Posts tonen met het label wind. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wind. Alle posts tonen

zondag 27 december 2020

Toch nog een beetje kerstconcert, deel 7

Ja, ja, ja, we zijn al aan deel 7 toegekomen! Dat gaat nogal vooruit, hé. Allé, 't is te zeggen, voor jullie, want voor mij is dat filmpkes maken tegenwoordig zowat een voltijdse dagtaak! Ge wilt niet weten hoeveel uren ik daar aan zit te prutsen om het juistekes te hebben zoals ik het wil... Ja, 'k weet het: ik ben een Pietje Precies wat zulke dingen betreft... Zucht. hihihi
Maar vandaag was ik er extra blij om, om al dat eindeloos knippen en plakken. Omdat ik er uiterst geconcentreerd m'n hoofd moet bijhouden, leidde dit filmke m'n aandacht stevig en hoognodig af van die woeste wind, die al sinds vannacht alle planten op m'n terras kapot ranselt... Het helpt niet om verdrietig met je neus tegen het venster geplakt te zitten en de voortgang der verwoesting te aanschouwen. Er is toch niks aan te doen. Puin ruimen, ja, als de storm weer overgewaaid is.
Dus, vandaag zat ik er écht niet mee om urenlang naar de geschikte zilverkleurige klokjes te zoeken en de juiste sterretjes en jaren vijftig kerstboomlampjes. Om daarna eindeloos te prullen om ze op de juiste manier, in het correcte ritme of op 't exacte moment; al dan niet meteen 'plop' of langzaam in- en uitfadend; op, over of in 't gewenste stukje van een bepaalde opname te krijgen.
Uren, echt uuuuuuuren, verslijt ik zo mijn broek op m'n krukje aan m'n bureautje achter m'n laptop. En eigenlijk amuseer ik er mij kostelijk mee! Al geef ik ook graag eerlijk toe dat ik zo stilaan toch ook weer eens iets anders creatief zou willen gaan doen. Nog een wat met m'n enorme hoeveelheid kralen schitterende halssnoeren in elkaar priegelen bijvoorbeeld. Of eindelijk weer eens orde scheppen in die volgestouwde achterkamer van mijn appartement...
Maar dat komt nog wel. Morgen nog een laatste filmpje met gedichtjes en liedjes; en dan -en daar gaat écht veel tijd in kruipen, vrees ik- een hele collage van bloopermomentjes uit alle opnames. Daar kijk ik eigenlijk zelf ook al naar uit. Dat wordt lachen!... ;-)
Voor nu: veel kijk- en luisterplezier met Roger, Kristina en Edmond in deel 7! ♥️


Wil je dit opnieuw of liever rechtstreeks bekijken op YouTube, dan kan dat via deze link: 
Toch nog een beetje kerstconcerten, deel 7.

vrijdag 2 augustus 2019

Parapluutje-parasolletje, extra editie.

"Tsjakaaa! Alweer 10 punten gescoord!" moet de grote eikenboom tevreden grinikkend gedacht hebben, toen hij gisteren met de hulp van een windstoot en ongelofelijk nauwkeurig gemikt een nog groene, onrijpe eikel tegen mijnen appel ketste. AUW! Potvernondepitjes, dat doet écht geen deugd, hoor!... Maar door me in te beelden dat die boom daar ontzettend veel lol aan had gehad, klasseerde ik het voorvalletje en was het al bijna even snel vergeten als dat het gebeurd was. Een eventjes pijnlijk, doch uitzonderlijk, éénmalig en, alles welbeschouwd, best wel grappig 'per-ongelukje'. Tenminste dat dácht ik... 
Vanochtend wandelde ik opnieuw door de nog lege rustige straten richting werkplek. Mooie brede straten, verfraaid met prachtige grote bomen. Bomen, waar ik vorige week nog ontzettend dankbaar voor was vanwege hun verkoelende schaduw. Bomen van verschillende soorten, maar vooral reusachtige eikenbomen. En vanochtend was het duidelijk weer eens aan de wind, om nog een keer stevig z'n best te mogen doen...
Me van geen kwaad bewust kuierde ik, terwijl m'n brede blauwe jurk geweldig vrolijk om me heen fladderde, op m'n gemakje en genietend van alles om me heen onder die bomen door. Opeens, totaal onverwacht en onaangekondigd: "Rakketakketak!" Als bij een volwaardig bombardement deed een plotse luchtstoot de grote eikenbomen tientallen eikeltjes lossen, eikeltjes die als kleine groen kogeltjes -al dan niet met een steeltje- keihard neer kletterden op de grijze stoepstenen en... natuurlijk ook op mijn arme hoofd en schouders! Van 't verschieten sprong ik haast pardoes de goot naast het voetpad in...
En ze waren duidelijk nog niet klaar me mij, die eikels van eikenbomen (hihihi). (Is maar een grapje, hoor. Ik hou onnoembaar veel van bomen, gelijk welke soort en ongeacht welke stoten ze eventueel uithalen, als bomen dat al bewust doen... hihi. Wie weet...) De verdere weg richting receptie heb ik zowat hinkstap-huppend afgelegd, en van links naar rechts slalommend, om al die erg plaatselijke en vanwege de wispelturige windvlagen absoluut niet in te schatten droppings enigszins te vermijden. Aan een paar welgemikte denappels merkte ik dat er zelfs een paar naaldbomen vrolijk mee deden aan het spelletje 'bommetje-droppen-voorbijgangers-raken'. "De bomen hebben er precies nogal lol in vandaag! Om ter meeste punten! Woeha!" dacht ik giechelend, en speelde, zo goed en zo kwaad het kon de vallende projectielen ontwijkend, opgewekt het spelletje mee.
Achteraf bekeken was ik vermoedelijk toch nog niet helemaal goed wakker vanochtend. M'n eerste grote kop koffie had duidelijk z'n werk nog niet gedaan. Eenmaal in de receptie aangekomen, besefte ik dat mijn linkerhand de hele weg lang, en bij al die spring- en hop- en ontwijkmanoeuvres, volledig onopgemerkt m'n superleuke blauwe-lucht-met-witte-schapenwolkjes-paraplu gedragen had... Tegen dít soort 'neerslag' was die natuurlijk óók bruikbaar geweest! Domweg totaaaaaal niet aan gedacht, met dat suffe, nog-half-in-slaap kopke van me. De bomen zouden een heel pak minder punten gescoord hebben, hé. hahaha

Op de één of andere manier ga ik dus het paraplu-parasol-kinderliedje moeten uitbreiden met een extra zinnetje -te zingen met het zelfde melodietje als het vorige lijntje-: ♪♫♪ "Parapluutje, parasolletje, ééntje voor de regen en ééntje voor de zon, en beide tegen eikeltjes pardoes op mijnen bol!"... ♪♫♪



zaterdag 8 juni 2019

Woeste wilde klote wind.

