Posts tonen met het label afscheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label afscheid. Alle posts tonen

zondag 20 oktober 2019

Handen.

Tijdens de repetitie, een half uurtje eerder, was er niks aan de hand. Even later, vermoedelijk door de plotse luchtvochtigheidstoename, met het wijd openzwaaien van de enorme kerkdeuren en het binnenstromen der kerkgangers, behangen met van regen doorweekte jassen en vergezeld van een massa druipende paraplu's, zaten de luiken van de zwelkast van het orgel ineens muurvast. Potdicht toe, en geen beweging meer in te krijgen. De organist vreesde nog slechts alles volledig gedempt te kunnen spelen. Iets wat niet echt ideaal was ter begeleiding van die klep van mij, noch van de te brengen operawerken... Of, hij moest nog snel even álles opnieuw registreren. En dat was ook geen optie, want de rouwstoet richting altaar kon zich nu elk moment in beweging gaan zetten... Op zo'n moment wil de zoveel minder kwetsbare en kostbare hand -toch ten opzichte van die van een organist- van een parmantige diva dan nog wel eens oplossing bieden. Balancerend op een wat wiebelig kerkstoeltje tastte ik één voor één de verticale planken hoog boven de klavieren af en al snel werd het knelpunt -letterlijk- gevonden. Met één stevige -en oeps, sorry, ook redelijk luide- mep van m'n vlakke hand -BAF- op de vastzittende zijkant van het halsstarrige stuk hout schoot het hele zaakje weer los. Oef. Mits enige voorzichtigheid kon de organist weer naar hartenlust zwellen en dempen om de muziek zo mooi mogelijk tot z'n recht te laten komen.
En daar was ik oprecht blij om. En niet alleen omdat ik het mogen opluisteren van een allerlaatste afscheid nog steeds, en in alle nederigheid, als een grote eer beschouw en het, wat mij betreft, dus niet minder dan perfect moet zijn. In dit geval zou ik naast de gekende werken ook een voor mij volledig nieuw lied zingen, speciaal op verzoek van de echtgenoot van de door de vele aanwezige familieleden, vrienden en kennissen 
overduidelijk zeer geliefde en gekoesterde overledene. Ontroerend in eenvoud walste 'Reich mir zum Absied noch einmahl die Hände' uit de operette 'Viktoria und ihr Husar' van Paul Abraham door de muisstille kerk. Vrij vertaald betekent de tekst zoveel als 'Laat ons als afscheid nog één keer elkaars handen vasthouden...' En de zachtheid van die gewenste tedere aanraking staat haaks op het onderliggende verdriet dat zich in een soort ontkennende boosheid uit in best wel harde zinnen als ''Schön war das Märchen, nun ist es zu Ende" (het sprookje was mooi, maar nu is het voorbij) en "Liebe und Glück sind nur ein Traum" (liefde en geluk zijn slechts een droom). Of,... hoe ongelofelijk perfect een lied bij een gelegenheid kan passen...
Een dag later dansen de muziek en de woorden nog steeds onophoudelijk door m'n hoofd. 't Is duidelijk dat dit niet de laatste keer zal zijn dat ik dit zing. Het staat nu reeds om zoveel redenen diep in m'n geheugen gegrift. Net zoals die onbetwistbare liefde tussen die twee mensen die elkaars leven 61 jaar deelden. Het doet me wat. Echt waar.

De gebruikte partituren weer netjes opbergend, viel m'n oog op een vergeten piepklein schrijfseltje van mezelf, iets dat ik ooit op de tram noteerde, zo'n voorlopertje van m'n blogjes. En omdat het zo ontzettend mooi aansluit bij dit liefdevolle afscheid ga ik jullie het zeker niet onthouden. 💗
Als een opgewonden vogeltje kwetterde het kleine oude madammeke aan één stuk door, de hele tramrit lang. Over de kinderen, de korte huwelijken van tegenwoordig, en “dat zij getweeën nu toch al méér dan 60 jaar getrouwd waren, jaja, sinds den derde augustus!”. 
Het kleine oude meneerke, dat naast haar zat, liefdevol en koesterend haar hand vast hield en haar de hele tijd met twinkeloogjes van onder z’n petje aankeek, repliceerde op just gemikte momenten met "ja", "nee", "ochottekes toch" en "g’hebt groot gelijk, schat!"...
"Ge moet wel heel erg veel van iemand houden als je zoveel jaren naar zoveel getjilp kan luisteren", dacht ik glimlachend en vond het ontzettend schoon. 


zondag 13 mei 2018

Tot ziens, lieve Erna!

Het ene verhaal schrijft zich al wat makkelijker dan het andere, en soms duurt het dan ook wat langer om het te verwoorden... Daarom neem ik jullie in dit geval graag even mee, terug in de tijd, naar dinsdag 1 mei, twee weken geleden.
Met de grote auto, achterbank plat, boordevol zakken en dozen met prachtige nieuwe planten in allerlei vormen en maten, met en zonder bloemen, voor zowel binnen als buiten; een behoorlijke hoeveelheid extra bloempotten en -bakken; grote stijlvolle 'Engelse' hangmanden ter vervanging van die totaal verduurde witte plastieken hangpotjes; en op de koop toe nog wat bijkomende klimrekken voor bijvoorbeeld die vele clematissoorten, reden mijn beste vriendin Ingrid en ik meer dan tevreden en voldaan terug naar huis. Voor mijn doen had ik afschuwelijk veel geld uitgegeven, maar gelukkig kwam het grootste deel van dat bedrag van Ecocheques die anders half juni toch maar zouden vervallen. En niet alles in de wagen moest z'n weg naar mijn terras vinden, Ingrid had zich namelijk ook een beetje laten gaan, enthousiast als ze was over de ontdekking van dat voor haar tot nu toe totaal onbekend reusachtige tuincentrum.
We hadden een uitzonderlijk gezellige voormiddag gehad, zo met z'n tweetjes, met -uiteraard- oeverloos gebabbel, ongegeneerd gelach en zalig ongezouten meningen, en toch... toch hing er een dubbel gevoel voor mij over heen. Tuuuurlijk vind ik het ronduit zálig om nog eens zo een enorme vracht groen te kopen. Daar moet je absoluut niet aan twijfelen, amai nog ni, daar geniet ik áltijd van. Maar dat deze levende lading ter vervanging van al dat gekoesterde doch afgelopen winter doodgevroren moois moest dienen... 't Blijft toch een beetje bitterzoet...
Maar niet alleen dat woog op me door, ook het intens beleven van die super fijne vriendschap maakte me emotioneel. Niet om Ingrid, en ook niet die fijne voormiddag, doch om wat ik zou gaan doen die namiddag...
Vele jaren geleden, toen ik in het EWT-theater nog een veel geziene gast was, leerde ik daar Swakke kennen: een soort enorme knuffelbeer met een fenomenale snor en altijd onmetelijk enthousiast mij te zien en eens goed tegen zijn gilet te kunnen trekken. Zijn echtgenote Erna, die er natuurlijk ook altijd bij was, bleef dan wat op de achtergrond staan en liet hem maar doen. Er zat immers geen greintje kwaad in, in de Swa, en ze kende hem door en door.
Die alles overdonderende geestdrift van Swakke heeft er echter voor gezorgd dat het lang, veel te lang eigenlijk, geduurd heeft voor Erna en ik elkaar ook wat leerden kennen. Vier jaar geleden werden we 'vrienden' op Facebook, en een dik jaar geleden bracht mijn eerste boek ons in levende lijve samen, want uiteraard moest en zou Swa die eerste uitgave van mij ook bezitten, en zij kwam het kleinood bij me ophalen omdat Swakkes gezondheid toen nogal kwakkelde. Er volgden nog wat heel meer bezoekjes o.a. toen ik kon helpen met een tegenspartelende laptop. En vooral met het terugvinden en veilig stellen van de vele, door haar verloren gewaande foto's van al haar o zo geliefde poezen maakte ik haar bijzonder gelukkig. En zo ontstond bij menige gezellige namiddag met een lekkere tas koffie en uiteraard een brede waaier aan poezenverhalen een zeer gewaardeerde fijne vriendschap.

