Posts tonen met het label bus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bus. Alle posts tonen

dinsdag 18 februari 2020

Twee dames op de bus.

Zo'n minuscuul, ietsiepietsie maar ontzettend warm verhaaltje uit een ver verleden, lang voor mijn 'echte' blogjes, dat mag ter afwisseling ook wel eens, hé. En hoe kort het ook is, er zit zoveel 'verhaal' in. Het had het begin van een spannende roman kunnen zijn, of de inspiratie voor een volledige film. Er valt immers nog zoveel nog tussen de lijnen te lezen... Maar, net zo goed volstaan deze paar woorden, en is hiermee alles al verteld... Daarover mag jij zelf beslissen. En hoe het ook zij, wat je er ook van denkt of vindt: sowieso schreef ik, vandaag exact 8 jaar geleden, 17 februari 2012, met een ontzettend brede glimlach de volgende lijnen neer op mijn Facebookpagina. 
"Alice, zo een zeldzame échte dame, ik schat haar een jaar of 75, zit regelmatig op dezelfde bus als ik. Haar sneeuwwitte haren steeds feestelijk in een kapsel uit dezelfde eeuw als het mijne...
Vandaag had ik eindelijk de moed om haar eens aan te spreken. En dat maakte haar oprecht heel blij!
Daar reden zij dan: allebei de handtas op schoot, handschoentjes en paraplu, keurig verzorgd en gekapt, de ene al wat ouder, de andere nog iets jonger.
Ge zou er een foto van moeten kunnen maken...
Twee dames op een bus." ;-) 




vrijdag 7 februari 2020

Een kotselijk verhaaltje.

Nee, er staat geen schrijffout in de titel van dit verhaal. Ik heb de letters van het tweede woord niet per ongeluk door elkaar gehaald. En wie weet ben jij misschien wel één van die mensen die dit een koSTelijk verhaal zouden vinden, maar als je ook maar enigszins de neiging naar een zwakke maag hebt, dan raad ik je ten stelligste aan vanaf hier niet meer verder te lezen!...
U bent er nog? U leest toch nog verder? Oké dan. Je kan niet zeggen dat ik je niet verwittigd heb, hé, dus straks niet komen klagen, hoor!...
Zoals ik al wel eens eerder vertelde, ligt de oorsprong van mijn blogjes bij de miniverhaaltjes met belevenissen uit mijn alledaagse leven, die ik zo kort en bondig als mogelijk neerpende en deelde op Facebook. En in het zowat dagelijks weergeven van 'herinneringen van X aantal jaar geleden' verrast FB mij nog regelmatig met m'n eigen vergeten pareltjes. 
Zo ook gisteren. Dit waargebeurde -dat zweer ik op mijn communiezieltje- en zonder enige vorm van overdrijven neergeschreven verhaaltje van exact 5 jaar geleden; een 'belevenis' op bus 32, onderweg naar mijn toenmalig receptiewerk in Edegem; kwakte zichzelf vlak na m'n middageten genadeloos hard in m'n maag... En een schoon blinkend 'pareltje' kan je dit écht niet noemen, vrees ik.
"Kotst u, net als ik, ook gezellig mee als u iemand anders dat hoort of ziet doen? Hou de emmer dan al maar klaar voor mijn volgende verhaal!... Toen ik vanmiddag op de bus wou stappen draaide de man voor mij zich plots om en kotste vlak langst me heen in alle hevigheid z’n ziel en zaligheid uit. Geen ‘sorry’ of niks. Lichtjes in shock en al een klein beetje misselijk nam ik achter in de bus plaats. De man in kwestie, vergezeld van z’n vrouw, kwam achter me zitten. En we waren nog niet goed vertrokken of, jawel hoor, daar spletterde de gal al door het gangpad. Zonder verpinken stonden ze op en gingen een beetje verder zitten. Tussen de Rooseveltplaats en Berchem-statie heeft dit scenario zich 3 keer herhaald. Het kostte me écht àl m’n zelfbeheersing om niet zelf over m’n nek te gaan! Aan de statie ben ik afgestapt en heb de volgende bus verder naar ‘t werk genomen, voor de rest van de middag zo mottig als ‘k weet ni hoe wa..."
Mijn lichaam reageerde hevig. En onmiddellijk. Alsof het allemaal opnieuw vlak voor me gebeurde. Wat moet dat toen een ongelofelijke en onuitwisbare indruk op me gemaakt hebben, want meteen zat die walgelijke stank weer diep in m'n neus en draaide mijn maag toerkes als een dolle paardenmolen op de kermis. Misselijk hing ik voor de rest van de namiddag een beetje zombieachtig in het huis rond.
De avond viel, m'n maag kwam eindelijk tot rust, en het avondeten smaakte zelfs.
Zittend achter m'n computer, een poging doende om nog wat van die blogjesachterstand en dat inhaalmanoeuvre verder te werken, hoor ik op een 'gewoon' moment achter me, vanuit de wc en/of de badkamer meestal vaag wat geluiden uit andere appartementen. Achter een stevig vastgeschroefd houten luik in m'n kleinste kamerke loopt namelijk een enorme schacht tot helemaal boven in het gebouw, en in die schacht zitten o.a. grote afvoerbuizen. Een bad dat leegloopt, een toilet dat doorgetrokken wordt of een swingend wringende wasmachine, het weerklinkt in meerdere of mindere mate allemaal in mijn persoonlijke wc ruimte. Da's normaal, ik hoor het nog amper. Deel uitmakend van de achtergrondgeluiden en het zachte geroezemoes van het gebouw geeft het me meestal een fijn 'thuis'-gevoel.
Maar dit, dit was duidelijk geen 'gewoon' moment... Verre van! Amai amai!
Ergens in een toilet heel erg vlakbij -tegenover, vlak boven of schuin boven het mijne- stond er iemand mi-nu-ten-lang ver-schrik-ke-lijk over te geven. Echt, het bleef maar duren. Alsof er nooit een eind aan zou komen. Die kotste letterlijk de ziel uit z'n lijf! En, volgens de weerzinwekkende geluiden die ik zelfs met de deur van mijn toilet volledig dicht tot bij m'n bureautje hoorde galmen, ook z'n hart, z'n nieren en z'n zaligheid erbij! Mijn god, wat een ellende! 'k Had oprecht ontzettend met die mens te doen, zo ziek als hij was, amai!...
En lag het nu aan het toeval, da'k nog maar net bekomen was van m'n eigen story van 5 jaar geleden, of kwam het door puur 'sympathiek' gezellig mee te willen braken -een neiging waaronder ik, zoals vele mensen, al heel m'n leven gebukt ga-, op slag was ook ik weer kotsmisselijk, 
man man man, echt zo afgrijselijk mottig dat woorden tekort schieten om het te beschrijven. Er zat niet veel anders op dan maar weer wreed onpasselijk en met dat ziekelijk wee gevoel in m'n maag in de zetel te gaan liggen bekomen, om, al snel daarna, en nog steeds behoorlijk slappekes, van puur arremoei maar eens extra vroeg in bed te kruipen.
Vanochtend was de misselijkheid gelukkig over. Oef. Maar nu ik, een heel klein beetje tegen beter weten in, heel dat kostelijk kotselijk verhaal hier toch neergeschreven heb, denk ik da'k maar wéér efkes ergens wat ga liggen liggen... En u misschien ook. ;-)




dinsdag 9 juli 2019

Over tramtoestanden en nekknelpunten.

