Wat een verschil 24 uur kunnen maken! Terwijl ik hier zit te schrijven, klettert daarbuiten de regen tegen de kasseien. De lucht is grijs, de dag is donker en de temperatuur... Tja, ongelofelijk, hé: die scheel mínstens 15° met die van gisteren. 't Is dat in huis nog steeds heel wat van die broeierige hitte van de afgelopen week hangt, anders zou je amper geloven dat we slecht één dag geleden ontzettend gebukt gingen onder weersomstandigheden recht uit een woestijn... En in mijn hoofd klinkt al de hele dag, uitstekend passend, niet alleen bij deze dag, maar vooral bij dit verhaaltje, het leuke kinderliedje 'Parapluutje, parasolletje, ééntje voor de regen en ééntje voor de zon! Pardon!"...
Om mijn huidige tijdelijke werkplaats te bereiken, doe ik niet alleen vijf dagen per week beroep op het openbaar vervoer, ik leg ook telkens nog in totaal drie kilometer te voet af. Heel op m'n gemakje, hoor. Het werden zo een beetje m'n dagelijkse kuierwandelingetjes. En sinds het begin van deze week nam ik speciaal voor deze kleine promenades steevast één van mijn kleurrijke paraplu's mee. Simpelweg een kwestie van door die schroeiende, ongenadige zonnestralen niet binnen de kortste keren omgetoverd te worden tot een wandelend gebraden kieken. Of zelfs, met die uit de pan swingende recordtemperaturen en pizza-oven-hete windvlagen, eerder een overgaar, net niet verkoold kipke, de perfecte cuisson reeds lang voorbij. Ik nam dus gewoon overal mijn eigen schaduwplekje met me mee. Meteen ook absoluut aan te raden trouwens om tijdens dat soort hittegolven, wachtend op je tram op een verzengend bloedheet perron met aan weerszijden telkens drie baanvakken vol extra hitte afgevende voorbijsnellende auto's en vrachtwagens én zonder de geringste schuilmogelijkheid, niet levend gecremeerd te worden...
Bij zo'n hittegolf zie je links en recht al wel eens een leuk zomerhoedje passeren, maar iemand die ook een parasolletje met zich mee sleept, die was ik nog niet tegengekomen. De meewarige blikken daar in tegen, zeker 's morgens, als ik m'n kleurrijke, bij m'n outfit passende accessoire nog gewoon toegeplooid naast m'n handtas met me mee draag, die waren er veelvuldig. "Allé, ziet die! Die denkt zeker dat het nog gaat regenen vandaag! En met deze temperaturen! Ook goe zot, als ge 't mij vraagt!" Je zag het ze niet alleen denken, af en toe waren er ook een paar die het luidop dé klucht van de dag vonden. Och, daar zit ik niet mee, hoor. Ik weet/wist wel beter, hé.
Eergisteren, op weg naar huis, was het me op de overvolle tram toch nog gelukt een plekje om te zitten te bemachtigen. Zij het een beetje onhandig en met wat gestuntel, want het viel niet mee om m'n ruime handtas -die zowat het midden houdt tussen een leuke boodschappenmand en een handige boekentas- in combinatie met m'n mooie paraplu genoeg uit de weg voor de er zich nog bij proppende reizigers op mijn schoot te te balanceren.
Halverwege de reis stapten er twee wat oudere Afrikaanse heren op de tram. Je kon ze echt niet gemist hebben, want ze zagen er schitterend uit. En ze waren duidelijk helemaal in hun element met die verhitte temperaturen, vermoedelijk ook door hun aangepaste Afrikaanse kledij. De eerste droeg fraai gevormde en kunstig opengewerkte leren slippers, een brede loszittende crèmekleurige linnen lange broek en daarboven een wijd soort tuniek-achtig hemd -een beetje zoals een schilderskiel- gemaakt uit soepele broderiestof (da's zo van die katoenen stof met heel veel van die sierlijk opengeborduurde gaatjes) in de meest wonderbaarlijke flashy maar toch net niet schreeuwerig oranje-gele kleur. Een verzorgde grijze baard en een stevige, eveneens verkleurende haardos vervolledigden het plaatje. De man die hem vergezelde was een rijzige, vorstelijk ogende zwarte heer in een lang elegant spierwit gewaad. Aan z'n voeten droeg hij een soort sierlijke witte leren pantoffels en op z'n hoofd een bijpassend klein wit rond hoedje zonder rand.
