Posts tonen met het label respect. Alle posts tonen
Posts tonen met het label respect. Alle posts tonen

donderdag 11 juni 2020

Van applaus alleen kan je niet leven...

Vanochtend ben ik even naar het ziekenhuis geweest. Maak je maar geen zorgen, hoor, niets ernstig: een ondertussen al veel te lang uitgestelde routine bloedafname ter controle van mijn kaduke schildklier. Om daar te geraken stapte ik trouwens voor het eerst dit jaar de bus op, en werd er meteen overduidelijk aan herinnerd waarom ook alweer ik officieel 66% werkonbekwaam verklaard ben... Auw, mijn nekske...
De veiligheidsmaatregelen werden strik in acht genomen aan de ingang van het hospitaal. Zonder vooraf verkregen en uitgeprint pasje kwam je er niet in. En zonder mondmasker mocht je het ook vergeten. Te vroeg? (zoals ik, natuurlijk) Dan wacht je buiten voor de ingang tot ongeveer 10 minuten voor het exacte afspraaktijdstip. Van elk binnenkomend individu mat een verpleegster de temperatuur, en ondertussen spritste haar collega je handen druipend nat met een stevige dosis ontsmettingsmiddel. Een security werknemer dirigeerde alles en iedereen in goeie banen, én meteen ook langs de allerkortst mogelijke weg naar de juiste afdeling. Van vloer tot plafond hing elke gang, hal, lift en andere mogelijke ruimte in het ziekenhuis vol met aanmaningen en raadgevingen om ieders veiligheid zo goed mogelijk te bewaren. Ik was absoluut positief onder de indruk. 'k Had ook echt het idee dat alles zoveel vlotter en georganiseerder dan gewoonlijk verliep. Zeker geen onaangenaam gevoel, hoor.
Bij het labo bleek er slechts één andere wachtende voor me. Dat viel ook geweldig mee. Terwijl ik daar gezeten op het bankje rustig mijn beurt afwachtte, stormde er een zwaar verontwaardigde jongedame de afdeling binnen. Ze uitte in niet mis te verstane termen haar frustratie tegen de mevrouw achter het glazen ruitje van de afdelingsbalie en begon dan met boze stappen fel en bijzonder ongeduldig heen en weer te ijsberen in de wachtzaal. Bij het opengaan van de deur van het bloedafnamekamertje sleurde ze er nog net niet de vorige patiënt uit en begon meteen de verpleegster de volle lading te geven. Blijkbaar gebeurde tijdens de bloedafname bij deze jongedame, een tiental minuutjes eerder, een foutje en nam de verpleegster ongewild veel te weinig bloed af. Men had de juffrouw daarop opgebeld met de vraag nog even terug te komen. Maar, zoals ik begreep uit haar woedend getier daar achter de gesloten glazen deur, op dat moment verliet ze net de parking, moest dan helemaal blokje rondrijden en ergens opnieuw een parkeerplekje vinden, wat ook nog eens extra geld kostte, en "ze had écht wel wat beters te doen, hoor!!!"... De verpleegster verontschuldigde zich welgemeend voor de fout en uitte op beminnelijke en hartelijke manier dat ze absoluut alle begrip had voor het ongemak dat die fout nu meebracht voor de jongedame. Maar die wou daar niets van weten. Helemaal niet. Ze bleef maar brullen en schelden, en kafferde de verpleegster uit voor dingen die ik hier écht niet ga herhalen. Het liet zelfs op mij, daar volledig onschuldig op 't bankje in de wachtzaal, een bijzonder zware indruk na. 'k Was er eerlijk gezegd echt ni goe van...
Nog geen twee minuten later stampvoette de jonge vrouw alweer richting lift en hielp de verpleegster de nogal sukkelachtige man, die nog voor me aan de beurt was, het kamertje in. En toen die even later weer met enige hulp terug vertrokken was, mocht ik in de bloedafnamezetel plaats nemen. Misschien kwam het door mijn vriendelijke 'goedemorgen', of misschien door mijn gegiechel bij de zoektocht naar een goede ader, ik weet het niet, maar plots zuchtte de verpleegster: "Sorry voor mijn bibberende handen, hoor, maar 'k ben nogal over m'n toeren van daarjuist..." Daar kon ik natuurlijk absoluut inkomen, ocharme, en we hadden even een babbeltje over respect en menselijkheid. Iedereen kan al eens de mist in gaan, maar als er geen ware rampen gebeurd zijn en je oprecht je verontschuldigingen aanbiedt, dan is dat toch in orde, zou ik zo denken. Niemand die nooit eens een foutje maakt, hé. Trouwens, zélfs als je misnoegd over iets bent, dan is het nog altijd beter om dat op een weliswaar kordate, maar vooral rustige manier mee te delen. Dat werkt eens zo goed, hoor, geloof me. "En weet je wat ik het allerergste vond?", vroeg de verpleegster me met tranen die over haar wangen liepen, "dat ze m'n verontschuldigen absoluut niet wou aanvaarden." Ook mijn ogen werden vochtig van haar relaas, en het liefst van al had ik haar onmiddellijk, daar en dan, zonder aarzeling of bedenking, even stevig troostend omarmd. Maar omdat dat tegenwoordig, en al zeker in het ziekenhuis, volstrekt uit den boze is, vroeg ik haar met een guitig knipoogje van boven m'n mondmasker "of ik haar even een hele dikke denkbeeldige knuffel mocht geven?" En dat deed haar gelukkig weer lachen, die lieve verpleegster, met die fantastische gave om bloed te prikken zonder dat je er ook maar iets van voelt.
In al die vele jaren van ziekenhuisbezoeken heb ik me altijd verwonderd over de posters die ik overal steeds zag hangen. Posters waarmee men zowel patiënten als bezoekers erop wijst dat iedereen in het ziekenhuis de plicht heeft om respectvol met elkaar om te gaan en niet agressief te reageren; en noch mondelinge noch fysieke agressie ten opzichte van zorgverleners getolereerd zal en mag worden. Vele hospitalen hebben tegenwoordig zelfs een 'agressiebeheersingsploeg' in huis. Bij het lezen van dit soort informatie vraag ik mezelf steeds weer opnieuw verbijsterd en huiverig af: "Is het dan écht zó erg gesteld met het respect van mensen?!?..." Lieve hemel, in welke wereld leven wij, als een zorgverlener, iemand die jou, met alles wat in z'n macht en kunnen ligt, gaat helpen beter te worden of je verlost van je pijn, dat die áltijd het risico loopt gewoonweg in elkaar getimmerd te worden?!... Ik kan al die vele verpleegkundigen en alle mogelijke andere zorgverleners, ook die buiten de medische sector, die ik door de jaren heen al mocht ontmoeten, niet dankbaar genoeg zijn voor alles wat ze voor me deden. Ik laat beslist geen enkel moment voorbijgaan zonder daar zonneklaar en hartelijk uiting aan te geven, want, geef toe, waar zou ik ondertussen geweest zijn, zo zonder hen?...
Me dunkt dat het door de coronacrisis nu wel overduidelijk is wie de ware dagdagelijkse helden van onze maatschappij zijn. Niet de grote namen uit de politiek dus, of uit de sportwereld. Niet de rijke industriëlen en machtige concerns. Het zijn de duizenden naamloze hardwerkende mensen in alle vormen van zorg- en dienstverlening. Mensen, die niet alleen nu hun eigen gezondheid riskeren om het hoofd te bieden aan deze wereldwijde crisis, maar eigenlijk al hun hele beroepsleven lang voor ons welzijn leefden. Vaak onopgemerkt, altijd voor een veel te karig loon. In deze sectoren werd de voorbije jaren zodanig bezuinigd en bespaard dat in 'normale' tijden de werkdruk en -omstandigheden al onleefbaar waren... En nu, die laatste drie maanden, nu hebben ze écht álles van zichzelf gegeven, en zijn moe. Op. En waar zijn de hulpfondsen? Waar is het loon naar werken? Waar is het échte respect?...
Nog elke avond om 20u stipt wordt er hier bij ons in de gebouwen geapplaudisseerd, jazeker, al wordt ook dat zo stilaan toch steeds wat minder. En zo'n dagelijkse eerbetuiging is mooi, maar wat koop je in 's hemelsnaam ervoor??? De meeste van onze
 regeringsleiders, die, ondanks al maanden geen regering en verder hoofdzakelijk oeverloos gekrakeel rond ego's en postjes, toch nog steeds elke maand moeiteloos een salaris binnenrijven dat in de buurt komt van mijn volledige jaarinkomen, zwijgen hierover als vermoord. 'Veel beloven en weinig geven doet de zot in vreugde leven' is het toch, niet dan? En de gewone man en vrouw zal de uiteindelijke rekening van alles wel weer gepresenteerd krijgen op de één of andere manier. Zoals altijd. Zucht.
Maar met de vraag 'Waar is het Respect?' zit ik zo mogelijk nog meer in m'n maag. Natuurlijk snap ik dat er actie ondernomen moet worden tegen racisme, dat spreekt, maar het is toch letterlijk een mes in de rug van allen die ons de voorbije maanden veilig en gezond hebben proberen houden om dan massaal en dicht op elkaar gepakt in nog steeds -jawel, ondanks alle versoepelde maatregelen- vólle coronatijd te gaan betogen!!! Iedereen met een beetje gezond verstand snapt toch dat zoiets puur om problemen vragen is!... Ik kan me zo de wanhoop van de kapotgewerkte verplegers en dokters voorstellen bij die beelden op de televisie van afgelopen weekend... Het is hartverscheurend. En alsof dat alles nog niet erg genoeg is, blijkt er aan de respectloze houding van bepaalde patiënten jammer genoeg, zélfs na maanden gezondheidscrisis, alarmerende nieuwsberichten en zeer uitgebreide reportages, ook nog niets veranderd. Dat zie je wel aan dat voorval waar ik vanochtend getuige van was... En dat maakt mij, ondanks mijn sterke zonnig natuur, echt intens verdrietig.
Als artiest behoorlijk goed bekend met het gegeven ga ik zeker en vast niet ontkennen dat applaus mooi is. Erg mooi zelfs. Absoluut! Maar... je kan er niet van leven, hé. En je koopt er niets, maar dan ook absoluut niks, nul, noppes, nada, rien du tout, noegabollen voor. Neem dat maar van me aan.




