Posts tonen met het label dorst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dorst. Alle posts tonen

maandag 1 juni 2020

De dorstigen laven.

In de krant las ik een artikel over mogelijk momenten zonder kraantjeswater komende zomer. Nu reeds mag het gazon niet meer besproeid worden en mogen zwembaden niet meer gevuld. Terecht misschien, maar niet echt leuk natuurlijk. Een pagina verder in diezelfde gazet stond een verslag over hoe er in Vlaanderen 20 procent, één vijfde dus, van alle drinkwater systematisch verloren gaat door lekken in de publieke leidingen. Om even tastbaar te schetsen hoeveel water dat wel is: als je 4 emmers met water uit de kraan vult, dan is er ondertussen 1 volledige emmer 'ergens' verloren gegaan, 'gesmost'... 
't Is uiteraard niet makkelijk om de exacte plek van de lekkages te vinden, zo onder de grond. Nochtans is het Leuvense bedrijf Hydroscan al vele jaren o.a. in dit soort lekdetectie gespecialiseerd, met bijzonder goede resultaten in grootsteden in het buitenland. Zij trachten de nutsvoorzieningsbedrijven hier bij ons ook te adviseren in het tegengaan van zoveel verspilling. Jammer genoeg is het simpelweg overal gaten dichten voorlopig niet prioritair. En bovendien is er blijkbaar ook niet genoeg personeel voor...
Wij, als doodgewone burger, kunnen daar weinig of niks aan verhelpen. We zullen -uit eigen plichtbewuste en/of ecologische overweging, of via wettelijk opgelegde maatregels- zuinig met de beperkte voorraad moeten omspringen... Da's niet makkelijk, ik weet het, maar 't is sowieso, en hoe dan ook, nodig. Zeker als je nu al overal om je heen kan vaststellen dat het niet pas tegen komende zomer zal zijn dat het watertekort heerst. De tuinen, parkjes en plantsoenen liggen er nu reeds kurkdroog bij. 't Gazon, hier in mijn gezichtsveld, is alweer volledig ros. En ook alle dieren en insecten hebben dorst.
Wat betreft beslissingen van regeringen en nutsbedrijven, en ook die van mijn medemensen, daar heb ik weinig of niks aan te zeggen, vrees ik. Maar gelukkig ben ik wel in de mogelijkheid om de insecten op m'n terras en de vogels uit de tuin een handje toe te steken! Ja, er staan al jaren een paar fraaie terracotta schalen met regelmatig verschoond en bijgevuld drinkwater voor hen tussen de potplanten. Maar ik bedacht me verschrikt dat je als vogel al wel hééél erg grote dorst moet hebben om voor een slokje water je leven te wagen, zo vlak bij de grond, daar waar al die rondzwervende katten hier uit de buurt op je liggen te loeren... En het omhoog gehangen schaaltje van vorig jaar, tja, dat was steeds op ne wip en ne kik vuil of leeg, zeker als er al eens een vogel wat al te onhandig middenin belandde. Niet echt een beklijvend succes dus.
