Nee, ge kunt écht niet zeggen da't grote goesting was, waarmee ik een week geleden, vrijdagvoormiddag bij Betty in de auto stapte. En al helemáál niet met het bijna euforische gevoel van opluchting en bevrijding dat beste vriend Roger blijkbaar ervaren mocht... 'k Had gerust even met 't openbaar vervoer of voor 5 euro met een taxi kunnen gaan, maar immer bezorgde lieve vriendin Betty stond erop mij even heen en weer te voeren naar het tentenkamp op Spoor Oost: ik zou mijn eerste vaccinatiespuitje krijgen.
Puur voor mezelf alleen had ik het misschien liever aan me voorbij laten gaan. De afgelopen 2 decennia werd ik, om die zovele medische redenen, met meer dan genoeg 'spul' ingespoten. Genoeg voor de rest van mijn leven zelfs, als ge 't mij vraagt. In een open gesprek vol begrip opperde mijn sympathieke huisarts echter, dat we vermoedelijk niet uit deze wereldwijde crisis raken zonder iedereen te vaccineren. En daarmee maakte hij een punt dat ik niet kon weerleggen. Als ik mij anderhalf jaar lang bijzonder strikt aan alle mogelijke beschermende maatregelen hield om te voorkomen dat iedereen die mij lief is besmet zou raken of erger, dan moest ik mij om exáct diézelfde reden ook laten vaccineren. Simpel. Niet voor mezelf dus, maar voor jullie, allemaal, en voor de concerten, en voor nog zoveel meer... Goh, nu ik er over nadenk, eigenlijk misschien toch ook wel een beetje voor mezelf: ik riskeer dat al die vele mensen, die mij het afgelopen anderhalf jaar als 'bijzonder veilig' en 'met weinig of geen risico' markeerden, me plots wel eens als te vermijden figuur zouden beschouwen, mocht ik één van de weinige niet-gevaccineerden worden... En wie weet, mag ik dan, als ware paria, ook nergens meer binnen en/of naar toe. Geen leuk vooruitzicht. Dus, met toch nog steeds behoorlijk wat tegenzin, jazeker, maar ook met nét dat ietsje méér sociaal engagement en filantropie, vergezeld van een tikje eigenliefde liet ik me gelaten richting vaccinatiecentrum voeren.
Het was er druk. De parking stond bomvol en de bedrijvigheid had iets van een bijzonder actief en werkzaam industrieterrein. Hele horden mensen haastten zich allemaal tegelijkertijd richting ingang: een redelijk smal paadje tussen nadarhekken. Omdat er op die manier niet echt sprake was 'van afstand houden' en ik me daar toch wel ongemakkelijk bij voelde, liet ik eerst een aantal personen voor gaan. Daar kwam uiteraard geen eind aan, dus noodgedwongen -en met een zucht, een vloek en een blik op de hemel- smeet ik mezelf uiteindelijk maar mee in de stroom.
De mensenmassa had zo'n danige vaart dat ik al voortsnellend amper al m'n documenten op tijd uit m'n handtas gevist kreeg. Slechts enkele seconden later reeds sorteerden een aantal medewerkers van het vaccinatiedorp de aanstormende meute, razendsnel de formulieren controlerend, naar links of naar rechts. En toen was er plots weer ruimte om me heen. Alsof bij toverslag iedereen verdwenen was. Ineens liep ik daar behoorlijk moederziel alleen. Natuurlijk lag dat alles aan de meer dan uitstekende organisatie waarmee men iedereen zo efficiënt mogelijk in de juiste richting naar het juiste vaccin en dergelijk leidde, maar die koude rillingen over mijn rug kon ik toch niet bedwingen...
Op elk mogelijk hoekje, langs elk mogelijk hekje of touwtje, absoluut overal waar je maar keek, stond wel iemand die je met een ongelofelijke vriendelijkheid in de goeie richting stuwde. Voort, voort, sneller, sneller, hup, hup. Soms door wel drie personen tegelijkertijd werd ik, absoluut behulpzaam en beleefd, doch evenzeer kordaat, aangemaand niet te talmen, niet te aarzelen, en stevig door te stappen in de juiste richting. "Vee!", dacht ik bij mezelf, "wij zijn allemaal een stel schapen, of varkens!", en voelde me werkelijk als een koe, gedwee en gelaten op weg naar de slachtbank... Ja, zelfs die hele overdosis vriendelijkheid kon daar niets aan veranderen. In 't tegendeel zelfs: zóveel vriendelijkheid, en werkelijk bij élke vrijwilliger, van de allereerste tot de allerlaatste, in een wereld waarin een klein beetje aardig zijn al als 'vreemd' beschouwd wordt?! (lees mijn eerdere blogje: 'Vriendelijk.') Daar klopt toch iets niet helemaal aan, hoor. Bizar! Je zou voor minder achterdochtig worden, als ge 't mij vraagt...
