Posts tonen met het label mottig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mottig. Alle posts tonen

vrijdag 7 februari 2020

Een kotselijk verhaaltje.

Nee, er staat geen schrijffout in de titel van dit verhaal. Ik heb de letters van het tweede woord niet per ongeluk door elkaar gehaald. En wie weet ben jij misschien wel één van die mensen die dit een koSTelijk verhaal zouden vinden, maar als je ook maar enigszins de neiging naar een zwakke maag hebt, dan raad ik je ten stelligste aan vanaf hier niet meer verder te lezen!...
U bent er nog? U leest toch nog verder? Oké dan. Je kan niet zeggen dat ik je niet verwittigd heb, hé, dus straks niet komen klagen, hoor!...
Zoals ik al wel eens eerder vertelde, ligt de oorsprong van mijn blogjes bij de miniverhaaltjes met belevenissen uit mijn alledaagse leven, die ik zo kort en bondig als mogelijk neerpende en deelde op Facebook. En in het zowat dagelijks weergeven van 'herinneringen van X aantal jaar geleden' verrast FB mij nog regelmatig met m'n eigen vergeten pareltjes. 
Zo ook gisteren. Dit waargebeurde -dat zweer ik op mijn communiezieltje- en zonder enige vorm van overdrijven neergeschreven verhaaltje van exact 5 jaar geleden; een 'belevenis' op bus 32, onderweg naar mijn toenmalig receptiewerk in Edegem; kwakte zichzelf vlak na m'n middageten genadeloos hard in m'n maag... En een schoon blinkend 'pareltje' kan je dit écht niet noemen, vrees ik.
"Kotst u, net als ik, ook gezellig mee als u iemand anders dat hoort of ziet doen? Hou de emmer dan al maar klaar voor mijn volgende verhaal!... Toen ik vanmiddag op de bus wou stappen draaide de man voor mij zich plots om en kotste vlak langst me heen in alle hevigheid z’n ziel en zaligheid uit. Geen ‘sorry’ of niks. Lichtjes in shock en al een klein beetje misselijk nam ik achter in de bus plaats. De man in kwestie, vergezeld van z’n vrouw, kwam achter me zitten. En we waren nog niet goed vertrokken of, jawel hoor, daar spletterde de gal al door het gangpad. Zonder verpinken stonden ze op en gingen een beetje verder zitten. Tussen de Rooseveltplaats en Berchem-statie heeft dit scenario zich 3 keer herhaald. Het kostte me écht àl m’n zelfbeheersing om niet zelf over m’n nek te gaan! Aan de statie ben ik afgestapt en heb de volgende bus verder naar ‘t werk genomen, voor de rest van de middag zo mottig als ‘k weet ni hoe wa..."
Mijn lichaam reageerde hevig. En onmiddellijk. Alsof het allemaal opnieuw vlak voor me gebeurde. Wat moet dat toen een ongelofelijke en onuitwisbare indruk op me gemaakt hebben, want meteen zat die walgelijke stank weer diep in m'n neus en draaide mijn maag toerkes als een dolle paardenmolen op de kermis. Misselijk hing ik voor de rest van de namiddag een beetje zombieachtig in het huis rond.
De avond viel, m'n maag kwam eindelijk tot rust, en het avondeten smaakte zelfs.
Zittend achter m'n computer, een poging doende om nog wat van die blogjesachterstand en dat inhaalmanoeuvre verder te werken, hoor ik op een 'gewoon' moment achter me, vanuit de wc en/of de badkamer meestal vaag wat geluiden uit andere appartementen. Achter een stevig vastgeschroefd houten luik in m'n kleinste kamerke loopt namelijk een enorme schacht tot helemaal boven in het gebouw, en in die schacht zitten o.a. grote afvoerbuizen. Een bad dat leegloopt, een toilet dat doorgetrokken wordt of een swingend wringende wasmachine, het weerklinkt in meerdere of mindere mate allemaal in mijn persoonlijke wc ruimte. Da's normaal, ik hoor het nog amper. Deel uitmakend van de achtergrondgeluiden en het zachte geroezemoes van het gebouw geeft het me meestal een fijn 'thuis'-gevoel.
Maar dit, dit was duidelijk geen 'gewoon' moment... Verre van! Amai amai!
Ergens in een toilet heel erg vlakbij -tegenover, vlak boven of schuin boven het mijne- stond er iemand mi-nu-ten-lang ver-schrik-ke-lijk over te geven. Echt, het bleef maar duren. Alsof er nooit een eind aan zou komen. Die kotste letterlijk de ziel uit z'n lijf! En, volgens de weerzinwekkende geluiden die ik zelfs met de deur van mijn toilet volledig dicht tot bij m'n bureautje hoorde galmen, ook z'n hart, z'n nieren en z'n zaligheid erbij! Mijn god, wat een ellende! 'k Had oprecht ontzettend met die mens te doen, zo ziek als hij was, amai!...
En lag het nu aan het toeval, da'k nog maar net bekomen was van m'n eigen story van 5 jaar geleden, of kwam het door puur 'sympathiek' gezellig mee te willen braken -een neiging waaronder ik, zoals vele mensen, al heel m'n leven gebukt ga-, op slag was ook ik weer kotsmisselijk, 
man man man, echt zo afgrijselijk mottig dat woorden tekort schieten om het te beschrijven. Er zat niet veel anders op dan maar weer wreed onpasselijk en met dat ziekelijk wee gevoel in m'n maag in de zetel te gaan liggen bekomen, om, al snel daarna, en nog steeds behoorlijk slappekes, van puur arremoei maar eens extra vroeg in bed te kruipen.
Vanochtend was de misselijkheid gelukkig over. Oef. Maar nu ik, een heel klein beetje tegen beter weten in, heel dat kostelijk kotselijk verhaal hier toch neergeschreven heb, denk ik da'k maar wéér efkes ergens wat ga liggen liggen... En u misschien ook. ;-)