woensdag 3 juni 2020

Zwart-wit.

"Gij ziet geen kleur!" Ik hoor het mijn zalige ploeg zwarte kamermeisjes, allemaal afkomstig uit heel verschillende landen in Afrika, nog steeds herhaaldelijk super verbaasd tegen me zeggen, lang geleden, toen ik nog hoofd housekeeping in een hotel was. Daarmee bedoelden ze dus niet dat ik, 't meest kleurrijk madammeke ooit, kleurenblind was of iets dergelijks. Nee, ze wezen me op het feit dat iemands huidskleur voor mij totaal niets uitmaakt. Voor mijn part mag je gerust purper met groene stippen zijn, of lila met blauwe strepen. In dat geval spreek ik je vermoedelijk wél kinderlijk enthousiast aan over die schitterende veelkleurige teint! hihi... Een goeie mens is een goeie mens, ongeacht z'n afkomst en/of huidskleur. Punt. Bloed is bij iedereen rood, en elk skelet telt in wezen evenveel beenderen en botjes. We hebben meestal evenveel en dezelfde organen, doorgaans op identieke plaats in ons lijf. En we willen ook allemaal hetzelfde: een beetje geluk, een beetje liefde, een veilige plek om te wonen, al dan niet met een gezin en een familie, een klein beetje welvaart en graag ook een toekomst. En respect. Gewoon gerespecteerd worden voor wie en wat we zijn, dat willen we ook allemaal.
Zoveel jaren geleden was die uitspraak van m'n geliefde kamermeisjes (ze vliegen me nog steeds dolenthousiast en overgelukkig om de hals als ik per ongeluk nog eens ergens één van hen tegenkom...) niet meer dan een soort warm en hartelijk compliment voor me. Ik begreep de eigenlijke diepgang van hun verwondering toen nog niet ten volle. Met mijn grote open hart en volledig onschuldige kijk op de wereld en op de mensheid had ik echt niet het idee dat mijn gelijkvormige omgang met mensen, dus ook met hen die eventueel een donkerdere huidskleur hadden, zo uitzonderlijk was...
Racisme wordt ons aangeleerd. Kinderen zien geen 'kleuren'. "Gij zijt mijne vriend", of "gij zijt niet mijne vriend". Meer is het voor hen niet. Invloed van de mensen om je heen, vaak volwassenen die om de één of andere reden -en dat kan heel veel zijn- ooit een sterke menig over iets vormden, en mogelijke ervaringen in jouw leven zelf, gaan langzaam maar zeker die kinderlijk openheid en onschuld verkleuren. Er groeit achterdocht en angst, in alle vlakken in het leven trouwens, en jammer genoeg heel vaak ook wat betreft 'kleur'...
Een groot gevoel van schaamte hangt er nu over me heen. Al een hele tijd trouwens, maar vandaag meer dan ooit. Schaamte omdat ik bij het 'witte' ras hoor. Die groep mensen die zich uitsluitend vanwege hun blanke kleur al eeuwenlang superieur voelen binnen de mensheid, onbetwistbare heer en meester over elke mogelijke andere tint, en vooral over alles en iedereen die enigszins naar zwart neigt. Al heb ik mezelf, met de hand op het hart, weinig te verwijten, toch schaam ik me. Diep, heel erg diep. Zelf geen racist zijn is eigenlijk absoluut niet meer genoeg...
Lang had ik het totaal foute idee dat het hier toch wel redelijk meeviel voor mensen met een donkere huidskleur. De verschrikkelijkste verhalen kwamen, volgens mij, vooral uit Amerika en -hoe bizar eigenlijk- ook uit Afrika. Lang dacht ik dat we hier bij ons allemaal wel redelijk gelijk waren, ik, met mijn immer optimistische blik op de dingen en, zeker toen nog, overtuigd gelovend in de goedheid der mensen... Zo ingesteld zijn is mooi, absoluut, maar zonder onderliggende wijsheid en dik pak realiteitskennis ook behoorlijk naïef... 

