Wat een verschil 24 uur kunnen maken! Terwijl ik hier zit te schrijven, klettert daarbuiten de regen tegen de kasseien. De lucht is grijs, de dag is donker en de temperatuur... Tja, ongelofelijk, hé: die scheel mínstens 15° met die van gisteren. 't Is dat in huis nog steeds heel wat van die broeierige hitte van de afgelopen week hangt, anders zou je amper geloven dat we slecht één dag geleden ontzettend gebukt gingen onder weersomstandigheden recht uit een woestijn... En in mijn hoofd klinkt al de hele dag, uitstekend passend, niet alleen bij deze dag, maar vooral bij dit verhaaltje, het leuke kinderliedje 'Parapluutje, parasolletje, ééntje voor de regen en ééntje voor de zon! Pardon!"...
Om mijn huidige tijdelijke werkplaats te bereiken, doe ik niet alleen vijf dagen per week beroep op het openbaar vervoer, ik leg ook telkens nog in totaal drie kilometer te voet af. Heel op m'n gemakje, hoor. Het werden zo een beetje m'n dagelijkse kuierwandelingetjes. En sinds het begin van deze week nam ik speciaal voor deze kleine promenades steevast één van mijn kleurrijke paraplu's mee. Simpelweg een kwestie van door die schroeiende, ongenadige zonnestralen niet binnen de kortste keren omgetoverd te worden tot een wandelend gebraden kieken. Of zelfs, met die uit de pan swingende recordtemperaturen en pizza-oven-hete windvlagen, eerder een overgaar, net niet verkoold kipke, de perfecte cuisson reeds lang voorbij. Ik nam dus gewoon overal mijn eigen schaduwplekje met me mee. Meteen ook absoluut aan te raden trouwens om tijdens dat soort hittegolven, wachtend op je tram op een verzengend bloedheet perron met aan weerszijden telkens drie baanvakken vol extra hitte afgevende voorbijsnellende auto's en vrachtwagens én zonder de geringste schuilmogelijkheid, niet levend gecremeerd te worden...
Bij zo'n hittegolf zie je links en recht al wel eens een leuk zomerhoedje passeren, maar iemand die ook een parasolletje met zich mee sleept, die was ik nog niet tegengekomen. De meewarige blikken daar in tegen, zeker 's morgens, als ik m'n kleurrijke, bij m'n outfit passende accessoire nog gewoon toegeplooid naast m'n handtas met me mee draag, die waren er veelvuldig. "Allé, ziet die! Die denkt zeker dat het nog gaat regenen vandaag! En met deze temperaturen! Ook goe zot, als ge 't mij vraagt!" Je zag het ze niet alleen denken, af en toe waren er ook een paar die het luidop dé klucht van de dag vonden. Och, daar zit ik niet mee, hoor. Ik weet/wist wel beter, hé.
Eergisteren, op weg naar huis, was het me op de overvolle tram toch nog gelukt een plekje om te zitten te bemachtigen. Zij het een beetje onhandig en met wat gestuntel, want het viel niet mee om m'n ruime handtas -die zowat het midden houdt tussen een leuke boodschappenmand en een handige boekentas- in combinatie met m'n mooie paraplu genoeg uit de weg voor de er zich nog bij proppende reizigers op mijn schoot te te balanceren.
Halverwege de reis stapten er twee wat oudere Afrikaanse heren op de tram. Je kon ze echt niet gemist hebben, want ze zagen er schitterend uit. En ze waren duidelijk helemaal in hun element met die verhitte temperaturen, vermoedelijk ook door hun aangepaste Afrikaanse kledij. De eerste droeg fraai gevormde en kunstig opengewerkte leren slippers, een brede loszittende crèmekleurige linnen lange broek en daarboven een wijd soort tuniek-achtig hemd -een beetje zoals een schilderskiel- gemaakt uit soepele broderiestof (da's zo van die katoenen stof met heel veel van die sierlijk opengeborduurde gaatjes) in de meest wonderbaarlijke flashy maar toch net niet schreeuwerig oranje-gele kleur. Een verzorgde grijze baard en een stevige, eveneens verkleurende haardos vervolledigden het plaatje. De man die hem vergezelde was een rijzige, vorstelijk ogende zwarte heer in een lang elegant spierwit gewaad. Aan z'n voeten droeg hij een soort sierlijke witte leren pantoffels en op z'n hoofd een bijpassend klein wit rond hoedje zonder rand.
Met enig geworstel herschikte ik mijn bezittingen om hen te laten passeren. Daarbij schoot mijn paraplu heel even scherp vooruit, waarop de man in het witte gewaad hem even vriendelijk aantikte en in het typische Afrikaanse Frans aan me vroeg "Pour l' soleil?" ("Voor de zon?) Bijzonder blij verrast knikte ik breed lachend bevestigend. Hij stak, zo mogelijk nog breder lachend dan ik, met een indrukwekkende rij sprankelend witte tanden, waarderend z'n duim op en liet tegelijkertijd met z'n andere hand z'n eigen grote zwarte regenscherm zien, dat tot dat moment door de golvende plooien van zijn gewaad voor mij onzichtbaar bleef. Daarna richtte hij zich tot z'n vriend, al wat verder doorgeschoven in de massa op de tram, en verkondigde bijna uitgelaten opgewekt met klinkende stem: "Cett' madame, elle l'a bien compis!" ("Deze mevrouw, zij heeft het goed begrepen!") Weer bij elkaar, een stuk verderop in de tram, maar nog wel in mijn gezichtsveld, bespraken ze deze toevallige paraplu-ontmoeting duidelijk nog eens uitgebreid, niet meer in het Frans dit maal, maar in hun eigen taal. Om me vervolgens, deze keer tezamen -allebei duim hoog in de lucht en met een fenomenale stralende tandpastasmile- opnieuw onmiskenbaar goedkeurend en met veel appreciatie innemend en amicaal een laatste maal toe te knikken.
Wel, ondertussen zal m'n collectie kleurrijke regenschermen opnieuw voor een tijdje daadwerkelijk tegen de régen met me mee moeten, vrees ik. Maar wat betreft mijn paraplu-parasol-plannetje: dat is bij deze quasi officieel en met het grootste respect goedgekeurd door zij die het écht kunnen weten! Hopla! En bij de volgende hittegolf weet ik alvast wie er hier, zeker weten, aan het langste eind trekt. Dat ze me dan nóg maar eens durven uitlachen, hé!... 😉🌂
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label ontmoeting. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontmoeting. Alle posts tonen
zaterdag 27 juli 2019
donderdag 3 november 2016
M. & M.
Alles is altijd exact zoals het hoort te zijn, geloof me maar. Daar kreeg ik vandaag alweer een leuk bewijs van!