Ik zocht het internet af naar een betere oplossing, en vond die ook. In 'professionele' volières hangt men een soort zichzelf vullende drinkflesbakjes omhoog. Uiteraard kan je die voor een mooi prijsje ook online bestellen, maar creatieve ik wou zelf aan de slag, en liefst van al met recyclagemateriaal. En dat is me -je had niet anders van mij verwacht- nog gelukt ook!
Een lege frisdrankpetfles, een oud plastieken plantenbordje, wat metaaldraad, één vijs en één moer, twee rondellekes en een blobje lijm. Meer moest ik er niet voor bij elkaar zoeken. Ja, toch. Een beetje gereedschap ook natuurlijk. Een priem scherp genoeg om wat gaatjes in stevig plastiek te boren, een tang om de ijzerdraad te knippen en buigen, en een toernavies om de vijs en moer stevig aangedraaid te krijgen. Da's alles.
Voor de nieuwsgierige creatievelingen onder jullie volgt hier een snelle bouwhandleiding! Met de verhitte priem: gaatje in midden van bord en flessendop, twee gaatjes in flessenhals, op verschillende hoogte, maar zeker één lager dan de rand van het bordje. Dop aan bordje vastmaken met vijs, moer en rondellekes. Lijm ertussen tegen 't lekken. M
et metaaldraad houder en ophangsysteem fabriceren rond fles. Fles rechtopstaand vullen met water. Bord met dopje erop draaien. Snel omkeren en ophoog hangen. Klaar.
Mijn eerste model maakte ik met een half liter flesje (zie ook op de foto bij dit verhaal). "Niet te zwaar en elegant om te zien hangen", dacht ik bij mezelf. Het werkte, ja zeker, maar 't was -uiteraard, stom van mij- ook binnen de kortste keren leeg. Terug naar de werkbank dus! Omdat hier door mij altijd erg goedkope frisdrank gedronken wordt, zijn de beschikbare grote twee liter petflessen hier in huis van flinterdun materiaal. Niet geschikt voor langdurig gebruik op mijn terras dus. Wil het toeval dat vriendin Lena me even geleden een petfles frisdrank van een bekende marktleider cadeau deed, en die fles, uit bijzonder stevig materiaal, die had ik ondertussen met smaak uitgedronken. Ideaal! 
Alzo kan je nu dus op het terras mijn perfect werkende 'vogeldrinkfles tweede poging' (ook te zien op de foto) aanschouwen. En wat vinden de vogels ervan, vraag je je af? Wel, die grepen meteen hun kans. Geen angst of niets. En ze zijn er werkelijk dol op! Het is hier niet meer uitsluitend een druk gaan en komen voor de nootjes en zaadjes, maar ook voor die pas geopende 'bar' met drank à volonté... Zo leuk om te zien!... Misschien maak ik alleen daarom al nog wel een tweede exemplaar!
Mijn impact op de maatschappij en onze aardbol mag dan beperkt zijn, hier in mijn kleine terraswereld maak ik toch duidelijk een verschil met m'n 'werken van barmhartigheid'. ;-)




