Posts tonen met het label horror. Alle posts tonen
Posts tonen met het label horror. Alle posts tonen

vrijdag 5 februari 2021

Action aversie.

Meer dan 30 jaar lang gebruikte ik hetzelfde rode bestek. Dat rode bestek van zeer goede kwaliteit stond zoveel jaar geleden ter gelegenheid van mijn eerste huwelijk op de geschenkenlijst -toen terug te vinden op 't bovenste verdiep bij den 'Innovation' aan de Groenplaats in Antwerpen, ondertussen ook al niet meer bestaande- en paste perfect bij het destijds door ons beiden uitgekozen bijzonder trendy, achthoekige zwarte servies met rode rand, een servies dat minstens 20 jaar geleden ook al de deur uit vloog...
Als je mij al een beetje kent, dan weet je dat ondertussen de kleur roze toch echt wel mijn voorkeur heeft, en dat zoiets o.a. terug te vinden is in mijn huidige servies: dat witte, met gouden randje, en vooral met heel veel róze roosjes. Een servies dat ik de voorbije decennia volledig zelf op 't gemakje bij elkaar verzamelde in tweedehandswinkels en op rommelmarkten. U begrijpt meteen dat, in mijn ogen althans, dat rode bestek hier absoluut niet bij past. Je zou zelfs kunnen stellen dat ik vind dat het vloekt.
En ja, ik kocht wel eens een keer of 2, 3 een volledig roze bestek, maar de kwaliteit die mijn portemonnee kon betalen, liet meestal zodanig te wensen over, dat het hele zootje na één keer gebruiken al richting tweedehandswinkel of rommelmarkt mocht. En dan haalde ik zuchtend dat -gelukkig nog bijgehouden- kwaliteitsvolle rode bestek maar weer boven.
Maar, geduld loont! Een paar weken geleden kocht ik, 
ter gelegenheid van mijn verjaardag gesponsord door lieve vrienden Roger en Jef, op een tweedehandssite -nieuw zouden we dit zelfs met ons gedrieën nooit van ons leven kunnen bekostigen- het bestek van mijn dromen! In perfecte staat, bijzonder elegant qua ontwerp, van een fenomenaal Frans kwaliteitsmerk (dat nog steeds bestaat), gemaakt uit zeer mooi en duurzaam materiaal -allesbehalve brol dus, dit gaat zeker ook weer 30 jaar mee-, en... niet onbelangrijk uiteraard: roze! Hoera!!! Nee, niet van dat knal-bam-pijn-aan-de-ogen-kitsch roze, maar parelmoer-met-verschillende-schakeringen, elegant en warm roze. Heeeeeeerlijk!
Met reeds een heel klein beetje lente in mijn hoofd mestte ik de voorbije maand al een groot deel van m'n keukenkastjes uit, en wat mocht blijven, staat er nu bijzonder keurig en praktischer dan ooit bij. Maar aan de keukenladen kwam ik nog niet toe. Nu echter, zo met dat prachtige nieuwe bestek, én op de koop toe een geweldige fuchsia gekleurde set professionele keukenmessen -verjaardagskado van lieve vriendin Lena- kon dat klusje écht niet langer uitgesteld! Maar je legt natuurlijk al die fraaie aanwinsten niet in zo'n ouwe vergeelde en versleten bestekbak... Als we dan toch aan vernieuwingen toe zijn, dan maar meteen volledig en 'tegoei'! Ha ja.
De keukenbenodigdheden in mijn huis kleurden door de jaren langzaam maar zeker zowat allemaal naar fuchsia roze. Als iets aan vervanging toe was, zocht ik telkens naar een nieuw exemplaar in de juiste tint, en genoot ondertussen met volle teugen van zowel de zoektocht naar als het uiteindelijke ontdekken en aanschaffen van. 
Aldus begon een dikke week geleden de zoektocht naar dé bestekbak, liefst niet al te duur en -en dat had u vermoedelijk ondertussen zelf al bedacht- vanzelfsprekend een roze. 
Bij 'De Krak' was men volop aan het verbouwen en herschikken. Overal rekken volgepropt met de meest uiteenlopende en wonderbaarlijk ongekende spullen, meestal aan verbluffend kleine prijsjes, maar... jammer genoeg: geen bestekbak. "Die komen nog binnen", zei de vriendelijke meneer aan de kassa. "Goeie reden om nog eens een keertje terug tussen al die snuisterijen te komen rondneuzen", verlekkerde ik mezelf alvast stiekem en bedankt hem voor de info.