In de 8 jaar dat ik als receptioniste in Edegem werk werd ik voor de bewoners van de huizen langst m'n bijna dagelijkse route heen en weer tussen bus en fabriek een vertrouwde verschijning. Ik leerde een heel aantal mensen kennen, de ene al wat beter dan de andere, maar er werden steeds minstens wat vriendelijke begroetingen gedeeld, al dan niet aangevuld met commentaar op het weer van die dag. Alleszins, zalig om al die tijd te mogen genieten van die vele blije ontmoetingen met de buren van het bedrijf. Sommigen van hen lieten me af en toe zelfs weten dat ze ongerust waren als ze me een tijdje niet meer gezien hadden.
En zo kruiste ik vele jaren geleden ook het pad van M. & M., Monique en haar koffiekleurige labrador Mokka. Een schat van een hond die, grote super lieve flodderloebas als hij is, het elke passant absoluut onmogelijk maakt om hem zonder enige vorm van aandacht voorbij te wandelen.
Het begint met een aai over die immer vrolijk en enthousiast op je af sprintende woef z'n bolleke en voor je het weet sta je, zonder enige moeite of gebrek aan conversatiestof, gezellig op de stoep een half uurtje weg te babbelen. Altijd meer dan genoeg boeiende en geanimeerde verhalen: over mijn werk als receptioniste en het wel en wee van de fabriek en zijn werknemers, of over haar werk als verpleegkundige en het wel en wee van het ziekenhuis en z'n patiënten. En over Mokka natuurlijk, want die is ondertussen bijna onopgemerkt ook zowat 8 jaar ouder geworden sinds onze eerste ontmoeting, en met de leeftijd komen spijtig genoeg ook de kwaaltjes. Daar ontsnapt zelfs zo een bijzonder geliefde en o zo levendige trouwe viervoeter niet aan. Z'n heerlijke koffiekleurtje heeft tegenwoordig wat wolkjes melk, vooral om z'n snuit...
Met de wijzigingen in m'n uurrooster en m'n dagen in de boekhouding kwam ik de afgelopen tijd M. & M. niet meer tegen. Daar sta je wel eens bij stil en dan vraag je jezelf natuurlijk ook altijd even af hoe het met hen beide zou zijn. En met m'n nieuwe job, die er nu snel zit aan te komen en zich op een totaal andere locatie zal afspelen, vreesde ik een beetje hen nooit meer te zien. Tenzij ik aan hun deurbel zou gaan hangen of zo...
Vandaag had ik eigenlijk vakantie maar besliste -uit praktische noodzaak en zeker weten ook uit sympathie voor m'n collega's- toch een paar uurtjes facturen te gaan inboeken en klasseren. 't Was gezellig op de boekhouding en die paar uurtjes groeiden -als vanzelfsprekend- uit tot de volledige dag. Daardoor wandelde ik een heel pak later dan gewoonlijk, toch sinds een paar weken, welgezind en intens tevreden na het wegwerken van een fraaie stapel papierwerk, in de zachte avondschemering en omgeven van zalige herfstgeuren richting bushalte.
En, u raad het al, wie kwamen daar om de hoek? Jawel, inderdaad, Monique en Mokka! En het vreugdevolle weerzien bracht groot nieuws van beide kanten: ik vond de job van m'n leven en zij is feestelijk met pensioen gegaan.
"Heb ik éindelijk tijd om eens naar jouw concerten te komen" grapte ze.
Mokka werd duidelijk doodmoe van al het uitgebreide en geanimeerde gekwebbel en legde er zich letterlijk bij neer. Wie weet was dat ook figuurlijk, maar ge kunt dat zo moeilijk vragen aan een hond, hé. hihi
Toen we tenslotte toch aan afscheid nemen toekwamen -niet voor altijd maar eerder als welgemeende 'tot ziens'- floepte onmiddellijk en in al z'n volledigheid dit verhaaltje in m'n hoofd en gehaast keerde ik nog snel even op m'n stappen terug voor een, spijtig genoeg niet echt geweldig gelukte, bijpassende foto met ons drietjes.
Bij de overstap van bus 32 naar bus 33, op één derde van m'n route huiswaarts, reden er van dit laatste lijnnummer 3 exemplaren -als een treintje met 3 wagons, zo dicht op elkaar- aan hoge snelheid pal voor m'n neus voorbij. Da's dikke pech hebben en echt niet leuk, maar het geeft me toch maar weer fijn de tijd om rustig en ongestoord op een bankje in een verlicht bushokje wat moois over M. & M. neer te schrijven en met jullie te delen.
Dus ja, je kan het gerust van me geloven, 't bewijs is alweer geleverd: alles is altijd exact zoals het hoort te zijn. :-)
(En dan mag nu die bus zo stilaan wel eens gaan verschijnen... ;-) )
In de 8 jaar dat ik als receptioniste in Edegem werk werd ik voor de bewoners van de huizen langst m'n bijna dagelijkse route heen en weer tussen bus en fabriek een vertrouwde verschijning. Ik leerde een heel aantal mensen kennen, de ene al wat beter dan de andere, maar er werden steeds minstens wat vriendelijke begroetingen gedeeld, al dan niet aangevuld met commentaar op het weer van die dag. Alleszins, zalig om al die tijd te mogen genieten van die vele blije ontmoetingen met de buren van het bedrijf. Sommigen van hen lieten me af en toe zelfs weten dat ze ongerust waren als ze me een tijdje niet meer gezien hadden.
En zo kruiste ik vele jaren geleden ook het pad van M. & M., Monique en haar koffiekleurige labrador Mokka. Een schat van een hond die, grote super lieve flodderloebas als hij is, het elke passant absoluut onmogelijk maakt om hem zonder enige vorm van aandacht voorbij te wandelen.
