Posts tonen met het label ochtend. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ochtend. Alle posts tonen

zaterdag 13 juli 2019

Kleine gelukjes.

De tram stopte keurig op tijd aan m'n halte en m'n overstappen in de metro sloten absoluut naadloos aan. Exact zoals in de routeplanner uitgestippeld staat. Op elk voertuig was er meer dan ruimte genoeg om uitgebreid en weloverwogen een zitplaatsje te kiezen. De hele rit richting werk verliep dus zonder twijfel volmaakt vlekkeloos. Het te voet overbruggen van de afstand tussen m'n voordeur en de tramhalte, en een dik half uur later tussen de tramhalte en m'n tijdelijke receptie, geschiedde al even rimpelloos. Het was nog redelijk fris, zo vroeg in de ochtend, maar warm genoeg om op 't gemakje langs de straten te wandelen. En de opkomende zon, die van tussen de huizen en bomen kwam piepen, de felblauwe lucht hier en daar inkleurend met onwaarschijnlijke tinten roze en oranje, werkte ijverig mee aan een prima humeur. De vogeltjes floten in het groen en een licht zomers briesje deed de blaadjes van dat groen zachtjes ruisen. Ik begroette een leuk opgewekt hondje, die z'n al wat oudere baasje uit liet, en kreeg zowaar een vriendelijke 'goedemorgen' terug van hen beiden.
Rond de middag braken plots de hemelsluizen open. Allemaal tegelijkertijd. Met een fenomenale hevigheid, en met overtuiging begeleid door het betere orkestwerk van donder en bliksem, zette een ware zondvloed in geen tijd de parking en de omliggende straten volledig blank. Mensen met en zonder paraplu renden er als nietige miertjes kriskras door heen, met een vreemd soort verwarring en nervositeit, zich zo goed mogelijk verschuilend en beschermend, van bomen naar gebouwen verplaatsend en terug. In de veiligheid van m'n kunstmatig geacclimatiseerde -en op dat moment vooral dróge- werkplek stond ik aan het grote raam, afwisselend met m'n mok koffie en een klein stukje boterham in de hand, en bekeek onverstoorbaar sereen het bewegende tafereel aan de andere kant van het glas, zoals een luie kat, het jachten en jagen moe, naar een zacht bubbelend aquarium staart. Steeds iets minder fel dan bij die eerste vlaag herhaalde het hele scenario zich nog een keer of twee gedurende de namiddag.
Exact op het tijdstip dat ik m'n rustige kuiertochtje terug richting tramhalte huiswaarts aanvatte, begon het zonnetje weer van tussen de laatste restjes donderwolken te priemen. De straten, huizen, gazons en alle groenvoorziening er om heen, alles zag er als vers gewassen uit, en zo levendig en kleurrijk ook. De lucht voelde smetteloos zuiver en rook verrukkelijk fris. Zalig om daarmee je longen tot barstens toe te vullen! Het anders al zo overweldigende zwaar zoete parfum van de vele enorme lindebomen geurde zo mogelijk nóg sterker dan alle voorbije dagen. Echt geen ontsnappen aan, maar -gelukkig- ook onbeschrijflijk heerlijk. Mijn alles gretig opsnuivende neus draaide overuren. De zachte grappige zomerbries, die hartroerende herinneringen aan lang vervlogen strandwandelingen bij me opriep, joeg me, met breed flapperende jurk, speels vooruit en zorgde op de hoek van twee straten even voor een onverwacht Marylin Monroe momentje, zij het iets minder sensueel, doch zoveel meer zot stuntelig en vooral bijzonder hilarisch. 
De tram kwam alweer schitterend op tijd, en ook de overstappen verliepen opnieuw fantastisch soepel en zonder ook maar het minste tijdverlies. Afstappen en weer opstappen, afstappen en gelijk weer opstappen. En altijd een goed plekje om zittend -en dus voor mij met het maximaal haalbare comfort- te reizen. In geen tijd stond ik aan m'n persoonlijke eindhalte. De moedereenden met hun kleine spruitjes -de ene familie al wat groter dan de andere; hier nog friemelkleine donsbolletjes, daar al kuikentjes met een beetje tienerneigingen- vrolijkten zonder moeite met hun grappige gepiep en gesnater die laatste meters te voet naar huis op. En thuis, daar wachtten uiteraard die twee zotte pluizebollen van een heel andere 'cat'egorie met ongeduld op mij, om me, bij het openen van de voordeur, met veel poeha en dramatisch poezengedoe super content te onthalen. En, met natuurlijk ook de meer dan duidelijke boodschap: 'Eten, nú!', maar dat neem ik er uiteraard graag bij.
Ja, dat klopt: de onheilspellende, schreeuwende pijn in mijn nek wordt er niet dragelijker of zachter door. En mijn kolossale, niet bij te rusten vermoeidheid zal hiervan niet verminderen. Maar, laat ons wel wezen, die zaken zijn -en blijven- er óók als ik niét meer om me heen kijk, of ophoud me te verwonderen. Of als ik stop met genieten van die zovele kleine, ogenschijnlijk onbelangrijke dingen...
Daarom besluit ik bij deze dus graag, dat gisteren, zeker en vast voor mij althans, simpelweg een fabelachtige, buitengewoon magnifieke dag was. Een dag boor-de-vol kleine gelukjes...
💗😊



