Nee, 't zal niet de meest innoverende, stichtende of verrijkende lectuur zijn, waarover ik vandaag eens schrijf. Maar dat doet er niet toe, vind ik. Als iets een glimlach op mijn gezicht weet te toveren, en ik weet dat te vatten in een blogje, dan maak ik er misschien een enkele lezer ook wel gelukkig mee...
Mogelijk hebt u 't idee dat ik een beetje in herhaling val, als ik weer eens vertel over het leven op mijn terras, maar ik blijf mij verbazen over de, in mijn ogen dan toch, bijzondere bezoekers. Nee, ik bedoel dan uiteraard niet die personen die te pas en te onpas, en al dan niet stiekem of met de meest doorzichtige en idiote verhalen en redenen, door de tuin, vreselijk kwakkelend over de grote en vaak puntige kasseien, komen gebanjerd. Nee, dan heb ik het dus over alle andere 'fauna' die de weelderige flora van mijn buitenruimte aandoet!...
Volgens mij is alles in de natuur een beetje zijn kluts kwijt en veel zaken zijn ook erg laat dit jaar. Dat was vooral al heel erg duidelijk met het tot een maand later zijn van de bloei van de meeste planten. En ik had me al een tikje ongerust afgevraagd waar eigenlijk al die hordes piepkleine meesjes, die de voorbije jaren steevast het terras als speeltuin gebruikten, bleven. Ook hun klok stond nog een beetje achter, denk ik, want gisterenochtend mocht ik mezelf dan uiteindelijk toch weer als vanouds in hun gekkigheid verheugen!
Klein en jong als ze nog zijn, deze kersverse pluimenbolletjes, kennen ze weinig of geen angst. Toch alleszins van niets op mijn terras. De grote slinger met nootjes en zaadjes, die ik onderaan de bloeiende hangmanden voor m'n vensters bevestigde, biedt hen een perfecte zitplaats: 't is er droog, je zit niet in de felle zon, je bent enigszins verborgen voor mogelijke belagers, en je kan er niet alleen naar hartenlust onnozel doen met je broers en zusjes, maar tussendoor ook nog gezellig een hapje eten. Ideaal. Dus, dat rare wezen dat hen van achter het raam, met een brede glimlach over haar bril loerend, bijzonder geïntrigeerd in 't oog houdt, dat zal hen absoluut worst wezen! Heel voorzichtig, zonder al te plotse of grootse bewegingen, lukte het me daardoor zelfs om m'n smartphone te pakken en plaatjes te schieten van hun dolkomische drukke gedoe. "En de poezen?", vraag je je misschien af. Pompon ligt lui op de vensterbank te kijken. Die heeft al lang begrepen dat het totaal niet de moeite is zich voor die kleine pluimenzottekes moe te maken. Ge hoort hem bijna denken: "Ge doet maar. Pfffft. Zolang ge mij maar niet teveel in mijn slaapke stoort met al dat gesjilp en gekwetter." Poekie springt nog wel eens super energiek recht in z'n mandje. Zo een beetje van "Zie, zie! Allé, zie nu! Daar, daar!" Maar er voor úit dat mandje komen, da's er toch ook niet meer bij. Met z'n twee pootjes over de rand van het mandje houdt hij al het speels geweld een tijdje nauwgezet in 't oog, om vervolgens als vanzelf weer in slaap te vallen. Dan zie je hem langzamerhand dieper en dieper in het mandje wegzinken, tot niets meer van hem te zien is.
Eergisteren namiddag echter was het plots anders. Gewoonlijk zie ik uitsluitend in de koude donkere maanden van het jaar al eens een winterkoninkje een beetje stiekem en voorzichtig tussen m'n planten z'n kostje bij elkaar scharrelen. Nu kregen we geheel onverwacht het bezoek van een piepjong exemplaar dat zich duidelijk heer en meester van het koninkrijk waande. Onverstoorbaar luid kwelend hupte hij (of zij...) van de hoogste loot van de ene plant naar de verst rijkende tak van een ander boompje. En z'n favoriete landingsplaats verbaasde zelfs mij volledig: het stevige metalen gaas in de twee kattenhorren! (Dat zijn dus van die dingen, u wel gekend, die je in de openstaande ramen en/of deuren zet, gewoonlijk om allerlei ongewenste insecten búiten te houden, doch in mijn geval: om twee katers bínnen te houden...) Geen reactie bij Pompon. "Och, een vogel meer of minder, daarvoor kom ik niet in actie, hoor!", zal hij gedacht hebben. Maar Poekie was behoorlijk buiten z'n zinnen en lichtjes woedend om zoveel schaamteloosheid. Elke keer weer maakt hij, met veel gemekker en zenuwachtig wild heen en weer gesprint van venster naar venster, aan alles en iedereen die het maar horen wil, duidelijk dat hij zoveel gebrek aan respect niet zou dulden! In al z'n verontwaardiging sprong hij zelfs bovenop z'n slapende broer op de vensterbank waardoor er heel even tussen hen ook schermutselingen ontstonden... Sindsdien brengt hij ons elke dag minstens één keer een bezoekje, met steeds opnieuw ongeveer hetzelfde scenario. Ik begin me zo stilaan af te vragen of hij het opzettelijk doet... Zo een beetje poezen pesten. Ja, dit jonge winterkoninkje, da's duidelijk geen gewoon geval. Zo bescheiden en onopvallend z'n soortgenoten gewoonlijk -eigenlijk áltijd, bij mijn weten- zijn, zo excentriek en luidruchtig is hij (of zij). Och, die jeugd van tegenwoordig, hé... hahaha
Bij het planten water geven viel mijn oog op nog andere bezoekers, bezoekers die ik liever niet tegenkom: slakken! Van die grote, dikke, vette, slijmerige en slibberige vreetmachines. Al jaren doe ik in de zomer minstens één keer per dag een toerke over het terras om alle huisjesslakken van tussen het groen te plukken. Daar ben ik aan gewend en die zie er vaak prachtig uit, in die ongelofelijk veelkleurige en telkens anders gestreepte schelpjes. Nee, ik maak ze niet dood, maar het kampioenschap huisjesslak-slingeren zou ondertussen wel eens op mijn naam kunnen staan... Eén voor één, hup, met een grote bocht door de lucht de dichte klimop van de enorme tuin in, waar ze vermoedelijk ook allemaal vandaan komen. Die grote vettige 'blote' slakken, die zag ik nog niet eerder, en die pak ik ook liever niet zonder handschoen of zo op. Eikes! 'k Ben niet snel vies van iets aan te raken, maar deze slippery suckers... Brrrr. Alhoewel. Eigenlijk zijn deze, heel anders dan die wat doordeweekse effen donkerbruine of oranje tuinweekdieren, op hun manier ook wel mooi, hoor, met hun zeer uiteenlopende kleur en strepen. Bij nader onderzoek en enig opzoekwerk op 't internet kwam ik er achter dat het inderdaad geen gewone naaktslakken zijn, maar wel de veel kleurrijkere tijgerslakken! Oké, mooi, maar aan het fenomenale, absoluut roofdier-passende tempo waarmee ze korte metten maken met een volledige plant, heb ik ze écht liever niét op m'n terras. Met twee plantenstokjes, tijdelijk dienst doend als chopsticks, grijp ik ze bij hun lurven en vliegen ze er dus meteen letterlijk vanaf. Niet zo ver als de huisjesslakken -daar moet ik nog verder op oefenen- maar ver genoeg om geen directe dreiging meer te zijn. En mogelijk een 'smakelijke hap' voor de immer hongerige duiven. Al vraag ik me af hoe die zo'n ontzettend groot glibberding naar binnen krijgen met die relatief kleine bek... Maar, dat kan ik me niet aantrekken.
Met die verrassend grote -echt enórm, zelden zo'n reus gezien, bijna 10 centimeter, zonder liegen!- fraai grasgroene sprinkhaan (na enig opzoekwerk blijkt het hier om de enige echte groene sabelsprinkhaan te gaan), die zich, opgeschrikt door de waterstraal uit mijn tuinslag, uit het dichte groen wegvluchtend op 't bovenste toppeke van de plantensteun zette en me een beetje zenuwachtig bleef zitten gadeslaan, heb ik toch ook maar voor alle zekerheid een ernstig gesprekje gedaan. 'k Heb er absoluut geen problemen mee als hij al eens een blaadje of twee komt binnenspelen, maar 't is natuurlijk niet de bedoeling dat hij op zekere dag z'n hele duizendkoppige familie ook eens mee hier heen op restaurant neemt!... Met een paar fenomenale sprongen verdween hij de weidse grasvlakte van de voor hem vermoedelijk eindeloos grote tuin is. "Tot ziens!", zwaaide ik hem achterna.
Ja, 'k weet het, niet de meest innoverende, stichtende of verrijkende lectuur, dit blogje, maar geef toe: toch wel leuk, hé, wat er hier allemaal op mijn heerlijk volgroeiende buitenruimte op bezoek komt. Maakt doet het alleszins steeds weer glimlachen. En heel misschien glimlach jij nu ook... ;-)
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
vrijdag 23 juli 2021
Verrassende bezoekers
donderdag 7 januari 2021
De adventskalender.
Over sommige dingen kunt ge maar vertellen als ze helemaal voorbij zijn, hé. Dat geldt dus bijvoorbeeld ook voor mijn allereerste adventskalender ooit! En tegen de tijd dat eindelijk al die vakjes geopend en de kerstdagen gekomen waren, namen mijn 9 YouTube filmkes zowat elke minuut van elke dag én elke letter van al mijn blogjes in beslag... En beetje 'vijgen na Pasen' dus, maar aangezien er zich zeer nieuwsgierig mensen onder jullie bevinden, laat ik je alsnog graag even meegenieten in deze 25-dagen-adventskalender-terugblik!