Het grote bed is warm en knus. Tussen de overvloed aan kussens voelt het veilig en geborgen. De dikke suède gordijnen houden moeiteloos de wereld buiten. De wekker wijst al 2 uur in de ochtend en alles aan mijn lichaam voelt zwaar en loom. Mijn ogen kan ik nog nauwelijks openhouden. En toch... Ondanks dit heerlijke zachte en roze oord blijkt tot rust komen en de slaap vinden een onmogelijke opgave. De genadeloos felle storm met z'n woeste wilde wind daarbuiten benauwd me mateloos. Verscholen onder het dekbed luister ik angstig naar alle vreemde en vaak verontrustende geluiden. M'n twee schattige viervoeters, ook lichtjes over hun toeren door al het brute geweld daarbuiten, verbergen zich mee onder de fleecejes en trachten zichzelf en elkaar te troosten met stevig geronk. Alles om ons heen piept en fluit nonstop. Overal rammelt en klettert het dat het een lieve lust is. En tussen het tegen de ramen en kasseien knallende rondvliegende puin en afval horen we -uiteraard- ook de vuilnisbakken weer 'vertrouwd gezellig' mee in het rond denderen. Het hele gebouw davert op z'n grondvesten en stampt als een schip dat heldhaftig de woeste golven van een intense storm op volle zee trotseert.
Al 5 maal verliet ik m'n behaaglijke beddengoedburcht om nerveus door alle kamers van het huis te lopen en van achter elke venster de genadeloze geseling van de planten op m'n terras hoofdschuddend en wanhopend gade te slaan. Nee, er is echt niks meer dat ik nog méér kan doen om m'n geliefde groen veilig te stellen. Ik kan nog 20 keer komen kijken, het helpt geen ene moer. Alles wat kon weg- of omwaaien is binnen gebracht, extra vastgebonden of op een beschutte plek geplaatst. Alles wat ik op de één of andere manier extra bescherming of ondersteuning kon geven, heeft dat ook gehad. Er rest mij niets anders dan gelaten het terras verder de foltering lijdzaam te laten ondergaan en zelf zo goed als mogelijk geduldig het einde van de storm af te wachten.
Terug tussen de warme lappen vroeg ik me af waar die vele vogeltjes, die mijn terras tot hun favoriete speelterrein en restaurant maakten, zich nu in 's hemelsnaam verschuilen. Zouden die ergens in een boom als koude, natte bolletjes veren in elkaar gedoken zitten bibberen, zich in ware doodsangst met een onwaarschijnlijke kracht vastklampend aan één of ander takje? Waar verstoppen al die zalig brommende donzige hommels zich bij dit soort noodweer? En de immer zo naarstige nectar verzamelende solitaire bijen? En, ja, ik hoop ook maar dat al de rondzwervende poezen uit de buurt, lief of wild, maakt niet uit, vannacht allemaal ergens naar binnen mochten... 
Uiteindelijk won de geborgenheid van m'n roze nest lakens, dekens en kussen het van m'n bezorgdheid en angstgevoel, en overmant door vermoeidheid viel ik ten langen leste dan toch in een diepe droomloze slaap.
De ravage vanochtend was niet te overzien. O, wat heb ik er een spijt van, zo ontzettend veel spijt, dat ik, zoals ik nog grappend aan m'n moeder zei -om het haar zonder een bezoekje toch te kunnen laten bewonderen- m'n uitgebreide bloemenweelde de afgelopen weken niet gefilmd of gefotografeerd heb, toen alles nog zo oogverblindend mooi, betoverend prachtig, verleidelijk kleurrijk en verrukkelijk overdadig als een waar oerwoud de smalle terrasruimte vulde... Er is niets, absoluut niets van over.
Overal liggen afgebroken takken en vermorzelde bloemen. Stevige steunstokken en ongenaakbare metalen klimtorens braken af of wiebelden zich, alles om zich heen meesleurend, uit de grond. Zelfs zware terracotta potten vielen om, hun inhoud vergruizeld over het terras strooiend. De van de muur gehaalde en goed beschut opgestelde insectenhotels liggen als door elkaar geschopt verspreid over de stenen vloer, de secuur opgebouwde en gevulde voorraadkamertjes voor een deel geruïneerd. Slechts een aantal korte en daardoor iets stevigere geraniums laag bij de grond en de dicht op elkaar gepakte kleinere plantjes in de lange 
propvol beplante bloembakken voor het keukenraam behielden hun felgekleurde bloemweelde. Absoluut elke andere bloem is verdwenen, alsof ze er nooit waren. De bijzonder lang afhangende, uitbundig bloeiende tweekleurige geraniums, uitzonderlijk overgebleven van vorige zomer, hadden dus minder geluk en zijn volledig geamputeerd: geen van hun lange armen overleefde het geweld. De dit jaar voor het eerst schitterend bloeiende rozen vervlogen als in rook, de vriendelijke viooltjes lijken in een vlaag van woede platgewalst, de veelkleurige petunia's en schattig gestreepte million bells één voor één ruw afgerukt en fijngeknepen. De vele overdadig fleurige clematissen verloren niet alleen elk van hun duizenden bloemblaadjes, maar zijn stuk voor stuk zelfs volledig tot stompjes afgebroken, precies door de hakselaar gehaald en tot moes geplet. Alle groene bladeren van de -gelukkig- nog niet bloeiende vlinder- en hibiscusstruiken zijn door de niet afhoudende wind bij elkaar gefrommeld, verschrompeld, alsof iemand er urenlang een hete haardroger op richtte. Tussen en rond de vele potten vormen zich puin- en modderhoopjes, een mix van zand en water met amper herkenbare blad- en bloemresten en bij elkaar geblazen stukken afval. Daar sta je dan met al die moeite die je je getroost om de natuur, de vogels, de insecten enz. te ondersteunen... Om maar te zwijgen van de intense vreugde die mij dit 'buitenverblijf' elke dag in overvloed schenkt... Zucht.
Versta me nu vooral niet verkeerd, hé. Ik wéét dat het qua leed absoluut en in de verste verten niet te vergelijken valt met bijvoorbeeld een tornado of een tsunami die je hele hebben en houden, je volledige leven in één fataal woest natuurmoment totaal aan gruzelementen slaat en voorgoed weg vaagt. Maar geloof me, ik kan me er nu toch wel een beetje iets bij voorstellen... 
En die woeste wilde wind, die raast nog steeds onverminderd en onverstoorbaar woedend verder. Alsof hij niet wil bedaren vooraleer hij echt elk takje, elke bloem, elk blaadje, alles waar ik met zoveel liefde voor zorgde, tot mulch geklopt heeft!...
Berustend maar ook behoorlijk verdrietig en met een zwaar gemoed -en op de achtergrond het geluid van brandweerwagens en ambulances, want de schade beperkt zich uiteraard en ook jammer genoeg niet enkel tot mijn terras- ruim ik heen en weer slingerend de aangerichte ravage een beetje op, zo goed en zo kwaad dat al kan, ondertussen ook zelf stevig door elkaar gerammeld door de heftige windstoten. De afgebroken geranium- en clematistakken -misschien schieten ze nog wortel- en andere nog enigszins te herkennen bloemen krijgen een plekje in allerlei vaasjes en bakjes, veilig binnen in huis. Stokken en steunen duw ik stevig weer op hun plaats. Waar mogelijk verplaats ik nog wat en klem ik potten bij elkaar of verzwaar ze met een kei of twee, zodat ze hopelijk wat steviger staan voor de rest van dit gure weer...
Terwijl ik zo bezig ben, breekt stralend -'niks aan de hand'- de zon door. En als afgesproken landt er meteen, een beetje onhandig en duidelijk serieus verwaaid, ook een eerste moedig meesje op het voederplankje. 
"De natuur geeft zich niet zo gauw gewonnen!", bedenk ik me ondanks alles verheugd. Met een flinke portie liefde en zorg, plus uiteraard een ruime dosis geduld, herstelt de pracht van mijn terras zich vermoedelijk ook wel weer. Positief denken en met goede moed vooruit dus! 
Ja, wij mensen zijn maar kleine nietige en kwetsbare wezens, en Moeder Natuur neemt en geeft, willekeurig en in alle opzichten 'gul', exact zoals het haar en haar alleen uit komt, da's wel weer duidelijk, overduidelijk zelfs. En al daar ben ik daar al heel vaak bijzonder dankbaar voor geweest, wat mij betreft mag ze die woeste wilde klote wind gerust houden, hoor. 😉



