Posts tonen met het label De Lijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Lijn. Alle posts tonen

vrijdag 2 september 2016

Eindpunt van een halte. Een leuk vervolg!

Geweldig hoe de dingen des levens toch in elkaar zitten! 
Toeval bestaat echt niet volgens mij, àlles heeft z'n tijd en reden.
Eergisteren schreef ik over het premetrostation 'Opera', dat zich al m'n hele leven lang als een immer wederkerend kruispunt op zowat al m'n reiswegen bevond, over de herinneringen die er aan vast hangen en over het definitieve afscheid van het design en de layout waarin de meeste van ons dit stukje metro altijd gekend hebben.
En ik vroeg me in dat blogje ook af of het grootse terracotta kunstwerk van May Claerhout, 'Metro in de stad', waar voor mij toch wel wat emotie aan plakt, ook nog een eerbiedwaardig plekje zou hebben in dat ultramoderne station waar we over een paar jaar hopelijk van mogen gebruik maken en genieten... 
En wat denk je dat er vandaag in de krant stond? 
Juist ja: een artikel over dàt kunstwerk, én het feit dat het opnieuw een mooie plaats krijgt ergens op één van de drie verdiepingen in het volledig nieuwe metrocomplex! Leuk, zo een goed-nieuws-krantenartikel. Toch!?
Je kan het zelf lezen via deze link: Het krantenartikel in Gazet Van Antwerpen .
Ik heb er meteen even het boek met een bloemlezing van het werk van May bij genomen dat al drie decennia lang, ondertussen enigszins beduimeld, in m'n boekenrek staat, en getracht -oprecht hopend daarbij niemands copyright te schenden- er een paar mooie foto's uit te halen, zodat jullie je ook weer herinneren hoe dit kunstwerk op z'n heel eigen manier -o zo herkenbaar, met bijna kinderlijke eenvoud doch niet te onderschatten artistiek kunnen- de hele stad Antwerpen, z'n ondergrondse tramlijnen en z'n bewoners, passanten en reizigers in absoluut àl hun facetten weergeeft. Tussen de geordende wirwar van hoofdjes, lijven en stadsinfrastructuur kom je elke keer wel weer een scene tegen die je nog niet gezien had of alweer vergeten was.
Met een beetje geluk en een stevige dosis geduld kunnen we dus over een paar jaartjes het kunststuk opnieuw in al z'n glorie live gaan bewonderen. Iets om naar uit te kijken. :-)




woensdag 31 augustus 2016

Het eindpunt van een halte.

Elk bestaan kent een constant komen en gaan van mensen en dingen. We maken voortdurend kennis met massa's nieuwe zaken en nemen ook de hele tijd afscheid van minstens even veel. Meestal staan we daar niet zo bij stil, eventueel misschien bij bijzonder grootse gebeurtenissen, zoals bijvoorbeeld de aankoop van je eerste eigen stekje, afscheid nemen van je ouderlijk huis, het ontmoeten van je grote liefde, het moeten loslaten van een dierbare... 
En soms, daar waar je het totaal niet verwacht, word je verrast, zoals ik vandaag. Volledig gepland nam ik vanmiddag de tijd om even stil te staan bij een, in eerste instantie vooral praktisch, afscheid. Maar 'k had niet kunnen inschatten dat het me, nog even een paar foto's en een filmke schietend, toch wat emotioneel zou maken, een beetje melancholisch zelfs...
Voor mijn gevoel heeft het m'n hele leven lang bestaan. Ik passeerde er in m'n jeugd, op weg naar school. De routes heen en weer naar m'n werk in de Vlaamse Opera, bij bloemenwinkel 7 Days, in de Hoedensalon, aan de balie van Hotel Villa Mozart, van en naar repetities en lessen in het Mago, en al die ontelbare andere verplaatsingen naar zoveel vergeten evenementen, ze liepen allemaal langst die ene plek. De laatste 2 decennia -schat ik ongeveer- kwam ik er minstens een paar keer per week, de laatste jaren zelfs bijna dagelijks: het premetrostation 'Opera'.
En vandaag stapte ik op weg naar m'n werk aan de balie voor de allerlaatste keer uit de tram op het zo vertrouwde perron. Vanaf morgen 1 september wordt, in het kader van de heraanleg van de Leien en het Operaplein, alles ontmanteld, al dan niet gesloopt en volledig herbouwd. Mijn reisjes om welke reden dan ook richting stad zullen dus zowiezo nooit meer hetzelfde zijn.
Ach ja, ook ik zag het heus wel achteruitgaan. Het station verloederde stilaan, voldeed niet helemaal meer aan de 'moderne' tijd, steeds vaker waren er dingen stuk -roltrappen, verlichting, ticketautomaten-, er was altijd wel ergens een lek, hele stukken stonden soms blank, en ondanks de inspanningen van de immer bezige poetsploegen zagen de trappen, gangen en ruimtes er steeds groezeliger uit. Je mag natuurlijk niet vergeten dat dit station in 1975 in gebruik werd genomen, samen met station Meir en Groenplaats, en daardoor letterlijk 'uit een andere eeuw' afstamt!... Dus, tijd voor verandering, tijd voor modernisering, tijd voor comfort, tijd voor veiligheid, tijd voor vooruitgang. En ook tijd voor de indienstneming van de reeds bestaande, maar voor de gewone reiziger verborgen, tunnels en perrons, die, half afgewerkt en dik onder het stof, na al die vele jaren nog steeds geduldig wachten op hun uiteindelijke bestemming.
De dichtersziel in mij bleef, zoals dichterszielen dat plegen te doen, nog even weemoedig hangen bij wat nu voorgoed voorbij is. Zoals ik de afgelopen maanden reeds bij elke passage met enig droefheid naar de grote lege plek keek waar al die tijd, 41 jaar lang, veilig achter glas, het omvangrijke terracotta kunstwerk 'Metro in de stad' van May Claerhout had gehangen. Haar oudste zoon was mijn eerste grote liefde en dat enorme beeld met de vele honderden figuurtjes en fraaie stadsmonumenten deed me elke keer weer met een warme glimlach aan hem en die lang vervlogen, nog zo zorgeloze en onschuldige tijd terugdenken. Zou er in het ontwerp van dat nieuwe ultramoderne kruisstation met 3 verdiepingen ook een plaatsje voor het beeld voorzien zijn? Geen idee. Afwachten dus, een jaartje of 2, 3...
In elke dag, elk seizoen, elk leven -eigenlijk in letterlijk àlles wat we zien, kennen, ervaren...- maakte het oude steeds weer plaats voor het nieuwe, en met een beetje geluk meteen ook voor iets van een hoger niveau, een betere kwaliteit. Zeker als je het hebt over premetrostations. ;-)





vrijdag 12 augustus 2016

De kracht van een glimlach.

