Posts tonen met het label orgel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label orgel. Alle posts tonen

donderdag 9 januari 2020

Schone Bozar kunsten.

Op 16 september 2019, rond ongeveer 20u, mocht ik een zeer bijzonder concert bijwonen. En te denken dat ik het bijna gemist had!...
Goede vriend Jef, die me wel vaker eens met plezier op sleeptouw neemt, had me reeds weken daarvoor met aandrang gevraagd die ene maandagavond speciaal voor hem te reserveren. We zouden samen naar een concert gaan. Maar welk concert,... dat moest tot de avond zelf een verrassing blijven. Spannend!
Een halve week voor het avondje uit zette een serieuze griepaanval me volledig buiten strijd. Nog steeds behoorlijk groggy belde ik Jef de avond vooraf of hij eventueel nog iemand anders mee uit kon nemen. En dat kon, maar... dat was dus eigenlijk ab-so-luut niet de bedoeling. In de hoop me toch nog mee te krijgen, verklapte hij me welk muzikaal gebeuren we zouden gaan bijwonen... En geloof me, meer motivatie had ik absoluut niet nodig om me de volgende late namiddag, nog een beetje onvolledig en wankel, en ondersteund door een paar extra pijnstillers, in iets feestelijks te hijsen, m'n haar in de krul te leggen, en alsnog bij Jef in de auto te stappen, om vervolgens samen richting Brussel te rijden.
In het voormalige Paleis voor Schone Kunsten in het centrum van onze hoofdstad, het prachtige Victor Horta gebouw uit 1928, nu gekend als 'den Bozar', ging die avond een zeer bijzondere muziekcompositie in wereldpremière. Vanwege het geweldige nieuwe orgel in de zaal schreef pianist-componist Jef Neve (voor alle duidelijkheid: dit is dus een totaal andere Jef dan die goeie vriend waarmee ik die avond op stap was!) op vraag van het kunstencentrum een fenomenaal nieuw werk voor orkest, piano én orgel. De compositie zou uitgevoerd worden door, uiteraard, hemzelf aan de vleugelpiano, een uitgelezen selectie muzikanten en met aan het orgel niemand minder dan mijn meest favoriete organist aller tijde: Peter Maus. Wat een fantastisch nieuw hoogtepunt in zijn carrière! U begrijpt meteen waarom wij daar absoluut bij moesten zijn, hé. 
Over het muzikale kunnen van Jef Neve zijn de meningen in mijn entourage ontzettend verdeeld. De ene vindt hem zwaar overroepen, de andere adoreert hem dat het bijna niet netjes meer is... Ik kende deze pianist/componist niet echt. Eigenlijk alleen maar zijn naam, als schrijver van de filmmuziek bij 'De Helaasheid der Dingen'. "Een gat in mijne cultuur", zegt u? Tja, zou kunnen. Ik ben misschien niet meer helemaal mee, hé, dat kan... Alleszins, plots leek het alsof iedereen om me heen er z'n mond over vol had en zag je hem gelijk ook overal opduiken, tot zelfs hier in Deurne in de muziekacademie bij z'n boeklancering. Ondertussen ligt mijn mening -als die al van enig belang zou kúnnen zijn, wat ik zwaar betwijfel- over de man en zijn muzikale kunnen nog steeds niet vast. En dat doet er ook totáál niet toe, want geheel los van elke opinie: dit specifieke spiksplinternieuwe werk liet een fenomenale indruk op mij na!
Het concert begon met Jef solo aan de piano met twee jazz-nummers. Mij liet het nogal onbewogen, ik zat vooral op hete kolen voor de 'hoofdact', hé. Maar Nathalia (ja, inderdaad, dé Nathalia), waarmee Jef toert voor haar akoestische optredens (heel integer, stijlvol en zelfs enigszins ontroerend, volgens m'n goeie vriend Roger, die hen eens samen aan het werk zag op Tchingtchangsplaain), en die -hoe kon het ook anders- vlák achter me zat, brak ongeveer 't kot af van puur enthousiasme. Haar gefluit, geklap en 'gewoehoe' trok bijna meer aandacht dan wat er op de scene gebeurde. En de dame naast me fluisterde, lichtjes in mijn richting buigend, ietwat
 geërgerd maar vooral grappend: "Jaja, 't is al goe, zenne, w'ebben u gezien, ge zijt er ook bij!..." *giechel giechel*
En toen begon het 'echte' werk... We werden volledig ondergedompeld in allerlei ritmes en klanken, uiteenlopende timbres en kleuren, snelle en trage tempo's, diepe innige stukken en bijzonder explosieve extroverte delen, en alles in die erg speciale, en voor mij boeiend nieuwe, mix van klassiek, jazz en pop. Af en toe klonk me iets bekend in de oren, alsof ik het elders al eerder hoorde. Dan voelde de muziek heel even vreemd vertrouwd. Soms was me de overgang van de verschillende delen van het werk wat te abrupt, of was het ene deel veel te verschillend, te contrasterend met het vorige naar mijn gevoel op dat moment. 'k Was precies niet altijd mee. Maar omdat het geheel achteraf nog eens tweemaal volledig uitgezonden werd op de radio kon ik het nogmaals beluisteren. In de rust van m'n huiskamer, zonder afleiding van 'live muzikanten zien' en 'veel volk om me heen', klonk het meteen een heel stuk begrijpelijker, en zoveel mooier ook. Mijn muzikale gehoor moest er vermoedelijk even aan kunnen wennen, hé. Niks mis mee.
Deze zevendelige nieuwe compositie hier voor jullie beschrijven is trouwens onmogelijk. Ik zou niet weten met welke woorden. Daarvoor is mijn muzikaal onderlegd zijn toch te beperkt, denk ik, en vermoedelijk ook wat verouderd. Je moet dit zelf horen, met open geest beluisteren, zonder vooroordeel over je heen laten stromen en vooral voelen. Zoals eigenlijk met álle muziek het geval is.
De energie die van het volledige muziekstuk uit gaat is sowieso (ook al) niet te beschrijven groots. Maar, zo mogelijk nog veel indrukwekkender was de buitengewone, werkelijk verbazingwekkende, eigenlijk gewoonweg onmenselijke hoeveelheid noten die door de muzikanten geproduceerd werd! Man, man, man, ik geloof niet ooit al eens eerder puur door 'kwantiteit' bij een concert van m'n sokken geblazen te zijn. Hoe die fantastische muzikanten het voor mekaar kregen, het is en blijft me een raadsel. On-ge-lo-fe-lijk! Sen-sa-tio-neel! Echt. Volgens mij konden de strijkinstrumenten door de wrijving elk moment vuur vatten! En de lippen en tongen van de blazers moeten na afloop zowat aan flarden gelegen hebben! Van pure inspanning konden ze zelfs amper op hun stoel blijven zitten. De compleet geconcentreerde en intensief werkende muzikantenlijven kwamen allemaal wel eens ergens even 'los'. Vooral de solo-momenten vergden overduidelijk een monumentale lichamelijke inspanning. Ik zat er met open mond en ingehouden adem naar te kijken, in opperste verbazing en bewondering. Wauw, wauw, wauw! Wat een topmuzikanten waren dat, zeg. Zalig moet dat zijn om daarmee te kunnen en mogen werken, en met hen jouw compositie te zien en voelen groeien tot dit spetterend eindresultaat. Heeeeerlijk! 

