Nee, ge kunt écht niet zeggen da't grote goesting was, waarmee ik een week geleden, vrijdagvoormiddag bij Betty in de auto stapte. En al helemáál niet met het bijna euforische gevoel van opluchting en bevrijding dat beste vriend Roger blijkbaar ervaren mocht... 'k Had gerust even met 't openbaar vervoer of voor 5 euro met een taxi kunnen gaan, maar immer bezorgde lieve vriendin Betty stond erop mij even heen en weer te voeren naar het tentenkamp op Spoor Oost: ik zou mijn eerste vaccinatiespuitje krijgen.
Puur voor mezelf alleen had ik het misschien liever aan me voorbij laten gaan. De afgelopen 2 decennia werd ik, om die zovele medische redenen, met meer dan genoeg 'spul' ingespoten. Genoeg voor de rest van mijn leven zelfs, als ge 't mij vraagt. In een open gesprek vol begrip opperde mijn sympathieke huisarts echter, dat we vermoedelijk niet uit deze wereldwijde crisis raken zonder iedereen te vaccineren. En daarmee maakte hij een punt dat ik niet kon weerleggen. Als ik mij anderhalf jaar lang bijzonder strikt aan alle mogelijke beschermende maatregelen hield om te voorkomen dat iedereen die mij lief is besmet zou raken of erger, dan moest ik mij om exáct diézelfde reden ook laten vaccineren. Simpel. Niet voor mezelf dus, maar voor jullie, allemaal, en voor de concerten, en voor nog zoveel meer... Goh, nu ik er over nadenk, eigenlijk misschien toch ook wel een beetje voor mezelf: ik riskeer dat al die vele mensen, die mij het afgelopen anderhalf jaar als 'bijzonder veilig' en 'met weinig of geen risico' markeerden, me plots wel eens als te vermijden figuur zouden beschouwen, mocht ik één van de weinige niet-gevaccineerden worden... En wie weet, mag ik dan, als ware paria, ook nergens meer binnen en/of naar toe. Geen leuk vooruitzicht. Dus, met toch nog steeds behoorlijk wat tegenzin, jazeker, maar ook met nét dat ietsje méér sociaal engagement en filantropie, vergezeld van een tikje eigenliefde liet ik me gelaten richting vaccinatiecentrum voeren.
Het was er druk. De parking stond bomvol en de bedrijvigheid had iets van een bijzonder actief en werkzaam industrieterrein. Hele horden mensen haastten zich allemaal tegelijkertijd richting ingang: een redelijk smal paadje tussen nadarhekken. Omdat er op die manier niet echt sprake was 'van afstand houden' en ik me daar toch wel ongemakkelijk bij voelde, liet ik eerst een aantal personen voor gaan. Daar kwam uiteraard geen eind aan, dus noodgedwongen -en met een zucht, een vloek en een blik op de hemel- smeet ik mezelf uiteindelijk maar mee in de stroom.
De mensenmassa had zo'n danige vaart dat ik al voortsnellend amper al m'n documenten op tijd uit m'n handtas gevist kreeg. Slechts enkele seconden later reeds sorteerden een aantal medewerkers van het vaccinatiedorp de aanstormende meute, razendsnel de formulieren controlerend, naar links of naar rechts. En toen was er plots weer ruimte om me heen. Alsof bij toverslag iedereen verdwenen was. Ineens liep ik daar behoorlijk moederziel alleen. Natuurlijk lag dat alles aan de meer dan uitstekende organisatie waarmee men iedereen zo efficiënt mogelijk in de juiste richting naar het juiste vaccin en dergelijk leidde, maar die koude rillingen over mijn rug kon ik toch niet bedwingen...