Van kop tot teen gehuld in de vele lagen van een eindeloos aantal meters prachtige Afrikaanse stof, met naast de typische motieven ook een fraaie, in goud geborduurde, sierrand, stond ze op de volle tram, tussen de vele andere reizigers door, juistekes in mijn gezichtsveld. Vermoedelijk bewonderde ik haar outfit net een paar seconden te lang, want steels keek zij terug, een beetje onderzoekend. Toen onze ogen elkaar kruisten verscheen er een verlegen glimlachje op haar mooie zwarte gezicht. En, ge kent mij: meer heb ik echt niet nodig om totaal ontwapenend, volledig open en blij, breed terug te lachen. 
Aan het station moest ik overstappen op een andere tram, en zij blijkbaar ook. Ze nam, in afwachting van, plaats op een bankje en ik zette me, op de enige nog vrije plek, vlak naast haar. Voorzichtig gluurde ze, met opnieuw die wat verlegen glimlach, even opzij naar mij en ik lachte uiteraard ook weer terug.
Wegens het lang uitblijven van het gewenste tramnummer -het was al snel duidelijk dat we op hetzelfde wachtten- klonk er af en toe bij ons allebei een diepe zucht, er werd al eens iets onverstaanbaar gemompeld, we wiebelden bijna tegelijk met onze voeten... En dat deed ons giechelden. Zo zaten we daar naast elkaar op het perron, bijzonder bewust van elkaars aanwezigheid, maar alle twee nog net niet moedig genoeg om de andere aan te spreken.
Eindelijk op de tram: één vrij bankje, voor twee. Ik wiste met m'n glimlach meteen al haar twijfel om naast me te komen zitten weg, en, eenmaal gezeten, uitte ik mijn bewondering voor haar jurk. Verlegen verontschuldigde ze zich voor haar povere Nederlands. Maar daar zit ik niet mee, we gingen eenvoudigweg over op Frans. Ze kwam uit Burundi, gevlucht voor de vreselijke oorlogen, en vond het hier erg koud. Niet alleen letterlijk -vandaar die vele lagen stof natuurlijk- maar ook figuurlijk, tussen de mensen hier... Mijn vriendelijkheid verbaasde haar dus echt wel.
Bij de laatste ondergrondse stop van de tram, nadat we zeker al 10 minuten stil stonden, liet de bestuurder weten dat hij wegens een ongeval een omweg van een 15-tal minuten zou moeten maken. Wie wou uitstappen mocht dat.
"Dan neem ik de bus voor het vervolg van m'n route naar huis", zei ik tegen m'n zwarte reisgenote die meteen wist welke bus ik bedoelde, het een prima plan vond en dus met me mee ging, de vele eindeloos lijkende trappen omhoog.
Spijtig genoeg zag ik met mijn lumineus idee één dingetje, klein detail -hum- over het hoofd: daarboven lagen honderden meters straat en een volledig kruispunt onherkenbaar opengebroken -wat we eigenlijk, als trouwe gebruikers van deze route, allebei al lang wisten maar in ons enthousiasme even vergeten waren- dus: geen bus uiteraard. Luidop lachend om onze eigen dommigheid en honderduit babbelend alsof we elkaar al jaren kenden daalden we dan maar weer af in de diepte van het metrostation en arriveerden net op tijd voor de volgende tram met het juiste lijnnummer. Vrolijk kwetterend propte we ons tussen de rest van de 'sardientjes' en ons opgewekt gesprek werkte aanstekelijk bij het groepje jongedames, allemaal met hoofddoek, waar we tussen plakten. 
Ook nu brak mijn glimlach het ijs en na mijn -ik, de eeuwig vrolijke optimist- "Hoera, we doen zo dadelijk een heel uitzonderlijk ommetje met de tram, hoe spannend!" vond niemand om ons heen het nog erg dat we wat later thuis zouden geraken. 
Terwijl ik figureerde als tolk voor de nodige simultane vertaling, van 't Nederlands naar 't Frans en terug, babbelde iedereen ongedwongen met iedereen, ambiance alom. Bij de aankondiging van déze chauffeur -zijn tram had ondertussen ook nog niet één centimeter bewogen- dat we dan tóch langst de normale route zou rijden was iedereen het dan ook meteen, breed lachend, roerend met me eens toen ik grapte "Allé jong, da meende nu toch ni! Amai, da's echt keispijtig!..."
De Afrikaanse mevrouw moest nog een paar haltes verder, maar één van de meisjes -lang, slank, mooi, ik denk Marokkaans, maar zeker hier geboren- verliet de tram samen met mij en wandelde nog een stukje mee terwijl ze haar intense blijheid uitte over dat super gezellige tramritje, waarin kleur, afkomst, leeftijd en zelfs taal uitzonderlijk eens een keertje géén barrière vormde...
"Als meer mensen zo zouden zijn, en dit vaker gebeurde, dan zou de wereld er volledig anders uit zien!" zuchtte ze nog. "Juist daarom schrijf ik dit soort belevenissen neer in een blogje", vertelde ik haar, "met de hoop mensen te inspireren, al was het maar één iemand..." En geweldig enthousiast die verhaaltjes ook te kunnen lezen schreef ze gretig de Google-gegevens op.
Ik weet dat men mij soms behoorlijk, zelfs kinderlijk, naïef vindt, en onrealistisch, wereldvreemd, als ik beweer dat één oprechte warme glimlach krachtig genoeg is om de hele wijde wereld te veranderen. Volgens mij is één 'smile' altijd de start van een positieve kettingreactie, zoals één kleine druppel in een enorme watervlakte naar alle kanten eindeloos uitdeinende cirkels op de waterspiegel veroorzaakt.
Zowiezo, zonder dom te zijn of het grote plaatje uit het oog te verliezen, alle beetjes helpen, hoe klein ook. Juist die ogenschijnlijk totaal onbelangrijke dingen, die we allemaal aan kunnen, hebben we hard nodig. Me dunkt dat deze waar gebeurde story daar toch ook weer een erg mooi bewijs van is...
Dus -zeg maar dat ik het gezegd heb- laat deze wereld jouw glimlach niet veranderen, maar verander met jouw glimlach de wereld! *Smile!* :-)


vrijdag 29 juli 2016

Kleur bekennen.