Het begint met een aai over die immer vrolijk en enthousiast op je af sprintende woef z'n bolleke en voor je het weet sta je, zonder enige moeite of gebrek aan conversatiestof, gezellig op de stoep een half uurtje weg te babbelen. Altijd meer dan genoeg boeiende en geanimeerde verhalen: over mijn werk als receptioniste en het wel en wee van de fabriek en zijn werknemers, of over haar werk als verpleegkundige en het wel en wee van het ziekenhuis en z'n patiënten. En over Mokka natuurlijk, want die is ondertussen bijna onopgemerkt ook zowat 8 jaar ouder geworden sinds onze eerste ontmoeting, en met de leeftijd komen spijtig genoeg ook de kwaaltjes. Daar ontsnapt zelfs zo een bijzonder geliefde en o zo levendige trouwe viervoeter niet aan. Z'n heerlijke koffiekleurtje heeft tegenwoordig wat wolkjes melk, vooral om z'n snuit...
Met de wijzigingen in m'n uurrooster en m'n dagen in de boekhouding kwam ik de afgelopen tijd M. & M. niet meer tegen. Daar sta je wel eens bij stil en dan vraag je jezelf natuurlijk ook altijd even af hoe het met hen beide zou zijn. En met m'n nieuwe job, die er nu snel zit aan te komen en zich op een totaal andere locatie zal afspelen, vreesde ik een beetje hen nooit meer te zien. Tenzij ik aan hun deurbel zou gaan hangen of zo...
Vandaag had ik eigenlijk vakantie maar besliste -uit praktische noodzaak en zeker weten ook uit sympathie voor m'n collega's- toch een paar uurtjes facturen te gaan inboeken en klasseren. 't Was gezellig op de boekhouding en die paar uurtjes groeiden -als vanzelfsprekend- uit tot de volledige dag. Daardoor wandelde ik een heel pak later dan gewoonlijk, toch sinds een paar weken, welgezind en intens tevreden na het wegwerken van een fraaie stapel papierwerk, in de zachte avondschemering en omgeven van zalige herfstgeuren richting bushalte.
En, u raad het al, wie kwamen daar om de hoek? Jawel, inderdaad, Monique en Mokka! En het vreugdevolle weerzien bracht groot nieuws van beide kanten: ik vond de job van m'n leven en zij is feestelijk met pensioen gegaan.
"Heb ik éindelijk tijd om eens naar jouw concerten te komen" grapte ze.
Mokka werd duidelijk doodmoe van al het uitgebreide en geanimeerde gekwebbel en legde er zich letterlijk bij neer. Wie weet was dat ook figuurlijk, maar ge kunt dat zo moeilijk vragen aan een hond, hé. hihi
Toen we tenslotte toch aan afscheid nemen toekwamen -niet voor altijd maar eerder als welgemeende 'tot ziens'- floepte onmiddellijk en in al z'n volledigheid dit verhaaltje in m'n hoofd en gehaast keerde ik nog snel even op m'n stappen terug voor een, spijtig genoeg niet echt geweldig gelukte, bijpassende foto met ons drietjes.
Bij de overstap van bus 32 naar bus 33, op één derde van m'n route huiswaarts, reden er van dit laatste lijnnummer 3 exemplaren -als een treintje met 3 wagons, zo dicht op elkaar- aan hoge snelheid pal voor m'n neus voorbij. Da's dikke pech hebben en echt niet leuk, maar het geeft me toch maar weer fijn de tijd om rustig en ongestoord op een bankje in een verlicht bushokje wat moois over M. & M. neer te schrijven en met jullie te delen.
Dus ja, je kan het gerust van me geloven, 't bewijs is alweer geleverd: alles is altijd exact zoals het hoort te zijn. :-)
(En dan mag nu die bus zo stilaan wel eens gaan verschijnen... ;-) )
maandag 29 augustus 2016
Daghospitaaldagje.
De nevel die laag tussen de bomen en over de grasvelden hing deed al een beetje aan herfst denken, maar de hemel kleurde prachtig oranje-roze-rood van de opkomende zon. De wereld lag er fris bij, klaar voor een nieuwe dag. En ik, nog in twijfel of ík er wel klaar voor was, ik wachtte op de bus die mij naar het ziekenhuis zou brengen voor -alwéér- een operatie. Dit maal eentje die me hopelijk, na een lange 2,5 jaar, van de onophoudelijke kaak-, gewricht-, tand-, hoofd- en nekpijn af zou helpen. Een ingreep die meteen ook al mijn muzikale begeleiders moet verlossen van de immer aanwezige angst dat m'n mond toch eens een keer niét meer dicht zou gaan -en die kans zat er àltijd in-, en zij me hardhandig zouden moeten 'redden'...
Ontzettend goed op tijd melde ik mij -zoals gewenst volledig nuchter- aan bij de balie voor alle mogelijke voorafgaande testen. Als je 50+ bent nemen ze immers absoluut geen enkel risico meer met je... "Gelieve, met het gele mapje duidelijk zichtbaar, plaats te nemen in de inkomhal aub -bij de andere gelaten afwachtende sukkelaars dus- een vrijwilliger komt u daar ophalen".
Een vrolijke vrijwilliger kon je haar moeilijk noemen. Lachen was duidelijk niet besteed aan deze dame, en de geforceerde manier waarop ze onze namen afriep deed aan een tuchtschool denken: je sprong als vanzelf in houding.
'Volg me!' blafte ze, en de hele groep gehoorzaamde zonder morren. Er werd niet één woord gewisseld. En terwijl ze ons aanmaande tempo te maken, goed ter been of niet, geen compassie, stopte ze zelf steeds midden in de gang en steevast ook in elk deurgat, en hield zo opnieuw en opnieuw de voortgang van zaken in hoogst eigen persoon faliekant op. Hilarisch en irritant tegelijkertijd.
Eerste stop: bloedafname. Een goedgeluimde sympathieke jonge laborante trachtte haar werk op een enigszins georganiseerde manier te volbrengen in een, zo vroeg op de dag reeds, gloeiend heet minikamertje dat duidelijk ook als opbergruimte dienst deed. Voorlopig zag ze er de lol nog van in...
De vrijwilligster beval ons daar te wachten terwijl zij 'de volgende lading' ophaalde, riep bij terugkomst nogmaals streng onze namen af -min twee, want die mochten al beschikken- en stoomde met ons in haar kielzog naar de elektrocardiogram. Weer netjes op commando neerzitten en wachten.
Om de tijd te doden las ik telkens een stukje verder in de boeiende Engelstalige roman, geschreven door een vriend van me, en dat hadden m'n lotgenoten blijkbaar opgemerkt, want men sprak mij hoofdzakelijk in het Engels aan. Best grappig om dan in ongelofelijk keurig Nederlands te antwoorden! Of in het Frans, ter afwisseling...
