Meer dan 30 jaar lang gebruikte ik hetzelfde rode bestek. Dat rode bestek van zeer goede kwaliteit stond zoveel jaar geleden ter gelegenheid van mijn eerste huwelijk op de geschenkenlijst -toen terug te vinden op 't bovenste verdiep bij den 'Innovation' aan de Groenplaats in Antwerpen, ondertussen ook al niet meer bestaande- en paste perfect bij het destijds door ons beiden uitgekozen bijzonder trendy, achthoekige zwarte servies met rode rand, een servies dat minstens 20 jaar geleden ook al de deur uit vloog...
Als je mij al een beetje kent, dan weet je dat ondertussen de kleur roze toch echt wel mijn voorkeur heeft, en dat zoiets o.a. terug te vinden is in mijn huidige servies: dat witte, met gouden randje, en vooral met heel veel róze roosjes. Een servies dat ik de voorbije decennia volledig zelf op 't gemakje bij elkaar verzamelde in tweedehandswinkels en op rommelmarkten. U begrijpt meteen dat, in mijn ogen althans, dat rode bestek hier absoluut niet bij past. Je zou zelfs kunnen stellen dat ik vind dat het vloekt.
En ja, ik kocht wel eens een keer of 2, 3 een volledig roze bestek, maar de kwaliteit die mijn portemonnee kon betalen, liet meestal zodanig te wensen over, dat het hele zootje na één keer gebruiken al richting tweedehandswinkel of rommelmarkt mocht. En dan haalde ik zuchtend dat -gelukkig nog bijgehouden- kwaliteitsvolle rode bestek maar weer boven.
Maar, geduld loont! Een paar weken geleden kocht ik, ter gelegenheid van mijn verjaardag gesponsord door lieve vrienden Roger en Jef, op een tweedehandssite -nieuw zouden we dit zelfs met ons gedrieën nooit van ons leven kunnen bekostigen- het bestek van mijn dromen! In perfecte staat, bijzonder elegant qua ontwerp, van een fenomenaal Frans kwaliteitsmerk (dat nog steeds bestaat), gemaakt uit zeer mooi en duurzaam materiaal -allesbehalve brol dus, dit gaat zeker ook weer 30 jaar mee-, en... niet onbelangrijk uiteraard: roze! Hoera!!! Nee, niet van dat knal-bam-pijn-aan-de-ogen-kitsch roze, maar parelmoer-met-verschillende-schakeringen, elegant en warm roze. Heeeeeeerlijk!
Met reeds een heel klein beetje lente in mijn hoofd mestte ik de voorbije maand al een groot deel van m'n keukenkastjes uit, en wat mocht blijven, staat er nu bijzonder keurig en praktischer dan ooit bij. Maar aan de keukenladen kwam ik nog niet toe. Nu echter, zo met dat prachtige nieuwe bestek, én op de koop toe een geweldige fuchsia gekleurde set professionele keukenmessen -verjaardagskado van lieve vriendin Lena- kon dat klusje écht niet langer uitgesteld! Maar je legt natuurlijk al die fraaie aanwinsten niet in zo'n ouwe vergeelde en versleten bestekbak... Als we dan toch aan vernieuwingen toe zijn, dan maar meteen volledig en 'tegoei'! Ha ja.
De keukenbenodigdheden in mijn huis kleurden door de jaren langzaam maar zeker zowat allemaal naar fuchsia roze. Als iets aan vervanging toe was, zocht ik telkens naar een nieuw exemplaar in de juiste tint, en genoot ondertussen met volle teugen van zowel de zoektocht naar als het uiteindelijke ontdekken en aanschaffen van. Aldus begon een dikke week geleden de zoektocht naar dé bestekbak, liefst niet al te duur en -en dat had u vermoedelijk ondertussen zelf al bedacht- vanzelfsprekend een roze.
Bij 'De Krak' was men volop aan het verbouwen en herschikken. Overal rekken volgepropt met de meest uiteenlopende en wonderbaarlijk ongekende spullen, meestal aan verbluffend kleine prijsjes, maar... jammer genoeg: geen bestekbak. "Die komen nog binnen", zei de vriendelijke meneer aan de kassa. "Goeie reden om nog eens een keertje terug tussen al die snuisterijen te komen rondneuzen", verlekkerde ik mezelf alvast stiekem en bedankt hem voor de info.
Vanmiddag scheen de zon zo aanlokkelijk dat ik, met m'n zoektocht in het achterhoofd, een uitstapje naar 'den Action' wel een fijn idee vond, en ik genoot van het kleine fietstochtje. Zeker weten. Maar...
Onmiddellijk bij het oprijden van de parking voor de winkel zag ik die enorme rij mensen, ongeduldig om binnen te mogen, staan aanschuiven in een stevig zigzaggend dranghekkenlabyrint. Potverdorie, dat viel vies tegen! Bij die mogelijkheid had ik helemaal niet bij stil gestaan. "Och", dacht ik moedig bij mezelf, "ik ben nu toch al hier, 'k heb tijd, en eenmaal in de winkel zal het dan wel meevallen." Ik parkeerde m'n fiets en zette mezelf netjes achteraan de rij wachtenden. En, 't ging wreed goed vooruit. Achteraf bekeken, eigenlijk verdacht goed...
Al snel bleek het enige dat de file kooplustigen in werkelijkheid ophield het vrijkomen van een verplicht winkelmandje was! En die mandjes, die bleken er in overvloed te zijn: volgens mij liep erbinnen zo mogelijk nog meer volk rond dan in niet-coronatijden!!!
Echtparen die samen heel uitgebreid de weg versperrend hele rekken leeg grabbelden, overal wild spelende kinderen met absoluut geen respect voor andermans spullen, bazige brede vrouwen met hoofddoeken die je zonder enige schroom of besmettingsbewustzijn bruusk opzij duwden om toch maar dat ene product te pakken te krijgen, gangen propvol mensen, geen doorkomen aan, rommel absoluut overal, werkelijk alles door elkaar, personeel dat, hoe hopeloos dat ook leek, schijnbaar onvermoeibaar opnieuw en opnieuw orde trachtte te scheppen... Aaaaaargh! In welk winkelslagveld was ik nu onverhoeds terecht gekomen!? Met de adrenaline van een lichte paniekaanval slalomde ik gezwind van links naar rechts, dook ik fluks onder of over plots opduikende obstakels en scheurde ik, het onwillige winkelmandje op wieltjes dan weer eens hoog optillend, dan weer nukkig en ruw achter me aan sleurend, richting kassa, richting uitgang, onderweg redelijk onbeschaafd toch nog stevig wat poezensnoep en een hele lading ontsmettingsgel mee grissend, om tenminste nog iéts positiefs over aan dit tochtje door de hel over te houden... Want, uiteraard, alsof het zo moest zijn, wat had je anders gedacht: niet één bestekbak te bespeuren, en al zeker geen roze!