Op elk mogelijk hoekje, langs elk mogelijk hekje of touwtje, absoluut overal waar je maar keek, stond wel iemand die je met een ongelofelijke vriendelijkheid in de goeie richting stuwde. Voort, voort, sneller, sneller, hup, hup. Soms door wel drie personen tegelijkertijd werd ik, absoluut behulpzaam en beleefd, doch evenzeer kordaat, aangemaand niet te talmen, niet te aarzelen, en stevig door te stappen in de juiste richting. "Vee!", dacht ik bij mezelf, "wij zijn allemaal een stel schapen, of varkens!", en voelde me werkelijk als een koe, gedwee en gelaten op weg naar de slachtbank... Ja, zelfs die hele overdosis vriendelijkheid kon daar niets aan veranderen. In 't tegendeel zelfs: zóveel vriendelijkheid, en werkelijk bij élke vrijwilliger, van de allereerste tot de allerlaatste, in een wereld waarin een klein beetje aardig zijn al als 'vreemd' beschouwd wordt?! (lees mijn eerdere blogje: 'Vriendelijk.') Daar klopt toch iets niet helemaal aan, hoor. Bizar! Je zou voor minder achterdochtig worden, als ge 't mij vraagt...
Bon, bij elke volgende splitsing: opnieuw de documenten laten zien, om aansluitend weer netjes gesorteerd op 't juiste pad verder te snellen. Vlak voor de laatste ontdubbeling versperde een soort grote poortwachter me onverwacht de weg. Diep in m'n nogal duistere gedachten verzonken en me licht opgejaagd voort haastend, botste ik bijna pardoes tegen hem op. Met ogen, zo fenomenaal grijsblauw dat je er tijd en wereld in zou verliezen, keek hij onbewogen op me neer. Of ik allergisch was aan vaccins, en of ik bloedverdunners nam, wilde hij weten. Even totaal van mijnen apropos kostte het nog behoorlijk wat moeite om 't juiste antwoord te vinden en uit m'n mond te wringen, maar 'k mocht al gauw passeren, en, opnieuw correct voorgesorteerd, verder lopen langst het keurig afgebakend pad. Van verloren lopen of fout terecht komen is daar aan Spoor Oost absoluut geen sprake, hoor, ge moogt gerust zijn. "Ontsnappen onmogelijk!", voegde ik er voor mezelf nog grimmig grommelend aan toe en met nog meer van die ijskoude rillingen over m'n rug, had ik onverhoeds -mijn oprechte excuses aan eenieder die zich hierdoor om welke reden dan ook beledigd, misnoegd of tekortgedaan zou voelen- beelden in mijn hoofd van het uitsorteren van die mensenmassa's, pakweg 75 jaar geleden, die met volle treinwagons afgeleverd werden aan de concentratie- en vernietigingskampen...
Met een hoofd vol lastige en onoplosbare vragen zoals "Hoe wordt er beslist wie welk vaccin krijgt, en wie beslist dat dan wel?..." (ik had absoluut niks te kiezen) en nare, onbehulpzame ideeën als "We zijn verdorie allemaal proefkonijnen!" (godweet wat voor gevolgen deze prikken op lange termijn hebben...) arriveerde ik de inentingshokjes, de plaats waar de spuitjes aan hoog tempo gezet werden. Een super dikke pluim voor de organisatie, echt, want ik denk dat er tussen mijn aankomst op de parking en het plaatsnemen op het prikstoeltje geen 5 minuten verlopen waren, zo vlot ging dat alles. Al zeg ik er eerlijk bij dat ik eigenlijk op dat moment elk gevoel van tijd volledig kwijt was...
Schril afstekend bij de bijna overdreven vriendelijkheid van de tientallen vrijwilligers die ik daarvoor gepasseerde, was de houding van de dame die in het mij toegewezen hokje de spuitjes zette. Zonder een woord te zeggen bekeek ze mij vluchtig van kop tot teen, legde het vaccin en een barcodesticker op het stoeltje naast me en verdween weer even. Ik zat daar en wachtte. Bij haar terugkomst gebaarde ze, nog steeds zonder één woord, met haar handen de vraag 'links of rechts'. Luidop en aan haar gericht redeneerde ik: "Blijkbaar kan uw spier nogal pijnlijk zijn na het spuitje. Ik ben rechtshandig. Dus misschien beter links dan." Het laatste woord had m'n mond nog niet verlaten, of ze plofte het spuitje al in m'n bovenarm. "Sticker meenemen en uitgang langs dáár!", zei ze kortaf en een beetje vaag verder wijzend. En voor ik het goed en wel besefte, was ze alweer verdwenen.
