Heb je dat ook al eens voor gehad: tranen met tuiten huilen van pure opluchting en blijdschap? Wel, gisteren namiddag kon ik bijna niet meer ophouden met snikken... En uiteraard -wat had je gedacht- vertel ik graag hoe dat komt!
Toen ik, ondertussen al 4,5 jaar geleden, naar dit appartement verhuisde, maakte de rust hier mij absoluut zielsgelukkig. Na 7 jaar bijzonder zwaar te hebben afgezien onder het niet aflatende, nietsontziende en hemeltergende kabaal van m'n bovenburen op m'n vorige adres was de vaak oorverdovende stilte hier een ware lafenis voor zowel m'n ziel als m'n lijf. Eindelijk kon ik volop Leven, me weer mezelf voelen, creatief bezig zijn en genieten, en vooral: dat alles zonder 24 uur op 24 oordopjes in...
Het heeft zelfs een hele tijd geduurd voor ik er echt gewend aan was, aan zoveel sereniteit om me heen, alsof ik vreesde die gelukzaligheid elk moment weer te kunnen verliezen. Vermoedelijk hield ik aan die 7 jaar helse geluidsellende een klein beetje trauma over, want het idee alleen al, ooit nog eens opnieuw in zo een situatie te belanden, deed me nog regelmatig van angst in elkaar krimpen.
Maar alles ging goed. Er werd in het gebouw al eens met drilboren gewerkt, de liften schreeuwden wel eens om een stevige smeerbeurt, er waren al wel eens burenruzie's, of feestjes tot een gat in de nacht met veel te luide muziek, de hal aan mijn voordeur vulde zich wel eens met huilende baby's en blaffende honden... Kortom: zo van die dingen waar je ambetant van kunt zijn, maar die altijd wel voorbij gaan. Niets blijvend dus.
Tot een klein half jaar geleden... Toen weerklonk er plots, van de ene moment op de andere, in al m'n kamers een zwaar gebrom. Het geluid liet zich nog niet eerder horen, en ik kon het ook niet direct thuisbrengen. Als een ware detective speurde ik het gebouw af en constateerde dat het continue zware brommen uit de stookkelder kwam. Bij navraag vertelde men dat er één zo goed als kapotte pomp op z'n hoogste toeren 24 uur op 24, 7 dagen op 7, moest draaien omdat anders zoveel verdiepingen geen warm water hadden. En ook nog dat er 'wisselstukken' besteld waren. Met die uitleg moest ik tevreden zijn en kon ik beschikken. Het gekende kluitje in het riet dus...
Goed, dingen kunnen stuk gaan, en dan moet je even geduld oefenen tot iets hersteld is. Heel normaal. Geen probleem. Maar dagen werden weken, en al gauw gingen er een paar maanden voorbij. En het irritant storende gebrom bleef onveranderd aanhouden. Telkens ik er naar vroeg werd ik met een smoesje wandelen gestuurd. Volgens de verantwoordelijke hoorde alleen ik het geluid, en toen ik ze in m'n huis naar het kabaal liet komen luisteren, probeerden ze me zelfs aan te praten dat ik het me verbeeldde. Al bij al was ik voor hen gewoon 'een ambetante zaagmadam'. Dat zeiden ze me trouwens ook vaak genoeg, zogezegd om te lachen...
't Is dat ik geen behangpapier in huis heb, anders had ik het gegarandeerd van pure frustratie allemaal van de muren geknauwd, geloof me. Niets is zo ergerlijk als een onophoudelijk monotoon zeurend gebrom over en door alles heen. Een ware marteling. Mijn viervoetige huisgenootjes, de twee katertjes, met een nog zoveel scherper gehoor dan het mijne, ontwikkelden van louter ellende redelijk bizarre gewoontes. Poekie, die grote slimmerik, kroop de hele dag, hoe heet het ook was, onder het dekbed en zoveel mogelijk extra dekentjes, of trok met z'n pootjes een kussen of twee over z'n oren. Grappig om zien, ja zeker, maar niet als je beseft dat jij oordopjes in kan doen, en hij niet... En Pompon, die liet met aanvallen van erbarmelijk, moederhart brekend gemauw overduidelijk weten dat het moest ophouden -en wel nú!- en plaste totaal over z'n toeren zowat het hele huis onder.