Mijn ogen gingen pas wijd open toen ik op een of andere repetitiedag onverwacht een uitgebreid gesprek over 'zwart zijn' had met goede vriend Kalifa, u misschien beter bekend als Obi uit de buurtpolitie. Als piepkleine baby samen met een broertje naar België geadopteerd; bijna antiek Vlaams opgevoed in een fantastisch gezin, warm en ondersteunend, motiverend en stimulerend; opgegroeid tot super sympathieke kerel met bakken talent; met zelfs een gezapig Brasschaats accent af en toe... "In de saccoche!", zult ge misschien reageren, "Geen vuiltje aan de lucht!" Nee, niets is minder waar. Hij kan gerust een paar boeken vullen met duizend-en-één momenten van racisme, puur en alleen vanwege zijn zwarte huid. Het is een ongelofelijke waslijst. En o ja, misschien niet zo dikwijls keihard direct in 't gezicht, dat racisme, maar zoveel vaker beklijvend onderhuids, geniepig kwetsend, heimelijk verstopt in ogenschijnlijk onbelangrijke details. Niet alleen alle mogelijke, vaak ondenkbare vormen van discriminatie zijn pijnlijk, ook de zogenaamde 'positieve discriminatie' kan ronduit beledigend zijn. En al die dingen voeden het gruwelijke gevoel te allen tijde een tweederangsburger te zijn, en te blijven, hoe beroemd je ook mag worden... Zijn verhaal brak m'n hart. Geloof me. En het opende m'n ogen, en m'n oren. 
Kalifa's getuigenis is ondertussen lang niet meer de enige zwarte -letterlijk én figuurlijk- verklaring die ik mocht aanhoren. Elke geweldige zwarte persoon, waarvan ik in mijn leven reeds het geluk had hen of haar te mogen ontmoeten en 'vriend' te noemen, elk van hen heeft exact dezelfde voor mij zo onvoorstelbare verhalen! Zijn we dan écht in al die honderden jaren geen millimeter 'beschaafder' geworden?!?... Weten we dan ondertussen nog altijd niet beter? Waar is de wijsheid? Waar zijn de inzichten? Dit alles is toch niet nieuw!?!... Zijn we dan de vurige woorden alweer vergeten die al die roemrijke voorvechters, die er zelfs hun leven voor riskeerden, tot ons spraken en nog steeds spreken? Mensen als Martin Luther KingNelson Mandela en Desmond Tutu, maar net zo goed Rosa Parks en Josephine Baker. En niet te vergeten ex-president Barack Obama... Hoe is het in 's hemelsnaam mogelijk?!...
De wereld is allesbehalve 'zwart-wit'. Doe je ogen open en kijk eens om je heen. Absoluut álles op deze blauwe bol is boordevol kleur! Met geen woorden te beschrijven, zo divers en prachtig. Waarom dan mensen sorteren op zwart of wit? Waarom überhaupt dat sorteren trouwens?... 
Ik schaam me diep. Echt. Ik schaam me, en met een bloedend hart, voor de gehele mensheid.
Ondertussen woon ik al jaren tussen en ken ik heel veel verschillende kleuren mensen. (Het klink me nu zelfs beledigend in de oren, dit op deze manier te schrijven...) En het blijft m'n hart breken, elke dag opnieuw, hoe achteloos en gemakkelijk 'witte' mensen met dikwijls ondoordachte, bijna vanzelfsprekende, vernederende uitspraken over en naar andersgekleurden omgaan. Of het nu een doodgewone buurvrouw is, zomaar iemand op straat of in de winkel, of de zogenoemde 'leiders' van dit land, dat doet er niet toe, ze maken er zich allemaal schuldig aan. "Och, 't is maar een grapje, 't is maar om te lachen", hoor je dan vaak als je er iemand op wijst, en "Iedereen zegt of vindt dat toch!"... Maar geloof me: de onderliggende, ontzettend kwetsende boodschap is aan de andere kant wel binnen, hoor. Ge moogt gerust zijn. Of beter: ongerust...
En 'zwart', ja, dat blijft men het 'ergste' van al vinden. Een zwarte kat brengt ongeluk, ge draagt zwart als ge in de rouw zijt, terroristen kleden zich zwart, overvallers en dieven ook, en heksen. Zwart is de kleur van het Duister en het Kwaad. Zwart staat blijkbaar, bewust of onbewust, altijd symbool voor 'slecht'. Dus, een zwarte medemens, tja, in het hoofd van al die simpeldenkenden en kortzichtigen is dat automatisch ook iets om te mijden als de pest...
Het is mensonterend dat in deze 'moderne' tijden goede, hele gewone, liefdevolle, vaak ook erg getalenteerde, hardwerkende, gedreven mensen, die in álles, behalve alléén maar hun huidskleur, nét als ik zijn, gediscrimineerd, geviseerd, vernederd, genegeerd, mishandeld, gekwetst, geminacht, geïntimideerd, overgeslagen, verwaarloosd en geëlimineerd worden. Zelfs zonder enige betekenisvolle reden. Zomaar. Omdat ze zwart zijn... Ik schaam mij diep, en al helemaal als telg van dat blanke ras.
Ik besef nu ook dat 't niet volstaat om zelf geen racist te zijn. Je moet ook meehelpen om racisme voorgoed uit te roeien... Ik doe mijn best. En ik beloof nog harder mijn best te gaan doen. En ondertussen verontschuldig ik mij oprecht voor al die mogelijke kleine momenten waarop ik zelf ook achteloos en onnadenkend, zij het in handelingen, zij het in woorden, zij het in gedachten, aan kleurdiscriminatie schuldig maakte. ♥️ Xxx





vrijdag 14 december 2018

Vliegende blikjes.

