Wel, ze zeggen niet voor niets dat ge goed moet oppassen wat je wenst, want het zou wel eens realiteit kunnen worden... en misschien veel te overvloedig. Geloof me, ik kan het écht weten, en sta me toe u meteen ook al even op het hart drukken dat niets van het komende verhaal verzonnen of gelogen is. Echt helemaal niets!...
Twee dagen geleden, op zondag, postte ik m'n blogje over heel dat oerwoud kamerplanten van mij, die toch o zo verschrikkelijk te lijden hadden onder die vreselijke kurkdroge lucht hier in huis, en dat ik werkelijk ál het mogelijke probeerde om hen toch het nodige vocht te bezorgen. M'n vers geschreven woorden waren nog niet koud of bijna stierven ze alle 127 de verdrinkingsdood!
Maandag in de vroege namiddag arriveerde ik goed geluimd terug thuis van alweer een interessant en productief gesprek met m'n psychiater. Ik was er voor de verandering ook eens een keertje niet doodmoe van. En nu de planten binnen er weer volledig verzorgd bij stonden, vond ik het de beurt aan de groenvoorziening buiten op het terras. 't Is te zeggen: nu de vele potten eindelijk opnieuw ontdooid waren, konden de vroege lentebloeiers en eerste kleine scheutjes duidelijk een stevige sproeironde gebruiken.
Dus, zo gezegd, zo gedaan: nette kleding omgewisseld voor een ouwe legging en een wat versleten trui, m'n groene tuinklompen aan en ook het donkerblauwe vestje, ooit een gratis kadootje van bij Damar, iets tussen fleeche en vilt met een vleugje Tirolermotief, dat bij frisser weer dienst doet als 'tuinklusjes-jasje'.
Omdat bij temperaturen onder nul hier steeds -heel verantwoord van mij- de watertoevoer naar het buitenkraantje volledig toegedraaid wordt tegen het kapotvriezen, moest ik dat uiteraard nog eerst terug open zetten. Kastdeurtjes onder de gootsteen in de keuken open, de plastieken bakken met schone keukenhanddoeken, vuilniszakken en poetsgerief even opzij schuiven, en voilà, daar achteraan tegen de muur bevindt zich het desbetreffende kraantje, door de loodgieter tijdens de verbouwingen van het appartement op mijn verzoek geplaatst om makkelijk het terras te kunnen begieten.
Ik buig voorover, steek m'n hand uit en draai het hendeltje een kwartslag de goeie kant uit. Nog in diezelfde seconde hoor ik een lichte 'plop' en terstond spuit er een enorme, brede straal nietsontziend water, met de kracht en het debiet van een goed gedirigeerde brandweerslang -minstens 3,5 bar wist men mij later op de dag te vertellen-, schuin omhoog de keuken in richting inkomhal en woonkamer! Me midden in de projectiebaan bevindend was ik uiteraard ook à la minute volkomen doorweekt, maar ondanks die schrikwekkende, onvoorziene ijskoude en keiharde douche werkte m'n brein op volle toeren. Bijna onmiddellijk realiseerde ik me dat vermoedelijk het volledige kraanarmatuur met het stevig dichtgedraaide kraantje mee losgekomen moest zijn, dat dat verwenste ding vermoedelijk ergens onderaan in de kast gesodemieterd was, en ik het sneller dan de bliksem moest zien terug te vinden, om het dan weer op z'n plek te vijzen. Indien mogelijk...
De massieve waterstraal tegenhouden met een vinger of een duim werkte niet, dat kan je je misschien wel voorstellen, dus dook ik dapper en vol goede moed onder de pompbak, gewapend met het tot bol bij elkaar gepropte Damarvestje om die reusachtige straal enigszins uit m'n gezicht te houden en graaide blindweg in het wild rond spattende nat, dat werkelijk overal bleek te zijn, achterin onder de kast. Hoera, een beetje opluchting: gevonden! Maar na ettelijke minuten vruchteloos proberen, met de seconde natter en kouder wordend -onderwijl serieus vloekend, dat beken ik eerlijk-, sloeg de paniek toe. Er zat niks anders op: de hoofdkraan moest dicht, en wel nú onmiddellijk!
Terwijl het water met volle force ongestoord verder m'n huis in spoot spurtte ik drijfnat m'n voordeur uit naar de concièrge, in de flat naast de mijne. Haar voordeur stond op een kier doch er kwam geen enkele reactie op m'n bellen en kloppen, noch op m'n luid en in paniek om hulp roepen. Vol wanhoop sprintte ik, een behoorlijk groot druipspoor achterlatend, verder naar de grote hal in de hoop daar iemand te treffen, en... door de plotse verandering in de luchtdruk knalde mijn voordeur in het slot! Niet alleen liepen mijn gekoesterde kamers van mijn geliefd appartement aan een afschuwelijk hoog tempo verder vol water, ik had mezelf op de koop toe ook nog eens per ongeluk buiten gesloten! Nóg grotere paniek uiteraard... tot ik me herinnerde dat m'n terrasdeur open stond. Maar de deur naar de tuin was op slot!!!
