Posts tonen met het label ongeluk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ongeluk. Alle posts tonen

donderdag 25 april 2019

Het grote verf-accident.

Zoals de trouwe lezers van in het prille begin al wel weten, vonden mijn blogjes hun oorsprong in de piepkleine, vaak behoorlijk grappige verhaaltjes, over vermakelijke gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven, die ik op Facebook deelde. En omdat dat 'smoelenboek' mij iedere dag weer 'herinneringen' van de voorbije jaren laat zien -allerlei dingetjes die ik die dag ooit zelf postte- kom ik geregeld zo nog eens een vertelselke tegen. Elk van die minuscule schrijfsels tovert nog steeds een brede glimlach op mijn gezicht. Echt leuk, zo'n geheugen-opfrissertjes. En... als je hele lijf pijn doet van een allesoverheersende en erg hardnekkige verkoudheid, zoals nu, dan kan het al eens lekker comfortabel zijn om bij het schrijven terug te grijpen naar zo'n fijne herinnering. Dat mag. Toch?!
Kort geleden passeerde me aldus een story die ik niet licht zal vergeten...
Behalve de ogenschijnlijk niets betekenende, amper merkbare witte verfspatjes op één van m'n slaapkamerkasten, die ik -uiteraard- elke dag kan zien, bijvoorbeeld als ik in het vroege ochtendlicht nog wat lig te soezelen tussen de roze kussens, zijn er nergens in huis nog sporen van de gebeurtenis. Maar telkens mijn oog op de vlekjes valt, lach ik ook steeds even -het is sterker dan mezelf- al was het maar vanbinnen, in m'n hart. Die kleine witte stipjes getuigen niet alleen van een fantastisch spectaculair ongelukje -achteraf bekeken buitengewoon hilarisch trouwens- maar ze zijn ook één van de permanente en tevens bijzonder gekoesterde herinneringen aan Nala.
Nala, de ontzettend lieve en aanhankelijke, super pluizige poes met geweldig zacht halflang haar, die, samen met haar verlegen doch ook o zo schattige dochter Myra, bijna 14 jaar lang mijn leven en de kamers in mijn vorige (huur)appartement deelde. Voor ze samen het tijdelijke voor het eeuwige moesten inruilen, hebben ze, jammer genoeg, amper een kleine zes maanden van de rust en de warmte hier in m'n eigen stekje kunnen genieten. Maar... eeuwig blijvende en intens geliefde pootafdrukjes in m'n hart dus.
En in de lente van 2011 schreef ik op m'n tijdlijn bij Facebook, in verschillende, elkaar opvolgende deeltjes omdat het anders niet gepubliceerd kon worden, het nu volgende straffe verhaaltje! (En let vooral ook op de allerlaatste zin... Wat denk je, zou boek nummer 5 die 'biografie' mogen vervangen? 😉) 

DEEL 1
Komt da tegen!!!... Ten huize Kristina is vanmiddag een werkelijk FENOMENAAL ACCIDENT gebeurd!... Met ‘dank’ aan dozen beklimmende poes Nala, is in mijn zeer grote (7 op 4 op 3 meter) hobby- / opslagkamer, een nog volledige, dus nooit-geopende pot met 20 liter kaki-grijze verf van 2 meter hoog op de hoek van de spiksplinternieuwe versterker met een geweldige knal uit elkaar gespat. Alsof er een verfbom ontplofte!
DEEL 2
Elke muur, het plafond, de vloer, de marmeren schoorsteenmantel, àlle kasten, dozen, spiegels, zelfs de lusters, al m’n knutselmateriaal, m’n naaimachine, elk frulleke dat op m’n werktafel lag, … Werkelijk ALLES onder de spetters! De groene leren zetel en het klassieke tapijt hadden in één klap een modern design, en helemaal wonderbaarlijk: m’n figuratieve schilderijen: op slag abstracte kunst!
DEEL 3
En natuuuuuuurlijk: géén verf op de kat, maar wel pootafdrukken door élke kamer!!! Een waar feest voor spoorzoekers! Gelukkig was het geurloze interieurverf op waterbasis. Als dàt lak was geweest… ik moet er niet aan denken!... hihi
DEEL 4
‘k Heb de afgelopen 4,5 uur geschept, geveegd, gekrabd, geschrobd, gewassen,… en oprecht van harte gevloekt én ook zeer hartelijk gelachen. Absoluut! 20 emmers water, 6 versleten vodden, 2 sponzen en 5 volledige keukenrollen verder zijn de (verf)sporen verleden tijd. M’n blauwe werk-overall draait in de wasmachine, en ik heb de grijze laag op m’n vel ook al afgeschuurd gekregen.
DEEL 5
Ik veronderstel dat ik de komende tijd nog links en rechts een verrassende spat zal tegen komen, maar dat zal me een zorg wezen: ‘k weet wel zéker dat IK vannacht niet wakker zal liggen! Pffffft! hihihi
Alweer een straf verhaal uit het leven van Kristina, voor de biografie later, hé… hihi




