Posts tonen met het label hulp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hulp. Alle posts tonen

woensdag 15 september 2021

't Spinnetje in de keuken.

Het is weer die tijd van het jaar dat de spinnen naar binnen komen. Da's niet om u te pesten, hoor, da's meestal per ongeluk, op hun zoektocht naar een partner en een warm schuilplekje voor de winter. Persoonlijk zit ik daar niet mee. Ik ben niet bang van spinnen. 't Is te zeggen: zolang ze niet in m'n bed kruipen, want dat vind ik iets minder comfortabel... Meestal moet ik de achtpotige beestjes trouwens redden (oppakken en vervolgens weer buiten zetten) van een meer dan gruwelijke dood 'door vrolijk spelende katers': als de gesnapte spinnen niet eerst wat poten verliezen tijdens het wild heen en weer motten, dan worden ze met huid en haar -en luid krakend- door die twee huistijgers van mij opgevreten!
Geheel los van al die migrerende geleedpotigen maar binnen hetzelfde kriebelende thema -vandaar de intro- vertel ik u graag dit kleine verhaal.
Aan het venster in mijn keuken woont sinds vorige herfst of afgelopen winter, heel precies weet ik het niet, een klein zwart spinnetje. Het heeft z'n web gesponnen tussen het raamkozijn, de blaadjes van plantjes voor het raam en de roze bloempotjes waarin die plantjes staan. En ik vind dat prima.
Ja, als je natuurlijk een fobie voor spinnen hebt, is dat niet iets wat je snel oké zal vinden, dat begrijp ik. Maar ik zelf, zonder zulke fobie, ben heel blij met de aanwezigheid van dat kleine huisgenootje. Bij het plantjes water geven, let ik er altijd goed op het beestje niet per ongeluk met een vernietigende douche weg te spoelen. En bij het onderhouden en schoonmaken van het aanrecht en de ramen tracht ik zijn, of haar, persoonlijke hoekje niet of toch zeker zo minimaal mogelijk te verstoren.
"Allé, waarom zwiert ge dat griezelige kriebelbeest niet buiten?!", zal je nu misschien huiverend zeggen. Wel, de reden waarom het diertje gerust een stukje van mijn keuken als woonst mag inpalmen, is heel simpel: ik heb er bijzonder veel hulp aan! 
Elke zomer opnieuw krijg ik af te rekenen met een ware plaag aan fruitvliegjes. Ge kent die wel, die minuscule vliegende insectjes, die als uit het niets plots met duizenden tegelijkertijd verschijnen, en zich op elk zichtbaar en zelfs onzichtbaar etensrestje storten. Ik kan nog zo goed schoonmaken, opruimen en afwassen: die piepkleine vervelende vliegdingetjes nemen met gemak de hele boel over. Er staat in mijn keuken natuurlijk regelmatig nog een restje nat kattenvoer. Dat is op zich al nefast. Doch ook een over het hoofd gezien druppeltje gemorste koffie, een broodkruimel of een onmogelijk klein restje voedsel in de gootsteenrand, daar hebben ze ruimschoots genoeg aan. Zelfs de nog natte potgrond van vers bewaterde plantjes vinden ze paradijselijk. Al verpak ik elk mogelijk stukje afval, hoofdzakelijk de lege zakjes van het natte poezeneten en alles wat ik uit de kattenbak schep, in stevig gesloten plastiek zakjes (ja, wreed slecht voor 't milieu, ik wéét het, zucht, maar soms heb je geen keuze...), tóch weten die strontvliegjes daar bij te komen en er misbruik van te maken. Met uiteraard een ernstig stinkende vuilnisbak tot gevolg én steeds opnieuw en opnieuw een ware geboorte-explosie bij de fruitvliegjes!...
Ik bestrijd sowieso alle soorten plagen, zowel op m'n terras als in huis, op de meest ecologisch en biologisch mogelijke manier. Om de fruitvliegjesaantallen  enigszins in toom te houden, heb ik speciale vallen in de vorm van een glazen aardbei. Bovenaan zit er een kleine opening met een kurken stop, en rondom rond 3 minuscule, naar binnen stulpende gaatjes. In die glazen dingen gaat een beetje verschaalde wijn -appelsap of azijn wil ook nog wel lukken- en één druppel afwasmiddel. De geur van de wijn lokt de vliegjes, die langs de kleine gaatjes naar binnen kruipen om te genieten van de lekkernij. Het afwasmiddel zorgt dat er echter geen oppervlaktespanning meer op de vloeistof staat en aldus verdrinken de insectjes. Door de naar binnen gestulpte piepkleine gaatjes kunnen eventuele exemplaren die terug zouden willen ontsnappen ook niet meer weg. En geloof me, 't is hallucinant hoeveel van die kleine rotbeestjes ik zo vang, echt dui-zen-den!!! De lokvloeistof moet regelmatig vervangen worden wegens 'verzadigd van slachtoffers'... 
Tussen haakjes: je hoeft je zo geen speciaal glazen valletje aan te schaffen, hoor. Een doodgewone bokaal of iets dergelijks, met een strakgespannen stuk huishoudfolie over de opening, bijvoorbeeld vastgezet met een elastiek over de rand, werkt ook prima. Wat wijn of zoiets erin samen met een druppel afwasmiddel, een drietal kleine gaatjes in de folie -even prikken met een tandenstoker is perfect- en je hebt je eigen prima werkende fruitvliegjesvangmiddel! 
Maar, hoe goed die vallen ook werken, het blijft dweilen met de kraan open: die rotbeestjes kweken sneller dan ik ze kan vangen. Alle hulp is dus van harte welkom, en zo komen we weer terug bij dat kleine zwarte spinnetje in de hoek bij het keukenraam...
Volgens mij kan dat beestje z'n geluk niet op en eet hij of zij zich zo ongeveer te barsten. Te zien aan de hoeveelheid vliegenlijkjes die ik af en toe met de grootste voorzichtigheid en behulp van een daarvoor speciaal gereserveerd dik schilderpenseel van tussen de bloempotjes onder het spinnenweb mag wegvegen, vangt en verdelgt dat kleine spinnetje in al z'n ijver bijna evenveel van die fruitvliegjes als m'n glazen vallen! Het is amper te geloven, hoe zo'n onooglijk klein beestje dat voor mekaar krijgt! Fantastisch, toch!? Ik ben er alleszins heel blij mee, ge moogt gerust zijn.
Een gemiddelde huis-tuin-en-keuken-spinnetje leeft ongeveer 1 jaar, maximum 2. Het zou dus wel eens kunnen dat ik binnenkort afscheid moet nemen van mijn behulpzame kleine huisgenootje. Hopelijk heeft hij of zij tegen dan minstens 1 nakomeling op de wereld gezet, die bereid is het fruitvliegjesverzwelgersjobke over te nemen en mijn nieuw 'spinnetje in de keuken' te worden. Daar duim ik alvast voor! ;-)