Op dat moment de concièrge gelukkig toch even piepen waar al die commotie vandaan kwam, en maakte, nog absoluut de situatie niet helemaal begrijpend, veeeeeeel te traag naar m'n zin die tuindeur voor me los. Totaal over m'n toeren ongeduldig en ongelukkig liep ik als een speer naar buiten, het hoekje om en sprong als een roekeloze idioot m'n terrasmuurtje over... om tot m'n nog steeds toenemende benauwdheid te constateren dat op dat moment de ganse woonkamer al blank stond.
Maar tijdens mijn radeloze toerke-rond in den blok had ik wel behulpzaam gezelschap gekregen. Een grote sterke bonk van een kerel, van niet-Vlaamse origine vermoed ik -een man die ik niet echt ken, maar die altijd heel erg vriendelijk en beleefd goeiedag zegt- kwam achter me aan ook het terrasmuurtje over gesprongen, waadde voorzichtig de woonkamer door, zette z'n enorme sporttas op de tafel en begon meteen als een gek water te scheppen in de haastig door mij aangereikte emmers met de in de vlucht bijeengezochte vodden en dweilen. En ondertussen probeerde hij mij op bijzonder warme wijze een beetje gerust te stellen.
Dat er vermoedelijk niet pijlsnel nog gelijk welke andere hulp of redding zou komen was me op dat moment pijnlijk duidelijk, dus er zat maar één ding op: ik zou het klusje zelf moeten klaren. Gesteund door de kalmte van die vriendelijke ijverige beer in m'n woonkamer dook ik met een dosis moed die je alleen maar in zulke rampsituaties plots blijkt te hebben, heldhaftig nogmaals die gigantische waterstraal in en tastte opnieuw naar het vervloekte kraantje, weer een ietsiepietsie beschermd -al was het maar in 't idee- door de blauwe fleeche. Met werkelijk alles in m'n lijf vocht ik tegen de formidabel kracht van de stroom op, en draaide, na nog wat zwaar verwenste mislukkingen, ongehoord veel knetterend gevloek en een pak onbetamelijk gesakker, het vermaledijde rotding terug op z'n plek! Bam.
De immense spanning en bovenmenselijk inspanning maakten terstond plaats voor ontzettende hartenpijn en treurnis rond de gegarandeerde waterschade. Bittere tranen van oeverloze wanhoop stroomden over m'n al zo verschrikkelijk natte gezicht. Maar veel tijd om daar aandacht aan te geven was er niet, want daar ging de deurbel. Onze concièrge met haar bompa, Fons, de grote chef van alles hier in het gebouw, die zonder enige haast of drama efkes kwam vragen waarom en welke kraan er toegedraaid moest worden... Hum. Haaalloo-ôokes! Een voor mij veel te schril contrast met mijne paniek dus... Ik ben er toch maar rustig bij gebleven, hoor, en beleefd en zo. Lastig of ongeduldig doen helpt op zo'n moment ook niets, hé.
De concièrge had andere dingen te doen -kindje en zo- maar is nog wel een keertje met een vriendin vanuit het deurgat naar het slagveld komen kijken. Een beetje ramptoerisme hoort er uiteraard ook bij, hé. Bompa daarentegen heeft geweldig z'n best gedaan zoveel mogelijk water weg te krijgen in de keuken. Sterk werk voor zo'n 80-plusser. En spijtig genoeg, zo bleek een tijdje later, ook redelijk nutteloos, want toen ik de keukenkastjes opendeed stroomde daar opnieuw vele liters water uit, terug de vloer op natuurlijk...
In de hal en de woonkamer zwoegde de welwillende spierbundel noest verder. Alle meubels werden op een droog stuk opgestapeld, potten en planten opzij of buiten gezet, drijfnatte kleine matten over de terrasleuning gehangen, het doorweekte grote salonvloerkleed kreeg een uitdruipplek in het bad, en on-tel-ba-re emmers bij elkaar gedweild en opgeschept leidingwater, waarin gelukkig slechts kattenbrokken rond dreven, vonden via het toilet en de lavabo hun weg naar de riolering. En ondertussen bleef hij me de hele tijd geruststellen. Hij had namelijk iets gelijkaardigs meegemaakt in zijn appartement. Daar was na het vervangen van een radiatorknop naar een thermostatische kraan de boel niet vast genoeg aangedraaid en op een 'mooie' avond schoot dat ding zonder enige aanleiding ineens van de verwarming af. Met het ondertussen gekende en gelijkaardige resultaat...