woensdag 26 september 2018

Hommeltje geholpen.

De poesjes hapten met het bijhorende gesmikkel en gesmakkel hun ontbijt naar binnen. De drie visjes schrokten, zoals gewoonlijk elkaar de hele tijd uit de weg duwend, hun zeer begeerde vlokjes op. En terwijl de ketel het water voor mijn koffie naar het kookpunt bracht, zette ik ondanks de verrassend koud aanvoelende ochtend toch maar heel even het grote schuifraam open. Een beetje frisse lucht in huis, dat kan nooit kwaad, en daar wordt ge pas echt goed wakker van.
En net toen ik, rillend in m'n roze kamerjas en pyjama, terug richting keuken draaide, viel mijn oog op een klein beetje beweging op een blad van de hanggeranium vlak naast de poezenhor*. Wat in elkaar gedoken hield een kleine hommel zich krampachtig vast aan de rand van het blad. Een minuscuul bruin, bijna kleurloos, ooit schattig donzig bolleke, met een onverzorgd vachtje. Je kon zo zien dat het kleine beestje het lastig had.
Nu weet ik ook wel dat in het najaar alle hommels, behalve de jonge, nieuwe koningin, sterven, maar aangezien ik niet zo direct weet hoeveel verschil er tussen zo'n vorstin en haar onderdanen is -dat zal ik dus dringend eens moeten gaan bestuderen- nam ik geen enkel risico. In verschillende artikels had ik het afgelopen jaar gelezen dat je hommels en bijen die het om de één of andere reden lastig hebben -bijvoorbeeld in het voorjaar, als er nog te weinig bloemen zijn, of na een stevige storm- een groot plezier kan doen met een beetje suikerwater. Daar komen ze snel weer helemaal van op krachten. "Zelfs als dit hommeltje stervende zou zijn, dan mag het een 'zoete' dood zijn", dacht ik bij mezelf en haastte me naar de keuken. Binnen de minuut had ik alles bij elkaar: een beetje handwarm water, een mini schepje suiker, en m'n aller-, allerkleinste theelepeltje. Daarmee moest het lukken!