Epiloog.
Uiteraaaaard schoot ik ter illustratie bij dit verhaal een zeer complete fotoreportage van dat kleine huisgenootje in mijn keuken. Blijken deze plaatjes toch absoluut nérgens meer terug te vinden op mijn computer!... Potverdorie! Wat nu gedaan?!...
Wel, bij elke spin die ik in mijn huis zie, flits er automatisch een gedichtje, dat ik in de lagere school graag vanbuiten mocht opzeggen, door m'n hoofd. Dat gedichtje 
-mét oorspronkelijk prentje- mag vandaag het verhaaltje met plezier vergezellen, vind ik, want het past best! Al zeg ik er nog wel eens uitdrukkelijk bij: tenzij per ongeluk of ongeweten, geen 'opgeveegde' spinnen in mijn huis!... ;-)












De spin Sebastiaan (1966) – Annie M.G. Schmidt 

Dit is de spin Sebastiaan.
Het is niét goed met hem gegaan.
          Luister! 
Hij zei tot alle and're spinnen:
Vreemd, ik weet niet wat ik heb,
maar ik krijg zo'n drang van binnen
tot het weven van een web. 
          Zeiden alle and're spinnen:
          O, Sebastiaan, nee, Sebastiaan,
          kom, Sebastiaan, laat dat nou,
          wou je aan een web beginnen
          in die vreselijke kou?
Zei Sebastiaan tot de spinnen:
't Web hoeft niet zo groot te zijn,
't hoeft niet buiten, 't kan ook binnen
ergens achter een gordijn.
          Zeiden alle and're spinnen:
          O, Sebastiaan, nee, Sebastiaan,
          toe, Sebastiaan, toom je in!
          Het is zó gevaarlijk binnen,
          zó gevaarlijk voor een spin.
Zei Sebastiaan eigenzinnig:
Nee, de Drang is mij te groot.
Zeiden alle and'ren innig:
Sebastiaan, dit wordt je dood...
          O, o, o, Sebastiaan!
          Het is niet goed met hem gegaan.
Door het raam klom hij naar binnen.
Eigenzinnig! En niet bang.
Zeiden alle and're spinnen:
Kijk, daar gaat hij met zijn Drang!
          pauze
Na een poosje werd toen éven
dit berichtje doorgegeven:
Binnen werd een moord gepleegd.
Sebastiaan is opgeveegd.

zaterdag 8 februari 2020

Terugblik op de kerstconcerten.

