Posts tonen met het label planten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label planten. Alle posts tonen

vrijdag 12 maart 2021

Requiem voor een bloemenwinkel.

Hoelang kwam ik daar eigenlijk al over de vloer? 10 jaar? 15 jaar? 'k Zou het zo direct echt niet met zekerheid kunnen zeggen. Ik kan me alleszins de tijd dat ik er nog niet langs ging niet meer herinneren. Dat moet ik bij gelegenheid toch een keertje aan Nanette vragen. Als ik haar nog eens per ongeluk tegenkom op straat bijvoorbeeld, zoals een paar weken geleden. Toen hoorde ik tijdens mijn dagelijks toerke plots iemand mijn naam roepen, en daar zat ze, Nanette dus, in het gezelschap van een vriendin, tot mijn verbazing midden op de dag van het mooie weer te genieten. "Hey!", reageerde ik verrast, doch zoals altijd blij haar te zien, "Heb je vakantie? Of is de winkel even dicht?" De impact van haar antwoord drong eigenlijk pas vele dagen later écht bij me door: "O, wist je dat niet", zei ze alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, "de winkel bestaat niet meer."
Vorige lente nam ik me, als pure 'die hard' bloemen- en plantenverslaafde, nog voor eens een verhaaltje te schrijven over al mijn favoriete bloemenwinkels. Aangezien ik af en toe stevig kan doordrammen over m'n terras en m'n plantjes en alles eromheen, leek me dat toch wel eens aan de orde. Maar je weet misschien wel hoe dat gaat: er komen meer dringend te vertellen gebeurtenissen tussen, ik heb weer eens zo'n periode waarin schrijven plots iets onmogelijks schijnt, of 't gewone dagelijkse leven neemt simpelweg teveel tijd in beslag en... voor je 't weet is de lente voorbij en is heel die vertelling zoveel als vijgen na Pasen. Dat verhaaltje bleef dus liggen. "Och, dan schrijf ik dat volgende lente wel", stelde ik mezelf gerust, "er komt altijd weer een lente!"... En die lente staat nu inderdaad duidelijk vlak om de hoek klaar. Maar... 't wordt een lente waarin ik het zal moeten stellen zonder de bloemen en plantjes uit de kleine winkel van mijn bloemenvriendinneke Nanette. "Een zoveelste slachtoffer van de coronacrisis?", vraag je je misschien af. Goh, dat heeft meegespeeld, ja zeker, maar dat was maar één deeltje in een wat eigenaardige en onaangename soap van overnames, bizarre afspraken en -'t valt niet anders te zeggen- ronduit slechte en oneerlijke mensen.
Eigenlijk doet dat er allemaal niet toe. Feit is dat deze geliefde bloemenwinkel van mij opgehouden is met bestaan. En dat doet me echt intens veel verdriet. "Allé, Kristina", zult ge nu misschien zeggen, "er zijn het afgelopen jaar zo verschrikkelijk veel handelszaken over kop gegaan, dat valt ondertussen niet eens meer te tellen! Wat zit gij dan te jammeren over zo één klein bloemenwinkeltje!?..." Als ge 't in 't grote geheel ziet, is het inderdaad maar één druppelke water in de eindeloze zee. En er zijn, zeker weten, duizendmaal schrijnendere dingen te vinden en te verhalen. Dat klopt volledig. Maar dat neemt niet weg dat dit kleine winkeltje een hele grote plek in mijn hart innam. Er zijn nog wel een paar andere flora verkopende zaken waar ik absoluut dol op ben (en die er, gelukkig maar, nog steeds zijn...), maar het winkeltje van Nanette paste ongelofelijk perfect bij mijn plantenverslaafde-maar-met-minuscuul-budget persoontje. Ik zal het je uitleggen.
Meer dan in andere bloemenwinkels was het systeem bij Nanette 'what you see, is what you get'. Geen keuze uit honderden soorten bloemen en planten, geen 'op bestelling' kleuren of soorten. Nee, simpel: wat er die week ingekocht werd, dat was er te koop. Niet meer, niet minder. 
Om je maar even een voorbeeld te geven: geen tien kleuren geraniums, maar een paar bakken met slechts één soort in één kleur. Klaar. Geen losse bloemen in veertig soorten en zestig tinten, maar pakjes met naargelang vijf, tien of twintig stuks, in een tiental soorten en natuurlijk eenvoudigweg in één kleur. Maar, daardoor kon het wel steeds voor een bijzónder goede prijs aan de man -of aan de vrouw natuurlijk- gebracht! En dat, dat had ik uiteraard meteen heel goed begrepen! 't Zal wel zijn zekers!... ;-)
Het werd een gewoonte, iets zo vanzelfsprekend als ademen (allé, voor mij dan toch), om, als je wat nodig had, zowel voor een bloemetje als voor een plantje, altijd éérst even te kijken wat Nanette in de winkel had. Als je bij haar iets passends kon vinden, dan was je gegarandeerd goedkoper uit dan elders. En je kon erop rekenen dat je prima kwaliteit kocht. "Zoiets weet een 'deskundige' gelijk gij natuurlijk", zult ge nu onmiddellijk opperen, "maar hoe weet een doorsnee mens dat?" Heel simpel: pakjes bloemen die niet echt meer super vers waren, van vorige week bijvoorbeeld, stonden in de winkel van Nanette apart in een hoekje en konden voor een extra laag bedrag meegenomen worden. En als ze ook daar niet echt meer thuishoorden, die bloemen, dan deelde Nanette ze gewoon uit, meestal aan mensen die er nog wel wat mee konden. Mensen zoals ik dus. Hoe vaak ging ik niet naar huis met nog wat restjes, waarvan ik dan de steeltjes kort knipte om er, eens ze geschikt in kleine vaasjes op de tafel of m'n bureautje stonden, nog een paar dagen intens van te genieten. Heerlijk vond ik dat. Ik voelde me dan steeds ontzettend verwend!...
Met plantjes ging het in het winkeltje net hetzelfde: als ze wat begonnen tanen, of ze waren nog wel levend en gezond, maar bijvoorbeeld uitgebloeid, dan werden ze stevig afgeprijsd, om op die manier alsnog hun weg te vinden naar één of andere tuin. Of een terras, zoals het mijne. Zeker daarom alleen al kon ik het niet laten om, telkens ik daar ergens in de buurt moest zijn, even langs te lopen. Om voor een euro of twee toch nog maar weer eens een hele zak zieltogende flora te 'redden'. (Ja, 'k weet het: ik ben verslaafd...hihi) 
Elke lente en zomer opnieuw, als ik links of rechts plots maar weer eens, met dank aan vraatlustige insecten, ziekte of zonnebrand, met een 'gat' zat ergens in m'n overvolle groenvoorziening -het zou geen énkel ander mens opgevallen zijn- kon ik er altijd op rekenen bij Nanette wel iets betaalbaars te vinden om die leegte te vullen. Vaak was ik voor minder dan één euro al gesteld. Dit jaar, na die fikse winterprik met vriestemperaturen van -30°, is er op mijn geliefde terras echt ontzettend veel gesneuveld. 'k Heb, in de zeven jaren dat ik hier nu woon, nooit eerder zóveel 'gaten' gehad. En die hoopte ik uiteraard heel erg budgetvriendelijk weer te kunnen opvullen...
Maar niet alleen voor de zeer prijselijke flora sprong ik geregeld bij Nanette binnen. Er is meer! Jaren geleden gaf ik geregeld redelijk wat geld uit aan bloemen en planten. M'n verslaving kende toen hoogdagen... hahaha ... Maar de laatste jaren, met een zoveel kleiner inkomen, werd dat, noodgedwongen, een heel pak minder. Op zich zeker niet slecht, want in plaats van gemakzuchtig met geld te smijten, werd dat stukje verslaafde in mij zoveel creatiever op 't vlak van bijvoorbeeld planten stekken en bloemen zaaien. Veeeeeel beter, als ge 't mij vraagt! Maar, daardoor kwam ik uiteraard minder voor de plantjes en de bloemetjes bij Nanette. Het laatste jaar, met meer dan ooit een platte portemonnee, liep ik, als ik in de buurt was, gewoon even binnen voor een gezellig vriendinnenbabbeltje! In een wereld waarin alle sociale contact op een uiterst laag pitje staat, is zoiets goud waard. Met of zonder bloemen. En dat zie ik mezelf in gelijk welke andere winkel nog niet zo snel doen...
Vorige week zaterdag deed ik boodschappen in dezelfde straat als waar het winkeltje van Nanette was. Met alle aankopen netjes in m'n fietstassen gestouwd, deed ik, gewoontegetrouw, een paar passen haar richting uit. Het bijzonder bruusk weerkeren van het besef dat 'ze er niet meer was', stopte me zodanig pardoes in m'n vaart dat een andere voetganger met een luide vloek achterop tegen m'n fiets knalde. Wat verweesd stond ik daar maar wat te staan, als aan de grond genageld, daar op de stoep, dik in de weg voor al die druk winkelende mensen om me heen, m'n fiets tegen me aangedrukt en op m'n lip bijtend om niet in tranen uit te barsten. Eerlijk gezegd schrok ik zelf nog van de hoeveelheid emoties van gemis en ja, zelfs van rouw... 't Zal nog serieus afkicken worden, denk ik, afkicken en gewoon worden aan een leven zonder.
Lieve Nanette, dank je wel voor zoveel jaren vol prachtige bloemen en planten, dank je wel voor zoveel kleine en grote geschenken, dank je wel voor al die gezellige babbels en dank je wel voor die vele vrolijke, absoluut bijzonder winkelmomentjes. Ik ga het allemaal ontzettend hard missen, en dat mag de hele wereld gerust weten! ♥️




 

zondag 14 juni 2020

Terrasterroristen.