De hommel schrok zich -terecht, waar zat ik met m'n verstand?!- zowat een hartaanval, toen ik haar, zo nogal ineens, die voor haar meer dan huizenhoge en hemelsbrede lepel onder het hoofdje duwde. Van 't verschieten schoof ze met haar voorste pootjes in het vocht en deinsde dan zo goed en zo kwaad dat ging een stukje achteruit. Een grote druppel suikerwater viel van het lepeltje op het blad en trok een kleverig streepje vooraleer in het midden opgebold tot stilstand te komen en te blijven liggen. Vermoedelijk uit reflex, maar misschien omdat het toch aanlokkelijk rook of zo, poetste het kleine insect de nattigheid van d'r voorpootjes en... was duidelijk blij verrast met wat het proefde. Alsof er een knopje in dat minuscule kopje om ging: plots kwam er een pak meer leven in het pietepeuterig lijfje. Voorzichtig tastend en bedachtzaam onderzoekend volgde de hommel het suikerstreepje op het geraniumblad, onderweg al flink snoepend van de zoetigheid. Bij de druppel aangekomen liet ze alle terughoudendheid varen en likte ze gulzig haar buikje vol aan het suikerwater.
Misschien beeldde ik het me in, maar volgens mij kreeg het hommeltje langzaam weer een beetje kleur en ging ze er opnieuw wat donziger uit zien. Hoe het ook zij, de traktatie deed haar overduidelijk deugd, en daar was ik zelf natuurlijk ook dolblij mee. Nog heel even bleef de hommel op de geranium zitten. Ze poetste bijzonder uitgebreid al haar kleine zwarte pootjes en besteedde extra veel aandacht aan haar glanzende doorzichtige vleugeltjes. Een beetje later, opgewarmd door de eerste zonnestralen, koos ze het luchtruim en vloog zigzaggend de tuin in.

Ja, ik weet het, 'het is maar een hommel' zal je misschien zeggen, maar net zoals ik de enorme kruisspinnen met hun fenomenale spinnenwebben op mijn terras met veel plezier hun gang laat gaan, ze graag bewonder, van hun aanwezigheid geniet en ze af en toe zelfs aanmoedig, zo deed het me nu ontzettend deugd om dit beestje een handje -allé een lepeltje, hé- te helpen. Wie weet is het wel een hommelkoningin en keert ze volgende lente met haar volk terug naar de vele bloemen op mijn terras, waar ik dan ook weer volop van hun zotte vlucht en leuke gebrom zal genieten. Wie weet komt ze zelfs overwinteren in één van m'n insectenhotels, of tussen de speciaal daarvoor neergelegde hoopjes snoeiafval en blaadjes. Zolang ze maar niet in één van die webben vliegt, of door een hongerig meesje opgeschept wordt... 
Och, het is zo zalig, al dat kleine leven tussen m'n planten. Ik ben er dol op! En als hevige supporter en trouwe fan wil je daar gerust een keertje 20 minuutjes in kamerjas en met een lepeltje suikerwater voor op het terras staan bibberen, hoor. Met veel plezier zelfs! 😉


























*Bij mij vind je geen gewone vliegenramen, om insecten allerhande buiten te houden als de vensters open staan, maar wel speciaal door mezelf vervaardigde 'poezenhorren', met een gaas in metaal, en met openingen van ongeveer 1,5 cm², om mijn lieve schatten Poekie en Pompon veilig binnen te houden en ze toch volop van de frisse lucht en alle op de wind meedrijvende geuren te laten genieten. Er is zelfs volop interactie met de passerende, al dan niet bevriende, af en toe enigszins wilde katten uit de buurt. 😊

zondag 8 oktober 2017

Magisch.

