Posts tonen met het label hitte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hitte. Alle posts tonen

dinsdag 27 augustus 2019

Onrustig nachtje.

'k Ben een beetje groggy vandaag... Ik loop maar wat te suffen. Veel te weinig, en vooral ook slecht, geslapen vannacht. Kleine oogjes nu en wreed moe. En nee, niet alleen door die zoveelste hittegolf.
Omdat het zo heet is, bleef ik gisterenavond wat langer wakker, lekker nog alle vensters open, hopend op dat kleine beetje lucht -liefst wat frissere- en genoot van een laatavondfilm op de televisie. Rond half één was die afgelopen en vond ik het toch stilaan tijd om op z'n minst een poging tot slapen te ondernemen. Met het geluid van de televisie uit viel het me extra op dat er erg veel en bijzonder vreemde geluiden uit de garage kwamen. Geluiden die ik niet echt thuis kon brengen. Het hield een beetje het midden tussen een slijpschijf, een frees en een schuurmachine... En er klonken geanimeerde, drukke, en best wel luide stemmen doorheen. Mannenstemmen, meende ik. "Tja, thuiskomen in 't midden van de nacht op een weekdag, al dan niet met een stevig stuk in uwe kraag... Ieder z'n eigen goesting, hé..." zei ik tegen mezelf, er niet veel meer van denkend. De grote venster in de woonkamer sluitend schrok ik van een plots aan het terras voorbijsnellende figuur: een jongeman, in een duidelijk vrolijke bui, ondertussen een paar keer na elkaar breed grijnzend "Sorry, mevrouw!" roepend. Even later passeerde hij opnieuw, in de andere richting, zijn opgeblonken excuses herhalend. Ik bekeek hem even bedenkelijk, met één wenkbrauw opgetrokken, ge kent die blik wel. Ondanks het feit dat de tuin absoluut verboden terrein is voor iedereen, gelijk wie, zie ik hier, en zeker op een wat later (lees avondlijk/nachtelijk) tijdstip wel vaker 'volk' voorbij komen. Maar, melden helpt geen ene zier, politie bellen of zo ook niet, dus ik heb me daar de afgelopen jaren wat bij neergelegd en het zuchtend geaccepteerd... Zolang ze aan de andere kant van het terrasmuurtje blijven en er niet overheen kruipen, of erger: proberen m'n huis binnen te dringen, ça va. 

