Posts tonen met het label epidurale. Alle posts tonen
Posts tonen met het label epidurale. Alle posts tonen

zondag 13 januari 2019

Negatief - positief.

De dame in het bed naast me taterde onvermoeibaar aan één stuk door. Ik betrapte mezelf er op dat ik heel even aandachtig luisterde of -en zo ja, wanneer dan- ze zo af en toe tussendoor eigenlijk ook wel eens ademhaalde... Ze produceerde vermoedelijk een pak decibels teveel voor de doorgaans gewenste rust in zo'n zaal met tien bedjes, in het daghospitaal bij de pijnkliniek, maar normaal gezien zou ik -doorwinterde praatvaar als ik zelf ben, zeker met nog heel wat uurtjes wachten voor de boeg- maar wát gelukkig zijn met zo'n kletsmajoor naast me. Maar... niet in dit geval. Bijna angstvallig speelde ik voor doofstommeke en verdiepte me schijnbaar onverstoorbaar en met een zogezegd intense concentratie op het invullen der kruiswoordraadsels. Alles wat uit mevrouw haar mond rolde was namelijk uitgesproken en buitensporig negatief. Nu begrijp ik uit eigen ervaring goed genoeg -ervaringsdeskundige als ik ondertussen ben, hé- hoe verschrikkelijk ambetant ge kunt zijn als ge door pijn geregeerd wordt, maar niks, echt niks maakte dit soort eindeloze brutale klachten- en eisenstroom geoorloofd, als je 't mij vraagt. Absoluut niets beviel haar, bij 't minste spuwde ze met kracht haar gal uit, vol onbegrip, ongeduldig, lastig en boos. Met luide stem bleef ze haar ongenoegen de wereld in sturen.
"Waarom moest ze haar kleren ruilen voor zo'n stom operatieschortje? Waarom moest ze in een bed? En wat was dat nu voor een deken? Dat trok op niks en ze moest er nog minstens één extra hebben, want ze had 't koud! En wanneer kreeg ze te eten? Hoezo 'niet'?! Ze had wel honger, hoor, en moest nú direct iets hebben, al moest ze er zelf om gaan. En koffie ook al niet!? Wat voor een kot was dat hier, zeg! En waarom ging dat bed niet omhoog? (De stand van de bedden kon alleen manueel door de verpleging gewijzigd worden.) Waarom had zij geen 'kaske' (met o.a. de bel voor de verpleegster) en al die andere mensen wel? ('t Hing gewoon achter haar bed.) (En bij gebrek aan beval ze mij steeds te bellen...) En dat infuus, waar was dat nu weer voor nodig!? Jullie gaan mij hier niet stiekem opereren, hoor! Dan gaat ge nog eens wat meemaken!!! En waar is die dokter? Ik wil haar nu meteen persoonlijk spreken! Nee, ik ga daar niet rustig op wachten. Ik wacht al lang genoeg. Ik heb een afspraak om half twee en 't is nu al kwart voor twee! Wat voor organisatie is dat hier, zeg!" 
