Posts tonen met het label moe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label moe. Alle posts tonen

zondag 11 oktober 2020

Topsport.

Moe dat ik was, echt stikkapot! Super lang geleden da'k lijfelijk nog zo doodop geweest ben. Helemaal content over de voorbije voormiddag thuiskomen, jezelf een welverdiende, heerlijke, grote kop koffie maken, en dan, nog voor je ook maar één slokje van dat vers gebrouwen lekkers tot je genomen hebt, als een blok in de zetel in slaap vallen!... Da's moe zijn, hé, écht moe.
Gisterenvoormiddag repeteerde ik met organist en vriend Peter Maus voor onze concertmis van komende zondag, meteen op het hoogzaal in de Sint-Michielskerk zelf. De nacht ervoor sliep ik tamelijk onrustig. Met het naderen van dit o zo welkome en fantastisch opbeurende optreden, na zovele maanden absoluut niets, bekroop me toch de misschien wat vreemde gedachte, die ik in alle eerlijkheid nog nooit eerder in m'n leven had: 'zou ik het nog wel kunnen?'... 
Ja, zingen, daarvan wist ik wel dat ik het nog kon. Ik loop wel eens wat onnozel al dan niet bekende melodietjes grappig te 'misbruiken', spelend met de poezen, als begeleiding bij klusjes of in een vrolijke bui onder de douche. En dat kan absoluut van alles zijn. Als het maar lollig is, of ik er iets lolligs van kan maken. Soms is één woord voldoende om me op gang te krijgen, of een emotie, of een gedachte. Ja, op die manier heb ik de afgelopen tijd inderdaad nog wel gezongen. Vanzelfsprekend.
Maar, dát zingen, dat heeft in mijn leventje weinig of niets te maken met dat wat ik samen met iemand als Peter ten beste breng. Da's topsport! Ik maak even een beter begrijpbare vergelijking: dat thuis zingen, da's als een slenterwandelingeske rond den blok; het zingen van de muziekstukken, zoals die uitgevoerd met Peter, da's een halve marathon. En normaal gezien train je voor zulk soort inspanningen, en onderhoud je tenminste met allerlei oefeningen en dergelijke de nodige spieren... En gisterenvoormiddag zou ik dus 'zomaar eventjes' die halve marathon gaan doen, en dat na maar liefst 6 maanden volledig te hebben stilgelegen. "Niet echt slim", zal je zeggen. Terecht, ik weet het, maar heel eerlijk: in mijn meest 'duistere' momenten tijdens zoveel maanden coronagedoe vreesde ik nooit meer te mogen en kunnen zingen op dit topsportniveau, en viel het daarmee doelgericht en intens bezig zijn om puur levensbehoud volledig stil. Het had totaal geen nut mezelf te blijven kwellen met een zo geliefd iets, als ik het mogelijk toch voor altijd los zou moeten laten. Zolang ik er niet bewust mee bezig was, bleven m'n dagen leefbaar...
Ja, 'k had me de afgelopen week natuurlijk wel een beetje voorbereid, met ademhalingsoefeningen en zo, dat wel, maar hier in het appartementsgebouw is het niet echt aan te raden om -zeker niet met regelmaat- zulke decibels te produceren, zoals ik bij het zingen van dit soort grootse (en door de grote meerderheid van de bewoners hier 'minder gewaardeerde') muziek, zonder dat men zowat on-mid-del-lijk de politie aan z'n deur krijgt... Logisch dus dat ik me toch een beetje zorgen maakte over dat 'kan ik het nog?'...
Ook emotioneel had ik mezelf op voorhand een beetje afgevlakt. Ik wou niet al te verheugd en opgewonden zijn over het éindelijk weer mógen zingen met heel mijn zijn en al mijn kunnen. De pijn, en het bijhorende zwarte gat, omdat het daarná misschien wéér voor lange(re) tijd voorbij zou zijn, die wordt daar alleen maar groter en verdrietiger door. Maar daardoor verdween er meteen eigenlijk ook een stukje van die typische vreugde-energie, nodig om er helemaal voor te gáán... 
Allemaal zorgen voor niks want, joepie, ik kon het nog! Oef!... 
Met net dat ietsje meer inspanning van de spieren en net dat ietsje meer aandacht voor techniek kwamen zelfs de allerhoogste noten er nog als vanouds, bijna vanzelfsprekend en in de overbekende kracht, uit. 
Hier en daar zochten Peter en ik samen opnieuw naar een wat vergeten spanningsenergie of een wat op de achtergrond geraakte muzikale gemoedstemming, maar dat was telkens met wat extra aandacht voor die passage snel opgelost. Dan voélden we hét weer en weerklonken die fenomenale aria's met jubelende en juichende noten als vanouds feestelijk galmend door de enorme lege kerkruimte. 
Af en toe nam een emotie -sowieso onlosmakelijk verbonden aan geliefde werken- of de diepere betekenis van de tekst -nog zoiets- m'n aandacht even over, m'n blik plots ijl en onverwacht op oneindig. Dan miste ik een tel -of twee, drie, vier-, een rust, een inzet of een noot. Hier en daar vergat ik de woorden een normaal gezien al jaren vertrouwde passage of las ik m'n bladmuziek net niet aandachtig genoeg. Dan broebelde ik met horten en stoten verder in de meest vreemde zins- en lettercombinaties, vaak tot bijzonder groot jolijt van de organist. 'k Moest m'n bril maar deftig opgezet hebben, hé...
Een tweetal uur later stond alles weer opnieuw excellent op z'n muzikale pootjes en namen Peter en ik afscheid. Op de tram huiswaarts voelde ik al meteen wat een inspanning er geleverd was: zowel de spieren van heel m'n stevig onderbouwd ademhalingssysteem als m'n stembanden (dat zijn ook spieren, mocht je dat niet weten) waren moe. Ze hadden onmiskenbaar hard gewerkt en waren dat eigenlijk absoluut niet meer gewoon, zo na 6 maanden zonder training... Ik kwam thuis, zette me een kop koffie en viel in de zetel in slaap.
Vandaag ben ik een beetje hees. M'n lijf, dat doet alweer volledig mee. Eén nachtje goed slapen volstond om te herstellen van die 2 uurtjes topsport. Maar m'n stemspieren hebben duidelijk iets meer tijd nodig om te bekomen. Och, heb geen nood, ook die komen mits de juiste zorgen weer snel terug in orde, hoor. En met de komende dagen nog wat extra rust en oefeningen, ben ik tegen zondag beslist weer helemaal op punt om, in combinatie met het fabelachtige kunnen van organist Peter Maus, nog eens een keertje stevig en met de ons zo gekende grootsheid en decibels de pannen van het kerkdak te zingen! Woehoe! Ge moogt er gerust in zijn!... ;-) 