Opnieuw langs een keurig afgebakend pad met eindeloos veel vriendelijke vrijwilligers ging de weg naar buiten. Er moest onderweg nog wel vijf minuutjes gezeten en gewacht worden. Voor 't geval ge daar onmiddellijk stevig lijfelijk verzet tegen de ingespoten stoffen zou gaan tonen, hé. Ook hier werd niets aan het toeval overgelaten. Onder het bijzonder waakzame oog van enkele heen en weer patrouillerende medewerkers zat iedereen, elk met z'n eigen vertrekuur op het bewijs van vaccinatie in de hand, op de netjes uitgemeten afstand en met het oog op één van de vele televisieschermen met klok gericht, wat in zichzelf gekeerd te wachten. Het duurde me lang, veel te lang. Het lawaai van heel die mensenmassa, het gedreun van de plankenvloeren in de tenten onder al die vele voeten, de luid schallende muziek daar nog overheen, gemixt met al die op z'n minst onaangename gedachten in mijn hoofd... 't Was te veel. Ik wou weg van daar, en liefst zo snel mogelijk. En natuurlijk tikken op zo'n moment die luttele minuten dan pas écht tergend traag voorbij...
Weer veilig terug thuis, bleef Betty nog heel even gezellig bijkletsen, zoals we wel vaker doen. Maar ik was moe, heel moe. Resultaat van het spuitje? Of van veel te veel donkere gedachten? Ik weet het niet. Feit is wel dat ik na Betty's vertrek als een blok in de zetel in slaap viel. En dat bleek het startsein van bijna 3 dagen slapen, rondhangen, dutten, algemene zombietoestand. De hele linkerkant van mijn lijf leek wel pijnlijk platgewalst, geen honger, alleen vreselijk dorst, m'n gedachten waren warrig en onsamenhangend, en m'n ijl hoofd deed me wankel op m'n benen staan. Het kostte me zaterdagnamiddag werkelijk de állergrootste moeite om eerst aangekleed en daarna heen en terug naar de bakker te strompelen met dat verschrikkelijk duizelig kopke. Alsof ik met een volledige bak trippel in m'n systeem toch kost wat kost keurig rechtdoor, zonder heen en weer slingeren, beschaafd en parmantig stappend als de dame die ik ben, die 2 maal 500 meter wilde afleggen... Ja, stom van mij om net dan een bestelling voor mijn heerlijke speciale broodjes te plaatsen. En inderdaad: al even stom om die dan ook nog eens onvermurwbaar en gedecideerd zelf te willen gaan halen... Met als gevolg dat m'n pijp uiteraard achteraf pas écht uit was. Maar... als je zulk een geldig excuus hebt om eens 2, 3 dagen jezelf volledig te laten gaan -slapen, hangen, niks- dan moet je je niet generen, er gewoon voor gaan, en, indien mogelijk, er nog dik van genieten ook! 't Zal wel zijn!
Bij deze is die eerste prik dus gepasseerd. Check! De tweede volgt over een kleine 8 weken. Ik begin nu alvast te oefenen op meer vrolijkere en opbeurende gedachten om dan mee te nemen. Kwestie van niet weer zo'n horrorblogje te moeten schrijven, hé... Ik moet ook een beetje aan 't welzijn van m'n lezers denken, toch? Wordt vervolgd dus! ;-)
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
vrijdag 4 juni 2021
Vaccinatie 1.
zaterdag 22 mei 2021
Vriendelijk.
Verschrikt deden ze tegelijkertijd, alsof het een op voorhand ingestudeerd danspasje was, een stap achteruit; de beide dames achter de toonbank bij de bakker. Het jongere meisje met een vrolijke paardenstaart, dat me bediende, stamelde onmiddellijk een hele reeks verontschuldigingen. De wat oudere blonde dame naast haar, duidelijk de bazin, begon meteen verwoed in de bestellingen te bladeren. En ik, ik kon niet volgen, helemaal niet.