Allé, nu is het ondertussen al dik februari, en nóg staan er dozen en zakken met kerstconcertspullen onuitgepakt, bij elkaar gepropt en totaal verloren, niet op hun plaats in m'n rommelkamer. Te wachten op... wie weet wat.
De organisatie van de concerten neemt altijd een paar maanden in beslag, en het definitief klaar zetten van alle nodige spullen toch zeker een week. Alle mogelijke (en onmogelijke) benodigdheden verzamelen zich langzaam maar zeker in m'n woonkamer, tot op het punt dat die eigenlijk niet meer leefbaar is. En dan ga ik intensief aan de slag om alles zeer geordend en buitengewoon netjes in te pakken in m'n twee, ondertussen zeer beroemde, rood-zwarte koffertjes, een enorme stapel super praktische plastieken opbergbakken met deksel, en tot slot, mocht dit alles nog niet volstaan, speciaal daarvoor verzamelde en bijgehouden stevige kartonnen dozen en reuzegrote handige winkeltassen. Het publiek staat daar zelden bij stil, denk ik, dat 99% van álles wat zo vanzelfsprekend aanwezig is bij zulke concerten, door mij persoonlijk bij elkaar gezocht werd, of gemaakt, en ingepakt en verplaatst.
Om u er maar even een voorbeeld van te geven: als er op de scène een prachtige witte boom staat met twinkellichtjes erin, dan is dat omdat ik al zijn keurig apart verpakte onderdelen uit hun vaste plek in de rommelkamer gesleurd heb; die onhandige en vormeloze bundels een week dik in de weg naast m'n eetkamertafel gelegen hebben; ze daarna op de dag van het eerst concert 's morgens door mezelf of degene die mij er eventueel bij helpt in een auto gesleept worden, om vervolgens uit die auto de concertzaal te worden binnengedragen, uitgepakt en tak voor tak secuur en met aandacht voor detail in elkaar gezet, waarna er met behulp van de grote ladders van de lichttechnicus twee snoeren kerstlichtjes netjes  in die takken te verdelen, stekkers en verlengdraden te zoeken, alles aan te sluiten en op de grond vast te tapen. En tsazaam: 'als bij toverslag' een fraai winters decorstuk!...
Zo gaat dat dus met absoluut alles. Van duidelijke dingen, zoals kostuums, affiches en programmaboekjes, tot de minder opvallende zaken, zoals veiligheidsspelden, plakband en deodorant. Wekenlang vergiet ik elk jaar weer bloed (een druppel of twee, bij het in m'n vingers prikken of zo), zweet (emmers vol, met al dat gesleur) en tranen (hele oceanen, van puur moeheid en af en toe van frustratie) om die drie voorstellingen (waarvan er dan dit jaar nog één gecanceld moest worden) op touw te zetten. Ik vecht met de financiën, met sponsors, met de affiches, met de partituren, met het programmaboekje, met de props, met de kostuums, en met honderdduizenden andere, schijnbaar onbelangrijke details. En jammer genoeg is het zo goed als onmogelijk hiervan zaken uit te besteden. Niet dat ik dat niet geprobeerd heb, hoor, maar al die dingetjes, die ik al zoveel jaar zowat op automatische piloot uitvoer, zijn zelfs elk apart en voor mensen die van uitzonderlijke goede wil zijn, maar niet vertrouwd met wat er bij het organiseren van een concert allemaal komt kijken, duidelijk een onmogelijke opdracht.
Totaal zonder hulp zit ik dan ook weer niet, hoor. Er zijn altijd goede vrienden met auto's die me helpen met het vervoer heen en weer. Jef, die met liefde de ticketverkoop doet, en Lena, die met zwier en toewijding m'n speciale 'concert pop up winkeltje' met m'n boeken en massa's kerstspulletjes uitbaat. Er zijn de GC-vrijwilligers die achter de bar staan, en de werkelijk fantastische geluids- en lichttechnicus Jos, die ons nu al een paar jaar vergezeld. En al zal Roger jullie met veel plezier vertellen dat het meeste werk en al de vernieuwende ideeën hoofdzakelijk van mij komen, hij zorgt sowieso steeds getrouw voor ál de teksten. Hij alleen speurt het hele jaar door naar bruikbare nieuwigheden. Bovendien waakt hij een beetje over mijn 'geestelijke welstand', want het kan me nog wel eens teveel worden, ge moogt gerust zijn... En gelukkig brengen de muzikanten ook nog steeds zelf hun instrumenten, partituren en 't grootste deel van hun kledij mee. 't Zou anders nog zoveel ingewikkelder worden, vrees ik... hihihi

