Posts tonen met het label concertmis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label concertmis. Alle posts tonen

zondag 11 oktober 2020

Topsport.

Moe dat ik was, echt stikkapot! Super lang geleden da'k lijfelijk nog zo doodop geweest ben. Helemaal content over de voorbije voormiddag thuiskomen, jezelf een welverdiende, heerlijke, grote kop koffie maken, en dan, nog voor je ook maar één slokje van dat vers gebrouwen lekkers tot je genomen hebt, als een blok in de zetel in slaap vallen!... Da's moe zijn, hé, écht moe.
Gisterenvoormiddag repeteerde ik met organist en vriend Peter Maus voor onze concertmis van komende zondag, meteen op het hoogzaal in de Sint-Michielskerk zelf. De nacht ervoor sliep ik tamelijk onrustig. Met het naderen van dit o zo welkome en fantastisch opbeurende optreden, na zovele maanden absoluut niets, bekroop me toch de misschien wat vreemde gedachte, die ik in alle eerlijkheid nog nooit eerder in m'n leven had: 'zou ik het nog wel kunnen?'... 
Ja, zingen, daarvan wist ik wel dat ik het nog kon. Ik loop wel eens wat onnozel al dan niet bekende melodietjes grappig te 'misbruiken', spelend met de poezen, als begeleiding bij klusjes of in een vrolijke bui onder de douche. En dat kan absoluut van alles zijn. Als het maar lollig is, of ik er iets lolligs van kan maken. Soms is één woord voldoende om me op gang te krijgen, of een emotie, of een gedachte. Ja, op die manier heb ik de afgelopen tijd inderdaad nog wel gezongen. Vanzelfsprekend.
Maar, dát zingen, dat heeft in mijn leventje weinig of niets te maken met dat wat ik samen met iemand als Peter ten beste breng. Da's topsport! Ik maak even een beter begrijpbare vergelijking: dat thuis zingen, da's als een slenterwandelingeske rond den blok; het zingen van de muziekstukken, zoals die uitgevoerd met Peter, da's een halve marathon. En normaal gezien train je voor zulk soort inspanningen, en onderhoud je tenminste met allerlei oefeningen en dergelijke de nodige spieren... En gisterenvoormiddag zou ik dus 'zomaar eventjes' die halve marathon gaan doen, en dat na maar liefst 6 maanden volledig te hebben stilgelegen. "Niet echt slim", zal je zeggen. Terecht, ik weet het, maar heel eerlijk: in mijn meest 'duistere' momenten tijdens zoveel maanden coronagedoe vreesde ik nooit meer te mogen en kunnen zingen op dit topsportniveau, en viel het daarmee doelgericht en intens bezig zijn om puur levensbehoud volledig stil. Het had totaal geen nut mezelf te blijven kwellen met een zo geliefd iets, als ik het mogelijk toch voor altijd los zou moeten laten. Zolang ik er niet bewust mee bezig was, bleven m'n dagen leefbaar...
Ja, 'k had me de afgelopen week natuurlijk wel een beetje voorbereid, met ademhalingsoefeningen en zo, dat wel, maar hier in het appartementsgebouw is het niet echt aan te raden om -zeker niet met regelmaat- zulke decibels te produceren, zoals ik bij het zingen van dit soort grootse (en door de grote meerderheid van de bewoners hier 'minder gewaardeerde') muziek, zonder dat men zowat on-mid-del-lijk de politie aan z'n deur krijgt... Logisch dus dat ik me toch een beetje zorgen maakte over dat 'kan ik het nog?'...