Met al die voedselintoleranties en lijfelijke mankementen van mij bestel ik mijn speciale, doch echt geweldig lekkere gluten-, lactose- én koolhydratenvrije broden -als bij wonder te verkrijgen bij deze bakkerij op slechts wandelafstand van mijn huis (hoeveel chance kan ne mens in 't leven hebben, hé)- voor alle zekerheid steeds een dag of zo op voorhand. Kwestie van zeker te zijn dat ze er nog een paar voor mij over hebben tegen de tijd dat ik eindelijk eens op gang geraak...
Zo had ik dus gisteren ook even opgebeld om voor vandaag 2 van die broodjes te reserveren. En... wat bleek? Er was er slechts ééntje opzij gelegd!... Ach, daar zit ik niet mee, helemaal niet. Dan wandel ik volgende week nog wel eens een keertje terug tot daar. Ja toch?! Simpel. Maar aan de reactie van de beide dames te zien, had men om deze kleine vergissing minstens een enorme, roodgloeiend woedende scheldtirade van mij verwacht... Ze stonden, tot mijn ontzettend grote verbazing (ik was nog altijd niet echt helemaal mee), even volledig met hun mond vol tanden, om mijn, nog steeds, hele rustige en vriendelijke 'niets aan de hand' houding.
"Wauw, was iedereen maar zo vol begrip!", zuchtte de blonde dame duidelijk opgelucht. Ik vraag me, ocharme, af wat voor bullebakken van klanten je eigenlijk wel gewoon moet zijn -en op de koop toe op dagelijkse basis- als het je zó verbaast wanneer iemand eens totaal géén spel maakt van een foutje en simpelweg vriendelijk blijft en begrip toont... "Allé!", antwoordde ik nog steeds met enig ongeloof, "da's toch normaal! Iedereen kan al eens een foutje maken, hé. Ik ben toch zelf ook niet feilloos." Ze bevestigden beide dat de meeste mensen er jammer genoeg totaal anders over dachten, aan hun reacties te merken, en het deed hen beiden duidelijk deugd nog eens een ander soort klant over de vloer te hebben. Tijdens het afrekenen van dat ene aanwezige broodje bood het jongere meisje heel behulpzaam aan om het andere broodje, dat ik tekort kwam in mijn bestelling, morgen zondag voor me opzij te leggen, maar dat vond ik niet nodig. Een beetje guitig verzekerde ik haar dat ik met één broodje al zeker niet van honger zou omkomen dit weekend, en vervolgde met een knipoog giechelend: "'k Heb trouwens, zo rond als ik ben, nog genoeg reserve!" Meer van opluchting dan om het stomme mopje gniffelden ze voorzichtig een beetje met me mee en wensten me redelijk overdadig van harte een heel erg fijn weekend. Met een brede glimlach verliet ik de winkel, terug de gietende regen in, gehuld in m'n vrolijke knalrode regenjas en bijhorende knalrode rubberlaarsjes. Het voelde heel fijn om door doodgewoon vriendelijk, begripvol en beleefd te zijn iemands dag goed te maken.
Onderweg terug naar huis keerde dag fijne gevoel echter enigszins. "Wat gaat er in 's hemelsnaam fout in de wereld, als vriendelijkheid iets uitzonderlijks geworden is?...", dacht ik een beetje triest bij mezelf. Zouden de mensen (ondertussen, ergens, zonder dat ik het echt opgemerkt heb) zodanig bang geworden zijn dat ze als vriendelijke persoon volledig onder de voet gelopen zullen worden, niet als waardevol of volwaardig zullen aanzien worden, of dat ze ik-weet-niet-wat-of-hoeveel tekort gaan komen, en ze daarom hun vriendelijkheid liever achterwege laten? Voor zover ik weet, kost vriendelijk zijn ook geen extra tijd of energie... Of zie ik het allemaal verkeerd?... 't Is niet omdat ge vriendelijk zijt, dat ge over u heen moet laten lopen, of u tekort moet laten doen, hé. Dat zijn toch totaal andere en volledig van elkaar losstaande dingen. En naar mijn mening word je alleen maar waardevoller als je aardig bent. Ambras gaan staan maken over iets kleins als een ontbrekend brood kost zeker en vast meer tijd dan vriendelijk begrip tonen voor een onnozel menselijk foutje. Ik begrijp dat het heel vervelend kan zijn als iets in jouw planning mis loopt door een abuis van iemand anders, zeker als je bijvoorbeeld niet zoveel tijd als ik hebt om nog eens een keertje op 't gemak terug te komen, maar geef toe: 't is niet omdat ge er u wreed lelijk over gaat staan opwinden dat dat brood in kwestie ineens, en als bij toverslag, wél tevoorschijn komt, hé... Trouwens, de bakken energie die het kost om zo koleirig te zijn... Tja, sorry, zenne, die steek ik veel liever in meer opbeurende, gelukkig-makende en 'mooie' (zowel voor mezelf als voor anderen en/of de wereld) bezigheden. 't Zal toch wel zijn, zekers!