En zo is ook afgelopen december weer alles op tijd in orde geraakt. En de concerten zijn bijzonder goed geweest. Uitzonderlijk goed zelfs. We werden zo ongeveer bedólven onder de lovende woorden! Er zit duidelijk een stijgende lijn in. Roger en ik bevinden ons onbetwistbaar op 't juiste spoor met onze programmatie, want de laatste jaren horen we steeds opnieuw: "'t Was nóg beter dan vorig jaar!" En, heel eerlijk, zo voelt het voor ons ook aan. We hebben er duidelijk 'de pak van weg', zoals ze dat zeggen. Na zeventien jaar mag dat ook wel, natuurlijk. 
Ja, nu ik er (eindelijk) over schrijf en me de voorstellingen weer voor de geest haal, voel ik ook weer hoe fantastisch het was. De muzikanten, absoluut top. Mon en Marleen, die al vele jaren meedraaien, speelden samen met nieuwkomers Ilka en Paul alsof ze elkaar al járenlang kenden. Special guest Maarten met z'n gitaar, een fenomenale muzikant en een ongelofelijke warme mens, vriend voor het leven. En m'n nichtje Ilke, 't zot model, aan mij gewaagd, die met verve voor de komische noot zorgde. Heerlijk, echt. Om duimen en vingers bij af te likken, zo zalig. En dan dat mega enthousiaste publiek, al die blije en gelukkig mensen, die aan het einde oprecht dankbaar en in volledige kerstsfeer warm huiswaarts keerden. Dáár doe je het steeds weer voor. Voor dat ene weekend vol vreugde, vriendschap en geestdrift knoeft je, soms de wanhoop nabij, weken-, maandenlang... Maar, het is het dus écht wel waard.
En dan, als in slechts één korte bliksemflits, is weer allemaal alweer voorbij... Daar sta je terug in je woonkamer, te midden van een onoverzichtelijke en rommelige hoeveelheid dozen, bakken, zakken, koffers en nog wat andere ondefinieerbare pakken. Het kerstconcertweekend is voorbij, en ik mag aan de opruim beginnen... Om alles klaar te zetten, neem ik zoveel tijd als ik nodig heb. Omdat dat kan. Om weer in te pakken... da's een totaal ander verhaal! Op ongeveer een uur tijd moet alles, maar dan ook echt álles, van in de concertzaal, de coulissen en de inkom terug ingepakt én in de auto's geraken. Niet moeilijk dus dat 't meeste daarom maar een beetje lukraak in gelijk welke doos of zak gemikt wordt, absoluut alles door elkaar! In de chaos verdwijnen belangrijke verpakkingen, sneuvelt er altijd wel iets en raakt er, zeker weten, 't één of 't ander hopeloos in de knoop... Het doet er niet toe, het maakt niet uit, als alles maar weer op de één of andere manier diezelfde avond nog terug bij mij in huis staat...
't Is al dik februari, en ja, alles is al wel in de rommelkamer geraakt, en zelfs al een heel klein beetje uitgesorteerd, maar helemaal op orde, nee, zover zijn we nog bijlange niet. 't Is dus goed mogelijk dat ik begin december, als ik alles weer naar de woonkamer begin te zeulen en het huis nog maar eens in een puinhoop veranderd, 't gevoel zal hebben dat alles nog maar juistekes op z'n plaats was, en ik het dus eigenlijk net zo goed had kunnen laten staan waar het in februari nog stond... hihihi ;-) 





zaterdag 16 juni 2018

De nobele medemens.