Al behoorlijk wakker maar nog verre van bereid de behaaglijke warmte van de knusse kussens en het donzige dekbed te verlaten wentelde ik me op deze rustige zondagochtend in de alom heersende stilte. Niet dat het hier anders niet stil is, maar nu ontbraken ook de geluiden van de af en aan zoemende liften, open- en dichtslaande piepende deuren, het geronk van vertrekkende auto's in de garage en de harde naaldhak-voetstappen op de stenen vloer boven mij. Er waren zelfs geen sanitaire geluiden te registreren. Helemaal niemand nam een bad of trok het toilet door bij het aanbreken van deze dag. Zelfs de anders zo lustig kwetterende meesjes bij de zaadjes en nootjes op het terras waren blijkbaar nog niet uit hun nest geraakt... Genieten met een hoofdletter dus.
En dan, heel onverwacht maar met een meer dan perfect georkestreerde timing, zwol vanachter de nog gesloten roze gordijnen het zacht ritselende ruisen van een plotse hevige maar malse regenbui aan. Als miljoenen murmelende stemmetjes van een uit de kluiten gewassen elfenkoor. 
Het bijna sprookjesachtige moment toverde als vanzelf intense vreugde in m'n hart en een fenomenale glimlach op m'n snuit. Kan een zondag nóg mooier beginnen?!... Ja dus. 
Na toch even overwegen of dit wel allemaal neer te schrijven viel zette ik me, ongewassen ongekamd ongekleed, gesterkt door slechts een dampende kop koffie, achter m'n computer. Door de glinsterend natte dennenbomen priemde een verrassend stralend zonnetje en tekende vrolijk bewegende lichtfiguren op m'n bureautje en m'n gezicht. De laatste zachte regendruppels van de verkwikkende bui schitterden er als met gulle hand uitgestrooide diamantjes doorheen en deden struiken, bomen, gras en stenen fonkelen als van goud.
Ondertussen weerklinkt achter mij het vertrouwde gestommel en geroezemoes van de vele badkamers in dit ontwakende appartementsgebouw. Naast me zitten twee bijzonder wakkere poezen van tussen de kamerplanten opgewonden de ijverig en uitgelaten af en aan vliegende vogeltjes aan de andere kant van het raam te bespioneren.
Elke vezel van mijn lijf is op dit moment verzadigd met een onmetelijk gelukzalig gevoel. Echt, geloof me, magie is overal. 💗



zaterdag 14 januari 2017

Mobiel gevaar.