Ook emotioneel had ik mezelf op voorhand een beetje afgevlakt. Ik wou niet al te verheugd en opgewonden zijn over het éindelijk weer mógen zingen met heel mijn zijn en al mijn kunnen. De pijn, en het bijhorende zwarte gat, omdat het daarná misschien wéér voor lange(re) tijd voorbij zou zijn, die wordt daar alleen maar groter en verdrietiger door. Maar daardoor verdween er meteen eigenlijk ook een stukje van die typische vreugde-energie, nodig om er helemaal voor te gáán... 
Allemaal zorgen voor niks want, joepie, ik kon het nog! Oef!... 
Met net dat ietsje meer inspanning van de spieren en net dat ietsje meer aandacht voor techniek kwamen zelfs de allerhoogste noten er nog als vanouds, bijna vanzelfsprekend en in de overbekende kracht, uit. 
Hier en daar zochten Peter en ik samen opnieuw naar een wat vergeten spanningsenergie of een wat op de achtergrond geraakte muzikale gemoedstemming, maar dat was telkens met wat extra aandacht voor die passage snel opgelost. Dan voélden we hét weer en weerklonken die fenomenale aria's met jubelende en juichende noten als vanouds feestelijk galmend door de enorme lege kerkruimte. 
Af en toe nam een emotie -sowieso onlosmakelijk verbonden aan geliefde werken- of de diepere betekenis van de tekst -nog zoiets- m'n aandacht even over, m'n blik plots ijl en onverwacht op oneindig. Dan miste ik een tel -of twee, drie, vier-, een rust, een inzet of een noot. Hier en daar vergat ik de woorden een normaal gezien al jaren vertrouwde passage of las ik m'n bladmuziek net niet aandachtig genoeg. Dan broebelde ik met horten en stoten verder in de meest vreemde zins- en lettercombinaties, vaak tot bijzonder groot jolijt van de organist. 'k Moest m'n bril maar deftig opgezet hebben, hé...
Een tweetal uur later stond alles weer opnieuw excellent op z'n muzikale pootjes en namen Peter en ik afscheid. Op de tram huiswaarts voelde ik al meteen wat een inspanning er geleverd was: zowel de spieren van heel m'n stevig onderbouwd ademhalingssysteem als m'n stembanden (dat zijn ook spieren, mocht je dat niet weten) waren moe. Ze hadden onmiskenbaar hard gewerkt en waren dat eigenlijk absoluut niet meer gewoon, zo na 6 maanden zonder training... Ik kwam thuis, zette me een kop koffie en viel in de zetel in slaap.
Vandaag ben ik een beetje hees. M'n lijf, dat doet alweer volledig mee. Eén nachtje goed slapen volstond om te herstellen van die 2 uurtjes topsport. Maar m'n stemspieren hebben duidelijk iets meer tijd nodig om te bekomen. Och, heb geen nood, ook die komen mits de juiste zorgen weer snel terug in orde, hoor. En met de komende dagen nog wat extra rust en oefeningen, ben ik tegen zondag beslist weer helemaal op punt om, in combinatie met het fabelachtige kunnen van organist Peter Maus, nog eens een keertje stevig en met de ons zo gekende grootsheid en decibels de pannen van het kerkdak te zingen! Woehoe! Ge moogt er gerust in zijn!... ;-) 




