Posts tonen met het label apotheek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label apotheek. Alle posts tonen

donderdag 7 mei 2020

Jan en Flori.

De ontzettend gezellige, behoorlijk lange en bijzonder geanimeerde babbel in de grote hal van het appartementsgebouw hier met m'n zus Jacinta en schoonbroer Eric, afgelopen zaterdag, had me al ontzettend veel deugd gedaan. De dagen ervoor zat ik echt wel wat in een dipje door de totale afwezigheid van menselijk interactie in mijn leven tegenwoordig, en al helemaal in levenden lijve. Het was echt genieten, en het monterde me geweldig op. Ja, 'k kon weer verder met de energie die op die manier m'n richting uit stroomde. Oef. En hoera.
Gisteren wandelde ik, intens genietend van het zonneke, -en daardoor jammer genoeg ook wel serieus zwetend achter dat zelfgemaakt zakdoekenmondmasker en in die dikke plastieken tuinhandschoenen- langs de dokter voor een klaarliggend voorschrift, met een bochtje door de supermarkt voor m'n favoriete brood -dat er natuurlijk niet meer was- richting apotheek. Daar was ik, hoe wonderlijk, in eerste instantie de enige aanwezige klant. En omdat ik al de dames apothekeressen al vele jaren ken en ook graag mag, ontstond er al snel een erg prettig gesprekje. Over zelfgemaakte en alle andere modellen van mondmaskers, en over m'n liedjes op YouTube. Het deed me alweer buitengewoon veel deugd en met een door het mondmasker verborgen brede glimlach kuierde ik weer richting thuis. De zon scheen warm op m'n gezicht, de wind blies vrolijk m'n haar in de war, de vogeltjes in al het ontluikende groen floten onbezorgd uit volle borst. En slecht hier en daar, en goed ver weg van mij, bevond zich nog iemand anders.
'k Liep zodanig op m'n gemakje te genieten, daar op het wandelpad van de groene zone tussen de flatgebouwen, da'k ze bijna niet eens opgemerkt had, de beide heren op de fiets, in de tegenovergestelde richting. Doch in dezelfde fractie van een seconde herkende ik hen en zij mij! Dat waren verdorie Jan en Flori! Wat deden die hier?!...

