Posts tonen met het label verrassend. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verrassend. Alle posts tonen

vrijdag 23 juli 2021

Verrassende bezoekers

Nee, 't zal niet de meest innoverende, stichtende of verrijkende lectuur zijn, waarover ik vandaag eens schrijf. Maar dat doet er niet toe, vind ik. Als iets een glimlach op mijn gezicht weet te toveren, en ik weet dat te vatten in een blogje, dan maak ik er misschien een enkele lezer ook wel gelukkig mee...
Mogelijk hebt u 't idee dat ik een beetje in herhaling val, als ik weer eens vertel over het leven op mijn terras, maar ik blijf mij verbazen over de, in mijn ogen dan toch, bijzondere bezoekers. Nee, ik bedoel dan uiteraard niet die personen die te pas en te onpas, en al dan niet stiekem of met de meest doorzichtige en idiote verhalen en redenen, door de tuin, vreselijk kwakkelend over de grote en vaak puntige kasseien, komen gebanjerd. Nee, dan heb ik het dus over alle andere 'fauna' die de weelderige flora van mijn buitenruimte aandoet!...
Volgens mij is alles in de natuur een beetje zijn kluts kwijt en veel zaken zijn ook erg laat dit jaar. Dat was vooral al heel erg duidelijk met het tot een maand later zijn van de bloei van de meeste planten. En ik had me al een tikje ongerust afgevraagd waar eigenlijk al die hordes piepkleine meesjes, die de voorbije jaren steevast het terras als speeltuin gebruikten, bleven. Ook hun klok stond nog een beetje achter, denk ik, want gisterenochtend mocht ik mezelf dan uiteindelijk toch weer als vanouds in hun gekkigheid verheugen!  
Klein en jong als ze nog zijn, deze kersverse pluimenbolletjes, kennen ze weinig of geen angst. Toch alleszins van niets op mijn terras. De grote slinger met nootjes en zaadjes, die ik onderaan de bloeiende hangmanden voor m'n vensters bevestigde, biedt hen een perfecte zitplaats: 't is er droog, je zit niet in de felle zon, je bent enigszins verborgen voor mogelijke belagers, en je kan er niet alleen naar hartenlust onnozel doen met je broers en zusjes, maar tussendoor ook nog gezellig een hapje eten. Ideaal. Dus, dat rare wezen dat hen van achter het raam, met een brede glimlach over haar bril loerend, bijzonder geïntrigeerd in 't oog houdt, dat zal hen absoluut worst wezen! Heel voorzichtig, zonder al te plotse of grootse bewegingen, lukte het me daardoor zelfs om m'n smartphone te pakken en plaatjes te schieten van hun dolkomische drukke gedoe. "En de poezen?", vraag je je misschien af. Pompon ligt lui op de vensterbank te kijken. Die heeft al lang begrepen dat het totaal niet de moeite is zich voor die kleine pluimenzottekes moe te maken. Ge hoort hem bijna denken: "Ge doet maar. Pfffft. Zolang ge mij maar niet teveel in mijn slaapke stoort met al dat gesjilp en gekwetter." Poekie springt nog wel eens super energiek recht in z'n mandje. Zo een beetje van "Zie, zie! Allé, zie nu! Daar, daar!" Maar er voor úit dat mandje komen, da's er toch ook niet meer bij. Met z'n twee pootjes over de rand van het mandje houdt hij al het speels geweld een tijdje nauwgezet in 't oog, om vervolgens als vanzelf weer in slaap te vallen. Dan zie je hem langzamerhand dieper en dieper in het mandje wegzinken, tot niets meer van hem te zien is.
Eergisteren namiddag echter was het plots anders. Gewoonlijk zie ik uitsluitend in de koude donkere maanden van het jaar al eens een winterkoninkje een beetje stiekem en voorzichtig tussen m'n planten z'n kostje bij elkaar scharrelen. Nu kregen we geheel onverwacht het bezoek van een piepjong exemplaar dat zich duidelijk heer en meester van het koninkrijk waande. Onverstoorbaar luid kwelend hupte hij (of zij...) van de hoogste loot van de ene plant naar de verst rijkende tak van een ander boompje. En z'n favoriete landingsplaats verbaasde zelfs mij volledig: het stevige metalen gaas in de twee kattenhorren! (Dat zijn dus van die dingen, u wel gekend, die je in de openstaande ramen en/of deuren zet, gewoonlijk om allerlei ongewenste insecten búiten te houden, doch in mijn geval: om twee katers bínnen te houden...) Geen reactie bij Pompon. "Och, een vogel meer of minder, daarvoor