Onze gesprekken gingen evenwel niet altijd over vrolijke dingen. Erna vertelde me ook over haar bijzonder moedige strijd met kanker, over de grote en kleine overwinningen en spijtig genoeg ook over de nederlagen. Maar wat er ook met haar gebeurde, volgens mij ontmoette ik nooit eerder iemand die zó optimistisch en zó positief met de dingen des levens om ging. Daar kon zelfs ik nog een lesje van leren, echt waar, ongelofelijk sterk.
In december stuurde ze me, naast nieuwjaarswensen, een bericht i.v.m. m'n tweede boek. Of ik het voor haar opzij wou houden, ze zou het in januari komen oppikken. Pas begin februari, bij m'n verjaardag, kwam er weer een bericht. Met wensen natuurlijk, maar ook met de boodschap dat men met chemo gestopt was omdat het niet aansloeg deze keer. Er werd overgestapt op een heel pak pillen voor elke dag. En -ja, ik weet hoe gek dit klinkt- ik maakte mij daar geen zorgen over, helemaal niet. Tijdens onze laatste ontmoeting in persoon, in november, en ook nu weer, sprak ze over haar ziek zijn met zulk een buitengewoon positivisme en een zodanige levenslust en levenskracht, dat absoluut niets, maar dan ook niéts in mij ook maar één seconde bedacht dat we het hier mogelijk over een levensbedreigende situatie hadden, over wellicht het begin van het einde... Ik vind dat nog altijd ontzettend vreemd. Alsof mijn geest nooit de werkelijke diepgang van heel het verhaal registreerde, maar simpelweg -en ergens misschien ook tegen beter weten in- een zijsprong gemaakt had, naar een andere wereld, eentje zonder ziekte of pijn, en al helemaal zonder dood. Hoe het ook zij, het is 'slechts' onomstotelijk bewijs van Erna's grenzeloze, alles overwinnende optimisme en onmetelijk positieve uitstraling. 
En toen bleef het stil. Er gingen een paar maanden voorbij, het boek lag hier nog steeds, en op mijn berichtjes kwam geen antwoord meer. En ja, achteraf is het makkelijk gezegd van 'had ik maar', maar als je zelf een leger aan demonen bevecht gaat tijd ongezien voorbij en sta je soms, spijtig genoeg, niet stil bij die volledige afwezigheid van elk teken van leven...
Op zondag 29 april ging de telefoon. Annie, al vele decennia lang de allerbeste vriendin van Erna, en via het EWT en Facebook ook een kennis van mij, nam contact met me op in opdracht van Swakke. Of z'n boek er nog was en hoe dat eens tot bij hem zou geraken... En nog voor ik me kon bedenken hoe vreemd dit wel was, vertelde ze me er naadloos achteraan -en veel uitgebreider dan wat ik nu neerschrijf, doch ik vat het even voor u samen- dat Erna de week daarvoor thuis viel, waarna de ambulance haar naar de spoed bracht, en dat het van dat moment zo snel bergaf met haar ging dat ze die dag -die zondag waarop ik Annie sprak dus- reeds naar de palliatieve afdeling overgebracht was. M'n brein, dat tot op dat moment nog steeds als op automatische piloot op 'alles oké en onder controle' draaide, moest plots een enorme inhaalbeweging maken, en nog voor ik het goed en wel zelf besefte, had ik op Annie's plan om Erna te gaan bezoeken heel beslist gezegd "Ik ga met je mee!".
En zo trokken Annie en ik dus die dinsdagnamiddag 1 mei, na die ochtend uitgebreid planten-shoppen met Ingrid, als elkaars emotionele ondersteuning richting ziekenhuis, om afscheid te nemen van onze lieve vriendin. En het boek voor Swa ging ook mee.
In de verrassend gezellige kamer vonden we een totaal uitgeput lichaam terug, mager en letterlijk doodmoe van de voortdurende strijd, zo goed als volledig overgenomen door de woekerende boosaardige cellen, maar door de totale afwezigheid van gelijk welk medische apparaat -niet één draad, slangetje of 'blieb' te bekennen, zelfs geen piepklein baxtertje of zo- zag het er toch allemaal heel vredig uit, en 't belangrijkste van al... het was nog steeds onze Erna! Ze kon helemaal niet meer praten, doch zodra ze ons zag klaarde meteen heel haar gezicht op en haar nog steeds twinkelende ogen maakten ons haar blijdschap meer dan duidelijk. Volgens mij deed ons dat allebei even zuchten van opluchting, mij en Annie. Onze Erna, ze was er nog steeds!
We hebben over van alles en niets gepraat, en met Swakke honderd-en-één herinneringen opgehaald. Erna ging tussen de korte momenten van bewust aanwezig zijn heen en weer naar een heel ver dromenland en ondertussen werd er in de kamer geweend en gelachen. "Ik ga een blogje over jou schrijven" beloofde ik haar met een guitige lach en haar ogen keken me speels streng aan met een blik van "Seg, dat kunt ge laten, hoor, zot model! Wat valt er nu in godsnaam over mij te schrijven?!", terwijl Swakke alvast dolenthousiast het boek waarin dat verhaal zou verschijnen bestelde... Tja, nog even geduld dan, want dat zal dus pas in boek nummer 5 zijn, vrees ik.
Geen idee hoe lang we bij Erna en Swa op bezoek geweest zijn, daar in de palliatieve afdeling, maar na afloop waren zowel Annie als ik hoogdringend aan koffie of zo iets toe, Annie vermoedelijk nog een stuk meer dan ik. Hoe zou je zelf zijn als het om jouw allerbeste vriendin ging? Daar had ik, heel die gezellige voormiddag met Ingrid, ook al over lopen nadenken. Mensen die belangrijk voor je zijn, je moet ze echt koesteren, elke dag, zelfs elke minuut van je leven, en elkaar opzoeken, samen dingen doen, en ze vooral vertellen dat je ze graag ziet... want voor je het weet zijn ze er niet meer. 
Nog lang zaten Annie en ik over de dingen des levens na te praten in het verder totaal lege cafetaria. Heel blij dat ik er ook voor haar kon en mocht zijn, heeft die babbel en het feit dat we dit samen deelden mij misschien nog zoveel meer deugd gedaan. 
Afgelopen dinsdag 8 mei, exact een week na ons bezoek, ontving ik rond 15u30 op mijn gsm een heel eenvoudig berichtje: "Ons meisje is niet meer. Overleden om 15u." Meer hoefde er ook niet gezegd. Met haar geliefde echtgenoot en zoon bij zich in de kamer had ze, volledig onopgemerkt, in alle rust en vrede, eenvoudig zoals ze was, heel stilletjes het tijdelijke voor het eeuwig gewisseld.
Morgennamiddag nemen we officieel afscheid van Erna. En nee, ik hoef niets te zingen, Swakke vind het allemaal zo al triest genoeg. 
Voor mijn gevoel nemen we slechts afscheid van het omhulsel waarin we Erna altijd gekend hebben, en waarvan de aanwezigheid en de aanraking uiteraard gemist zal worden. De herinnering aan Erna zullen we echter voor altijd koesteren en ik prijs me oprecht gelukkig dat ik, hoe ontzettend kort het ook was, haar mocht kennen, als die hele lieve vrouw met een bijzondere dosis optimisme en een onuitputtelijke levensvreugde, iemand om als voorbeeld nog lang in m'n hart mee te dragen.
Ik heb dan ook bewust geen 'afscheid' van haar genomen. Toen ik me bij het einde van ons bezoek over Erna boog om haar nog een dikke zoen en zachte knuffel te geven, zei ik met een warme hart en een innige glimlach: "Tot ziens, lieve Erna!" En haar ogen lachten me stralend terug: "Afgesproken!" 💜