Dit supersympathieke echtpaar kende ik eerst jarenlang als 'vrienden van mijn ouders'. Eén van hen is een oud-collega van mijn vader. Maar al snel werden het ook bijzonder gewaardeerde vrienden van en voor mij. En absolute enthousiaste fans ook. Ze lezen met heel veel vreugd en deugd al mijn verhaaltjes, maken onverbloemd reclame voor mijn boeken, volgen bijzonder meelevend al mijn reilen en zeilen, en zijn steevast, al dan niet met een hele schare vrienden in hun zog, aanwezig op zowat elk mogelijk optreden. Heerlijke mensen zijn zij, Jan en Flori, mensen waar ik graag en zonder moeite een paar uur mee weg kan babbelen als de gelegenheid zich voor doet.
Omdat ze goed beseften dat ik heel deze quarantaine ook maar in m'n ééntje door zit te knoeften, en met als inspiratie m'n verhaal over die eerste babbel in de hal met zus en schoonbroer, waren ze uit hartje Antwerpen tot bij mij komen fietsen. Om even bij te kletsen. Ook in de hal. Of buiten op de stoep. En, zoals ik achteraf hoorde van m'n buren, die op de trap voor het gebouw, gezellig als op een terrasje of zo, van de stralende zon genoten en waarmee ik achteraf eveneens nog een half uurtje weg taterde, hadden ze tot hun spijt en ondanks bijzonder geduldig wachten geen gehoor gekregen bij het aanbellen. Kristina was jammer genoeg, en uitzonderlijk net nu natuurlijk, eens niet thuis... Niks aan te doen, dus stapten ze terug op hun stalen ros om dan maar verder van de fietstocht te genieten.
Maar wie kwam hen daar op het cementen wandelpad tegen, zich van geen kwaad bewust vrolijk over het pad kuierend, haar boodschappenkarretje met zich mee rollend? Ons Kristina dus! Hoeveel chance kunt ge hebben, hé.
We babbelden uitgelaten en blij elkaar te zien een flink pak minuten weg, daar lekker in het warme zonnetje. Over de familie, over het alleen zijn, over kleinkinderen missen, over YouTube filmkes, en 'goe bezig zijn', over toekomst en concerten, en ook over dankbaarheid. Dankbaarheid voor onze gezondheid en de vriendschap. En toen het grote betonnen gebouw ons de zonnestralen ontnam en het plots toch erg fris werd, was het tijd om weer afscheid te nemen. Netjes zonder risico's vanop een afstandje. 
En even later -na die ook al zo leuke babbel met de buren dus- vond ik in m'n brievenbus op de koop toe een prachtig, zelfgemaakt kaartje van hen beide, met daarop nog eens zoveel lieve en bemoedigende woorden. Mijn dag kon écht niet meer stuk. En geloof het of niet, ik glimlach nog steeds uitzonderlijk breed!
Ja, wat warme, welgemeende menselijke interactie, dat doet wonderen, hé. En nog geen klein beetje! 't Blijkt maar weer wat een noodzakelijke en onmisbaar gegeven dat is. En ik ben ongetwijfeld een gezegend iemand met zulke fijne personen om me heen. En die vrienden van mij, vrienden zoals Jan en Flori, die zijn echt helemaal te gek wauw! Zalig, toch?!... ♥️
P.S. Ondanks het feit dat ze bij alle soorten evenementen steeds aanwezig zijn, viel het toch niet mee om een mooie foto van hen samen te vinden in mijn uitgebreide archieven... Maar, 't is me gelukkig toch gelukt, al zeg ik er wel eerlijkheidshalve bij dat dit leuke portretje ondertussen toch ook alweer 8 jaar oud is. We zullen eens doelbewust samen, met z'n drieën, wat plaatjes moeten schieten in 't vervolg, hé, heren... ;-)



maandag 29 augustus 2016

Daghospitaaldagje.

