Er zijn behoorlijk wat dingen in deze wereld die ik vermoedelijk nooit zal begrijpen, en die af en toe m'n hoofd met vragen vullen. De voorbije weken stak weer eens zo'n situatie de kop op. Begrijpt u waarom mensen katten 'in huis' halen, om ze dan dag en nacht buiten los te laten lopen en voor zichzelf te laten zorgen? En uiteraard: zónder halsbandje, zónder chip en ook zónder castratie of sterilisatie. Het kan aan mij liggen, maar ik snap er om zoveel verschillende redenen alleszins niks van. Toch zeker hier niet, in zulk verstedelijkt gebied. Op 'den boeren buiten' kan ik er eventueel nog wel in komen...
Sinds ik hier op mijn gelijkvloers appartement kwam wonen, maakte ik kennis met een eindeloze stoet 'buurtkatten'. Hoeveel zou ik er ondertussen al niet hebben zien komen... en gaan? In 't beste geval kuieren ze op hun gemakje voorbij het terras of liggen ze zich als ware pasha's op de warme stenen te koesteren in de zon. Jammer genoeg blijft het daar meestal niet bij. Er wordt regelmatig met veel energie op alle tuinvogels groot en klein gejaagd, en geloof me, ze krijgen ze nog te pakken ook. 'k Wil niet weten wat dat met het vogelbestand doet!... Elke lente opnieuw vinden er hevige territoriumgevechten plaats in de tuin, met veel nachtelijk gekrijs en gejank. En ook vaak met de meest vreselijke verwondingen tot gevolg. Die strompelen hier dan duidelijk zichtbaar de dagen erna voorbij... Mijn terras blijkt een soort catwalk -letterlijk, hahaha- te zijn. Een plek om jezelf als kat te laten opmerken. Ontzettend vrijpostig paraderen hier zowat alle poezenbeesten uit de buurt voorbij; zeker alle katers, om, meestal elk op z'n beurt, met stevig wat sproeiwerk tegen m'n bloempotten mijn buitenruimte als de hunne te claimen... Ze drinken ongegeneerd uit m'n bak met waterplanten, slurpen onverstoorbaar de vogelzwembadjes leeg en likken zelfs het drinksysteem voor de insecten -een stenen bord met natte keien- helemaal droog. Al doende vertrappelen ze achteloos m'n geliefde, o zo frêle bloemen. En af en toe geeft één van m'n planten de geest omdat ik niet op tijd merkte dat de aarde in zijn bloempot tot uitverkoren plasplekje gedoopt werd...
Mijn twee katers Poekie en Pompon mogen nooit naar buiten. Neen, da's niet zielig, echt niet. Ze hebben een heel boeiend leven hier binnenskamers en komen absoluut niets te kort, op geen enkel vlak. Daar mag je gerust in zijn. Zo blijven ze veilig, gezond en vrij van parasitair ongedierte, wat een geruststelling voor mij is; en zo zijn ook de zaadjes en nootjes etende vogeltjes op het terras safe. En al mogen ze niet vrij in- en uitlopen, die twee knuffels van mij, ze genieten wél van de buitenlucht. Als hier de ramen wijd open staan, dan plaats ik daar horren in. Geen gewone horren met insectengaas, maar speciale zelf gefabriceerde poezenhorren met gegalvaniseerd volièregaas, met gaten van ongeveer één vierkante centimeter. En ze vinden het echt zalig om ervoor te hangen, en onbezorgd en gretig alle geurtjes en luchtjes van buiten op te snuiven met de zon of de wind op hun snuiteke; of hoog vanop de krabpaal, die ik er dan altijd voor zet, nét niet zonder barrière de vogeltjes te bespieden en al het reilen en zeilen in de tuin nauwgezet in 't oog te houden.
Twee weken geleden stond er plots een nieuwe, nog erg jonge kat voor de hor in het openstaande venster. Een volledig lichtbruin-zwart gestreept tijgerke zonder enige vorm van schuwheid of bedreiging, heel gewoon met slechts een stevige dosis kinderlijk onschuldige nieuwsgierigheid. 't Zag er nogal een lieveke uit en omdat mijn katers zo nog wel vriendjes aan de andere kant van het gaas hadden, vond ik het wel leuk voor hen. Maar de volgende dagen was dat katje er weer, en deze keer niet zo vredevol! Met alle kracht in zich viel het mijn katers achter de hor aan! Het haar vloog in het rond en het geschreeuw moet ver te horen geweest zijn. Misschien lag het aan het 'kattenseizoen', want het luidde een intens aantal dagen in met epische gevechten in de tuin. De lucht zat dagenlang vol van door merg en been snijdend gekrijs en het gegil, zo uit de ergste horrornachtmerrie, als van een baby die op gruwelijke wijze doodgebeten wordt of zoiets, bleef me opnieuw en opnieuw ijskoude rillingen bezorgen.
Ik trachtte te achterhalen wie er nu precies aan 't bakkeleien was, want ontdek de verschillende individuen maar eens in zo'n kluwen vechtende plush ergens half verborgen in het dichte struikgewas. En behalve een aantal van de zelfverzekerde 'veteranen' hier croste hier precies steeds weer datzelfde tijgertje voorbij... Niet moeilijk dat ik uitgerekend dié altijd zag: het was niet één tijgertje, het bleken er uiteindelijk dríe te zijn! Drie nieuwe gestreepte katten in de tuin, en vermoedelijk allemaal ongesneden katers. Twee identiek dezelfde tijgertjes -één lief en één kwaadaardig- en één iets grotere, iets rondere, tijger met wat meer grijs in z'n strepen. Mooi beestje eigenlijk. En omdat ze nieuw in de buurt zijn, is hier dus een ware burgeroorlog uitgebroken. Zucht.
Poekie trekt het zich niet aan. Eén bijzonder doordringende blik van hem, geen geluid erbij of niks, slechts één blik, en gelijk welke andere kat druipt geruisloos af. Mijn zelfverzekerde Poekie is de baas en daarmee uit. Met de anders al zo schuchtere en snel angstige Pompon is het een heel ander verhaal. Hij houdt, met hoge rug, z'n vacht volledig overeind en z'n staart vier keer zo dik als normaal, gevaarlijk grommend en blazend de wacht bij het open venster, ook als er niemand aan de andere kant is. In zijn alles overheersende benauwdheid wou hij mij zelfs bijten toen ik hem trachtte te kalmeren. Pompon is werkelijk totaal van z'n melk door al die vechtersbazen. Radeloos over z'n toeren en panisch angstig probeerde hij al z'n favoriete spullen in huis te markeren als de zijne. Niet door erop te sproeien, zoals katers normaal gezien doen, want dat kan hij als gesteriliseerde kater uiteraard niet meer, maar door er -tot mijn grote ellende- overal een klein plasje op te doen. Op de vloer, op de matjes op de vensterbanken, op de krabpalen, in de poezenmandjes, op z'n ál speelgoed, op de poezendeken op bed (gelúkkig voor mij en m'n bed ééntje met een vochtafstotende onderkant), bij de eetbakjes, naast de drinkwaterschaal...
Er is weinig dat ik eraan kan doen. Begrip tonen en vooral niet boos zijn. Opruimen en poetsen. De wasmachine draait bijna continu. 'k Hou een beetje de wacht om met een krachtige plantenspuit elke eventuele snode belager meteen een stevig nat pak te bezorgen, want dat werkt bijzonder goed als afschrikmiddel. Verder overlaad ik Pompon met extra veel aandacht en een overdosis knuffels, en 'k leid hem zoveel als mogelijk af met allerlei leuke spelletjes, zodat hij zich hopelijk gauw weer terug veilig gaat voelen. En ondertussen wens ik vanuit de grond van mijn hart dat die knokkende oproerlingen daarbuiten snel tot een degelijk en langdurig vredesakkoord komen. Graag vandáág nog. En liefst zonder nog één of andere allerlaatste fenomenale aanslag op mijn geliefde terras en huisgenootjes. Want wat mij betreft is het poezenleed hier op 'den Bosuil' stilaan niet meer te overzien, hoor... ;-)
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label Poekie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Poekie. Alle posts tonen
zaterdag 9 mei 2020
zondag 19 januari 2020
Sprookje.
Er was eens een prinsesje, een heel gewoon prinsesje. Ze was niet mooier of lelijker dan de andere prinsessen, een beetje ouder misschien, dat wel. En zoals het typisch is voor echte prinsessen, had ze een gouden hart voor ieder mens en dier, en hield ze ontzettend veel van de natuur.
Het prinsesje woonde alleen in een stukje van een grote grijze toren. Jarenlang had ze geduldig gewacht op haar prins, maar die, die was jammer genoeg nooit gekomen. Tja, hoe zit dat tegenwoordig ook met die moderne prinsen, hé... 't Is moeilijk te zeggen eigenlijk. Wie weet reed hij totaal verloren in de wirwar van straatjes om die grote toren heen, mogelijk deed z'n gps het niet meer, of had hij het -échte man zijnde- echt niet zien zitten om de weg te vragen en was hij onverrichterzake dan maar weer huiswaarts gekeerd. Ze wist het niet.
"Och, misschien ben ik wel zo'n prinses zonder prins", had ze na een tijdje besloten, "die moeten er immers ook zijn, hé!" En heel alleen had ze er dan maar het beste van gemaakt, en haar prinselijke vertrekken heel persoonlijk ingericht met allemaal spulletjes en kleuren die haar blij maakte. Als je goed luisterde, weerklonk heel af en toe haar heldere stem vanuit de toren en hoorde je haar toch nog eens hoopvol zingen "Some day my prince wil come"..., maar meestal bleef het stil. Met het verstrijken van de jaren verdween het prinsesje meer en meer onder de bloemen en het gebladerte van de haar zo geliefde, omringende fauna en flora. Ze gunde de woekerende, alles overgroeiende planten graag hun ruimte. Zij zelf bracht toch een groot deel van haar dagen door in haar vorstelijke bed in het koninklijk roze slaapvertrek, waar ze, zoals sprookjesprinsessen nog wel eens meer blijken te doen, jarenlang sliep, en sliep, en sliep.
Tot, op een wonderlijke dag, er tóch een prins aan haar roze ledikant verscheen! Absoluut geen idee hoe die binnen geraakt was! Het prinsesje had lang geleden al geleerd zowel zichzelf als haar stukje toren uitzonderlijk goed te beschermen tegen boze tovenaars, valse heksen en ander gespuis, maar vooral tegen die verschrikkelijke namaakprinsen. Deze prins moet er dus ééntje geweest zijn van een bijna uitgestorven soort, zo één met de magische krachten van een sprookjesheld, die vuurspuwende draken verslaat en zich zonder verpinken met z'n trouwe zwaard een weg door een oerwoud van doornen hakt.
Heel voorzichtig aaide hij het prinsesje over haar wang, draaide een krulletje in de haarlok die over haar oor lag en boog zich voorover voor een tedere kus... "Nondepitjes", dacht de prinses half ontwakend, "toch wel een beetje een vóchtige kusser, hoor, die prins!"...