Met enig geworstel herschikte ik mijn bezittingen om hen te laten passeren. Daarbij schoot mijn paraplu heel even scherp vooruit, waarop de man in het witte gewaad hem even vriendelijk aantikte en in het typische Afrikaanse Frans aan me vroeg "Pour l' soleil?" ("Voor de zon?) Bijzonder blij verrast knikte ik breed lachend bevestigend. Hij stak, zo mogelijk nog breder lachend dan ik, met een indrukwekkende rij sprankelend witte tanden, waarderend z'n duim op en liet tegelijkertijd met z'n andere hand z'n eigen grote zwarte regenscherm zien, dat tot dat moment door de golvende plooien van zijn gewaad voor mij onzichtbaar bleef. Daarna richtte hij zich tot z'n vriend, al wat verder doorgeschoven in de massa op de tram, en verkondigde bijna uitgelaten opgewekt met klinkende stem: "Cett' madame, elle l'a bien compis!" ("Deze mevrouw, zij heeft het goed begrepen!") Weer bij elkaar, een stuk verderop in de tram, maar nog wel in mijn gezichtsveld, bespraken ze deze toevallige paraplu-ontmoeting duidelijk nog eens uitgebreid, niet meer in het Frans dit maal, maar in hun eigen taal. Om me vervolgens, deze keer tezamen -allebei duim hoog in de lucht en met een fenomenale stralende tandpastasmile- opnieuw onmiskenbaar goedkeurend en met veel appreciatie innemend en amicaal een laatste maal toe te knikken.
Wel, ondertussen zal m'n collectie kleurrijke regenschermen opnieuw voor een tijdje daadwerkelijk tegen de régen met me mee moeten, vrees ik. Maar wat betreft mijn paraplu-parasol-plannetje: dat is bij deze quasi officieel en met het grootste respect goedgekeurd door zij die het écht kunnen weten! Hopla! En bij de volgende hittegolf weet ik alvast wie er hier, zeker weten, aan het langste eind trekt. Dat ze me dan nóg maar eens durven uitlachen, hé!... 😉🌂
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label Afrikaans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Afrikaans. Alle posts tonen
zaterdag 27 juli 2019
vrijdag 12 augustus 2016
De kracht van een glimlach.
Van kop tot teen gehuld in de vele lagen van een eindeloos aantal meters prachtige Afrikaanse stof, met naast de typische motieven ook een fraaie, in goud geborduurde, sierrand, stond ze op de volle tram, tussen de vele andere reizigers door, juistekes in mijn gezichtsveld. Vermoedelijk bewonderde ik haar outfit net een paar seconden te lang, want steels keek zij terug, een beetje onderzoekend. Toen onze ogen elkaar kruisten verscheen er een verlegen glimlachje op haar mooie zwarte gezicht. En, ge kent mij: meer heb ik echt niet nodig om totaal ontwapenend, volledig open en blij, breed terug te lachen.
Aan het station moest ik overstappen op een andere tram, en zij blijkbaar ook. Ze nam, in afwachting van, plaats op een bankje en ik zette me, op de enige nog vrije plek, vlak naast haar. Voorzichtig gluurde ze, met opnieuw die wat verlegen glimlach, even opzij naar mij en ik lachte uiteraard ook weer terug.
Wegens het lang uitblijven van het gewenste tramnummer -het was al snel duidelijk dat we op hetzelfde wachtten- klonk er af en toe bij ons allebei een diepe zucht, er werd al eens iets onverstaanbaar gemompeld, we wiebelden bijna tegelijk met onze voeten... En dat deed ons giechelden. Zo zaten we daar naast elkaar op het perron, bijzonder bewust van elkaars aanwezigheid, maar alle twee nog net niet moedig genoeg om de andere aan te spreken.
Eindelijk op de tram: één vrij bankje, voor twee. Ik wiste met m'n glimlach meteen al haar twijfel om naast me te komen zitten weg, en, eenmaal gezeten, uitte ik mijn bewondering voor haar jurk. Verlegen verontschuldigde ze zich voor haar povere Nederlands. Maar daar zit ik niet mee, we gingen eenvoudigweg over op Frans. Ze kwam uit Burundi, gevlucht voor de vreselijke oorlogen, en vond het hier erg koud. Niet alleen letterlijk -vandaar die vele lagen stof natuurlijk- maar ook figuurlijk, tussen de mensen hier... Mijn vriendelijkheid verbaasde haar dus echt wel.
Bij de laatste ondergrondse stop van de tram, nadat we zeker al 10 minuten stil stonden, liet de bestuurder weten dat hij wegens een ongeval een omweg van een 15-tal minuten zou moeten maken. Wie wou uitstappen mocht dat.
"Dan neem ik de bus voor het vervolg van m'n route naar huis", zei ik tegen m'n zwarte reisgenote die meteen wist welke bus ik bedoelde, het een prima plan vond en dus met me mee ging, de vele eindeloos lijkende trappen omhoog.