Bon, bij elke volgende splitsing: opnieuw de documenten laten zien, om aansluitend weer netjes gesorteerd op 't juiste pad verder te snellen. Vlak voor de laatste ontdubbeling versperde een soort grote poortwachter me onverwacht de weg. Diep in m'n nogal duistere gedachten verzonken en me licht opgejaagd voort haastend, botste ik bijna pardoes tegen hem op. Met ogen, zo fenomenaal grijsblauw dat je er tijd en wereld in zou verliezen, keek hij onbewogen op me neer. Of ik allergisch was aan vaccins, en of ik bloedverdunners nam, wilde hij weten. Even totaal van mijnen apropos kostte het nog behoorlijk wat moeite om 't juiste antwoord te vinden en uit m'n mond te wringen, maar 'k mocht al gauw passeren, en, opnieuw correct voorgesorteerd, verder lopen langst het keurig afgebakend pad. Van verloren lopen of fout terecht komen is daar aan Spoor Oost absoluut geen sprake, hoor, ge moogt gerust zijn. "Ontsnappen onmogelijk!", voegde ik er voor mezelf nog grimmig grommelend aan toe en met nog meer van die ijskoude rillingen over m'n rug, had ik onverhoeds -mijn oprechte excuses aan eenieder die zich hierdoor om welke reden dan ook beledigd, misnoegd of tekortgedaan zou voelen- beelden in mijn hoofd van het uitsorteren van die mensenmassa's, pakweg 75 jaar geleden, die met volle treinwagons afgeleverd werden aan de concentratie- en vernietigingskampen...
Met een hoofd vol lastige en onoplosbare vragen zoals "Hoe wordt er beslist wie welk vaccin krijgt, en wie beslist dat dan wel?..." (ik had absoluut niks te kiezen) en nare, onbehulpzame ideeën als "We zijn verdorie allemaal proefkonijnen!" (godweet wat voor gevolgen deze prikken op lange termijn hebben...) arriveerde ik de inentingshokjes, de plaats waar de spuitjes aan hoog tempo gezet werden. Een super dikke pluim voor de organisatie, echt, want ik denk dat er tussen mijn aankomst op de parking en het plaatsnemen op het prikstoeltje geen 5 minuten verlopen waren, zo vlot ging dat alles. Al zeg ik er eerlijk bij dat ik eigenlijk op dat moment elk gevoel van tijd volledig kwijt was...
Schril afstekend bij de bijna overdreven vriendelijkheid van de tientallen vrijwilligers die ik daarvoor gepasseerde, was de houding van de dame die in het mij toegewezen hokje de spuitjes zette. Zonder een woord te zeggen bekeek ze mij vluchtig van kop tot teen, legde het vaccin en een barcodesticker op het stoeltje naast me en verdween weer even. Ik zat daar en wachtte. Bij haar terugkomst gebaarde ze, nog steeds zonder één woord, met haar handen de vraag 'links of rechts'. Luidop en aan haar gericht redeneerde ik: "Blijkbaar kan uw spier nogal pijnlijk zijn na het spuitje. Ik ben rechtshandig. Dus misschien beter links dan." Het laatste woord had m'n mond nog niet verlaten, of ze plofte het spuitje al in m'n bovenarm. "Sticker meenemen en uitgang langs dáár!", zei ze kortaf en een beetje vaag verder wijzend. En voor ik het goed en wel besefte, was ze alweer verdwenen.
Opnieuw langs een keurig afgebakend pad met eindeloos veel vriendelijke vrijwilligers ging de weg naar buiten. Er moest onderweg nog wel vijf minuutjes gezeten en gewacht worden. Voor 't geval ge daar onmiddellijk stevig lijfelijk verzet tegen de ingespoten stoffen zou gaan tonen, hé. Ook hier werd niets aan het toeval overgelaten. Onder het bijzonder waakzame oog van enkele heen en weer patrouillerende medewerkers zat iedereen, elk met z'n eigen vertrekuur op het bewijs van vaccinatie in de hand, op de netjes uitgemeten afstand en met het oog op één van de vele televisieschermen met klok gericht, wat in zichzelf gekeerd te wachten. Het duurde me lang, veel te lang. Het lawaai van heel die mensenmassa, het gedreun van de plankenvloeren in de tenten onder al die vele voeten, de luid schallende muziek daar nog overheen, gemixt met al die op z'n minst onaangename gedachten in mijn hoofd... 't Was te veel. Ik wou weg van daar, en liefst zo snel mogelijk. En natuurlijk tikken op zo'n moment die luttele minuten dan pas écht tergend traag voorbij...
Weer veilig terug thuis, bleef Betty nog heel even gezellig bijkletsen, zoals we wel vaker doen. Maar ik was moe, heel moe. Resultaat van het spuitje? Of van veel te veel donkere gedachten? Ik weet het niet. Feit is wel dat ik na Betty's vertrek als een blok in de zetel in slaap viel. En dat bleek het startsein van bijna 3 dagen slapen, rondhangen, dutten, algemene zombietoestand. De hele linkerkant van mijn lijf leek wel pijnlijk platgewalst, geen honger, alleen vreselijk dorst, m'n gedachten waren warrig en onsamenhangend, en m'n ijl hoofd deed me wankel op m'n benen staan. Het kostte me zaterdagnamiddag werkelijk de állergrootste moeite om eerst aangekleed en daarna heen en terug naar de bakker te strompelen met dat verschrikkelijk duizelig kopke. Alsof ik met een volledige bak trippel in m'n systeem toch kost wat kost keurig rechtdoor, zonder heen en weer slingeren, beschaafd en parmantig stappend als de dame die ik ben, die 2 maal 500 meter wilde afleggen... Ja, stom van mij om net dan een bestelling voor mijn heerlijke speciale broodjes te plaatsen. En inderdaad: al even stom om die dan ook nog eens onvermurwbaar en gedecideerd zelf te willen gaan halen... Met als gevolg dat m'n pijp uiteraard achteraf pas écht uit was. Maar... als je zulk een geldig excuus hebt om eens 2, 3 dagen jezelf volledig te laten gaan -slapen, hangen, niks- dan moet je je niet generen, er gewoon voor gaan, en, indien mogelijk, er nog dik van genieten ook! 't Zal wel zijn!