Toen de oppervlakte van de vloeren er overal weer min of meer droog uit zag verdwenen de heren. Bompa Fons heb ik vandaag nog eens extra kunnen bedanken, maar die andere behulpzame medemens... niet eens zijn naam ken ik, noch waar hij exact woont in het gebouw. Om hem nog eens hartelijk 'dank je wel' te kunnen zeggen zal ik moeten wachten tot we elkaar nog eens in de hal tegenkomen, vrees ik.
Het kostte me nog uren, tot laat in de nacht, om alle -écht álle- huisraad en het voedsel uit de keukenkastjes en de kastjes zelf droog te krijgen. Alles uit papier of karton, of verpakt in, kon regelrecht de vuilbak in. Er liep zelfs water uit de koelkast, de microgolf en de Senseo. Bij 't per ongeluk schuin hangen van m'n pasteltekeningen achter glas liep er ook uit die kaders een straaltje vocht. De helft van het poezenspeelgoed en de woonkamer-krabpalen raakten stevig doorweekt. En de poezen zelf kwamen pas diep in de nacht weer 'boven water', een beetje op hun hoede, maar gelukkig helemaal droog en ongedeerd.
Nog eens drie wasmachineladingen met uitsluitend vodden, dweilen, zwabbers, moppen en handdoeken later kon ik, zowel lichamelijk als emotioneel steendoodstikkapot, neerploffen in m'n bed dat goddank van alle waterellende gespaard bleef. Van slapen kwam echter niet veel. Daarvoor deed alles in m'n lijf veel te veel pijn. Die povere nek en rug van mij kunnen onder 'normale' omstandigheden dit soort 'klusjes' totaal niet aan, daar mag ik de komende tijd zwaar voor boeten dus. God mag weten waarvan ik die grote diep-paarse bloeduitstortingen op m'n armen opliep. M'n benen, vooral m'n knieën, zijn als één grote pijnlijk gekneusde blauwe plek. En eerlijk gezegd moet ik toch ook wat bekomen van die verschrikkelijke paniek, en van m'n nogal 'straffe' taal, het gevloek en getier, tijdens heel het voorval. Volgens mij heb ik dat nooit eerder in m'n leven voor gehad, toch niet in dat soort grootte...
Al bij al valt de schade wreed goed mee, voorlopig toch, en vermoedelijk vooral door het bijzonder snelle ingrijpen. De verzekeringsmaatschappij is al op de hoogte, hoor, maar de kans is groot dat zij niet eens moeten tussenkomen. Laat ons hopen, hé. Duimen maar... Mijn laminaatvloer ziet er op dit moment op slechts drie redelijk verborgen plaatsen een beetje geschonden uit en de keuken reageert voorlopig zelfs helemaal niet op die overdosis nattigheid. 't Is nog even afwachten hoe en of de tapijten nog netjes opdrogen, maar als dat alles is, valt het wel mee. Toch?! Ook de poezen crossen alweer rond alsof er nooit iets aan de hand geweest is. Je zou eigenlijk zelfs kunnen stellen dat mijn lenteschoonmaak van dit jaar al helemaal klaar is, in fast forward stijl, én met onverwachte hulp!... En de dorst van de planten op het terras, die werd vandaag, nadat ik zeer resoluut de armatuur van het kraantje nog eens extra vastschroefde met een stevige draai van m'n Engelse sleutel, ook gelest. Juist de kelder van de concièrge, die zich pal onder mijn keuken bevind, heeft ook een tikje blank gestaan, maar gelukkig zonder problemen voor de daar opgeborgen spullen.
In nood kent men zijn vrienden zegt men. En als de nood het hoogst is, is de redding nabij. En dat kracht voortkomt, niet uit fysiek vermogen, maar uit onverzettelijke wil is in dit geval zeker en vast op mij van toepassing. Zoals het meteen ook nog maar eens bewezen is dat mijn onsterfelijk gevoel voor humor ten allen tijde steeds weer komt bovendrijven. Maar onthoudt vooral heel erg goed dat je echt wel moet opletten wat je wenst, want voor je het weet... Geloof me, veel vochtiger moet het hier écht niet meer worden! 😉
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label wensen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wensen. Alle posts tonen
woensdag 7 maart 2018
zaterdag 30 december 2017
Vrede op aarde aan alle mensen van goede wil!