woensdag 10 mei 2017

Wisselgeldwissel.

Voor een dagje in de boekhouding neem ik altijd een uitgebreid schoofzakske mee. Een glutenvrij koekje voor bij de koffie ergens om 10u, een fruitsnackske om na de middag op te peuzelen, en voor de lunch een boterhammeke met een eitje of zo, een soyapuddingske en een soyadrinkske. En gewoonlijk ook één flesje cola zero waar ik, tussen de koffietjes door, de hele dag lang van geniet. We maken het ons daar toch wel een beetje gezellig en dat motiveert. Zo vliegen al die vele factuurcijferkes een heel stuk sneller de computer in! 
En ook gisteren ging dat lunch- en tussendoortjes-verzamelingske dus netjes ingepakt mee. Eenmaal achter m'n bureau, misschien door dat plotse zonneke, liet geheel onvoorzien zowat elke vezel in mijn lijf z'n hevig verlangen naar water blijken, liefst veel en fris. En water, dàt had ik natuurlijk niét bij ...
Maar dat vormt geen probleem in een fabriek die vol frisdrankautomaten staat, al maak ik daar zo goed als nooit gebruik van, want zelf drinken meebrengen is zoooveel goedkoper... Maar voor een keertje moest dat wel eens kunnen, hé. En, noem het gerust kinderlijk, als ik dan toch eens iets uit zo'n automaat trek, dan vind ik het best wel spannend om zo'n verdeelsysteem in werking te zien. 
Bon, gewapend met m'n portemonneetje vol nikkel ging ik aldus op jacht. 
Al snel scoorde ik een halve liter ijskoud plat water voor slechts 70 cent. Één euro in de machine, flesje uit de lade en keurig 30 cent teruggekregen. Okidoki!
En toen viel m'n oog op de blikjes Aquarius, de 'sportlesser', 'ideaal voor de grote dorst en prima om te hydrateren'. Allé, dat zeggen ze toch, 'k zou 't echt niet weten want ik dronk het nooit eerder. Maar, 'waarom eens niet', dacht ik bij mezelf, voerde de automaat nogmaals een eurootje, en kreeg een ijskoud blikje plus 10 cent wisselgeld in ruil terug. Heel keurig allemaal.
Zo jonglerend met m'n geldbeugeltje, m'n flesje, m'n blikje en m'n wisselgeld glipte die laatste 10 cent me plots uit de vingers en rolde, uiteraard, hoe kon het ook anders, onder de verdeelmachine. Potverdorie!...
'Och, da's ook niet zo erg', dacht ik, maar keek wel even of ik het geldstuk misschien toch niet ergens kon zien liggen. En jawel, hoor, in het stof tussen de 4 redelijk hoge pootjes van de kast kon je in het donker vaag de contouren van een muntstuk waarnemen. Op één knie tastte ik er voorzichtig naar en behalve een stevig vuile hand kwam daar, hoera, ook het geld weer tevoorschijn!
Heel even stond ik totaal verbaasd naar m'n zwarte hand te kijken. Niet alleen omdat ze zo ontzettend smerig was, maar vooral omdat mijn 10 cent zich blijkbaar wonderbaarlijk getransformeerd had naar een stuk van 2 euro! Verbazingwekkend toch? Maar een leuke verrassing, dat wel.
Oké, dacht ik, dan kijk ik nog maar eens, want m'n 10 cent moet daar dan toch ook nog steeds ergens liggen. Terug omlaag, dit maal op m'n twee knieën, om met tot spleetjes geknepen ogen geconcentreerd doorheen de stoflaag te turen in de hoop nogmaals iets te spotten... En jawel, daar lag nog iets dat al zeker de juiste kleur had om een 10 centstuk te zijn! Jeeey!
Tja, de kleur, die klopte helemaal, maar 't was toch geen 10 cent, hoor... 
't Was verdorie 50 cent! Komt dàt tegen, hé. hihihi
Een beetje giechelend kwam ik weer in de boekhouding bij m'n collega Nancy -die trouwens ook de lollige foto hieronder van me schoot- en we maakten samen, échte boekhouders als wij zijn, even het rekensommetje. 
70 cent voor het water plus 90 cent voor de sportlesser, da's 1,60 euro. 
2 euro in de machine gestopt, 40 cent teruggekregen. 
10 cent verloren, maar 2,50 euro in de plaats gekregen. 
Dat maakt een totaal van 2 gratis drankjes met daar bovenop 80 cent wisselgeld! Ja dadde, zo af en toe kunnen dingen echt wel eens meevallen, hé. 
M'n heerlijke lekker koude drinks smaakten er eens zo goed door! 'k Heb er extra uitgebreid van genoten. Van kop tot teen weer helemaal gehydrateerd glimlach ik trouwens nog steeds om die toch wel grappige wisselgeldwissel. En als vanzelf kwam er natuurlijk alweer meer dan genoeg schrijf-stof voor een nieuw en plezierig blogje vanuit die stevige stoflaag onder de drankautomaat tevoorschijn en kunnen jullie nu ook een beetje meegenieten van de hele historie.
Waar die 10 cent van mij uiteindelijk beland is, dat zullen we vermoedelijk nooit te weten komen. Misschien wel bij het volgende onhandige klantje... ;-)


maandag 29 augustus 2016

Daghospitaaldagje.

