Posts tonen met het label tram. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tram. Alle posts tonen

donderdag 30 september 2021

Terugblikje.

Op 18 juni 2015 schreef ik: 

Er zijn zo van die dingen die je echt liever niet gezien had, maar die zowiezo voor eeuwig op je netvlies gebrand staan... Op de tram stond een vrouw, een heel stuk ouder dan ik, met kort grijs haar, een tongpiercing en een slobberige lederen broek, niet mis te verstaan naar alle mannen te lonken. Haar enorme borsten hingen tot ongeveer aan haar navel en vormden samen met haar buik, als drie-op-een-rij, een bollendrievuldigheid onder een strak purper truitje met daarop de tekst "Twerk it, baby!" Het was zowel abstract absurd als hikkend hilarisch, toch ook moedig en vooral verschrikkelijk tragisch, vond ik. En ik blijf het maar voor me zien... Opnieuw en opnieuw en opnieuw. ;-)



vrijdag 24 september 2021

Lezen op de tram.

Wie regelmatig het openbaar vervoer gebruikt, weet dat er tijdens zulke ritjes heel wat gelezen wordt. Je ziet mensen boeken lezen, in een papieren versie of op een e-reader. Een gazet -misschien iets minder praktisch- of een magazine, zelf gekocht of gratis aangeboden en meegenomen, dat zie je ook behoorlijk wat reizigers lezen. Veel mensen zitten eindeloos te scrollen op hun smartphone of iPad, en lezen op de verschillende sociale media wat alle vrienden en kennissen de afgelopen tijd weer eens uitgespookt hebben. Mogelijkheden zat om je al lezend bezig te houden tijdens je reis. Maar ik, ik lees graag nog iets héél anders tijdens mijn verplaatsingen...
Je moet er zelf ook maar eens op letten: op veel van je medereizigers vind je ook 'tekst' terug. Ja, vanzelfsprekend is dat vaak het 'merk' -echt of namaak, dat laat ik in het midden- van hun kleding of een winkelnaam op de tas die ze bij zich hebben. En al minstens even dikwijls zie je mensen met namen van verre steden op hun kleding. Daar vraag ik me altijd bij af of ze daar dan geweest zijn, of er naar verlangen om er eens naar toe te kunnen reizen, ooit. Misschien kwam het opschrift gewoon maar met de trui of het shirt en werd het simpelweg en zonder enige verdere betekenis aangetrokken... Kan ook. Namen van beroemde voetbalspelers zie je natuurlijk ook te pas en te onpas. Dat zijn gegarandeerd hevige fans, denk ik dan, zo een shirt is zelden 'zomaar'!...
Maar, als je goed oplet, kom je af en toe zoveel boeiendere lectuur tegen. En dan bedoel ik vooral van die woordpareltjes die op mijn lachspieren werken...
Door de jaren heen ben ik zulke dingen beginnen neerschrijven in het notaboek dat standaard in m'n handtas zit. Ondertussen werd dat al een hele collectie en daar laat ik u graag even van meegenieten. Hopelijk doet het u ook minstens glimlachen.
Tijdens een erg vroeg tramritje las ik op het T-shirt van een blonde slanke juffrouw de opvallende uitroep 'Superpower!' Aangezien ze bijzonder slaperig op haar zitje hing, vermoed ik dat die tekst pas realiteit zou worden als de koffie uit de beker in haar hand echt goed doorgedrongen was...
Wachtend op een perron wandelde me een man voorbij met een in het ritme van zijn stappen meedeinende bolle bierbuik. Op z'n bijzonder strakgespannen T-shirt stond te lezen 'Watch the Waves' (Kijk naar de golven). Yep, ik heb dus inderdaad gekeken, en zag de 'golven' zeer uitgebreid heu... golven!
Toen er op zekere dag, nog lang voor de mondmaskerplicht op het openbaar vervoer, een dame de tram opstapte met op haar borst in grote letters 'Give me a Smile!' (Geef me een lach!), beantwoordde ik zulks uiteraard met mijn meest brede en stralende lach!... Zelden zó een chagrijnige blik teruggekregen...
Verrassend regelmatig zie ik T-shirts met 'FBI' erop. Dat staat dan blijkbaar niet voor de Amerikaanse inlichtingendienst, maar is de afkorting van 'Female Body Inspector' (Vrouwelijke Lichaamsinspecteur)! De interpretatie van zo'n opschrift kan geweldig verschillen al naar gelang het gedragen wordt door een man of een vrouw, én het 'soort' persoon. Interessant, hoor!
Iemand die de trám opstapt met in 't groot de tekst 'Take the Bus!' (Neem de bus!) op z'n shirt, ontlokt mij met m'n gevoel voor humor uiteraard enig geamuseerd gegniffel. 
'True Original' (Echte origineel) stond er te lezen op de trui van een werkelijk stokoude man, en da's vermoedelijk de waarheid en niets dan de waarheid.
Met de op 't eerste zicht alle kanten uit kunnende tekst 'Bad Boy' (Slechte jongen) op het T-shirt van een jonge vader, worstelend met twee kleine onwillige kindjes aan de hand, moest ik echt hartelijk lachen, want er stond in kleine letters onder te lezen: 'Real bad boy: I'm bad at everything!'... (Echte slechte jongen: ik ben slecht in alles!)
Het levensverhaal van de jongedame met op haar T-shirt 'The Book was Better' (Het boek was beter) lijkt me alvast erg boeiend om eens te beluisteren...
Ik had meteen een beetje medelijden met de jongeman wiens vriendin aan zijn arm het opschrift 'I'm a Luxuary' (Ik ben een luxeproduct) droeg...
Op een gloeiend hete dag in een gloeiend hete tram puffend en zwetend plots de tekst 'Feel the Heat' (Voel de hitte) op iemand lezen, ja, dat werkt sowieso op mijn lachspieren. Da's niet moeilijk, hé.
'Art is hard' (Kunst is moeilijk) las ik op zekere dag, en daar kan ik het alleen maar in alle ernst volmondig mee akkoord zijn! Het deed me meteen ook wel giechelend terugdenken aan een T-shirt dat ik vroeger zelf bezat, met de tekst 'Morgen ga ik het maken! Voor vandaag zien ik het niet meer zitten.'
Soms weet ik niet goed wat de drager van een tekst of woord eigenlijk wil zeggen. Wat moet je bijvoorbeeld denken van 'Example' (Voorbeeld)? Da's toch echt wel voor een brede interpretatie vatbaar, hé. En 'Follow me' (Volg me) vond ik ook zoiets. Waarom moeten we je dan wel volgen? En waarheen? En hoelang?...
Ik ben fan van de T-shirts, truien en accessoires van het 'Ministerie van Unieke Zaken' en z'n verschillende departementen, want die doen mij minstens altijd glimlachen. Ze maakten in 't begin vooral furore met de tekst 'Moet just niks', maar ondertussen zijn er zo nog wel wat plezante teksten bijgekomen, zoals bijvoorbeeld 'Ze na is kalm', 'k Zen hier ni gere', 'Ambetantwerpen' en 'Prutsers united'. En opgepast: vooral goed lezen en geen vergissingen maken met de opschriften 'kleir' en keirl'!... Ge moet hun site maar eens googelen.
Over googelen gesproken, een moppeke dat op sociale media al vele jaren de ronde doet, maar dat ik soms ook op T-shirts tegen kom -en afhankelijk van wie het draagt en door wie die persoon op dat moment vergezeld is, is zulks pas echt ongelofelijk hilarisch- is 'I don't need Google. My wife knows everything.' (Ik heb Google niet nodig. Mijn vrouw weet alles.)
Lange tijd kwamen er geen aantekeningen meer bij in de collectie. Er viel absoluut niks te meer op te schrijven in mijn notaboek, simpelweg omdat ik door de corona maandenlang geen enkele reden -en eerlijk gezegd ook echt geen goesting- had om op het openbaar vervoer te stappen. Ondertussen wordt zulks toch langzaam weer een ietwat normaal iets, zij het nog steeds goed beschermd. En omdat ik na dik anderhalf jaar niks ook weer eens een beetje interimwerk mag doen, maakt trammetje rijden en 'trammetje lezen' opnieuw deel uit van mijn leven. Er zullen dus vast nog leuke teksten te noteren vallen. Goed voor een opvolgblogje!...
'k Heb onlangs alvast hartelijk gegniffeld met de meer dan toepasselijke tekst 'Als je dit kan lezen, dan sta je echt te dichtbij!'... Lang leve de mensen met een stevig gevoel voor humor, opzettelijk of per ongeluk. ;-)


Lezen op de tram.





woensdag 14 oktober 2020

Draag je masker en doe dat correct.