En dan moet er natuurlijk ook nog -ik was hem niet vergeten, hoor- over Peter en het imposante orgel verteld worden! Tja, 'k wist natuurlijk al langer dat zijn vingers aan een meer dan duivels tempo -en alsof het maar niks is- over de toetsen kunnen dansen, maar dit!?... Pfffft, wat was dat, zeg! Hij had me er vooraf al, wreed enthousiast, 't één en 't ander over verteld, en hoe er o.a. puur qua haalbaarheid van alles in het stuk bijgewerkt en zelf geschrapt was, dus ik was enigszins voorbereid, maar toch... Nondepitjes! Volgens mij zweette hij, daar vooraan op de scene, achter de klavieren van dat geweldige orgel het beste van zich zelve gevend, zowat los z'n kostuum uit! Wat een enorme krachtinspanning moet dat geweest zijn!... 
'k Had Peter trouwens ook nog nooit zo gezellig zien zitten heen en weer swingen op z'n orgelbank. Een erg leuk zicht, dat valt niet te ontkennen.
Zwaar onder de indruk reden we later die avond weer terug richting Antwerpen. Er viel heel veel te zeggen, en toch ook weer niet. Alle emoties, gedachten, meningen en gevoelens rond dit concert mochten gerust nog een tijdje verder in ons brein ronddraaien, ontplooien en rijpen, zoals dat altijd is met memorabele gebeurtenissen in je leven. Want dat was werkelijk: een memorabele maandagavond. Eentje om over te schrijven, op die manier een beetje te delen en vooral om nooit te vergeten. En te denken dat ik het bijna gemist had... Tsss. ;-)









zaterdag 11 augustus 2018

2 + 2 = WAUW!

Ja lap, hier zit ik nu, zie, met m'n handen in m'n haar. Ge geraakt als schrijfster wreed in de problemen als ge zwaar in herhaling dreigt te vallen... Tja, niks aan te doen. Er zit niets anders op dan maar wéér eens over 't zelfde onderwerp te schrijven en op de koop toe met de ondertussen bijna vertrouwde superlatieven. Gisteren namiddag had ik namelijk wederom de eer, maar voorál het genoegen, bij een erg bijzonder orgelconcert aanwezig te zijn...
En als je nu als lezer zoiets hebt van 'Zeg, Kristina, dié verhaaltjes kennen we nu al wel!', dan staat het u uiteraard vrij van dit blogje meteen weer te sluiten en elders te gaan scrollen. Maar ik vermoed dat u stiekem, ergens diep vanbinnen, tóch wil weten wat er, na al die vele andere orgelvertelsels, dan wel zooo speciaal aan dít concert was, dat ik er alsnóg een blog aan wil wijden!... Heb ik gelijk, of heb ik gelijk?... hihihi
U bent vast en zeker wel eens in de wereldberoemde kathedraal van Antwerpen geweest. Zelfs los van elke vorm van religie maken de prestigieuze architectuur en illustere kunst een bezoekje zeker de moeite waard. En nu het indrukwekkende Schyven orgel na lange en minutieuze restauratie weer helemaal in elkaar gepuzzeld is, beter dan nieuw hoog op het oksaal achteraan in de kerk staat te blinken en z'n wondermooie klanken als vanouds naar beneden strooit, is het bijwonen van een concert in zulke unieke ruimte bijna een must. Maar... deze kathedraal is nóg een orgel rijk. Het ietsje kleinere, maar eveneens imponerende Metzler orgel hangt vooraan rechts, daar waar schip en dwarsschip kruisen, hoog en droog tegen een enorme steunpilaar aan geplakt. Het heeft iets van een gigantisch, sprookjesachtig vogelnest met torens en kantelen. 
Dat er meerdere orgels staan komt hier en daar nog wel voor, maar dat beide instrumenten tegelijkertijd bespeeld worden, zoals nu in dit duo-concert, dat is hoogst uitzonderlijk. En dat hadden nog mensen begrepen, merkten we meteen bij aankomst. Samen met vriend Jef en vriendin Myriam arriveerde ik bijna een uur op voorhand ter plaatse, maar desalniettemin stond de rij concertgangers al tot ver buiten aan te schuiven. De kathedraal liep volledig vol. Ook imposant om te zien, zo op een zonnige vrijdag vlak na de noen.
Organisten van dienst: Peter Van de Velde en Peter Maus! U begrijpt meteen dat dit voor mij het hele gebeuren zo mogelijk nóg bijzonderder maakte. Twee fantastische muzikanten -waarmee ik zelf als zangeres al zo vaak heerlijk mocht samenwerken-, twee uitzonderlijke instrumenten, vijf fenomenale muziekwerken en alles in een sensationeel kader. Het is bijna te veel van het goede...
Na een korte uitleg over de orgels en de uitvoerders van het concert, vergezeld van de aanmaning plaats te nemen en telefoons af te zetten, alles voor alle duidelijkheid in wel vier talen -voor sommigen blijkbaar en jammer genoeg toch nog een taal te weinig...- rolden de eerste majestueuze tonen uit de pijpen van het Schyven orgel, meteen beantwoordt door de wat meer introverte klank van de Metzler. Al snel ontwikkelde zich een intense dialoog tussen beide. Een ontzettend boeiend spel van afwisseling, ondersteuning en vermenging. Gezeten in het midden van de ruimte viel het eerst nog goed te volgen welk orgel er aan het woord was. Leuk om expliciet naar te luisteren. Maar lang duurde dat niet. Met het complexer worden van de door het enorme gebouw buitelende, in elkaar strengelende muzieklijnen vielen de twee instrumenten nog nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Elke vierkante centimeter onder de eeuwenoude monumentale gewelven vulden ze met hun prachtige samenspel en de combinatie van hun hele eigen stem. Mijn gedachten vielen stil, mijn gezicht bleef op 'hemelse glimlach' vast zitten, het pure genieten nam volledig over. Terwijl de middagzon in kleur door de glasramen naar binnen rolde, luisterde het voltallige publiek ademloos naar grootse werken van o.a. Langlais, Weitz en Gigout, voor de gelegenheid herschreven voor twee orgels. Ik zelf verdween zodanig in de ontelbare, prachtig uiteenlopende klankkleuren dat ik echt schrok toen Jef naast me even kuchte. En Myriam, die maakte zich zorgen over de bijna beangstigende stilte tussen de stukken. Zij had graag élke keer een meer dan laaiend applaus gegeven. Maar dat applaus, dat kwam er, en hoe! Het werd een staande ovatie! Terecht, volkomen terecht. Absoluut.
Tijdens het concert had ik me zitten afvragen hoe die twee organisten zonder elkaar te kunnen zien, met die enorme afstand tussen hun instrumenten en de natuurlijk galm van de kathedraal die aartsmoeilijke stukken überhaupt zo schitterend samen en zonder enige vorm van décalatie -toch niet door mijn oren opgemerkt- of wat dan ook gespeeld kregen. Dat het verbazingwekkende, net niet laconieke antwoord 'puur op gevoel' was, maakte dit concert alleen nóg maar straffer. Ja dadde! Verbluffend. Wow!
"Dat was FAN-TAS-TISCH!" knalde er niet te onderdrukken uit me toen ik Peter Maus na het concert terug zag. En bijna geen blijf meer wetende met mezelf stond ik er in mijn gevoel kinderlijk enthousiast bij op en neer te springen. Mogelijk heb ik Peters verloofde Dolores mogelijk een keertje of twee teveel plat geknuffeld, maar dat kwam omdat ik m'n goede vriend-organist zelf even niet meer durfde vast grabbelen vanuit immens respect en ontzag...
Na nog een warme begroeting en dikke felicitaties aan het adres van de andere fenomenale Peter, de obligate blogfotootjes en een paar gezellige korte babbels met andere aanwezige organisten, muzikanten, dirigenten,... was ik eigenlijk te opgedraaid om nog rustig en uitgebreid de hele kathedraal te bezichtigen. Al dat oogverblindende fraais kon er precies niet goed meer bij. We deden toch nog een klein toerke en ik stak een grote noveen kaars aan. Als dank en als zegen. En voor dat immer sluimerende, weer even opgerakelde muzikale vuur en verlangen in mezelf.
Na een terrasje met kopje koffie, een paar boodschapjes in de stad en tot slot een ijsje in het goed gezelschap van vriend Jef vond ik, doodmoe -mijn (orgel)pijp was echt vollédig uit-, m'n innerlijke rust weer terug. Ik besef dat wij gisteren iets zeer uitzonderlijks en sensationeel uniek mee maakten. De totale diepgang hiervan dringt voorlopig nog niet tot mij door, maar dat het buitengewoon bijzonder was, daar mag je zeker van zijn. 
Twee sublieme orgels + twee fenomenale organisten = een exceptioneel concert! 
Of samengevat: 2 + 2 =WAUW! 😉



zaterdag 20 mei 2017

Als woorden tekort schieten...