Voor ik hier mijn eigen appartementje had, wist ik dat ook niet, hoor, maar blijkbaar mag je je, zo op het gelijkvloers van een 14 verdiepingen tellend gebouw wonend, geregeld aan neervallende dingen verwachten. Als je, zoals ik, met bijzonder veel respect voor je omgeving en de mensen om je heen opgevoed bent, dan riskeer je het zelfs niet -het komt absoluuuuut niet in je op- om wat dan ook 'zomaar' weg te gooien. Lege snoeppapiertjes of gebruikte zakdoekjes gaan terug in de handtas om thuis in de afvalzak te belanden, of worden netjes gedropt in de één of andere publieke vuilnisbak langs m'n pad. Geen haar op m'n hoofd dat er nog maar over zou denken om zomaar argeloos ergens iets in 't wilde weg te dumpen, hoe klein ook. En alle afval thuis, en vroeger ook waar ik werkte, wordt, en werd, bijzonder keurig gesorteerd en ordelijk aangeboden voor ophaling, op het juiste uur, op de juiste dag. Simpel. Daar sta ik zelf helemaaaal niet bij stil. Maar de afgelopen jaren mocht ik ervaren dat er toch wel erg veel mensen zijn die 'anders' in elkaar zitten... En dan wil ik het nu uitsluitend hebben over de gevolgen daarvan bij het 'onderaan een groot flatgebouw wonen'.
Het minste waar je je aan mag verwachten, is het stof uit lakens en dekens die enige verdiepingen hoger stevig uitgeklopt worden. Dat valt nog mee, tenzij al jouw vensters wagenwijd open staan om 'frisse' lucht binnen te halen... of je gezellig in de zon op jouw eigen terras zit, al dan niet met iets lekkers in je hand!... De met veel water en sop hun buitenruimte poetsende dames en heren veroorzaken systematisch een zondvloed, toch al zeker op het onderliggende terras. Elke algemene eigenaarsvergadering weer wordt er met aandrang gevraagd, bijna gesmeekt, om geen brandende sigarettenpeukjes het luchtruim in te sturen: menig zonnetent vertoont daardoor reeds brandgaten, en de kans dat er ooit op die manier eens iemands interieur in de fik vliegt is niet ondenkbaar...

Niet dat ik het zo exact bijgehouden heb sinds ik hier woon, maar de lijst naar-beneden-vallende spullen is lang, af en toe ronduit vreemd en daardoor soms ook bijzonder verrassend en grappig, soms zelfs ronduit hilarisch. Alhoewel... De eerste keer dat er een glazen fles voor m'n terras op de kasseien te pletter sloeg, begaf m'n hart het bijna van 't verschieten. En de bij stormwind in het midden van de nacht tegen de ruiten knallende kartonnen dozen zijn ook niet echt gezond voor je tikker.
Alleszins, zowel m'n terras als het stuk tuin daar vlak voor ligt bezaaid met sigarettenpeukjes. Ook dopjes en kroonkurken verzamelen zich stelselmatig tussen de stenen. Bij elke verbouwing, groot of klein, en op gelijk welke verdieping, regent het stukjes puin, schilfers verf en bezetting, splinters hout en zaagsel, spijkers, stopverf,... Je kan het zo gek niet bedenken, het komt naar beneden. Grote vlokken rondvliegend honden- en kattenhaar winden zich bijna systematisch, zeker in de zomer, om de takken van struiken en bomen, ook die van mijn terras. Met regelmaat flikkeren er ergens daarboven wasspelden in alle kleuren van de regenboog over de balustrade heen. Vraag me niet hoe dat kan, want ik zou het begot niet weten. Volgens mij hangen die normaal gezien toch vástgeknepen, niet dan?! Vaak dwarrelen er daarna -maar het kan ook totaal los daarvan- sokken, t-shirts, hemden, ondergoed, kinderkleding, handdoeken, wc-mattekes en dergelijke omlaag. Af en toe botst er ineens een bal voorbij. Of een aan stukken slaand speelgoedautootje. Papier (inclusief rekeninguittreksels, schoolrapporten, huiswerk en hoogst persoonlijke nota's), karton (van kleine stukjes tot complete 
metersgrote ijskastdozen) en stukjes verpakkingen allerhande (van eierdozen tot snoepwikkels, van melkkartons tot grote plaveien piepschuim) zijn schering en inslag. Al moet ik er eerlijkheidshalve wel bij vertellen dat in dit geval meestal geen medebewoner, maar wel die vaak zo zotte wind de schuldige van het sluikstorten is. Dit soort makkelijk te tillen zaken pikt hij in z'n wilde wervelvlagen om de gebouwen heen maar wat graag en zonder enige moeite links en rechts mee van één van de vele terrassen. Zoals hij ook verantwoordelijk is voor de sierlijk rondvliegende, eerst hoog opstijgende en even later vlak bij de grond aan het struikgewas in stukken flapperende plastieken boodschappentasjes. Lege petflessen geven een ongelofelijk indrukwekkende knal bij hun onzachte landing. De eerste keer dat ik dat meemaakte, plakte ik ongeveer tegen het plafond, zo schrikken was dat! Eén keer ijsbeerde er een panikerende dame voor m'n terras heen en weer. Haar verloofde mikte per ongeluk z'n dure verlovingsring over het balkon! Dat kostbare kleinood vonden we, tot hun uitzinnige vreugde, trouwens nog samen terug ook! Maar da's uitzonderlijk, hoor, dat iemand naar z'n spullen komt zoeken. Meestal blijkt niemand al 'het gevallene' te mankeren. Van het afval wil ik dat eventueel nog begrijpen -al gaat de onverschilligheid hierover er dan toch moeilijk bij mij in- maar mijn sokken of badmat zou ik persoonlijk toch wel missen, hoor...
Ja, ik ben ondertussen dus al wel wat gewend, wat neervallende spullen betreft, en het lijkt heel wat, nu ik alles van de afgelopen 4,5 jaar zo eens op een rijtje gezet heb. Maar wees gerust, het is hier écht geen stort, hoor, in tegendeel: de tuin ligt er zoals immer prachtig bij! En de mensen die hier wonen zijn écht geen asociale moedwillige ambetanteriken. Volgens mij is er hier vooral sprake van 'per ongelukjes', 'oepsies' en andere momentjes van onoplettendheid. En geloof me: ik blijf het een ongelofelijk fascinerend gegeven vinden, al die dingen die hier uit de lucht komen vallen! hahaha
Ik keek er dan ook niet echt van op toen er een paar maanden geleden op vrijdagavond, rond een uur of 10, een wit plastiek zakje met daarin een paar lege bierblikjes naar omlaag totterde, het struikgewas in. De maandagochtend daaropvolgend plukte onze conciërge het van z'n landingsplaats en alles was weer netjes. Waar ik wel bijzonder ging vinden, was dat dit vaste prik zou worden! Naar mate de weken verstreken viel het me op dat dit zo ongeveer élke vrijdag gebeurde! Elke vrijdag weer, steeds ergens tussen 22 en 23 uur valt er, 'plof', een wit zakje met lege bierblikjes ergens voor m'n terras neer. En elke maandag ruimt de plichtbewuste conciërge dat ook weer op. Een bizarre 'gewoonte'... Want, geef toe, da's geen 'per ongelukje' meer, hé! Da's vermoedelijk eerder puur gemakzucht en, al dan niet dronken, baldadigheid waar geen haan naar kraait. 
Afgelopen weekend waaide het verschrikkelijk hard. Het witte zakje met de platgedrukte blikjes kwam, net zoals de weken daarvoor, neerwaarts uit wie weet welk appartement en haakte zich vast in de kale takken van een grote struik. De hevige rukwinden scheurde het met gemak aan stukken en voor ik het goed en wel besefte lag ik een hele nacht lang te luisteren naar: "kletter de kletter de kletter" naar links, en "kletter de kletter de kletter" naar rechts. Het heldere metalen gerammel van de in het rond hotsende en botsende, net niet weer omhoog vliegende, lege bierblikjes op de kasseien. Heen en weer, en heen en weer, en dat de hele nacht lang. "Kletter de kletter de kletter". Heel even echt bijzonder grappig -absoluut!-, maar al snel om totaal onnozel van te worden!... 
Die ochtend, toen het net licht genoeg was en ik me met enige moeite in wat kleding gehesen had, verzette ik een beetje fanatiek wat van m'n grote potten op het terras en kroop nogal onhandig en onelegant, met m'n ouwe tuingalochen even aan m'n blote voeten in het oneindige -of zo leek het toch- bungelend, over het betonnen terrasmuurtje. Wat er overbleef van de aan flarden gescheurde witte plastieken zak belandde in mijn vuilnisbak en de zwaar gedeukte blikjes mochten samen met een ook nog gevonden lege water-petfles bij de rest in mijn blauwe PMD-zak. Klaar! En... stof voor een nieuw verhaal!
Er resten mij nu twee vragen. 1. Zou die persoon misschien geloven dat er hier in de tuin kaboutertjes wonen? Van die kleine mannetjes die 's nachts ongezien alles weer netjes maken?... En 2. 't Is vrijdagavond nu... Wat denk je? Komt er zo dadelijk weer een wit zakje omlaag vliegen? Of zou mijn opraap-actie de gewoontecirkel doorbroken hebben?... Spannend, hé! 😉