De nevel die laag tussen de bomen en over de grasvelden hing deed al een beetje aan herfst denken, maar de hemel kleurde prachtig oranje-roze-rood van de opkomende zon. De wereld lag er fris bij, klaar voor een nieuwe dag. En ik, nog in twijfel of ík er wel klaar voor was, ik wachtte op de bus die mij naar het ziekenhuis zou brengen voor -alwéér- een operatie. Dit maal eentje die me hopelijk, na een lange 2,5 jaar, van de onophoudelijke kaak-, gewricht-, tand-, hoofd- en nekpijn af zou helpen. Een ingreep die meteen ook al mijn muzikale begeleiders moet verlossen van de immer aanwezige angst dat m'n mond toch eens een keer niét meer dicht zou gaan -en die kans zat er àltijd in-, en zij me hardhandig zouden moeten 'redden'...
Ontzettend goed op tijd melde ik mij -zoals gewenst volledig nuchter- aan bij de balie voor alle mogelijke voorafgaande testen. Als je 50+ bent nemen ze immers absoluut geen enkel risico meer met je... "Gelieve, met het gele mapje duidelijk zichtbaar, plaats te nemen in de inkomhal aub -bij de andere gelaten afwachtende sukkelaars dus- een vrijwilliger komt u daar ophalen".
Een vrolijke vrijwilliger kon je haar moeilijk noemen. Lachen was duidelijk niet besteed aan deze dame, en de geforceerde manier waarop ze onze namen afriep deed aan een tuchtschool denken: je sprong als vanzelf in houding. 
'Volg me!' blafte ze, en de hele groep gehoorzaamde zonder morren. Er werd niet één woord gewisseld. En terwijl ze ons aanmaande tempo te maken, goed ter been of niet, geen compassie, stopte ze zelf steeds midden in de gang en steevast ook in elk deurgat, en hield zo opnieuw en opnieuw de voortgang van zaken in hoogst eigen persoon faliekant op. Hilarisch en irritant tegelijkertijd.
Eerste stop: bloedafname. Een goedgeluimde sympathieke jonge laborante trachtte haar werk op een enigszins georganiseerde manier te volbrengen in een, zo vroeg op de dag reeds, gloeiend heet minikamertje dat duidelijk ook als opbergruimte dienst deed. Voorlopig zag ze er de lol nog van in...
De vrijwilligster beval ons daar te wachten terwijl zij 'de volgende lading' ophaalde, riep bij terugkomst nogmaals streng onze namen af -min twee, want die mochten al beschikken- en stoomde met ons in haar kielzog naar de elektrocardiogram. Weer netjes op commando neerzitten en wachten.
Om de tijd te doden las ik telkens een stukje verder in de boeiende Engelstalige roman, geschreven door een vriend van me, en dat hadden m'n lotgenoten blijkbaar opgemerkt, want men sprak mij hoofdzakelijk in het Engels aan. Best grappig om dan in ongelofelijk keurig Nederlands te antwoorden! Of in het Frans, ter afwisseling... 
Voor het grootste gedeelte van het gezelschap hield de reis daar bij het hartonderzoek op. De gendarme-begeleidster moest nog slecht mezelf meenemen en een meneer zonder tanden, die de hele tijd speekselend wou vertellen over al z'n vele facturen. En inderdaad: die twee namen moesten tóch ook weer luid afgeroepen worden, waarna we als opgejaagd wild voor haar uit stoven, de lange gangen door, richting longfoto.
Bij mijn buitenkomen aan de radiografie: iedereen verdwenen. Een lege gang, lege wachtzaal, rijen en rijen lege stoelen. Misschien was dit de laatste halte van de ene man geweest, maar mij wachtte nog een afspraak voor de longfunctie! "Dan maar op eigen houtje", dacht ik, maar slechts een paar meter verder hield een andere -veel vriendelijkere- vrijwilligster me staande, gebriefd om uit te kijken naar 'een juffrouw (ja, echt) met een lichtblauwe blouse', die persoon te onderscheppen en te droppen bij de dagkliniek. "Nog een afspraak? Ik weet van niks", zei ze, "dat sorteren ze dààr maar uit!" en leverde me zonder pardon af aan de zoveelste balie.
"Kamer 133, goed onthouden, hoor," knipoogde de vriendelijke verpleger en deed me een extra armbandje aan 'om me niet kwijt te raken in het gebouw'. Na wat instructies, een pak info en een eindeloze waslijst vragen waarvan ik af en toe zowat de slappe lach kreeg merkte hij op "O, u heeft nog een afspraak voor uw longfunctie! Oei, dan gaan we moeten opschieten. Weet u zelf de weg of...?" Ik kon niet snel genoeg 'ja, natuurlijk!' zeggen en weg was ik.