Op de bus richting stad had ik hem al een tijdje in 't oog, zelfs tussen de vele opeengepakte medereizigers viel hij op: een indrukwekkend grote, ongewassen-ongeschoren, goor uitziende blanke man. Z'n veel te kort ooit-eens-wit-geweest T-shirt verborg met moeite de helft van zijn reusachtige, zwaar doorhangende bierbuik. 't Liet absoluut niets aan de verbeelding over. En z'n vervaarlijk afzakkende jeansbroek werkte vandaag duidelijk ook niet echt mee...  
In het midden van de bus, op de daarvoor voorziene plek, stonden 4 kinderwagens. Eéntje van een Joodse mevrouw met 2 identiek geklede dochters, ééntje van een gesluierde Marokkaanse dame met een schattige baby, ééntje van een blank moeder-en-kind-stel en tot slot, en dat was de grootste en ook mooiste 'voiture', ééntje van een tot in de puntjes verzorgd prachtig jong zwart gezin: papa, mama, 2 dochtertjes en een baby.
De groezelige man hing in het voorste deel van de bus zichzelf overeind te houden en staarde, onafgebroken aan z'n broek sleurend, als geobsedeerd naar die 2 kleine snoezige zwarte meisjes. Akelig. En ik was niet de enige die het zag en er z'n bedenkingen bij had...
Plots, zonder enige directe aanleiding, begon hij tegen die zwarte moeder zwaar van z'n tak te maken omdat die 'verdomde voiture van haar' de doorgang naar het achterste deel van de bus blokkeerde. Uiteraard versperden alle vier de kindervoertuigen tezàmen de passage, maar hij viseerde uitsluitend deze ene mama. En haar echtgenoot pikte dat ab-so-luut niet!...
Ja, toegegeven: zijn reactie was er totaal over, buiten alle proportie overdreven heftig. Zijn protest klonk zodanig fel dat het meteen ieders aandacht trok. En terwijl de mama haar kindjes beschermend tegen zich aan trok verdedigde hij in een soort Spaanse colere zijn jonge gezin met bijzonder veel tamtam, brede dreigende gebaren en gewelddadig veel decibels.
De gefascineerde medereizigers bereidden zich alvast voor op het dreigende bloedbad, doch de buschauffeur zette beheerst zijn voertuig langst de kant van de weg, stapte uit en kwam, via de zijdeur halverwege, het tumult van dichtbij bekijken. Met een "allé allé allé, heb eens een klein beetje respect voor elkaar, zeg!" trachtte hij rustig, op een kalmerende toon en met enige vaderlijke autoriteit de gemoederen te bedaren. 
De vieze man was ondertussen ook vooraan uitgestapt en wrong zich nu van achter de chauffeur via de zijdeur terug naar binnen, naar het achterste deel van de bus, en zette zich -blof- wreed content met zichzelve zo breed mogelijk in het midden op de achterste bank. Drie halten verder verliet het mooie gezin het reisgezelschap. Klaar. Einde verhaal. Of toch niet misschien?...
M'n van streek zijn door dit voorval was in niets te vergelijken met de regelrechte paniekaanval die de ongegeneerde en ongecensureerde reacties van de opgefokte toeschouwers bij mij veroorzaakten.
Meteen van bij het opnieuw beginnen bollen van de bus, dus zelfs nog voor dat gezin het voertuig verliet, vulde de lucht zich razendsnel met uitspraken van onverbloemd racisme. De pure haat naar alles -echt àlles, dus niet alleen 'zwart'- van elke mogelijke andere origine kneep me m'n keel dicht. Een instant stijlvoorbeeld van die gigantische kloof tussen 'wij' en 'zij', bedoelende op 'wij, de blanken' -de echte Vlamingen uiteraard- en 'zij, de andersgekleurden', met in deze laatste groep absoluut géén discriminatie: écht àlles dat niet Dash-Ariel-VanishOxiAction-witter-dan-wit is...
Benauwd naar lucht happend, overmand door een uitputtende intense droefheid en bijna beschaamd een mens te zijn bedacht ik me welk een totaal ander verhaal ik te vertellen had mocht dat lieftallige jonge gezinnetje blank geweest zijn... En die vunzige man zwart!...
Een blànke heldhaftige vader kon vast en zeker -daar verwed ik m'n maandloon  op- op schouderklopjes en een staande ovatie rekenen! En de chauffeur had die zwàrte viezerik vermoedelijk stante pede z'n bus uit gezet... Ja toch?!
Weet je, al besef ik zeer goed dat dit leeft tussen de mensen, soms schrik ik echt van hoe diep geworteld en algemeen die wij-zij-haat wel is, hoe snel men partij kiest en zonder ook maar één ogenblik van reflectie met die zo licht ontvlambaar kudde mee loopt.
Wie van ons is trouwens 'ras-zuiver'? Europa is doorheen eeuwen geschiedenis zo vaak door allerlei culturen bezet geweest. Van hieruit veroverde men zowat de hele wereld. Er vonden tussen al de verschillende continenten zoveel grote volksverhuizingen plaats. En vandaag de dag reist zowat iedereen naar overal... Geloof me, we zijn allemaal een mix. Een mix van mensenkleuren.
Meer nog, als je ver genoeg terug gaat in de tijd dan zijn we zelfs allemaal familie. Niet dan? 
Ideetje! Bekijk je mede-aardbewoners vanaf nu eens als je nieuwe -behoorlijk uitgebreide- familie, inclusief de mogelijk wat eigenaardige 'figuren' die je er nu eenmaal bij moet nemen. Zie hen als je eigen broer, zus, moeder, vader, grootouder, kind... en voor wie ze zijn als méns. Dat is, denk ik, een prima oefening naar respect, naar mededogen,... en uiteindelijk misschien zelfs naar wereldvrede toe. 
Ik probeerde het daarstraks alvast even uit en werd er meteen weer helemaal m'n vrolijke zelf van! :-) Nu jullie nog... ;-)




zaterdag 11 juni 2016

Shaken, not stirred.

Dat al m'n wervels, van boven tot beneden, van geen beste kwaliteit zijn, dat weet ik ondertussen al geruime tijd. Dat daardoor onnodig zware inspanningen en schokken allerhande best vermeden worden, dat is me ook bekend. En dat met hotsende botsende rammelbussen meerijden daarom eigenlijk al vele jaren geen goed idee meer is, ook daarvan ben ik me terdege bewust.
Maar zonder openbaar vervoer raak ik niet op m'n werk, dus 'verdraag' ik dagelijks 2 busritten van elk een klein half uurtje, waarbij ik vermoedelijk af en toe bijzonder vreemde, misschien zelfs grappige, snuiten trek als er weer eens met een knal een hoge stoep of met een boenk een diepe put 'meegenomen' wordt... Auw. Er zijn dagen dat ik uitgeput bij de receptie aan kom omdat de inspanning van de rit m'n rug nét dat ietsje te veel was, maar over het algemeen klaag ik niet, hoor. Het is te doen. Tot gisteren...
De chauffeur aan het stuur van mijn bus 32 had absoluut geen kaas gegeten van autorijden, laat staan busrijden. Alsof hij nog ergens op een lege supermarktparking voor het eerst leerde schakelen, gas geven en remmen -ge kent dat typische 'geschok' wel- reed hij de héle afstand, meer dan 30 minuten lang, in korte zeer venijnige snokken, de passagiers vooruit, achteruit en van links naar rechts als lappenpoppen door elkaar schuddend. Het was ver-schrik-ke-lijk. Echt, horror. Ik zag oudere personen los van hun zitje knallen, mensen konden zich amper staande houden, bagage kletterde door de ruimte... Als ingrediënten voor een cocktail in een reuzenshaker!
Halverwege die duivelse rit werd de pijn in mijn nek zo allesoverheersend dat paniek me overmande maar van afstappen en de volgende bus nemen was geen sprake: dan kwam ik te laat op m'n werk.
(Wel een beetje bedenkelijk trouwens: dat ik het welzijn van m'n eigen lijf en leden blijkbaar zonder nadenken ondergeschikt maak aan plichtbewust zijn, discipline en mogelijke noden van anderen... Maar da's voor een andere keer.)
Netjes op tijd, weliswaar met pijn in hoofd, schouders en linkerarm maar wel weer helemaal kalm, begon ik moedig en zonder veel tralala aan m'n shift, om na een tijdje toch te constateren dat ik, steeds erger, volledig weg draaide elke keer ik m'n hoofd voorover boog om te schrijven of te typen. Resultaat: na nog wat getwijfel en een paar gesprekjes met verschillende verantwoordelijken, in de auto met vriendin Ingrid, als in een déjà vu, nog maar eens op een vrijdagavond naar de spoed. Al was het maar om niet totaal ongerust aan m'n weekend te moeten beginnen.
De erg vriendelijke en bijzonder charmante spoedarts voerde alle gangbare neurologische, kracht- en bewegingstests met me uit. Afgezien van de pijn bij het op m'n nekwervels duwen -en hij blééf duwen uiteraard- stelde hij gelukkig niets stuk of abnormaal vast. Door de vele, zeer hevige en kort op elkaar volgende snokken waren het 'slechts' m'n spieren, die zich, ter bescherming van m'n wervelkolom, zodanig strak aangespannen hadden dat ze al die pijn, uitstralingen, tintelingen en zelfs het 'uitgaan van m'n licht' veroorzaakten.
Wreed stijf in nek en schouders een weekendje pijnstillers en spierontspanners slikken en platte rust. De was en de plas hier in mijn rommelkot zal dus alwéér wat langer moeten blijven liggen... En maandag 'gewoon' opnieuw naar het werk. Met de bus uiteraard.
Of ik op al die pillen misschien ook nog een trappist mocht drinken, ter ontspanning, vroeg ik giechelend aan de apotheker. "Schitterend idee", vond ze, "zolang je maar niet overdrijft, geen 3, hé", knipoogde ze er achteraan.
Dus ik bekijk het maar weer langst de zonnige kant: met speciale dank aan De Lijn en de knappe spoedarts heb ik dit weekend de officiële toestemming, zwart op wit op papier zelfs, om hier in huis de boel de boel te laten en lekker lui languit op de zetel of in bed door te brengen, zo gewenst zélfs met een lekker biertje er bij, en gelukkig ook met de geruststelling dat er niks 'stuk' is.
Er zijn ergere dingen in de wereld, hé. hihi ;-)


maandag 23 mei 2016

Vrolijk varen-verhaaltje.