Misschien herinnert u zich nog wel die zeer plotse zondvloed, hier bij mij in huis. En dan herinnert u zich misschien ook wel die ene nobele doch onbekende medemens, die mij zonder veel poespas vol ijver en geestdrift te hulp schoot. (Indien het u niets zegt: lees het hele verhaal gerust eerst even na in het blogje 'Van kurkdroog tot bijna verzopen'.)
'k Had in de weken na heel die historie hier en daar wel eens gepolst of iemand uit het gebouw hem eventueel kende, maar niemand kon mij meer informatie bezorgen en dus werd mijn wens hem nog eens in persoon dank-je-wel te kunnen zeggen noodgedwongen opgeborgen. Als het zo moest zijn, dan zou ik hem ooit nog wel eens opnieuw tegenkomen. Het leven kabbelde -ditmaal zónder wateroverschot- weer verder en ging z'n gewone dagelijkse gangetje.
Een kleine maand later wrong ik mezelf en m'n zwaar met boodschappen beladen fiets door het steeds net iets te smal aanvoelende garagedeurtje. Een dame met ongeveer hetzelfde postuur als het mijne en vergelijkbaar qua leeftijd (vermoed ik), maar met blonde i.p.v. zwarte lokken kwam me door het onwillige poortje achterna, ook op de fiets, en, zoals even later bleek, ook met boodschappen. En toen ik vervolgens, puffend door die loodzware tassen in de hand, de lift in wou stappen, kwam ook zij, zuchtend onder het gewicht van haar eigen inkopen, dezelfde richting uit. Altijd bereid om iemand even te helpen hield ik de lift tegen en breed lachend stapten we samen in. 
Op mijn mededeling dat ik maar één verdieping mee ging omdat ik op het gelijkvloers woon, repliceerde ze meteen met de uitroep "Maar dan zijt gij dat madammeke waarvoor mijn man zoveel water heeft staan scheppen!" Op dat moment kon ik totaal niet inschatten of ze het op een positieve of negatieve manier bedoelde, maar ik kon het uiteraard slechts beamen. En terwijl ik, nog steeds met in elke hand een paar zwaar doorwegende zakken, tegen de ondertussen weer openstaande liftdeur leunde, ontstond er, eerst nog een beetje aftastend van beide kanten, maar al gauw met het warme gevoel van nieuwe vriendschap, een bijzonder gesprekje
Kira, zoals ze heet, vertelde hoe haar man op het moment van mijn grote paniek eigenlijk onderweg was naar de sportschool, toen hij, zonder er ook maar één seconde over te twijfelen, besloot in plaats daarvan een medemens in nood te helpen. Toch heel normaal volgens haar, en volgens hem, maar ik blijf het toch ontzettend bijzonder vinden, hoor, zoveel altruïsme. Het sporten is er die dag trouwens niet meer van gekomen: toen hij zoveel tijd later drijfnat en doodop mijn enigszins droog geveegde appartement verliet, had zijn zwakke rug het finaal begeven. De rest van die week bracht hij dan ook totaal gevloerd plat op de sofa door... En die grootse dankbaarheid die ik zo graag wou uiten vermengde zich met een uit de kluiten gewassen schuldgevoel. Eindeloos gesukkel met een immer pijnlijke rug, daar weet ik immers álles van, hé... Haar man werd er in mijn ogen alleen maar een grotere held door.
In een poging vanuit het diepst van m'n hart nogmaals m'n enorme, ondertussen zo mogelijk nog grotere, dankbaarheid te verwoorden, vertelde ik haar van het blogje dat ik schreef over die verschrikkelijk waterige historie en al die onbaatzuchtige hulp van haar man. En uiteraard legde ik meteen ook met alle mogelijke bewegwijzeringen uit waar op 't internet ze, indien ze dat zou wensen uiteraard, het hele verhaal kon terugvinden en nalezen. Met m'n welgemeend "kom gerust eens een keertje koffie of thee bij me drinken" namen we afscheid. Het gewicht van de boodschappentassen schreeuwde ons allebei toe dat het hoog tijd was om weer verder te gaan, ik naar het gelijkvloers, zij naar het 14e, de allerhoogste verdieping in het gebouw. (En zoiets vind ik dan natuurlijk weer een bijzonder leuk detail... 😊)
Een paar dagen later rolde er een vriendschapsverzoek van Facebook bij me binnen: daar was Kira weer! Helemaal blij me te hebben gevonden, wreed content het blogje gelezen te hebben én op de koop toe fijn verrast dat ik een zangeres bleek te zijn. Want -hoe klein is de wereld!- ook haar man zong geweldig graag! "Als 'amateurke' weliswaar", voegde ze er nog aan toe. En in alle eerlijkheid: dat vind ik voor geen meter kloppen, want zo zwaar onder de indruk als zij van mijn filmpjes op YouTube waren -ook al is wat ik zing in de verste verten niet hun smaak-, ik vond zijn opnames minstens even imposant! En meteen een geweldige kennismaking met een genre dat ik niet echt ken: de 'gipsy' muziek. 
Kira's echtgenoot, Inan genaamd, in het dagdagelijkse leven luisterend naar Beni, is afkomstig uit Macedonië en een volbloed zigeuner, dus vermoedelijk heeft hij die muziek met de paplepel mee naar binnen gekregen. Het zingen, en het zichzelf daarbij begeleiden op de gitaar, het komt allemaal recht uit het diepste van z'n ziel, en dat hoor je ook, vind ik. Beluister het gerust even zelf! Dit is bijvoorbeeld een erg mooi nummer: 'A Sada Idi Idi'. Of bekijk meteen gewoon álles van 'Gipsy Inan', 't is veel, maar zeker de moeite waard.
U kunt het zich uiteraard al voorstellen dat het niet lang geduurd heeft voor Kira, met een doos overheerlijke -echt véél te lekker- baklava en gezellig huiselijk op haar sletsen, inderdaad bij mij op de thee kwam. Fijn contact met een toffe buurvrouw, en dan nog wel onder 't zelfde dak, da's toch gewoon schitterend, niet dan? Uren hebben we zitten kletsen. Over onze beide levens, over de verschillende lichamelijke kwaaltjes en kwalen, over werken en niet werken, over scheidingen en huwelijken, over de families en ook -al heb ik over dit laatste natuurlijk bijzonder weinig te vertellen- over de kinderen... 
Maar wat me vooral zal bijblijven uit die allereerste rettepetet-namiddag met Kira is hoe zij al 17 jaar samen is met deze man, met een zo totáál verschillende origine dan de hare, en zij beiden door de jaren heen vooral respect voor elkaars 'anders zijn' opgebouwd hebben. De grote diversiteit, die de mix van hun beider culturen meebrengt, wordt door hen allebei bijzonder gewaardeerd. Zoals overal zal het ook bij hen zeker niet altijd rozengeur en maneschijn zijn, maar de sterktes uit de twee achtergronden vonden op de één of andere manier een mooi evenwicht, ze vulden elkaar aan en vormen zo absolute pluspunten in dit huwelijk. Hun familieleden echter zijn niet allemaal even gelukkig met deze buitengewone relatie -da's zelfs een serieus 'understatement' als ik het goed begrijp- en dat is jammer. Ze weten niet wat ze missen, hé. Voor wat het waard is: ik, ik persoonlijk, ik kan het alleen maar on-ge-lo-fe-lijk prachtig vinden!
Wel, eind goed al goed, zeggen ze: die nobele onbekende held heeft dus een naam gekregen, ik heb hem kunnen bedanken voor z'n edelmoedige en belangeloze noeste inzet, en in één en dezelfde beweging leerde ik niet één, maar zelfs twéé nieuwe en geweldig boeiende mensen kennen. 
Hoe fantastisch fascinerend en verrassend zit onze levensweg toch in elkaar: achter elke bocht wachten er weer nieuwe, meestal totaal onvoorspelbare wendingen om ons te verbazen en te verwonderen. Wie weet welke avonturen ons nog te wachten staan, hé, Kira en Beni... 😉