zaterdag 18 maart 2017

Vrouwen(on)recht.

Naar aanleiding van 8 maart "Internationale Vrouwendag", de dag die de ongelijkheid van en het onrecht ten opzichte van vrouwen overal ter wereld extra onder de aandacht brengt besloot ik nog eens een vooral ernstig stuk te schrijven en als inspiratie herlas ik het 'Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen', gebaseerd op de 'Universele Verklaring van de Rechten van de Mens' en door de VN aangenomen in 1979.
Dit verdrag definieert discriminatie van vrouwen als volgt: "Elke vorm van onderscheid, uitsluiting of beperking op grond van geslacht, die tot gevolg of tot doel heeft de erkenning, het genot of de uitoefening door vrouwen van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel gebied, op het terrein van de burgerrechten of welk ander gebied dan ook, ongeacht hun echtelijke staat, op de grondslag van gelijkheid van mannen en vrouwen aan te tasten of teniet te doen". Duidelijke en eenvoudig te begrijpen taal, als ge 't mij vraagt. Toch?!
En er is in die afgelopen 40 jaar inderdaad al wel 't één en 't ander veranderd, maar, laat ons even serieus zijn: er zijn nog zoveel barre gruwelsituaties en vastgeroeste, vaak meer dan foute overtuigingen aan te pakken... Het is absoluut ontmoedigend dat werkelijk overal ter wereld vrouwen nog steeds het slachtoffer zijn van allerlei vormen van discriminatie en ongelijkheid, zowel in hun beroepsleven als op familiaal, sociaal, burgerlijk of politiek vlak. 
En natuurlijk denkt iedereen hierbij meteen aan die ver-van-mijn-bed horrorverhalen die met regelmaat voorbij komen op sociale media of het nieuws. Verkrachtingen, verminkingen, moorden om de 'eer' van een man of de familie, de onverdoofde en volstrekt overbodige besnijdenissen, de wrede kindhuwelijken... Misbruik op alle vlak en in alle mogelijke vormen. Je kan het zo gek niet bedenken of het gebeurt, nu, op dit eigenste moment... 
In nog veel te veel landen is een vrouw slechts een vervangbaar gebruiksvoorwerp, een zo goed als waardeloos bezit, een goedkope werkkracht, een babymachine, een muilezel, een slavin, hardhandig onmondig gemaakt, totaal zonder rechten en vaak slechter behandeld dan de hond des huizes.
Er zijn absoluut geen woorden voor dit soort verschrikkingen en ik zelf dacht dat de mensheid ondertussen toch voldoende geëvolueerd was om hiermee simpelweg komaf te maken... Maar spijtig genoeg is dat niet zo.
Want, vergis je vooral niet, zélfs hier bij ons, in het 'welgestelde' en zogenaamd 'beschaafde' Westen, waar suffragettes reeds in de allereerste jaren van de 20ste eeuw vochten en hun leven gaven voor stemrecht voor vrouwen, waar in de jaren 60 menig BH verbrand werd als symbool van het afgooien van het opgedrongen 'keurslijf' en de bevrijding van het lichaam ook bevrijding en verruiming van de geest mee bracht, en waar vrouwen ondertussen volgens de wet helemaal gelijk zijn, ook in deze westerse maatschappij is een vrouw in vele gevallen toch nog steeds een 2e-rangs burger. Uiteraard is dit niet vergelijkbaar met de toestanden in die 'verre' landen -die veel dichterbij zijn dan je wel zou willen- en minimaliseer ik dat ook absoluut niet, in tegendeel.
Maar misschien herinner je je de campagnes over de loonkloof van vorig jaar nog. Een vrouw verdient hier, voor identiek dezelfde job, nog steeds 20% minder dan een man. En vaak wordt ze daar bovenop sowieso als 'minder slim' bestempeld, gediscrimineerd omdat ze zwanger zou kunnen raken, mogelijke seksuele intimidatie op de werkvloer, die moet ze maar voor lief nemen want 'dat hoort er toch gewoon bij'. En bereikt ze ondanks alles toch de top, wordt ze toch de 'grote baas', dan is meteen iedereen er van overtuigd dat ze haar lijf en leden wel gebruikt -misbruikt- zal hebben om zover te geraken.
Een aantal van mijn vriendinnen bekleden jobs in de top van een absolute mannenwereld. Daar zijn zij volledig op eigen kracht geraakt, met hun intelligentie en hun harde werk, en dus zonder minirok of slaapkamergedoe. 
En al bewijzen ze zich in hun kaderfunctie's constant, met succes en sommige zelfs al decennia lang, hun werk moet nog steeds dubbel zo sterk zijn als dat van hun mannelijke collega's terwijl hun loon nog steeds lager ligt.
Herinner je de overvloedige stroom, de ware tsunami aan vrouwonvriendelijke, onterende zelfs, uitspraken van de huidige Amerikaanse president. Of zoveel dichter bij huis: de uitspraken van een paar van onze eigen ministers. Allemaal leiders van landen die allemaal dat verdrag, waaruit ik aan het begin van dit verhaal een stukje neerschreef, reeds zovele jaren geleden ondertekenden, leiders die deze wetten van gelijkheid via simpele maatregelen zouden moeten laten toepassen en uiteraard -en dat spreekt toch voor zich, dacht ik- vanuit hun voorbeeldpositie ook zelf zouden moeten naleven...
Als zangeres bij uitvaarten gebeurt het mij nog wel eens dat een pastoor me niet in z'n sacristie wil, want als fraai vrouwelijk wezen -goed voorzien van oren en poten- ben ik 'des duivels', m.a.w. pure verleiding dus. Als baliemedewerker in een hotel behoorde ik in het brein van de vaak stevig aangeschoten mannelijke gasten als vanzelfsprekend bij het meubilair van hun kamer. Als receptioniste in de bedrijfswereld bleek ik trouwens -waar halen ze dat idee toch vandaan?!- ook met regelmaat een eenvoudig opscharrelbaar pleziertje. Zelfs als de gedelegeerd bestuurder van mijn eigen VZW krijg ik personen aan de telefoon die een vrouw als 'directeur' echt niet au sérieux kunnen nemen en overduidelijk liever zaken wensen te doen met een mannelijk bestuurslid!...
Ook fronst er zich regelmatig links en rechts menig wenkbrauw bij het man-en-kindloos zijn van mijn bestaan. 'Een vrouw is toch niet volledig zonder' is steeds weer de opmerking. 'En je bent toch nog niet zo lelijk en/of al te oud'...
Wel, ik ben reeds 2 maal getrouwd geweest, beide keren met een man die het heel normaal vond om me zowel fysiek als psychisch volledig kort en klein te slaan. Omdat ik niet voldeed in bed, of als kokkin en poetsvrouw? Uit frustratie? Vanuit z'n eigen kleinheid en onvermogen? Omdat mijn intelligentie minstens gelijkwaardig was aan die van hem? Om zich 'man' te voelen? Of simpelweg vanwege het idee dat de man sowieso de 'baas' is en moet zijn, en ik veeeeeel te veel 'noten op mijne zang' had?... Dus, u begrijpt wel dat ik er allemaal geen boodschap meer aan heb. Of 't moest zijn dat er ooit toch nog een man in m'n leven verschijnt die letterlijk en figuurlijk nààst me kan en wil staan, een gelijkwaardige partner, geen van beide afhankelijk of onderworpen aan de andere, elkaar ondersteunend en vooral elkaar aanvullend... Wie weet.
Een sterke onafhankelijke vrouw met intellectuele bagage en een strijdvaardige doch ook vrolijke en optimistisch kijk op de wereld, die trekt hoofdzakelijk mannen aan die 'deze feeks wel eens zullen temmen'... Of in 't beste geval mannen die haar, vanop afstand bewonderend, op een piëdestalleke en veilig als heilig aanbiddend onder een glazen stolp willen zetten. Dat kan ook nog. Zucht.
Als je enigszins extravert, trots rechtop en met open ogen onbevreesd door de wereld stapt maak je jezelf meteen een soort 'openbaar bezit', 'loslopend wild', een algemene 'uitnodiging'. Zelfs als je netjes volledig bedekt aangekleed bent, en heus niet alleen voor mannen van andere origine of geloofsovertuiging!...
Ja, amai, er is nog veel werk aan de winkel, bérgen. Maar zoals je een berg slechts steen voor steen overwint zo blijven we hopelijk ook stapje voor stapje dichterbij een werkelijke man-vrouw-gelijkwaardigheid komen.
Feminisme, de strijd tegen de ongelijkheid, de vrouwenemancipatie, dat alles betekent niet dat we vrouwen sterker moeten maken. Vrouwen zijn altijd al sterk geweest. We moeten alleen dringend de manier waarop de wereld naar die kracht kijkt en er mee om gaat veranderen.
Elke vrouw is moeder, dochter, echtgenote, zus. Elke vrouw is iemand. Elke vrouw is sterk, slim en intrigerend. Elke vrouw is hartstochtelijk, moedig en gul.
Elke vrouw is actie, emotie en toewijding. Elke vrouw is vol hoop, schoonheid en kracht. Elke vrouw heeft hersenen en weet hoe die te gebruiken. Een vrouw geeft leven. Elke mens op aarde, ieder van ons, is geboren uit een vrouw. Een vrouw brengt vreugde, liefde, kleur en dankbaarheid. Ze gelooft rotsvast in je, ze zal je eeuwig koesteren, ze zal altijd voor je vechten en aan je zijde staan. 
En daarom, en dat weet ik wel heel erg zeker, verdient elke vrouw op heel deze aardbol niets minder dan onvoorwaardelijke liefde en respect.
Dus dames, vrouwen overal ter wereld, vriendinnen van me, wees trots op hoe ver we al gekomen zijn en blijf geloven in hoe ver we nog zullen gaan! ;-)


