Meer dan 30 jaar lang gebruikte ik hetzelfde rode bestek. Dat rode bestek van zeer goede kwaliteit stond zoveel jaar geleden ter gelegenheid van mijn eerste huwelijk op de geschenkenlijst -toen terug te vinden op 't bovenste verdiep bij den 'Innovation' aan de Groenplaats in Antwerpen, ondertussen ook al niet meer bestaande- en paste perfect bij het destijds door ons beiden uitgekozen bijzonder trendy, achthoekige zwarte servies met rode rand, een servies dat minstens 20 jaar geleden ook al de deur uit vloog...
Als je mij al een beetje kent, dan weet je dat ondertussen de kleur roze toch echt wel mijn voorkeur heeft, en dat zoiets o.a. terug te vinden is in mijn huidige servies: dat witte, met gouden randje, en vooral met heel veel róze roosjes. Een servies dat ik de voorbije decennia volledig zelf op 't gemakje bij elkaar verzamelde in tweedehandswinkels en op rommelmarkten. U begrijpt meteen dat, in mijn ogen althans, dat rode bestek hier absoluut niet bij past. Je zou zelfs kunnen stellen dat ik vind dat het vloekt.
En ja, ik kocht wel eens een keer of 2, 3 een volledig roze bestek, maar de kwaliteit die mijn portemonnee kon betalen, liet meestal zodanig te wensen over, dat het hele zootje na één keer gebruiken al richting tweedehandswinkel of rommelmarkt mocht. En dan haalde ik zuchtend dat -gelukkig nog bijgehouden- kwaliteitsvolle rode bestek maar weer boven.
Maar, geduld loont! Een paar weken geleden kocht ik, ter gelegenheid van mijn verjaardag gesponsord door lieve vrienden Roger en Jef, op een tweedehandssite -nieuw zouden we dit zelfs met ons gedrieën nooit van ons leven kunnen bekostigen- het bestek van mijn dromen! In perfecte staat, bijzonder elegant qua ontwerp, van een fenomenaal Frans kwaliteitsmerk (dat nog steeds bestaat), gemaakt uit zeer mooi en duurzaam materiaal -allesbehalve brol dus, dit gaat zeker ook weer 30 jaar mee-, en... niet onbelangrijk uiteraard: roze! Hoera!!! Nee, niet van dat knal-bam-pijn-aan-de-ogen-kitsch roze, maar parelmoer-met-verschillende-schakeringen, elegant en warm roze. Heeeeeeerlijk!
Met reeds een heel klein beetje lente in mijn hoofd mestte ik de voorbije maand al een groot deel van m'n keukenkastjes uit, en wat mocht blijven, staat er nu bijzonder keurig en praktischer dan ooit bij. Maar aan de keukenladen kwam ik nog niet toe. Nu echter, zo met dat prachtige nieuwe bestek, én op de koop toe een geweldige fuchsia gekleurde set professionele keukenmessen -verjaardagskado van lieve vriendin Lena- kon dat klusje écht niet langer uitgesteld! Maar je legt natuurlijk al die fraaie aanwinsten niet in zo'n ouwe vergeelde en versleten bestekbak... Als we dan toch aan vernieuwingen toe zijn, dan maar meteen volledig en 'tegoei'! Ha ja.
De keukenbenodigdheden in mijn huis kleurden door de jaren langzaam maar zeker zowat allemaal naar fuchsia roze. Als iets aan vervanging toe was, zocht ik telkens naar een nieuw exemplaar in de juiste tint, en genoot ondertussen met volle teugen van zowel de zoektocht naar als het uiteindelijke ontdekken en aanschaffen van. Aldus begon een dikke week geleden de zoektocht naar dé bestekbak, liefst niet al te duur en -en dat had u vermoedelijk ondertussen zelf al bedacht- vanzelfsprekend een roze.
Bij 'De Krak' was men volop aan het verbouwen en herschikken. Overal rekken volgepropt met de meest uiteenlopende en wonderbaarlijk ongekende spullen, meestal aan verbluffend kleine prijsjes, maar... jammer genoeg: geen bestekbak. "Die komen nog binnen", zei de vriendelijke meneer aan de kassa. "Goeie reden om nog eens een keertje terug tussen al die snuisterijen te komen rondneuzen", verlekkerde ik mezelf alvast stiekem en bedankt hem voor de info.
Vanmiddag scheen de zon zo aanlokkelijk dat ik, met m'n zoektocht in het achterhoofd, een uitstapje naar 'den Action' wel een fijn idee vond, en ik genoot van het kleine fietstochtje. Zeker weten. Maar...
Onmiddellijk bij het oprijden van de parking voor de winkel zag ik die enorme rij mensen, ongeduldig om binnen te mogen, staan aanschuiven in een stevig zigzaggend dranghekkenlabyrint. Potverdorie, dat viel vies tegen! Bij die mogelijkheid had ik helemaal niet bij stil gestaan. "Och", dacht ik moedig bij mezelf, "ik ben nu toch al hier, 'k heb tijd, en eenmaal in de winkel zal het dan wel meevallen." Ik parkeerde m'n fiets en zette mezelf netjes achteraan de rij wachtenden. En, 't ging wreed goed vooruit. Achteraf bekeken, eigenlijk verdacht goed...
Al snel bleek het enige dat de file kooplustigen in werkelijkheid ophield het vrijkomen van een verplicht winkelmandje was! En die mandjes, die bleken er in overvloed te zijn: volgens mij liep erbinnen zo mogelijk nog meer volk rond dan in niet-coronatijden!!!
Echtparen die samen heel uitgebreid de weg versperrend hele rekken leeg grabbelden, overal wild spelende kinderen met absoluut geen respect voor andermans spullen, bazige brede vrouwen met hoofddoeken die je zonder enige schroom of besmettingsbewustzijn bruusk opzij duwden om toch maar dat ene product te pakken te krijgen, gangen propvol mensen, geen doorkomen aan, rommel absoluut overal, werkelijk alles door elkaar, personeel dat, hoe hopeloos dat ook leek, schijnbaar onvermoeibaar opnieuw en opnieuw orde trachtte te scheppen... Aaaaaargh! In welk winkelslagveld was ik nu onverhoeds terecht gekomen!? Met de adrenaline van een lichte paniekaanval slalomde ik gezwind van links naar rechts, dook ik fluks onder of over plots opduikende obstakels en scheurde ik, het onwillige winkelmandje op wieltjes dan weer eens hoog optillend, dan weer nukkig en ruw achter me aan sleurend, richting kassa, richting uitgang, onderweg redelijk onbeschaafd toch nog stevig wat poezensnoep en een hele lading ontsmettingsgel mee grissend, om tenminste nog iéts positiefs over aan dit tochtje door de hel over te houden... Want, uiteraard, alsof het zo moest zijn, wat had je anders gedacht: niet één bestekbak te bespeuren, en al zeker geen roze!
De angst in m'n ogen moet duidelijk zichtbaar geweest zijn voor de fantastisch vriendelijke juffrouw aan de kassa. "Druk, hé, niet te doen eigenlijk, maar wij zijn dat ondertussen hier al wel gewend!", sprak ze me warm en geruststellend toe terwijl ze haar handen keurig ontsmette vooraleer mijn aankopen te scannen. Ik knikte bevestigend, wat ongemakkelijk giechelend en wreed zwetend achter m'n masker, liet van puur stress bijna al m'n kleingeld vallen en kon, na toch nog een snelle 'dank u wel', niet snel genoeg met m'n boodschappen de winkel uit spurten. De rij wachtenden buiten had zich ondertussen zo mogelijk nog verdrievoudigd!...
De twee fietsen die, totaal onbedachtzaam, vlak voor mijn rijwiel neergepoot waren en mij een snelle exit ontnamen, moesten het bijna ontgelden. Nog net de grimmige mengeling van angst, frustratie en walging onderdrukkend schoof ik ze, met veel ontsmettingsgel op m'n handen, haastig aan de kant. Ik moest weg van daar, weg, WEG, zo snel en zo ver mogelijk! "Om nooit, nooit, NOOIT nog naar terug te keren!", gruwelde ik m'n benauwdheid en koude rillingen heftig wegtrappend op de pedalen. Den Action? Nee bedankt! Absoluut geen denken meer aan! Ik ben er echt helemaal klaar mee. Pure horror, als ge 't mij vraagt. Brrrrrr...
"En die bestekbak dan?", vraag je je misschien nog af. Wel, 'k heb er ondertussen, heel simpel, eentje online gezocht, gevonden én gekocht. Geen zoektocht meer, jammer inderdaad, maar wel meteen de goeie prijs, de juiste kleur en... vooral: zonder gedoe 100% veilig aan huis geleverd! Wat moet ne mens nog meer hebben?... ;-)
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label angst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label angst. Alle posts tonen
vrijdag 5 februari 2021
Action aversie.
zaterdag 9 mei 2020
Poezenleed.
Er zijn behoorlijk wat dingen in deze wereld die ik vermoedelijk nooit zal begrijpen, en die af en toe m'n hoofd met vragen vullen. De voorbije weken stak weer eens zo'n situatie de kop op. Begrijpt u waarom mensen katten 'in huis' halen, om ze dan dag en nacht buiten los te laten lopen en voor zichzelf te laten zorgen? En uiteraard: zónder halsbandje, zónder chip en ook zónder castratie of sterilisatie. Het kan aan mij liggen, maar ik snap er om zoveel verschillende redenen alleszins niks van. Toch zeker hier niet, in zulk verstedelijkt gebied. Op 'den boeren buiten' kan ik er eventueel nog wel in komen...