Half juli belde ik met de syndicus. Ze wisten van het probleem en zodra het bouwverlof voorbij was, kwam de loodgieter. Beloofd. Nog twee weken zou ik nog wel uithouden, hé.
Bon, ge kent dat: die twee weken werden er dus uiteraard vier... maar twee weken geleden maandag viel het gebrom plots stil. En ik hield mijn adem in. Zou het echt zijn??? Dan eindelijk toch!? Ik durfde het niet geloven, maar blij als een kind op kerstavond volgde ik vanop afstand de werkzaamheden. Er werd inderdaad een pomp vervangen. Eéntje, om te testen... Iemand blij maken met een dooie mus heet dat, geloof ik... Toen men een paar uur later alles weer inschakelde, herbegon niet alleen het hinderlijke gebrom, het had op de koop toe het gezelschap gekregen van een opdringerige hoogst irriterende fluittoon!!! Om terstond koekeloerestiepelzot van te worden! En de loodgieter, die was natuurlijk al laaaaang weer vertrokken. Uitleg van de verantwoordelijke: "één pomp vervangen, de nieuwe tijdelijk geïnstalleerd, twee weken proeflopen en wat bijstellen en zo, en dan, indien oké en goedgekeurd, mogelijk(!) definitieve herstelling, over twee à drie weken of zo." Aaaaaaargh!!!... Mochten er diploma's voor zelfbeheersing uitgereikt worden, dan hing er ondertussen bij mij zo minstens ééntje aan de muur, en dan gegarandeerd met de 'allerhoogste onderscheiding, maxima cum laude'. Ge moogt er verdorie zeker van zijn!
Gisteren voormiddag hield het gebrom abrupt op en viel er opeens een vreemd aandoende stilte over het gebouw. Ik hield opnieuw even op met ademen. Zou het? Kon het?... Niks te zien en niks te horen qua werkzaamheden. Wat moest ik hier nu weer van denken?
De stem van de verantwoordelijke weerklonk in de hal en tegelijkertijd met mij grabbelde nog een dame hem over die pompen vast. (Aha! Ik was dus toch niet de enige!... Nee, hoor, héél het gebouw ging er blijkbaar onder gebukt!) Ja, de loodgieter had zich onverwacht vroeg gemeld en verving nu beide pompen. "Echt?" "Echt!" En het wás ook écht zo.
Vermoedelijk komen we nooit te weten waarom het simpele vervangen van twee versleten pompen een half jaar heeft moeten duren, en daar wou ik ook al lang niet meer over nadenken. De bijna onwennige rust van de namiddag bracht, met het wegvallen van een niet eerder opgemerkt ontzettend zwaar pak stress, een verrassend plotse en intense loomheid met zich mee. En van puur moeheid en oeverloos geluk stroomden de tranen. Zelfs de poezen konden het duidelijk amper geloven.
Het is weer stil, heerlijk stil. En da's toch ook weer even wennen. 'k Schrok er vannacht zelfs een paar keer wakker van! Om dan meteen, eventueel met toch nog een extra gelukstraantje, en met van puur genot een bijna wansmakelijk heerlijke glimlach op m'n zotte snuit, weer behaaglijk tevreden in te dommelen. 'Slapen als een (roze) roos', da's niet zo moeilijk in zo'n stilte, in die eens te meer wreed gewaardeerde en ontzettend gekoesterde zalige hemelse stilte. 💗
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label tranen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tranen. Alle posts tonen
vrijdag 24 augustus 2018
woensdag 15 november 2017
2 maal tranen.
Voor de tweede keer die ochtend biggelden er dikke tranen over m'n wangen, resoluut en niet te stoppen. Gelukkig dit maal niet van ellende of verdriet, maar van pure opluchting.