Vanmiddag scheen de zon zo aanlokkelijk dat ik, met m'n zoektocht in het achterhoofd, een uitstapje naar 'den Action' wel een fijn idee vond, en ik genoot van het kleine fietstochtje. Zeker weten. Maar...
Onmiddellijk bij het oprijden van de parking voor de winkel zag ik die enorme rij mensen, ongeduldig om binnen te mogen, staan aanschuiven 
in een stevig zigzaggend dranghekkenlabyrint. Potverdorie, dat viel vies tegen! Bij die mogelijkheid had ik helemaal niet bij stil gestaan. "Och", dacht ik moedig bij mezelf, "ik ben nu toch al hier, 'k heb tijd, en eenmaal in de winkel zal het dan wel meevallen." Ik parkeerde m'n fiets en zette mezelf netjes achteraan de rij wachtenden. En, 't ging wreed goed vooruit. Achteraf bekeken, eigenlijk verdacht goed...
Al snel bleek het enige dat de file kooplustigen in werkelijkheid ophield het vrijkomen van een verplicht winkelmandje was! En die mandjes, die bleken er in overvloed te zijn: volgens mij liep erbinnen zo mogelijk nog meer volk rond dan in niet-coronatijden!!!
Echtparen die samen heel uitgebreid de weg versperrend hele rekken leeg grabbelden, overal wild spelende kinderen met absoluut geen respect voor andermans spullen, bazige brede vrouwen met hoofddoeken die je zonder enige schroom of besmettingsbewustzijn bruusk opzij duwden om toch maar dat ene product te pakken te krijgen, gangen propvol mensen, geen doorkomen aan, rommel absoluut overal, werkelijk alles door elkaar, personeel dat, hoe hopeloos dat ook leek, schijnbaar onvermoeibaar opnieuw en opnieuw orde trachtte te scheppen... Aaaaaargh! In welk winkelslagveld was ik nu onverhoeds terecht gekomen!? Met de adrenaline van een lichte paniekaanval slalomde ik gezwind van links naar rechts, dook ik fluks onder of over plots opduikende obstakels en scheurde ik, het onwillige winkelmandje op wieltjes dan weer eens hoog optillend, dan weer nukkig en ruw achter me aan sleurend, richting kassa, richting uitgang, onderweg redelijk onbeschaafd toch nog stevig wat poezensnoep en een hele lading ontsmettingsgel mee grissend, om tenminste nog iéts positiefs over aan dit tochtje door de hel over te houden... Want, uiteraard, alsof het zo moest zijn, wat had je anders gedacht: niet één bestekbak te bespeuren, en al zeker geen roze!
De angst in m'n ogen moet duidelijk zichtbaar geweest zijn voor de fantastisch vriendelijke juffrouw aan de kassa. "Druk, hé, niet te doen eigenlijk, maar wij zijn dat ondertussen hier al wel gewend!", sprak ze me warm en geruststellend toe terwijl ze haar handen keurig ontsmette vooraleer mijn aankopen te scannen. Ik knikte bevestigend, wat ongemakkelijk giechelend en wreed zwetend achter m'n masker, liet van puur stress bijna al m'n kleingeld vallen en kon, na toch nog een snelle 'dank u wel', niet snel genoeg met m'n boodschappen de winkel uit spurten. De rij wachtenden buiten had zich ondertussen zo mogelijk nog verdrievoudigd!...
De twee fietsen die, totaal onbedachtzaam, vlak voor mijn rijwiel neergepoot waren en mij een snelle exit ontnamen, moesten het bijna ontgelden. Nog net de grimmige mengeling van angst, frustratie en walging onderdrukkend schoof ik ze, met veel ontsmettingsgel op m'n handen, haastig aan de kant. Ik moest weg van daar, weg, WEG, zo snel en zo ver mogelijk! "Om nooit, nooit, NOOIT nog naar terug te keren!", gruwelde ik m'n benauwdheid en koude rillingen heftig wegtrappend op de pedalen. Den Action? Nee bedankt! Absoluut geen denken meer aan! Ik ben er echt helemaal klaar mee. Pure horror, als ge 't mij vraagt. Brrrrrr...