Op dat moment werd ik wakker, knus omringt door m'n vele zachte roze beddengoed, met het warme wollige lijfje van kater Poekie ronkend dicht tegen me aan. Uiterst voorzichtig, bijna secuur bedachtzaam, gaf hij me kleine likjes in m'n gezicht, ondertussen overal vochtige roze-neus-afdrukjes achterlatend. Zijn ene voorpootje aaide ongewild m'n wang terwijl het andere speels wat in m'n haar graaide. Die lieve schattige Poekie toch! Mijn kleine viervoetige prinsje, die zo ontzettend veel van me houdt. Mijn hart smolt. Daar heb zelfs ik geen woorden voor... Het was een echt ontzettend vertederend moment. Zodanig hartveroverend zelfs dat het me niet eens kon schelen dat er geen echte sprookjesprins me wakker gekust had. ;-)
Het prinsesje woonde alleen in een stukje van een grote grijze toren. Jarenlang had ze geduldig gewacht op haar prins, maar die, die was jammer genoeg nooit gekomen. Tja, hoe zit dat tegenwoordig ook met die moderne prinsen, hé... 't Is moeilijk te zeggen eigenlijk. Wie weet reed hij totaal verloren in de wirwar van straatjes om die grote toren heen, mogelijk deed z'n gps het niet meer, of had hij het -échte man zijnde- echt niet zien zitten om de weg te vragen en was hij onverrichterzake dan maar weer huiswaarts gekeerd. Ze wist het niet.
"Och, misschien ben ik wel zo'n prinses zonder prins", had ze na een tijdje besloten, "die moeten er immers ook zijn, hé!" En heel alleen had ze er dan maar het beste van gemaakt, en haar prinselijke vertrekken heel persoonlijk ingericht met allemaal spulletjes en kleuren die haar blij maakte. Als je goed luisterde, weerklonk heel af en toe haar heldere stem vanuit de toren en hoorde je haar toch nog eens hoopvol zingen "Some day my prince wil come"..., maar meestal bleef het stil. Met het verstrijken van de jaren verdween het prinsesje meer en meer onder de bloemen en het gebladerte van de haar zo geliefde, omringende fauna en flora. Ze gunde de woekerende, alles overgroeiende planten graag hun ruimte. Zij zelf bracht toch een groot deel van haar dagen door in haar vorstelijke bed in het koninklijk roze slaapvertrek, waar ze, zoals sprookjesprinsessen nog wel eens meer blijken te doen, jarenlang sliep, en sliep, en sliep.
Tot, op een wonderlijke dag, er tóch een prins aan haar roze ledikant verscheen! Absoluut geen idee hoe die binnen geraakt was! Het prinsesje had lang geleden al geleerd zowel zichzelf als haar stukje toren uitzonderlijk goed te beschermen tegen boze tovenaars, valse heksen en ander gespuis, maar vooral tegen die verschrikkelijke namaakprinsen. Deze prins moet er dus ééntje geweest zijn van een bijna uitgestorven soort, zo één met de magische krachten van een sprookjesheld, die vuurspuwende draken verslaat en zich zonder verpinken met z'n trouwe zwaard een weg door een oerwoud van doornen hakt.
Heel voorzichtig aaide hij het prinsesje over haar wang, draaide een krulletje in de haarlok die over haar oor lag en boog zich voorover voor een tedere kus... "Nondepitjes", dacht de prinses half ontwakend, "toch wel een beetje een vóchtige kusser, hoor, die prins!"...
Op dat moment werd ik wakker, knus omringt door m'n vele zachte roze beddengoed, met het warme wollige lijfje van kater Poekie ronkend dicht tegen me aan. Uiterst voorzichtig, bijna secuur bedachtzaam, gaf hij me kleine likjes in m'n gezicht, ondertussen overal vochtige roze-neus-afdrukjes achterlatend. Zijn ene voorpootje aaide ongewild m'n wang terwijl het andere speels wat in m'n haar graaide. Die lieve schattige Poekie toch! Mijn kleine viervoetige prinsje, die zo ontzettend veel van me houdt. Mijn hart smolt. Daar heb zelfs ik geen woorden voor... Het was een echt ontzettend vertederend moment. Zodanig hartveroverend zelfs dat het me niet eens kon schelen dat er geen echte sprookjesprins me wakker gekust had. ;-)
dinsdag 22 mei 2018
Prinses op de erwt? Nee, toch niet.
Kent u het sprookje 'De prinses op de erwt'? Daar moest ik de laatste tijd vaak een beetje giechelend aan denken... En, uiteraard leg ik u met veel plezier even uit waarom!
Zelfs in dat zachte roze bed van mij, onder het als verse sneeuw krakende hemelse dekbed en omringt door de stapels heerlijke kussens en knuffelzalige dekentjes, zelfs daarin draait men zich in z'n slaap wel eens om. En normaal gezien word ik daar niet echt wakker van... tot een paar weken geleden.
Lichtjes gewekt door pijn in m'n nek -vermoedelijk weer in een ietwat foute houding gelegen- draaide ik me wat ongelukkig zuchtend en brommend tussen de warme lakens om, onderwijl kussens opkloppend, dekbed herschikkend, lakens flapperend, intensief op zoek naar de ideale houding. En toen die eindelijk weer gevonden was en ik nog even een been verlegde in de hoop ook die broekspijp van m'n pyjama uit de knoop te wriemelen, porde er iets vreemds en hards van onder me in m'n dijbeen. Raar. Wat zou dat nu weer zijn?
Veel te moe en te slaperig om het licht aan te doen en eventueel ook uit 't bed te stappen, tastte ik in het duister van de kamer en de nacht op goed geluk even rond in de veel te overvloedig golving van die enorme berg textiel die me omgaf, in de hoop dat bed-vreemde ding te kunnen opduikelen. Maar helaas. Door m'n gewoel moet het zich met de rest van de klamme lappen verplaatst hebben, want er liet zich niets meer vinden. Bon, als er mij niks meer pookte, lag er mij ook niets meer in de weg om, na nog wat gedraai en gewriemel natuurlijk, eindelijk weer lekker verder te maffen.
En over wat er zich eventueel bij me in m'n bed bevond, daarover zou ik m'n hersenen later wel eens pijnigen. Zo een grote harige spin, zoals ik er in de herfst altijd wel eens een paar o.a. richting slaapkamer zie sprinten, kon het niet geweest zijn, want mijn gewicht had daar zonder twijfel meteen moes van gemaakt. Muggen? Veel te klein voor wat ik voelde. Eén van de poezen misschien? Een staart of een pootje? Mogelijk, want die kruipen geregeld bij me in bed. Maar dan had er met zekerheid onmiddellijk iemand ontzettend wijd z'n keel open gezet en mij vermoedelijk ook met paar welgemikte halen van een stel wreed scherpe klauwen niet mis te verstaan terechtgewezen. Een steen of iets gelijkaardigs -bedenk maar wat- zou door z'n zwaarte zeker op z'n plek zijn blijven liggen bij mijn tastend rondscharrellen. Trouwens, een steen kruipt -bij mijn weten toch niet- niet eventjes snel zelf onder één of ander dekbed, hé... En een bij mij in bed gedropte, doch onopgemerkte voetbal van Pompon -dag of nacht, maakt niet uit: spelen, nu!-, meestal met een overdosis voldoening en bakken enthousiasme eerst uitgebreid besabbeld, die had me hooguit in alle zachtheid een onopvallend vochtig plekje aan de zijkant van m'n broekspijp bezorgd.
Als u nu voor 't begin van m'n verhaaltje, of ondertussen, al even, stiekem of goed geweten, een glimp van het bij dit verhaal horende plaatje opving, dan hebt u zeker al een vermoeden van het vervolg, maar sta mij toe het u toch nog te vertellen.
Bij het ontwaken was ik eerlijk gezegd het nachtelijke voorval al weer vergeten. Maar na een kopje koffie en met een frisser hoofd, bij het opmaken van het bed; als al die vele kussens weer netjes opgeklopt worden, de massa dekentjes keurig opgevouwen, de geluchte lakens strakgetrokken en het enorme, 's morgens o zo platte dekbed door het met grootse gebaren energiek op en neer flappen weer een luchtige lichte hemelse donswolk wordt; bij dat bed-opmaken zag ik hem meteen liggen. Hij stak namelijk behoorlijk donker af tegen al dat roze en vooral tegen het uitzonderlijk eens niet roze, maar witte hoeslaken: een kleine grijze speelgoedmuis! En die zijn verdorie hard, die mini-namaakmuisjes, eigendom van mijn twee viervoetige huisgenoten, echt keihard, geloof me!...
Die nacht had ik dus blijkbaar niet het sprookje van de prinses op de erwt gespeeld, maar wel dat van de prinses op de múis! (gniffel gniffel) Mysterie opgelost. Of toch al half, want hoe was die muis daar dan diep in heel die berg bedtextiel terecht gekomen?!
Op die vraag kwam al snel ook een antwoord. En nee, Pompon had zich niet van 'voetbal' vergist, hoor. Onmiddellijk, echt binnen de seconde, nadat ik de muis in kwestie met een stevige zwier vrolijk door de steeds openstaande slaapkamerdeur richting halletje gemikt had, werd hij mij teruggebracht door super snelle Poekie, helemaal trots op zichzelf. Hij deponeerde het grijze dingetje triomfantelijk voor me op het witte hoeslaken neer en liet me met een serieuze lading kopjes weten dat dit een kadootje voor me was! Poekie apporteert heel erg graag en is daar ook bijzonder goed in, maar dit betekende duidelijk iets helemaal anders voor hem. En toen ik dat erkende en hem er met veel liefde voor bedankte, ging hij meteen vol ijver en geestdrift in alle mogelijke poezenspeelgoedverzamelplekjes van dit huis, en dat zijn er nogal wat, uitgebreid op zoek naar nog meer van diezelfde muisjes!...
Nu word ik dus regelmatig wakker in een bed dat niet alleen vol kussens en ander beddengoed in alle mogelijke tinten roze ligt, maar dat naast die reeds gekende enigszins vochtige mini-voetballen ook ruim voorzien is van keiharde kleine grijze muisjes.
Een prinses op een erwt blijk ik dus helaas, of gelukkig -dat laat ik in het midden- niet te zijn, maar ik kan je wel met zekerheid vertellen dat, met Poekie als onbetwiste en vermoedelijk niet meer bij te benen koploper, die twee Pluizige Prinsjes hier in huis echt wel ontzettend veel van me houden! ❤️😊
Zelfs in dat zachte roze bed van mij, onder het als verse sneeuw krakende hemelse dekbed en omringt door de stapels heerlijke kussens en knuffelzalige dekentjes, zelfs daarin draait men zich in z'n slaap wel eens om. En normaal gezien word ik daar niet echt wakker van... tot een paar weken geleden.
Lichtjes gewekt door pijn in m'n nek -vermoedelijk weer in een ietwat foute houding gelegen- draaide ik me wat ongelukkig zuchtend en brommend tussen de warme lakens om, onderwijl kussens opkloppend, dekbed herschikkend, lakens flapperend, intensief op zoek naar de ideale houding. En toen die eindelijk weer gevonden was en ik nog even een been verlegde in de hoop ook die broekspijp van m'n pyjama uit de knoop te wriemelen, porde er iets vreemds en hards van onder me in m'n dijbeen. Raar. Wat zou dat nu weer zijn?