Sinds een dikke 2 weken ben ik tijdelijk eventjes terug aan het werk, als interim-receptioniste, vakantievervanging. Meteen met veeeeel te veel uren per week, maar mijn ongelofelijk sympathieke, meedenkende en mij volledig begrijpende controledokter van het ziekenfonds -die er ondertussen trouwens ook voor zorgde dat ik vanwege de ernst van mijn nekproblematiek arbeidsongeschikt verklaard ben tot aan mijn pensioen- stond het me éénmalig toe, dus uitsluitend voor dit contract van 2 maanden, zodat ik –en ik citeer haar- ‘aan den lijve kan ondervinden dat mijn lichaam dat niet meer aan kan’. En ik moet nu reeds toegeven dat ze, jammer genoeg, groot gelijk heeft...
t Is te zeggen. Mits alles ont-zet-tend rustig te doen, mij in absoluut niets te laten opjagen, na m’n uren en in ’t weekend eigenlijk niet veel meer te doen dan te eten en te slapen, en af en toe één van die superpijnstillers te nemen, viel het me eerlijk gezegd nog redelijk mee. Niet dat de situatie ideaal is, zeker niet, maar zo zou ik dit tijdelijke contract tenminste met opgeheven hoofd –behoorlijk letterlijk, in mijn geval! hahaha- kunnen volbrengen, dacht ik, vol doorzettingsvermogen, goede moed en een ijzeren wil.
Sinds vanochtend echter denk ik daar wel even anders over…
Nondepitjes nondepitjes nondepitjes! Wat was dát, zeg! Ze kunnen er bij De Lijn uiteraard ook niet aan doen dat er iets cruciaals stuk gaat en daardoor alle metroverkeer onmogelijk wordt. Dus versta me niet verkeerd, ik ben niet boos of zo, hoor. ’t Vroeg alleen verschrikkelijk straffe heksentoeren om überhaupt nog érgens te geraken, laat staan op tijd…
Ik vertrek steeds zeer goed op tijd, eigenlijk meestal zelfs belachelijk veel te vroeg. Simpelweg om nooit te moeten stressen, want da’s ook wreed nefast voor mijn arme nekske. Maar vooral om het laatste stukje van de tramhalte tot aan m’n tijdelijke werkplek, een kleine kilometer te voet, in een bijzonder comfortabel tempo af te kunnen leggen, onderweg volop genietend van het zonnetje en de bloemetjes en al het andere moois dat er zoal te zien valt.
Na 10 minuutjes aan de tramhalte van tram 5, bij mij thuis in Deurne, voelde ik al dat er iets niet klopte. Geen trams in de tegenovergestelde richting, geen bussen ook, en aan alle haltes veel wachtenden, waarvan sommigen duidelijk reeds onrustig werden. Nog eens 10 minuten later verschijnt er een bus, eentje waar ik normaal gezien niets aan heb. De geweldig vriendelijke chauffeur stopte aan alle soorten haltes en informeerde alle reizigers over de fenomenale panne bij De Lijn en het daaruit volgende reuzegroot probleem, vooral met de trams. En, dat we wel met hem mee konden naar Merksem, waar er op de Bredabaan de keuze genoeg was qua tram- en buslijnen, lijnen waarmee we vermoedelijk toch nog in de stad te geraken. De omvang en gevolgen van de situatie nog niet helemaal overziend, vond ik dat een uitstekend voorstel en stapte, er nog helemaal gerust in en met het idee ‘komt helemaal goed’, mee de bus op.
Maar… Met een bus meerijden, da’s al een hele tijd een pijnlijk gegeven voor mij, en al was het maar een kort ritje, ik heb het geweten!… Op de koop toe bleek, eenmaal in Merksem, dat het tramverkeer faliekant in de knoop zat. Absoluut álles moest z'n route volledig bovengronds rijden en sommige nummers reden gewoonweg niet. Chauffeurs gaven niet allemaal dezelfde uitleg en tussen de ongeruste pendelaars ontstonden de meest uiteenlopende versies van wat en hoe. Uiteindelijk meende ik te begrijpen dat het met tram 2 wel zou lukken om tot aan Harmonie te raken, en aldaar over te stappen op tram 7, vlotjes richting werkplek. Oef, en hoera!... Ja, dat dácht ik dus, eeuwige optimist als ik ben…
t Is dat ik lichtjes vreesde in tijdsnood te komen, anders was dit een ongelofelijk fantastische toeristische uitstap geweest! Echt. Geloof me. Werkelijk de héle stad heb ik gezien! We reden Merksem door richting Kinepolis. Vandaar over de Noorderlaan, langs en even zelfs dóór Park Spoor Noord (wauw, wat zijn ze daar nog allemaal aan het bouwen, zeg!), over het Eilandje, met in de verte het Havenhuis (fel als een diamant schitterend in de eerste zonnestralen) en bijna rakelings voorbij het MAS (machtig schoon, zo met het blinkende water er voor en de kleurrijke zonsopgang er achter) om dan met een grote bocht ter hoogte van het Schipperskwartier terug de stad in te duiken. De verrassingsreis ging verder langs de Minderbroedersrui en de Katelijnevest, over Meirbrug, om dan langs het Maagdenhuis en de Sint-Elisabethkliniek (ik dacht nog efkes af te stappen… hihihi) en voorbij het standbeeld van onze Leopold richting Nationale Bank te rijden. Van daaruit ging de rondrit rechttoe rechtaan richting Harmonie en dus eindelijk weer een beetje in de juiste richting. De overstap naar tram 7 nam nog een extra 10 minuutjes wachttijd in beslag, maar toen zat ik ten lange leste toch weer op het juiste spoor. Letterlijk.
Reeds dik anderhalf uur onderweg en met nog een laatste 7 minuutjes op de klok sprintte ik, zo snel m’n krakkemikkige lichaam dat nog enigszins toeliet, door de straten van Berchem, die laatste kleine kilometer tot aan m’n werkplek in recordtijd afleggend, om totaal gebroken, happend naar adem en met nog net geen pijnlijke grimas op m'n gezicht exact 1 minuutje te laat te arriveren. Wat me gelukkig prompt door m’n ook juist binnenkomende verantwoordelijke vergeven werd. Ze had namelijk op de radio al gehoord wat een soep het weer was met dat tramnetwerk, en verbaasde zich er zelfs over dat ik er überhaupt geraakte, laat staan nog zo mooi op tijd ook…
Toevallig was het vandaag uitzonderlijk rustig in de receptie en kon mijn lichaam een ietsiepietsie terug op z'n plooi komen. De reis naar huis liet jammer genoeg opnieuw z'n sporen na. En hoe! Met het nog steeds niet verholpen euvel bij het tramnetwerk werd het ondanks-alles-toch-de-bus-moeten-nemen jammer genoeg onvermijdelijk, en -komt dá tegen- de dichtstbijzijnde haltes werden 'niet bediend wegens werken'!... Er zat dus niets anders op dan te genieten van het 2 kilometer lange wandelingetje in de zon om tot bij m'n bus huiswaarts te geraken. Die liet goddank niet op zich wachten en ik kwam zelfs nog sneller thuis -alweer een recordtijd!- dan gewoonlijk. Maar ondanks de ongelofelijk voorzichtige en zeer bekwame chauffeur waren die ontelbare verkeersdrempels, de vele putten in de weg en al die korte bochten door de smalle straten één voor één een grimmige aanslag op mijn zo fragiele nekwervels... 
En nu, nu heb ik pijn. Veel. Pijn die eigenlijk te vermijden had kunnen zijn. Tja, die mankementen aan het tramnetwerk in combinatie met de mankementen aan mijn nek, da's niet voor de poes, hé. ’t Is dus weer wreed geduldig wachten op de verdovende werking van m’n pijnstillers, en verder niets dan platte rust. (Al maar goed dus, dat ik tegenwoordig ook al languit op m'n rug blogjes kan liggen schrijven, hé…) Maar, 't moet gezegd, zo ondervind ik inderdaad aan den lijve dat m’n controlegeneesheer –gek woord eigenlijk, voor een dame- de ernst van mijn mankementen vermoedelijk zoveel beter dan ikzelf inschat. Dít kan ik dus duidelijk écht niet meer. En misschien is het daarom wel goed dat ik het nog eens in 't groot en 't breed meemaakte…
Bij deze dus mijn hartelijke dank aan De Lijn. Het was werkelijk een sublieme, wondermooie en verrassende rondrit vanochtend. Eigenlijk echt meer dan de moeite waard om nog eens over te doen. Maar dan liefst niet meer met mij, of toch zeker niet meer met mij als werknemer. Want die wijze les is me vandaag door jullie ongeweten ook nog eens stevig ingepeperd… ;-)