Voor het grootste gedeelte van het gezelschap hield de reis daar bij het hartonderzoek op. De gendarme-begeleidster moest nog slecht mezelf meenemen en een meneer zonder tanden, die de hele tijd speekselend wou vertellen over al z'n vele facturen. En inderdaad: die twee namen moesten tóch ook weer luid afgeroepen worden, waarna we als opgejaagd wild voor haar uit stoven, de lange gangen door, richting longfoto.
Bij mijn buitenkomen aan de radiografie: iedereen verdwenen. Een lege gang, lege wachtzaal, rijen en rijen lege stoelen. Misschien was dit de laatste halte van de ene man geweest, maar mij wachtte nog een afspraak voor de longfunctie! "Dan maar op eigen houtje", dacht ik, maar slechts een paar meter verder hield een andere -veel vriendelijkere- vrijwilligster me staande, gebriefd om uit te kijken naar 'een juffrouw (ja, echt) met een lichtblauwe blouse', die persoon te onderscheppen en te droppen bij de dagkliniek. "Nog een afspraak? Ik weet van niks", zei ze, "dat sorteren ze dààr maar uit!" en leverde me zonder pardon af aan de zoveelste balie.
"Kamer 133, goed onthouden, hoor," knipoogde de vriendelijke verpleger en deed me een extra armbandje aan 'om me niet kwijt te raken in het gebouw'. Na wat instructies, een pak info en een eindeloze waslijst vragen waarvan ik af en toe zowat de slappe lach kreeg merkte hij op "O, u heeft nog een afspraak voor uw longfunctie! Oei, dan gaan we moeten opschieten. Weet u zelf de weg of...?" Ik kon niet snel genoeg 'ja, natuurlijk!' zeggen en weg was ik.
Weet je, het fijne aan al die testen is dat je even een volledige check-up krijgt en meteen weet dat je hart -ondanks zo vaak gebroken- nog steeds in uitstekende gezondheid je bloed krachtig rondpompt, bloed dat ook netjes àlles in zich heeft wat nodig is en ook niets teveel, en dat je longen een absoluut schitterend plaatje opleveren. Maar dat laatste onderzoek, werkelijk ge-wel-dig! Een ontzettend grappige verpleegster liet me plaatsnemen in een glazen hokje waar ik, met een mondstuk in mijn snater en een neusklem op m'n snufferd, op haar bijzonder enthousiaste aangeven moest in- en uitademen. Dan weer snel, dan weer traag, of heeeeel diep, heeeel lang, enz... Toen ik haar vertelde dat ze haar test afnam bij een 'klassieke geschoolde zangeres, opera en zo' lag ze om zoveel overduidelijk onnodige moeite volledig in een deuk, ze kwam er bijna niet meer van bij! En zoals te verwachten lagen mijn longinhoud en -capaciteiten vér boven het gemiddelde, waarop ik "O, gelukkig maar!" gniffelde, wat alweer goed was voor zo'n zalig bulderend lachsalvo.
De operatie stond pas gepland om 16u, doch nog maar net terug op m'n bed, het zal ongeveer 12u30 geweest zijn, kwam een moederlijke verpleegster me verzoeken al m'n spullen in het kluisje te steken, eventuele haarspelden en juwelen te verwijderen, m'n kledij uit te trekken en in te ruilen voor het gekende schortje, en me in bed te installeren: ik was nu meteen reeds aan de beurt!
En van daaraf ging het plots razend snel: ze sjeesden met m'n bed door de gangen en liften -m'n haar wapperde er van in de wind, écht-, parkeerde me kordaat in het wachtkwartier en voor ik het goed en wel besefte lag ik onder de grote lampen op de operatietafel, zag in een flits het ernstige gezicht van de anesthesist, ving een glimp op van de vrolijke snuit van de chirurg, en 'knip' m'n licht ging uit... En alsof er slecht één seconde voorbij was gegaan ontwaakte ik in de recovery met de mij ondertussen bijna 'vertrouwde' totale paniek. Pijn en angst. Mijn gespartel en geluidjes irriteerden duidelijk één van de verplegers nogal, want hij sloot resoluut alle gordijnen om me heen! Niet zo fijn eigenlijk... En omdat ik op die manier wat uit het zicht lag vergat men mij blijkbaar een beetje. Meer dan twee uur later, ondertussen volledig wakker, rolde ik dankzij een andere erg lieve verpleegster dan toch weer met bed en al kamer 133 in.
Daar ijsbeerde een zeer nerveuze oudere dame, op blote voeten, van kop tot teen gehuld in het zwart, hoofddoek en lang gewaad, heen en weer. Met een stralende glimlach op het verweerde gerimpelde maar o zo vriendelijk gezicht vroeg ze me of ik Arabisch sprak. Aangezien ik die taal niet meester ben en zij zich uitsluitend daarin kon uitdrukken behielpen we ons met gebarentaal en het occasionele woord -uit gelijk welke taal- dat we allebei begrepen. Haar dochter werd geopereerd, ze wachtte al 3 uur vol angst en was oprecht blij eindelijk even met iemand te kunnen spreken. En bij gebrek aan beter begon ze dan maar voor mij te zorgen: ze schikte m'n dekens, plooide m'n lakens, klopte m'n kussen op en hield m'n hand een tijdje vast. Lief, hé.
De doktersassistente bevond me fris genoeg voor vertrek en maande me aan toch een beetje op te schieten met omkleden en inpakken, zodat ik nog voor het sluitingsuur bij de apotheek aan de overkant van het ziekenhuis al m'n medicatie zou kunnen gaan kopen, maar 'k moest wel voorzichtig zijn en niet vallen. De verpleegster bracht me - hoera, éindelijk! bijna uitgedroogd van grote dorst!- een flesje water en een energiedrankje... da'k niet kon drinken wegens én lactose én gluten. Bon, met -ter vervanging dan maar- een stevig gesuikerd kopje thee in m'n maag en een grote ijszak tegen de rechterkant van m'n hoofd stapte ik, na een omwegje langst de zeer behulpzame apotheker, de bus naar huis weer op, naar m'n lekkere zetel, m'n heerlijke bed, het gezelschap van m'n knuffelpoezen en vooral drinken in overvloed.