Veel te moe en te slaperig om het licht aan te doen en eventueel ook uit 't bed te stappen, tastte ik in het duister van de kamer en de nacht op goed geluk even rond in de veel te overvloedig golving van die enorme berg textiel die me omgaf, in de hoop dat bed-vreemde ding te kunnen opduikelen. Maar helaas. Door m'n gewoel moet het zich met de rest van de klamme lappen verplaatst hebben, want er liet zich niets meer vinden. Bon, als er mij niks meer pookte, lag er mij ook niets meer in de weg om, na nog wat gedraai en gewriemel natuurlijk, eindelijk weer lekker verder te maffen.
En over wat er zich eventueel bij me in m'n bed bevond, daarover zou ik m'n hersenen later wel eens pijnigen. Zo een grote harige spin, zoals ik er in de herfst altijd wel eens een paar o.a. richting slaapkamer zie sprinten, kon het niet geweest zijn, want mijn gewicht had daar zonder twijfel meteen moes van gemaakt. Muggen? Veel te klein voor wat ik voelde. Eén van de poezen misschien? Een staart of een pootje? Mogelijk, want die kruipen geregeld bij me in bed. Maar dan had er met zekerheid onmiddellijk iemand ontzettend wijd z'n keel open gezet en mij vermoedelijk ook met paar welgemikte halen van een stel wreed scherpe klauwen niet mis te verstaan terechtgewezen. Een steen of iets gelijkaardigs -bedenk maar wat- zou door z'n zwaarte zeker op z'n plek zijn blijven liggen bij mijn tastend rondscharrellen. Trouwens, een steen kruipt -bij mijn weten toch niet- niet eventjes snel zelf onder één of ander dekbed, hé... En een bij mij in bed gedropte, doch onopgemerkte voetbal van Pompon -dag of nacht, maakt niet uit: spelen, nu!-, meestal met een overdosis voldoening en bakken enthousiasme eerst uitgebreid besabbeld, die had me hooguit in alle zachtheid een onopvallend vochtig plekje aan de zijkant van m'n broekspijp bezorgd.
Als u nu voor 't begin van m'n verhaaltje, of ondertussen, al even, stiekem of goed geweten, een glimp van het bij dit verhaal horende plaatje opving, dan hebt u zeker al een vermoeden van het vervolg, maar sta mij toe het u toch nog te vertellen.
Bij het ontwaken was ik eerlijk gezegd het nachtelijke voorval al weer vergeten. Maar na een kopje koffie en met een frisser hoofd, bij het opmaken van het bed; als al die vele kussens weer netjes opgeklopt worden, de massa dekentjes keurig opgevouwen, de geluchte lakens strakgetrokken en het enorme, 's morgens o zo platte dekbed door het met grootse gebaren energiek op en neer flappen weer een luchtige lichte hemelse donswolk wordt; bij dat bed-opmaken zag ik hem meteen liggen. Hij stak namelijk behoorlijk donker af tegen al dat roze en vooral tegen het uitzonderlijk eens niet roze, maar witte hoeslaken: een kleine grijze speelgoedmuis! En die zijn verdorie hard, die mini-namaakmuisjes, eigendom van mijn twee viervoetige huisgenoten, echt keihard, geloof me!...
Die nacht had ik dus blijkbaar niet het sprookje van de prinses op de erwt gespeeld, maar wel dat van de prinses op de múis! (gniffel gniffel) Mysterie opgelost. Of toch al half, want hoe was die muis daar dan diep in heel die berg bedtextiel terecht gekomen?!
Op die vraag kwam al snel ook een antwoord. En nee, Pompon had zich niet van 'voetbal' vergist, hoor. Onmiddellijk, echt binnen de seconde, nadat ik de muis in kwestie met een stevige zwier vrolijk door de steeds openstaande slaapkamerdeur richting halletje gemikt had, werd hij mij teruggebracht door super snelle Poekie, helemaal trots op zichzelf. Hij deponeerde het grijze dingetje triomfantelijk voor me op het witte hoeslaken neer en liet me met een serieuze lading kopjes weten dat dit een kadootje voor me was! Poekie apporteert heel erg graag en is daar ook bijzonder goed in, maar dit betekende duidelijk iets helemaal anders voor hem. En toen ik dat erkende en hem er met veel liefde voor bedankte, ging hij meteen vol ijver en geestdrift in alle mogelijke poezenspeelgoedverzamelplekjes van dit huis, en dat zijn er nogal wat, uitgebreid op zoek naar nog meer van diezelfde muisjes!...
Nu word ik dus regelmatig wakker in een bed dat niet alleen vol kussens en ander beddengoed in alle mogelijke tinten roze ligt, maar dat naast die reeds gekende enigszins vochtige mini-voetballen ook ruim voorzien is van keiharde kleine grijze muisjes.
Een prinses op een erwt blijk ik dus helaas, of gelukkig -dat laat ik in het midden- niet te zijn, maar ik kan je wel met zekerheid vertellen dat, met Poekie als onbetwiste en vermoedelijk niet meer bij te benen koploper, die twee Pluizige Prinsjes hier in huis echt wel ontzettend veel van me houden! ❤️😊
woensdag 28 februari 2018
Knisperende knetterkatjes.
Ja, inderdaad, dat weet u al: zo af en toe zijn ze knettergek, die twee viervoetige huisgenootjes van me. Het is nog altijd zalig om ze bijvoorbeeld met ongeziene energie en geestdrift, en met ongelofelijk zotte spurtjes en sprongen, op volledig onzichtbare prooien te zien jagen. Of om ze samen buitelend en tuimelend door élke kamer heen 'tikkertje' te zien spelen -eigenlijk zou 'tackeltje' een betere benaming zijn-, tot de pluche in 't rond stuift. De geconcentreerdheid van Pompon met z'n voetbal, da's ook af en toe totaal mesjogge. En de snuiten die Poekie kan trekken als hij mij zogezegd stiekem zit te bestuderen, echt prettig gestoord, als ge 't mij vraagt. Maar, over dat geknetter hier in huis wou ik het nu eigenlijk eens niet hebben, zie.
Neen, ik laat u graag even mee gniffelen om de hilarische gevolgen van de aanhoudende vrieskou... Wij zijn hier namelijk nogal behoorlijk 'geladen' tegenwoordig! Alles hier is totaal in de greep van de statische elektriciteit. En dan bedoel ik ook écht álles: ikzelf, de huisraad, de meubelen, tapijten en gordijnen, zelfs de planten en bloemen volgens mij,... en uiteraard ook de twee katertjes Poekie en Pompon.
Alle dagen kijk ik met verbazing naar weer nieuwe verrassende effecten. De glasgordijnen blijven tegen de vensters kleven. De franjes van de gordijnkwasten, de oudroze 'flochen', plakken als wijd opengesperde handjes met duizenden vingertjes tegen de overgordijnen. Verse, net droge was uit de droogkast is niet zonder luid geknisper en geknetter van elkaar te trekken, en aan de knuffeldekentjes uit de sofa is zelfs geen beginnen meer aan, da's ondertussen gewoon een bijzonder pijnlijke affaire geworden. Gebruiksvoorwerpen uit metaal zou ik om dezelfde reden ontzettend graag voor een tijdje ergens ver uit m'n buurt opbergen, maar omdat ik ze voor dat opbergen ook zou moeten aanraken... tssss... u begrijpt wat ik bedoel. Het lukt me zelfs om pijnlijk elektrisch contact te maken met de gootsteen als hij vol afwaswater zit! Maar de vele kleine witte lichtflitsjes, 's nachts in het pikkedonker van de slaapkamer, veroorzaakt door mijn 'geladen' gedraai en gewoel tussen lakens, kussens en dekbed, die vind ik uitermate fascinerend.
M'n haar moet de laatste dagen altijd in een staartje, anders wordt het aangezogen door het computerscherm, of de frigo, of de kookpot. Als ik van buiten kom en m'n muts af doe, en m'n haar was niet bij elkaar daaronder, dan loop ik een heel aantal minuten met een enorme 'coupe ontploft' rond waar menig clownskapsel nog een lesje van kan leren. Bij het opstaan uit de knusse zetel blijven met regelmaat een hele rits fleeche dekentjes als een soort onelegante sleep aan mijnen derrière hangen, tot groot jolijt van de poezen die er meteen een spelletje in zien natuurlijk, of wat had je gedacht. Te pas en te onpas ben ik in de keuken m'n droge schotelvodden en handdoeken kwijt... omdat ze aan één van m'n ellebogen of heupen zijn blijven plakken in 't voorbijkomen. Zelfde verhaal in de badkamer trouwens, met washandjes en ondergoed. Het douchegordijn komt me heden ten dage gewoon al van ver tegemoet... Iets oprapen van het tapijt heeft steevast een stevig gilletje als gevolg, de blauwe bliksemschichtjes schieten letterlijk uit m'n handen. Stofzuigen zal ik voorlopig dus nog maar even laten... met al die extra wrijving, ik moet er niet aan denken.
En tussen al die geladenheid lopen hier dus die twee harige poezenbeestjes rond, en die hebben het ook geweten! Poekie, die op elke doodgewone dag sowieso al zoveel deugd heeft met zichzelf over de tapijten heen en weer te wrijven, knettert er vrolijk op los als hij van tussen mij en de kussens van de sofa glijdt. Hij maakt me 's nachts ook geregeld wakker door aan m'n neus te komen snuffelen, met steeds een paar kleine blikseminslagen als gevolg. Maar zo te zien vindt hij het eerder leuk dan vervelend, want eenmaal er iets geknetterd heeft hij blijft het opnieuw en opnieuw uitproberen, die kleine onderzoeker van me!
Gisteren was ik de sokken kwijt die op de lavabo klaar lagen om aan te trekken na het douchen. Even later zag ik onze Poekie-man parmantig op z'n hoge pootjes voorbij flaneren, elegant als een model op de catwalk, met aan weerszijden een zwarte sok tegen z'n lijfke geplakt! Geen enkel probleem voor hem, zo te zien. Vermoedelijk had hij het zo eindelijk ook nog eens écht lekker warm. Wie weet. De gekkerd.
Juist knuffelen met mij, da's andere koek. De hele dag lang komen beide poezen, zoals altijd, naar me toe, gezellig bij me liggen en vragen voor aaitjes over hun bol, heel gewoon, dagelijkse routine. En even vanzelfsprekend en zonder verder nadenken gaat mijn hand dan uiteraard hun richting uit... en, au au au, breekt er een hels geknetter los. Je ziet de vonken werkelijk overspringen! Poekie wrijft of likt dan eens over het pijnlijk plekje en is oké. Pompon schrikt zich nog elke keer een ongeluk, is echt doodsbenauwd,... en komt voor z'n schrik en pijntje naar goede gewoonte bij mij troost zoeken... om bij de minste aanraking een nieuwe lading pijnlijk geknetter over zich heen te krijgen, ocharme. Pompon's haar is veel langer en zachter dan dat van Poekie. Vermoedelijk heeft hij daardoor veel meer last van al die geladenheid. Af en toe ziet hij er uit als een veel te warm gewassen en opgeblazen bol pluis op vier voetjes, zo met elk haartje van z'n vacht naar alle kanten overeind. Pompon vindt het ook maar niks dat plots z'n favoriete slaapdekentje hem overal achtervolgd en geen enkel anders zo knus en veilig poezenmandje nog vrij van een mogelijke elektriciteitsaanval is. En toen z'n favoriete voetbal aan z'n achterste bleef hangen, toen was 't kot pas echt te klein voor meneerke Pompon zijn paniek. 'k Heb zo met hem te doen. Gelukkig lukt het meestal wel om hem een pijnvrije aai te geven als ik met m'n blote voeten op de ijskoude stenen keukenvloer sta.