Weet je, het fijne aan al die testen is dat je even een volledige check-up krijgt en meteen weet dat je hart -ondanks zo vaak gebroken- nog steeds in uitstekende gezondheid je bloed krachtig rondpompt, bloed dat ook netjes àlles in zich heeft wat nodig is en ook niets teveel, en dat je longen een absoluut schitterend plaatje opleveren. Maar dat laatste onderzoek, werkelijk ge-wel-dig! Een ontzettend grappige verpleegster liet me plaatsnemen in een glazen hokje waar ik, met een mondstuk in mijn snater en een neusklem op m'n snufferd, op haar bijzonder enthousiaste aangeven moest in- en uitademen. Dan weer snel, dan weer traag, of heeeeel diep, heeeel lang, enz... Toen ik haar vertelde dat ze haar test afnam bij een 'klassieke geschoolde zangeres, opera en zo' lag ze om zoveel overduidelijk onnodige moeite volledig in een deuk, ze kwam er bijna niet meer van bij! En zoals te verwachten lagen mijn longinhoud en -capaciteiten vér boven het gemiddelde, waarop ik "O, gelukkig maar!" gniffelde, wat alweer goed was voor zo'n zalig bulderend lachsalvo.
De operatie stond pas gepland om 16u, doch nog maar net terug op m'n bed, het zal ongeveer 12u30 geweest zijn, kwam een moederlijke verpleegster me verzoeken al m'n spullen in het kluisje te steken, eventuele haarspelden en juwelen te verwijderen, m'n kledij uit te trekken en in te ruilen voor het gekende schortje, en me in bed te installeren: ik was nu meteen reeds aan de beurt!
En van daaraf ging het plots razend snel: ze sjeesden met m'n bed door de gangen en liften -m'n haar wapperde er van in de wind, écht-, parkeerde me kordaat in het wachtkwartier en voor ik het goed en wel besefte lag ik onder de grote lampen op de operatietafel, zag in een flits het ernstige gezicht van de anesthesist, ving een glimp op van de vrolijke snuit van de chirurg, en 'knip' m'n licht ging uit... En alsof er slecht één seconde voorbij was gegaan ontwaakte ik in de recovery met de mij ondertussen bijna 'vertrouwde' totale paniek. Pijn en angst. Mijn gespartel en geluidjes irriteerden duidelijk één van de verplegers nogal, want hij sloot resoluut alle gordijnen om me heen! Niet zo fijn eigenlijk... En omdat ik op die manier wat uit het zicht lag vergat men mij blijkbaar een beetje. Meer dan twee uur later, ondertussen volledig wakker, rolde ik dankzij een andere erg lieve verpleegster dan toch weer met bed en al kamer 133 in.
Daar ijsbeerde een zeer nerveuze oudere dame, op blote voeten, van kop tot teen gehuld in het zwart, hoofddoek en lang gewaad, heen en weer. Met een stralende glimlach op het verweerde gerimpelde maar o zo vriendelijk gezicht vroeg ze me of ik Arabisch sprak. Aangezien ik die taal niet meester ben en zij zich uitsluitend daarin kon uitdrukken behielpen we ons met gebarentaal en het occasionele woord -uit gelijk welke taal- dat we allebei begrepen. Haar dochter werd geopereerd, ze wachtte al 3 uur vol angst en was oprecht blij eindelijk even met iemand te kunnen spreken. En bij gebrek aan beter begon ze dan maar voor mij te zorgen: ze schikte m'n dekens, plooide m'n lakens, klopte m'n kussen op en hield m'n hand een tijdje vast. Lief, hé.
De doktersassistente bevond me fris genoeg voor vertrek en maande me aan toch een beetje op te schieten met omkleden en inpakken, zodat ik nog voor het sluitingsuur bij de apotheek aan de overkant van het ziekenhuis al m'n medicatie zou kunnen gaan kopen, maar 'k moest wel voorzichtig zijn en niet vallen. De verpleegster bracht me - hoera, éindelijk! bijna uitgedroogd van grote dorst!- een flesje water en een energiedrankje... da'k niet kon drinken wegens én lactose én gluten. Bon, met -ter vervanging dan maar- een stevig gesuikerd kopje thee in m'n maag en een grote ijszak tegen de rechterkant van m'n hoofd stapte ik, na een omwegje langst de zeer behulpzame apotheker, de bus naar huis weer op, naar m'n lekkere zetel, m'n heerlijke bed, het gezelschap van m'n knuffelpoezen en vooral drinken in overvloed.
De beademingstube heeft m'n stem wat gekwetst, de hele rechterkant van m'n gezicht is tijdelijk volledig 'raar', zelfs m'n haar doet vreemd, de pijn is nog niet helemaal onder controle, ik ben een zoveelste litteken rijker en 't blijft nog afwachten of deze ingreep me écht helpt... maar ik grinnik al de hele tijd da'k verdorie m'n stappenteller had moeten aandoen! Wie weet hoeveel kilometer ik in die plus-minus 10 uur wel niet afgelegd heb, hé... hihihi
Kortom, de moraal van dit verhaal: als je er voor open staat, beleef je echt óveral avonturen, inclusief de bijhorende brede waaier aan boeiende ontmoetingen. Zélfs tijdens één enkel daghospitaaldagje! :-)