Het maakt trouwens ook niet echt uit of iemand anders blij wordt van jouw vriendelijkheid, of er dankbaar voor is. De mensen waaraan zoiets totaal niet besteed is, bestaan nu eenmaal -jammer maar helaas- ook. Los van elke mogelijke reactie versterk je door vriendelijk te zijn sowieso je gevoel van eigenwaarde en geluk. Ja, inderdaad: je wordt er dus zelf ook zoveel gelukkiger en blijer van! Echt waar. Probeer het maar eens uit op een dag waarop je overduidelijk met 't verkeerde been uit 't bed gestapt bent... ;-)
Ik stel mezelf ook regelmatig in de schoenen van de andere persoon voor. Hoe wil ik door de mensen behandeld worden? Ook als blijkt dat ook ik -zoals absoluut iédereen!- niet onfeilbaar ben... Of als mijn minder leuke kantjes -die ook absoluut iédereen heeft!- hun kop eens opsteken... Vriendelijk zijn wordt op die manier meteen een heel stuk makkelijker, geloof me.
"Een vriendelijk woord hoeft niet veel tijd te kosten, maar de echo ervan duurt eindeloos.", zei ooit Moeder Teresa en daar ben ik het helemaal mee eens. Vriendelijkheid is fantastisch besmettelijk, en da's dan qua besmettingen tenminste weer eens uitstekend nieuws in tijden van pandemie! Bij deze neem ik me dus alvast vrolijk voor om volgende week, bij het opnieuw om brood gaan, nog eens stevig wat mensen aan te steken! Woeha! ;-)
zondag 12 januari 2020
Trammetje gemist.
Maar, zoals zo vaak: op elke regel zijn er uitzonderingen.
Een tijdje geleden, in de kerstvakantie, na een shift als interim-receptioniste, doodmoe van een ontzettend lange en saaie 'niks-te-doen-ik-verveel-me'-dag en een beetje bibberend in de miezerige motregen en m'n dunne winterjas, wou ik liefst zo snel mogelijk weer thuis in m'n knusse stekje vertoeven. En daar in de verte zag ik 'mijn' tram opdagen...
Het voetgangerslicht bij de oversteekplaats stond op rood, en dan blijf ik, in dit geval wat ongeduldig van 't ene been op 't andere wiebelend, netjes braaf en veilig wachten. Met afgrijzen om zoveel risico, maar toch ook met enige bewondering om zoveel lef, volgde mijn van schrik wijd opengesperde ogen een vermetele jongedame, die zich, ondanks het stopsignaal, tussen de aanstormende auto's stortte en met gevaar voor eigen leven de enorme vierbaansweg zigzaggend over schoot, met als enig doel de tram nog te halen.