Dag zeven van de bezetting. De felle aanvallen, gruwelijke raids, niets ontziende plunderingen en genadeloze bombardementen duren onverminderd voort. Ondanks hun onbetwistbare overmacht zette de vijand vandaag toch ook weer versterkingstroepen in. Vermoedelijk om de op termijn nodig te vervangen roekoekoekeloze kamikazepiloten af te lossen. De eenzame verdedigster van het kleine strookje land staat zo goed als machteloos, maar blijft desondanks koppig en met de moed der wanhoop verwoede pogingen doen om het kleine koninkrijkje en zijn streng pacifistische -en daardoor behoorlijk hulpeloze-, zeer honkvaste -diep geworteld in de grond van het vaderland-, uitermate flamboyante bewoners alsnog zoveel mogelijk te vrijwaren voor de destructie en het geweld, en het slachtofferaantal enigszins te beperken. Ook de regelmatig uitbrekende hevige gevechten in de rangen van de vijand zelf resulteren jammer genoeg hoofdzakelijk in nog meer gewonden bij de onschuldige omstaanders. Alle pogingen tot vredesonderhandelingen faalden nog voor ze begonnen. Zo stilaan zit er nog weinig anders op dan de eisen van de woeste belagers voor de volle 100% in te willigen, al was het maar om de vele slachtoffers en gekwetsten de tijd te gunnen weer wat te herstellen. Maar daarin ligt dan weer het risico dat de brute barbaren zich pas écht helemaal thuis gaan voelen en zich mogelijk ook nog razendsnel vermenigvuldigen... En het domme van heel deze oorlog is, dat indien die vernielzuchtige hooligans zich enigszins als beschaafde gasten zouden gedragen, ze minstens even welkom waren als alle andere, welopgevoede bezoekers. Maar zo slim zijn ze niet, en voor dat soort goede raad blijven ze pertinent potdoof. Ze vernietigen zowat alles op hun pad en protesteren dan met niet mis te verstane luide stem dat er niks meer overblijft en alles kapot is...
Oei, had u nu ook heel even het gevoel dat ik niet langer meer over de duiveninvasie op m'n terras aan 't schrijven was?... Dat was absoluut niet mijn bedoeling. Maar, toch wel bijzonder, hoe gelijkend ogenschijnlijk totaal verschillende situaties kunnen zijn!...
Bon, terug naar die terrasterroristen hier bij mij. Mocht ge nog niet helemaal mee zijn: een stel wilde -in de letterlijke en figuurlijke betekenis van het woord- houtduiven tracht met man en macht het voedsel, dat op diverse, wel uitgekozen en strategische plekken omhoog hangt voor de vele kleinere en zoveel beleefdere gevederde eters, te bereiken. En het doel heiligt de middelen! Daar moogt ge zeker van zijn! Ze landen, ondertussen met hun driftig vleugelgeflapper alvast links en rechts bloemen en bladeren kapotslaande, op de meest minuscule twijgjes, die onmogelijk hun gewicht kunnen dragen en uiteraard één voor één afbreken. Waarna de woesteling in kwestie natuurlijk breed klapwiekend omlaag dondert, onderweg uiteraard nog 't één en 't ander onherstelbaar kwetsend of verpletterend, om dan ongedeerd en schaamteloos z'n chaotische strooptocht verder te zetten op de tegels van 't terras of aan de wortels van de vele planten. Onbehouwen, plomp en stuntelig landen de vliegende ratten in de ondertussen behoorlijk bebloemde hangmanden -waar niks voor ze te halen valt maar 't is een prima uit- en aanvalsbasis blijkbaar- en laten er een spoor van vernieling na. Vaak tijdens hun onderling geruzie, 'voor de beste plaats' veronderstel ik, knallen ze tezamen keihard tegen het glas van m'n grote vensters, er een soort vettige kunstafdrukken van zichzelf op achterlatend. Bij zowat alle clematissen en passieflora's is ondertussen de top afgebroken, de meeste hibiscus- en rozenstruiken verloren wel een tak of twee, en vele frêle éénjarigen en onbeschermde zaailingen werden tot pulp gereduceerd. Zelfs een paar van de bijzonder kloeke, menshoge lelies kraakten onder het lompe gewicht van de gevleugelde razernij. De vensterbank in de keuken raakt stilaan overvol van de vele takjes, twijgjes en bloemen in vaasjes en glazen met water. Wie weet hou ik op die manier aan alle verwoesting nog een paar nieuwe stekken over. Hopelijk...

De twee katers, die gefrustreerd tegen de ramen en horren omhoogvliegen, laten hen koud. Mijn op het glas tikken of zwaaien met m'n armen, ze moeten er eens om lachen. Ook mijn persoonlijke en overduidelijke aanwezigheid op het terras schrikt hen niet af: ze verplaatsen zich een paar centimeter en konkelfoezen achter m'n rug en uit m'n gezichtsveld meteen ongestoord verder. 't Gebruik van de plantenspuit bleek al direct een maat voor niks. Een welgemikte loeiharde straal van de tuinslang joeg hen hooguit de dennenbomen in, waarna ze, even droog geschud, onmiddellijk weerkeerden om de plundering met evenveel enthousiasme verder te zetten. Eén keer schrokken ze zich te pletter, één keer maar, en bleven daarna een merkbaar langere tijd uit het zicht: toen een enorme zwarte kraai, geïnteresseerd in alle commotie, tussen hen in op het muurtje landde. Die mag wat mij betreft beslist vaker op visite komen, hoor! Wat zou die graag eten?...
Eten, ja, daar draait het dus om, hé. Die duivenbende éist voedsel. Veel voedsel. Heel veel voedsel, én goed bereikbaar én constant 24 uur op 24 aanwezig. Zoals dat hier voor de kleine vogels, zoals de vele mezensoorten, het hele jaar door het geval is dus. En er valt heus altijd ook wel wat te rapen -uiteraard, zo ben ik toch!- voor de grotere vogels uit de buurt, zoals de bezoekende spechten, Vlaamse gaaien en eksters. Maar die, die gedragen zich erg netjes aan tafel en laten bij het mee smullen tenminste de omgeving keurig heel. Zij eisen niets, maar pikken simpelweg genietend af en toe een zaadje mee met de rest. En dat is absoluut prima voor iedereen, ook voor mij en alle die gekoesterde plantaardige terrasbewoners.
Naast de verschrikkelijke ravage die de ongelikte vlerken veroorzaken, zie je ook overal, maar dan werkelijk ook overal, de gore droppings van hun eindeloze bombardementen: duivenstront in absoluut alle kleuren van de regenboog! Tegenwoordig doe ik, uit pure noodzaak, gewapend met een volledige rol keukenpapier, minstens één keer per dag een toerke over 't terras om in hoogst eigen persoon al hun excrementen stuk voor stuk op te rapen. Zucht. 
Geloof me, ik krijg ondertussen al de griezels als ik het typische geklepper van hun vleugels nog maar hóór... En er is weinig of niks aan te doen, aan heel die dagelijkse invasie, tenminste niet zolang ik weiger álle vogels van m'n terras te weren. Ik herstel waar mogelijk, bind op, verplant, span touwtjes, steek stokjes, verhang de nootjes- en zaadjesverdelers, en zal er, zo goed en kwaad als 't kan, en voor zolang het nog duurt, mee moeten leren leven, met dat behoorlijk ongewenst bezoek van die ongemanierde, baldadige terrasterroristen...
Eén ochtend afgelopen week vat m'n frustratie en lichte wanhoop eigenlijk allemaal uitmuntend samen. Een beetje verblind door de stralende ochtendzon slofte ik nog wat slaapdronken richting keuken om de enthousiaste en klaarwakkere poezen van hun ontbijt te voorzien. Ik hoorde bijzonder luid en verontrustend vleugels flappen en zag tegelijkertijd vanuit m'n ooghoek twee van die gevederde hooligans, vechtend met elkaar, pardoes middenin m'n aller-, allermooiste geraniums ploffen. Heel even onbeheerst woest rukte ik het grote schuifraam open, stormde in pyjama en op blote voeten naar buiten, en... trapte, daar midden op m'n mooie vlindermat, vol in een enorme zwarte zompige duivendrol. Geraniums naar de knoppen, onuitwisbare vlek op de mat, stront tussen m'n tenen. Er zijn betere manieren om je dag mee te beginnen...
Tot slot: aan heel deze strijd is toch nog één positief punt verbonden! Met al dat furieus heen en weer gesprint tussen de verschillende kamers en het terras, het niet aflatende energieke opspringen van stoelen, uit sofa's, en zelfs uit m'n bed, het constant wild molenwieken met armen en benen, en onophoudelijk pittig vendelzwaaien met keukenhanddoeken en m'n meestal wijduit flapperende kleurrijke jurken... Met dat alles kan ik u verzekeren da'k nog maar zélden, en nu al wel zeven dagen lang, zó sportief uit de hoek kwam... ;-)



dinsdag 2 juni 2020

Een onverwacht genoegen.