Verdorie, verdorie, verdorie toch! Je zit als schrijfster in een verdraaid lastig parket als je, zelfs met een woordenboek naast je, de juiste termen niet vindt voor wat je wil beschrijven. Als, letterlijk, àlle woorden tekort schieten... 
Allé, denk even met me mee: hoe beschrijf je een concert waar bij elk werk vanuit het diepste van je ziel en elke vezel van je lijf, telkens weer, als een duidelijk hoorbare zucht, een overweldigende 'WAUW' ontsnapt? Hoe verwoord je de ongrijpbare emotionele hartstocht van de meesterlijk gebrachte fenomenale stukken, zo intens dat je jezelf er keer op keer aan moet herinneren te blijven àdemen, zoals ik gisteren. Letterlijk 'adembenemend' mooi dus!... Zeg me, hoe pen je dat neer? In welke taal? En wie kent de woorden? Met de orkestrale orgelklanken en het schitterende geluid van een honderdtal geoefende koorstemmen nog nagalmend in m'n oren overloop ik hier aan mijn computer wanhopig opnieuw en opnieuw die onbeschrijfbare avond, op zoek naar wat dan ook -een woord, een adjectief, een kapstok, een houvast- om dat wat het met me deed enigszins verstaanbaar te kunnen neerkrabbelen.
Op stap gaan met beste vriend Roger staat op zich sowieso gelijk met een aantal bijzonder aangename uurtjes. En ook Rudi, echtgenoot van mijn lieve vriendin, groot liefhebber van (kerk)orgel en absolute fan van organist Peter Maus, ging mee, en dat voelt altijd alsof ik mijne persoonlijke bodyguard bij heb. Dus alvast super gezellig, zo'n avondje uit tussen die twee heren in.
Wachtend op het openen der deuren had ik een fijn weerzien met mevrouw Mia Vinck, m'n leerkracht 'notenleer-voor-zangers' uit m'n lang vervlogen conservatoriumtijd. Als toenmalig leidinggevende van het kinderkoor van de Vlaamse Opera nam ze me als 'assistente' voor de kinderen mee en zo beleefde ik vanuit de coulissen alle voorstellingen van 'Het sluwe vosje' van Leòs Janáček en de hele werking van een opera. Tot op vandaag bewaar en koester ik nog steeds het kleurrijke programmaboek met handtekeningen van de volledige cast. Zàlige tijd was dat, en echt niets dan respect voor deze bijzondere dame!
Tijdens de bijhorende receptie achteraf is het altijd fijn om oude kennissen terug te zien (zoals gisteren o.a. een paar dames en heren uit mijn eigen dagen in de Chorale), om lieve vrienden te kunnen omhelzen (da's waar, hé, Christel, en Jan, en Ingrid) en om boeiende nieuwe mensen -wie weet zelfs nieuwe vriénden- te leren kennen (zoals Dolores, en Phillipe, en Paul, bijvoorbeeld), maar 'k genoot ook -ja, echt, maar wel onopvallend natuurlijk- van het mogen begroeten van de aanwezige 'grootheden', ik noem Ria Bollen, Paul Dinneweth, Peter Van De Velde... De ietwat teleurstellende opkomst qua publiek werd ruimschoots goedgemaakt door -ja dadde- wàt een publiek! 
En hoe vertel ik nu in godsnaam begrijpbaar over het concert zelf?... Kan hier iemand even onmiddellijk een hele rits nieuwe superlatieven uitvinden aub?!... 
De prachtige meerstemmigheid van het koor bezorgde me de hele tijd kippenvel, en bewoog zelfs die twee stoere heren naast me meerdere malen tot nét-geen tranen toe. Het schitterende stereo-effect van zowel de opstelling van de 100 zangers als van de zingende opkomst vertienvoudigde -minstens!- de muzikale belevenis. De stemmen vermengden zich met elkaar én met het gebouw, en omhulden de aanwezigen met een warme mantel van emotie en ontroering. De enorme kracht die uit de samenzang van die vele getrainde kelen kwam stond als een huis, neen, als een bùrcht. En geloof me, ze waren even sterk in de werken ondersteund door het majestueuze orkest, dat Peter Maus -alweer- virtuoos uit het orgel toverde, als in de zeer bijzondere a capella stukken. Echt wereldklasse! Zeker weten. En dat ze er zelf overduidelijk ook van genoten maakte niet alleen de beluistering heerlijk maar ook het visuele geweldig mooi.
Dat Peter Maus een heel speciaal plekje in mijn muzikale hart heeft, da's ondertussen algemeen geweten. Ik hoef echt niet meer uit te leggen wat een geweldige muzikant hij is, naar mijn bescheiden mening dan toch, en hoe ik geniet van elke seconde als ik mag luisteren naar de door hem gespeelde grandioze stukken, en al helemaal als we weer eens mogen samenwerken. En ik dacht zo ongeveer wel te weten wat hij in z'n mars had -en geloof me, dat is heel wat- maar hij verraste me alsnog! En hoe!... 'k Was er even totaal m'n kluts van kwijt. Om te beginnen had hij, voor het concert, net zoals u en ik, 2 benen, met aan elk been één voet; en 2 armen, met aan elke arm één hand met telkens -heel gewoon, zoals gangbaar is bij mensen- 5 vingers. Dat had ik met m'n eigen ogen duidelijk gezien. Maar tijdens het concert vroeg ik me toch ernstig af of hij zichzelf daarboven niet stiekem een paar extra armen met handen en extra benen met voeten aangemeten had! De registrant zwoer alleszins met een kamerbrede smile dat hij alvast niet heimelijk hier en daar -behalve wat de registers betrof uiteraard- een handje toegestoken had. 
Het ene na het andere meesterlijke stuk rolde met een indrukwekkende passie het hoogzaal af en vulde de kerk en de aanwezigen met klankkleuren waar, inderdaad, woorden tekort bij schieten. Peter dreef z'n kunnen en dat van het Stevensorgel tot het uiterste, als was het een strijd op leven en dood. 'Het was ook af en toe een beetje totaal doodgaan", zei hij zelf achteraf. Niet moeilijk als je meer dan het beste van jezelf geeft... Zwaar onder de indruk waren wij, Roger, Rudi en ik, en stonden achteraf tegenover Peter met ontzag en eerbied, en... ook met onze mond vol tanden. 'Wauw' was zo ongeveer het enige dat we eruit gestotterd kregen, gevolgd door een soort eindeloze herkauwing van dat ene woordje. 'Wauw nondedoemme, écht wauw wauw wauw!'
Ja, 'k weet het, hoor: ondanks het feit dat ik beweer woorden tekort te komen heb ik toch alweer stevig wat ruimte volgeschreven over dit concert. Het is echter slechts een povere zoektocht naar het weergeven van een gevoel dat alleen zij die er bij waren woordeloos zullen begrijpen. Wel lastig voor een schrijfster als ik uiteraard, kopzorgen en slapeloze nachten. Nee, hoor, da's een grapje. Alleszins, toch iets om verder over na te denken: hoe beschrijf je in godsnaam iets dat zo prachtig is dat woorden tekort schieten?!... Mocht jij het weten, geef me dan maar een seintje, hé. ;-)



zondag 7 mei 2017

Vernieuwde identiteit.