De afgelopen anderhalve week had ik het genoegen om nog eens -voor het eerst sinds 't begin van 't jaar trouwens- een paar halve dagen als receptioniste ad interim te mogen werken. Goh, echt fijn om zo weer even onder de mensen te komen en je meteen ook nog eens een beetje 'nodig' te voelen, al helemaal als iedereen super content is je terug te zien. Maar er hing aan dit hele blije gebeuren een schaduwzijde vast, die me voor een gelijkaardige volgende gelegenheid toch zou kunnen doen bedanken...
Mijn reis naar de receptie waar zich die werkuurtjes afspelen, gaat via het openbaar vervoer. En omdat ik de voorbije maanden meermaals, voor wat onderzoekjes en opvolgafspraken in het ziekenhuis, een klein toerke met de bus maakte, en de medereizigers zich toen telkens netjes aan alle soorten maatregelen hielden, ging ik er van uit die paar nodige tramritjes ook wel zouden meevallen. Fout gedacht dus, heel erg fout gedacht!...
Meteen toen ik de hoek van de straat om kwam, richting tramhalte, zat het al mis. Even vreesde ik totaal, maar dan ook echt totáál wereldvreemd te zijn geworden. Zulke dichte drommen mensen om me heen, het voelde bijzónder ongemakkelijk. Maar dat ze zich op de koop toe volstrekt niets aantrokken van gelijk welke maatregel ter indijking van het coronavirus, dat bezorgde me pas echt koude rillingen. Geen mondmaskers, geen afstand -zélfs als dat perfect mogelijk was-, niks van dat. We stonden weliswaar nog op het perron in open lucht, maar toch... En nee, misschien hoopte je daar nog op, nee, het werd niet beter eens we op de tram stapten.
Zoveel mogelijk afstand houden is een must. Oké, maar hoe hou je in 's hemelsnaam afstand in een propvolle tram??? Ik zou het écht niet weten. Tot mijn verbazing echter stoort zich daar blijkbaar slechts een zeldzame enkeling aan. Het interesseerde de mensen om me heen duidelijk geen ene sikkepit. Als ze maar mee de tram op konden. Volproppen die handel! En ongegeneerd plofte de ene na de andere reiziger 'doodgewoon' -zoals dat dus 'normaal' was, zo ongeveer een jaar geleden- met z'n hele hebben en houden vlak náást me neer, en desnoods half óver me heen, of zelfs boem pats 'o sorry' boven óp me... 
Mondmaskers zijn verplicht op het openbaar vervoer, dat staat overal en in overvloed aangegeven. Het wordt zelfs constant omgeroepen in de metrostations en rijtuigen. Ja zeker. Maar zoals ik het in die enkele dagen tramritjes vaststelde, heeft het grootste deel van de tramrijdende mensheid nog steeds écht niet begrepen hoe je zo'n ding draagt zodat het ook nút heeft dat je het aan hebt!... Occasioneel zie je nog personen opstappen die bij gebrek aan mondmasker (?!) een stuk van hun kraag of een al dan niet vuile zakdoek voor hun gezicht trachten te houden. Sommige maskers zijn dusdanig versleten dat je zowat doorheen kan zien, andere dermate smerig dat ze op zich vermoedelijk een nog veel grotere broeihaard van virussen en bacteriën vormen dan de hele wijde ruimte er omheen. En tot slot zijn er de personen die hun masker pas goed en wel gezeten in het voertuig eens uitgebreid en op 't gemakje zullen boven halen en beginnen opzetten... Maar, dat zijn, hoe erg het ook moge wezen, 'slechts' de uitzonderingen.
Voor mij zoveel schrikbarender is dat de helft -écht, geloof me: 1 op 2- z'n masker niét over neus en mond draagt, doch slecht over de mond alleen. Dan houdt het nut van zo'n ding al meteen op. Je kan er dan net zo goed geen meer dragen! En gaat de telefoon, of moet er daar en dan onmiddellijk -wat sowieso al niet mag- gegeten of gedronken worden, of kauwgom gekauwd, of, zoals die ene man die vorige week tegenover me in de tram zat deed: rustig een voorraadje sigaretjes gerold en dicht gelikt, dan zakt dat masker, 'uiteraard' en 'als vanzelfsprekend', verder omlaag, tot ergens onder de kin, en in een enkel geval warempel -ge gelooft uw eigen ogen niet meer- nonchalant tot in de handtas of broekzak! Ongeacht het beklemmend dichtbij zijn van medereizigers...
De gekende baldadige en luidruchtige samenklittende groepjes jongelui -waarvoor nota bene bínnen de scholen zowat het onmogelijke gedaan wordt om ze veilig en gezond te houden- hebben er blijkbaar een nieuw spelletje bij om de reistijd 'aangenaam' door te brengen: elkaars mondmaskers omlaag trekken, of 'straffer': afpakken en vervolgens net voor het sluiten der deuren naar buiten trachten te gooien. Amai, echt super plezant is dat!...
De passagier die mij absoluut en met stip het meest choqueerde, was de jongeman, wiens masker uitsluitend dienstdeed als hangmat voor z'n sprieterige baard, die doelbewust achteraan in de tram plaatsnam, met z'n rug goedgeweten richting chauffeur, en vervolgens uitgebreid pompoenpitjes ging zitten kauwen waarbij hij de niet eetbare pellekes en vellekes systematisch zonder blikken of blozen in alle richtingen om zich heen met een boogje het rijtuig in spuugde!... Gelijk welke klassieke horrorfilm verdwijnt erbij in het niets, ik griezel er nog steeds van!...
Bij deze verbaast het me dan ook absoluut niet meer dat de besmettingen tegenwoordig fenomenaal de pan uit swingen. En ik snap dat men het allemaal beu is -daar heb ik zelf ook echt wel eens last van-, en dat iedereen baas over z'n eigen leven is -vanzelfsprekend-, maar door de boel de boel maar te laten, je egoïstisch en soms ronduit dom te gedragen en je verantwoordelijkheid niet (meer) te nemen, los je ook absoluut niets op.
Ik was nog steeds getrouw m'n handen zeer regelmatig met water en zeep, ontsmet waar nodig en mogelijk, tracht buitenshuis te allen tijde zoveel als haalbaar is 1,5 meter afstand te bewaren en draag dan meteen ook, zeker in de buurt van andere mensen- zonder fout één van m'n schone maskers, en doe dat logischerwijs op de correcte manier: over mond én neus, en keurig aansluitend aan de rest van mijn gezicht.
En dat alles doe ik niet uit angst, nee, al wil ik natuurlijk ook liever niet ziek worden. Ik doe het ook niet omdat 'men' mij verplicht, of omdat ik 'zwak' ben en geen eigen mening zou hebben. Al die kleine makkelijke dingetjes doe ik puur vanuit mijn gezond verstand en verantwoordelijkheidszin. Ik wil een deel van de oplossing zijn, niet van het probleem. Ik besef goed dat je zonder symptomen te hebben, het virus wel kan overdragen en dus zonder zelf ziek te worden anderen kan besmetten. En het gaat hier niet alleen over mijn leven, maar ook over het leven van mijn geliefden, de mensen dicht om me heen, en van die hun geliefden, en die hun geliefden, enz. Het is en blijft een kettingreactie. We zijn onlosmakelijk allemaal met elkaar verbonden
 in deze maatschappij en in deze wereld.
De oplossing van die wereldwijde gezondheidscrisis begint bij elk van ons: gedraag je als een verantwoordelijke volwassene. Gebruik je gezond verstand en volg die eenvoudig uit te voeren maatregelen simpelweg en zonder zeuren op. Er wordt je ten slotte toch niks onmogelijks of verschrikkelijk ingrijpends gevraagd. Kijk eens wat verder dan je neus (in je masker) lang is en leef met een beetje meer aandacht en mededogen voor al de mensen om je heen. De wereld zou er meteen een heel stuk mooier van worden... En als je dan toch echt per se de egocentrische egoïst wil blijven uithangen, bedenk dan dit: "Beter zo'n stom maar keurig gedragen gezichtsmasker op je snuit dan afhankelijk te worden van een levensreddend zuurstofmasker". Of niet soms?!... ;-)





zondag 31 mei 2020

Voltooid verleden tijd...

Met regelmaat laat Facebook mij, via de 'herinneringen' van dezelfde dag zoveel jaren geleden, m'n eigen kleine schrijfsels, de voorlopertjes van mijn blog, opnieuw ontdekken. Soms is zo'n kleinood een pareltje, boeiend genoeg om in een nieuw verhaal te herwerken; soms verdwijnt het na een glimlach van mij weer in een vergeten schuifje van de archieven. En dat laatste was in eerste instantie ook het geval met dit kleine verhaaltje, dat afgelopen week heel even m'n computerscherm passeerde. Leuk, lief, optimistisch en positief, zoals altijd, maar naar mijn idee niet spectaculair genoeg om nogmaals de wereld in te sturen...
En toch, toch laat ik het jullie bij deze weer even lezen! Het is namelijk de voorbije dagen ergens in m'n achterhoofd blijven plakken en zette moeiteloos een paar kleine bedenkingen in actie...

Op 27 mei 2016 schreef ik, met het bijpassende plaatje, dat je ook onder deze tekst terugvindt, het volgende:
"Mijn weekend is alvast goed begonnen: ik mocht niet alleen een heel stuk met een lieve collega met de auto mee richting thuis, wat tot 45 minuten scheelt, toen ik even later met een loodzware caddy boodschappen, onder het toeziend oog van een geamuseerde publiek bestaande uit 3 smoezelige heren met elk een halve liter blik bier in de hand en 1 opzichter van De Lijn lurkend aan een sigaretje, heel voorzichtig en met het nodige gesukkel de eindeloos lange trap naar beneden, naar de metro, probeerde te overbruggen, vroeg me een Marokkaanse jongeman in bijzonder keurig Nederlands of hij mij mocht (mócht!) helpen. Hij tilde de caddy op alsof het niks was en zette hem in no time onderaan de trap voor me neer. "Wauw, heel hartelijk bedankt!", zei ik. "Het is niks", zei hij, "en nog een heel prettig weekend!" En toen kwam m'n tram ook nog binnen de halve minuut! Fantastisch, toch?! :-) ""Goh!", dacht ik, "Waar is de tijd dat het na een lange werkdag vergezeld van een loodzware lading boodschappen met de tram 
thuis geraken m'n grootste zorg was?!..." Het berichtje is inderdaad al van een paar jaar geleden, maar het had gerust ook 'slechts' een leuk, lief en positief schrijfseltje van amper zes maanden terug in de tijd kunnen zijn. Ondertussen echter is het uitvoeren van onze dagelijkse bezigheden vermoedelijk voorgoed veranderd. Zoveel dingen die op het banale af doodgewoon en vanzelfsprekend voor ons waren, zullen nooit meer hetzelfde zijn.
Werken zit er voorlopig niet meer voor me in. Als zangeres zag ik het ene na het andere optreden gecanceld worden. Zullen we ooit nog opnieuw een theaterzaal mogen vullen met publiek? Kunnen we het ons tegen die tijd nog financieel veroorloven om kerstconcerten te houden? Zal ik ergens in de toekomst weer glasramen van prachtige kerken mogen laten rinkelen bij concertmissen met fantastische orgelbegeleiding? Het blijft koffiedik kijken... Als receptioniste-ad-interim ben ik voorlopig ook een overbodige luxe. Nu thuiswerken de norm is, zijn velen van m'n collega's vliegende en vast-in-dienst receptionistes tijdelijk werkloos, en uiteraard -met een vrachtwagenlading begrip- komt hen als eerste een voor kortere of langere tijd in te vullen plekje toe. En solliciteren in deze tijden, als je voor 66% werkonbekwaam bent en dus automatisch een 'lastig geval', daar is ook geen beginnen meer aan.
Even vlotjes ergens met de tram heen, zowel voor 't werk als voor de lol? Tja, tenzij in hoogdringende gevallen, op momenten het écht niet anders kan, situaties die me de afgelopen maanden -gelukkig- bespaard bleven, mijd ik elke vorm van openbaar vervoer als de pest. In meer 'normale' tijden bestempelde ik bussen en trams al als 'virus- en bacteriekweekbakjes'...
Mensen die aan de in- en uitgang van een metrostation zonder doel en zonder bescherming in groep maar wat rondhangen, al dan niet met blikken bier of rookgerief in de hand, da's ook verleden tijd, denk ik. Niet veilig voor hen zelf, niet voor de passanten en niet voor al de naasten, vrienden en familieleden.
Een caddy vol boodschappen laten 'hanteren' door een mij ongekende persoon, hoe vriendelijk en sympathiek die mens ook mag zijn, da's deze dagen ook volledig uit den boze. En al helemaal zonder plastieken handschoenen. Je laat ook iemand die je niet kent -en zelfs sommige mensen die je wél kent- niet zomaar meer tot vlak bij je komen. Zeker niet zonder mondmasker op...
Een tripje naar de winkel, lekker even boodschappen doen, da's voor mij voorlopig nog steeds niet terug 'gewoon'. Het blijft vooralsnog iets dat 'gepland' moet worden, en echt niet meer alleen qua lijstjes en centjes...
Zelfs simpelweg een keertje comfortabel meerijden in de auto van een lieve vriendin is iets waar je tegenwoordig eerst even heel goed over na moet denken, en waarvan je toch een soort risicoberekeningetje maakt...
Ja, in een paar maanden tijd is niets van al die dingen die we zo vanzelfsprekend vonden nog hetzelfde. En zo krijgen van die pietepeuterige, wat onbenullige, doch zoete lieve schrijfseltjes van mij, uit een niet eens zo ver verleden, plotseling en totaal onvermoed een zoveel diepere en verrassende betekenis. Ze komen als het ware uit een heel ander leven, uit een -letterlijk- voltooid verleden tijd... Tja, het is wat het is, hé. En achterom staren, dat helpt niet echt. Dus, ik pas me -positief ingesteld als ik ben- zo goed mogelijk aan, en kijk hoopvol en optimistisch uit naar de 'onvoltooid toekomstige tijd'. ;-)