Waarnaar ze zich volledig naar mij richtte in de hoop me persoonlijk en volledig te kunnen betrekken in haar ontevredenheid over die ooo zo ontzettend lange wachttijden. Maar vooral op dat vlak had ze die dag zeker aan mij geen deelgenoot. Ik zweeg wijselijk, in absoluut alle talen, want ik wachtte al twee uur en er zou nog wel wat tijd bij komen. En, nee, dat was zeker niet de schuld van een slechte organisatie of zo. 
Ondertussen vind ik het trouwens best grappig, wat er zo allemaal mis gaat telkens ik een bezoekje aan het ziekenhuis mag brengen. En dat was dus die dag nog niet anders geweest. Ergens had iemand, bij het maken van mijn afspraak, weken daarvoor, over het hoofd gezien dat de nieuwe dokter-anesthesiste, die mij die namiddag een, mij hopelijk van pijn bevrijdende, epidurale infiltratie in mijn nek zou geven, van álle patiënten, zonder uitzondering, vooraf een bloedonderzoek wenste. Gelukkig waren de verantwoordelijken bereid dit onderzoek er alsnog onmiddellijk en met hoge spoed tussen te nemen, i.p.v. mij, al dan niet met een nieuwe afspraak, onverrichter zake linea recta weer huiswaarts te sturen. Maar dan moest ik wel wachten natuurlijk, en lang, zo ongeveer de rest van de namiddag...
Och, daar zit ik écht niet mee. Zeker niet als ik daardoor alsnog van m'n pijn afgeholpen kan worden. Een paar uurtjes wachten is dan een klein prijsje dat ik met plezier betaal! En zo had ik meteen op grappige wijze erg persoonlijk contact met de verpleegsters, die half grappend 'klaagden' over 'al dat extra werk'. Nadat, bij de bloedafname, de lamp boven m'n bed maar niet wou branden, het bed steeds weer opnieuw naar beneden klapte, de reserve tubes en naalden zoek bleek en tot slot ook de pleisters niet echt mee werkten, hadden we net geen buikpijn van het lachen. Al maar goed dat m'n aders voor één keertje voortreffelijk te vinden waren, hé... hihihi Nee, geen denken aan dus, dat ik me mee in oeverloos geklaag over wachttijden zou storten! Integendeel zelfs.
Maar naast me ging de misnoegde dame, uiteraard ook zonder mijn 'akkoord', onvermoeibaar verder met jengelen, dat het allemaal veel te lang duurde, en dat ze niks te doen had. Moe van het gedoe -zélden meegemaakt dat ik iemand écht een klap zou kunnen verkopen opdat ze even zou zwijgen- opperde ik uiteindelijk toch maar even voorzichtig dat ze misschien een beetje televisie kon kijken. En na een extra crisis over het gemis van een afstandsbediening en de werking van het inderhaast door de verpleegsters aangereikte kleinood richtte het hemeltergende gesakker en gefoeter zich naar absoluut álles wat er te zien was op de beeldbuis. De politiek, de voetbal, de wereld, de natuur, de acteurs, de televisiemakers,... Je kunt het zo gek niet bedenken of ze had er wel iets over te klagen. Uit volle borst uiteraard! Fortissimo con brio! En ondertussen, tot wanhoop van het verplegend personeel: de hele tijd in en uit haar bed.