donderdag 15 februari 2018

Dag Laura.

Gisteren was een dag van een 'eerste' en 'laatste'. Ik zong voor het eerst in m'n leven -alleszins toch voor zover ik mij herinner- de Ave Maria van Bach-Gounod niet live begeleid, maar met een kant en klare, vooraf opgenomen pianobegeleiding. Dat was toch echt wel effe wennen. En dit primeurtje werd meteen een allerlaatste kadootje voor Laura. Een postuum geschenkje, want ik mocht gisterochtend nog een laatste maal voor haar zingen, ter gelegenheid van haar definitieve afscheid van deze wereld.
Er zijn zo van die mensen die je bijna onopgemerkt je hele leven met je mee neemt. Zoals Laura, want ze woonde, samen haar zoon Jefke, bij ons thuis om de hoek, op een dikke honderd meter van onze voordeur. Eigenlijk heb ik hen dus altijd al gekend. En vanaf de eerste dag dat zij mij een keertje solo hoorde zingen, vermoedelijk in de kerk, werd ze een opgetogen en erg trouwe fan. Zo vaak het maar kon kwamen ze samen naar me luisteren. 
Ook afgelopen kerst zat ze nog tevreden te blinken op de eerste rij bij onze kerstshow. Breed lachend, verrukt luisterend, bezield meezingend... kortom intens en dankbaar genietend zoals alleen zij dat kon. En ik ben oprecht blij dat dit m'n laatste herinnering aan haar mag zijn, meteen ééntje om écht voor altijd te koesteren.
Maar 'k zal ook nooit haar knuffels vergeten. Laura kon je omschrijven als een 'grote' dame, niet alleen figuurlijk, maar zeker ook letterlijk. Makkelijk een kop groter dan ik. En ze was ook uitzonderlijk gul voorzien van 'oren en poten', zoals men dat zegt, of misschien duidelijker in 't Aaantwaarps: Laura was een madam 'mé ne wreêd groête komisveur'... Als zij dus met volle enthousiasme haar armen om mij heen sloeg en me stevig tegen zich aan trok, verdween ik, het minimadammeke -inderdaad, u ziet het nu helemaal voor u- bijna volledig in die reusachtige decolleté, met altijd, onvermijdelijk, heel wat gegiechel en een beetje ademnood tot gevolg. Maar 't zijn en blijven één voor één hele fijne herinneringen, die knuffels, en momenten die ik zeker zal missen.
In de dozen bijgehouden briefwisseling uit zowat heel mijn leven ook een heuse stapel met sublieme wenskaarten van Laura, die getuigen van heel veel uren met liefde creatief bezig zijn. Minuscule kleurrijke kunstwerkjes in piepkleine kruisjessteek, vaak mooi gecombineerd met perfect gedroogde echte bloemetjes en steeds onberispelijk ingekaderd in een fraaie bijpassende kaart. Onmogelijk om dit soort unieke knutselstukjes weg te gooien, geen denken aan. Misschien moet ik ze ooit maar eens achter glas omhoog hangen of zo...
Ergens in de vroege ochtend van zondag 28 januari 2018 wisselde Laura tijdens haar slaap stilletjes en onopgemerkt het tijdelijke voor het eeuwige. Aan het begin van dezelfde maand had ze nog haar 89ste verjaardag gevierd en grappend plannen gemaakt voor de 90ste, maar te merken aan dit zachte, doch zo onverwachte heengaan dacht iets daar blijkbaar anders over...
Dat we pas gisteren definitief afscheid van haar namen heeft een bijzondere reden: op 14 februari, de dag van de geliefden, exact 27 jaar geleden begroef Laura haar echtgenoot Frans, en zoon Jef had geen mooier en inniger gebaar kunnen bedenken dan hen dus op deze datum weer samen te brengen.
En dat deed hij dan ook nog eens met een uitzonderlijk ontroerende plechtigheid. Los van 'mijn' Ave Maria -ook uiterst gesmaakt door de aanwezigen, getuige de overvloed aan felicitaties- luisterden we ademloos naar vele, nog zoveel meer pakkende en beklijvende muziekstukken. Zoveel mooie woorden werden er gesproken, met waarheid, met wijsheid en ook met veel humor. We zagen de uitgebreide slideshow met ontelbare momentopnamen uit vooral de afgelopen jaren, met een gelukkige Laura, intens genietend van wat het leven haar elke dag nog bracht. Er was de sfeervolle aanwezigheid van talrijke bloemstukken, een piepkleine selectie van haar handwerkjes en haar puzzeltafeltje. En natuurlijk ontbrak ook haar immer vallende wandelstok niet, voor de gelegenheid geweldig keurig rechtop staan blijvend, tot nét op het allerlaatste moment, om dan met het vertrouwde gekletter tegen de grond te kwakken. Alsof ze het exact zo gepland hadden. Zalig, toch? Ik vond het alleszins schitterend en kon nog juistekes een hoorbare schaterlach onderdrukken. 
De toespraak van Jef, over haar leven, en over hún leven samen al die lange jaren, over het wel en maar ook over het wee, over dankbaarheid en over gemis... die toespraak kneep menigeen totaal de strot dicht, denk ik. Ik had 't er alleszins wreed lastig mee, met die krop in de keel... (en 'k moest nog beginnen met zingen!...) Allemaal recht uit het hart, zonder spijtig schromen, zonder onnodig verbloemen, met welgemikte grappige sprankeltjes, en, geheel terecht, ongegeneerd overgoten door dikke tranen van bitter verdriet.
Jef heeft het goed gedaan. Niet alleen het in elkaar zetten van dit bijzonder waardige en ontzettend mooie afscheid, maar vooral het nakomen van z'n belofte aan z'n vader om goed voor z'n moeder te zorgen. Je kan gerust zeggen dat zijn hele leven -naast z'n geliefde werk- zowat volledig rond haar draaide. Samen op reis, op restaurant, concerten, eten, wandelen,... Zoals hij zelf zei: 'alsof ze al die jaren een echt getrouwd stel waren'. De enorme leegte die het heengaan van 'zijn moeke' in z'n leven brengt kan ik absoluut niet inschatten... Maar volgens mij 
zal ze, met de hulp van een handvol loyale en onvervalste vrienden, nog lang over hem blijven waken. Al is dat voorlopig misschien slechts een uiterst schrale troost...
Laura, ik weet zeker dat ik niet de enige ben die jou, je lach, je babbel, je gezelschap en zoveel meer ook zal missen en met dankbaarheid terug kijkt naar jouw leven, blij zijnde dat we jou hebben mogen kennen. Het ga je goed, waar je nu ook bent. En -wie weet- tot ziens aan de overkant, hé! ;-) Xxx



maandag 16 januari 2017

Tot ziens Julie en Margot, en bedankt!