woensdag 7 maart 2018

Van kurkdroog naar bijna verzopen...

Wel, ze zeggen niet voor niets dat ge goed moet oppassen wat je wenst, want het zou wel eens realiteit kunnen worden... en misschien veel te overvloedig. Geloof me, ik kan het écht weten, en sta me toe u meteen ook al even op het hart drukken dat niets van het komende verhaal verzonnen of gelogen is. Echt helemaal niets!...
Twee dagen geleden, op zondag, postte ik m'n blogje over heel dat oerwoud kamerplanten van mij, die toch o zo verschrikkelijk te lijden hadden onder die vreselijke kurkdroge lucht hier in huis, en dat ik werkelijk ál het mogelijke probeerde om hen toch het nodige vocht te bezorgen. M'n vers geschreven woorden waren nog niet koud of bijna stierven ze alle 127 de verdrinkingsdood!
Maandag in de vroege namiddag arriveerde ik goed geluimd terug thuis van alweer een interessant en productief gesprek met m'n psychiater. Ik was er voor de verandering ook eens een keertje niet doodmoe van. En nu de planten binnen er weer volledig verzorgd bij stonden, vond ik het de beurt aan de groenvoorziening buiten op het terras. 't Is te zeggen: nu de vele potten eindelijk opnieuw ontdooid waren, konden de vroege lentebloeiers en eerste kleine scheutjes duidelijk een stevige sproeironde gebruiken.
Dus, zo gezegd, zo gedaan: nette kleding omgewisseld voor een ouwe legging en een wat versleten trui, m'n groene tuinklompen aan en ook het donkerblauwe vestje, ooit een gratis kadootje van bij Damar, iets tussen fleeche en vilt met een vleugje Tirolermotief, dat bij frisser weer dienst doet als 'tuinklusjes-jasje'.
Omdat bij temperaturen onder nul hier steeds -heel verantwoord van mij- de watertoevoer naar het buitenkraantje volledig toegedraaid wordt tegen het kapotvriezen, moest ik dat uiteraard nog eerst terug open zetten. Kastdeurtjes onder de gootsteen in de keuken open, de plastieken bakken met schone keukenhanddoeken, vuilniszakken en poetsgerief even opzij schuiven, en voilà, daar achteraan tegen de muur bevindt zich het desbetreffende kraantje, door de loodgieter tijdens de verbouwingen van het appartement op mijn verzoek geplaatst om makkelijk het terras te kunnen begieten.
Ik buig voorover, steek m'n hand uit en draai het hendeltje een kwartslag de goeie kant uit. Nog in diezelfde seconde hoor ik een lichte 'plop' en terstond spuit er een enorme, brede straal nietsontziend water, met de kracht en het debiet van een goed gedirigeerde brandweerslang -minstens 3,5 bar wist men mij later op de dag te vertellen-, schuin omhoog de keuken in richting inkomhal en woonkamer! Me midden in de projectiebaan bevindend was ik uiteraard ook à la minute volkomen doorweekt, maar ondanks die schrikwekkende, onvoorziene ijskoude en keiharde douche werkte m'n brein op volle toeren. Bijna onmiddellijk realiseerde ik me dat vermoedelijk het volledige kraanarmatuur met het stevig dichtgedraaide kraantje mee losgekomen moest zijn, dat dat verwenste ding vermoedelijk ergens onderaan in de kast gesodemieterd was, en ik het sneller dan de bliksem moest zien terug te vinden, om het dan weer op z'n plek te vijzen. Indien mogelijk...
De massieve waterstraal tegenhouden met een vinger of een duim werkte niet, dat kan je je misschien wel voorstellen, dus dook ik dapper en vol goede moed onder de pompbak, gewapend met het tot bol bij elkaar gepropte Damarvestje om die reusachtige straal enigszins uit m'n gezicht te houden en graaide blindweg in het wild rond spattende nat, dat werkelijk overal bleek te zijn, achterin onder de kast. Hoera, een beetje opluchting: gevonden! Maar na ettelijke minuten vruchteloos proberen, met de seconde natter en kouder wordend -onderwijl serieus vloekend, dat beken ik eerlijk-, sloeg de paniek toe. Er zat niks anders op: de hoofdkraan moest dicht, en wel nú onmiddellijk!