"En? Nog spannende dingen meegemaakt op het openbare vervoer? Geen nieuwe belevenissen te vertellen?" Vanmiddag moest ik de dames aan de balie nog teleurstellen. Behalve m'n doodgewone ergernissen (kauwgomkauwers, picknickers en beatboxers) en m'n doordeweekse angsten (snelheidsduivelbuschauffeurs, levensgevaarmanoeuvers en geen-veiligheidsgordels-paniek) viel er niets te melden. Maar da's ondertussen alweer veranderd: m'n bus- en tramrit huiswaarts is opnieuw een blogje waard.
Uiteraard was dat enigszins te voorspellen als je, zoals ik vanavond, op stap gaat met een flinke boodschappentas met daarin een forse varen... 
De wilde varen, uit de bosrijke tuin van Herta -waar eerder al die lading brandnetels vandaan kwam (*)- al een tijdje door mij gezocht om het donkerste en immer wat vochtige hoekje van m'n, voor de rest vrolijk volgepropte, terras ook van overdadig groen te voorzien, en die, wees gerust, ondertussen in een emmer met een mooie bodem water staat te bekomen van z'n, voor een plant dan toch, bijzonder avontuurlijke reis.
Aan de halte flapperden z'n frisgroen jonge bladeren zodanig hard in de strakke bries dat een paar van hen knakten. Dat maakte de mooie plant meteen extra breed en, uiteraard, daardoor dus ook een heel stuk onhandiger... Maar, het lukt me toch om mezelf en m'n groenvoorziening zonder verdere schade in de bus te hijsen en veilig en wel neer te gaan zitten.
Tijdens de rit richting Antwerpen deinde het groen op het stoeltje naast me, keurig overeind gehouden door m'n arm, heen en weer, op en neer, lustig mee op het ritme van de hotsende-botsende wielen. Achter me hoorde ik een stel jonge gasten 'die is met hare wiet op uitstap' gniffelen, maar heel erg appetijtelijk vonden ze hem dan precies toch ook weer niet. 
Op de paar honderd meter te voet van de bushalte naar de metro bracht de wind de arme plant nog meer schade toe, nog wat gevederde blaadjes braken.
Op het metroperron stak al dat frisse groen schel af tegen de grauwe smerigheid van de aftandse ondergrondse, maar ondanks z'n opvallende verschijning moest ik hem toch stevig in bescherming nemen tegen de wilde stromen, door haast verblinde pendelaars. 
Op de overvolle tram stapelde ik alles wat ik bij me droeg op m'n schoot: onderaan de druipend natte paraplu, daarop de dikke boekentas en helemaal bovenaan, de zak met de kluit aarde ongeveer ter hoogte van m'n nek, de ondertussen wat zielig ogende groene sprieten, nog steeds moedig wuivend en zwierend, tot ze in m'n haar vast kwamen te zitten...
En opnieuw ingehouden gegiechel en onnozele commentaar, natuurlijk, wat had je gedacht, uitsluitend àchter me, netjes uit m'n gezichtsveld. 
'Nen triestige plant met nen triestige plant!', 'Amai, zo ne verlepte sallaad!', 'Woar goat die mé da bos nor toe?!', 'Palmbomen horen in de Sahara!' en meer van dat soort 'hahaha-o-wat-zijn-wij-grappig' gedoe.
Tja, als iemand een beetje uit de toon valt is plots iédereen een komiek, hé. 'Och, ze kunnen er maar lol mee gehad hebben', denk ik dan. Dat mag.
Toen ik er, aangekomen bij mijn halte, breed glimlachend zélf een piepklein grapje over maakte -'Opgepast dames en heren, het oerwoud moet afstappen!'- deden al die o zo mondige commentatoren plots alsof ze het in Keulen hoorde donderen en nog totààl niets gezien, laat staan gezegd hadden. Raar is dat, vind je niet? Het zijn ook nogal helden, hé... 
'k Weet wel zeker dat zij het niet zo snel zouden aandurven om bus of tram op te stappen met zo'n uitpuilende plastieken boodschappentas boordevol zwierende en zwaaiende groenexplosie!... Ik lekker wél. ;-)
* lees ook het blogje "Ecologische terras-oorlog, deel 2: een netelige kwestie"


woensdag 16 maart 2016

Portefeuilleperikelen.

Vanmiddag op de bus trok de bijzondere verschijning van een jongeman, ik schat hem vooraan in de dertig, mijn bijna volledige aandacht: hij droeg een echt fascinerende en prachtige Dali-snor!* Nooit gezien en 't stond hem prima. En hij trok nét niet àl m'n aandacht, want ik had ook nog een beetje oog voor het vertederende beeld van een wat oudere man met een kindje op schoot, ik veronderstel grootvader en kleinzoon, duidelijk niet echt gewend om de bus te nemen. Een beetje onhandig dus, maar op een ontroerende manier.
Eén halte voor mij stapten ze af, zowel die fraaie snor als dat schattige duo, en gingen elk hun eigen weg. Terwijl de bus zich terug in beweging zette begaf ik me, zoals gewoonlijk, alvast op 't gemakje richting uitgang en zag op het stoeltje waar die man met het jongetje gezeten had een grote bruine portefeuille liggen. Uit een achterzak gevallen veronderstel ik...
Bezorgd haastte ik me ermee naar de buschauffeur, een sympathieke jonge Marokkaanse man, die, geweldig verbaasd over zoveel eerlijkheid en medeleven, meteen zwaar op de rem ging staan en z'n voertuig uit sprong om te kijken of die man ons misschien niet in paniek achterna gelopen kwam. Maar spijtig genoeg: hij was niet meer te bespeuren...
In de dikke portefeuille zat, behalve veel bankkaarten en geld -allé, 't is te zeggen: naar mijn maatstaven dan toch, hé...- gelukkig ook een identiteitskaart. De ondertussen al helemaal mee ongeruste chauffeur verzekerde me dat hij op z'n terugweg, zo ongeveer een kwartiertje later, aan de overkant van de halte weer even zou stoppen om uit te kijken naar de eigenaar van het verloren voorwerp en dat het anders prima, ik moest er zeker niet aan twijfelen, terugbezorgd zou worden door zijn dispatch. 
En hij vervolgde weer snel zijn onderbroken traject want ondertussen had zich reeds een lange toeterende file achter z'n bus gevormd.
In het zonnetje verder wandelend naar m'n werk bedacht ik me dat ook ik eigenlijk wel even had kunnen teruggaan op zoek naar de eigenaar van de portefeuille, of eventueel het belangrijke kleinood ook had kunnen posten van op m'n receptie, aangetekend en wel, of het toch minstens naar het politiekantoor wat verderop had kunnen brengen... Tja, mogelijkheden zat, maar ik heb het terugbezorgen in de handen van die buschauffeur gelegd. En hopelijk is ook hij een eerlijke en medelevende mens. Uiteindelijk is het enige dat echt telt dat deze portefeuilleperikelen een happy end kennen. 
En dat, dat ga ik dus vermoedelijk nooit te weten komen... ;-)



* U weet wel, kunstenaar Salvator Dali
     en zijn beroemde snor.

donderdag 15 oktober 2015

Als sardientjes in een blik.

Mijn tramlijn huiswaarts passeert aan verschillende metrostations die wel gekend zijn bij bezoekers van 't Sportpaleis. Op topdagen in de kalender van deze reusachtige sport- en cultuurtempel zit niet alleen het autoverkeer in die buurt van Deurne muurvast, ook op het openbaar vervoer zal je het geweten hebben...
De afgelopen 2 dagen, met de voorstellingen van U2, viel het me eigenlijk best mee: telkens ongepland laat vertrokken op het werk was de grootste vloedgolf concertgangers vermoedelijk reeds voorbij gerold. En in de toch nog steeds goed gevulde tramvoertuigen vond ik gelukkig elke keer een zitplaatsje.
Vandaag mocht ik een stukje mee met de auto en zoveel vroeger dan gewoonlijk legde ik het laatste eind naar huis af met m'n vertrouwde trammetje, voor de verandering eens vanuit de tegenovergestelde richting.
Het enorme aantal luidruchtige fuifnummers, in opgewonden feeststemming, dolgelukkig met het nog op het laatste nippertje bemachtigde ticket in de hand, stroomde nog nét niet het rijtuig uit.
En dan sta je voor de keuze: je kan je er mopperend, uitgeput als je bent van je werkdag, tussen wringen, en benauwd zuchtend hopen dat je snel weer uit die miserabele situatie geraakt... of, je kan jezelf, ondanks je zere voeten en vermoeide hoofd, een ritje lang mee in de algemene feestsfeer smijten. Als het even kan kies ik altijd voor het laatste, wetend dat een gniffelende opmerking met een guitig gezicht over 'als sardientjes in een blik' meestal volstaat...