Verder heb ik inmiddels zowat álles geprobeerd om die statische elektriciteit een beetje te temmen: luchtbevochtigers, verstuivers en sprays, smeren van handcrème, veiligheidsspelden en aluminiumfolie op kleding en stoffen, verschillende keren per dag met een half natte dweil over vloer en tapijten... 't Helpt geen ene moer. We zullen geduld moeten oefenen tot het weer wat warmer wordt, en vochtiger. En in afwachting is het best grappig om misschien nog meer ongekende en ongewone 'gevolgen der geladenheid' gewaar te worden en te genieten van het extra knettergekke gedoe van mijn twee knisperende knetterkatjes. ;-)
Neen, ik laat u graag even mee gniffelen om de hilarische gevolgen van de aanhoudende vrieskou... Wij zijn hier namelijk nogal behoorlijk 'geladen' tegenwoordig! Alles hier is totaal in de greep van de statische elektriciteit. En dan bedoel ik ook écht álles: ikzelf, de huisraad, de meubelen, tapijten en gordijnen, zelfs de planten en bloemen volgens mij,... en uiteraard ook de twee katertjes Poekie en Pompon.
Alle dagen kijk ik met verbazing naar weer nieuwe verrassende effecten. De glasgordijnen blijven tegen de vensters kleven. De franjes van de gordijnkwasten, de oudroze 'flochen', plakken als wijd opengesperde handjes met duizenden vingertjes tegen de overgordijnen. Verse, net droge was uit de droogkast is niet zonder luid geknisper en geknetter van elkaar te trekken, en aan de knuffeldekentjes uit de sofa is zelfs geen beginnen meer aan, da's ondertussen gewoon een bijzonder pijnlijke affaire geworden. Gebruiksvoorwerpen uit metaal zou ik om dezelfde reden ontzettend graag voor een tijdje ergens ver uit m'n buurt opbergen, maar omdat ik ze voor dat opbergen ook zou moeten aanraken... tssss... u begrijpt wat ik bedoel. Het lukt me zelfs om pijnlijk elektrisch contact te maken met de gootsteen als hij vol afwaswater zit! Maar de vele kleine witte lichtflitsjes, 's nachts in het pikkedonker van de slaapkamer, veroorzaakt door mijn 'geladen' gedraai en gewoel tussen lakens, kussens en dekbed, die vind ik uitermate fascinerend.
M'n haar moet de laatste dagen altijd in een staartje, anders wordt het aangezogen door het computerscherm, of de frigo, of de kookpot. Als ik van buiten kom en m'n muts af doe, en m'n haar was niet bij elkaar daaronder, dan loop ik een heel aantal minuten met een enorme 'coupe ontploft' rond waar menig clownskapsel nog een lesje van kan leren. Bij het opstaan uit de knusse zetel blijven met regelmaat een hele rits fleeche dekentjes als een soort onelegante sleep aan mijnen derrière hangen, tot groot jolijt van de poezen die er meteen een spelletje in zien natuurlijk, of wat had je gedacht. Te pas en te onpas ben ik in de keuken m'n droge schotelvodden en handdoeken kwijt... omdat ze aan één van m'n ellebogen of heupen zijn blijven plakken in 't voorbijkomen. Zelfde verhaal in de badkamer trouwens, met washandjes en ondergoed. Het douchegordijn komt me heden ten dage gewoon al van ver tegemoet... Iets oprapen van het tapijt heeft steevast een stevig gilletje als gevolg, de blauwe bliksemschichtjes schieten letterlijk uit m'n handen. Stofzuigen zal ik voorlopig dus nog maar even laten... met al die extra wrijving, ik moet er niet aan denken.
En tussen al die geladenheid lopen hier dus die twee harige poezenbeestjes rond, en die hebben het ook geweten! Poekie, die op elke doodgewone dag sowieso al zoveel deugd heeft met zichzelf over de tapijten heen en weer te wrijven, knettert er vrolijk op los als hij van tussen mij en de kussens van de sofa glijdt. Hij maakt me 's nachts ook geregeld wakker door aan m'n neus te komen snuffelen, met steeds een paar kleine blikseminslagen als gevolg. Maar zo te zien vindt hij het eerder leuk dan vervelend, want eenmaal er iets geknetterd heeft hij blijft het opnieuw en opnieuw uitproberen, die kleine onderzoeker van me!
Gisteren was ik de sokken kwijt die op de lavabo klaar lagen om aan te trekken na het douchen. Even later zag ik onze Poekie-man parmantig op z'n hoge pootjes voorbij flaneren, elegant als een model op de catwalk, met aan weerszijden een zwarte sok tegen z'n lijfke geplakt! Geen enkel probleem voor hem, zo te zien. Vermoedelijk had hij het zo eindelijk ook nog eens écht lekker warm. Wie weet. De gekkerd.
Juist knuffelen met mij, da's andere koek. De hele dag lang komen beide poezen, zoals altijd, naar me toe, gezellig bij me liggen en vragen voor aaitjes over hun bol, heel gewoon, dagelijkse routine. En even vanzelfsprekend en zonder verder nadenken gaat mijn hand dan uiteraard hun richting uit... en, au au au, breekt er een hels geknetter los. Je ziet de vonken werkelijk overspringen! Poekie wrijft of likt dan eens over het pijnlijk plekje en is oké. Pompon schrikt zich nog elke keer een ongeluk, is echt doodsbenauwd,... en komt voor z'n schrik en pijntje naar goede gewoonte bij mij troost zoeken... om bij de minste aanraking een nieuwe lading pijnlijk geknetter over zich heen te krijgen, ocharme. Pompon's haar is veel langer en zachter dan dat van Poekie. Vermoedelijk heeft hij daardoor veel meer last van al die geladenheid. Af en toe ziet hij er uit als een veel te warm gewassen en opgeblazen bol pluis op vier voetjes, zo met elk haartje van z'n vacht naar alle kanten overeind. Pompon vindt het ook maar niks dat plots z'n favoriete slaapdekentje hem overal achtervolgd en geen enkel anders zo knus en veilig poezenmandje nog vrij van een mogelijke elektriciteitsaanval is. En toen z'n favoriete voetbal aan z'n achterste bleef hangen, toen was 't kot pas echt te klein voor meneerke Pompon zijn paniek. 'k Heb zo met hem te doen. Gelukkig lukt het meestal wel om hem een pijnvrije aai te geven als ik met m'n blote voeten op de ijskoude stenen keukenvloer sta.
Verder heb ik inmiddels zowat álles geprobeerd om die statische elektriciteit een beetje te temmen: luchtbevochtigers, verstuivers en sprays, smeren van handcrème, veiligheidsspelden en aluminiumfolie op kleding en stoffen, verschillende keren per dag met een half natte dweil over vloer en tapijten... 't Helpt geen ene moer. We zullen geduld moeten oefenen tot het weer wat warmer wordt, en vochtiger. En in afwachting is het best grappig om misschien nog meer ongekende en ongewone 'gevolgen der geladenheid' gewaar te worden en te genieten van het extra knettergekke gedoe van mijn twee knisperende knetterkatjes. ;-)
zondag 1 oktober 2017
Poezenluxe voor luxepoezen.
"Serieus?!?! Allé, dat meent ge toch niet. Da's maar om te lachen, hé. Echt? Nóg ééntje?!" zei mijn vriendin Ingrid verbaasd toen ik in het tuincentrum dat we samen bezochten een wat kitscherig baby-roze poezenmandje met gezellig knisperende bodem en uitgevoerd in uitzonderlijk slecht geïmiteerde schapenvacht in het winkelkarretje legde. En die lichte verbijstering kwam eigenlijk niet geheel onverwacht, want ik had namelijk een half uurtje daarvoor in een andere winkel ook al twee poezenmandjes gekocht...
Voor mensen die hun huis niet met katten delen zal dit allemaal een tikje getikt klinken, maar 'k weet bijna zeker dat alle poezenknuffelaars begrijpend en instemmend zullen knikken.
Voor mensen die hun huis niet met katten delen zal dit allemaal een tikje getikt klinken, maar 'k weet bijna zeker dat alle poezenknuffelaars begrijpend en instemmend zullen knikken.
Poekie en Pompon zijn altijd heel graag dicht bij mij. Allé, 't is te zeggen: als ze niet ergens verborgen en knus een diep en schijnbaar onverstoorbaar slaapje doen, hé. Zo'n dutje kan in een hangmatje aan één van de grote krabpalen, of in het mandje boven op de kleerkast, maar net zo goed pikken ze mijn plek tussen het nog warme laken en dekbed van m'n bed in, of installeren ze zich ongegeneerd breeduit in en onder de zelfbedachte en eigenhandig -eigenpotig dus- gebouwde forten van dekens en kussens in de zetel. Om geplette en daardoor uiterst furieuze katten te voorkomen -en meteen ook een stel wreed scherpe klauwen in je eigen achterwerk te ontlopen- is de boodschap dus nooit ofte nimmer zomaar 'boem' neer te ploffen in de sofa of bedstee!...
In combinatie met ook nog eens grote matten overal op de vloer, zetels en stoelen in overvloed, en genoeg lege ruimte tussen de planten op zowat alle vensterbanken zou je misschien voorzichtig kunnen opperen dat ze dan eigenlijk toch al wel 'zitplaats' genoeg hebben, die 2 katers van mij. Ja, dat klopt. Maar... Vooral als ik achter m'n bureau zit te schrijven waren Poekie en Pompon een beetje 'zoekende'. Tot voor kort stond 'dicht bij Kristina zijn' voor hen gelijk aan op dat harde koude meubelhout tussen 't kantoormateriaal liggen of bovenop die kille gladde printer, eindeloos toertjes draaien onder m'n stoel en rond de schrijftafel, en uiterààrd ook onophoudelijk heen en weer óver de computer trippelen, met -aaaaaargh!- natuurlijk alle mogelijke desastreuze gevolgen...
Om mijn twee pluizige schatten in absoluut àlle comfort -evenzeer voor hen als voor mij- nog steeds zo dicht mogelijk bij mij doch in een duidelijk afgebakende poezenzone te laten vertoeven tijdens het computeren kocht ik dus extra poezenmandjes. Logisch, toch?!
Dat ronde roze nep-schapenvacht-ding vond z'n vaste plekje niet in m'n bibliotheek-muziek-schrijf-kantoorruimte. Dat ligt nu op het voeteneind van het bed als sluimerplekje voor degene die niet onder het donzige dekbed geraakte, of waarvoor de poezelige bedsprei in dikke fleece toch nét niet fluffy genoeg is.
Het grote grijze rechthoekige mandje in streelzacht fluweel past perfect op de printer, alsof het er speciaal voor gemaakt werd. Het werd tot verheven troon van Poekie gebombardeerd, en van daar uit houdt hij nauwgezet zowel de vrolijke vogeltjes aan het raam als de werkzaamheden op het computerscherm in 't oog, tot slaap hem overvalt. En... absoluut geen Pomponnen toegelaten.
Het kleine mandje met hoge rand, in een glad zwart-wit ruitjesstofje, dat bij aanraking lekkere knispergeluidjes voortbrengt, ligt naast de computer op het bureau zelf of op de poef naast m'n stoel. Da's daardoor dus meteen ook de meest ideale plaats om je als huisdier een hele namiddag of avond lang massa's fel begeerde knuffels en strelingen te laten welgevallen. En zo wordt tegelijkertijd die zone-afbakening positief inprent natuurlijk. Slim van mij.
