Eigenlijk stond er totaal iets anders gepland om over te schrijven vandaag, maar soms... Soms komt er iets tussen dat je écht niet wil overslaan!...
Gisterenavond verdween ik voor een paar uur volledig in een nogal meeslepende film. Helemaal opgeslorpt door de emoties op de beeldbuis was er al die tijd geen seconde van mijn aandacht naar m'n omgeving gegaan. Ik schrok dus nog geen klein beetje, toen ik, zuchtend nog bijkomend van zoveel alteratie, een blik naar buiten wierp en verrast een compleet witte wereld zag!
Ja, 'k weet het: ze hadden inderdaad sneeuw voorspeld, ja. Maar hoe vaak is er van dat soort voorspellingen al iets van aan geweest? Gewoonlijk vielen er dan twee vlokken, die niet eens bleven liggen, en dat was dat. Echt niet de moeite om jezelf op te verheugen of zo. Maar nu, nu was het dan toch waarheid.
De nacht scheen een stuk minder donker. Gevolgd door de twee poezen haastte ik me van kamer tot kamer om vooral geen enkele venster te missen en het bijzondere spektakel zeker van alle mogelijk kanten te bekijken en te bewonderen. Ik ging zelfs even bovenop de poef staan om te checken of ook de tuin áchter de bosjes wit kleurde, en wie weet zélfs de vijver... 't Was mooi. Overal waar ik keek: alleen maar een prachtig nachtelijk sneeuwlandschap, en nog steeds heel fijne vallende kristallen. Een wereld stil en vredig, onder die witte donzige deken. Het kostte me ontzettend veel moeite m'n blik ervan afgewend te krijgen en uiteindelijk toch maar eens in bed te kruipen. De gordijnen liet ik open, met het bijna kinderlijke idee dat ik anders wel eens iets zou kunnen missen van die ijskoude schoonheid. Heu... ja, inderdaad: in mijn slaap dus, met mijn ogen toe. Enfin, ik slaap nooit goed met de gordijnen open. Veel te licht. En nu zeker met die witte tuin daarbuiten. Maar dat kon me niks schelen: elke keer ik me omdraaide en half wakker werd, richtte ik m'n hoofd op om er toch nog snel even een glimp van op te vangen vooraleer verder te dommelen. De poezen begrepen er weinig van. Al zaten ze zelf met hun neus tegen het raam en hun lijfje goed uitgespreid op de fluffy poezenmatjes warm op de radiator het hele gebeuren nauwlettend gade te slaan...
De ochtend kwam en het sneeuwde nog steeds. Ongezien! Nog eens écht sneeuw! Dus toch... En koud! De thermometer op het terras wees -5° aan. Da's lang geleden dat ik dat zag. "Daar gaan m'n geraniums!", dacht ik even verschrikt met een tikkeltje verdriet. Maar 'k herinnerde er meteen achteraan dat ik me slechts één dag eerder nog luidop voornam al die oude, triest ogende, wat ongelukkige groenvoorziening eens stevig te vernieuwen. Dus: loslaten en genieten van het nu, van de schoonheid van het winter wonder land. In de lente kon ik me dan vast weer verheugen op een zalig uitstapje naar m'n vele geliefde plantenwinkels, al dan niet er meteen een hele dagtrip met een goeie vriendin van makend. En daarna het fantastische plezier om heel m'n lange overvolle terras weer eens vrolijk te beplanten en te herschikken. Mooie vooruitzichten, dus geen stress over de vrieskou. Eens goed vriezen is sowieso ook prima tegen die verschrikkelijke plagen vraatzuchtige insecten van de laatste jaren. Da's alleen maar mooi meegenomen.
Met m'n stevige mok dampende koffie in de hand stond ik voor het grote raam in de woonkamer van het bijna smetteloze uitzicht te genieten, de poesjes eveneens buitengewoon geïnteresseerd naast me op de radiator en de grote krabpaal. In alle kamers van m'n flat stroomde een overvloed aan helder licht naar binnen, zo ontzettend veel meer licht dan op een doodgewone sneeuwloze dag. Het deed geweldig deugd na die vele letterlijk en figuurlijk donkere dagen. Alles kikkerde er terstond van op, vond ik, en het voelde zalig. En plots merkte ik nóg een voordeel van deze heerlijke laag witte bedekking op. Zoveel teksten en gedichten beschrijven hoe de sneeuw alle lelijkheid van de wereld met schoonheid bedekt en onzichtbaar maakt. Zo is het dus ook met alle naar beneden gekomen en tussen het struikgewas en grote keien verzamelde afval in de tuin! Je ziet er totáál niets meer van. Heeeeerlijk!
Er zou nog net een beetje moeten bijvallen om ook nog die blauwe plastieken groenten- of fruitbak te bedekken, die als laatste nog halsstarrig met een paar felgekleurde boven de sneeuw uitstekende hoeken weerstand tegen het tijdelijke verdwijnen blijft bieden... Voorspellen ze nóg sneeuw? 'k Zal het eens moeten opzoeken straks.
Maar eerst even naar buiten, met dikke sokken en een warme trui, op het terras plaatjes schieten. Even die koude witte glinsterende schoonheid daarbuiten trachten vast te leggen op foto. Iets wat uiteraard nooit écht lukt naar mijn idee... Toch al zeker niet met mijn mobiele telefoon.
De sneeuw ligt tot op m'n bakje. Hij bedekt de laatste planten in de bloembakken en spreidt een koud dekentje over de donkere natte potgrond. De nootjes en zaadjes in het vogelhuisje lijken bestrooid met poedersuiker, en het water in de drinkbakjes is nog net goed voor schaatsende vogeltjes, vrees ik. De grote pijp, die regenwater van de bovenliggende terrassen afvoert en die altijd ook vochtig is aan de buitenkant -geen idee waarom- is volledig bezet met een dikke laag artistiek broebelend ijs. Het nog steeds omlaag druppelende water vormt zelfs verschillende fraaie ijspegels. Sinds ik hier woon, en dat is ondertussen toch alweer zeven jaar, heb ik zulks nog nooit gezien. Mooi allemaal! Zo mooi!
"En geen enkel voetspoor bederft het maagdelijk sneeuwtapijt in deze tuin waar niemand komen mag!", constateerde ik met een gelukzalig gevoel, "zelfs niet eens ergens poezenpootafdrukjes of vogelprintjes! Zo ongerept en puur..." Ik vond het fantastisch, maar 't was weer de hemel verzoeken natuurlijk, zulke gedachten... Eén minuutje weer binnen zag ik tot mijn afgrijzen een ongekende man in werkpak voorbij mijn terras heen en weer door de sneeuw baggeren en even later verdween hij, uitschuivend over de gladde keien bedekt met ijs en sneeuw, licht vloekend langs het andere gebouw de tuin uit. Ja, laat het dus toch nog maar een stevig pak bij sneeuwen, niet alleen voor die stomme blauwe bak, maar nu dus ook voor die voetsporen! Verdorie. ;-)
Daarstraks moest ik nog even m'n vuilniszakje buiten zetten. "Pas op!", zei iemand die net weer binnenkwam van hetzelfde klusje, "de trap is spekglad!" Blijkbaar had iemand gedurende de dag wel een poging gedaan een gedeelte van de treden vrij te maken van sneeuw en ijs, maar die moeite was duidelijk voor niks geweest en absoluut niet opgewassen tegen de vrieskou en sneeuwval: nog net geen spiegel, die trap! En levensgevaarlijk dus ook... Met heeeeel voorzichtige stapjes raakte ik heelhuids beneden én ook weer terug boven en binnen. Maar, zelfs dat 'gevaar' had me niet kunnen beletten ondertussen volop genietend rond te kijken naar die ijskoude witte pracht aan de voorkant van het gebouw. Ondanks het autoverkeer, wandelaars en spelende kinderen zag het er toch ook nog steeds bijzonder sprookjesachtig uit. Ja, deze sneeuwlaag liet zich duidelijk niet zomaar wegwerken! Ze is er, en... ze blijft duidelijk nog even! Hoera. ;-)
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label koud. Alle posts tonen
Posts tonen met het label koud. Alle posts tonen
zondag 7 februari 2021
Ijskoude schoonheid.
donderdag 16 april 2020
Hangende tuin.
Mijn goed voorziene terras telt tegen de honderd potten en bakken, allemaal boordevol hoofdzakelijk boeiende planten. Er kan eigenlijk écht niks meer bij, niet op het terras en niet in de potten. Afgezien van éénjarigen die de winter niet overleefden, of het occasionele slachtoffer van al te vraatzuchtige insecten, moet er eigenlijk dus ook nooit nog iets 'bijgekocht' worden... Maar dat blijft een moeilijk gegeven voor mij als 'planten- en bloemenverslaafde', hoor. Er is ook altijd zoveel moois in de tuincentra en winkels te koop, hé.
Dit jaar vreesde ik door de lockdown helemaal niet aan plantjes te geraken. Ja, eventueel online, 'k weet het, maar dan voor -naar mijn goesting toch- veel te veel geld vermoedelijk, dus gooide ik het eens over een andere boeg. Ik stekte alvast een paar geraniums en graslelies om tegen de zomer hier en daar een gaatje te kunnen vullen, en zwierde links en rechts met gulle hand nog wat overgebleven zaden van de voorbije jaren tussen het andere groen. Dat komt vermoedelijk allemaal dik in orde.