vrijdag 14 december 2018

Vliegende blikjes.

Voor ik hier mijn eigen appartementje had, wist ik dat ook niet, hoor, maar blijkbaar mag je je, zo op het gelijkvloers van een 14 verdiepingen tellend gebouw wonend, geregeld aan neervallende dingen verwachten. Als je, zoals ik, met bijzonder veel respect voor je omgeving en de mensen om je heen opgevoed bent, dan riskeer je het zelfs niet -het komt absoluuuuut niet in je op- om wat dan ook 'zomaar' weg te gooien. Lege snoeppapiertjes of gebruikte zakdoekjes gaan terug in de handtas om thuis in de afvalzak te belanden, of worden netjes gedropt in de één of andere publieke vuilnisbak langs m'n pad. Geen haar op m'n hoofd dat er nog maar over zou denken om zomaar argeloos ergens iets in 't wilde weg te dumpen, hoe klein ook. En alle afval thuis, en vroeger ook waar ik werkte, wordt, en werd, bijzonder keurig gesorteerd en ordelijk aangeboden voor ophaling, op het juiste uur, op de juiste dag. Simpel. Daar sta ik zelf helemaaaal niet bij stil. Maar de afgelopen jaren mocht ik ervaren dat er toch wel erg veel mensen zijn die 'anders' in elkaar zitten... En dan wil ik het nu uitsluitend hebben over de gevolgen daarvan bij het 'onderaan een groot flatgebouw wonen'.
Het minste waar je je aan mag verwachten, is het stof uit lakens en dekens die enige verdiepingen hoger stevig uitgeklopt worden. Dat valt nog mee, tenzij al jouw vensters wagenwijd open staan om 'frisse' lucht binnen te halen... of je gezellig in de zon op jouw eigen terras zit, al dan niet met iets lekkers in je hand!... De met veel water en sop hun buitenruimte poetsende dames en heren veroorzaken systematisch een zondvloed, toch al zeker op het onderliggende terras. Elke algemene eigenaarsvergadering weer wordt er met aandrang gevraagd, bijna gesmeekt, om geen brandende sigarettenpeukjes het luchtruim in te sturen: menig zonnetent vertoont daardoor reeds brandgaten, en de kans dat er ooit op die manier eens iemands interieur in de fik vliegt is niet ondenkbaar...