"Hello" is het internetmagazine voor de werknemers van Receptel, outsourcingsbedrijf in receptionistes. Om de zoveel maanden viel het magazine in m'n inbox, met interessante weetjes over het bedrijf, over nieuwe werknemers, baby's, huwelijken, een verslag van iemand's werkdag, of een collega die even speciaal in de kijker werd gezet, en natuurlijk ook met veel leuke foto's van voorbije uitstapjes en feestjes. 'k Heb het altijd met veel plezier en aandacht gelezen, en -extra leuk en om fier op te zijn- 'k heb er ooit zelf in gestaan met m'n blogje "De receptioniste die ook zangeres was. En omgekeerd."
Maar, na meer dan 8 jaar trouwe dienst, werk ik sinds een dikke 2 maanden niet meer voor Receptel. Ik ruilde mijn vaste plekje in Edegem voor de receptie van Beweging.net in hartje stad, en nam daardoor niet alleen afscheid van die o zo vertrouwde balie en de daar passerende, ondertussen bijna familie geworden Hansen-werknemers en -bezoekers, ik moest ook -en met enige tegenzin- vaarwel zeggen aan Receptel als werkgever. Het deed me echt verdriet, want ik voelde me al die jaren in hun dienst bijzonder gewaardeerd en ondersteund.
Ja natuurlijk, op m'n nieuwe werkplekje mag ik ook op de nodige support en bekommernis rekenen. In die korte tijd leerde ik al zoveel nieuwe aardige en interessante mensen kennen, die zowat elke dag laten weten dat ze blij zijn met mijn aanwezigheid en vooral met mijn immer lachende gezicht. "Of ik het niet te koud heb, in dat glazen hok met die constant open schuivende glazen deuren", vragen er zich regelmatig een paar bezorgd af. En ook daar in de Nationalestraat sleept men mij mee naar feestjes, al 2 zelfs, in die korte tijd. Dus nee, ik heb absoluut niets te klagen. 
Maar... 8 jaar is meer dan lang genoeg om geweldig vertrouwd te raken met een aangename situatie en dus ben ik ook nog steeds een beetje verknocht aan m'n Receptel-collega's, en dan heel speciaal aan Julie en Margot.
Deze lieve dames zijn achtereenvolgend -en enigszins overlappend- mijn directe contactpersoon en coach geweest. Met ander woorden: m'n directe noodlijn, m'n onmiddellijke ondersteuning, m'n altijd bereikbare klaagmuur, m'n immer luisterende oren... Bij hen mocht ik ten allen tijde aankloppen met zowat alles, van puur praktische vragen tot problemen van emotionele aard, en al wat daartussen zou kunnen zitten. Of voor een goed gesprek, om oplossingen te vinden, of om allerlei zaken juist in te passen, of, heel gewoon, voor super gezellige persoonlijke babbels bij een lekker kopje koffie. Eenvoudigweg te weten dat er daarbuiten, ergens in de wereld, die 2 mevrouwtjes rond liepen -steeds bereikbaar indien nodig- was vaak al meer dan steun genoeg. 
M'n vertrek ging razendsnel en iets in mij bleef een beetje verweesd achter, alsof ik behoorlijk abrupt totaal op mezelf teruggeworpen werd. Echt afscheid nam ik niet. Niet van Julie, niet van Margot, en ook niet van al die andere geweldig fijne dames en heren van het Receptel-team. 
Heb ik jullie allemaal wel vaak genoeg bedankt voor al die goede zorgen, voor al die warme aandacht? Ik weet het niet meer. Dus, hierbij -en sorry indien ik in herhaling val- van ganser harte dank je wel aan elk van jullie, en zeker en vast dubbel en dik aan Julie en Margot. 
Via de sociale media zie ik ondertussen nog regelmatig berichtjes van een aantal van mijn voormalige vaste en vliegende vakgenotes passeren, en een enkeling vond ook al eens de weg naar één van m'n zangoptredens. Dat is leuk, want al oefenen we, stuk voor stuk als echte Super Women, onze illustere onthaalmagie uit aan de meest uiteenlopende soorten balie's en voor zeer verschillende werkgevers, we blijven sowieso altijd receptionistencollega's.
De verrassende ontdekking, vorige week, om toch nog het "Hello"-magazine nummer 14, in mijn inbox te zien verschijnen liet me er voor heel even terug bij horen, bij m'n 'oude' bende. En terwijl ik met een brede glimlach gretig alle nieuwtjes las deed dat toenemende warme gevoel vanbinnen het resterende beetje weemoed en overschietende stukje gemis even snel wegsmelten als 3 vlokjes sneeuw op een Belgische winterdag. ;-)

woensdag 31 augustus 2016

Het eindpunt van een halte.

Elk bestaan kent een constant komen en gaan van mensen en dingen. We maken voortdurend kennis met massa's nieuwe zaken en nemen ook de hele tijd afscheid van minstens even veel. Meestal staan we daar niet zo bij stil, eventueel misschien bij bijzonder grootse gebeurtenissen, zoals bijvoorbeeld de aankoop van je eerste eigen stekje, afscheid nemen van je ouderlijk huis, het ontmoeten van je grote liefde, het moeten loslaten van een dierbare... 
En soms, daar waar je het totaal niet verwacht, word je verrast, zoals ik vandaag. Volledig gepland nam ik vanmiddag de tijd om even stil te staan bij een, in eerste instantie vooral praktisch, afscheid. Maar 'k had niet kunnen inschatten dat het me, nog even een paar foto's en een filmke schietend, toch wat emotioneel zou maken, een beetje melancholisch zelfs...
Voor mijn gevoel heeft het m'n hele leven lang bestaan. Ik passeerde er in m'n jeugd, op weg naar school. De routes heen en weer naar m'n werk in de Vlaamse Opera, bij bloemenwinkel 7 Days, in de Hoedensalon, aan de balie van Hotel Villa Mozart, van en naar repetities en lessen in het Mago, en al die ontelbare andere verplaatsingen naar zoveel vergeten evenementen, ze liepen allemaal langst die ene plek. De laatste 2 decennia -schat ik ongeveer- kwam ik er minstens een paar keer per week, de laatste jaren zelfs bijna dagelijks: het premetrostation 'Opera'.
En vandaag stapte ik op weg naar m'n werk aan de balie voor de allerlaatste keer uit de tram op het zo vertrouwde perron. Vanaf morgen 1 september wordt, in het kader van de heraanleg van de Leien en het Operaplein, alles ontmanteld, al dan niet gesloopt en volledig herbouwd. Mijn reisjes om welke reden dan ook richting stad zullen dus zowiezo nooit meer hetzelfde zijn.
Ach ja, ook ik zag het heus wel achteruitgaan. Het station verloederde stilaan, voldeed niet helemaal meer aan de 'moderne' tijd, steeds vaker waren er dingen stuk -roltrappen, verlichting, ticketautomaten-, er was altijd wel ergens een lek, hele stukken stonden soms blank, en ondanks de inspanningen van de immer bezige poetsploegen zagen de trappen, gangen en ruimtes er steeds groezeliger uit. Je mag natuurlijk niet vergeten dat dit station in 1975 in gebruik werd genomen, samen met station Meir en Groenplaats, en daardoor letterlijk 'uit een andere eeuw' afstamt!... Dus, tijd voor verandering, tijd voor modernisering, tijd voor comfort, tijd voor veiligheid, tijd voor vooruitgang. En ook tijd voor de indienstneming van de reeds bestaande, maar voor de gewone reiziger verborgen, tunnels en perrons, die, half afgewerkt en dik onder het stof, na al die vele jaren nog steeds geduldig wachten op hun uiteindelijke bestemming.
De dichtersziel in mij bleef, zoals dichterszielen dat plegen te doen, nog even weemoedig hangen bij wat nu voorgoed voorbij is. Zoals ik de afgelopen maanden reeds bij elke passage met enig droefheid naar de grote lege plek keek waar al die tijd, 41 jaar lang, veilig achter glas, het omvangrijke terracotta kunstwerk 'Metro in de stad' van May Claerhout had gehangen. Haar oudste zoon was mijn eerste grote liefde en dat enorme beeld met de vele honderden figuurtjes en fraaie stadsmonumenten deed me elke keer weer met een warme glimlach aan hem en die lang vervlogen, nog zo zorgeloze en onschuldige tijd terugdenken. Zou er in het ontwerp van dat nieuwe ultramoderne kruisstation met 3 verdiepingen ook een plaatsje voor het beeld voorzien zijn? Geen idee. Afwachten dus, een jaartje of 2, 3...
In elke dag, elk seizoen, elk leven -eigenlijk in letterlijk àlles wat we zien, kennen, ervaren...- maakte het oude steeds weer plaats voor het nieuwe, en met een beetje geluk meteen ook voor iets van een hoger niveau, een betere kwaliteit. Zeker als je het hebt over premetrostations. ;-)