Vrede op aarde aan alle mensen van goede wil... Een zinnetje dat je in zowat elk kerstlied, zeker als het enigszins religieus is, wel terug vindt. En dus mocht ik dat de afgelopen weken weer overvloedig de wereld in zingen. Uiteraard, ge kent mij, altijd met bijzonder veel overtuiging. En met ook nog steeds die bijna kinderlijke hoop dat als ik het maar lang genoeg, luid genoeg en met heel m'n hart en ziel laat horen, het misschien ook nog eens waarheid wordt, de realiteit...
'And in despair I bowed my head, there is no peace on earth I said...' zong ik dit jaar ook vele malen in het wondermooie 'I heard the Bells of Christmas Day'. Vertaald betekent dat zo ongeveer: 'En in wanhoop boog ik mijn hoofd, er is geen vrede op aarde, zei ik' en dat kwam, misschien wat uitvergroot door die depressie in mij, steeds uit m'n mond met een bijna tastbare vertwijfeling en radeloosheid. Want geef toe: nu, meer dan 2000 jaar later, is de mensheid precies nog geen sikkepit wijzer en vredelievender. Meer dan twintig eeuwen lang is deze wonderbaarlijke planeet vol schoonheid en leven het strijdtoneel van de meest wreedaardige oorlogen. Ten allen tijde staat onze blauwe bol wel ergens in lichterlaaie, en o zo vaak zitten daar religieuze overtuigingen achter. En noem me gerust naïef, ik geloof nooit dat die Jesus -of wat mij betreft gelijk welk kind dat ooit op deze aardbol geboren werd- het zonder meer oké zou gevonden hebben dat er in zijn naam zovele wreedheden begaan zijn. Ook niet in déze tijden. Zijn blijde boodschap, en meteen ook die van zowat elk kind en elke religie, is er één van vrede en liefde, van respect en dankbaarheid... En dat vraagt natuurlijk een beetje goeie wil, hé, van iedereen.
Door de razendsnelle communicatiemogelijkheden van deze tijd overspoelt een eindeloze aaneenschakeling van moord en doodslag ons de hele dag, zoveel dat we er eigenlijk verdoofd door zijn. Het klopt ja, dat het ook absoluut niet te vatten is met een simpel menselijk brein, die eeuwigdurende overdosis geweld, en ik ben de eerste om nederig toe te geven dat ik er zo vaak m'n ogen voor sluit, wat lijdzaam beseffend dat ook ik een oplossing niet even snel uit m'n mouw schud...
Aan het begin van deze laatste maand van het jaar, meer bepaald op zaterdag 9 december, luisterde ik in een boordevolle doch bitter koude kerk in Rupelmonde samen met organist Peter Maus de herdenkingsplechtigheid voor Leon Rooman op. En nee, da's geen bekend of beroemd persoon, hoor, u hebt niet ergens iets gemist. Deze voorvader van een goede vriend van mij, was een hele gewone mens, net zoals u en ik, maar... met de dikke pech dat hij een eeuw geleden als late twintiger de juiste leeftijd had om als soldaat te 'mogen' gaan vechten op het slagveld aan de Ijzer... En vervolgens aldaar ook 'roemvol' -volgens het bidprentje alleszins toch- te 'mogen' sneuvelen op 9 december 1917, dus bij de herdenking dag op dag exáct 100 jaar geleden.
Flori Rooman stond er in zijn toespraak ook bij stil dat we tijdens die voorbije eeuw als mensdom weinig geëvolueerd zijn, toch wat betreft de wereldvrede.
Een kind dat geboren wordt tussen verschoppelingen in een stal, onderweg naar wie weet waar, en vluchtend voor moordzuchtige machtswellustelingen. Is dat slechts een verhaal uit het begin van onze jaartelling? Het zijn net zo goed de hartverscheurende lotgevallen van de miljoenen vluchtelingen heden ten dage...
O ja zeker, technologisch zijn we er inderdaad geweldig op vooruit gegaan: nu hoef je de 'vijand' niet eens meer recht in z'n ogen te kijken, je kan hem, zonder hem ooit te hebben gekend of gezien, van aan de andere kant van de wereld, met afstandsbediening, een kopke kleiner maken, mocht je dat wensen... Maar om de wereldvrede te bevorderen, tja, daar hebben ze nog steeds niet veel voor uitgevonden, vrees ik.
'To you from failing hands we throw the torch; be yours to hold it high. If ye break faith with us who die, we shall not sleep, though poppies grow in Flanders fields' zong ik, schitterend door Peter begeleid op een ontzettend prachtig orgel, met net geen tranen van ontroering en een opkomende krop in de keel aan het eind van de ceremonie. 'Vanuit onze falende handen geven wij u de toorts door; het is aan u om ze hoog te dragen. En doet gij dit niet, dan zullen wij geen rust kennen, al groeien er nu klaprozen in de velden van Vlaanderen' vertaal ik vrij. Een strijdvaardige boodschap, een vraag naar 'niet opgeven', maar of dat dan een voortzetting van oorlog-conflict-meningsverschil-vijandelijkheden of van vrede-stilte-sereniteit-harmonie inhoudt, dat blijft open voor interpretatie...