maandag 13 februari 2017

Maandag de 13de...

Vrijdag de 13de is een dag waar voor bijna iedereen wel wat bijgeloof aan vast hangt. Sommigen gaan met het dekbed over hun hoofd bang liggen afwachten tot de dag hopelijk zonder vreselijkheden voorbij getrokken is, en anderen zijn er rotsvast van overtuigd dat dit het ideale moment is om bijvoorbeeld de grote pot van de Lotto te winnen.
Wel, voor mij is vrijdag de 13de nooit echt speciaal. Als hij z'n onheil over me uitstort, dan is daar meteen het weekend om er van te bekomen. En mocht ik ooit wat met de kansspelen winnen heb ik meteen 2 dagen om het te vieren. 
Mààndag de 13de, da's voor mij heel andere koek! Als het fout gaat is meteen m'n week op 't verkeerde been begonnen en als er wat te vieren valt is het weekend nog pijnlijk veraf.
En dat het vandààg de 13de was én mààndag, ik heb het verdorie geweten.
Uiteraard pikt die eerste werkdag van de week sowieso altijd wel een beetje, maar als je op de koop toe verschrikkelijk geslapen hebt -pijn in je rug, draaien en keren, nachtmerries- dan is er eigenlijk al helemaal geen beginnen aan. 
Eindelijk toch aangekleed geraakt spurtte ik met een vijftal minuutjes vertraging de deur uit, om -hoera, hoera- net op tijd op de juiste tram te kunnen springen... die natuurlijk stam-pen-de vol zat. De rit richting stad verliep extra traag omdat er bij elke halte eindeloos gewacht moest worden tot iedereen begrepen had dat de deuren eerst nog dicht moesten... Uiteraard zag ik daardoor 2 bussen en een tram, die me één halte extra hadden kunnen meenemen, vlak voor m'n neus weg rijden, en, verlaat als ik al was, mocht ik die laatste halve kilometer dus in recordtempo te voet afleggen. 
Bij aankomst bleek m'n receptie reeds overgenomen door het gerief en de mannen van de brandbeveiliging, druk bezig -het is ook wel belangrijk natuurlijk- met een uitgebreide inspectie der installatie in al de gebouwen, hoofdkwartier waaruit gewerkt werd: mijnen bureau. En de hele dag verschrikkelijk schril gepiep bij het testen en afstellen van het meldingssysteem.
'k Weet niet hoe het kwam, maar overal verspreid op de vloer voor de balie lag, als een spoor van Hansje en Grietje, allerlei post afkomstig uit onze brievenbus.
Door vrijdagnamiddagvergetelheid van één m'n collega's moest ik voor verschillende zaken meteen een paar razendsnelle inhaalmanoeuvres maken -erg lastig als je bij elke beweging rekening moet houden met al die extra's in je ruimte- om deze week zoals het hoort en keurig georganiseerd te starten. 
De collega's waren trouwens dun bezaaid, want ééntje ging een paar daagjes skiën en de andere, net terug aan het werk na 2 weken goed ziek, vertrok vervroegd terug naar huis met opnieuw hoge koorts. En 'k had ocharme niet eens tijd voor een paar babbel- en troostminuutjes...
Zoals elke maandag staat ondertussen de telefoon roodgloeiend voor boekingen van zalen en catering, en als vanzelfsprekend meteen ook voor een pak wijzigingen. Wreed plezant als de computer dan elk half uur wil 'herstarten' en het boekingsprogramma maandagochtendkuren heeft...
De postbode bracht onze briefwisseling, netjes op tijd, heel gewoon, maar in een onderaan volledig opengescheurde postzak: 'k mocht dus nogmaals breed over de receptie uitgestrooide post van de grond oprapen. 