Nu heeft mijn terras niet alleen op de grond staande bloempotten en dergelijke. Uiteraard benutte ik onder het motto 'meer is meer' ook de ruimte in de hoogte! Voor elk groot raam hangt dus nog wat van het plafond naar beneden. In eerste instantie waren dat van die kleine plastieken witte hangpotten, maar dat vond ik er zo goedkoop uitzien, en die waren me vooral veel te klein. Er kon eigenlijk maar één plantje deftig in groeien. Trouwens, na verloop van tijd brak die plastiek zichzelf af, met een blok naar beneden donderend groen als gevolg, dat in z'n val nog schade berokkende aan de onderstaande planten. Dat kon beter, veel beter. Dus investeerde ik een paar jaar geleden in échte hangmanden. Zo van die typische metalen rond gebogen roosters met daarin een kokosmat, en een ophangsysteem van weerbestendige en roestvrije metalen schakels. Buurman Serge boorde met plezier en met z'n betonboor een paar keurige gaten in het plafond waarin een stel stevige keilbouten met oog vastgezet werden. Een mooi zware ketting eraan en voilà: vier keurige grote manden, voor mijn hangend stukje extra groenvoorziening.
Het eerst jaar zette ik er donkerrode en felroze afhangende geraniums in, gemengd met veelkleurige millionbells en dieproze verbena, en ter afwerking hier en daar nog het fijne groen en de stervormige gele bloemetjes van de bidens ertussen. M'n verwachtingen waren hoog,... maar het resultaat viel die zomer dik tegen. In plaats van volle afhangende bloemranken voor al m'n vensters moest ik het stellen met een beetje sprieterig uitlopende geraniums met slechts hier en daar een bloemetje. Al de rest had tot mij groot verdriet de geest gegeven, of door insecten, of door niet genoeg zon, of door te weinig water.
Tegen de 'schadelijke' insecten lever ik een soort immer voortdurende strijd. 't Is te zeggen: het evenwicht hier op het terras wordt elk jaar weer een stuk beter, dus er is hoop. Dat er niet genoeg zon is, daar is weinig aan te doen. Het terras is naar het oosten gericht, en de bomen in de tuin pikken ook nog een stevig deel van de zonnestralen in. Met ondertussen meer dan zes jaar ervaring hier weet ik nu wel heel goed wat er waar kan staan en zal groeien, en wat waar niet. En dat scheelt een pak natuurlijk.
Het gevecht met het watergeven van die hangende manden, da's nog een heel ander paar mouwen. Een beetje letterlijk zelfs! Als ik met m'n oude tuinslang, waarvan de sproeikop niet meer 100% aansluit, in de hoogte ga, dan stroomt het water uit de tuinslang via m'n mouwen tot onder m'n oksels en zo verder naar beneden richting broekspijpen. Op een hete zomerdag best grappig, eventueel aangenaam verfrissend zelfs, maar ik garandeer u dat ge dat bij min vijf écht liever niet voor hebt... De aarde in de hangmanden droogt ook zodanig snel uit, dat het water bij het gieten de grond absoluut niet in dringt, maar ogenblikkelijk als een koude modderstroom over de rand en bijgevolg dus over jou, heen loopt. Of je nu die tuinslang gebruikt of het heel voorzichtig met een gieter probeert, het resultaat is hetzelfde: weinig of geen vocht in de grond van de pot en een decolleté vol smurrie!
Elke keer een trapladdertje naar buiten om mand voor mand even van de haak te halen en op de grond van vocht te voorzien, da's ook nogal een gedoe. Zeker als je ten volle begrijpt hoe weinig 'beenruimte' er nog rest op het terras en bedenkt dat die hangende dingen in de zomer op een echt hete dag wel twee keer een klets water kunnen verdragen... Dus probeerde ik de afgelopen jaren echt van alles: hydrokorrels onderin, stukken oase, van die pipetten waarmee men kamerplanten water geeft... 't Was allemaal niet je dat. De manden bleven uitdrogen en het slijk bleef omlaag stromen.
Omdat ik dit jaar verwachtte zonder m'n vertrouwde plantenshopdag de zomer in te gaan, vatte ik het plan op om met zaden te werken. Zaden van verschillende soorten reukerwten en Oost-Indische kers, planten die normaal gezien met oneindig lange ranken omhoogklimmen of zich breed over de grond uitspreiden, maar dus volgens mij net zo goed zwierend in de wind omlaag kunnen hangen. Toch? Maar om die zaadjes te doen ontkiemen, is het wenselijk dat de potgrond natuurlijk wel voldoende vochtig is, en liefst continue blijft, zonder perioden van droogte. Het bewateringssysteem moest dus echt wel opnieuw ernstig herdacht worden.
En, het ziet er naar uit da'k de oplossing gevonden heb! Voorlopig gaat alleszins alles volledig naar wens: alle zaden zijn ontsproten en groeien als kool! Toegegeven, het zijn ook wel echte 'snelgroeiers', maar dat maakt het niet minder heerlijk om ze elke dag weer te zien veranderen.
Bij het hernieuwen van de aarde in de manden en het verplaatsen van de groene graslelies en wat zielige hanggeraniums die de winter overleefden, groef ik in elke mand een klein, netjes opgespaard, plastiek flesje van fruitsap in, met het dopje er nog op, maar ontdaan van z'n bodem en voorzien van een paar rijen met gaatjes. Het flesje steekt voldoende boven het grondoppervlak uit om voor mij, klein madammeke, nog net genoeg zichtbaar te zijn om het water er ín te kunnen mikken en niet ernaast. En over een tijdje zorgen de groter geworden planten er hopelijk voor dat dat stukje plastiek alleen nog voor mijn getraind oog zichtbaar is. De onderste rijen gaatjes bevochtigen de potgrond gelijkmatig in de verschillende lagen, en de bovenste rij, die net boven het oppervlakte zit, zorgt voor nattigheid helemaal bovenin de pot. En het werkt wonderwel! Ik kan er zelfs nog meststofkorrels bij in smijten, zodat die langzaam in het water oplossend meteen de wortels van de plantjes kunnen bereiken.
Ja, 'k weet dat het niet het zoveelste wereldwonder is, maar 'k ben toch oprecht blij met deze oplossing. Alvast geen stromen ijskoud water meer langs m'n mouw tot in m'n oksel en onderbroek, en geen slijk meer in m'n haar, tuingalochen en alles daartussen. Maar vooral: dit jaar opnieuw goede hoop dat de manden voor m'n ramen de komende zomer mogelijk uitgroeien tot en overlopen met een stukje wondermooie en bloemrijke hangende tuin! We zullen zien. Ondertussen op 't gemakje water geven, rustig afwachten en duimen maar. ;-)
Dit jaar vreesde ik door de lockdown helemaal niet aan plantjes te geraken. Ja, eventueel online, 'k weet het, maar dan voor -naar mijn goesting toch- veel te veel geld vermoedelijk, dus gooide ik het eens over een andere boeg. Ik stekte alvast een paar geraniums en graslelies om tegen de zomer hier en daar een gaatje te kunnen vullen, en zwierde links en rechts met gulle hand nog wat overgebleven zaden van de voorbije jaren tussen het andere groen. Dat komt vermoedelijk allemaal dik in orde.
Nu heeft mijn terras niet alleen op de grond staande bloempotten en dergelijke. Uiteraard benutte ik onder het motto 'meer is meer' ook de ruimte in de hoogte! Voor elk groot raam hangt dus nog wat van het plafond naar beneden. In eerste instantie waren dat van die kleine plastieken witte hangpotten, maar dat vond ik er zo goedkoop uitzien, en die waren me vooral veel te klein. Er kon eigenlijk maar één plantje deftig in groeien. Trouwens, na verloop van tijd brak die plastiek zichzelf af, met een blok naar beneden donderend groen als gevolg, dat in z'n val nog schade berokkende aan de onderstaande planten. Dat kon beter, veel beter. Dus investeerde ik een paar jaar geleden in échte hangmanden. Zo van die typische metalen rond gebogen roosters met daarin een kokosmat, en een ophangsysteem van weerbestendige en roestvrije metalen schakels. Buurman Serge boorde met plezier en met z'n betonboor een paar keurige gaten in het plafond waarin een stel stevige keilbouten met oog vastgezet werden. Een mooi zware ketting eraan en voilà: vier keurige grote manden, voor mijn hangend stukje extra groenvoorziening.
Het eerst jaar zette ik er donkerrode en felroze afhangende geraniums in, gemengd met veelkleurige millionbells en dieproze verbena, en ter afwerking hier en daar nog het fijne groen en de stervormige gele bloemetjes van de bidens ertussen. M'n verwachtingen waren hoog,... maar het resultaat viel die zomer dik tegen. In plaats van volle afhangende bloemranken voor al m'n vensters moest ik het stellen met een beetje sprieterig uitlopende geraniums met slechts hier en daar een bloemetje. Al de rest had tot mij groot verdriet de geest gegeven, of door insecten, of door niet genoeg zon, of door te weinig water.