De nevel die laag tussen de bomen en over de grasvelden hing deed al een beetje aan herfst denken, maar de hemel kleurde prachtig oranje-roze-rood van de opkomende zon. De wereld lag er fris bij, klaar voor een nieuwe dag. En ik, nog in twijfel of ík er wel klaar voor was, ik wachtte op de bus die mij naar het ziekenhuis zou brengen voor -alwéér- een operatie. Dit maal eentje die me hopelijk, na een lange 2,5 jaar, van de onophoudelijke kaak-, gewricht-, tand-, hoofd- en nekpijn af zou helpen. Een ingreep die meteen ook al mijn muzikale begeleiders moet verlossen van de immer aanwezige angst dat m'n mond toch eens een keer niét meer dicht zou gaan -en die kans zat er àltijd in-, en zij me hardhandig zouden moeten 'redden'...
Ontzettend goed op tijd melde ik mij -zoals gewenst volledig nuchter- aan bij de balie voor alle mogelijke voorafgaande testen. Als je 50+ bent nemen ze immers absoluut geen enkel risico meer met je... "Gelieve, met het gele mapje duidelijk zichtbaar, plaats te nemen in de inkomhal aub -bij de andere gelaten afwachtende sukkelaars dus- een vrijwilliger komt u daar ophalen".
Een vrolijke vrijwilliger kon je haar moeilijk noemen. Lachen was duidelijk niet besteed aan deze dame, en de geforceerde manier waarop ze onze namen afriep deed aan een tuchtschool denken: je sprong als vanzelf in houding. 
'Volg me!' blafte ze, en de hele groep gehoorzaamde zonder morren. Er werd niet één woord gewisseld. En terwijl ze ons aanmaande tempo te maken, goed ter been of niet, geen compassie, stopte ze zelf steeds midden in de gang en steevast ook in elk deurgat, en hield zo opnieuw en opnieuw de voortgang van zaken in hoogst eigen persoon faliekant op. Hilarisch en irritant tegelijkertijd.
Eerste stop: bloedafname. Een goedgeluimde sympathieke jonge laborante trachtte haar werk op een enigszins georganiseerde manier te volbrengen in een, zo vroeg op de dag reeds, gloeiend heet minikamertje dat duidelijk ook als opbergruimte dienst deed. Voorlopig zag ze er de lol nog van in...
De vrijwilligster beval ons daar te wachten terwijl zij 'de volgende lading' ophaalde, riep bij terugkomst nogmaals streng onze namen af -min twee, want die mochten al beschikken- en stoomde met ons in haar kielzog naar de elektrocardiogram. Weer netjes op commando neerzitten en wachten.
Om de tijd te doden las ik telkens een stukje verder in de boeiende Engelstalige roman, geschreven door een vriend van me, en dat hadden m'n lotgenoten blijkbaar opgemerkt, want men sprak mij hoofdzakelijk in het Engels aan. Best grappig om dan in ongelofelijk keurig Nederlands te antwoorden! Of in het Frans, ter afwisseling... 
Voor het grootste gedeelte van het gezelschap hield de reis daar bij het hartonderzoek op. De gendarme-begeleidster moest nog slecht mezelf meenemen en een meneer zonder tanden, die de hele tijd speekselend wou vertellen over al z'n vele facturen. En inderdaad: die twee namen moesten tóch ook weer luid afgeroepen worden, waarna we als opgejaagd wild voor haar uit stoven, de lange gangen door, richting longfoto.
Bij mijn buitenkomen aan de radiografie: iedereen verdwenen. Een lege gang, lege wachtzaal, rijen en rijen lege stoelen. Misschien was dit de laatste halte van de ene man geweest, maar mij wachtte nog een afspraak voor de longfunctie! "Dan maar op eigen houtje", dacht ik, maar slechts een paar meter verder hield een andere -veel vriendelijkere- vrijwilligster me staande, gebriefd om uit te kijken naar 'een juffrouw (ja, echt) met een lichtblauwe blouse', die persoon te onderscheppen en te droppen bij de dagkliniek. "Nog een afspraak? Ik weet van niks", zei ze, "dat sorteren ze dààr maar uit!" en leverde me zonder pardon af aan de zoveelste balie.
"Kamer 133, goed onthouden, hoor," knipoogde de vriendelijke verpleger en deed me een extra armbandje aan 'om me niet kwijt te raken in het gebouw'. Na wat instructies, een pak info en een eindeloze waslijst vragen waarvan ik af en toe zowat de slappe lach kreeg merkte hij op "O, u heeft nog een afspraak voor uw longfunctie! Oei, dan gaan we moeten opschieten. Weet u zelf de weg of...?" Ik kon niet snel genoeg 'ja, natuurlijk!' zeggen en weg was ik.