Geen 20 minuten eerder hadden de tranen ook niet tegen te houden en overvloedig gevloeid, en dat was van puur pijn, toen de dokter, zij het uiterst voorzichtig, het eerste plaatselijke-verdovingsspuitje in m'n nek prikte. Ik weet niet wat het is met dat spuitje. Zo venijnig en scherp dat het me, zonder fout elke keer weer, prompt dikke snottebellen laat snotteren en kwistig zwarte mascara-strepen op m'n snuit tekent. De verpleegster van dienst stopt me steevast direct een stevig pak tissues in de hand, maar omdat je op dat moment totaal niet meer mag bewegen drupte ik, kin op de borst, ook deze keer gelaten verder de voorkant van m'n tuniek en m'n keurig opgeplooide en netjes op m'n schoot neer gelegde vestje kletsnat.
Ik kon een verschrikte en harde 'auw!' echt niet onderdrukken toen de dokter z'n tweede naald in me stak. 'Oei', zei hij, 'doe ik u pijn? Dan zal ik u nog een extra verdoving bij geven!' 'Keurig stil blijven zitten en rustig ademen' droeg de verpleegster me de hele tijd op. Een beetje overbodig, want met de herinnering van m'n vorige bezoek daar in het operatiekwartier nog zeer vers in m'n geheugen durfde ik me sowieso amper bewegen...
Doch, na die tweede afgrijselijk scherpe prik verliep deze epidurale infiltratie bijna gedenkwaardig perfect. Zo mogelijk nóg voorzichtiger en alles dubbel controlerend ging de dokter uiterst zorgvuldig en intens rustig te werk. Uiteraard liet het toenemen van de druk tussen m'n wervels zich voelen, reageerden m'n armen heel even ijskoud op de ingespoten vloeistof en spoelde er een golf van kippenvel over m'n hele lijf, maar dat is volkomen normaal, absoluut niets om ongerust over te zijn of tranen om te laten.
Voor ik het goed en wel besefte was deze beproeving alweer voorbij. 'Ge zijt bijzonder flink geweest' zei de dokter goedmoedig, zoals een lieve opa tot z'n favoriete kleinkind spreekt, en gaf me een heel voorzichtig schouderklopje. En geloof het of geloof het niet: ik verwachtte op dat moment écht dat hij me nog een kleurrijke lolly in de hand zou stoppen...
Oprecht ontroerd bedankte ik hem uitgebreid en zowel hij als de aanwezige verpleegsters namen geïnteresseerd de flyers voor de komende kerstconcerten aan. (Ja, rond deze tijd van het jaar krijg je, zélfs onder dit soort omstandigheden, die dingen te pas en te onpas door mij in je hand gedrukt... Ik sleep ze dus tot in het operatiekwartier met me mee! hihi)
Eenmaal in de wachtkamer gerold barstte ik opnieuw in snikken uit, maar dit maal dus van de enorme opluchting die zich van me meester maakte. Als alles voorbij is besef je pas hoe vreselijk bang en gespannen je wel was...
Grappend over de niet waterproof zijnde mascara -ik zou ondertussen, na 8 keer, toch al zoveel beter moeten weten, hé- en het muzikaal-ritmisch niet samenlopen van de 'piep' van de hartslagmeter en de 'bliep' van de zuurstofsaturatiemeter verbruikte ik giechelend menig papieren zakdoekje -of waren het van die stugge handdoekjes?- zodat, tegen de tijd dat men mij netjes ingestopt en keurig half rechtop in het kussen liggend, als een koningin op haar troon bijna, terug in de grote gemeenschappelijke kamer binnen rolde mijn glimlach, breed van oor tot oor, helemaal droog en ontdaan van elke fout makeup-veegje, opnieuw oogverblindend stralend de ruimte kon vullen.
'Kijk, moeder, het zal wel meevallen, zenne. Deze mevrouw lacht nog steeds!' zei de vrouw tegen de oudere, blijkbaar net toegekomen, patiënte in het bed naast me. En terwijl ik haar positief bevestigend -uiteraard- uitgebreid verder geruststelde met een vrolijke babbel voelde ik onder de deken m'n van twee soorten tranen doorweekte vestje en dacht ik met een ingehouden, oprecht onschuldig grinnikje: 'Ze moesten eens weten...' 😁
Geen 20 minuten eerder hadden de tranen ook niet tegen te houden en overvloedig gevloeid, en dat was van puur pijn, toen de dokter, zij het uiterst voorzichtig, het eerste plaatselijke-verdovingsspuitje in m'n nek prikte. Ik weet niet wat het is met dat spuitje. Zo venijnig en scherp dat het me, zonder fout elke keer weer, prompt dikke snottebellen laat snotteren en kwistig zwarte mascara-strepen op m'n snuit tekent. De verpleegster van dienst stopt me steevast direct een stevig pak tissues in de hand, maar omdat je op dat moment totaal niet meer mag bewegen drupte ik, kin op de borst, ook deze keer gelaten verder de voorkant van m'n tuniek en m'n keurig opgeplooide en netjes op m'n schoot neer gelegde vestje kletsnat.