Pompon vindt het heerlijk om er 'zogezegd' putten in te graven, de vulling uitgebreid mals te kneden en er zich daarna volledig in op te rollen. Yep, inderdaad: als een grote pluizige pompon. Altijd super grappig om te zien. "Uwe staart hangt er nog uit" giechel ik soms, waarop hij die prompt mee in de beperkte ruimte wringt. Soms mag ik het poten-en-oren-binnenboord-proppen zelfs een handje helpen door de rand nog wat hoger te trekken en eens lichtjes met het geheel te schudden zoals je een kussen in z'n sloop krijgt. 't Is alleszins overduidelijk dat die hoge rand en krappe afmetingen een zalige geborgenheid bieden voor zo'n bolleke poes. Goh, misschien moest ik voor mezelf ook zo eens iets kopen, in een paar maten groter dan...
Natuurlijk wenst ook Poekie van al die voordelen te genieten, dus vullen ze dat ruitjesmandje nu zonder ruzie, heel erg broederlijk, om de beurt. Al moet ik er wel bij zeggen dat er in Poekie's geval van soezen en dutten meestal niet veel in huis komt. Hij amuseert zich immers liever met hilarische wilde kunstjes doen in, om en onder het gekke knisperding.
M'n vriendin vindt het nog steeds lichtelijk overdreven. Overbodige poezenluxe. Maar ja, volgens mij kan je dit alleen maar echt begrijpen als je zelf zo een stel zalig lieve knuffelkaters in huis hebt, die, voor je 't goed en wel beseft, door en voor al die liefde als vanzelf -volautomatisch- super-de-luxe luxepoezen worden. En daar is niks mis mee. 😉
donderdag 6 april 2017
Paniek-Poekie.
Een plots neerstortende glazen kast boordevol serviesgoed. Daar leek het oorverdovende kabaal dat me vannacht bruusk uit m'n eerste slaap deed schrikken nog het meeste op.
"Ze slaan het raam in!!!" flitste er even met gevoel voor drama door m'n hoofd. In één beweging sprong ik uit bed, knipte ik het licht aan... en ving nog net een glimp op van Poekie, die als een onbeteugelde bliksemschicht de slaapkamer weer uit stoof, een spoor van vernieling achter zich latend!
Nu moet je weten dat kater Poekie, naast zovele andere gekke dingen waar hij bijzonder geïnteresseerd in is, een ware obsessie heeft voor mijn handtassen en lunchzakjes. Hij geniet er met volle teugen van om de sluitingen open te prutsen en al m'n spulletjes er één voor één uit te vissen, liefst op een manier dat hij zelf zo goed als volledig in de tas in kwestie verdwijnt, kop eerst. Een zalige eeuwigdurende schattenjacht is het, naar geurtjes uit die vreemde ongekende wereld daarbuiten, naar van die plezante knisper- en verscheurpapiertjes, naar z'n fel begeerde elastiekjes... Hij is er gewoonweg zot van. En behalve dat ik geregeld al m'n eigendommen weer terug bij elkaar moet zoeken vlak voor m'n vertrek naar 't werk, vormde dat tot nu toe nog nooit een echt probleem. 't Was hooguit eens een beetje irritant, als ik erge haast had bijvoorbeeld, maar meestal moet ik hartelijk lachen om z'n dolkomische toeren en verbaas ik me, met enige trots, over zoveel inventiviteit en leervermogen.
Af en toe maak ik m'n lunchpakket voor de komende werkdag de avond daarvoor al klaar. Zoals gisterenavond dus. Het mooie tasje met roze rozen stond netjes naast m'n zilveren handtas op het bankje in het halletje, klaar om de nieuwe ochtend alvast met voorsprong aan te vangen. Een paar soya drinks, m'n glutenvrije boterhammetje met kaas, m'n favoriete soya pudding met caramelsmaak, een paar rijstcrackers en een plastieken doosje met heerlijk zoete rode druiven. Zoveel spannende geuren, zo onweerstaanbaar voor een nieuwsgierige poezenneus en zo bereikbaar voor graaiende fluwelen kattenpootjes...
Ondanks vaak genoeg geoefend maakte Poekie deze nacht een kapitaal foutje: hij stak z'n kopje in het zakje, niet langst een vrije zijkant, maar door één van de handvatten. En toen het tasje om kieperde, en dus van het bankje af, hing het loodzwaar aan z'n nek!...
Als een dolgedraaide wilde tornado raasde hij in typische totale kattenpaniek van kamer naar kamer, het hele appartement door en terug, over werkelijk alles heen, langs absoluut alles omhoog en weer omlaag. Het leek wel of hij vlóóg! En z'n woeste vlucht voor het 'monster' waarvan hij zich maar niet kon bevrijden zaaide chaos en vernieling. In elke ruimte sneuvelden bloempotten en knakten planten. In de woonkamer vielen 2 vazen om en het water, waarin de bloemen stonden, en nu verwoest overal op de vloer verspreid lagen, liep via een pak partituren en wat krantjes van de tafel op de mat, stroomde zo richting vochtgevoelige laminaatvloer, en vermengde zich tot een drassig vies papje met de kwistig rondgestrooide potgrond en de tot pulp vertrapte bloemen en blaadjes. Alle fotokaders werden van het dressoir gevaagd. Schilderijen bengelden heen en weer aan de muren. Met de kussens uit de zetels was precies een wild kussengevecht aan de gang en ook een paar stoelen kwakten om. In de keuken kletsten een pan en een bord tegen de grond, het bestek vloog in alle richtingen, en die koffie uit dat net gekochte pakje zal ik ook nooit opdrinken. In m'n bureau veroorzaakte de dolle race een stortvloed balpennen, stiften, potloden en papier, en ook de doos zakdoekjes sneuvelde. De kleine schemerlampjes, normaal gezien óp de piano, hingen er nu naast te bengelen aan hun elektriciteitssnoer. Gelukkig breken plastieken flessen badschuim, shampoo, douchegel, wasmiddel en wasverzachter niet, want samen met alle handdoeken stortten ze zich, plaatsmakend voor het drieste geweld, in het bad. Die ene parfumfles daarentegen... Het ruikt overdadig lekker nu, vermoedelijk nog wel voor een tijdje, daar aan de lavabo. In de slaapkamer sodemieterden m'n rek met oorbellen en een pak jurken op kapstokken tegen de grond, en de roze krabpaal kukelde ook met een stevig bonk om. In m'n rommelkamer moesten zowat alle opgestapelde dozen er aan geloven...
En terwijl hij verder door het huis stoof, strooide Poekie kwistig met m'n lunchpakket, want ondertussen was dat mooie zakje natuurlijk aan alle kanten gescheurd. M'n boterham werd mee geplet tussen de potgrondpulp, net zoals de druiven die de pech hadden niet tot ver onder kasten en zetels te rolden. M'n pudding viel exact, wat had je gedacht dan, met het verwijderbare kantje uiteraard nét op de hoek van de commode in de slaapkamer en ontplofte z'n caramelsmaakje niet alleen over de hele kast, de vloer en het bed, maar ook over m'n kleding die ik al voor de volgende dag netjes klaargelegd had!...
Heel even overwoog ik me op die razende furie te storten om hem te doen stoppen, maar bij de eerste poging bleek dat ik zo alleen maar z'n benauwdheid vergrootte. Dus ik besloot af te wachten, terwijl ik links en rechts nog 't één en 't ander van de vernieling probeerde te redden. Poekie zou op zeker moment toch stilvallen en opgeven, dat kon niet anders. En ja, hoor, na nog geen 5 minuten kwam de razernij tot stilstand. Poekie zat verslagen, met nog steeds het totaal vernielde tasje om z'n nek -alleen de handvatten waren nog heel natuurlijk- te puffen in het hoogste mandje van de grootste krabpaal.
Toen ik heel voorzichtig, op één been wiebelend op het venstertablet, probeerde om met een schaar het handvat door te knippen, haalde hij er, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, plaats zàt, zelf z'n kopke weer doorheen, en keek me aan met een blik van "Hoe? Was er iets dan?"...
En terwijl ik, midden in de nacht, ontzettend slaperig, en wat kouwelijk in m'n pyjama, zo goed als mogelijk het meest smerige en gevaarlijk puin opruimde, stond hij, zich van geen kwaad bewust, helemaal z'n beminnelijke zelf, overal gezellig naast me geïnteresseerd naar de werkzaamheden te kijken en gaf af en toe m'n been of arm een kopje. Zo kon ik meteen wel even checken of bij hém nog alles heel was. Niks aan de hand, alles in orde. Misschien, heel misschien een heel klein beetje onder de indruk, toch.
Toen ik een uur later mezelf zuchtend en stikkapot weer m'n bed in gesleurd had -Pompon sloop ondertussen ook weer heel voorzichtig uit z'n veilige schuilhoekje tevoorschijn- en het Zandmannetje me langzaam in z'n greep kreeg passeerde er in een flits nog 4 gedachten door m'n hoofd.
1. Oef, ge-luk-kig is m'n lieve zotte Poekie nog helemaal heel. Pak van m'n hart! Amai nog ni. 2. Scherven brengen geluk, dus wauw! dat gaat nog wat geven, zo een berg gebroken potten! Cool. 3. Lunchzakjes, vol of leeg, hangen vanaf nu steeds aan de deurklink of aan de kapstok. Zonder fout! 4. En dit is toch weer zó een straf verhaal! Als ik dat neerschrijf weet ik zeker dat men weer zal zeggen: zoiets overkomt toch ook alleen maar jóu!... Wedden?
En terwijl ik vredig in de herwonnen stilte en rust van m'n flat, met Poekie en Pompon naast me, eindelijk welverdiend heerlijk indommelde hoorde ik mezelf nog even luidop gniffelen "dat er de komende dagen uit de meest gekke plekken en op de meest onmogelijk momenten vast nog een heel pak rode druiven te voorschijn zullen komen..." hihihi ;-)
"Ze slaan het raam in!!!" flitste er even met gevoel voor drama door m'n hoofd. In één beweging sprong ik uit bed, knipte ik het licht aan... en ving nog net een glimp op van Poekie, die als een onbeteugelde bliksemschicht de slaapkamer weer uit stoof, een spoor van vernieling achter zich latend!
Nu moet je weten dat kater Poekie, naast zovele andere gekke dingen waar hij bijzonder geïnteresseerd in is, een ware obsessie heeft voor mijn handtassen en lunchzakjes. Hij geniet er met volle teugen van om de sluitingen open te prutsen en al m'n spulletjes er één voor één uit te vissen, liefst op een manier dat hij zelf zo goed als volledig in de tas in kwestie verdwijnt, kop eerst. Een zalige eeuwigdurende schattenjacht is het, naar geurtjes uit die vreemde ongekende wereld daarbuiten, naar van die plezante knisper- en verscheurpapiertjes, naar z'n fel begeerde elastiekjes... Hij is er gewoonweg zot van. En behalve dat ik geregeld al m'n eigendommen weer terug bij elkaar moet zoeken vlak voor m'n vertrek naar 't werk, vormde dat tot nu toe nog nooit een echt probleem. 't Was hooguit eens een beetje irritant, als ik erge haast had bijvoorbeeld, maar meestal moet ik hartelijk lachen om z'n dolkomische toeren en verbaas ik me, met enige trots, over zoveel inventiviteit en leervermogen.