Niet dat ik het zo exact bijgehouden heb sinds ik hier woon, maar de lijst naar-beneden-vallende spullen is lang, af en toe ronduit vreemd en daardoor soms ook bijzonder verrassend en grappig, soms zelfs ronduit hilarisch. Alhoewel... De eerste keer dat er een glazen fles voor m'n terras op de kasseien te pletter sloeg, begaf m'n hart het bijna van 't verschieten. En de bij stormwind in het midden van de nacht tegen de ruiten knallende kartonnen dozen zijn ook niet echt gezond voor je tikker.
Alleszins, zowel m'n terras als het stuk tuin daar vlak voor ligt bezaaid met sigarettenpeukjes. Ook dopjes en kroonkurken verzamelen zich stelselmatig tussen de stenen. Bij elke verbouwing, groot of klein, en op gelijk welke verdieping, regent het stukjes puin, schilfers verf en bezetting, splinters hout en zaagsel, spijkers, stopverf,... Je kan het zo gek niet bedenken, het komt naar beneden. Grote vlokken rondvliegend honden- en kattenhaar winden zich bijna systematisch, zeker in de zomer, om de takken van struiken en bomen, ook die van mijn terras. Met regelmaat flikkeren er ergens daarboven wasspelden in alle kleuren van de regenboog over de balustrade heen. Vraag me niet hoe dat kan, want ik zou het begot niet weten. Volgens mij hangen die normaal gezien toch vástgeknepen, niet dan?! Vaak dwarrelen er daarna -maar het kan ook totaal los daarvan- sokken, t-shirts, hemden, ondergoed, kinderkleding, handdoeken, wc-mattekes en dergelijke omlaag. Af en toe botst er ineens een bal voorbij. Of een aan stukken slaand speelgoedautootje. Papier (inclusief rekeninguittreksels, schoolrapporten, huiswerk en hoogst persoonlijke nota's), karton (van kleine stukjes tot complete 
metersgrote ijskastdozen) en stukjes verpakkingen allerhande (van eierdozen tot snoepwikkels, van melkkartons tot grote plaveien piepschuim) zijn schering en inslag. Al moet ik er eerlijkheidshalve wel bij vertellen dat in dit geval meestal geen medebewoner, maar wel die vaak zo zotte wind de schuldige van het sluikstorten is. Dit soort makkelijk te tillen zaken pikt hij in z'n wilde wervelvlagen om de gebouwen heen maar wat graag en zonder enige moeite links en rechts mee van één van de vele terrassen. Zoals hij ook verantwoordelijk is voor de sierlijk rondvliegende, eerst hoog opstijgende en even later vlak bij de grond aan het struikgewas in stukken flapperende plastieken boodschappentasjes. Lege petflessen geven een ongelofelijk indrukwekkende knal bij hun onzachte landing. De eerste keer dat ik dat meemaakte, plakte ik ongeveer tegen het plafond, zo schrikken was dat! Eén keer ijsbeerde er een panikerende dame voor m'n terras heen en weer. Haar verloofde mikte per ongeluk z'n dure verlovingsring over het balkon! Dat kostbare kleinood vonden we, tot hun uitzinnige vreugde, trouwens nog samen terug ook! Maar da's uitzonderlijk, hoor, dat iemand naar z'n spullen komt zoeken. Meestal blijkt niemand al 'het gevallene' te mankeren. Van het afval wil ik dat eventueel nog begrijpen -al gaat de onverschilligheid hierover er dan toch moeilijk bij mij in- maar mijn sokken of badmat zou ik persoonlijk toch wel missen, hoor...
Ja, ik ben ondertussen dus al wel wat gewend, wat neervallende spullen betreft, en het lijkt heel wat, nu ik alles van de afgelopen 4,5 jaar zo eens op een rijtje gezet heb. Maar wees gerust, het is hier écht geen stort, hoor, in tegendeel: de tuin ligt er zoals immer prachtig bij! En de mensen die hier wonen zijn écht geen asociale moedwillige ambetanteriken. Volgens mij is er hier vooral sprake van 'per ongelukjes', 'oepsies' en andere momentjes van onoplettendheid. En geloof me: ik blijf het een ongelofelijk fascinerend gegeven vinden, al die dingen die hier uit de lucht komen vallen! hahaha
Ik keek er dan ook niet echt van op toen er een paar maanden geleden op vrijdagavond, rond een uur of 10, een wit plastiek zakje met daarin een paar lege bierblikjes naar omlaag totterde, het struikgewas in. De maandagochtend daaropvolgend plukte onze conciërge het van z'n landingsplaats en alles was weer netjes. Waar ik wel bijzonder ging vinden, was dat dit vaste prik zou worden! Naar mate de weken verstreken viel het me op dat dit zo ongeveer élke vrijdag gebeurde! Elke vrijdag weer, steeds ergens tussen 22 en 23 uur valt er, 'plof', een wit zakje met lege bierblikjes ergens voor m'n terras neer. En elke maandag ruimt de plichtbewuste conciërge dat ook weer op. Een bizarre 'gewoonte'... Want, geef toe, da's geen 'per ongelukje' meer, hé! Da's vermoedelijk eerder puur gemakzucht en, al dan niet dronken, baldadigheid waar geen haan naar kraait. 
Afgelopen weekend waaide het verschrikkelijk hard. Het witte zakje met de platgedrukte blikjes kwam, net zoals de weken daarvoor, neerwaarts uit wie weet welk appartement en haakte zich vast in de kale takken van een grote struik. De hevige rukwinden scheurde het met gemak aan stukken en voor ik het goed en wel besefte lag ik een hele nacht lang te luisteren naar: "kletter de kletter de kletter" naar links, en "kletter de kletter de kletter" naar rechts. Het heldere metalen gerammel van de in het rond hotsende en botsende, net niet weer omhoog vliegende, lege bierblikjes op de kasseien. Heen en weer, en heen en weer, en dat de hele nacht lang. "Kletter de kletter de kletter". Heel even echt bijzonder grappig -absoluut!-, maar al snel om totaal onnozel van te worden!... 
Die ochtend, toen het net licht genoeg was en ik me met enige moeite in wat kleding gehesen had, verzette ik een beetje fanatiek wat van m'n grote potten op het terras en kroop nogal onhandig en onelegant, met m'n ouwe tuingalochen even aan m'n blote voeten in het oneindige -of zo leek het toch- bungelend, over het betonnen terrasmuurtje. Wat er overbleef van de aan flarden gescheurde witte plastieken zak belandde in mijn vuilnisbak en de zwaar gedeukte blikjes mochten samen met een ook nog gevonden lege water-petfles bij de rest in mijn blauwe PMD-zak. Klaar! En... stof voor een nieuw verhaal!
Er resten mij nu twee vragen. 1. Zou die persoon misschien geloven dat er hier in de tuin kaboutertjes wonen? Van die kleine mannetjes die 's nachts ongezien alles weer netjes maken?... En 2. 't Is vrijdagavond nu... Wat denk je? Komt er zo dadelijk weer een wit zakje omlaag vliegen? Of zou mijn opraap-actie de gewoontecirkel doorbroken hebben?... Spannend, hé! 😉





donderdag 1 november 2018

Griezelgedoe.