Ondertussen weerklonk er echter vanuit het inkomhalletje aan de liften, vlak voor mijn persoonlijke voordeur dus, behoorlijk wat commotie. Het was een overduidelijk komen en gaan van jongemannen, heen en weer tussen de grote inkomhal en de kelder, waarvan de trap zich naast mijn appartementsdeur bevind. Getater en gedoe, en met daar doorheen een toename in kracht van dat vreemde geluid dat ik reeds eerder hoorde. Een paar keer had ik me naar het spionnetje in m'n deur gehaast om te kijken of ik wat zag, maar was steeds nét te laat. De klok wees ondertussen al voorbij 1 uur aan. Met enige ongerustheid trachtend hier een touw aan vast te knopen keek ik peinzend door het grote raam naar buiten vanuit m'n ondertussen donkere woonkamer en... zag opnieuw die kerel van eerder lustig voorbij snellen. Heen en weer. En ook nu schalde hij daarbij jolig "Sorry, mevrouw! sorry mevrouw!"
Bon, dat was er dus over voor mij.
In een welgemikt moment zonder 'verkeer' op de gang sloop ik naar de conciërge. Jammer genoeg: geen gehoor daar. Misschien sliepen ze al, en dan heel erg diep. (Het weze ze van harte gegund!) Misschien waren ze simpelweg niet thuis. Dat kan en mag ook, hé.
Het onbekende geluid duurde echter onverminderd verder, en in mijn veel te ijverige verbeelding sloeg er, daar beneden in de garage, één of andere bende op z'n minst een dozijn of twee autobanden en een vrachtwagen fietsen scheef, en werd de ene na de andere kelder open geprutst en leeggeplunderd...
Na nog een klein moment van twijfel belde ik dan toch maar de Blauwe Lijn. De man aan de andere kant van de telefoon noteerde gelaten mijn duidelijk en rustig relaas. Het adres ook natuurlijk. En m'n naam en telefoonnummer. Vervolgens wou hij weten of ik die kerels kende, en of ze in het gebouw woonden. Wel, voor zover er door het spionnetje al iets te zien viel, moest ik hem dat antwoord schuldig blijven. Geen idee. Echt niet. Ook niet wat betreft die kerel in de tuin. En of ik die mannen had bézig gezien, in de kelder en de garage? Ja, hallo, ik ga m'n nek niet riskeren om even te gaan kijken, hé, zeker niet zo midden in de nacht, en als vrouw alleen... De agent -of de telefonist, dat laat ik in het midden- noteerde en zou alles doorgeven aan de juiste afdeling. En dat was het. Gesprek klaar. En ik voelde mij een beetje als zo'n overgevoelig bejaard madammeke dat eeuwig loopt te klagen over de jeugd van tegenwoordig: beleefd aanhoort en te woord gestaan, maar uiteindelijk als onbelangrijk geklasseerd... En ja, stom van mij misschien: ik vergat te vragen of er dan nog iemand langs ging komen. Och, vermoedelijk had die man aan de andere kant van de lijn daar ook geen sluitend antwoord op gehad. Wie weet hoeveel van die oproepen er zo bij de Blauwe Lijn binnen lopen op één nacht. Oproepen, die, goed mogelijk, zoveel dramatischer en dringender zijn... De politie kan ook maar z'n best doen, hé.
Alleszins, ik wachtte. En wachtte. En wachtte. Op den duur niet eens meer goed wetende waarop eigenlijk. Op het vertrek van die kerels? Op het weerkeren van de nachtelijke rust en stilte? Op de politie?... Van gaan slapen was voorlopig sowieso geen sprake, dat begrijp je ook wel. Dus speelde ik een spelletje op de computer. En nog eentje. En nog eentje...