De angst in m'n ogen moet duidelijk zichtbaar geweest zijn voor de fantastisch vriendelijke juffrouw aan de kassa. "Druk, hé, niet te doen eigenlijk, maar wij zijn dat ondertussen hier al wel gewend!", sprak ze me warm en geruststellend toe terwijl ze haar handen keurig ontsmette vooraleer mijn aankopen te scannen. Ik knikte bevestigend, wat ongemakkelijk giechelend en wreed zwetend achter m'n masker, liet van puur stress bijna al m'n kleingeld vallen en kon, na toch nog een snelle 'dank u wel', niet snel genoeg met m'n boodschappen de winkel uit spurten. De rij wachtenden buiten had zich ondertussen zo mogelijk nog verdrievoudigd!...
De twee fietsen die, totaal onbedachtzaam, vlak voor mijn rijwiel neergepoot waren en mij een snelle exit ontnamen, moesten het bijna ontgelden. Nog net de grimmige mengeling van angst, frustratie en walging onderdrukkend schoof ik ze, met veel ontsmettingsgel op m'n handen, haastig aan de kant. Ik moest weg van daar, weg, WEG, zo snel en zo ver mogelijk! "Om nooit, nooit, NOOIT nog naar terug te keren!", gruwelde ik m'n benauwdheid en koude rillingen heftig wegtrappend op de pedalen. Den Action? Nee bedankt! Absoluut geen denken meer aan! Ik ben er echt helemaal klaar mee. Pure horror, als ge 't mij vraagt. Brrrrrr...
"En die bestekbak dan?", vraag je je misschien nog af. Wel, 'k heb er ondertussen, heel simpel, eentje online gezocht, gevonden én gekocht. Geen zoektocht meer, jammer inderdaad, maar wel meteen de goeie prijs, de juiste kleur en... vooral: zonder gedoe 100% veilig aan huis geleverd! Wat moet ne mens nog meer hebben?... ;-)
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label paniek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label paniek. Alle posts tonen
vrijdag 5 februari 2021
Action aversie.
woensdag 7 maart 2018
Van kurkdroog naar bijna verzopen...
Wel, ze zeggen niet voor niets dat ge goed moet oppassen wat je wenst, want het zou wel eens realiteit kunnen worden... en misschien veel te overvloedig. Geloof me, ik kan het écht weten, en sta me toe u meteen ook al even op het hart drukken dat niets van het komende verhaal verzonnen of gelogen is. Echt helemaal niets!...
Twee dagen geleden, op zondag, postte ik m'n blogje over heel dat oerwoud kamerplanten van mij, die toch o zo verschrikkelijk te lijden hadden onder die vreselijke kurkdroge lucht hier in huis, en dat ik werkelijk ál het mogelijke probeerde om hen toch het nodige vocht te bezorgen. M'n vers geschreven woorden waren nog niet koud of bijna stierven ze alle 127 de verdrinkingsdood!
Maandag in de vroege namiddag arriveerde ik goed geluimd terug thuis van alweer een interessant en productief gesprek met m'n psychiater. Ik was er voor de verandering ook eens een keertje niet doodmoe van. En nu de planten binnen er weer volledig verzorgd bij stonden, vond ik het de beurt aan de groenvoorziening buiten op het terras. 't Is te zeggen: nu de vele potten eindelijk opnieuw ontdooid waren, konden de vroege lentebloeiers en eerste kleine scheutjes duidelijk een stevige sproeironde gebruiken.
Dus, zo gezegd, zo gedaan: nette kleding omgewisseld voor een ouwe legging en een wat versleten trui, m'n groene tuinklompen aan en ook het donkerblauwe vestje, ooit een gratis kadootje van bij Damar, iets tussen fleeche en vilt met een vleugje Tirolermotief, dat bij frisser weer dienst doet als 'tuinklusjes-jasje'.
Omdat bij temperaturen onder nul hier steeds -heel verantwoord van mij- de watertoevoer naar het buitenkraantje volledig toegedraaid wordt tegen het kapotvriezen, moest ik dat uiteraard nog eerst terug open zetten. Kastdeurtjes onder de gootsteen in de keuken open, de plastieken bakken met schone keukenhanddoeken, vuilniszakken en poetsgerief even opzij schuiven, en voilà, daar achteraan tegen de muur bevindt zich het desbetreffende kraantje, door de loodgieter tijdens de verbouwingen van het appartement op mijn verzoek geplaatst om makkelijk het terras te kunnen begieten.
Ik buig voorover, steek m'n hand uit en draai het hendeltje een kwartslag de goeie kant uit. Nog in diezelfde seconde hoor ik een lichte 'plop' en terstond spuit er een enorme, brede straal nietsontziend water, met de kracht en het debiet van een goed gedirigeerde brandweerslang -minstens 3,5 bar wist men mij later op de dag te vertellen-, schuin omhoog de keuken in richting inkomhal en woonkamer! Me midden in de projectiebaan bevindend was ik uiteraard ook à la minute volkomen doorweekt, maar ondanks die schrikwekkende, onvoorziene ijskoude en keiharde douche werkte m'n brein op volle toeren. Bijna onmiddellijk realiseerde ik me dat vermoedelijk het volledige kraanarmatuur met het stevig dichtgedraaide kraantje mee losgekomen moest zijn, dat dat verwenste ding vermoedelijk ergens onderaan in de kast gesodemieterd was, en ik het sneller dan de bliksem moest zien terug te vinden, om het dan weer op z'n plek te vijzen. Indien mogelijk...
De massieve waterstraal tegenhouden met een vinger of een duim werkte niet, dat kan je je misschien wel voorstellen, dus dook ik dapper en vol goede moed onder de pompbak, gewapend met het tot bol bij elkaar gepropte Damarvestje om die reusachtige straal enigszins uit m'n gezicht te houden en graaide blindweg in het wild rond spattende nat, dat werkelijk overal bleek te zijn, achterin onder de kast. Hoera, een beetje opluchting: gevonden! Maar na ettelijke minuten vruchteloos proberen, met de seconde natter en kouder wordend -onderwijl serieus vloekend, dat beken ik eerlijk-, sloeg de paniek toe. Er zat niks anders op: de hoofdkraan moest dicht, en wel nú onmiddellijk!