P.S. En om helemaal volledig te zijn: met een oprechte dank je wel aan de respectvolle mannen, die overtuigd mee strijden voor gelijkheid en recht! 
Want gelukkig bestaan er zo ook en ik was jullie echt niet vergeten, hoor. ;-)


woensdag 17 februari 2016

Prachtig krachtig taalgebruik.

Toen hij het duidelijk geanimeerde telefoongesprek dat hij reeds op het perron voerde even onderbrak om zich respectvol, uiterst beleefd en in afgeborsteld Nederlands te verontschuldigen voor het nogal onzacht en onhandig naast me neerploffen in de tram was ik meteen al behoorlijk onder de indruk.
Mijn achting voor hem steeg nog met de minuut toen ik hem z'n conversatie verder hoorde zetten met, zo te horen, een leverancier die z'n beloftes niet naar wens na kwam, voor iets waar hij behoorlijk wat geld voor neertelde. 'k Moest steeds naar adem happen bij de bedragen die hij af en toe noemde...
En al bood de persoon aan de andere kant van de lijn duidelijk geen passende oplossing noch enige vorm van een degelijke verklaring of uitleg, de man naast mij legde, blijkbaar voor de zoveelste keer, standvastig in onberispelijk Nederlands en zonder enige stemverheffing, het probleem nog maar eens uit. Hij gebruikte daarbij, in alle kalmte en daardoor des te indrukwekkender, fraaie uitdrukkingen, zoals "extreme teleurstelling", "falende service" en "buitengewone ontgoocheling". 
Uiteindelijk ging hij, zonder enige zweem van verlaging of zwakte, zelfs zonder zucht, en nog steeds op die rustige zelfverzekerde toon, akkoord om, nóg maar eens, voor de 5e keer, z'n grieven op mail te zetten en door te sturen.
Vol bewondering zat ik naast hem te glimlachen terwijl we met de overvolle tram verder reden. Zelden heb ik iemand, met zoveel charisma en innerlijke kracht, en met zulk een prachtig taalgebruik en uitspraak, z'n misnoegen weten uiten. Geduldig en beleefd, doch zonder enige vorm van toegeving of sprankje weerloosheid. Bijzonder mooi, uitzonderlijk sterk, gewoonweg geweldig.
Maar, misschien vindt u dat niets speciaals... 
Waarom zou iemand hier een blogje aan willen wijden?...
Wel, geloof me, je weet dit alles absoluut naar waarde te schatten als je net als ik, in m'n functie van receptioniste, met regelmaat lastige, ontevreden, boze of zelfs woedende mensen aan de telefoon krijgt, die alle zin voor rede verloren lijken te hebben, ongeremd schelden en tomeloos brullen, terwijl ik toch niets anders dan m'n uiterste best doe om hen en het probleem te begrijpen, en hen mogelijk zelfs behulpzaam te kunnen zijn... 
Zelf zal ik nooit ontploffen als er al eens iets in de soep loopt en ik daarvoor hulp nodig heb of klacht moet neerleggen. De ervaring heeft me al lang geleerd dat je met een portie geduld, begrip en aandacht, en natuurlijk een vriendelijk stemgeluid en keurig taalgebruik, zoveel sneller een voor iedereen bevredigende afloop bereikt
Dus ik ben oprecht ontzettend dankbaar dat er ook mensen bestaan die hun bedenkingen en bezwaren op een respectvolle, betamelijke en aanvaardbare manier kunnen verwoorden. En die hooggeachte meneer naast me in de tram was daar zonder twijfel een uitermate superieur voorbeeld van.
En nu spijt het me toch een beetje dat ik, uiteraard ook in keurig Nederlands en vol eerbied en respect, mijn bewondering en waardering hiervoor niet aan hem meegedeeld heb... Tja, je kan niet àlles hebben, hé. ;-)


zondag 7 februari 2016

Goddelijke ontmoeting.