De beademingstube heeft m'n stem wat gekwetst, de hele rechterkant van m'n gezicht is tijdelijk volledig 'raar', zelfs m'n haar doet vreemd, de pijn is nog niet helemaal onder controle, ik ben een zoveelste litteken rijker en 't blijft nog afwachten of deze ingreep me écht helpt... maar ik grinnik al de hele tijd da'k verdorie m'n stappenteller had moeten aandoen! Wie weet hoeveel kilometer ik in die plus-minus 10 uur wel niet afgelegd heb, hé... hihihi
Kortom, de moraal van dit verhaal: als je er voor open staat, beleef je echt óveral avonturen, inclusief de bijhorende brede waaier aan boeiende ontmoetingen. Zélfs tijdens één enkel daghospitaaldagje! :-)
Ontzettend goed op tijd melde ik mij -zoals gewenst volledig nuchter- aan bij de balie voor alle mogelijke voorafgaande testen. Als je 50+ bent nemen ze immers absoluut geen enkel risico meer met je... "Gelieve, met het gele mapje duidelijk zichtbaar, plaats te nemen in de inkomhal aub -bij de andere gelaten afwachtende sukkelaars dus- een vrijwilliger komt u daar ophalen".
Een vrolijke vrijwilliger kon je haar moeilijk noemen. Lachen was duidelijk niet besteed aan deze dame, en de geforceerde manier waarop ze onze namen afriep deed aan een tuchtschool denken: je sprong als vanzelf in houding.
'Volg me!' blafte ze, en de hele groep gehoorzaamde zonder morren. Er werd niet één woord gewisseld. En terwijl ze ons aanmaande tempo te maken, goed ter been of niet, geen compassie, stopte ze zelf steeds midden in de gang en steevast ook in elk deurgat, en hield zo opnieuw en opnieuw de voortgang van zaken in hoogst eigen persoon faliekant op. Hilarisch en irritant tegelijkertijd.
Eerste stop: bloedafname. Een goedgeluimde sympathieke jonge laborante trachtte haar werk op een enigszins georganiseerde manier te volbrengen in een, zo vroeg op de dag reeds, gloeiend heet minikamertje dat duidelijk ook als opbergruimte dienst deed. Voorlopig zag ze er de lol nog van in...
De vrijwilligster beval ons daar te wachten terwijl zij 'de volgende lading' ophaalde, riep bij terugkomst nogmaals streng onze namen af -min twee, want die mochten al beschikken- en stoomde met ons in haar kielzog naar de elektrocardiogram. Weer netjes op commando neerzitten en wachten.
Om de tijd te doden las ik telkens een stukje verder in de boeiende Engelstalige roman, geschreven door een vriend van me, en dat hadden m'n lotgenoten blijkbaar opgemerkt, want men sprak mij hoofdzakelijk in het Engels aan. Best grappig om dan in ongelofelijk keurig Nederlands te antwoorden! Of in het Frans, ter afwisseling...
Voor het grootste gedeelte van het gezelschap hield de reis daar bij het hartonderzoek op. De gendarme-begeleidster moest nog slecht mezelf meenemen en een meneer zonder tanden, die de hele tijd speekselend wou vertellen over al z'n vele facturen. En inderdaad: die twee namen moesten tóch ook weer luid afgeroepen worden, waarna we als opgejaagd wild voor haar uit stoven, de lange gangen door, richting longfoto.
Bij mijn buitenkomen aan de radiografie: iedereen verdwenen. Een lege gang, lege wachtzaal, rijen en rijen lege stoelen. Misschien was dit de laatste halte van de ene man geweest, maar mij wachtte nog een afspraak voor de longfunctie! "Dan maar op eigen houtje", dacht ik, maar slechts een paar meter verder hield een andere -veel vriendelijkere- vrijwilligster me staande, gebriefd om uit te kijken naar 'een juffrouw (ja, echt) met een lichtblauwe blouse', die persoon te onderscheppen en te droppen bij de dagkliniek. "Nog een afspraak? Ik weet van niks", zei ze, "dat sorteren ze dààr maar uit!" en leverde me zonder pardon af aan de zoveelste balie.
"Kamer 133, goed onthouden, hoor," knipoogde de vriendelijke verpleger en deed me een extra armbandje aan 'om me niet kwijt te raken in het gebouw'. Na wat instructies, een pak info en een eindeloze waslijst vragen waarvan ik af en toe zowat de slappe lach kreeg merkte hij op "O, u heeft nog een afspraak voor uw longfunctie! Oei, dan gaan we moeten opschieten. Weet u zelf de weg of...?" Ik kon niet snel genoeg 'ja, natuurlijk!' zeggen en weg was ik.
Weet je, het fijne aan al die testen is dat je even een volledige check-up krijgt en meteen weet dat je hart -ondanks zo vaak gebroken- nog steeds in uitstekende gezondheid je bloed krachtig rondpompt, bloed dat ook netjes àlles in zich heeft wat nodig is en ook niets teveel, en dat je longen een absoluut schitterend plaatje opleveren. Maar dat laatste onderzoek, werkelijk ge-wel-dig! Een ontzettend grappige verpleegster liet me plaatsnemen in een glazen hokje waar ik, met een mondstuk in mijn snater en een neusklem op m'n snufferd, op haar bijzonder enthousiaste aangeven moest in- en uitademen. Dan weer snel, dan weer traag, of heeeeel diep, heeeel lang, enz... Toen ik haar vertelde dat ze haar test afnam bij een 'klassieke geschoolde zangeres, opera en zo' lag ze om zoveel overduidelijk onnodige moeite volledig in een deuk, ze kwam er bijna niet meer van bij! En zoals te verwachten lagen mijn longinhoud en -capaciteiten vér boven het gemiddelde, waarop ik "O, gelukkig maar!" gniffelde, wat alweer goed was voor zo'n zalig bulderend lachsalvo.
De operatie stond pas gepland om 16u, doch nog maar net terug op m'n bed, het zal ongeveer 12u30 geweest zijn, kwam een moederlijke verpleegster me verzoeken al m'n spullen in het kluisje te steken, eventuele haarspelden en juwelen te verwijderen, m'n kledij uit te trekken en in te ruilen voor het gekende schortje, en me in bed te installeren: ik was nu meteen reeds aan de beurt!