zondag 5 februari 2017

De gevallen diva.

Nooit gedacht da'k nog eens zou schrijven over de gevaren bij het opluisteren van missen... O ja, ik zing wel eens vaker vanop een hoogzaal in bedenkelijke staat. Zo ééntje dat wat schuin omlaag helt, alsof het elk moment de diepte in kan storten. Of ééntje waarvan het hout een wijd verspreid kantpatroon van gaatjes vertoond, gevolg van vraatzuchtige houtwormen. Of veel vaker voorkomend -en gelukkig een stuk minder beangstigend, maar toch...- hoogzalen die aan alle kanten piepend en krakend meedeinen op het ritme van de muziek, zeker als de organist vol enthousiasme even àlles uit het orgel haalt. Daar stel je je als zangeres -met hoogtevrees- noodgedwongen een beetje op in, het went en je staat er op den duur niet echt meer bij stil. Door de jaren heen werden dit soort situaties dan ook eerder grappig dan onheilspellend.
Soms is de weg naar het hoogzaal trouwens nog het meest angstaanjagend. De eindeloos lange, minuscuul smalle wenteltrapjes met krakende treden, gemaakt uit hout waar de tijd hier en daar wat stukken uit hapte, waarin je hak komt vast te zitten of je dreigt doorheen te zakken. Of de stenen torentrapjes, zodanig uitgesleten dat ze eigenlijk meer een spekgladde schuifaf omlaag vormen dan een deftige trap omhoog. En als er al eens een mogelijke leuning is, in de vorm van een dik grof loshangend touw bijvoorbeeld, dan heb je daar weinig of geen houvast -en al zeker geen steun- aan, geloof me. Meestal is die vaak onmenselijk smalle koker waarlangs je je dan, gepakt en gezakt, in mijn geval ook steevast op hoge hakken en in lange rokken, langzaam met het nodige gepuf en gesteun naar omhoog wringt op de koop toe verschrikkelijk smerig. Elke keer weer veeg ik met m'n lange jassen en jurken het stof, vuil en spinnenwebben van jaaaaaren bij elkaar. Soms vraag ik me giechelend af of men daar misschien stiekem rekening mee houdt als ze mij vragen om te zingen... 
Vandaag, op een pas hersteld bakstenen en betonnen hoogzaal, onder een pas hersteld betonnen plafond, met een pas hersteld en dus terug bijzonder robuust Klais-orgel, misten we absoluut niets aan stevigheid. En, daar ook het trapje, zij het met wat rare oneven treden, in beton gegoten is, en zelfs een -heel eigenwijs en vindingrijk uit plastieken waterleidingsbuizen gefabriceerde, geïmproviseerde slappe leuning heeft, moest daar eveneens voor geen instorten gevreesd worden. Met overtuiging marcheerde ik aldus gezwind en onbevreesd door de kerk en langst de wentelende treden omhoog, en met lichte haast ook, want mijn start die ochtend -en daardoor ook mijn aankomst- had een beetje vertraging opgelopen. 
Bovenaan de trap in de stikdonkere houten doorgang, dwars door de grote orgelkast, met aan elke zijde een deurtje tegen de immer felle ijskoude tocht: een gesmoorde gil, een luide bons, een half ingehouden vloek, een gevallen diva. Niet door haast, niet door onoplettendheid of door verstrooidheid, maar domweg door de meedogenloze duisternis miste ik dat éne piepkleine allerlaatste afstapje... en maakte met die onverwachte glissando op een zeer onaangename manier kennis met de niet meegevende hardhouten vloer.
Kort samengevat, ik deed m'n achternaam 'eer' aan: Kristina Meganck, die ging 'mé' ne 'ganck'... hihihi

Snipverkouden organist Peter Maus, die al de hele tijd stevig wat wind door de pijpen zat te blazen, hield gealarmeerd door de vreemde geluiden midden in een groots akkoord op met spelen. Nog voor ik overeind kon krabbelen hoorde ik hem over het hoogzaal in mijn richting rennen en slechts enkele seconden later rukte hij met een verschrikte gezicht het houten deurtje open. Wreed bezorgd, om mij, de verongelukte sopraan, uiteraard, maar toch zeker en vast ook over alle eventuele schade die de gekoesterde en net herstelde orgelkast mogelijk opgelopen kon hebben door zo'n zwaar neerstortende diva... 
Het viel niet mee om, bibberend op m'n benen van 't verschieten, mezelf van de koude planken op en bij elkaar te rapen en genoeg concentratie terug te vinden om al die geliefde, geweldig mooie doch ook zware werken naar behoren en zonder muzikale uitschuivers te zingen. Maar blijkbaar brengt pijn een soort ongeëvenaarde strijdvaardigheid in mij naar boven, want zo mogelijk nog meer dan anders dansten de noten krachtig en zuiver uit me, prachtig begeleid en stevig ondersteund door de virtuoze vingers en vederlichte voeten op de vele klavieren. "Der Engel" zweefde op zonlichte vleugels langs de glasramen, "Gebet" en "Ave Maria" klonken innig warm en oprecht, "Hör mein Bitten" droeg dramatisch en melodieus z'n passionele boodschap uit, de misdelen van Langlais schalden als ware strijdliederen door de immense ruimte, en tot slot, als overheerlijke kers op de taart, een meer dan jubelend "Zueignung". 
Bij deze is het dus nog maar eens bewezen: wiebelende orgelbankjes, dikke snottebellen en stapels zakdoeken op en naast klavieren, domme tuimelingen, geschaafde handen, pijnlijke rug en elastieken bibberbenen... wat de omstandigheden ook zijn, niets houdt ons tegen om, zoals vanochtend, steeds weer een sterk staaltje muzikaal kunnen en prachtig samenspel neer te zetten. Ondanks of dankzij, kies zelf maar.
De vele aanwezigen hebben er absoluut met volle teugen van genoten -dat kwamen ze me bij de 'koffie' achteraf toch allemaal vertellen- maar volgens mij valt hun genoegen in het niets bij de verrukkelijke hoeveelheid deugd die Peter en ik er zelf aan beleefden. Waar een gevallen diva al niet goed voor is, hé... ;-)