donderdag 3 november 2016

M. & M.

Alles is altijd exact zoals het hoort te zijn, geloof me maar. Daar kreeg ik vandaag alweer een leuk bewijs van!
In de 8 jaar dat ik als receptioniste in Edegem werk werd ik voor de bewoners van de huizen langst m'n bijna dagelijkse route heen en weer tussen bus en fabriek een vertrouwde verschijning. Ik leerde een heel aantal mensen kennen, de ene al wat beter dan de andere, maar er werden steeds minstens wat vriendelijke begroetingen gedeeld, al dan niet aangevuld met commentaar op het weer van die dag. Alleszins, zalig om al die tijd te mogen genieten van die vele blije ontmoetingen met de buren van het bedrijf. Sommigen van hen lieten me af en toe zelfs weten dat ze ongerust waren als ze me een tijdje niet meer gezien hadden.
En zo kruiste ik vele jaren geleden ook het pad van M. & M., Monique en haar koffiekleurige labrador Mokka. Een schat van een hond die, grote super lieve flodderloebas als hij is, het elke passant absoluut onmogelijk maakt om hem zonder enige vorm van aandacht voorbij te wandelen.
Het begint met een aai over die immer vrolijk en enthousiast op je af sprintende woef z'n bolleke en voor je het weet sta je, zonder enige moeite of gebrek aan conversatiestof, gezellig op de stoep een half uurtje weg te babbelen. Altijd meer dan genoeg boeiende en geanimeerde verhalen: over mijn werk als receptioniste en het wel en wee van de fabriek en zijn werknemers, of over haar werk als verpleegkundige en het wel en wee van het ziekenhuis en z'n patiënten. En over Mokka natuurlijk, want die is ondertussen bijna onopgemerkt ook zowat 8 jaar ouder geworden sinds onze eerste ontmoeting, en met de leeftijd komen spijtig genoeg ook de kwaaltjes. Daar ontsnapt zelfs zo een bijzonder geliefde en o zo levendige trouwe viervoeter niet aan. Z'n heerlijke koffiekleurtje heeft tegenwoordig wat wolkjes melk, vooral om z'n snuit...
Met de wijzigingen in m'n uurrooster en m'n dagen in de boekhouding kwam ik de afgelopen tijd M. & M. niet meer tegen. Daar sta je wel eens bij stil en dan vraag je jezelf natuurlijk ook altijd even af hoe het met hen beide zou zijn. En met m'n nieuwe job, die er nu snel zit aan te komen en zich op een totaal andere locatie zal afspelen, vreesde ik een beetje hen nooit meer te zien. Tenzij ik aan hun deurbel zou gaan hangen of zo...
Vandaag had ik eigenlijk vakantie maar besliste -uit praktische noodzaak en zeker weten ook uit sympathie voor m'n collega's- toch een paar uurtjes facturen te gaan inboeken en klasseren. 't Was gezellig op de boekhouding en die paar uurtjes groeiden -als vanzelfsprekend- uit tot de volledige dag. Daardoor wandelde ik een heel pak later dan gewoonlijk, toch sinds een paar weken, welgezind en intens tevreden na het wegwerken van een fraaie stapel papierwerk, in de zachte avondschemering en omgeven van zalige herfstgeuren richting bushalte.
En, u raad het al, wie kwamen daar om de hoek? Jawel, inderdaad, Monique en Mokka! En het vreugdevolle weerzien bracht groot nieuws van beide kanten: ik vond de job van m'n leven en zij is feestelijk met pensioen gegaan.
"Heb ik éindelijk tijd om eens naar jouw concerten te komen" grapte ze.
Mokka werd duidelijk doodmoe van al het uitgebreide en geanimeerde gekwebbel en legde er zich letterlijk bij neer. Wie weet was dat ook figuurlijk, maar ge kunt dat zo moeilijk vragen aan een hond, hé. hihi
Toen we tenslotte toch aan afscheid nemen toekwamen -niet voor altijd maar eerder als welgemeende 'tot ziens'- floepte onmiddellijk en in al z'n volledigheid dit verhaaltje in m'n hoofd en gehaast keerde ik nog snel even op m'n stappen terug voor een, spijtig genoeg niet echt geweldig gelukte, bijpassende foto met ons drietjes.
Bij de overstap van bus 32 naar bus 33, op één derde van m'n route huiswaarts, reden er van dit laatste lijnnummer 3 exemplaren -als een treintje met 3 wagons, zo dicht op elkaar- aan hoge snelheid pal voor m'n neus voorbij. Da's dikke pech hebben en echt niet leuk, maar het geeft me toch maar weer fijn de tijd om rustig en ongestoord op een bankje in een verlicht bushokje wat moois over M. & M. neer te schrijven en met jullie te delen.
Dus ja, je kan het gerust van me geloven, 't bewijs is alweer geleverd: alles is altijd exact zoals het hoort te zijn. :-)
(En dan mag nu die bus zo stilaan wel eens gaan verschijnen... ;-) )



vrijdag 12 augustus 2016

De kracht van een glimlach.

Van kop tot teen gehuld in de vele lagen van een eindeloos aantal meters prachtige Afrikaanse stof, met naast de typische motieven ook een fraaie, in goud geborduurde, sierrand, stond ze op de volle tram, tussen de vele andere reizigers door, juistekes in mijn gezichtsveld. Vermoedelijk bewonderde ik haar outfit net een paar seconden te lang, want steels keek zij terug, een beetje onderzoekend. Toen onze ogen elkaar kruisten verscheen er een verlegen glimlachje op haar mooie zwarte gezicht. En, ge kent mij: meer heb ik echt niet nodig om totaal ontwapenend, volledig open en blij, breed terug te lachen. 
Aan het station moest ik overstappen op een andere tram, en zij blijkbaar ook. Ze nam, in afwachting van, plaats op een bankje en ik zette me, op de enige nog vrije plek, vlak naast haar. Voorzichtig gluurde ze, met opnieuw die wat verlegen glimlach, even opzij naar mij en ik lachte uiteraard ook weer terug.
Wegens het lang uitblijven van het gewenste tramnummer -het was al snel duidelijk dat we op hetzelfde wachtten- klonk er af en toe bij ons allebei een diepe zucht, er werd al eens iets onverstaanbaar gemompeld, we wiebelden bijna tegelijk met onze voeten... En dat deed ons giechelden. Zo zaten we daar naast elkaar op het perron, bijzonder bewust van elkaars aanwezigheid, maar alle twee nog net niet moedig genoeg om de andere aan te spreken.
Eindelijk op de tram: één vrij bankje, voor twee. Ik wiste met m'n glimlach meteen al haar twijfel om naast me te komen zitten weg, en, eenmaal gezeten, uitte ik mijn bewondering voor haar jurk. Verlegen verontschuldigde ze zich voor haar povere Nederlands. Maar daar zit ik niet mee, we gingen eenvoudigweg over op Frans. Ze kwam uit Burundi, gevlucht voor de vreselijke oorlogen, en vond het hier erg koud. Niet alleen letterlijk -vandaar die vele lagen stof natuurlijk- maar ook figuurlijk, tussen de mensen hier... Mijn vriendelijkheid verbaasde haar dus echt wel.
Bij de laatste ondergrondse stop van de tram, nadat we zeker al 10 minuten stil stonden, liet de bestuurder weten dat hij wegens een ongeval een omweg van een 15-tal minuten zou moeten maken. Wie wou uitstappen mocht dat.
"Dan neem ik de bus voor het vervolg van m'n route naar huis", zei ik tegen m'n zwarte reisgenote die meteen wist welke bus ik bedoelde, het een prima plan vond en dus met me mee ging, de vele eindeloos lijkende trappen omhoog.
Spijtig genoeg zag ik met mijn lumineus idee één dingetje, klein detail -hum- over het hoofd: daarboven lagen honderden meters straat en een volledig kruispunt onherkenbaar opengebroken -wat we eigenlijk, als trouwe gebruikers van deze route, allebei al lang wisten maar in ons enthousiasme even vergeten waren- dus: geen bus uiteraard. Luidop lachend om onze eigen dommigheid en honderduit babbelend alsof we elkaar al jaren kenden daalden we dan maar weer af in de diepte van het metrostation en arriveerden net op tijd voor de volgende tram met het juiste lijnnummer. Vrolijk kwetterend propte we ons tussen de rest van de 'sardientjes' en ons opgewekt gesprek werkte aanstekelijk bij het groepje jongedames, allemaal met hoofddoek, waar we tussen plakten. 
Ook nu brak mijn glimlach het ijs en na mijn -ik, de eeuwig vrolijke optimist- "Hoera, we doen zo dadelijk een heel uitzonderlijk ommetje met de tram, hoe spannend!" vond niemand om ons heen het nog erg dat we wat later thuis zouden geraken. 
Terwijl ik figureerde als tolk voor de nodige simultane vertaling, van 't Nederlands naar 't Frans en terug, babbelde iedereen ongedwongen met iedereen, ambiance alom. Bij de aankondiging van déze chauffeur -zijn tram had ondertussen ook nog niet één centimeter bewogen- dat we dan tóch langst de normale route zou rijden was iedereen het dan ook meteen, breed lachend, roerend met me eens toen ik grapte "Allé jong, da meende nu toch ni! Amai, da's echt keispijtig!..."
De Afrikaanse mevrouw moest nog een paar haltes verder, maar één van de meisjes -lang, slank, mooi, ik denk Marokkaans, maar zeker hier geboren- verliet de tram samen met mij en wandelde nog een stukje mee terwijl ze haar intense blijheid uitte over dat super gezellige tramritje, waarin kleur, afkomst, leeftijd en zelfs taal uitzonderlijk eens een keertje géén barrière vormde...
"Als meer mensen zo zouden zijn, en dit vaker gebeurde, dan zou de wereld er volledig anders uit zien!" zuchtte ze nog. "Juist daarom schrijf ik dit soort belevenissen neer in een blogje", vertelde ik haar, "met de hoop mensen te inspireren, al was het maar één iemand..." En geweldig enthousiast die verhaaltjes ook te kunnen lezen schreef ze gretig de Google-gegevens op.
Ik weet dat men mij soms behoorlijk, zelfs kinderlijk, naïef vindt, en onrealistisch, wereldvreemd, als ik beweer dat één oprechte warme glimlach krachtig genoeg is om de hele wijde wereld te veranderen. Volgens mij is één 'smile' altijd de start van een positieve kettingreactie, zoals één kleine druppel in een enorme watervlakte naar alle kanten eindeloos uitdeinende cirkels op de waterspiegel veroorzaakt.
Zowiezo, zonder dom te zijn of het grote plaatje uit het oog te verliezen, alle beetjes helpen, hoe klein ook. Juist die ogenschijnlijk totaal onbelangrijke dingen, die we allemaal aan kunnen, hebben we hard nodig. Me dunkt dat deze waar gebeurde story daar toch ook weer een erg mooi bewijs van is...
Dus -zeg maar dat ik het gezegd heb- laat deze wereld jouw glimlach niet veranderen, maar verander met jouw glimlach de wereld! *Smile!* :-)