En terwijl ik zo zat te wachten, op niets eigenlijk, werd ik boos. Ont-zet-tend boos. Jarenlang -zo ongeveer de helft van m'n volwassen leven- stond ik doodsangsten uit in wat m'n eigen veilige thuis had moeten zijn (door een paar vreselijke relaties, details doen er hier niet toe). Zelfs toen ik dit appartement -mijn hele eigen, 100% persoonlijke stekje, helemaal voor mij alleen- kocht, heb ik vele jaren met mezelf gevochten om dat veiligheidsgevoel te veroveren. En nu ik me echt goed voel hier, en thuis, en veilig... Wou ik nu écht toelaten dat 'men' mij opnieuw zo ver heen zou krijgen dat ik terug hele dagen en nachten ging zitten bibberen van grote schrik en niet durfde te gaan slapen en al dat soort dingen meer; en dan nog wel in m'n eigen huis, die enige, unieke plek waar ik me écht geborgen zou moeten voelen?!?!... Die gedachte maakte me gewéldig kwaad. Razend zelfs. En als ik zó kwaad ben, dan word ik ijzig kalm, indrukwekkend beheerst en onbarmhartig sterk vanbinnen. En, ook 
bloedlink ook, vermoed ik...
Met die in pure kracht omgezette woede ben ik naar buiten gestapt, m'n voordeur uit. En met die bijna vanzelfsprekende moed vanbinnen confronteerde ik die gasten, die juist de keldertrap ophoog kwamen. "Seg, mannekes," zei ik, met de uitstraling van een niet tegen te spreken moeder met een onbetwistbaar gezag, "wat zijde gullie hier in gódsnaam allemaal aan 't doen, seg, zo midden in de nacht?! Al dat kabaal en al dat heen en weer geloop! Wilt ge daar eens stantepede mee ophouden, ja. Er zijn hier mensen die willen slapen, hoor! Stopt ermee, gasten, en ga naar huis, ga slapen." Allemaal zonder enige stemverheffing, en een -by the way bijzonder goed aanvoelend- niet te ontkennen innerlijke rust en autoriteit. 
Blijkbaar waren er al een paar kerels gepasseerd, want ik zag er nog maar twee. De eerste gast, een grote koddige dikkerd, ik schat hem een jaar of 14, 15, durfde me niet eens aankijken. Heel z'n houding en gelaatsuitdrukking was één grote schuldbekentenis. Ja, die wist héél goed dat wat hij daar deed niet koosjer was. De jongeman, vlak na hem, wat ouder, met een zeer verzorgd uiterlijk, en een netjes getrimd ultrafijn ringbaardje, verontschuldigde zich op alle mogelijke manieren, volgens zijn zeggen niet beseffend dat ze zoveel kabaal maakten en met een veelvuldig, buitengewoon beleefd "Sorry, mevrouw!" verzekerde hij me dat ze 'direct weg zouden zijn'. (Iets wat even later -OEF- ook daadwerkelijk gebeurde!...) En hij wandelde op z'n dooie gemak naar de grote inkomhal, met in z'n ene hand een 2 literfles lachgas in een houder, en in z'n andere hand een blauwe ballon, die hij met tussenpozen aan z'n mond zette om vervolgens diep te inhaleren.
Dát was dus al die commotie geweest: een stel jongeren die hier een 'rustig plekje' zochten/vonden, om, met de laatste nieuwe methode in het scoren van een roes, 'gezellig' samen high te worden! En ja,
 je zou kunnen opperen dat het 'gelukkig' maar dát was... Maar toch... Alleszins, geen idee waar ze vandaan kwamen. Geen idee hoe ze zijn binnen geraakt. Geen idee of dit het begin van ik weet niet wat is... 
Rond ongeveer half vier legde ik eindelijk m'n moede hoofd op m'n zachte roze kussens te rusten. En om negen uur belde men mij al terug uit m'n nest. (Nee, 't was niet de politie. Daar heb ik niets meer van gehoord.) 'k Ben dus een beetje groggy vandaag. Ik loop maar wat te suffen. Veel te weinig, en vooral ook slecht, geslapen vannacht. Kleine oogjes en super moe. En het kwam niet door die zoveelste hittegolf. Al die kan nu gelukkig wel dienen als fantastisch excuus om het voor de rest van de dag heeeeeeel erg kalm aan te doen. 😉