Terwijl het water met volle force ongestoord verder m'n huis in spoot spurtte ik drijfnat m'n voordeur uit naar de concièrge, in de flat naast de mijne. Haar voordeur stond op een kier doch er kwam geen enkele reactie op m'n bellen en kloppen, noch op m'n luid en in paniek om hulp roepen. Vol wanhoop sprintte ik, een behoorlijk groot druipspoor achterlatend, verder naar de grote hal in de hoop daar iemand te treffen, en... door de plotse verandering in de luchtdruk knalde mijn voordeur in het slot! Niet alleen liepen mijn gekoesterde kamers van mijn geliefd appartement aan een afschuwelijk hoog tempo verder vol water, ik had mezelf op de koop toe ook nog eens per ongeluk buiten gesloten! Nóg grotere paniek uiteraard... tot ik me herinnerde dat m'n terrasdeur open stond. Maar de deur naar de tuin was op slot!!!
Op dat moment de concièrge gelukkig toch even piepen waar al die commotie vandaan kwam, en maakte, nog absoluut de situatie niet helemaal begrijpend, veeeeeeel te traag naar m'n zin die tuindeur voor me los. Totaal over m'n toeren ongeduldig en ongelukkig liep ik als een speer naar buiten, het hoekje om en sprong als een roekeloze idioot m'n terrasmuurtje over... om tot m'n nog steeds toenemende benauwdheid te constateren dat op dat moment de ganse woonkamer al blank stond.
Maar tijdens mijn radeloze toerke-rond in den blok had ik wel behulpzaam gezelschap gekregen. Een grote sterke bonk van een kerel, van niet-Vlaamse origine vermoed ik -een man die ik niet echt ken, maar die altijd heel erg vriendelijk en beleefd goeiedag zegt- kwam achter me aan ook het terrasmuurtje over gesprongen, waadde voorzichtig de woonkamer door, zette z'n enorme sporttas op de tafel en begon meteen als een gek water te scheppen in de haastig door mij aangereikte emmers met de in de vlucht bijeengezochte vodden en dweilen. En ondertussen probeerde hij mij op bijzonder warme wijze een beetje gerust te stellen.
Dat er vermoedelijk niet pijlsnel nog gelijk welke andere hulp of redding zou komen was me op dat moment pijnlijk duidelijk, dus er zat maar één ding op: ik zou het klusje zelf moeten klaren. Gesteund door de kalmte van die vriendelijke ijverige beer in m'n woonkamer dook ik met een dosis moed die je alleen maar in zulke rampsituaties plots blijkt te hebben, heldhaftig nogmaals die gigantische waterstraal in en tastte opnieuw naar het vervloekte kraantje, weer een ietsiepietsie beschermd -al was het maar in 't idee- door de blauwe fleeche. Met werkelijk alles in m'n lijf vocht ik tegen de formidabel kracht van de stroom op, en draaide, na nog wat zwaar verwenste mislukkingen, ongehoord veel knetterend gevloek en een pak onbetamelijk gesakker, het vermaledijde rotding terug op z'n plek! Bam.
De immense spanning en bovenmenselijk inspanning maakten terstond plaats voor ontzettende hartenpijn en treurnis rond de gegarandeerde waterschade. Bittere tranen van oeverloze wanhoop stroomden over m'n al zo verschrikkelijk natte gezicht. Maar veel tijd om daar aandacht aan te geven was er niet, want daar ging de deurbel. Onze concièrge met haar bompa, Fons, de grote chef van alles hier in het gebouw, die zonder enige haast of drama efkes kwam vragen waarom en welke kraan er toegedraaid moest worden... Hum. Haaalloo-ôokes! Een voor mij veel te schril contrast met mijne paniek dus... Ik ben er toch maar rustig bij gebleven, hoor, en beleefd en zo. Lastig of ongeduldig doen helpt op zo'n moment ook niets, hé.
De concièrge had andere dingen te doen -kindje en zo- maar is nog wel een keertje met een vriendin vanuit het deurgat naar het slagveld komen kijken. Een beetje ramptoerisme hoort er uiteraard ook bij, hé. Bompa daarentegen heeft geweldig z'n best gedaan zoveel mogelijk water weg te krijgen in de keuken. Sterk werk voor zo'n 80-plusser. En spijtig genoeg, zo bleek een tijdje later, ook redelijk nutteloos, want toen ik de keukenkastjes opendeed stroomde daar opnieuw vele liters water uit, terug de vloer op natuurlijk...
In de hal en de woonkamer zwoegde de welwillende spierbundel noest verder. Alle meubels werden op een droog stuk opgestapeld, potten en planten opzij of buiten gezet, drijfnatte kleine matten over de terrasleuning gehangen, het doorweekte grote salonvloerkleed kreeg een uitdruipplek in het bad, en on-tel-ba-re emmers bij elkaar gedweild en opgeschept leidingwater, waarin gelukkig slechts kattenbrokken rond dreven, vonden via het toilet en de lavabo hun weg naar de riolering. En ondertussen bleef hij me de hele tijd geruststellen. Hij had namelijk iets gelijkaardigs meegemaakt in zijn appartement. Daar was na het vervangen van een radiatorknop naar een thermostatische kraan de boel niet vast genoeg aangedraaid en op een 'mooie' avond schoot dat ding zonder enige aanleiding ineens van de verwarming af. Met het ondertussen gekende en gelijkaardige resultaat...
Toen de oppervlakte van de vloeren er overal weer min of meer droog uit zag verdwenen de heren. Bompa Fons heb ik vandaag nog eens extra kunnen bedanken, maar die andere behulpzame medemens... niet eens zijn naam ken ik, noch waar hij exact woont in het gebouw. Om hem nog eens hartelijk 'dank je wel' te kunnen zeggen zal ik moeten wachten tot we elkaar nog eens in de hal tegenkomen, vrees ik.
Het kostte me nog uren, tot laat in de nacht, om alle -écht álle- huisraad en het voedsel uit de keukenkastjes en de kastjes zelf droog te krijgen. Alles uit papier of karton, of verpakt in, kon regelrecht de vuilbak in. Er liep zelfs water uit de koelkast, de microgolf en de Senseo. Bij 't per ongeluk schuin hangen van m'n pasteltekeningen achter glas liep er ook uit die kaders een straaltje vocht. De helft van het poezenspeelgoed en de woonkamer-krabpalen raakten stevig doorweekt. En de poezen zelf kwamen pas diep in de nacht weer 'boven water', een beetje op hun hoede, maar gelukkig helemaal droog en ongedeerd.