dinsdag 1 januari 2019

Vuurwerkgeknal, poezenverdriet.

Met het zachtjes grijs en besprenkeld door motregen aanbreken van de ochtend op de eerste dag van het nieuwe jaar keerde ook de zo gekoesterde rust en stilte terug. Eindelijk. Een diepe en tevreden zucht van opluchting ontsnapte me. De voorbije nacht was zwaar en vooral eindeloos lang geweest.
Terwijl ik me in m'n ééntje met wat lekkers en een netjes uitgeschonken trappist in de zetel voor de televisie nestelde, barstte bij de buren het feestgedruis los. Het opgewekte gebabbel, met meer dan aanstekelijke lachsalvo's ertussen, wisselde af met al snel half dronken en dus nogal onvaste zangpogingen. De ambiance zat er stevig in, dat was behoorlijk duidelijk. Op zeker moment meende ik zelfs een vrolijke polonaise door de inkomhal te horen dansen. En het welgemeend hartelijke, doch nogal bulderende 'Happy New Year' om middernacht in het trappenhuis en halletje, die hebben ze vast tot op 't 14e gehoord. Maar, gezellig, hoor! Niks op aan te merken. Ja echt, daar heb/had ik allemaal totaal geen probleem mee. Dat moet kunnen, zo eens één keertje in een jaar ferm feesten, zeker in zo'n bijzondere nacht. Niet dan?! Och, da's toch gewoon leuk.
Nee, mijn zorgen lagen elders. Al de hele afgelopen week schrok de buurt met grote regelmaat op door luide knallen. Rare individuen zijn het, hoor, die ongeduldigen, die niet tot middernacht van 31 december kunnen wachten met ontploffen en hun vuurwerk alvast dágen op voorhand 'uitproberen'... En dan meestal nog overdag ook. Dan zié je daar toch helemaal niets van! Of vergis ik me daarin?... Tja, 't zal de kick van de knal zijn, of zo iets, veronderstel ik... Of het stiekeme, iets doen wat niet mag. Zelf, op eigen houtje, zomaar in het wilde weg, vuurwerk afsteken is in heel groot Antwerpen namelijk volledig verboden, en niet alleen op oudejaarsavond. En da's uiteraard voor sommige mensen een 'uitdaging', hé...
Als je in een buurt woont waar regelmatig een stukje drugsoorlog uitgevochten wordt, dan vraag je je trouwens bij elke fikse knal toch even af of het een te vroeg ontstoken vuurpijl was, of mogelijk weer een ergens lukraak binnen gesmeten handgranaat. En een pittige 'pop pop pop' serie of minutenlang ge-'retteketetteketet' kan net zo goed van een semi-automatisch vuurwapen komen waarmee men één of andere gevel of auto aan flarden schiet, als van een lading vers ontstoken vurige voetzoekertjes... Maar ook hiervan lig ik -voorlopig toch- niet echt wakker.