In de vrieslucht van de vroege nog donkere ochtend stonden we, weer maar eens, tevergeefs te wachten op de tram. Aan de per minuut toenemende ontevreden geluiden was duidelijk te horen dat het geduld van m'n hoestende en niezende medereizigers richting stad stilaan ook ten einde was. 
En zoals dat dan gaat: toen eindelijk in de verte het verlossende vertrouwde silhouet met het felle schijnsel der koplampen verscheen zagen we niet slechts één maar meteen twee trams, vlak achter elkaar, onze richting uit te komen.
Opgelucht omdat ik nu, zij het nipt, nog op tijd op m'n werk zou raken en dankbaar te kunnen ontdooien in de warmte van het voertuig plofte ik, achteraan in de tram waar nog ruim plaats was, met een zucht neer, met m'n gezicht naar de achterkant gericht. 'Achteruit rijden' is voor mij geen enkel probleem. Soms doe ik het zelfs opzettelijk omdat het weer eens een totaal ander beeld geeft van een vertrouwde, elke dag bijna identieke reisroute. En afwisseling is gewoon leuk.
Vanop m'n comfortabel warm zitje keek ik dus op het zo goed als lege voertuig achter ons. Het licht van de koplampen dat tegen de wanden van de metrotunnels scheen maakte deze rit extra boeiend voor mij. Je ziet zoveel meer van die anders zo duistere mollengangen, en dat vind ik interessant.
Het was me ondertussen ook al opgevallen dat de chauffeur van de tram achter ons, zo in de 'achtervolging' en met bijna geen passagiers, een vermoedelijk erg saaie rit reed, want hij zat wat afwezig, met z'n mobiele telefoon in de hand, achter z'n stuur voor zich uit te staren. 
Bij elke halte stopte hij vlak achter ons reeds stilstaand voertuig en reden wij hem vervolgens weer een eindje los bij het verder zetten van de reisweg. En dat ging goed... tot aan halte Elisabeth.
Je hebt het vast ook wel eens meegemaakt dat je wéét wat er onvermijdelijk staat te gebeuren en je dat als in een soort vertraagde film bijna lijdzaam ondergaat. Zo ging het ook op dat moment. De combinatie van de snelheid van het tramstel en de volledig in z'n sms opgaande en dus totaal onoplettende bestuurder deden me mezelf schrap zetten voor wat er in de volgende seconden onafwendbaar zou geschieden...
BAM!!! 
Tram 2 ramde met een aanzienlijke vaart, en dus ook met een serieuze dreun, de achterkant van tram 1. Er ging een schokgolf door het voertuig en enkele in- en uitstappende passagiers verloren hun evenwicht, terwijl iedereen zich duidelijk schrokken luid en wat angstig afvroeg wat er gebeurde. Zelfs als je het, zoals ik, ziét aankomen is zoiets nog behoorlijk verschieten!
De beide chauffeurs stapten allebei verrassend relaxed uit om de schade te bekijken. De dame naast mij vroeg zich half grappend af of er nu ook wederzijdse verzekeringsdocumenten getekend zouden worden. Maar niets van dat. Alsof het een banaal en alledaags voorvalletje was besloten ze, zonder er veel woorden aan vuil te maken, dat de blutsen in de bumpers en de glasscherven van gebroken lampen de moeite niet waard waren en geen enkel probleem vormden. Er werd -niets gebeurd, niets aan de hand- gewoonweg verder gereden, zij het plots met toch wel opvallend vele meters afstand tussen de voertuigen in... 
De ogenschijnlijke onbelangrijkheid van hele historie deed me even denken dat ik het me inbeeldde, maar m'n pijnlijke nek de rest van de dag verzekerde me dat deze stevige bots wel degelijk plaats gevonden had...
Weet je, er zijn al zoveel campagnes geweest om mensen er van te overtuigen dat het gevaarlijk is om je mobiele telefoon te bezigen tijdens het besturen van een voertuig, en toch zie je het nog alle dagen, en overal. Echt niet veilig. En dat is dus zélfs van toepassing als je wielen op 2 rails staan en nergens anders heen gaan dan vooruit... 
'k Ben blij dat 't dit trambotsingske geen ergere gevolgen had, maar sta me toe van de gelegenheid gebruik te maken het iedereen toch nog maar eens op het hart te drukken, zodat zowel jullie als jullie gezin, alle mogelijke passagiers en iedere andere weggebruiker veilig en wel kunnen toekomen waar ze moeten zijn: laat je 'mobieltje' voor wat het is als je 'mobiel' onderweg bent!... ;-)



woensdag 28 september 2016

Een wat raadselachtig telefoontje.