Af en toe maak ik m'n lunchpakket voor de komende werkdag de avond daarvoor al klaar. Zoals gisterenavond dus. Het mooie tasje met roze rozen stond netjes naast m'n zilveren handtas op het bankje in het halletje, klaar om de nieuwe ochtend alvast met voorsprong aan te vangen. Een paar soya drinks, m'n glutenvrije boterhammetje met kaas, m'n favoriete soya pudding met caramelsmaak, een paar rijstcrackers en een plastieken doosje met heerlijk zoete rode druiven. Zoveel spannende geuren, zo onweerstaanbaar voor een nieuwsgierige poezenneus en zo bereikbaar voor graaiende fluwelen kattenpootjes...
Ondanks vaak genoeg geoefend maakte Poekie deze nacht een kapitaal foutje: hij stak z'n kopje in het zakje, niet langst een vrije zijkant, maar door één van de handvatten. En toen het tasje om kieperde, en dus van het bankje af, hing het loodzwaar aan z'n nek!...
Als een dolgedraaide wilde tornado raasde hij in typische totale kattenpaniek van kamer naar kamer, het hele appartement door en terug, over werkelijk alles heen, langs absoluut alles omhoog en weer omlaag. Het leek wel of hij vlóóg! En z'n woeste vlucht voor het 'monster' waarvan hij zich maar niet kon bevrijden zaaide chaos en vernieling. In elke ruimte sneuvelden bloempotten en knakten planten. In de woonkamer vielen 2 vazen om en het water, waarin de bloemen stonden, en nu verwoest overal op de vloer verspreid lagen, liep via een pak partituren en wat krantjes van de tafel op de mat, stroomde zo richting vochtgevoelige laminaatvloer, en vermengde zich tot een drassig vies papje met de kwistig rondgestrooide potgrond en de tot pulp vertrapte bloemen en blaadjes. Alle fotokaders werden van het dressoir gevaagd. Schilderijen bengelden heen en weer aan de muren. Met de kussens uit de zetels was precies een wild kussengevecht aan de gang en ook een paar stoelen kwakten om. In de keuken kletsten een pan en een bord tegen de grond, het bestek vloog in alle richtingen, en die koffie uit dat net gekochte pakje zal ik ook nooit opdrinken. In m'n bureau veroorzaakte de dolle race een stortvloed balpennen, stiften, potloden en papier, en ook de doos zakdoekjes sneuvelde. De kleine schemerlampjes, normaal gezien óp de piano, hingen er nu naast te bengelen aan hun elektriciteitssnoer. Gelukkig breken plastieken flessen badschuim, shampoo, douchegel, wasmiddel en wasverzachter niet, want samen met alle handdoeken stortten ze zich, plaatsmakend voor het drieste geweld, in het bad. Die ene parfumfles daarentegen... Het ruikt overdadig lekker nu, vermoedelijk nog wel voor een tijdje, daar aan de lavabo. In de slaapkamer sodemieterden m'n rek met oorbellen en een pak jurken op kapstokken tegen de grond, en de roze krabpaal kukelde ook met een stevig bonk om. In m'n rommelkamer moesten zowat alle opgestapelde dozen er aan geloven...
En terwijl hij verder door het huis stoof, strooide Poekie kwistig met m'n lunchpakket, want ondertussen was dat mooie zakje natuurlijk aan alle kanten gescheurd. M'n boterham werd mee geplet tussen de potgrondpulp, net zoals de druiven die de pech hadden niet tot ver onder kasten en zetels te rolden. M'n pudding viel exact, wat had je gedacht dan, met het verwijderbare kantje uiteraard nét op de hoek van de commode in de slaapkamer en ontplofte z'n caramelsmaakje niet alleen over de hele kast, de vloer en het bed, maar ook over m'n kleding die ik al voor de volgende dag netjes klaargelegd had!...
Heel even overwoog ik me op die razende furie te storten om hem te doen stoppen, maar bij de eerste poging bleek dat ik zo alleen maar z'n benauwdheid vergrootte. Dus ik besloot af te wachten, terwijl ik links en rechts nog 't één en 't ander van de vernieling probeerde te redden. Poekie zou op zeker moment toch stilvallen en opgeven, dat kon niet anders. En ja, hoor, na nog geen 5 minuten kwam de razernij tot stilstand. Poekie zat verslagen, met nog steeds het totaal vernielde tasje om z'n nek -alleen de handvatten waren nog heel natuurlijk- te puffen in het hoogste mandje van de grootste krabpaal.
Toen ik heel voorzichtig, op één been wiebelend op het venstertablet, probeerde om met een schaar het handvat door te knippen, haalde hij er, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, plaats zàt, zelf z'n kopke weer doorheen, en keek me aan met een blik van "Hoe? Was er iets dan?"...
En terwijl ik, midden in de nacht, ontzettend slaperig, en wat kouwelijk in m'n pyjama, zo goed als mogelijk het meest smerige en gevaarlijk puin opruimde, stond hij, zich van geen kwaad bewust, helemaal z'n beminnelijke zelf, overal gezellig naast me geïnteresseerd naar de werkzaamheden te kijken en gaf af en toe m'n been of arm een kopje. Zo kon ik meteen wel even checken of bij hém nog alles heel was. Niks aan de hand, alles in orde. Misschien, heel misschien een heel klein beetje onder de indruk, toch.
Toen ik een uur later mezelf zuchtend en stikkapot weer m'n bed in gesleurd had -Pompon sloop ondertussen ook weer heel voorzichtig uit z'n veilige schuilhoekje tevoorschijn- en het Zandmannetje me langzaam in z'n greep kreeg passeerde er in een flits nog 4 gedachten door m'n hoofd.
1. Oef, ge-luk-kig is m'n lieve zotte Poekie nog helemaal heel. Pak van m'n hart! Amai nog ni. 2. Scherven brengen geluk, dus wauw! dat gaat nog wat geven, zo een berg gebroken potten! Cool. 3. Lunchzakjes, vol of leeg, hangen vanaf nu steeds aan de deurklink of aan de kapstok. Zonder fout! 4. En dit is toch weer zó een straf verhaal! Als ik dat neerschrijf weet ik zeker dat men weer zal zeggen: zoiets overkomt toch ook alleen maar jóu!... Wedden?
En terwijl ik vredig in de herwonnen stilte en rust van m'n flat, met Poekie en Pompon naast me, eindelijk welverdiend heerlijk indommelde hoorde ik mezelf nog even luidop gniffelen "dat er de komende dagen uit de meest gekke plekken en op de meest onmogelijk momenten vast nog een heel pak rode druiven te voorschijn zullen komen..." hihihi ;-)

dinsdag 24 mei 2016
Een geanimeerde maandagochtend.
De felle lichtstraal die plots door de nog donkere slaapkamer flitste, uiteraard pal in m'n gezicht, deed me met enige tegenzin slaapdronken een lodderig oogje opentrekken. Soms lig ik zodanig knus en veilig onder het donzige roze dekbed en tussen de vele diepe zachte kussens dat ik, ondanks het toch duidelijk langzaam ontwaken van m'n lichaam, nog graag een ietsiepietsie langer aan die zalige sluimer tracht vast te houden, nog even een eindje verder doezelen... Je kent dat misschien ook wel.
Vanop z'n roze-bloemetjes-slaapkamer-krabpaal loerde Poekie ongelofelijk behoedzaam en met ingehouden adem door de spleet tussen de 2 overgordijnen en veroorzaakte zo die onverwachte lichtinval op mijn nog slaperige snuit. Ik hoorde meteen wat er daar buiten zo interessant was: een stel onstuimige meesjes kwetterden er levenslustig op los aan de andere kant van het raam.
Om vooral niets of niemand te doen opschrikken schoof ik, heel voorzichtig, centimeter per centimeter, zo discreet en bewegingsloos mogelijk, zowel de overgordijnen als de glasgordijnen volledig opzij om mee van het vrolijke schouwspel en uitbundige gedartel te kunnen genieten.
Wat een verrassing om te zien dat het niet de ouders-koolmeesjes waren, op zoek naar lekkers tussen mijn potten en planten, maar -wat gaat de tijd toch razend snel- hun nageslacht van deze lente, de kleintjes zélf.
Overduidelijk nog niet volledig met het verenpak van een volwassen vogel zochten ze toch al, helemaal op eigen kracht, als ne grote, eigenhandig -eigenpotig? eigenvleugelig?- hun kostje bij elkaar.
De stromende regen deerde hen niet, net zoals ze zich totààl niet stoorden aan de glurende poezen-ogen of mijn menselijke aanwezigheid. Met onbezonnen lef en roekeloze durf, enkel jeugdige onschuld eigen, zwierden ze in hun doornatte pluimenpakjes en met een soort punk-gel-kuifje op hun kopje uitgelaten van takje naar twijgje tussen de rozenstruiken en hibiscusboompjes, op zoek naar bladluizen en rupsen.
Ééntje hing zelfs een tijdje ondersteboven aan de kader van het slaapkamervenster heen en weer te krabbelen, met z'n staartveren breed uitgewaaierd tegen het glas, op zoek naar spinnetjes tussen de kieren van de muur en het raamkozijn, en liet zo, ongewild decoratief, een vochtig waaierpatroontje op de vensterrand achter.
Ik wist trouwens niet dat vliegen überhaupt mogelijk was als je hele pluimage zo doorweekt is... Misschien vandaar dat gekke, wat stuntelige rondbuitelen, hé.
Alleszins, 't was allemaal, zeker die laatste stunt, bijzonder hemeltergend voor die arme Poekie. Frustratie, verontwaardiging en verwarring, 't stond duidelijk op z'n beteuterde snoetje te lezen.
Omdat de olijke bende donzige verenbolletjes zich absoluut niets aantrokken van de -zogezegde- levensgevaarlijke dreiging van die huiskamertijger aan de andere kant van 't glas was de spanning en de lol er voor Poekie al gauw écht wel af, naar mijn idee verrassend snel eigenlijk. Tja, je zal het je, als fiere en heldhaftige kater, maar moeten laten welgevallen om vierkant in je gezicht uitgelachen te worden door zo een bende gevleugelde miniboefjes...
Hij kroop gezellig naast me in het nog warme bed om zich, tevreden knorrend in m'n oksel, als troost een serieus pak knuffels te laten welgevallen.
Deze wereld is vaak een duistere plek vol onmetelijke ellende en oeverloos verdriet, je eigen leven en dagen zijn soms misschien leeg, zwaarmoedig of ronduit miserabel, en zo nu en dan zal ook de kille regen weer opnieuw ongenadig neerstromen... En toch, bijna tegen beter weten in, toch zijn we ook àltijd omringt door zoveel schoonheid en (levens-)vreugde, massa's kleine wondere dingetjes om oprecht blij en dankbaar om te zijn. Neem de tijd en geniet er van, want -en ja, ik weet hoe afgezaagd en cliché dit klinkt, en ja, ik weet dat ik het soms zelf ook even kwijt ben, maar ik geloof en promoot het tóch- dààrin zit waarachtig geluk en echte rijkdom!