Ondertussen lopen er -dat is volstrekt normaal- mensen in en uit om allerlei info en vooral ook de weg naar hun vergadering of opleiding te vragen. En naar de mutualiteiten uiteraaaaard, die zich vlak tegenover mijn receptie bevinden. Of naar de apotheek, die zich één deur verder ophoudt. 
Ook heel gewoon aan elke dag zijn de ongelofelijk inventieve verhalen -af en toe hartverscheurend, vaak zuiver praktisch, altijd vol beloftes en met fantastische verklaringen- waarmee men zich een zeer gegeerd plaatsje op de parking, en daarvoor dus ook de code van den bareel, wil bemachtigen, met, u raad het al, steevast de ondertussen bijna vertrouwde daarop volgend colère en dreigementen omdat ik me niet (meer) laat vermurwen, met niets.
Vandaag ook opvallend veel personen die absoluut àl hun geduld met mij kwijt raakten omdat ik hen niet kon helpen bij hun vragen naar reeds lang afgelopen meetings of mij totaal ongekende organisaties, en omdat ik hen vriendelijk moest mededelen dat de door hen gewenste dienst pas in de nàmiddag open zou zijn, ze zich spijtig genoeg niet op het juiste adres bevonden, of, aan de telefoon, dat het door hen gedraaide nummer vermoedelijk in gesprek was... 
Ondertussen kwam ook de glazenwasser nog even langs, die alvast nù zowat àlle sleutels uit m'n kastje -ook die van de kelder?- nodig had voor mórgen... 
De organisatie die het auditorium vanaf 14u gehuurd had haalden me om 12u45 zeer hoog dringend uit m'n middagpauze... voor de sleutel van de vestiaire. Ze maakten me bijna m'n persoonlijke loper afhandig!
Alsof dat alles op één dag nog niet volstond deed ook mijn lichaam absoluut niet mee vandaag. Tussen al de rest door mocht ik een keer of 8 -gisteren iets volledig fout gegeten, denk ik- met bijzonder hoge spoed het toilet opzoeken. En ik moet het je vermoedelijk niet vertellen dat dat geen sinecure is als je receptie vol volk staat, het toilet zich verderop in de hal bevindt en op de afstand van punt A naar punt B je minstens 4 deuren met verschillende sleutels moet openen en/of op slot doen... Ja, als je deze maandag vanuit dít oogpunt bekijkt had ik een werkelijk een ongelofelijk 'spetterende' dag... gniffel gniffel
Oooooo, mijn geluk kon echt niet op toen het eeeeeindelijk tijd was om naar huis te mogen vertrekken. Maar u weet vast al wat er komt: krom van de buikpijn en scheel van de honger mocht ik, gesandwiched tussen de ontelbare andere reizigers op het metroperron, nog eerst 45 minuten op een tram wachten. Stroompanne. En dan, als god-zij-dank, heel het tramnet weer op gang komt, zit je, hoe kan het ook anders, vast in een eindeloze file van stapvoets rijdende voertuigen, met als vanzelfsprekend natuurlijk slechts ééntje met het voor mij juiste nummer, en, wat had je gedacht: zowat het hele perron moest ook juist dié tram hebben...
Toen ik volledig gaar de hoek om slofte en 'mijn' flatgebouw zag glimlachte ik moe maar gelukkig: "Thuis!" M'n appartement was gevuld met de heerlijke bloemengeur van de prachtige hyacinten, de zotte poezen verwelkomden uitgelaten blij, het vertrouwde toilet: vlakbij en sleutelloos, m'n eten en drinken gebruiksklaar in de koelkast en zo dadelijk wacht me m'n warme knusse bed met fris gewassen lakens. Buiten trekt langzaam de volle maan -totaal over het hoofd gezien- met al z'n krachten en invloeden weg. Alles is weer rust en stilte. 
Het grote geluk zit in hele kleine dingen. En om dat nog eens echt overduidelijk te ervaren passeert er af en toe zo een dag als deze maandag de 13de. ;-)