Bij deze is die eerste prik dus gepasseerd. Check! De tweede volgt over een kleine 8 weken. Ik begin nu alvast te oefenen op meer vrolijkere en opbeurende gedachten om dan mee te nemen. Kwestie van niet weer zo'n horrorblogje te moeten schrijven, hé... Ik moet ook een beetje aan 't welzijn van m'n lezers denken, toch? Wordt vervolgd dus! ;-)
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label spuitje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label spuitje. Alle posts tonen
vrijdag 4 juni 2021
Vaccinatie 1.
zondag 13 januari 2019
Negatief - positief.
De dame in het bed naast me taterde onvermoeibaar aan één stuk door. Ik betrapte mezelf er op dat ik heel even aandachtig luisterde of -en zo ja, wanneer dan- ze zo af en toe tussendoor eigenlijk ook wel eens ademhaalde... Ze produceerde vermoedelijk een pak decibels teveel voor de doorgaans gewenste rust in zo'n zaal met tien bedjes, in het daghospitaal bij de pijnkliniek, maar normaal gezien zou ik -doorwinterde praatvaar als ik zelf ben, zeker met nog heel wat uurtjes wachten voor de boeg- maar wát gelukkig zijn met zo'n kletsmajoor naast me. Maar... niet in dit geval. Bijna angstvallig speelde ik voor doofstommeke en verdiepte me schijnbaar onverstoorbaar en met een zogezegd intense concentratie op het invullen der kruiswoordraadsels. Alles wat uit mevrouw haar mond rolde was namelijk uitgesproken en buitensporig negatief. Nu begrijp ik uit eigen ervaring goed genoeg -ervaringsdeskundige als ik ondertussen ben, hé- hoe verschrikkelijk ambetant ge kunt zijn als ge door pijn geregeerd wordt, maar niks, echt niks maakte dit soort eindeloze brutale klachten- en eisenstroom geoorloofd, als je 't mij vraagt. Absoluut niets beviel haar, bij 't minste spuwde ze met kracht haar gal uit, vol onbegrip, ongeduldig, lastig en boos. Met luide stem bleef ze haar ongenoegen de wereld in sturen.
"Waarom moest ze haar kleren ruilen voor zo'n stom operatieschortje? Waarom moest ze in een bed? En wat was dat nu voor een deken? Dat trok op niks en ze moest er nog minstens één extra hebben, want ze had 't koud! En wanneer kreeg ze te eten? Hoezo 'niet'?! Ze had wel honger, hoor, en moest nú direct iets hebben, al moest ze er zelf om gaan. En koffie ook al niet!? Wat voor een kot was dat hier, zeg! En waarom ging dat bed niet omhoog? (De stand van de bedden kon alleen manueel door de verpleging gewijzigd worden.) Waarom had zij geen 'kaske' (met o.a. de bel voor de verpleegster) en al die andere mensen wel? ('t Hing gewoon achter haar bed.) (En bij gebrek aan beval ze mij steeds te bellen...) En dat infuus, waar was dat nu weer voor nodig!? Jullie gaan mij hier niet stiekem opereren, hoor! Dan gaat ge nog eens wat meemaken!!! En waar is die dokter? Ik wil haar nu meteen persoonlijk spreken! Nee, ik ga daar niet rustig op wachten. Ik wacht al lang genoeg. Ik heb een afspraak om half twee en 't is nu al kwart voor twee! Wat voor organisatie is dat hier, zeg!"
Waarnaar ze zich volledig naar mij richtte in de hoop me persoonlijk en volledig te kunnen betrekken in haar ontevredenheid over die ooo zo ontzettend lange wachttijden. Maar vooral op dat vlak had ze die dag zeker aan mij geen deelgenoot. Ik zweeg wijselijk, in absoluut alle talen, want ik wachtte al twee uur en er zou nog wel wat tijd bij komen. En, nee, dat was zeker niet de schuld van een slechte organisatie of zo.
Ondertussen vind ik het trouwens best grappig, wat er zo allemaal mis gaat telkens ik een bezoekje aan het ziekenhuis mag brengen. En dat was dus die dag nog niet anders geweest. Ergens had iemand, bij het maken van mijn afspraak, weken daarvoor, over het hoofd gezien dat de nieuwe dokter-anesthesiste, die mij die namiddag een, mij hopelijk van pijn bevrijdende, epidurale infiltratie in mijn nek zou geven, van álle patiënten, zonder uitzondering, vooraf een bloedonderzoek wenste. Gelukkig waren de verantwoordelijken bereid dit onderzoek er alsnog onmiddellijk en met hoge spoed tussen te nemen, i.p.v. mij, al dan niet met een nieuwe afspraak, onverrichter zake linea recta weer huiswaarts te sturen. Maar dan moest ik wel wachten natuurlijk, en lang, zo ongeveer de rest van de namiddag...
Och, daar zit ik écht niet mee. Zeker niet als ik daardoor alsnog van m'n pijn afgeholpen kan worden. Een paar uurtjes wachten is dan een klein prijsje dat ik met plezier betaal! En zo had ik meteen op grappige wijze erg persoonlijk contact met de verpleegsters, die half grappend 'klaagden' over 'al dat extra werk'. Nadat, bij de bloedafname, de lamp boven m'n bed maar niet wou branden, het bed steeds weer opnieuw naar beneden klapte, de reserve tubes en naalden zoek bleek en tot slot ook de pleisters niet echt mee werkten, hadden we net geen buikpijn van het lachen. Al maar goed dat m'n aders voor één keertje voortreffelijk te vinden waren, hé... hihihi Nee, geen denken aan dus, dat ik me mee in oeverloos geklaag over wachttijden zou storten! Integendeel zelfs.