"En die bestekbak dan?", vraag je je misschien nog af. Wel, 'k heb er ondertussen, heel simpel, eentje online gezocht, gevonden én gekocht. Geen zoektocht meer, jammer inderdaad, maar wel meteen de goeie prijs, de juiste kleur en... vooral: zonder gedoe 100% veilig aan huis geleverd! Wat moet ne mens nog meer hebben?... ;-)





donderdag 1 november 2018

Griezelgedoe.

"Oké, wind, gij wint", zuchtte ik gelaten. Urenlang had ik, lekker knusjes tussen het roze beddengoed, vruchteloos getracht de slaap te vatten, maar dit was zo'n nacht waar menige afdeling 'geluidseffecten' makkelijk een stuk of dertien horrorfilms mee kon vullen. Het huiveringwekkende gepiep van een langst het raam wrijvende geraniumblaadje, het ijselijke gekras van boomtakken tegen raamkozijnen en muren, de occasionele onheilspellende bonk van een plotse onzachte botsing tussen hangmand en venster, het lugubere gerammel en jammerend geknars van het hangmanden-ophangsysteem met de metalen kettingen en grove haak, het spookachtige gezoef en gefluit van de zwaar over hun toeren draaiende, net niet opstijgende windmolentjes... In principe is alles wat op m'n terras staat en hangt bestand tegen een stevige windvlaag -die molentjes zijn trouwens zonder wind zoveel minder leuk, hé-, maar tegen al die op den duur behoorlijk angstaanjagende geluiden, voortkomend uit al het gewiebel en gezwaai in die stijve bries van die nacht, daar kon ík écht niet meer tegen. In mijn steeds meer doldraaiende fantasie zag ik al met veel gerinkel en glassplinters alom enkele van de enorme vensters sneuvelen, en grote potten en bakken vol stevige beplanting als lichte veertjes binnen- of wegvliegen. En wie weet wat er dan verder aan ongewenste en onaangename grimmigheden nog meer mee in m'n kamers of bed zouden belanden... 
Het was overduidelijk: als ik deze nacht nog een beetje wou pitten, en liefst nachtmerrie-vrij, dan moest er gehandeld worden. Niks aan te doen.
Heel voorzichtig kroop ik over Poekie heen. Poekie, die al die uren, lichtjes tot mijn afgunst, als een pluchen engeltje in m'n oksel heerlijk de slaap der onschuldigen en onwetenden had liggen weg snurken. Terwijl hij zich even wat verder uitstrekte, met zo plots een pak meer plaats én een extra warme plek, zocht ik in het pikkedonker m'n weg naar het terras. Slechts het flauwe schijnsel van de verre straatlantaarns flikkerde door de onheilspellend heen en weer graaiende takken van de kale skelet-achtige bomen en verlichtte m'n pad.
Met de wind viel duidelijk niet te praten, die ijzingwekkende nacht. Meteen bij het openen van het grote schuifraam naar het terras roeffelde hij furieus in m'n haren en rukte hij langst alle kanten verbeten aan m'n flapperende roze kamerjas en pyama. Het had wel iets avontuurlijks, iets opwindends ook, zo recht uit het warme nest, op m'n sokkenvoeten, volledig omgeven door een wat sinistere storm en een massa niet direct herkenbare spookachtige geluiden, een keertje in het duister tussen m'n potten en planten te laveren. Zo moet vliegen als een vleermuis in de nacht voelen, dacht ik nog.
Oké, even terug naar de job in kwestie: hoe gaan we dat hier aanpakken? Vier grote bolle hangmanden veilig ergens neerzetten op een toch al erg overvol terras, da's niet simpel. Vooral ook omdat ze, wegens sterk doorhangende geraniums, gegroeid naar het licht uiteraard, bijzonder zwaar overhellen naar één kant. De immer trouw tegenover de deur paraat staande bezem bleek een prima hulpmiddel om de ophangkettingen van de haak te flippen. Goeie ingeving van mij, al zeg ik het zelf. Als een expert van de hindernissenbaan bracht ik de eerste 2 loodzware manden met de lange, in de wind breed uitwaaierende plantenslierten, dan weer hoog over een struik tillend, dan weer gebukt onder wat takken door dragend, tot aan het brede bankje. En nadat ik eindelijk zo slim was m'n gezicht naar de windrichting te draaien -het werkt een stúk makkelijker zonder haar in je ogen en mond,- lukte het me om ze, elkaar in evenwicht houdend, op die kleine plek net stevig genoeg te balanceren.