De tram vervolgde piepend en wiebelend zijn reisweg en bij elke halte propten er zich, ongelofelijk maar waar, nóg meer grote en kleine lijven bij. 
Als welopgevoed reiziger schuifel je dan, ook al kan het eigenlijk niet echt meer, voorzichtig een stukje 'elders' heen, zodat hopelijk iedereen mee kan. Maar tegelijkertijd neemt je ongerustheid toch ook toe en angstig gaat er even door je hoofd: "hoe ga ik in godsnaam tijdig van tussen die bij elkaar geperste mensenmassa raken?...
Volgens mij kun je met beleefdheid veel vragen, en met een stevige dosis fijne humor erbij zo ongeveer àlles. Dus, goed op tijd, verkondigde ik met een brede glimlach aan m'n uitgelaten omstaanders dat ik spijtig genoeg niet vrolijk met hen verder zou reizen en hen over 2 haltes met pijn in het hart ging verlaten omdat ik hoogdringend mezelf en de poezen te eten wenste te geven.
Begeleid door een gierend lachsalvo van z'n lollige vrienden vroeg de man vlak voor me ad rem en met een ondeugende knipoog "en wat hebt u er voor over indien we u door zouden laten?!..."
Mijn kordate antwoord hadden ze zeker en vast niet zien aankomen: zonder enige vorm van twijfel graaide ik een pakje kerstconcertflyers uit m'n handtas en stopte er elk van hen ééntje in de hand, ondertussen op mezelf wijzend met de woorden "beste vrienden concertliefhebbers, deze zangeres ontvangt zulk enthousiast publiek als jullie ook zeer graag op haar concerten!" 
Verrast en ietwat overrompeld week de mensenzee als vanzelf uit elkaar en vormde een mij juist passende doorgang tot aan de deur. 'k Had meteen even een Mozes-binnenpretje... Nog voor ze het goed en wel beseften stond deze voor hen 'onverwachte, ongekende, misschien wel beroemde' dame al in de regen op het perron. Met een podiumwaardige zwierige buiging en een meer dan stralende lach wenste ik hen hartelijk nog een bijzonder fijne avond toe en glimlachte mezelf door de natte straten naar huis. 
Als sardientjes in een tramblik, zelfs dààrvan kan je een olijke minivoorstelling maken. Zeker als je de enige echte Kerst-Miss bent, hé... ;-)



maandag 31 augustus 2015

Het kleine verschil.

Vanmiddag op weg naar het werk:
- Grote rode paraplu openen, tegen de verschroeiende zonnestralen.
- Van kop tot teen kletsnat en doorweekt, van binnen naar buiten toe, door het onoverkomelijke hevige zweten.
- Flotsch, flatsch, flotsch, natte voeten glibberend in natte sandalen.
- Tot kotsen toe misselijk en met hoofdpijn in de ondragelijk warme bus, met een hete lucht blazende airco.
- Half pakje papieren zakdoekjes opgebruikt om alle vocht op te deppen.
- Munt-en-eucalyptus-bonbons sabbelend om de dorst te lessen.
- Ter plaatse aangekomen: met een ventilator een paar uurtjes rustig en kalm blijven neerzitten en opdrogen.

Vanavond op weg terug naar huis:
- Grote rode paraplu openen, tegen het neergutsende hemelwater.
- Van kop tot teen kletsnat en doorweekt, van buiten naar binnen toe, door de onontkoombare hevige regen.
- Flotsch, flatsch, flotsch, natte voeten glibberend in natte sandalen.
- Van de kou rillend en met een kuchje in de vochtig kille bus, met een ijslucht blazende airco.
- Resterende helft papieren zakdoekjes opgebruikt om alle vocht op te deppen.
- Munt-en-eucalyptus-bonbons sabbelend om de hoest te stillen.
- Ter plaatse aangekomen: met een handdoek een paar uurtjes rustig en kalm blijven neerzitten en opdrogen.

Zon of regen, 't maakt, als je 't zo eens op een rijtje zet, eigenlijk echt niet zoveel verschil. Behalve dan misschien dat eeuwige 'wel of niet die zonnebril'... hihihi ;-)


vrijdag 31 juli 2015

Tutterfruttoestanden.

Ik heb een hekel aan kauwgom. 
Ik heb een woeste, angstaanjagende, afschuwelijk gruwelijke, op het randje van moordneigingen, afgrijselijke hekel aan kauwgom!
En vraag me niet waarom. Niet het minste idee van waar al die aversie vandaan komt, maar het is een feit. Ik meen het serieus. Niks aan te doen. 
'k Dacht wel eens dat het misschien uit een trauma, overgebleven uit m'n jeugd, zou kunnen zijn ontstaan. Op de schoolbus wreven de pestkoppen van dienst regelmatig hun chicklet in m'n staarten, met als gevolg een kop haar waar, alweer maar eens, een heel stuk uit weggeknipt moest worden... Ellende.
Maar om dat als enige reden te zien is volgens mij m'n walging te groot, al heb ik er op de tram en bus wel het meeste last van, van mijn tutterfrutfobie, als er weer eens zo'n Stimorol-, Mentos- of Sportlife-enthousiasteling vlak achter of knal voor me z'n kaakspieren en gebit al te geestdriftig zit te benutten.
Af en toe is de afkeer zo overweldigend dat ik, als in een vreselijke nachtmerrie, al die malende monden vol gore tanden en druipend speeksel als uitvergrootte horrorkauwmachines dreigend happend op me af zie komen. 
Soms vrees ik per ongeluk niet op de bus maar in een enorme vrachtwagen voor veevervoer te zijn gestapt, gesandwiched tussen minstens een paar honderd als in trance herkauwende runderen...
Nu hoor ik meteen een pak mensen denken of zeggen: "zeg, wat zijt gij een intollerant geval..." Tja, sorry, hoor, maar ik kan er echt niet tegen, tegen
al dat oorverdovend gekauw, gesmak, geslurp, geknal en gezabber. 
En zelf mee tutterfrutten helpt voor geen meter: dan krijg ik het binnen de minuut zwaar op m'n zenuwen van m'n eigen!...
En eerlijk gezegd, ik snap er eigenlijk ook nog steeds niet helemaal het nut van. Er zijn betere manieren om je frisse adem terug te vinden of die properdere tanden, en als intensieve bezigheidstherapie op die eindeloze, nou ja, ritten met het openbaar vervoer... Goh, lees dan een boek, hé, of de krant, vul een kruiswoordraadsel in, of doe oortjes in en luister wat naar muziek.
Afin, veel hangt ook af van mijn gemoed, dat geef ik graag toe. De ene dag is de andere niet. En ik weet het, hoor, ik kan hier soms een serieus stukske over zagen. Misschien moest ik hiervoor ook maar eens in therapie gaan... In tutterfruttherapie, voor de tutterfrutstuipen van m'n tutterfrutfobie! hihihi
En met een koppel degelijke oordopkes of oortjes met zo-luid-ik-verdragen-kan muziek, uiteraard in combinatie met een stevige zo danig donkere zonnebril dat ik geen hand meer voor m'n ogen zie, zal ik me ondertussen wel beredderen in al die tutterfruttoestanden. ;-)


donderdag 2 juli 2015

Zilte zeeën zout zweet.