Terwijl het water met volle force ongestoord verder m'n huis in spoot spurtte ik drijfnat m'n voordeur uit naar de concièrge, in de flat naast de mijne. Haar voordeur stond op een kier doch er kwam geen enkele reactie op m'n bellen en kloppen, noch op m'n luid en in paniek om hulp roepen. Vol wanhoop sprintte ik, een behoorlijk groot druipspoor achterlatend, verder naar de grote hal in de hoop daar iemand te treffen, en... door de plotse verandering in de luchtdruk knalde mijn voordeur in het slot! Niet alleen liepen mijn gekoesterde kamers van mijn geliefd appartement aan een afschuwelijk hoog tempo verder vol water, ik had mezelf op de koop toe ook nog eens per ongeluk buiten gesloten! Nóg grotere paniek uiteraard... tot ik me herinnerde dat m'n terrasdeur open stond. Maar de deur naar de tuin was op slot!!! 
Op dat moment de concièrge gelukkig toch even piepen waar al die commotie vandaan kwam, en maakte, nog absoluut de situatie niet helemaal begrijpend, veeeeeeel te traag naar m'n zin die tuindeur voor me los. Totaal over m'n toeren ongeduldig en ongelukkig liep ik als een speer naar buiten, het hoekje om en sprong als een roekeloze idioot m'n terrasmuurtje over... om tot m'n nog steeds toenemende benauwdheid te constateren dat op dat moment de ganse woonkamer al blank stond. 
Maar tijdens mijn radeloze toerke-rond in den blok had ik wel behulpzaam gezelschap gekregen. Een grote sterke bonk van een kerel, van niet-Vlaamse origine vermoed ik -een man die ik niet echt ken, maar die altijd heel erg vriendelijk en beleefd goeiedag zegt- kwam achter me aan ook het terrasmuurtje over gesprongen, waadde voorzichtig de woonkamer door, zette z'n enorme sporttas op de tafel en begon meteen als een gek water te scheppen in de haastig door mij aangereikte emmers met de in de vlucht bijeengezochte vodden en dweilen. En ondertussen probeerde hij mij op bijzonder warme wijze een beetje gerust te stellen.
Dat er vermoedelijk niet pijlsnel nog gelijk welke andere hulp of redding zou komen was me op dat moment pijnlijk duidelijk, dus er zat maar één ding op: ik zou het klusje zelf moeten klaren. Gesteund door de kalmte van die vriendelijke ijverige beer in m'n woonkamer dook ik met een dosis moed die je alleen maar in zulke rampsituaties plots blijkt te hebben, heldhaftig nogmaals die gigantische waterstraal in en tastte opnieuw naar het vervloekte kraantje, weer een ietsiepietsie beschermd -al was het maar in 't idee- door de blauwe fleeche. Met werkelijk alles in m'n lijf vocht ik tegen de formidabel kracht van de stroom op, en draaide, na nog wat zwaar verwenste mislukkingen, ongehoord veel knetterend gevloek en een pak onbetamelijk gesakker, het vermaledijde rotding terug op z'n plek! Bam. 
De immense spanning en bovenmenselijk inspanning maakten terstond plaats voor ontzettende hartenpijn en treurnis rond de gegarandeerde waterschade. Bittere tranen van oeverloze wanhoop stroomden over m'n al zo verschrikkelijk natte gezicht. Maar veel tijd om daar aandacht aan te geven was er niet, want daar ging de deurbel. Onze concièrge met haar bompa, Fons, de grote chef van alles hier in het gebouw, die zonder enige haast of drama efkes kwam vragen waarom en welke kraan er toegedraaid moest worden... Hum. Haaalloo-ôokes! Een voor mij veel te schril contrast met mijne paniek dus... Ik ben er toch maar rustig bij gebleven, hoor, en beleefd en zo. Lastig of ongeduldig doen helpt op zo'n moment ook niets, hé.
De concièrge had andere dingen te doen -kindje en zo- maar is nog wel een keertje met een vriendin vanuit het deurgat naar het slagveld komen kijken. Een beetje ramptoerisme hoort er uiteraard ook bij, hé. Bompa daarentegen heeft geweldig z'n best gedaan zoveel mogelijk water weg te krijgen in de keuken. Sterk werk voor zo'n 80-plusser. En spijtig genoeg, zo bleek een tijdje later, ook redelijk nutteloos, want toen ik de keukenkastjes opendeed stroomde daar opnieuw vele liters water uit, terug de vloer op natuurlijk...