kom ik niet in actie, hoor!", zal hij gedacht hebben. Maar Poekie was behoorlijk buiten z'n zinnen en lichtjes woedend om zoveel schaamteloosheid. Elke keer weer maakt hij, met veel gemekker en zenuwachtig wild heen en weer gesprint van venster naar venster, aan alles en iedereen die het maar horen wil, duidelijk dat hij zoveel gebrek aan respect niet zou dulden! In al z'n verontwaardiging sprong hij zelfs bovenop z'n slapende broer op de vensterbank waardoor er heel even tussen hen ook schermutselingen ontstonden... Sindsdien brengt hij ons elke dag minstens één keer een bezoekje, met steeds opnieuw ongeveer hetzelfde scenario. Ik begin me zo stilaan af te vragen of hij het opzettelijk doet... Zo een beetje poezen pesten.  Ja, dit jonge winterkoninkje, da's duidelijk geen gewoon geval. Zo bescheiden en onopvallend z'n soortgenoten gewoonlijk -eigenlijk áltijd, bij mijn weten- zijn, zo excentriek en luidruchtig is hij (of zij). Och, die jeugd van tegenwoordig, hé... hahaha
Bij het planten water geven viel mijn oog op nog andere bezoekers, bezoekers die ik liever niet tegenkom: slakken! Van die grote, dikke, vette, slijmerige en slibberige vreetmachines. Al jaren doe ik in de zomer minstens één keer per dag een toerke over het terras om alle huisjesslakken van tussen het groen te plukken. Daar ben ik aan gewend en die zie er vaak prachtig uit, in die ongelofelijk veelkleurige en telkens anders gestreepte schelpjes. Nee, ik maak ze niet dood, maar het kampioenschap huisjesslak-slingeren zou ondertussen wel eens op mijn naam kunnen staan... Eén voor één, hup, met een grote bocht door de lucht de dichte klimop van de enorme tuin in, waar ze vermoedelijk ook allemaal vandaan komen. Die grote vettige 'blote' slakken, die zag ik nog niet eerder, en die pak ik ook liever niet zonder handschoen of zo op. Eikes! 'k Ben niet snel vies van iets aan te raken, maar deze slippery suckers... Brrrr. Alhoewel. Eigenlijk zijn deze, heel anders dan die wat doordeweekse effen donkerbruine of oranje tuinweekdieren, op hun manier ook wel mooi, hoor, met hun zeer uiteenlopende kleur en strepen. Bij nader onderzoek en enig opzoekwerk op 't internet kwam ik er achter dat het inderdaad geen gewone naaktslakken zijn, maar wel de veel kleurrijkere tijgerslakken! Oké, mooi, maar aan het fenomenale, absoluut roofdier-passende tempo waarmee ze korte metten maken met een volledige plant, heb ik ze écht liever niét op m'n terras. Met twee plantenstokjes, tijdelijk dienst doend als chopsticks, grijp ik ze bij hun lurven en vliegen ze er dus meteen letterlijk vanaf. Niet zo ver als de huisjesslakken -daar moet ik nog verder op oefenen- maar ver genoeg om geen directe dreiging meer te zijn. En mogelijk een 'smakelijke hap' voor de immer hongerige duiven. Al vraag ik me af hoe die zo'n ontzettend groot glibberding naar binnen krijgen met die relatief kleine bek... Maar, dat kan ik me niet aantrekken.
Met die verrassend grote -echt enórm, zelden zo'n reus gezien, bijna 10 centimeter, zonder liegen!- fraai grasgroene sprinkhaan (na enig opzoekwerk blijkt het hier om de enige echte groene sabelsprinkhaan te gaan), die zich, opgeschrikt door de waterstraal uit mijn tuinslag, uit het dichte groen wegvluchtend op 't bovenste toppeke van de plantensteun zette en me een beetje zenuwachtig bleef zitten gadeslaan, heb ik toch ook maar voor alle zekerheid een ernstig gesprekje gedaan. 'k Heb er absoluut geen problemen mee als hij al eens een blaadje of twee komt binnenspelen, maar 't is natuurlijk niet de bedoeling dat hij op zekere dag z'n hele duizendkoppige familie ook eens mee hier heen op restaurant neemt!... Met een paar fenomenale sprongen verdween hij de weidse grasvlakte van de voor hem vermoedelijk eindeloos grote tuin is. "Tot ziens!", zwaaide ik hem achterna.
Ja, 'k weet het, niet de meest innoverende, stichtende of verrijkende lectuur, dit blogje, maar geef toe: toch wel leuk, hé, wat er hier allemaal op mijn heerlijk volgroeiende buitenruimte op bezoek komt. Maakt doet het alleszins steeds weer glimlachen. En heel misschien glimlach jij nu ook... ;-)