En van daaraf ging het plots razend snel: ze sjeesden met m'n bed door de gangen en liften -m'n haar wapperde er van in de wind, écht-, parkeerde me kordaat in het wachtkwartier en voor ik het goed en wel besefte lag ik onder de grote lampen op de operatietafel, zag in een flits het ernstige gezicht van de anesthesist, ving een glimp op van de vrolijke snuit van de chirurg, en 'knip' m'n licht ging uit... En alsof er slecht één seconde voorbij was gegaan ontwaakte ik in de recovery met de mij ondertussen bijna 'vertrouwde' totale paniek. Pijn en angst. Mijn gespartel en geluidjes irriteerden duidelijk één van de verplegers nogal, want hij sloot resoluut alle gordijnen om me heen! Niet zo fijn eigenlijk... En omdat ik op die manier wat uit het zicht lag vergat men mij blijkbaar een beetje. Meer dan twee uur later, ondertussen volledig wakker, rolde ik dankzij een andere erg lieve verpleegster dan toch weer met bed en al kamer 133 in.
Daar ijsbeerde een zeer nerveuze oudere dame, op blote voeten, van kop tot teen gehuld in het zwart, hoofddoek en lang gewaad, heen en weer. Met een stralende glimlach op het verweerde gerimpelde maar o zo vriendelijk gezicht vroeg ze me of ik Arabisch sprak. Aangezien ik die taal niet meester ben en zij zich uitsluitend daarin kon uitdrukken behielpen we ons met gebarentaal en het occasionele woord -uit gelijk welke taal- dat we allebei begrepen. Haar dochter werd geopereerd, ze wachtte al 3 uur vol angst en was oprecht blij eindelijk even met iemand te kunnen spreken. En bij gebrek aan beter begon ze dan maar voor mij te zorgen: ze schikte m'n dekens, plooide m'n lakens, klopte m'n kussen op en hield m'n hand een tijdje vast. Lief, hé.
De doktersassistente bevond me fris genoeg voor vertrek en maande me aan toch een beetje op te schieten met omkleden en inpakken, zodat ik nog voor het sluitingsuur bij de apotheek aan de overkant van het ziekenhuis al m'n medicatie zou kunnen gaan kopen, maar 'k moest wel voorzichtig zijn en niet vallen. De verpleegster bracht me - hoera, éindelijk! bijna uitgedroogd van grote dorst!- een flesje water en een energiedrankje... da'k niet kon drinken wegens én lactose én gluten. Bon, met -ter vervanging dan maar- een stevig gesuikerd kopje thee in m'n maag en een grote ijszak tegen de rechterkant van m'n hoofd stapte ik, na een omwegje langst de zeer behulpzame apotheker, de bus naar huis weer op, naar m'n lekkere zetel, m'n heerlijke bed, het gezelschap van m'n knuffelpoezen en vooral drinken in overvloed.
De beademingstube heeft m'n stem wat gekwetst, de hele rechterkant van m'n gezicht is tijdelijk volledig 'raar', zelfs m'n haar doet vreemd, de pijn is nog niet helemaal onder controle, ik ben een zoveelste litteken rijker en 't blijft nog afwachten of deze ingreep me écht helpt... maar ik grinnik al de hele tijd da'k verdorie m'n stappenteller had moeten aandoen! Wie weet hoeveel kilometer ik in die plus-minus 10 uur wel niet afgelegd heb, hé... hihihi
Kortom, de moraal van dit verhaal: als je er voor open staat, beleef je echt óveral avonturen, inclusief de bijhorende brede waaier aan boeiende ontmoetingen. Zélfs tijdens één enkel daghospitaaldagje! :-)
zondag 7 februari 2016
Goddelijke ontmoeting.
"Jij bent zo open!", zei ze nog steeds verbaasd maar bijzonder enthousiast nadat ze me op de overvolle tram een compliment gaf over m'n haar, en er zich daaruit een geweldig aangenaam en geanimeerd gesprek tussen ons ontspon. Het klikte van de eerste seconde tussen mij het leuke meisje naast me dat me aan m'n nichtjes deed denken, en waaruit een puurheid straalde zoals je die nog zelden tegenkomt. Zuster Fleming, piepjonge Mormoonse zendelinge uit het verre Amerika, en ik mag haar Amy noemen.
Ondertussen zijn zij en haar vriendin Karly, a.k.a. Zuster Hansen dus, al een paar maal gezellig bij mij thuis op bezoek geweest, ondanks de bedenkelijke blikken en commentaar van mijn omgeving. "Wat haal je weer in huis? Waar zijt ge weer mee bezig? Zou je niet beter oppassen? Je gaat je toch niet bekeren?"... De badge, die deze jongedames steevast dragen, maakt op zich meestal al negativiteit genoeg los, nog vóór er zelfs maar één woord gesproken werd... Het zijn opmerkingen die ik met plezier naast me neer leg, want deze uitspraken komen enkel voort uit angst voor het onbekende. Trouwens, als je diep in je hart voelt dat het goed zit, waarom zou je iemand dan niet een stukje naast je laten meewandelen op je levenspad?
Er hebben rond mijn grote tafel al zoveel verschillende geloofsovertuigingen gezeten. Net zoals ongeveer alle soorten huidskleuren, sexuele geaardheden en politieke strekkingen trouwens. Met een groot wederzijds respect en dat goeie gevoel valt er in zulke boeiende ontmoetingen juist vanwege die verschillen zoveel waardevols van en aan elkaar te leren en mee te geven.
En ja, behalve de ontzettend leuke, typische meisjesdingen die we al samen deden, zoals kapsels uitproberen, spraken we ook over godsdienst en geloven.
Luister, ik vind religie absoluut prima als je er net als deze meisjes levenskracht, wijsheid, richting, troost en steun uit kan halen en er een betere mens van wordt. Maar van zodra er machtsmisbruik bij te pas komt, in welke vorm dan ook, niet enkel met indrukwekkend angstaanjagend geweld maar ook onopgemerkt onderhuids, haak ik vollédig af.
Er toert een geweldig Engelstalige tekstje op het internet dat dit erg leuk samenvat: "Religie is als een penis. Het is oké om er ééntje te hebben en het is oké om er trots op te zijn, maar je moet er niet mee gaan rondzwaaien in het openbaar, of hem opdringen aan kinderen, of er wetten mee schrijven!" :-)
Trouwens, er zijn in de wereld 22 erkende godsdiensten, alle soorten religies met minder dan 100.000 volgelingen niet eens meegeteld. De gehele mensheid op deze blauwe planeet aanbidt minstens een 5000-tal verschillende goden.
En al die fanatiekelingen beweren dat hùn god de enige echte ware is... Sorry, daar moet je dus bij mij niet mee af komen.