"Oké, wind, gij wint", zuchtte ik gelaten. Urenlang had ik, lekker knusjes tussen het roze beddengoed, vruchteloos getracht de slaap te vatten, maar dit was zo'n nacht waar menige afdeling 'geluidseffecten' makkelijk een stuk of dertien horrorfilms mee kon vullen. Het huiveringwekkende gepiep van een langst het raam wrijvende geraniumblaadje, het ijselijke gekras van boomtakken tegen raamkozijnen en muren, de occasionele onheilspellende bonk van een plotse onzachte botsing tussen hangmand en venster, het lugubere gerammel en jammerend geknars van het hangmanden-ophangsysteem met de metalen kettingen en grove haak, het spookachtige gezoef en gefluit van de zwaar over hun toeren draaiende, net niet opstijgende windmolentjes... In principe is alles wat op m'n terras staat en hangt bestand tegen een stevige windvlaag -die molentjes zijn trouwens zonder wind zoveel minder leuk, hé-, maar tegen al die op den duur behoorlijk angstaanjagende geluiden, voortkomend uit al het gewiebel en gezwaai in die stijve bries van die nacht, daar kon ík écht niet meer tegen. In mijn steeds meer doldraaiende fantasie zag ik al met veel gerinkel en glassplinters alom enkele van de enorme vensters sneuvelen, en grote potten en bakken vol stevige beplanting als lichte veertjes binnen- of wegvliegen. En wie weet wat er dan verder aan ongewenste en onaangename grimmigheden nog meer mee in m'n kamers of bed zouden belanden... 
Het was overduidelijk: als ik deze nacht nog een beetje wou pitten, en liefst nachtmerrie-vrij, dan moest er gehandeld worden. Niks aan te doen.
Heel voorzichtig kroop ik over Poekie heen. Poekie, die al die uren, lichtjes tot mijn afgunst, als een pluchen engeltje in m'n oksel heerlijk de slaap der onschuldigen en onwetenden had liggen weg snurken. Terwijl hij zich even wat verder uitstrekte, met zo plots een pak meer plaats én een extra warme plek, zocht ik in het pikkedonker m'n weg naar het terras. Slechts het flauwe schijnsel van de verre straatlantaarns flikkerde door de onheilspellend heen en weer graaiende takken van de kale skelet-achtige bomen en verlichtte m'n pad.
Met de wind viel duidelijk niet te praten, die ijzingwekkende nacht. Meteen bij het openen van het grote schuifraam naar het terras roeffelde hij furieus in m'n haren en rukte hij langst alle kanten verbeten aan m'n flapperende roze kamerjas en pyama. Het had wel iets avontuurlijks, iets opwindends ook, zo recht uit het warme nest, op m'n sokkenvoeten, volledig omgeven door een wat sinistere storm en een massa niet direct herkenbare spookachtige geluiden, een keertje in het duister tussen m'n potten en planten te laveren. Zo moet vliegen als een vleermuis in de nacht voelen, dacht ik nog.
Oké, even terug naar de job in kwestie: hoe gaan we dat hier aanpakken? Vier grote bolle hangmanden veilig ergens neerzetten op een toch al erg overvol terras, da's niet simpel. Vooral ook omdat ze, wegens sterk doorhangende geraniums, gegroeid naar het licht uiteraard, bijzonder zwaar overhellen naar één kant. De immer trouw tegenover de deur paraat staande bezem bleek een prima hulpmiddel om de ophangkettingen van de haak te flippen. Goeie ingeving van mij, al zeg ik het zelf. Als een expert van de hindernissenbaan bracht ik de eerste 2 loodzware manden met de lange, in de wind breed uitwaaierende plantenslierten, dan weer hoog over een struik tillend, dan weer gebukt onder wat takken door dragend, tot aan het brede bankje. En nadat ik eindelijk zo slim was m'n gezicht naar de windrichting te draaien -het werkt een stúk makkelijker zonder haar in je ogen en mond,- lukte het me om ze, elkaar in evenwicht houdend, op die kleine plek net stevig genoeg te balanceren.
Als een ware Indiana Jones soepel en vlotjes wild zweepslagzwiepende takken en grijpgrage struikenstekels ontduikend, verplaatste ik me gezwind over de hele lengte van het terras en redde onderweg links en rechts wat door baldadige rukwinden met omvallen of afknakken bedreigde planten. Uiteraard ken ik m'n terras en z'n layout ondertussen door en door, en als je lang genoeg in het donker rondloopt, passen je ogen zich langzaam aan en zie je na een tijdje een stuk meer, maar... blijkbaar toch niet genoeg, want... Aaaaauw! Potvernondemiljaaaaaaar! Mijn kleine teen, in die tegen niets beschermende sok, maakte keihard kennis met een stevige, plots van tussen de potten springende, meedogenloos onbuigzame sierkassei. Geen tijd voor eindeloze pijndansjes of overmatige griezelfilmsterfscenes. Er moesten nóg 2 hangmanden en een hele schare ander klein spul het leven gered en in veiligheid gebracht worden. Mand nummer 3 vond, super snel en praktisch, een knus uit de wind en half verborgen plekje op de rode emmer waar normaal gezien m'n snoeiafval in terecht komt. Dat was makkelijk! Te makkelijk?...
Jezus-Maria-Jozef, miljaaaaaardejuuu! Bij het zorgeloos onbedachtzaam omdraaien naar mand nummer vier trapte ik toch wel geweldig onhandig met m'n nog niet pijnlijke voet op die immer uitstekende, altijd in de weg zittende -ik had het kunnen weten dus- gekrulde voet van die elegante, maar o zo zware metalen platenstandaard. Wild molenwiekend m'n evenwicht bewarend belandde ik, gelukkig net niet al m'n gekoesterde groen verpletterend, toch half in de natte klauwen van het struikgewas. Takjes in m'n haar, blaadjes in m'n decolleté, modder in m'n sokken. M'n uiterlijk begon stilaan uitstekend bij deze griezelnacht te passen... En me dat bedenkend ging het binnensmonds gevloek volautomatisch over in een, mogelijk heksachtig aandoende, schaterlach. En de gore wind deed, met extra kracht m'n al totaal verwilderde haarbos recht omhoog de lucht in blazend, fanatiek loeiend mee. Voorzichtig schuifelend -2 pijnlijke voeten volstonden wel- zocht ik m'n weg terug naar binnen en gritste in 't voorbijkomen nog snel alle mogelijk kwetsbare molentjes mee. 
Wreed worstelend met die doldraaiende dingen bleef ik toch nog even op de mat voor het schuifraam in het dreigende duister midden in de onverbiddelijke stormwind staan. Daar zo, in m'n verwaaide nachtkleding en m'n puinhoopkapsel, voelde ik me heel eventjes weer als een kind: met m'n molentjes in de hand, zich van geen kwaad bewust vrolijk en kleurrijk tollend in die raadselachtige wind, was ik even angstig als gefascineerd, onverwacht nat en vuil, en behoorlijk zot geblazen, maar ook nog net niet klaar om dit ontzettend spannende, bijna filmische gebeuren los te laten en in te ruilen voor de warme veiligheid van die totaal tegenovergestelde wereld aan de andere kant van het grote schuifraam. 
Ja, wind, je hebt gewonnen, hoor, met al je lugubere 'gewind'. Je hebt me inderdaad een slapeloze nacht bezorgd én me op de koop toe uit m'n veilige knusse bed die koude naargeestige duisternis in gekregen. Maar nu de macabere horrorgeluiden tot zwijgen gebracht zijn en alle planten het leven gered, lig ik toch weer lekker terug naast Poekie, tussen de nog steeds zalig aanvoelende lakens en kussens, en bedenk me onheilspellend gniffelend, m'n gruwelijk ijzige handen wrijvend en met een mysterieuze glimlach op m'n bleke koude gelaat: "Geweldig! Meer dan genoeg griezelgedoe voor een licht huiveringwekkend Halloweenverhaaltje!..." 😀




donderdag 26 juli 2018

Warm aanbevolen.

Vier uur in de namiddag. Ondanks het feit dat mijn terras het grootste deel van de dag in de schaduw ligt, wijst de reuzegrote tuinthermometer tussen de planten 35° aan. Bij de minste inspanning, zelfs bij de geringste beweging, gutst het zweet uit al je poriën.
Ik lig lang- en breeduit, als een eigenaardige soort reuzegrote zeester, op m'n bed en kijk naar de luster boven me. De luster met de namaak kaarsjes, de grote witte krullende blaren en de roze bloemetjes. Pure kitsch, ik weet het, maar misschien ben ik dat zelf ook wel een beetje, want na al die jaren ben ik er toch nog altijd even verliefd op als de dag dat ik hem van m'n broer Sis als verjaardagscadeau kreeg. De lange kristallen hangertjes bewegen zachtjes in de nauwelijks voelbare tocht tussen de openstaande vensters van de verschillende kamers en glinsteren daarbij feestelijk met kleine gensters van licht. En af en toe laat een wat hevigere zucht wind, die plots en onverwacht als een tastbare golf hete lucht door het open raam duikelt, de hele luster wiebelen.