Sinds ik hier op mijn gelijkvloers appartement kwam wonen, maakte ik kennis met een eindeloze stoet 'buurtkatten'. Hoeveel zou ik er ondertussen al niet hebben zien komen... en gaan? In 't beste geval kuieren ze op hun gemakje voorbij het terras of liggen ze zich als ware pasha's op de warme stenen te koesteren in de zon. Jammer genoeg blijft het daar meestal niet bij. Er wordt regelmatig met veel energie op alle tuinvogels groot en klein gejaagd, en geloof me, ze krijgen ze nog te pakken ook. 'k Wil niet weten wat dat met het vogelbestand doet!... Elke lente opnieuw vinden er hevige territoriumgevechten plaats in de tuin, met veel nachtelijk gekrijs en gejank. En ook vaak met de meest vreselijke verwondingen tot gevolg. Die strompelen hier dan duidelijk zichtbaar de dagen erna voorbij... Mijn terras blijkt een soort catwalk -letterlijk, hahaha- te zijn. Een plek om jezelf als kat te laten opmerken. Ontzettend vrijpostig paraderen hier zowat alle poezenbeesten uit de buurt voorbij; zeker alle katers, om, meestal elk op z'n beurt, met stevig wat sproeiwerk tegen m'n bloempotten mijn buitenruimte als de hunne te claimen... Ze drinken ongegeneerd uit m'n bak met waterplanten, slurpen onverstoorbaar de vogelzwembadjes leeg en likken zelfs het drinksysteem voor de insecten -een stenen bord met natte keien- helemaal droog. Al doende vertrappelen ze achteloos m'n geliefde, o zo frêle bloemen. En af en toe geeft één van m'n planten de geest omdat ik niet op tijd merkte dat de aarde in zijn bloempot tot uitverkoren plasplekje gedoopt werd...
Mijn twee katers Poekie en Pompon mogen nooit naar buiten. Neen, da's niet zielig, echt niet. Ze hebben een heel boeiend leven hier binnenskamers en komen absoluut niets te kort, op geen enkel vlak. Daar mag je gerust in zijn. Zo blijven ze veilig, gezond en vrij van parasitair ongedierte, wat een geruststelling voor mij is; en zo zijn ook de zaadjes en nootjes etende vogeltjes op het terras safe. En al mogen ze niet vrij in- en uitlopen, die twee knuffels van mij, ze genieten wél van de buitenlucht. Als hier de ramen wijd open staan, dan plaats ik daar horren in. Geen gewone horren met insectengaas, maar speciale zelf gefabriceerde poezenhorren met gegalvaniseerd volièregaas, met gaten van ongeveer één vierkante centimeter. En ze vinden het echt zalig om ervoor te hangen, en onbezorgd en gretig alle geurtjes en luchtjes van buiten op te snuiven met de zon of de wind op hun snuiteke; of hoog vanop de krabpaal, die ik er dan altijd voor zet, nét niet zonder barrière de vogeltjes te bespieden en al het reilen en zeilen in de tuin nauwgezet in 't oog te houden.
Twee weken geleden stond er plots een nieuwe, nog erg jonge kat voor de hor in het openstaande venster. Een volledig lichtbruin-zwart gestreept tijgerke zonder enige vorm van schuwheid of bedreiging, heel gewoon met slechts een stevige dosis kinderlijk onschuldige nieuwsgierigheid. 't Zag er nogal een lieveke uit en omdat mijn katers zo nog wel vriendjes aan de andere kant van het gaas hadden, vond ik het wel leuk voor hen. Maar de volgende dagen was dat katje er weer, en deze keer niet zo vredevol! Met alle kracht in zich viel het mijn katers achter de hor aan! Het haar vloog in het rond en het geschreeuw moet ver te horen geweest zijn. Misschien lag het aan het 'kattenseizoen', want het luidde een intens aantal dagen in met epische gevechten in de tuin. De lucht zat dagenlang vol van door merg en been snijdend gekrijs en het gegil, zo uit de ergste horrornachtmerrie, als van een baby die op gruwelijke wijze doodgebeten wordt of zoiets, bleef me opnieuw en opnieuw ijskoude rillingen bezorgen.
Ik trachtte te achterhalen wie er nu precies aan 't bakkeleien was, want ontdek de verschillende individuen maar eens in zo'n kluwen vechtende plush ergens half verborgen in het dichte struikgewas. En behalve een aantal van de zelfverzekerde 'veteranen' hier croste hier precies steeds weer datzelfde tijgertje voorbij... Niet moeilijk dat ik uitgerekend dié altijd zag: het was niet één tijgertje, het bleken er uiteindelijk dríe te zijn! Drie nieuwe gestreepte katten in de tuin, en vermoedelijk allemaal ongesneden katers. Twee identiek dezelfde tijgertjes -één lief en één kwaadaardig- en één iets grotere, iets rondere, tijger met wat meer grijs in z'n strepen. Mooi beestje eigenlijk. En omdat ze nieuw in de buurt zijn, is hier dus een ware burgeroorlog uitgebroken. Zucht.
Poekie trekt het zich niet aan. Eén bijzonder doordringende blik van hem, geen geluid erbij of niks, slechts één blik, en gelijk welke andere kat druipt geruisloos af. Mijn zelfverzekerde Poekie is de baas en daarmee uit. Met de anders al zo schuchtere en snel angstige Pompon is het een heel ander verhaal. Hij houdt, met hoge rug, z'n vacht volledig overeind en z'n staart vier keer zo dik als normaal, gevaarlijk grommend en blazend de wacht bij het open venster, ook als er niemand aan de andere kant is. In zijn alles overheersende benauwdheid wou hij mij zelfs bijten toen ik hem trachtte te kalmeren. Pompon is werkelijk totaal van z'n melk door al die vechtersbazen. Radeloos over z'n toeren en panisch angstig probeerde hij al z'n favoriete spullen in huis te markeren als de zijne. Niet door erop te sproeien, zoals katers normaal gezien doen, want dat kan hij als gesteriliseerde kater uiteraard niet meer, maar door er -tot mijn grote ellende- overal een klein plasje op te doen. Op de vloer, op de matjes op de vensterbanken, op de krabpalen, in de poezenmandjes, op z'n ál speelgoed, op de poezendeken op bed (gelúkkig voor mij en m'n bed ééntje met een vochtafstotende onderkant), bij de eetbakjes, naast de drinkwaterschaal...
Er is weinig dat ik eraan kan doen. Begrip tonen en vooral niet boos zijn. Opruimen en poetsen. De wasmachine draait bijna continu. 'k Hou een beetje de wacht om met een krachtige plantenspuit elke eventuele snode belager meteen een stevig nat pak te bezorgen, want dat werkt bijzonder goed als afschrikmiddel. Verder overlaad ik Pompon met extra veel aandacht en een overdosis knuffels, en 'k leid hem zoveel als mogelijk af met allerlei leuke spelletjes, zodat hij zich hopelijk gauw weer terug veilig gaat voelen. En ondertussen wens ik vanuit de grond van mijn hart dat die knokkende oproerlingen daarbuiten snel tot een degelijk en langdurig vredesakkoord komen. Graag vandáág nog. En liefst zonder nog één of andere allerlaatste fenomenale aanslag op mijn geliefde terras en huisgenootjes. Want wat mij betreft is het poezenleed hier op 'den Bosuil' stilaan niet meer te overzien, hoor... ;-)
Sinds ik hier op mijn gelijkvloers appartement kwam wonen, maakte ik kennis met een eindeloze stoet 'buurtkatten'. Hoeveel zou ik er ondertussen al niet hebben zien komen... en gaan? In 't beste geval kuieren ze op hun gemakje voorbij het terras of liggen ze zich als ware pasha's op de warme stenen te koesteren in de zon. Jammer genoeg blijft het daar meestal niet bij. Er wordt regelmatig met veel energie op alle tuinvogels groot en klein gejaagd, en geloof me, ze krijgen ze nog te pakken ook. 'k Wil niet weten wat dat met het vogelbestand doet!... Elke lente opnieuw vinden er hevige territoriumgevechten plaats in de tuin, met veel nachtelijk gekrijs en gejank. En ook vaak met de meest vreselijke verwondingen tot gevolg. Die strompelen hier dan duidelijk zichtbaar de dagen erna voorbij... Mijn terras blijkt een soort catwalk -letterlijk, hahaha- te zijn. Een plek om jezelf als kat te laten opmerken. Ontzettend vrijpostig paraderen hier zowat alle poezenbeesten uit de buurt voorbij; zeker alle katers, om, meestal elk op z'n beurt, met stevig wat sproeiwerk tegen m'n bloempotten mijn buitenruimte als de hunne te claimen... Ze drinken ongegeneerd uit m'n bak met waterplanten, slurpen onverstoorbaar de vogelzwembadjes leeg en likken zelfs het drinksysteem voor de insecten -een stenen bord met natte keien- helemaal droog. Al doende vertrappelen ze achteloos m'n geliefde, o zo frêle bloemen. En af en toe geeft één van m'n planten de geest omdat ik niet op tijd merkte dat de aarde in zijn bloempot tot uitverkoren plasplekje gedoopt werd...
Mijn twee katers Poekie en Pompon mogen nooit naar buiten. Neen, da's niet zielig, echt niet. Ze hebben een heel boeiend leven hier binnenskamers en komen absoluut niets te kort, op geen enkel vlak. Daar mag je gerust in zijn. Zo blijven ze veilig, gezond en vrij van parasitair ongedierte, wat een geruststelling voor mij is; en zo zijn ook de zaadjes en nootjes etende vogeltjes op het terras safe. En al mogen ze niet vrij in- en uitlopen, die twee knuffels van mij, ze genieten wél van de buitenlucht. Als hier de ramen wijd open staan, dan plaats ik daar horren in. Geen gewone horren met insectengaas, maar speciale zelf gefabriceerde poezenhorren met gegalvaniseerd volièregaas, met gaten van ongeveer één vierkante centimeter. En ze vinden het echt zalig om ervoor te hangen, en onbezorgd en gretig alle geurtjes en luchtjes van buiten op te snuiven met de zon of de wind op hun snuiteke; of hoog vanop de krabpaal, die ik er dan altijd voor zet, nét niet zonder barrière de vogeltjes te bespieden en al het reilen en zeilen in de tuin nauwgezet in 't oog te houden.
Twee weken geleden stond er plots een nieuwe, nog erg jonge kat voor de hor in het openstaande venster. Een volledig lichtbruin-zwart gestreept tijgerke zonder enige vorm van schuwheid of bedreiging, heel gewoon met slechts een stevige dosis kinderlijk onschuldige nieuwsgierigheid. 't Zag er nogal een lieveke uit en omdat mijn katers zo nog wel vriendjes aan de andere kant van het gaas hadden, vond ik het wel leuk voor hen. Maar de volgende dagen was dat katje er weer, en deze keer niet zo vredevol! Met alle kracht in zich viel het mijn katers achter de hor aan! Het haar vloog in het rond en het geschreeuw moet ver te horen geweest zijn. Misschien lag het aan het 'kattenseizoen', want het luidde een intens aantal dagen in met epische gevechten in de tuin. De lucht zat dagenlang vol van door merg en been snijdend gekrijs en het gegil, zo uit de ergste horrornachtmerrie, als van een baby die op gruwelijke wijze doodgebeten wordt of zoiets, bleef me opnieuw en opnieuw ijskoude rillingen bezorgen.
