Posts tonen met het label bladluizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bladluizen. Alle posts tonen

dinsdag 19 april 2016

Ecologische terras-oorlog, deel 2: een netelige kwestie.

Mijn plan om brandnetelgier te maken vond meteen ondersteuning bij Herta, een geweldig sympathieke collega op het werk, die me, indien ik dat wenste, gerust een pak brandnetels, volledig biologisch en vrij van pesticiden, uit haar tuin kon bezorgen. En zo een aanbod laat je niet schieten, dus: gisterenochtend overhandigde ze me een grote plastieken boodschappentas boordevol vers geplukte, nog nat van de dauw, fris lentegroene jonge neteltwijgjes. 
M'n hele shift lang stond die zak naast me op de grond achter de balie, gewoon, open, kwestie van al dat jeugdige groen niet te verstikken. 
Hilariteit alom bij m'n vertrek huiswaarts: een grote huisjesslak had zich gedurende de voormiddag via het plastiek ophoog gewerkt en zat nu op z'n gemak op de rand van de tas rond te kijken.
Grappig, zo'n supplementair huisdier-kado, maar toch liever niet nog eens een veelvraat extra op het terras... Er was wat overredingskracht nodig om hem, of haar, te overtuigen die inmiddels duidelijk vertrouwde zak los te laten. Maar uiteindelijk lukte het me toch om het beestje veilig en wel in het bosje langs m'n weg naar de bus 'vrij' te laten.
Met die nog steeds openstaande boodschappenbrandneteltas naast me op de bank viel het me tijdens de busrit op dat de mensen om me heen zowel bijzonder gefascineerd als met een lichte walging naar me zaten de staren. En ik begreep al snel waarom: er kwamen nóg 3 van die dikke huisjesslakken van tussen de netels gekropen, klaar om het openbaar vervoer te veroveren, veronderstel ik!... Er zat niets anders op dan ze, met de bijbehorende branderige jeuk op m'n handen als gevolg, terug tussen het groen te duwen en de zak, zo goed mogelijk, en duidelijke tot grote opluchting van m'n medereizigers, hermetisch dicht te knopen.
Maak je maar geen zorgen, op het laatste stukje van m'n vaste route, van de tramhalte tot m'n voordeur, heb ik die drie stiekeme passagiers, met natuurlijk -auw auw auw- nog meer geprik in m'n vel en vingers, van tussen het netelige groen gevist en ze met hun drietjes achtergelaten diep in een dicht bebladerde grote struik van een plantsoentje.
Op verschillende tuinsites had ik ondertussen gelezen dat je, door de alles overheersende, absoluut niet te harden stank die het gistingsproces van de brandnetels verspreid, het goedje best zo ver mogelijk van je huis en terras neerzet, ergens helemaal achterin de tuin of zo. Da's natuurlijk iets wat uitgesloten is als je, zoals ik, in een flatgebouw woont... En ik krijg ook liever géén slaande ambras met al die vele verdiepingen boven en naast me.
Er kon echter ook, door simpelweg een half uurtje koken, een dagje laten staan en dan zeven, m.a.w. zónder gistingsproces en bijgevolg ook zónder geurhinder, een extract van de brandnetels getrokken worden dat nog steeds prima werkt ter verdrijving van bladluizen. Da's dus ondertussen allemaal al gebeurd en er staat hier nu 4,5 liter wreed straffe brandnetel-heu...-'thee' -laat ik het zo maar noemen- klaar voor gebruik!
Maar voor ze de grote soeppot in gingen heb ik al de neteltakjes wél eerst, uiterst zorgvuldig en met m'n zelden gebruikte tuinhandschoenen aan, één voor één gecheckt op nog meer verstekelingen. Want als brave vegetariër eet ik uiteraard ook geen, al dan niet gekookte, escargots... ;-)


  
 


vrijdag 15 april 2016

Ecologische terras-oorlog.