En ja, ik weet het, het Katholicisme, waarmee ik opgroeide, heeft ook honderden jaren lang oorlogen gevoerd, de wereld in brand gezet en hele bevolkingsgroepen uitgemoord, allemaal in naam van die ene god, en een vrijdenker als ik zou al lang als heks op de brandstapel zijn beland... Maar zijn we dan écht niet verder geëvolueerd? Moeten we nog steeds, en terecht, spreken van het mensDOM?
Geloof vindt zijn verre oorsprong in de aanbidding van Moeder Natuur. Het respectvol plaats geven aan de krachten die zowel overvloedig leven schenken en zichzelf constant vernieuwen, als dat ze, met vaak ongekend geweld, leven nemen. De erkenning, aanvaarding en benoeming van God in àlles.
De heilige geschriften spreken, uiteraard met verschillen in de details door invloed van de uiteenlopende culturen, allemaal over respect, liefde en goedheid. De aanbeden godheid kan zowel straffend als belonend zijn, maar altijd opdat de gelovigen er betere mensen van zouden worden. Aan de basis zijn alle religies dus eigenlijk hetzelfde. En ik kan het weten: puur uit interesse en op zoek naar antwoorden, verschillen en gelijkenissen las ik ooit een groot deel van de heilige boeken. Op dit moment steekt m'n bladwijzer tussen de bladen van Het Boek van Mormon, een gewaardeerd cadeau van Amy en Karly.
In elk van ons zit een stukje god. Daarover zijn ook mijn Amerikaanse vriendinnetjes het absoluut met me eens. En voor mij is dat zelfs niet alleen in elke mens, maar in absoluut elk levend wezen. Mens, dier, plant... alles draagt een stukje goddelijkheid in zich mee. Als je dat kan zien, dan overstijg je alle religie en blijft er alleen nog respect en liefde over.
Dus, bij deze groet het stukje god in mij alle goddelijke aanwezigheid in jullie, en wenst jullie vele zielsverrijkende en hartverwarmende goddelijke ontmoetingen toe. ;-)
Ondertussen zijn zij en haar vriendin Karly, a.k.a. Zuster Hansen dus, al een paar maal gezellig bij mij thuis op bezoek geweest, ondanks de bedenkelijke blikken en commentaar van mijn omgeving. "Wat haal je weer in huis? Waar zijt ge weer mee bezig? Zou je niet beter oppassen? Je gaat je toch niet bekeren?"... De badge, die deze jongedames steevast dragen, maakt op zich meestal al negativiteit genoeg los, nog vóór er zelfs maar één woord gesproken werd... Het zijn opmerkingen die ik met plezier naast me neer leg, want deze uitspraken komen enkel voort uit angst voor het onbekende. Trouwens, als je diep in je hart voelt dat het goed zit, waarom zou je iemand dan niet een stukje naast je laten meewandelen op je levenspad?
Er hebben rond mijn grote tafel al zoveel verschillende geloofsovertuigingen gezeten. Net zoals ongeveer alle soorten huidskleuren, sexuele geaardheden en politieke strekkingen trouwens. Met een groot wederzijds respect en dat goeie gevoel valt er in zulke boeiende ontmoetingen juist vanwege die verschillen zoveel waardevols van en aan elkaar te leren en mee te geven.
En ja, behalve de ontzettend leuke, typische meisjesdingen die we al samen deden, zoals kapsels uitproberen, spraken we ook over godsdienst en geloven.
Luister, ik vind religie absoluut prima als je er net als deze meisjes levenskracht, wijsheid, richting, troost en steun uit kan halen en er een betere mens van wordt. Maar van zodra er machtsmisbruik bij te pas komt, in welke vorm dan ook, niet enkel met indrukwekkend angstaanjagend geweld maar ook onopgemerkt onderhuids, haak ik vollédig af.
Er toert een geweldig Engelstalige tekstje op het internet dat dit erg leuk samenvat: "Religie is als een penis. Het is oké om er ééntje te hebben en het is oké om er trots op te zijn, maar je moet er niet mee gaan rondzwaaien in het openbaar, of hem opdringen aan kinderen, of er wetten mee schrijven!" :-)
Trouwens, er zijn in de wereld 22 erkende godsdiensten, alle soorten religies met minder dan 100.000 volgelingen niet eens meegeteld. De gehele mensheid op deze blauwe planeet aanbidt minstens een 5000-tal verschillende goden.
En al die fanatiekelingen beweren dat hùn god de enige echte ware is... Sorry, daar moet je dus bij mij niet mee af komen.
En ja, ik weet het, het Katholicisme, waarmee ik opgroeide, heeft ook honderden jaren lang oorlogen gevoerd, de wereld in brand gezet en hele bevolkingsgroepen uitgemoord, allemaal in naam van die ene god, en een vrijdenker als ik zou al lang als heks op de brandstapel zijn beland... Maar zijn we dan écht niet verder geëvolueerd? Moeten we nog steeds, en terecht, spreken van het mensDOM?
Geloof vindt zijn verre oorsprong in de aanbidding van Moeder Natuur. Het respectvol plaats geven aan de krachten die zowel overvloedig leven schenken en zichzelf constant vernieuwen, als dat ze, met vaak ongekend geweld, leven nemen. De erkenning, aanvaarding en benoeming van God in àlles.
De heilige geschriften spreken, uiteraard met verschillen in de details door invloed van de uiteenlopende culturen, allemaal over respect, liefde en goedheid. De aanbeden godheid kan zowel straffend als belonend zijn, maar altijd opdat de gelovigen er betere mensen van zouden worden. Aan de basis zijn alle religies dus eigenlijk hetzelfde. En ik kan het weten: puur uit interesse en op zoek naar antwoorden, verschillen en gelijkenissen las ik ooit een groot deel van de heilige boeken. Op dit moment steekt m'n bladwijzer tussen de bladen van Het Boek van Mormon, een gewaardeerd cadeau van Amy en Karly.
In elk van ons zit een stukje god. Daarover zijn ook mijn Amerikaanse vriendinnetjes het absoluut met me eens. En voor mij is dat zelfs niet alleen in elke mens, maar in absoluut elk levend wezen. Mens, dier, plant... alles draagt een stukje goddelijkheid in zich mee. Als je dat kan zien, dan overstijg je alle religie en blijft er alleen nog respect en liefde over.
Dus, bij deze groet het stukje god in mij alle goddelijke aanwezigheid in jullie, en wenst jullie vele zielsverrijkende en hartverwarmende goddelijke ontmoetingen toe. ;-)
vrijdag 16 oktober 2015
Kerst-flyer-kettingreactie.