Omdat ik vanochtend het bed eens extra strak op maakte -i.p.v. het eigenlijk iets te vaak voorkomende 'gooi-maar-dicht,-ik-kruip-er-seffens-toch-terug-in' halve werk- voelen de kreuk- en rimpelvrije lakens onder me verrassend luxueus. M'n wat loom heen en weer bewegende voeten genieten van de eindeloos zachte aanraking van de netjes opgeplooide fleece deken bovenop het opgerolde dekbed. De ondertussen alweer klam aanvoelende badhanddoek onder m'n nek kriebelt. Die is een heel stuk minder poezelig, maar hij ruikt nog steeds zalig fris gewassen naar lentebloemen.
Eigenlijk dacht ik het voorbeeld van m'n poezen Poekie en Pompon te volgen. Op elke andere dag van het jaar zijn ze dat ook, hoor, absoluut, maar vooral bij dit soort temperaturen blijken katten onklopbare meesters in 'volledige ontspanning'. Als totaal gesmolten en uitgelopen, languit soezend hebben ze een aangeboren talent om ten allen tijde de grootst mogelijke hoeveelheid koelte op te sporen en te veroveren. Feilloos ontdekken ze de meest ideale ligplekjes en bedenken ze daar de perfecte houding voor. En op exact het juiste moment draaien ze zich efkes bliksemsnel om of verleggen ze zich, hooguit een centimeterke of 5, naar bijvoorbeeld 't volgend stukje nog enigszins frisse vloer. Minimale inspanning voor een maximaal resultaat!
Maar die twee katertjes zijn ook dolgraag bij mij in de buurt, dus waar ik ga -of lig dus, in dit geval-, daar kan het absoluut niet slecht zijn. En rond mijn ongegeneerd royaal uitgestrekte lijf op het bed is er nog meer dan plaats genoeg voor twee van die viervoetige bontjasjes.
Poekie heeft zich links van mij, ter hoogte van m'n onderbeen, geïnstalleerd, exact zoals hij meestal ergens op de vloer in een verfrissende luchtstroom ligt: zo langgerekt mogelijk, met poten kop en staart in alle richtingen en 
zo ver als mogelijk van z'n lijf af. Met als enig verschil dat nu z'n rechter voorpootje heel lichtjes en fluweelzacht op m'n been ligt. Dat hij super lekker ligt, dat leidt geen twijfel: ik hoor hem heel vredig stilletjes snurken.
Rechts van me is Pompon na veel ronddraaien en twijfelen eindelijk ook neergeploft. Voor hem was het even een zoeken, zoals altijd trouwens, maar nu ronkt hij, helemaal tevreden, met z'n achterste half bovenop m'n rechterschouder en z'n staart rond m'n bovenarm.
De hete wind blaast een paar onverwachte, heerlijke wolken bloemenparfum naar binnen. De luster wiebelt. En ik luister naar de geluiden van deze tropische zomerdag. In de verte joelen uitgelaten kinderen, op de terrassen boven en tegenover me wordt er gebabbeld en gelachen. De garagedeuren slaan open en dicht. Behalve een luid krassende kauw hoor je nauwelijks vogels. Voor hen is het vast ook veel te warm. En onder het openstaande raam tussen de vele potten met planten en bloemen zoemen de nog steeds bijzonder ijverige bijen en brommen de koddige hommels.
Heel even dwalen m'n gedachten naar al die mensen die nu op deze gloeiende dag toch aan het werk moesten. Dat moet echt lastig zijn. 'Om medelijden mee te hebben', bedenk ik me, 'zo blij dat ik vandaag niet ook met een kokend hete bus richting één of ander verzengend kantoorgebouw moest'. En ik schaam me heel even diep voor de onbetaalbare luxe van m'n bijna bewegingsloze, uitgestrekt plat liggende loomheid...
Het is vier uur in de namiddag op een schroeiend hete zomerdag. Veel te heet om ook naar iéts te doen. En toch... Misschien moest ik seffens toch ook maar eens de was in de machine steken, wat te eten koken en die berg afwas doen... Misschien. Maar nu nog even niet. Want het is vier uur in de middag, ik lig languit op m'n bed en geniet! 💛🌞



zondag 20 november 2016

Woeste windkracht.

Een enorme knal tegen het venster maakt me pardoes wakker uit een zalige diepe slaap en doet me gealarmeerd uit het warme veilige bed springen. De gordijnen verborgen slechts een grijze grauwe lucht en het blijft bijna even donker in de kamer als toen ze net nog niet open geschoven waren...
Het schouwspel aan de andere kant van het raam lijkt een heel klein beetje op televisiebeelden van orkanen aan de andere kant van de wereld: de lucht hangt vol allerlei ondefinieerbaar afval en boomblaadjes, op m'n terras afgebroken en uitgerukte planten en vuilnis, en alles wat zich zowel in de tuin als in m'n potten tot nu toe nog staande heeft gehouden helt minstens 45°, naar rechts op het terras en naar links in de tuin. Ja, da's een gek zicht en het lijkt niet meteen logisch, maar dat komt door het draaien van de lucht tussen de hoge gebouwen hier. Wat trouwens ook de kracht van de windstoten zo mogelijk nóg vergroot...
De hevige stormwind plukte overal de laatste blaadjes van de bomen en struiken maar is blijkbaar nog niet tevreden over het resultaat want in alle hevigheid geselt hij m'n gekoesterde groenvoorziening. Ik vrees dat er nog wel 't één en 't ander zal moeten sneuvelen voor deze storm weer gaat liggen.
In m'n fuchsia kamerjas over m'n roze pyjama waag ik me toch even buiten. Terwijl de brutale, doch verrassend warme rukwinden zonder onderscheid ook meteen zwaar aan mij beginnen trekken en m'n haar alle kanten uit blazen -wat een oerkracht!- zet ik de gevaarlijk zwiepende hangpotten veilig op de grond en tracht met stokken en binddraad links en rechts wat steun te bieden aan planten die het dreigen te begeven. Ik raap, nu ik hier toch sta te flapperen, al de tot tussen m'n potten geblazen rotzooi van de grond. De knal tegen het venster blijkt trouwens een grote lege kartonnen koekendoos te zijn geweest. Tegen morgen zal er vast en zeker nog eens zo veel te verzamelen zijn, maar deze rommel brengt alvast geen extra schade meer aan. 
Terug veilig binnen achter het grote schuifraam blijf ik nog even, met pijn in m'n hart, staan kijken hoe de woeste windstoten -tot zelfs 100 kilometer per uur zegt het weerbericht- m'n arme plantjes verder uit elkaar rukken. 
Nu, vanachter m'n computer, zie ik tot m'n groot verdriet de stukken er vanaf breken en gedragen door de wind voorbij het raam vliegen... 'k Vrees dat er straks van m'n terrastuin niet veel meer over zal blijven. Niks aan te doen, zowel zij als ik zijn overgeleverd aan de brute kracht van de natuur.
Poezen Poekie en Pompon vinden het duidelijk verschrikkelijk eng. Hun vaste snoezelplekjes boven de warme radiator en hoog op de kast blijven leeg. Heel af en toe zie ik één van hen plat op z'n buik in volledige alertheid met wat paniek in de oogjes langst de muren van de kamer sluipen, op zoek naar een betere verstopplaats. Wat ik ook zeg of doe, ik kan ze niet geruststellen. Misschien omdat ik er eigenlijk zelf ook niet helemaal gerust in ben... Niet moeilijk met al die afgebroken takken, plastiek flessen, aluminium bakjes, pakken papier en zelfs volle vuilniszakjes die hier te pas en te onpas keihard tegen de vensters smakken. Ik plak van 't verschieten zelf elke keer bijna tegen het plafond!
We vergeten wel eens, zeker hier in dit gematigd klimaat, hoe ontzagwekkend de natuur is, zowel in al z'n diverse schoonheid als in z'n alles vernietigende kracht. Een dag als vandaag herinnert ook mij er weer even aan hoe ontzettend kwetsbaar en nietig we als mens eigenlijk wel zijn. 
Maar het maakt me ook intens dankbaar. Dankbaar voor het robuuste dak boven m'n hoofd, voor de warmte en gezelligheid van m'n knusse kamers, voor het zachte licht van de schemerlampjes en brandende kaarsjes, en voor de dampend hete kop koffie op m'n bureau.
En, als met een binnenpretje, glimlachend denk ik aan de vele bloembollen die in de donkere potgrond ongrijpbaar voor de klauwen van deze furieuze storm rustig en beschut wachten op betere tijden om m'n terras weer helemaal tot leven te brengen, want ook dàt behoort tot de triomfantelijke kracht van de natuur. ;-)