vrijdag 29 juli 2016

Kleur bekennen.

Op de bus richting stad had ik hem al een tijdje in 't oog, zelfs tussen de vele opeengepakte medereizigers viel hij op: een indrukwekkend grote, ongewassen-ongeschoren, goor uitziende blanke man. Z'n veel te kort ooit-eens-wit-geweest T-shirt verborg met moeite de helft van zijn reusachtige, zwaar doorhangende bierbuik. 't Liet absoluut niets aan de verbeelding over. En z'n vervaarlijk afzakkende jeansbroek werkte vandaag duidelijk ook niet echt mee...  
In het midden van de bus, op de daarvoor voorziene plek, stonden 4 kinderwagens. Eéntje van een Joodse mevrouw met 2 identiek geklede dochters, ééntje van een gesluierde Marokkaanse dame met een schattige baby, ééntje van een blank moeder-en-kind-stel en tot slot, en dat was de grootste en ook mooiste 'voiture', ééntje van een tot in de puntjes verzorgd prachtig jong zwart gezin: papa, mama, 2 dochtertjes en een baby.
De groezelige man hing in het voorste deel van de bus zichzelf overeind te houden en staarde, onafgebroken aan z'n broek sleurend, als geobsedeerd naar die 2 kleine snoezige zwarte meisjes. Akelig. En ik was niet de enige die het zag en er z'n bedenkingen bij had...
Plots, zonder enige directe aanleiding, begon hij tegen die zwarte moeder zwaar van z'n tak te maken omdat die 'verdomde voiture van haar' de doorgang naar het achterste deel van de bus blokkeerde. Uiteraard versperden alle vier de kindervoertuigen tezàmen de passage, maar hij viseerde uitsluitend deze ene mama. En haar echtgenoot pikte dat ab-so-luut niet!...
Ja, toegegeven: zijn reactie was er totaal over, buiten alle proportie overdreven heftig. Zijn protest klonk zodanig fel dat het meteen ieders aandacht trok. En terwijl de mama haar kindjes beschermend tegen zich aan trok verdedigde hij in een soort Spaanse colere zijn jonge gezin met bijzonder veel tamtam, brede dreigende gebaren en gewelddadig veel decibels.
De gefascineerde medereizigers bereidden zich alvast voor op het dreigende bloedbad, doch de buschauffeur zette beheerst zijn voertuig langst de kant van de weg, stapte uit en kwam, via de zijdeur halverwege, het tumult van dichtbij bekijken. Met een "allé allé allé, heb eens een klein beetje respect voor elkaar, zeg!" trachtte hij rustig, op een kalmerende toon en met enige vaderlijke autoriteit de gemoederen te bedaren. 
De vieze man was ondertussen ook vooraan uitgestapt en wrong zich nu van achter de chauffeur via de zijdeur terug naar binnen, naar het achterste deel van de bus, en zette zich -blof- wreed content met zichzelve zo breed mogelijk in het midden op de achterste bank. Drie halten verder verliet het mooie gezin het reisgezelschap. Klaar. Einde verhaal. Of toch niet misschien?...
M'n van streek zijn door dit voorval was in niets te vergelijken met de regelrechte paniekaanval die de ongegeneerde en ongecensureerde reacties van de opgefokte toeschouwers bij mij veroorzaakten.
Meteen van bij het opnieuw beginnen bollen van de bus, dus zelfs nog voor dat gezin het voertuig verliet, vulde de lucht zich razendsnel met uitspraken van onverbloemd racisme. De pure haat naar alles -echt àlles, dus niet alleen 'zwart'- van elke mogelijke andere origine kneep me m'n keel dicht. Een instant stijlvoorbeeld van die gigantische kloof tussen 'wij' en 'zij', bedoelende op 'wij, de blanken' -de echte Vlamingen uiteraard- en 'zij, de andersgekleurden', met in deze laatste groep absoluut géén discriminatie: écht àlles dat niet Dash-Ariel-VanishOxiAction-witter-dan-wit is...
Benauwd naar lucht happend, overmand door een uitputtende intense droefheid en bijna beschaamd een mens te zijn bedacht ik me welk een totaal ander verhaal ik te vertellen had mocht dat lieftallige jonge gezinnetje blank geweest zijn... En die vunzige man zwart!...
Een blànke heldhaftige vader kon vast en zeker -daar verwed ik m'n maandloon  op- op schouderklopjes en een staande ovatie rekenen! En de chauffeur had die zwàrte viezerik vermoedelijk stante pede z'n bus uit gezet... Ja toch?!
Weet je, al besef ik zeer goed dat dit leeft tussen de mensen, soms schrik ik echt van hoe diep geworteld en algemeen die wij-zij-haat wel is, hoe snel men partij kiest en zonder ook maar één ogenblik van reflectie met die zo licht ontvlambaar kudde mee loopt.
Wie van ons is trouwens 'ras-zuiver'? Europa is doorheen eeuwen geschiedenis zo vaak door allerlei culturen bezet geweest. Van hieruit veroverde men zowat de hele wereld. Er vonden tussen al de verschillende continenten zoveel grote volksverhuizingen plaats. En vandaag de dag reist zowat iedereen naar overal... Geloof me, we zijn allemaal een mix. Een mix van mensenkleuren.
Meer nog, als je ver genoeg terug gaat in de tijd dan zijn we zelfs allemaal familie. Niet dan? 
Ideetje! Bekijk je mede-aardbewoners vanaf nu eens als je nieuwe -behoorlijk uitgebreide- familie, inclusief de mogelijk wat eigenaardige 'figuren' die je er nu eenmaal bij moet nemen. Zie hen als je eigen broer, zus, moeder, vader, grootouder, kind... en voor wie ze zijn als méns. Dat is, denk ik, een prima oefening naar respect, naar mededogen,... en uiteindelijk misschien zelfs naar wereldvrede toe. 
Ik probeerde het daarstraks alvast even uit en werd er meteen weer helemaal m'n vrolijke zelf van! :-) Nu jullie nog... ;-)




zaterdag 11 juni 2016

Shaken, not stirred.