Maar naast me ging de misnoegde dame, uiteraard ook zonder mijn 'akkoord', onvermoeibaar verder met jengelen, dat het allemaal veel te lang duurde, en dat ze niks te doen had. Moe van het gedoe -zélden meegemaakt dat ik iemand écht een klap zou kunnen verkopen opdat ze even zou zwijgen- opperde ik uiteindelijk toch maar even voorzichtig dat ze misschien een beetje televisie kon kijken. En na een extra crisis over het gemis van een afstandsbediening en de werking van het inderhaast door de verpleegsters aangereikte kleinood richtte het hemeltergende gesakker en gefoeter zich naar absoluut álles wat er te zien was op de beeldbuis. De politiek, de voetbal, de wereld, de natuur, de acteurs, de televisiemakers,... Je kunt het zo gek niet bedenken of ze had er wel iets over te klagen. Uit volle borst uiteraard! Fortissimo con brio! En ondertussen, tot wanhoop van het verplegend personeel: de hele tijd in en uit haar bed.
Die super vriendelijke en bewonderenswaardig geduldige verpleegkundigen probeerden trouwens al de hele tijd op al haar vragen en eisen zo goed mogelijk te reageren, met veel duidelijke uitleg en geruststellende woorden. Hier en daar trachtten ze met een kwinkslag de gespannen sfeer wat luchtiger te maken -al was het maar voor zichzelf- doch wat ze ook probeerden, het mocht niet baten. Bij de zoveelste opmerking van de vrouw dat "Al dat overdreven gedoe toch voor niks nodig was, want dat ze verdorie toch maar een spuitje moest krijgen!" zag ik ze naar elkaar kijken met een ondeugende blik van "Jaja, een spuitje. Hewel, wij kennen ook nog wel een spuitje dat we je met plezier even geven, hoor!..." En omdat ze merkten dat ik dat gezien had, knipoogden ze steels bijzonder guitig naar mij, ten teken van onze eensgezindheid.
Toen de dame een klein half uurtje later aan de beurt was voor haar injectie, en aldus met bed en al de zaal uitgereden werd, konden de ander patiënten zich nog net inhouden om niet luid te applaudisseren, van puur opluchting. Veel heeft het niet gescheeld, echt niet. Eindelijk keerde de rust weer in de zaal!
Er weerklonk wel een voorzichtig gejubel toen ten slotte ook ik naar het operatiekwartier gereden werd. Maar dat was een door de overige mensen in de zaal opgewekt gedeelde blijdschap en opluchting omdat er eindelijk aan mijn lange wachten een eind kwam.
"Jij bent altijd zo positief" krijg ik vaak te horen, en af en toe kijk ik daar dan verbaasd van op. Soms moet je écht eens je totaal tegenovergestelde tegen komen om dat opnieuw klaar en duidelijk te zien. Maar het klopt: ik zie, meestal toch, overal de positieve kant van. Ik heb dat mezelf aangeleerd door steeds bewust de keuze te maken om naar het positieve te kijken en me daar optimistisch in te koesteren. Natuurlijk nog steeds bewust van de aanwezigheid van negatieve dingen, maar zonder daarin energie te steken.
Intense blijheid stroomde over me heen, daar in m'n ziekenhuisbed, en het warme gevoel van geluk omdat ik ben wie ik ben, deed me ontzettend deugd en gaf me geweldig veel kracht. Positieve kracht. En die zou ik hard nodig gaan hebben...
De infiltratie mislukte grandioos. De nieuwe dokteres vertelde me dat de vernauwing in m'n nek zo compleet was dat er geen naald met verdoving meer tussen kon. Na herhaalde pogingen, waarbij per ongeluk ook mijn hersenvocht geraakt werd, gaf ze het op en liet mij weten dat deze manier van pijnbestrijding voor mij geen optie meer was. En ik moest mezelf verder maar wat behelpen met wat meer straffe pijnpillekes...
"Tja, zo ga ik natuurlijk nooit honderd jaar worden...", dacht ik gelaten en berustend bij mezelf, "en die kerstconcerten, man, dat wordt drie dagen uitzonderlijk zwaar afzien, en wie weet, het zouden wel eens de allerlaatste optredens kunnen zijn, als mijn toestand zo snel blijft verergeren..."
Oké, het zij zo. Reden te meer om zo mogelijk nóg positiever te gaan denken, vind ik! Mijn vergroeiende wervels, wegkwijnende tussenwervelschijven en al die bijhorende verschrikkelijke pijn, die worden ook écht niet beter als ik er over ga klagen en zagen. Een tijdje geleden kwam ik ergens deze uitspraak tegen, en die vat het bijzonder mooi samen: "Ik ben blij als het regent. Want als ik niet blij ben regent het ook!" Voilà, da's duidelijk, denk ik. Elke dag is er één, absoluut waard om geleefd te worden en gegarandeerd vol met fijne verrassingen als je ze maar wil zien. En elk concert is er ook één, en daar ga ik me dat weekend voor Kerstmis elke keer 200% in storten en ik zal er, pijn of geen pijn, bijzonder intens van genieten, met heel m'n hart en ziel, alsof er geen morgen meer komt! Optimisme troef dus en positief vooruit. Woeha! Het zal wel zijn, zekers, of wat had je gedacht dan!?... 😉
Epiloog.