zaterdag 2 juli 2016

Emoties en herinneringen, maar vooral veel muziek.

Een melodietje dat dagenlang in je hoofd blijft hangen, je had het vast ook al wel eens voor. Maar dan misschien niet direct met een deuntje van Henry Purcell, zoals ik, de laatste weken. 
Niet dat mijn stem ooit echt geschikt was om barokmuziek mee te zingen, hoor, maar lang geleden, door de kamermuziekklas op het Koninklijk Vlaams Muziek Conservatorium in Antwerpen, stond de aria 'The Plaint: O, let me weep' (De klacht: O, laat mij huilen) uit 'The Fairy Queen' (De Feeënkoningin) van Purcell ook op mijn repertoire. 
En omdat in diezelfde periode m'n allereerste grote liefde zonder verwittiging of uitleg, totaal onverwacht met de noorderzon uit m'n leven verdween dacht ik de essentie van de emotie achter deze muziek ten volle te kunnen omvatten en weergeven. Al m'n verdriet en smart stroomde naar buiten in de hartverscheurende zanglijnen 'He's gone, he's gone, he's gone... and I shall never, never, never, I shall never see him more.' (Hij is weg, hij is weg, hij is weg... en ik zal hem nooit, nooit, nooit, ik zal hem nooit meer zien.)
Dat het vervolg van mijn liefdesleven -tot nu toe alleszins- niet echt over rozen liep is ondertussen zowat algemeen geweten. Deze melodie is door de jaren dus nog wel eens een paar maal m'n gedachten gepasseerd, maar pas toen m'n vader eind juni 2014 totaal onverwacht overleed begreep ik echt hoe in elke noot van deze compositie de intense droefheid om een definitief afscheid en het bijhorende gebroken hart vervat zit. En alsof ik mezelf er 2 jaar later nog steeds van moet overtuigen zingt het nu al weken en weken opnieuw en opnieuw in m'n hoofd dat hij weg is en ik hem nooit meer zal zien...
Afgelopen donderdagavond rinkelde nog laat de telefoon. Of ik nog vrij was om, heel erg last minut, een uitvaart te komen opluisteren. 
In de gesprekken met de familie van de overleden dame borrelden m'n eigen herinneringen aan het plannen van mijn vaders afscheidsviering omhoog. 
Een intrieste echtgenoot, die, nét als mijn moeder, me geforceerd vrolijk verzekerde dat 'zolang hij bezig kan blijven, het wel zal gaan, hoor, maak je maar geen zorgen, we moeten verder, hé.' En een zoon, die, net als ik en m'n broers en zussen, zo verschrikkelijk veel mooie -en spijtig genoeg ook een pak niet realiseerbare- wensen had voor de plechtigheid, als laatste uiting van liefde voor z'n moeder, zoveel dat het een kleine chaos werd en hij het uiteindelijk dan maar verdrietig zuchtend los liet met de woorden 'Och, het maakt uiteindelijk toch allemaal niets meer uit, want ze is weg, mijn lieve mamaatje, z'is weg...'
En zo vertrok ik vanochtend flapperend in m'n lange zwarte uitvaartjurk en met een kaftje netjes geordende partituren richting Lochristi, zoals vroeger zo vaak met va en moe, en bijna even vaak met niet alleen mezelf maar ook organist Peter Maus op de achterbank van onze va zijnen auto. 
Vandaag begeleide en vergezelde Peter me ook, net zoals dag op dag 2 jaar geleden bij dat nog steeds buitengewoon memorabele afscheid van m'n vader. Compleet kapot was hij er van, net als ik, maar zowel voor z'n muzikale begeleiding als z'n aanwezigheid zal ik hem eeuwig dankbaar zijn. Volgens Peter trouwens nog altijd de meest heftige uitvaart die hij ooit speelde, en dat wil ik best geloven. Het 'Wiegenlied' van Johannes Brahms en 'Papa' van Stef Bos zullen voor mij ook nooit meer hetzelfde zijn...
Voor de begrafenis vanochtend werden we aangevuld door violiste en lieve vriendin Marleen Van Holder, en het ontroerend mooie samenspel en de betekenisvolle liedteksten maakten het definitieve afscheid van die voor ons onbekende maar duidelijk zeer geliefde vrouw muzikaal buitengewoon mooi en emotioneel enorm pakkend, zowel voor de familie als voor ons.
'Vaders behoort het eeuwige leven, ze zouden nooit mogen sterven', bedacht ik me een beetje melancholisch in de overvolle trein terug richting Antwerpen, 'en dat geldt ook voor moeders...' Maar da's niet realistisch, hé. 
Die prachtige gele roos van op m'n terras, bruut afgeknakt door de wilde wind, staat -alsof er niéts gebeurt is- nog altijd het beste van zichzelf te geven in een piepklein vaasje naast m'n computer. Met haar onvoorwaardelijke schoonheid en bedwelmend parfum maakt ze me attent op die simpele doch zo snel vergeten belangrijke boodschap: leef, en geniet, liefst met volle teugen, zowel van het geven als van het ontvangen, wat de omstandigheden ook zijn, voor zo lang -of kort- het duurt. En is het voorbij, koester dan de vele fijne herinneringen. 
Of om het met de -mits enige interpretatie- zeer toepasselijke woorden van de goedgeluimde treinconducteur te zeggen: 'Dames en heren, aankomst in Antwerpen. Let goed op dat u niets en vooral niemand vergeet! En ik wens u van harte nog een heel prettig weekend toe!' :-) 

vrijdag 4 maart 2016

Bamboe in m'n hand, tuin in m'n hart.

