Posts tonen met het label sprookje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sprookje. Alle posts tonen

vrijdag 9 oktober 2020

Doornroosje.

"Doornroosje!", mompelde ik mopperig voor me uit, terwijl ik gezeten aan m'n bureautje sloom en onverschillig nóg maar eens m'n nagels lakte. "Ik ben potverdekke just gelijk Doornroosje geworden!!! Een soort onnozel, niets presterend, slapend sprookjesprinsesje! Hoe ver is 't in 's hemelsnaam al met mij gekomen, zeg!!!..." O, u ziet de gelijkenis niet direct? Als je er even over nadenkt is 't nochtans snel duidelijk, hoor. Wacht, ik leg het wel even uit!...
Ja, 't ziet er niet echt als een kasteel uit, maar die betonnen toren waarin ik woon, omringd door nog meer van die gelijkaardige betonnen torens: met enige verbeelding lijkt dat toch op een soort burcht. Binnen de grijze muren van die burcht breng ik hoofdzakelijk mijn tijd door in m'n eigen kleurrijke, ietwat eigenwijze en koninklijk ruime vertrekken. Elk van deze comfortabele en knusse kamers is tot barstens toe gevuld met ontelbare schatten. Schatten, die omgezet in keiharde valuta vermoedelijk wreed tegenvallen, maar waarschijnlijk elk op zich wél minstens een ontroerend, fascinerend of dolkomisch sprookje waard zijn. De prinselijke ruimtes huisvesten ook de enorme prinselijke garderobe, uitpuilend van de meest uiteenlopende soorten veelkleurige gewaden, een eindeloze hoeveelheid bijpassend schoeisel, een meer dan artistieke collectie accessoires en een fabelachtige berg aan fantasiejuwelen. Elk vertrek is gul voorzien van knusse, vaak met een hoge aaibaarheidsfactor, kleurrijke stoffering, tal van artistieke creaties en een stevige dosis fauna en flora. En ook de propvolle bibliotheek met o.a. een fraaie verzameling muziek, poëzie en strips is het bezoeken waard.
Een vuurspuwende draak en een ondoordringbare groene barrière van rozen en doornen beschermden het kasteel van Doornroosje. Mijn stukje koninkrijk wordt fel verdedigd door de ietwat overdreven groenvoorziening op het terras, rozen en doornen incluis. Ge breekt uwe nek over de honderden potten en scheurt minstens uw broek aan de vele grijpgrage takken van het struikgewas voor ge enigszins tot bij een venster geraakt. Een prins met een zwaard is, zo hier bij mij dan toch, vermoedelijk een stuk minder handig dan een tuinman met een stevige snoeischaar... Alhoewel... dat had bij Doornroosje eigenlijk ook nog wel een goed idee kunnen zijn!... 
Zo'n echte vuurspuwende draak, reuzegroot en met schubben en een staart en dergelijke, die heb ik hier -jammer genoeg- nog niet gezien. Maar geloof me vrij, als ik je vertel dat er zich meer dan genoeg 'draken' van allerlei soorten en maten in de andere delen van de burcht ophouden... De sporen van haat en vernieling die ze nalaten, zijn elke dag opnieuw overduidelijk overal te zien en te voelen.