Nog eens drie wasmachineladingen met uitsluitend vodden, dweilen, zwabbers, moppen en handdoeken later kon ik, zowel lichamelijk als emotioneel steendoodstikkapot, neerploffen in m'n bed dat goddank van alle waterellende gespaard bleef. Van slapen kwam echter niet veel. Daarvoor deed alles in m'n lijf veel te veel pijn. Die povere nek en rug van mij kunnen onder 'normale' omstandigheden dit soort 'klusjes' totaal niet aan, daar mag ik de komende tijd zwaar voor boeten dus. God mag weten waarvan ik die grote diep-paarse bloeduitstortingen op m'n armen opliep. M'n benen, vooral m'n knieën, zijn als één grote pijnlijk gekneusde blauwe plek. En eerlijk gezegd moet ik toch ook wat bekomen van die verschrikkelijke paniek, en van m'n nogal 'straffe' taal, het gevloek en getier, tijdens heel het voorval. Volgens mij heb ik dat nooit eerder in m'n leven voor gehad, toch niet in dat soort grootte...
Al bij al valt de schade wreed goed mee, voorlopig toch, en vermoedelijk vooral door het bijzonder snelle ingrijpen. De verzekeringsmaatschappij is al op de hoogte, hoor, maar de kans is groot dat zij niet eens moeten tussenkomen. Laat ons hopen, hé. Duimen maar... Mijn laminaatvloer ziet er op dit moment op slechts drie redelijk verborgen plaatsen een beetje geschonden uit en de keuken reageert voorlopig zelfs helemaal niet op die overdosis nattigheid. 't Is nog even afwachten hoe en of de tapijten nog netjes opdrogen, maar als dat alles is, valt het wel mee. Toch?! Ook de poezen crossen alweer rond alsof er nooit iets aan de hand geweest is. Je zou eigenlijk zelfs kunnen stellen dat mijn lenteschoonmaak van dit jaar al helemaal klaar is, in fast forward stijl, én met onverwachte hulp!... En de dorst van de planten op het terras, die werd vandaag, nadat ik zeer resoluut de armatuur van het kraantje nog eens extra vastschroefde met een stevige draai van m'n Engelse sleutel, ook gelest. Juist de kelder van de concièrge, die zich pal onder mijn keuken bevind, heeft ook een tikje blank gestaan, maar gelukkig zonder problemen voor de daar opgeborgen spullen.
In nood kent men zijn vrienden zegt men. En als de nood het hoogst is, is de redding nabij. En dat kracht voortkomt, niet uit fysiek vermogen, maar uit onverzettelijke wil is in dit geval zeker en vast op mij van toepassing. Zoals het meteen ook nog maar eens bewezen is dat mijn onsterfelijk gevoel voor humor ten allen tijde steeds weer komt bovendrijven. Maar onthoudt vooral heel erg goed dat je echt wel moet opletten wat je wenst, want voor je het weet... Geloof me, veel vochtiger moet het hier écht niet meer worden! 😉
Twee dagen geleden, op zondag, postte ik m'n blogje over heel dat oerwoud kamerplanten van mij, die toch o zo verschrikkelijk te lijden hadden onder die vreselijke kurkdroge lucht hier in huis, en dat ik werkelijk ál het mogelijke probeerde om hen toch het nodige vocht te bezorgen. M'n vers geschreven woorden waren nog niet koud of bijna stierven ze alle 127 de verdrinkingsdood!
Maandag in de vroege namiddag arriveerde ik goed geluimd terug thuis van alweer een interessant en productief gesprek met m'n psychiater. Ik was er voor de verandering ook eens een keertje niet doodmoe van. En nu de planten binnen er weer volledig verzorgd bij stonden, vond ik het de beurt aan de groenvoorziening buiten op het terras. 't Is te zeggen: nu de vele potten eindelijk opnieuw ontdooid waren, konden de vroege lentebloeiers en eerste kleine scheutjes duidelijk een stevige sproeironde gebruiken.
Dus, zo gezegd, zo gedaan: nette kleding omgewisseld voor een ouwe legging en een wat versleten trui, m'n groene tuinklompen aan en ook het donkerblauwe vestje, ooit een gratis kadootje van bij Damar, iets tussen fleeche en vilt met een vleugje Tirolermotief, dat bij frisser weer dienst doet als 'tuinklusjes-jasje'.
Omdat bij temperaturen onder nul hier steeds -heel verantwoord van mij- de watertoevoer naar het buitenkraantje volledig toegedraaid wordt tegen het kapotvriezen, moest ik dat uiteraard nog eerst terug open zetten. Kastdeurtjes onder de gootsteen in de keuken open, de plastieken bakken met schone keukenhanddoeken, vuilniszakken en poetsgerief even opzij schuiven, en voilà, daar achteraan tegen de muur bevindt zich het desbetreffende kraantje, door de loodgieter tijdens de verbouwingen van het appartement op mijn verzoek geplaatst om makkelijk het terras te kunnen begieten.
Ik buig voorover, steek m'n hand uit en draai het hendeltje een kwartslag de goeie kant uit. Nog in diezelfde seconde hoor ik een lichte 'plop' en terstond spuit er een enorme, brede straal nietsontziend water, met de kracht en het debiet van een goed gedirigeerde brandweerslang -minstens 3,5 bar wist men mij later op de dag te vertellen-, schuin omhoog de keuken in richting inkomhal en woonkamer! Me midden in de projectiebaan bevindend was ik uiteraard ook à la minute volkomen doorweekt, maar ondanks die schrikwekkende, onvoorziene ijskoude en keiharde douche werkte m'n brein op volle toeren. Bijna onmiddellijk realiseerde ik me dat vermoedelijk het volledige kraanarmatuur met het stevig dichtgedraaide kraantje mee losgekomen moest zijn, dat dat verwenste ding vermoedelijk ergens onderaan in de kast gesodemieterd was, en ik het sneller dan de bliksem moest zien terug te vinden, om het dan weer op z'n plek te vijzen. Indien mogelijk...
De massieve waterstraal tegenhouden met een vinger of een duim werkte niet, dat kan je je misschien wel voorstellen, dus dook ik dapper en vol goede moed onder de pompbak, gewapend met het tot bol bij elkaar gepropte Damarvestje om die reusachtige straal enigszins uit m'n gezicht te houden en graaide blindweg in het wild rond spattende nat, dat werkelijk overal bleek te zijn, achterin onder de kast. Hoera, een beetje opluchting: gevonden! Maar na ettelijke minuten vruchteloos proberen, met de seconde natter en kouder wordend -onderwijl serieus vloekend, dat beken ik eerlijk-, sloeg de paniek toe. Er zat niks anders op: de hoofdkraan moest dicht, en wel nú onmiddellijk!