Meteen daarna sprong het licht voor de overstekers op groen en kon ik haar in alle veiligheid achterna gaan. De tram bereikte op dat moment net het perron. En, in een overmoedig momentje besloot ik het voor deze ene keer toch nog eens te wagen en trok aldus een sprintje... Een beetje onhandig hobbelde ik met m'n grote tas, paraplu en lange winterjas -plus eigenlijk veel te veel kilo's aan m'n lijf om nog enigszins sportief uit de hoek te komen- over het meer dan ooit eindeloos lange perron. De onverschrokken alles riskerende juffrouw had ondertussen al lang een plekje uitgezocht in het voertuig. Een bijzonder fitte jongeman in jogging flitste me voorbij en schoot via een openstaande deur het tramcompartiment binnen. Ik bereikte dezelfde deur net op het moment dat ze zich sloot. De sportieve jongeman stond er bij... en keek er naar. En naar mij. Totaal zonder betrokkenheid, geheel en volledig emotieloos. Net zoals een twintigtal wachtende personen op het perron. Allemaal hadden ze me moeite zien doen om deze tram nog te halen -het zal er vermoedelijk ook wel amusant potsierlijk uitgezien hebben- maar, bij geen één van hen was het idee opgekomen om bijvoorbeeld heel even, een paar seconden hadden volstaan, een deur voor me open te houden. En ook de chauffeur van het voertuig had me uiteraard, zo helemaal aan het eind van z'n onmetelijk lange voertuig, niet opgemerkt. De tram vertrok zonder mij terwijl ik hem nog aanraakte. Hij gleed als het ware uit mijn handen weg, de stad in...
"Da's nou jammer", zei ik grinnikend luidop tegen mezelf, "Ook moeite voor niks!" En ik maakte me er absoluut niet druk in. Het helpt niet, en, zoals ik al zei, er komt er nog wel eentje, hé. Heel gewoon en rustig wandelde ik de lange rij andere wachtenden voorbij naar het -o, wat leuk- vrije bankje in het wachthokje. Misschien juist omdat ik niet, zoals de meeste mensen bij het voor hun neus vertrekken van de tram, liep te vloeken en te tieren, maar bijna laconiek in al mijn glorie op 't gemakje voorbij wandelde, keek iedereen me wat gegeneerd en enigszins schuldbewust aan. Ook overbodig, hoor, als je 't mij vraagt. Als je, goed geweten, wacht met hulp bieden tot het veel te laat is, dan moet je je daarover achteraf ook niet ambetant voelen. Kwestie van 'uit één stuk te zijn', toch?! Allé, da's mijn mening, hé.
Persoonlijk kijk ik zowat altijd of er niet nog iemand aan komt crossen, om, indien nodig, de deur en dus ook de tram heel even, een paar seconden maar, tegen te kunnen houden. Je vrolijkt er gegarandeerd iemands dag mee op, en da's altijd fijn en mooi meegenomen! Jammer genoeg mocht ik op dat moment toen weer even ervaren hoe erg 'elk-voor-zich' en zeer 'trekt-uw-plan' onze maatschappij tegenwoordig soms wel kan zijn.
Aan mij zal 't niet alleszins liggen, hoor! En 'k ben blij te kunnen zeggen da'k gelukkig nog behoorlijk veel mensen ken, die ook voor hun medemensen in de bres springen, zeker als het om zulke kleine gebaren gaat.
De volgende tram liet helemaal niet lang op zich wachten, en in tegenstelling met het meer dan overvolle exemplaar dat ik mis liep, was deze zo goed als leeg. Zitplaats zat dus voor mijn moede, pijnlijke lijf! Kies maar uit! Heerlijk toch.
Ja, inderdaad, ik hoor het u ook al zeggen: alsof het zo moest zijn... ;-)
donderdag 18 juli 2019
Jij bent zo vriendelijk!
Als ik tegenwoordig, zeker zo in die vroege ochtenduurtjes, door de stille straten wandel, kom ik niet heel veel mensen tegen, maar zij die ik passeer, meestal elke dag dezelfden, begroet ik allemaal glimlachend met een welgemeende "goedemorgen!" De eerste keer keken de meesten van hen inderdaad verbaasd of verrast, maar ondertussen ontplooit op hun gezicht al een brede smile als ze me nog maar ergens in de verte zien afkomen. En elk eventueel bijhorend hondje weet duidelijk, me vrolijk kwispelend begroetend, dat er bij mij altijd wel een lieve aai over je bolletje te halen valt.