't Begon allemaal vannacht met een iets minder aangenaam gebeuren...
Om 1u30 werd ik gewekt door een 'uvo', vlak voor m'n terras. Nee, da's geen schrijffout, dat moet niet 'ufo' of unidentified flying object zijn. Zoiets heb ik hier voorlopig gelukkig nog niet gezien. Een 'uvo', zoals ik al schreef, da's een 'uitzonderlijk vallend object'! Een term speciaal door mij uitgevonden voor alles wat met regelmaat, vanop één van de bovenliggende verdiepingen hier in den blok op den Bosuil, tegen de stenen vlak voor mijn smalle buitenruimte klettert.
'k Was uiteraard meteen klaarwakker, maar hoe ik ook in het donker van de tuin tuurde: niks te zien. Vanochtend echter bleek één of andere onverlaat, die ergens boven mij moet wonen, het nodig te hebben gevonden om zo midden in de nacht aan 'sluikstorting vanop grote hoogte' te doen, en z'n in stukken liggende grauwwitte plastieken wasmand met een brede zwaai de bosjes hier beneden in te mikken. En dat was niet helemaal gelukt. Een groot stuk wegwerpwasmand knalde alsnog keihard tegen de kasseien voor mijn woonkamer.
Aan het gebabbel en gesleep met poetsgerief te horen, was onze conciërge duidelijk al druk aan de gang in de grote hal. Ideaal moment om haar even op die uvo te wijzen. Ze ontsloot meteen de glazen deur naar de tuin om de brokstukken op te gaan rapen, en ik liep even gezellig met haar mee, alsook de man waarmee ze stond te praten. Ja, 'k heb slechts zelden de kans om even in dat groen vlak voor m'n appartement te vertoeven, dus als ik m'n kans schoon zie... U snapt het wel.
En dat niet alleen, ik wou stiekem ook wel eens even bekijken hoe mijn overvolle terras er aan de buitenkant uit ziet. In eerste instantie uit bezorgdheid. Hangt er niet teveel over het muurtje? Ziet het er niet super slordig en ongeorganiseerd uit? Wat kunnen de overburen in 't andere gebouw eigenlijk waarnemen? Is er nog verbetering mogelijk? Bijvoorbeeld om de vogels zich nog meer thuis te doen voelen... Een beetje van dat soort bedenkingen dus.
Maar, geheel tot mijn eigen opperste verbazing -ja, echt, 'k stond helemaal perplex van!- en onverwacht genoegen, mocht ik ontdekken dat het terras zich werkelijk ontrolt als een heel lang en smal mini paradijsje, vol welig tierend fris groen en met nu reeds een brede waaier aan uitbundig gekleurde wuivende
 bloemen, terwijl de meeste planten nog niet eens met hun bloei gestart zijn! Het 'bloemrijkste' seizoen moet nog komen!... Ja, klopt, 't is absoluut een gek allegaartje, heel misschien zelfs wat rommelig en chaotisch te noemen. (Zou dat een afspiegeling van mijn persoontje kunnen zijn, ik, de 'georganiseerde chaos', doch ook met steeds behoorlijk 'kleurrijk' en prima resultaten? hihihi) Maakt niet uit. 't Is absoluut ook een soort uitgelaten ratatouille met een sprookjesachtig kantje te noemen. Hier zouden gerust kabouters of elfjes kunnen wonen. Zeker weten.
De man, die ook ergens in het gebouw woont, moest en zou meteen een paar foto's van zichzelf met dat prachtige bloementerras op de achtergrond. Geen probleem. In tegendeel zelfs! "Een schitterend idee!", vond ik en haalde onmiddellijk ook mijn eigen camera. Niet voor een kiekje van mezelf tussen die zalige floraovervloed. Nee, da's niet nodig. Portretjes genoeg. Wel om éindelijk eens -er wordt wel vaker achter gevraagd, geloof me!- wat 'deftig' en overzichtelijk beeldmateriaal te kunnen delen van dat ondertussen door al m'n schrijfsels redelijk bekende terras! Wel wat jammer dat de zon net op dat moment achter het tegenoverliggende gebouw verdween... Tja, je kan niet álles hebben, hé. hihihi
Dus, bij deze, zonder nog langer om de pot heen te draaien, laat ik jullie met enige trots en vooral veel plezier meegenieten van dat onverwachte genoegen dat me vanochtend ten deel viel! ♥️ 






































donderdag 16 april 2020

Hangende tuin.

Mijn goed voorziene terras telt tegen de honderd potten en bakken, allemaal boordevol hoofdzakelijk boeiende planten. Er kan eigenlijk écht niks meer bij, niet op het terras en niet in de potten. Afgezien van éénjarigen die de winter niet overleefden, of het occasionele slachtoffer van al te vraatzuchtige insecten, moet er eigenlijk dus ook nooit nog iets 'bijgekocht' worden... Maar dat blijft een moeilijk gegeven voor mij als 'planten- en bloemenverslaafde', hoor. Er is ook altijd zoveel moois in de tuincentra en winkels te koop, hé.
Dit jaar vreesde ik door de lockdown helemaal niet aan plantjes te geraken. Ja, eventueel online, 'k weet het, maar dan voor -naar mijn goesting toch- veel te veel geld vermoedelijk, dus gooide ik het eens over een andere boeg. Ik stekte alvast een paar geraniums en graslelies om tegen de zomer hier en daar een gaatje te kunnen vullen, en zwierde links en rechts met gulle hand nog wat overgebleven zaden van de voorbije jaren tussen het andere groen. Dat komt vermoedelijk allemaal dik in orde.
Nu heeft mijn terras niet alleen op de grond staande bloempotten en dergelijke. Uiteraard benutte ik onder het motto 'meer is meer' ook de ruimte in de hoogte! Voor elk groot raam hangt dus nog wat van het plafond naar beneden. In eerste instantie waren dat van die kleine plastieken witte hangpotten, maar dat vond ik er zo goedkoop uitzien, en die waren me vooral veel te klein. Er kon eigenlijk maar één plantje deftig in groeien. Trouwens, na verloop van tijd brak die plastiek zichzelf af, met een blok naar beneden donderend groen als gevolg, dat in z'n val nog schade berokkende aan de onderstaande planten. Dat kon beter, veel beter. Dus investeerde ik een paar jaar geleden in échte hangmanden. Zo van die typische metalen rond gebogen roosters met daarin een kokosmat, en een ophangsysteem van weerbestendige en roestvrije metalen schakels. Buurman Serge boorde met plezier en met z'n betonboor een paar keurige gaten in het plafond waarin een stel stevige keilbouten met oog vastgezet werden. Een mooi zware ketting eraan en voilà: vier keurige grote manden, voor mijn hangend stukje extra groenvoorziening.
Het eerst jaar zette ik er donkerrode en felroze afhangende geraniums in, gemengd met veelkleurige millionbells en dieproze verbena, en ter afwerking hier en daar nog het fijne groen en de stervormige gele bloemetjes van de bidens ertussen. M'n verwachtingen waren hoog,... maar het resultaat viel die zomer dik tegen. In plaats van volle afhangende bloemranken voor al m'n vensters moest ik het stellen met een beetje sprieterig uitlopende geraniums met slechts hier en daar een bloemetje. Al de rest had tot mij groot verdriet de geest gegeven, of door insecten, of door niet genoeg zon, of door te weinig water.
Tegen de 'schadelijke' insecten lever ik een soort immer voortdurende strijd. 't Is te zeggen: het evenwicht hier op het terras wordt elk jaar weer een stuk beter, dus er is hoop. Dat er niet genoeg zon is, daar is weinig aan te doen. Het terras is naar het oosten gericht, en de bomen in de tuin pikken ook nog een stevig deel van de zonnestralen in. Met ondertussen meer dan zes jaar ervaring hier weet ik nu wel heel goed wat er waar kan staan en zal groeien, en wat waar niet. En dat scheelt een pak natuurlijk.
Het gevecht met het watergeven van die hangende manden, da's nog een heel ander paar mouwen. Een beetje letterlijk zelfs! Als ik met m'n oude tuinslang, waarvan de sproeikop niet meer 100% aansluit, in de hoogte ga, dan stroomt het water uit de tuinslang via m'n mouwen tot onder m'n oksels en zo verder naar beneden richting broekspijpen. Op een hete zomerdag best grappig, eventueel aangenaam verfrissend zelfs, maar ik garandeer u dat ge dat bij min vijf écht liever niet voor hebt... De aarde in de hangmanden droogt ook zodanig snel uit, dat het water bij het gieten de grond absoluut niet in dringt, maar ogenblikkelijk als een koude modderstroom over de rand en bijgevolg dus over jou, heen loopt. Of je nu die tuinslang gebruikt of het heel voorzichtig met een gieter probeert, het resultaat is hetzelfde: weinig of geen vocht in de grond van de pot en een decolleté vol smurrie!

Elke keer een trapladdertje naar buiten om mand voor mand even van de haak te halen en op de grond van vocht te voorzien, da's ook nogal een gedoe. Zeker als je ten volle begrijpt hoe weinig 'beenruimte' er nog rest op het terras en bedenkt dat die hangende dingen in de zomer op een echt hete dag wel twee keer een klets water kunnen verdragen... Dus probeerde ik de afgelopen jaren echt van alles: hydrokorrels onderin, stukken oase, van die pipetten waarmee men kamerplanten water geeft... 't Was allemaal niet je dat. De manden bleven uitdrogen en het slijk bleef omlaag stromen.
Omdat ik dit jaar verwachtte zonder m'n vertrouwde plantenshopdag de zomer in te gaan, vatte ik het plan op om met zaden te werken. Zaden van verschillende soorten reukerwten en Oost-Indische kers, planten die normaal gezien met oneindig lange ranken omhoogklimmen of zich breed over de grond uitspreiden, maar dus volgens mij net zo goed zwierend in de wind omlaag kunnen hangen. Toch? Maar om die zaadjes te doen ontkiemen, is het wenselijk dat de potgrond natuurlijk wel voldoende vochtig is, en liefst continue blijft, zonder perioden van droogte. Het bewateringssysteem moest dus echt wel opnieuw ernstig herdacht worden.
En, het ziet er naar uit da'k de oplossing gevonden heb! Voorlopig gaat alleszins alles volledig naar wens: alle zaden zijn ontsproten en groeien als kool! Toegegeven, het zijn ook wel echte 'snelgroeiers', maar dat maakt het niet minder heerlijk om ze elke dag weer te zien veranderen.
Bij het hernieuwen van de aarde in de manden en het verplaatsen van de groene graslelies en wat zielige hanggeraniums die de winter overleefden, groef ik in elke mand een klein, netjes opgespaard, plastiek flesje van fruitsap in, met het dopje er nog op, maar ontdaan van z'n bodem en voorzien van een paar rijen met gaatjes. Het flesje steekt voldoende boven het grondoppervlak uit om voor mij, klein madammeke, nog net genoeg zichtbaar te zijn om het water er ín te kunnen mikken en niet ernaast. En over een tijdje zorgen de groter geworden planten er hopelijk voor dat dat stukje plastiek alleen nog voor mijn getraind oog zichtbaar is. De onderste rijen gaatjes bevochtigen de potgrond gelijkmatig in de verschillende lagen, en de bovenste rij, die net boven het oppervlakte zit, zorgt voor nattigheid helemaal bovenin de pot. En het werkt wonderwel! Ik kan er zelfs nog meststofkorrels bij in smijten, zodat die langzaam in het water oplossend meteen de wortels van de plantjes kunnen bereiken.
Ja, 'k weet dat het niet het zoveelste wereldwonder is, maar 'k ben toch oprecht blij met deze oplossing. Alvast geen stromen ijskoud water meer langs m'n mouw tot in m'n oksel en onderbroek, en geen slijk meer in m'n haar, tuingalochen en alles daartussen. Maar vooral: dit jaar opnieuw goede hoop dat de manden voor m'n ramen de komende zomer mogelijk uitgroeien tot en overlopen met een stukje wondermooie en bloemrijke hangende tuin! We zullen zien. Ondertussen op 't gemakje water geven, rustig afwachten en duimen maar. ;-)



zaterdag 11 april 2020

Een zowel proper als vies verhaaltje...