Terwijl het water met volle force ongestoord verder m'n huis in spoot spurtte ik drijfnat m'n voordeur uit naar de concièrge, in de flat naast de mijne. Haar voordeur stond op een kier doch er kwam geen enkele reactie op m'n bellen en kloppen, noch op m'n luid en in paniek om hulp roepen. Vol wanhoop sprintte ik, een behoorlijk groot druipspoor achterlatend, verder naar de grote hal in de hoop daar iemand te treffen, en... door de plotse verandering in de luchtdruk knalde mijn voordeur in het slot! Niet alleen liepen mijn gekoesterde kamers van mijn geliefd appartement aan een afschuwelijk hoog tempo verder vol water, ik had mezelf op de koop toe ook nog eens per ongeluk buiten gesloten! Nóg grotere paniek uiteraard... tot ik me herinnerde dat m'n terrasdeur open stond. Maar de deur naar de tuin was op slot!!!
Op dat moment de concièrge gelukkig toch even piepen waar al die commotie vandaan kwam, en maakte, nog absoluut de situatie niet helemaal begrijpend, veeeeeeel te traag naar m'n zin die tuindeur voor me los. Totaal over m'n toeren ongeduldig en ongelukkig liep ik als een speer naar buiten, het hoekje om en sprong als een roekeloze idioot m'n terrasmuurtje over... om tot m'n nog steeds toenemende benauwdheid te constateren dat op dat moment de ganse woonkamer al blank stond.
Maar tijdens mijn radeloze toerke-rond in den blok had ik wel behulpzaam gezelschap gekregen. Een grote sterke bonk van een kerel, van niet-Vlaamse origine vermoed ik -een man die ik niet echt ken, maar die altijd heel erg vriendelijk en beleefd goeiedag zegt- kwam achter me aan ook het terrasmuurtje over gesprongen, waadde voorzichtig de woonkamer door, zette z'n enorme sporttas op de tafel en begon meteen als een gek water te scheppen in de haastig door mij aangereikte emmers met de in de vlucht bijeengezochte vodden en dweilen. En ondertussen probeerde hij mij op bijzonder warme wijze een beetje gerust te stellen.
Dat er vermoedelijk niet pijlsnel nog gelijk welke andere hulp of redding zou komen was me op dat moment pijnlijk duidelijk, dus er zat maar één ding op: ik zou het klusje zelf moeten klaren. Gesteund door de kalmte van die vriendelijke ijverige beer in m'n woonkamer dook ik met een dosis moed die je alleen maar in zulke rampsituaties plots blijkt te hebben, heldhaftig nogmaals die gigantische waterstraal in en tastte opnieuw naar het vervloekte kraantje, weer een ietsiepietsie beschermd -al was het maar in 't idee- door de blauwe fleeche. Met werkelijk alles in m'n lijf vocht ik tegen de formidabel kracht van de stroom op, en draaide, na nog wat zwaar verwenste mislukkingen, ongehoord veel knetterend gevloek en een pak onbetamelijk gesakker, het vermaledijde rotding terug op z'n plek! Bam.
De immense spanning en bovenmenselijk inspanning maakten terstond plaats voor ontzettende hartenpijn en treurnis rond de gegarandeerde waterschade. Bittere tranen van oeverloze wanhoop stroomden over m'n al zo verschrikkelijk natte gezicht. Maar veel tijd om daar aandacht aan te geven was er niet, want daar ging de deurbel. Onze concièrge met haar bompa, Fons, de grote chef van alles hier in het gebouw, die zonder enige haast of drama efkes kwam vragen waarom en welke kraan er toegedraaid moest worden... Hum. Haaalloo-ôokes! Een voor mij veel te schril contrast met mijne paniek dus... Ik ben er toch maar rustig bij gebleven, hoor, en beleefd en zo. Lastig of ongeduldig doen helpt op zo'n moment ook niets, hé.
De concièrge had andere dingen te doen -kindje en zo- maar is nog wel een keertje met een vriendin vanuit het deurgat naar het slagveld komen kijken. Een beetje ramptoerisme hoort er uiteraard ook bij, hé. Bompa daarentegen heeft geweldig z'n best gedaan zoveel mogelijk water weg te krijgen in de keuken. Sterk werk voor zo'n 80-plusser. En spijtig genoeg, zo bleek een tijdje later, ook redelijk nutteloos, want toen ik de keukenkastjes opendeed stroomde daar opnieuw vele liters water uit, terug de vloer op natuurlijk...
In de hal en de woonkamer zwoegde de welwillende spierbundel noest verder. Alle meubels werden op een droog stuk opgestapeld, potten en planten opzij of buiten gezet, drijfnatte kleine matten over de terrasleuning gehangen, het doorweekte grote salonvloerkleed kreeg een uitdruipplek in het bad, en on-tel-ba-re emmers bij elkaar gedweild en opgeschept leidingwater, waarin gelukkig slechts kattenbrokken rond dreven, vonden via het toilet en de lavabo hun weg naar de riolering. En ondertussen bleef hij me de hele tijd geruststellen. Hij had namelijk iets gelijkaardigs meegemaakt in zijn appartement. Daar was na het vervangen van een radiatorknop naar een thermostatische kraan de boel niet vast genoeg aangedraaid en op een 'mooie' avond schoot dat ding zonder enige aanleiding ineens van de verwarming af. Met het ondertussen gekende en gelijkaardige resultaat...
Toen de oppervlakte van de vloeren er overal weer min of meer droog uit zag verdwenen de heren. Bompa Fons heb ik vandaag nog eens extra kunnen bedanken, maar die andere behulpzame medemens... niet eens zijn naam ken ik, noch waar hij exact woont in het gebouw. Om hem nog eens hartelijk 'dank je wel' te kunnen zeggen zal ik moeten wachten tot we elkaar nog eens in de hal tegenkomen, vrees ik.
Het kostte me nog uren, tot laat in de nacht, om alle -écht álle- huisraad en het voedsel uit de keukenkastjes en de kastjes zelf droog te krijgen. Alles uit papier of karton, of verpakt in, kon regelrecht de vuilbak in. Er liep zelfs water uit de koelkast, de microgolf en de Senseo. Bij 't per ongeluk schuin hangen van m'n pasteltekeningen achter glas liep er ook uit die kaders een straaltje vocht. De helft van het poezenspeelgoed en de woonkamer-krabpalen raakten stevig doorweekt. En de poezen zelf kwamen pas diep in de nacht weer 'boven water', een beetje op hun hoede, maar gelukkig helemaal droog en ongedeerd.