zondag 12 januari 2020

Trammetje gemist.

In principe trek ik geen sprintjes meer om een in de verte aanstormende tram te halen. Er komt er altijd wel weer andere, na die ene die je mogelijk mist. Daar kan ik echt heel erg zen in zijn, want ik leef, zeker in verhouding tot de opgejaagde wereld die om me heen voorbij raast, sowieso ontzettend langzaam en heb meestal zeeën van tijd. Toch is die beslissing om niet meer achter openbaar vervoer aan te crossen, en de kalme berusting die daaruit voort kwam, vooral gekomen omdat ik, gezien de zorgwekkende toestand van m'n nek en rug, mezelf behoorlijk wat pijn bezorg met zo'n spurtje. 
Maar, zoals zo vaak: op elke regel zijn er uitzonderingen. 
Een tijdje geleden, in de kerstvakantie, na een shift als interim-receptioniste, doodmoe van een ontzettend lange en saaie 'niks-te-doen-ik-verveel-me'-dag en een beetje bibberend in de miezerige motregen en m'n dunne winterjas, wou ik liefst zo snel mogelijk weer thuis in m'n knusse stekje vertoeven. En daar in de verte zag ik 'mijn' tram opdagen...
Het voetgangerslicht bij de oversteekplaats stond op rood, en dan blijf ik, in dit geval wat ongeduldig van 't ene been op 't andere wiebelend, netjes braaf en veilig wachten. Met afgrijzen om zoveel risico, maar toch ook met enige bewondering om zoveel lef, volgde mijn van schrik wijd opengesperde ogen een vermetele jongedame, die zich, ondanks het stopsignaal, tussen de aanstormende auto's stortte en met gevaar voor eigen leven de enorme vierbaansweg zigzaggend over schoot, met als enig doel de tram nog te halen.
Meteen daarna sprong het licht voor de overstekers op groen en kon ik haar in alle veiligheid achterna gaan. De tram bereikte op dat moment net het perron. En, in een overmoedig momentje besloot ik het voor deze ene keer toch nog eens te wagen en trok aldus een sprintje... Een beetje onhandig hobbelde ik met m'n grote tas, paraplu en lange winterjas -plus eigenlijk veel te veel kilo's aan m'n lijf om nog enigszins sportief uit de hoek te komen- over het meer dan ooit eindeloos lange perron. De onverschrokken alles riskerende juffrouw had ondertussen al lang een plekje uitgezocht in het voertuig. Een bijzonder fitte jongeman in jogging flitste me voorbij en schoot via een openstaande deur het tramcompartiment binnen. Ik bereikte dezelfde deur net op het moment dat ze zich sloot. De sportieve jongeman stond er bij... en keek er naar. En naar mij. Totaal zonder betrokkenheid, geheel en volledig emotieloos. Net zoals een twintigtal wachtende personen op het perron. Allemaal hadden ze me moeite zien doen om deze tram nog te halen -het zal er vermoedelijk ook wel amusant potsierlijk uitgezien hebben- maar, bij geen één van hen was het idee opgekomen om bijvoorbeeld heel even, een paar seconden hadden volstaan, een deur voor me open te houden. En ook de chauffeur van het voertuig had me uiteraard, zo helemaal aan het eind van z'n onmetelijk lange voertuig, niet opgemerkt. De tram vertrok zonder mij terwijl ik hem nog aanraakte. Hij gleed als het ware uit mijn handen weg, de stad in...
"Da's nou jammer", zei ik grinnikend luidop tegen mezelf, "Ook moeite voor niks!" En ik maakte me er absoluut niet druk in. Het helpt niet, en, zoals ik al zei, er komt er nog wel eentje, hé. Heel gewoon en rustig wandelde ik de lange rij andere wachtenden voorbij naar het -o, wat leuk- vrije bankje in het wachthokje. Misschien juist omdat ik niet, zoals de meeste mensen bij het voor hun neus vertrekken van de tram, liep te vloeken en te tieren, maar bijna laconiek in al mijn glorie op 't gemakje voorbij wandelde, keek iedereen me wat gegeneerd en enigszins schuldbewust aan. Ook overbodig, hoor, als je 't mij vraagt. Als je, goed geweten, wacht met hulp bieden tot het veel te laat is, dan moet je je daarover achteraf ook niet ambetant voelen. Kwestie van 'uit één stuk te zijn', toch?! Allé, da's mijn mening, hé.
Persoonlijk kijk ik zowat altijd of er niet nog iemand aan komt crossen, om, indien nodig, de deur en dus ook de tram heel even, een paar seconden maar, tegen te kunnen houden. Je vrolijkt er gegarandeerd iemands dag mee op, en da's altijd fijn en mooi meegenomen! Jammer genoeg mocht ik op dat moment toen weer even ervaren hoe erg 'elk-voor-zich' en zeer 'trekt-uw-plan' onze maatschappij tegenwoordig soms wel kan zijn.
Aan mij zal 't niet alleszins liggen, hoor! En 'k ben blij te kunnen zeggen da'k gelukkig nog behoorlijk veel mensen ken, die ook voor hun medemensen in de bres springen, zeker als het om zulke kleine gebaren gaat.

De volgende tram liet helemaal niet lang op zich wachten, en in tegenstelling met het meer dan overvolle exemplaar dat ik mis liep, was deze zo goed als leeg. Zitplaats zat dus voor mijn moede, pijnlijke lijf! Kies maar uit! Heerlijk toch.
Ja, inderdaad, ik hoor het u ook al zeggen: alsof het zo moest zijn... ;-)



zaterdag 27 juli 2019

Parapluutje-parasolletje.