Tegen de 'schadelijke' insecten lever ik een soort immer voortdurende strijd. 't Is te zeggen: het evenwicht hier op het terras wordt elk jaar weer een stuk beter, dus er is hoop. Dat er niet genoeg zon is, daar is weinig aan te doen. Het terras is naar het oosten gericht, en de bomen in de tuin pikken ook nog een stevig deel van de zonnestralen in. Met ondertussen meer dan zes jaar ervaring hier weet ik nu wel heel goed wat er waar kan staan en zal groeien, en wat waar niet. En dat scheelt een pak natuurlijk.
Het gevecht met het watergeven van die hangende manden, da's nog een heel ander paar mouwen. Een beetje letterlijk zelfs! Als ik met m'n oude tuinslang, waarvan de sproeikop niet meer 100% aansluit, in de hoogte ga, dan stroomt het water uit de tuinslang via m'n mouwen tot onder m'n oksels en zo verder naar beneden richting broekspijpen. Op een hete zomerdag best grappig, eventueel aangenaam verfrissend zelfs, maar ik garandeer u dat ge dat bij min vijf écht liever niet voor hebt... De aarde in de hangmanden droogt ook zodanig snel uit, dat het water bij het gieten de grond absoluut niet in dringt, maar ogenblikkelijk als een koude modderstroom over de rand en bijgevolg dus over jou, heen loopt. Of je nu die tuinslang gebruikt of het heel voorzichtig met een gieter probeert, het resultaat is hetzelfde: weinig of geen vocht in de grond van de pot en een decolleté vol smurrie!
Elke keer een trapladdertje naar buiten om mand voor mand even van de haak te halen en op de grond van vocht te voorzien, da's ook nogal een gedoe. Zeker als je ten volle begrijpt hoe weinig 'beenruimte' er nog rest op het terras en bedenkt dat die hangende dingen in de zomer op een echt hete dag wel twee keer een klets water kunnen verdragen... Dus probeerde ik de afgelopen jaren echt van alles: hydrokorrels onderin, stukken oase, van die pipetten waarmee men kamerplanten water geeft... 't Was allemaal niet je dat. De manden bleven uitdrogen en het slijk bleef omlaag stromen.
Omdat ik dit jaar verwachtte zonder m'n vertrouwde plantenshopdag de zomer in te gaan, vatte ik het plan op om met zaden te werken. Zaden van verschillende soorten reukerwten en Oost-Indische kers, planten die normaal gezien met oneindig lange ranken omhoogklimmen of zich breed over de grond uitspreiden, maar dus volgens mij net zo goed zwierend in de wind omlaag kunnen hangen. Toch? Maar om die zaadjes te doen ontkiemen, is het wenselijk dat de potgrond natuurlijk wel voldoende vochtig is, en liefst continue blijft, zonder perioden van droogte. Het bewateringssysteem moest dus echt wel opnieuw ernstig herdacht worden.
En, het ziet er naar uit da'k de oplossing gevonden heb! Voorlopig gaat alleszins alles volledig naar wens: alle zaden zijn ontsproten en groeien als kool! Toegegeven, het zijn ook wel echte 'snelgroeiers', maar dat maakt het niet minder heerlijk om ze elke dag weer te zien veranderen.
Bij het hernieuwen van de aarde in de manden en het verplaatsen van de groene graslelies en wat zielige hanggeraniums die de winter overleefden, groef ik in elke mand een klein, netjes opgespaard, plastiek flesje van fruitsap in, met het dopje er nog op, maar ontdaan van z'n bodem en voorzien van een paar rijen met gaatjes. Het flesje steekt voldoende boven het grondoppervlak uit om voor mij, klein madammeke, nog net genoeg zichtbaar te zijn om het water er ín te kunnen mikken en niet ernaast. En over een tijdje zorgen de groter geworden planten er hopelijk voor dat dat stukje plastiek alleen nog voor mijn getraind oog zichtbaar is. De onderste rijen gaatjes bevochtigen de potgrond gelijkmatig in de verschillende lagen, en de bovenste rij, die net boven het oppervlakte zit, zorgt voor nattigheid helemaal bovenin de pot. En het werkt wonderwel! Ik kan er zelfs nog meststofkorrels bij in smijten, zodat die langzaam in het water oplossend meteen de wortels van de plantjes kunnen bereiken.
Ja, 'k weet dat het niet het zoveelste wereldwonder is, maar 'k ben toch oprecht blij met deze oplossing. Alvast geen stromen ijskoud water meer langs m'n mouw tot in m'n oksel en onderbroek, en geen slijk meer in m'n haar, tuingalochen en alles daartussen. Maar vooral: dit jaar opnieuw goede hoop dat de manden voor m'n ramen de komende zomer mogelijk uitgroeien tot en overlopen met een stukje wondermooie en bloemrijke hangende tuin! We zullen zien. Ondertussen op 't gemakje water geven, rustig afwachten en duimen maar. ;-)
maandag 23 maart 2020
Een memorabel afscheid.
Afgelopen zaterdag mocht ik, ondanks alle opgelegde beperkingen dus toch nog, een uitvaart opluisteren. Afgaande op het overduidelijke gemak waarmee al de te zingen hoge noten nog steeds haarjuist uit me knalden en de mij zo kenmerkende decibels de door warme zonnestralen in vuur en vlam gezette glasramen deden rinkelen als vanouds, kan je met quasi 100% zekerheid zeggen dat er met mijn longen voorlopig nog absoluut niks mis is! Vooralsnog gaat het Coronavirus dus aan mij voorbij en heeft het me nog niet met z'n dodelijk ziekmakende klauwen te pakken gekregen...
Maar de opgelegde maatregels bij de wereldwijde pandemie maakten deze afscheidsdienst bijzonder memorabel. Nu woonde ik in heel mijn lange carrière als uitvaartzangeres al wel vaker uitvaarten mee om nooit meer te vergeten, en ook deze zou op zich, zonder al het gedoe, al hoog in dat gedenkwaardig lijstje scoren; door alle extra's erom heen, extra's die er eigenlijk niks mee te maken hadden, werd het een meer dan beklijvende gebeurtenis.
De hele afgelopen week was er, met een klein hartje, telefonisch contact heen en weer geweest tussen mij en de begrafenisondernemer, om te checken wat er door de steeds striktere bepalingen van de muzikale wensen nog mogelijk bleef. En tegen alle verwachtingen in reed ik zaterdagochtend, netjes opgekleed zoals gewoonlijk, doch eveneens voorzien van mondmasker en handschoenen, dan toch met de fiets richting kerk. De stralende zon had verraderlijk warm geleken, zo vanachter het venster. Ik rilde in m'n chique lange jas en de snijdende wind deed m'n ogen tranen. En toch genoot ik. Even buiten, in de frisse lucht, even stevig doortrappen op de fiets, niets dan lege straten en rust. Geen sterveling te bespeuren en alleen geparkeerde auto's. Een soort 'autoloze zondag' dus, maar dan zonder mensen. Als ik heel breed -en een beetje getikt- heen en weer had willen zigzaggen over de vier rijstroken én de middenberm met de tramsporen, dan had ik dat eigenlijk gewoon kunnen doen... Heerlijk dus. Ik arriveerde dan ook, weliswaar een beetje bibberend en met wat uitgelopen mascara, met een bijzonder brede glimlach op m'n gezicht aan de kerk.
En toen werd het ernst. Uiteraard geen handjes schudden. De begrafenisondernemer en het personeel begroetten me met een strakke buiging, die ik dan -wat moet je al anders- maar met een gelijkaardig gebaar beantwoordde. Tussen de paar aanwezigen, op dat vroege moment een uur voor de dienst, ten allen tijde, als was het onzichtbaar afgemeten, een minimum afstand van 2 meter. Het voelde wat leeg en koud aan.
M'n organist was er al en schoot meteen overeind vanachter het orgel bij mijn binnenkomst op het hoogzaal. Niet om me te begroeten zoals gewoonlijk, maar om zich zo ver mogelijk uit m'n buurt te haasten. Hij had in afwachting van mijn komst zowel de reling van de trap, als de klinken van het deurtje en de balustrade van het hoogzaal, en tot slot de hele speeltafel van het orgel, uiteraard vooral en met extra aandacht ál de klavieren en toetsen, intensief schoongemaakt met desinfecterende vochtige doekjes. Om zeker en vast geen microben van mij op te pikken bracht hij zelf alle nodige partituren mee. Wat uitzonderlijk is, want da's iets waar ik normaal gezien steeds voor zorg. Vraag maar aan al m'n begeleiders. De hele mis lang voerden we een eigenaardig soort dansje uit: tussen ons sowieso steeds de maximum mogelijke afstand, en bewoog ik naar links, dan schoof hij aan zijn kant van de kleine ruimte mee in hetzelfde tempo naar zijn linkerkant. Converseren tijdens de plechtigheid deden we op papier: ik schreef iets neer, legde het op een stoel en verplaatste me er zo ver mogelijk vandaan. Hij wachtte tot ik mezelf ruim genoeg verwijderd had, trad dan naar voor, las zonder ook maar iets aan te raken de genoteerde boodschap en beantwoordde die in gebarentaal. De hele situatie had zo in één of andere dolkomische Monty Pythonachtige film kunnen passen, maar het maakte me ook nogal triest. Samen heel alleen. Of zo iets.