Net zoals in het verhaal van Doornroosje hield door één of andere vloek of bezwering ook het leven rondom mij als bij toverslag halt. Alsof de wereld plots stil stond en iedereen in slaap viel. En net als Doornroosje: ik zelf dus ook. Zonder prik aan een spinnenwiel evenwel. En al lag ik letterlijk zoveel meer dan 'normaal' in het vorstelijk van zachte kussens, donzige dekbedden en fluffy dekentjes voorziene roze prinsessenledikant te slapen, figuurlijk sloeg de slaap ook stevig toe. Werkafspraken en optredens werden geannuleerd, de pagina's van m'n agenda staarden me volledig leeg en nutteloos aan, en zelfs m'n al zo piepkleine sociale leven hield volledig op met bestaan. Elke dag speelde zich hoofdzakelijk tussen de muren van de prinselijke vertrekken af, en die dagen leken steeds meer een kopie van elkaar. Ook alle besef van tijd verdween. Elk gevoel van 'noodzaak' vervloog. Er moest niet meer gerepeteerd, niet meer gepland, niet meer afgesproken. Zelfs huishoudelijk werk had totaal geen haast meer. 't Stof mocht gerust een dag -of een week, of...- langer blijven liggen. Er kwam toch geen bezoek meer. Ja, ik zocht nog elke dag een mooie jurk uit, mét bijpassende oorbellen en halssnoer, en trok zelfs met regelmaat ook nog een kam door m'n haren en een mascaralijntje boven m'n ogen. Maar dat uit die pyjama geraken, telkens weer opnieuw, 't werd steeds lastiger en als maar later op de dag... Intensief bezig zijn met projecten en het neerschrijven van de vele verhaaltjes en belevenissen, het verdween onopgemerkt langzaam maar zeker op de achtergrond, om tot slot gewoon volledig weg te vallen. Niet dat er niets meer te vertellen viel of te bricoleren, in tegendeel. Nog steeds meer dan genoeg onderwerpen om over te schrijven, en m'n klusjeslijst heeft een behoorlijke lengte, absoluut. Maar 't ontbrak me gewoon aan spirit, aan enthousiasme, aan 'vuur'. De occasionele wakkere momenten, de kleine uurtjes waarin eens even niet letterlijk geslapen werd, vulden zich na een tijdje hoofdzakelijk met gedachteloos televisie-zappen, slow motion planten water geven en hersenloos puzzels leggen, in het slome gezelschap van twee zeer tevreden ronkende, lang uitgestrekt of strak opgerold, slapende knuffelkaters... Het koninkrijk sliep. 
In het sprookje van Doornroosje kondigde de komst van een knappe frisse prins op een prachtig wit paard het einde van die 100 jaar durende slaap aan. En al loopt haar en mijn geschiedenis behoorlijk gelijkaardig, op dat punt verschilt mijn verhaal toch écht wel totáál van het hare.
Om te beginnen is het volgens mij absoluut onmogelijk voor één enkele prins om die algemene slaapstand van onze tegenwoordige wereld te verhelpen. Er gaat heel wat meer nodig zijn, vrees ik, dan een man met een paard, een zwaard en een kus... 
En laat ons 't dan even over die in het sprookje nogal cruciale en onmisbare kus hebben!... Een vreemde man -prins of niet-, iemand die dus sowieso voor geen meter officieel in mijn bubbel thuis hoort, en die zonder schriftelijk bewijs van virusvrij zijn na een coronatest van minder dan twee weken geleden, mogelijk op de koop toe zonder deftig mondmasker en/of keurig ontsmette handen, en ondanks doornige groenvoorziening met risico op gescheurde broeken en gebroken botten, en stevig gesloten ramen en deuren, als nóg onaangekondigd en ongevraagd m'n huis binnen dringt en zelfs m'n slaapkamer?!... Ik zou wel gék zijn om me middenin wild woekerende coronatijden door zo iemand, lukraak en alsof het maar niks was, vol op de mond te laten kussen!!! Da ziede van ier! 
Geen denken aan! Allo kroket zeg!... *griezel griezel* Nee nee nee, dan tracht ik nog liever om gewoonweg zelf weer enigszins 'wakker' te raken. En als dat niet lukt? Och, dan slaap ik nog maar een eindje verder, hé, als een echt 'Coronaroosje'! ;-)