dinsdag 23 augustus 2016

Fan of geen fan...

Fans, daar ben ik als artiest uiteraard dol op. En ik hou erg veel van al die fans van mij. Maar daar wou ik het vandaag even niet over hebben. 'Fan' is namelijk ook het Engelse woord voor ventilator. En ik hield ook erg veel van dié fan, mijn ventilator dus. 
Inderdaad, u leest het goed, 'hield', want hij heeft de geest gegeven...
En zoals met zovele van mijn spulletjes was ook deze ventilator niet zomaar een gebruiksvoorwerp, doch een dierbaar iets, behangen met herinneringen.
Ik kocht hem zoveel jaar geleden, tijdens een lange, gloeiend hete zomer, het zweten meer dan beu, ergens halverwege tussen Beveren en Zwijndrecht bij Kringwinkel Ibogem, ondergebracht in een hoog groen torengebouw waar ik bij elk bezoek even m'n hoogtevrees moest temmen. 't Is te zeggen, ik betààlde hem -slechts 7 euro- want hij werd door m'n vader gevonden tussen alle  andere tweedehands electronica. Ik zie hem nog altijd tussen de metalen rekken staan, mijn vader, nét niet op en neer springend van contentement, de gescoorde ventilator hoog boven z'n hoofd tillend in een triomfantelijk gebaar -kijk, Kristina, kijk!- alsof het de wereldcup voetbal of zo iets was. Dat zijn dingen die me toch steeds weer voor de geest komen en me doen glimlachen elke keer we in dit landje weer eens ventilatorweer hebben en het toestel met z'n zwaar zoemende bladen me toch een klein beetje koelte toewuift zodat ik ten minste niet helemaal dreig te verdrinken in m'n eigen zweet... Het luid zeurende, net niet gek-makende bromgeluid hield me uit m'n slaap, maar het was niet anders. Liever koel en wat lawaaierig, dus wat oppervlakkiger dutten, dan doorweekt en drijfnat van 't zweet een nacht onrustig woelen. 
Aan het begin van deze zomer haalde ik de ventilator van de kast en vanonder het winterstof, en zette hem op z'n vertrouwde plekje in de slaapkamer. Twee nachten heeft hij nog het beste van zichzelf gegeven... en toen: niets meer. Alsof hij niet langer meer de kracht kon opbrengen z'n wieken rond te draaien. 
En ja, ik heb hem volledig uit elkaar gevezen, nagekeken, ook aan de binnenkant van stof ontdaan, voorzichtig een drupje smeermiddel gegeven... en zolang ik hem niet volledig weer in elkaar zette dééd hij het, zij het uitsluitend op de hoogste stand en met af en toe een duwtje van mijn hand. Doch telkens ik àl z'n stukken weer volledig vast vees: behalve een diep ontevreden zacht gegrom, niks meer. Noegabollen nul noppes nada.
De ventilator-met-herinneringen staat nu al een tijdje, opnieuw, uitgebreid stof te verzamelen in de rommelkamer en ik vergat dat ik hem eigenlijk ook nog eens professioneel wou laten nakijken.
En vandaag begon die hittegolf. Bam, meteen 30 graden!
In het zachte flapperwindje van het kleine ventilatortje achter mijn balie overviel me m'n niet-voorbereid-zijn op zulke hitte. Meteen herinnerde ik me ook het gesprek met m'n beste vriendin om met m'n ecocheques eens op zoek te gaan naar een nieuw koele-lucht-blazertje. Een uitstapje dat er, hoe raad u het zo, nog steeds niet van gekomen was.
Zalig om leuke vrienden te hebben in zulke situatie. M'n maatje Stefaan vertelde over zijn eigen geweldige ventilator, online gekocht, die mij door de handige extra snufjes -afstandsbediening (hoef je niet uit bed om hem harder of zachter te zetten!), snoesinstelling (zo zet hij zichzelf na de gewenste tijd uit), optie zeebriesje (bijna geruisloos en toch nog verfrissend), en vooral bijzonder stil én betaalbaar- meteen voor zich gewonnen had. En, stante pede online besteld door de -zoals gewoonlijk- onmiddelijk sympathiek ter hulp schietende Rudi, echtgenoot van diezelfde beste vriendin, wordt het mij van smelten reddende designer koelding morgen al, hoera hoera hoera, bij me thuis geleverd!
En neen, hij was niet in het roze verkrijgbaar. Spijtig maar helaas, een mens kan niet àlles hebben, hé. ;-)
En voor vannacht? Tja, druipend in de badkuip gaan liggen om die emmers zweet te laten afvloeien, da's niet echt comfortabel slapen -toch wreed spijtig dat er niet ineens een paar kilo overtollig vet mee wegsmelt, hé- dus er wacht me een paar uurtjes wreed vochtig draaien en keren in bed. De stapel hoog-absorberende badhanddoeken ligt al klaar. Maar... daardoor zal ik morgennacht, positief ingesteld als ik ben, des te meer oneindig dankbaar zijn voor de koele bries in de kamer en die nieuwe fan gegarandeerd ten volle waarderen.
Artistieke toestanden of verfrissende luchtverplaatsingen, 't maakt niet uit: u mag gerust noteren dat ik, bijzonder enthousiast, met overtuiging fan ben van absoluut àl mijn geweldige fans! :-)



woensdag 8 juni 2016

Pompon, relaxatie-expert.