Met deze hitte is het fijn thuiskomen in mijn oostelijk gericht appartement. Door wat goed uitgedacht open- en toeschuiven van gordijnen blijft de temperatuur in alle kamers voorlopig rond een verdraagbare 25 graden. 
Nu ze hun angst voor dat vreemde windding overwonnen hebben claimen de poezen Pompon en Poekie de overurendraaiende ventilator. Maar da's oké: ik dobber lekker in het koele bad. Het heerlijke frisse water spoelt zalig de vele emmers transpiratie van vandaag van m'n huid.
Met de ramen en deuren wagenwijd open, een wapperende ventilator naast de computers, zo rustig mogelijk op het toetsenbord rammelend en met zo min mogelijk gedoe de telefoon opnemend was het op het werk nog juist uit te houden. Bij elke grotere inspanning en, o ramp, bij het met veel héét water afwassen der eindeloze rijen koffiekopjes stroomde meteen een zee van honderden zoute parels over m'n hele lijf. 
Terug aan de bushalte, op 't heetst van de dag, verfriste de opgekomen bries mijn paraplu-parasol-schaduwplekje en al snel verscheen de bus. De bus met de ijskoude airco, waar ik anders een stijve nek van krijg, maar vandaag hevig verlangend naar uit keek. Maar... ik had het dubieuze genoegen mee te mogen met het allernieuwste busmodel: ééntje met een airco die het écht niet trok en zowaar héte lucht blies. En natuurlijk ook zónder venstertjes die je zou kunnen openen...
Onmiddellijk gutste het zweet aan alle kanten uit m'n poriën. 
De druppels zochten hun weg vanuit m'n dot langst m'n oren naar m'n nek en schoven met een sierlijke bocht één voor één in m'n decolleté, vanwaar ze, eenmaal verzameld, als een kleine zondvloed doorbraken tot aan m'n navel. Midden op m'n rug biggelde het zoute vocht aan hoge snelheid richting staartbeen. De nattigheid uit m'n knieholten sijpelde langst m'n benen omlaag en drupte na een krul rond m'n enkels in m'n door de hitte pijnlijk knellende suede sandaaltjes. 
Alle passagiers hanteerden hijgend en puffend drijfnatte zweetzakdoeken, wapperden met slappe kranten, trokken nóg wat van de al schaarse kledingstukken uit en snakten, net zoals ik, als vissen op het droge, hopeloos naar een hapje lucht, een teugje zuurstof.
Eindelijk, het leek een eeuwigheid te hebben geduurd, arriveerden we, als in ons eigen nat gestoomde soepkiekens, aan de Rooseveltplaats. Ik rukte me met m'n laatste puf los uit het doorweekte zeteltje en stapte opgelucht uit. 38° buiten vandaag, maar de hete zomerlucht en de zotte wind voelden na deze rit verbazingwekkend koel aan. Hemels zelfs. De koelte van de metro deed me rillen, maar net zoals de overvolle broeierige tram kon me dat geen barst meer schelen: nog heel even volhouden en ik was weer thuis!
Nu klotst het zalig koele water zachtjes om me heen. Voor vandaag laat het zilte zweet me weer los. Langzaam kom ik terug tot mezelf en vooral: weer helemaal op temperatuur. ;-)



dinsdag 30 juni 2015

Een brug te ver...

Vanmiddag, op weg naar huis, reed ik als passagier van bus 32 over de brug boven de ring rond Antwerpen ter hoogte van Berchem Kerk. Halverwege die brug zag ik een man op het smalle richteltje aan de àndere kant van de reling zitten, zich vasthoudend met slechts één hand, z'n voeten bengelend boven de voorbijrazende auto's. 
De radertjes in mijn brein moesten een paar seconden draaien voor ik besefte dat dit plaatje niet klopte. Maar dan was het voor mij ook meteen zonneklaar dat hier iets niet pluis was en de situatie mogelijk snel gevaarlijk of zelfs dramatisch kon uitdraaien.
Ik nam m'n telefoon en tikte het nummer 112 in. En terwijl ik de mevrouw aan de andere kant van de lijn helder en duidelijk de situatie uitlegde zag ik de reizigers om me heen behoorlijk vreemd naar me kijken, sommigen zelfs met een blik van "waar bemoeit gij u mee!?..." Het kan natuurlijk zijn dat zij die man niet gezien hadden, maar dan nog...
Alleszins, bij de nooddienst namen ze m'n melding wel ernstig en ze zouden onmiddellijk iemand sturen. En de bus reed verder.
Maar m'n gedachten bleven op de brug, bij die man. 
Luister, ik begrijp zeer goed, uit persoonlijke ervaring, dat het leven je soms zo de strot kan toeknijpen dat je wil dat alles ophoudt. En naar mijn mening staat het je, aangezien het tenslotte jóuw leven is, vrij om er, desnoods, een eind aan te maken. 
Maar dat praat van een brug op een drukke snelweg springen absoluut niet goed. Op dat moment gaat het namelijk niet meer over jouw leven alleen. Je speelt ook met het voortbestaan en het geluk van al die bestuurders en passagiers in die vele aanstormende voertuigen onder je...
En mocht dit een man zijn die 'gewoon' een 'leuk' plekje zocht om 'gezellig' een tijdje in die verschroeiend hete zon te hangen, dan volstaat volgens mij de 'veilige' kant van de reling ook ruimschoots. Toch?!
Al was het maar een steekje los, of een zonneslag of zo, ik denk dat er zowiezo wel iéts mis met hem geweest zal zijn en ik echt niet tevergeefs de hulpdiensten liet uitrukken...
Van ganser harte hoop ik nu maar dat alles oké is met deze man en dat ik morgen absoluut niéts over hem lees in de kranten... Of heel deze historie zou, ondanks alles, toch een bijzonder mooi en verrassend staartje moeten krijgen... Dan lees ik het natuurlijk maar wat graag! ;-)



vrijdag 5 juni 2015

Nat, natter, natst.

De hitte hing als een loodzware deken over me heen toen ik daarstraks eindelijk de weg huiswaarts aanvatte. Met moeite hief ik m'n lome voeten op, stap voor stap, richting bushalte. De hete lucht ademde ongemakkelijk.
Aan de halte miste ik nét een bus. Wachten dus.
En er stak een verfrissend briesje op. O, wat deed dat deugd! 
Maar al snel veranderde dat zuchtje in heftige windvlagen die boomblaadjes en allerlei andere brol in m'n gezicht smeten en m'n blote benen en tenen zandstraalden. Dat deed een heel stuk minder deugd.
Gelukkig, daar was de bus. Gered! 
Misschien zou het me dan tóch nog lukken droog thuis te raken...
Halverwege de rit vielen de eerste dikke druppels.
Tegen de tijd dat ik moest uitstappen en de oversteek naar de metro maken brak de storm in alle hevigheid los. Harde rukwinden en een hemel vol bliksem en donder. Maar in de metro merk je daar meteen niets meer van.
Tot aan de halte van de Sinksenfoor. Daar stapten kleddernatte mensen opgelucht in de droge tram. Dat beloofde...
Een aantal haltes later was het zover: mijn beurt om uit te stappen, niks aan te doen. De regen viel met bakken, de straten stonden blank. Het water stond op sommige plaatsen zo hoog dat ik zelfs op m'n hoge sleehakken tot aan m'n enkels te soppen liep. Om mij heen spurtten medereizigers met plastiek zakjes en handtassen boven hun hoofd razendsnel in alle richtingen.
Het had iets dolkomisch. Als zo'n tekenfilm met zich in veiligheid rennende muisjes of zo, met zo'n vrolijk snel tingeltangelmuziekje er onder.
De storm dreunde in alle hevigheid op me neer. En ik moest er zo geweldig om lachen: volledig doorweekt op je gemakje naar huis wandelen terwijl de regen zich verder ongenadig over je heen uitstort, de straten plots kolkende rivieren zijn en er langst alle kanten van tussen de veelkleurig wolken overal in de lucht fel geflits en rommelend gedonder is. 
Zonder enige vorm van haast of ongenoegen heb ik me er totaal aan over gegeven. Nat of natter, hoeveel verschil maakt het?
't Was als douchen met je kleren aan, en hoe vaak doe je dat in je leven?
Tot op m'n ondergoed doorweekt, echt door en door nat,

kwam ik druipend thuis. Maar wel één en al glimlach en totaal ontspannen. Om de één of andere reden maakte dit onweer mij even heel gelukkig. Ik zit er nog van na te genieten. Heerlijk. :-)



dinsdag 2 juni 2015

Tramheldin.