Eind oktober 2020 moest ik voor iets -'k weet niet eens meer waarvoor- bij de Zeeman zijn. Daar in de bak met sterk afgeprijsde artikelen lag voor slechts 2,50 euro een adventskalender. 'k Had nog nooit eerder zo een kerst-aftel-ding gekocht, maar in een geamuseerd en kinderlijk blij moment leek het me ineens heel erg leuk om zo eens 25 dagen lang elke dag een vakje te openen en een presentje. De kalender ging aldus met de rest van de boodschappen mee naar huis. En daar kreeg hij, in afwachting van de 1e december, een mooi plekje op de piano, om, goed zichtbaar, de spanning van 'wat zou erin zitten' toch alvast langzaam een klein beetje op te drijven. Ja, 'k ben echt niet helemaal gek, 'k wist ook wel dat de geschenkjes niet de meest miraculeuze schatten zouden zijn, maar 'k was toch razend benieuwd naar wat men voor die belachelijke prijs toch nog in zo'n al erg mooie doos had kunnen steken, en dan nog wel voor zovele dagen...
En toen, toen was het eindelijk zover: de maand december brak aan en ik mocht vakjes beginnen openen. Joepie! En, spannend...
- Dag 1. Hij paste voor geen meter, maar 'k was toch heel blij met m'n knalgroene plastieken sneeuwmanring! 'k Heb hem de hele dag met een brede smile halverwege m'n pink gedragen, én er een foto van op Facebook gezet.
- Dag 2. O, kijk, een kleine rode slinky, zo'n ressorreke, een 'veer' in keurig Nederlands. Om van een treetje of 2, 3 af te lopen, zoals die grote metalen, die we vroeger bij ons thuis eindeloos van de grote trap lieten wandelen, bleek dat plastieken ding véél te licht en te stijf, maar als ik ermee rondzwierde, maakte hij een prachtig zoefend geluid. Beter dan niks.
- Dag 3. Cool, een rode springende kikker! Deed me onmiddellijk denken aan het vlooienspel van vroeger. Ken je dat nog? Een spel met een heleboel kleurrijke ronde fiches en een 'doel', een beker of een doosje, waarbij je door met één plastiek rondje op de rand een ander te drukken, die laatste in de pot of beker moest zien te wippen. Ze flikkerden door de hele kamer, absoluut alle richtingen uit, maar in het doel? Vergeet het maar! Net zoals deze kikker dus: geen richting in te krijgen, maar wel superleuk!
- Dag 4. Een nieuwe slinky? Nee, precies toch niet. Een soort groene 'tube' in stervorm met ribbels aan de zijkant. Raar ding. Geen idee waar het voor dient, of hoe je daarmee speelt... Misschien hoort het nog ergens bij. Afwachten.
- Dag 5. O, da's plezant: een kleine caleidoscoop! En hij werkt nog ook! Ik zie de wereld meteen vanuit een ander perspectief.
- Dag 6. Dit is leuk! Oogjes om vingerpoppenkast mee te spelen. Vroeger speelde ik een soort poppenkast met 2 van die papieren balletjes met oogjes erop getekend en aan elkaar verbonden met een elastiek. Die schoof ik over één van mijn meest donzige wanten, en voilà: een soort Cookiemonster! En dat was zelfs met stemmetjes en zo. De Muppet Show was er niks bij! Vraag maar aan mijn jongste broer.
- Dag 7. Maar zie nu: nog zo een caleidoscoopke! Voor elk oog één, en dan instant koppijn en de rest van de dag zo scheel als een otter! hahaha
- Dag 8. Jaaaa, nog zo van die wiebeloogjes voor over een vinger. Voilà, voor elk hand een setje, en de poppenkast heeft meteen boeiende conversaties.
- Dag 9. Oei, hoe heet dit? Klapperhandjes misschien? Goed voor handengeklap met slechts 2 vingers! (de vingers die dit dingetje vasthouden, hé...) Applaus! Zo vaak en zoveel ik maar wil! Woehoe! Klepperdeklepperdeklepperdeklap.
- Dag 10. De poppenkast breidt uit: nóg een paar oogjes. Weinig origineel, maar nog steeds ongelofelijk geinig. 'k Ga er een paar in m'n jaszakken steken, denk ik, voor saaie momenten onderweg... Ziet ge mij al bezig op de tram?! hahaha
- Dag 11. Aha, nog zo een onbruikbare slinky, maar nu een groene. Allé vooruit, zoefen met 2 handen dan maar! Uit de weg en van onderen! Wiiiiiiieeeeeeeee...
- Dag 12. Een rood, fantastisch draaiend tolletje! Amai, voor zo'n plastieken prutsding heeft het me veel meer dan één dag kunnen plezieren. En de poezen ook! Het spint gewéldig goed, en heel lang. Echt tof. Plezier voor nog lang!
- Dag 13. Een jojo is tof speelgoed, maar deze miniversie in plastiek is veel te licht om meer dan 1 keer terug omhoog te rollen... En 'k kan er ook niks anders mee verzinnen. Niet leuk. Jammer.
- Dag 14. Een nieuwe ring! Opnieuw knalgroen, maar nu met een kerstboompje. En deze past uiteraard ook niet echt... Maar: aandoen!
- Dag 15. Geen idee wat dit is, een soort rubberen denappel misschien. Alleszins, het ding bots net niet te hard en maakt door z'n conische vorm genoeg interessante bewegingen om de 2 poezen een uurtje of 2 te entertainen. Hopelijk gaan ze er niet op zitten kauwen... Ik hou ze in 't oog.
- Dag 16. Opnieuw een tolletje, maar van een totaal ander model. En draaien dat het ding doet! Fantástisch! Om opnieuw en opnieuw eindeloos te laten spinnen. Wiiieee, ziet dat gaan!
- Dag 17. Mijn ringencollectie breidt uit met een rood rendier! 'k Heb een acuut tekort aan pinken...
- Dag 18. Ja lap, nog zo een broljojo waar niet mee te spelen valt. Stom ding. Pffft, goed voor de vuilnisbak.
- Dag 19. O, da's eens iets helemaal anders! Een grote doorzichtige groene dobbelsteen met binnenin een piepklein wit exemplaartje. Die gaat in de spelletjeskast: een set van 2 dobbelstenen waarvan je er nooit eentje kan kwijtspelen, dat komt altijd van pas.
Ondertussen begint de kartonnen doos echt helemaal uit elkaar te hangen. Ze is zo stilaan ontegensprekelijk gescheurd aan alle kanten. Die dagelijkse vakjes gaan niet echt gemakkelijk open, zelfs niet met geduldig prullen... 'k Had misschien beter een mesje gebruikt. Maar, och, wat zou je achteraf nog mee willen, met die lege doos. Opnieuw vullen voor volgend jaar?... Maar nee, die gaat gewoon bij 't oud papier.
- Dag 20. Aha, nog zo'n tol als op dag 12, maar nu een groene. Maar, groen draait absoluut even goed rood, hoor! Heel plezant ook voor op m'n bureautje, als ik weer eens zonder internet zit te wachten op één of andere download...
- Dag 21. Jeeey, een groene kikker! Nu kan ik racen met die kikvors van dag 3. De rode tegen de groene! Allé, 't is te zeggen: als één van de poezen er niet mee vandoor gaat, want blijkbaar is dit ongelofelijk schitterend spul, echt buitengewoon ideaal zo blijkt, om met een stevige lel van één pootje door de kamer te laten schuiven, om er natuurlijk vervolgens als een totale gek achteraan te stuiven. Sowieso lol verzekerd!
- Dag 22. Voilà zie: de collectie tolletjes is compleet! Nu heb ik 2 van die platte en 2 van die bolle. De poezen gaan uit hun dak met al die wiebelende wentelende tweekleurige frullekes hotsend en botsend overal op de vloer van de woonkamer! En ik hou nu geregeld vele kleine wedstrijdjes naast de computer tijdens het wachten op verbinding...
- Dag 23. 't Viel te verwachten, hé. 'k Had al 2 groene ringen en 1 rode. Er moest dus nog een rode bij! En voilà, hier is hij dan: de rode sneeuwkristal. Schoon, zenne.
- Dag 24. Hola, dat groene ding van dag 4, die tube in stervorm, da's vermoedelijk toch ook zo'n ressorreke, zo een slinky die niet echt iets doet of kan. Hier is weer zo een stervormig ding, een rode deze keer, en deze 'ressort' dus wel. Die groene moest vermoedelijk nog losgemaakt... Eens even aan prutsen seffens. Alhoewel, hij loopt toch niet van een trap, hé. En daarbij: ik heb geeneens een trap in huis! hahaha
'k Wist niet dat zo'n adventskalender tot en met kerstdag zelf ging, maar dat blijkt in dit geval wel zo te zijn: er is ook nog een vakje voor dag 25!
- Dag 25. De poezen gaan blij zijn: nog zo een stuiterend dennenappeltje, een rode deze keer. Da's goed geregeld: zo hebben ze er elk eentje! En Kristina maar smijten en keilen met die dingen. En 't spul daarna vanonder de kasten vissen uiteraard, keer op keer op keer op keer... ;-) O, ideetje: 'k zou eigenlijk ook in allebei die gummietjes een oogvijsje kunnen draaien om ze assorti als een rode en een groene kerstoorbel te dragen! Met een stevige ring eraan misschien ook een leuk sleutelhangertje trouwens.
Wel, 'k moet zeggen dat m'n allereerste adventskalender ooit echt niet tegengevallen is. Voor die luttele 2,50 euro hebben zowel Poekie en Pompon als ik zelf onbetaalbaar veel lol en entertainment gehad. Inclusief fijne herinneringen aan vroeger. Uit de tijd dat ik nog écht een kind was, en geen af en toe wat kinderlijke, prettig gestoorde volwassen vrouw met een stevige, doch leuke hoek af... Ja, 't is maar weer eens duidelijk: geluk zit echt in kleine dingen. En soms zijn dat dus 25 onnozele rode en groene plastieken prullekes in een kartonnen kerstdoos met moeilijk te openen deurtjes... :-)
Absoluut voor herhaling vatbaar, zou ik zo zeggen, zo'n adventskalender. Eind oktober 2021 toch maar weer eens in de afslagbak bij de Zeeman gaan piepen, hé... ;-)
zaterdag 9 mei 2020
Poezenleed.