donderdag 18 juli 2019

Jij bent zo vriendelijk!

"Jij bent zo vriendelijk." Sinds ik, nu met m'n tijdelijke werkhervatting, weer een stuk meer buiten en onder de mensen kom, krijg ik dat met grote regelmaat te horen. Zowel in de receptie als op de tram of de straat weerklinkt het, steeds met een behoorlijke verbazing, als was men er ongelofelijk door verrast: "Jij/u bent zo vriendelijk!" En die verrassende verbazing, die verbaast mij op m'n beurt dan weer mateloos. Is dat dan niet meer iets heel gewoons, iets normaal, dat je vriendelijk bent?!?!...
Als ik tegenwoordig, zeker zo in die vroege ochtenduurtjes, door de stille straten wandel, kom ik niet heel veel mensen tegen, maar zij die ik passeer, meestal elke dag dezelfden, begroet ik allemaal glimlachend met een welgemeende "goedemorgen!" De eerste keer keken de meesten van hen inderdaad verbaasd of verrast, maar ondertussen ontplooit op hun gezicht al een brede smile als ze me nog maar ergens in de verte zien afkomen. En elk eventueel bijhorend hondje weet duidelijk, me vrolijk kwispelend begroetend, dat er bij mij altijd wel een lieve aai over je bolletje te halen valt.

In de receptie en aan de telefoon kennen ze me ondertussen ook al, die altijd vriendelijke en immer lachende mevrouw met haar opgewekte stem, en men laat mij maar al te graag weten, zowel de medewerkers van het bedrijf als hun bezoekers, dat mijn vriendelijkheid echt hun dag opvrolijkt, vaak zoveel meer dan ik zelf wel besef.
Als ik niet al te veel pijn heb, sta ik op de tram nog regelmatig m'n zitplaats af aan iemand die trammetje-rijden duidelijk nóg lastiger vindt dan ik. Zelfs al zitten er overal om me heen zoveel jongere en vitalere personen te doen alsof ze niks gezien hebben. Ja, ik kan mij daar absoluut ook aan ergeren, maar besluit toch steeds maar weer met een brede glimlach het goede voorbeeld te geven. En vaak ontstaat uit zulk een kleine vriendelijkheid een aangenaam gesprekje. Iets waar ik altijd deugd aan heb. Dat gebeurt trouwens ook als iemand mij om reisinfo vraagt. Meestal met enige verbazing bij die persoon in kwestie, doch steevast ook met vreugde. Zoals eergisteren nog. Een mooie dame met een hoofddoek, die tram 5 richting Deurne zocht. Zo content met een heel gewoon, open en vrolijk gesprek, vrouwen onder elkaar, over kinderen en werk en wonen in een vreemd land, in prima Nederlands -"Fijn, oefenen!" zei ze blij-, met die vriendelijke Vlaamse mevrouw die zich, tot haar verbazing, niets aantrok van noch haar hoofddoek, noch haar origine, noch haar onwennigheid. Vandaag complementeerde ik een mevrouw, die in de tram schuin tegenover me kwam zitten, met haar ongelofelijk prachtige halssnoer. Ze was er even totaal, maar dan ook écht totáál, hare kluts van kwijt. Op een goeie manier, hoor, wees maar gerust. En nog geen twee seconden later zaten er acht mensen, die elkaar van haar nog pluimen kenden, gezellig samen te kletsen, alleen maar door dat ene piepkleine hartelijke complimentje, en die mevrouw met het fraaie sieraad zat stralend te blinken in het midden van dat alles.
Toch gek eigenlijk, bizar zelfs, en, wat mij betreft, enigszins verontrustend, dat vriendelijkheid zo iets verbazingwekkend geworden is...
Vriendelijk zijn is nochtans helemaal niet moeilijk. En absoluut elke daad van vriendelijkheid, hoe klein ook, is nooit verspilde moeite. Één welgemeend vriendelijk woord kan niet alleen iemands humeur of dag positief beïnvloeden, maar zelfs z'n volledige leven. Zonder uitzondering worstelt iedereen die jouw levenspad kruist wel met iets. Echt niemand is zonder zorgen. Het kleinste beetje vriendelijkheid, in welke vorm dan ook, maakt daardoor al gauw een groot verschil. Zeggen wat je denkt, dat kan en mag net zo goed iets heel aardig en opfleurend zijn. En zomaar. Er hoeft geen reden voor te zijn. Die vriendelijkheid zet zich trouwens bijna als vanzelf verder: als jij iets fijns tegen iemand zegt of iets sympathiek voor iemand doet, dan wordt die daar -normaal gezien toch, hé- zoveel blijer en gelukkiger van, en zal met gevolg dus ook sneller geneigd zijn om zelf een vriendelijke daad te stellen. Vriendelijk zijn maakt mensen aantrekkelijk, het maakt jóu aantrekkelijk. Als je de wereld voor je wil winnen, dan kan je hem alleen maar zo voor je doen smelten... 
Vriendelijkheid kost niks, zelfs geen moeite. Waarom zou je het dan niet als confetti overal om je heen in het rond strooien? En waarom wachten tot de anderen eerst vriendelijk tegen jou zijn? Geef het goeie voorbeeld! Begin er zelf mee, vandaag nog, en laat de wereld om je heen zien hoe het moet! "Ten aanval", zeg ik je, "hopla"! hihihi En, tot slot nog even dit: vooral niet schrikken, want je zal meteen merken dat vriendelijkheid heel erg moeilijk weg te geven valt... Ze wordt namelijk bijna altijd onmiddellijk weer teruggegeven!... 😀