Dit verhaal speelde zich een kleine maand voor de kerstconcerten af. Het was eigenlijk al zo goed als klaar om te posten, maar om iedereen, mezelf inclusief, met volle teugen van de shows zou laten genieten zonder enige vorm van bezorgdheid, medelijden en/of andere bedenkingen, hield ik deze historie toch nog liever even voor mezelf. En geloof me, de concerten hebben mijn nek alles behalve deugd gedaan, nondepitjes jadadde, maar het waren drie zulke ongelofelijk fantastische dagen, dat ik dat er met plezier bij neem. 😊
"Waarom moest ze haar kleren ruilen voor zo'n stom operatieschortje? Waarom moest ze in een bed? En wat was dat nu voor een deken? Dat trok op niks en ze moest er nog minstens één extra hebben, want ze had 't koud! En wanneer kreeg ze te eten? Hoezo 'niet'?! Ze had wel honger, hoor, en moest nú direct iets hebben, al moest ze er zelf om gaan. En koffie ook al niet!? Wat voor een kot was dat hier, zeg! En waarom ging dat bed niet omhoog? (De stand van de bedden kon alleen manueel door de verpleging gewijzigd worden.) Waarom had zij geen 'kaske' (met o.a. de bel voor de verpleegster) en al die andere mensen wel? ('t Hing gewoon achter haar bed.) (En bij gebrek aan beval ze mij steeds te bellen...) En dat infuus, waar was dat nu weer voor nodig!? Jullie gaan mij hier niet stiekem opereren, hoor! Dan gaat ge nog eens wat meemaken!!! En waar is die dokter? Ik wil haar nu meteen persoonlijk spreken! Nee, ik ga daar niet rustig op wachten. Ik wacht al lang genoeg. Ik heb een afspraak om half twee en 't is nu al kwart voor twee! Wat voor organisatie is dat hier, zeg!"
Waarnaar ze zich volledig naar mij richtte in de hoop me persoonlijk en volledig te kunnen betrekken in haar ontevredenheid over die ooo zo ontzettend lange wachttijden. Maar vooral op dat vlak had ze die dag zeker aan mij geen deelgenoot. Ik zweeg wijselijk, in absoluut alle talen, want ik wachtte al twee uur en er zou nog wel wat tijd bij komen. En, nee, dat was zeker niet de schuld van een slechte organisatie of zo.
Ondertussen vind ik het trouwens best grappig, wat er zo allemaal mis gaat telkens ik een bezoekje aan het ziekenhuis mag brengen. En dat was dus die dag nog niet anders geweest. Ergens had iemand, bij het maken van mijn afspraak, weken daarvoor, over het hoofd gezien dat de nieuwe dokter-anesthesiste, die mij die namiddag een, mij hopelijk van pijn bevrijdende, epidurale infiltratie in mijn nek zou geven, van álle patiënten, zonder uitzondering, vooraf een bloedonderzoek wenste. Gelukkig waren de verantwoordelijken bereid dit onderzoek er alsnog onmiddellijk en met hoge spoed tussen te nemen, i.p.v. mij, al dan niet met een nieuwe afspraak, onverrichter zake linea recta weer huiswaarts te sturen. Maar dan moest ik wel wachten natuurlijk, en lang, zo ongeveer de rest van de namiddag...
Och, daar zit ik écht niet mee. Zeker niet als ik daardoor alsnog van m'n pijn afgeholpen kan worden. Een paar uurtjes wachten is dan een klein prijsje dat ik met plezier betaal! En zo had ik meteen op grappige wijze erg persoonlijk contact met de verpleegsters, die half grappend 'klaagden' over 'al dat extra werk'. Nadat, bij de bloedafname, de lamp boven m'n bed maar niet wou branden, het bed steeds weer opnieuw naar beneden klapte, de reserve tubes en naalden zoek bleek en tot slot ook de pleisters niet echt mee werkten, hadden we net geen buikpijn van het lachen. Al maar goed dat m'n aders voor één keertje voortreffelijk te vinden waren, hé... hihihi Nee, geen denken aan dus, dat ik me mee in oeverloos geklaag over wachttijden zou storten! Integendeel zelfs.
Maar naast me ging de misnoegde dame, uiteraard ook zonder mijn 'akkoord', onvermoeibaar verder met jengelen, dat het allemaal veel te lang duurde, en dat ze niks te doen had. Moe van het gedoe -zélden meegemaakt dat ik iemand écht een klap zou kunnen verkopen opdat ze even zou zwijgen- opperde ik uiteindelijk toch maar even voorzichtig dat ze misschien een beetje televisie kon kijken. En na een extra crisis over het gemis van een afstandsbediening en de werking van het inderhaast door de verpleegsters aangereikte kleinood richtte het hemeltergende gesakker en gefoeter zich naar absoluut álles wat er te zien was op de beeldbuis. De politiek, de voetbal, de wereld, de natuur, de acteurs, de televisiemakers,... Je kunt het zo gek niet bedenken of ze had er wel iets over te klagen. Uit volle borst uiteraard! Fortissimo con brio! En ondertussen, tot wanhoop van het verplegend personeel: de hele tijd in en uit haar bed.