Ik trachtte te achterhalen wie er nu precies aan 't bakkeleien was, want ontdek de verschillende individuen maar eens in zo'n kluwen vechtende plush ergens half verborgen in het dichte struikgewas. En behalve een aantal van de zelfverzekerde 'veteranen' hier croste hier precies steeds weer datzelfde tijgertje voorbij... Niet moeilijk dat ik uitgerekend dié altijd zag: het was niet één tijgertje, het bleken er uiteindelijk dríe te zijn! Drie nieuwe gestreepte katten in de tuin, en vermoedelijk allemaal ongesneden katers. Twee identiek dezelfde tijgertjes -één lief en één kwaadaardig- en één iets grotere, iets rondere, tijger met wat meer grijs in z'n strepen. Mooi beestje eigenlijk. En omdat ze nieuw in de buurt zijn, is hier dus een ware burgeroorlog uitgebroken. Zucht.
Poekie trekt het zich niet aan. Eén bijzonder doordringende blik van hem, geen geluid erbij of niks, slechts één blik, en gelijk welke andere kat druipt geruisloos af. Mijn zelfverzekerde Poekie is de baas en daarmee uit. Met de anders al zo schuchtere en snel angstige Pompon is het een heel ander verhaal. Hij houdt, met hoge rug, z'n vacht volledig overeind en z'n staart vier keer zo dik als normaal, gevaarlijk grommend en blazend de wacht bij het open venster, ook als er niemand aan de andere kant is. In zijn alles overheersende benauwdheid wou hij mij zelfs bijten toen ik hem trachtte te kalmeren. Pompon is werkelijk totaal van z'n melk door al die vechtersbazen. Radeloos over z'n toeren en panisch angstig probeerde hij al z'n favoriete spullen in huis te markeren als de zijne. Niet door erop te sproeien, zoals katers normaal gezien doen, want dat kan hij als gesteriliseerde kater uiteraard niet meer, maar door er -tot mijn grote ellende- overal een klein plasje op te doen. Op de vloer, op de matjes op de vensterbanken, op de krabpalen, in de poezenmandjes, op z'n ál speelgoed, op de poezendeken op bed (gelúkkig voor mij en m'n bed ééntje met een vochtafstotende onderkant), bij de eetbakjes, naast de drinkwaterschaal...
Er is weinig dat ik eraan kan doen. Begrip tonen en vooral niet boos zijn. Opruimen en poetsen. De wasmachine draait bijna continu. 'k Hou een beetje de wacht om met een krachtige plantenspuit elke eventuele snode belager meteen een stevig nat pak te bezorgen, want dat werkt bijzonder goed als afschrikmiddel. Verder overlaad ik Pompon met extra veel aandacht en een overdosis knuffels, en 'k leid hem zoveel als mogelijk af met allerlei leuke spelletjes, zodat hij zich hopelijk gauw weer terug veilig gaat voelen. En ondertussen wens ik vanuit de grond van mijn hart dat die knokkende oproerlingen daarbuiten snel tot een degelijk en langdurig vredesakkoord komen. Graag vandáág nog. En liefst zonder nog één of andere allerlaatste fenomenale aanslag op mijn geliefde terras en huisgenootjes. Want wat mij betreft is het poezenleed hier op 'den Bosuil' stilaan niet meer te overzien, hoor... ;-)
zaterdag 8 juni 2019
Woeste wilde klote wind.
Het grote bed is warm en knus. Tussen de overvloed aan kussens voelt het veilig en geborgen. De dikke suède gordijnen houden moeiteloos de wereld buiten. De wekker wijst al 2 uur in de ochtend en alles aan mijn lichaam voelt zwaar en loom. Mijn ogen kan ik nog nauwelijks openhouden. En toch... Ondanks dit heerlijke zachte en roze oord blijkt tot rust komen en de slaap vinden een onmogelijke opgave. De genadeloos felle storm met z'n woeste wilde wind daarbuiten benauwd me mateloos. Verscholen onder het dekbed luister ik angstig naar alle vreemde en vaak verontrustende geluiden. M'n twee schattige viervoeters, ook lichtjes over hun toeren door al het brute geweld daarbuiten, verbergen zich mee onder de fleecejes en trachten zichzelf en elkaar te troosten met stevig geronk. Alles om ons heen piept en fluit nonstop. Overal rammelt en klettert het dat het een lieve lust is. En tussen het tegen de ramen en kasseien knallende rondvliegende puin en afval horen we -uiteraard- ook de vuilnisbakken weer 'vertrouwd gezellig' mee in het rond denderen. Het hele gebouw davert op z'n grondvesten en stampt als een schip dat heldhaftig de woeste golven van een intense storm op volle zee trotseert.
Al 5 maal verliet ik m'n behaaglijke beddengoedburcht om nerveus door alle kamers van het huis te lopen en van achter elke venster de genadeloze geseling van de planten op m'n terras hoofdschuddend en wanhopend gade te slaan. Nee, er is echt niks meer dat ik nog méér kan doen om m'n geliefde groen veilig te stellen. Ik kan nog 20 keer komen kijken, het helpt geen ene moer. Alles wat kon weg- of omwaaien is binnen gebracht, extra vastgebonden of op een beschutte plek geplaatst. Alles wat ik op de één of andere manier extra bescherming of ondersteuning kon geven, heeft dat ook gehad. Er rest mij niets anders dan gelaten het terras verder de foltering lijdzaam te laten ondergaan en zelf zo goed als mogelijk geduldig het einde van de storm af te wachten.
Terug tussen de warme lappen vroeg ik me af waar die vele vogeltjes, die mijn terras tot hun favoriete speelterrein en restaurant maakten, zich nu in 's hemelsnaam verschuilen. Zouden die ergens in een boom als koude, natte bolletjes veren in elkaar gedoken zitten bibberen, zich in ware doodsangst met een onwaarschijnlijke kracht vastklampend aan één of ander takje? Waar verstoppen al die zalig brommende donzige hommels zich bij dit soort noodweer? En de immer zo naarstige nectar verzamelende solitaire bijen? En, ja, ik hoop ook maar dat al de rondzwervende poezen uit de buurt, lief of wild, maakt niet uit, vannacht allemaal ergens naar binnen mochten... Uiteindelijk won de geborgenheid van m'n roze nest lakens, dekens en kussen het van m'n bezorgdheid en angstgevoel, en overmant door vermoeidheid viel ik ten langen leste dan toch in een diepe droomloze slaap.
De ravage vanochtend was niet te overzien. O, wat heb ik er een spijt van, zo ontzettend veel spijt, dat ik, zoals ik nog grappend aan m'n moeder zei -om het haar zonder een bezoekje toch te kunnen laten bewonderen- m'n uitgebreide bloemenweelde de afgelopen weken niet gefilmd of gefotografeerd heb, toen alles nog zo oogverblindend mooi, betoverend prachtig, verleidelijk kleurrijk en verrukkelijk overdadig als een waar oerwoud de smalle terrasruimte vulde... Er is niets, absoluut niets van over.
Overal liggen afgebroken takken en vermorzelde bloemen. Stevige steunstokken en ongenaakbare metalen klimtorens braken af of wiebelden zich, alles om zich heen meesleurend, uit de grond. Zelfs zware terracotta potten vielen om, hun inhoud vergruizeld over het terras strooiend. De van de muur gehaalde en goed beschut opgestelde insectenhotels liggen als door elkaar geschopt verspreid over de stenen vloer, de secuur opgebouwde en gevulde voorraadkamertjes voor een deel geruïneerd. Slechts een aantal korte en daardoor iets stevigere geraniums laag bij de grond en de dicht op elkaar gepakte kleinere plantjes in de lange propvol beplante bloembakken voor het keukenraam behielden hun felgekleurde bloemweelde. Absoluut elke andere bloem is verdwenen, alsof ze er nooit waren. De bijzonder lang afhangende, uitbundig bloeiende tweekleurige geraniums, uitzonderlijk overgebleven van vorige zomer, hadden dus minder geluk en zijn volledig geamputeerd: geen van hun lange armen overleefde het geweld. De dit jaar voor het eerst schitterend bloeiende rozen vervlogen als in rook, de vriendelijke viooltjes lijken in een vlaag van woede platgewalst, de veelkleurige petunia's en schattig gestreepte million bells één voor één ruw afgerukt en fijngeknepen. De vele overdadig fleurige clematissen verloren niet alleen elk van hun duizenden bloemblaadjes, maar zijn stuk voor stuk zelfs volledig tot stompjes afgebroken, precies door de hakselaar gehaald en tot moes geplet. Alle groene bladeren van de -gelukkig- nog niet bloeiende vlinder- en hibiscusstruiken zijn door de niet afhoudende wind bij elkaar gefrommeld, verschrompeld, alsof iemand er urenlang een hete haardroger op richtte. Tussen en rond de vele potten vormen zich puin- en modderhoopjes, een mix van zand en water met amper herkenbare blad- en bloemresten en bij elkaar geblazen stukken afval. Daar sta je dan met al die moeite die je je getroost om de natuur, de vogels, de insecten enz. te ondersteunen... Om maar te zwijgen van de intense vreugde die mij dit 'buitenverblijf' elke dag in overvloed schenkt... Zucht.
Versta me nu vooral niet verkeerd, hé. Ik wéét dat het qua leed absoluut en in de verste verten niet te vergelijken valt met bijvoorbeeld een tornado of een tsunami die je hele hebben en houden, je volledige leven in één fataal woest natuurmoment totaal aan gruzelementen slaat en voorgoed weg vaagt. Maar geloof me, ik kan me er nu toch wel een beetje iets bij voorstellen...
En die woeste wilde wind, die raast nog steeds onverminderd en onverstoorbaar woedend verder. Alsof hij niet wil bedaren vooraleer hij echt elk takje, elke bloem, elk blaadje, alles waar ik met zoveel liefde voor zorgde, tot mulch geklopt heeft!...
Berustend maar ook behoorlijk verdrietig en met een zwaar gemoed -en op de achtergrond het geluid van brandweerwagens en ambulances, want de schade beperkt zich uiteraard en ook jammer genoeg niet enkel tot mijn terras- ruim ik heen en weer slingerend de aangerichte ravage een beetje op, zo goed en zo kwaad dat al kan, ondertussen ook zelf stevig door elkaar gerammeld door de heftige windstoten. De afgebroken geranium- en clematistakken -misschien schieten ze nog wortel- en andere nog enigszins te herkennen bloemen krijgen een plekje in allerlei vaasjes en bakjes, veilig binnen in huis. Stokken en steunen duw ik stevig weer op hun plaats. Waar mogelijk verplaats ik nog wat en klem ik potten bij elkaar of verzwaar ze met een kei of twee, zodat ze hopelijk wat steviger staan voor de rest van dit gure weer...