Spijtig genoeg zag ik met mijn lumineus idee één dingetje, klein detail -hum- over het hoofd: daarboven lagen honderden meters straat en een volledig kruispunt onherkenbaar opengebroken -wat we eigenlijk, als trouwe gebruikers van deze route, allebei al lang wisten maar in ons enthousiasme even vergeten waren- dus: geen bus uiteraard. Luidop lachend om onze eigen dommigheid en honderduit babbelend alsof we elkaar al jaren kenden daalden we dan maar weer af in de diepte van het metrostation en arriveerden net op tijd voor de volgende tram met het juiste lijnnummer. Vrolijk kwetterend propte we ons tussen de rest van de 'sardientjes' en ons opgewekt gesprek werkte aanstekelijk bij het groepje jongedames, allemaal met hoofddoek, waar we tussen plakten.
Ook nu brak mijn glimlach het ijs en na mijn -ik, de eeuwig vrolijke optimist- "Hoera, we doen zo dadelijk een heel uitzonderlijk ommetje met de tram, hoe spannend!" vond niemand om ons heen het nog erg dat we wat later thuis zouden geraken.
Terwijl ik figureerde als tolk voor de nodige simultane vertaling, van 't Nederlands naar 't Frans en terug, babbelde iedereen ongedwongen met iedereen, ambiance alom. Bij de aankondiging van déze chauffeur -zijn tram had ondertussen ook nog niet één centimeter bewogen- dat we dan tóch langst de normale route zou rijden was iedereen het dan ook meteen, breed lachend, roerend met me eens toen ik grapte "Allé jong, da meende nu toch ni! Amai, da's echt keispijtig!..."
De Afrikaanse mevrouw moest nog een paar haltes verder, maar één van de meisjes -lang, slank, mooi, ik denk Marokkaans, maar zeker hier geboren- verliet de tram samen met mij en wandelde nog een stukje mee terwijl ze haar intense blijheid uitte over dat super gezellige tramritje, waarin kleur, afkomst, leeftijd en zelfs taal uitzonderlijk eens een keertje géén barrière vormde...
"Als meer mensen zo zouden zijn, en dit vaker gebeurde, dan zou de wereld er volledig anders uit zien!" zuchtte ze nog. "Juist daarom schrijf ik dit soort belevenissen neer in een blogje", vertelde ik haar, "met de hoop mensen te inspireren, al was het maar één iemand..." En geweldig enthousiast die verhaaltjes ook te kunnen lezen schreef ze gretig de Google-gegevens op.
Ik weet dat men mij soms behoorlijk, zelfs kinderlijk, naïef vindt, en onrealistisch, wereldvreemd, als ik beweer dat één oprechte warme glimlach krachtig genoeg is om de hele wijde wereld te veranderen. Volgens mij is één 'smile' altijd de start van een positieve kettingreactie, zoals één kleine druppel in een enorme watervlakte naar alle kanten eindeloos uitdeinende cirkels op de waterspiegel veroorzaakt.
Zowiezo, zonder dom te zijn of het grote plaatje uit het oog te verliezen, alle beetjes helpen, hoe klein ook. Juist die ogenschijnlijk totaal onbelangrijke dingen, die we allemaal aan kunnen, hebben we hard nodig. Me dunkt dat deze waar gebeurde story daar toch ook weer een erg mooi bewijs van is...
Dus -zeg maar dat ik het gezegd heb- laat deze wereld jouw glimlach niet veranderen, maar verander met jouw glimlach de wereld! *Smile!* :-)
Aan het station moest ik overstappen op een andere tram, en zij blijkbaar ook. Ze nam, in afwachting van, plaats op een bankje en ik zette me, op de enige nog vrije plek, vlak naast haar. Voorzichtig gluurde ze, met opnieuw die wat verlegen glimlach, even opzij naar mij en ik lachte uiteraard ook weer terug.
Wegens het lang uitblijven van het gewenste tramnummer -het was al snel duidelijk dat we op hetzelfde wachtten- klonk er af en toe bij ons allebei een diepe zucht, er werd al eens iets onverstaanbaar gemompeld, we wiebelden bijna tegelijk met onze voeten... En dat deed ons giechelden. Zo zaten we daar naast elkaar op het perron, bijzonder bewust van elkaars aanwezigheid, maar alle twee nog net niet moedig genoeg om de andere aan te spreken.