Wat me echt ongerust maakte, waren de twee poezen Poekie en Pompon. Bij elke luide knal -ik schrok me er zelf vaak serieus een hoedje van- nam hun angst een stukje toe, tot op het punt dat ze van puur ellende steeds weer al hun eten over gaven en niet eens meer op de kattenbak durfden. Twee bibberende zenuwzieke bolletjes pluis, verstopt ergens diep onder m'n bed. En de afgelopen week kon ik ze met veel liefde en nog veel meer geduld, wat snoepjes en een paar onweerstaanbare spelletjes uiteindelijk meestal wel overhalen toch tenminste mij weer een beetje te vertrouwen. Maar zo'n volledige nacht, zo'n eindeloos lange duisternis, waarin de explosies urenlang aanhouden... Pffft. Tja, dan is er niks meer aan te doen. Ik kan hun ellende niet meer beter maken. 't Is wachten tot het over is. En al heb ik in vergelijking met vorige jaren hier in mijn directe buurt opvallend minder vuurwerk gezién, de hele nacht lang, van al vroeg in de vooravond tot ver in de ochtend, mocht ik, zoveel meer dan ooit tevoren, een vreselijke, niet aflatende stroom van ontzettend harde -zoveel luider dan vroeger volgens mijn oren- ontploffingsgeluiden aanhóren.
Heel af en toe sloop er in de woonkamer als in een flits een schim van een poesje voorbij, 't buikje plat tegen de vloer, panische angst in de oogjes, op zoek naar een mogelijk nóg beter schuiloord -misschien was het onder de zetel toch veiliger dan onder het bed-, om dan bij de volgende knal als een bliksemschicht terug richting slaapkamer te verdwijnen. De arme beestjes. Ik had er echt vreselijk mee te doen.
Terwijl ik rond middernacht naar buiten stond te kijken, naar de veelkleurige vurige fonkelingen die overal om ons heen de nachtelijk lucht deden oplichten, gingen m'n gedachten naar die zovele andere dieren die, bevangen door angst, nu vermoedelijk ook niet wisten waar nog te schuilen. Zoveel katten, honden, paarden... Hoeveel vogeltjes zouden er van 't verschieten vannacht uit hun boom gevallen zijn? En de sierlijke kleine vleermuizen, die ik de nacht daarvoor nog vrolijk had zien rondfladderen. Die zaten nu vast ergens in een donker hoekje te bibberen van schrik, hun radarsysteem gegarandeerd volledig in de war, met als gevolg dus ook zonder eten vannacht...