Terwijl ik zo bezig ben, breekt stralend -'niks aan de hand'- de zon door. En als afgesproken landt er meteen, een beetje onhandig en duidelijk serieus verwaaid, ook een eerste moedig meesje op het voederplankje. "De natuur geeft zich niet zo gauw gewonnen!", bedenk ik me ondanks alles verheugd. Met een flinke portie liefde en zorg, plus uiteraard een ruime dosis geduld, herstelt de pracht van mijn terras zich vermoedelijk ook wel weer. Positief denken en met goede moed vooruit dus!
Ja, wij mensen zijn maar kleine nietige en kwetsbare wezens, en Moeder Natuur neemt en geeft, willekeurig en in alle opzichten 'gul', exact zoals het haar en haar alleen uit komt, da's wel weer duidelijk, overduidelijk zelfs. En al daar ben ik daar al heel vaak bijzonder dankbaar voor geweest, wat mij betreft mag ze die woeste wilde klote wind gerust houden, hoor. 😉
Al 5 maal verliet ik m'n behaaglijke beddengoedburcht om nerveus door alle kamers van het huis te lopen en van achter elke venster de genadeloze geseling van de planten op m'n terras hoofdschuddend en wanhopend gade te slaan. Nee, er is echt niks meer dat ik nog méér kan doen om m'n geliefde groen veilig te stellen. Ik kan nog 20 keer komen kijken, het helpt geen ene moer. Alles wat kon weg- of omwaaien is binnen gebracht, extra vastgebonden of op een beschutte plek geplaatst. Alles wat ik op de één of andere manier extra bescherming of ondersteuning kon geven, heeft dat ook gehad. Er rest mij niets anders dan gelaten het terras verder de foltering lijdzaam te laten ondergaan en zelf zo goed als mogelijk geduldig het einde van de storm af te wachten.
Terug tussen de warme lappen vroeg ik me af waar die vele vogeltjes, die mijn terras tot hun favoriete speelterrein en restaurant maakten, zich nu in 's hemelsnaam verschuilen. Zouden die ergens in een boom als koude, natte bolletjes veren in elkaar gedoken zitten bibberen, zich in ware doodsangst met een onwaarschijnlijke kracht vastklampend aan één of ander takje? Waar verstoppen al die zalig brommende donzige hommels zich bij dit soort noodweer? En de immer zo naarstige nectar verzamelende solitaire bijen? En, ja, ik hoop ook maar dat al de rondzwervende poezen uit de buurt, lief of wild, maakt niet uit, vannacht allemaal ergens naar binnen mochten... Uiteindelijk won de geborgenheid van m'n roze nest lakens, dekens en kussen het van m'n bezorgdheid en angstgevoel, en overmant door vermoeidheid viel ik ten langen leste dan toch in een diepe droomloze slaap.
De ravage vanochtend was niet te overzien. O, wat heb ik er een spijt van, zo ontzettend veel spijt, dat ik, zoals ik nog grappend aan m'n moeder zei -om het haar zonder een bezoekje toch te kunnen laten bewonderen- m'n uitgebreide bloemenweelde de afgelopen weken niet gefilmd of gefotografeerd heb, toen alles nog zo oogverblindend mooi, betoverend prachtig, verleidelijk kleurrijk en verrukkelijk overdadig als een waar oerwoud de smalle terrasruimte vulde... Er is niets, absoluut niets van over.
Overal liggen afgebroken takken en vermorzelde bloemen. Stevige steunstokken en ongenaakbare metalen klimtorens braken af of wiebelden zich, alles om zich heen meesleurend, uit de grond. Zelfs zware terracotta potten vielen om, hun inhoud vergruizeld over het terras strooiend. De van de muur gehaalde en goed beschut opgestelde insectenhotels liggen als door elkaar geschopt verspreid over de stenen vloer, de secuur opgebouwde en gevulde voorraadkamertjes voor een deel geruïneerd. Slechts een aantal korte en daardoor iets stevigere geraniums laag bij de grond en de dicht op elkaar gepakte kleinere plantjes in de lange propvol beplante bloembakken voor het keukenraam behielden hun felgekleurde bloemweelde. Absoluut elke andere bloem is verdwenen, alsof ze er nooit waren. De bijzonder lang afhangende, uitbundig bloeiende tweekleurige geraniums, uitzonderlijk overgebleven van vorige zomer, hadden dus minder geluk en zijn volledig geamputeerd: geen van hun lange armen overleefde het geweld. De dit jaar voor het eerst schitterend bloeiende rozen vervlogen als in rook, de vriendelijke viooltjes lijken in een vlaag van woede platgewalst, de veelkleurige petunia's en schattig gestreepte million bells één voor één ruw afgerukt en fijngeknepen. De vele overdadig fleurige clematissen verloren niet alleen elk van hun duizenden bloemblaadjes, maar zijn stuk voor stuk zelfs volledig tot stompjes afgebroken, precies door de hakselaar gehaald en tot moes geplet. Alle groene bladeren van de -gelukkig- nog niet bloeiende vlinder- en hibiscusstruiken zijn door de niet afhoudende wind bij elkaar gefrommeld, verschrompeld, alsof iemand er urenlang een hete haardroger op richtte. Tussen en rond de vele potten vormen zich puin- en modderhoopjes, een mix van zand en water met amper herkenbare blad- en bloemresten en bij elkaar geblazen stukken afval. Daar sta je dan met al die moeite die je je getroost om de natuur, de vogels, de insecten enz. te ondersteunen... Om maar te zwijgen van de intense vreugde die mij dit 'buitenverblijf' elke dag in overvloed schenkt... Zucht.
Versta me nu vooral niet verkeerd, hé. Ik wéét dat het qua leed absoluut en in de verste verten niet te vergelijken valt met bijvoorbeeld een tornado of een tsunami die je hele hebben en houden, je volledige leven in één fataal woest natuurmoment totaal aan gruzelementen slaat en voorgoed weg vaagt. Maar geloof me, ik kan me er nu toch wel een beetje iets bij voorstellen...
En die woeste wilde wind, die raast nog steeds onverminderd en onverstoorbaar woedend verder. Alsof hij niet wil bedaren vooraleer hij echt elk takje, elke bloem, elk blaadje, alles waar ik met zoveel liefde voor zorgde, tot mulch geklopt heeft!...
Berustend maar ook behoorlijk verdrietig en met een zwaar gemoed -en op de achtergrond het geluid van brandweerwagens en ambulances, want de schade beperkt zich uiteraard en ook jammer genoeg niet enkel tot mijn terras- ruim ik heen en weer slingerend de aangerichte ravage een beetje op, zo goed en zo kwaad dat al kan, ondertussen ook zelf stevig door elkaar gerammeld door de heftige windstoten. De afgebroken geranium- en clematistakken -misschien schieten ze nog wortel- en andere nog enigszins te herkennen bloemen krijgen een plekje in allerlei vaasjes en bakjes, veilig binnen in huis. Stokken en steunen duw ik stevig weer op hun plaats. Waar mogelijk verplaats ik nog wat en klem ik potten bij elkaar of verzwaar ze met een kei of twee, zodat ze hopelijk wat steviger staan voor de rest van dit gure weer...
Terwijl ik zo bezig ben, breekt stralend -'niks aan de hand'- de zon door. En als afgesproken landt er meteen, een beetje onhandig en duidelijk serieus verwaaid, ook een eerste moedig meesje op het voederplankje. "De natuur geeft zich niet zo gauw gewonnen!", bedenk ik me ondanks alles verheugd. Met een flinke portie liefde en zorg, plus uiteraard een ruime dosis geduld, herstelt de pracht van mijn terras zich vermoedelijk ook wel weer. Positief denken en met goede moed vooruit dus!
Ja, wij mensen zijn maar kleine nietige en kwetsbare wezens, en Moeder Natuur neemt en geeft, willekeurig en in alle opzichten 'gul', exact zoals het haar en haar alleen uit komt, da's wel weer duidelijk, overduidelijk zelfs. En al daar ben ik daar al heel vaak bijzonder dankbaar voor geweest, wat mij betreft mag ze die woeste wilde klote wind gerust houden, hoor. 😉
dinsdag 1 januari 2019
Vuurwerkgeknal, poezenverdriet.
Met het zachtjes grijs en besprenkeld door motregen aanbreken van de ochtend op de eerste dag van het nieuwe jaar keerde ook de zo gekoesterde rust en stilte terug. Eindelijk. Een diepe en tevreden zucht van opluchting ontsnapte me. De voorbije nacht was zwaar en vooral eindeloos lang geweest.
Terwijl ik me in m'n ééntje met wat lekkers en een netjes uitgeschonken trappist in de zetel voor de televisie nestelde, barstte bij de buren het feestgedruis los. Het opgewekte gebabbel, met meer dan aanstekelijke lachsalvo's ertussen, wisselde af met al snel half dronken en dus nogal onvaste zangpogingen. De ambiance zat er stevig in, dat was behoorlijk duidelijk. Op zeker moment meende ik zelfs een vrolijke polonaise door de inkomhal te horen dansen. En het welgemeend hartelijke, doch nogal bulderende 'Happy New Year' om middernacht in het trappenhuis en halletje, die hebben ze vast tot op 't 14e gehoord. Maar, gezellig, hoor! Niks op aan te merken. Ja echt, daar heb/had ik allemaal totaal geen probleem mee. Dat moet kunnen, zo eens één keertje in een jaar ferm feesten, zeker in zo'n bijzondere nacht. Niet dan?! Och, da's toch gewoon leuk.
Nee, mijn zorgen lagen elders. Al de hele afgelopen week schrok de buurt met grote regelmaat op door luide knallen. Rare individuen zijn het, hoor, die ongeduldigen, die niet tot middernacht van 31 december kunnen wachten met ontploffen en hun vuurwerk alvast dágen op voorhand 'uitproberen'... En dan meestal nog overdag ook. Dan zié je daar toch helemaal niets van! Of vergis ik me daarin?... Tja, 't zal de kick van de knal zijn, of zo iets, veronderstel ik... Of het stiekeme, iets doen wat niet mag. Zelf, op eigen houtje, zomaar in het wilde weg, vuurwerk afsteken is in heel groot Antwerpen namelijk volledig verboden, en niet alleen op oudejaarsavond. En da's uiteraard voor sommige mensen een 'uitdaging', hé...