maandag 18 april 2016

Achtbaan der emoties.

Zo, hier zit ik dan weer, achter de computer, met zicht op de tuin -nog maar eens onveilig gemaakt door een bende jong schorriemorrie- waar de zon nog van de partij is en langst het gebouw heen de naaldbomen fraai belicht. Genietend van de gezellige vogeltjesdrukte op m'n terras beleef ik in m'n hoofd opnieuw heel de emotionele achtbaan van deze bijna afgelopen zondag. 
De dag begon met een telefoontje van m'n moeder. Een allergische reactie zorgde er voor dat ze dan toch niet zou komen luisteren naar de concertmis. Een spijtige tegenvaller, maar ik liet me er niet door van m'n stuk brengen.
Vol goede moed besloot ik die, voor mijn doen nogal erg korte, felblauwe jurk aan te trekken én, zo mogelijk nóg uitzonderlijker, m'n lange haren voor 't grootste deel eens een keer niét op te steken. 
M'n spiegelbeeld deed vreemd aan, maar ik zag een best leuk ogende vrouw naar me terugkijken, dus niet getwijfeld en hup, naar de tram. 
Als een sardientje tussen de overdosis andere passagiers gepropt, uitsluitend mensen in sporttenue, vermoedelijk allemaal op weg naar de Ten Miles, viel ik op, zo netjes opgemaakt, in hoge hakken en deftige jas. Ze keken me aan als kwam ik van een andere planeet. 
De vele meters kasseien en het laatste onverwachte stuk te voet deden me te laat, met pijnlijke pootjes, m'n hoge hakken verwensend, buiten adem en een beetje verwilderd toekomen in de kerk. Maar daar wachtte me het heerlijk musiceren met organist Peter Maus. En reeds bij de eerste tonen vielen er feestelijk zonnestralen door de glasramen, als zette iemand ergens hoog daarboven een spot op ons. Zalig.
Door alle commotie rond die blog van mij over de muzikaal-intieme samenwerking met Peter dacht ik een pak meer publiek dan anders te zullen zien plaatsnemen op de kerkstoelen. Doch hier was duidelijk sprake van 'veel geblaat, wreed weinig wol'... Slechts 45 mensen, waarvan 40 'gewone' zondagse kerkgangers. Een beetje een desillusie dus.
Het knip- en plakwerk, waarmee sommige lezers van die ondertussen blijkbaar beruchte blog, mijn hoogste goed en diepste zieleroersels tot een hoofdstuk uit "50 Tinten Grijs" reduceerden, -en ja, ik snap het wel, hoor. En ja, dat is ook best grappig- bracht me toch zodanig van m'n stuk dat ik muzikaal even de pedalen verloor, tot m'n grote opluchting zoals steeds professioneel en daardoor bijna onopgemerkt opgevangen door die geweldige begeleider voor wie ik, zeker als zangeres, inmiddels duidelijk een open boek ben... 
In het grote poeha-stuk van Mendelssohn vond ik mezelf -en dus ook m'n pedalen- gelukkig weer helemaal terug en we eindigden stralend in alle grootsheid en schoonheid met "Zueignung" van Richard Strauss, 'ons' nummer.
En terwijl Peter ten uitgeleide nog een schitterende, alles overdonderende orgelimprovisatie ten beste gaf, waar ik ook steeds glimlachend van sta te genieten, kwam de droeve gedacht 'het is alweer voorbij' reeds in me op...
Goddank stond er in het parochiezaaltje, vast ritueel ondertussen, naast een paar enthousiaste toehoorders met felicitaties en goede vrienden Jan en Flori, al een trappist 'van 't schap' op me te wachten.
Peter ging, richting volgende muzikale onderneming. 
Een 2e trappist kwam. 
En, geheel los van het stijgende alcoholgehalte, werd het bijzonder aangename gesprek met de harde kern van m'n fanclub steeds boeiender. Zodanig zelfs dat de heren besloten deze gezellige namiddag nog een paar uurtjes langer met me door te brengen en namen me mee naar café-restaurant "Lambik". Bij een bord super lekkere asperges op Vlaamse wijze en gebakken aardappeltjes zette de conversatie zich verder. Zowel hele leuke als behoorlijk droeve onderwerpen passeerden de revue. 
Met een uitzonderlijk voldaan gevoel liet ik de tram me weer huiswaarts voeren. M'n hoofd tolde van de duizenden gedachten en bedenkingen, en de emoties, die me alle kanten uit rukten, overweldigden me.
En hier zit ik nu. De vuilbak staat buiten, de poezen hebben gegeten, m'n bad en bed lonken, en ik schrijf een blogje over een dag waarin de emoties op en neer en zelfs totaal overkop gingen. De tekst hierboven even overlopend tel ik, naast een tweetal rustigere stukjes, ongeveer 24 keer op en neer tussen droef en blij, en een keer of 5 een volledig looping. Mijn leven is dus als een pretpark, met deze zondag duidelijk een flinke rit op de duizelingwekkende achtbaan... ;-)
Even luisteren?