Ik, ik kies voor het laatste. En 'k tracht daar elke dag weer op m'n eigen manier stilletjes aan te bouwen, met vele hele kleine, maar vooral oprecht vriendelijke en zachtmoedige daden. Niks opzienbarends dus, tenminste... voor een mens van goede wil.
'Dat er geen vrede op aarde is' mag ik dan wel in 'despair' opnieuw en opnieuw te beste gegeven hebben in The Bells of Christmas Day, het antwoord komt er in hetzelfde lied ook meteen achteraan: 'Then rang the bells more loud and deep:
God is not dead, nor does he sleep, The wrong shall fail, the right prevail With peace on earth, good will to men!', of vertaald: 'Toen beierden de bellen nog luider en dieper: God is niet dood, noch slaapt hij. Het kwaad zal falen, het recht zal zegevieren, met vrede op aarde, en welwillendheid onder de mensen'. En al twijfel ik er sterk aan of er werkelijk één of andere god met een oplossing zal komen -ik hou er alleszins mijn adem niet voor in-, dit stuk van het lied zing ik altijd met zo mogelijk nóg meer overtuiging! Want ondanks 100 jaar oorlog of 2000 jaar oorlog heeft de wens voor en het streven naar vrede ook al die tijd overleefd, net zoals de zovele vaak ongeziene gestes van zovele hele gewone mensen van goede wil.
Dus terwijl ik vrolijk, ongegeneerd en luidkeels verder kerstliedjes met veel peis en vree op aard de wereld in schal wens ik u van harte vrede toe en goeie wil. Zowel voor jou als voor mij: vrede in je hart, vrede om je heen, vrede voor jezelf en vrede voor je naaste, en dat je als mens van goede wil alle dagen van het nieuwe jaar omringt mag zijn door uitsluitend andere mensen van goede wil! Fijne kerstdagen en beste wensen voor 2018! Xxx
En dan nu uit volle borst allemaal samen: ♪♫♪ Vree-ee-deu, vree-ee-deu, vreed'op aard' aan aa-aa-lleu-eu mensen die van goe-oe-deu wille zijn!... ♪♫♪
'And in despair I bowed my head, there is no peace on earth I said...' zong ik dit jaar ook vele malen in het wondermooie 'I heard the Bells of Christmas Day'. Vertaald betekent dat zo ongeveer: 'En in wanhoop boog ik mijn hoofd, er is geen vrede op aarde, zei ik' en dat kwam, misschien wat uitvergroot door die depressie in mij, steeds uit m'n mond met een bijna tastbare vertwijfeling en radeloosheid. Want geef toe: nu, meer dan 2000 jaar later, is de mensheid precies nog geen sikkepit wijzer en vredelievender. Meer dan twintig eeuwen lang is deze wonderbaarlijke planeet vol schoonheid en leven het strijdtoneel van de meest wreedaardige oorlogen. Ten allen tijde staat onze blauwe bol wel ergens in lichterlaaie, en o zo vaak zitten daar religieuze overtuigingen achter. En noem me gerust naïef, ik geloof nooit dat die Jesus -of wat mij betreft gelijk welk kind dat ooit op deze aardbol geboren werd- het zonder meer oké zou gevonden hebben dat er in zijn naam zovele wreedheden begaan zijn. Ook niet in déze tijden. Zijn blijde boodschap, en meteen ook die van zowat elk kind en elke religie, is er één van vrede en liefde, van respect en dankbaarheid... En dat vraagt natuurlijk een beetje goeie wil, hé, van iedereen.
Door de razendsnelle communicatiemogelijkheden van deze tijd overspoelt een eindeloze aaneenschakeling van moord en doodslag ons de hele dag, zoveel dat we er eigenlijk verdoofd door zijn. Het klopt ja, dat het ook absoluut niet te vatten is met een simpel menselijk brein, die eeuwigdurende overdosis geweld, en ik ben de eerste om nederig toe te geven dat ik er zo vaak m'n ogen voor sluit, wat lijdzaam beseffend dat ook ik een oplossing niet even snel uit m'n mouw schud...