Als je in een buurt woont waar regelmatig een stukje drugsoorlog uitgevochten wordt, dan vraag je je trouwens bij elke fikse knal toch even af of het een te vroeg ontstoken vuurpijl was, of mogelijk weer een ergens lukraak binnen gesmeten handgranaat. En een pittige 'pop pop pop' serie of minutenlang ge-'retteketetteketet' kan net zo goed van een semi-automatisch vuurwapen komen waarmee men één of andere gevel of auto aan flarden schiet, als van een lading vers ontstoken vurige voetzoekertjes... Maar ook hiervan lig ik -voorlopig toch- niet echt wakker.
Wat me echt ongerust maakte, waren de twee poezen Poekie en Pompon. Bij elke luide knal -ik schrok me er zelf vaak serieus een hoedje van- nam hun angst een stukje toe, tot op het punt dat ze van puur ellende steeds weer al hun eten over gaven en niet eens meer op de kattenbak durfden. Twee bibberende zenuwzieke bolletjes pluis, verstopt ergens diep onder m'n bed. En de afgelopen week kon ik ze met veel liefde en nog veel meer geduld, wat snoepjes en een paar onweerstaanbare spelletjes uiteindelijk meestal wel overhalen toch tenminste mij weer een beetje te vertrouwen. Maar zo'n volledige nacht, zo'n eindeloos lange duisternis, waarin de explosies urenlang aanhouden... Pffft. Tja, dan is er niks meer aan te doen. Ik kan hun ellende niet meer beter maken. 't Is wachten tot het over is. En al heb ik in vergelijking met vorige jaren hier in mijn directe buurt opvallend minder vuurwerk gezién, de hele nacht lang, van al vroeg in de vooravond tot ver in de ochtend, mocht ik, zoveel meer dan ooit tevoren, een vreselijke, niet aflatende stroom van ontzettend harde -zoveel luider dan vroeger volgens mijn oren- ontploffingsgeluiden aanhóren.
Heel af en toe sloop er in de woonkamer als in een flits een schim van een poesje voorbij, 't buikje plat tegen de vloer, panische angst in de oogjes, op zoek naar een mogelijk nóg beter schuiloord -misschien was het onder de zetel toch veiliger dan onder het bed-, om dan bij de volgende knal als een bliksemschicht terug richting slaapkamer te verdwijnen. De arme beestjes. Ik had er echt vreselijk mee te doen.
Terwijl ik rond middernacht naar buiten stond te kijken, naar de veelkleurige vurige fonkelingen die overal om ons heen de nachtelijk lucht deden oplichten, gingen m'n gedachten naar die zovele andere dieren die, bevangen door angst, nu vermoedelijk ook niet wisten waar nog te schuilen. Zoveel katten, honden, paarden... Hoeveel vogeltjes zouden er van 't verschieten vannacht uit hun boom gevallen zijn? En de sierlijke kleine vleermuizen, die ik de nacht daarvoor nog vrolijk had zien rondfladderen. Die zaten nu vast ergens in een donker hoekje te bibberen van schrik, hun radarsysteem gegarandeerd volledig in de war, met als gevolg dus ook zonder eten vannacht...
O, geloof me, ik heb niks tegen vuurwerk. In tegendeel, ik kan er ook echt van genieten, van al die betoverende glinsterende kleuren, spetters en gensters breed uitwaaierend tegen het donkere hemelgewelf. Overweldigend feestelijk en onbeschrijfbaar prachtig. Maar, te veel is te veel. En dat geldt ook voor mooie dingen. Zoals vuurwerk. Dat moet écht niet al een volledige week van te voren, en 24 uur op 24, en op zowat élk plekje dat je kan bedenken... Een half uurtje, of desnoods een vol uur, ergens op één centrale plek, en er dan met z'n allen samen naar kijken, volstaat dat niet? Voor mij wel. En, zeker weten: voor m'n poezen ook.
Om half vier vannacht had mijn lichaam er genoeg van. Het wou niet langer rechtop blijven, het moest en zou neer liggen. Buiten schoten er links en rechts nog wat verdwaalde pijlen de lucht in, maar de frequentie was gelukkig al zoveel minder. Tijdens de steeds breder wordende rustpauzes tussen de gierende lachaanvallen en het occasionele lallend aanheffen van de zoveelste strofe van een ondefinieerbaar lied van de nachtje-door-doende buren dommelde ik zonder veel moeite stilaan dieper en dieper weg. Poekie en Pompon kropen, veilig dicht tegen me aan, mee onder de knusse lakens en dekens. Met het heel langzaam terugkeren van de vertrouwde zalige rust om ons heen, voelde ik hun lijfjes -begeleid van een ontzettend diepe zucht- eindelijk weer helemaal ontspannen.
Helemaal klaar met "plof, dreun, plets, baboem, knets, klap, pop, bonk, kaboem, pang, blaf, bam, bom, knal en retteketetteketet" zijn we echter nog niet, want zoals er elk jaar steevast een aantal personen veel te vroeg begint met 'knallen', zo is er ook steeds een handvol figuren die nog graag een tijdje door blijven gaan, toch zeker de eerstkomende dagen...
Och, weet je, het ergste is ondertussen alweer gepasseerd, het nieuwe jaar is aangevat, zonder echte ongelukken en met niet al te veel en gelukkig nog nét hanteerbare ellende, dus daar ga ik nu ook niet meer van wakker liggen. In tegendeel zelfs: vannacht slaap ik, al was het maar van puur moeheid, als een zich in rust, stilte en zaligheid wentelend roze roosje! Vermoedelijk met twee opnieuw gelukkige en relaxte pluizige poezenprinsjes naast me.
Gelukkig nieuwjaar, en slaap lekker! 😊
Terwijl ik me in m'n ééntje met wat lekkers en een netjes uitgeschonken trappist in de zetel voor de televisie nestelde, barstte bij de buren het feestgedruis los. Het opgewekte gebabbel, met meer dan aanstekelijke lachsalvo's ertussen, wisselde af met al snel half dronken en dus nogal onvaste zangpogingen. De ambiance zat er stevig in, dat was behoorlijk duidelijk. Op zeker moment meende ik zelfs een vrolijke polonaise door de inkomhal te horen dansen. En het welgemeend hartelijke, doch nogal bulderende 'Happy New Year' om middernacht in het trappenhuis en halletje, die hebben ze vast tot op 't 14e gehoord. Maar, gezellig, hoor! Niks op aan te merken. Ja echt, daar heb/had ik allemaal totaal geen probleem mee. Dat moet kunnen, zo eens één keertje in een jaar ferm feesten, zeker in zo'n bijzondere nacht. Niet dan?! Och, da's toch gewoon leuk.
Nee, mijn zorgen lagen elders. Al de hele afgelopen week schrok de buurt met grote regelmaat op door luide knallen. Rare individuen zijn het, hoor, die ongeduldigen, die niet tot middernacht van 31 december kunnen wachten met ontploffen en hun vuurwerk alvast dágen op voorhand 'uitproberen'... En dan meestal nog overdag ook. Dan zié je daar toch helemaal niets van! Of vergis ik me daarin?... Tja, 't zal de kick van de knal zijn, of zo iets, veronderstel ik... Of het stiekeme, iets doen wat niet mag. Zelf, op eigen houtje, zomaar in het wilde weg, vuurwerk afsteken is in heel groot Antwerpen namelijk volledig verboden, en niet alleen op oudejaarsavond. En da's uiteraard voor sommige mensen een 'uitdaging', hé...
Als je in een buurt woont waar regelmatig een stukje drugsoorlog uitgevochten wordt, dan vraag je je trouwens bij elke fikse knal toch even af of het een te vroeg ontstoken vuurpijl was, of mogelijk weer een ergens lukraak binnen gesmeten handgranaat. En een pittige 'pop pop pop' serie of minutenlang ge-'retteketetteketet' kan net zo goed van een semi-automatisch vuurwapen komen waarmee men één of andere gevel of auto aan flarden schiet, als van een lading vers ontstoken vurige voetzoekertjes... Maar ook hiervan lig ik -voorlopig toch- niet echt wakker.
Wat me echt ongerust maakte, waren de twee poezen Poekie en Pompon. Bij elke luide knal -ik schrok me er zelf vaak serieus een hoedje van- nam hun angst een stukje toe, tot op het punt dat ze van puur ellende steeds weer al hun eten over gaven en niet eens meer op de kattenbak durfden. Twee bibberende zenuwzieke bolletjes pluis, verstopt ergens diep onder m'n bed. En de afgelopen week kon ik ze met veel liefde en nog veel meer geduld, wat snoepjes en een paar onweerstaanbare spelletjes uiteindelijk meestal wel overhalen toch tenminste mij weer een beetje te vertrouwen. Maar zo'n volledige nacht, zo'n eindeloos lange duisternis, waarin de explosies urenlang aanhouden... Pffft. Tja, dan is er niks meer aan te doen. Ik kan hun ellende niet meer beter maken. 't Is wachten tot het over is. En al heb ik in vergelijking met vorige jaren hier in mijn directe buurt opvallend minder vuurwerk gezién, de hele nacht lang, van al vroeg in de vooravond tot ver in de ochtend, mocht ik, zoveel meer dan ooit tevoren, een vreselijke, niet aflatende stroom van ontzettend harde -zoveel luider dan vroeger volgens mijn oren- ontploffingsgeluiden aanhóren.
Heel af en toe sloop er in de woonkamer als in een flits een schim van een poesje voorbij, 't buikje plat tegen de vloer, panische angst in de oogjes, op zoek naar een mogelijk nóg beter schuiloord -misschien was het onder de zetel toch veiliger dan onder het bed-, om dan bij de volgende knal als een bliksemschicht terug richting slaapkamer te verdwijnen. De arme beestjes. Ik had er echt vreselijk mee te doen.