O, geloof me, ik heb niks tegen vuurwerk. In tegendeel, ik kan er ook echt van genieten, van al die betoverende glinsterende kleuren, spetters en gensters breed uitwaaierend tegen het donkere hemelgewelf. Overweldigend feestelijk en onbeschrijfbaar prachtig. Maar, te veel is te veel. En dat geldt ook voor mooie dingen. Zoals vuurwerk. Dat moet écht niet al een volledige week van te voren, en 24 uur op 24, en op zowat élk plekje dat je kan bedenken... Een half uurtje, of desnoods een vol uur, ergens op één centrale plek, en er dan met z'n allen samen naar kijken, volstaat dat niet? Voor mij wel. En, zeker weten: voor m'n poezen ook.
Om half vier vannacht had mijn lichaam er genoeg van. Het wou niet langer rechtop blijven, het moest en zou neer liggen. Buiten schoten er links en rechts nog wat verdwaalde pijlen de lucht in, maar de frequentie was gelukkig al zoveel minder. Tijdens de steeds breder wordende rustpauzes tussen de gierende lachaanvallen en het occasionele lallend aanheffen van de zoveelste strofe van een ondefinieerbaar lied van de nachtje-door-doende buren dommelde ik zonder veel moeite stilaan dieper en dieper weg. Poekie en Pompon kropen, veilig dicht tegen me aan, mee onder de knusse lakens en dekens. Met het heel langzaam terugkeren van de vertrouwde zalige rust om ons heen, voelde ik hun lijfjes -begeleid van een ontzettend diepe zucht- eindelijk weer helemaal ontspannen.
Helemaal klaar met "plof, dreun, plets, baboem, knets, klap, pop, bonk, kaboem, pang, blaf, bam, bom, knal en retteketetteketet" zijn we echter nog niet, want zoals er elk jaar steevast een aantal personen veel te vroeg begint met 'knallen', zo is er ook steeds een handvol figuren die nog graag een tijdje door blijven gaan, toch zeker de eerstkomende dagen...
Och, weet je, het ergste is ondertussen alweer gepasseerd, het nieuwe jaar is aangevat, zonder echte ongelukken en met niet al te veel en gelukkig nog nét hanteerbare ellende, dus daar ga ik nu ook niet meer van wakker liggen. In tegendeel zelfs: vannacht slaap ik, al was het maar van puur moeheid, als een zich in rust, stilte en zaligheid wentelend roze roosje! Vermoedelijk met twee opnieuw gelukkige en relaxte pluizige poezenprinsjes naast me.
Gelukkig nieuwjaar, en slaap lekker! 😊





maandag 21 augustus 2017

Spannend spinnenwebslaapje.