Woensdagochtend, kwart na acht. Ik lig op deze, voor mij, vrije dag nog wat te dommelen in de knusse omarming van m'n roze bed als de telefoon gaat. Niet echt overlopend van enthousiasme wring ik me vanonder de warme lappen en de poezen en haast me -nou ja, haast is veel gezegd- naar m'n bureau waar de vaste lijn staat. Als ik de hoorn opneem hoor ik nog net iemand de telefoon ophangen. "Moest ik daarvoor m'n bed uit?!" grommel ik en beslis onmiddellijk weer terug onder het dekbed te kruipen.
Nog maar net raakt m'n hoofd het kussen als de telefoon opnieuw rinkelt. 
'k Weet eigenlijk niet goed waarom -hoe belangrijk kan zo'n vroege-ochtend-belletje nu zijn, zeker als je een antwoordapparaat hebt- maar als een pijl uit een boog schiet ik opnieuw uit m'n bed en struikel hals over kop door de kamers -een wedstrijd hinkstapspringen is er niks bij- en rond het parcours af met een duik naar de telefoon... om weer de hoorn te horen ophangen. 'k Kreeg zelfs niet de tijd om 'hallo' te zeggen!
Terwijl ik met een gelaten zucht de computer opstart -nu ik toch helemaal wakker ben kan ik net zo goed even checken hoe het met de wereld gaat- weerklinkt nogmaals het vertrouwde oproepgeluid en nog voor de tweede rinkel plakt de hoorn al tegen m'n oor en hoor ik mezelf -naar goede gewoonte altijd even vrolijk- "Goedemorgen, met Kristina!" zeggen.
"Ha. Ja. Heu... Dag madam." antwoordt een duidelijk oudere mevrouw met een wat krakende stem in een plat Gents accent, "wij hebben uwe nummer gekregen." En vervolgens niets meer. Stilte.
"En wat kan ik voor u doen?" vraag ik beleefd.
"Heu, ja, heu, wij hebben uwe nummer gekregen van Parmentier, u weet wel..." 
Ik weet het niet, maar zeg "Ha, zo." en wacht beleefd de rest van het verhaal af.
"Ja, heu... wel, wij hebben uwe nummer van Parmentier gekregen, maar heu... wij kennen uwe naam ni!..." 
Oké, denk ik bij mezelf, da's redelijk vreemd, maar oké, het kan.
"Mijn naam is Kristina Meganck" antwoord ik vriendelijk.
"Ha. Ja. Heu... wacht efkes... zeg het nog eens."
"Krie-sstie-nnaaa Mmmeee-ggga-anckkk" antwoord ik zo breed en duidelijk als enigszins mogelijk met zo'n lange naam. "Ha, ja, hum... wacht efkes. Kuch. Sorry..." kraakt er vertwijfelt door de hoorn, "Heu... hoe schrijfde da?..."
Terwijl ik heel rustig begin te spellen, veel tijd gevend voor notities, hoor ik allerlei gerommel en geroezemoes aan de andere kant van de lijn en op de achtergrond een wat paniekerige 'wacht efkes!', blijkbaar aan mij gericht.
Een andere oude dame komt aan de telefoon, noteert m'n voornaam zonder al te veel problemen en laat me van voor af aan beginnen met het spellen van mijn achternaam, maar begrijpt niet echt goed welke letters ik zeg, dus, netjes aangepast aan het literaire niveau van dit gesprek spel ik enorm traag: "De M van mama, moeder. -pauze- De E van erwtjes of van een eendje. -pauze- De G van groen. -pauze- De A van appel. -pauze- De N van namiddag of . -pauze- De C van confituur of van citroen. -pauze- En de K van kotelet." En het lukt, m'n naam is neergeschreven bij m'n telefoonnummer. 
Opnieuw wordt er van dame gewisseld aan de andere kant van de telefoon en de eerste stem vertelt opgelucht: "Ja, we hebben uw nummer van Parmentier gekregen maar we kenden uw naam niet. En 't is nog niet voor direct, hoor, maar dan hebben we het al, hé!" Begrijpend antwoord ik welgemeend en warm: "Da's goed, hoor, geen probleem. Graag gedaan!" "Allé, bedankt nog, hé," kwettert er blij en tevreden door de telefoon, gevolgd door een "Dag madam!" en afgelopen, hoorn op de haak, conversatie klaar.
Nu ben ik wel wat aan rare belletjes gewoon, maar deze oproep staat toch in de top drie van bizar. Het zou gerust een soort gecodeerd bericht uit een spionagefilm kunnen geweest zijn, hé...
Maar al tijdens het gesprek ging er bij mij een lichtje branden rond de bedoeling van deze gekke infosessie. En die is koddig maar vooral bijzonder ontroerend.
Ik vat het verhaal met plezier even in begrijpelijke taal samen. Het tovert, zeker weten, ook een glimlach op jullie gezicht.
Deze dames hebben mij, in Lochristi vermoed ik, een uitvaart voor een telg van de familie Parmentier horen zingen, verkregen ergens mijn telefoonnummer doch vergaten mijn naam, en ze moesten en zouden die info volledig hebben voor als 'hun tijd van gaan gekomen zou zijn', en ik dan hopelijk ook zo mooi voor hen wou komen zingen. Da's alles. Zo simpel is dat. Eigenlijk op een stuntelend schattige manier toch behoorlijk aangrijpend, niet?...
Pas vanmiddag bedacht ik me giechelend dat zij hùn naam totaal niét genoemd hadden! En -hoe grappig is dat- ik realiseerde me meteen ook dat ik eveneens vergat hun naam en telefoonnummer te noteren. Door het merkwaardige verrassende karakter van dit aparte gesprek heb ik er zelfs niet aan gedacht om het te vragen... 't Is alsof het zo moest zijn, hé. ;-)



maandag 13 juli 2015

Ochtendrituelen.