Nog eens drie wasmachineladingen met uitsluitend vodden, dweilen, zwabbers, moppen en handdoeken later kon ik, zowel lichamelijk als emotioneel steendoodstikkapot, neerploffen in m'n bed dat goddank van alle waterellende gespaard bleef. Van slapen kwam echter niet veel. Daarvoor deed alles in m'n lijf veel te veel pijn. Die povere nek en rug van mij kunnen onder 'normale' omstandigheden dit soort 'klusjes' totaal niet aan, daar mag ik de komende tijd zwaar voor boeten dus. God mag weten waarvan ik die grote diep-paarse bloeduitstortingen op m'n armen opliep. M'n benen, vooral m'n knieën, zijn als één grote pijnlijk gekneusde blauwe plek. En eerlijk gezegd moet ik toch ook wat bekomen van die verschrikkelijke paniek, en van m'n nogal 'straffe' taal, het gevloek en getier, tijdens heel het voorval. Volgens mij heb ik dat nooit eerder in m'n leven voor gehad, toch niet in dat soort grootte...
Al bij al valt de schade wreed goed mee, voorlopig toch, en vermoedelijk vooral door het bijzonder snelle ingrijpen. De verzekeringsmaatschappij is al op de hoogte, hoor, maar de kans is groot dat zij niet eens moeten tussenkomen. Laat ons hopen, hé. Duimen maar... Mijn laminaatvloer ziet er op dit moment op slechts drie redelijk verborgen plaatsen een beetje geschonden uit en de keuken reageert voorlopig zelfs helemaal niet op die overdosis nattigheid. 't Is nog even afwachten hoe en of de tapijten nog netjes opdrogen, maar als dat alles is, valt het wel mee. Toch?! Ook de poezen crossen alweer rond alsof er nooit iets aan de hand geweest is. Je zou eigenlijk zelfs kunnen stellen dat mijn lenteschoonmaak van dit jaar al helemaal klaar is, in fast forward stijl, én met onverwachte hulp!... En de dorst van de planten op het terras, die werd vandaag, nadat ik zeer resoluut de armatuur van het kraantje nog eens extra vastschroefde met een stevige draai van m'n Engelse sleutel, ook gelest. Juist de kelder van de concièrge, die zich pal onder mijn keuken bevind, heeft ook een tikje blank gestaan, maar gelukkig zonder problemen voor de daar opgeborgen spullen.
In nood kent men zijn vrienden zegt men. En als de nood het hoogst is, is de redding nabij. En dat kracht voortkomt, niet uit fysiek vermogen, maar uit onverzettelijke wil is in dit geval zeker en vast op mij van toepassing. Zoals het meteen ook nog maar eens bewezen is dat mijn onsterfelijk gevoel voor humor ten allen tijde steeds weer komt bovendrijven. Maar onthoudt vooral heel erg goed dat je echt wel moet opletten wat je wenst, want voor je het weet... Geloof me, veel vochtiger moet het hier écht niet meer worden! 😉
donderdag 6 april 2017
Paniek-Poekie.
Een plots neerstortende glazen kast boordevol serviesgoed. Daar leek het oorverdovende kabaal dat me vannacht bruusk uit m'n eerste slaap deed schrikken nog het meeste op.
"Ze slaan het raam in!!!" flitste er even met gevoel voor drama door m'n hoofd. In één beweging sprong ik uit bed, knipte ik het licht aan... en ving nog net een glimp op van Poekie, die als een onbeteugelde bliksemschicht de slaapkamer weer uit stoof, een spoor van vernieling achter zich latend!
Nu moet je weten dat kater Poekie, naast zovele andere gekke dingen waar hij bijzonder geïnteresseerd in is, een ware obsessie heeft voor mijn handtassen en lunchzakjes. Hij geniet er met volle teugen van om de sluitingen open te prutsen en al m'n spulletjes er één voor één uit te vissen, liefst op een manier dat hij zelf zo goed als volledig in de tas in kwestie verdwijnt, kop eerst. Een zalige eeuwigdurende schattenjacht is het, naar geurtjes uit die vreemde ongekende wereld daarbuiten, naar van die plezante knisper- en verscheurpapiertjes, naar z'n fel begeerde elastiekjes... Hij is er gewoonweg zot van. En behalve dat ik geregeld al m'n eigendommen weer terug bij elkaar moet zoeken vlak voor m'n vertrek naar 't werk, vormde dat tot nu toe nog nooit een echt probleem. 't Was hooguit eens een beetje irritant, als ik erge haast had bijvoorbeeld, maar meestal moet ik hartelijk lachen om z'n dolkomische toeren en verbaas ik me, met enige trots, over zoveel inventiviteit en leervermogen.
Af en toe maak ik m'n lunchpakket voor de komende werkdag de avond daarvoor al klaar. Zoals gisterenavond dus. Het mooie tasje met roze rozen stond netjes naast m'n zilveren handtas op het bankje in het halletje, klaar om de nieuwe ochtend alvast met voorsprong aan te vangen. Een paar soya drinks, m'n glutenvrije boterhammetje met kaas, m'n favoriete soya pudding met caramelsmaak, een paar rijstcrackers en een plastieken doosje met heerlijk zoete rode druiven. Zoveel spannende geuren, zo onweerstaanbaar voor een nieuwsgierige poezenneus en zo bereikbaar voor graaiende fluwelen kattenpootjes...
Ondanks vaak genoeg geoefend maakte Poekie deze nacht een kapitaal foutje: hij stak z'n kopje in het zakje, niet langst een vrije zijkant, maar door één van de handvatten. En toen het tasje om kieperde, en dus van het bankje af, hing het loodzwaar aan z'n nek!...