Terwijl ik rond middernacht naar buiten stond te kijken, naar de veelkleurige vurige fonkelingen die overal om ons heen de nachtelijk lucht deden oplichten, gingen m'n gedachten naar die zovele andere dieren die, bevangen door angst, nu vermoedelijk ook niet wisten waar nog te schuilen. Zoveel katten, honden, paarden... Hoeveel vogeltjes zouden er van 't verschieten vannacht uit hun boom gevallen zijn? En de sierlijke kleine vleermuizen, die ik de nacht daarvoor nog vrolijk had zien rondfladderen. Die zaten nu vast ergens in een donker hoekje te bibberen van schrik, hun radarsysteem gegarandeerd volledig in de war, met als gevolg dus ook zonder eten vannacht...
O, geloof me, ik heb niks tegen vuurwerk. In tegendeel, ik kan er ook echt van genieten, van al die betoverende glinsterende kleuren, spetters en gensters breed uitwaaierend tegen het donkere hemelgewelf. Overweldigend feestelijk en onbeschrijfbaar prachtig. Maar, te veel is te veel. En dat geldt ook voor mooie dingen. Zoals vuurwerk. Dat moet écht niet al een volledige week van te voren, en 24 uur op 24, en op zowat élk plekje dat je kan bedenken... Een half uurtje, of desnoods een vol uur, ergens op één centrale plek, en er dan met z'n allen samen naar kijken, volstaat dat niet? Voor mij wel. En, zeker weten: voor m'n poezen ook.
Om half vier vannacht had mijn lichaam er genoeg van. Het wou niet langer rechtop blijven, het moest en zou neer liggen. Buiten schoten er links en rechts nog wat verdwaalde pijlen de lucht in, maar de frequentie was gelukkig al zoveel minder. Tijdens de steeds breder wordende rustpauzes tussen de gierende lachaanvallen en het occasionele lallend aanheffen van de zoveelste strofe van een ondefinieerbaar lied van de nachtje-door-doende buren dommelde ik zonder veel moeite stilaan dieper en dieper weg. Poekie en Pompon kropen, veilig dicht tegen me aan, mee onder de knusse lakens en dekens. Met het heel langzaam terugkeren van de vertrouwde zalige rust om ons heen, voelde ik hun lijfjes -begeleid van een ontzettend diepe zucht- eindelijk weer helemaal ontspannen.
Helemaal klaar met "plof, dreun, plets, baboem, knets, klap, pop, bonk, kaboem, pang, blaf, bam, bom, knal en retteketetteketet" zijn we echter nog niet, want zoals er elk jaar steevast een aantal personen veel te vroeg begint met 'knallen', zo is er ook steeds een handvol figuren die nog graag een tijdje door blijven gaan, toch zeker de eerstkomende dagen...
Och, weet je, het ergste is ondertussen alweer gepasseerd, het nieuwe jaar is aangevat, zonder echte ongelukken en met niet al te veel en gelukkig nog nét hanteerbare ellende, dus daar ga ik nu ook niet meer van wakker liggen. In tegendeel zelfs: vannacht slaap ik, al was het maar van puur moeheid, als een zich in rust, stilte en zaligheid wentelend roze roosje! Vermoedelijk met twee opnieuw gelukkige en relaxte pluizige poezenprinsjes naast me.
Gelukkig nieuwjaar, en slaap lekker! 😊
donderdag 7 september 2017
Geen nieuws! Goed nieuws?
Omdat mijn moeder aan de telefoon het er ook even over had dacht ik terug aan een aangenaam en vooral boeiend gesprek, ergens vlak voor de zomer, tijdens de lunch buiten op het terras, met mijn toenmalige collega Maarten, over het feit dat er tegenwoordig steeds meer mensen bewust voor kiezen om geen nieuws meer te kijken op de televisie of te lezen in een krant. Er zou hierover zelfs een uitgebreid artikel verschenen zijn in het weekblad Humo.
Goh, dacht ik daar toen gniffelend bij, dan was ik al helemaal ‘in’ voor ‘in-zijn’ uitgevonden was! Al zijn er natuurlijk wel leukere manieren…
Reeds als tiener kon ik onmogelijk met de rest van de familie mee naar het journaal op de televisie kijken zonder totaal van slag te geraken. Toen al, ondertussen toch meer dan 30, 40 jaar geleden, was die constante overweldigende stroom van oorlog en doodslag, natuur- en milieurampen, hongersnoden, ignorante wereldleiders, en alle andere denkbare en ondenkbare ellende die ik dan over me heen kreeg nauwelijks te overleven. Ik werd er instant kotsmisselijk van, begon hevig te beven en te transpireren, en kreeg het Spaans benauwd met steken in m’n borstkas, vooral links, aan de kant van m’n hart. Door het niet in staat zijn van zowel mijn brein als mijn lijf om die overdosis miserie te incasseren, laat staan te verwerken, ging af en toe zelfs het licht in m'n kopke volledig uit. Dat verlammende gevoel van onmacht, dat overduidelijke onvermogen om -al was het maar met één sprankje, van hoop of zo- al die gruwel te verzachten, het maakte me keer op keer ontzettend ziek.
En hoe ongelofelijk mooi ik onze wereld, deze planeet, die wonderlijke blauwe bol ook vind, nog steeds weet hij mij behoorlijk te beangstigen. Vooral het kortzichtige, grenzeloze en alles verwoestende egoïsme van de machthebbers, de zelfingenomen leiders van het mens-dom, doen me soms bibberend van schrik met lakens en dekens ver over m'n hoofd getrokken diep in de kussens van m'n bed verdwijnen. Yep, tot op de dag van vandaag, geloof me, en misschien zelfs nu meer dan ooit...
Maar beslissen geen nieuws meer op te zoeken, via gelijk welk kanaal, is zeer zeker geen kwestie van 'het niet meer willen weten'. De gebeurtenissen in de wereld gaan trouwens toch ook nooit helemaal aan je voorbij. Of je dat nu wil of niet, ongezouten blijven ze je dagen binnensijpelen. Al was het maar bij het scrollen door Facebook, of in een gesprekje met je moeder of je vrienden, of door mensen achter jou op de tram er over te horen praten.
De enorme ontwikkeling en uitbreiding van communicatiemiddelen allerlei is geweldig, dat zal ik zeker niet ontkennen, maar we worden tegenwoordig werkelijk gebombardeerd met nieuwsberichten. En goed op de hoogte zijn en blijven van alles-en-nog-wat is prima, maar geef toe: het is toch echt niet meer bij te houden, veel te veel om nog te incasseren en te verteren.
Vroeger, laat ons zeggen 100 jaar terug of zo, gebeurde er overal in de wereld ook waanzinnige dingen, maar je wist dat niet, of pas dagen of weken later. Daardoor was het dagelijkse leven voor de gewone mens als u en ik veel leefbaarder. Het was een pak gemakkelijker om doodgewoon gelukkig te zijn. En exact daarnaar streven die mensen die er, net als ik, voor kiezen om niet langer de kranten te lezen of het journaal te beluisteren en te bekijken.
Blind en doof gaan zijn voor wat zich overal afspeelt is sowieso redelijk onzinnig, als je 't mij vraagt, want problemen houden nu eenmaal niet op te bestaan door ze te negeren. Maar de beperkening tot een soort algemeen bewustzijn -zonder sensatiedetails en gruwelbeelden- maakt dat er, niet meer platgedrukt door angst, woede en onmacht, zoveel meer ruimte is voor alle mooie dingen in ieders eigen dagen. Volop genieten en leven, en zonder schuldgevoel. Want je màg blij zijn met alles wat jouw bestaan waardevol en vreugdevol maakt! Daar heeft toch iedere mens ontegensprekelijk recht op. Niet dan?!...
Al knijpt de angst me nog met regelmaat de strot dicht -daar moet nog steeds zwaar aan gewerkt, hoera voor de psychiatrie- mijn houvast zit, zoals zo vaak, in de kleine wijsheden, die ogenschijnlijk onbelangrijke dingetjes waar blijkbaar toch ook anderen wat aan hebben door mijn vertelsels.
Bijvoorbeeldje? Leef vandaag! Gisteren is voorbij en komt nooit meer terug. En morgen? Tja, volgens mij weet niemand met zekerheid wat er dan komt, dus er over piekeren helpt geen ene sikkepit.
Onmacht en woede om grootse rampen -van welk soort ook, je begrijpt wel wat ik bedoel- moet je proberen los te laten. Je ben niet sterk genoeg daar iets aan te veranderen. Maar als jij doet wat wel binnen jouw bereik ligt, hoe minimaal ook, dan is dat écht geen druppel op een hete plaat, want alle beetjes helpen. Altijd. Je kan het zien als een soort dominospel: jij doet iets voor iemand, en omdat die daar gelukkig van wordt doet die op zijn of haar beurt weer iets voor iemand anders. Alleen al één oprechte warme glimlach kan zich razendsnel vermenigvuldigen als een hoogst besmettelijke maar o zo fijne infectie!
Minder -of wie weet zelfs ooit helemaal niet meer- verlamd en ontredderd door die onophoudelijke vloedgolf aan onheilspellende nieuwsberichten kan je beter zien wie jij bent en wat jij betekent voor je directe omgeving, je gezin, je familie, je vrienden, je buurt... en dat zet zich vanzelf in positieve zin verder.
Of om het met een bijzonder aanschouwelijk, uitermate begrijpbaar en door mijzelf bijzonder geliefd Vlaams gezegde uit te leggen: 'Als iedereen voor z'n eigen deur de stoep zou vegen, dan is heel de straat proper!'
Geen nieuws meer? Awel, volgens mij is dat wreed goed nieuws. 😉
Goh, dacht ik daar toen gniffelend bij, dan was ik al helemaal ‘in’ voor ‘in-zijn’ uitgevonden was! Al zijn er natuurlijk wel leukere manieren…
Reeds als tiener kon ik onmogelijk met de rest van de familie mee naar het journaal op de televisie kijken zonder totaal van slag te geraken. Toen al, ondertussen toch meer dan 30, 40 jaar geleden, was die constante overweldigende stroom van oorlog en doodslag, natuur- en milieurampen, hongersnoden, ignorante wereldleiders, en alle andere denkbare en ondenkbare ellende die ik dan over me heen kreeg nauwelijks te overleven. Ik werd er instant kotsmisselijk van, begon hevig te beven en te transpireren, en kreeg het Spaans benauwd met steken in m’n borstkas, vooral links, aan de kant van m’n hart. Door het niet in staat zijn van zowel mijn brein als mijn lijf om die overdosis miserie te incasseren, laat staan te verwerken, ging af en toe zelfs het licht in m'n kopke volledig uit. Dat verlammende gevoel van onmacht, dat overduidelijke onvermogen om -al was het maar met één sprankje, van hoop of zo- al die gruwel te verzachten, het maakte me keer op keer ontzettend ziek.