De broeierige hitte in de slaapkamer hing als een uitgewrongen dweil loodzwaar over me heen. De klamme lakens plakten irritant ongemakkelijk aan m'n bezwete huid. Moe van de voorbije dag en overal om me heen rust en vrede, maar de slaap, die wou niet komen. In m'n hoofd was het allesbehalve stil. Duizenden gedachten schreeuwden wild door elkaar heen, draaiend en kolkend als in een soort duivelse hutsepot. Opnieuw sloegen de emoties en de eenzaamheid hard toe. Maar die ene traan, tergend traag over m'n wang naar beneden biggelend, volstond wel, vond ik. Actie, en wel nu.
Licht aan, bed uit, toerke rond de tafel, iets ijskastkoud drinken, het benauwde lijf even afspoelen met wat lauw water, een fris washandje over m'n gezicht, eens goed flapperen met alle beddengoed, lakens-dekbed-sprei netjes strak opgeplooid en uit de weg aan het voeteneind, nog even stevig alle hoofdkussen tot zalig dik en fluffy op schudden, en klaar.
Nadat ik me met een diepe zucht terug languit neergeploft had voor poging nummer 2 en trachtte me te ontspannen, sprong, heel behoedzaam en met enige terughoudendheid, knuffelpoes Pompon bij me op het bed.
Even voorzichtig checken of er eventueel wat aandacht te halen viel, nu er toch niet geslapen werd. Ik ken die vragende blik op dat schattige onschuldige snoetje ondertussen maar al te goed...
Zachte pluizige Pompon liet zich niet alleen de strelingen en het gekroel welgevallen, hij genoot duidelijk ook met volle teugen van de ongekend formidabele, immens uitgestrekte vlakte van de matras-in-super-strak-hoeslaken-en-verder-niks. Vo-lle-dig uitgestrekt, maximaal, zowel in de lengte als in de breedte, in die bijna vloeibare toestand zoals alleen een voor 200% volledig ontspannen katachtige waar maakt, sloot meneerke Pompon genoeglijk z'n pientere oogjes en het opgetogen gesnor maakte langzaamaan plaats voor een tevreden zacht gesnurk.
Katten leven echt in het 'nu', en het was alsof hij bij me was komen liggen om me het goede voorbeeld nog eens te geven: laat al die turbulentie in je hoofd en je leven nu maar los, en geniet van de fijne kant van dit eigenste moment.
Volledig relaxed, helemaal klaar voor Klaas Vaak, schoot ik vertederd -toch handig, hé, zo'n smartphone- nog snel, stiekem en heel stilletjes, een hartveroverend lief fotootje van die snoezig slapende kleine held van me.
'O, verdoemme, het licht is nog aan!' flitste er door m'n hoofd. Maar met het zorgeloze 'Foert, kan me niet schelen, ik beweeg zelfs geen millimeter meer...', viel ik, met zijn fluweelzachte pootje warm in mijn hand en een gelukzalige glimlach op m'n gezicht, eindelijk ook in een diepe deugddoende slaap. :-)



donderdag 2 juli 2015

Zilte zeeën zout zweet.

Met deze hitte is het fijn thuiskomen in mijn oostelijk gericht appartement. Door wat goed uitgedacht open- en toeschuiven van gordijnen blijft de temperatuur in alle kamers voorlopig rond een verdraagbare 25 graden. 
Nu ze hun angst voor dat vreemde windding overwonnen hebben claimen de poezen Pompon en Poekie de overurendraaiende ventilator. Maar da's oké: ik dobber lekker in het koele bad. Het heerlijke frisse water spoelt zalig de vele emmers transpiratie van vandaag van m'n huid.
Met de ramen en deuren wagenwijd open, een wapperende ventilator naast de computers, zo rustig mogelijk op het toetsenbord rammelend en met zo min mogelijk gedoe de telefoon opnemend was het op het werk nog juist uit te houden. Bij elke grotere inspanning en, o ramp, bij het met veel héét water afwassen der eindeloze rijen koffiekopjes stroomde meteen een zee van honderden zoute parels over m'n hele lijf. 
Terug aan de bushalte, op 't heetst van de dag, verfriste de opgekomen bries mijn paraplu-parasol-schaduwplekje en al snel verscheen de bus. De bus met de ijskoude airco, waar ik anders een stijve nek van krijg, maar vandaag hevig verlangend naar uit keek. Maar... ik had het dubieuze genoegen mee te mogen met het allernieuwste busmodel: ééntje met een airco die het écht niet trok en zowaar héte lucht blies. En natuurlijk ook zónder venstertjes die je zou kunnen openen...
Onmiddellijk gutste het zweet aan alle kanten uit m'n poriën. 
De druppels zochten hun weg vanuit m'n dot langst m'n oren naar m'n nek en schoven met een sierlijke bocht één voor één in m'n decolleté, vanwaar ze, eenmaal verzameld, als een kleine zondvloed doorbraken tot aan m'n navel. Midden op m'n rug biggelde het zoute vocht aan hoge snelheid richting staartbeen. De nattigheid uit m'n knieholten sijpelde langst m'n benen omlaag en drupte na een krul rond m'n enkels in m'n door de hitte pijnlijk knellende suede sandaaltjes. 
Alle passagiers hanteerden hijgend en puffend drijfnatte zweetzakdoeken, wapperden met slappe kranten, trokken nóg wat van de al schaarse kledingstukken uit en snakten, net zoals ik, als vissen op het droge, hopeloos naar een hapje lucht, een teugje zuurstof.
Eindelijk, het leek een eeuwigheid te hebben geduurd, arriveerden we, als in ons eigen nat gestoomde soepkiekens, aan de Rooseveltplaats. Ik rukte me met m'n laatste puf los uit het doorweekte zeteltje en stapte opgelucht uit. 38° buiten vandaag, maar de hete zomerlucht en de zotte wind voelden na deze rit verbazingwekkend koel aan. Hemels zelfs. De koelte van de metro deed me rillen, maar net zoals de overvolle broeierige tram kon me dat geen barst meer schelen: nog heel even volhouden en ik was weer thuis!
Nu klotst het zalig koele water zachtjes om me heen. Voor vandaag laat het zilte zweet me weer los. Langzaam kom ik terug tot mezelf en vooral: weer helemaal op temperatuur. ;-)