Die super vriendelijke en bewonderenswaardig geduldige verpleegkundigen probeerden trouwens al de hele tijd op al haar vragen en eisen zo goed mogelijk te reageren, met veel duidelijke uitleg en geruststellende woorden. Hier en daar trachtten ze met een kwinkslag de gespannen sfeer wat luchtiger te maken -al was het maar voor zichzelf- doch wat ze ook probeerden, het mocht niet baten. Bij de zoveelste opmerking van de vrouw dat "Al dat overdreven gedoe toch voor niks nodig was, want dat ze verdorie toch maar een spuitje moest krijgen!" zag ik ze naar elkaar kijken met een ondeugende blik van "Jaja, een spuitje. Hewel, wij kennen ook nog wel een spuitje dat we je met plezier even geven, hoor!..." En omdat ze merkten dat ik dat gezien had, knipoogden ze steels bijzonder guitig naar mij, ten teken van onze eensgezindheid.
Toen de dame een klein half uurtje later aan de beurt was voor haar injectie, en aldus met bed en al de zaal uitgereden werd, konden de ander patiënten zich nog net inhouden om niet luid te applaudisseren, van puur opluchting. 
Veel heeft het niet gescheeld, echt niet. Eindelijk keerde de rust weer in de zaal!
Er weerklonk wel een voorzichtig gejubel toen ten slotte ook ik naar het operatiekwartier gereden werd. Maar dat was een door de overige mensen in de zaal opgewekt gedeelde blijdschap en opluchting omdat er eindelijk aan mijn lange wachten een eind kwam. 
"Jij bent altijd zo positief" krijg ik vaak te horen, en af en toe kijk ik daar dan verbaasd van op. Soms moet je écht eens je totaal tegenovergestelde tegen komen om dat opnieuw klaar en duidelijk te zien. Maar het klopt: ik zie, meestal toch, overal de positieve kant van. Ik heb dat mezelf aangeleerd door steeds bewust de keuze te maken om naar het positieve te kijken en me daar optimistisch in te koesteren. Natuurlijk nog steeds bewust van de aanwezigheid van negatieve dingen, maar zonder daarin energie te steken.
Intense blijheid stroomde over me heen, daar in m'n ziekenhuisbed, en het warme gevoel van geluk omdat ik ben wie ik ben, deed me ontzettend deugd en gaf me geweldig veel kracht. Positieve kracht. En die zou ik hard nodig gaan hebben...
De infiltratie mislukte grandioos. De nieuwe dokteres vertelde me dat de vernauwing in m'n nek zo compleet was dat er geen naald met verdoving meer tussen kon. Na herhaalde pogingen, waarbij per ongeluk ook mijn hersenvocht geraakt werd, gaf ze het op en liet mij weten dat deze manier van pijnbestrijding voor mij geen optie meer was. En ik moest mezelf verder maar wat behelpen met wat meer straffe pijnpillekes...
"Tja, zo ga ik natuurlijk nooit honderd jaar worden...", dacht ik gelaten en berustend bij mezelf, "en die kerstconcerten, man, dat wordt drie dagen uitzonderlijk zwaar afzien, en wie weet, het zouden wel eens de allerlaatste optredens kunnen zijn, als mijn toestand zo snel blijft verergeren..."
Oké, het zij zo. Reden te meer om zo mogelijk nóg positiever te gaan denken, vind ik! Mijn vergroeiende wervels, wegkwijnende tussenwervelschijven en al die bijhorende verschrikkelijke pijn, die worden ook écht niet beter als ik er over ga klagen en zagen. Een tijdje geleden kwam ik ergens deze uitspraak tegen, en die vat het bijzonder mooi samen: "Ik ben blij als het regent. Want als ik niet blij ben regent het ook!" Voilà, da's duidelijk, denk ik. Elke dag is er één, absoluut waard om geleefd te worden en gegarandeerd vol met fijne verrassingen als je ze maar wil zien. En elk concert is er ook één, en daar ga ik me dat weekend voor Kerstmis elke keer 200% in storten en ik zal er, pijn of geen pijn, bijzonder intens van genieten, met heel m'n hart en ziel, alsof er geen morgen meer komt! Optimisme troef dus en positief vooruit. Woeha! 
Het zal wel zijn, zekers, of wat had je gedacht dan!?... 😉