Beneden ons, in de kerk, ging het er al net zo aan toe. Men mocht het stoffelijk overschot slechts met een hoofdknik begroeten, geen kruisjes met het wijwaterkwastje dus. De sympathieke, warme dame, die hier vandaag definitief afscheid nam van haar geliefde echtgenoot, moest het stellen met enkele woorden van troost en bemoediging vanop een afstand, terwijl ze moederziel alleen op twee meter van de kist stond. Geen knuffels, geen zoenen, geen innige omhelzingen en andere troostende aanrakingen. Veel eenzamer kan iets er volgens mij echt niet uit zien... De ceremoniemeesters plaatsten de schaarse aanwezigen -een week geleden verwachtte de weduwe nog vele honderden mensen, doch zowat iedereen had systematisch om veiligheidsoverwegingen afgebeld- met telkens zowel een stoel als een rij tussen hen in verspreid over de ruimte. Dertig, misschien veertig personen schat ik, maar zo 'breed uitgesmeerd' leek het wel een full house. Bij de offergang hield men zich zodanig netjes aan de afstandsregeling dat ik blij was hiervoor, een beetje tegen beter weten in -maar ook hier: better safe than sorry-, tóch twee behoorlijk lange muziekstukken voorzien had. 't Was maar nét genoeg!
De beste vriend van de overledene zou in eerste instantie aan het eind van de uitvaart van bovenop het hoogzaal op z'n klaroen nog 'Ten velde' spelen, maar uiteindelijk ging ook hij liever veilig ver weg van mij en de organist, en ver weg van iedereen, helemaal vooraan achter het altaar het beste van zichzelve staan geven.
De bloemen bij dit afscheid waren ontegensprekelijk prachtig. De teksten erg mooi en prima gekozen. De persoonlijke getuigenissen warm, hartelijk, af en toe zelfs ontzettend grappig en helemaal niet oeverloos lang. En zowel de hartelijke priester als de uitvaartbegeleiders deden er werkelijk alles aan om de beperkingen door het woekerende virus enigszins aanvaardbaar te maken. Maar die extra triestesse, die als bijna tastbaar in de lucht over alles heen hing door het verplicht achterwege laten van zoveel warme gebaren, het ontbreken van elke vorm van warme genegenheid, de letterlijk afstand..., ze brak werkelijk m'n hart. Dat staat voor altijd kil en koud in m'n geheugen gegrift, vrees ik...
Gelukkig mocht de muziek nog wel! En een overdosis muziek zelfs. Al had ze er zowat elke wet in dit landje voor moeten breken, de toegewijde weduwe moest en zou massa's muziek bij het afscheid van haar beminde levenspartner. En die muziek, ze was er. Ondanks alle restricties -met wijsheid opgelegd door zij die het kunnen weten, of door onze hartstochtelijk het leven en de gezondheid minnende zelf- hebben we de kerk, meer dan ooit gepassioneerd en gedreven, gevuld met prachtige klanken. Klanken die troost brachten waar aanraking achterwege moest blijven... En dat vervult mijn zangeressenhart met mateloze vreugde en oprechte dankbaarheid. ♥️
Maar de opgelegde maatregels bij de wereldwijde pandemie maakten deze afscheidsdienst bijzonder memorabel. Nu woonde ik in heel mijn lange carrière als uitvaartzangeres al wel vaker uitvaarten mee om nooit meer te vergeten, en ook deze zou op zich, zonder al het gedoe, al hoog in dat gedenkwaardig lijstje scoren; door alle extra's erom heen, extra's die er eigenlijk niks mee te maken hadden, werd het een meer dan beklijvende gebeurtenis.
De hele afgelopen week was er, met een klein hartje, telefonisch contact heen en weer geweest tussen mij en de begrafenisondernemer, om te checken wat er door de steeds striktere bepalingen van de muzikale wensen nog mogelijk bleef. En tegen alle verwachtingen in reed ik zaterdagochtend, netjes opgekleed zoals gewoonlijk, doch eveneens voorzien van mondmasker en handschoenen, dan toch met de fiets richting kerk. De stralende zon had verraderlijk warm geleken, zo vanachter het venster. Ik rilde in m'n chique lange jas en de snijdende wind deed m'n ogen tranen. En toch genoot ik. Even buiten, in de frisse lucht, even stevig doortrappen op de fiets, niets dan lege straten en rust. Geen sterveling te bespeuren en alleen geparkeerde auto's. Een soort 'autoloze zondag' dus, maar dan zonder mensen. Als ik heel breed -en een beetje getikt- heen en weer had willen zigzaggen over de vier rijstroken én de middenberm met de tramsporen, dan had ik dat eigenlijk gewoon kunnen doen... Heerlijk dus. Ik arriveerde dan ook, weliswaar een beetje bibberend en met wat uitgelopen mascara, met een bijzonder brede glimlach op m'n gezicht aan de kerk.
En toen werd het ernst. Uiteraard geen handjes schudden. De begrafenisondernemer en het personeel begroetten me met een strakke buiging, die ik dan -wat moet je al anders- maar met een gelijkaardig gebaar beantwoordde. Tussen de paar aanwezigen, op dat vroege moment een uur voor de dienst, ten allen tijde, als was het onzichtbaar afgemeten, een minimum afstand van 2 meter. Het voelde wat leeg en koud aan.
M'n organist was er al en schoot meteen overeind vanachter het orgel bij mijn binnenkomst op het hoogzaal. Niet om me te begroeten zoals gewoonlijk, maar om zich zo ver mogelijk uit m'n buurt te haasten. Hij had in afwachting van mijn komst zowel de reling van de trap, als de klinken van het deurtje en de balustrade van het hoogzaal, en tot slot de hele speeltafel van het orgel, uiteraard vooral en met extra aandacht ál de klavieren en toetsen, intensief schoongemaakt met desinfecterende vochtige doekjes. Om zeker en vast geen microben van mij op te pikken bracht hij zelf alle nodige partituren mee. Wat uitzonderlijk is, want da's iets waar ik normaal gezien steeds voor zorg. Vraag maar aan al m'n begeleiders. De hele mis lang voerden we een eigenaardig soort dansje uit: tussen ons sowieso steeds de maximum mogelijke afstand, en bewoog ik naar links, dan schoof hij aan zijn kant van de kleine ruimte mee in hetzelfde tempo naar zijn linkerkant. Converseren tijdens de plechtigheid deden we op papier: ik schreef iets neer, legde het op een stoel en verplaatste me er zo ver mogelijk vandaan. Hij wachtte tot ik mezelf ruim genoeg verwijderd had, trad dan naar voor, las zonder ook maar iets aan te raken de genoteerde boodschap en beantwoordde die in gebarentaal. De hele situatie had zo in één of andere dolkomische Monty Pythonachtige film kunnen passen, maar het maakte me ook nogal triest. Samen heel alleen. Of zo iets.
Beneden ons, in de kerk, ging het er al net zo aan toe. Men mocht het stoffelijk overschot slechts met een hoofdknik begroeten, geen kruisjes met het wijwaterkwastje dus. De sympathieke, warme dame, die hier vandaag definitief afscheid nam van haar geliefde echtgenoot, moest het stellen met enkele woorden van troost en bemoediging vanop een afstand, terwijl ze moederziel alleen op twee meter van de kist stond. Geen knuffels, geen zoenen, geen innige omhelzingen en andere troostende aanrakingen. Veel eenzamer kan iets er volgens mij echt niet uit zien... De ceremoniemeesters plaatsten de schaarse aanwezigen -een week geleden verwachtte de weduwe nog vele honderden mensen, doch zowat iedereen had systematisch om veiligheidsoverwegingen afgebeld- met telkens zowel een stoel als een rij tussen hen in verspreid over de ruimte. Dertig, misschien veertig personen schat ik, maar zo 'breed uitgesmeerd' leek het wel een full house. Bij de offergang hield men zich zodanig netjes aan de afstandsregeling dat ik blij was hiervoor, een beetje tegen beter weten in -maar ook hier: better safe than sorry-, tóch twee behoorlijk lange muziekstukken voorzien had. 't Was maar nét genoeg!
De beste vriend van de overledene zou in eerste instantie aan het eind van de uitvaart van bovenop het hoogzaal op z'n klaroen nog 'Ten velde' spelen, maar uiteindelijk ging ook hij liever veilig ver weg van mij en de organist, en ver weg van iedereen, helemaal vooraan achter het altaar het beste van zichzelve staan geven.