Als een dolgedraaide wilde tornado raasde hij in typische totale kattenpaniek van kamer naar kamer, het hele appartement door en terug, over werkelijk alles heen, langs absoluut alles omhoog en weer omlaag. Het leek wel of hij vlóóg! En z'n woeste vlucht voor het 'monster' waarvan hij zich maar niet kon bevrijden zaaide chaos en vernieling. In elke ruimte sneuvelden bloempotten en knakten planten. In de woonkamer vielen 2 vazen om en het water, waarin de bloemen stonden, en nu verwoest overal op de vloer verspreid lagen, liep via een pak partituren en wat krantjes van de tafel op de mat, stroomde zo richting vochtgevoelige laminaatvloer, en vermengde zich tot een drassig vies papje met de kwistig rondgestrooide potgrond en de tot pulp vertrapte bloemen en blaadjes. Alle fotokaders werden van het dressoir gevaagd. Schilderijen bengelden heen en weer aan de muren. Met de kussens uit de zetels was precies een wild kussengevecht aan de gang en ook een paar stoelen kwakten om. In de keuken kletsten een pan en een bord tegen de grond, het bestek vloog in alle richtingen, en die koffie uit dat net gekochte pakje zal ik ook nooit opdrinken. In m'n bureau veroorzaakte de dolle race een stortvloed balpennen, stiften, potloden en papier, en ook de doos zakdoekjes sneuvelde. De kleine schemerlampjes, normaal gezien óp de piano, hingen er nu naast te bengelen aan hun elektriciteitssnoer. Gelukkig breken plastieken flessen badschuim, shampoo, douchegel, wasmiddel en wasverzachter niet, want samen met alle handdoeken stortten ze zich, plaatsmakend voor het drieste geweld, in het bad. Die ene parfumfles daarentegen... Het ruikt overdadig lekker nu, vermoedelijk nog wel voor een tijdje, daar aan de lavabo. In de slaapkamer sodemieterden m'n rek met oorbellen en een pak jurken op kapstokken tegen de grond, en de roze krabpaal kukelde ook met een stevig bonk om. In m'n rommelkamer moesten zowat alle opgestapelde dozen er aan geloven...
En terwijl hij verder door het huis stoof, strooide Poekie kwistig met m'n lunchpakket, want ondertussen was dat mooie zakje natuurlijk aan alle kanten gescheurd. M'n boterham werd mee geplet tussen de potgrondpulp, net zoals de druiven die de pech hadden niet tot ver onder kasten en zetels te rolden. M'n pudding viel exact, wat had je gedacht dan, met het verwijderbare kantje uiteraard nét op de hoek van de commode in de slaapkamer en ontplofte z'n caramelsmaakje niet alleen over de hele kast, de vloer en het bed, maar ook over m'n kleding die ik al voor de volgende dag netjes klaargelegd had!...
Heel even overwoog ik me op die razende furie te storten om hem te doen stoppen, maar bij de eerste poging bleek dat ik zo alleen maar z'n benauwdheid vergrootte. Dus ik besloot af te wachten, terwijl ik links en rechts nog 't één en 't ander van de vernieling probeerde te redden. Poekie zou op zeker moment toch stilvallen en opgeven, dat kon niet anders. En ja, hoor, na nog geen 5 minuten kwam de razernij tot stilstand. Poekie zat verslagen, met nog steeds het totaal vernielde tasje om z'n nek -alleen de handvatten waren nog heel natuurlijk- te puffen in het hoogste mandje van de grootste krabpaal.
Toen ik heel voorzichtig, op één been wiebelend op het venstertablet, probeerde om met een schaar het handvat door te knippen, haalde hij er, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, plaats zàt, zelf z'n kopke weer doorheen, en keek me aan met een blik van "Hoe? Was er iets dan?"...
En terwijl ik, midden in de nacht, ontzettend slaperig, en wat kouwelijk in m'n pyjama, zo goed als mogelijk het meest smerige en gevaarlijk puin opruimde, stond hij, zich van geen kwaad bewust, helemaal z'n beminnelijke zelf, overal gezellig naast me geïnteresseerd naar de werkzaamheden te kijken en gaf af en toe m'n been of arm een kopje. Zo kon ik meteen wel even checken of bij hém nog alles heel was. Niks aan de hand, alles in orde. Misschien, heel misschien een heel klein beetje onder de indruk, toch.
Toen ik een uur later mezelf zuchtend en stikkapot weer m'n bed in gesleurd had -Pompon sloop ondertussen ook weer heel voorzichtig uit z'n veilige schuilhoekje tevoorschijn- en het Zandmannetje me langzaam in z'n greep kreeg passeerde er in een flits nog 4 gedachten door m'n hoofd.
1. Oef, ge-luk-kig is m'n lieve zotte Poekie nog helemaal heel. Pak van m'n hart! Amai nog ni. 2. Scherven brengen geluk, dus wauw! dat gaat nog wat geven, zo een berg gebroken potten! Cool. 3. Lunchzakjes, vol of leeg, hangen vanaf nu steeds aan de deurklink of aan de kapstok. Zonder fout! 4. En dit is toch weer zó een straf verhaal! Als ik dat neerschrijf weet ik zeker dat men weer zal zeggen: zoiets overkomt toch ook alleen maar jóu!... Wedden?
En terwijl ik vredig in de herwonnen stilte en rust van m'n flat, met Poekie en Pompon naast me, eindelijk welverdiend heerlijk indommelde hoorde ik mezelf nog even luidop gniffelen "dat er de komende dagen uit de meest gekke plekken en op de meest onmogelijk momenten vast nog een heel pak rode druiven te voorschijn zullen komen..." hihihi ;-)
"Ze slaan het raam in!!!" flitste er even met gevoel voor drama door m'n hoofd. In één beweging sprong ik uit bed, knipte ik het licht aan... en ving nog net een glimp op van Poekie, die als een onbeteugelde bliksemschicht de slaapkamer weer uit stoof, een spoor van vernieling achter zich latend!
Nu moet je weten dat kater Poekie, naast zovele andere gekke dingen waar hij bijzonder geïnteresseerd in is, een ware obsessie heeft voor mijn handtassen en lunchzakjes. Hij geniet er met volle teugen van om de sluitingen open te prutsen en al m'n spulletjes er één voor één uit te vissen, liefst op een manier dat hij zelf zo goed als volledig in de tas in kwestie verdwijnt, kop eerst. Een zalige eeuwigdurende schattenjacht is het, naar geurtjes uit die vreemde ongekende wereld daarbuiten, naar van die plezante knisper- en verscheurpapiertjes, naar z'n fel begeerde elastiekjes... Hij is er gewoonweg zot van. En behalve dat ik geregeld al m'n eigendommen weer terug bij elkaar moet zoeken vlak voor m'n vertrek naar 't werk, vormde dat tot nu toe nog nooit een echt probleem. 't Was hooguit eens een beetje irritant, als ik erge haast had bijvoorbeeld, maar meestal moet ik hartelijk lachen om z'n dolkomische toeren en verbaas ik me, met enige trots, over zoveel inventiviteit en leervermogen.