Ter afwisseling van m'n 'blijf-in-uw-kot-filmkes' dacht ik gisteren ter afwisseling nog eens een waar gebeurd verhaaltje neer te schrijven, maar dat heeft dus, zoals u nu ziet, enige vertraging opgelopen. Vermoedelijk omdat ik er nog moe van was, van heel die historie... 
Sinds er hier in mijn appartement nieuwe ruiten werden gezet, afgelopen oktober, had ik die eigenlijk nog geen noemenswaardige poetsbeurt gegeven. Ja, 'k weet het, je kunt me absoluut geen fanatieke huisvrouw noemen, zeker niet als het op stevig poetsen aankomt. Het is wat het is, hé. De meest gore vegen, overduidelijke handafdrukken en uitzicht belemmerende vuilheid waste ik uiteraard al wel weg, maar de boel zo eens echt met oog voor detail doen blinken, dat kwam er nog niet eerder van... En ondertussen zat er ook een dikke laag door de regen vastgekoekt stof tegen de glaspartijen.  
De afgelopen week echter, zo met die dagelijkse dosis stralende zon, en alle vensters wagenwijd open, begon ik me toch een beetje te ergeren aan het verstoorde, enigszins troebele uitzicht naar buiten. Eergisteren ging ik dus, gewapend met emmer en sop, enthousiast -ja, écht!- aan de slag. "Amai", zult ge misschien bezorgd of geïntrigeerd zeggen, "ruiten kuisen bij u, dat zal nogal serieus wat verschuif- en verhuiswerk geven, met al die planten zowel op het terras als binnen!" Inderdaad, een terechte opmerking, moest ik die enorme plaveien glas hier moeten poetsen met behulp van een trapladdertje of dergelijke. Maar dat is dus, gelukkig, niet zo. Hooguit moet ik hier en daar eens een takje opzij houden, maar verder wordt hier bij het ruiten wassen beslist niet één plant verzet! Ik beschik namelijk over zo'n schitterend systeem van een uitschuifbare glazenwasser met aan de ene kant een microvezeldoek, speciaal voor ruiten, en aan de andere kant een super praktisch ruitenwisserke, 'n 'aftrekkerke' zoals we dat in Antwerpen noemen. Met die combinatie kan ik zonder al te veel moeite 1. absoluut overal aan, en 2., eveneens absoluut, overal tussen!
Het hele klusje ging goed vooruit en ik genoot van het tot in het kleinste detail schoonmaken van al het glas, zowel aan de buiten- als aan de binnenkant. Tot mijn eigen verbazing was ik er, zo op m'n gemakje, uiteindelijk toch wel een dikke twee uur mee bezig geweest en bijgevolg mocht het resultaat er zeker en vast zijn! Alsof er plots totaal geen enkele barrière meer was tussen mezelf en de buitenwereld! Wauw! Al het nieuwe groen op het terras en in de tuin kwamen zo mogelijk nóg meer in volle glorie bij me binnen. Zalig! Zelfs de twee poezen vonden het duidelijk wel iets hebben en trokken vrolijk met elkaar rondtollend spurtjes van de ene kamer naar de andere.
Moe maar zeer tevreden -éindelijk eens écht iets gedaan- zat ik wat later op m'n gemakje aan m'n bureautje achter de computer wat berichtjes te lezen en een beetje aan een filmke te prullen, ondertussen volop genietend van het hervonden uitzicht. In de verrukkelijke rust 
van die zonnige namiddag en de heerlijke stilte (op de vele fraaie vogelgeluiden daarbuiten na natuurlijk) hoorde ik plots in de woonkamer een niet direct te definiëren zachte 'plets'. Absoluut geen geluid dat je van je stoel doet opveren met een verschrikt "Wa was dà?!" Je zou het zelfs gerust hebben kunnen missen, of negeren, maar ik besloot toch maar even om het hoekje te gaan piepen. 't Was misschien een welgemikte duivendrets tegen m'n vers gewassen blingbling, hé. 
In eerste instantie merkte ik niet direct iets op dat uit de haak was, maar toen ik het eenmaal zag... OMG! Mijn adem stokte ervan! Zelfs m'n vertrouwde 'krachttermen' bleven in m'n mond steken!... Onder 'normale' omstandigheden zou m'n vriendin Kira me tot op het 14e kunnen horen vloeken, denk ik, maar m'n verbijstering was zodanig totaal da'k er in een uitzonderlijk soort dodelijke kalmte letterlijk met stomheid geslagen bij stond. Dat die zachte, bijna volledig genegeerde 'plets' het énige geluid geweest was bij de pure horror scene daar voor m'n ogen verbaast me nog steeds!...
Al dat zotte en energieke door-de-kamers-heen-en-weer-sjezen had Poekie en Pompon stevig honger doen krijgen, en omdat we nu toch wat 'op de goeien boef' leven, en niet meer echt op tijd en uur, gaf ik ze hun avondmaal dan maar alvast wat eerder. En blijkbaar moet dat dan toch een beetje fout gevallen zijn op die arme Pompon zijn maagje... Gezeten in het allerhoogste mandje in huis, vlak aan de grootste venster, die in de woonkamer, had hij -en vreemd genoeg totaal zonder voorafgaande 'waarschuwingsgeluiden'- z'n hele gretig naar binnen geschrokte maaltje weer overgegeven. En niet alleen in dat voor mij zonder ladder onbereikbaar mandje. Nee, nee, hij had er echt 'werk' van gemaakt!... De hele mix van halfverteerde brokjes, sterk ruikende saus en meurende maagsappen droop in een brede waaiervorm tergend langzaam langst de ramen naar beneden. Inderdaad niet slechts van de dichtstbijzijnde, en meteen ook ongetwijfeld lastigste glaspartij om te poetsen (de enorme radiator met zeer zware vensterbank staan onmogelijk lomp in de weg), maar van béide enorme ramen, want het schuifbare deel stond -uiteraard!- nog lekker wijd open. Alle planten rond en onder de grote krabpaal zaten volledig onder het kleverig 'aromarijke' spul. De vloer, het houtwerk, de rails van het schuifraam, de lange radiator, de vensterbank, de poezenkussen, m'n roze-oranje-gele schelpenmobieltje, de drie vrolijke kabouters die tussen venster en radiator altijd gezellig lachend broederlijk bij elkaar naar buiten mogen staan kijken ... Echt, absoluut àlles in de brede omgeving deelde royaal mee in de stinkende spetters. Zucht. En slechts één hele zachte 'plets', hé... Niet te geloven eigenlijk...
Nog eens twee uur heeft het me gekotst, o pardon, gekost natuurlijk, om het vieze boeltje opgekuist te krijgen. Stikkapot was ik ervan. Maar het moet gezegd, eerlijk is eerlijk: 'k heb niet eens één keer gevloekt; Pompon heeft geen straf gekregen, hoor, en hij is helemaal oké, hij at zelfs meteen na die supplementaire schoonmaaksessie op z'n gemak en met veel smaak opnieuw wat harde brokjes in de keuken; en ik, ik geniet nu zo mogelijk nog eens zoveel van mijn nóg eens éxtra gepoetste propere ramen! ;-)


woensdag 8 april 2020

De doodgewoonste dingen, gezongen.

Eventjes 'gewoon' -zo tussen de soep en de patatten, zoals men dat noemt- een liedje opnemen, daar was vandaag niets van aan! In tegendeel zelfs, 't heeft toch wel wat moeite gekost om dit filmpje te maken, al zou je dat niet zeggen als je het resultaat bekijkt...
Vrolijk opgestaan met 't zonnetje dat door de vensters naar binnen scheen en blij door het nieuwe idee voor een liedje kamde ik m'n haren, deed een beetje make-up op, trok ik een vrolijke jurk aan en begaf me met m'n smartphone in de hand naar m'n terras om daar een leuk achtergrondje uit te zoeken voor de opname. Beginnen ze toch net op dat moment aan het gebouw aan de overkant de voegen van de gevelplaten uit te slijpen!... Een door merg en been snijdend snerpend geluid, zo ongeveer als dat van een soort extra griezelige tandartsboor, maar veel luider én, op de koop toe, maal drie! En 't was niet voor even, ze gingen de hele dag door. Dan maar geen filmke vandaag?... Tja, da's ook jammer eigenlijk, hé, zeker als ge er al helemaal op gekleed zijt en ready to go!... Alternatief? Even nadenken, en voilà, decor genoeg in mijn huis. Gezeten op de vloer van de huiskamer, naast een gesloten venster, tussen een groepje van m'n kamerplanten, dat geeft toch ook een beetje terrasgevoel. Probleem opgelost. Nee, toch nog niet helemaal dus...
Eerste opname, halverwege strofe 1, laat ik per ongeluk m'n telefoontoestel uit m'n vingers glippen. Stom, maar dat kan gebeuren. 't Is ook niet vanzelfsprekend om dat ding omhoog te houden en ondertussen ontspannen te zingen. Tweede poging. Alles verloopt prima tot aan het eind van strofe 2. De smartphone beslist dat z'n geheugen vol is en vertikt het nog verder te filmen. Oké, even een aansluiting naar de computer maken en al het overbodige, ook het laatste filmke dus -super jammer, want 't was kei goe- van het toestel wissen, en klaar voor een derde take. Doch... de mobiele telefoon blijft ophouden met filmen, steeds weer halverwege die laatste strofe... Oké dan, als het zo zit! Een mens moet roeien met de riemen die hij heeft, hé, dus slechts één strofe en iets meer dan 2 refreintjes! En als dat niet lukt... Pffft. hihihi
Maar, het lukte! Hoera! En zo is er vandaag weer een leuk filmpje om jullie dag op te vrolijken. Deze keer dus eens niet vanop m'n terras, maar van tussen de kamerplanten. Hier is één van m'n favoriete liedjes, met een onderwerp waar ik graag en vaak over schrijf, en dat deze dagen ook heel belangrijk is om jezelf even aan te herinneren: 't geluk zit in de kleine, doodgewone dingen. ;-)


Rechtstreekse link naar dit nummer op YouTube: klik hier!



maandag 10 februari 2020

Theofiel, de kerstboom.