Wat een verschil 24 uur kunnen maken! Terwijl ik hier zit te schrijven, klettert daarbuiten de regen tegen de kasseien. De lucht is grijs, de dag is donker en de temperatuur... Tja, ongelofelijk, hé: die scheel mínstens 15° met die van gisteren. 't Is dat in huis nog steeds heel wat van die broeierige hitte van de afgelopen week hangt, anders zou je amper geloven dat we slecht één dag geleden ontzettend gebukt gingen onder weersomstandigheden recht uit een woestijn... En in mijn hoofd klinkt al de hele dag, uitstekend passend, niet alleen bij deze dag, maar vooral bij dit verhaaltje, het leuke kinderliedje 'Parapluutje, parasolletje, ééntje voor de regen en ééntje voor de zon! Pardon!"...  
Om mijn huidige tijdelijke werkplaats te bereiken, doe ik niet alleen vijf dagen per week beroep op het openbaar vervoer, ik leg ook telkens nog in totaal drie kilometer te voet af. Heel op m'n gemakje, hoor. Het werden zo een beetje m'n dagelijkse kuierwandelingetjes. En sinds het begin van deze week nam ik speciaal voor deze kleine promenades steevast één van mijn kleurrijke paraplu's mee. Simpelweg een kwestie van door die schroeiende, ongenadige zonnestralen niet binnen de kortste keren omgetoverd te worden tot een wandelend gebraden kieken. Of zelfs, met die uit de pan swingende recordtemperaturen en pizza-oven-hete windvlagen, eerder een overgaar, net niet verkoold kipke, de perfecte cuisson reeds lang voorbij. Ik nam dus gewoon overal mijn eigen schaduwplekje met me mee. Meteen ook absoluut aan te raden trouwens om tijdens dat soort hittegolven, wachtend op je tram op een verzengend bloedheet perron met aan weerszijden telkens drie baanvakken vol extra hitte afgevende voorbijsnellende auto's en vrachtwagens én zonder de geringste schuilmogelijkheid, niet levend gecremeerd te worden...
Bij zo'n hittegolf zie je links en recht al wel eens een leuk zomerhoedje passeren, maar iemand die ook een parasolletje met zich mee sleept, die was ik nog niet tegengekomen. De meewarige blikken daar in tegen, zeker 's morgens, als ik m'n kleurrijke, bij m'n outfit passende accessoire nog gewoon toegeplooid naast m'n handtas met me mee draag, die waren er veelvuldig. "Allé, ziet die! Die denkt zeker dat het nog gaat regenen vandaag! En met deze temperaturen! Ook goe zot, als ge 't mij vraagt!" Je zag het ze niet alleen denken, af en toe waren er ook een paar die het luidop dé klucht van de dag vonden. Och, daar zit ik niet mee, hoor. Ik weet/wist wel beter, hé.
Eergisteren, op weg naar huis, was het me op de overvolle tram toch nog gelukt een plekje om te zitten te bemachtigen. Zij het een beetje onhandig en met wat gestuntel, want het viel niet mee om m'n ruime handtas -die zowat het midden houdt tussen een leuke boodschappenmand en een handige boekentas- in combinatie met m'n mooie paraplu genoeg uit de weg voor de er zich nog bij proppende reizigers op mijn schoot te te balanceren. 
Halverwege de reis stapten er twee wat oudere Afrikaanse heren op de tram. Je kon ze echt niet gemist hebben, want ze zagen er schitterend uit. En ze waren duidelijk helemaal in hun element met die verhitte temperaturen, vermoedelijk ook door hun aangepaste Afrikaanse kledij. De eerste droeg fraai gevormde en kunstig opengewerkte leren slippers, een brede loszittende crèmekleurige linnen lange broek en daarboven een wijd soort tuniek-achtig hemd -een beetje zoals een schilderskiel- gemaakt uit soepele broderiestof (da's zo van die katoenen stof met heel veel van die sierlijk opengeborduurde gaatjes) in de meest wonderbaarlijke flashy maar toch net niet schreeuwerig oranje-gele kleur. Een verzorgde grijze baard en een stevige, eveneens verkleurende haardos vervolledigden het plaatje. De man die hem vergezelde was een rijzige, vorstelijk ogende zwarte heer in een lang elegant spierwit gewaad. Aan z'n voeten droeg hij een soort sierlijke witte leren pantoffels en op z'n hoofd een bijpassend klein wit rond hoedje zonder rand.
Met enig geworstel herschikte ik mijn bezittingen om hen te laten passeren. Daarbij schoot mijn paraplu heel even scherp vooruit, waarop de man in het witte gewaad hem even vriendelijk aantikte en in het typische Afrikaanse Frans aan me vroeg "Pour l' soleil?" ("Voor de zon?) Bijzonder blij verrast knikte ik breed lachend bevestigend. Hij stak, zo mogelijk nog breder lachend dan ik, met een indrukwekkende rij sprankelend witte tanden, waarderend z'n duim op en liet tegelijkertijd met z'n andere hand z'n eigen grote zwarte regenscherm zien, dat tot dat moment door de golvende plooien van zijn gewaad voor mij onzichtbaar bleef. Daarna richtte hij zich tot z'n vriend, al wat verder doorgeschoven in de massa op de tram, en verkondigde bijna uitgelaten opgewekt met klinkende stem: "Cett' madame, elle l'a bien compis!" ("Deze mevrouw, zij heeft het goed begrepen!") Weer bij elkaar, een stuk verderop in de tram, maar nog wel in mijn gezichtsveld, bespraken ze deze toevallige paraplu-ontmoeting duidelijk nog eens uitgebreid, niet meer in het Frans dit maal, maar in hun eigen taal. Om me vervolgens, deze keer tezamen -allebei duim hoog in de lucht en met een fenomenale stralende tandpastasmile- opnieuw onmiskenbaar goedkeurend en met veel appreciatie innemend en amicaal een laatste maal toe te knikken.
Wel, ondertussen zal m'n collectie kleurrijke regenschermen opnieuw voor een tijdje daadwerkelijk tegen de régen met me mee moeten, vrees ik. Maar wat betreft mijn paraplu-parasol-plannetje: dat is bij deze quasi officieel en met het grootste respect goedgekeurd door zij die het écht kunnen weten! Hopla! En bij de volgende hittegolf weet ik alvast wie er hier, zeker weten, aan het langste eind trekt. Dat ze me dan nóg maar eens durven uitlachen, hé!... 😉🌂




donderdag 25 juli 2019

Hittegolfgezever.

Nu de zomerse temperaturen recordbrekende hoogtes bereiken, worden we langs alle kanten gebombardeerd met info en tips om die hitte heelhuids door te komen. Genoeg drinken, jezelf tegen directe zonnestralen beschermen, veel rusten, koele plaatsen opzoeken, enz. Allemaal erg nuttig, maar eigenlijk weten we die dingen ondertussen wel, veronderstel ik... Daarover ga ik het hier dus niet meer hebben, maar ik wil wél graag het assortiment maatregels nog een beetje uitbreiden, én meteen ook aan de reeds gekende een paar toevoegingen plakken. Wat niet zo moeilijk zal zijn, aangezien alles van de hitte toch al plakt, hé… hihihi
Om te beginnen een hele belangrijke -vind ik persoonlijk toch zeker- extra maatregel: gebruik deodorant!!! Gebruik zelfs dubbel zoveel deodorant indien nodig, en ten allen tijde en overal. Help zo te voorkomen dat de mensen om je heen, vermoedelijk al behoorlijk misselijk van de hitte, door uw mogelijke walm ook daadwerkelijk tot kotsen over gaan.
Volgende, minstens even belangrijk punt: draag kleding! En ja, ook dit is een maatregel om misselijkheid en braakneigingen bij uw medemens tegen te gaan. Luister, in een enkel geval ben ik er ook helemaal vóór dat deze hitte de mannen dit maal eens niet van de jongens, maar wel van de t-shirts scheidt. Absoluut. Echter, over ’t algemeen geldt voor de overweldigende meerderheid, en zonder pardon: kleed je verdorie aan! En daarenboven: kleed je vooral naar het lichaam dat je hébt, en niet het lichaam dat je zou willen of het lichaam waar je van droomt… Ja, het klopt, men moet dragen waar men zich goed in voelt, ongeacht leeftijd, of gewicht, of wat dan ook. Helemaal mee eens. Maar, komaan, even serieus: er zijn grenzen, hé. Ik geef je voor de duidelijkheid een paar voorbeeldjes mee.
Dames, ik weet dat het warm en plakkerig is, en dat een knellende BH daarom misschien niet uw favoriete kledingstuk is dezer dagen. Dat gezegd en geweten zijnde, doe het ding toch maar aan. Die alle kanten uit zwiepende waterballonnenwinkel, da's nu precies toch ook echt geen zicht, hé, en zooooveel frisser voelt dat nu eigenlijk ook weer niet, geef het maar toe. 
Heren, een korte broek kan zeker, wat mij betreft dan toch -ik kijk al wel eens graag een keertje naar mooie mannenkuiten-, maar hou het alsjeblieft stijlvol, zeg. Te kort is te kort, punt. Zeker als je zo'n shortmodelletje met wijde pijpen wil dragen, om dan wijdbeens -hopend op een fris zuchtje wind???- en uiteráárd zónder ondergoed -want ook dáárvoor is het natuurlijk veel te warm- op de tram recht tegenover me komt zitten... Ding dong!
Ondertussen staan er al veel te veel 'OMG-had-ik-dát-maar-nooit-gezien-plaatjes' en 'Ooo-nee-mijn-arme-ogen!-prentjes' op m’n netvlies gebrand. Man man man man man!... 
O, ja, nog zo iets! Sandalen en slippers allerhande zijn super fijn om te dragen bij zulk een hitte, amai nog ni. Lang leve de frisse stappertjes! Maar sommige van die voeten, die tenen en zeker die nagels, die anders zelden of nooit daglicht zien en nu ineens de open ruimte krijgen... Aaaaargh! Pure horror van de bovenste plank, echt waar. Hemeltje lief, brrrrrrr. En de zeep is nochtans al lang uitgevonden, dacht ik toch...
Je kan uiteraard een zodanig donkere zonnebril opzetten dat je er niets meer van ziet… Aha! Dát is misschien de reden waarom zoveel van die zo gezegde stoere gasten zelfs in ’t donkerste van de metro dat ding niet van hun neus halen!... Bij de dames zou het kunnen dat die donkere bril op blijft om de door het zweten vreselijk uitgelopen make-up te verbergen, iets waar ik zelf ook al eens mee sukkel. Bij momenten schrik ik me rot van het abstracte-kunst-portret dat vanuit
 m’n zakspiegeltje naar me terug kijkt…
Genoeg drinken is inderdaad zeer belangrijk. Het is dan ook aan te raden bij deze temperaturen steeds iets te drinken bij je te hebben. Maar persoonlijk waardeer ik het niet echt om, als de tram plots hard remt bijvoorbeeld, de helft van uw verfrissing in mijn nek te krijgen… Net zoals ik het ook nogal onaangenaam vind om zowel op de perrons als in de rijtuigen aan de vloer vast te plakken door uw gemorste dorstlessers, en ik op diezelfde plaatsen beter géén zonnebril draag, uit angst te struikelen over al uw kwistig en gul rondgestrooid leeggoed. En ja, als liefhebber weet ik heel goed dat bier voor 95% uit water bestaat, doch, geloof me: geen goed alternatief. Uw hydratatie-met-bier-poging zal door deze warmte extra uitvergrootte negatieve gevolgen kennen, met –ja zeker alwéér- uit de hand lopende kotssituaties, zowel voor uzelf als voor de omstaanders... Volgens een artikeltje in de krant neemt trouwens met het stijgen van de temperatuur de neiging tot agressie toe. En dat klopt, volgens mij, als een bus. (hihi) M'n medereizigers gaven de voorbije dagen al verschillende malen blijk van 'lichte ontvlambaarheid', en zelf breng ik -tot m'n eigen verbazing eigenlijk- precies ook zoveel minder geduld op dan normaal met de onhebbelijkheden van de mij omringende openbaar-vervoer-gebruikers... Gelukkig heeft mijn sterk gevoel voor humor voorlopig nog steeds de overhand. Of toch op z'n minst die stevige dosis sarcasme... ahum. Al bij al, hydratatie met alcohol: geen goed plan dus.
En ja, het is heet, ja. Dat beseffen we ondertussen állemaal, en heel goed zelfs. Totaaal overbodig dus om zonder fout élk gesprek -in persoon, aan de telefoon of via sociale media- weer te beginnen met een meewarig "Warm, hé!" We wéten dat het snikheet is, gelóóf me! Wees eens een keertje origineel, open eens met iets verrassend en vrolijk de hele plak- en zweetboel een beetje op! 
Ik begin écht te denken dat veel mensen er zowat de hele winter en lente op gewacht hebben: eindelijk is het warm genoeg om er bijzonder uitgebreid over te klagen hoe warm het wel is. Het is natuurlijk een nationale sport, dat klagen en zagen, ik weet het, maar geef toe: dezelfde mensen die afgelopen winter steen en been kloegen dat het 'zo verschrikkelijk koud was en het niet snel genoeg zomer kon zijn', dat zijn vermoedelijk de eersten om nu tegen iedereen die het maar wil horen overdadig hun onvrede over deze temperaturen te spuien. Voor zover ik weet koelt klagen je niet af, in tegendeel, zou ik zelfs durven zeggen: al die opwinding verhit je volgens mij alleen maar meer… En god lieve deugd, wat zijn er tegenwoordig toch veel onderwerpen om eens stevig over door te mekkeren! Tjonge tjonge!... Je weet alle dagen van zowat iedereen of ze al dan niet kunnen slapen hebben, mét alle mogelijke details van de pogingen en de mislukkingen, en begeleid van een eindeloze hoeveelheid tips. De airco op 't werk staat te koud, of te warm, of werkt niet, of bestaat niet. Maakt niet uit: gij zult het geweten hebben! En vanzelfsprekend óók in geuren en kleuren. Dat de tram of de bus niet op tijd aan de halte arriveert, wordt logischerwijs eveneens aan de hittegolf gelinkt. En, o wat een ellende, in zowat élk rijtuig staat de airconditioning eveneens óf niet aan óf véél te koud, kunnen de vensterkes niet open of wil men ze juist zo gauw mogelijk -da trekt hier!-  dicht... Allemaal dingen waarover -wat had je gedacht- natuuuurlijk eveneens uitgebreid gekankerd moet worden. Nondepitjes, al dat gezaag! Ik zou er verdorie zélf uitvoerig en gepassioneerd van beginnen mopperen! Ola pola! Het is wat het is, hoor, je kan er niks aan veranderen, dus accepteer het en pas je aan, en vergeet niet te genieten van om het even wat, waar en wanneer het maar kan. Get comfortable with being uncomfortable! 
We zullen naar de toekomst toe vermoedelijk sowieso gewoon moeten geraken aan dit soort 'nieuwe' temperaturen. Me dunkt dat de opwarming van de aarde, met zo een paar van deze hittegolven en hete zomers na elkaar, toch écht niet meer te ontkennen valt... Met deze helse temperaturen gaat er trouwens geen dag voorbij of je hoort minstens één iemand een ontzettend gechargeerde, zeer openbare uitleg doen over het broeikaseffect en global warming en zo, met daar, uiteraaard, aan vastgekoppeld een ongezouten mening over de politici en rijkaards die daar, uiteraaaard, 120% verantwoordelijk voor geacht worden. Terwijl de fanatieke orator, gegarandeerd deo-loos walmend, wansmakelijk half ontkleed en met gore griezelvoeten z’n lege halve-liter-bierblikje ongegeneerd moedwillig de tramsporen op mikt… 
Ja, 'k weet het, kweetet, kwéétet!, da'k hier nu zelf al een halve blog zit te mauwen over dat gezever en gezaag, en da'k vermoedelijk ook weer een serieus stukske aan 't overdrijven ben... Tja, vergeef me, 't zal die hitte zijn, hé. hahaha 😀😇