Behoorlijk uitgeregend en vermoeid van de busrit rolde ik onderweg naar huis nog snel even m'n caddy door m'n, voor een vrijdagavond verrassend rustige, favoriete supermarkt. Even wat boodschapjes voor de komende week meepikken zodat ik dit weekend gezellig warm en droog binnen kan blijven.
De erg vriendelijke en duidelijk goed gemutste jonge man achter de kassa had al de tijd van de wereld en terwijl hij rustig m'n aankopen scande begon hij, als echte Marokkaanse Antwerpenaar in 't plat Borgerhouts, een gezellig gesprekje met me over het lekkers waar ik, na lang twijfelen, mezelf dan toch maar een keertje op had durven trakteren. "Eén keertje zondigen, dat moet al eens kunnen" vond hij, en of m'n granaatappel in een zakje moest? Heel gemoedelijk allemaal en het vrolijkte meteen heel die lange grijze dag op.
Normaal gezien maak ik al winkelend een optelsom in m'n hoofd om vooral niet boven de inhoud van m'n portemonneetje uit te komen. Maar volgens mij blies vandaag de wind wat gaten in m'n verstand, want toen het te betalen totaal uit de kassa rolde bleek ik ongeveer 1,50 euro te kort te komen...
Geen probleem. Even kijken wat ik dit weekend alvast niet nodig had.
Terwijl ik, met een verontschuldiging, wat dingen terug uit de zak op dook, hoorde ik de jongeman op de kassa rammelen.
Met een enorm brede lach op z'n gezicht duwde hij de retourtjes terug in m'n richting, stopte me het ticket én op de koop toe ook nog wat extra kleingeld in m'n hand en zei joviaal: "Ik trakteer! Geniet er maar van!"
Daar stond ik dan met m'n mond vol tanden verbaasd te wezen.
Maar dat duurt nooit erg lang bij mij, dat weet je. Ik graaide, het is echt m'n natuurlijke reflex deze maanden van het jaar, een kerstflyer uit m'n handtas, en overhandigde hem die met de woorden "Als dit je eventueel interesseert, geef me dan maar een seintje, dan bezorg ik je, als organisator en hoofdact, een vrijkaartje." Zijn beurt om even sprakeloos te zijn!...
Het echtpaar dat, vlak na me aan de kassa, als enige andere klanten op dat moment, dit stukje gesprek gevolgd had, wou meteen ook een flyer. En informatie. Over de show en over mij en... en... en...
De jongeman was er ondertussen weer helemaal bij en begon honderduit te vertellen dat hij zelf op school nog in musicals gespeeld had. Wat me oprecht verraste! En die mevrouw, alvast super enthousiast om naar een voorstelling te komen, volgde zangles om, zelfs nu ze al wat ouder was, toch nog kleuterleidster te kunnen worden. "Met een foute ademhaling en een erg monotone stem lukt dat niet echt", merkte haar man bijdehand op. En met overschot van gelijk vervolgde hij hoopvol: "Geeft u misschien ook bijles?"...
Zélfs aan het einde van een super saaie, sombere en koude regendag verrast het leven soms nog met heerlijk opmonterende ontmoetingen en gesprekken. Als je er maar voor open staat! En een persoonlijk flyer van een ietwat uitgelopen en verwaaide Kerst-Miss wil natuurlijk ook nog wel eens helpen. ;-)
De erg vriendelijke en duidelijk goed gemutste jonge man achter de kassa had al de tijd van de wereld en terwijl hij rustig m'n aankopen scande begon hij, als echte Marokkaanse Antwerpenaar in 't plat Borgerhouts, een gezellig gesprekje met me over het lekkers waar ik, na lang twijfelen, mezelf dan toch maar een keertje op had durven trakteren. "Eén keertje zondigen, dat moet al eens kunnen" vond hij, en of m'n granaatappel in een zakje moest? Heel gemoedelijk allemaal en het vrolijkte meteen heel die lange grijze dag op.
Normaal gezien maak ik al winkelend een optelsom in m'n hoofd om vooral niet boven de inhoud van m'n portemonneetje uit te komen. Maar volgens mij blies vandaag de wind wat gaten in m'n verstand, want toen het te betalen totaal uit de kassa rolde bleek ik ongeveer 1,50 euro te kort te komen...
Geen probleem. Even kijken wat ik dit weekend alvast niet nodig had.
Terwijl ik, met een verontschuldiging, wat dingen terug uit de zak op dook, hoorde ik de jongeman op de kassa rammelen.
Met een enorm brede lach op z'n gezicht duwde hij de retourtjes terug in m'n richting, stopte me het ticket én op de koop toe ook nog wat extra kleingeld in m'n hand en zei joviaal: "Ik trakteer! Geniet er maar van!"
Daar stond ik dan met m'n mond vol tanden verbaasd te wezen.
Maar dat duurt nooit erg lang bij mij, dat weet je. Ik graaide, het is echt m'n natuurlijke reflex deze maanden van het jaar, een kerstflyer uit m'n handtas, en overhandigde hem die met de woorden "Als dit je eventueel interesseert, geef me dan maar een seintje, dan bezorg ik je, als organisator en hoofdact, een vrijkaartje." Zijn beurt om even sprakeloos te zijn!...
Het echtpaar dat, vlak na me aan de kassa, als enige andere klanten op dat moment, dit stukje gesprek gevolgd had, wou meteen ook een flyer. En informatie. Over de show en over mij en... en... en...
De jongeman was er ondertussen weer helemaal bij en begon honderduit te vertellen dat hij zelf op school nog in musicals gespeeld had. Wat me oprecht verraste! En die mevrouw, alvast super enthousiast om naar een voorstelling te komen, volgde zangles om, zelfs nu ze al wat ouder was, toch nog kleuterleidster te kunnen worden. "Met een foute ademhaling en een erg monotone stem lukt dat niet echt", merkte haar man bijdehand op. En met overschot van gelijk vervolgde hij hoopvol: "Geeft u misschien ook bijles?"...
Zélfs aan het einde van een super saaie, sombere en koude regendag verrast het leven soms nog met heerlijk opmonterende ontmoetingen en gesprekken. Als je er maar voor open staat! En een persoonlijk flyer van een ietwat uitgelopen en verwaaide Kerst-Miss wil natuurlijk ook nog wel eens helpen. ;-)
Abonneren op:
Posts (Atom)