Sinds ik hier op mijn gelijkvloers appartement kwam wonen, maakte ik kennis met een eindeloze stoet 'buurtkatten'. Hoeveel zou ik er ondertussen al niet hebben zien komen... en gaan? In 't beste geval kuieren ze op hun gemakje voorbij het terras of liggen ze zich als ware pasha's op de warme stenen te koesteren in de zon. Jammer genoeg blijft het daar meestal niet bij. Er wordt regelmatig met veel energie op alle tuinvogels groot en klein gejaagd, en geloof me, ze krijgen ze nog te pakken ook. 'k Wil niet weten wat dat met het vogelbestand doet!... Elke lente opnieuw vinden er hevige territoriumgevechten plaats in de tuin, met veel nachtelijk gekrijs en gejank. En ook vaak met de meest vreselijke verwondingen tot gevolg. Die strompelen hier dan duidelijk zichtbaar de dagen erna voorbij... Mijn terras blijkt een soort catwalk -letterlijk, hahaha- te zijn. Een plek om jezelf als kat te laten opmerken. Ontzettend vrijpostig paraderen hier zowat alle poezenbeesten uit de buurt voorbij; zeker alle katers, om, meestal elk op z'n beurt, met stevig wat sproeiwerk tegen m'n bloempotten mijn buitenruimte als de hunne te claimen... Ze drinken ongegeneerd uit m'n bak met waterplanten, slurpen onverstoorbaar de vogelzwembadjes leeg en likken zelfs het drinksysteem voor de insecten -een stenen bord met natte keien- helemaal droog. Al doende vertrappelen ze achteloos m'n geliefde, o zo frêle bloemen. En af en toe geeft één van m'n planten de geest omdat ik niet op tijd merkte dat de aarde in zijn bloempot tot uitverkoren plasplekje gedoopt werd...
Mijn twee katers Poekie en Pompon mogen nooit naar buiten. Neen, da's niet zielig, echt niet. Ze hebben een heel boeiend leven hier binnenskamers en komen absoluut niets te kort, op geen enkel vlak. Daar mag je gerust in zijn. Zo blijven ze veilig, gezond en vrij van parasitair ongedierte, wat een geruststelling voor mij is; en zo zijn ook de zaadjes en nootjes etende vogeltjes op het terras safe. En al mogen ze niet vrij in- en uitlopen, die twee knuffels van mij, ze genieten wél van de buitenlucht. Als hier de ramen wijd open staan, dan plaats ik daar horren in. Geen gewone horren met insectengaas, maar speciale zelf gefabriceerde poezenhorren met gegalvaniseerd volièregaas, met gaten van ongeveer één vierkante centimeter. En ze vinden het echt zalig om ervoor te hangen, en onbezorgd en gretig alle geurtjes en luchtjes van buiten op te snuiven met de zon of de wind op hun snuiteke; of hoog vanop de krabpaal, die ik er dan altijd voor zet, nét niet zonder barrière de vogeltjes te bespieden en al het reilen en zeilen in de tuin nauwgezet in 't oog te houden.
Twee weken geleden stond er plots een nieuwe, nog erg jonge kat voor de hor in het openstaande venster. Een volledig lichtbruin-zwart gestreept tijgerke zonder enige vorm van schuwheid of bedreiging, heel gewoon met slechts een stevige dosis kinderlijk onschuldige nieuwsgierigheid. 't Zag er nogal een lieveke uit en omdat mijn katers zo nog wel vriendjes aan de andere kant van het gaas hadden, vond ik het wel leuk voor hen. Maar de volgende dagen was dat katje er weer, en deze keer niet zo vredevol! Met alle kracht in zich viel het mijn katers achter de hor aan! Het haar vloog in het rond en het geschreeuw moet ver te horen geweest zijn. Misschien lag het aan het 'kattenseizoen', want het luidde een intens aantal dagen in met epische gevechten in de tuin. De lucht zat dagenlang vol van door merg en been snijdend gekrijs en het gegil, zo uit de ergste horrornachtmerrie, als van een baby die op gruwelijke wijze doodgebeten wordt of zoiets, bleef me opnieuw en opnieuw ijskoude rillingen bezorgen.
Ik trachtte te achterhalen wie er nu precies aan 't bakkeleien was, want ontdek de verschillende individuen maar eens in zo'n kluwen vechtende plush ergens half verborgen in het dichte struikgewas. En behalve een aantal van de zelfverzekerde 'veteranen' hier croste hier precies steeds weer datzelfde tijgertje voorbij... Niet moeilijk dat ik uitgerekend dié altijd zag: het was niet één tijgertje, het bleken er uiteindelijk dríe te zijn! Drie nieuwe gestreepte katten in de tuin, en vermoedelijk allemaal ongesneden katers. Twee identiek dezelfde tijgertjes -één lief en één kwaadaardig- en één iets grotere, iets rondere, tijger met wat meer grijs in z'n strepen. Mooi beestje eigenlijk. En omdat ze nieuw in de buurt zijn, is hier dus een ware burgeroorlog uitgebroken. Zucht.
Poekie trekt het zich niet aan. Eén bijzonder doordringende blik van hem, geen geluid erbij of niks, slechts één blik, en gelijk welke andere kat druipt geruisloos af. Mijn zelfverzekerde Poekie is de baas en daarmee uit. Met de anders al zo schuchtere en snel angstige Pompon is het een heel ander verhaal. Hij houdt, met hoge rug, z'n vacht volledig overeind en z'n staart vier keer zo dik als normaal, gevaarlijk grommend en blazend de wacht bij het open venster, ook als er niemand aan de andere kant is. In zijn alles overheersende benauwdheid wou hij mij zelfs bijten toen ik hem trachtte te kalmeren. Pompon is werkelijk totaal van z'n melk door al die vechtersbazen. Radeloos over z'n toeren en panisch angstig probeerde hij al z'n favoriete spullen in huis te markeren als de zijne. Niet door erop te sproeien, zoals katers normaal gezien doen, want dat kan hij als gesteriliseerde kater uiteraard niet meer, maar door er -tot mijn grote ellende- overal een klein plasje op te doen. Op de vloer, op de matjes op de vensterbanken, op de krabpalen, in de poezenmandjes, op z'n ál speelgoed, op de poezendeken op bed (gelúkkig voor mij en m'n bed ééntje met een vochtafstotende onderkant), bij de eetbakjes, naast de drinkwaterschaal...
Er is weinig dat ik eraan kan doen. Begrip tonen en vooral niet boos zijn. Opruimen en poetsen. De wasmachine draait bijna continu. 'k Hou een beetje de wacht om met een krachtige plantenspuit elke eventuele snode belager meteen een stevig nat pak te bezorgen, want dat werkt bijzonder goed als afschrikmiddel. Verder overlaad ik Pompon met extra veel aandacht en een overdosis knuffels, en 'k leid hem zoveel als mogelijk af met allerlei leuke spelletjes, zodat hij zich hopelijk gauw weer terug veilig gaat voelen. En ondertussen wens ik vanuit de grond van mijn hart dat die knokkende oproerlingen daarbuiten snel tot een degelijk en langdurig vredesakkoord komen. Graag vandáág nog. En liefst zonder nog één of andere allerlaatste fenomenale aanslag op mijn geliefde terras en huisgenootjes. Want wat mij betreft is het poezenleed hier op 'den Bosuil' stilaan niet meer te overzien, hoor... ;-)
zaterdag 11 april 2020
Een zowel proper als vies verhaaltje...
Sinds er hier in mijn appartement nieuwe ruiten werden gezet, afgelopen oktober, had ik die eigenlijk nog geen noemenswaardige poetsbeurt gegeven. Ja, 'k weet het, je kunt me absoluut geen fanatieke huisvrouw noemen, zeker niet als het op stevig poetsen aankomt. Het is wat het is, hé. De meest gore vegen, overduidelijke handafdrukken en uitzicht belemmerende vuilheid waste ik uiteraard al wel weg, maar de boel zo eens echt met oog voor detail doen blinken, dat kwam er nog niet eerder van... En ondertussen zat er ook een dikke laag door de regen vastgekoekt stof tegen de glaspartijen.
De afgelopen week echter, zo met die dagelijkse dosis stralende zon, en alle vensters wagenwijd open, begon ik me toch een beetje te ergeren aan het verstoorde, enigszins troebele uitzicht naar buiten. Eergisteren ging ik dus, gewapend met emmer en sop, enthousiast -ja, écht!- aan de slag. "Amai", zult ge misschien bezorgd of geïntrigeerd zeggen, "ruiten kuisen bij u, dat zal nogal serieus wat verschuif- en verhuiswerk geven, met al die planten zowel op het terras als binnen!" Inderdaad, een terechte opmerking, moest ik die enorme plaveien glas hier moeten poetsen met behulp van een trapladdertje of dergelijke. Maar dat is dus, gelukkig, niet zo. Hooguit moet ik hier en daar eens een takje opzij houden, maar verder wordt hier bij het ruiten wassen beslist niet één plant verzet! Ik beschik namelijk over zo'n schitterend systeem van een uitschuifbare glazenwasser met aan de ene kant een microvezeldoek, speciaal voor ruiten, en aan de andere kant een super praktisch ruitenwisserke, 'n 'aftrekkerke' zoals we dat in Antwerpen noemen. Met die combinatie kan ik zonder al te veel moeite 1. absoluut overal aan, en 2., eveneens absoluut, overal tussen!
Het hele klusje ging goed vooruit en ik genoot van het tot in het kleinste detail schoonmaken van al het glas, zowel aan de buiten- als aan de binnenkant. Tot mijn eigen verbazing was ik er, zo op m'n gemakje, uiteindelijk toch wel een dikke twee uur mee bezig geweest en bijgevolg mocht het resultaat er zeker en vast zijn! Alsof er plots totaal geen enkele barrière meer was tussen mezelf en de buitenwereld! Wauw! Al het nieuwe groen op het terras en in de tuin kwamen zo mogelijk nóg meer in volle glorie bij me binnen. Zalig! Zelfs de twee poezen vonden het duidelijk wel iets hebben en trokken vrolijk met elkaar rondtollend spurtjes van de ene kamer naar de andere.