"Zonder geldig identiteitsbewijs kunnen wij u eigenlijk niet helpen," zei de dame achter het loket van de spoedafdeling, zo'n 2 weken geleden, wat kortaf en wees me er op dat mijn ID-kaart al verscheidene maanden vervallen was!... Oeps, dacht ik, los vergeten. Ja, die brief met m'n nieuwe pin- en pukcode hing al geruime tijd netjes aan de frigo te wachten, maar om de één of andere reden ontging het me totaal dat die nieuwe kaart niet uit zichzelf naar me toe zou komen maar in hoogst eigen persoon opgehaald moest worden... 
Meer dan ruimschoots op tijd voor de afspraak wegens 'te voet' -fietsen zit er voorlopig niet in door die schokkende ontmoeting van mijn koninklijke derrière met de keiharde parterre van mijnen bureau- sjokte ik afgelopen vrijdag met behoedzame, wat pijnlijke pasjes de kleine 2 kilometer naar het districtshuis, mezelf ondertussen afvragend of ik nu al die maanden strafbaar geweest zou zijn. Onwettelijk. Of een beetje illegaal zelfs...  
'Identiteitsloos' past wel wat bij me, want ik zoek eigenlijk m'n hele leven al naar m'n identiteit. Tot voor kort een beetje in het wilde weg, af en toe ongeïnspireerd en grotendeels tevergeefs, tegengehouden door onnoembaar vele invloeden van binnen- en buitenaf. Maar sinds de verhuis naar m'n o zo rustige eigen appartement en het plotse afscheid van m'n vader accelereerde de afgelopen jaren het tempo van die speurtocht steeds meer. En de laatste maanden, zo ongeveer gelijklopend met de aanvang van m'n nieuwe baan en alles wat dat, zowel praktisch als emotioneel met zich mee bracht, kwam de hele ontdekkingsreis naar mezelf pas écht in een fenomenale stroomversnelling. Maar meestal zie je, stap voor stap jouw weg gaande, je eigen vooruitgang nauwelijks...
Vrijdagavond, na een verkwikkend dutje om te bekomen van die sukkelwandeling 's morgens, en uiteraard opnieuw helemaal 'legaal' met die nieuwe identiteitskaart op zak, vertrok ik -fris gewassen, netjes opgemaakt en met wat glitters tegen m'n dot aan- richting Walburgiskerk, voor een orgel- en celloconcert. Alleen. Just me, myself and I. Iets wat ik zelden of nooit doe. En, hoe verfrissend: het voelde totaal niet vreemd. Ik was oké, zo gewoon alleen met mezelf. Een bijzondere gewaarwording.
Jan Noordzij, vaste organist van de kerk en zeer gesmaakte MC van dienst bij dit concert, begroette me opgewekt en vroeg of het nu wat beter met me ging dan een aantal maanden geleden, toen ik zo in de knoop lag met de wereld en mezelf. Ik kon alleen maar breed glimlachend constateren dat het "Ja, hoor, echt best goed met me gaat!" 
Want, dat ene kleine moment toonde me even de reeds afgelegde weg, en daarmee meteen ook hoe mijn besef, aanvaarding en waardering van en voor mijn eigenheid ondertussen gegroeid was. Mijn heel eigen identiteit, mijn 'ik', in al z'n authenticiteit, originaliteit en kleurrijkheid. Zonder twijfel of angst in je hart of ziel voor jezelf weten wie je bent en dat je helemaal prima bent exàct zoals je bent, en 'genoeg' ook, niets, absoluut niets is meer zaligmakend.
En -niet dat je die dan nog nodig hebt eigenlijk, maar toch- als bij toverslag vulde de avond zich met ontelbare kleine fijne bewijsjes van dit inzicht. 
Ik genoot met volle teugen, ondanks helemaal alleen, van het concert. De muziek, de ruimte en ik: in dat 'nu-moment' volstond het volledig. Terwijl de muziek van Fauré, Saint-Saëns en Tchaikovsky door het gebouw buitelde nam het late zonlicht achter de veelkleurige glasramen langzaam af en kregen de strategisch geplaatste kaarsjes en blauwe spots in de kerk samen met de feestlichtjes rond het orgel bijzonder sfeervol, zelfs feeëriek, de overhand. 
De aangename, vooral muzikale gesprekken achteraf, bij een hapje en een drankje, o.a. met Jan maar ook met andere aanwezige muzikanten en concertliefhebbers, waarvan ik de meeste slechts virtueel kende, van op Facebook bijvoorbeeld, die gesprekken werden spontaan een ongedwongen en comfortabel netwerken. Een gezellig babbeltje maken, nieuwe contacten leggen, ideetjes toetsen. Gewoon, zo heel gewoon, en volledig als mezelf.
Het bijzonder blije weerzien met vriendin Ingrid (Ingrid nummer 2 😉) die ondanks de jarenlange lijdensweg op gezondheidsvlak met werkelijk onvoorstelbaar bittere ervaringen en keiharde teleurstellingen -echt mensonwaardig, als ge 't mij vraagt- nog steeds zoveel strijdvaardigheid, liefde en levenslust in zich heeft. Er is niets dat ik voor haar kan doen, voor deze dame die ik zo ontzettend waardeer, dan naar haar verhaal te luisteren en haar te laten weten dat ik ze graag zie, al dan niet met wat dikke knuffels. Maar ook dat is goed, ook daarin ben ik 'genoeg'.
Christel had ik al heel lang niet meer in levende lijve gezien, en met haar nieuwe haarsnit had ik ze bijna niet eens herkend, maar haar enthousiaste begroeting vergeet ik voorlopig vast niet. "Gij ziet er toch ook altijd weer even jong en stralend uit" lachte ze me uitgelaten vrolijk toe. 
In het verleden werkten wij voor een aantal afscheidsplechtigheden samen, ik als zangeres natuurlijk en zij als uitvaartbegeleider. En zo energiek als haar anders leuk rondspringende krullen -deze ene avond voor de gelegenheid dus even getemd en glad gestreken- begon ze nog niet zo heel lang geleden haar eigen uitvaartbedrijf onder de fantastische en volgens mij ook ontzettend ontroerende naam "Lieve Hemel", en nog wel daar, vlak tegenover de kerk. 
En Lieve Hemel sponsorde deze mooie muzikale avond! Niet alleen bezorgden ze ons een schitterend concert met eersteklas muzikanten, maar aansluitend ook nog eens die nababbel-receptie om duimen en vingers bij af te likken, en voor iedere aanwezige op de koop toe een klein hartverwarmend BZN-geschenkje om mee naar huis te nemen. 
Het allermooiste cadeau voor mij echter was het innige contact met deze prachtige gelijkgestemde ziel. Vol vreugde, levenslust en optimisme zoals we allebei zijn, we zijn het ook, bijna woordeloos, 100% eens over hoe een écht waardig definitief afscheid hoort te zijn. En die her- en erkenning deed deugd. 
Opnieuw was het goed en ik genoeg.
Het is fijn om af en toe door de mist van alle dagelijkse dingen en gedoe een glimp op te vangen van wat je al bereikt hebt, en eventjes in alle klaarheid te weten dat je prima bent nét zoals je bent. Zalig om dan een momentje intens en heel bewust van dat helende inzicht te mogen en te kunnen genieten.
Op de foto van m'n nieuwe identiteitskaart zie ik er, t.o.v. m'n vorige dan toch, een stuk strenger uit, wat harder, vierkanter ook, zelfs een beetje nors, maar bij nader inzien vind ik dat eigenlijk ook wonderwel passend. Misschien is het niet langer nodig om aan de buitenkant voortdurend te stralen, te sprankelen, te bubbelen, te blinken en te glimmen. Als er binnenin vooral rust en vrede groeit om wie en wat ik ben en door het besef dat ik 'genoeg' ben exact zoals ik ben -niet meer, niet minder- dan straal en bubbel ik toch elke seconde van elke dag als vanzelf. Niet dan? 
Ja, al kwam ze letterlijk en figuurlijk met een stevige vertraging, ze is echt dik in orde, hoor, die vernieuwde identiteit van mij! En mocht ik dat de komende 10 jaar af en toe toch weer eens vergeten, dan kan ik mezelf vanop die spiksplinternieuwe ID-kaart nog altijd een keertje streng aankijken, hé. 😁



En neem ook even een kijkje op:

zondag 5 februari 2017

De gevallen diva.