In de receptie en aan de telefoon kennen ze me ondertussen ook al, die altijd vriendelijke en immer lachende mevrouw met haar opgewekte stem, en men laat mij maar al te graag weten, zowel de medewerkers van het bedrijf als hun bezoekers, dat mijn vriendelijkheid echt hun dag opvrolijkt, vaak zoveel meer dan ik zelf wel besef.
Als ik niet al te veel pijn heb, sta ik op de tram nog regelmatig m'n zitplaats af aan iemand die trammetje-rijden duidelijk nóg lastiger vindt dan ik. Zelfs al zitten er overal om me heen zoveel jongere en vitalere personen te doen alsof ze niks gezien hebben. Ja, ik kan mij daar absoluut ook aan ergeren, maar besluit toch steeds maar weer met een brede glimlach het goede voorbeeld te geven. En vaak ontstaat uit zulk een kleine vriendelijkheid een aangenaam gesprekje. Iets waar ik altijd deugd aan heb. Dat gebeurt trouwens ook als iemand mij om reisinfo vraagt. Meestal met enige verbazing bij die persoon in kwestie, doch steevast ook met vreugde. Zoals eergisteren nog. Een mooie dame met een hoofddoek, die tram 5 richting Deurne zocht. Zo content met een heel gewoon, open en vrolijk gesprek, vrouwen onder elkaar, over kinderen en werk en wonen in een vreemd land, in prima Nederlands -"Fijn, oefenen!" zei ze blij-, met die vriendelijke Vlaamse mevrouw die zich, tot haar verbazing, niets aantrok van noch haar hoofddoek, noch haar origine, noch haar onwennigheid. Vandaag complementeerde ik een mevrouw, die in de tram schuin tegenover me kwam zitten, met haar ongelofelijk prachtige halssnoer. Ze was er even totaal, maar dan ook écht totáál, hare kluts van kwijt. Op een goeie manier, hoor, wees maar gerust. En nog geen twee seconden later zaten er acht mensen, die elkaar van haar nog pluimen kenden, gezellig samen te kletsen, alleen maar door dat ene piepkleine hartelijke complimentje, en die mevrouw met het fraaie sieraad zat stralend te blinken in het midden van dat alles.
Toch gek eigenlijk, bizar zelfs, en, wat mij betreft, enigszins verontrustend, dat vriendelijkheid zo iets verbazingwekkend geworden is...
Vriendelijk zijn is nochtans helemaal niet moeilijk. En absoluut elke daad van vriendelijkheid, hoe klein ook, is nooit verspilde moeite. Één welgemeend vriendelijk woord kan niet alleen iemands humeur of dag positief beïnvloeden, maar zelfs z'n volledige leven. Zonder uitzondering worstelt iedereen die jouw levenspad kruist wel met iets. Echt niemand is zonder zorgen. Het kleinste beetje vriendelijkheid, in welke vorm dan ook, maakt daardoor al gauw een groot verschil. Zeggen wat je denkt, dat kan en mag net zo goed iets heel aardig en opfleurend zijn. En zomaar. Er hoeft geen reden voor te zijn. Die vriendelijkheid zet zich trouwens bijna als vanzelf verder: als jij iets fijns tegen iemand zegt of iets sympathiek voor iemand doet, dan wordt die daar -normaal gezien toch, hé- zoveel blijer en gelukkiger van, en zal met gevolg dus ook sneller geneigd zijn om zelf een vriendelijke daad te stellen. Vriendelijk zijn maakt mensen aantrekkelijk, het maakt jóu aantrekkelijk. Als je de wereld voor je wil winnen, dan kan je hem alleen maar zo voor je doen smelten...
Vriendelijkheid kost niks, zelfs geen moeite. Waarom zou je het dan niet als confetti overal om je heen in het rond strooien? En waarom wachten tot de anderen eerst vriendelijk tegen jou zijn? Geef het goeie voorbeeld! Begin er zelf mee, vandaag nog, en laat de wereld om je heen zien hoe het moet! "Ten aanval", zeg ik je, "hopla"! hihihi En, tot slot nog even dit: vooral niet schrikken, want je zal meteen merken dat vriendelijkheid heel erg moeilijk weg te geven valt... Ze wordt namelijk bijna altijd onmiddellijk weer teruggegeven!... 😀