Die super vriendelijke en bewonderenswaardig geduldige verpleegkundigen probeerden trouwens al de hele tijd op al haar vragen en eisen zo goed mogelijk te reageren, met veel duidelijke uitleg en geruststellende woorden. Hier en daar trachtten ze met een kwinkslag de gespannen sfeer wat luchtiger te maken -al was het maar voor zichzelf- doch wat ze ook probeerden, het mocht niet baten. Bij de zoveelste opmerking van de vrouw dat "Al dat overdreven gedoe toch voor niks nodig was, want dat ze verdorie toch maar een spuitje moest krijgen!" zag ik ze naar elkaar kijken met een ondeugende blik van "Jaja, een spuitje. Hewel, wij kennen ook nog wel een spuitje dat we je met plezier even geven, hoor!..." En omdat ze merkten dat ik dat gezien had, knipoogden ze steels bijzonder guitig naar mij, ten teken van onze eensgezindheid.
Toen de dame een klein half uurtje later aan de beurt was voor haar injectie, en aldus met bed en al de zaal uitgereden werd, konden de ander patiënten zich nog net inhouden om niet luid te applaudisseren, van puur opluchting. Veel heeft het niet gescheeld, echt niet. Eindelijk keerde de rust weer in de zaal!
Er weerklonk wel een voorzichtig gejubel toen ten slotte ook ik naar het operatiekwartier gereden werd. Maar dat was een door de overige mensen in de zaal opgewekt gedeelde blijdschap en opluchting omdat er eindelijk aan mijn lange wachten een eind kwam.
"Jij bent altijd zo positief" krijg ik vaak te horen, en af en toe kijk ik daar dan verbaasd van op. Soms moet je écht eens je totaal tegenovergestelde tegen komen om dat opnieuw klaar en duidelijk te zien. Maar het klopt: ik zie, meestal toch, overal de positieve kant van. Ik heb dat mezelf aangeleerd door steeds bewust de keuze te maken om naar het positieve te kijken en me daar optimistisch in te koesteren. Natuurlijk nog steeds bewust van de aanwezigheid van negatieve dingen, maar zonder daarin energie te steken.
Intense blijheid stroomde over me heen, daar in m'n ziekenhuisbed, en het warme gevoel van geluk omdat ik ben wie ik ben, deed me ontzettend deugd en gaf me geweldig veel kracht. Positieve kracht. En die zou ik hard nodig gaan hebben...
De infiltratie mislukte grandioos. De nieuwe dokteres vertelde me dat de vernauwing in m'n nek zo compleet was dat er geen naald met verdoving meer tussen kon. Na herhaalde pogingen, waarbij per ongeluk ook mijn hersenvocht geraakt werd, gaf ze het op en liet mij weten dat deze manier van pijnbestrijding voor mij geen optie meer was. En ik moest mezelf verder maar wat behelpen met wat meer straffe pijnpillekes...
"Tja, zo ga ik natuurlijk nooit honderd jaar worden...", dacht ik gelaten en berustend bij mezelf, "en die kerstconcerten, man, dat wordt drie dagen uitzonderlijk zwaar afzien, en wie weet, het zouden wel eens de allerlaatste optredens kunnen zijn, als mijn toestand zo snel blijft verergeren..."
Oké, het zij zo. Reden te meer om zo mogelijk nóg positiever te gaan denken, vind ik! Mijn vergroeiende wervels, wegkwijnende tussenwervelschijven en al die bijhorende verschrikkelijke pijn, die worden ook écht niet beter als ik er over ga klagen en zagen. Een tijdje geleden kwam ik ergens deze uitspraak tegen, en die vat het bijzonder mooi samen: "Ik ben blij als het regent. Want als ik niet blij ben regent het ook!" Voilà, da's duidelijk, denk ik. Elke dag is er één, absoluut waard om geleefd te worden en gegarandeerd vol met fijne verrassingen als je ze maar wil zien. En elk concert is er ook één, en daar ga ik me dat weekend voor Kerstmis elke keer 200% in storten en ik zal er, pijn of geen pijn, bijzonder intens van genieten, met heel m'n hart en ziel, alsof er geen morgen meer komt! Optimisme troef dus en positief vooruit. Woeha! Het zal wel zijn, zekers, of wat had je gedacht dan!?... 😉
Epiloog.
Dit verhaal speelde zich een kleine maand voor de kerstconcerten af. Het was eigenlijk al zo goed als klaar om te posten, maar om iedereen, mezelf inclusief, met volle teugen van de shows zou laten genieten zonder enige vorm van bezorgdheid, medelijden en/of andere bedenkingen, hield ik deze historie toch nog liever even voor mezelf. En geloof me, de concerten hebben mijn nek alles behalve deugd gedaan, nondepitjes jadadde, maar het waren drie zulke ongelofelijk fantastische dagen, dat ik dat er met plezier bij neem. 😊
woensdag 1 november 2017
Klein horror-verhaaltje.
'k Weet dat ik het al zo vaak gezegd heb, maar ik ga het tóch nog eens moeten zeggen: ik kan toch echt nooit eens iets gelijk ne normale mens doen, hé!...
Vanwege m'n nieuwe nekproblemen -zelfde probleem als voorheen, maar één wervel hoger- mocht ik gisterenochtend op bezoek bij de sympathieke Dr. Lasters voor een mij hopelijk van pijn verlossende epidurale prik. Die dokter ken ik al behoorlijk goed, van al die zovele eerdere verdovende spuitjes die hij me reeds een paar jaar geleden mocht zetten. Een bijzonder vakkundige, hartelijke, zachtaardige opa met een oprechte interesse in z'n patiënten. Zo wist hij nog zeer goed dat ik zangers was en vroeg of er dit jaar ook weer van die leuke kerstconcerten kwamen. Fijn toch, niet dan?