vrijdag 5 juni 2015

Nat, natter, natst.

De hitte hing als een loodzware deken over me heen toen ik daarstraks eindelijk de weg huiswaarts aanvatte. Met moeite hief ik m'n lome voeten op, stap voor stap, richting bushalte. De hete lucht ademde ongemakkelijk.
Aan de halte miste ik nét een bus. Wachten dus.
En er stak een verfrissend briesje op. O, wat deed dat deugd! 
Maar al snel veranderde dat zuchtje in heftige windvlagen die boomblaadjes en allerlei andere brol in m'n gezicht smeten en m'n blote benen en tenen zandstraalden. Dat deed een heel stuk minder deugd.
Gelukkig, daar was de bus. Gered! 
Misschien zou het me dan tóch nog lukken droog thuis te raken...
Halverwege de rit vielen de eerste dikke druppels.
Tegen de tijd dat ik moest uitstappen en de oversteek naar de metro maken brak de storm in alle hevigheid los. Harde rukwinden en een hemel vol bliksem en donder. Maar in de metro merk je daar meteen niets meer van.
Tot aan de halte van de Sinksenfoor. Daar stapten kleddernatte mensen opgelucht in de droge tram. Dat beloofde...
Een aantal haltes later was het zover: mijn beurt om uit te stappen, niks aan te doen. De regen viel met bakken, de straten stonden blank. Het water stond op sommige plaatsen zo hoog dat ik zelfs op m'n hoge sleehakken tot aan m'n enkels te soppen liep. Om mij heen spurtten medereizigers met plastiek zakjes en handtassen boven hun hoofd razendsnel in alle richtingen.
Het had iets dolkomisch. Als zo'n tekenfilm met zich in veiligheid rennende muisjes of zo, met zo'n vrolijk snel tingeltangelmuziekje er onder.
De storm dreunde in alle hevigheid op me neer. En ik moest er zo geweldig om lachen: volledig doorweekt op je gemakje naar huis wandelen terwijl de regen zich verder ongenadig over je heen uitstort, de straten plots kolkende rivieren zijn en er langst alle kanten van tussen de veelkleurig wolken overal in de lucht fel geflits en rommelend gedonder is. 
Zonder enige vorm van haast of ongenoegen heb ik me er totaal aan over gegeven. Nat of natter, hoeveel verschil maakt het?
't Was als douchen met je kleren aan, en hoe vaak doe je dat in je leven?
Tot op m'n ondergoed doorweekt, echt door en door nat,

kwam ik druipend thuis. Maar wel één en al glimlach en totaal ontspannen. Om de één of andere reden maakte dit onweer mij even heel gelukkig. Ik zit er nog van na te genieten. Heerlijk. :-)