Nooit gedacht da'k nog eens zou schrijven over de gevaren bij het opluisteren van missen... O ja, ik zing wel eens vaker vanop een hoogzaal in bedenkelijke staat. Zo ééntje dat wat schuin omlaag helt, alsof het elk moment de diepte in kan storten. Of ééntje waarvan het hout een wijd verspreid kantpatroon van gaatjes vertoond, gevolg van vraatzuchtige houtwormen. Of veel vaker voorkomend -en gelukkig een stuk minder beangstigend, maar toch...- hoogzalen die aan alle kanten piepend en krakend meedeinen op het ritme van de muziek, zeker als de organist vol enthousiasme even àlles uit het orgel haalt. Daar stel je je als zangeres -met hoogtevrees- noodgedwongen een beetje op in, het went en je staat er op den duur niet echt meer bij stil. Door de jaren heen werden dit soort situaties dan ook eerder grappig dan onheilspellend.
Soms is de weg naar het hoogzaal trouwens nog het meest angstaanjagend. De eindeloos lange, minuscuul smalle wenteltrapjes met krakende treden, gemaakt uit hout waar de tijd hier en daar wat stukken uit hapte, waarin je hak komt vast te zitten of je dreigt doorheen te zakken. Of de stenen torentrapjes, zodanig uitgesleten dat ze eigenlijk meer een spekgladde schuifaf omlaag vormen dan een deftige trap omhoog. En als er al eens een mogelijke leuning is, in de vorm van een dik grof loshangend touw bijvoorbeeld, dan heb je daar weinig of geen houvast -en al zeker geen steun- aan, geloof me. Meestal is die vaak onmenselijk smalle koker waarlangs je je dan, gepakt en gezakt, in mijn geval ook steevast op hoge hakken en in lange rokken, langzaam met het nodige gepuf en gesteun naar omhoog wringt op de koop toe verschrikkelijk smerig. Elke keer weer veeg ik met m'n lange jassen en jurken het stof, vuil en spinnenwebben van jaaaaaren bij elkaar. Soms vraag ik me giechelend af of men daar misschien stiekem rekening mee houdt als ze mij vragen om te zingen... 
Vandaag, op een pas hersteld bakstenen en betonnen hoogzaal, onder een pas hersteld betonnen plafond, met een pas hersteld en dus terug bijzonder robuust Klais-orgel, misten we absoluut niets aan stevigheid. En, daar ook het trapje, zij het met wat rare oneven treden, in beton gegoten is, en zelfs een -heel eigenwijs en vindingrijk uit plastieken waterleidingsbuizen gefabriceerde, geïmproviseerde slappe leuning heeft, moest daar eveneens voor geen instorten gevreesd worden. Met overtuiging marcheerde ik aldus gezwind en onbevreesd door de kerk en langst de wentelende treden omhoog, en met lichte haast ook, want mijn start die ochtend -en daardoor ook mijn aankomst- had een beetje vertraging opgelopen. 
Bovenaan de trap in de stikdonkere houten doorgang, dwars door de grote orgelkast, met aan elke zijde een deurtje tegen de immer felle ijskoude tocht: een gesmoorde gil, een luide bons, een half ingehouden vloek, een gevallen diva. Niet door haast, niet door onoplettendheid of door verstrooidheid, maar domweg door de meedogenloze duisternis miste ik dat éne piepkleine allerlaatste afstapje... en maakte met die onverwachte glissando op een zeer onaangename manier kennis met de niet meegevende hardhouten vloer.
Kort samengevat, ik deed m'n achternaam 'eer' aan: Kristina Meganck, die ging 'mé' ne 'ganck'... hihihi

Snipverkouden organist Peter Maus, die al de hele tijd stevig wat wind door de pijpen zat te blazen, hield gealarmeerd door de vreemde geluiden midden in een groots akkoord op met spelen. Nog voor ik overeind kon krabbelen hoorde ik hem over het hoogzaal in mijn richting rennen en slechts enkele seconden later rukte hij met een verschrikte gezicht het houten deurtje open. Wreed bezorgd, om mij, de verongelukte sopraan, uiteraard, maar toch zeker en vast ook over alle eventuele schade die de gekoesterde en net herstelde orgelkast mogelijk opgelopen kon hebben door zo'n zwaar neerstortende diva... 
Het viel niet mee om, bibberend op m'n benen van 't verschieten, mezelf van de koude planken op en bij elkaar te rapen en genoeg concentratie terug te vinden om al die geliefde, geweldig mooie doch ook zware werken naar behoren en zonder muzikale uitschuivers te zingen. Maar blijkbaar brengt pijn een soort ongeëvenaarde strijdvaardigheid in mij naar boven, want zo mogelijk nog meer dan anders dansten de noten krachtig en zuiver uit me, prachtig begeleid en stevig ondersteund door de virtuoze vingers en vederlichte voeten op de vele klavieren. "Der Engel" zweefde op zonlichte vleugels langs de glasramen, "Gebet" en "Ave Maria" klonken innig warm en oprecht, "Hör mein Bitten" droeg dramatisch en melodieus z'n passionele boodschap uit, de misdelen van Langlais schalden als ware strijdliederen door de immense ruimte, en tot slot, als overheerlijke kers op de taart, een meer dan jubelend "Zueignung". 
Bij deze is het dus nog maar eens bewezen: wiebelende orgelbankjes, dikke snottebellen en stapels zakdoeken op en naast klavieren, domme tuimelingen, geschaafde handen, pijnlijke rug en elastieken bibberbenen... wat de omstandigheden ook zijn, niets houdt ons tegen om, zoals vanochtend, steeds weer een sterk staaltje muzikaal kunnen en prachtig samenspel neer te zetten. Ondanks of dankzij, kies zelf maar.
De vele aanwezigen hebben er absoluut met volle teugen van genoten -dat kwamen ze me bij de 'koffie' achteraf toch allemaal vertellen- maar volgens mij valt hun genoegen in het niets bij de verrukkelijke hoeveelheid deugd die Peter en ik er zelf aan beleefden. Waar een gevallen diva al niet goed voor is, hé... ;-)



dinsdag 6 december 2016

Zaligmakende muzikale zondag.