Moe maar zeer tevreden -éindelijk eens écht iets gedaan- zat ik wat later op m'n gemakje aan m'n bureautje achter de computer wat berichtjes te lezen en een beetje aan een filmke te prullen, ondertussen volop genietend van het hervonden uitzicht. In de verrukkelijke rust van die zonnige namiddag en de heerlijke stilte (op de vele fraaie vogelgeluiden daarbuiten na natuurlijk) hoorde ik plots in de woonkamer een niet direct te definiëren zachte 'plets'. Absoluut geen geluid dat je van je stoel doet opveren met een verschrikt "Wa was dà?!" Je zou het zelfs gerust hebben kunnen missen, of negeren, maar ik besloot toch maar even om het hoekje te gaan piepen. 't Was misschien een welgemikte duivendrets tegen m'n vers gewassen blingbling, hé.
In eerste instantie merkte ik niet direct iets op dat uit de haak was, maar toen ik het eenmaal zag... OMG! Mijn adem stokte ervan! Zelfs m'n vertrouwde 'krachttermen' bleven in m'n mond steken!... Onder 'normale' omstandigheden zou m'n vriendin Kira me tot op het 14e kunnen horen vloeken, denk ik, maar m'n verbijstering was zodanig totaal da'k er in een uitzonderlijk soort dodelijke kalmte letterlijk met stomheid geslagen bij stond. Dat die zachte, bijna volledig genegeerde 'plets' het énige geluid geweest was bij de pure horror scene daar voor m'n ogen verbaast me nog steeds!...
Al dat zotte en energieke door-de-kamers-heen-en-weer-sjezen had Poekie en Pompon stevig honger doen krijgen, en omdat we nu toch wat 'op de goeien boef' leven, en niet meer echt op tijd en uur, gaf ik ze hun avondmaal dan maar alvast wat eerder. En blijkbaar moet dat dan toch een beetje fout gevallen zijn op die arme Pompon zijn maagje... Gezeten in het allerhoogste mandje in huis, vlak aan de grootste venster, die in de woonkamer, had hij -en vreemd genoeg totaal zonder voorafgaande 'waarschuwingsgeluiden'- z'n hele gretig naar binnen geschrokte maaltje weer overgegeven. En niet alleen in dat voor mij zonder ladder onbereikbaar mandje. Nee, nee, hij had er echt 'werk' van gemaakt!... De hele mix van halfverteerde brokjes, sterk ruikende saus en meurende maagsappen droop in een brede waaiervorm tergend langzaam langst de ramen naar beneden. Inderdaad niet slechts van de dichtstbijzijnde, en meteen ook ongetwijfeld lastigste glaspartij om te poetsen (de enorme radiator met zeer zware vensterbank staan onmogelijk lomp in de weg), maar van béide enorme ramen, want het schuifbare deel stond -uiteraard!- nog lekker wijd open. Alle planten rond en onder de grote krabpaal zaten volledig onder het kleverig 'aromarijke' spul. De vloer, het houtwerk, de rails van het schuifraam, de lange radiator, de vensterbank, de poezenkussen, m'n roze-oranje-gele schelpenmobieltje, de drie vrolijke kabouters die tussen venster en radiator altijd gezellig lachend broederlijk bij elkaar naar buiten mogen staan kijken ... Echt, absoluut àlles in de brede omgeving deelde royaal mee in de stinkende spetters. Zucht. En slechts één hele zachte 'plets', hé... Niet te geloven eigenlijk...
Nog eens twee uur heeft het me gekotst, o pardon, gekost natuurlijk, om het vieze boeltje opgekuist te krijgen. Stikkapot was ik ervan. Maar het moet gezegd, eerlijk is eerlijk: 'k heb niet eens één keer gevloekt; Pompon heeft geen straf gekregen, hoor, en hij is helemaal oké, hij at zelfs meteen na die supplementaire schoonmaaksessie op z'n gemak en met veel smaak opnieuw wat harde brokjes in de keuken; en ik, ik geniet nu zo mogelijk nog eens zoveel van mijn nóg eens éxtra gepoetste propere ramen! ;-)
vrijdag 17 januari 2020
Zacht, zachter, zachtst.
vrijdag 9 augustus 2019
Niet te fotograferen...
Uit de grijze lucht stroomt onophoudelijk de regen neer. Af en toe vermindert het tot nog wat zacht, bijna onmerkbaar gezever; bij momenten pletsen kletterende stortvloeden ongenadig neer op de kasseien voor het terras en op de bomen en struiken in de tuin. Ik ben blij dat het regent. De nog steeds o zo dorstige natuur snakt echt naar elke druppel en is dankbaar voor het minste vleugje water. En er zal nog veel moeten vallen voor alles weer in evenwicht is... Ook voor mij voelt het als een welkome verademing. Eindelijk weer wat extra zuurstof in de lucht. En een frisse, heerlijk ruikende bries beweegt, voorzichtig binnenwaaiend door de open vensters, al het overvloedige groen van de kamerplanten en doet het appartement als het ware verkwikt herademen. De poezen liggen uitgeteld, nog nét niet in slaap, op de vensterbanken. Doodmoe zijn ze, echt pompaf, van de hele ochtend lang passioneel en met volle overgave de enorme hoeveelheid vogeltjes op het terras van tussen de kamerplanten en gordijnen te bespieden en ter afwisseling met hun buik plat tegen de grond opgewonden van kamer naar kamer te sprinten, op zoek naar een nóg beter spionageplekje.
Volgens mij zijn zowat álle meesjes uit de hele wijde omgeving vandaag bij mij op het terras komen schuilen voor de regen! Het is al de hele ochtend een intensief komen en gaan, en een drukte van jewelste. Bijna elk takje van zowel de hibiscusbomen, nu vol grote roze bloemen, als de purper kleurende vlinderstruiken, de wild wiebelende ranken van de jasmijn en de passieflora, en zelfs de stelen van de hoog opgeschoten lelies en verbena hier in mijn stukje persoonlijk paradijs, heerlijk droog zo onder de betonnen afkapping, doet dienst als zitplekje voor één van de enigszins doorweekte bolletjes donsveertjes. Doch, niet elk plaatsje is even goed, zo blijkt uit het voortdurende gekibbel en het koortsachtig en rusteloos heen en weer gefladder. Ze bedenken zich duidelijk constant over wat nu het allerbeste, het ultieme, meest uitverkoren plaatsje is. Maar behendig als ze zijn, deze kleine vogels, vinden ze altijd wel een gunstig stekje met prima uitzicht over de rumoerige activiteiten. Hoog aan het plafond en in de hangmanden, da's onweerlegbaar een geweldige uitvalsbasis om een soort ludieke luchtaanval uit te voeren op je soortgenoten. Maar een stuk lager, op de rand van de potten en tussen de enorme geraniums, daar vind je al wel eens een vette groene rups, en komt ook al het lekkers neer, dat je ruziënde broers en zussen met al hun onstuimig gedoe te pas en te onpas laten vallen.
Want ja, er wordt hier bij mij stevig gesmuld, hoor! Het houten voederhuisje ligt winter en zomer vol met, naar het seizoen aangepast, lekkers. En waar er eerst snel iets meegepikt werd om elders op te gaan smikkelen, blijven ze, ondertussen helemaal vertrouwd met de omgeving, gezellig op hun gemakje, zich absoluuuut niets aantrekkend van die twee loerende poezen slechts een halve meter verder achter de hor, ter plaatse de vele soorten zaadjes open kraken en gretig naar binnen spelen. De laatste nootjes in de opgehangen zakjes zijn ook bijzonder in trek. Daar zitten ze, letterlijk, voor aan te schuiven, luidruchtig schreeuwend dat "het nu zo stilaan écht wel hun beurt is, hoor!", en "laat het verdorie eens vooruitgaan, zeg!" Te midden van het sowieso al onafgebroken schattige kabaal van het gesjilp en gekwetter ontstaat er een fikse rel met stevig wat decibels aan getier en gekeel telkens er iemand probeert voor te steken. Op zo'n moment is het heel duidelijk wie hier de ouders en wie hier de kindjes zijn... De echte slimmeriken zitten gewoon stilletjes en quasi onopgemerkt onderaan de grote plantensteun, aan de voet van door elkaar klimmende rozelaar en clematis, en snaaien gretig alles mee wat er in al die opschudding daarboven aan lekkers naar beneden valt.
Och, echt, het is zooo super om te zien! De poezen hebben er zich, bekaf van de intense opwinding en het geestdriftig heen en weer crossen, bij neergelegd, letterlijk, maar voor mijn part mag het zo nog wel even blijven regenen, met heel dat wonderlijke schouwspel hier voor al mijn ramen. Ik geniet, en geniet, en geniet... Maar er wat foto's van maken, tja, dat lukt me dus niet. 'k Zal als illustratie bij dit verhaaltje weer eens een mooi plaatje van het internet moeten plukken. Maar als ik het goed genoeg geformuleerd en neergepend heb, dan kan jij je het hele fladderende en kwetterende spektakel misschien zo, zonder fotootje, ook wel voorstellen, hé... 😉💚
zondag 23 juni 2019
Een 'blond' momentje...
De poezen Poekie en Pompon zijn als de dood voor dat onding en zouden, in paniek het huis rond vlammend, zichzelf een ongeluk aan doen. Daarom heb ik een ritueel ontwikkeld, een soort volgorde eigenlijk. Onder mijn bed is hun 'geheime' schuilplaats voor zo ongeveer álles waar ze eventueel bang voor zouden kunnen zijn. 't Zijn geen helden, die twee van mij, echte broekschijters als je 't mij vraagt, en de Pompon met stevige voorsprong, amai. Daarom begin ik steevast m'n stofzuigtoerke in de slaapkamer. Zo hoeven ze maar één kamer lang naar die o zo 'onveilige' andere kamers van het huis te vluchten, om daarna in alle peis en vree dicht bij elkaar in hun vertrouwde schuilholletje 'die verschrikkelijke horroraanval van dat afschuwelijke grommende en brommende zuigmonster' trotseren.