"Moet u aan de volgende halte uitstappen, meneer? Nee? Wil u dan aub doorschuiven en de deur niet blokkeren voor de andere reizigers."
"Juffrouw, voeten op de bank, doet u dat thuis ook? Dat kan u 75 euro boete kosten! Volgens mij kunt u dat geld wel op een betere manier gebruiken!"
"Op de tram wordt niet gegeten, mevrouw. Stop dat broodje snel weer weg in uw tas en stap gerust aan de volgende halte af om op een bankje op het perron verder te eten."
"Jongeman, dat ge uw eigen oren om zeep helpt met die oorverdovende muziek, da's erg genoeg, maar ge moet uw medereizigers er niet ook nog eens mee lastig vallen. Zet het geluid maar snel een heel stuk stiller!"
"Ook ne goedemorgen meneer! Dat u op dit vroege uur al een halve liter bier wenst te drinken, dat moet u weten, dat zijn mijn zaken niet, maar niet op de tram! Volgende halte: in de vuilbak er mee aub!"
De kleine, redelijk bolle mevrouw, kort haar en bril, in een niet echt goed zittend De-Lijn-uniform, met blinkende badge op de borst en piepende walkietalkie aan de riem, stapte vinnig en fluks, op haar duidelijk zeer comfortabele schoenen, heen en weer van vooraan in de tram naar helemaal achteraan en terug. En iedereen die op de één of andere manier de huisregels van het openbaar vervoer overtrad werd streng en kordaat maar tegelijkertijd ook absoluut beleefd en vriendelijk door haar aangesproken.
Door de mengeling van haar charisma en het moederkloekgevoel straalde ze op een erg fijne manier een niet te ontkennen gezag uit. Torenhoge potige kerels, eigenwijze oude madammekes, zelfs de meest tegendraadse hangjongeren,... Iedereen, van welke afkomst, taal of leeftijd dan ook, ze gehoorzaamden allemaal zonder morren.
En ik vond het heerlijk. Ik vond het fan-tas-tisch! 
Eigenlijk zouden mensen uit zichzelf genoeg fatsoen en opvoeding moeten hebben om zich aangenaam en respectvol te gedragen in openbare ruimtes, zeker als je zo dicht op elkaar zit als in een tram of een bus, en ik denk vaak "allé, dit kàn toch écht niet meer!..." maar zwijg uit angst er nog een pak rammel bovenop te krijgen...
Mijn ontzag voor deze mevrouw was dus groot.
Liefst had ik haar een enthousiaste staande ovatie gegeven onder luid 'hoera' en 'bravo' geroep, maar dat heb ik bij nader inzien toch maar gelaten: ze zou me zeker en vast vriendelijk maar streng op m'n plaats gezet hebben wegens openbare ordeverstoring en geluidsoverlast... hihi ;-)



dinsdag 28 april 2015

Dik.

Druk pratend en luid lachend plofte de jongeman, zo groot en vooral zo breed als hij was, onzacht naast me neer op de bus
't Is te zeggen, nààst me, dat klopt niet echt, het was meer óp mij...
Ik besef heel goed dat ik zelf niet de smalste ben, en de stoeltjes van het openbaar vervoer zijn niet echt voorzien op zo twéé van mij naast elkaar, maar deze man had eigenlijk de béide zitplaatsjes voor zich alleen nodig...
Nu ben ik ondertussen wel wat gewend op vlak van onvermijdelijk ongewild fysiek contact in de overvolle bussen en trams. Vaker dan ik wens zit ik gesandwiched tussen het raampje en een mij totaal onbekende medereiziger. Zij aan zij, dij tegen dij, been over been, een elleboog in een ribbenkast, geen plaats meer voor pakken en zakken... Zo wiegelen en wiebelen we als grote gelatinepuddingen tegen elkaar geplakt naar onze eindbestemming. En dat is op zich eigenlijk meer dan genant genoeg.
Maar de jongeman van vanmiddag placeerde zich ongeïnteresseerd half óp me. En dat deed pijn. M'n dij en heup werden zowat afgeknepen onder zijn been en achterwerk, z'n elleboog en bovenarm drukten zwaar op de rest van m'n lijf en op de koop toe zat hij geen seconde stil...
Zeer beleefd en voorzichtig vroeg ik of hij misschien toch een heel klein beetje anders kon gaan zitten... Hij draaide zich half om, net lang genoeg om me toe te snauwen: "Da's toch mijn schuld ni da gij zo'n vette koei zijt!" en zette z'n geambieerd gesprek met z'n vriend verder. 
Tegen de tijd dat ik wat bekomen was van de shock waren ze al weer afgestapt. Een passend weerwoord is nog steeds niet in me opgekomen. Daarvoor is er te hard op dat pijnpuntje van mijn bestaan geduwd, denk ik, al jaren sukkelend en ongelukkig met m'n gewicht.
Allesinds, zooooo enoooooorm ben ik vermoedelijk toch ook weer niet: hij had niet gezien en zélfs niet gevoeld dat ik onder hem zat... En dat zegt meer over zíjn overgewicht dan het mijne! ;-)



vrijdag 17 april 2015

Stilte op de bus!...

Stilstaand voor het rode licht tussen het centraal station en eindhalte Rooseveltplaats stak de buschauffeur z'n breed lachend gezicht uit z'n glazen hokje en riep naar de passagiers in zijn nog halfvolle bus: "Haaaaallooooookes iedereen! Alles goe doar vanachtere? Joa, efkes checken, hej, want gulle zijt zoe stil da'k vreesde da' g' allemoal oepgehouwe woart mé aseme en allemoal veur dood laagt!"
Het was me tot op dat moment eerlijk gezegd zelf niet eens opgevallen dat het inderdaad een zeer aangename rustige en zelfs uitzonderlijk stille rit geweest was in die bus vol zwijgzame medereizigers.
Ik zelf vond de jolige uitroep van de chauffeur echt heerlijk grappig. 
Mijn medereizigers duidelijk helemaal niet en zij waren zelfs een beetje beledigd of geshockeerd...
Ongestoord en uitbundig gebarend vervolgde de chauffeur gul en met een zo mogelijk nog bredere lach: "Van maaj meugde gulle gerust allemoal nog is mé maaj meeraaie, zenne!"
De gezichten om me heen draaiden nóg een graad zuurder. 
En ik, ik kon m'n lach niet langer inhouden. Geweldig toch, zoveel lol!
Tja, gewoon gezellige humor, 't is duidelijk niet aan iedereen besteed... 
Goed-gezind zijn trouwens blijkbaar ook niet...
Ik heb deze vrolijke buschauffeur van harte een heel fijn weekend gewenst.
Hij heeft het mijne alvast met een brede glimlach doen beginnen. :-)



woensdag 8 april 2015

Daar is 'em, daar is 'em!!!