Epiloog.
Dit verhaal speelde zich een kleine maand voor de kerstconcerten af. Het was eigenlijk al zo goed als klaar om te posten, maar om iedereen, mezelf inclusief, met volle teugen van de shows zou laten genieten zonder enige vorm van bezorgdheid, medelijden en/of andere bedenkingen, hield ik deze historie toch nog liever even voor mezelf. En geloof me, de concerten hebben mijn nek alles behalve deugd gedaan, nondepitjes jadadde, maar het waren drie zulke ongelofelijk fantastische dagen, dat ik dat er met plezier bij neem. 😊



woensdag 15 november 2017

2 maal tranen.

Voor de tweede keer die ochtend biggelden er dikke tranen over m'n wangen, resoluut en niet te stoppen. Gelukkig dit maal niet van ellende of verdriet, maar van pure opluchting.
Geen 20 minuten eerder hadden de tranen ook niet tegen te houden en overvloedig gevloeid, en dat was van puur pijn, toen de dokter, zij het uiterst voorzichtig, het eerste plaatselijke-verdovingsspuitje in m'n nek prikte. Ik weet niet wat het is met dat spuitje. Zo venijnig en scherp dat het me, zonder fout elke keer weer, prompt dikke snottebellen laat snotteren en kwistig zwarte mascara-strepen op m'n snuit tekent. De verpleegster van dienst stopt me steevast direct een stevig pak tissues in de hand, maar omdat je op dat moment totaal niet meer mag bewegen drupte ik, kin op de borst, 
ook deze keer gelaten verder de voorkant van m'n tuniek en m'n keurig opgeplooide en netjes op m'n schoot neer gelegde vestje kletsnat.
Ik kon een verschrikte en harde 'auw!' echt niet onderdrukken toen de dokter z'n tweede naald in me stak. 'Oei', zei hij, 'doe ik u pijn? Dan zal ik u nog een extra verdoving bij geven!' 'Keurig stil blijven zitten en rustig ademen' droeg de verpleegster me de hele tijd op. Een beetje overbodig, want met de herinnering van m'n vorige bezoek daar in het operatiekwartier nog zeer vers in m'n geheugen durfde ik me sowieso amper bewegen...
Doch, na die tweede afgrijselijk scherpe prik verliep deze epidurale infiltratie bijna gedenkwaardig perfect. Zo mogelijk nóg voorzichtiger en alles dubbel controlerend ging de dokter uiterst zorgvuldig en intens rustig te werk. Uiteraard liet het toenemen van de druk tussen m'n wervels zich voelen, reageerden m'n armen heel even ijskoud op de ingespoten vloeistof en spoelde er een golf van kippenvel over m'n hele lijf, maar dat is volkomen normaal, absoluut niets om ongerust over te zijn of tranen om te laten. 
Voor ik het goed en wel besefte was deze beproeving alweer voorbij. 'Ge zijt bijzonder flink geweest' zei de dokter goedmoedig, zoals een lieve opa tot z'n favoriete kleinkind spreekt, en gaf me een heel voorzichtig schouderklopje. En geloof het of geloof het niet: ik verwachtte op dat moment écht dat hij me nog een kleurrijke lolly in de hand zou stoppen... 
Oprecht ontroerd bedankte ik hem uitgebreid en zowel hij als de aanwezige verpleegsters namen geïnteresseerd de flyers voor de komende kerstconcerten aan. (Ja, rond deze tijd van het jaar krijg je, zélfs onder dit soort omstandigheden, die dingen te pas en te onpas door mij in je hand gedrukt... Ik sleep ze dus tot in het operatiekwartier met me mee! hihi)
Eenmaal in de wachtkamer gerold barstte ik opnieuw in snikken uit, maar dit maal dus van de enorme opluchting die zich van me meester maakte. Als alles voorbij is besef je pas hoe vreselijk bang en gespannen je wel was... 
Grappend over de niet waterproof zijnde mascara -ik zou ondertussen, na 8 keer, toch al zoveel beter moeten weten, hé- en het muzikaal-ritmisch niet samenlopen van de 'piep' van de hartslagmeter en de 'bliep' van de zuurstofsaturatiemeter verbruikte ik giechelend menig papieren zakdoekje -of waren het van die stugge handdoekjes?- zodat, tegen de tijd dat men mij netjes ingestopt en keurig half rechtop in het kussen liggend, als een koningin op haar troon bijna, terug in de grote gemeenschappelijke kamer binnen rolde mijn glimlach, breed van oor tot oor, helemaal droog en ontdaan van elke fout makeup-veegje, opnieuw oogverblindend stralend de ruimte kon vullen.
'Kijk, moeder, het zal wel meevallen, zenne. Deze mevrouw lacht nog steeds!' zei de vrouw tegen de oudere, blijkbaar net toegekomen, patiënte in het bed naast me. En terwijl ik haar positief bevestigend -uiteraard- uitgebreid verder geruststelde met een vrolijke babbel voelde ik onder de deken m'n van twee soorten tranen doorweekte vestje en dacht ik met een ingehouden, oprecht onschuldig grinnikje: 'Ze moesten eens weten...' 😁

















woensdag 1 november 2017

Klein horror-verhaaltje.