Verwend als ze zijn, hebben die twee wollebollen van mij absoluut in élk hoekje van elke kamer, vaak op de meest onmogelijke plekjes, wel wat speelgoed liggen. En al ruim ik het meeste gewoonlijk eerst even op, er blijft altijd nog wel, ergens op een niet direct in het oog schietend plekje, iets stiekem achter. Daardoor hoor ik bij het stofzuigen met regelmaat een droge 'pflop', als er zich voor de zoveelste keer weer eens een rubberen bal of een speelgoedmuis is de slang vast zoog. En vandaag was dat niet anders.
De karpetjes en de vloer van de slaapkamer hadden hun stof en god-mag-weten-wat-voor-rotzooi al afgegeven, en ik deed een toertje langs de plinten en onder de kasten met alleen de stofzuigerslang. 'Pflop' weerklonk het, een onmiskenbaar signaal dat we weer maar eens een verborgen of vergeten schat opgezogen hadden. Bon, ik zag niet direct ergens iets vast zitten, dus haalde ik de grote glazen knikker. Deze zware bol ligt steeds direct bij de hand klaar, uitsluitend voor dit klusje: geholpen door de zwaartekracht, en eventueel wat pittig schudwerk van mijn kant, het vastzittende voorwerp weer in beweging en uit de slang krijgen. Er zat niets klem. De knikker stuiterde er, ondanks de ribbels, aan hoog tempo vlotjes doorheen. In het doorzichtige opvangsysteem van de stofzuiger zag ik ook niet direct iets, dus demonteerde ik de slang om daar in het gat te kunnen zoeken. Ook niks. Dan toch maar even die vuilnisopvangbak leeg maken, wie weet wierp dat wel licht op de zaak. En jawel: onderaan de container, in de slakkenkrul van het systeem, zat een pluizige dikke witte namaakmuis vast. Trekken aan z'n staart hielp niet. Duwen tegen z'n neus maakte ook geen verschil. Het ding zat muurvast. Doch heb geen vrees! Onze Kristina -goed voorzien van een zeer uitgebreide collectie werkgerief-, die zou het wel oplossen. Efkes een gepast piepklein kruiskopschroevendraaierke (wauw, wat een woord) vinden, bodemke van dat doorzichtige opvangspul er voorzichtig uit schroeven, vooral die miniatuurvijsjes niet kwijtspelen, muis uit z'n benarde situatie redden en voorlopig efkes ergens veilig opbergen, bodemke terug vast vijzen en, voilà: klaar is keer, ik kon weer verder stof zuigen! Oef.
Terwijl het zweet langst m'n rug naar beneden liep en van m'n gezicht af droop, werkt ik ijverig verder. Poezenmanden, krabpaal, tussen de verwarming,... Alles moest er aan geloven. Het viel me op dat er merkwaardig veel stofvlokken rond vlogen. Vaak blaast de 'uitlaat' van de stofzuiger die van onder de kast -soms zet ik hem daarvoor opzettelijk ook in die richting neer-, maar hoe vaak ik die dustbunnies ook mee nam met de zuigmond van de stofzuiger, ze bléven maar ik het rond wervelen. En zó ontzettend vuil was m'n huis nu precies ook weer niet, vond ik... Vreemd. Vastberaden noest verder zwoegend viel het me ook op dat, ondanks het heel erg normaal klinken van de stofzuiger, z'n zuigkracht precies niet meer zo geweldig was... Oei, ik had met het openen van die container toch niks verprutst, zeker?! Maar nee, dat kon het écht niet zijn, zo invasief was mijn geklus nu ook weer niet. Misschien zat er ongemerkt wel weer ergens iets vast. Teveel poezenhaar of zo... Ik draaide mij naar de stofzuiger, tikte met m'n voet op de grote ronde knop bovenop waardoor hij stilviel en... schoot terstond in een klaterende schaterlach! Blijkbaar had ik de helft van de slaapkamer 'schoon' gezogen met een stofzuigerslang die niét aan de stofzuiger vastgekoppeld zat!... Niet moeilijk dat de zuigkracht op niks trok! En die eindeloos rond dwarrelende stofvlokken, dat was er dus maar één geweest, opnieuw en opnieuw! Hahaha 😄
Jaaahaa, ook ik heb dus wel eens een 'blond' momentje...
En voor wie het zich nog afvroeg: de rest van de stofzuigsessie is zonder andere accidentjes of beproevingen verlopen. Al moest ik wel meteen daarna ook alle vloeren nog dweilen, vanwege mijn overvloedig druipsporen achterlatend zweten. De poezen hebben het ook weer overleefd en zitten ondertussen al terug volledig op hun gemak voor het open venster van het frisse briesje te genieten. Nu nog juist het stof van mijn hersens afspoelen -en misschien best ook dat plaklaagje op m'n vel- en alles hier is weer helemaal spic en span! 😊
P.S. Moest u nu ook denken aan dat filmpje, dat al jaren de ronde doet op sociale media, met die vrouw die ook schoon maakt met, goed geweten, een afgekoppelde slang?...
Bekijk het nog eens via deze link!
donderdag 25 april 2019
Het grote verf-accident.
Kort geleden passeerde me aldus een story die ik niet licht zal vergeten...
Behalve de ogenschijnlijk niets betekenende, amper merkbare witte verfspatjes op één van m'n slaapkamerkasten, die ik -uiteraard- elke dag kan zien, bijvoorbeeld als ik in het vroege ochtendlicht nog wat lig te soezelen tussen de roze kussens, zijn er nergens in huis nog sporen van de gebeurtenis. Maar telkens mijn oog op de vlekjes valt, lach ik ook steeds even -het is sterker dan mezelf- al was het maar vanbinnen, in m'n hart. Die kleine witte stipjes getuigen niet alleen van een fantastisch spectaculair ongelukje -achteraf bekeken buitengewoon hilarisch trouwens- maar ze zijn ook één van de permanente en tevens bijzonder gekoesterde herinneringen aan Nala.
Nala, de ontzettend lieve en aanhankelijke, super pluizige poes met geweldig zacht halflang haar, die, samen met haar verlegen doch ook o zo schattige dochter Myra, bijna 14 jaar lang mijn leven en de kamers in mijn vorige (huur)appartement deelde. Voor ze samen het tijdelijke voor het eeuwige moesten inruilen, hebben ze, jammer genoeg, amper een kleine zes maanden van de rust en de warmte hier in m'n eigen stekje kunnen genieten. Maar... eeuwig blijvende en intens geliefde pootafdrukjes in m'n hart dus.
En in de lente van 2011 schreef ik op m'n tijdlijn bij Facebook, in verschillende, elkaar opvolgende deeltjes omdat het anders niet gepubliceerd kon worden, het nu volgende straffe verhaaltje! (En let vooral ook op de allerlaatste zin... Wat denk je, zou boek nummer 5 die 'biografie' mogen vervangen? 😉)
DEEL 1
Elke muur, het plafond, de vloer, de marmeren schoorsteenmantel, àlle kasten, dozen, spiegels, zelfs de lusters, al m’n knutselmateriaal, m’n naaimachine, elk frulleke dat op m’n werktafel lag, … Werkelijk ALLES onder de spetters! De groene leren zetel en het klassieke tapijt hadden in één klap een modern design, en helemaal wonderbaarlijk: m’n figuratieve schilderijen: op slag abstracte kunst!
En natuuuuuuurlijk: géén verf op de kat, maar wel pootafdrukken door élke kamer!!! Een waar feest voor spoorzoekers! Gelukkig was het geurloze interieurverf op waterbasis. Als dàt lak was geweest… ik moet er niet aan denken!... hihi
‘k Heb de afgelopen 4,5 uur geschept, geveegd, gekrabd, geschrobd, gewassen,… en oprecht van harte gevloekt én ook zeer hartelijk gelachen. Absoluut! 20 emmers water, 6 versleten vodden, 2 sponzen en 5 volledige keukenrollen verder zijn de (verf)sporen verleden tijd. M’n blauwe werk-overall draait in de wasmachine, en ik heb de grijze laag op m’n vel ook al afgeschuurd gekregen.
DEEL 5
Alweer een straf verhaal uit het leven van Kristina, voor de biografie later, hé… hihi
dinsdag 1 januari 2019
Vuurwerkgeknal, poezenverdriet.
Terwijl ik me in m'n ééntje met wat lekkers en een netjes uitgeschonken trappist in de zetel voor de televisie nestelde, barstte bij de buren het feestgedruis los. Het opgewekte gebabbel, met meer dan aanstekelijke lachsalvo's ertussen, wisselde af met al snel half dronken en dus nogal onvaste zangpogingen. De ambiance zat er stevig in, dat was behoorlijk duidelijk. Op zeker moment meende ik zelfs een vrolijke polonaise door de inkomhal te horen dansen. En het welgemeend hartelijke, doch nogal bulderende 'Happy New Year' om middernacht in het trappenhuis en halletje, die hebben ze vast tot op 't 14e gehoord. Maar, gezellig, hoor! Niks op aan te merken. Ja echt, daar heb/had ik allemaal totaal geen probleem mee. Dat moet kunnen, zo eens één keertje in een jaar ferm feesten, zeker in zo'n bijzondere nacht. Niet dan?! Och, da's toch gewoon leuk.
