliswaar met pijn in hoofd, schouders en linkerarm maar wel weer helemaal kalm, begon ik moedig en zonder veel tralala aan m'n shift, om na een tijdje toch te constateren dat ik, steeds erger, volledig weg draaide elke keer ik m'n hoofd voorover boog om te schrijven of te typen. Resultaat: na nog wat getwijfel en een paar gesprekjes met verschillende verantwoordelijken, in de auto met vriendin Ingrid, als in een déjà vu, nog maar eens op een vrijdagavond naar de spoed. Al was het maar om niet totaal ongerust aan m'n weekend te moeten beginnen.
De erg vriendelijke en bijzonder charmante spoedarts voerde alle gangbare neurologische, kracht- en bewegingstests met me uit. Afgezien van de pijn bij het op m'n nekwervels duwen -en hij blééf duwen uiteraard- stelde hij gelukkig niets stuk of abnormaal vast. Door de vele, zeer hevige en kort op elkaar volgende snokken waren het 'slechts' m'n spieren, die zich, ter bescherming van m'n wervelkolom, zodanig strak aangespannen hadden dat ze al die pijn, uitstralingen, tintelingen en zelfs het 'uitgaan van m'n licht' veroorzaakten.
Wreed stijf in nek en schouders een weekendje pijnstillers en spierontspanners slikken en platte rust. De was en de plas hier in mijn rommelkot zal dus alwéér wat langer moeten blijven liggen... En maandag 'gewoon' opnieuw naar het werk. Met de bus uiteraard.
Of ik op al die pillen misschien ook nog een trappist mocht drinken, ter ontspanning, vroeg ik giechelend aan de apotheker. "Schitterend idee", vond ze, "zolang je maar niet overdrijft, geen 3, hé", knipoogde ze er achteraan.
Dus ik bekijk het maar weer langst de zonnige kant: met speciale dank aan De Lijn en de knappe spoedarts heb ik dit weekend de officiële toestemming, zwart op wit op papier zelfs, om hier in huis de boel de boel te laten en lekker lui languit op de zetel of in bed door te brengen, zo gewenst zélfs met een lekker biertje er bij, en gelukkig ook met de geruststelling dat er niks 'stuk' is.
Er zijn ergere dingen in de wereld, hé. hihi ;-)
Maar zonder openbaar vervoer raak ik niet op m'n werk, dus 'verdraag' ik dagelijks 2 busritten van elk een klein half uurtje, waarbij ik vermoedelijk af en toe bijzonder vreemde, misschien zelfs grappige, snuiten trek als er weer eens met een knal een hoge stoep of met een boenk een diepe put 'meegenomen' wordt... Auw. Er zijn dagen dat ik uitgeput bij de receptie aan kom omdat de inspanning van de rit m'n rug nét dat ietsje te veel was, maar over het algemeen klaag ik niet, hoor. Het is te doen. Tot gisteren...
De chauffeur aan het stuur van mijn bus 32 had absoluut geen kaas gegeten van autorijden, laat staan busrijden. Alsof hij nog ergens op een lege supermarktparking voor het eerst leerde schakelen, gas geven en remmen -ge kent dat typische 'geschok' wel- reed hij de héle afstand, meer dan 30 minuten lang, in korte zeer venijnige snokken, de passagiers vooruit, achteruit en van links naar rechts als lappenpoppen door elkaar schuddend. Het was ver-schrik-ke-lijk. Echt, horror. Ik zag oudere personen los van hun zitje knallen, mensen konden zich amper staande houden, bagage kletterde door de ruimte... Als ingrediënten voor een cocktail in een reuzenshaker!
Halverwege die duivelse rit werd de pijn in mijn nek zo allesoverheersend dat paniek me overmande maar van afstappen en de volgende bus nemen was geen sprake: dan kwam ik te laat op m'n werk.
(Wel een beetje bedenkelijk trouwens: dat ik het welzijn van m'n eigen lijf en leden blijkbaar zonder nadenken ondergeschikt maak aan plichtbewust zijn, discipline en mogelijke noden van anderen... Maar da's voor een andere keer.)
Netjes op tijd, weliswaar met pijn in hoofd, schouders en linkerarm maar wel weer helemaal kalm, begon ik moedig en zonder veel tralala aan m'n shift, om na een tijdje toch te constateren dat ik, steeds erger, volledig weg draaide elke keer ik m'n hoofd voorover boog om te schrijven of te typen. Resultaat: na nog wat getwijfel en een paar gesprekjes met verschillende verantwoordelijken, in de auto met vriendin Ingrid, als in een déjà vu, nog maar eens op een vrijdagavond naar de spoed. Al was het maar om niet totaal ongerust aan m'n weekend te moeten beginnen.
De erg vriendelijke en bijzonder charmante spoedarts voerde alle gangbare neurologische, kracht- en bewegingstests met me uit. Afgezien van de pijn bij het op m'n nekwervels duwen -en hij blééf duwen uiteraard- stelde hij gelukkig niets stuk of abnormaal vast. Door de vele, zeer hevige en kort op elkaar volgende snokken waren het 'slechts' m'n spieren, die zich, ter bescherming van m'n wervelkolom, zodanig strak aangespannen hadden dat ze al die pijn, uitstralingen, tintelingen en zelfs het 'uitgaan van m'n licht' veroorzaakten.
Wreed stijf in nek en schouders een weekendje pijnstillers en spierontspanners slikken en platte rust. De was en de plas hier in mijn rommelkot zal dus alwéér wat langer moeten blijven liggen... En maandag 'gewoon' opnieuw naar het werk. Met de bus uiteraard.