 

donderdag 18 juli 2019

Jij bent zo vriendelijk!

"Jij bent zo vriendelijk." Sinds ik, nu met m'n tijdelijke werkhervatting, weer een stuk meer buiten en onder de mensen kom, krijg ik dat met grote regelmaat te horen. Zowel in de receptie als op de tram of de straat weerklinkt het, steeds met een behoorlijke verbazing, als was men er ongelofelijk door verrast: "Jij/u bent zo vriendelijk!" En die verrassende verbazing, die verbaast mij op m'n beurt dan weer mateloos. Is dat dan niet meer iets heel gewoons, iets normaal, dat je vriendelijk bent?!?!...
Als ik tegenwoordig, zeker zo in die vroege ochtenduurtjes, door de stille straten wandel, kom ik niet heel veel mensen tegen, maar zij die ik passeer, meestal elke dag dezelfden, begroet ik allemaal glimlachend met een welgemeende "goedemorgen!" De eerste keer keken de meesten van hen inderdaad verbaasd of verrast, maar ondertussen ontplooit op hun gezicht al een brede smile als ze me nog maar ergens in de verte zien afkomen. En elk eventueel bijhorend hondje weet duidelijk, me vrolijk kwispelend begroetend, dat er bij mij altijd wel een lieve aai over je bolletje te halen valt.

In de receptie en aan de telefoon kennen ze me ondertussen ook al, die altijd vriendelijke en immer lachende mevrouw met haar opgewekte stem, en men laat mij maar al te graag weten, zowel de medewerkers van het bedrijf als hun bezoekers, dat mijn vriendelijkheid echt hun dag opvrolijkt, vaak zoveel meer dan ik zelf wel besef.
Als ik niet al te veel pijn heb, sta ik op de tram nog regelmatig m'n zitplaats af aan iemand die trammetje-rijden duidelijk nóg lastiger vindt dan ik. Zelfs al zitten er overal om me heen zoveel jongere en vitalere personen te doen alsof ze niks gezien hebben. Ja, ik kan mij daar absoluut ook aan ergeren, maar besluit toch steeds maar weer met een brede glimlach het goede voorbeeld te geven. En vaak ontstaat uit zulk een kleine vriendelijkheid een aangenaam gesprekje. Iets waar ik altijd deugd aan heb. Dat gebeurt trouwens ook als iemand mij om reisinfo vraagt. Meestal met enige verbazing bij die persoon in kwestie, doch steevast ook met vreugde. Zoals eergisteren nog. Een mooie dame met een hoofddoek, die tram 5 richting Deurne zocht. Zo content met een heel gewoon, open en vrolijk gesprek, vrouwen onder elkaar, over kinderen en werk en wonen in een vreemd land, in prima Nederlands -"Fijn, oefenen!" zei ze blij-, met die vriendelijke Vlaamse mevrouw die zich, tot haar verbazing, niets aantrok van noch haar hoofddoek, noch haar origine, noch haar onwennigheid. Vandaag complementeerde ik een mevrouw, die in de tram schuin tegenover me kwam zitten, met haar ongelofelijk prachtige halssnoer. Ze was er even totaal, maar dan ook écht totáál, hare kluts van kwijt. Op een goeie manier, hoor, wees maar gerust. En nog geen twee seconden later zaten er acht mensen, die elkaar van haar nog pluimen kenden, gezellig samen te kletsen, alleen maar door dat ene piepkleine hartelijke complimentje, en die mevrouw met het fraaie sieraad zat stralend te blinken in het midden van dat alles.
Toch gek eigenlijk, bizar zelfs, en, wat mij betreft, enigszins verontrustend, dat vriendelijkheid zo iets verbazingwekkend geworden is...
Vriendelijk zijn is nochtans helemaal niet moeilijk. En absoluut elke daad van vriendelijkheid, hoe klein ook, is nooit verspilde moeite. Één welgemeend vriendelijk woord kan niet alleen iemands humeur of dag positief beïnvloeden, maar zelfs z'n volledige leven. Zonder uitzondering worstelt iedereen die jouw levenspad kruist wel met iets. Echt niemand is zonder zorgen. Het kleinste beetje vriendelijkheid, in welke vorm dan ook, maakt daardoor al gauw een groot verschil. Zeggen wat je denkt, dat kan en mag net zo goed iets heel aardig en opfleurend zijn. En zomaar. Er hoeft geen reden voor te zijn. Die vriendelijkheid zet zich trouwens bijna als vanzelf verder: als jij iets fijns tegen iemand zegt of iets sympathiek voor iemand doet, dan wordt die daar -normaal gezien toch, hé- zoveel blijer en gelukkiger van, en zal met gevolg dus ook sneller geneigd zijn om zelf een vriendelijke daad te stellen. Vriendelijk zijn maakt mensen aantrekkelijk, het maakt jóu aantrekkelijk. Als je de wereld voor je wil winnen, dan kan je hem alleen maar zo voor je doen smelten... 
Vriendelijkheid kost niks, zelfs geen moeite. Waarom zou je het dan niet als confetti overal om je heen in het rond strooien? En waarom wachten tot de anderen eerst vriendelijk tegen jou zijn? Geef het goeie voorbeeld! Begin er zelf mee, vandaag nog, en laat de wereld om je heen zien hoe het moet! "Ten aanval", zeg ik je, "hopla"! hihihi En, tot slot nog even dit: vooral niet schrikken, want je zal meteen merken dat vriendelijkheid heel erg moeilijk weg te geven valt... Ze wordt namelijk bijna altijd onmiddellijk weer teruggegeven!... 😀


zaterdag 13 juli 2019

Kleine gelukjes.