dinsdag 23 augustus 2016

Fan of geen fan...

Fans, daar ben ik als artiest uiteraard dol op. En ik hou erg veel van al die fans van mij. Maar daar wou ik het vandaag even niet over hebben. 'Fan' is namelijk ook het Engelse woord voor ventilator. En ik hield ook erg veel van dié fan, mijn ventilator dus. 
Inderdaad, u leest het goed, 'hield', want hij heeft de geest gegeven...
En zoals met zovele van mijn spulletjes was ook deze ventilator niet zomaar een gebruiksvoorwerp, doch een dierbaar iets, behangen met herinneringen.
Ik kocht hem zoveel jaar geleden, tijdens een lange, gloeiend hete zomer, het zweten meer dan beu, ergens halverwege tussen Beveren en Zwijndrecht bij Kringwinkel Ibogem, ondergebracht in een hoog groen torengebouw waar ik bij elk bezoek even m'n hoogtevrees moest temmen. 't Is te zeggen, ik betààlde hem -slechts 7 euro- want hij werd door m'n vader gevonden tussen alle  andere tweedehands electronica. Ik zie hem nog altijd tussen de metalen rekken staan, mijn vader, nét niet op en neer springend van contentement, de gescoorde ventilator hoog boven z'n hoofd tillend in een triomfantelijk gebaar -kijk, Kristina, kijk!- alsof het de wereldcup voetbal of zo iets was. Dat zijn dingen die me toch steeds weer voor de geest komen en me doen glimlachen elke keer we in dit landje weer eens ventilatorweer hebben en het toestel met z'n zwaar zoemende bladen me toch een klein beetje koelte toewuift zodat ik ten minste niet helemaal dreig te verdrinken in m'n eigen zweet... Het luid zeurende, net niet gek-makende bromgeluid hield me uit m'n slaap, maar het was niet anders. Liever koel en wat lawaaierig, dus wat oppervlakkiger dutten, dan doorweekt en drijfnat van 't zweet een nacht onrustig woelen. 
Aan het begin van deze zomer haalde ik de ventilator van de kast en vanonder het winterstof, en zette hem op z'n vertrouwde plekje in de slaapkamer. Twee nachten heeft hij nog het beste van zichzelf gegeven... en toen: niets meer. Alsof hij niet langer meer de kracht kon opbrengen z'n wieken rond te draaien. 
En ja, ik heb hem volledig uit elkaar gevezen, nagekeken, ook aan de binnenkant van stof ontdaan, voorzichtig een drupje smeermiddel gegeven... en zolang ik hem niet volledig weer in elkaar zette dééd hij het, zij het uitsluitend op de hoogste stand en met af en toe een duwtje van mijn hand. Doch telkens ik àl z'n stukken weer volledig vast vees: behalve een diep ontevreden zacht gegrom, niks meer. Noegabollen nul noppes nada.
De ventilator-met-herinneringen staat nu al een tijdje, opnieuw, uitgebreid stof te verzamelen in de rommelkamer en ik vergat dat ik hem eigenlijk ook nog eens professioneel wou laten nakijken.
En vandaag begon die hittegolf. Bam, meteen 30 graden!
In het zachte flapperwindje van het kleine ventilatortje achter mijn balie overviel me m'n niet-voorbereid-zijn op zulke hitte. Meteen herinnerde ik me ook het gesprek met m'n beste vriendin om met m'n ecocheques eens op zoek te gaan naar een nieuw koele-lucht-blazertje. Een uitstapje dat er, hoe raad u het zo, nog steeds niet van gekomen was.
Zalig om leuke vrienden te hebben in zulke situatie. M'n maatje Stefaan vertelde over zijn eigen geweldige ventilator, online gekocht, die mij door de handige extra snufjes -afstandsbediening (hoef je niet uit bed om hem harder of zachter te zetten!), snoesinstelling (zo zet hij zichzelf na de gewenste tijd uit), optie zeebriesje (bijna geruisloos en toch nog verfrissend), en vooral bijzonder stil én betaalbaar- meteen voor zich gewonnen had. En, stante pede online besteld door de -zoals gewoonlijk- onmiddelijk sympathiek ter hulp schietende Rudi, echtgenoot van diezelfde beste vriendin, wordt het mij van smelten reddende designer koelding morgen al, hoera hoera hoera, bij me thuis geleverd!
En neen, hij was niet in het roze verkrijgbaar. Spijtig maar helaas, een mens kan niet àlles hebben, hé. ;-)
En voor vannacht? Tja, druipend in de badkuip gaan liggen om die emmers zweet te laten afvloeien, da's niet echt comfortabel slapen -toch wreed spijtig dat er niet ineens een paar kilo overtollig vet mee wegsmelt, hé- dus er wacht me een paar uurtjes wreed vochtig draaien en keren in bed. De stapel hoog-absorberende badhanddoeken ligt al klaar. Maar... daardoor zal ik morgennacht, positief ingesteld als ik ben, des te meer oneindig dankbaar zijn voor de koele bries in de kamer en die nieuwe fan gegarandeerd ten volle waarderen.
Artistieke toestanden of verfrissende luchtverplaatsingen, 't maakt niet uit: u mag gerust noteren dat ik, bijzonder enthousiast, met overtuiging fan ben van absoluut àl mijn geweldige fans! :-)



maandag 23 mei 2016

Vrolijk varen-verhaaltje.