Als een ware Indiana Jones soepel en vlotjes wild zweepslagzwiepende takken en grijpgrage struikenstekels ontduikend, verplaatste ik me gezwind over de hele lengte van het terras en redde onderweg links en rechts wat door baldadige rukwinden met omvallen of afknakken bedreigde planten. Uiteraard ken ik m'n terras en z'n layout ondertussen door en door, en als je lang genoeg in het donker rondloopt, passen je ogen zich langzaam aan en zie je na een tijdje een stuk meer, maar... blijkbaar toch niet genoeg, want... Aaaaauw! Potvernondemiljaaaaaaar! Mijn kleine teen, in die tegen niets beschermende sok, maakte keihard kennis met een stevige, plots van tussen de potten springende, meedogenloos onbuigzame sierkassei. Geen tijd voor eindeloze pijndansjes of overmatige griezelfilmsterfscenes. Er moesten nóg 2 hangmanden en een hele schare ander klein spul het leven gered en in veiligheid gebracht worden. Mand nummer 3 vond, super snel en praktisch, een knus uit de wind en half verborgen plekje op de rode emmer waar normaal gezien m'n snoeiafval in terecht komt. Dat was makkelijk! Te makkelijk?...
Jezus-Maria-Jozef, miljaaaaaardejuuu! Bij het zorgeloos onbedachtzaam omdraaien naar mand nummer vier trapte ik toch wel geweldig onhandig met m'n nog niet pijnlijke voet op die immer uitstekende, altijd in de weg zittende -ik had het kunnen weten dus- gekrulde voet van die elegante, maar o zo zware metalen platenstandaard. Wild molenwiekend m'n evenwicht bewarend belandde ik, gelukkig net niet al m'n gekoesterde groen verpletterend, toch half in de natte klauwen van het struikgewas. Takjes in m'n haar, blaadjes in m'n decolleté, modder in m'n sokken. M'n uiterlijk begon stilaan uitstekend bij deze griezelnacht te passen... En me dat bedenkend ging het binnensmonds gevloek volautomatisch over in een, mogelijk heksachtig aandoende, schaterlach. En de gore wind deed, met extra kracht m'n al totaal verwilderde haarbos recht omhoog de lucht in blazend, fanatiek loeiend mee. Voorzichtig schuifelend -2 pijnlijke voeten volstonden wel- zocht ik m'n weg terug naar binnen en gritste in 't voorbijkomen nog snel alle mogelijk kwetsbare molentjes mee. 
Wreed worstelend met die doldraaiende dingen bleef ik toch nog even op de mat voor het schuifraam in het dreigende duister midden in de onverbiddelijke stormwind staan. Daar zo, in m'n verwaaide nachtkleding en m'n puinhoopkapsel, voelde ik me heel eventjes weer als een kind: met m'n molentjes in de hand, zich van geen kwaad bewust vrolijk en kleurrijk tollend in die raadselachtige wind, was ik even angstig als gefascineerd, onverwacht nat en vuil, en behoorlijk zot geblazen, maar ook nog net niet klaar om dit ontzettend spannende, bijna filmische gebeuren los te laten en in te ruilen voor de warme veiligheid van die totaal tegenovergestelde wereld aan de andere kant van het grote schuifraam. 
Ja, wind, je hebt gewonnen, hoor, met al je lugubere 'gewind'. Je hebt me inderdaad een slapeloze nacht bezorgd én me op de koop toe uit m'n veilige knusse bed die koude naargeestige duisternis in gekregen. Maar nu de macabere horrorgeluiden tot zwijgen gebracht zijn en alle planten het leven gered, lig ik toch weer lekker terug naast Poekie, tussen de nog steeds zalig aanvoelende lakens en kussens, en bedenk me onheilspellend gniffelend, m'n gruwelijk ijzige handen wrijvend en met een mysterieuze glimlach op m'n bleke koude gelaat: "Geweldig! Meer dan genoeg griezelgedoe voor een licht huiveringwekkend Halloweenverhaaltje!..." 😀




woensdag 1 november 2017

Klein horror-verhaaltje.

'k Weet dat ik het al zo vaak gezegd heb, maar ik ga het tóch nog eens moeten zeggen: ik kan toch echt nooit eens iets gelijk ne normale mens doen, hé!...