Nee, mijn zorgen lagen elders. Al de hele afgelopen week schrok de buurt met grote regelmaat op door luide knallen. Rare individuen zijn het, hoor, die ongeduldigen, die niet tot middernacht van 31 december kunnen wachten met ontploffen en hun vuurwerk alvast dágen op voorhand 'uitproberen'... En dan meestal nog overdag ook. Dan zié je daar toch helemaal niets van! Of vergis ik me daarin?... Tja, 't zal de kick van de knal zijn, of zo iets, veronderstel ik... Of het stiekeme, iets doen wat niet mag. Zelf, op eigen houtje, zomaar in het wilde weg, vuurwerk afsteken is in heel groot Antwerpen namelijk volledig verboden, en niet alleen op oudejaarsavond. En da's uiteraard voor sommige mensen een 'uitdaging', hé...
Als je in een buurt woont waar regelmatig een stukje drugsoorlog uitgevochten wordt, dan vraag je je trouwens bij elke fikse knal toch even af of het een te vroeg ontstoken vuurpijl was, of mogelijk weer een ergens lukraak binnen gesmeten handgranaat. En een pittige 'pop pop pop' serie of minutenlang ge-'retteketetteketet' kan net zo goed van een semi-automatisch vuurwapen komen waarmee men één of andere gevel of auto aan flarden schiet, als van een lading vers ontstoken vurige voetzoekertjes... Maar ook hiervan lig ik -voorlopig toch- niet echt wakker.
Wat me echt ongerust maakte, waren de twee poezen Poekie en Pompon. Bij elke luide knal -ik schrok me er zelf vaak serieus een hoedje van- nam hun angst een stukje toe, tot op het punt dat ze van puur ellende steeds weer al hun eten over gaven en niet eens meer op de kattenbak durfden. Twee bibberende zenuwzieke bolletjes pluis, verstopt ergens diep onder m'n bed. En de afgelopen week kon ik ze met veel liefde en nog veel meer geduld, wat snoepjes en een paar onweerstaanbare spelletjes uiteindelijk meestal wel overhalen toch tenminste mij weer een beetje te vertrouwen. Maar zo'n volledige nacht, zo'n eindeloos lange duisternis, waarin de explosies urenlang aanhouden... Pffft. Tja, dan is er niks meer aan te doen. Ik kan hun ellende niet meer beter maken. 't Is wachten tot het over is. En al heb ik in vergelijking met vorige jaren hier in mijn directe buurt opvallend minder vuurwerk gezién, de hele nacht lang, van al vroeg in de vooravond tot ver in de ochtend, mocht ik, zoveel meer dan ooit tevoren, een vreselijke, niet aflatende stroom van ontzettend harde -zoveel luider dan vroeger volgens mijn oren- ontploffingsgeluiden aanhóren.
Heel af en toe sloop er in de woonkamer als in een flits een schim van een poesje voorbij, 't buikje plat tegen de vloer, panische angst in de oogjes, op zoek naar een mogelijk nóg beter schuiloord -misschien was het onder de zetel toch veiliger dan onder het bed-, om dan bij de volgende knal als een bliksemschicht terug richting slaapkamer te verdwijnen. De arme beestjes. Ik had er echt vreselijk mee te doen.
Terwijl ik rond middernacht naar buiten stond te kijken, naar de veelkleurige vurige fonkelingen die overal om ons heen de nachtelijk lucht deden oplichten, gingen m'n gedachten naar die zovele andere dieren die, bevangen door angst, nu vermoedelijk ook niet wisten waar nog te schuilen. Zoveel katten, honden, paarden... Hoeveel vogeltjes zouden er van 't verschieten vannacht uit hun boom gevallen zijn? En de sierlijke kleine vleermuizen, die ik de nacht daarvoor nog vrolijk had zien rondfladderen. Die zaten nu vast ergens in een donker hoekje te bibberen van schrik, hun radarsysteem gegarandeerd volledig in de war, met als gevolg dus ook zonder eten vannacht...
O, geloof me, ik heb niks tegen vuurwerk. In tegendeel, ik kan er ook echt van genieten, van al die betoverende glinsterende kleuren, spetters en gensters breed uitwaaierend tegen het donkere hemelgewelf. Overweldigend feestelijk en onbeschrijfbaar prachtig. Maar, te veel is te veel. En dat geldt ook voor mooie dingen. Zoals vuurwerk. Dat moet écht niet al een volledige week van te voren, en 24 uur op 24, en op zowat élk plekje dat je kan bedenken... Een half uurtje, of desnoods een vol uur, ergens op één centrale plek, en er dan met z'n allen samen naar kijken, volstaat dat niet? Voor mij wel. En, zeker weten: voor m'n poezen ook.
Om half vier vannacht had mijn lichaam er genoeg van. Het wou niet langer rechtop blijven, het moest en zou neer liggen. Buiten schoten er links en rechts nog wat verdwaalde pijlen de lucht in, maar de frequentie was gelukkig al zoveel minder. Tijdens de steeds breder wordende rustpauzes tussen de gierende lachaanvallen en het occasionele lallend aanheffen van de zoveelste strofe van een ondefinieerbaar lied van de nachtje-door-doende buren dommelde ik zonder veel moeite stilaan dieper en dieper weg. Poekie en Pompon kropen, veilig dicht tegen me aan, mee onder de knusse lakens en dekens. Met het heel langzaam terugkeren van de vertrouwde zalige rust om ons heen, voelde ik hun lijfjes -begeleid van een ontzettend diepe zucht- eindelijk weer helemaal ontspannen.
Helemaal klaar met "plof, dreun, plets, baboem, knets, klap, pop, bonk, kaboem, pang, blaf, bam, bom, knal en retteketetteketet" zijn we echter nog niet, want zoals er elk jaar steevast een aantal personen veel te vroeg begint met 'knallen', zo is er ook steeds een handvol figuren die nog graag een tijdje door blijven gaan, toch zeker de eerstkomende dagen...
Och, weet je, het ergste is ondertussen alweer gepasseerd, het nieuwe jaar is aangevat, zonder echte ongelukken en met niet al te veel en gelukkig nog nét hanteerbare ellende, dus daar ga ik nu ook niet meer van wakker liggen. In tegendeel zelfs: vannacht slaap ik, al was het maar van puur moeheid, als een zich in rust, stilte en zaligheid wentelend roze roosje! Vermoedelijk met twee opnieuw gelukkige en relaxte pluizige poezenprinsjes naast me.
Gelukkig nieuwjaar, en slaap lekker! 😊
vrijdag 30 november 2018
Platte batterij.
M'n batterij is plat. Beter kan ik het niet verwoorden. M'n batterij is totáál plat. Al wéken. Voor mij onvoorstelbaar lang ontbreekt het me niet alleen totaal aan energie, maar ook aan geestdrift en goesting, en aan spirit en sprankel. Ik sleep me door de dagen als een suffende slome slak, vechtend tegen een alles overheersende en bijzonder aandringende winterslaap. De tijd glijdt geruisloos en net niet ongezien voorbij, als een spookachtig schip in een dichte grijze mist.
Nee, een nieuwe aanval van depressie is het zeker niet. Ik viel niet onverhoeds terug in één of ander diep zwart gat. Het zijn geen veeleisende emoties of moeilijke gedachten die mij draineren van elk mogelijk spatje kracht. 't Is gewoon een vreemde toestand van 'niks'. En dat grote 'niets' hangt als een soort grauwe vaalzwarte ondoorzichtige deken over me heen. Platte batterij dus.
De knuffelpoezen zijn enthousiast mee lui. Een stuiterende bal door de kamer achtervolgen kan eventueel wel eens een keertje, maar 5 minuutjes onnozel doen volstaan duidelijk écht wel. Meer moet niemand van hen verwachten, da's zonneklaar. Ze vertoeven zoveel liever mee met mij in het gezellige kluwen van kussens en dekentjes. Af en toe is in een bewegende teen bijten ook nog wel eens geweldig leuk, maar als dat wiebelende lichaamsonderdeel zich te ver uit het bereik van de graaiende pootjes bevindt, dan hoeft het voor hen eigenlijk ook niet. Lang uitgestrekt laten ze zich urenlang alle strelingen welgevallen, of ze kruipen diep mee onder het warme dek om, opgerold tot een bolletje pluis, samen zalige dutjes te doen.
De computer kan me voor een paar minuutjes nog wel eens tot een spelletje verleiden. Liefst niets te 'moeilijk'. Een puzzeltje of zo. Alleszins iets waar je vooral niet bij na hoeft te denken.
Al weken krijg ik dus ook geen deftig woord meer neergeschreven. En dat terwijl de verhalen zich in m'n hoofd serieus beginnen opstapelen en de meesten daarvan stilaan ernstig over datum raken. Het bijwonen van die schitterende Carmina Burana, met leuke foto's van o.a. Will Ferdy, en Roger. De concertmis met Peter Maus. Het boek van Jana. De trip naar Sint-Truiden om m'n schitterende kerstmokken op te halen. De kerstconcertbesprekingen en alle voorbereidingen. En dan zijn er uiteraard ook nog die veel kleine leuke dingetjes van elke dag. Zo een rijkdom aan nog te vertellen verhalen! En zo een armoede aan 'puf' om ze neergeschreven te krijgen...
Het geliefde huis om me heen vervormd zich, toch zeker naar mijn normen, zo stilaan in een waar stort. De afwas stapelt zich torenhoog op in de keuken. Geen schoon kopje of bordje meer te vinden. Ik spoel even snel af exact dat wat ik nodig heb. En waarom zou je koken als je net zo goed een boterham kan binnenspelen... De kleur van de tapijten is nog amper waar te nemen onder het zich daar accumulerende kattenhaar en onder het bed, de kasten en de radiators huizen grote families 'dust bunnies'. Het wasgoed puilt uit de wasmand naast de wasmachine, maar ín die machine geraakt het niet. Overal aan de kasten hangt kleding, maar een kastdeurtje openen en wat kapstokken die paar centimeter verhangen, dat lukt voor geen meter. Je struikelt over de schoenen die zowel hun wederhelft als hun weg naar de opbergruimte kwijt zijn. En links en rechts breek je nog net je nek niet over de zich zo stilaan ook verzamelende kerstconcert-rekwisieten... Het doet me niks. Of toch niet veel. Ik zie het amper. Ook dat alles verdwijnt in die dichte grijze sluier van nevel en mist.