zondag 19 januari 2020

Sprookje.

Er was eens een prinsesje, een heel gewoon prinsesje. Ze was niet mooier of lelijker dan de andere prinsessen, een beetje ouder misschien, dat wel. En zoals het typisch is voor echte prinsessen, had ze een gouden hart voor ieder mens en dier, en hield ze ontzettend veel van de natuur.
Het prinsesje woonde alleen in een stukje van een grote grijze toren. Jarenlang had ze geduldig gewacht op haar prins, maar die, die was jammer genoeg nooit gekomen. Tja, hoe zit dat tegenwoordig ook met die moderne prinsen, hé... 't Is moeilijk te zeggen eigenlijk. Wie weet reed hij totaal verloren in de wirwar van straatjes om die grote toren heen, mogelijk deed z'n gps het niet meer, of had hij het -échte man zijnde- echt niet zien zitten om de weg te vragen en was hij onverrichterzake dan maar weer huiswaarts gekeerd. Ze wist het niet.

"Och, misschien ben ik wel zo'n prinses zonder prins", had ze na een tijdje besloten, "die moeten er immers ook zijn, hé!" En heel alleen had ze er dan maar het beste van gemaakt, en haar prinselijke vertrekken heel persoonlijk ingericht met allemaal spulletjes en kleuren die haar blij maakte. Als je goed luisterde, weerklonk heel af en toe haar heldere stem vanuit de toren en hoorde je haar toch nog eens hoopvol zingen "Some day my prince wil come"..., maar meestal bleef het stil. Met het verstrijken van de jaren verdween het prinsesje meer en meer onder de bloemen en het gebladerte van de haar zo geliefde, omringende fauna en flora. Ze gunde de woekerende, alles overgroeiende planten graag hun ruimte. Zij zelf bracht toch een groot deel van haar dagen door in haar vorstelijke bed in het koninklijk roze slaapvertrek, waar ze, zoals sprookjesprinsessen nog wel eens meer blijken te doen, jarenlang sliep, en sliep, en sliep.
Tot, op een wonderlijke dag, er tóch een prins aan haar roze ledikant verscheen! Absoluut geen idee hoe die binnen geraakt was! Het prinsesje had lang geleden al geleerd zowel zichzelf als haar stukje toren uitzonderlijk goed te beschermen tegen boze tovenaars, valse heksen en ander gespuis, maar vooral tegen die verschrikkelijke namaakprinsen. Deze prins moet er dus ééntje geweest zijn van een bijna uitgestorven soort, zo één met de magische krachten van een sprookjesheld, die vuurspuwende draken verslaat en zich zonder verpinken met z'n trouwe zwaard een weg door een oerwoud van doornen hakt.
Heel voorzichtig aaide hij het prinsesje over haar wang, draaide een krulletje in de haarlok die over haar oor lag en boog zich voorover voor een tedere kus... "Nondepitjes", dacht de prinses half ontwakend, "toch wel een beetje een vóchtige kusser, hoor, die prins!"...
Op dat moment werd ik wakker, knus omringt door m'n vele zachte roze beddengoed, met het warme wollige lijfje van kater Poekie ronkend dicht tegen me aan. Uiterst voorzichtig, bijna secuur bedachtzaam, gaf hij me kleine likjes in m'n gezicht, ondertussen overal vochtige roze-neus-afdrukjes achterlatend. Zijn ene voorpootje aaide ongewild m'n wang terwijl het andere speels wat in m'n haar graaide. Die lieve schattige Poekie toch! Mijn kleine viervoetige prinsje, die zo ontzettend veel van me houdt. Mijn hart smolt. Daar heb zelfs ik geen woorden voor... Het was een echt ontzettend vertederend moment. Zodanig hartveroverend zelfs dat het me niet eens kon schelen dat er geen echte sprookjesprins me wakker gekust had. ;-)



vrijdag 4 maart 2016

Bamboe in m'n hand, tuin in m'n hart.