Vanwege m'n nieuwe nekproblemen -zelfde probleem als voorheen, maar één wervel hoger- mocht ik gisterenochtend op bezoek bij de sympathieke Dr. Lasters voor een mij hopelijk van pijn verlossende epidurale prik. Die dokter ken ik al behoorlijk goed, van al die zovele eerdere verdovende spuitjes die hij me reeds een paar jaar geleden mocht zetten. Een bijzonder vakkundige, hartelijke, zachtaardige opa met een oprechte interesse in z'n patiënten. Zo wist hij nog zeer goed dat ik zangers was en vroeg of er dit jaar ook weer van die leuke kerstconcerten kwamen. Fijn toch, niet dan?
Bon, de gang van zaken was me bekend: netjes op de rand van het bed zitten, keurig in 't midden tussen het röntgen-apparaat dat me altijd doet denken aan een reuzegrote koptelefoon, kin op de borst -allé ja, zover ik dat nog kan met al die reeds gefixeerde wervels- en dan graag volledig tot rust komen. De verpleegster plakt een bescherming, een soort operatiedoek, langst de rand van m'n t-shirt, veegt m'n weerbarstig nekhaar daadkrachtig in een mutsje en ontsmet m'n nek met iets dat fenomenaal koud aanvoelt. Ondertussen babbelt ze honderduit met mij over klassieke componisten, kwestie van de patient relaxed te houden, af en toe onderbroken door de dokter die nog een waslijst medische vragen heeft en ijverig de antwoorden in de computer tikt.
Het eerste spuitje, de verdoving vóór de eigenlijke infiltratie, da's de meest venijnige prik die je je kunt voorstellen. Elk haartje op je armen en benen staat er rechtop van en je voelt het nazinderen in elke vezel van je lijf. "Rustig blijven ademen" zei de verpleegster moederlijk...
Van de daaropvolgende prikken voelde ik, behalve het herhaaldelijk krachtige duwen van de dokter, al die zovele vorige keren erg weinig. Eerst een naald tot vlak naast de zenuw, dan het inspuiten van contrastvloeistof -effe checken of ze 't juiste plekje hebben, hé- en dan is het beetje bij beetje de beurt aan de eigenlijke verdovende stof, met eventueel een plots hittegevoel in een arm of in beide armen. Daarna mag je nog 30 minuutjes tot een uur rusten om de plaatselijke verdoving te laten wegebben, dan ben je klaar en mag je beschikken. 
Da's dus in regel de gewone gang van zaken. Zo gaat dat met 'normale' mensen...
En nu voelt u hem natuurlijk al komen: zo ging het dit maal dus niet met mij. Verre van. 
Bij het inspuiten van de lang werkende verdovingsvloeistof ging het mis. Meteen over de hele lengte twee ijskoude armen en handen, het gevoel alsof er mij iemand met een hamer een stevige klap op het achterhoofd gaf, en op de prikplaats: pijn. En dan bedoel ik: PIJN!!! Echt, met geen woorden te beschrijven schreeuwende pijn. Terwijl een vloedgolf aan tranen spontaan en onbeheerst over m'n wangen stroomde bleef de verpleegster me met aandrang aanmanen rustig te blijven en vooral niet te bewegen. Wat ik met een bijna bovenmenselijke zelfbeheersing -braaf als ik ben- ook keurig deed. Al was het maar om het afzien niet nóg erger te maken, hé...
De wondverzorging en de rest van den opkuis heb ik niet meer bewust meegemaakt. Ze hadden me nog net op tijd kunnen opvangen en me plat in m'n bed gelegd. Totaal over m'n toeren en verschrikkelijk huilend van ellende hield ik met twee handen m'n arme hoofd vast, want dat kon volgens mijn aanvoelen elk moment met een enorme knal uit elkaar spatten. Op mijn borstkas had zich niet minder dan een olifant of zo neergezet. Mijn keel werd als door een bankvijs toegeknepen en zwol helemaal op. Maar de verschrikkelijke benauwdheid die daaruit voortvloeide verdween in het niks bij de duizend messen die overduidelijk mijn hele rug aan flarden reten. 'k Was de dag al afschuwelijk mottig begonnen, door de pijnstillers die me de voorbije maand op de been moesten houden, dus durfde ik ondanks dat alles nauwelijks bewegen uit angst ook nog eens het hele operatiekwartier onder te kotsen...