Koud en nat van dat soort miezerige neerslag het woord regen niet waardig sneden ons moe en ik vorige week maandagnamiddag een dikke bundel stokken van de metershoge bamboe. Regelmatig gebruik ik zo'n onverwoestbare stengel om zowel binnen als buiten allerlei planten in toom te houden. In een tuincentrum kosten die dingen een klein fortuin en nu, met de verkoop van het ouderlijk huis en dus ook van de grote tuin, verdwijnt mijn toegang tot deze razendsnel groeiende en uiteraard gratis voorraad van die voor mij onmisbare hulpstukken. Eigenlijk had ons moe hier totaal geen zin in maar ze begreep dat ik, na maandenlang vragen me nog van een mooie reserve voor de komende jaren te voorzien, nu echt geen nee meer wou horen, ik stond er op.
En het werd nog een leuk moment, zo samen worstelend met die onwillige en supertaaie rietsoort. Vooral misschien omdat ik, om kracht te kunnen zetten bij het snijwerk, niets vermoedend steun zocht bij een ogenschijnlijk dikke stevige stengel, die, hoe kon het ook anders, prompt afknapte waardoor ik languit op m'n buik in de modder viel. Dat was lachen, hoor! Hilarisch!
Langst het pad heen en weer naar het bamboebos viel het me op dat er overal al weer nieuwe blad- en bloesemknoppen en kwistig gezaaide lentebloeiers de donkere regendag en winterse kaalheid van de enorme tuin trotseerden en zo de jaarlijks terugkerende kleuren- en geurenoverdaad van de zomer aankondigden. En plots overviel me ten volle het droeve besef dat ik dat niet meer zou zien.
Toen ik blij verrast stilstond bij al de frisgroene nieuwe blaadjes van de buxusbollenboom van mijn vader, die, samen met de buxuskippen, -kegels en -haag, de vreselijke vraatzucht van de buxusrupsen dan toch overleefd had en daar mijn moeder attent op maakte, was meteen duidelijk dat het ook voor haar een afscheid zou zijn waar ze het liever helemààl niet over had...
Onderweg naar huis groeide de onrust in mij. Met alle respect voor de gevoelens van m'n moeder, ik kon de mijne ook echt niet negeren en moest en zou op mijn manier afscheid nemen van die sprookjestuin die op zoveel manieren invloed op m'n leven zal blijven hebben. Ja, akkoord, er staan ondertussen wat planten uit die heerlijke Hof van Eden opgepot op mijn terras, en da's fijn om er op die manier een tastbaar stukje van mee te nemen, maar dat vulde die eindeloze leegte binnen in mij niet.
Gewapend met 2 camera's, 6GB aan fotokaartjes plus wat 8GB USBsticks en de nodige bekabeling naar de laptop bracht ik donderdagnamiddag in afwisselend zon, hagel, sneeuw, wind en regen een paar uur filmend en fotograferend tussen de geliefde bomen en struiken door: ik ga een film maken, een video van mijn laatste wandeling door deze tuin zodat ik, zo vaak ik dat wens, en iedereen met mij, die promenade boordevol herinneringen digitaal kan blijven herbeleven!
"Had je dat dan niet in de zomer kunnen doen, als alle bomen, struiken, bloemen en planten op hun mooist staan", bromde m'n broer enigsinds terecht. Tja, als je àlles op voorhand wist en kon plannen...
Maar mijn moeders enthousiasme bevestigde dat mijn plan goed zit. En ze bestelde, behalve een kopie van die film, ook meteen een -uiteindelijk vermoedelijk bijzonder lijvig- fotoalbum voor op de salontafel bij me, gemaakt met de vele honderden fraaie kiekjes van minstens 45 jaar ultiem tuingenot! 
De afgewerkte rolprent en 't fotokijkboek zullen nog niet meteen voor morgen zijn, maar, met speciale dank aan de bamboestokken die ik percé nog wou hebben, staat er nu een serieuze overdosis zowel statisch als bewegend beeldmateriaal veilig en wel op de externe hard schijf en voor mijn gevoel heb ik nog nét op tijd de essentie van onzen hof kunnen vastleggen. Hopelijk zal daardoor het loslaten van die mega fantastische, meer dan magische, zalige sprookjestuin een heel klein ietsiepietsie beetje minder lastig zijn... ;-)

Een paar seconden uit die vele GB's beeldmatriaal: "bamboe in de wind". J

dinsdag 1 maart 2016

Schoolstraat 69: verkocht!