Zélfs op zo'n bijzonder mistroostige druilerige maandagochtend... ;-)
Vanop z'n roze-bloemetjes-slaapkamer-krabpaal loerde Poekie ongelofelijk behoedzaam en met ingehouden adem door de spleet tussen de 2 overgordijnen en veroorzaakte zo die onverwachte lichtinval op mijn nog slaperige snuit. Ik hoorde meteen wat er daar buiten zo interessant was: een stel onstuimige meesjes kwetterden er levenslustig op los aan de andere kant van het raam.
Om vooral niets of niemand te doen opschrikken schoof ik, heel voorzichtig, centimeter per centimeter, zo discreet en bewegingsloos mogelijk, zowel de overgordijnen als de glasgordijnen volledig opzij om mee van het vrolijke schouwspel en uitbundige gedartel te kunnen genieten.
Wat een verrassing om te zien dat het niet de ouders-koolmeesjes waren, op zoek naar lekkers tussen mijn potten en planten, maar -wat gaat de tijd toch razend snel- hun nageslacht van deze lente, de kleintjes zélf.
Overduidelijk nog niet volledig met het verenpak van een volwassen vogel zochten ze toch al, helemaal op eigen kracht, als ne grote, eigenhandig -eigenpotig? eigenvleugelig?- hun kostje bij elkaar.
De stromende regen deerde hen niet, net zoals ze zich totààl niet stoorden aan de glurende poezen-ogen of mijn menselijke aanwezigheid. Met onbezonnen lef en roekeloze durf, enkel jeugdige onschuld eigen, zwierden ze in hun doornatte pluimenpakjes en met een soort punk-gel-kuifje op hun kopje uitgelaten van takje naar twijgje tussen de rozenstruiken en hibiscusboompjes, op zoek naar bladluizen en rupsen.
Ééntje hing zelfs een tijdje ondersteboven aan de kader van het slaapkamervenster heen en weer te krabbelen, met z'n staartveren breed uitgewaaierd tegen het glas, op zoek naar spinnetjes tussen de kieren van de muur en het raamkozijn, en liet zo, ongewild decoratief, een vochtig waaierpatroontje op de vensterrand achter.
Ik wist trouwens niet dat vliegen überhaupt mogelijk was als je hele pluimage zo doorweekt is... Misschien vandaar dat gekke, wat stuntelige rondbuitelen, hé.
Alleszins, 't was allemaal, zeker die laatste stunt, bijzonder hemeltergend voor die arme Poekie. Frustratie, verontwaardiging en verwarring, 't stond duidelijk op z'n beteuterde snoetje te lezen.
Omdat de olijke bende donzige verenbolletjes zich absoluut niets aantrokken van de -zogezegde- levensgevaarlijke dreiging van die huiskamertijger aan de andere kant van 't glas was de spanning en de lol er voor Poekie al gauw écht wel af, naar mijn idee verrassend snel eigenlijk. Tja, je zal het je, als fiere en heldhaftige kater, maar moeten laten welgevallen om vierkant in je gezicht uitgelachen te worden door zo een bende gevleugelde miniboefjes...
Hij kroop gezellig naast me in het nog warme bed om zich, tevreden knorrend in m'n oksel, als troost een serieus pak knuffels te laten welgevallen.
Deze wereld is vaak een duistere plek vol onmetelijke ellende en oeverloos verdriet, je eigen leven en dagen zijn soms misschien leeg, zwaarmoedig of ronduit miserabel, en zo nu en dan zal ook de kille regen weer opnieuw ongenadig neerstromen... En toch, bijna tegen beter weten in, toch zijn we ook àltijd omringt door zoveel schoonheid en (levens-)vreugde, massa's kleine wondere dingetjes om oprecht blij en dankbaar om te zijn. Neem de tijd en geniet er van, want -en ja, ik weet hoe afgezaagd en cliché dit klinkt, en ja, ik weet dat ik het soms zelf ook even kwijt ben, maar ik geloof en promoot het tóch- dààrin zit waarachtig geluk en echte rijkdom!
Zélfs op zo'n bijzonder mistroostige druilerige maandagochtend... ;-)
maandag 23 november 2015
Mijn nadeel, hun voordeel.
Arbeidsongeschikt thuis zitten, het is niet echt iets voor mij. Ik ben liever gezellig met vanalles en nog wat bezig, en ik kan het, zelfs nu met slechts één hand, niet laten om links en rechts wat te zitten prutsen. De eventuele extra pijntjes als gevolg, die neem ik er wel bij...
Maar er wonen er hier in het appartement ook twee die dat écht wél gewoon kunnen worden, denk ik, die constante aanwezigheid van hun favoriete knuffel- en snoepjesuitdeelster!... Poekie en Pompon laten zich de beschikbaarheid, 24 uur op 24, 7 dagen op 7, van hun poezenmevrouwtje absoluut en overduidelijk welgevallen, zij het elk op z'n compleet eigen manier.
Grote dikke wollebol Pompon misbruikt de hele situatie met een ongeremde schaamteloosheid. Hij strekt zich prinsheerlijk uit op alle denkbare doch uitsluitend bijzonder comfortabele plaatsen vanwaar ik hem zeker en vast en ten allen tijde zeer goed kan zien liggen z'n best doend om onweerstaanbaar schattig te zijn. Waarna hij zich dan, zoals te verwachten viel, uitgebreid koestert in de verhoopte overvloed aan strelingen en knuffels. Want hij wéét dat hij hartveroverend snoezig is, en zacht, en lief... en daar bedient hij zich dus maar wat graag van. Van puur genot ronkt hij het hele huis bij elkaar, en valt dan, toch voor een tijdje, als een blok in de diepe slaap der onschuldigen.
En élk uur van de dag is voor hem het juiste moment. Niet wakker? Dan wekt hij me wel even met een zachte tik van een fluwelen pootje tegen m'n neus, of hij nestelt zich, plof, zogezegd totaal per abuis, luid spinnend op het hoofdkussen, half op m'n hoofd, meestal met z'n pootjes in de lucht, z'n staart in m'n gezicht, en dan maar tevreden kneden met die poezenvoetjes om mij duidelijk te maken dat hij toch zoooooo'n lieverdje is en nog zoooooooooveel aaitjes verdiend, liefst over z'n donzige buikje, zelfs in het holst van de nacht...
Slanke, energieke en bijzonder slimme Poekie zit helemaal anders in elkaar. Een paar dagen lang bestudeerde hij de van de gewone routine afwijkende toestand. Voor hem was het overduidelijk dat er iets niet klopte. Met z'n kopke schuin, zoals hij dat vaak doet, zo koddig en vertederend, sloeg hij me uren lang gade. Hij dacht diep over alles na, dat kon je echt zien, en besloot toen dat er voor mij gezorgd moest worden. In poezenstijl.
Nu hangt Poekie de hele dag lang hondstrouw altijd wel ergens in m'n buurt. Hij dut een beetje, met één oog open, in het mandje naast m'n bureau als ik aan de computer werk, hij heeft ineens ook iets te doen in de keuken als ik mezelf een kopje koffie maak, zit steevast op de rand van de lavabo als ik douch en kruipt knusjes mee onder de zachte deken in de zetel als ik televisie kijk.
Als vanzelfsprekend waakt hij ook over me als ik slaap. Soms vanop de hoge kleerkast of de warme vensterbank. Soms nestelt hij zich naast me in bed en houdt met 2 voorzichtige pootjes m'n arm of been geruststellend vast. Of hij posteert zich, prachtig als een perfecte sfinx, volledig alert en klaar om elke mogelijke dreiging af te slaan, al is het Pompon maar, op het voeteneind of bovenop m'n door in- en uitademen bewegende buik.
En hij tracht me op te vrolijken met kadootjes. Bijna elke dag ontwaak ik met een aantal kleurige pluchen muisjes, een handvol elastiekjes in verschillende afmetingen, en af en toe ook met één of 2 voetballen van Pompon, tussen m'n lakens en dekens. Als ik in de zetel zit amuseert hij mij, en allicht ook zichzelf, met het apporteren van z'n collectie geliefde rekkerkes. Urenlang mag ik ze vanuit de sofa voor hem door de kamer schieten, hij blijft ze, tot het etenstijd is of de slaap hem even overmand, vrolijk huppelend netjes terugbrengen.
'Elk nadeel heb z'n voordeel', zei voetballer Johan Cruijff, en daarin zullen die twee totaal relaxte en onmiskenbaar overgelukkige wollige viervoeters Poekie en Pompon hem bij deze met plezier overschot van gelijk geven! :-)
Maar er wonen er hier in het appartement ook twee die dat écht wél gewoon kunnen worden, denk ik, die constante aanwezigheid van hun favoriete knuffel- en snoepjesuitdeelster!... Poekie en Pompon laten zich de beschikbaarheid, 24 uur op 24, 7 dagen op 7, van hun poezenmevrouwtje absoluut en overduidelijk welgevallen, zij het elk op z'n compleet eigen manier.
Grote dikke wollebol Pompon misbruikt de hele situatie met een ongeremde schaamteloosheid. Hij strekt zich prinsheerlijk uit op alle denkbare doch uitsluitend bijzonder comfortabele plaatsen vanwaar ik hem zeker en vast en ten allen tijde zeer goed kan zien liggen z'n best doend om onweerstaanbaar schattig te zijn. Waarna hij zich dan, zoals te verwachten viel, uitgebreid koestert in de verhoopte overvloed aan strelingen en knuffels. Want hij wéét dat hij hartveroverend snoezig is, en zacht, en lief... en daar bedient hij zich dus maar wat graag van. Van puur genot ronkt hij het hele huis bij elkaar, en valt dan, toch voor een tijdje, als een blok in de diepe slaap der onschuldigen.
En élk uur van de dag is voor hem het juiste moment. Niet wakker? Dan wekt hij me wel even met een zachte tik van een fluwelen pootje tegen m'n neus, of hij nestelt zich, plof, zogezegd totaal per abuis, luid spinnend op het hoofdkussen, half op m'n hoofd, meestal met z'n pootjes in de lucht, z'n staart in m'n gezicht, en dan maar tevreden kneden met die poezenvoetjes om mij duidelijk te maken dat hij toch zoooooo'n lieverdje is en nog zoooooooooveel aaitjes verdiend, liefst over z'n donzige buikje, zelfs in het holst van de nacht...
Slanke, energieke en bijzonder slimme Poekie zit helemaal anders in elkaar. Een paar dagen lang bestudeerde hij de van de gewone routine afwijkende toestand. Voor hem was het overduidelijk dat er iets niet klopte. Met z'n kopke schuin, zoals hij dat vaak doet, zo koddig en vertederend, sloeg hij me uren lang gade. Hij dacht diep over alles na, dat kon je echt zien, en besloot toen dat er voor mij gezorgd moest worden. In poezenstijl.
Nu hangt Poekie de hele dag lang hondstrouw altijd wel ergens in m'n buurt. Hij dut een beetje, met één oog open, in het mandje naast m'n bureau als ik aan de computer werk, hij heeft ineens ook iets te doen in de keuken als ik mezelf een kopje koffie maak, zit steevast op de rand van de lavabo als ik douch en kruipt knusjes mee onder de zachte deken in de zetel als ik televisie kijk.
