Posts tonen met het label Herta. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Herta. Alle posts tonen

maandag 23 mei 2016

Vrolijk varen-verhaaltje.

"En? Nog spannende dingen meegemaakt op het openbare vervoer? Geen nieuwe belevenissen te vertellen?" Vanmiddag moest ik de dames aan de balie nog teleurstellen. Behalve m'n doodgewone ergernissen (kauwgomkauwers, picknickers en beatboxers) en m'n doordeweekse angsten (snelheidsduivelbuschauffeurs, levensgevaarmanoeuvers en geen-veiligheidsgordels-paniek) viel er niets te melden. Maar da's ondertussen alweer veranderd: m'n bus- en tramrit huiswaarts is opnieuw een blogje waard.
Uiteraard was dat enigszins te voorspellen als je, zoals ik vanavond, op stap gaat met een flinke boodschappentas met daarin een forse varen... 
De wilde varen, uit de bosrijke tuin van Herta -waar eerder al die lading brandnetels vandaan kwam (*)- al een tijdje door mij gezocht om het donkerste en immer wat vochtige hoekje van m'n, voor de rest vrolijk volgepropte, terras ook van overdadig groen te voorzien, en die, wees gerust, ondertussen in een emmer met een mooie bodem water staat te bekomen van z'n, voor een plant dan toch, bijzonder avontuurlijke reis.
Aan de halte flapperden z'n frisgroen jonge bladeren zodanig hard in de strakke bries dat een paar van hen knakten. Dat maakte de mooie plant meteen extra breed en, uiteraard, daardoor dus ook een heel stuk onhandiger... Maar, het lukt me toch om mezelf en m'n groenvoorziening zonder verdere schade in de bus te hijsen en veilig en wel neer te gaan zitten.
Tijdens de rit richting Antwerpen deinde het groen op het stoeltje naast me, keurig overeind gehouden door m'n arm, heen en weer, op en neer, lustig mee op het ritme van de hotsende-botsende wielen. Achter me hoorde ik een stel jonge gasten 'die is met hare wiet op uitstap' gniffelen, maar heel erg appetijtelijk vonden ze hem dan precies toch ook weer niet. 
Op de paar honderd meter te voet van de bushalte naar de metro bracht de wind de arme plant nog meer schade toe, nog wat gevederde blaadjes braken.
Op het metroperron stak al dat frisse groen schel af tegen de grauwe smerigheid van de aftandse ondergrondse, maar ondanks z'n opvallende verschijning moest ik hem toch stevig in bescherming nemen tegen de wilde stromen, door haast verblinde pendelaars. 
Op de overvolle tram stapelde ik alles wat ik bij me droeg op m'n schoot: onderaan de druipend natte paraplu, daarop de dikke boekentas en helemaal bovenaan, de zak met de kluit aarde ongeveer ter hoogte van m'n nek, de ondertussen wat zielig ogende groene sprieten, nog steeds moedig wuivend en zwierend, tot ze in m'n haar vast kwamen te zitten...
En opnieuw ingehouden gegiechel en onnozele commentaar, natuurlijk, wat had je gedacht, uitsluitend àchter me, netjes uit m'n gezichtsveld. 
'Nen triestige plant met nen triestige plant!', 'Amai, zo ne verlepte sallaad!', 'Woar goat die mé da bos nor toe?!', 'Palmbomen horen in de Sahara!' en meer van dat soort 'hahaha-o-wat-zijn-wij-grappig' gedoe.
Tja, als iemand een beetje uit de toon valt is plots iédereen een komiek, hé. 'Och, ze kunnen er maar lol mee gehad hebben', denk ik dan. Dat mag.
Toen ik er, aangekomen bij mijn halte, breed glimlachend zélf een piepklein grapje over maakte -'Opgepast dames en heren, het oerwoud moet afstappen!'- deden al die o zo mondige commentatoren plots alsof ze het in Keulen hoorde donderen en nog totààl niets gezien, laat staan gezegd hadden. Raar is dat, vind je niet? Het zijn ook nogal helden, hé... 
'k Weet wel zeker dat zij het niet zo snel zouden aandurven om bus of tram op te stappen met zo'n uitpuilende plastieken boodschappentas boordevol zwierende en zwaaiende groenexplosie!... Ik lekker wél. ;-)
* lees ook het blogje "Ecologische terras-oorlog, deel 2: een netelige kwestie"


dinsdag 19 april 2016

Ecologische terras-oorlog, deel 2: een netelige kwestie.