Alle mogelijke en nodige documenten zijn goedgekeurd en door alle betrokken partijen ondertekend. Het geld is overgemaakt, verdeeld en reeds op weg naar nieuwe doelen en begunstigden. Het huis met z'n gevel in rode baksteen, met achter de grote vitrine altijd seizoens-aangepaste en bijzonder originele decoratie -waar voorbijgangers steeds graag even bij stil stonden-, en de houten garagedeur met al sinds mijn jeugd 'het belletje' dat bezoekers aankondigt... dat huis, het is niet meer van ons. Het heeft nieuwe eigenaars. Mijn familie sloot vandaag een belangrijk hoofdstuk in z'n geschiedenis. En het maakt me zowel verdrietig als blij. 
Ja, ik neem afscheid van de vertrouwde ruimte waar ik zoveel jaren gewoond heb en daarna nog eens zo lang naar terug keerde voor elke soort familiale gelegenheid of gewoon zo maar, naar va en moe op bezoek.
Heel lang geleden zag ik als ukkiepukkie hoe de nonkels, grootvaders en onze va het piepkleine arbeiderswoningske op deze plek letterlijk omver duwden, en hoe het vrijgekomen terrein zich langzaam opvulde met muren, deuren, ramen, trappen... exact zoals ze er vandaag nóg staan en de zovele kamers vormen waar een leven lang herinneringen aan vast hangen. 
Of misschien zeg ik beter 'verschillende levens herinneringen', want behalve dat het gezin zowiezo al zeven personen telde liepen er ook nog eens constant vrienden, kennissen, buren, klasgenootjes, pleegkinderen, enz. enz. binnen en buiten. Vandaar dat belletje aan die immer open garagedeur natuurlijk.
Jarenlang heb ik met m'n zus een kamer gedeeld, een tijdje zelfs een bed. De zolder, waar we urenlang verkleedpartijtjes hielden, werd later mijn tienerkamer, een knus eigen stekje hoog boven de 'massa' met uitzicht op de enorme tuin. Toen ik bij mijn eerste huwelijk het ouderlijk huis verliet erfde m'n jongste broer het voorrecht daar te mogen vertoeven.
In de kelder, eindeloos lang, groot en breed, werden menige wedstrijden gerolschaatst op de gladde betonnen vloer en aan de werkbank van onze va, boordevol gereedschap, ontelbare creatieve uitvindingen gefabriceerd. 
Aan de bijzonder lange eettafel schoven bij elke hoogdag tot wel 16, 17, 18... familieleden en 'bijbehorenden' aan voor de festiviteiten, waarvoor onze va gehuld in schort en koksmuts al dan niet bedenkelijke, min of meer eetbare maar zowiezo onvergetelijk 'verrassende' gerechten uit de potten toverde.
In het kleine salon zaten we lang geleden op elke zaterdagavond fris gewassen in onze pyjama voor de televisie, op 2 rijen achter elkaar wegens plaatsgebrek, en aten vers gebakken frietjes. En we ergerden ons altijd aan ons moe, op de eerste rij, dus in onze gezichtsveld, als ze eindeloos knikkebollend in slaap viel.
En de tuin, die fàn-tàs-tische tuin, dat zijn nóg eens duizenden verhalen!...
Och, ik zou makkelijk een boek of 2, 3 vol kunnen schrijven over het huis op nummer 69, en de komende tijd horen we vast iets vaker 'weet ge nog dit, of dat, en toen...', maar het is goed om het huis nu los te laten.
Het doet me trouwens minder verdriet dan je wel zou denken. Op zeker dag verlaat je dat nest en bouw je langzaam maar zeker je eigen veilig thuis op, en dan wordt het ouderlijk huis zowiezo al meer een verzameling memories in je hoofd, meer dan dat het nog een echt toevluchtsoord is.
En met het overlijden van onze va bleef er eigenlijk nog slechts een hol omhulsel over, veel te groot, veel te stil, zonder leven, letterlijk en figuurlijk koud. Een lege doos waarin ons moe nog wat verloren rond liep, onbewust op zoek naar iets dat al lang en voorgoed verdwenen is. 
Zij gaat nu elders ook voor het eerst hààr eigenste nest creëren, en geloof me: al sinds weken volledig ingepakt en verhuis-klaar heeft ze er ontzettend veel zin in! Ze springt nog nét niet op en neer van spanning en enthousiasme.
De nieuwe eigenaars, jonge mensen met 2 kindjes, staan ook al een tijdje ongeduldig in de startblokken te trappelen om de bakstenen en het beton weer nieuw leven in te blazen. De komende maanden zal er afgebroken, heropgebouwd en gemoderniseerd worden. En dan zullen er opnieuw schetterende kinderstemmetjes klinken in alle kamers, er zal als van ouds gelachen en geruzied worden, op de trappen er zal terug druk op-en-neer-geloop zijn en in kelder en tuin rijden wederom fietsjes. En de eetkamer, die zal vast en zeker het decor blijven van vele familiefeesten met heerlijke gerechten vers gemaakt in de aanpalende keuken. 
Ik kan me zonder enige moeite voorstellen dat onze va, als hij al deze gebeurtenissen van wie-weet-waar in 't oog houdt, ook heel breed en tevreden zit te glimlachen: het door door hem en ons moe met zorg gebouwde en door ons allemaal zo geliefde huis zal weer helemaal opleven en z'n taak opnieuw vervullen als heerlijke familie-thuis. En zo hoort het ook. :-)


(foto Eric Van Tichel - fotostudio A.A.I. Merksem)

zaterdag 3 oktober 2015

Dag boom van mij, dag grote vriend.

Heel erg lang geleden, toen de wereld een pure, vredevolle en nog volledig te ontdekken magische en wonderbaarlijke plek was, bracht ik, vermoedelijk bij een zondagse familiewandeling in het park, gefascineerd zoals ik, zelfs op die leeftijd al was, door de kracht van de natuur, een wilde kastanje mee naar huis, waaruit 2 piepkleine spiksplinternieuwe blaadjes ontsproten, en plantte ze in mijn eigen minuscule lapje grond in de grote tuin.
Zelfs met alle fantasie van de wereld, die me toen ook al eigen was, had ik nooit kunnen bedenken dat, meer dan 40 jaar later, zulk een teer begin uitgegroeid zou zijn tot een metershoge indrukwekkende reus met een korstige stam die ik niet eens meer kan omarmen. 
Elke keer ik in de tuin van m'n ouders kom bezoek ik steevast 'mijn' boom. 
'Dag boom', zeg ik dan met een vleugje ontroering, telkens opnieuw vol bewondering en met een warm gevoel vanbinnen, 'dag grote mooie sterke boom van me', en raak hem even liefdevol aan.
Dit jaar strooit m'n paardenkastanje uitzonderlijk gul met z'n mogelijke nakomelingen. Je moet verdorie goed opletten dat je niet tegen de vlakte schuift op dat tapijt van gevaarlijk bolle en spekgladde vruchten.
Regelmatig kan m'n moeder het overigens nog steeds niet laten, een beetje half brommend half giechelend, te verkondigen dat ik beter een tàmme kastanje gepoot had, 'dan hadden we er nu tenminste nog iets aan gehad'...
'Het is alsof hij het weet', dacht ik afgelopen week al een paar maal met een krop in m'n keel, 'het is alsof hij weet dat er een definitief afscheid zit aan te komen, en hij nog een allerlaatste maal alles geeft wat hij in zich heeft'.
Het huis wordt verkocht, met de fenomenale tuin, de tuinhuisjes, de vijvers, alle bloemen en fruit, en dus ook met mijn boom. En omdat hij op een nogal onpraktisch plekje staat is de de kans groot dat de nieuwe eigenaars hem zullen laten verwijderen...
Ik weet het wel: alles heeft z'n tijd, niets is voor eeuwig. Het leven is een aaneenschakeling van afscheid nemen en loslaten. En hoe gek het ook klinkt, deze kolossale, sensationeel prachtige en o zo geliefde boom, waar ik stiekem buitengewoon trots op ben, is nu het tastbaar symbool geworden van een levensperiode die we, bijzonder voelbaar en concreet, definitief afsluiten. 
Ze keek even van "ge meent het of wa?", mijn moeder, toen ik het haar vroeg maar ze wandelde toch welwillend mee de tuin is en schoot met mijn camera een paar leuke plaatjes van ons beide, van zotte ik en m'n grote boomvriend. Zo bewaren de mooie herinneringen toch een klein beetje beter, denk ik. Hoop ik. Misschien moest ik de komende dagen, zo snel even in 't voorbijgaan, ook nog maar eens uitgebreid m'n zakken vullen met z'n bolsters en kastanjes...
Dag boom, dag mijn machtige prachtige stoere paardenkastanje, dag m'n houten, groen getooide vriendelijke reus, dag m'n grote plantaardige vriend.
Ik zal je niet vergeten. Xxx

zaterdag 29 augustus 2015

Tine in Amerika.