Aan het begin van deze laatste maand van het jaar, meer bepaald op zaterdag 9 december, luisterde ik in een boordevolle doch bitter koude kerk in Rupelmonde samen met organist Peter Maus de herdenkingsplechtigheid voor Leon Rooman op. En nee, da's geen bekend of beroemd persoon, hoor, u hebt niet ergens iets gemist. Deze voorvader van een goede vriend van mij, was een hele gewone mens, net zoals u en ik, maar... met de dikke pech dat hij een eeuw geleden als late twintiger de juiste leeftijd had om als soldaat te 'mogen' gaan vechten op het slagveld aan de Ijzer... En vervolgens aldaar ook 'roemvol' -volgens het bidprentje alleszins toch- te 'mogen' sneuvelen op 9 december 1917, dus bij de herdenking dag op dag exáct 100 jaar geleden.
Flori Rooman stond er in zijn toespraak ook bij stil dat we tijdens die voorbije eeuw als mensdom weinig geëvolueerd zijn, toch wat betreft de wereldvrede.
Een kind dat geboren wordt tussen verschoppelingen in een stal, onderweg naar wie weet waar, en vluchtend voor moordzuchtige machtswellustelingen. Is dat slechts een verhaal uit het begin van onze jaartelling? Het zijn net zo goed de hartverscheurende lotgevallen van de miljoenen vluchtelingen heden ten dage...
O ja zeker, technologisch zijn we er inderdaad geweldig op vooruit gegaan: nu hoef je de 'vijand' niet eens meer recht in z'n ogen te kijken, je kan hem, zonder hem ooit te hebben gekend of gezien, van aan de andere kant van de wereld, met afstandsbediening, een kopke kleiner maken, mocht je dat wensen... Maar om de wereldvrede te bevorderen, tja, daar hebben ze nog steeds niet veel voor uitgevonden, vrees ik.
'To you from failing hands we throw the torch; be yours to hold it high. If ye break faith with us who die, we shall not sleep, though poppies grow in Flanders fields' zong ik, schitterend door Peter begeleid op een ontzettend prachtig orgel, met net geen tranen van ontroering en een opkomende krop in de keel aan het eind van de ceremonie. 'Vanuit onze falende handen geven wij u de toorts door; het is aan u om ze hoog te dragen. En doet gij dit niet, dan zullen wij geen rust kennen, al groeien er nu klaprozen in de velden van Vlaanderen' vertaal ik vrij. Een strijdvaardige boodschap, een vraag naar 'niet opgeven', maar of dat dan een voortzetting van oorlog-conflict-meningsverschil-vijandelijkheden of van vrede-stilte-sereniteit-harmonie inhoudt, dat blijft open voor interpretatie...
Ik, ik kies voor het laatste. En 'k tracht daar elke dag weer op m'n eigen manier stilletjes aan te bouwen, met vele hele kleine, maar vooral oprecht vriendelijke en zachtmoedige daden. Niks opzienbarends dus, tenminste... voor een mens van goede wil.
'Dat er geen vrede op aarde is' mag ik dan wel in 'despair' opnieuw en opnieuw te beste gegeven hebben in The Bells of Christmas Day, het antwoord komt er in hetzelfde lied ook meteen achteraan: 'Then rang the bells more loud and deep:
God is not dead, nor does he sleep, The wrong shall fail, the right prevail With peace on earth, good will to men!', of vertaald: 'Toen beierden de bellen nog luider en dieper: God is niet dood, noch slaapt hij. Het kwaad zal falen, het recht zal zegevieren, met vrede op aarde, en welwillendheid onder de mensen'. En al twijfel ik er sterk aan of er werkelijk één of andere god met een oplossing zal komen -ik hou er alleszins mijn adem niet voor in-, dit stuk van het lied zing ik altijd met zo mogelijk nóg meer overtuiging! Want ondanks 100 jaar oorlog of 2000 jaar oorlog heeft de wens voor en het streven naar vrede ook al die tijd overleefd, net zoals de zovele vaak ongeziene gestes van zovele hele gewone mensen van goede wil.
Dus terwijl ik vrolijk, ongegeneerd en luidkeels verder kerstliedjes met veel peis en vree op aard de wereld in schal wens ik u van harte vrede toe en goeie wil. Zowel voor jou als voor mij: vrede in je hart, vrede om je heen, vrede voor jezelf en vrede voor je naaste, en dat je als mens van goede wil alle dagen van het nieuwe jaar omringt mag zijn door uitsluitend andere mensen van goede wil! Fijne kerstdagen en beste wensen voor 2018! Xxx
En dan nu uit volle borst allemaal samen: ♪♫♪ Vree-ee-deu, vree-ee-deu, vreed'op aard' aan aa-aa-lleu-eu mensen die van goe-oe-deu wille zijn!... ♪♫♪
zaterdag 31 december 2016
Verlichte stad.