In de hal en de woonkamer zwoegde de welwillende spierbundel noest verder. Alle meubels werden op een droog stuk opgestapeld, potten en planten opzij of buiten gezet, drijfnatte kleine matten over de terrasleuning gehangen, het doorweekte grote salonvloerkleed kreeg een uitdruipplek in het bad, en on-tel-ba-re emmers bij elkaar gedweild en opgeschept leidingwater, waarin gelukkig slechts kattenbrokken rond dreven, vonden via het toilet en de lavabo hun weg naar de riolering. En ondertussen bleef hij me de hele tijd geruststellen. Hij had namelijk iets gelijkaardigs meegemaakt in zijn appartement. Daar was na het vervangen van een radiatorknop naar een thermostatische kraan de boel niet vast genoeg aangedraaid en op een 'mooie' avond schoot dat ding zonder enige aanleiding ineens van de verwarming af. Met het ondertussen gekende en gelijkaardige resultaat...
Toen de oppervlakte van de vloeren er overal weer min of meer droog uit zag verdwenen de heren. Bompa Fons heb ik vandaag nog eens extra kunnen bedanken, maar die andere behulpzame medemens... niet eens zijn naam ken ik, noch waar hij exact woont in het gebouw. Om hem nog eens hartelijk 'dank je wel' te kunnen zeggen zal ik moeten wachten tot we elkaar nog eens in de hal tegenkomen, vrees ik.
Het kostte me nog uren, tot laat in de nacht, om alle -écht álle- huisraad en het voedsel uit de keukenkastjes en de kastjes zelf droog te krijgen. Alles uit papier of karton, of verpakt in, kon regelrecht de vuilbak in. Er liep zelfs water uit de koelkast, de microgolf en de Senseo. Bij 't per ongeluk schuin hangen van m'n pasteltekeningen achter glas liep er ook uit die kaders een straaltje vocht. De helft van het poezenspeelgoed en de woonkamer-krabpalen raakten stevig doorweekt. En de poezen zelf kwamen pas diep in de nacht weer 'boven water', een beetje op hun hoede, maar gelukkig helemaal droog en ongedeerd.
Nog eens drie wasmachineladingen met uitsluitend vodden, dweilen, zwabbers, moppen en handdoeken later kon ik, zowel lichamelijk als emotioneel steendoodstikkapot, neerploffen in m'n bed dat goddank van alle waterellende gespaard bleef. Van slapen kwam echter niet veel. Daarvoor deed alles in m'n lijf veel te veel pijn. Die povere nek en rug van mij kunnen onder 'normale' omstandigheden dit soort 'klusjes' totaal niet aan, daar mag ik de komende tijd zwaar voor boeten dus. God mag weten waarvan ik die grote diep-paarse bloeduitstortingen op m'n armen opliep. M'n benen, vooral m'n knieën, zijn als één grote pijnlijk gekneusde blauwe plek. En eerlijk gezegd moet ik toch ook wat bekomen van die verschrikkelijke paniek, en van m'n nogal 'straffe' taal, het gevloek en getier, tijdens heel het voorval. Volgens mij heb ik dat nooit eerder in m'n leven voor gehad, toch niet in dat soort grootte...
Al bij al valt de schade wreed goed mee, voorlopig toch, en vermoedelijk vooral door het bijzonder snelle ingrijpen. De verzekeringsmaatschappij is al op de hoogte, hoor, maar de kans is groot dat zij niet eens moeten tussenkomen. Laat ons hopen, hé. Duimen maar... Mijn laminaatvloer ziet er op dit moment op slechts drie redelijk verborgen plaatsen een beetje geschonden uit en de keuken reageert voorlopig zelfs helemaal niet op die overdosis nattigheid. 't Is nog even afwachten hoe en of de tapijten nog netjes opdrogen, maar als dat alles is, valt het wel mee. Toch?! Ook de poezen crossen alweer rond alsof er nooit iets aan de hand geweest is. Je zou eigenlijk zelfs kunnen stellen dat mijn lenteschoonmaak van dit jaar al helemaal klaar is, in fast forward stijl, én met onverwachte hulp!... En de dorst van de planten op het terras, die werd vandaag, nadat ik zeer resoluut de armatuur van het kraantje nog eens extra vastschroefde met een stevige draai van m'n Engelse sleutel, ook gelest. Juist de kelder van de concièrge, die zich pal onder mijn keuken bevind, heeft ook een tikje blank gestaan, maar gelukkig zonder problemen voor de daar opgeborgen spullen.
In nood kent men zijn vrienden zegt men. En als de nood het hoogst is, is de redding nabij. En dat kracht voortkomt, niet uit fysiek vermogen, maar uit onverzettelijke wil is in dit geval zeker en vast op mij van toepassing. Zoals het meteen ook nog maar eens bewezen is dat mijn onsterfelijk gevoel voor humor ten allen tijde steeds weer komt bovendrijven. Maar onthoudt vooral heel erg goed dat je echt wel moet opletten wat je wenst, want voor je het weet... Geloof me, veel vochtiger moet het hier écht niet meer worden! 😉