Dat al m'n wervels, van boven tot beneden, van geen beste kwaliteit zijn, dat weet ik ondertussen al geruime tijd. Dat daardoor onnodig zware inspanningen en schokken allerhande best vermeden worden, dat is me ook bekend. En dat met hotsende botsende rammelbussen meerijden daarom eigenlijk al vele jaren geen goed idee meer is, ook daarvan ben ik me terdege bewust.
Maar zonder openbaar vervoer raak ik niet op m'n werk, dus 'verdraag' ik dagelijks 2 busritten van elk een klein half uurtje, waarbij ik vermoedelijk af en toe bijzonder vreemde, misschien zelfs grappige, snuiten trek als er weer eens met een knal een hoge stoep of met een boenk een diepe put 'meegenomen' wordt... Auw. Er zijn dagen dat ik uitgeput bij de receptie aan kom omdat de inspanning van de rit m'n rug nét dat ietsje te veel was, maar over het algemeen klaag ik niet, hoor. Het is te doen. Tot gisteren...
De chauffeur aan het stuur van mijn bus 32 had absoluut geen kaas gegeten van autorijden, laat staan busrijden. Alsof hij nog ergens op een lege supermarktparking voor het eerst leerde schakelen, gas geven en remmen -ge kent dat typische 'geschok' wel- reed hij de héle afstand, meer dan 30 minuten lang, in korte zeer venijnige snokken, de passagiers vooruit, achteruit en van links naar rechts als lappenpoppen door elkaar schuddend. Het was ver-schrik-ke-lijk. Echt, horror. Ik zag oudere personen los van hun zitje knallen, mensen konden zich amper staande houden, bagage kletterde door de ruimte... Als ingrediënten voor een cocktail in een reuzenshaker!
Halverwege die duivelse rit werd de pijn in mijn nek zo allesoverheersend dat paniek me overmande maar van afstappen en de volgende bus nemen was geen sprake: dan kwam ik te laat op m'n werk.
(Wel een beetje bedenkelijk trouwens: dat ik het welzijn van m'n eigen lijf en leden blijkbaar zonder nadenken ondergeschikt maak aan plichtbewust zijn, discipline en mogelijke noden van anderen... Maar da's voor een andere keer.)
Netjes op tijd, weliswaar met pijn in hoofd, schouders en linkerarm maar wel weer helemaal kalm, begon ik moedig en zonder veel tralala aan m'n shift, om na een tijdje toch te constateren dat ik, steeds erger, volledig weg draaide elke keer ik m'n hoofd voorover boog om te schrijven of te typen. Resultaat: na nog wat getwijfel en een paar gesprekjes met verschillende verantwoordelijken, in de auto met vriendin Ingrid, als in een déjà vu, nog maar eens op een vrijdagavond naar de spoed. Al was het maar om niet totaal ongerust aan m'n weekend te moeten beginnen.
De erg vriendelijke en bijzonder charmante spoedarts voerde alle gangbare neurologische, kracht- en bewegingstests met me uit. Afgezien van de pijn bij het op m'n nekwervels duwen -en hij blééf duwen uiteraard- stelde hij gelukkig niets stuk of abnormaal vast. Door de vele, zeer hevige en kort op elkaar volgende snokken waren het 'slechts' m'n spieren, die zich, ter bescherming van m'n wervelkolom, zodanig strak aangespannen hadden dat ze al die pijn, uitstralingen, tintelingen en zelfs het 'uitgaan van m'n licht' veroorzaakten.
Wreed stijf in nek en schouders een weekendje pijnstillers en spierontspanners slikken en platte rust. De was en de plas hier in mijn rommelkot zal dus alwéér wat langer moeten blijven liggen... En maandag 'gewoon' opnieuw naar het werk. Met de bus uiteraard.
Of ik op al die pillen misschien ook nog een trappist mocht drinken, ter ontspanning, vroeg ik giechelend aan de apotheker. "Schitterend idee", vond ze, "zolang je maar niet overdrijft, geen 3, hé", knipoogde ze er achteraan.
Dus ik bekijk het maar weer langst de zonnige kant: met speciale dank aan De Lijn en de knappe spoedarts heb ik dit weekend de officiële toestemming, zwart op wit op papier zelfs, om hier in huis de boel de boel te laten en lekker lui languit op de zetel of in bed door te brengen, zo gewenst zélfs met een lekker biertje er bij, en gelukkig ook met de geruststelling dat er niks 'stuk' is.
Er zijn ergere dingen in de wereld, hé. hihi ;-)


maandag 23 mei 2016

Vrolijk varen-verhaaltje.

"En? Nog spannende dingen meegemaakt op het openbare vervoer? Geen nieuwe belevenissen te vertellen?" Vanmiddag moest ik de dames aan de balie nog teleurstellen. Behalve m'n doodgewone ergernissen (kauwgomkauwers, picknickers en beatboxers) en m'n doordeweekse angsten (snelheidsduivelbuschauffeurs, levensgevaarmanoeuvers en geen-veiligheidsgordels-paniek) viel er niets te melden. Maar da's ondertussen alweer veranderd: m'n bus- en tramrit huiswaarts is opnieuw een blogje waard.
Uiteraard was dat enigszins te voorspellen als je, zoals ik vanavond, op stap gaat met een flinke boodschappentas met daarin een forse varen... 
De wilde varen, uit de bosrijke tuin van Herta -waar eerder al die lading brandnetels vandaan kwam (*)- al een tijdje door mij gezocht om het donkerste en immer wat vochtige hoekje van m'n, voor de rest vrolijk volgepropte, terras ook van overdadig groen te voorzien, en die, wees gerust, ondertussen in een emmer met een mooie bodem water staat te bekomen van z'n, voor een plant dan toch, bijzonder avontuurlijke reis.
Aan de halte flapperden z'n frisgroen jonge bladeren zodanig hard in de strakke bries dat een paar van hen knakten. Dat maakte de mooie plant meteen extra breed en, uiteraard, daardoor dus ook een heel stuk onhandiger... Maar, het lukt me toch om mezelf en m'n groenvoorziening zonder verdere schade in de bus te hijsen en veilig en wel neer te gaan zitten.
Tijdens de rit richting Antwerpen deinde het groen op het stoeltje naast me, keurig overeind gehouden door m'n arm, heen en weer, op en neer, lustig mee op het ritme van de hotsende-botsende wielen. Achter me hoorde ik een stel jonge gasten 'die is met hare wiet op uitstap' gniffelen, maar heel erg appetijtelijk vonden ze hem dan precies toch ook weer niet. 
Op de paar honderd meter te voet van de bushalte naar de metro bracht de wind de arme plant nog meer schade toe, nog wat gevederde blaadjes braken.
Op het metroperron stak al dat frisse groen schel af tegen de grauwe smerigheid van de aftandse ondergrondse, maar ondanks z'n opvallende verschijning moest ik hem toch stevig in bescherming nemen tegen de wilde stromen, door haast verblinde pendelaars. 
Op de overvolle tram stapelde ik alles wat ik bij me droeg op m'n schoot: onderaan de druipend natte paraplu, daarop de dikke boekentas en helemaal bovenaan, de zak met de kluit aarde ongeveer ter hoogte van m'n nek, de ondertussen wat zielig ogende groene sprieten, nog steeds moedig wuivend en zwierend, tot ze in m'n haar vast kwamen te zitten...
En opnieuw ingehouden gegiechel en onnozele commentaar, natuurlijk, wat had je gedacht, uitsluitend àchter me, netjes uit m'n gezichtsveld. 
'Nen triestige plant met nen triestige plant!', 'Amai, zo ne verlepte sallaad!', 'Woar goat die mé da bos nor toe?!', 'Palmbomen horen in de Sahara!' en meer van dat soort 'hahaha-o-wat-zijn-wij-grappig' gedoe.
Tja, als iemand een beetje uit de toon valt is plots iédereen een komiek, hé. 'Och, ze kunnen er maar lol mee gehad hebben', denk ik dan. Dat mag.
Toen ik er, aangekomen bij mijn halte, breed glimlachend zélf een piepklein grapje over maakte -'Opgepast dames en heren, het oerwoud moet afstappen!'- deden al die o zo mondige commentatoren plots alsof ze het in Keulen hoorde donderen en nog totààl niets gezien, laat staan gezegd hadden. Raar is dat, vind je niet? Het zijn ook nogal helden, hé... 
'k Weet wel zeker dat zij het niet zo snel zouden aandurven om bus of tram op te stappen met zo'n uitpuilende plastieken boodschappentas boordevol zwierende en zwaaiende groenexplosie!... Ik lekker wél. ;-)
* lees ook het blogje "Ecologische terras-oorlog, deel 2: een netelige kwestie"


dinsdag 19 april 2016

Ecologische terras-oorlog, deel 2: een netelige kwestie.