Hoe extreem uitgeput vierkant moe kan ne mens in 's hemelsnaam zijn, zeg?!...
Al geruime tijd heb ik wreed last van een volledig verstoord slaappatroon en daardoor ook van een nooit ophoudende vervelende vermoeidheid, dus ik ben ondertussen al wel wat gewend qua gevolgen, qua 'bijverschijnselen', maar zoals ik me vandaag voel, na één nachtje slaapkliniek, tjonge tjonge!...
Total loss noemen ze dat volgens mij, perte total. Allesoverheersende schele koppijn, verwarde gedachtegang, gebrekkige concentratie, wazig -en bij momenten zelfs dubbel- zicht met of zonder leesbril, pijnlijk verkrampte schouders en nek, en de rest van mijn lijf is precies door de mangel gehaald.
Voor zo'n nachtje 'slaapcontrole' verwachten ze je al een halve dag op voorhand, kwestie van genoeg tijd te hebben voor de voorbereidingen... 
Met een ongelofelijke handigheid hangen de super sympathieke en goedlachse verpleegsters -nogmaals hartelijk dank daarvoor, lieve dames!- je van kop tot teen vol grote en kleine sensoren, om absoluut elke beweging, elke ademhaling, elke harteklop, elke wat-je-ook-maar-kan-bedenken van je lichaam te registreren. En bij al die sensoren horen draden, draden naar de computers en schermen in de controlekamer, veel draden, heel veel draden, dikke en dunne, korte en lange, en in alle kleuren van de regenboog. En om dat enorme ingewikkelde spinnenweb enigszins op de juiste plek en uit de knoop te houden beplakken ze elke centimeter van je vel met meters straffe kleefband -als ware het stuk voor stuk heavy duty ontharingsstrips- en, als kers op de taart -allé ja, 'slagroom' is hier misschien meer van toepassing- nog een paar gulle klodders lijm met de kracht van een stuk onverwoestbare kauwgom in je haardos.
De strak om m'n torso gesnoerde riemen, die m'n ademhaling mee in 't oog moesten gaan houden, maakten van mijn anders al moeilijk te negeren decolleté een Grand Canyon waar zelfs ík nog van opkeek. Nét niet mét echo...
Maar zelfs die twee slangen in en langst m'n neus, die op de laatste moment nog even bij het geheel gemonteerd werden, stonden een deftige nachtrust eigenlijk -verbazingwekkend, ja, ik weet het- niet in de weg. Niets van heel deze bekabeling, van dit ingenieuze kleurrijke en plakkerige spinnenweb zit oncomfortabel. Allé, naar mijn mening dan toch. En omdat je een half dagje kan wennen voel je het meeste tegen slapenstijd niet eens meer zitten.
Neen, de reden van mijn groggy zijn moet je dus niet daar gaan zoeken, maar wel in m'n bed. Ongelofelijk hoe mijn lijf met dat ding gevochten heeft! U-ren-lang. Er was werkelijk niet één houding waarin ik enigszins comfortabel en vooral pijnvrij kon liggen. Linkerkant, rechterkant, kussen plat, kussen bol, met deken, zonder deken,... élke mogelijke (toe)stand van dat nochtans plooibaar en vervormbaar ziekenhuisslaapmeubel bracht me uitsluitend bijzonder onaangenaam ongemak. Dat ik altijd bang ben er uit te vallen -zo ontzettend smal als het is vergeleken met mijn hoogst persoonlijke tweepersoonsbed thuis-, dat ken ik ondertussen al van m'n zovele hospitaalverblijven. Dat is simpel genoeg opgelost: ingebouwde 'afrastering' activeren en klaar. Maar dat zo'n bed me zo integraal beurs en gebroken kon doen voelen, nee, dat had ik nog niet eerder ervaren. (Tja, nu ik er even over nadenk: 'k heb ook nog niet vaak zónder straffe pijnstillers of verdoving in zulk een bed gelegen, hé... hihi)
Van pure ellende sukkelde ik uiteindelijk dan toch nog wat in slaap in de enige houding die te verdragen was: liggend op m'n rug. Iets wat ik anders raar of zelden doe. En dat bleek 's morgens bij de uitleg van alle geregistreerde gegevens toch een geluk bij een ongeluk te zijn geweest. 
Bon, geslapen als een (Doorn)roosje? Zeker en vast niet dus. 
Waarschijnlijk gebruik je ook wel eens de zotte uitspraak 'Ja, 't is nen brave/een brave..., als hem/zij slaapt!'. Niet op mij van toepassing dus! Ik ben als vanzelfsprekend, hoe kon het ook anders, weer eens geweldig tegendraads: zélfs in dromenland kom ik in de problemen! Grappig is dat. 
Op m'n rug slapen is vanaf nu absoluut verboden -allé ja, niet op straffe van, natuurlijk- omdat ik in die houding een lichte vorm van slaapapneu heb. Niet dat ik dan ineens ophou met ademen zoals bij de klassieke apneu, maar m'n inademing vermindert in die toestand ongeveer voor de helft, en blijft dan op dat niveau hangen. Slechts half zoveel zuurstof in m'n systeem op die manier, da's niet zo goed... En mogelijk zit niet mijn overgewicht, zoals sommigen al opperden, er voor iets tussen doch wél het gewicht van mijn royale boezem ... Goed, vanaf nu niet meer op m'n rug liggen dus. Da's alvast makkelijk opgelost.
De grootste boosdoener in m'n eeuwigdurende oververmoeidheid is een stuk lastiger om te doen verdwijnen. Al vele jaren heb ik het idee dat ik -zoals ze dat zeggen- 'altijd met één oog open slaap'. Triest onverwerkt overblijfsel uit violente relaties. Zelfs in de veiligheid van m'n eigen huis met deuren en vensters op slot, in m'n warme knusse vertrouwde bed en totaal over de top steendoodstikkapot ben ik tijdens elke seconde van mijn nachtrust klaar om te vluchten of in het verweer te gaan, onbewust ten allen tijde paraat om voor het behoud van lijf en leden te moeten vechten. Het nachtje in de slaapkliniek heeft dat overduidelijk bevestigd: ik schiet minstens een keer of 30 per nacht wakker, zeer abrupt, ook vanuit de 'diepe slaap', en soms zelfs 10 keer in slechts een paar minuten. Één minuscuul ongekend -soms ook gekend- geluid volstaat om mij te wekken in een volledige paniek. En al duurt dat dan maar een seconde, het verknipt m'n werkelijk slaaptijd naar een hele rits fragmentjes waar een mens alleen maar nog moeër van wordt. Echt even diep slapen doe ik tegen de ochtenduren, in de 'droomslaap', en -je raadt het al- dan regeren natuurlijk de meer dan realistische full colour nachtmerries tussen de lakens en dekens. Daar wordt ge ook moe van, maar dan slaap ik tenminste eventjes een paar uurtjes, en voor écht, hé. Blij zijn met alles wat je wél hebt! Ja, toch?! hihi
Uit de kleurrijke spinnenwebdraden los geknipt en bevrijd van alle lijmresten na een extra lange hete douche mocht ik met serieus pak huiswerk onder de arm -en met barstende hoofdpijn- weer beschikken. 
Ik heb nog heel wat werk, 'slaapwerk', voor de boeg, maar er is vandaag eindelijk een begin gemaakt, een begin aan beterschap, een begin aan deugddoend en herstellend slapen, een begin aan fris en monter uit bed komen mét energie. Heerlijk! En dat het z'n tijd zal duren en niet zonder slag of stoot zal gaan, daar kun je donder op zeggen. Maar een berg beklim je nu eenmaal niet in volle galop, maar wel stapje voor stapje, weloverwogen en voorzichtig.
En zo eindig ik dit verhaal over dat pijnlijke nachtje in het kleurrijk ziekenhuisspinnenwebbed met een -hopelijk- ontspannen en comfortabel dutje, uiteraard niet op m'n rug maar op m'n rechterzijde, in m'n eigen -zo mogelijk nóg meer gewaardeerde en geliefde- zalige bed als start voor dit nieuwe zowel lichamelijke als geestelijke genezingsproces. Kristina leert slapen! Woeha! 😉😴