"Help! Mijn kerstboom heeft het helemaal overleefd! Hij krijgt zelfs scheuten en "bloemekes". Ik kan het niet over mijn hart krijgen zo'n prachtig levend boomke mee te geven met Ivago, vrijdag. Kan ik hem dit weekend komen planten bij iemand? Iemand een tuin waar Theofiel de kerstboom in past?" schreef Steve de Schepper, een bijzonder sympathieke acteur (die ik ooit, in de rol van oude zigeunerheks, wreed mocht 'lastigvallen'...), met een tikkeltje gepaste dramatiek een tijdje terug op Facebook. Het trok meteen mijn volle aandacht! Hier wou ik alles van weten. En even later verscheen het vervolgverhaal, mét happy end: "De redding van Theofiel de kerstboom... met in de hoofdrol: Peter Van Doorn! Hartelijk dank, Peter. Theofiel staat vanaf nu prachtig boven de vijver van de Toulousetuin in Deinze!" Ik vond het fantastisch! Zo een geweldig leuk verhaal, het bleef gewoon in m'n hoofd hangen.
Wil het toeval dat mijn moeder me, in diezelfde week, een krantenartikel liet lezen over een man, die in regio Wijnegem-Deurne uw de-feestdagen-overlevende kerstboom met plezier kwam ophalen, om hem daarna op een grote lap braakliggende grond met z'n wortels terug in de aarde te planten. "O, zo tof!", dacht ik, "zoveel bomen die gered worden van de brandstapel dankzij deze sympathieke ziel. E
cht super!" En m'n geloof in de mensheid nam weer een beetje toe. Al maakte de advocaat van de duivel in me er even later toch de zoveel minder idyllische bedenking bij, dat die man ze dan over niet afzienbare tijd even goed simpelweg terug zou kunnen uitgraven -of erger: omhakken!- om er een dikke cent uit te slaan tijdens de feestdagen ergens in de toekomst... Tja, dat kan, maar toch borg ik dat idee maar snel weer op. Positief blijven denken, hé! 't Moet niet altijd slecht aflopen in de wereld...
Beide verhalen deden me met heel veel plezier terugdenken aan de enorme tuin in de Schoolstraat, dat paradijselijke Hof van Eden achter mijn ouderlijk huis. Toen ik nog erg klein was, stond er met kerst steevast een echte kerstboom in de woonkamer, mét wortel. Fier als een gieter mocht ik hem dan, als oudste, heel voorzichtig -en ja, met een gietertje uiteraard- af en toe water geven. Water met wat glycerine erin, want 'dan bleven de naalden beter hangen', wist grootmoeder te zeggen. Of dat waar is, weet ik eigenlijk niet, maar wat ik wél heel goed weet, is dat die bomen elk jaar weer de kerstperiode met glans overleefden, en vervolgens in de tuin geplant werden. De plaats bij uitstek om dat te doen was het toenmalige kiekenkot. Omdat de kippen dat stuk afgerasterde tuin steeds bijzonder ijverig om en daardoor volledig kaal scharrelden, vond je daar de perfecte 'lege' plek om nog een boom neer te kunnen zetten. Zo werd de uitbundig en weelderig groeiende en bloeiende -en uiteraard uitermate bewonderde en gekoesterde, ook door mij- plantencollectie van mijn moeder niet onnodig verstoord.
De kippen verdwenen, de afrastering ook, het kippen-slaap-en-eieren-leggen-kot mocht blijven, als opbergruimte voor tuingereedschap en als speelhuisje voor de vijf kinderen. En de kerstbomen, die groeiden op hun gemakje onverstoord verder. Ze zagen de tuin om zich heen af en toe stevig veranderen. Er lag een tijdje een prachtige vijver tussen hen in, met een watervalletje en een bankje ernaast. In hun takken zat toen, tot grote frustratie van mijn vader, af en toe een reiger, loerend op de vele visjes onder de waterleliebladeren.
De bomen groeiden jaar na jaar verder en verder. Reuzen werden het, ik schat makkelijk een meter of 8, 9. Misschien wel meer, maar een boom opmeten in je herinnering is behoorlijk lastig... Er werd af en toe wel een klein beetje gesnoeid, jawel, maar dat was hoofdzakelijk aan de onderkant, vooral dode takken. Of aan de zijkant, want alles wat over de tuinscheiding hing, moest er steevast aan geloven. De buren waren absoluut niet blij met dat wassende bos van zoveel meer dan alleen maar sparren naast hun stukje grond... Zij hadden namelijk uitsluitend een vlakte vol netjes afgemeten en totaal fantasieloze 'moestuin', en dat oerwoud van ons, dat bracht volgens hen verschrikkelijk veel vuiligheid met zich mee, tot ín hun sla, en het pakte de zon van hun spruiten en prei af. Ja, ons va en ons moe hebben af en toe stevige toespraken van ongenoegen mogen aanhoren, en dan druk ik me nog erg netjes uit, hoor... ;-)
De geliefde blauwe regen naast het oude houten kot vond al snel via de dakspanten 
z'n weg naar de sparrentakken, en kleurde de kerstbomen van ergens in mei tot soms wel eind juni weelderig en overdadig vloeiend purper. We konden er niet genoeg foto's van maken, van dat beeld. Op zoek in de computerbestanden van mijn vader naar beeldmateriaal bij dit verhaal blééf ik ze maar tegenkomen, die kiekjes, jaar na jaar na jaar. En eigenlijk legde geen enkele van die plaatjes, hoe mooi ook, de overdonderend overvloed en pracht van de werkelijkheid echt goed vast, volgens mij.
De map met mijn vaders foto's van die ene strenge winter waarin zelfs het watervalletje van de vijver bevroor en alles in de tuin onder een schitterend sneeuwtapijt verdween, bevatte ook beelden van de uit de kluiten gewassen sparren in vol kerstboom-ornaat: glinsterend in het koude winterzonnetje, pijnlijk fel aan de ogen afstekend tegen de knalblauwe lucht, decoratie 
puur natuur, in hun eclatante sneeuwlaagje. Zo mooi! Zucht. Om nooit meer te vergeten.
Het huis werd verkocht. De tuin is niet meer. En ik vrees dat de oude kerstbomen, na meer dan vier decennia zowat àlles te hebben overleefd, uiteindelijk toch het loodje moesten leggen, samen met al de rest van ons persoonlijk stukje aards paradijs, om plaats maken voor een meer 'gecultiveerde', 'moderne' en vermoedelijk zoveel minder toverachtige en idyllische buitenruimte... Geen fijne gedachte eigenlijk. Maar ja, de tijd van mijn ouderlijk huis, zoals wij dat altijd kenden, is lang voorbij. Jammer, maar zo gaat het nu eenmaal in het leven, hé. Je moet zulke dingen loslaten. Maar de verwondering, de bewondering en het geloof in alles wat feeëriek en sprookjesachtig is uit m'n kindertijd, dat alles liet ik niet los en ben ik, als heel gewoon, verder met me mee blijven dragen.
En gelukkig passeert er zo af en toe ook eens een klein verhaaltje, waarin de geschiedenis zich toch op een erg fijne manier lijkt te herhalen, en dat je samen met een overdosis fotomateriaal breed glimlachend terugvoert naar zulk een mooie tijd op en in zo een fantastische plek. Of hoe Theofiel, de kerstboom, met zijn reddende planting in een al even fraaie sprookjestuin, mij terugbracht naar de vele naamloze, doch niet minder gekoesterde kerstbomen uit m'n jeugd. ♥️







dinsdag 14 januari 2020

Aaltjes.