"Jij bent zo open!", zei ze nog steeds verbaasd maar bijzonder enthousiast nadat ze me op de overvolle tram een compliment gaf over m'n haar, en er zich daaruit een geweldig aangenaam en geanimeerd gesprek tussen ons ontspon. Het klikte van de eerste seconde tussen mij het leuke meisje naast me dat me aan m'n nichtjes deed denken, en waaruit een puurheid straalde zoals je die nog zelden tegenkomt. Zuster Fleming, piepjonge Mormoonse zendelinge uit het verre Amerika, en ik mag haar Amy noemen.
Ondertussen zijn zij en haar vriendin Karly, a.k.a. Zuster Hansen dus, al een paar maal gezellig bij mij thuis op bezoek geweest, ondanks de bedenkelijke blikken en commentaar van mijn omgeving. "Wat haal je weer in huis? Waar zijt ge weer mee bezig? Zou je niet beter oppassen? Je gaat je toch niet bekeren?"... De badge, die deze jongedames steevast dragen, maakt op zich meestal al negativiteit genoeg los, nog vóór er zelfs maar één woord gesproken werd... Het zijn opmerkingen die ik met plezier naast me neer leg, want deze uitspraken komen enkel voort uit angst voor het onbekende. Trouwens, als je diep in je hart voelt dat het goed zit, waarom zou je iemand dan niet een stukje naast je laten meewandelen op je levenspad?
Er hebben rond mijn grote tafel al zoveel verschillende geloofsovertuigingen gezeten. Net zoals ongeveer alle soorten huidskleuren, sexuele geaardheden en politieke strekkingen trouwens. Met een groot wederzijds respect en dat goeie gevoel valt er in zulke boeiende ontmoetingen juist vanwege die verschillen zoveel waardevols van en aan elkaar te leren en mee te geven.
En ja, behalve de ontzettend leuke, typische meisjesdingen die we al samen deden, zoals kapsels uitproberen, spraken we ook over godsdienst en geloven.
Luister, ik vind religie absoluut prima als je er net als deze meisjes levenskracht, wijsheid, richting, troost en steun uit kan halen en er een betere mens van wordt. Maar van zodra er machtsmisbruik bij te pas komt, in welke vorm dan ook, niet enkel met indrukwekkend angstaanjagend geweld maar ook onopgemerkt onderhuids, haak ik vollédig af.
Er toert een geweldig Engelstalige tekstje op het internet dat dit erg leuk samenvat: "Religie is als een penis. Het is oké om er ééntje te hebben en het is oké om er trots op te zijn, maar je moet er niet mee gaan rondzwaaien in het openbaar, of hem opdringen aan kinderen, of er wetten mee schrijven!" :-)
Trouwens, er zijn in de wereld 22 erkende godsdiensten, alle soorten religies met minder dan 100.000 volgelingen niet eens meegeteld. De gehele mensheid op deze blauwe planeet aanbidt minstens een 5000-tal verschillende goden. 
En al die fanatiekelingen beweren dat hùn god de enige echte ware is... Sorry, daar moet je dus bij mij niet mee af komen. 
En ja, ik weet het, het Katholicisme, waarmee ik opgroeide, heeft ook honderden jaren lang oorlogen gevoerd, de wereld in brand gezet en hele bevolkingsgroepen uitgemoord, allemaal in naam van die ene god, en een vrijdenker als ik zou al lang als heks op de brandstapel zijn beland... Maar zijn we dan écht niet verder geëvolueerd? Moeten we nog steeds, en terecht, spreken van het mensDOM?
Geloof vindt zijn verre oorsprong in de aanbidding van Moeder Natuur. Het respectvol plaats geven aan de krachten die zowel overvloedig leven schenken en zichzelf constant vernieuwen, als dat ze, met vaak ongekend geweld, leven nemen. De erkenning, aanvaarding en benoeming van God in àlles.
De heilige geschriften spreken, uiteraard met verschillen in de details door invloed van de uiteenlopende culturen, allemaal over respect, liefde en goedheid. De aanbeden godheid kan zowel straffend als belonend zijn, maar altijd opdat de gelovigen er betere mensen van zouden worden. Aan de basis zijn alle religies dus eigenlijk hetzelfde. En ik kan het weten: puur uit interesse en op zoek naar antwoorden, verschillen en gelijkenissen las ik ooit een groot deel van de heilige boeken. Op dit moment steekt m'n bladwijzer tussen de bladen van Het Boek van Mormon, een gewaardeerd cadeau van Amy en Karly.
In elk van ons zit een stukje god. Daarover zijn ook mijn Amerikaanse vriendinnetjes het absoluut met me eens. En voor mij is dat zelfs niet alleen in elke mens, maar in absoluut elk levend wezen. Mens, dier, plant... alles draagt een stukje goddelijkheid in zich mee. Als je dat kan zien, dan overstijg je alle religie en blijft er alleen nog respect en liefde over.
Dus, bij deze groet het stukje god in mij alle goddelijke aanwezigheid in jullie, en wenst jullie vele zielsverrijkende en hartverwarmende goddelijke ontmoetingen toe. ;-)


dinsdag 19 januari 2016

Straffe madammen.