'k Weet dat ik het al zo vaak gezegd heb, maar ik ga het tóch nog eens moeten zeggen: ik kan toch echt nooit eens iets gelijk ne normale mens doen, hé!...
Vanwege m'n nieuwe nekproblemen -zelfde probleem als voorheen, maar één wervel hoger- mocht ik gisterenochtend op bezoek bij de sympathieke Dr. Lasters voor een mij hopelijk van pijn verlossende epidurale prik. Die dokter ken ik al behoorlijk goed, van al die zovele eerdere verdovende spuitjes die hij me reeds een paar jaar geleden mocht zetten. Een bijzonder vakkundige, hartelijke, zachtaardige opa met een oprechte interesse in z'n patiënten. Zo wist hij nog zeer goed dat ik zangers was en vroeg of er dit jaar ook weer van die leuke kerstconcerten kwamen. Fijn toch, niet dan?
Bon, de gang van zaken was me bekend: netjes op de rand van het bed zitten, keurig in 't midden tussen het röntgen-apparaat dat me altijd doet denken aan een reuzegrote koptelefoon, kin op de borst -allé ja, zover ik dat nog kan met al die reeds gefixeerde wervels- en dan graag volledig tot rust komen. De verpleegster plakt een bescherming, een soort operatiedoek, langst de rand van m'n t-shirt, veegt m'n weerbarstig nekhaar daadkrachtig in een mutsje en ontsmet m'n nek met iets dat fenomenaal koud aanvoelt. Ondertussen babbelt ze honderduit met mij over klassieke componisten, kwestie van de patient relaxed te houden, af en toe onderbroken door de dokter die nog een waslijst medische vragen heeft en ijverig de antwoorden in de computer tikt.
Het eerste spuitje, de verdoving vóór de eigenlijke infiltratie, da's de meest venijnige prik die je je kunt voorstellen. Elk haartje op je armen en benen staat er rechtop van en je voelt het nazinderen in elke vezel van je lijf. "Rustig blijven ademen" zei de verpleegster moederlijk...
Van de daaropvolgende prikken voelde ik, behalve het herhaaldelijk krachtige duwen van de dokter, al die zovele vorige keren erg weinig. Eerst een naald tot vlak naast de zenuw, dan het inspuiten van contrastvloeistof -effe checken of ze 't juiste plekje hebben, hé- en dan is het beetje bij beetje de beurt aan de eigenlijke verdovende stof, met eventueel een plots hittegevoel in een arm of in beide armen. Daarna mag je nog 30 minuutjes tot een uur rusten om de plaatselijke verdoving te laten wegebben, dan ben je klaar en mag je beschikken. 
Da's dus in regel de gewone gang van zaken. Zo gaat dat met 'normale' mensen...
En nu voelt u hem natuurlijk al komen: zo ging het dit maal dus niet met mij. Verre van. 
Bij het inspuiten van de lang werkende verdovingsvloeistof ging het mis. Meteen over de hele lengte twee ijskoude armen en handen, het gevoel alsof er mij iemand met een hamer een stevige klap op het achterhoofd gaf, en op de prikplaats: pijn. En dan bedoel ik: PIJN!!! Echt, met geen woorden te beschrijven schreeuwende pijn. Terwijl een vloedgolf aan tranen spontaan en onbeheerst over m'n wangen stroomde bleef de verpleegster me met aandrang aanmanen rustig te blijven en vooral niet te bewegen. Wat ik met een bijna bovenmenselijke zelfbeheersing -braaf als ik ben- ook keurig deed. Al was het maar om het afzien niet nóg erger te maken, hé...
De wondverzorging en de rest van den opkuis heb ik niet meer bewust meegemaakt. Ze hadden me nog net op tijd kunnen opvangen en me plat in m'n bed gelegd. Totaal over m'n toeren en verschrikkelijk huilend van ellende hield ik met twee handen m'n arme hoofd vast, want dat kon volgens mijn aanvoelen elk moment met een enorme knal uit elkaar spatten. Op mijn borstkas had zich niet minder dan een olifant of zo neergezet. Mijn keel werd als door een bankvijs toegeknepen en zwol helemaal op. Maar de verschrikkelijke benauwdheid die daaruit voortvloeide verdween in het niks bij de duizend messen die overduidelijk mijn hele rug aan flarden reten. 'k Was de dag al afschuwelijk mottig begonnen, door de pijnstillers die me de voorbije maand op de been moesten houden, dus durfde ik ondanks dat alles nauwelijks bewegen uit angst ook nog eens het hele operatiekwartier onder te kotsen...