De tram stopte keurig op tijd aan m'n halte en m'n overstappen in de metro sloten absoluut naadloos aan. Exact zoals in de routeplanner uitgestippeld staat. Op elk voertuig was er meer dan ruimte genoeg om uitgebreid en weloverwogen een zitplaatsje te kiezen. De hele rit richting werk verliep dus zonder twijfel volmaakt vlekkeloos. Het te voet overbruggen van de afstand tussen m'n voordeur en de tramhalte, en een dik half uur later tussen de tramhalte en m'n tijdelijke receptie, geschiedde al even rimpelloos. Het was nog redelijk fris, zo vroeg in de ochtend, maar warm genoeg om op 't gemakje langs de straten te wandelen. En de opkomende zon, die van tussen de huizen en bomen kwam piepen, de felblauwe lucht hier en daar inkleurend met onwaarschijnlijke tinten roze en oranje, werkte ijverig mee aan een prima humeur. De vogeltjes floten in het groen en een licht zomers briesje deed de blaadjes van dat groen zachtjes ruisen. Ik begroette een leuk opgewekt hondje, die z'n al wat oudere baasje uit liet, en kreeg zowaar een vriendelijke 'goedemorgen' terug van hen beiden.
Rond de middag braken plots de hemelsluizen open. Allemaal tegelijkertijd. Met een fenomenale hevigheid, en met overtuiging begeleid door het betere orkestwerk van donder en bliksem, zette een ware zondvloed in geen tijd de parking en de omliggende straten volledig blank. Mensen met en zonder paraplu renden er als nietige miertjes kriskras door heen, met een vreemd soort verwarring en nervositeit, zich zo goed mogelijk verschuilend en beschermend, van bomen naar gebouwen verplaatsend en terug. In de veiligheid van m'n kunstmatig geacclimatiseerde -en op dat moment vooral dróge- werkplek stond ik aan het grote raam, afwisselend met m'n mok koffie en een klein stukje boterham in de hand, en bekeek onverstoorbaar sereen het bewegende tafereel aan de andere kant van het glas, zoals een luie kat, het jachten en jagen moe, naar een zacht bubbelend aquarium staart. Steeds iets minder fel dan bij die eerste vlaag herhaalde het hele scenario zich nog een keer of twee gedurende de namiddag.
Exact op het tijdstip dat ik m'n rustige kuiertochtje terug richting tramhalte huiswaarts aanvatte, begon het zonnetje weer van tussen de laatste restjes donderwolken te priemen. De straten, huizen, gazons en alle groenvoorziening er om heen, alles zag er als vers gewassen uit, en zo levendig en kleurrijk ook. De lucht voelde smetteloos zuiver en rook verrukkelijk fris. Zalig om daarmee je longen tot barstens toe te vullen! Het anders al zo overweldigende zwaar zoete parfum van de vele enorme lindebomen geurde zo mogelijk nóg sterker dan alle voorbije dagen. Echt geen ontsnappen aan, maar -gelukkig- ook onbeschrijflijk heerlijk. Mijn alles gretig opsnuivende neus draaide overuren. De zachte grappige zomerbries, die hartroerende herinneringen aan lang vervlogen strandwandelingen bij me opriep, joeg me, met breed flapperende jurk, speels vooruit en zorgde op de hoek van twee straten even voor een onverwacht Marylin Monroe momentje, zij het iets minder sensueel, doch zoveel meer zot stuntelig en vooral bijzonder hilarisch. 
De tram kwam alweer schitterend op tijd, en ook de overstappen verliepen opnieuw fantastisch soepel en zonder ook maar het minste tijdverlies. Afstappen en weer opstappen, afstappen en gelijk weer opstappen. En altijd een goed plekje om zittend -en dus voor mij met het maximaal haalbare comfort- te reizen. In geen tijd stond ik aan m'n persoonlijke eindhalte. De moedereenden met hun kleine spruitjes -de ene familie al wat groter dan de andere; hier nog friemelkleine donsbolletjes, daar al kuikentjes met een beetje tienerneigingen- vrolijkten zonder moeite met hun grappige gepiep en gesnater die laatste meters te voet naar huis op. En thuis, daar wachtten uiteraard die twee zotte pluizebollen van een heel andere 'cat'egorie met ongeduld op mij, om me, bij het openen van de voordeur, met veel poeha en dramatisch poezengedoe super content te onthalen. En, met natuurlijk ook de meer dan duidelijke boodschap: 'Eten, nú!', maar dat neem ik er uiteraard graag bij.
Ja, dat klopt: de onheilspellende, schreeuwende pijn in mijn nek wordt er niet dragelijker of zachter door. En mijn kolossale, niet bij te rusten vermoeidheid zal hiervan niet verminderen. Maar, laat ons wel wezen, die zaken zijn -en blijven- er óók als ik niét meer om me heen kijk, of ophoud me te verwonderen. Of als ik stop met genieten van die zovele kleine, ogenschijnlijk onbelangrijke dingen...
Daarom besluit ik bij deze dus graag, dat gisteren, zeker en vast voor mij althans, simpelweg een fabelachtige, buitengewoon magnifieke dag was. Een dag boor-de-vol kleine gelukjes...
💗😊



dinsdag 9 juli 2019

Over tramtoestanden en nekknelpunten.

Sinds een dikke 2 weken ben ik tijdelijk eventjes terug aan het werk, als interim-receptioniste, vakantievervanging. Meteen met veeeeel te veel uren per week, maar mijn ongelofelijk sympathieke, meedenkende en mij volledig begrijpende controledokter van het ziekenfonds -die er ondertussen trouwens ook voor zorgde dat ik vanwege de ernst van mijn nekproblematiek arbeidsongeschikt verklaard ben tot aan mijn pensioen- stond het me éénmalig toe, dus uitsluitend voor dit contract van 2 maanden, zodat ik –en ik citeer haar- ‘aan den lijve kan ondervinden dat mijn lichaam dat niet meer aan kan’. En ik moet nu reeds toegeven dat ze, jammer genoeg, groot gelijk heeft...
t Is te zeggen. Mits alles ont-zet-tend rustig te doen, mij in absoluut niets te laten opjagen, na m’n uren en in ’t weekend eigenlijk niet veel meer te doen dan te eten en te slapen, en af en toe één van die superpijnstillers te nemen, viel het me eerlijk gezegd nog redelijk mee. Niet dat de situatie ideaal is, zeker niet, maar zo zou ik dit tijdelijke contract tenminste met opgeheven hoofd –behoorlijk letterlijk, in mijn geval! hahaha- kunnen volbrengen, dacht ik, vol doorzettingsvermogen, goede moed en een ijzeren wil.
Sinds vanochtend echter denk ik daar wel even anders over…
Nondepitjes nondepitjes nondepitjes! Wat was dát, zeg! Ze kunnen er bij De Lijn uiteraard ook niet aan doen dat er iets cruciaals stuk gaat en daardoor alle metroverkeer onmogelijk wordt. Dus versta me niet verkeerd, ik ben niet boos of zo, hoor. ’t Vroeg alleen verschrikkelijk straffe heksentoeren om überhaupt nog érgens te geraken, laat staan op tijd…
Ik vertrek steeds zeer goed op tijd, eigenlijk meestal zelfs belachelijk veel te vroeg. Simpelweg om nooit te moeten stressen, want da’s ook wreed nefast voor mijn arme nekske. Maar vooral om het laatste stukje van de tramhalte tot aan m’n tijdelijke werkplek, een kleine kilometer te voet, in een bijzonder comfortabel tempo af te kunnen leggen, onderweg volop genietend van het zonnetje en de bloemetjes en al het andere moois dat er zoal te zien valt.
Na 10 minuutjes aan de tramhalte van tram 5, bij mij thuis in Deurne, voelde ik al dat er iets niet klopte. Geen trams in de tegenovergestelde richting, geen bussen ook, en aan alle haltes veel wachtenden, waarvan sommigen duidelijk reeds onrustig werden. Nog eens 10 minuten later verschijnt er een bus, eentje waar ik normaal gezien niets aan heb. De geweldig vriendelijke chauffeur stopte aan alle soorten haltes en informeerde alle reizigers over de fenomenale panne bij De Lijn en het daaruit volgende reuzegroot probleem, vooral met de trams. En, dat we wel met hem mee konden naar Merksem, waar er op de Bredabaan de keuze genoeg was qua tram- en buslijnen, lijnen waarmee we vermoedelijk toch nog in de stad te geraken. De omvang en gevolgen van de situatie nog niet helemaal overziend, vond ik dat een uitstekend voorstel en stapte, er nog helemaal gerust in en met het idee ‘komt helemaal goed’, mee de bus op.
Maar… Met een bus meerijden, da’s al een hele tijd een pijnlijk gegeven voor mij, en al was het maar een kort ritje, ik heb het geweten!… Op de koop toe bleek, eenmaal in Merksem, dat het tramverkeer faliekant in de knoop zat. Absoluut álles moest z'n route volledig bovengronds rijden en sommige nummers reden gewoonweg niet. Chauffeurs gaven niet allemaal dezelfde uitleg en tussen de ongeruste pendelaars ontstonden de meest uiteenlopende versies van wat en hoe. Uiteindelijk meende ik te begrijpen dat het met tram 2 wel zou lukken om tot aan Harmonie te raken, en aldaar over te stappen op tram 7, vlotjes richting werkplek. Oef, en hoera!... Ja, dat dácht ik dus, eeuwige optimist als ik ben…
t Is dat ik lichtjes vreesde in tijdsnood te komen, anders was dit een ongelofelijk fantastische toeristische uitstap geweest! Echt. Geloof me. Werkelijk de héle stad heb ik gezien! We reden Merksem door richting Kinepolis. Vandaar over de Noorderlaan, langs en even zelfs dóór Park Spoor Noord (wauw, wat zijn ze daar nog allemaal aan het bouwen, zeg!), over het Eilandje, met in de verte het Havenhuis (fel als een diamant schitterend in de eerste zonnestralen) en bijna rakelings voorbij het MAS (machtig schoon, zo met het blinkende water er voor en de kleurrijke zonsopgang er achter) om dan met een grote bocht ter hoogte van het Schipperskwartier terug de stad in te duiken. De verrassingsreis ging verder langs de Minderbroedersrui en de Katelijnevest, over Meirbrug, om dan langs het Maagdenhuis en de Sint-Elisabethkliniek (ik dacht nog efkes af te stappen… hihihi) en voorbij het standbeeld van onze Leopold richting Nationale Bank te rijden. Van daaruit ging de rondrit rechttoe rechtaan richting Harmonie en dus eindelijk weer een beetje in de juiste richting. De overstap naar tram 7 nam nog een extra 10 minuutjes wachttijd in beslag, maar toen zat ik ten lange leste toch weer op het juiste spoor. Letterlijk.
Reeds dik anderhalf uur onderweg en met nog een laatste 7 minuutjes op de klok sprintte ik, zo snel m’n krakkemikkige lichaam dat nog enigszins toeliet, door de straten van Berchem, die laatste kleine kilometer tot aan m’n werkplek in recordtijd afleggend, om totaal gebroken, happend naar adem en met nog net geen pijnlijke grimas op m'n gezicht exact 1 minuutje te laat te arriveren. Wat me gelukkig prompt door m’n ook juist binnenkomende verantwoordelijke vergeven werd. Ze had namelijk op de radio al gehoord wat een soep het weer was met dat tramnetwerk, en verbaasde zich er zelfs over dat ik er überhaupt geraakte, laat staan nog zo mooi op tijd ook…
Toevallig was het vandaag uitzonderlijk rustig in de receptie en kon mijn lichaam een ietsiepietsie terug op z'n plooi komen. De reis naar huis liet jammer genoeg opnieuw z'n sporen na. En hoe! Met het nog steeds niet verholpen euvel bij het tramnetwerk werd het ondanks-alles-toch-de-bus-moeten-nemen jammer genoeg onvermijdelijk, en -komt dá tegen- de dichtstbijzijnde haltes werden 'niet bediend wegens werken'!... Er zat dus niets anders op dan te genieten van het 2 kilometer lange wandelingetje in de zon om tot bij m'n bus huiswaarts te geraken. Die liet goddank niet op zich wachten en ik kwam zelfs nog sneller thuis -alweer een recordtijd!- dan gewoonlijk. Maar ondanks de ongelofelijk voorzichtige en zeer bekwame chauffeur waren die ontelbare verkeersdrempels, de vele putten in de weg en al die korte bochten door de smalle straten één voor één een grimmige aanslag op mijn zo fragiele nekwervels... 
En nu, nu heb ik pijn. Veel. Pijn die eigenlijk te vermijden had kunnen zijn. Tja, die mankementen aan het tramnetwerk in combinatie met de mankementen aan mijn nek, da's niet voor de poes, hé. ’t Is dus weer wreed geduldig wachten op de verdovende werking van m’n pijnstillers, en verder niets dan platte rust. (Al maar goed dus, dat ik tegenwoordig ook al languit op m'n rug blogjes kan liggen schrijven, hé…) Maar, 't moet gezegd, zo ondervind ik inderdaad aan den lijve dat m’n controlegeneesheer –gek woord eigenlijk, voor een dame- de ernst van mijn mankementen vermoedelijk zoveel beter dan ikzelf inschat. Dít kan ik dus duidelijk écht niet meer. En misschien is het daarom wel goed dat ik het nog eens in 't groot en 't breed meemaakte…
Bij deze dus mijn hartelijke dank aan De Lijn. Het was werkelijk een sublieme, wondermooie en verrassende rondrit vanochtend. Eigenlijk echt meer dan de moeite waard om nog eens over te doen. Maar dan liefst niet meer met mij, of toch zeker niet meer met mij als werknemer. Want die wijze les is me vandaag door jullie ongeweten ook nog eens stevig ingepeperd… ;-)