En hoe ongelofelijk mooi ik onze wereld, deze planeet, die wonderlijke blauwe bol ook vind, nog steeds weet hij mij behoorlijk te beangstigen. Vooral het kortzichtige, grenzeloze en alles verwoestende egoïsme van de machthebbers, de zelfingenomen leiders van het mens-dom, doen me soms bibberend van schrik met lakens en dekens ver over m'n hoofd getrokken diep in de kussens van m'n bed verdwijnen. Yep, tot op de dag van vandaag, geloof me, en misschien zelfs nu meer dan ooit...
Maar beslissen geen nieuws meer op te zoeken, via gelijk welk kanaal, is zeer zeker geen kwestie van 'het niet meer willen weten'. De gebeurtenissen in de wereld gaan trouwens toch ook nooit helemaal aan je voorbij. Of je dat nu wil of niet, ongezouten blijven ze je dagen binnensijpelen. Al was het maar bij het scrollen door Facebook, of in een gesprekje met je moeder of je vrienden, of door mensen achter jou op de tram er over te horen praten.
De enorme ontwikkeling en uitbreiding van communicatiemiddelen allerlei is geweldig, dat zal ik zeker niet ontkennen, maar we worden tegenwoordig werkelijk gebombardeerd met nieuwsberichten. En goed op de hoogte zijn en blijven van alles-en-nog-wat is prima, maar geef toe: het is toch echt niet meer bij te houden, veel te veel om nog te incasseren en te verteren.
Vroeger, laat ons zeggen 100 jaar terug of zo, gebeurde er overal in de wereld ook waanzinnige dingen, maar je wist dat niet, of pas dagen of weken later. Daardoor was het dagelijkse leven voor de gewone mens als u en ik veel leefbaarder. Het was een pak gemakkelijker om doodgewoon gelukkig te zijn. En exact daarnaar streven die mensen die er, net als ik, voor kiezen om niet langer de kranten te lezen of het journaal te beluisteren en te bekijken.
Blind en doof gaan zijn voor wat zich overal afspeelt is sowieso redelijk onzinnig, als je 't mij vraagt, want problemen houden nu eenmaal niet op te bestaan door ze te negeren. Maar de beperkening tot een soort algemeen bewustzijn -zonder sensatiedetails en gruwelbeelden- maakt dat er, niet meer platgedrukt door angst, woede en onmacht, zoveel meer ruimte is voor alle mooie dingen in ieders eigen dagen. Volop genieten en leven, en zonder schuldgevoel. Want je màg blij zijn met alles wat jouw bestaan waardevol en vreugdevol maakt! Daar heeft toch iedere mens ontegensprekelijk recht op. Niet dan?!...
Al knijpt de angst me nog met regelmaat de strot dicht -daar moet nog steeds zwaar aan gewerkt, hoera voor de psychiatrie- mijn houvast zit, zoals zo vaak, in de kleine wijsheden, die ogenschijnlijk onbelangrijke dingetjes waar blijkbaar toch ook anderen wat aan hebben door mijn vertelsels.
Bijvoorbeeldje? Leef vandaag! Gisteren is voorbij en komt nooit meer terug. En morgen? Tja, volgens mij weet niemand met zekerheid wat er dan komt, dus er over piekeren helpt geen ene sikkepit.
Onmacht en woede om grootse rampen -van welk soort ook, je begrijpt wel wat ik bedoel- moet je proberen los te laten. Je ben niet sterk genoeg daar iets aan te veranderen. Maar als jij doet wat wel binnen jouw bereik ligt, hoe minimaal ook, dan is dat écht geen druppel op een hete plaat, want alle beetjes helpen. Altijd. Je kan het zien als een soort dominospel: jij doet iets voor iemand, en omdat die daar gelukkig van wordt doet die op zijn of haar beurt weer iets voor iemand anders. Alleen al één oprechte warme glimlach kan zich razendsnel vermenigvuldigen als een hoogst besmettelijke maar o zo fijne infectie!
Minder -of wie weet zelfs ooit helemaal niet meer- verlamd en ontredderd door die onophoudelijke vloedgolf aan onheilspellende nieuwsberichten kan je beter zien wie jij bent en wat jij betekent voor je directe omgeving, je gezin, je familie, je vrienden, je buurt... en dat zet zich vanzelf in positieve zin verder.
Of om het met een bijzonder aanschouwelijk, uitermate begrijpbaar en door mijzelf bijzonder geliefd Vlaams gezegde uit te leggen: 'Als iedereen voor z'n eigen deur de stoep zou vegen, dan is heel de straat proper!'
Geen nieuws meer? Awel, volgens mij is dat wreed goed nieuws. 😉
maandag 21 augustus 2017
Spannend spinnenwebslaapje.
Hoe extreem uitgeput vierkant moe kan ne mens in 's hemelsnaam zijn, zeg?!...
Al geruime tijd heb ik wreed last van een volledig verstoord slaappatroon en daardoor ook van een nooit ophoudende vervelende vermoeidheid, dus ik ben ondertussen al wel wat gewend qua gevolgen, qua 'bijverschijnselen', maar zoals ik me vandaag voel, na één nachtje slaapkliniek, tjonge tjonge!...
Total loss noemen ze dat volgens mij, perte total. Allesoverheersende schele koppijn, verwarde gedachtegang, gebrekkige concentratie, wazig -en bij momenten zelfs dubbel- zicht met of zonder leesbril, pijnlijk verkrampte schouders en nek, en de rest van mijn lijf is precies door de mangel gehaald.
Voor zo'n nachtje 'slaapcontrole' verwachten ze je al een halve dag op voorhand, kwestie van genoeg tijd te hebben voor de voorbereidingen...
Met een ongelofelijke handigheid hangen de super sympathieke en goedlachse verpleegsters -nogmaals hartelijk dank daarvoor, lieve dames!- je van kop tot teen vol grote en kleine sensoren, om absoluut elke beweging, elke ademhaling, elke harteklop, elke wat-je-ook-maar-kan-bedenken van je lichaam te registreren. En bij al die sensoren horen draden, draden naar de computers en schermen in de controlekamer, veel draden, heel veel draden, dikke en dunne, korte en lange, en in alle kleuren van de regenboog. En om dat enorme ingewikkelde spinnenweb enigszins op de juiste plek en uit de knoop te houden beplakken ze elke centimeter van je vel met meters straffe kleefband -als ware het stuk voor stuk heavy duty ontharingsstrips- en, als kers op de taart -allé ja, 'slagroom' is hier misschien meer van toepassing- nog een paar gulle klodders lijm met de kracht van een stuk onverwoestbare kauwgom in je haardos.
De strak om m'n torso gesnoerde riemen, die m'n ademhaling mee in 't oog moesten gaan houden, maakten van mijn anders al moeilijk te negeren decolleté een Grand Canyon waar zelfs ík nog van opkeek. Nét niet mét echo...
Maar zelfs die twee slangen in en langst m'n neus, die op de laatste moment nog even bij het geheel gemonteerd werden, stonden een deftige nachtrust eigenlijk -verbazingwekkend, ja, ik weet het- niet in de weg. Niets van heel deze bekabeling, van dit ingenieuze kleurrijke en plakkerige spinnenweb zit oncomfortabel. Allé, naar mijn mening dan toch. En omdat je een half dagje kan wennen voel je het meeste tegen slapenstijd niet eens meer zitten.
Neen, de reden van mijn groggy zijn moet je dus niet daar gaan zoeken, maar wel in m'n bed. Ongelofelijk hoe mijn lijf met dat ding gevochten heeft! U-ren-lang. Er was werkelijk niet één houding waarin ik enigszins comfortabel en vooral pijnvrij kon liggen. Linkerkant, rechterkant, kussen plat, kussen bol, met deken, zonder deken,... élke mogelijke (toe)stand van dat nochtans plooibaar en vervormbaar ziekenhuisslaapmeubel bracht me uitsluitend bijzonder onaangenaam ongemak. Dat ik altijd bang ben er uit te vallen -zo ontzettend smal als het is vergeleken met mijn hoogst persoonlijke tweepersoonsbed thuis-, dat ken ik ondertussen al van m'n zovele hospitaalverblijven. Dat is simpel genoeg opgelost: ingebouwde 'afrastering' activeren en klaar. Maar dat zo'n bed me zo integraal beurs en gebroken kon doen voelen, nee, dat had ik nog niet eerder ervaren. (Tja, nu ik er even over nadenk: 'k heb ook nog niet vaak zónder straffe pijnstillers of verdoving in zulk een bed gelegen, hé... hihi)
Van pure ellende sukkelde ik uiteindelijk dan toch nog wat in slaap in de enige houding die te verdragen was: liggend op m'n rug. Iets wat ik anders raar of zelden doe. En dat bleek 's morgens bij de uitleg van alle geregistreerde gegevens toch een geluk bij een ongeluk te zijn geweest.
Bon, geslapen als een (Doorn)roosje? Zeker en vast niet dus.
Waarschijnlijk gebruik je ook wel eens de zotte uitspraak 'Ja, 't is nen brave/een brave..., als hem/zij slaapt!'. Niet op mij van toepassing dus! Ik ben als vanzelfsprekend, hoe kon het ook anders, weer eens geweldig tegendraads: zélfs in dromenland kom ik in de problemen! Grappig is dat.
Op m'n rug slapen is vanaf nu absoluut verboden -allé ja, niet op straffe van, natuurlijk- omdat ik in die houding een lichte vorm van slaapapneu heb. Niet dat ik dan ineens ophou met ademen zoals bij de klassieke apneu, maar m'n inademing vermindert in die toestand ongeveer voor de helft, en blijft dan op dat niveau hangen. Slechts half zoveel zuurstof in m'n systeem op die manier, da's niet zo goed... En mogelijk zit niet mijn overgewicht, zoals sommigen al opperden, er voor iets tussen doch wél het gewicht van mijn royale boezem ... Goed, vanaf nu niet meer op m'n rug liggen dus. Da's alvast makkelijk opgelost.