De bloemen bij dit afscheid waren ontegensprekelijk prachtig. De teksten erg mooi en prima gekozen. De persoonlijke getuigenissen warm, hartelijk, af en toe zelfs ontzettend grappig en helemaal niet oeverloos lang. En zowel de hartelijke priester als de uitvaartbegeleiders deden er werkelijk alles aan om de beperkingen door het woekerende virus enigszins aanvaardbaar te maken. Maar die extra triestesse, die als bijna tastbaar in de lucht over alles heen hing door het verplicht achterwege laten van zoveel warme gebaren, het ontbreken van elke vorm van warme genegenheid, de letterlijk afstand..., ze brak werkelijk m'n hart. Dat staat voor altijd kil en koud in m'n geheugen gegrift, vrees ik...
Gelukkig mocht de muziek nog wel! En een overdosis muziek zelfs. Al had ze er zowat elke wet in dit landje voor moeten breken, de toegewijde weduwe moest en zou massa's muziek bij het afscheid van haar beminde levenspartner. En die muziek, ze was er. Ondanks alle restricties -met wijsheid opgelegd door zij die het kunnen weten, of door onze hartstochtelijk het leven en de gezondheid minnende zelf- hebben we de kerk, meer dan ooit gepassioneerd en gedreven, gevuld met prachtige klanken. Klanken die troost brachten waar aanraking achterwege moest blijven... En dat vervult mijn zangeressenhart met mateloze vreugde en oprechte dankbaarheid. ♥️
maandag 13 januari 2020
Vernieuwd zicht naar buiten.
Alle planten, ál die ontelbare potten, moesten tijdelijk van het terras af, het muurtje over en de tuin in getild voor de komende werkzaamheden. En je kan je wel voorstellen dat het ook binnen een hels karwei was om het vele groen voorlopige even uit de weg te krijgen.
Eigenlijk wel grappig trouwens: door heel die groenverhuizing constateerde ik meteen ook da'k al jaren overschot van gelijk heb, elke keer ik zeg: "Als ge alle planten uit m'n huis verwijdert, dan staat hier nog bitter weinig!..."
Ook de kamerhoge kattenkrabpalen en de loodzware eindeloos lange en brede gordijnen moesten er aan geloven. Absoluut alles eraf en opzij! 'k Had er dik drie dagen m'n bezigheid mee, en mijne nek, die kon er echt niet mee lachen, daar moogt ge zeker van zijn. Aiaiai!
Maar!... dat gesleep en gesleur, heel die verhuis en zelfs die nekpijn, 't was allemaal voor een bijzonder goed doel: veel eerder dan gedacht zouden de heren arbeiders van de glazenmakerij, al was het reeds half november, toch mijn nieuwe ruiten al komen installeren! Iets waar er, zoveel jaar geleden, ook geen budget meer was bij die allereerste renovatie: al de enorme ramen hier, in elke kamer van mijn appartement, werden voorzien van dubbel hoog rendementsglas, helemaal conform de nieuwe wetgeving. Ik mocht er achteraf zelfs nog een premie voor aanvragen.
Het was de ochtend van de grote werkzaamheden nog eventjes hartverscheurend lastig om m'n twee, er niets van begrijpende en daardoor zeer angstige, poezenbeestjes voor hun eigen veiligheid in de achterste rommelkamer opgesloten te krijgen. Maar het lukte en ik slaakte een zucht van opluchting. Oef, al één zorg minder. Mijn schatjes zou alvast niks overkomen.
Netjes om 8 uur parkeerde de kleine vrachtwagen voor de ingang van het gebouw, en de vier goed ingeduffelde werkmannen gingen zonder één seconde te verliezen meteen aan de slag. In minder dan een uur tijd haalden ze ongelofelijk vlot alle oude ruiten uit de kaders. Alleen het raam van de slaapkamer werkte niet echt mee: de binnenste helft van het oude dubbele glas brak met een zachte plof in honderd stukken. Dat bemoeilijkte merkelijk het verwijderen van het glas. En... o, ramp... héél m'n slaapkamer, inclusief m'n bed, onder de splinters!...
Daarna begon het oorverdovend getimmer en gekap om de bijna veertig jaar oude bevestigingslijm, antieke silicone, of wat het ook was, verwijderd te krijgen en de houten kaders voor te bereiden op het nieuwe glas. Klaarblijkelijk helemaal geen simpel klusje. Vroeger bouwde men de dingen voor een eeuw en drie dagen, zoveel is duidelijk. Er werd dan ook serieus op gesakkerd en het steenachtige scherpe puin vloog in het rond. Ik zag het met lede ogen aan. Niemand had mij verwittigd van de impact van deze ruitenwissel. Niets in m'n huis was afgedekt of op een andere manier beschermd tegen al dat wegspringend puin en die dikke wolken rondvliegend stof. Elke kamer van m'n huis zag er binnen de kortste keren uit als een soort groezelig vervallen krot. Zetels, kussens, tapijten, kasten, boeken, cd's, de computer, de planten, de tafel en stoelen, al m'n beddengoed... De brokjes steenharde silicone, fijne glassplinters en bijhorend stof bedekten absoluut álles. Tot zelfs ín de printer lag het! Twee weken na datum vond ik met regelmaat links en rechts nóg van die rommel terug, ergens in een plooi van de zetel of onder een kast. Nee, grappig was wel anders...
Al bij al heeft het ook voor de werkmannen veel langer geduurd dan gepland, maar na nog een paar uur in een erg koud huis, zo helemaal open en aan de elementen overgeleverd zonder enige venster, en -uiteraaaard- met ook nog een lunchpauze voor de heren (terwijl ik niet eens m'n keuken in kon voor een kopje koffie of zo, en dus maar gelaten wachtte bibberend onder een dekentje in de zetel...) zijn al de nieuwe ruiten toch netjes op hun plaats geraakt in al die oude houten kaders. Oef. Alleen het slaapkamerraam, dat moest natuurlijk toch weer even eigenwijs dwarsliggen, met nog meer gekap en gevijl, en de bijhorende houtsplinters en puin in m'n bed, als resultaat, maar ook dat is uiteindelijk prima in orde gekomen.
En, u zag het al aankomen, al doodop van die vele koude uren mocht ik nog héél m'n kot beginnen opkuisen. Eindeloos puin ruimen, stofzuigen, uitkloppen, schoon vegen, afwassen, dweilen...-, 't bed aftrekken, ál het beddengoed en de poezendekentjes in de was doen, 't bed terug opdekken, ondertussen elk stuk meubilair en iedere plant terug op hun plaats schuiven... Zelfs de ontelbare hoeveelheid terraspotten werd nog snel holderdebolder in het donker van de nacht terug over het muurtje gehesen. Tot slot, nog eens zovele uren later en totaal gebroken, kon ik dan eindelijk m'n lieve viervoetige huisgenootjes weer bevrijden uit hun achterkamerarrest, en mezelf in bad en vervolgens in bed leggen. Ruw geschat geloof ik dat m'n lijf toch zeker een tweetal week nodig gehad heeft om enigszins weer op z'n plooi te geraken...
Maar... toen ik, de volgende dag reeds, achter m'n bureautje zat en door de weliswaar nog ongewassen nieuwe ruiten naar buiten keek, en dus voor het eerst na zes jaar niet meer door de ondertussen vertrouwde 'bloemen' van het oude kapotte dubbele glas, leek er tussen mij en de geliefde vogeltjes vlak voor me op het terras plots -tot mijn eigen ontzettend grote verbazing- precies geen enkele barrière meer te zijn! Wauw, dat nieuwe glas, wat een effect!
't Heeft dus even stevig 'door een zure appel heen moeten bijten' geweest, maar de nieuwe ruiten zijn een feit, en ook nog eens zoveel sneller dan ik ooit had durven dromen. Links en rechts moet er nog wat silicone bijgewerkt worden, en al het houtwerk schreeuwt nu natuurlijk om een schuurbeurt en een propere nieuwe laag witte lakverf, maar dat zijn klusjes voor komende lente of zomer. We zien wel. Gene stress. Ondertussen heb ik het leed van die ene intens zware en behoorlijk schrikwekkende dag, positief en optimistisch als ik ben, gelukkig al lang weer achter me kunnen laten, en ik geniet nu zalig van een, letterlijk, extra warme thuis met op de koop toe een geweldig vernieuwd uitzicht naar buiten! 💚
Eigenlijk wel grappig trouwens: door heel die groenverhuizing constateerde ik meteen ook da'k al jaren overschot van gelijk heb, elke keer ik zeg: "Als ge alle planten uit m'n huis verwijdert, dan staat hier nog bitter weinig!..."
Ook de kamerhoge kattenkrabpalen en de loodzware eindeloos lange en brede gordijnen moesten er aan geloven. Absoluut alles eraf en opzij! 'k Had er dik drie dagen m'n bezigheid mee, en mijne nek, die kon er echt niet mee lachen, daar moogt ge zeker van zijn. Aiaiai!
Maar!... dat gesleep en gesleur, heel die verhuis en zelfs die nekpijn, 't was allemaal voor een bijzonder goed doel: veel eerder dan gedacht zouden de heren arbeiders van de glazenmakerij, al was het reeds half november, toch mijn nieuwe ruiten al komen installeren! Iets waar er, zoveel jaar geleden, ook geen budget meer was bij die allereerste renovatie: al de enorme ramen hier, in elke kamer van mijn appartement, werden voorzien van dubbel hoog rendementsglas, helemaal conform de nieuwe wetgeving. Ik mocht er achteraf zelfs nog een premie voor aanvragen.