Bon, de gang van zaken was me bekend: netjes op de rand van het bed zitten, keurig in 't midden tussen het röntgen-apparaat dat me altijd doet denken aan een reuzegrote koptelefoon, kin op de borst -allé ja, zover ik dat nog kan met al die reeds gefixeerde wervels- en dan graag volledig tot rust komen. De verpleegster plakt een bescherming, een soort operatiedoek, langst de rand van m'n t-shirt, veegt m'n weerbarstig nekhaar daadkrachtig in een mutsje en ontsmet m'n nek met iets dat fenomenaal koud aanvoelt. Ondertussen babbelt ze honderduit met mij over klassieke componisten, kwestie van de patient relaxed te houden, af en toe onderbroken door de dokter die nog een waslijst medische vragen heeft en ijverig de antwoorden in de computer tikt.
Het eerste spuitje, de verdoving vóór de eigenlijke infiltratie, da's de meest venijnige prik die je je kunt voorstellen. Elk haartje op je armen en benen staat er rechtop van en je voelt het nazinderen in elke vezel van je lijf. "Rustig blijven ademen" zei de verpleegster moederlijk...
Het eerste spuitje, de verdoving vóór de eigenlijke infiltratie, da's de meest venijnige prik die je je kunt voorstellen. Elk haartje op je armen en benen staat er rechtop van en je voelt het nazinderen in elke vezel van je lijf. "Rustig blijven ademen" zei de verpleegster moederlijk...
Van de daaropvolgende prikken voelde ik, behalve het herhaaldelijk krachtige duwen van de dokter, al die zovele vorige keren erg weinig. Eerst een naald tot vlak naast de zenuw, dan het inspuiten van contrastvloeistof -effe checken of ze 't juiste plekje hebben, hé- en dan is het beetje bij beetje de beurt aan de eigenlijke verdovende stof, met eventueel een plots hittegevoel in een arm of in beide armen. Daarna mag je nog 30 minuutjes tot een uur rusten om de plaatselijke verdoving te laten wegebben, dan ben je klaar en mag je beschikken.
Da's dus in regel de gewone gang van zaken. Zo gaat dat met 'normale' mensen...
En nu voelt u hem natuurlijk al komen: zo ging het dit maal dus niet met mij. Verre van.
Bij het inspuiten van de lang werkende verdovingsvloeistof ging het mis. Meteen over de hele lengte twee ijskoude armen en handen, het gevoel alsof er mij iemand met een hamer een stevige klap op het achterhoofd gaf, en op de prikplaats: pijn. En dan bedoel ik: PIJN!!! Echt, met geen woorden te beschrijven schreeuwende pijn. Terwijl een vloedgolf aan tranen spontaan en onbeheerst over m'n wangen stroomde bleef de verpleegster me met aandrang aanmanen rustig te blijven en vooral niet te bewegen. Wat ik met een bijna bovenmenselijke zelfbeheersing -braaf als ik ben- ook keurig deed. Al was het maar om het afzien niet nóg erger te maken, hé...
De wondverzorging en de rest van den opkuis heb ik niet meer bewust meegemaakt. Ze hadden me nog net op tijd kunnen opvangen en me plat in m'n bed gelegd. Totaal over m'n toeren en verschrikkelijk huilend van ellende hield ik met twee handen m'n arme hoofd vast, want dat kon volgens mijn aanvoelen elk moment met een enorme knal uit elkaar spatten. Op mijn borstkas had zich niet minder dan een olifant of zo neergezet. Mijn keel werd als door een bankvijs toegeknepen en zwol helemaal op. Maar de verschrikkelijke benauwdheid die daaruit voortvloeide verdween in het niks bij de duizend messen die overduidelijk mijn hele rug aan flarden reten. 'k Was de dag al afschuwelijk mottig begonnen, door de pijnstillers die me de voorbije maand op de been moesten houden, dus durfde ik ondanks dat alles nauwelijks bewegen uit angst ook nog eens het hele operatiekwartier onder te kotsen...
Gelukkig -allé ja- was ik niet de eerste -en vermoedelijk ook niet de laatste- patiënt wiens lijf nogal vervelend reageerde op deze epidurale. Ze kenden dus de symptomen en wisten wat te doen. Terwijl m'n hartslag en ademhaling gemonitord werd legden hele zorgzame en echt super lieve verpleegsters me in alle kalmte aan een baxter met pijnstillers. Jawel: pijnstillers om de gevolgen van de pijnstiller te verhelpen. Zelfs in die toestand vond ik dat ronduit hilarisch! Echt.
De chirurg kwam ook regelmatig even kijken, oprecht bezorgd en om eventueel wat bij te sturen. Zijn duidelijke uitleg stelde me enigszins gerust: omdat hij exact op die plek waar de discus al zwaar op m'n ruggenmerg duwt ook nog eens een stevige hoeveelheid vloeistof in moet spuiten was in mijn geval de druk op de zenuwen in m'n rug plots zodanig groot dat m'n hele lijf het er van uitschreeuwde en niet beter wist dan efkes het licht volledig uit te doen.
Het kostte me nog een tweede baxter en een paar ongemakkelijke uren verdwaasd, mottig en veel te plat in het ziekenhuisbed voor ik me heel langzaam weer een beetje mezelf begon te voelen. Ondertussen zag ik patiënten gaan en komen, zelden langer aanwezig dan een half uurtje. En zowel een stroom verplegend personeel als een aantal medepatiënten passeerden langs m'n bed om te checken of ik oké was. Alweer zoveel leuke mensen leren kennen en zoveel boeiende verhalen en belevenissen gehoord! Ja, zelfs zo totaal onverwacht een paar uur lang bewegingloos moeten platliggen in een gemeenschappelijke hospitaalzaal heeft zo zijn mooie kanten... En dat meen ik, hoor.