Gelukkig -allé ja- was ik niet de eerste -en vermoedelijk ook niet de laatste- patiënt wiens lijf nogal vervelend reageerde op deze epidurale. Ze kenden dus de symptomen en wisten wat te doen. Terwijl m'n hartslag en ademhaling gemonitord werd legden hele zorgzame en echt super lieve verpleegsters me in alle kalmte aan een baxter met pijnstillers. Jawel: pijnstillers om de gevolgen van de pijnstiller te verhelpen. Zelfs in die toestand vond ik dat ronduit hilarisch! Echt. 
De chirurg kwam ook regelmatig even kijken, oprecht bezorgd en om eventueel wat bij te sturen. Zijn duidelijke uitleg stelde me enigszins gerust: omdat hij exact op die plek waar de discus al zwaar op m'n ruggenmerg duwt ook nog eens een stevige hoeveelheid vloeistof in moet spuiten was in mijn geval de druk op de zenuwen in m'n rug plots zodanig groot dat m'n hele lijf het er van uitschreeuwde en niet beter wist dan efkes het licht volledig uit te doen.
Het kostte me nog een tweede baxter en een paar ongemakkelijke uren verdwaasd, mottig en veel te plat in het ziekenhuisbed voor ik me heel langzaam weer een beetje mezelf begon te voelen. Ondertussen zag ik patiënten gaan en komen, zelden langer aanwezig dan een half uurtje. En zowel een stroom verplegend personeel als een aantal medepatiënten passeerden langs m'n bed om te checken of ik oké was. Alweer zoveel leuke mensen leren kennen en zoveel boeiende verhalen en belevenissen gehoord! Ja, zelfs zo totaal onverwacht een paar uur lang bewegingloos moeten platliggen in een gemeenschappelijke hospitaalzaal heeft zo zijn mooie kanten... En dat meen ik, hoor.
Nog een hete kop thee met veel suiker en een koekje later verlangde ik zodanig naar m'n eigen bed dat ik toch maar heel voorzichtig huiswaarts geschuifeld ben. Ja, te voet, en met de tram. En daarom ook met dikke dikke tranen. Nee, niet meer echt van pijn, al was die er uiteraard ook nog, maar wel van verdriet. De hele dag lang had ik dames ouder dan mijn moeder om me heen gezien, allemaal stuk voor stuk begeleid door hun partner. En toen de bezorgde verpleegsters me vroegen of ik door iemand opgehaald werd kon ik niet anders dan afschuwelijk emotioneel vertellen over die laatste epidurale, een dikke 5 jaar geleden, toen mijn vader nog met me meegegaan was en me ook weer veilig thuis gebracht had...
Na een ontzettend lange nacht vol oeverloos verdriet, ongemak en pijn -te warm, te koud; in het bed, uit het bed; in de zetel, uit de zetel; licht aan, licht uit; de poezen raakten er helemaal de kluts van kwijt- ben ik, zo stijf als een heksenbezemsteel en over alle nog steeds aanwezige pijn heen, toch de Allerheiligen-mis gaan zingen. En het was mooi, intens mooi. De teksten van de priester, de liederen van het koor en omringt zijn door zoveel lieve mensen, het bracht emotionele rust. En -g
eloof me, ik kijk er zelf ook nog altijd van op- zelfs onder dit soort omstandigheden zing ik alsof er niks aan de hand is. Volgens ons moe vandaag zo mogelijk nóg beter dan anders. Komt dà tegen! Maar, alle gekheid op een stokje, het heeft me diep deugd gedaan. En die borrel bij de koffie achteraf, die had ik àbsoluut verdiend.
De weg naar beterschap gaat duidelijk niet echt over rozen, maar het komt helemaal goed, maak je maar geen zorgen. En positief en optimistisch als ik ben zag ik heel die griezeldag meteen als een kado: intens voelen dat je leeft, weten dat echt elke dag telt, en voor de rest met elke vezel in je lijf en uit volle borst zingen zolang het nog kan! Het zal wel zijn, verdorie!
En uiteraaaaard, wat had je gedacht, lag ik gisteren in het ziekenhuis al na te denken over het heerlijke horror-verhaal dat ik -o de ironie, o de zaligheid- juist gepast voor Halloween kon neerschrijven!... Wat zou je in 's hemelsnaam nog meer willen!? Gewéldig, toch! hihihi 😉