Het was de ochtend van de grote werkzaamheden nog eventjes hartverscheurend lastig om m'n twee, er niets van begrijpende en daardoor zeer angstige, poezenbeestjes voor hun eigen veiligheid in de achterste rommelkamer opgesloten te krijgen. Maar het lukte en ik slaakte een zucht van opluchting. Oef, al één zorg minder. Mijn schatjes zou alvast niks overkomen.
Netjes om 8 uur parkeerde de kleine vrachtwagen voor de ingang van het gebouw, en de vier goed ingeduffelde werkmannen gingen zonder één seconde te verliezen meteen aan de slag. In minder dan een uur tijd haalden ze ongelofelijk vlot alle oude ruiten uit de kaders. Alleen het raam van de slaapkamer werkte niet echt mee: de binnenste helft van het oude dubbele glas brak met een zachte plof in honderd stukken. Dat bemoeilijkte merkelijk het verwijderen van het glas. En... o, ramp... héél m'n slaapkamer, inclusief m'n bed, onder de splinters!...
Daarna begon het oorverdovend getimmer en gekap om de bijna veertig jaar oude bevestigingslijm, antieke silicone, of wat het ook was, verwijderd te krijgen en de houten kaders voor te bereiden op het nieuwe glas. Klaarblijkelijk helemaal geen simpel klusje. Vroeger bouwde men de dingen voor een eeuw en drie dagen, zoveel is duidelijk. Er werd dan ook serieus op gesakkerd en het steenachtige scherpe puin vloog in het rond. Ik zag het met lede ogen aan. Niemand had mij verwittigd van de impact van deze ruitenwissel. Niets in m'n huis was afgedekt of op een andere manier beschermd tegen al dat wegspringend puin en die dikke wolken rondvliegend stof. Elke kamer van m'n huis zag er binnen de kortste keren uit als een soort groezelig vervallen krot. Zetels, kussens, tapijten, kasten, boeken, cd's, de computer, de planten, de tafel en stoelen, al m'n beddengoed... De brokjes steenharde silicone, fijne glassplinters en bijhorend stof bedekten absoluut álles. Tot zelfs ín de printer lag het! Twee weken na datum vond ik met regelmaat links en rechts nóg van die rommel terug, ergens in een plooi van de zetel of onder een kast. Nee, grappig was wel anders...
Al bij al heeft het ook voor de werkmannen veel langer geduurd dan gepland, maar na nog een paar uur in een erg koud huis, zo helemaal open en aan de elementen overgeleverd zonder enige venster, en -uiteraaaard- met ook nog een lunchpauze voor de heren (terwijl ik niet eens m'n keuken in kon voor een kopje koffie of zo, en dus maar gelaten wachtte bibberend onder een dekentje in de zetel...) zijn al de nieuwe ruiten toch netjes op hun plaats geraakt in al die oude houten kaders. Oef. Alleen het slaapkamerraam, dat moest natuurlijk toch weer even eigenwijs dwarsliggen, met nog meer gekap en gevijl, en de bijhorende houtsplinters en puin in m'n bed, als resultaat, maar ook dat is uiteindelijk prima in orde gekomen.
En, u zag het al aankomen, al doodop van die vele koude uren mocht ik nog héél m'n kot beginnen opkuisen. Eindeloos puin ruimen, stofzuigen, uitkloppen, schoon vegen, afwassen, dweilen...-, 't bed aftrekken, ál het beddengoed en de poezendekentjes in de was doen, 't bed terug opdekken, ondertussen elk stuk meubilair en iedere plant terug op hun plaats schuiven... Zelfs de ontelbare hoeveelheid terraspotten werd nog snel holderdebolder in het donker van de nacht terug over het muurtje gehesen. Tot slot, nog eens zovele uren later en totaal gebroken, kon ik dan eindelijk m'n lieve viervoetige huisgenootjes weer bevrijden uit hun achterkamerarrest, en mezelf in bad en vervolgens in bed leggen. Ruw geschat geloof ik dat m'n lijf toch zeker een tweetal week nodig gehad heeft om enigszins weer op z'n plooi te geraken...
Maar... toen ik, de volgende dag reeds, achter m'n bureautje zat en door de weliswaar nog ongewassen nieuwe ruiten naar buiten keek, en dus voor het eerst na zes jaar niet meer door de ondertussen vertrouwde 'bloemen' van het oude kapotte dubbele glas, leek er tussen mij en de geliefde vogeltjes vlak voor me op het terras plots -tot mijn eigen ontzettend grote verbazing- precies geen enkele barrière meer te zijn! Wauw, dat nieuwe glas, wat een effect!
't Heeft dus even stevig 'door een zure appel heen moeten bijten' geweest, maar de nieuwe ruiten zijn een feit, en ook nog eens zoveel sneller dan ik ooit had durven dromen. Links en rechts moet er nog wat silicone bijgewerkt worden, en al het houtwerk schreeuwt nu natuurlijk om een schuurbeurt en een propere nieuwe laag witte lakverf, maar dat zijn klusjes voor komende lente of zomer. We zien wel. Gene stress. Ondertussen heb ik het leed van die ene intens zware en behoorlijk schrikwekkende dag, positief en optimistisch als ik ben, gelukkig al lang weer achter me kunnen laten, en ik geniet nu zalig van een, letterlijk, extra warme thuis met op de koop toe een geweldig vernieuwd uitzicht naar buiten! 💚
zaterdag 14 januari 2017
Mobiel gevaar.
In de vrieslucht van de vroege nog donkere ochtend stonden we, weer maar eens, tevergeefs te wachten op de tram. Aan de per minuut toenemende ontevreden geluiden was duidelijk te horen dat het geduld van m'n hoestende en niezende medereizigers richting stad stilaan ook ten einde was.
En zoals dat dan gaat: toen eindelijk in de verte het verlossende vertrouwde silhouet met het felle schijnsel der koplampen verscheen zagen we niet slechts één maar meteen twee trams, vlak achter elkaar, onze richting uit te komen.
Opgelucht omdat ik nu, zij het nipt, nog op tijd op m'n werk zou raken en dankbaar te kunnen ontdooien in de warmte van het voertuig plofte ik, achteraan in de tram waar nog ruim plaats was, met een zucht neer, met m'n gezicht naar de achterkant gericht. 'Achteruit rijden' is voor mij geen enkel probleem. Soms doe ik het zelfs opzettelijk omdat het weer eens een totaal ander beeld geeft van een vertrouwde, elke dag bijna identieke reisroute. En afwisseling is gewoon leuk.
Vanop m'n comfortabel warm zitje keek ik dus op het zo goed als lege voertuig achter ons. Het licht van de koplampen dat tegen de wanden van de metrotunnels scheen maakte deze rit extra boeiend voor mij. Je ziet zoveel meer van die anders zo duistere mollengangen, en dat vind ik interessant.
Het was me ondertussen ook al opgevallen dat de chauffeur van de tram achter ons, zo in de 'achtervolging' en met bijna geen passagiers, een vermoedelijk erg saaie rit reed, want hij zat wat afwezig, met z'n mobiele telefoon in de hand, achter z'n stuur voor zich uit te staren.
Bij elke halte stopte hij vlak achter ons reeds stilstaand voertuig en reden wij hem vervolgens weer een eindje los bij het verder zetten van de reisweg. En dat ging goed... tot aan halte Elisabeth.
Je hebt het vast ook wel eens meegemaakt dat je wéét wat er onvermijdelijk staat te gebeuren en je dat als in een soort vertraagde film bijna lijdzaam ondergaat. Zo ging het ook op dat moment. De combinatie van de snelheid van het tramstel en de volledig in z'n sms opgaande en dus totaal onoplettende bestuurder deden me mezelf schrap zetten voor wat er in de volgende seconden onafwendbaar zou geschieden...
BAM!!!
Tram 2 ramde met een aanzienlijke vaart, en dus ook met een serieuze dreun, de achterkant van tram 1. Er ging een schokgolf door het voertuig en enkele in- en uitstappende passagiers verloren hun evenwicht, terwijl iedereen zich duidelijk schrokken luid en wat angstig afvroeg wat er gebeurde. Zelfs als je het, zoals ik, ziét aankomen is zoiets nog behoorlijk verschieten!
De beide chauffeurs stapten allebei verrassend relaxed uit om de schade te bekijken. De dame naast mij vroeg zich half grappend af of er nu ook wederzijdse verzekeringsdocumenten getekend zouden worden. Maar niets van dat. Alsof het een banaal en alledaags voorvalletje was besloten ze, zonder er veel woorden aan vuil te maken, dat de blutsen in de bumpers en de glasscherven van gebroken lampen de moeite niet waard waren en geen enkel probleem vormden. Er werd -niets gebeurd, niets aan de hand- gewoonweg verder gereden, zij het plots met toch wel opvallend vele meters afstand tussen de voertuigen in...
De ogenschijnlijke onbelangrijkheid van hele historie deed me even denken dat ik het me inbeeldde, maar m'n pijnlijke nek de rest van de dag verzekerde me dat deze stevige bots wel degelijk plaats gevonden had...