Eindelijk op de tram: één vrij bankje, voor twee. Ik wiste met m'n glimlach meteen al haar twijfel om naast me te komen zitten weg, en, eenmaal gezeten, uitte ik mijn bewondering voor haar jurk. Verlegen verontschuldigde ze zich voor haar povere Nederlands. Maar daar zit ik niet mee, we gingen eenvoudigweg over op Frans. Ze kwam uit Burundi, gevlucht voor de vreselijke oorlogen, en vond het hier erg koud. Niet alleen letterlijk -vandaar die vele lagen stof natuurlijk- maar ook figuurlijk, tussen de mensen hier... Mijn vriendelijkheid verbaasde haar dus echt wel.
Bij de laatste ondergrondse stop van de tram, nadat we zeker al 10 minuten stil stonden, liet de bestuurder weten dat hij wegens een ongeval een omweg van een 15-tal minuten zou moeten maken. Wie wou uitstappen mocht dat.
"Dan neem ik de bus voor het vervolg van m'n route naar huis", zei ik tegen m'n zwarte reisgenote die meteen wist welke bus ik bedoelde, het een prima plan vond en dus met me mee ging, de vele eindeloos lijkende trappen omhoog.
Spijtig genoeg zag ik met mijn lumineus idee één dingetje, klein detail -hum- over het hoofd: daarboven lagen honderden meters straat en een volledig kruispunt onherkenbaar opengebroken -wat we eigenlijk, als trouwe gebruikers van deze route, allebei al lang wisten maar in ons enthousiasme even vergeten waren- dus: geen bus uiteraard. Luidop lachend om onze eigen dommigheid en honderduit babbelend alsof we elkaar al jaren kenden daalden we dan maar weer af in de diepte van het metrostation en arriveerden net op tijd voor de volgende tram met het juiste lijnnummer. Vrolijk kwetterend propte we ons tussen de rest van de 'sardientjes' en ons opgewekt gesprek werkte aanstekelijk bij het groepje jongedames, allemaal met hoofddoek, waar we tussen plakten.
Ook nu brak mijn glimlach het ijs en na mijn -ik, de eeuwig vrolijke optimist- "Hoera, we doen zo dadelijk een heel uitzonderlijk ommetje met de tram, hoe spannend!" vond niemand om ons heen het nog erg dat we wat later thuis zouden geraken.
Terwijl ik figureerde als tolk voor de nodige simultane vertaling, van 't Nederlands naar 't Frans en terug, babbelde iedereen ongedwongen met iedereen, ambiance alom. Bij de aankondiging van déze chauffeur -zijn tram had ondertussen ook nog niet één centimeter bewogen- dat we dan tóch langst de normale route zou rijden was iedereen het dan ook meteen, breed lachend, roerend met me eens toen ik grapte "Allé jong, da meende nu toch ni! Amai, da's echt keispijtig!..."
De Afrikaanse mevrouw moest nog een paar haltes verder, maar één van de meisjes -lang, slank, mooi, ik denk Marokkaans, maar zeker hier geboren- verliet de tram samen met mij en wandelde nog een stukje mee terwijl ze haar intense blijheid uitte over dat super gezellige tramritje, waarin kleur, afkomst, leeftijd en zelfs taal uitzonderlijk eens een keertje géén barrière vormde...
"Als meer mensen zo zouden zijn, en dit vaker gebeurde, dan zou de wereld er volledig anders uit zien!" zuchtte ze nog. "Juist daarom schrijf ik dit soort belevenissen neer in een blogje", vertelde ik haar, "met de hoop mensen te inspireren, al was het maar één iemand..." En geweldig enthousiast die verhaaltjes ook te kunnen lezen schreef ze gretig de Google-gegevens op.
Ik weet dat men mij soms behoorlijk, zelfs kinderlijk, naïef vindt, en onrealistisch, wereldvreemd, als ik beweer dat één oprechte warme glimlach krachtig genoeg is om de hele wijde wereld te veranderen. Volgens mij is één 'smile' altijd de start van een positieve kettingreactie, zoals één kleine druppel in een enorme watervlakte naar alle kanten eindeloos uitdeinende cirkels op de waterspiegel veroorzaakt.
Zowiezo, zonder dom te zijn of het grote plaatje uit het oog te verliezen, alle beetjes helpen, hoe klein ook. Juist die ogenschijnlijk totaal onbelangrijke dingen, die we allemaal aan kunnen, hebben we hard nodig. Me dunkt dat deze waar gebeurde story daar toch ook weer een erg mooi bewijs van is...
Dus -zeg maar dat ik het gezegd heb- laat deze wereld jouw glimlach niet veranderen, maar verander met jouw glimlach de wereld! *Smile!* :-)
Labels:
Afrikaans,
ambiance,
babbelen,
bus,
De Lijn,
Frans,
glimlach,
kleur,
lachen,
Marokkaans,
Nederlands,
omweg,
premetrostation,
smile,
tram,
wereldvrede
Abonneren op:
Posts (Atom)