Bibberend in m'n warme winterjas trok ik m'n dikke sjaal nog wat strakker en hoger rond m'n nek. 'Min 2' wist de thermometer me te vertellen toen ik afgelopen zondagochtend met tegenzin m'n huis verliet. Bijzonder onaangenaam nieuws had me de vrijdag daarvoor emotioneel en fysiek totaal tot moes geslagen, en sindsdien voelde ik me kotsmisselijk en depri. Mezelf uit de veilige omarming van het warme bed wringen en klaarstomen om een concertmis te zingen was dan ook een hele opgave. Maar, weliswaar een pak later dan ik oorspronkelijk voor ogen had, reed ik, als een sardientje in een blikje schommelend tussen de talloze gezinnen met uitgelaten kinderen -onderweg naar de Sinterklaasshow in het Sportpaleis natuurlijk- en de vele enthousiaste warm ingeduffelde shoppers -onderweg naar de Meir voor de 'Koopzondag' uiteraard- met de tram richting stad, richting Sint-Walburgis.
Het licht van de koude winterzon door de veelkleurige glasramen van de al lekker warme kerk verwelkomde me hartelijk, maar de stemming zat er nog niet in. Ik kan me niet herinneren dat er ooit zo nog eens een moment was waarop ik niet van blijdschap op en neer stond te springen met het vooruitzicht weer eens heerlijk voluit m'n grote klep te mogen open zetten... Maar zondagochtend dus: totaal geen fut of goesting, heel simpel en gewoon, en zonder enige vorm van drama. Een vreemd soort berusting en gelatenheid.
Het eerste nummer koste dan ook bijzonder veel moeite, faliekant weinig lucht in m'n longen, als leeg geknepen, helemaal op... Moedeloosheid overmande me. Tot, daar vlak naast me op het hoogzaal, het kerkkoor begon te zingen! 
Ik geloof niet dat een 'Kyrie' me ooit zo weldoende in de oren geklonken heeft. En toen -tot m'n grote verrassing, en ik vond het al zo mooi- die 15 enthousiaste mannen en vrouwen vervolgens ook nog eens naadloos over gingen naar een perfecte meerstemmigheid verblijde het vrolijke kleurenspel van de zonnestralen niet alleen de hele kerk maar ook een stukje van m'n hart. Ik rechtte m'n rug, ademde een paar maal heel diep, voelde mezelf van m'n kruin tot m'n tenen weer wat tot leven komen en... zong de pannen van het dak. Niet alleen organist Jan Noordzij trok vol vuur en vervoering alle registers van z'n instrument open, daar op die koude 2e adventszondag in Antwerpen, als u begrijpt wat ik bedoel... hihihi
Met volle teugen genoot ik van het orgelspel, van al die blije musicerende mensen om me heen, van die sympathieke en bijzonder fraai zingende pastoor -chapeau!-, van een verre van oubollige misviering, zo ongedwongen, ongekunsteld en als vanzelfsprekend vlot begrijpbaar en volledig up to date. En de verrassende aanwezigheid van één speciale vriendin tussen de kerkgangers maakte de in mij terugkerende vreugde helemaal af. 
De oprechte warmte en genegenheid die van iedereen uit ging en achteraf bij een dampend hete kop koffie de gezellige babbels -bol staande van felicitaties aan mijn adres, ideetjes voor 'meer-van-dat' en ongeveinsde interesse- deden elke soort van 'koude' langzaam wegsmelten. 
Het had kunnen volstaan, zo'n fijne zondagochtend, zeker weten, maar de dag had nog meer voor me in petto. Een stel absoluut geweldige vrienden -en ook trouwe hevige fans- troonden me opgetogen mee naar een voorstelling waarvan zij vonden dat ik ze absoluut moest zien. En ze hadden overschot van gelijk!
Pol Goossens -jawel, die van 'Thuis'- las op een meer dan ontroerende wijze de 'Driekoningentryptiek' -misschien beter door u gekend als 'En waar de sterre bleef stille staan'- van Felix Timmermans aan ons voor, afgewisseld met fabelachtige muzikale intermezzo's van een engelachtige harpiste en van het Casino Brass Ensemble, die op werkelijk schitterende wijze en met uitsluitend koperinstrumenten delen uit 'De Notenkraker' van Tsjaikovski speelden. Zo virtuoos, zo warm, zo hemels, zo wonderbaarlijk, zo intens 'kerst'... 'k Miste zelfs niet één seconde een snaar- of enig ander orkestinstrument. 
Glimlachend van oor tot oor, vervuld van eindelijk weer wat verloren gewaande kerstsfeer en het zalige ietwat tipsy gevoel door die goddelijk smakende trappist van Westmalle achteraf werd ik aan het einde van deze bijzonder muzikale en muzikaal bijzondere dag veilig en wel terug naar huis gebracht. 
Het zal nog wel een tijdje duren voor ik opnieuw geheeld ben van alle narigheid, maar één ding is zeker: de tomeloze kracht van muziek in al z'n vormen blijkt -nog maar eens en nog steeds- een onuitputtelijk bruisende bron van energie, vitaliteit en vreugde, en ook van troost voor me te zijn. Zelfs als ik dat, hoe vreemd dit ook mag klinken, weer eens even volslagen vergeten ben...
Aan al die uitermate boeiende mensen die afgelopen zondag voor mij transformeerden van -letterlijk en figuurlijk- berekoud tot zaligmakend: dank u wel! <3  




maandag 18 april 2016

Achtbaan der emoties.

Zo, hier zit ik dan weer, achter de computer, met zicht op de tuin -nog maar eens onveilig gemaakt door een bende jong schorriemorrie- waar de zon nog van de partij is en langst het gebouw heen de naaldbomen fraai belicht. Genietend van de gezellige vogeltjesdrukte op m'n terras beleef ik in m'n hoofd opnieuw heel de emotionele achtbaan van deze bijna afgelopen zondag. 
De dag begon met een telefoontje van m'n moeder. Een allergische reactie zorgde er voor dat ze dan toch niet zou komen luisteren naar de concertmis. Een spijtige tegenvaller, maar ik liet me er niet door van m'n stuk brengen.
Vol goede moed besloot ik die, voor mijn doen nogal erg korte, felblauwe jurk aan te trekken én, zo mogelijk nóg uitzonderlijker, m'n lange haren voor 't grootste deel eens een keer niét op te steken. 
M'n spiegelbeeld deed vreemd aan, maar ik zag een best leuk ogende vrouw naar me terugkijken, dus niet getwijfeld en hup, naar de tram. 
Als een sardientje tussen de overdosis andere passagiers gepropt, uitsluitend mensen in sporttenue, vermoedelijk allemaal op weg naar de Ten Miles, viel ik op, zo netjes opgemaakt, in hoge hakken en deftige jas. Ze keken me aan als kwam ik van een andere planeet. 
De vele meters kasseien en het laatste onverwachte stuk te voet deden me te laat, met pijnlijke pootjes, m'n hoge hakken verwensend, buiten adem en een beetje verwilderd toekomen in de kerk. Maar daar wachtte me het heerlijk musiceren met organist Peter Maus. En reeds bij de eerste tonen vielen er feestelijk zonnestralen door de glasramen, als zette iemand ergens hoog daarboven een spot op ons. Zalig.
Door alle commotie rond die blog van mij over de muzikaal-intieme samenwerking met Peter dacht ik een pak meer publiek dan anders te zullen zien plaatsnemen op de kerkstoelen. Doch hier was duidelijk sprake van 'veel geblaat, wreed weinig wol'... Slechts 45 mensen, waarvan 40 'gewone' zondagse kerkgangers. Een beetje een desillusie dus.
Het knip- en plakwerk, waarmee sommige lezers van die ondertussen blijkbaar beruchte blog, mijn hoogste goed en diepste zieleroersels tot een hoofdstuk uit "50 Tinten Grijs" reduceerden, -en ja, ik snap het wel, hoor. En ja, dat is ook best grappig- bracht me toch zodanig van m'n stuk dat ik muzikaal even de pedalen verloor, tot m'n grote opluchting zoals steeds professioneel en daardoor bijna onopgemerkt opgevangen door die geweldige begeleider voor wie ik, zeker als zangeres, inmiddels duidelijk een open boek ben... 
In het grote poeha-stuk van Mendelssohn vond ik mezelf -en dus ook m'n pedalen- gelukkig weer helemaal terug en we eindigden stralend in alle grootsheid en schoonheid met "Zueignung" van Richard Strauss, 'ons' nummer.
En terwijl Peter ten uitgeleide nog een schitterende, alles overdonderende orgelimprovisatie ten beste gaf, waar ik ook steeds glimlachend van sta te genieten, kwam de droeve gedacht 'het is alweer voorbij' reeds in me op...
Goddank stond er in het parochiezaaltje, vast ritueel ondertussen, naast een paar enthousiaste toehoorders met felicitaties en goede vrienden Jan en Flori, al een trappist 'van 't schap' op me te wachten.
Peter ging, richting volgende muzikale onderneming. 
Een 2e trappist kwam. 
En, geheel los van het stijgende alcoholgehalte, werd het bijzonder aangename gesprek met de harde kern van m'n fanclub steeds boeiender. Zodanig zelfs dat de heren besloten deze gezellige namiddag nog een paar uurtjes langer met me door te brengen en namen me mee naar café-restaurant "Lambik". Bij een bord super lekkere asperges op Vlaamse wijze en gebakken aardappeltjes zette de conversatie zich verder. Zowel hele leuke als behoorlijk droeve onderwerpen passeerden de revue. 
Met een uitzonderlijk voldaan gevoel liet ik de tram me weer huiswaarts voeren. M'n hoofd tolde van de duizenden gedachten en bedenkingen, en de emoties, die me alle kanten uit rukten, overweldigden me.
En hier zit ik nu. De vuilbak staat buiten, de poezen hebben gegeten, m'n bad en bed lonken, en ik schrijf een blogje over een dag waarin de emoties op en neer en zelfs totaal overkop gingen. De tekst hierboven even overlopend tel ik, naast een tweetal rustigere stukjes, ongeveer 24 keer op en neer tussen droef en blij, en een keer of 5 een volledig looping. Mijn leven is dus als een pretpark, met deze zondag duidelijk een flinke rit op de duizelingwekkende achtbaan... ;-)
Even luisteren?