Z'is weg. Vertrokken naar het verre Amerika.
Woensdagnamiddag zaten we samen nog op een terras met wat lekkers te bakken in de zon. Tegen de tijd dat ik op donderdagochtend om 7u30 het licht aanknipte in m'n receptie, klaar voor een doodgewone nieuwe werkdag, hing zij al in die grote metalen vogel boven de Noord Atlantische oceaan.
M'n vriendin begint een totaal nieuw leven aan de andere kant van de wereldbol. En hier in België liet ze zowat àlles achter. 
Er werd afscheid genomen van een appartement en tuintje, van een job, van collega's, vrienden en ook van familie. Meubels en huisraad verhuisden naar vrienden en kennissen, de kringwinkel pikte alle overschietende spullen op. Zelfs de helft van haar kleding veranderde van eigenaar. 
En ik, ik adopteerde al haar kamerplanten en potten, en de badmat.
Alleen het hoogstnoodzakelijkste en het absoluut onmisbare maakt mee de overtocht, met op een gedeelde eerste plaats haar geliefde Amerikaanse echtgenoot, die na een paar jaar werken in België terugkeert naar z'n geboorteland, en haar zo mogelijk nog geliefdere Airdale terrier, da's dus een hond, zo'n grote, ongelofelijk zachte en o zo knuffelbare brave loebas.
En heel verrassend ook in de bagage: mijn 4 CD's en een unieke DVD-opname van m'n concert 'Sweets for my Sweet goes Classic'. Super, toch?!
Reizen heeft nooit echt deel uitgemaakt van mijn leven, dus 8 uur in een vliegtuig naar de andere kant van de wereld vind ik echt wel indrukwekkend.
Alles achter laten om een volledig nieuw leven te beginnen vind ik zo mogelijk nog duizend maal indrukwekkender. Ik kan er me niet eens iets bij voorstellen. Daarvoor ben ik vermoedelijk veel te gehecht aan m'n frullekes, m'n planten, m'n boeken, m'n bed, m'n appartement, m'n vrienden, m'n job, m'n muzikale entourage, och, er is zoveel... m'n leven zoals het is, simpelweg samengevat.
En dus valt het loslaten van een fijne vriendin me ook niet zo makkelijk. Het verandert m'n wereld en dat vraagt weer tijd om daar een draai aan te geven. 
Ik zal een nieuw maatje moeten vinden om gezellig mee naar 't theater te gaan, terrasjes te doen of de Ikea onveilig te maken... Zo veel mooie herinneringen om te koesteren. Ja, die tijd samen was echt dol-fijn!
We maakten bij het afscheid geen beloftes. Da's geen kwestie van 'uit het oog, uit het hart', neen, da's gewoon realistisch. Het leven gaat, zowel hier als ginder ver over de oceaan, toch gewoon z'n eigen gang, daar doe je niets aan. Als het contact blijft, absoluut prima. Zo niet, dan sluit hier, heel langzaam en onopvallend, op heel natuurlijke wijze, een mooi hoofdstuk in mijn bestaan af.
Maar, na een reis van in totaal bijna 24 uur, bij aankomst in Dallas, Texas, stuurde ze al meteen een 'ik ben er!'-mailtje. En vandaag verscheen ze op Facebook, waardoor ze plots en zonder moeite als zoveel van mijn andere toffe vrienden werd. Velen van hen zie of hoor ik zelden, maar of ze nu in Gent wonen, aan zee, in d'ardennen, gewoon aan de andere kant van de koekenstad, of een klein beetje verder, in Nederland of zo, of ze op reis zijn of doodgewoon thuis,... ze rollen àllemaal, alsof het de meest normale zaak van de wereld is, met hun verhaaltjes en foto's uit de computer mijn huiskamer in, klaar voor een reactie van mij en klaar om mee te leven met wat ik eventueel post. En zo weet ik hoe het met m'n vrienden gaat en voel ik ze, voor eventjes, heel dicht bij me. Zélfs als ze helemaal in het verre Amerika wonen. 
Vriendschap over alle mogelijke grenzen heen, het heeft wel wat, hé.
En het leuke staartje aan dit verhuisverhaal: vanaf vandaag leest men m'n blog dus ook helemaal aan de andere kant van deze aardbol! Komt dà tegen, hé. ;-)

donderdag 25 juni 2015

Afscheid nemen, nog alle dagen opnieuw...

Vandaag is het dag op dag een jaar geleden dat we hem los moesten laten. We hadden onze va liever nog vele jaren bij ons gehouden, maar het lot, of zo je wil het noodlot, besliste daar anders over.
En 365 dagen later zijn we geen van allen klaar met afscheid nemen. Er passeerden familiefeestjes, verjaardagen, communies, uitstapjes en zoveel ontelbare gewone belevenissen,... allemaal zonder hem. En dat gaat ook, hoor, maar 't is toch écht niet hetzelfde.
"Het leven gaat door" krijg je vaak toegeworpen, maar niets is minder waar. Dàt leven, met hem er bij, dàt is vorig jaar abrupt opgehouden. Daar en dan, dat ene ogenblik verplichtte ons een totaal nieuw leven te beginnen, ééntje zonder hem. 't Was dat of niks, meer keuze is er niet.
Maar het gemis blijft groot. Voor mij en voor iedereen. Ik wil niet eens proberen er over na te denken wat zijn afwezigheid voor m'n moeder betekent. Zij deelde meer dan 50 jaar elke dag lief en leed met hem en moet nu zowat absoluut àlles anders en alleen aanpakken. En dat doét ze ook, heel moedig!  
In die eerste 12 maanden zonder vader besefte ik zelf pas hoe vaak ik aanspraak op hem maakte, hoe dikwijls hij me, praktisch of met goede raad, te hulp snelde. Die ene speciale levenspartner, man genoeg om enigszins aan m'n vader te kunnen tippen, die liep ik voorlopig nog niet tegen het lijf, en voor mij maakt dat de leegte die onze va, mijn maatje, achter liet des te groter. Er is nu zoveel meer waarvoor ik op mezelf terug val, of waarvoor ik, al dan niet schoorvoetend, nieuwe mensen in m'n leven toelaat. En ergens is dat dan toch wel weer een geschenk, want m'n redelijk kleine wereldje werd daardoor een heel stuk opener.
M'n moeder gaf me een geweldig boek over afscheid nemen waarin ze veel steun vond. Hopelijk ik ook, want af en toe vrees ik dat m'n hersenen of m'n gevoelens, welke van die twee dat weet ik niet precies, een loopje met me nemen... Iets in mij is er nog steeds rotsvast van overtuigd dat hij maar weg is 'voor even'. Ik was er bij toen z'n hart ophield met kloppen. Ik snotterde nog een slaapliedje voor hem terwijl we hem samen vasthielden, m'n moeder, broers, zussen, hun partners en ik. Ik zag hem opgebaard liggen bij de begrafenisondernemer. Daar maakte ik zelfs foto's van. Ik zong op de afscheidsplechtigheid, met honderden getuigen. Z'n foto en het herinneringskaartje staan op de kast naast de foto's van grootva en grootmoe. En toch... Ondanks al die overduidelijke bewijzen van z'n definitieve vertrek verwacht ik nog élke dag dat de deurbel zal klingelen en hij met één of ander onbenullig boodschapje doodgewoon weer bij me binnen stapt, voor de zoveelste keer uitgebreid goedkeurend bromt over het fijne appartement dat ik met z'n hulp kocht en zich dan, tevreden monkelend, met z'n handen op z'n rug strategisch voor het grote venster in de woonkamer posteert om in alle rust en stilte uitgebreid van het fraaie uitzicht te genieten. Zoals altijd. Heel gewoon.
We lachen wel eens dat hij nu vermoedelijk op een wolkje in de hemel met al z'n overleden goeie vrienden en leuke familieleden een goddelijke trippel zit te drinken. Da's misschien geen realiteit maar 't idee is leuk en 't troost.
Alleszins, zelfs nu hij het tijdelijke voor het eeuwige ingeruild heeft, helemaal verdwenen is hij zeker en vast niet. 'Onze va dit, en onze va dat', te pas en te onpas valt het nog uit m'n mond, heel vertrouwd, alsof hij nooit weg gegaan is. Hij is en blijft voor altijd Mijn Vader, en zijn aanwezigheid zindert in duizend-en-één dingen verder. En dat is goed zo. :-)