vrijdag 9 juni 2017

Een glazen boterham...

8 uur 's morgens, een ondertussen 'vertrouwd' afgeladen volle tram. Ik ondernam voor de zoveelste keer nog maar eens het immer spannende ritje, samen met zowat de helft van alle inwoners van Wijnegem en Deurne -of zo lijkt het toch- knusjes op elkaar gepropt in slechts één hermelijntram, naar m'n werk in het centrum van de stad...
Aan elke halte proppen er zich nog meer reizigers bij, en al weet je écht niet meer op welke onmogelijk magische, uitzonderlijk ingenieuze manier je jezelf nóg minder ruimte-innemend zou kunnen maken, telkens opnieuw weerklinkt uitvoerig -soms smekend wanhopig, soms ronduit roodgloeiend woedend- het ondertussen ook al vertrouwde commando "doorschuiven!!!"
Eigenlijk had ik zo ongeveer exact de ruimte recht omhoog, dus ook absoluut niet breder, gelijk aan de centimeters die het vierkantje vloer onder m'n twee voeten vormden. En voor wie me niet in levende lijve kent: dat betekent dat er een behoorlijk overweldigend pak 'oren en poten' moet worden ingehouden... 
Terwijl ik er net ernstig over begon te denken om zowel m'n handtas als m'n lunchzakje met ondersteuning van m'n kenmerkende dot bovenop m'n hoofd te gaan balanceren wrong een zoveelste luid 'doorschuiven'-schreeuwende man zich bij in het voertuig. Op zich niks bijzonders, ware het niet dat ik heel kort, een seconde maar, een glimp opving van de knalgele bak bierflesjes die hij met z'n voeten ruw tussen al die vele onderstellen van z'n medereizigers ook mee de tram trachtte in te schoppen.
'k Verloor hem een paar haltes uit het oog, maar plots zag ik hem weer: hij had zowaar -vraag me niet hoe, ik wil het zelfs niet weten- in die boordevolle tram een zeer gegeerd zitje veroverd! En... de meereizende kanarie-kleurige bierbak had hij zo te zien liefdevol op z'n schoot genomen. Op zich ook niets opzienbarend, tenslotte stap ik zelf ook vaak genoeg met de meest gekke dingen het openbare vervoer op, om vervolgens tijdens de hele reis alles netjes op schoot te houden. Kwestie van niet meer plaats in te nemen dan strikt noodzakelijk en aldus, als welopgevoede burger, voor geen overlast te zorgen. 
Maar wat er toen volgde, dat had ik écht niet zien aankomen!
De man frutselde een opener voor kroonkurken uit z'n jaszak, trok een flesje open en goot in één vloeiende beweging de volledige 30 centiliter gerstenat zonder blikken of blozen, hoofd achterover, door z'n keelgat! 
En het bleef niet bij ééntje. Nee, blijkbaar zaten er nog meer dan genoeg volle flesjes in de bak om tot aan de Groenplaats, waar hij net als ik en een paar honderd andere reizigers de tram verliet, op z'n gemakske het ene na het andere biertje achterover te kappen. 
Ik veronderstel dat hij bij de Carrefour aldaar z'n bak leeggoed wou gaan binnenbrengen. Leeggoed dat dus duidelijk toch nog niet helemààl leeg was...
't Is algemeen geweten dat ik ook wel van een lekker biertje hou, zo op tijd en stond, en ten gepaste tijde. Allé, t is te zeggen: pils, dat brouwsel mag je met veel plezier zélf opdrinken, da's wat mij betreft alleen maar goed om de groten dorst te lessen als je een lange hete en vooral stoffige dag zwaar in den hof gewerkt hebt. Ik ben tenslotte een telg van een familie waar zowat élke reden goed was op met z'n allen aan ne zalige trippel te beginnen, uiteraard liefst ene van Westmalle én van 't schap. Maar voor ontbijt?... Ik dàcht het niet! Écht niet.
Och, elk z'n eigen leven met z'n eigen goesting, zal ik maar denken, hé. 'k Heb er alleszins alweer hartelijk door gelachen, en 't levert andermaal een straffe en plezante story op om te vertellen, want van een "glazen boterham", daar had ik al gehoord, maar zo'n volledig, uitgebreid én op de koop toe rijdend en geheel openbaar "glazen ontbijt"... Toch redelijk excentriek, niet?! ;-)



zaterdag 14 januari 2017

Mobiel gevaar.

In de vrieslucht van de vroege nog donkere ochtend stonden we, weer maar eens, tevergeefs te wachten op de tram. Aan de per minuut toenemende ontevreden geluiden was duidelijk te horen dat het geduld van m'n hoestende en niezende medereizigers richting stad stilaan ook ten einde was. 
En zoals dat dan gaat: toen eindelijk in de verte het verlossende vertrouwde silhouet met het felle schijnsel der koplampen verscheen zagen we niet slechts één maar meteen twee trams, vlak achter elkaar, onze richting uit te komen.
Opgelucht omdat ik nu, zij het nipt, nog op tijd op m'n werk zou raken en dankbaar te kunnen ontdooien in de warmte van het voertuig plofte ik, achteraan in de tram waar nog ruim plaats was, met een zucht neer, met m'n gezicht naar de achterkant gericht. 'Achteruit rijden' is voor mij geen enkel probleem. Soms doe ik het zelfs opzettelijk omdat het weer eens een totaal ander beeld geeft van een vertrouwde, elke dag bijna identieke reisroute. En afwisseling is gewoon leuk.
Vanop m'n comfortabel warm zitje keek ik dus op het zo goed als lege voertuig achter ons. Het licht van de koplampen dat tegen de wanden van de metrotunnels scheen maakte deze rit extra boeiend voor mij. Je ziet zoveel meer van die anders zo duistere mollengangen, en dat vind ik interessant.
Het was me ondertussen ook al opgevallen dat de chauffeur van de tram achter ons, zo in de 'achtervolging' en met bijna geen passagiers, een vermoedelijk erg saaie rit reed, want hij zat wat afwezig, met z'n mobiele telefoon in de hand, achter z'n stuur voor zich uit te staren. 
Bij elke halte stopte hij vlak achter ons reeds stilstaand voertuig en reden wij hem vervolgens weer een eindje los bij het verder zetten van de reisweg. En dat ging goed... tot aan halte Elisabeth.
Je hebt het vast ook wel eens meegemaakt dat je wéét wat er onvermijdelijk staat te gebeuren en je dat als in een soort vertraagde film bijna lijdzaam ondergaat. Zo ging het ook op dat moment. De combinatie van de snelheid van het tramstel en de volledig in z'n sms opgaande en dus totaal onoplettende bestuurder deden me mezelf schrap zetten voor wat er in de volgende seconden onafwendbaar zou geschieden...
BAM!!! 
Tram 2 ramde met een aanzienlijke vaart, en dus ook met een serieuze dreun, de achterkant van tram 1. Er ging een schokgolf door het voertuig en enkele in- en uitstappende passagiers verloren hun evenwicht, terwijl iedereen zich duidelijk schrokken luid en wat angstig afvroeg wat er gebeurde. Zelfs als je het, zoals ik, ziét aankomen is zoiets nog behoorlijk verschieten!
De beide chauffeurs stapten allebei verrassend relaxed uit om de schade te bekijken. De dame naast mij vroeg zich half grappend af of er nu ook wederzijdse verzekeringsdocumenten getekend zouden worden. Maar niets van dat. Alsof het een banaal en alledaags voorvalletje was besloten ze, zonder er veel woorden aan vuil te maken, dat de blutsen in de bumpers en de glasscherven van gebroken lampen de moeite niet waard waren en geen enkel probleem vormden. Er werd -niets gebeurd, niets aan de hand- gewoonweg verder gereden, zij het plots met toch wel opvallend vele meters afstand tussen de voertuigen in... 
De ogenschijnlijke onbelangrijkheid van hele historie deed me even denken dat ik het me inbeeldde, maar m'n pijnlijke nek de rest van de dag verzekerde me dat deze stevige bots wel degelijk plaats gevonden had...
Weet je, er zijn al zoveel campagnes geweest om mensen er van te overtuigen dat het gevaarlijk is om je mobiele telefoon te bezigen tijdens het besturen van een voertuig, en toch zie je het nog alle dagen, en overal. Echt niet veilig. En dat is dus zélfs van toepassing als je wielen op 2 rails staan en nergens anders heen gaan dan vooruit... 
'k Ben blij dat 't dit trambotsingske geen ergere gevolgen had, maar sta me toe van de gelegenheid gebruik te maken het iedereen toch nog maar eens op het hart te drukken, zodat zowel jullie als jullie gezin, alle mogelijke passagiers en iedere andere weggebruiker veilig en wel kunnen toekomen waar ze moeten zijn: laat je 'mobieltje' voor wat het is als je 'mobiel' onderweg bent!... ;-)



woensdag 31 augustus 2016

Het eindpunt van een halte.