woensdag 1 november 2017

Klein horror-verhaaltje.

'k Weet dat ik het al zo vaak gezegd heb, maar ik ga het tóch nog eens moeten zeggen: ik kan toch echt nooit eens iets gelijk ne normale mens doen, hé!...
Vanwege m'n nieuwe nekproblemen -zelfde probleem als voorheen, maar één wervel hoger- mocht ik gisterenochtend op bezoek bij de sympathieke Dr. Lasters voor een mij hopelijk van pijn verlossende epidurale prik. Die dokter ken ik al behoorlijk goed, van al die zovele eerdere verdovende spuitjes die hij me reeds een paar jaar geleden mocht zetten. Een bijzonder vakkundige, hartelijke, zachtaardige opa met een oprechte interesse in z'n patiënten. Zo wist hij nog zeer goed dat ik zangers was en vroeg of er dit jaar ook weer van die leuke kerstconcerten kwamen. Fijn toch, niet dan?
Bon, de gang van zaken was me bekend: netjes op de rand van het bed zitten, keurig in 't midden tussen het röntgen-apparaat dat me altijd doet denken aan een reuzegrote koptelefoon, kin op de borst -allé ja, zover ik dat nog kan met al die reeds gefixeerde wervels- en dan graag volledig tot rust komen. De verpleegster plakt een bescherming, een soort operatiedoek, langst de rand van m'n t-shirt, veegt m'n weerbarstig nekhaar daadkrachtig in een mutsje en ontsmet m'n nek met iets dat fenomenaal koud aanvoelt. Ondertussen babbelt ze honderduit met mij over klassieke componisten, kwestie van de patient relaxed te houden, af en toe onderbroken door de dokter die nog een waslijst medische vragen heeft en ijverig de antwoorden in de computer tikt.
Het eerste spuitje, de verdoving vóór de eigenlijke infiltratie, da's de meest venijnige prik die je je kunt voorstellen. Elk haartje op je armen en benen staat er rechtop van en je voelt het nazinderen in elke vezel van je lijf. "Rustig blijven ademen" zei de verpleegster moederlijk...
Van de daaropvolgende prikken voelde ik, behalve het herhaaldelijk krachtige duwen van de dokter, al die zovele vorige keren erg weinig. Eerst een naald tot vlak naast de zenuw, dan het inspuiten van contrastvloeistof -effe checken of ze 't juiste plekje hebben, hé- en dan is het beetje bij beetje de beurt aan de eigenlijke verdovende stof, met eventueel een plots hittegevoel in een arm of in beide armen. Daarna mag je nog 30 minuutjes tot een uur rusten om de plaatselijke verdoving te laten wegebben, dan ben je klaar en mag je beschikken. 
Da's dus in regel de gewone gang van zaken. Zo gaat dat met 'normale' mensen...
En nu voelt u hem natuurlijk al komen: zo ging het dit maal dus niet met mij. Verre van. 
Bij het inspuiten van de lang werkende verdovingsvloeistof ging het mis. Meteen over de hele lengte twee ijskoude armen en handen, het gevoel alsof er mij iemand met een hamer een stevige klap op het achterhoofd gaf, en op de prikplaats: pijn. En dan bedoel ik: PIJN!!! Echt, met geen woorden te beschrijven schreeuwende pijn. Terwijl een vloedgolf aan tranen spontaan en onbeheerst over m'n wangen stroomde bleef de verpleegster me met aandrang aanmanen rustig te blijven en vooral niet te bewegen. Wat ik met een bijna bovenmenselijke zelfbeheersing -braaf als ik ben- ook keurig deed. Al was het maar om het afzien niet nóg erger te maken, hé...
De wondverzorging en de rest van den opkuis heb ik niet meer bewust meegemaakt. Ze hadden me nog net op tijd kunnen opvangen en me plat in m'n bed gelegd. Totaal over m'n toeren en verschrikkelijk huilend van ellende hield ik met twee handen m'n arme hoofd vast, want dat kon volgens mijn aanvoelen elk moment met een enorme knal uit elkaar spatten. Op mijn borstkas had zich niet minder dan een olifant of zo neergezet. Mijn keel werd als door een bankvijs toegeknepen en zwol helemaal op. Maar de verschrikkelijke benauwdheid die daaruit voortvloeide verdween in het niks bij de duizend messen die overduidelijk mijn hele rug aan flarden reten. 'k Was de dag al afschuwelijk mottig begonnen, door de pijnstillers die me de voorbije maand op de been moesten houden, dus durfde ik ondanks dat alles nauwelijks bewegen uit angst ook nog eens het hele operatiekwartier onder te kotsen...