Mijn plan om brandnetelgier te maken vond meteen ondersteuning bij Herta, een geweldig sympathieke collega op het werk, die me, indien ik dat wenste, gerust een pak brandnetels, volledig biologisch en vrij van pesticiden, uit haar tuin kon bezorgen. En zo een aanbod laat je niet schieten, dus: gisterenochtend overhandigde ze me een grote plastieken boodschappentas boordevol vers geplukte, nog nat van de dauw, fris lentegroene jonge neteltwijgjes. 
M'n hele shift lang stond die zak naast me op de grond achter de balie, gewoon, open, kwestie van al dat jeugdige groen niet te verstikken. 
Hilariteit alom bij m'n vertrek huiswaarts: een grote huisjesslak had zich gedurende de voormiddag via het plastiek ophoog gewerkt en zat nu op z'n gemak op de rand van de tas rond te kijken.
Grappig, zo'n supplementair huisdier-kado, maar toch liever niet nog eens een veelvraat extra op het terras... Er was wat overredingskracht nodig om hem, of haar, te overtuigen die inmiddels duidelijk vertrouwde zak los te laten. Maar uiteindelijk lukte het me toch om het beestje veilig en wel in het bosje langs m'n weg naar de bus 'vrij' te laten.
Met die nog steeds openstaande boodschappenbrandneteltas naast me op de bank viel het me tijdens de busrit op dat de mensen om me heen zowel bijzonder gefascineerd als met een lichte walging naar me zaten de staren. En ik begreep al snel waarom: er kwamen nóg 3 van die dikke huisjesslakken van tussen de netels gekropen, klaar om het openbaar vervoer te veroveren, veronderstel ik!... Er zat niets anders op dan ze, met de bijbehorende branderige jeuk op m'n handen als gevolg, terug tussen het groen te duwen en de zak, zo goed mogelijk, en duidelijke tot grote opluchting van m'n medereizigers, hermetisch dicht te knopen.
Maak je maar geen zorgen, op het laatste stukje van m'n vaste route, van de tramhalte tot m'n voordeur, heb ik die drie stiekeme passagiers, met natuurlijk -auw auw auw- nog meer geprik in m'n vel en vingers, van tussen het netelige groen gevist en ze met hun drietjes achtergelaten diep in een dicht bebladerde grote struik van een plantsoentje.
Op verschillende tuinsites had ik ondertussen gelezen dat je, door de alles overheersende, absoluut niet te harden stank die het gistingsproces van de brandnetels verspreid, het goedje best zo ver mogelijk van je huis en terras neerzet, ergens helemaal achterin de tuin of zo. Da's natuurlijk iets wat uitgesloten is als je, zoals ik, in een flatgebouw woont... En ik krijg ook liever géén slaande ambras met al die vele verdiepingen boven en naast me.
Er kon echter ook, door simpelweg een half uurtje koken, een dagje laten staan en dan zeven, m.a.w. zónder gistingsproces en bijgevolg ook zónder geurhinder, een extract van de brandnetels getrokken worden dat nog steeds prima werkt ter verdrijving van bladluizen. Da's dus ondertussen allemaal al gebeurd en er staat hier nu 4,5 liter wreed straffe brandnetel-heu...-'thee' -laat ik het zo maar noemen- klaar voor gebruik!
Maar voor ze de grote soeppot in gingen heb ik al de neteltakjes wél eerst, uiterst zorgvuldig en met m'n zelden gebruikte tuinhandschoenen aan, één voor één gecheckt op nog meer verstekelingen. Want als brave vegetariër eet ik uiteraard ook geen, al dan niet gekookte, escargots... ;-)