Weet je, er zijn al zoveel campagnes geweest om mensen er van te overtuigen dat het gevaarlijk is om je mobiele telefoon te bezigen tijdens het besturen van een voertuig, en toch zie je het nog alle dagen, en overal. Echt niet veilig. En dat is dus zélfs van toepassing als je wielen op 2 rails staan en nergens anders heen gaan dan vooruit...
'k Ben blij dat 't dit trambotsingske geen ergere gevolgen had, maar sta me toe van de gelegenheid gebruik te maken het iedereen toch nog maar eens op het hart te drukken, zodat zowel jullie als jullie gezin, alle mogelijke passagiers en iedere andere weggebruiker veilig en wel kunnen toekomen waar ze moeten zijn: laat je 'mobieltje' voor wat het is als je 'mobiel' onderweg bent!... ;-)
En zoals dat dan gaat: toen eindelijk in de verte het verlossende vertrouwde silhouet met het felle schijnsel der koplampen verscheen zagen we niet slechts één maar meteen twee trams, vlak achter elkaar, onze richting uit te komen.
Opgelucht omdat ik nu, zij het nipt, nog op tijd op m'n werk zou raken en dankbaar te kunnen ontdooien in de warmte van het voertuig plofte ik, achteraan in de tram waar nog ruim plaats was, met een zucht neer, met m'n gezicht naar de achterkant gericht. 'Achteruit rijden' is voor mij geen enkel probleem. Soms doe ik het zelfs opzettelijk omdat het weer eens een totaal ander beeld geeft van een vertrouwde, elke dag bijna identieke reisroute. En afwisseling is gewoon leuk.
Vanop m'n comfortabel warm zitje keek ik dus op het zo goed als lege voertuig achter ons. Het licht van de koplampen dat tegen de wanden van de metrotunnels scheen maakte deze rit extra boeiend voor mij. Je ziet zoveel meer van die anders zo duistere mollengangen, en dat vind ik interessant.
Het was me ondertussen ook al opgevallen dat de chauffeur van de tram achter ons, zo in de 'achtervolging' en met bijna geen passagiers, een vermoedelijk erg saaie rit reed, want hij zat wat afwezig, met z'n mobiele telefoon in de hand, achter z'n stuur voor zich uit te staren.
Bij elke halte stopte hij vlak achter ons reeds stilstaand voertuig en reden wij hem vervolgens weer een eindje los bij het verder zetten van de reisweg. En dat ging goed... tot aan halte Elisabeth.
Je hebt het vast ook wel eens meegemaakt dat je wéét wat er onvermijdelijk staat te gebeuren en je dat als in een soort vertraagde film bijna lijdzaam ondergaat. Zo ging het ook op dat moment. De combinatie van de snelheid van het tramstel en de volledig in z'n sms opgaande en dus totaal onoplettende bestuurder deden me mezelf schrap zetten voor wat er in de volgende seconden onafwendbaar zou geschieden...
BAM!!!
Tram 2 ramde met een aanzienlijke vaart, en dus ook met een serieuze dreun, de achterkant van tram 1. Er ging een schokgolf door het voertuig en enkele in- en uitstappende passagiers verloren hun evenwicht, terwijl iedereen zich duidelijk schrokken luid en wat angstig afvroeg wat er gebeurde. Zelfs als je het, zoals ik, ziét aankomen is zoiets nog behoorlijk verschieten!
De beide chauffeurs stapten allebei verrassend relaxed uit om de schade te bekijken. De dame naast mij vroeg zich half grappend af of er nu ook wederzijdse verzekeringsdocumenten getekend zouden worden. Maar niets van dat. Alsof het een banaal en alledaags voorvalletje was besloten ze, zonder er veel woorden aan vuil te maken, dat de blutsen in de bumpers en de glasscherven van gebroken lampen de moeite niet waard waren en geen enkel probleem vormden. Er werd -niets gebeurd, niets aan de hand- gewoonweg verder gereden, zij het plots met toch wel opvallend vele meters afstand tussen de voertuigen in...
De ogenschijnlijke onbelangrijkheid van hele historie deed me even denken dat ik het me inbeeldde, maar m'n pijnlijke nek de rest van de dag verzekerde me dat deze stevige bots wel degelijk plaats gevonden had...
Weet je, er zijn al zoveel campagnes geweest om mensen er van te overtuigen dat het gevaarlijk is om je mobiele telefoon te bezigen tijdens het besturen van een voertuig, en toch zie je het nog alle dagen, en overal. Echt niet veilig. En dat is dus zélfs van toepassing als je wielen op 2 rails staan en nergens anders heen gaan dan vooruit...
'k Ben blij dat 't dit trambotsingske geen ergere gevolgen had, maar sta me toe van de gelegenheid gebruik te maken het iedereen toch nog maar eens op het hart te drukken, zodat zowel jullie als jullie gezin, alle mogelijke passagiers en iedere andere weggebruiker veilig en wel kunnen toekomen waar ze moeten zijn: laat je 'mobieltje' voor wat het is als je 'mobiel' onderweg bent!... ;-)
dinsdag 6 december 2016
Zaligmakende muzikale zondag.
Bibberend in m'n warme winterjas trok ik m'n dikke sjaal nog wat strakker en hoger rond m'n nek. 'Min 2' wist de thermometer me te vertellen toen ik afgelopen zondagochtend met tegenzin m'n huis verliet. Bijzonder onaangenaam nieuws had me de vrijdag daarvoor emotioneel en fysiek totaal tot moes geslagen, en sindsdien voelde ik me kotsmisselijk en depri. Mezelf uit de veilige omarming van het warme bed wringen en klaarstomen om een concertmis te zingen was dan ook een hele opgave. Maar, weliswaar een pak later dan ik oorspronkelijk voor ogen had, reed ik, als een sardientje in een blikje schommelend tussen de talloze gezinnen met uitgelaten kinderen -onderweg naar de Sinterklaasshow in het Sportpaleis natuurlijk- en de vele enthousiaste warm ingeduffelde shoppers -onderweg naar de Meir voor de 'Koopzondag' uiteraard- met de tram richting stad, richting Sint-Walburgis.
Het licht van de koude winterzon door de veelkleurige glasramen van de al lekker warme kerk verwelkomde me hartelijk, maar de stemming zat er nog niet in. Ik kan me niet herinneren dat er ooit zo nog eens een moment was waarop ik niet van blijdschap op en neer stond te springen met het vooruitzicht weer eens heerlijk voluit m'n grote klep te mogen open zetten... Maar zondagochtend dus: totaal geen fut of goesting, heel simpel en gewoon, en zonder enige vorm van drama. Een vreemd soort berusting en gelatenheid.
Het eerste nummer koste dan ook bijzonder veel moeite, faliekant weinig lucht in m'n longen, als leeg geknepen, helemaal op... Moedeloosheid overmande me. Tot, daar vlak naast me op het hoogzaal, het kerkkoor begon te zingen!
Ik geloof niet dat een 'Kyrie' me ooit zo weldoende in de oren geklonken heeft. En toen -tot m'n grote verrassing, en ik vond het al zo mooi- die 15 enthousiaste mannen en vrouwen vervolgens ook nog eens naadloos over gingen naar een perfecte meerstemmigheid verblijde het vrolijke kleurenspel van de zonnestralen niet alleen de hele kerk maar ook een stukje van m'n hart. Ik rechtte m'n rug, ademde een paar maal heel diep, voelde mezelf van m'n kruin tot m'n tenen weer wat tot leven komen en... zong de pannen van het dak. Niet alleen organist Jan Noordzij trok vol vuur en vervoering alle registers van z'n instrument open, daar op die koude 2e adventszondag in Antwerpen, als u begrijpt wat ik bedoel... hihihi
Met volle teugen genoot ik van het orgelspel, van al die blije musicerende mensen om me heen, van die sympathieke en bijzonder fraai zingende pastoor -chapeau!-, van een verre van oubollige misviering, zo ongedwongen, ongekunsteld en als vanzelfsprekend vlot begrijpbaar en volledig up to date. En de verrassende aanwezigheid van één speciale vriendin tussen de kerkgangers maakte de in mij terugkerende vreugde helemaal af.
De oprechte warmte en genegenheid die van iedereen uit ging en achteraf bij een dampend hete kop koffie de gezellige babbels -bol staande van felicitaties aan mijn adres, ideetjes voor 'meer-van-dat' en ongeveinsde interesse- deden elke soort van 'koude' langzaam wegsmelten.
Het had kunnen volstaan, zo'n fijne zondagochtend, zeker weten, maar de dag had nog meer voor me in petto. Een stel absoluut geweldige vrienden -en ook trouwe hevige fans- troonden me opgetogen mee naar een voorstelling waarvan zij vonden dat ik ze absoluut moest zien. En ze hadden overschot van gelijk!