Koud en nat van dat soort miezerige neerslag het woord regen niet waardig sneden ons moe en ik vorige week maandagnamiddag een dikke bundel stokken van de metershoge bamboe. Regelmatig gebruik ik zo'n onverwoestbare stengel om zowel binnen als buiten allerlei planten in toom te houden. In een tuincentrum kosten die dingen een klein fortuin en nu, met de verkoop van het ouderlijk huis en dus ook van de grote tuin, verdwijnt mijn toegang tot deze razendsnel groeiende en uiteraard gratis voorraad van die voor mij onmisbare hulpstukken. Eigenlijk had ons moe hier totaal geen zin in maar ze begreep dat ik, na maandenlang vragen me nog van een mooie reserve voor de komende jaren te voorzien, nu echt geen nee meer wou horen, ik stond er op.
En het werd nog een leuk moment, zo samen worstelend met die onwillige en supertaaie rietsoort. Vooral misschien omdat ik, om kracht te kunnen zetten bij het snijwerk, niets vermoedend steun zocht bij een ogenschijnlijk dikke stevige stengel, die, hoe kon het ook anders, prompt afknapte waardoor ik languit op m'n buik in de modder viel. Dat was lachen, hoor! Hilarisch!
Langst het pad heen en weer naar het bamboebos viel het me op dat er overal al weer nieuwe blad- en bloesemknoppen en kwistig gezaaide lentebloeiers de donkere regendag en winterse kaalheid van de enorme tuin trotseerden en zo de jaarlijks terugkerende kleuren- en geurenoverdaad van de zomer aankondigden. En plots overviel me ten volle het droeve besef dat ik dat niet meer zou zien.
Toen ik blij verrast stilstond bij al de frisgroene nieuwe blaadjes van de buxusbollenboom van mijn vader, die, samen met de buxuskippen, -kegels en -haag, de vreselijke vraatzucht van de buxusrupsen dan toch overleefd had en daar mijn moeder attent op maakte, was meteen duidelijk dat het ook voor haar een afscheid zou zijn waar ze het liever helemààl niet over had...
Onderweg naar huis groeide de onrust in mij. Met alle respect voor de gevoelens van m'n moeder, ik kon de mijne ook echt niet negeren en moest en zou op mijn manier afscheid nemen van die sprookjestuin die op zoveel manieren invloed op m'n leven zal blijven hebben. Ja, akkoord, er staan ondertussen wat planten uit die heerlijke Hof van Eden opgepot op mijn terras, en da's fijn om er op die manier een tastbaar stukje van mee te nemen, maar dat vulde die eindeloze leegte binnen in mij niet.
Gewapend met 2 camera's, 6GB aan fotokaartjes plus wat 8GB USBsticks en de nodige bekabeling naar de laptop bracht ik donderdagnamiddag in afwisselend zon, hagel, sneeuw, wind en regen een paar uur filmend en fotograferend tussen de geliefde bomen en struiken door: ik ga een film maken, een video van mijn laatste wandeling door deze tuin zodat ik, zo vaak ik dat wens, en iedereen met mij, die promenade boordevol herinneringen digitaal kan blijven herbeleven!
"Had je dat dan niet in de zomer kunnen doen, als alle bomen, struiken, bloemen en planten op hun mooist staan", bromde m'n broer enigsinds terecht. Tja, als je àlles op voorhand wist en kon plannen...
Maar mijn moeders enthousiasme bevestigde dat mijn plan goed zit. En ze bestelde, behalve een kopie van die film, ook meteen een -uiteindelijk vermoedelijk bijzonder lijvig- fotoalbum voor op de salontafel bij me, gemaakt met de vele honderden fraaie kiekjes van minstens 45 jaar ultiem tuingenot! 
De afgewerkte rolprent en 't fotokijkboek zullen nog niet meteen voor morgen zijn, maar, met speciale dank aan de bamboestokken die ik percé nog wou hebben, staat er nu een serieuze overdosis zowel statisch als bewegend beeldmateriaal veilig en wel op de externe hard schijf en voor mijn gevoel heb ik nog nét op tijd de essentie van onzen hof kunnen vastleggen. Hopelijk zal daardoor het loslaten van die mega fantastische, meer dan magische, zalige sprookjestuin een heel klein ietsiepietsie beetje minder lastig zijn... ;-)

Een paar seconden uit die vele GB's beeldmatriaal: "bamboe in de wind". J