Mijn plan om brandnetelgier te maken vond meteen ondersteuning bij Herta, een geweldig sympathieke collega op het werk, die me, indien ik dat wenste, gerust een pak brandnetels, volledig biologisch en vrij van pesticiden, uit haar tuin kon bezorgen. En zo een aanbod laat je niet schieten, dus: gisterenochtend overhandigde ze me een grote plastieken boodschappentas boordevol vers geplukte, nog nat van de dauw, fris lentegroene jonge neteltwijgjes. 
M'n hele shift lang stond die zak naast me op de grond achter de balie, gewoon, open, kwestie van al dat jeugdige groen niet te verstikken. 
Hilariteit alom bij m'n vertrek huiswaarts: een grote huisjesslak had zich gedurende de voormiddag via het plastiek ophoog gewerkt en zat nu op z'n gemak op de rand van de tas rond te kijken.
Grappig, zo'n supplementair huisdier-kado, maar toch liever niet nog eens een veelvraat extra op het terras... Er was wat overredingskracht nodig om hem, of haar, te overtuigen die inmiddels duidelijk vertrouwde zak los te laten. Maar uiteindelijk lukte het me toch om het beestje veilig en wel in het bosje langs m'n weg naar de bus 'vrij' te laten.
Met die nog steeds openstaande boodschappenbrandneteltas naast me op de bank viel het me tijdens de busrit op dat de mensen om me heen zowel bijzonder gefascineerd als met een lichte walging naar me zaten de staren. En ik begreep al snel waarom: er kwamen nóg 3 van die dikke huisjesslakken van tussen de netels gekropen, klaar om het openbaar vervoer te veroveren, veronderstel ik!... Er zat niets anders op dan ze, met de bijbehorende branderige jeuk op m'n handen als gevolg, terug tussen het groen te duwen en de zak, zo goed mogelijk, en duidelijke tot grote opluchting van m'n medereizigers, hermetisch dicht te knopen.
Maak je maar geen zorgen, op het laatste stukje van m'n vaste route, van de tramhalte tot m'n voordeur, heb ik die drie stiekeme passagiers, met natuurlijk -auw auw auw- nog meer geprik in m'n vel en vingers, van tussen het netelige groen gevist en ze met hun drietjes achtergelaten diep in een dicht bebladerde grote struik van een plantsoentje.
Op verschillende tuinsites had ik ondertussen gelezen dat je, door de alles overheersende, absoluut niet te harden stank die het gistingsproces van de brandnetels verspreid, het goedje best zo ver mogelijk van je huis en terras neerzet, ergens helemaal achterin de tuin of zo. Da's natuurlijk iets wat uitgesloten is als je, zoals ik, in een flatgebouw woont... En ik krijg ook liever géén slaande ambras met al die vele verdiepingen boven en naast me.
Er kon echter ook, door simpelweg een half uurtje koken, een dagje laten staan en dan zeven, m.a.w. zónder gistingsproces en bijgevolg ook zónder geurhinder, een extract van de brandnetels getrokken worden dat nog steeds prima werkt ter verdrijving van bladluizen. Da's dus ondertussen allemaal al gebeurd en er staat hier nu 4,5 liter wreed straffe brandnetel-heu...-'thee' -laat ik het zo maar noemen- klaar voor gebruik!
Maar voor ze de grote soeppot in gingen heb ik al de neteltakjes wél eerst, uiterst zorgvuldig en met m'n zelden gebruikte tuinhandschoenen aan, één voor één gecheckt op nog meer verstekelingen. Want als brave vegetariër eet ik uiteraard ook geen, al dan niet gekookte, escargots... ;-)


  
 


woensdag 16 maart 2016

Portefeuilleperikelen.

Vanmiddag op de bus trok de bijzondere verschijning van een jongeman, ik schat hem vooraan in de dertig, mijn bijna volledige aandacht: hij droeg een echt fascinerende en prachtige Dali-snor!* Nooit gezien en 't stond hem prima. En hij trok nét niet àl m'n aandacht, want ik had ook nog een beetje oog voor het vertederende beeld van een wat oudere man met een kindje op schoot, ik veronderstel grootvader en kleinzoon, duidelijk niet echt gewend om de bus te nemen. Een beetje onhandig dus, maar op een ontroerende manier.
Eén halte voor mij stapten ze af, zowel die fraaie snor als dat schattige duo, en gingen elk hun eigen weg. Terwijl de bus zich terug in beweging zette begaf ik me, zoals gewoonlijk, alvast op 't gemakje richting uitgang en zag op het stoeltje waar die man met het jongetje gezeten had een grote bruine portefeuille liggen. Uit een achterzak gevallen veronderstel ik...
Bezorgd haastte ik me ermee naar de buschauffeur, een sympathieke jonge Marokkaanse man, die, geweldig verbaasd over zoveel eerlijkheid en medeleven, meteen zwaar op de rem ging staan en z'n voertuig uit sprong om te kijken of die man ons misschien niet in paniek achterna gelopen kwam. Maar spijtig genoeg: hij was niet meer te bespeuren...
In de dikke portefeuille zat, behalve veel bankkaarten en geld -allé, 't is te zeggen: naar mijn maatstaven dan toch, hé...- gelukkig ook een identiteitskaart. De ondertussen al helemaal mee ongeruste chauffeur verzekerde me dat hij op z'n terugweg, zo ongeveer een kwartiertje later, aan de overkant van de halte weer even zou stoppen om uit te kijken naar de eigenaar van het verloren voorwerp en dat het anders prima, ik moest er zeker niet aan twijfelen, terugbezorgd zou worden door zijn dispatch. 
En hij vervolgde weer snel zijn onderbroken traject want ondertussen had zich reeds een lange toeterende file achter z'n bus gevormd.
In het zonnetje verder wandelend naar m'n werk bedacht ik me dat ook ik eigenlijk wel even had kunnen teruggaan op zoek naar de eigenaar van de portefeuille, of eventueel het belangrijke kleinood ook had kunnen posten van op m'n receptie, aangetekend en wel, of het toch minstens naar het politiekantoor wat verderop had kunnen brengen... Tja, mogelijkheden zat, maar ik heb het terugbezorgen in de handen van die buschauffeur gelegd. En hopelijk is ook hij een eerlijke en medelevende mens. Uiteindelijk is het enige dat echt telt dat deze portefeuilleperikelen een happy end kennen. 
En dat, dat ga ik dus vermoedelijk nooit te weten komen... ;-)



* U weet wel, kunstenaar Salvator Dali
     en zijn beroemde snor.

maandag 31 augustus 2015

Het kleine verschil.

Vanmiddag op weg naar het werk:
- Grote rode paraplu openen, tegen de verschroeiende zonnestralen.
- Van kop tot teen kletsnat en doorweekt, van binnen naar buiten toe, door het onoverkomelijke hevige zweten.
- Flotsch, flatsch, flotsch, natte voeten glibberend in natte sandalen.
- Tot kotsen toe misselijk en met hoofdpijn in de ondragelijk warme bus, met een hete lucht blazende airco.
- Half pakje papieren zakdoekjes opgebruikt om alle vocht op te deppen.
- Munt-en-eucalyptus-bonbons sabbelend om de dorst te lessen.
- Ter plaatse aangekomen: met een ventilator een paar uurtjes rustig en kalm blijven neerzitten en opdrogen.

Vanavond op weg terug naar huis:
- Grote rode paraplu openen, tegen het neergutsende hemelwater.
- Van kop tot teen kletsnat en doorweekt, van buiten naar binnen toe, door de onontkoombare hevige regen.
- Flotsch, flatsch, flotsch, natte voeten glibberend in natte sandalen.
- Van de kou rillend en met een kuchje in de vochtig kille bus, met een ijslucht blazende airco.
- Resterende helft papieren zakdoekjes opgebruikt om alle vocht op te deppen.
- Munt-en-eucalyptus-bonbons sabbelend om de hoest te stillen.
- Ter plaatse aangekomen: met een handdoek een paar uurtjes rustig en kalm blijven neerzitten en opdrogen.

Zon of regen, 't maakt, als je 't zo eens op een rijtje zet, eigenlijk echt niet zoveel verschil. Behalve dan misschien dat eeuwige 'wel of niet die zonnebril'... hihihi ;-)


vrijdag 31 juli 2015

Tutterfruttoestanden.