Pol Goossens -jawel, die van 'Thuis'- las op een meer dan ontroerende wijze de 'Driekoningentryptiek' -misschien beter door u gekend als 'En waar de sterre bleef stille staan'- van Felix Timmermans aan ons voor, afgewisseld met fabelachtige muzikale intermezzo's van een engelachtige harpiste en van het Casino Brass Ensemble, die op werkelijk schitterende wijze en met uitsluitend koperinstrumenten delen uit 'De Notenkraker' van Tsjaikovski speelden. Zo virtuoos, zo warm, zo hemels, zo wonderbaarlijk, zo intens 'kerst'... 'k Miste zelfs niet één seconde een snaar- of enig ander orkestinstrument.
Glimlachend van oor tot oor, vervuld van eindelijk weer wat verloren gewaande kerstsfeer en het zalige ietwat tipsy gevoel door die goddelijk smakende trappist van Westmalle achteraf werd ik aan het einde van deze bijzonder muzikale en muzikaal bijzondere dag veilig en wel terug naar huis gebracht.
Het zal nog wel een tijdje duren voor ik opnieuw geheeld ben van alle narigheid, maar één ding is zeker: de tomeloze kracht van muziek in al z'n vormen blijkt -nog maar eens en nog steeds- een onuitputtelijk bruisende bron van energie, vitaliteit en vreugde, en ook van troost voor me te zijn. Zelfs als ik dat, hoe vreemd dit ook mag klinken, weer eens even volslagen vergeten ben...
Aan al die uitermate boeiende mensen die afgelopen zondag voor mij transformeerden van -letterlijk en figuurlijk- berekoud tot zaligmakend: dank u wel! <3
Het licht van de koude winterzon door de veelkleurige glasramen van de al lekker warme kerk verwelkomde me hartelijk, maar de stemming zat er nog niet in. Ik kan me niet herinneren dat er ooit zo nog eens een moment was waarop ik niet van blijdschap op en neer stond te springen met het vooruitzicht weer eens heerlijk voluit m'n grote klep te mogen open zetten... Maar zondagochtend dus: totaal geen fut of goesting, heel simpel en gewoon, en zonder enige vorm van drama. Een vreemd soort berusting en gelatenheid.
Het eerste nummer koste dan ook bijzonder veel moeite, faliekant weinig lucht in m'n longen, als leeg geknepen, helemaal op... Moedeloosheid overmande me. Tot, daar vlak naast me op het hoogzaal, het kerkkoor begon te zingen!
Ik geloof niet dat een 'Kyrie' me ooit zo weldoende in de oren geklonken heeft. En toen -tot m'n grote verrassing, en ik vond het al zo mooi- die 15 enthousiaste mannen en vrouwen vervolgens ook nog eens naadloos over gingen naar een perfecte meerstemmigheid verblijde het vrolijke kleurenspel van de zonnestralen niet alleen de hele kerk maar ook een stukje van m'n hart. Ik rechtte m'n rug, ademde een paar maal heel diep, voelde mezelf van m'n kruin tot m'n tenen weer wat tot leven komen en... zong de pannen van het dak. Niet alleen organist Jan Noordzij trok vol vuur en vervoering alle registers van z'n instrument open, daar op die koude 2e adventszondag in Antwerpen, als u begrijpt wat ik bedoel... hihihi
Met volle teugen genoot ik van het orgelspel, van al die blije musicerende mensen om me heen, van die sympathieke en bijzonder fraai zingende pastoor -chapeau!-, van een verre van oubollige misviering, zo ongedwongen, ongekunsteld en als vanzelfsprekend vlot begrijpbaar en volledig up to date. En de verrassende aanwezigheid van één speciale vriendin tussen de kerkgangers maakte de in mij terugkerende vreugde helemaal af.
De oprechte warmte en genegenheid die van iedereen uit ging en achteraf bij een dampend hete kop koffie de gezellige babbels -bol staande van felicitaties aan mijn adres, ideetjes voor 'meer-van-dat' en ongeveinsde interesse- deden elke soort van 'koude' langzaam wegsmelten.
Het had kunnen volstaan, zo'n fijne zondagochtend, zeker weten, maar de dag had nog meer voor me in petto. Een stel absoluut geweldige vrienden -en ook trouwe hevige fans- troonden me opgetogen mee naar een voorstelling waarvan zij vonden dat ik ze absoluut moest zien. En ze hadden overschot van gelijk!
Pol Goossens -jawel, die van 'Thuis'- las op een meer dan ontroerende wijze de 'Driekoningentryptiek' -misschien beter door u gekend als 'En waar de sterre bleef stille staan'- van Felix Timmermans aan ons voor, afgewisseld met fabelachtige muzikale intermezzo's van een engelachtige harpiste en van het Casino Brass Ensemble, die op werkelijk schitterende wijze en met uitsluitend koperinstrumenten delen uit 'De Notenkraker' van Tsjaikovski speelden. Zo virtuoos, zo warm, zo hemels, zo wonderbaarlijk, zo intens 'kerst'... 'k Miste zelfs niet één seconde een snaar- of enig ander orkestinstrument.
Glimlachend van oor tot oor, vervuld van eindelijk weer wat verloren gewaande kerstsfeer en het zalige ietwat tipsy gevoel door die goddelijk smakende trappist van Westmalle achteraf werd ik aan het einde van deze bijzonder muzikale en muzikaal bijzondere dag veilig en wel terug naar huis gebracht.
Het zal nog wel een tijdje duren voor ik opnieuw geheeld ben van alle narigheid, maar één ding is zeker: de tomeloze kracht van muziek in al z'n vormen blijkt -nog maar eens en nog steeds- een onuitputtelijk bruisende bron van energie, vitaliteit en vreugde, en ook van troost voor me te zijn. Zelfs als ik dat, hoe vreemd dit ook mag klinken, weer eens even volslagen vergeten ben...
Aan al die uitermate boeiende mensen die afgelopen zondag voor mij transformeerden van -letterlijk en figuurlijk- berekoud tot zaligmakend: dank u wel! <3
maandag 31 augustus 2015
Het kleine verschil.
Vanmiddag op weg naar het werk:
- Grote rode paraplu openen, tegen de verschroeiende zonnestralen.
- Van kop tot teen kletsnat en doorweekt, van binnen naar buiten toe, door het onoverkomelijke hevige zweten.
- Flotsch, flatsch, flotsch, natte voeten glibberend in natte sandalen.
- Tot kotsen toe misselijk en met hoofdpijn in de ondragelijk warme bus, met een hete lucht blazende airco.
- Half pakje papieren zakdoekjes opgebruikt om alle vocht op te deppen.
- Munt-en-eucalyptus-bonbons sabbelend om de dorst te lessen.
- Ter plaatse aangekomen: met een ventilator een paar uurtjes rustig en kalm blijven neerzitten en opdrogen.
Vanavond op weg terug naar huis:
- Grote rode paraplu openen, tegen het neergutsende hemelwater.
- Van kop tot teen kletsnat en doorweekt, van buiten naar binnen toe, door de onontkoombare hevige regen.
- Flotsch, flatsch, flotsch, natte voeten glibberend in natte sandalen.
- Van de kou rillend en met een kuchje in de vochtig kille bus, met een ijslucht blazende airco.
- Resterende helft papieren zakdoekjes opgebruikt om alle vocht op te deppen.
- Munt-en-eucalyptus-bonbons sabbelend om de hoest te stillen.
- Ter plaatse aangekomen: met een handdoek een paar uurtjes rustig en kalm blijven neerzitten en opdrogen.
Zon of regen, 't maakt, als je 't zo eens op een rijtje zet, eigenlijk echt niet zoveel verschil. Behalve dan misschien dat eeuwige 'wel of niet die zonnebril'... hihihi ;-)
- Grote rode paraplu openen, tegen de verschroeiende zonnestralen.
- Van kop tot teen kletsnat en doorweekt, van binnen naar buiten toe, door het onoverkomelijke hevige zweten.
- Flotsch, flatsch, flotsch, natte voeten glibberend in natte sandalen.
- Tot kotsen toe misselijk en met hoofdpijn in de ondragelijk warme bus, met een hete lucht blazende airco.
- Half pakje papieren zakdoekjes opgebruikt om alle vocht op te deppen.
- Munt-en-eucalyptus-bonbons sabbelend om de dorst te lessen.
- Ter plaatse aangekomen: met een ventilator een paar uurtjes rustig en kalm blijven neerzitten en opdrogen.
Vanavond op weg terug naar huis:
- Grote rode paraplu openen, tegen het neergutsende hemelwater.
- Van kop tot teen kletsnat en doorweekt, van buiten naar binnen toe, door de onontkoombare hevige regen.
- Flotsch, flatsch, flotsch, natte voeten glibberend in natte sandalen.
- Van de kou rillend en met een kuchje in de vochtig kille bus, met een ijslucht blazende airco.
- Resterende helft papieren zakdoekjes opgebruikt om alle vocht op te deppen.
- Munt-en-eucalyptus-bonbons sabbelend om de hoest te stillen.
- Ter plaatse aangekomen: met een handdoek een paar uurtjes rustig en kalm blijven neerzitten en opdrogen.
Zon of regen, 't maakt, als je 't zo eens op een rijtje zet, eigenlijk echt niet zoveel verschil. Behalve dan misschien dat eeuwige 'wel of niet die zonnebril'... hihihi ;-)
Abonneren op:
Posts (Atom)