zaterdag 9 april 2016

Magisch mooie muzikale middag.

Door alle mogelijke en onmogelijk stormen in m'n leven heen is mijn innige band met muziek zowat de enige relatie die overeind bleef en blijft. En binnen die relatie is één bepaalde en behoorlijk unieke combinatie mijn allerhoogste goed, mijn persoonlijke hemel op aarde. De elementen van die bijzondere combinatie zijn mezelf, dramatische sopraan met een bekoorlijke voorliefde voor grootsheid en poeha in al z'n vormen; Peter Maus, getalenteerde en charmante organist met een breed muzikaal aanvoelen en genoeg lef om al eens buiten de gangbare lijntjes te kleuren; de Hoog Romantische composities van o.a. Strauss, Wagner, Wolf, Brahms, Mendelssohn-Bartholdy... maar ook weinig uitgevoerde andere grootse werken van minder bekende of zelfs vergeten componisten; en tot slot de ongelofelijk fraaie akoestiek van de prachtige Sint-Michielskerk in Antwerpen met het meer dan magistrale, en door ons allebei geliefde, Romantische Stevensorgel op het hoogzaal.
Niets, echt absoluut niets in mijn leven brengt me meer allesoverheersend geluk en grenzeloze vreugde. 
De orkestrale tonen, die Peter met vlugge lenige vingers en vederlicht dansende voeten uit het orgel tovert, nemen elke vezel van m'n lichaam over en vermengen zich naadloos met de klanken uit mijn instrument. Terwijl deze heerlijke notenmix jubelend door de imposante ruimte tuimelt verdwijnt alle tumult in m'n hoofd als sneeuw voor de zon. Lichamelijk en geestelijk los komen en opstijgen uit alles wat klein-menselijk is. Slechts het samen 'muziek-zijn' blijft. "Alsof we vleugels krijgen", zei Peter.
Daarboven op het hoogzaal scheiden ons steeds een meter of 3 plankenvloer, de partituren op de pupiter en de vele klavieren, pedalen en registerknoppen van de orgelspeeltafel, maar hoe meer geabsorbeerd we worden door en opgaan in het gezamenlijke klankenspel, hoe groter de intimiteit tussen ons. Soms zodanig intens dat het ons allebei volledig gegeneerd en verlegen maakt. De lucht om ons heen knettert dan nét niet van geladenheid en ik bedenk me altijd een beetje giechelend dat als ik hem, of hij mij, dàn zou aanraken, we mogelijk één of ander soort ontploffing veroorzaken. En al krijg ik op zulk moment altijd het gevoel dat het hoogdringend tijd is om weer huiswaarts te keren, alles in mij blijft verlangen naar meer van deze heerlijkheid. Zelfs m'n o zo geliefde poezen en m'n alom tegenwoordige en onmisbare bloemen en planten vallen er bij in het niets. Die diepe intense voldoening overstijgt elke andere vorm van genot. Het allerbeste orgasme ooit komt niet eens in de buurt...
Afgelopen donderdag repeteerden Peter en ik voor onze jaarlijkse -ja, deze voor mij allerhoogste zaligheid beleef ik spijtig genoeg slecht één, maximum 2 keer per jaar- concertmis in de Sint-Michielskerk, volgende week zondag 17 april 2016. Ik ging er, zoals altijd eigenlijk, van uit dat de repetitie 'gewoon' en slechts 'muziek doornemen' zou zijn, maar... het werd alwéér zo'n magisch mooi muzikaal moment want als vanouds stegen we meteen weer op, mee met de tonen van de verrukkelijke muziek. 
En ja, Peter werkt mee aan zoveel uitermate boeiende projecten met massa's andere muzikanten, zangers en dus ook met sopranen van mijn kaliber... En ja, ik creëer ook hele fijne muzikale dingen met andere geweldige organisten... 
Maar dit, deze steeds weerkerende, ongelofelijk intense, niet van deze wereld, buitengewoon magische beleving, die hebben we allebei nooit elders meegemaakt. "Schrijf daar maar eens een blogje over", knipoogde Peter. De gulzige goesting en overgave waarmee hij vervolgens z'n laatste nieuwe lievelingsstuk -'Carillon Sortie' van Henri Mulet- ten beste gaf, deden onmiddellijk inspiratie in mij omhoog borrelen en terwijl ik met volle teugen genoot van de over me heen stromende sprankelende orgelklanken draaide mijn brein op volle toeren om alvast de nodige superlatieven bij elkaar te sprokkelen.
Niemand keert graag uit de hemel terug naar de dagdagelijkse vaak harde realiteit. En al was bij het verlaten van de kerk de door een hevige regenbui net frisgewassen wereld vol zonneschijn en kleur, op de tram overviel me een trieste leegte, verdacht veel lijkend op liefdesverdriet... 
Weet je, dit diep innige muzikale samensmelten is echt als een drug: je wil er altijd méér van en na de euforische 'high' komt onvermijdelijk een pijnlijke 'low', met een emotioneel én fysiek gemis, altijd vergezeld door die sluimerende angst 'komt er nog wel een volgende keer?...'
En plots realiseerde ik me dat het deze uitzonderlijke bijna bovenmenselijke intimiteit is die ik zocht en niet vond in een relatie met een man... En naar zoiets kan je hopeloos lang lopen zoeken. Vooral als je het éigenlijk al hebt... 
Ach, misschien word ik steeds meer ik een oude sentimentele dwaas. Dat kan en je mag er van denken wat je wil. De herinneringen aan deze absolute hoogtepunten in mijn bestaan koester ik, met Peter en al, zowiezo voor altijd in een speciaal rood fluwelen kamertje in m'n hart. En hopelijk gunt het leven mij nog lang en veel van deze glorieuze en verrukkelijke momenten... 
En weliswaar gekleurd door een vleugje droefheid -omdat het daarna weer een tijdje stil zal zijn- kijk ik vandaag breed glimlachend uit naar die Magisch Mooie Meesterlijk Muzikale Mis bij sint Michiel met Meneer Maus en Mevrouw Meganck! Mmmmmmmmmm... ;-)
Concertmis Sint-Michielskerk
Zondag 17 april 2016, 11u
Amerikalei 165, 2080 Antwerpen
Inkom gratis
En erg goed bereikbaar met openbaar vervoer

maandag 5 oktober 2015

Zo'n zalige zondag.