"Wauw, gij zijt écht wel een straffe madam." Zowel de controledokter in het ziekenhuis als de kinestiste hebben me dit de afgelopen weken ontelbare keren lovend toegewimpeld, om de simpele reden dat ik in slechts twee maanden m'n linkerarm en schouder al weer kon bewegen en gebruiken zoals de meeste mensen met een gelijkaardige breuk pas op vier maanden kunnen.
En al hoor ik dat uiteraard graag, eigenlijk vind ik dat zelf helemaal niet zo straf. Als je netjes het oefeningenschema uitvoert, hoort dat toch wel resultaat op te leveren, dacht ik zo. Trouwens, als je, zoals ik, totaal nergens hulp bij hebt, dan moet je je plan trekken zelfs al doet een bepaalde beweging pijn. Anders raak je niet gewassen, niet aangekleed, heb je geen eten en is je huis binnen de kortste keren een ware varkensstal. En ik ben ondertussen natuurlijk ook wel iets gewend, zo met die lange operatie-geschiedenis.
Dus, nee, zo straf is dat eigenlijk allemaal niet. 
Dan ken ik een heel aantal veel straffere madammen, hoor.
Mijn pijn, hoe lastig ook, die gaat vroeg of laat weer over. Ik heb ontzettend bewondering voor die vriendinnen die elke minuut van elk uur van elke dag pijn lijden, intense knagende pijn die nooit meer over gaat, en ondanks dat de moed opbrengen om toch weer elke ochtend uit bed te komen en zelfs zo goed als normaal te functioneren. Da's een stuk straffer, vind ik.
En dan de dames die in één of andere vorm van de zorgsector werken en zonder veel ophef, bijna onopvallend, maar met veel inzet en liefde hun dagen besteden aan het verlichten van pijn en andere noden. Verpleegsters, thuishulpen, poetsvrouwen, onthaalmoeders, vrijwilligers,... maar ook hele gewone dames die zich belangeloos ontfermen over een hulpbehoevende echtgenoot of ander sukkelend familielid. Hoe straf is dat!?
Straffe madammen ook, die vriendinnen van mij, die hun 'mannetje' weten te staan in een beroep of werkomgeving die nog sterk of hoofdzakelijk door mannen gedomineerd wordt.
Naar mijn idee zijn zowat alle moeders die ik ken ook wreed straffe madammen. Ik kan me werkelijk niet inbeelden hoe het moet zijn om én een voltijdse baan te hebben, én voor man en kinderen te zorgen, én een heel huishouden van verschillende personen en karakters te runnen. Koken, wassen, strijken, poetsen, boodschappen, voor en na rondrijden om iedereen op school, werk of hobby te krijgen... Wanneer slaap je dan nog? Je loopt jezelf voorbij volgens mij. En dan te zeggen dat sommigen onder hen zélfs ook nog tijd voor hun eigen hobby's vinden. 
En wat te denken van derde-wereld- en vluchteling-moeders. Hoe straf zijn zij!? Elke dag weer, in de meest onmogelijke, vaak levensgevaarlijke en hopeloze situaties, die helse strijd om je kinderen te beschermen, wat te eten en te drinken te kunnen geven, en ook nog iets van een dak boven hun hoofd, warm, droog en vooral graag ergens veilig...
Moeders, ik heb er echt mateloos respect voor.
Maar mijn ontzag is nog veel groter voor die straffe dames die ondanks de dreiging van gevangenschap, marteling, verminking en terechtstelling zowat overal in de wereld opkomen voor de rechten van de vrouw. Zij die hun lijf en leven riskeren om hun 'zusters' te redden van onderdrukking, misbruik en uitbuiting. Zij die strijden om vrouwen vrijheid en gelijke kansen te schenken. Mijn toch wel uitgebreide woordenschat schiet tekort om te vertellen hoe straf ik dàt wel vind...
Vrouwen geven leven, letterlijk en figuurlijk. Zij dragen, zo vaak ongezien en ongehoord, zonder klagen zowat elke soort zorg en last op hun schouders en maken in al die zo verschillende landen op al die uitgestrekte continenten dit aardbolleke tot 'thuis'.
Weet je, hoe meer ik er over nadenk hoe zekerder ik het weet: de wereld loopt écht vól van straffe madammen. 
En wie weet ben ik er daar louter toevallig, heel soms en slecht voor even ook wel eens ééntje van in een plots geïnspireerd en sterk moment, maar niet wat de heling van mijn gebroken botten betreft, vind ik persoonlijk.
Trouwens, ondertussen weer keurig aaneen gegroeid en voorbeeldig verder genezend mag en kan er op die schouder vermoedelijk spoedig ook weer terug wat 'wereld-last' komen te liggen. En ja, omdat dat ietsje eerder is dan bij de doorsnee patiënt zou je dat eventueel een heel klein ietsiepietsie beetje 'straf' kunnen noemen. Maar ook absolùùt niet meer dan dat. ;-)

(Hoera voor sterke vrouwen. Dat we hen mogen kennen. 
Dat we hen mogen zijn. Dat we hen mogen opvoeden.)

dinsdag 2 juni 2015

Tramheldin.

"Moet u aan de volgende halte uitstappen, meneer? Nee? Wil u dan aub doorschuiven en de deur niet blokkeren voor de andere reizigers."
"Juffrouw, voeten op de bank, doet u dat thuis ook? Dat kan u 75 euro boete kosten! Volgens mij kunt u dat geld wel op een betere manier gebruiken!"
"Op de tram wordt niet gegeten, mevrouw. Stop dat broodje snel weer weg in uw tas en stap gerust aan de volgende halte af om op een bankje op het perron verder te eten."
"Jongeman, dat ge uw eigen oren om zeep helpt met die oorverdovende muziek, da's erg genoeg, maar ge moet uw medereizigers er niet ook nog eens mee lastig vallen. Zet het geluid maar snel een heel stuk stiller!"
"Ook ne goedemorgen meneer! Dat u op dit vroege uur al een halve liter bier wenst te drinken, dat moet u weten, dat zijn mijn zaken niet, maar niet op de tram! Volgende halte: in de vuilbak er mee aub!"
De kleine, redelijk bolle mevrouw, kort haar en bril, in een niet echt goed zittend De-Lijn-uniform, met blinkende badge op de borst en piepende walkietalkie aan de riem, stapte vinnig en fluks, op haar duidelijk zeer comfortabele schoenen, heen en weer van vooraan in de tram naar helemaal achteraan en terug. En iedereen die op de één of andere manier de huisregels van het openbaar vervoer overtrad werd streng en kordaat maar tegelijkertijd ook absoluut beleefd en vriendelijk door haar aangesproken.
Door de mengeling van haar charisma en het moederkloekgevoel straalde ze op een erg fijne manier een niet te ontkennen gezag uit. Torenhoge potige kerels, eigenwijze oude madammekes, zelfs de meest tegendraadse hangjongeren,... Iedereen, van welke afkomst, taal of leeftijd dan ook, ze gehoorzaamden allemaal zonder morren.
En ik vond het heerlijk. Ik vond het fan-tas-tisch! 
Eigenlijk zouden mensen uit zichzelf genoeg fatsoen en opvoeding moeten hebben om zich aangenaam en respectvol te gedragen in openbare ruimtes, zeker als je zo dicht op elkaar zit als in een tram of een bus, en ik denk vaak "allé, dit kàn toch écht niet meer!..." maar zwijg uit angst er nog een pak rammel bovenop te krijgen...
Mijn ontzag voor deze mevrouw was dus groot.
Liefst had ik haar een enthousiaste staande ovatie gegeven onder luid 'hoera' en 'bravo' geroep, maar dat heb ik bij nader inzien toch maar gelaten: ze zou me zeker en vast vriendelijk maar streng op m'n plaats gezet hebben wegens openbare ordeverstoring en geluidsoverlast... hihi ;-)