De grootste boosdoener in m'n eeuwigdurende oververmoeidheid is een stuk lastiger om te doen verdwijnen. Al vele jaren heb ik het idee dat ik -zoals ze dat zeggen- 'altijd met één oog open slaap'. Triest onverwerkt overblijfsel uit violente relaties. Zelfs in de veiligheid van m'n eigen huis met deuren en vensters op slot, in m'n warme knusse vertrouwde bed en totaal over de top steendoodstikkapot ben ik tijdens elke seconde van mijn nachtrust klaar om te vluchten of in het verweer te gaan, onbewust ten allen tijde paraat om voor het behoud van lijf en leden te moeten vechten. Het nachtje in de slaapkliniek heeft dat overduidelijk bevestigd: ik schiet minstens een keer of 30 per nacht wakker, zeer abrupt, ook vanuit de 'diepe slaap', en soms zelfs 10 keer in slechts een paar minuten. Één minuscuul ongekend -soms ook gekend- geluid volstaat om mij te wekken in een volledige paniek. En al duurt dat dan maar een seconde, het verknipt m'n werkelijk slaaptijd naar een hele rits fragmentjes waar een mens alleen maar nog moeër van wordt. Echt even diep slapen doe ik tegen de ochtenduren, in de 'droomslaap', en -je raadt het al- dan regeren natuurlijk de meer dan realistische full colour nachtmerries tussen de lakens en dekens. Daar wordt ge ook moe van, maar dan slaap ik tenminste eventjes een paar uurtjes, en voor écht, hé. Blij zijn met alles wat je wél hebt! Ja, toch?! hihi
Uit de kleurrijke spinnenwebdraden los geknipt en bevrijd van alle lijmresten na een extra lange hete douche mocht ik met serieus pak huiswerk onder de arm -en met barstende hoofdpijn- weer beschikken.
Ik heb nog heel wat werk, 'slaapwerk', voor de boeg, maar er is vandaag eindelijk een begin gemaakt, een begin aan beterschap, een begin aan deugddoend en herstellend slapen, een begin aan fris en monter uit bed komen mét energie. Heerlijk! En dat het z'n tijd zal duren en niet zonder slag of stoot zal gaan, daar kun je donder op zeggen. Maar een berg beklim je nu eenmaal niet in volle galop, maar wel stapje voor stapje, weloverwogen en voorzichtig.
En zo eindig ik dit verhaal over dat pijnlijke nachtje in het kleurrijk ziekenhuisspinnenwebbed met een -hopelijk- ontspannen en comfortabel dutje, uiteraard niet op m'n rug maar op m'n rechterzijde, in m'n eigen -zo mogelijk nóg meer gewaardeerde en geliefde- zalige bed als start voor dit nieuwe zowel lichamelijke als geestelijke genezingsproces. Kristina leert slapen! Woeha! 😉😴
Al geruime tijd heb ik wreed last van een volledig verstoord slaappatroon en daardoor ook van een nooit ophoudende vervelende vermoeidheid, dus ik ben ondertussen al wel wat gewend qua gevolgen, qua 'bijverschijnselen', maar zoals ik me vandaag voel, na één nachtje slaapkliniek, tjonge tjonge!...
Total loss noemen ze dat volgens mij, perte total. Allesoverheersende schele koppijn, verwarde gedachtegang, gebrekkige concentratie, wazig -en bij momenten zelfs dubbel- zicht met of zonder leesbril, pijnlijk verkrampte schouders en nek, en de rest van mijn lijf is precies door de mangel gehaald.
Voor zo'n nachtje 'slaapcontrole' verwachten ze je al een halve dag op voorhand, kwestie van genoeg tijd te hebben voor de voorbereidingen...
Met een ongelofelijke handigheid hangen de super sympathieke en goedlachse verpleegsters -nogmaals hartelijk dank daarvoor, lieve dames!- je van kop tot teen vol grote en kleine sensoren, om absoluut elke beweging, elke ademhaling, elke harteklop, elke wat-je-ook-maar-kan-bedenken van je lichaam te registreren. En bij al die sensoren horen draden, draden naar de computers en schermen in de controlekamer, veel draden, heel veel draden, dikke en dunne, korte en lange, en in alle kleuren van de regenboog. En om dat enorme ingewikkelde spinnenweb enigszins op de juiste plek en uit de knoop te houden beplakken ze elke centimeter van je vel met meters straffe kleefband -als ware het stuk voor stuk heavy duty ontharingsstrips- en, als kers op de taart -allé ja, 'slagroom' is hier misschien meer van toepassing- nog een paar gulle klodders lijm met de kracht van een stuk onverwoestbare kauwgom in je haardos.
De strak om m'n torso gesnoerde riemen, die m'n ademhaling mee in 't oog moesten gaan houden, maakten van mijn anders al moeilijk te negeren decolleté een Grand Canyon waar zelfs ík nog van opkeek. Nét niet mét echo...
Maar zelfs die twee slangen in en langst m'n neus, die op de laatste moment nog even bij het geheel gemonteerd werden, stonden een deftige nachtrust eigenlijk -verbazingwekkend, ja, ik weet het- niet in de weg. Niets van heel deze bekabeling, van dit ingenieuze kleurrijke en plakkerige spinnenweb zit oncomfortabel. Allé, naar mijn mening dan toch. En omdat je een half dagje kan wennen voel je het meeste tegen slapenstijd niet eens meer zitten.
Neen, de reden van mijn groggy zijn moet je dus niet daar gaan zoeken, maar wel in m'n bed. Ongelofelijk hoe mijn lijf met dat ding gevochten heeft! U-ren-lang. Er was werkelijk niet één houding waarin ik enigszins comfortabel en vooral pijnvrij kon liggen. Linkerkant, rechterkant, kussen plat, kussen bol, met deken, zonder deken,... élke mogelijke (toe)stand van dat nochtans plooibaar en vervormbaar ziekenhuisslaapmeubel bracht me uitsluitend bijzonder onaangenaam ongemak. Dat ik altijd bang ben er uit te vallen -zo ontzettend smal als het is vergeleken met mijn hoogst persoonlijke tweepersoonsbed thuis-, dat ken ik ondertussen al van m'n zovele hospitaalverblijven. Dat is simpel genoeg opgelost: ingebouwde 'afrastering' activeren en klaar. Maar dat zo'n bed me zo integraal beurs en gebroken kon doen voelen, nee, dat had ik nog niet eerder ervaren. (Tja, nu ik er even over nadenk: 'k heb ook nog niet vaak zónder straffe pijnstillers of verdoving in zulk een bed gelegen, hé... hihi)
Van pure ellende sukkelde ik uiteindelijk dan toch nog wat in slaap in de enige houding die te verdragen was: liggend op m'n rug. Iets wat ik anders raar of zelden doe. En dat bleek 's morgens bij de uitleg van alle geregistreerde gegevens toch een geluk bij een ongeluk te zijn geweest.
Bon, geslapen als een (Doorn)roosje? Zeker en vast niet dus.
Waarschijnlijk gebruik je ook wel eens de zotte uitspraak 'Ja, 't is nen brave/een brave..., als hem/zij slaapt!'. Niet op mij van toepassing dus! Ik ben als vanzelfsprekend, hoe kon het ook anders, weer eens geweldig tegendraads: zélfs in dromenland kom ik in de problemen! Grappig is dat.
Op m'n rug slapen is vanaf nu absoluut verboden -allé ja, niet op straffe van, natuurlijk- omdat ik in die houding een lichte vorm van slaapapneu heb. Niet dat ik dan ineens ophou met ademen zoals bij de klassieke apneu, maar m'n inademing vermindert in die toestand ongeveer voor de helft, en blijft dan op dat niveau hangen. Slechts half zoveel zuurstof in m'n systeem op die manier, da's niet zo goed... En mogelijk zit niet mijn overgewicht, zoals sommigen al opperden, er voor iets tussen doch wél het gewicht van mijn royale boezem ... Goed, vanaf nu niet meer op m'n rug liggen dus. Da's alvast makkelijk opgelost.
De grootste boosdoener in m'n eeuwigdurende oververmoeidheid is een stuk lastiger om te doen verdwijnen. Al vele jaren heb ik het idee dat ik -zoals ze dat zeggen- 'altijd met één oog open slaap'. Triest onverwerkt overblijfsel uit violente relaties. Zelfs in de veiligheid van m'n eigen huis met deuren en vensters op slot, in m'n warme knusse vertrouwde bed en totaal over de top steendoodstikkapot ben ik tijdens elke seconde van mijn nachtrust klaar om te vluchten of in het verweer te gaan, onbewust ten allen tijde paraat om voor het behoud van lijf en leden te moeten vechten. Het nachtje in de slaapkliniek heeft dat overduidelijk bevestigd: ik schiet minstens een keer of 30 per nacht wakker, zeer abrupt, ook vanuit de 'diepe slaap', en soms zelfs 10 keer in slechts een paar minuten. Één minuscuul ongekend -soms ook gekend- geluid volstaat om mij te wekken in een volledige paniek. En al duurt dat dan maar een seconde, het verknipt m'n werkelijk slaaptijd naar een hele rits fragmentjes waar een mens alleen maar nog moeër van wordt. Echt even diep slapen doe ik tegen de ochtenduren, in de 'droomslaap', en -je raadt het al- dan regeren natuurlijk de meer dan realistische full colour nachtmerries tussen de lakens en dekens. Daar wordt ge ook moe van, maar dan slaap ik tenminste eventjes een paar uurtjes, en voor écht, hé. Blij zijn met alles wat je wél hebt! Ja, toch?! hihi
Uit de kleurrijke spinnenwebdraden los geknipt en bevrijd van alle lijmresten na een extra lange hete douche mocht ik met serieus pak huiswerk onder de arm -en met barstende hoofdpijn- weer beschikken.
Ik heb nog heel wat werk, 'slaapwerk', voor de boeg, maar er is vandaag eindelijk een begin gemaakt, een begin aan beterschap, een begin aan deugddoend en herstellend slapen, een begin aan fris en monter uit bed komen mét energie. Heerlijk! En dat het z'n tijd zal duren en niet zonder slag of stoot zal gaan, daar kun je donder op zeggen. Maar een berg beklim je nu eenmaal niet in volle galop, maar wel stapje voor stapje, weloverwogen en voorzichtig.
En zo eindig ik dit verhaal over dat pijnlijke nachtje in het kleurrijk ziekenhuisspinnenwebbed met een -hopelijk- ontspannen en comfortabel dutje, uiteraard niet op m'n rug maar op m'n rechterzijde, in m'n eigen -zo mogelijk nóg meer gewaardeerde en geliefde- zalige bed als start voor dit nieuwe zowel lichamelijke als geestelijke genezingsproces. Kristina leert slapen! Woeha! 😉😴
Abonneren op:
Posts (Atom)