Gelukkig -allé ja- was ik niet de eerste -en vermoedelijk ook niet de laatste- patiënt wiens lijf nogal vervelend reageerde op deze epidurale. Ze kenden dus de symptomen en wisten wat te doen. Terwijl m'n hartslag en ademhaling gemonitord werd legden hele zorgzame en echt super lieve verpleegsters me in alle kalmte aan een baxter met pijnstillers. Jawel: pijnstillers om de gevolgen van de pijnstiller te verhelpen. Zelfs in die toestand vond ik dat ronduit hilarisch! Echt. 
De chirurg kwam ook regelmatig even kijken, oprecht bezorgd en om eventueel wat bij te sturen. Zijn duidelijke uitleg stelde me enigszins gerust: omdat hij exact op die plek waar de discus al zwaar op m'n ruggenmerg duwt ook nog eens een stevige hoeveelheid vloeistof in moet spuiten was in mijn geval de druk op de zenuwen in m'n rug plots zodanig groot dat m'n hele lijf het er van uitschreeuwde en niet beter wist dan efkes het licht volledig uit te doen.
Het kostte me nog een tweede baxter en een paar ongemakkelijke uren verdwaasd, mottig en veel te plat in het ziekenhuisbed voor ik me heel langzaam weer een beetje mezelf begon te voelen. Ondertussen zag ik patiënten gaan en komen, zelden langer aanwezig dan een half uurtje. En zowel een stroom verplegend personeel als een aantal medepatiënten passeerden langs m'n bed om te checken of ik oké was. Alweer zoveel leuke mensen leren kennen en zoveel boeiende verhalen en belevenissen gehoord! Ja, zelfs zo totaal onverwacht een paar uur lang bewegingloos moeten platliggen in een gemeenschappelijke hospitaalzaal heeft zo zijn mooie kanten... En dat meen ik, hoor.
Nog een hete kop thee met veel suiker en een koekje later verlangde ik zodanig naar m'n eigen bed dat ik toch maar heel voorzichtig huiswaarts geschuifeld ben. Ja, te voet, en met de tram. En daarom ook met dikke dikke tranen. Nee, niet meer echt van pijn, al was die er uiteraard ook nog, maar wel van verdriet. De hele dag lang had ik dames ouder dan mijn moeder om me heen gezien, allemaal stuk voor stuk begeleid door hun partner. En toen de bezorgde verpleegsters me vroegen of ik door iemand opgehaald werd kon ik niet anders dan afschuwelijk emotioneel vertellen over die laatste epidurale, een dikke 5 jaar geleden, toen mijn vader nog met me meegegaan was en me ook weer veilig thuis gebracht had...
Na een ontzettend lange nacht vol oeverloos verdriet, ongemak en pijn -te warm, te koud; in het bed, uit het bed; in de zetel, uit de zetel; licht aan, licht uit; de poezen raakten er helemaal de kluts van kwijt- ben ik, zo stijf als een heksenbezemsteel en over alle nog steeds aanwezige pijn heen, toch de Allerheiligen-mis gaan zingen. En het was mooi, intens mooi. De teksten van de priester, de liederen van het koor en omringt zijn door zoveel lieve mensen, het bracht emotionele rust. En -g
eloof me, ik kijk er zelf ook nog altijd van op- zelfs onder dit soort omstandigheden zing ik alsof er niks aan de hand is. Volgens ons moe vandaag zo mogelijk nóg beter dan anders. Komt dà tegen! Maar, alle gekheid op een stokje, het heeft me diep deugd gedaan. En die borrel bij de koffie achteraf, die had ik àbsoluut verdiend.
De weg naar beterschap gaat duidelijk niet echt over rozen, maar het komt helemaal goed, maak je maar geen zorgen. En positief en optimistisch als ik ben zag ik heel die griezeldag meteen als een kado: intens voelen dat je leeft, weten dat echt elke dag telt, en voor de rest met elke vezel in je lijf en uit volle borst zingen zolang het nog kan! Het zal wel zijn, verdorie!
En uiteraaaaard, wat had je gedacht, lag ik gisteren in het ziekenhuis al na te denken over het heerlijke horror-verhaal dat ik -o de ironie, o de zaligheid- juist gepast voor Halloween kon neerschrijven!... Wat zou je in 's hemelsnaam nog meer willen!? Gewéldig, toch! hihihi 😉