Elk bestaan kent een constant komen en gaan van mensen en dingen. We maken voortdurend kennis met massa's nieuwe zaken en nemen ook de hele tijd afscheid van minstens even veel. Meestal staan we daar niet zo bij stil, eventueel misschien bij bijzonder grootse gebeurtenissen, zoals bijvoorbeeld de aankoop van je eerste eigen stekje, afscheid nemen van je ouderlijk huis, het ontmoeten van je grote liefde, het moeten loslaten van een dierbare... 
En soms, daar waar je het totaal niet verwacht, word je verrast, zoals ik vandaag. Volledig gepland nam ik vanmiddag de tijd om even stil te staan bij een, in eerste instantie vooral praktisch, afscheid. Maar 'k had niet kunnen inschatten dat het me, nog even een paar foto's en een filmke schietend, toch wat emotioneel zou maken, een beetje melancholisch zelfs...
Voor mijn gevoel heeft het m'n hele leven lang bestaan. Ik passeerde er in m'n jeugd, op weg naar school. De routes heen en weer naar m'n werk in de Vlaamse Opera, bij bloemenwinkel 7 Days, in de Hoedensalon, aan de balie van Hotel Villa Mozart, van en naar repetities en lessen in het Mago, en al die ontelbare andere verplaatsingen naar zoveel vergeten evenementen, ze liepen allemaal langst die ene plek. De laatste 2 decennia -schat ik ongeveer- kwam ik er minstens een paar keer per week, de laatste jaren zelfs bijna dagelijks: het premetrostation 'Opera'.
En vandaag stapte ik op weg naar m'n werk aan de balie voor de allerlaatste keer uit de tram op het zo vertrouwde perron. Vanaf morgen 1 september wordt, in het kader van de heraanleg van de Leien en het Operaplein, alles ontmanteld, al dan niet gesloopt en volledig herbouwd. Mijn reisjes om welke reden dan ook richting stad zullen dus zowiezo nooit meer hetzelfde zijn.
Ach ja, ook ik zag het heus wel achteruitgaan. Het station verloederde stilaan, voldeed niet helemaal meer aan de 'moderne' tijd, steeds vaker waren er dingen stuk -roltrappen, verlichting, ticketautomaten-, er was altijd wel ergens een lek, hele stukken stonden soms blank, en ondanks de inspanningen van de immer bezige poetsploegen zagen de trappen, gangen en ruimtes er steeds groezeliger uit. Je mag natuurlijk niet vergeten dat dit station in 1975 in gebruik werd genomen, samen met station Meir en Groenplaats, en daardoor letterlijk 'uit een andere eeuw' afstamt!... Dus, tijd voor verandering, tijd voor modernisering, tijd voor comfort, tijd voor veiligheid, tijd voor vooruitgang. En ook tijd voor de indienstneming van de reeds bestaande, maar voor de gewone reiziger verborgen, tunnels en perrons, die, half afgewerkt en dik onder het stof, na al die vele jaren nog steeds geduldig wachten op hun uiteindelijke bestemming.
De dichtersziel in mij bleef, zoals dichterszielen dat plegen te doen, nog even weemoedig hangen bij wat nu voorgoed voorbij is. Zoals ik de afgelopen maanden reeds bij elke passage met enig droefheid naar de grote lege plek keek waar al die tijd, 41 jaar lang, veilig achter glas, het omvangrijke terracotta kunstwerk 'Metro in de stad' van May Claerhout had gehangen. Haar oudste zoon was mijn eerste grote liefde en dat enorme beeld met de vele honderden figuurtjes en fraaie stadsmonumenten deed me elke keer weer met een warme glimlach aan hem en die lang vervlogen, nog zo zorgeloze en onschuldige tijd terugdenken. Zou er in het ontwerp van dat nieuwe ultramoderne kruisstation met 3 verdiepingen ook een plaatsje voor het beeld voorzien zijn? Geen idee. Afwachten dus, een jaartje of 2, 3...
In elke dag, elk seizoen, elk leven -eigenlijk in letterlijk àlles wat we zien, kennen, ervaren...- maakte het oude steeds weer plaats voor het nieuwe, en met een beetje geluk meteen ook voor iets van een hoger niveau, een betere kwaliteit. Zeker als je het hebt over premetrostations. ;-)





vrijdag 12 augustus 2016

De kracht van een glimlach.

Van kop tot teen gehuld in de vele lagen van een eindeloos aantal meters prachtige Afrikaanse stof, met naast de typische motieven ook een fraaie, in goud geborduurde, sierrand, stond ze op de volle tram, tussen de vele andere reizigers door, juistekes in mijn gezichtsveld. Vermoedelijk bewonderde ik haar outfit net een paar seconden te lang, want steels keek zij terug, een beetje onderzoekend. Toen onze ogen elkaar kruisten verscheen er een verlegen glimlachje op haar mooie zwarte gezicht. En, ge kent mij: meer heb ik echt niet nodig om totaal ontwapenend, volledig open en blij, breed terug te lachen. 
Aan het station moest ik overstappen op een andere tram, en zij blijkbaar ook. Ze nam, in afwachting van, plaats op een bankje en ik zette me, op de enige nog vrije plek, vlak naast haar. Voorzichtig gluurde ze, met opnieuw die wat verlegen glimlach, even opzij naar mij en ik lachte uiteraard ook weer terug.
Wegens het lang uitblijven van het gewenste tramnummer -het was al snel duidelijk dat we op hetzelfde wachtten- klonk er af en toe bij ons allebei een diepe zucht, er werd al eens iets onverstaanbaar gemompeld, we wiebelden bijna tegelijk met onze voeten... En dat deed ons giechelden. Zo zaten we daar naast elkaar op het perron, bijzonder bewust van elkaars aanwezigheid, maar alle twee nog net niet moedig genoeg om de andere aan te spreken.
Eindelijk op de tram: één vrij bankje, voor twee. Ik wiste met m'n glimlach meteen al haar twijfel om naast me te komen zitten weg, en, eenmaal gezeten, uitte ik mijn bewondering voor haar jurk. Verlegen verontschuldigde ze zich voor haar povere Nederlands. Maar daar zit ik niet mee, we gingen eenvoudigweg over op Frans. Ze kwam uit Burundi, gevlucht voor de vreselijke oorlogen, en vond het hier erg koud. Niet alleen letterlijk -vandaar die vele lagen stof natuurlijk- maar ook figuurlijk, tussen de mensen hier... Mijn vriendelijkheid verbaasde haar dus echt wel.
Bij de laatste ondergrondse stop van de tram, nadat we zeker al 10 minuten stil stonden, liet de bestuurder weten dat hij wegens een ongeval een omweg van een 15-tal minuten zou moeten maken. Wie wou uitstappen mocht dat.
"Dan neem ik de bus voor het vervolg van m'n route naar huis", zei ik tegen m'n zwarte reisgenote die meteen wist welke bus ik bedoelde, het een prima plan vond en dus met me mee ging, de vele eindeloos lijkende trappen omhoog.
Spijtig genoeg zag ik met mijn lumineus idee één dingetje, klein detail -hum- over het hoofd: daarboven lagen honderden meters straat en een volledig kruispunt onherkenbaar opengebroken -wat we eigenlijk, als trouwe gebruikers van deze route, allebei al lang wisten maar in ons enthousiasme even vergeten waren- dus: geen bus uiteraard. Luidop lachend om onze eigen dommigheid en honderduit babbelend alsof we elkaar al jaren kenden daalden we dan maar weer af in de diepte van het metrostation en arriveerden net op tijd voor de volgende tram met het juiste lijnnummer. Vrolijk kwetterend propte we ons tussen de rest van de 'sardientjes' en ons opgewekt gesprek werkte aanstekelijk bij het groepje jongedames, allemaal met hoofddoek, waar we tussen plakten. 
Ook nu brak mijn glimlach het ijs en na mijn -ik, de eeuwig vrolijke optimist- "Hoera, we doen zo dadelijk een heel uitzonderlijk ommetje met de tram, hoe spannend!" vond niemand om ons heen het nog erg dat we wat later thuis zouden geraken. 
Terwijl ik figureerde als tolk voor de nodige simultane vertaling, van 't Nederlands naar 't Frans en terug, babbelde iedereen ongedwongen met iedereen, ambiance alom. Bij de aankondiging van déze chauffeur -zijn tram had ondertussen ook nog niet één centimeter bewogen- dat we dan tóch langst de normale route zou rijden was iedereen het dan ook meteen, breed lachend, roerend met me eens toen ik grapte "Allé jong, da meende nu toch ni! Amai, da's echt keispijtig!..."
De Afrikaanse mevrouw moest nog een paar haltes verder, maar één van de meisjes -lang, slank, mooi, ik denk Marokkaans, maar zeker hier geboren- verliet de tram samen met mij en wandelde nog een stukje mee terwijl ze haar intense blijheid uitte over dat super gezellige tramritje, waarin kleur, afkomst, leeftijd en zelfs taal uitzonderlijk eens een keertje géén barrière vormde...
"Als meer mensen zo zouden zijn, en dit vaker gebeurde, dan zou de wereld er volledig anders uit zien!" zuchtte ze nog. "Juist daarom schrijf ik dit soort belevenissen neer in een blogje", vertelde ik haar, "met de hoop mensen te inspireren, al was het maar één iemand..." En geweldig enthousiast die verhaaltjes ook te kunnen lezen schreef ze gretig de Google-gegevens op.
Ik weet dat men mij soms behoorlijk, zelfs kinderlijk, naïef vindt, en onrealistisch, wereldvreemd, als ik beweer dat één oprechte warme glimlach krachtig genoeg is om de hele wijde wereld te veranderen. Volgens mij is één 'smile' altijd de start van een positieve kettingreactie, zoals één kleine druppel in een enorme watervlakte naar alle kanten eindeloos uitdeinende cirkels op de waterspiegel veroorzaakt.
Zowiezo, zonder dom te zijn of het grote plaatje uit het oog te verliezen, alle beetjes helpen, hoe klein ook. Juist die ogenschijnlijk totaal onbelangrijke dingen, die we allemaal aan kunnen, hebben we hard nodig. Me dunkt dat deze waar gebeurde story daar toch ook weer een erg mooi bewijs van is...
Dus -zeg maar dat ik het gezegd heb- laat deze wereld jouw glimlach niet veranderen, maar verander met jouw glimlach de wereld! *Smile!* :-)