Er woedt een kleine oorlog op m'n terras, een oorlog om ecologisch evenwicht. Ik strijd ononderbroken, het hele jaar door, in alle seizoenen, tegen de bijna onstuitbare vloedgolf insecten, die zich maar wat graag aan m'n bloemen en planten te barsten schransen. Duizenden bladluizen in alle mogelijke kleuren doen zich te goed aan de rozen en hybiscussen. Elk nieuw blaadje of piepklein bloemknopje, ze maken geen schijn van kans: met honderden tegelijk storten ze zich er op. De rupsen van de Atalanta en de Dagpauwoog, wondermooie vlinders, die laat ik rustig een beschaafd hapje eten, maar ik heb een hekel aan die groene vette rupsen van de Appelbladroller -een mottige mot-, die aan zowat àlles knagen dat enigszins groen is en zich dan oprollen door, liefst de meest frisse en nieuwe, blaadjes aan elkaar te spinnen. Die vreselijke schrokoppen vraten al 2 grote viburnum-struiken volledig kaal en tot m'n grote ontsteltenis vond ik ze ook al binnen terug, op de kamerplanten! En dan zijn er ook nog de kevers, bruine snuitkevers en zwarte rozenkevers. De volwassen exemplaren kluiven aan alles wat ze te pakken krijgen bovengronds, en hun baby's, engerlingen genaamd -en ze zijn ook echt wel eng, vind ik, brrrrr- schrokken ondergronds in slechts enkele paar dagen àlle wortels van nieuwe aanplantingen volledig weg zodat er slechts een los kluitje verschrompelde blaadjes over blijft. 
Van de uitgebreide populatie spinnen, vooral kruisspinnen, tussen de vele potten en het miljoenenleger wriemelende pissebedden ónder diezelfde potten, heb ik absoluut geen last: zij blijven netjes van m'n planten af.
Elke dag doe ik de grote toer langst elk blaadje en elk knopje, onderzoek ik elke centimeter van elke plant op m'n terras en knijp ik de insecten die ik tegenkom heeeeel voorzichtig van tussen het o zo kwetsbare nieuwe groen uit. Met een erg dubbel gevoel, want zoals ik dat heb met elk ander levend wezen, dood ik ook insecten liever niet...
En ik wil gerust m'n bloemenzee delen met al die kleine krioelende wezentjes, maar er moet een evenwicht zijn, hé, een, op dit moment vér zoek zijnde, ecologisch evenwicht. Volgens mij kan het toch écht niet de bedoeling zijn dat élk jaar weer àlle bloemen, planten en bomen in de vele potten en bakken vervangen moeten worden door nieuwe, om dan alleen maar als levend voer voor die kriebelbeestjes te dienen...
Vorig jaar in de lente strooide ik een sterke verdelger tegen die ondergrondse ellendelingen, en hoera! voor het eerst schitteren de vrolijke gezichtjes van de grote en kleine viooltjes me kleurrijk en overvloedig groeiend toe vanuit m'n bloembakken! De bladluizen pakte ik, tegen àl m'n pricipes in, opnieuw en opnieuw aan met een chemische spray. Het hielp niet echt veel, maar de rozenstruiken hebben de plaag tenminste enigszins overleefd...
Nu de zon aan kracht wint en alle botjes en knopjes stilaan blaadjes en bloemen worden begon ik alvast, met een diepe zucht en behoorlijk wat tegenzin, online m'n zoektocht naar nieuwe en wie weet betere verdelgingsmiddelen. De leuke koolmeesjes die druk rond hupten op de rand van het terras en van pot naar pot waren zoveel boeiender om naar te kijken dan het computerscherm. En terwijl ik met een glimlach hun capriolen gadesloeg viel me plots iets op dat ik nooit eerder zag: mijn gevleugelde vriendjes kwamen mij en m'n plantjes ter hulp: ze deden zich met veel smaak te goed aan de vele bladluizen! En een beetje later zag ik ook het schattige roodborstje mee prutsen aan zo'n opgerold blaadje, hopend op zo'n heerlijke vette rups! Wauw! Fantastisch! En o zo leuk om naar te kijken.
Tja, nu kan en wil ik uiteraard al helemààl geen chemisch spul meer gebruiken, ik zou het leven van m'n geliefde vederbolletjes en hun kleintjes in gevaar brengen!... En misschien schroef ik m'n dagelijkse dood-knijp-terras-toertje bij deze dus ook maar beter terug naar één keer per week of zo, kwestie van ze hun uitgebreide buffet met verse snackjes niet volledig af te pakken, hé... hihi
Ik klikte op de computer meteen de sites met chemische producten dicht en liet Google naar insectenhotels zoeken. Wie weet lukt het me op die manier, met de hulp van de vogels in combinatie met de juiste insecten, om zo een ecologisch evenwicht te creëren op m'n terras, en daarmee een plek waar zowel de planten als ik zelf als de vele soorten geleedpotigen gelukkig zijn. 
Dus laat de lieveheersbeestjes, gaasvliegen, oorwormen, solitaire bijen en vlinders al maar op weg gaan richting mijn terras, hun knusse nieuwe appartementjes worden begin volgende week aan huis geleverd!
En ondertussen ga ik, mocht het toch weer té erg worden, maar weer aan de slag met bruine-zeep-mengsels en die verschrikkelijk onwelriekende brandnetelgier... Want ge moet er iets voor over hebben, hé, om 'simpelweg' van uw zo geliefde bloemetjes te kunnen genieten... ;-)