Ondertussen zullen ze jammer genoeg allemaal al lang gestorven zijn, vrees ik. Als de temperatuur onder de 10° zakt, leggen ze namelijk het loodje, die honderdduizend minuscule reddertjes in nood, en dat is volstrekt normaal. Allé, toch tenminste als ik het bijgeleverde informatieve pamfletje mag geloven.
In de wat extreme biotoop die mijn terras is, lever ik al enige jaren een verwoede strijd met de al te vraatzuchtige insecten. Ik gun iedereen gerust een hapje, maar als de boel volledig kaal of kapot geknaagd wordt, dan grijp ik in. 't Zal wel zijn zeker!
Eigenlijk ben ik toch wel een beetje fier op m'n inspanningen richting evenwichtige fauna- en florabalans, want inmiddels is er al een redelijk harmonie tussen al het aanwezige leven in, onder, op en tussen de potten en planten. Slecht één insect dreef me met momenten nog tot pure wanhoop: de engerling.
Dit vieze onderkruipselke is de kleine, bolle, witgele larve van bepaalde kever-families. Ik identificeerde tussen m'n planten zeker al een snuitkever en een rozenkever. De volwassen exemplaren knagen de planten bovengronds naar de verdoemenis, en hun goor krulleke nageslacht, dat uitsluitend diep en onzichtbaar in de potgrond leeft, vreet zich te barsten aan de jongste en meest sappige worteltjes van gelijk welke plant. Eénjarigen verorberen ze ondergronds met gemak geheel en volledig in een dag of twee. Maar ook volwassen planten, vaak al vele jaren perfect tevreden en gezond in hun pot, begonnen plots te tanen of gaven in een tijdspanne van een paar weken de geest.
Ja, er bestond een vergif om die ellendige engerlingen te bestrijden, maar echt serieus en grondig pak je daarmee zo'n algemene plaag niet aan. Het bleef sukkelen en aanmodderen. En omdat ik ze natuurlijk niet kon zien zitten en dus nooit wist hoe erg in het duister van de grond wel gesteld was, moest ik geregeld, verslagen en met dikke tranen in m'n ogen, weer maar eens een wortelloos sterfgeval van m'n terras weg dragen.
Als het anders kan, gebruik ik sowieso niets van vergif wat de onderhoud of verzorging van m'n terrasplanten betreft. Ecologisch evenwicht bereik je er hoe dan ook niet mee, en 'k hield er vast en zeker een gebroken hart aan over, mocht ik er de geliefde vogeltjes en hun kleintjes mee schaden.
Toen ik, afgelopen herfst, richting Aveve trok om de najaarsdosis van het reeds gebruikte bestrijdingsmiddel in te slaan, bleek het spul niet meer te bestaan. Al dit soort producten zal trouwens langzaam maar zeker uit de handel verdwijnen, en da's eigenlijk maar goed ook. De mensheid heeft de planeet meer dan genoeg vergiftigd. Maar, dan heb je natuurlijk wel een alternatief nodig!...
En dat is er: voor mijn engerlingenprobleem kunnen er aaltjes ingezet worden!
Aaltjes zijn micro organismes, een soort minuscule 'wormpjes' dus, met de wetenschappelijke naam 'i
nsectparasitaire nematoden'. Ze zijn onzichtbaar voor het blote oog, volledig ongevaarlijk voor mens, dier, milieu en nuttige insecten en worden beschouwd als beschermde bodembewoners. Aaltjes voeden zich uitsluitend met de larven van andere insecten. En je hebt vele verschillende soorten aaltjes. Sommigen specialiseerden zich om actief te zijn op de plant bovengronds; anderen, zoals die van mij, opereren exclusief in de bodem. Maar hun werkwijze is steeds dezelfde: ze dringen hun slachtoffer binnen en gebruiken het als voedsel en als kraamkamer voor hun eigen kroost. Een miniatuurversie van een waar horrorverhaal eigenlijk. hihihi
In de winkel betaal je voor de gewenste hoeveelheid beestjes, berekend op de te behandelen oppervlakte, maar... je gaat met lege handen naar huis. De aaltjes worden speciaal per bestelling 'geoogst' en vervolgens per koerier naar je toegestuurd. Die levert je een bakje met iets dat op vochtig zagemeel lijkt. Ideaal 'verwerk' je jouw aaltjes nog diezelfde dag. Het 'zagemeel', eigenlijk dus een dicht op elkaar gepakte massa piepkleine wormpjes, moet worden aangelengd met, of opgelost in -ik weet niet wat de juiste omschrijving voor deze handeling eigenlijk is- de aangegeven liters water; waarna je het mengsel, het 'aaltjeswater' dus, met een gieter netjes verdeeld over alle potten. Klaar.
Teveel doseren is niet mogelijk. Als er niks, of niet meer genoeg, te bikken voor ze valt, dan sterven ze vanzelf af. En zijn er hallucinant veel larven te verorberen, dan vermenigvuldigen ze zich razendsnel, want ze gebruiken de engerlingen als broedkamers. Hoe straf is dát?!...

Simpel dus. Geen gedoe. En terwijl het eerder gebruikte gif slechts de engerlingen verdelgde die zich 'per ongeluk' redelijk dicht tegen het grondoppervlakte bevonden, gaan de hongerige aaltjes actief op zoek naar hun geliefde prooi, tot in het diepste van de potgrond. Da's nog eens zoveel keer meer slaagkans in de bestrijding van een hardnekkige plaag. Plus, zonder gif, dus, zoals ik al eerder vermelde, zonder gevaar, noch voor mij, noch voor de vogels, noch voor alle andere aanwezige, mogelijk nuttige insecten. Super!
Begin oktober liet ik dus een eerste leger minuscule strijders los op de wortelvretende walgelijke monsters. Ze zullen nog ongeveer een maand de tijd gehad hebben om hun slag te slaan, voor het te koud voor hen werd... Komende lente laat ik hun koene opvolgers op de mogelijk nog overlevende vijand los.
'k Ben razend benieuwd wat een verschil het gaat maken in de groei en bloei, en in de algemene welstand 
van m'n terrasplanten. Volgens mij kan het er allemaal slechts op vooruit gaan! En da's alleen maar goed nieuws, zowel voor mijn geluk, als dat van de vogeltjes, en van de insecten, enzoverder enzovoorts...
Aaltjes, wie had het gedacht, ietsiepietsie piepkleine, ongewild heldhaftige, reddertjes in nood. 'k Ben zo ontzettend blij met deze onverwachte geweldige ontdekking! 💚



 



donderdag 1 november 2018

Griezelgedoe.

"Oké, wind, gij wint", zuchtte ik gelaten. Urenlang had ik, lekker knusjes tussen het roze beddengoed, vruchteloos getracht de slaap te vatten, maar dit was zo'n nacht waar menige afdeling 'geluidseffecten' makkelijk een stuk of dertien horrorfilms mee kon vullen. Het huiveringwekkende gepiep van een langst het raam wrijvende geraniumblaadje, het ijselijke gekras van boomtakken tegen raamkozijnen en muren, de occasionele onheilspellende bonk van een plotse onzachte botsing tussen hangmand en venster, het lugubere gerammel en jammerend geknars van het hangmanden-ophangsysteem met de metalen kettingen en grove haak, het spookachtige gezoef en gefluit van de zwaar over hun toeren draaiende, net niet opstijgende windmolentjes... In principe is alles wat op m'n terras staat en hangt bestand tegen een stevige windvlaag -die molentjes zijn trouwens zonder wind zoveel minder leuk, hé-, maar tegen al die op den duur behoorlijk angstaanjagende geluiden, voortkomend uit al het gewiebel en gezwaai in die stijve bries van die nacht, daar kon ík écht niet meer tegen. In mijn steeds meer doldraaiende fantasie zag ik al met veel gerinkel en glassplinters alom enkele van de enorme vensters sneuvelen, en grote potten en bakken vol stevige beplanting als lichte veertjes binnen- of wegvliegen. En wie weet wat er dan verder aan ongewenste en onaangename grimmigheden nog meer mee in m'n kamers of bed zouden belanden... 
Het was overduidelijk: als ik deze nacht nog een beetje wou pitten, en liefst nachtmerrie-vrij, dan moest er gehandeld worden. Niks aan te doen.
Heel voorzichtig kroop ik over Poekie heen. Poekie, die al die uren, lichtjes tot mijn afgunst, als een pluchen engeltje in m'n oksel heerlijk de slaap der onschuldigen en onwetenden had liggen weg snurken. Terwijl hij zich even wat verder uitstrekte, met zo plots een pak meer plaats én een extra warme plek, zocht ik in het pikkedonker m'n weg naar het terras. Slechts het flauwe schijnsel van de verre straatlantaarns flikkerde door de onheilspellend heen en weer graaiende takken van de kale skelet-achtige bomen en verlichtte m'n pad.
Met de wind viel duidelijk niet te praten, die ijzingwekkende nacht. Meteen bij het openen van het grote schuifraam naar het terras roeffelde hij furieus in m'n haren en rukte hij langst alle kanten verbeten aan m'n flapperende roze kamerjas en pyama. Het had wel iets avontuurlijks, iets opwindends ook, zo recht uit het warme nest, op m'n sokkenvoeten, volledig omgeven door een wat sinistere storm en een massa niet direct herkenbare spookachtige geluiden, een keertje in het duister tussen m'n potten en planten te laveren. Zo moet vliegen als een vleermuis in de nacht voelen, dacht ik nog.
Oké, even terug naar de job in kwestie: hoe gaan we dat hier aanpakken? Vier grote bolle hangmanden veilig ergens neerzetten op een toch al erg overvol terras, da's niet simpel. Vooral ook omdat ze, wegens sterk doorhangende geraniums, gegroeid naar het licht uiteraard, bijzonder zwaar overhellen naar één kant. De immer trouw tegenover de deur paraat staande bezem bleek een prima hulpmiddel om de ophangkettingen van de haak te flippen. Goeie ingeving van mij, al zeg ik het zelf. Als een expert van de hindernissenbaan bracht ik de eerste 2 loodzware manden met de lange, in de wind breed uitwaaierende plantenslierten, dan weer hoog over een struik tillend, dan weer gebukt onder wat takken door dragend, tot aan het brede bankje. En nadat ik eindelijk zo slim was m'n gezicht naar de windrichting te draaien -het werkt een stúk makkelijker zonder haar in je ogen en mond,- lukte het me om ze, elkaar in evenwicht houdend, op die kleine plek net stevig genoeg te balanceren.
Als een ware Indiana Jones soepel en vlotjes wild zweepslagzwiepende takken en grijpgrage struikenstekels ontduikend, verplaatste ik me gezwind over de hele lengte van het terras en redde onderweg links en rechts wat door baldadige rukwinden met omvallen of afknakken bedreigde planten. Uiteraard ken ik m'n terras en z'n layout ondertussen door en door, en als je lang genoeg in het donker rondloopt, passen je ogen zich langzaam aan en zie je na een tijdje een stuk meer, maar... blijkbaar toch niet genoeg, want... Aaaaauw! Potvernondemiljaaaaaaar! Mijn kleine teen, in die tegen niets beschermende sok, maakte keihard kennis met een stevige, plots van tussen de potten springende, meedogenloos onbuigzame sierkassei. Geen tijd voor eindeloze pijndansjes of overmatige griezelfilmsterfscenes. Er moesten nóg 2 hangmanden en een hele schare ander klein spul het leven gered en in veiligheid gebracht worden. Mand nummer 3 vond, super snel en praktisch, een knus uit de wind en half verborgen plekje op de rode emmer waar normaal gezien m'n snoeiafval in terecht komt. Dat was makkelijk! Te makkelijk?...
Jezus-Maria-Jozef, miljaaaaaardejuuu! Bij het zorgeloos onbedachtzaam omdraaien naar mand nummer vier trapte ik toch wel geweldig onhandig met m'n nog niet pijnlijke voet op die immer uitstekende, altijd in de weg zittende -ik had het kunnen weten dus- gekrulde voet van die elegante, maar o zo zware metalen platenstandaard. Wild molenwiekend m'n evenwicht bewarend belandde ik, gelukkig net niet al m'n gekoesterde groen verpletterend, toch half in de natte klauwen van het struikgewas. Takjes in m'n haar, blaadjes in m'n decolleté, modder in m'n sokken. M'n uiterlijk begon stilaan uitstekend bij deze griezelnacht te passen... En me dat bedenkend ging het binnensmonds gevloek volautomatisch over in een, mogelijk heksachtig aandoende, schaterlach. En de gore wind deed, met extra kracht m'n al totaal verwilderde haarbos recht omhoog de lucht in blazend, fanatiek loeiend mee. Voorzichtig schuifelend -2 pijnlijke voeten volstonden wel- zocht ik m'n weg terug naar binnen en gritste in 't voorbijkomen nog snel alle mogelijk kwetsbare molentjes mee. 
Wreed worstelend met die doldraaiende dingen bleef ik toch nog even op de mat voor het schuifraam in het dreigende duister midden in de onverbiddelijke stormwind staan. Daar zo, in m'n verwaaide nachtkleding en m'n puinhoopkapsel, voelde ik me heel eventjes weer als een kind: met m'n molentjes in de hand, zich van geen kwaad bewust vrolijk en kleurrijk tollend in die raadselachtige wind, was ik even angstig als gefascineerd, onverwacht nat en vuil, en behoorlijk zot geblazen, maar ook nog net niet klaar om dit ontzettend spannende, bijna filmische gebeuren los te laten en in te ruilen voor de warme veiligheid van die totaal tegenovergestelde wereld aan de andere kant van het grote schuifraam. 
Ja, wind, je hebt gewonnen, hoor, met al je lugubere 'gewind'. Je hebt me inderdaad een slapeloze nacht bezorgd én me op de koop toe uit m'n veilige knusse bed die koude naargeestige duisternis in gekregen. Maar nu de macabere horrorgeluiden tot zwijgen gebracht zijn en alle planten het leven gered, lig ik toch weer lekker terug naast Poekie, tussen de nog steeds zalig aanvoelende lakens en kussens, en bedenk me onheilspellend gniffelend, m'n gruwelijk ijzige handen wrijvend en met een mysterieuze glimlach op m'n bleke koude gelaat: "Geweldig! Meer dan genoeg griezelgedoe voor een licht huiveringwekkend Halloweenverhaaltje!..." 😀