Als vanzelfsprekend waakt hij ook over me als ik slaap. Soms vanop de hoge kleerkast of de warme vensterbank. Soms nestelt hij zich naast me in bed en houdt met 2 voorzichtige pootjes m'n arm of been geruststellend vast. Of hij posteert zich, prachtig als een perfecte sfinx, volledig alert en klaar om elke mogelijke dreiging af te slaan, al is het Pompon maar, op het voeteneind of bovenop m'n door in- en uitademen bewegende buik.
En hij tracht me op te vrolijken met kadootjes. Bijna elke dag ontwaak ik met een aantal kleurige pluchen muisjes, een handvol elastiekjes in verschillende afmetingen, en af en toe ook met één of 2 voetballen van Pompon, tussen m'n lakens en dekens. Als ik in de zetel zit amuseert hij mij, en allicht ook zichzelf, met het apporteren van z'n collectie geliefde rekkerkes. Urenlang mag ik ze vanuit de sofa voor hem door de kamer schieten, hij blijft ze, tot het etenstijd is of de slaap hem even overmand, vrolijk huppelend netjes terugbrengen.
'Elk nadeel heb z'n voordeel', zei voetballer Johan Cruijff, en daarin zullen die twee totaal relaxte en onmiskenbaar overgelukkige wollige viervoeters Poekie en Pompon hem bij deze met plezier overschot van gelijk geven! :-)
maandag 13 juli 2015
Ochtendrituelen.
Heel voorzichtig piept het eerste daglicht van onder de gordijnen. Alles is nog stilte, alles is nog rust. De lakens en dekens omarmen me warm en comfortabel, maar ik voel, zonder ook maar één spiertje te bewegen, dat ik langzaam maar zeker ontwaak. M'n gedachtestroom komt op gang en ik open behoedzaam één oog tot een spleetje. Even gluren of ik écht al wakker worden wil...
Eén seconde, werkelijk één seconde later springen Poekie en Pompon enthousiast, klaarwakker en super content ronkend op het bed. Alles aan hen schreeuwt overgelukkig "Hoera! ze is wakker!"
Volgens mij produceert dat hersenwerk van mij fenomenaal wat decibels en is de luchtverplaatsing van die ene wimper gigantisch... Hoe anders weten die twee pluizenbollen, zonder dat ik één teen of vinger verplaatst heb, dat ik weer uit dromenland teruggekeerd ben???
Alleszins, helemaal blij sprinten ze alvast vooruit naar de keuken. Maar in mij zit nog niet veel beweging. Nog steeds geestdriftig rennen ze uitgelaten weer de slaapkamer in om me met veel lieve kopjes aan te porren m'n heerlijke nest te verlaten, liefst nù onmiddellijk.
Op een luie dag herhaalt dat hele heen-en-weer-gespurt zich nog een paar maal voor ik, in hun ogen eeeeeeindelijk, m'n voeten vanonder het dekbed friemel en op de vloer neerzet. Op een ochtend met een wekker slaan we die herhalingen uiteraard over...
Meteen draaien ze met hernieuwde vreugde om m'n benen. Terwijl ik loom richting gang beweeg hobbelen ze alweer opgetogen richting keuken... om halverwege vast te stellen dat ik niet volg maar afgeslagen ben, het toilet in.
Met vereende krachten storten ze zich op de deur, die moet en zal open! "Schiet nu toch eens op" is overduidelijk de boodschap, "wij arme kleine poesjes komen hier ongeveer om van honger, hoor!"
Als we dan ten lange leste toch met z'n drieën in de keuken arriveren kan het écht niet rap genoeg meer gaan. Blikje of zakje open, schaaltjes vullen, neerzetten, aanvallen!
't Is te zeggen: Pompon neemt snel een paar happen voor Poekie ook zijn portie opeist. Nee, da's niet zielig, want Pompon is hier echt wel de slimste. Hij weet namelijk heel goed dat ik meteen daarna weer uit de keuken kom en richting badkamer de grote tafel passeer waar hij zich ondertussen in een alleraardigste houding en op z'n schattigst uitgestrekt heeft en, uiteraard, wie kan aan zo iets hartveroverends weerstaan, zich mijn knuffels en strelingen, helemaal voor hem alleen, uitgebreid laat welgevallen.
Poekie eet trouwens toch nooit àlles op, dus als de kust veilig is gaat Pompon op z'n gemakje, ongezien en ongestoord, zijn ontbijtje genieten.
Terwijl ik mezelf met kam en zeep toonbaar maak krult Poekie zich in de lavabo. Da's zíjn moment om te genieten van een fijne portie liefkozingen.
En daarna, inderdaad dààrnà, is er ook tijd voor mijn eigen ontbijt...
Ja, zo gaat dat hier alle dagen, zo zijn we dat gewoon, het is ons vertrouwde ochtendritueel. En geef toe, best aangenaam om je dagen zo te starten. :-)
Eén seconde, werkelijk één seconde later springen Poekie en Pompon enthousiast, klaarwakker en super content ronkend op het bed. Alles aan hen schreeuwt overgelukkig "Hoera! ze is wakker!"
Volgens mij produceert dat hersenwerk van mij fenomenaal wat decibels en is de luchtverplaatsing van die ene wimper gigantisch... Hoe anders weten die twee pluizenbollen, zonder dat ik één teen of vinger verplaatst heb, dat ik weer uit dromenland teruggekeerd ben???
Alleszins, helemaal blij sprinten ze alvast vooruit naar de keuken. Maar in mij zit nog niet veel beweging. Nog steeds geestdriftig rennen ze uitgelaten weer de slaapkamer in om me met veel lieve kopjes aan te porren m'n heerlijke nest te verlaten, liefst nù onmiddellijk.
Op een luie dag herhaalt dat hele heen-en-weer-gespurt zich nog een paar maal voor ik, in hun ogen eeeeeeindelijk, m'n voeten vanonder het dekbed friemel en op de vloer neerzet. Op een ochtend met een wekker slaan we die herhalingen uiteraard over...
Meteen draaien ze met hernieuwde vreugde om m'n benen. Terwijl ik loom richting gang beweeg hobbelen ze alweer opgetogen richting keuken... om halverwege vast te stellen dat ik niet volg maar afgeslagen ben, het toilet in.
Met vereende krachten storten ze zich op de deur, die moet en zal open! "Schiet nu toch eens op" is overduidelijk de boodschap, "wij arme kleine poesjes komen hier ongeveer om van honger, hoor!"
Als we dan ten lange leste toch met z'n drieën in de keuken arriveren kan het écht niet rap genoeg meer gaan. Blikje of zakje open, schaaltjes vullen, neerzetten, aanvallen!
't Is te zeggen: Pompon neemt snel een paar happen voor Poekie ook zijn portie opeist. Nee, da's niet zielig, want Pompon is hier echt wel de slimste. Hij weet namelijk heel goed dat ik meteen daarna weer uit de keuken kom en richting badkamer de grote tafel passeer waar hij zich ondertussen in een alleraardigste houding en op z'n schattigst uitgestrekt heeft en, uiteraard, wie kan aan zo iets hartveroverends weerstaan, zich mijn knuffels en strelingen, helemaal voor hem alleen, uitgebreid laat welgevallen.
Poekie eet trouwens toch nooit àlles op, dus als de kust veilig is gaat Pompon op z'n gemakje, ongezien en ongestoord, zijn ontbijtje genieten.
Terwijl ik mezelf met kam en zeep toonbaar maak krult Poekie zich in de lavabo. Da's zíjn moment om te genieten van een fijne portie liefkozingen.
En daarna, inderdaad dààrnà, is er ook tijd voor mijn eigen ontbijt...
Ja, zo gaat dat hier alle dagen, zo zijn we dat gewoon, het is ons vertrouwde ochtendritueel. En geef toe, best aangenaam om je dagen zo te starten. :-)
zondag 14 juni 2015
Zot van elastiekjes
Zo zot en geobsedeerd als Pompon van zijn voetbal is, zo zot en geobsedeerd is Poekie van elastiekjes. Zo van die hele gewone bruine rubberen rekkerkes. En vraag me niet hoe, maar met grote regelmaat vindt hij er altijd wel weer ergens ééntje dat hij kan inpikken.
En wat hij er dan mee doet, vraag je je af? Geloof het of niet, als hij er ééntje te pakken krijgt amuseert hij zich uren lang door het met één voorpoot en één hoektand weg te schieten door de kamers, om er dan als een gek achteraan te sprinten en het met de nodige schijnbewegingen en zotte sprongen zogezegd te vangen als was het een echte prooi. En dan begint alles weer opnieuw: schieten, spurten, pakken. Uuuuuren!
Ik vraag me nog altijd af hoe Poekie dat helemaal uit zichzelf leerde, maar boven alle verbazing is het gewoon super entertainment om hem zo totaal gefocust en in z'n nopjes bezig te zien.
En alsof het op zich nog geen straf verhaal genoeg is bedacht Poekie er afgelopen week nog een extra kunstje bij!
Vermoedelijk door mij goed te observeren als ik m'n spullen bij elkaar zoek, om te gaan werken bijvoorbeeld, ontdekte hij dat er altijd wel een elastiekje ergens in die handtas zit. Als ik de ritssluiting niet helemaal dicht trek, een opening van een 5-tal centimeter volstaat, dan friemelt hij de tas volledig open om ongegeneerd alles wat er in zit grondig te doorzoeken en desnoods uit te laden tot hij de felbegeerde buit binnen heeft. En content dat hij dan is. Zo fier als ne gieter! Ook geweldig schattig om te zien trouwens.
En uiteraard wordt er dan weer vrolijk geknald, gecrost en gevangen.
't Is gene gewone, mijne Poekie, absoluut een specialleke, maar volgens mij ook echt ook een heel erg slimme kat. Ik denk dat we daar nóg straffe en leuke stunten van kunnen verwachten... ;-)
En wat hij er dan mee doet, vraag je je af? Geloof het of niet, als hij er ééntje te pakken krijgt amuseert hij zich uren lang door het met één voorpoot en één hoektand weg te schieten door de kamers, om er dan als een gek achteraan te sprinten en het met de nodige schijnbewegingen en zotte sprongen zogezegd te vangen als was het een echte prooi. En dan begint alles weer opnieuw: schieten, spurten, pakken. Uuuuuren!
Ik vraag me nog altijd af hoe Poekie dat helemaal uit zichzelf leerde, maar boven alle verbazing is het gewoon super entertainment om hem zo totaal gefocust en in z'n nopjes bezig te zien.
En alsof het op zich nog geen straf verhaal genoeg is bedacht Poekie er afgelopen week nog een extra kunstje bij!
Vermoedelijk door mij goed te observeren als ik m'n spullen bij elkaar zoek, om te gaan werken bijvoorbeeld, ontdekte hij dat er altijd wel een elastiekje ergens in die handtas zit. Als ik de ritssluiting niet helemaal dicht trek, een opening van een 5-tal centimeter volstaat, dan friemelt hij de tas volledig open om ongegeneerd alles wat er in zit grondig te doorzoeken en desnoods uit te laden tot hij de felbegeerde buit binnen heeft. En content dat hij dan is. Zo fier als ne gieter! Ook geweldig schattig om te zien trouwens.
En uiteraard wordt er dan weer vrolijk geknald, gecrost en gevangen.
't Is gene gewone, mijne Poekie, absoluut een specialleke, maar volgens mij ook echt ook een heel erg slimme kat. Ik denk dat we daar nóg straffe en leuke stunten van kunnen verwachten... ;-)
Abonneren op:
Posts (Atom)