Ik kon een verschrikte en harde 'auw!' echt niet onderdrukken toen de dokter z'n tweede naald in me stak. 'Oei', zei hij, 'doe ik u pijn? Dan zal ik u nog een extra verdoving bij geven!' 'Keurig stil blijven zitten en rustig ademen' droeg de verpleegster me de hele tijd op. Een beetje overbodig, want met de herinnering van m'n vorige bezoek daar in het operatiekwartier nog zeer vers in m'n geheugen durfde ik me sowieso amper bewegen...
Doch, na die tweede afgrijselijk scherpe prik verliep deze epidurale infiltratie bijna gedenkwaardig perfect. Zo mogelijk nóg voorzichtiger en alles dubbel controlerend ging de dokter uiterst zorgvuldig en intens rustig te werk. Uiteraard liet het toenemen van de druk tussen m'n wervels zich voelen, reageerden m'n armen heel even ijskoud op de ingespoten vloeistof en spoelde er een golf van kippenvel over m'n hele lijf, maar dat is volkomen normaal, absoluut niets om ongerust over te zijn of tranen om te laten.
Voor ik het goed en wel besefte was deze beproeving alweer voorbij. 'Ge zijt bijzonder flink geweest' zei de dokter goedmoedig, zoals een lieve opa tot z'n favoriete kleinkind spreekt, en gaf me een heel voorzichtig schouderklopje. En geloof het of geloof het niet: ik verwachtte op dat moment écht dat hij me nog een kleurrijke lolly in de hand zou stoppen...
Oprecht ontroerd bedankte ik hem uitgebreid en zowel hij als de aanwezige verpleegsters namen geïnteresseerd de flyers voor de komende kerstconcerten aan. (Ja, rond deze tijd van het jaar krijg je, zélfs onder dit soort omstandigheden, die dingen te pas en te onpas door mij in je hand gedrukt... Ik sleep ze dus tot in het operatiekwartier met me mee! hihi)
Eenmaal in de wachtkamer gerold barstte ik opnieuw in snikken uit, maar dit maal dus van de enorme opluchting die zich van me meester maakte. Als alles voorbij is besef je pas hoe vreselijk bang en gespannen je wel was...
Grappend over de niet waterproof zijnde mascara -ik zou ondertussen, na 8 keer, toch al zoveel beter moeten weten, hé- en het muzikaal-ritmisch niet samenlopen van de 'piep' van de hartslagmeter en de 'bliep' van de zuurstofsaturatiemeter verbruikte ik giechelend menig papieren zakdoekje -of waren het van die stugge handdoekjes?- zodat, tegen de tijd dat men mij netjes ingestopt en keurig half rechtop in het kussen liggend, als een koningin op haar troon bijna, terug in de grote gemeenschappelijke kamer binnen rolde mijn glimlach, breed van oor tot oor, helemaal droog en ontdaan van elke fout makeup-veegje, opnieuw oogverblindend stralend de ruimte kon vullen.
'Kijk, moeder, het zal wel meevallen, zenne. Deze mevrouw lacht nog steeds!' zei de vrouw tegen de oudere, blijkbaar net toegekomen, patiënte in het bed naast me. En terwijl ik haar positief bevestigend -uiteraard- uitgebreid verder geruststelde met een vrolijke babbel voelde ik onder de deken m'n van twee soorten tranen doorweekte vestje en dacht ik met een ingehouden, oprecht onschuldig grinnikje: 'Ze moesten eens weten...' 😁
Abonneren op:
Posts (Atom)