maandag 13 augustus 2018

Hoera, het regent!

♪♫♪ "Het regent, het regent, de pannen worden nat!..." ♪♫♪♫♪ loop ik sinds dat eerste regenbuitje van afgelopen zaterdag al de hele tijd te zingen. Maar toen ik vanochtend de gordijnen open schoof en het serieus zag gieten, gingen de remmen pas echt bij me los. Met elke nieuwe dretsvlaag doe ik al zingend een danske door zowat het hele huis. De pannen uit het liedje worden systematisch vervangen door alles wat ik op dat moment kan bedenken. Keien, struiken, bomen, bloemen, huizen, straten, mensen, vogels, eendjes,... en mits enige tekstuele aanpassing passeert ook 't gazonneke. Verder dan het eerste regeltje van het liedje ga ik trouwens niet. Die lichtjes verongelukkende boerinnekes met hun pijnlijke achterste, die komen niet aan bod. Het gaat me uitsluitend om dat eindelijk weer neervallende water. 'k Ben er zo blij om en vooral ook zo ontzettend opgelucht.
Met bijzonder veel pijn in m'n hart zag ik immers de voorbije weken de hele tuin langzaam dood gaan. Na het verkleuren en verdrogen van het gazon lieten ook één voor één de struiken kun bladeren en takken hangen, om niet meer overeind te komen en af te sterven. En ook die pas aangeplante jonge bomen aan de speelweide waren niet opgewassen tegen zulke droogte. Alles had dorst, grote dorst...
Mijn terras, waar de potten in die periode af en toe toch nog een zuinige slok kostbaar vocht kregen, en waar ik grote stenen schalen met water neer zette, fungeerde als een oase in de woestijn. De vogels, de insecten,... werkelijk iedereen uit de buurt vond zijn weg tot bij mij. Het was een druk, maar erg boeiend komen en gaan van opgeluchte dorstigen.
De afgelopen weken begreep ik door die op elkaar volgende hittegolven nog eens zoveel beter hoe ernstig de toestand in al die verre kurkdroge landen wel is. De onvoorstelbare gruwel van die kostbare, zorgvuldige geplante gewassen voor je ogen te zien verdorren en verpulveren tot stof. En daar niets, maar dan ook ab-so-luut niets aan te kunnen doen. Daardoor geen eten te hebben voor jezelf, je familie, je dieren. En uiteindelijk zelfs niet één klein slokje water meer om ieders dorst te lessen... En dan die gigantische allesvernietigende branden tegenwoordig overal in de wereld. Apocalyptische horror!... Ik kon het allemaal bijna lijfelijk voelen en kreeg het er verschrikkelijk benauwd van. 
O, ik zeg het zo vaak, als ik mensen hoor klagen dat het 'alwéér' regent: "Je zou eigenlijk heel blij moeten zijn, want die regen zorgt hier wel voor al onze welvaart!" Dan bekijkt men mij meestal een beetje meewarig, alsof ik één of andere simpele ziel ben, met een paar vijzen los. Of een licht geflipte 'groene, die wat oninteressante blablabla staat te verkondigen.
Maar het IS wel de waarheid, hé...

Hier zijn we het zodanig gewend dat het 'altijd' regent, dat, als er dan plots een echte droge periode verschijnt, we daar totaal niet op voorzien zijn, en dus zeker niets aan water opgespaard hebben. We zijn het zo gewoon dat het 'altijd' regent, dat we het ook doodnormaal vinden om met water te smossen, verkwisting in alle mogelijke vormen. 'Er is toch altijd water geweest, veel, in overvloed, soms zelfs veel te veel'... De aanwezigheid van water is hier banaal vanzelfsprekend. Dat het in wezen iets van onschatbare waarde is, daar staan we totaal niet bij stil... 
Water ligt aan de basis van alle leven. Geen water, geen leven. Zo simpel is dat. Kijk maar naar de ruimtevaart: het eerste wat ze op al die planeten gaan zoeken is water! Want als er water is, dan... inderdaad, dan, en alleen dan, zou er léven kunnen zijn. Denk er maar eens even over na. Geen water, dat betekent geen planten, geen dieren, geen drinken, geen eten, geen zuurstof en dus uiteraard ook geen mensen. Kijk maar wat er gebeurt als het hier bij ons eens heet en droog is voor slechts een paar weken na elkaar, hooguit een dikke maand, het heeft niet eens een jáár of zo moeten duren: alles om ons heen begon al af te sterven!...
In de nieuwsberichten las ik dat er duidelijk meteen veel minder verbruik opgemeten werd nadat men richtlijnen oplegde i.v.m. waterconsumptie. En ik stel me dan de vraag waarom we eigenlijk niet altijd zo bewust met die bron van leven omspringen. (Al was het maar om puur financiële redenen, mocht je al dat klimaatgedoe kletskoek zou vinden...) Zelf doe ik dat al m'n hele leven, omdat ik maar al te goed besef dat het niet 'maar' water is. Die droge hete perioden zullen alleen nog maar verder toenemen, vrees ik. Dus volgens mij is het hoog tijd dat mensen hun ogen openen en niet meer domweg blijven denken: 'och, er is immers altijd genoeg geweest', of een pak egoïstischer: 'het zal mijn tijd wel duren'... En het is ook niet aan de 'anderen' om het op te lossen. Als je voortdurend oordeelt dat 'één bad meer of minder het verschil niet zal maken', dan komen we er niet, hoor... 
Die onbetaalbare rijkdom moeten we koesteren en waarderen, en dat kan eigenlijk alleen door er zuinig op te zijn, zoals je altijd doet als met iets dat precieus voor je is. En dat respectvol gedrag begint bij élk van ons en in hele kleine dingen. Zoals ik al vertelde: het positieve effect van zulke sumiere aanpassingen werd reeds overduidelijk opgemeten bij het toepassen van die hittegolf-maatregels. Of om het in water-termen te zeggen: al die vele uitgespaarde druppels vullen samen toch ook een emmer, hé. En die emmers een meer, en zo verder en zo voort... 
Om je eventueel op wat ideetjes te brengen: een paar voorbeelden uit mijn eigen leven. Douchen doe ik zoals tanden poetsen: kraan open, nat maken, kraan dicht, inzepen, schrobben, boenen, kraan open, afspoelen, kraan dicht. Da's geen 5 minuten water. En ja, ook met lang haar. Een afwasmachine heb ik niet. Als je toch altijd je borden afspoelt voor je ze er in zet, dan kan je er net zo goed wat sop bij doen, en dan zijn ze meteen al afgewassen. Slechts 5 minuten water. Kleding raakt even proper in een kort programma van de wasmachine -met weinig water dus- als in een lang, want geef toe, hoe 'vuil' worden onze kleren tegenwoordig eigenlijk nog... O ja, en ééntje waar iedereen natuurlijk op zit te wachten: het planten-water-geven op m'n terras! "Dat moet nogal hectoliters water verbruiken, zo'n complete tuin in pot!" hoor ik u al denken. Wel, ik geef met zo'n handige knijphandvatsproeikop -of hoe heet zo'n ding eigenlijk?- op de tuinslang elke pot apart, minutieus één voor één, uitermate precies ín de pot en zonder smossen -toch voor 99%-, exact die hoeveelheid die de plant in kwestie nodig heeft. Niet meer, niet minder. Het terras zelf blijft heel voorbeeldig op mogelijk een paar accidentele druppels na zo goed als volledig droog. Geloof me, ik heb het een keer nagemeten: da's per keer voor heeeeeeeel dat reusachtige overvolle terras niet eens een halve badkuip water. En hoe heb ik dat nagemeten, vraagt u? Door tijdens die hittegolven m'n bad eens een keertje een handje hoog te vullen met koud water -zonder zeep uiteraard- om mezelf wat in af te koelen, het daarna in emmers leeg te scheppen en met dat water de planten op het terras van hoognodig vocht te voorzien! Een hele klus, dat klopt, maar absoluut de moeite waard!
Ondertussen staan de hemelsluizen hier opnieuw wagenwijd open. Het maakt me oprecht gelukkig. Dansend rond de tafel zing ik weer van ♪♫♪ "het regent, het regent, de (vul maar in) worden nat!..." ♪♫♪ Toen ik daarstraks -ook al zingend- tussen twee buien door even snel boodschappen deed, zag ik een familie eenden in een paar plassen langs de kant van de weg gezellig in het rond spletteren. Ze konden echt hun geluk niet op, zo genieten! De arme tuin zal vermoedelijk iets langer nodig hebben om weer helemaal in z'n nopjes te zijn. Hier en daar herstelt zich al wel weer een struik. En zo links en rechts kleurt een plag gras toch al weer een beetje groen. Maar voor sommige bomen en planten vrees ik dat jammer genoeg alle redding te laat komt... Wel, we zullen zien. Afwachten. De natuur is sterk, hé.
De klimaatverandering is sowieso een vaststaand feit, een absolute zekerheid. Nú bewust worden en nú handelen, da's de boodschap! Voor elk van ons, en heel gewoon in vele kleine dingen. En blij zijn, geweldig blij zijn, elke keer dat het regent. Want ♪♫♪ "het regent, het regent, d'er valt 'leven' uit de lucht!..." ♪♫♪ 💙😊