Begin december, vroeg op die maandagochtend, blokkeerden ze zowat de hele Nationalestraat: de mannen van 't stad die de feestlichtjes omhoog hingen. Rode gestrikte pakjes met groene guirlandes er naast. Toen m'n werkuren voor die dag er op zaten was het fraaie eindresultaat uitstekend zichtbaar, zo fonkelend afstekend tegen de toenemende duisternis van de vroeg vallende avond. En vanaf dat moment werd elke dag een ontdekkingstocht naar meer van dat soort vrolijk moois. Na 't sluiten van m'n receptie nam ik zigzaggende omwegen richting metro huiswaarts, soms zelfs hele stadswandelingen, door de vele straten en steegjes, om me vol verrukking tegoed te doen aan die feestelijk overdaad van al die miljoenen, misschien wel miljarden lampjes. Er hangt zo ont-zet-tend veel dat je niet eens meer weet waar eerst te kijken!
Heel even sloop, uiteraard, je kent me ondertussen zo wel een beetje, de bezorgdheid over de belasting op het milieu, de lichtvervuiling en de kostprijs van al die elektriciteit door m'n hoofd, maar soms moet je, een beetje tegen beter weten in, al dat 'verantwoordelijk zijn' en 'zorg dragen voor' eventjes loslaten en je voluit over geven aan genieten...
De afgelopen 8 jaar werkte ik buiten de stad, en natuurlijk hangen ook daar links en rechts lichtjes, aan het ene huis al wat meer dan aan het andere, maar bij die onmetelijke hoeveelheid in alle vormen en kleuren, zo kwistig -ik wou bijna zelfs 'verkwistend' zeggen- over het centrum gestrooid, dat valt met niets te vergelijken. En het feit dat ik vanwege m'n job verplicht elke dag weer het hartje van de stad en al z'n winkelstraten moest doorkruisen -wat normaal gezien zo ongeveer het laatste is wat je me zal zien doen op en rond feestdagen- maakte mijn bijna kinderlijk geluk en verwondering alleen maar groter: alsof ik dit nog nooit gezien had! Goh, misschien is dat ook wel zo...
Vruchteloos trachtte ik al die prachtige straat- en pleinzichten in de schemering op foto vast te leggen. Geen enkel plaatje, als het al enigszins ergens naar leek en scherp was, gaf de echte magie van de in licht gehulde stad weer. Je kan nu eenmaal niet fotograferen hoe iets zo fijn voor je voelt dat je van puur geluk alleen nog maar kan glimlachen... Dat zit veilig vanbinnen in je hart, hé.
Zoals de warme herinneringen die, al slenterend door de straatjes, weer naar boven kwamen: va en moe, die met mij een uitgebreide toer met de auto reden, gewoon, zonder echte reden en nergens heen, alleen maar om overal naar de lichtjes te gaan kijken. Soms vol heerlijke be- en verwondering, soms met buikpijn van het lachen om zoveel malligheid, soms gezellig gruwelend bij zulk onmogelijk geacht lelijks, soms met onze ogen alvast leuke ideetjes stelend voor ons eigen huis 't volgend jaar. Een auto vol oooooh's en aaaaaah's. Een auto met drie blije mensen met feestelijke twinkellichtjes in hun ogen...
Vannacht is de lucht ook weer vol van vuurwerk. Nog zo iets waarin ik me vroeger, met open mond, als in extase naar die sprankelende kleurenexplosies en vooral dat spetterend zilver en goud tegen het fluwelen hemelzwart starend, in alle gelukzaligheid kon verliezen. Nu ben ik daar wat bang van. Er wordt zoveel ongecontroleerd en verschrikkelijk onvoorzichtig afgestoken, en ook nog eens absoluut o-ver-al, vaak op de meest foute plaatsen. De hele buurt knalt hier al dagenlang. En het benauwende er aan is vooral dat je helemaal niet meer met zekerheid weet of elke explosie die je hoort inderdaad ook vuurwerk is. Lees het maar even na in de krant: een bom in de brievenbus als overval-wapen bij de bakker, en ontploffende auto's na opzettelijke brandstichting. Hier in mijn buurt, vlakbij waar ik woon. Rare tijden, als je 't mij vraagt...
Ach, ik wijk af van de fantastische verwondering om al dat feeërieke, meer dan magisch licht waarmee de stad zich tooit in deze laatste dagen van het jaar.
Angst belet 't genieten, dus laat dat onschuldige kind diep in jezelf maar overheersen en dompel je, zo zorgeloos als mogelijk, zalig onder in het knallende feestgedruis van de overdadig verlichte stad.