zaterdag 9 april 2016

Magisch mooie muzikale middag.

Door alle mogelijke en onmogelijk stormen in m'n leven heen is mijn innige band met muziek zowat de enige relatie die overeind bleef en blijft. En binnen die relatie is één bepaalde en behoorlijk unieke combinatie mijn allerhoogste goed, mijn persoonlijke hemel op aarde. De elementen van die bijzondere combinatie zijn mezelf, dramatische sopraan met een bekoorlijke voorliefde voor grootsheid en poeha in al z'n vormen; Peter Maus, getalenteerde en charmante organist met een breed muzikaal aanvoelen en genoeg lef om al eens buiten de gangbare lijntjes te kleuren; de Hoog Romantische composities van o.a. Strauss, Wagner, Wolf, Brahms, Mendelssohn-Bartholdy... maar ook weinig uitgevoerde andere grootse werken van minder bekende of zelfs vergeten componisten; en tot slot de ongelofelijk fraaie akoestiek van de prachtige Sint-Michielskerk in Antwerpen met het meer dan magistrale, en door ons allebei geliefde, Romantische Stevensorgel op het hoogzaal.
Niets, echt absoluut niets in mijn leven brengt me meer allesoverheersend geluk en grenzeloze vreugde. 
De orkestrale tonen, die Peter met vlugge lenige vingers en vederlicht dansende voeten uit het orgel tovert, nemen elke vezel van m'n lichaam over en vermengen zich naadloos met de klanken uit mijn instrument. Terwijl deze heerlijke notenmix jubelend door de imposante ruimte tuimelt verdwijnt alle tumult in m'n hoofd als sneeuw voor de zon. Lichamelijk en geestelijk los komen en opstijgen uit alles wat klein-menselijk is. Slechts het samen 'muziek-zijn' blijft. "Alsof we vleugels krijgen", zei Peter.
Daarboven op het hoogzaal scheiden ons steeds een meter of 3 plankenvloer, de partituren op de pupiter en de vele klavieren, pedalen en registerknoppen van de orgelspeeltafel, maar hoe meer geabsorbeerd we worden door en opgaan in het gezamenlijke klankenspel, hoe groter de intimiteit tussen ons. Soms zodanig intens dat het ons allebei volledig gegeneerd en verlegen maakt. De lucht om ons heen knettert dan nét niet van geladenheid en ik bedenk me altijd een beetje giechelend dat als ik hem, of hij mij, dàn zou aanraken, we mogelijk één of ander soort ontploffing veroorzaken. En al krijg ik op zulk moment altijd het gevoel dat het hoogdringend tijd is om weer huiswaarts te keren, alles in mij blijft verlangen naar meer van deze heerlijkheid. Zelfs m'n o zo geliefde poezen en m'n alom tegenwoordige en onmisbare bloemen en planten vallen er bij in het niets. Die diepe intense voldoening overstijgt elke andere vorm van genot. Het allerbeste orgasme ooit komt niet eens in de buurt...