Ik rij al jaren alle dagen met bus en tram, en dat onderga ik gelaten, bij gebrek aan beter. En al kan ik er af en toe een serieus stukske over zagen - daar ben ik me echt wel van bewust - ik heb ze nodig, ze zijn er, en ze brengen me, misschien niet altijd even snel maar toch, altijd weer waar ik moet zijn. En daar ben ik ook dankbaar voor.
Maar die reisjes heen en weer, zo met het openbaar vervoer, die horen bij de gewone gang van zaken van elke dag. Tenzij ze je weer eens veel te lang laten wachten, of er wreed vervelende mensen mee rijden, sta je daar eigenlijk totaal niet meer bij stil. Je wordt er warm noch koud van.
Daarstraks, wachtend in de metro op m'n tramaansluiting, zag ik op het perron aan de overkant een grootvader en grootmoeder, tenminste dat denk ik, met twee van hun kleinkinderen staan. En vooral dat ene jongetje was echt super opgewonden. Hij stond van het ene been op het andere te springen en naar de lichtjes die de voortgang van de verschillende lijnen weergeven te wijzen. Elk moment kon de tram komen! En dat was overduidelijk keispannend. 
Toen vanuit de donkere mollengang het licht van de koplampen van de aanstormende tram verscheen begon het jongetje vol blijdschap rond te springen, met z'n armen in de lucht alsof hij de goal van z'n leven gemaakt had, zielsgelukkig roepend "daar is 'em, daar is 'em!!!"
Dan kunt ge écht niet anders dan breed glimlachen, hoor, tot ver achter je oren. Zoveel vreugde, zoveel geluk, zulke uitgelatenheid!
Misschien wel omdat het zo'n herkenbare blijdschap was. 
Hebben wij ons niet ook zo gevoeld, toen wij, lang geleden als kind, voor 't eerst met de tram mee mochten. Niet dan!?...
En die galmende juichkreet werkte nog aanstekelijk ook...
Toen de tram die mijn richting uitging eindelijk tevoorschijn kwam moest ik me inhouden om niet ook een sprongetje te maken en luidkeels "daar is 'em, daar is 'em!!!" uit m'n mond te laten ontsnappen. Al was het maar omdat ik dan weer fijn snel thuis zou zijn...
Juichend langst, pardon, mét De Lijn, dus.  
Als je 't mij vraagt scoren ze, met dat 'trammetje-rijden'. ;-)


maandag 30 maart 2015

Taalkwestie.

In Antwerpen wonen er 174 verschillende nationaliteiten. Da's best wel indrukwekkend, vind ik. En uiteraard spreken die mensen allemaal hun eigen taal of dialect. Wie weet hoeveel talen dàt wel zijn...
Op m'n vele ritjes met het openbaar vervoer bedenk ik me heel vaak, al dan niet met een glimlach: "En dat zit hier verdorie àllemaal op mijnen tram en bus door elkaar te kakelen!" 
's Morgens vroeg deel ik de bus met vooral dames afkomstig uit oostbloklanden: veel te luid en vooral veel te scherp voor mijn oren op dit onmogelijke uur. 's Middag heb je meer Arabische klanken. Dat roggelt aardig wat weg, uiteraard met ook de nodige decibels. De decibels van de Afrikanen zijn zowiezo onovertrefbaar, maar de bravoure waarmee zij hun uitleg doen, da's puur theater op de bus! De zeer uiteenlopende oosterse klanken klinken allemaal even buitenaards voor mijn oren. Vaak moet ik glimlachen bij het idee dat het voor die mensen perfect verstaanbaar is, terwijl ik niet meer dan bijzondere klik- en klokgeluiden hoor. De zuiderse klanken, die vind ik eigenlijk, vermoedelijk vanuit m'n muzikale achtergrond, nog het meest melodieus en aangenaam klinken.
't Is alle dagen opnieuw een klankkleurenkakafonie van je welste, en 't ergste, absoluut het ergste vind ik, is dat ge er totaal niks van verstaat, hé, van wat ze zo met elkaar of over hun telefoon zitten te rettepetetten!... ;-)
Allesinds, de paar woorden Nederlands je tussen dit alles toch nog eens hoort zijn veel te vaak verre van correct qua de zinsstructuur en de grammatica. Soms voel ik me daardoor telg van een uitstervend ras met een met uitsterven bedreigde taal...
Vanmiddag zat ik tegenover 2 Duitse dames, moeder en dochter, toeristen. Ik glimlachte toen ze zich vragen stelde bij de gekke architectuur van de huizen op de Confortalei in Deurne. Blij verrast met mijn, volgens hen uitstekende, kennis van hun moedertaal ontstond er een boeiend en geanimeerd gesprek over Antwerpen, de vriendelijkheid van de mensen en de zeker niet te missen bezienswaardigheden.
Plots realiseerde ik me, tot m'n eigen jolijt, dat er om ons heen heel wat mensen met gespitste oren, niets van het gesprek begrijpende, naar ons zaten te luisteren en ik dus voor hen, voor deze éne keer, en nog wel in een taal die niet eens mijn moedertaal is, ook eens 'vreemd' klonk... :-)




dinsdag 24 maart 2015

De staking die wel meeviel.

Een staking bij het openbaar vervoer is erg vervelend, vooral als je er voor de meeste van je verplaatsingen afhankelijk van bent. 
Maar het kan ook bijzonder leuk uitvallen, zoals vandaag.
Vanochtend mocht ik alvast meerijden met een goeie vriendin. Dat gebeurt wel vaker, ook als er geen staking is, maar het blijft een fijn kado.
En vanmiddag, voor de terugweg, was er iemand zo vriendelijk een toerke rond te rijden en me, met een gezellig babbel onderweg, vlak bij m'n volgende afspraak af te zetten. Veel beter dan uren te moeten staan wachten op een eventuele bus en daarna een eventuele tram!
Ik moest wel een uurtje willen wachten, maar dat gaf me de tijd om, bij een stevig bord soep, uitgebreid bij te kletsen met een andere goeie vriendin.
En omdat ik door die sympathieke lift wat vroeg was voor die volgende afspraak was er zelfs tijd om op m'n gemakje een galerij, waar ik veel te vaak haastig aan voorbij fiets, binnen te stappen, nog eens wat mooie kunst te zien, en wat te te praten over de dingen des levens met de galeriehouder, ook al een kennis van me.
De rest van de weg naar huis heb ik te voet afgelegd, maar ook dat was genieten. Rustig op 't gemakje wandelend in de lentelucht kwam ik voorbij de in bloei staande pruimenbomen, met die zachtroze bloesem tegen het zwarte hout. Ik zag grote gele wolken forsythia. In de voortuintjes stonden de meest uiteenlopende soorten lentebloeiers te pronken en in de op uitlopen staande bomen waren vogels druk in de weer met nestmateriaal.
Ja, een staking bij het openbaar vervoer, het kan ook al eens bijzonder goed meevallen. Je moet er alleen nog meer tijd dan anders voor hebben... ;-)


dinsdag 10 maart 2015

Propere bussen, ge kunt ze kussen!

De bus draaide met een brede zwaai de Rooseveltplaats op en...
werd in een zee van ballonnen en slingers op luid applaus en gejuich onthaald!
Een bende dolenthousiaste jongeren in fluo vestjes, ééntje zelfs met vleugeltjes, stortte zich op het voertuig en begonnen met veel jolijt en overgave, en met grote emmers vol sop, bezems, dweilen en aftrekkers alles te schrobben en te boenen.
Het water spetterde vrolijk in het rond.
De vriendelijke chauffeur werd ondertussen geknuffeld en getrakteerd op een massage.
De lentelucht was vol zonneschijn en schaterlach.
Heerlijk toch! Ik werd er spontaan helemaal blij van.
'k Was graag blijven staan kijken, 'k had zelfs wel willen meedoen, had ik niet nog andere, ook fijne, afspraken op m'n agenda gehad.
Maar m'n glimlach is gebleven de rest van de middag.
Hij is trouwens nog steeds niet van m'n gezicht. :-)
Spijtig dat ik geen camera bij me had om dit fantastische tafereel vast te leggen, maar gelukkig was Gazet van Antwerpen er ook bij was, met uitleg, en mét een fotograaf. :-)