Sta me eerst nog wel even toe u hierbij vooral géén spetterend of knallend nieuw jaar toe te wensen. Nee, daar hebben we dit afgelopen jaar en deze voorbije week al meer dan genoeg van gehad... Veel liever zie ik elke nieuwe dag van 2017 de vurige warmte van vriendschap, liefde en genegenheid branden in uw hart, met daar bovenop die immer als sterretjes twinkelende lichtjes van deugd -en wie weet ook van wat onschuldige ondeugd- in uw ogen! En geniet ondertussen alvast van een veilig oud-jaar-einde en een vredevol nieuw-jaar-begin. ;-) Xxx
Heel even sloop, uiteraard, je kent me ondertussen zo wel een beetje, de bezorgdheid over de belasting op het milieu, de lichtvervuiling en de kostprijs van al die elektriciteit door m'n hoofd, maar soms moet je, een beetje tegen beter weten in, al dat 'verantwoordelijk zijn' en 'zorg dragen voor' eventjes loslaten en je voluit over geven aan genieten...
De afgelopen 8 jaar werkte ik buiten de stad, en natuurlijk hangen ook daar links en rechts lichtjes, aan het ene huis al wat meer dan aan het andere, maar bij die onmetelijke hoeveelheid in alle vormen en kleuren, zo kwistig -ik wou bijna zelfs 'verkwistend' zeggen- over het centrum gestrooid, dat valt met niets te vergelijken. En het feit dat ik vanwege m'n job verplicht elke dag weer het hartje van de stad en al z'n winkelstraten moest doorkruisen -wat normaal gezien zo ongeveer het laatste is wat je me zal zien doen op en rond feestdagen- maakte mijn bijna kinderlijk geluk en verwondering alleen maar groter: alsof ik dit nog nooit gezien had! Goh, misschien is dat ook wel zo...
Vruchteloos trachtte ik al die prachtige straat- en pleinzichten in de schemering op foto vast te leggen. Geen enkel plaatje, als het al enigszins ergens naar leek en scherp was, gaf de echte magie van de in licht gehulde stad weer. Je kan nu eenmaal niet fotograferen hoe iets zo fijn voor je voelt dat je van puur geluk alleen nog maar kan glimlachen... Dat zit veilig vanbinnen in je hart, hé.
Zoals de warme herinneringen die, al slenterend door de straatjes, weer naar boven kwamen: va en moe, die met mij een uitgebreide toer met de auto reden, gewoon, zonder echte reden en nergens heen, alleen maar om overal naar de lichtjes te gaan kijken. Soms vol heerlijke be- en verwondering, soms met buikpijn van het lachen om zoveel malligheid, soms gezellig gruwelend bij zulk onmogelijk geacht lelijks, soms met onze ogen alvast leuke ideetjes stelend voor ons eigen huis 't volgend jaar. Een auto vol oooooh's en aaaaaah's. Een auto met drie blije mensen met feestelijke twinkellichtjes in hun ogen...
Vannacht is de lucht ook weer vol van vuurwerk. Nog zo iets waarin ik me vroeger, met open mond, als in extase naar die sprankelende kleurenexplosies en vooral dat spetterend zilver en goud tegen het fluwelen hemelzwart starend, in alle gelukzaligheid kon verliezen. Nu ben ik daar wat bang van. Er wordt zoveel ongecontroleerd en verschrikkelijk onvoorzichtig afgestoken, en ook nog eens absoluut o-ver-al, vaak op de meest foute plaatsen. De hele buurt knalt hier al dagenlang. En het benauwende er aan is vooral dat je helemaal niet meer met zekerheid weet of elke explosie die je hoort inderdaad ook vuurwerk is. Lees het maar even na in de krant: een bom in de brievenbus als overval-wapen bij de bakker, en ontploffende auto's na opzettelijke brandstichting. Hier in mijn buurt, vlakbij waar ik woon. Rare tijden, als je 't mij vraagt...
Ach, ik wijk af van de fantastische verwondering om al dat feeërieke, meer dan magisch licht waarmee de stad zich tooit in deze laatste dagen van het jaar.
Angst belet 't genieten, dus laat dat onschuldige kind diep in jezelf maar overheersen en dompel je, zo zorgeloos als mogelijk, zalig onder in het knallende feestgedruis van de overdadig verlichte stad.
Sta me eerst nog wel even toe u hierbij vooral géén spetterend of knallend nieuw jaar toe te wensen. Nee, daar hebben we dit afgelopen jaar en deze voorbije week al meer dan genoeg van gehad... Veel liever zie ik elke nieuwe dag van 2017 de vurige warmte van vriendschap, liefde en genegenheid branden in uw hart, met daar bovenop die immer als sterretjes twinkelende lichtjes van deugd -en wie weet ook van wat onschuldige ondeugd- in uw ogen! En geniet ondertussen alvast van een veilig oud-jaar-einde en een vredevol nieuw-jaar-begin. ;-) Xxx
maandag 26 december 2016
Abonneren op:
Posts (Atom)