Afgelopen donderdag repeteerden Peter en ik voor onze jaarlijkse -ja, deze voor mij allerhoogste zaligheid beleef ik spijtig genoeg slecht één, maximum 2 keer per jaar- concertmis in de Sint-Michielskerk, volgende week zondag 17 april 2016. Ik ging er, zoals altijd eigenlijk, van uit dat de repetitie 'gewoon' en slechts 'muziek doornemen' zou zijn, maar... het werd alwéér zo'n magisch mooi muzikaal moment want als vanouds stegen we meteen weer op, mee met de tonen van de verrukkelijke muziek. 
En ja, Peter werkt mee aan zoveel uitermate boeiende projecten met massa's andere muzikanten, zangers en dus ook met sopranen van mijn kaliber... En ja, ik creëer ook hele fijne muzikale dingen met andere geweldige organisten... 
Maar dit, deze steeds weerkerende, ongelofelijk intense, niet van deze wereld, buitengewoon magische beleving, die hebben we allebei nooit elders meegemaakt. "Schrijf daar maar eens een blogje over", knipoogde Peter. De gulzige goesting en overgave waarmee hij vervolgens z'n laatste nieuwe lievelingsstuk -'Carillon Sortie' van Henri Mulet- ten beste gaf, deden onmiddellijk inspiratie in mij omhoog borrelen en terwijl ik met volle teugen genoot van de over me heen stromende sprankelende orgelklanken draaide mijn brein op volle toeren om alvast de nodige superlatieven bij elkaar te sprokkelen.
Niemand keert graag uit de hemel terug naar de dagdagelijkse vaak harde realiteit. En al was bij het verlaten van de kerk de door een hevige regenbui net frisgewassen wereld vol zonneschijn en kleur, op de tram overviel me een trieste leegte, verdacht veel lijkend op liefdesverdriet... 
Weet je, dit diep innige muzikale samensmelten is echt als een drug: je wil er altijd méér van en na de euforische 'high' komt onvermijdelijk een pijnlijke 'low', met een emotioneel én fysiek gemis, altijd vergezeld door die sluimerende angst 'komt er nog wel een volgende keer?...'
En plots realiseerde ik me dat het deze uitzonderlijke bijna bovenmenselijke intimiteit is die ik zocht en niet vond in een relatie met een man... En naar zoiets kan je hopeloos lang lopen zoeken. Vooral als je het éigenlijk al hebt... 
Ach, misschien word ik steeds meer ik een oude sentimentele dwaas. Dat kan en je mag er van denken wat je wil. De herinneringen aan deze absolute hoogtepunten in mijn bestaan koester ik, met Peter en al, zowiezo voor altijd in een speciaal rood fluwelen kamertje in m'n hart. En hopelijk gunt het leven mij nog lang en veel van deze glorieuze en verrukkelijke momenten... 
En weliswaar gekleurd door een vleugje droefheid -omdat het daarna weer een tijdje stil zal zijn- kijk ik vandaag breed glimlachend uit naar die Magisch Mooie Meesterlijk Muzikale Mis bij sint Michiel met Meneer Maus en Mevrouw Meganck! Mmmmmmmmmm... ;-)
Concertmis Sint-Michielskerk
Zondag 17 april 2016, 11u
Amerikalei 165, 2080 Antwerpen
Inkom gratis
En erg goed bereikbaar met openbaar vervoer

maandag 5 oktober 2015

Zo'n zalige zondag.