Of ik op al die pillen misschien ook nog een trappist mocht drinken, ter ontspanning, vroeg ik giechelend aan de apotheker. "Schitterend idee", vond ze, "zolang je maar niet overdrijft, geen 3, hé", knipoogde ze er achteraan.
Dus ik bekijk het maar weer langst de zonnige kant: met speciale dank aan De Lijn en de knappe spoedarts heb ik dit weekend de officiële toestemming, zwart op wit op papier zelfs, om hier in huis de boel de boel te laten en lekker lui languit op de zetel of in bed door te brengen, zo gewenst zélfs met een lekker biertje er bij, en gelukkig ook met de geruststelling dat er niks 'stuk' is.
Er zijn ergere dingen in de wereld, hé. hihi ;-)
Labels:
arts,
bus,
De Lijn,
nek,
openbaar vervoer,
pijn,
pillen,
rust,
schokken,
spoed,
trappist,
weekend,
wervels
dinsdag 19 mei 2015
The Sound of Silence.
Na meer dan zeven jaar een vreselijke lawaai-hel te hebben overleefd verbaas ik me, anderhalf jaar later, nog dagelijks over de heerlijke eindeloze stilte van mijn huidige appartement.
Elke avond opnieuw kruip ik met een gelukzalige glimlach onder de wol, omringt door een geluidloos donker. Hemels, zo liggen luisteren naar niets. Dit is het dus, het geluid van de stilte.
Jawel, heel af en toe durven de piepjonge buren, zot verliefd als ze nog zijn, wel eens tot een gat in de nacht giechelen en gillen, onderstreept door een stevige basdreun. In de kamer vlàk bóven m'n geliefde bed met de roze lakens en het zacht krakende dekbed uiteraard. Maar eerlijk is eerlijk: hun kabaal komt bijlange niet in de buurt van wat ik vroeger doorstond... En ondertussen houdt zelfs dat dolle gedoe me al niet eens meer uit m'n slaap.
Het getik van poezennageltjes op de houten vloer en het getak van het occasioneel aanslaan van de verwarming zijn de enige geluiden die de rust van de nacht heel zachtjes doorbreken.
Het tevreden geronk van m'n twee kattenkinderen dicht bij me in het knusse bed klinkt in al die kalme stilheid trouwens vaak zo oorverdovend dat ik er altijd even om moet lachen.
Ook overdag verstoort weinig deze zoete sereniteit.
Dicht kletterende deuren en gonzende liftbewegingen, licht galmende voetstappen en geanimeerde gesprekken, blaffende hondjes en de stofzuiger van de conciërge, al deze geluiden sijpelen gedempt vanuit de inkomhal van het gebouw langst mijn voordeur naar binnen en omhangen me met een warm thuis-gevoel. Ik ben op mezelf maar niet alleen.
Soms hoor ik ergens een wasmachine zwieren, een bad dat leegloopt of een toilet dat men doortrekt. Af en toe wordt er op één of andere verdieping eens getimmerd, gezaagd of geboord. En elke week weer komen de tuinmannen met brommende grasmaaiers en brullende bladblazers het groene uitzicht even geluidsonveilig maken. Maar meestal overheerst die zaligmakende rust en vredevolle stilte.
Langzaam maar zeker kom ik zo weer helemaal bij mezelf.
Als ik deze weldadige geluidloosheid nu ook nog eens gelanceerd krijg in mijn woelige hoofd, dan is de vredige rust pas écht compleet... :-)
Elke avond opnieuw kruip ik met een gelukzalige glimlach onder de wol, omringt door een geluidloos donker. Hemels, zo liggen luisteren naar niets. Dit is het dus, het geluid van de stilte.
Jawel, heel af en toe durven de piepjonge buren, zot verliefd als ze nog zijn, wel eens tot een gat in de nacht giechelen en gillen, onderstreept door een stevige basdreun. In de kamer vlàk bóven m'n geliefde bed met de roze lakens en het zacht krakende dekbed uiteraard. Maar eerlijk is eerlijk: hun kabaal komt bijlange niet in de buurt van wat ik vroeger doorstond... En ondertussen houdt zelfs dat dolle gedoe me al niet eens meer uit m'n slaap.
Het getik van poezennageltjes op de houten vloer en het getak van het occasioneel aanslaan van de verwarming zijn de enige geluiden die de rust van de nacht heel zachtjes doorbreken.
Het tevreden geronk van m'n twee kattenkinderen dicht bij me in het knusse bed klinkt in al die kalme stilheid trouwens vaak zo oorverdovend dat ik er altijd even om moet lachen.
Ook overdag verstoort weinig deze zoete sereniteit.
Dicht kletterende deuren en gonzende liftbewegingen, licht galmende voetstappen en geanimeerde gesprekken, blaffende hondjes en de stofzuiger van de conciërge, al deze geluiden sijpelen gedempt vanuit de inkomhal van het gebouw langst mijn voordeur naar binnen en omhangen me met een warm thuis-gevoel. Ik ben op mezelf maar niet alleen.
Soms hoor ik ergens een wasmachine zwieren, een bad dat leegloopt of een toilet dat men doortrekt. Af en toe wordt er op één of andere verdieping eens getimmerd, gezaagd of geboord. En elke week weer komen de tuinmannen met brommende grasmaaiers en brullende bladblazers het groene uitzicht even geluidsonveilig maken. Maar meestal overheerst die zaligmakende rust en vredevolle stilte.
Langzaam maar zeker kom ik zo weer helemaal bij mezelf.
Als ik deze weldadige geluidloosheid nu ook nog eens gelanceerd krijg in mijn woelige hoofd, dan is de vredige rust pas écht compleet... :-)
Abonneren op:
Posts (Atom)