maandag 16 november 2015

Het wonderlijk weldadig wandelingetje.

Met enige aarzeling trok ik de voordeur achter me dicht, stapte bedachtzaam de inkomhal door en ging voorzichtig de grote trap voor het gebouw af.
Sokken en schoenen aan trekken bleek een ware worsteling. Het logistieke probleem 'hoe draag je een jas met een gebroken schouder' op lossen vroeg verschillende pogingen met bijhorende portie's geduld. Maar het lukte allemaal. Ik zou, na 16 dagen noodgedwongen aan m'n appartement gekluisterd te zijn, m'n eerste voorzichtige stapjes terug in de buitenwereld zetten. Met goedkeuring uiteraard. Goedkeuring van m'n sinds jaren vertrouwde huisarts, bij wie ik, hier slechts een paar straatjes verder, het attestje voor de verlenging van m'n arbeidsongeschiktheid mocht komen ophalen.
Dus daar ging ik. Letterlijk door de wind en door de regen. Maar met m'n sjaal en m'n jas stevig om me heen, vermoedelijk zoveel steviger dan anders door m'n beslissing om die mitella er dan toch maar bovenop te dragen, kon me dat weinig schelen. De stijve bries speelde vrolijk met m'n half loshangend haar. Dat ben ik niet gewend, maar wat een fantastisch bevrijdend gevoel! En net zoals de aanraking van de zachte regendruppels op m'n warme wangen liet het me breed glimlachen. Ik ademde diep de verrukkelijk geurende herfstlucht in en genoot intens van elke voetstap van dit eerste behoedzame wandelingetje. Zo fijn om eindelijk weer eens echt buiten te zijn!...
De mannen van de groenvoorziening veegden bladeren en onkruid uit de aanplantingen langst het wandelpad en hun gekke uitroepen naar elkaar vrolijkten me nog eens extra op. De aanwezigheid van andere mensen deed me duidelijk deugd. Omdat ik er nu toch was nam ik in de supermarkt, vlak achter de dokterspraktijk, meteen even, zij het met wat moeite, zo met maar één arm, wat kraaklekkere frisse appeltjes en een gezond donkerbruin brood mee. Werkonbekwaam zijn is geen reden om mijn geweldige die-eet-dieet overboord te gooien, hé. En, zo zalig om weer zélf wat boodschapjes te kunnen doen! 
Op de terugweg merkte ik aan m'n zeurende schouder en ietwat elastieken benen dat deze minuscule promenade echt wel meer dan genoeg inspanning voor één dag geweest was. Bij gevolg dus steendoodstikkapot, maar wel heerlijk verfrist, volledig vrolijk uitgewaaid, met een stevige portie verse zuurstof in m'n longen en een gezonde blos op m'n gelaat sloot ik tevreden de voordeur weer achter me, plofte m'n moede en pijnlijke lijf met een zucht van voldoening in de knusse warmte van de zetel en viel prompt in weldadig slaapje, met nog steeds die verrukkelijk gelukzalige glimlach op m'n gezicht... 
Om dan nu met een prettig helder kopke achter m'n bureautje te zitten en, nagenietend van m'n piepkleine maar overheerlijke ommetje in het wilde herfstweer, dit pietepeuterig avontuurtje neer te schrijven in een zonnige verhaaltje over hoe onbeduidende, bijna banaal doodgewone dingen onverwacht van onschatbare waarde kunnen zijn en bron van hemels geluk, en... in dit geval: een bescheiden maar zeer zeker niet te verwaarlozen, létterlijk stapje vooruit in m'n genezingsproces. :-)