Nog een hete kop thee met veel suiker en een koekje later verlangde ik zodanig naar m'n eigen bed dat ik toch maar heel voorzichtig huiswaarts geschuifeld ben. Ja, te voet, en met de tram. En daarom ook met dikke dikke tranen. Nee, niet meer echt van pijn, al was die er uiteraard ook nog, maar wel van verdriet. De hele dag lang had ik dames ouder dan mijn moeder om me heen gezien, allemaal stuk voor stuk begeleid door hun partner. En toen de bezorgde verpleegsters me vroegen of ik door iemand opgehaald werd kon ik niet anders dan afschuwelijk emotioneel vertellen over die laatste epidurale, een dikke 5 jaar geleden, toen mijn vader nog met me meegegaan was en me ook weer veilig thuis gebracht had...
Na een ontzettend lange nacht vol oeverloos verdriet, ongemak en pijn -te warm, te koud; in het bed, uit het bed; in de zetel, uit de zetel; licht aan, licht uit; de poezen raakten er helemaal de kluts van kwijt- ben ik, zo stijf als een heksenbezemsteel en over alle nog steeds aanwezige pijn heen, toch de Allerheiligen-mis gaan zingen. En het was mooi, intens mooi. De teksten van de priester, de liederen van het koor en omringt zijn door zoveel lieve mensen, het bracht emotionele rust. En -geloof me, ik kijk er zelf ook nog altijd van op- zelfs onder dit soort omstandigheden zing ik alsof er niks aan de hand is. Volgens ons moe vandaag zo mogelijk nóg beter dan anders. Komt dà tegen! Maar, alle gekheid op een stokje, het heeft me diep deugd gedaan. En die borrel bij de koffie achteraf, die had ik àbsoluut verdiend.
Het kostte me nog een tweede baxter en een paar ongemakkelijke uren verdwaasd, mottig en veel te plat in het ziekenhuisbed voor ik me heel langzaam weer een beetje mezelf begon te voelen. Ondertussen zag ik patiënten gaan en komen, zelden langer aanwezig dan een half uurtje. En zowel een stroom verplegend personeel als een aantal medepatiënten passeerden langs m'n bed om te checken of ik oké was. Alweer zoveel leuke mensen leren kennen en zoveel boeiende verhalen en belevenissen gehoord! Ja, zelfs zo totaal onverwacht een paar uur lang bewegingloos moeten platliggen in een gemeenschappelijke hospitaalzaal heeft zo zijn mooie kanten... En dat meen ik, hoor.
Nog een hete kop thee met veel suiker en een koekje later verlangde ik zodanig naar m'n eigen bed dat ik toch maar heel voorzichtig huiswaarts geschuifeld ben. Ja, te voet, en met de tram. En daarom ook met dikke dikke tranen. Nee, niet meer echt van pijn, al was die er uiteraard ook nog, maar wel van verdriet. De hele dag lang had ik dames ouder dan mijn moeder om me heen gezien, allemaal stuk voor stuk begeleid door hun partner. En toen de bezorgde verpleegsters me vroegen of ik door iemand opgehaald werd kon ik niet anders dan afschuwelijk emotioneel vertellen over die laatste epidurale, een dikke 5 jaar geleden, toen mijn vader nog met me meegegaan was en me ook weer veilig thuis gebracht had...
Na een ontzettend lange nacht vol oeverloos verdriet, ongemak en pijn -te warm, te koud; in het bed, uit het bed; in de zetel, uit de zetel; licht aan, licht uit; de poezen raakten er helemaal de kluts van kwijt- ben ik, zo stijf als een heksenbezemsteel en over alle nog steeds aanwezige pijn heen, toch de Allerheiligen-mis gaan zingen. En het was mooi, intens mooi. De teksten van de priester, de liederen van het koor en omringt zijn door zoveel lieve mensen, het bracht emotionele rust. En -geloof me, ik kijk er zelf ook nog altijd van op- zelfs onder dit soort omstandigheden zing ik alsof er niks aan de hand is. Volgens ons moe vandaag zo mogelijk nóg beter dan anders. Komt dà tegen! Maar, alle gekheid op een stokje, het heeft me diep deugd gedaan. En die borrel bij de koffie achteraf, die had ik àbsoluut verdiend.
De weg naar beterschap gaat duidelijk niet echt over rozen, maar het komt helemaal goed, maak je maar geen zorgen. En positief en optimistisch als ik ben zag ik heel die griezeldag meteen als een kado: intens voelen dat je leeft, weten dat echt elke dag telt, en voor de rest met elke vezel in je lijf en uit volle borst zingen zolang het nog kan! Het zal wel zijn, verdorie!
En uiteraaaaard, wat had je gedacht, lag ik gisteren in het ziekenhuis al na te denken over het heerlijke horror-verhaal dat ik -o de ironie, o de zaligheid- juist gepast voor Halloween kon neerschrijven!... Wat zou je in 's hemelsnaam nog meer willen!? Gewéldig, toch! hihihi 😉
En uiteraaaaard, wat had je gedacht, lag ik gisteren in het ziekenhuis al na te denken over het heerlijke horror-verhaal dat ik -o de ironie, o de zaligheid- juist gepast voor Halloween kon neerschrijven!... Wat zou je in 's hemelsnaam nog meer willen!? Gewéldig, toch! hihihi 😉
Abonneren op:
Posts (Atom)