Toen ik vanochtend merkte dat m'n gsm na een nacht in het stopcontact nog niet opgeladen was, moest ik hartelijk lachen: als die nu óók al mee doet aan dit algemene platte-batterij-gegeven!... Maar, zoals gewoonlijk het geval is, lag ook voor dit zo plezant bijpassende incident een erg simpele reden voor de hand: z'n stekker zat niet goed in! En dat deed me gniffelde bedenken: "Misschien zit mijn stekker ook al weken niet goed in!..." 'k Zal het eens moeten checken, hé. Als ik mezelf weer eens een keertje met de juiste verbinding in de voor mij correcte energiebron ingeplugt krijg, dan ben ik vermoedelijk met één, of indien nodig twee, nachtjes opladen ook terug, letterlijk en figuurlijk, vol energie.
Allé, nu hoognodig weer efkes rusten van het schrijven van dit blogje en dan -dat hoop ik toch- aan de slag, op zoek naar mijn persoonlijk stopcontact! Want op den duur gaat het wel vervelen, hoor, zo'n platte batterij... 😉
vrijdag 24 augustus 2018
Stilte. Hemelse stilte.
Toen ik, ondertussen al 4,5 jaar geleden, naar dit appartement verhuisde, maakte de rust hier mij absoluut zielsgelukkig. Na 7 jaar bijzonder zwaar te hebben afgezien onder het niet aflatende, nietsontziende en hemeltergende kabaal van m'n bovenburen op m'n vorige adres was de vaak oorverdovende stilte hier een ware lafenis voor zowel m'n ziel als m'n lijf. Eindelijk kon ik volop Leven, me weer mezelf voelen, creatief bezig zijn en genieten, en vooral: dat alles zonder 24 uur op 24 oordopjes in...
Het heeft zelfs een hele tijd geduurd voor ik er echt gewend aan was, aan zoveel sereniteit om me heen, alsof ik vreesde die gelukzaligheid elk moment weer te kunnen verliezen. Vermoedelijk hield ik aan die 7 jaar helse geluidsellende een klein beetje trauma over, want het idee alleen al, ooit nog eens opnieuw in zo een situatie te belanden, deed me nog regelmatig van angst in elkaar krimpen.
Maar alles ging goed. Er werd in het gebouw al eens met drilboren gewerkt, de liften schreeuwden wel eens om een stevige smeerbeurt, er waren al wel eens burenruzie's, of feestjes tot een gat in de nacht met veel te luide muziek, de hal aan mijn voordeur vulde zich wel eens met huilende baby's en blaffende honden... Kortom: zo van die dingen waar je ambetant van kunt zijn, maar die altijd wel voorbij gaan. Niets blijvend dus.
Tot een klein half jaar geleden... Toen weerklonk er plots, van de ene moment op de andere, in al m'n kamers een zwaar gebrom. Het geluid liet zich nog niet eerder horen, en ik kon het ook niet direct thuisbrengen. Als een ware detective speurde ik het gebouw af en constateerde dat het continue zware brommen uit de stookkelder kwam. Bij navraag vertelde men dat er één zo goed als kapotte pomp op z'n hoogste toeren 24 uur op 24, 7 dagen op 7, moest draaien omdat anders zoveel verdiepingen geen warm water hadden. En ook nog dat er 'wisselstukken' besteld waren. Met die uitleg moest ik tevreden zijn en kon ik beschikken. Het gekende kluitje in het riet dus...
Goed, dingen kunnen stuk gaan, en dan moet je even geduld oefenen tot iets hersteld is. Heel normaal. Geen probleem. Maar dagen werden weken, en al gauw gingen er een paar maanden voorbij. En het irritant storende gebrom bleef onveranderd aanhouden. Telkens ik er naar vroeg werd ik met een smoesje wandelen gestuurd. Volgens de verantwoordelijke hoorde alleen ik het geluid, en toen ik ze in m'n huis naar het kabaal liet komen luisteren, probeerden ze me zelfs aan te praten dat ik het me verbeeldde. Al bij al was ik voor hen gewoon 'een ambetante zaagmadam'. Dat zeiden ze me trouwens ook vaak genoeg, zogezegd om te lachen...
't Is dat ik geen behangpapier in huis heb, anders had ik het gegarandeerd van pure frustratie allemaal van de muren geknauwd, geloof me. Niets is zo ergerlijk als een onophoudelijk monotoon zeurend gebrom over en door alles heen. Een ware marteling. Mijn viervoetige huisgenootjes, de twee katertjes, met een nog zoveel scherper gehoor dan het mijne, ontwikkelden van louter ellende redelijk bizarre gewoontes. Poekie, die grote slimmerik, kroop de hele dag, hoe heet het ook was, onder het dekbed en zoveel mogelijk extra dekentjes, of trok met z'n pootjes een kussen of twee over z'n oren. Grappig om zien, ja zeker, maar niet als je beseft dat jij oordopjes in kan doen, en hij niet... En Pompon, die liet met aanvallen van erbarmelijk, moederhart brekend gemauw overduidelijk weten dat het moest ophouden -en wel nú!- en plaste totaal over z'n toeren zowat het hele huis onder.
Half juli belde ik met de syndicus. Ze wisten van het probleem en zodra het bouwverlof voorbij was, kwam de loodgieter. Beloofd. Nog twee weken zou ik nog wel uithouden, hé.
Bon, ge kent dat: die twee weken werden er dus uiteraard vier... maar twee weken geleden maandag viel het gebrom plots stil. En ik hield mijn adem in. Zou het echt zijn??? Dan eindelijk toch!? Ik durfde het niet geloven, maar blij als een kind op kerstavond volgde ik vanop afstand de werkzaamheden. Er werd inderdaad een pomp vervangen. Eéntje, om te testen... Iemand blij maken met een dooie mus heet dat, geloof ik... Toen men een paar uur later alles weer inschakelde, herbegon niet alleen het hinderlijke gebrom, het had op de koop toe het gezelschap gekregen van een opdringerige hoogst irriterende fluittoon!!! Om terstond koekeloerestiepelzot van te worden! En de loodgieter, die was natuurlijk al laaaaang weer vertrokken. Uitleg van de verantwoordelijke: "één pomp vervangen, de nieuwe tijdelijk geïnstalleerd, twee weken proeflopen en wat bijstellen en zo, en dan, indien oké en goedgekeurd, mogelijk(!) definitieve herstelling, over twee à drie weken of zo." Aaaaaaargh!!!... Mochten er diploma's voor zelfbeheersing uitgereikt worden, dan hing er ondertussen bij mij zo minstens ééntje aan de muur, en dan gegarandeerd met de 'allerhoogste onderscheiding, maxima cum laude'. Ge moogt er verdorie zeker van zijn!
Gisteren voormiddag hield het gebrom abrupt op en viel er opeens een vreemd aandoende stilte over het gebouw. Ik hield opnieuw even op met ademen. Zou het? Kon het?... Niks te zien en niks te horen qua werkzaamheden. Wat moest ik hier nu weer van denken?
De stem van de verantwoordelijke weerklonk in de hal en tegelijkertijd met mij grabbelde nog een dame hem over die pompen vast. (Aha! Ik was dus toch niet de enige!... Nee, hoor, héél het gebouw ging er blijkbaar onder gebukt!) Ja, de loodgieter had zich onverwacht vroeg gemeld en verving nu beide pompen. "Echt?" "Echt!" En het wás ook écht zo.
Vermoedelijk komen we nooit te weten waarom het simpele vervangen van twee versleten pompen een half jaar heeft moeten duren, en daar wou ik ook al lang niet meer over nadenken. De bijna onwennige rust van de namiddag bracht, met het wegvallen van een niet eerder opgemerkt ontzettend zwaar pak stress, een verrassend plotse en intense loomheid met zich mee. En van puur moeheid en oeverloos geluk stroomden de tranen. Zelfs de poezen konden het duidelijk amper geloven.
Het is weer stil, heerlijk stil. En da's toch ook weer even wennen. 'k Schrok er vannacht zelfs een paar keer wakker van! Om dan meteen, eventueel met toch nog een extra gelukstraantje, en met van puur genot een bijna wansmakelijk heerlijke glimlach op m'n zotte snuit, weer behaaglijk tevreden in te dommelen. 'Slapen als een (roze) roos', da's niet zo moeilijk in zo'n stilte, in die eens te meer wreed gewaardeerde en ontzettend gekoesterde zalige hemelse stilte. 💗
donderdag 26 juli 2018
Warm aanbevolen.
Ik lig lang- en breeduit, als een eigenaardige soort reuzegrote zeester, op m'n bed en kijk naar de luster boven me. De luster met de namaak kaarsjes, de grote witte krullende blaren en de roze bloemetjes. Pure kitsch, ik weet het, maar misschien ben ik dat zelf ook wel een beetje, want na al die jaren ben ik er toch nog altijd even verliefd op als de dag dat ik hem van m'n broer Sis als verjaardagscadeau kreeg. De lange kristallen hangertjes bewegen zachtjes in de nauwelijks voelbare tocht tussen de openstaande vensters van de verschillende kamers en glinsteren daarbij feestelijk met kleine gensters van licht. En af en toe laat een wat hevigere zucht wind, die plots en onverwacht als een tastbare golf hete lucht door het open raam duikelt, de hele luster wiebelen.
Omdat ik vanochtend het bed eens extra strak op maakte -i.p.v. het eigenlijk iets te vaak voorkomende 'gooi-maar-dicht,-ik-kruip-er-seffens-toch-terug-in' halve werk- voelen de kreuk- en rimpelvrije lakens onder me verrassend luxueus. M'n wat loom heen en weer bewegende voeten genieten van de eindeloos zachte aanraking van de netjes opgeplooide fleece deken bovenop het opgerolde dekbed. De ondertussen alweer klam aanvoelende badhanddoek onder m'n nek kriebelt. Die is een heel stuk minder poezelig, maar hij ruikt nog steeds zalig fris gewassen naar lentebloemen.