Met z'n door merg en been snijdend gekrijs brulde de wekker me uit m'n diepe, bijna comateuze slaap. Maar dat was meteen ook de énige echte valse noot in wat een zalige zondag zou worden.
De tuin, omfloerst door de ochtendmist, glinsterde in de eerste zonnestralen van de dag, die prachtig roze en oranje door de nevelsluiers priemden.
Terwijl m'n haar als bijna vanzelf in de juiste krul draaide kwamen er verschillende smsjes en 'toi toi toi'-berichtjes binnen. Dat maakte me meteen goed gezind! Opgewekt, mezelf best mooi vindend en behoorlijk tevreden over wat ik na lang kiezen aangetrokken had, begaf ik me met de tram op weg. 
Er hangt, zo onderweg naar gelijk welk optreden, altijd een beetje een mantel van eenzaamheid om me heen, maar al die vriendelijk glimlachende en 'goedemorgen-wensende' mensen onderweg deden deugd.
De zon wierp zich stralende door de glasramen van de Christus Koningkerk en vulde de anders nogal koud aandoende donkere ruimte met een ware zee van kleuren, licht en gezelligheid. Bij mijn aankomst was het er nog muisstil, maar al spoedig vulden de kerkstoelen zich met elkaar uitgelaten begroetende kennissen en vrienden, allemaal al even enthousiast om er bij te zijn.
Deze concertmis leek in niets op de heerlijke 'grote poeha' die ik gewoonlijk van op het hoogzaal samen met Peter Maus en een reusachtig Romantisch orgel ten beste breng, maar de ingetogenheid van het zoveel kleinere Stevens-orgel en de gekozen werken waren op een totaal andere manier bijzonder prachtig.
Organiste Anna An begeleidde me in "Öffne dich" van J.S. Bach, licht en vrolijk over de toetsen huppelend, op een uitzonderlijke fraaie en inspirerende manier. Ook onze versie van de 2 liederen van Peter Benoit, Vlaams erfgoed, werd erg gewaardeerd door de aanwezigen.Wat was dit een prettige kennismaking en een fijne samenwerking met een charmante en talentvolle jongedame!
Normaal gezien zakken we na zo'n dienst met fans en familie af naar het Zondagscafé, maar dat was, net nu, uitzonderlijk gesloten. Spijtig, want daardoor verdween iedereen, nog voor ik er erg in had.
Mijn moeder bleef nog even achter, om haar blijdschap en dank te uiten. Zo een mooie muziek, en dat op mijn vaders verjaardag, met al die fijne vrienden er bij, en intens gelukkig om het goede nieuws over haar huis...
Collega-vriend Jan nam me op sleeptouw naar een terras in de stad, riep daarmee m'n mini-depressietje, na elk concert altijd wel aanwezig in meerdere of mindere mate, een stevige halt toe, en schonk me aldus, bij een welverdiende trappist, een heerlijke croque en een aangenaam gesprek een uiterst gezellige namiddag.
Breed glimlachend en met een behaaglijk gevoel vanbinnen wandelde ik terug naar de tram huiswaarts, mezelf gelukkig prijzend met zulk een sublieme dag.
Maar die dag was duidelijk nog niet klaar met kadootjes uitdelen... 
Terwijl ik me in het overvolle metrostel richting dat éne vrije bankje wrong zag ik van de andere kant een bevallige jonge mevrouw, beladen met 3 of 4 duidelijk behoorlijk zware boodschappentassen, op hetzelfde doel af komen. Giechelend en met een warme groet ploften we naast elkaar neer. Er ontspon zich een plezierig en geanimeerd gesprek, zo vanzelfsprekend dat het leek alsof we al jaren vriendinnen waren, Noha, want zo heette ze, en ik. Echt leuk!
Eenmaal thuis flopte ik knusjes in de zetel en gaf me volledig over aan verrukkelijk niets-doen. Gewoon, vol voldoening, genoeglijk genieten. Dit blogje zou zich morgen ook nog wel laten schrijven, en de was en de plas, die lopen, spijtig genoeg, ook niet weg. Zondag 4 oktober 2015 zal voor altijd een gezegende zorgeloze zoete zonnige zalige zondag zijn. :-)