Weet je, het fijne aan al die testen is dat je even een volledige check-up krijgt en meteen weet dat je hart -ondanks zo vaak gebroken- nog steeds in uitstekende gezondheid je bloed krachtig rondpompt, bloed dat ook netjes àlles in zich heeft wat nodig is en ook niets teveel, en dat je longen een absoluut schitterend plaatje opleveren. Maar dat laatste onderzoek, werkelijk ge-wel-dig! Een ontzettend grappige verpleegster liet me plaatsnemen in een glazen hokje waar ik, met een mondstuk in mijn snater en een neusklem op m'n snufferd, op haar bijzonder enthousiaste aangeven moest in- en uitademen. Dan weer snel, dan weer traag, of heeeeel diep, heeeel lang, enz... Toen ik haar vertelde dat ze haar test afnam bij een 'klassieke geschoolde zangeres, opera en zo' lag ze om zoveel overduidelijk onnodige moeite volledig in een deuk, ze kwam er bijna niet meer van bij! En zoals te verwachten lagen mijn longinhoud en -capaciteiten vér boven het gemiddelde, waarop ik "O, gelukkig maar!" gniffelde, wat alweer goed was voor zo'n zalig bulderend lachsalvo.
De operatie stond pas gepland om 16u, doch nog maar net terug op m'n bed, het zal ongeveer 12u30 geweest zijn, kwam een moederlijke verpleegster me verzoeken al m'n spullen in het kluisje te steken, eventuele haarspelden en juwelen te verwijderen, m'n kledij uit te trekken en in te ruilen voor het gekende schortje, en me in bed te installeren: ik was nu meteen reeds aan de beurt!
En van daaraf ging het plots razend snel: ze sjeesden met m'n bed door de gangen en liften -m'n haar wapperde er van in de wind, écht-, parkeerde me kordaat in het wachtkwartier en voor ik het goed en wel besefte lag ik onder de grote lampen op de operatietafel, zag in een flits het ernstige gezicht van de anesthesist, ving een glimp op van de vrolijke snuit van de chirurg, en 'knip' m'n licht ging uit... En alsof er slecht één seconde voorbij was gegaan ontwaakte ik in de recovery met de mij ondertussen bijna 'vertrouwde' totale paniek. Pijn en angst. Mijn gespartel en geluidjes irriteerden duidelijk één van de verplegers nogal, want hij sloot resoluut alle gordijnen om me heen! Niet zo fijn eigenlijk... En omdat ik op die manier wat uit het zicht lag vergat men mij blijkbaar een beetje. Meer dan twee uur later, ondertussen volledig wakker, rolde ik dankzij een andere erg lieve verpleegster dan toch weer met bed en al kamer 133 in.
Daar ijsbeerde een zeer nerveuze oudere dame, op blote voeten, van kop tot teen gehuld in het zwart, hoofddoek en lang gewaad, heen en weer. Met een stralende glimlach op het verweerde gerimpelde maar o zo vriendelijk gezicht vroeg ze me of ik Arabisch sprak. Aangezien ik die taal niet meester ben en zij zich uitsluitend daarin kon uitdrukken behielpen we ons met gebarentaal en het occasionele woord -uit gelijk welke taal- dat we allebei begrepen. Haar dochter werd geopereerd, ze wachtte al 3 uur vol angst en was oprecht blij eindelijk even met iemand te kunnen spreken. En bij gebrek aan beter begon ze dan maar voor mij te zorgen: ze schikte m'n dekens, plooide m'n lakens, klopte m'n kussen op en hield m'n hand een tijdje vast. Lief, hé.
De doktersassistente bevond me fris genoeg voor vertrek en maande me aan toch een beetje op te schieten met omkleden en inpakken, zodat ik nog voor het sluitingsuur bij de apotheek aan de overkant van het ziekenhuis al m'n medicatie zou kunnen gaan kopen, maar 'k moest wel voorzichtig zijn en niet vallen. De verpleegster bracht me - hoera, éindelijk! bijna uitgedroogd van grote dorst!- een flesje water en een energiedrankje... da'k niet kon drinken wegens én lactose én gluten. Bon, met -ter vervanging dan maar- een stevig gesuikerd kopje thee in m'n maag en een grote ijszak tegen de rechterkant van m'n hoofd stapte ik, na een omwegje langst de zeer behulpzame apotheker, de bus naar huis weer op, naar m'n lekkere zetel, m'n heerlijke bed, het gezelschap van m'n knuffelpoezen en vooral drinken in overvloed.
De beademingstube heeft m'n stem wat gekwetst, de hele rechterkant van m'n gezicht is tijdelijk volledig 'raar', zelfs m'n haar doet vreemd, de pijn is nog niet helemaal onder controle, ik ben een zoveelste litteken rijker en 't blijft nog afwachten of deze ingreep me écht helpt... maar ik grinnik al de hele tijd da'k verdorie m'n stappenteller had moeten aandoen! Wie weet hoeveel kilometer ik in die plus-minus 10 uur wel niet afgelegd heb, hé... hihihi
Kortom, de moraal van dit verhaal: als je er voor open staat, beleef je echt óveral avonturen, inclusief de bijhorende brede waaier aan boeiende ontmoetingen. Zélfs tijdens één enkel daghospitaaldagje! :-)