Met z'n door merg en been snijdend gekrijs brulde de wekker me uit m'n diepe, bijna comateuze slaap. Maar dat was meteen ook de énige echte valse noot in wat een zalige zondag zou worden.
De tuin, omfloerst door de ochtendmist, glinsterde in de eerste zonnestralen van de dag, die prachtig roze en oranje door de nevelsluiers priemden.
Terwijl m'n haar als bijna vanzelf in de juiste krul draaide kwamen er verschillende smsjes en 'toi toi toi'-berichtjes binnen. Dat maakte me meteen goed gezind! Opgewekt, mezelf best mooi vindend en behoorlijk tevreden over wat ik na lang kiezen aangetrokken had, begaf ik me met de tram op weg. 
Er hangt, zo onderweg naar gelijk welk optreden, altijd een beetje een mantel van eenzaamheid om me heen, maar al die vriendelijk glimlachende en 'goedemorgen-wensende' mensen onderweg deden deugd.
De zon wierp zich stralende door de glasramen van de Christus Koningkerk en vulde de anders nogal koud aandoende donkere ruimte met een ware zee van kleuren, licht en gezelligheid. Bij mijn aankomst was het er nog muisstil, maar al spoedig vulden de kerkstoelen zich met elkaar uitgelaten begroetende kennissen en vrienden, allemaal al even enthousiast om er bij te zijn.
Deze concertmis leek in niets op de heerlijke 'grote poeha' die ik gewoonlijk van op het hoogzaal samen met Peter Maus en een reusachtig Romantisch orgel ten beste breng, maar de ingetogenheid van het zoveel kleinere Stevens-orgel en de gekozen werken waren op een totaal andere manier bijzonder prachtig.
Organiste Anna An begeleidde me in "Öffne dich" van J.S. Bach, licht en vrolijk over de toetsen huppelend, op een uitzonderlijke fraaie en inspirerende manier. Ook onze versie van de 2 liederen van Peter Benoit, Vlaams erfgoed, werd erg gewaardeerd door de aanwezigen.Wat was dit een prettige kennismaking en een fijne samenwerking met een charmante en talentvolle jongedame!
Normaal gezien zakken we na zo'n dienst met fans en familie af naar het Zondagscafé, maar dat was, net nu, uitzonderlijk gesloten. Spijtig, want daardoor verdween iedereen, nog voor ik er erg in had.
Mijn moeder bleef nog even achter, om haar blijdschap en dank te uiten. Zo een mooie muziek, en dat op mijn vaders verjaardag, met al die fijne vrienden er bij, en intens gelukkig om het goede nieuws over haar huis...
Collega-vriend Jan nam me op sleeptouw naar een terras in de stad, riep daarmee m'n mini-depressietje, na elk concert altijd wel aanwezig in meerdere of mindere mate, een stevige halt toe, en schonk me aldus, bij een welverdiende trappist, een heerlijke croque en een aangenaam gesprek een uiterst gezellige namiddag.
Breed glimlachend en met een behaaglijk gevoel vanbinnen wandelde ik terug naar de tram huiswaarts, mezelf gelukkig prijzend met zulk een sublieme dag.
Maar die dag was duidelijk nog niet klaar met kadootjes uitdelen... 
Terwijl ik me in het overvolle metrostel richting dat éne vrije bankje wrong zag ik van de andere kant een bevallige jonge mevrouw, beladen met 3 of 4 duidelijk behoorlijk zware boodschappentassen, op hetzelfde doel af komen. Giechelend en met een warme groet ploften we naast elkaar neer. Er ontspon zich een plezierig en geanimeerd gesprek, zo vanzelfsprekend dat het leek alsof we al jaren vriendinnen waren, Noha, want zo heette ze, en ik. Echt leuk!
Eenmaal thuis flopte ik knusjes in de zetel en gaf me volledig over aan verrukkelijk niets-doen. Gewoon, vol voldoening, genoeglijk genieten. Dit blogje zou zich morgen ook nog wel laten schrijven, en de was en de plas, die lopen, spijtig genoeg, ook niet weg. Zondag 4 oktober 2015 zal voor altijd een gezegende zorgeloze zoete zonnige zalige zondag zijn. :-)

zaterdag 19 september 2015

Per aspera ad astra.

Overgoten door tegelijkertijd zon én regen reden we gevieren, Rudi, Roger, ons moe en ik, opgewonden blij en vol verwachting richting Mechelen. We konden onze ogen er niet van af houden: van horizon tot horizon kromde zich een bijzonder heldere en zelfs dubbele regenboog en vergezelde ons de hele weg. Achteraf bleek dat een stralende voorbode te zijn van wat een sprankelende concertavond zou worden.
In de enorme Sint-Romboutskathedraal klonken de laatste tonen van het warm spelen. Een beetje twijfelachtig
 zochten we een plekje, moeilijk kiezen in zo'n nog overdonderend lege grote ruimte. Langzaamaan raakten naast en achter ons ook vele andere stoelen bezet. Oef, altijd zo fijn als er veel geïnteresseerden komen kijken en luisteren. 
Na de introductie doofde het licht en iedereen, zelfs het gebouw en de beelden, hield even, gespannen afwachtend, z'n adem in. 
Toen de eerste noten speels de hoogte van het gotische gewelf opzochten en langst de pilaren, met hun versteend luisterende heiligen, naar omlaag dwarrelden, werden we meegevoerd door de muziek. En we genoten, met volle teugen, vanaf de eerste toon tot het allerlaatste akkoord.
Het kathedraalorgel, 
met z'n 6606 orgelpijpen, gebouw in 1958 naar aanwijzingen van beroemde organist Flor Peeters, is als een meer dan volledig orkest met een werkelijk gigantische keuze aan stemmen en kleuren. 
De hobo bij het eerste stuk speelde met verve een extra rol te midden het tollen en draaien van alle andere klankkleuren. Een gedenkwaardige wereldpremière van een spiksplinternieuwe creatie, op vraag van de organisatie geschreven door de hoboïst zelf.
In zijn prachtige en bijzonder grootse solostukken liet de organist het publiek kennis maken met de veelzijdigheid van z'n instrument. Terwijl z'n vingers en voeten met een bijna onmogelijke snelheid meesterlijk op en neer over de vele klavieren huppelden sloot ik m'n ogen en zàg de muzieknoten zichzelf vertellend tot beeld omvormen. 
Van klaterende beekjes, kwetterende vogeltjes, twinkelende sterren en lichtvoetig gedans ging het over bijna menselijk klinkend koorgezang met onverwacht herkenbare orkestviolen naar het diepe duistere, grollend als een dreigend onweer, dreunend als een blikseminslag, kolkend als een zondvloed. Ontroerd en geraakt tot in het diepste van m'n zijn dreef ik mee op al de wisselende emoties. Vertederd vergat ik heel even alle zorgen, alle verdriet, alle pijn, totaal ondergedompeld in die overheerlijke muziek, virtuoos en doorleefd gespeeld door m'n favoriete organist op m'n favoriete instrument
Achteraf bleek ik niet de enige te zijn die het zo ervaren had. 
In de eerste minuten na het terecht daverende applaus waren ze heel zwijgzaam, die vrienden van mij en ons moe, nog helemaal onder de indruk van wat ze net gehoord hadden. Maar toen eenmaal het gesprek op gang kwam hoorde ik niets dan absolute bewondering in alle denkbare superlatieven. 
Hij heeft er zwaar op gezwoegd, die vriend-organist van mij, dat vertelde hij me zelf. Zoals de titel van die nieuwe creatie zegt: "Per aspera ad Astra" wat zoveel betekend als "door beproevingen naar de sterren. Maar wauw, wat heeft al dat werk geloond. Peter, je bent een echte Ster! Dit schitterende orgelconcert en alle bijbehorende impressies zullen me nog lang bijblijven, denk ik, en dat vind ik simpelweg zalig! :-)