Ik heb een hekel aan kauwgom. 
Ik heb een woeste, angstaanjagende, afschuwelijk gruwelijke, op het randje van moordneigingen, afgrijselijke hekel aan kauwgom!
En vraag me niet waarom. Niet het minste idee van waar al die aversie vandaan komt, maar het is een feit. Ik meen het serieus. Niks aan te doen. 
'k Dacht wel eens dat het misschien uit een trauma, overgebleven uit m'n jeugd, zou kunnen zijn ontstaan. Op de schoolbus wreven de pestkoppen van dienst regelmatig hun chicklet in m'n staarten, met als gevolg een kop haar waar, alweer maar eens, een heel stuk uit weggeknipt moest worden... Ellende.
Maar om dat als enige reden te zien is volgens mij m'n walging te groot, al heb ik er op de tram en bus wel het meeste last van, van mijn tutterfrutfobie, als er weer eens zo'n Stimorol-, Mentos- of Sportlife-enthousiasteling vlak achter of knal voor me z'n kaakspieren en gebit al te geestdriftig zit te benutten.
Af en toe is de afkeer zo overweldigend dat ik, als in een vreselijke nachtmerrie, al die malende monden vol gore tanden en druipend speeksel als uitvergrootte horrorkauwmachines dreigend happend op me af zie komen. 
Soms vrees ik per ongeluk niet op de bus maar in een enorme vrachtwagen voor veevervoer te zijn gestapt, gesandwiched tussen minstens een paar honderd als in trance herkauwende runderen...
Nu hoor ik meteen een pak mensen denken of zeggen: "zeg, wat zijt gij een intollerant geval..." Tja, sorry, hoor, maar ik kan er echt niet tegen, tegen
al dat oorverdovend gekauw, gesmak, geslurp, geknal en gezabber. 
En zelf mee tutterfrutten helpt voor geen meter: dan krijg ik het binnen de minuut zwaar op m'n zenuwen van m'n eigen!...
En eerlijk gezegd, ik snap er eigenlijk ook nog steeds niet helemaal het nut van. Er zijn betere manieren om je frisse adem terug te vinden of die properdere tanden, en als intensieve bezigheidstherapie op die eindeloze, nou ja, ritten met het openbaar vervoer... Goh, lees dan een boek, hé, of de krant, vul een kruiswoordraadsel in, of doe oortjes in en luister wat naar muziek.
Afin, veel hangt ook af van mijn gemoed, dat geef ik graag toe. De ene dag is de andere niet. En ik weet het, hoor, ik kan hier soms een serieus stukske over zagen. Misschien moest ik hiervoor ook maar eens in therapie gaan... In tutterfruttherapie, voor de tutterfrutstuipen van m'n tutterfrutfobie! hihihi
En met een koppel degelijke oordopkes of oortjes met zo-luid-ik-verdragen-kan muziek, uiteraard in combinatie met een stevige zo danig donkere zonnebril dat ik geen hand meer voor m'n ogen zie, zal ik me ondertussen wel beredderen in al die tutterfruttoestanden. ;-)


donderdag 2 juli 2015

Zilte zeeën zout zweet.

Met deze hitte is het fijn thuiskomen in mijn oostelijk gericht appartement. Door wat goed uitgedacht open- en toeschuiven van gordijnen blijft de temperatuur in alle kamers voorlopig rond een verdraagbare 25 graden. 
Nu ze hun angst voor dat vreemde windding overwonnen hebben claimen de poezen Pompon en Poekie de overurendraaiende ventilator. Maar da's oké: ik dobber lekker in het koele bad. Het heerlijke frisse water spoelt zalig de vele emmers transpiratie van vandaag van m'n huid.
Met de ramen en deuren wagenwijd open, een wapperende ventilator naast de computers, zo rustig mogelijk op het toetsenbord rammelend en met zo min mogelijk gedoe de telefoon opnemend was het op het werk nog juist uit te houden. Bij elke grotere inspanning en, o ramp, bij het met veel héét water afwassen der eindeloze rijen koffiekopjes stroomde meteen een zee van honderden zoute parels over m'n hele lijf. 
Terug aan de bushalte, op 't heetst van de dag, verfriste de opgekomen bries mijn paraplu-parasol-schaduwplekje en al snel verscheen de bus. De bus met de ijskoude airco, waar ik anders een stijve nek van krijg, maar vandaag hevig verlangend naar uit keek. Maar... ik had het dubieuze genoegen mee te mogen met het allernieuwste busmodel: ééntje met een airco die het écht niet trok en zowaar héte lucht blies. En natuurlijk ook zónder venstertjes die je zou kunnen openen...
Onmiddellijk gutste het zweet aan alle kanten uit m'n poriën. 
De druppels zochten hun weg vanuit m'n dot langst m'n oren naar m'n nek en schoven met een sierlijke bocht één voor één in m'n decolleté, vanwaar ze, eenmaal verzameld, als een kleine zondvloed doorbraken tot aan m'n navel. Midden op m'n rug biggelde het zoute vocht aan hoge snelheid richting staartbeen. De nattigheid uit m'n knieholten sijpelde langst m'n benen omlaag en drupte na een krul rond m'n enkels in m'n door de hitte pijnlijk knellende suede sandaaltjes. 
Alle passagiers hanteerden hijgend en puffend drijfnatte zweetzakdoeken, wapperden met slappe kranten, trokken nóg wat van de al schaarse kledingstukken uit en snakten, net zoals ik, als vissen op het droge, hopeloos naar een hapje lucht, een teugje zuurstof.
Eindelijk, het leek een eeuwigheid te hebben geduurd, arriveerden we, als in ons eigen nat gestoomde soepkiekens, aan de Rooseveltplaats. Ik rukte me met m'n laatste puf los uit het doorweekte zeteltje en stapte opgelucht uit. 38° buiten vandaag, maar de hete zomerlucht en de zotte wind voelden na deze rit verbazingwekkend koel aan. Hemels zelfs. De koelte van de metro deed me rillen, maar net zoals de overvolle broeierige tram kon me dat geen barst meer schelen: nog heel even volhouden en ik was weer thuis!
Nu klotst het zalig koele water zachtjes om me heen. Voor vandaag laat het zilte zweet me weer los. Langzaam kom ik terug tot mezelf en vooral: weer helemaal op temperatuur. ;-)



dinsdag 30 juni 2015

Een brug te ver...

Vanmiddag, op weg naar huis, reed ik als passagier van bus 32 over de brug boven de ring rond Antwerpen ter hoogte van Berchem Kerk. Halverwege die brug zag ik een man op het smalle richteltje aan de àndere kant van de reling zitten, zich vasthoudend met slechts één hand, z'n voeten bengelend boven de voorbijrazende auto's. 
De radertjes in mijn brein moesten een paar seconden draaien voor ik besefte dat dit plaatje niet klopte. Maar dan was het voor mij ook meteen zonneklaar dat hier iets niet pluis was en de situatie mogelijk snel gevaarlijk of zelfs dramatisch kon uitdraaien.
Ik nam m'n telefoon en tikte het nummer 112 in. En terwijl ik de mevrouw aan de andere kant van de lijn helder en duidelijk de situatie uitlegde zag ik de reizigers om me heen behoorlijk vreemd naar me kijken, sommigen zelfs met een blik van "waar bemoeit gij u mee!?..." Het kan natuurlijk zijn dat zij die man niet gezien hadden, maar dan nog...
Alleszins, bij de nooddienst namen ze m'n melding wel ernstig en ze zouden onmiddellijk iemand sturen. En de bus reed verder.
Maar m'n gedachten bleven op de brug, bij die man. 
Luister, ik begrijp zeer goed, uit persoonlijke ervaring, dat het leven je soms zo de strot kan toeknijpen dat je wil dat alles ophoudt. En naar mijn mening staat het je, aangezien het tenslotte jóuw leven is, vrij om er, desnoods, een eind aan te maken. 
Maar dat praat van een brug op een drukke snelweg springen absoluut niet goed. Op dat moment gaat het namelijk niet meer over jouw leven alleen. Je speelt ook met het voortbestaan en het geluk van al die bestuurders en passagiers in die vele aanstormende voertuigen onder je...
En mocht dit een man zijn die 'gewoon' een 'leuk' plekje zocht om 'gezellig' een tijdje in die verschroeiend hete zon te hangen, dan volstaat volgens mij de 'veilige' kant van de reling ook ruimschoots. Toch?!
Al was het maar een steekje los, of een zonneslag of zo, ik denk dat er zowiezo wel iéts mis met hem geweest zal zijn en ik echt niet tevergeefs de hulpdiensten liet uitrukken...
Van ganser harte hoop ik nu maar dat alles oké is met deze man en dat ik morgen absoluut niéts over hem lees in de kranten... Of heel deze historie zou, ondanks alles, toch een bijzonder mooi en verrassend staartje moeten krijgen... Dan lees ik het natuurlijk maar wat graag! ;-)



vrijdag 5 juni 2015

Nat, natter, natst.