Heel voorzichtig piept het eerste daglicht van onder de gordijnen. Alles is nog stilte, alles is nog rust. De lakens en dekens omarmen me warm en comfortabel, maar ik voel, zonder ook maar één spiertje te bewegen, dat ik langzaam maar zeker ontwaak. M'n gedachtestroom komt op gang en ik open behoedzaam één oog tot een spleetje. Even gluren of ik écht al wakker worden wil...
Eén seconde, werkelijk één seconde later springen Poekie en Pompon enthousiast, klaarwakker en super content ronkend op het bed. Alles aan hen schreeuwt overgelukkig "Hoera! ze is wakker!"
Volgens mij produceert dat hersenwerk van mij fenomenaal wat decibels en is de luchtverplaatsing van die ene wimper gigantisch... Hoe anders weten die twee pluizenbollen, zonder dat ik één teen of vinger verplaatst heb, dat ik weer uit dromenland teruggekeerd ben??? 
Alleszins, helemaal blij sprinten ze alvast vooruit naar de keuken. Maar in mij zit nog niet veel beweging. Nog steeds geestdriftig rennen ze uitgelaten weer de slaapkamer in om me met veel lieve kopjes aan te porren m'n heerlijke nest te verlaten, liefst nù onmiddellijk. 
Op een luie dag herhaalt dat hele heen-en-weer-gespurt zich nog een paar maal voor ik, in hun ogen eeeeeeindelijk, m'n voeten vanonder het dekbed friemel en op de vloer neerzet. Op een ochtend met een wekker slaan we die herhalingen uiteraard over... 
Meteen draaien ze met hernieuwde vreugde om m'n benen. Terwijl ik loom richting gang beweeg hobbelen ze alweer opgetogen richting keuken... om halverwege vast te stellen dat ik niet volg maar afgeslagen ben, het toilet in. 
Met vereende krachten storten ze zich op de deur, die moet en zal open! "Schiet nu toch eens op" is overduidelijk de boodschap, "wij arme kleine poesjes komen hier ongeveer om van honger, hoor!"
Als we dan ten lange leste toch met z'n drieën in de keuken arriveren kan het écht niet rap genoeg meer gaan. Blikje of zakje open, schaaltjes vullen, neerzetten, aanvallen! 
't Is te zeggen: Pompon neemt snel een paar happen voor Poekie ook zijn portie opeist. Nee, da's niet zielig, want Pompon is hier echt wel de slimste. Hij weet namelijk heel goed dat ik meteen daarna weer uit de keuken kom en richting badkamer de grote tafel passeer waar hij zich ondertussen in een alleraardigste houding en op z'n schattigst uitgestrekt heeft en, uiteraard, wie kan aan zo iets hartveroverends weerstaan, zich mijn knuffels en strelingen, helemaal voor hem alleen, uitgebreid laat welgevallen. 
Poekie eet trouwens toch nooit àlles op, dus als de kust veilig is gaat Pompon op z'n gemakje, ongezien en ongestoord, zijn ontbijtje genieten. 
Terwijl ik mezelf met kam en zeep toonbaar maak krult Poekie zich in de lavabo. Da's zíjn moment om te genieten van een fijne portie liefkozingen.
En daarna, inderdaad dààrnà, is er ook tijd voor mijn eigen ontbijt...
Ja, zo gaat dat hier alle dagen, zo zijn we dat gewoon, het is ons vertrouwde ochtendritueel. En geef toe, best aangenaam om je dagen zo te starten. :-)