"En? Nog spannende dingen meegemaakt op het openbare vervoer? Geen nieuwe belevenissen te vertellen?" Vanmiddag moest ik de dames aan de balie nog teleurstellen. Behalve m'n doodgewone ergernissen (kauwgomkauwers, picknickers en beatboxers) en m'n doordeweekse angsten (snelheidsduivelbuschauffeurs, levensgevaarmanoeuvers en geen-veiligheidsgordels-paniek) viel er niets te melden. Maar da's ondertussen alweer veranderd: m'n bus- en tramrit huiswaarts is opnieuw een blogje waard.
Uiteraard was dat enigszins te voorspellen als je, zoals ik vanavond, op stap gaat met een flinke boodschappentas met daarin een forse varen... 
De wilde varen, uit de bosrijke tuin van Herta -waar eerder al die lading brandnetels vandaan kwam (*)- al een tijdje door mij gezocht om het donkerste en immer wat vochtige hoekje van m'n, voor de rest vrolijk volgepropte, terras ook van overdadig groen te voorzien, en die, wees gerust, ondertussen in een emmer met een mooie bodem water staat te bekomen van z'n, voor een plant dan toch, bijzonder avontuurlijke reis.
Aan de halte flapperden z'n frisgroen jonge bladeren zodanig hard in de strakke bries dat een paar van hen knakten. Dat maakte de mooie plant meteen extra breed en, uiteraard, daardoor dus ook een heel stuk onhandiger... Maar, het lukt me toch om mezelf en m'n groenvoorziening zonder verdere schade in de bus te hijsen en veilig en wel neer te gaan zitten.
Tijdens de rit richting Antwerpen deinde het groen op het stoeltje naast me, keurig overeind gehouden door m'n arm, heen en weer, op en neer, lustig mee op het ritme van de hotsende-botsende wielen. Achter me hoorde ik een stel jonge gasten 'die is met hare wiet op uitstap' gniffelen, maar heel erg appetijtelijk vonden ze hem dan precies toch ook weer niet. 
Op de paar honderd meter te voet van de bushalte naar de metro bracht de wind de arme plant nog meer schade toe, nog wat gevederde blaadjes braken.
Op het metroperron stak al dat frisse groen schel af tegen de grauwe smerigheid van de aftandse ondergrondse, maar ondanks z'n opvallende verschijning moest ik hem toch stevig in bescherming nemen tegen de wilde stromen, door haast verblinde pendelaars. 
Op de overvolle tram stapelde ik alles wat ik bij me droeg op m'n schoot: onderaan de druipend natte paraplu, daarop de dikke boekentas en helemaal bovenaan, de zak met de kluit aarde ongeveer ter hoogte van m'n nek, de ondertussen wat zielig ogende groene sprieten, nog steeds moedig wuivend en zwierend, tot ze in m'n haar vast kwamen te zitten...
En opnieuw ingehouden gegiechel en onnozele commentaar, natuurlijk, wat had je gedacht, uitsluitend àchter me, netjes uit m'n gezichtsveld. 
'Nen triestige plant met nen triestige plant!', 'Amai, zo ne verlepte sallaad!', 'Woar goat die mé da bos nor toe?!', 'Palmbomen horen in de Sahara!' en meer van dat soort 'hahaha-o-wat-zijn-wij-grappig' gedoe.
Tja, als iemand een beetje uit de toon valt is plots iédereen een komiek, hé. 'Och, ze kunnen er maar lol mee gehad hebben', denk ik dan. Dat mag.
Toen ik er, aangekomen bij mijn halte, breed glimlachend zélf een piepklein grapje over maakte -'Opgepast dames en heren, het oerwoud moet afstappen!'- deden al die o zo mondige commentatoren plots alsof ze het in Keulen hoorde donderen en nog totààl niets gezien, laat staan gezegd hadden. Raar is dat, vind je niet? Het zijn ook nogal helden, hé... 
'k Weet wel zeker dat zij het niet zo snel zouden aandurven om bus of tram op te stappen met zo'n uitpuilende plastieken boodschappentas boordevol zwierende en zwaaiende groenexplosie!... Ik lekker wél. ;-)
* lees ook het blogje "Ecologische terras-oorlog, deel 2: een netelige kwestie"


dinsdag 31 maart 2015

Winderige muziek.

♪♫ "Naar wat de dennen fluist'ren, die buigen kruin aan kruin." Dit liedje heb ik altijd in mijn hoofd als de wind de dennebomen naast m'n slaapkamer beweegt. Al moet het gezegd dat deze dagen die bomen absoluut niet fluisteren. Ze brullen en tieren!... Toen ik er vannacht, een beetje angstig bibberend in m'n bed, naar lag te luisteren had ik plots "Erlkönig" van Schubert in m'n hoofd, met die vader, die door nacht en wind, te paard z'n zoon probeert te redden. En je voelt en hoort de storm in dat lied daveren.
Naadloos daar achteraan zong ik in mezelf het "Hexenlied" van Mendelssohn. Op m'n bezem door bliksem en wind heen vliegen, ik zou nogal een gang gegaan zijn afgelopen nacht. Dat had pas echt "Gone with the wind" geweest, hé.
En de muzieknummers bleven komen. De "Riders on the storm" dreunden "Tussen wind en water" langst de gebouwen. Het gure weer geselde het "Vlakke land" van Will Ferdy. Volledig in "The windmills of my mind" verzonken kwam het antwoord, mijn vriend, "Blowing in the wind". 
Toen de melancholische "Summer Wind" binnen kwam waaien dacht ik romantisch: oké dan, "Fly me to the moon", ik ben er klaar voor!
Bij het verlaten van het huis vanmorgen, passeerde, ondanks uitzonderlijk eens geen paraplu, Mary Poppins in m'n hoofd met het vrolijke voorstel: "Let's go fly a kite!" Sorry, niet vandaag, Mary, veel te veel wind...
Aan de tramhalte stegen we met een zucht bijna naar boven in de lucht met al die "Wind beneath my wings". En met flapperende jas en broekspijpen liep ik heel de verdere weg "One day I fly away" te giechelen.
Daarstraks belde m'n moeder, door iedereen Mieke genoemd, om te checken of ik niet weggevlogen was, en ze verzekerde me dat ze vandaag vooral niet naar buiten ging. En toen zat ik voor de rest van de dag in mijn hoofd met: 'Mieke, hou u vast aan de takken van de bomen, Mieke, hou u vast aan de takken van de mast!' ♪♫ ;-)