De hitte hing als een loodzware deken over me heen toen ik daarstraks eindelijk de weg huiswaarts aanvatte. Met moeite hief ik m'n lome voeten op, stap voor stap, richting bushalte. De hete lucht ademde ongemakkelijk.
Aan de halte miste ik nét een bus. Wachten dus.
En er stak een verfrissend briesje op. O, wat deed dat deugd! 
Maar al snel veranderde dat zuchtje in heftige windvlagen die boomblaadjes en allerlei andere brol in m'n gezicht smeten en m'n blote benen en tenen zandstraalden. Dat deed een heel stuk minder deugd.
Gelukkig, daar was de bus. Gered! 
Misschien zou het me dan tóch nog lukken droog thuis te raken...
Halverwege de rit vielen de eerste dikke druppels.
Tegen de tijd dat ik moest uitstappen en de oversteek naar de metro maken brak de storm in alle hevigheid los. Harde rukwinden en een hemel vol bliksem en donder. Maar in de metro merk je daar meteen niets meer van.
Tot aan de halte van de Sinksenfoor. Daar stapten kleddernatte mensen opgelucht in de droge tram. Dat beloofde...
Een aantal haltes later was het zover: mijn beurt om uit te stappen, niks aan te doen. De regen viel met bakken, de straten stonden blank. Het water stond op sommige plaatsen zo hoog dat ik zelfs op m'n hoge sleehakken tot aan m'n enkels te soppen liep. Om mij heen spurtten medereizigers met plastiek zakjes en handtassen boven hun hoofd razendsnel in alle richtingen.
Het had iets dolkomisch. Als zo'n tekenfilm met zich in veiligheid rennende muisjes of zo, met zo'n vrolijk snel tingeltangelmuziekje er onder.
De storm dreunde in alle hevigheid op me neer. En ik moest er zo geweldig om lachen: volledig doorweekt op je gemakje naar huis wandelen terwijl de regen zich verder ongenadig over je heen uitstort, de straten plots kolkende rivieren zijn en er langst alle kanten van tussen de veelkleurig wolken overal in de lucht fel geflits en rommelend gedonder is. 
Zonder enige vorm van haast of ongenoegen heb ik me er totaal aan over gegeven. Nat of natter, hoeveel verschil maakt het?
't Was als douchen met je kleren aan, en hoe vaak doe je dat in je leven?
Tot op m'n ondergoed doorweekt, echt door en door nat,

kwam ik druipend thuis. Maar wel één en al glimlach en totaal ontspannen. Om de één of andere reden maakte dit onweer mij even heel gelukkig. Ik zit er nog van na te genieten. Heerlijk. :-)



dinsdag 28 april 2015

Dik.

Druk pratend en luid lachend plofte de jongeman, zo groot en vooral zo breed als hij was, onzacht naast me neer op de bus
't Is te zeggen, nààst me, dat klopt niet echt, het was meer óp mij...
Ik besef heel goed dat ik zelf niet de smalste ben, en de stoeltjes van het openbaar vervoer zijn niet echt voorzien op zo twéé van mij naast elkaar, maar deze man had eigenlijk de béide zitplaatsjes voor zich alleen nodig...
Nu ben ik ondertussen wel wat gewend op vlak van onvermijdelijk ongewild fysiek contact in de overvolle bussen en trams. Vaker dan ik wens zit ik gesandwiched tussen het raampje en een mij totaal onbekende medereiziger. Zij aan zij, dij tegen dij, been over been, een elleboog in een ribbenkast, geen plaats meer voor pakken en zakken... Zo wiegelen en wiebelen we als grote gelatinepuddingen tegen elkaar geplakt naar onze eindbestemming. En dat is op zich eigenlijk meer dan genant genoeg.
Maar de jongeman van vanmiddag placeerde zich ongeïnteresseerd half óp me. En dat deed pijn. M'n dij en heup werden zowat afgeknepen onder zijn been en achterwerk, z'n elleboog en bovenarm drukten zwaar op de rest van m'n lijf en op de koop toe zat hij geen seconde stil...
Zeer beleefd en voorzichtig vroeg ik of hij misschien toch een heel klein beetje anders kon gaan zitten... Hij draaide zich half om, net lang genoeg om me toe te snauwen: "Da's toch mijn schuld ni da gij zo'n vette koei zijt!" en zette z'n geambieerd gesprek met z'n vriend verder. 
Tegen de tijd dat ik wat bekomen was van de shock waren ze al weer afgestapt. Een passend weerwoord is nog steeds niet in me opgekomen. Daarvoor is er te hard op dat pijnpuntje van mijn bestaan geduwd, denk ik, al jaren sukkelend en ongelukkig met m'n gewicht.
Allesinds, zooooo enoooooorm ben ik vermoedelijk toch ook weer niet: hij had niet gezien en zélfs niet gevoeld dat ik onder hem zat... En dat zegt meer over zíjn overgewicht dan het mijne! ;-)



vrijdag 17 april 2015

Stilte op de bus!...

Stilstaand voor het rode licht tussen het centraal station en eindhalte Rooseveltplaats stak de buschauffeur z'n breed lachend gezicht uit z'n glazen hokje en riep naar de passagiers in zijn nog halfvolle bus: "Haaaaallooooookes iedereen! Alles goe doar vanachtere? Joa, efkes checken, hej, want gulle zijt zoe stil da'k vreesde da' g' allemoal oepgehouwe woart mé aseme en allemoal veur dood laagt!"
Het was me tot op dat moment eerlijk gezegd zelf niet eens opgevallen dat het inderdaad een zeer aangename rustige en zelfs uitzonderlijk stille rit geweest was in die bus vol zwijgzame medereizigers.
Ik zelf vond de jolige uitroep van de chauffeur echt heerlijk grappig. 
Mijn medereizigers duidelijk helemaal niet en zij waren zelfs een beetje beledigd of geshockeerd...
Ongestoord en uitbundig gebarend vervolgde de chauffeur gul en met een zo mogelijk nog bredere lach: "Van maaj meugde gulle gerust allemoal nog is mé maaj meeraaie, zenne!"
De gezichten om me heen draaiden nóg een graad zuurder. 
En ik, ik kon m'n lach niet langer inhouden. Geweldig toch, zoveel lol!
Tja, gewoon gezellige humor, 't is duidelijk niet aan iedereen besteed... 
Goed-gezind zijn trouwens blijkbaar ook niet...
Ik heb deze vrolijke buschauffeur van harte een heel fijn weekend gewenst.
Hij heeft het mijne alvast met een brede glimlach doen beginnen. :-)



dinsdag 10 maart 2015

Propere bussen, ge kunt ze kussen!

De bus draaide met een brede zwaai de Rooseveltplaats op en...
werd in een zee van ballonnen en slingers op luid applaus en gejuich onthaald!
Een bende dolenthousiaste jongeren in fluo vestjes, ééntje zelfs met vleugeltjes, stortte zich op het voertuig en begonnen met veel jolijt en overgave, en met grote emmers vol sop, bezems, dweilen en aftrekkers alles te schrobben en te boenen.
Het water spetterde vrolijk in het rond.
De vriendelijke chauffeur werd ondertussen geknuffeld en getrakteerd op een massage.
De lentelucht was vol zonneschijn en schaterlach.
Heerlijk toch! Ik werd er spontaan helemaal blij van.
'k Was graag blijven staan kijken, 'k had zelfs wel willen meedoen, had ik niet nog andere, ook fijne, afspraken op m'n agenda gehad.
Maar m'n glimlach is gebleven de rest van de middag.
Hij is trouwens nog steeds niet van m'n gezicht. :-)
Spijtig dat ik geen camera bij me had om dit fantastische tafereel vast te leggen, maar gelukkig was Gazet van Antwerpen er ook bij was, met uitleg, en mét een fotograaf. :-)


vrijdag 6 maart 2015

Mug.

"Nondedoemme, kunt ge niet ergens anders den ambetanterik gaan uithangen?!" ergerde ik mezelf. In de ondergaande zon aan de halte wachtend op de bus zoemde er een grote mug rond m'n hoofd.
Ondanks m'n handengeflapper; de voorbijrijdende automobilisten zullen vermoedelijk ook wel gedacht hebben dat er een steekje aan me los zit; bleef hij (of zij, uiteraard) halsstarrig proberen ergens op m'n gezicht te landen.
Eenmaal op de bus, opgelucht zuchtend, verlost van het beestje dat achter bleef bij de halte voor een volgende wachtende of zo, kwam ik tot inzicht. Een dansende mug in de avondzon, da's verdorie óók een teken van de nakende lente waar we zo naar uitkijken!
Bij deze mijn excuses voor m'n ongeduld en hoera voor jou, beste mug!!! :-)