Af en toe maak ik m'n lunchpakket voor de komende werkdag de avond daarvoor al klaar. Zoals gisterenavond dus. Het mooie tasje met roze rozen stond netjes naast m'n zilveren handtas op het bankje in het halletje, klaar om de nieuwe ochtend alvast met voorsprong aan te vangen. Een paar soya drinks, m'n glutenvrije boterhammetje met kaas, m'n favoriete soya pudding met caramelsmaak, een paar rijstcrackers en een plastieken doosje met heerlijk zoete rode druiven. Zoveel spannende geuren, zo onweerstaanbaar voor een nieuwsgierige poezenneus en zo bereikbaar voor graaiende fluwelen kattenpootjes...
Ondanks vaak genoeg geoefend maakte Poekie deze nacht een kapitaal foutje: hij stak z'n kopje in het zakje, niet langst een vrije zijkant, maar door één van de handvatten. En toen het tasje om kieperde, en dus van het bankje af, hing het loodzwaar aan z'n nek!...
Als een dolgedraaide wilde tornado raasde hij in typische totale kattenpaniek van kamer naar kamer, het hele appartement door en terug, over werkelijk alles heen, langs absoluut alles omhoog en weer omlaag. Het leek wel of hij vlóóg! En z'n woeste vlucht voor het 'monster' waarvan hij zich maar niet kon bevrijden zaaide chaos en vernieling. In elke ruimte sneuvelden bloempotten en knakten planten. In de woonkamer vielen 2 vazen om en het water, waarin de bloemen stonden, en nu verwoest overal op de vloer verspreid lagen, liep via een pak partituren en wat krantjes van de tafel op de mat, stroomde zo richting vochtgevoelige laminaatvloer, en vermengde zich tot een drassig vies papje met de kwistig rondgestrooide potgrond en de tot pulp vertrapte bloemen en blaadjes. Alle fotokaders werden van het dressoir gevaagd. Schilderijen bengelden heen en weer aan de muren. Met de kussens uit de zetels was precies een wild kussengevecht aan de gang en ook een paar stoelen kwakten om. In de keuken kletsten een pan en een bord tegen de grond, het bestek vloog in alle richtingen, en die koffie uit dat net gekochte pakje zal ik ook nooit opdrinken. In m'n bureau veroorzaakte de dolle race een stortvloed balpennen, stiften, potloden en papier, en ook de doos zakdoekjes sneuvelde. De kleine schemerlampjes, normaal gezien óp de piano, hingen er nu naast te bengelen aan hun elektriciteitssnoer. Gelukkig breken plastieken flessen badschuim, shampoo, douchegel, wasmiddel en wasverzachter niet, want samen met alle handdoeken stortten ze zich, plaatsmakend voor het drieste geweld, in het bad. Die ene parfumfles daarentegen... Het ruikt overdadig lekker nu, vermoedelijk nog wel voor een tijdje, daar aan de lavabo. In de slaapkamer sodemieterden m'n rek met oorbellen en een pak jurken op kapstokken tegen de grond, en de roze krabpaal kukelde ook met een stevig bonk om. In m'n rommelkamer moesten zowat alle opgestapelde dozen er aan geloven...
En terwijl hij verder door het huis stoof, strooide Poekie kwistig met m'n lunchpakket, want ondertussen was dat mooie zakje natuurlijk aan alle kanten gescheurd. M'n boterham werd mee geplet tussen de potgrondpulp, net zoals de druiven die de pech hadden niet tot ver onder kasten en zetels te rolden. M'n pudding viel exact, wat had je gedacht dan, met het verwijderbare kantje uiteraard nét op de hoek van de commode in de slaapkamer en ontplofte z'n caramelsmaakje niet alleen over de hele kast, de vloer en het bed, maar ook over m'n kleding die ik al voor de volgende dag netjes klaargelegd had!...
Heel even overwoog ik me op die razende furie te storten om hem te doen stoppen, maar bij de eerste poging bleek dat ik zo alleen maar z'n benauwdheid vergrootte. Dus ik besloot af te wachten, terwijl ik links en rechts nog 't één en 't ander van de vernieling probeerde te redden. Poekie zou op zeker moment toch stilvallen en opgeven, dat kon niet anders. En ja, hoor, na nog geen 5 minuten kwam de razernij tot stilstand. Poekie zat verslagen, met nog steeds het totaal vernielde tasje om z'n nek -alleen de handvatten waren nog heel natuurlijk- te puffen in het hoogste mandje van de grootste krabpaal.
Toen ik heel voorzichtig, op één been wiebelend op het venstertablet, probeerde om met een schaar het handvat door te knippen, haalde hij er, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, plaats zàt, zelf z'n kopke weer doorheen, en keek me aan met een blik van "Hoe? Was er iets dan?"...
En terwijl ik, midden in de nacht, ontzettend slaperig, en wat kouwelijk in m'n pyjama, zo goed als mogelijk het meest smerige en gevaarlijk puin opruimde, stond hij, zich van geen kwaad bewust, helemaal z'n beminnelijke zelf, overal gezellig naast me geïnteresseerd naar de werkzaamheden te kijken en gaf af en toe m'n been of arm een kopje. Zo kon ik meteen wel even checken of bij hém nog alles heel was. Niks aan de hand, alles in orde. Misschien, heel misschien een heel klein beetje onder de indruk, toch.
Toen ik een uur later mezelf zuchtend en stikkapot weer m'n bed in gesleurd had -Pompon sloop ondertussen ook weer heel voorzichtig uit z'n veilige schuilhoekje tevoorschijn- en het Zandmannetje me langzaam in z'n greep kreeg passeerde er in een flits nog 4 gedachten door m'n hoofd.
1. Oef, ge-luk-kig is m'n lieve zotte Poekie nog helemaal heel. Pak van m'n hart! Amai nog ni. 2. Scherven brengen geluk, dus wauw! dat gaat nog wat geven, zo een berg gebroken potten! Cool. 3. Lunchzakjes, vol of leeg, hangen vanaf nu steeds aan de deurklink of aan de kapstok. Zonder fout! 4. En dit is toch weer zó een straf verhaal! Als ik dat neerschrijf weet ik zeker dat men weer zal zeggen: zoiets overkomt toch ook alleen maar jóu!... Wedden?
En terwijl ik vredig in de herwonnen stilte en rust van m'n flat, met Poekie en Pompon naast me, eindelijk welverdiend heerlijk indommelde hoorde ik mezelf nog even luidop gniffelen "dat er de komende dagen uit de meest gekke plekken en op de meest onmogelijk momenten vast nog een heel pak rode druiven te voorschijn zullen komen..." hihihi ;-)

Abonneren op:
Posts (Atom)