Eigenlijk dacht ik het voorbeeld van m'n poezen Poekie en Pompon te volgen. Op elke andere dag van het jaar zijn ze dat ook, hoor, absoluut, maar vooral bij dit soort temperaturen blijken katten onklopbare meesters in 'volledige ontspanning'. Als totaal gesmolten en uitgelopen, languit soezend hebben ze een aangeboren talent om ten allen tijde de grootst mogelijke hoeveelheid koelte op te sporen en te veroveren. Feilloos ontdekken ze de meest ideale ligplekjes en bedenken ze daar de perfecte houding voor. En op exact het juiste moment draaien ze zich efkes bliksemsnel om of verleggen ze zich, hooguit een centimeterke of 5, naar bijvoorbeeld 't volgend stukje nog enigszins frisse vloer. Minimale inspanning voor een maximaal resultaat!
Maar die twee katertjes zijn ook dolgraag bij mij in de buurt, dus waar ik ga -of lig dus, in dit geval-, daar kan het absoluut niet slecht zijn. En rond mijn ongegeneerd royaal uitgestrekte lijf op het bed is er nog meer dan plaats genoeg voor twee van die viervoetige bontjasjes.
Poekie heeft zich links van mij, ter hoogte van m'n onderbeen, geïnstalleerd, exact zoals hij meestal ergens op de vloer in een verfrissende luchtstroom ligt: zo langgerekt mogelijk, met poten kop en staart in alle richtingen en zo ver als mogelijk van z'n lijf af. Met als enig verschil dat nu z'n rechter voorpootje heel lichtjes en fluweelzacht op m'n been ligt. Dat hij super lekker ligt, dat leidt geen twijfel: ik hoor hem heel vredig stilletjes snurken.
Rechts van me is Pompon na veel ronddraaien en twijfelen eindelijk ook neergeploft. Voor hem was het even een zoeken, zoals altijd trouwens, maar nu ronkt hij, helemaal tevreden, met z'n achterste half bovenop m'n rechterschouder en z'n staart rond m'n bovenarm.
De hete wind blaast een paar onverwachte, heerlijke wolken bloemenparfum naar binnen. De luster wiebelt. En ik luister naar de geluiden van deze tropische zomerdag. In de verte joelen uitgelaten kinderen, op de terrassen boven en tegenover me wordt er gebabbeld en gelachen. De garagedeuren slaan open en dicht. Behalve een luid krassende kauw hoor je nauwelijks vogels. Voor hen is het vast ook veel te warm. En onder het openstaande raam tussen de vele potten met planten en bloemen zoemen de nog steeds bijzonder ijverige bijen en brommen de koddige hommels.
Heel even dwalen m'n gedachten naar al die mensen die nu op deze gloeiende dag toch aan het werk moesten. Dat moet echt lastig zijn. 'Om medelijden mee te hebben', bedenk ik me, 'zo blij dat ik vandaag niet ook met een kokend hete bus richting één of ander verzengend kantoorgebouw moest'. En ik schaam me heel even diep voor de onbetaalbare luxe van m'n bijna bewegingsloze, uitgestrekt plat liggende loomheid...
Het is vier uur in de namiddag op een schroeiend hete zomerdag. Veel te heet om ook naar iéts te doen. En toch... Misschien moest ik seffens toch ook maar eens de was in de machine steken, wat te eten koken en die berg afwas doen... Misschien. Maar nu nog even niet. Want het is vier uur in de middag, ik lig languit op m'n bed en geniet! 💛🌞
woensdag 28 februari 2018
Knisperende knetterkatjes.
Neen, ik laat u graag even mee gniffelen om de hilarische gevolgen van de aanhoudende vrieskou... Wij zijn hier namelijk nogal behoorlijk 'geladen' tegenwoordig! Alles hier is totaal in de greep van de statische elektriciteit. En dan bedoel ik ook écht álles: ikzelf, de huisraad, de meubelen, tapijten en gordijnen, zelfs de planten en bloemen volgens mij,... en uiteraard ook de twee katertjes Poekie en Pompon.
Alle dagen kijk ik met verbazing naar weer nieuwe verrassende effecten. De glasgordijnen blijven tegen de vensters kleven. De franjes van de gordijnkwasten, de oudroze 'flochen', plakken als wijd opengesperde handjes met duizenden vingertjes tegen de overgordijnen. Verse, net droge was uit de droogkast is niet zonder luid geknisper en geknetter van elkaar te trekken, en aan de knuffeldekentjes uit de sofa is zelfs geen beginnen meer aan, da's ondertussen gewoon een bijzonder pijnlijke affaire geworden. Gebruiksvoorwerpen uit metaal zou ik om dezelfde reden ontzettend graag voor een tijdje ergens ver uit m'n buurt opbergen, maar omdat ik ze voor dat opbergen ook zou moeten aanraken... tssss... u begrijpt wat ik bedoel. Het lukt me zelfs om pijnlijk elektrisch contact te maken met de gootsteen als hij vol afwaswater zit! Maar de vele kleine witte lichtflitsjes, 's nachts in het pikkedonker van de slaapkamer, veroorzaakt door mijn 'geladen' gedraai en gewoel tussen lakens, kussens en dekbed, die vind ik uitermate fascinerend.
M'n haar moet de laatste dagen altijd in een staartje, anders wordt het aangezogen door het computerscherm, of de frigo, of de kookpot. Als ik van buiten kom en m'n muts af doe, en m'n haar was niet bij elkaar daaronder, dan loop ik een heel aantal minuten met een enorme 'coupe ontploft' rond waar menig clownskapsel nog een lesje van kan leren. Bij het opstaan uit de knusse zetel blijven met regelmaat een hele rits fleeche dekentjes als een soort onelegante sleep aan mijnen derrière hangen, tot groot jolijt van de poezen die er meteen een spelletje in zien natuurlijk, of wat had je gedacht. Te pas en te onpas ben ik in de keuken m'n droge schotelvodden en handdoeken kwijt... omdat ze aan één van m'n ellebogen of heupen zijn blijven plakken in 't voorbijkomen. Zelfde verhaal in de badkamer trouwens, met washandjes en ondergoed. Het douchegordijn komt me heden ten dage gewoon al van ver tegemoet... Iets oprapen van het tapijt heeft steevast een stevig gilletje als gevolg, de blauwe bliksemschichtjes schieten letterlijk uit m'n handen. Stofzuigen zal ik voorlopig dus nog maar even laten... met al die extra wrijving, ik moet er niet aan denken.
En tussen al die geladenheid lopen hier dus die twee harige poezenbeestjes rond, en die hebben het ook geweten! Poekie, die op elke doodgewone dag sowieso al zoveel deugd heeft met zichzelf over de tapijten heen en weer te wrijven, knettert er vrolijk op los als hij van tussen mij en de kussens van de sofa glijdt. Hij maakt me 's nachts ook geregeld wakker door aan m'n neus te komen snuffelen, met steeds een paar kleine blikseminslagen als gevolg. Maar zo te zien vindt hij het eerder leuk dan vervelend, want eenmaal er iets geknetterd heeft hij blijft het opnieuw en opnieuw uitproberen, die kleine onderzoeker van me!
Gisteren was ik de sokken kwijt die op de lavabo klaar lagen om aan te trekken na het douchen. Even later zag ik onze Poekie-man parmantig op z'n hoge pootjes voorbij flaneren, elegant als een model op de catwalk, met aan weerszijden een zwarte sok tegen z'n lijfke geplakt! Geen enkel probleem voor hem, zo te zien. Vermoedelijk had hij het zo eindelijk ook nog eens écht lekker warm. Wie weet. De gekkerd.
Juist knuffelen met mij, da's andere koek. De hele dag lang komen beide poezen, zoals altijd, naar me toe, gezellig bij me liggen en vragen voor aaitjes over hun bol, heel gewoon, dagelijkse routine. En even vanzelfsprekend en zonder verder nadenken gaat mijn hand dan uiteraard hun richting uit... en, au au au, breekt er een hels geknetter los. Je ziet de vonken werkelijk overspringen! Poekie wrijft of likt dan eens over het pijnlijk plekje en is oké. Pompon schrikt zich nog elke keer een ongeluk, is echt doodsbenauwd,... en komt voor z'n schrik en pijntje naar goede gewoonte bij mij troost zoeken... om bij de minste aanraking een nieuwe lading pijnlijk geknetter over zich heen te krijgen, ocharme. Pompon's haar is veel langer en zachter dan dat van Poekie. Vermoedelijk heeft hij daardoor veel meer last van al die geladenheid. Af en toe ziet hij er uit als een veel te warm gewassen en opgeblazen bol pluis op vier voetjes, zo met elk haartje van z'n vacht naar alle kanten overeind. Pompon vindt het ook maar niks dat plots z'n favoriete slaapdekentje hem overal achtervolgd en geen enkel anders zo knus en veilig poezenmandje nog vrij van een mogelijke elektriciteitsaanval is. En toen z'n favoriete voetbal aan z'n achterste bleef hangen, toen was 't kot pas echt te klein voor meneerke Pompon zijn paniek. 'k Heb zo met hem te doen. Gelukkig lukt het meestal wel om hem een pijnvrije aai te geven als ik met m'n blote voeten op de ijskoude stenen keukenvloer sta.
Verder heb ik inmiddels zowat álles geprobeerd om die statische elektriciteit een beetje te temmen: luchtbevochtigers, verstuivers en sprays, smeren van handcrème, veiligheidsspelden en aluminiumfolie op kleding en stoffen, verschillende keren per dag met een half natte dweil over vloer en tapijten... 't Helpt geen ene moer. We zullen geduld moeten oefenen tot het weer wat warmer wordt, en vochtiger. En in afwachting is het best grappig om misschien nog meer ongekende en ongewone 'gevolgen der geladenheid' gewaar te worden en te genieten van het extra knettergekke gedoe van mijn twee knisperende knetterkatjes. ;-)