Gelukkig -allé ja- was ik niet de eerste -en vermoedelijk ook niet de laatste- patiënt wiens lijf nogal vervelend reageerde op deze epidurale. Ze kenden dus de symptomen en wisten wat te doen. Terwijl m'n hartslag en ademhaling gemonitord werd legden hele zorgzame en echt super lieve verpleegsters me in alle kalmte aan een baxter met pijnstillers. Jawel: pijnstillers om de gevolgen van de pijnstiller te verhelpen. Zelfs in die toestand vond ik dat ronduit hilarisch! Echt. 
De chirurg kwam ook regelmatig even kijken, oprecht bezorgd en om eventueel wat bij te sturen. Zijn duidelijke uitleg stelde me enigszins gerust: omdat hij exact op die plek waar de discus al zwaar op m'n ruggenmerg duwt ook nog eens een stevige hoeveelheid vloeistof in moet spuiten was in mijn geval de druk op de zenuwen in m'n rug plots zodanig groot dat m'n hele lijf het er van uitschreeuwde en niet beter wist dan efkes het licht volledig uit te doen.
Het kostte me nog een tweede baxter en een paar ongemakkelijke uren verdwaasd, mottig en veel te plat in het ziekenhuisbed voor ik me heel langzaam weer een beetje mezelf begon te voelen. Ondertussen zag ik patiënten gaan en komen, zelden langer aanwezig dan een half uurtje. En zowel een stroom verplegend personeel als een aantal medepatiënten passeerden langs m'n bed om te checken of ik oké was. Alweer zoveel leuke mensen leren kennen en zoveel boeiende verhalen en belevenissen gehoord! Ja, zelfs zo totaal onverwacht een paar uur lang bewegingloos moeten platliggen in een gemeenschappelijke hospitaalzaal heeft zo zijn mooie kanten... En dat meen ik, hoor.
Nog een hete kop thee met veel suiker en een koekje later verlangde ik zodanig naar m'n eigen bed dat ik toch maar heel voorzichtig huiswaarts geschuifeld ben. Ja, te voet, en met de tram. En daarom ook met dikke dikke tranen. Nee, niet meer echt van pijn, al was die er uiteraard ook nog, maar wel van verdriet. De hele dag lang had ik dames ouder dan mijn moeder om me heen gezien, allemaal stuk voor stuk begeleid door hun partner. En toen de bezorgde verpleegsters me vroegen of ik door iemand opgehaald werd kon ik niet anders dan afschuwelijk emotioneel vertellen over die laatste epidurale, een dikke 5 jaar geleden, toen mijn vader nog met me meegegaan was en me ook weer veilig thuis gebracht had...
Na een ontzettend lange nacht vol oeverloos verdriet, ongemak en pijn -te warm, te koud; in het bed, uit het bed; in de zetel, uit de zetel; licht aan, licht uit; de poezen raakten er helemaal de kluts van kwijt- ben ik, zo stijf als een heksenbezemsteel en over alle nog steeds aanwezige pijn heen, toch de Allerheiligen-mis gaan zingen. En het was mooi, intens mooi. De teksten van de priester, de liederen van het koor en omringt zijn door zoveel lieve mensen, het bracht emotionele rust. En -g
eloof me, ik kijk er zelf ook nog altijd van op- zelfs onder dit soort omstandigheden zing ik alsof er niks aan de hand is. Volgens ons moe vandaag zo mogelijk nóg beter dan anders. Komt dà tegen! Maar, alle gekheid op een stokje, het heeft me diep deugd gedaan. En die borrel bij de koffie achteraf, die had ik àbsoluut verdiend.
De weg naar beterschap gaat duidelijk niet echt over rozen, maar het komt helemaal goed, maak je maar geen zorgen. En positief en optimistisch als ik ben zag ik heel die griezeldag meteen als een kado: intens voelen dat je leeft, weten dat echt elke dag telt, en voor de rest met elke vezel in je lijf en uit volle borst zingen zolang het nog kan! Het zal wel zijn, verdorie!
En uiteraaaaard, wat had je gedacht, lag ik gisteren in het ziekenhuis al na te denken over het heerlijke horror-verhaal dat ik -o de ironie, o de zaligheid- juist gepast voor Halloween kon neerschrijven!... Wat zou je in 's hemelsnaam nog meer willen!? Gewéldig, toch! hihihi 😉