vrijdag 13 april 2018

Wintergevolgen.

Ze zeggen niet voor niets dat je moet oppassen wat je wenst, daar heb ik nog maar eens duidelijk het bewijs van gezien. De afgelopen zoveel jaren kon je me elke lente, zwaar in strijd met de ene na de andere vraatzuchtige insectenplaag op m'n geliefde terrasplanten, horen zuchten dat er toch écht nog eens een winter met een stevige portie vrieskou zou mogen komen... En die kwam er dus. Met alle gevolgen van dien. Ja, inderdaad: er is niet één bladluis te bespeuren op de prille blaadjes van de rozelaars... maar jammer genoeg zijn ook die blaadjes nog amper vertegenwoordigd op het terras. 
Als toegewijde tuinierder laat je je geliefde groenvoorziening natuurlijk niet aan z'n lot over als er een serieuze dip in de temperatuur zit aan te komen. Je gaat stevig aan de slag met meters bubbeltjesplastiek en ander isolerend en beschermend spul. En de afgelopen 15 jaar zijn die hoeveelheid materiaal en mijn inpaktechniek steeds meer dan voldoende geweest om alles heelhuids door de winterkou heen te loodsen. Veel van m'n planten verfraaiden al van m'n vorige terras m'n buitenleven en verhuisden zonder enig probleem mee naar de nieuwe stek, om alhier zonder noemenswaardige aanpassingsverschijnselen prima verder te groeien en bloeien. Ik was er dan ook redelijk gerust in. Onterecht, zoals spoedig zou blijken...
Het terras veranderde al snel in een ogenschijnlijk roerloos doch meedogenloos hard winterlandschap. Hard, steenhard, niet alleen figuurlijk, vooral ook letterlijk. Eén voor één, van klein naar groot, bevroren alle bloempotten op m'n buitenruimte tot grote solide blokken. Zelfs de potgrond op super beschutte plekjes, genesteld dicht tegen de relatief warme, amper geïsoleerde muur onder de ramen werd hard als beton. Het bevriezende vocht in de terracotta potjes deed de schilfers er van af springen, of de hele boel, als van 5 meter hoog naar beneden gesmeten, met een droge 'knets' uit elkaar barsten. De arme planten kreunden bijna letterlijk van de kou en zowat elke dag gaf er wel één de geest. Zelfs in de rangen van de ouwe-getrouwen, de meest taaie en robuuste groenvoorziening, vielen onvoorziene slachtoffers. Zowat alle bladeren en stengels boven de grond kon je voor je ogen zien wegkwijnen, tot er niks meer dan wat gruis van overbleef. En of er diep in de potgrond nog enige sprank van leven zou overschieten, dat viel nog angstig af te wachten...
Bij het keren van het weer en aangemoedigd door de stijgende temperaturen priemden er -hoera, hoera- overal op het hele terras voorzichtig de kopjes van de vele bloembollen door de harde grond heen. Narcissen, hyacinten, tulpen... ze deden allemaal hun best om de lente aan te kondigen. En omdat bevroren vaste planten nog wel eens volledig terug tot leven komen, vaak zelfs met nog extra groeikracht, als je ze redelijk kort terug knipt, deed ik hoopvol een toerke met m'n snoeischaar langs de zieltogende rozen, hibiscussen, clematissen en de camellia. Het zou goed komen, dat wist ik zeker!
De winter dacht er jammer genoeg anders over: er daalde een nieuwe vriesperiode over de reeds gedecimeerde terrasbeplanting neer, en deze maakte korte metten met alles wat er nog restte. De gekortwiekte stompjes van de verschillende struikgewassen bevroren des te sneller. De aller-, allerlaatste restjes tweejarigen en andere zachtbladigen vervlogen in een mum van tijd tot absoluut niets, als in lucht opgegaan. En al die vele beloftevolle bloembolknoppen, die zich zo moedig uit de donkere koude aarde omhoog hadden gewrikt? Zij verdroogden en verwelkten lang voor ze ook maar één seconde een glimp van hun schoonheid konden laten zien. Zelfs hun bollen vervroren tot moes.
Het brak m'n hart. Echt. Ik kreeg het zelfs eerst niet eens voor mekaar om alles op te ruimen. Maar verdrietig zitten kijken op een 20 vierkante meter vol vergane glorie, da's ook niks, dus gewapend met knipschaar en borstel verzamelde ik de resten van de dodelijke plantenslachtoffers van de voorbije -laat ons hopen- winter. Dikke pakken verdroogd loof en afgestorven takken, gruwelijk veel kapotte rozenstruiken, ontelbare verloren vaste planten en handenvol bloembollensmurrie... In totaal twee reuzegrote vuilniszakken vol winterschade haalde ik uit en van tussen m'n pottenovervloed. M'n arme nek en rug konden er niet mee lachen, dat geef ik je met plezier op een briefje...
Het terras ligt er nu weer netjes bij, ontdaan van alle ter ziele gegane materie. De clematissen schieten ondanks alles enthousiast omhoog. Je kan ze bijna zién groeien, zo snel. De drie overgebleven wat zielige klimrozen persen voorzichtig, nóg maar eens, een paar nieuwe blaadjes naar buiten, en ook op de hibiscusboompjes verschijnt behoedzaam het begin van groene knopjes. De helft van de potten staat er wat kaal bij, met op dit moment uitsluitend zand-zonder-plant, maar de rest bevat nog het wat slordig ogende, naar alle kanten uitstekende bloembollengroen. En dat mag gerust zo een tijdje blijven van mij. Voor de lentebloemenvreugde van volgend jaar, en zo staat er ondertussen toch nog iets, hé...
Vanochtend ontdekte ik drie knalrode tulpen, verborgen in een beschut bijna onzichtbaar hoekje van het terras. Elk ander jaar zouden die als knopje al lang door de bladluizen gulzig opgevreten zijn, maar nu de winter wat dat betreft een keertje prima z'n werk deed, geniet ik uitzonderlijk eens in optimale omstandigheden van hun frêle schoonheid. 
Ja, inderdaad, 'elk nadeel heeft zo zijn voordeel', dat zeggen ze ook. 
Ik laat het verdriet om het verlies van zoveel geliefde planten achter me -ik kan ze toch niet terug tot leven wekken- en verheug me op het uitzoeken en aanplanten van nieuw en misschien sterker of beter gepast groen. Winkelbudget is er eigenlijk absoluut niet, maar gelukkig blijk ik nog in het bezit van een mooi bedragje Ecocheques, toch alvast genoeg voor minstens een dozijn stevige vaste groenblijvers. En er is ook nog die lieve grote-auto-bezittende vriendin Ingrid, die met mij eens bijzonder uitgebreid en super gezellig een dagje wil gaan plantenshoppen. De nodige kleurrijke éénjarigen zal ik de komende maanden links en rechts wel meepakken bij 't boodschappen doen. Er zijn altijd koopjes, als je een beetje uitkijkt. Ondertussen vul ik nu, tegelijkertijd ongeduldig de dagen aftellend en alvast boordevol vreugde over wat nog komen gaat, menig uur aan m'n bureautje met online vaste-plantjes-kijken-en-kiezen. Het weloverwogen verlanglijstje wordt langzaam maar zeker langer. En heel wijs besloot ik inmiddels ook dat sommige soorten niet voor mijn terras weggelegd zijn, zoals die o zo geliefde rozen. Al moet het tóch nog eens gezegd: last van vraatzuchtige insecten zouden ze dit jaar écht niet gehad hebben... hihihi
Goh, misschien was m'n halve wens voor een stevige winter dan toch niet zo misplaatst. Af en toe is het goed om eens los te laten en te herbeginnen, hé. Ik krijg nu in iedere geval de fantastische kans -en ál die vele geweldige bijbehorende genoegens- om, met nog betere kennis ter zake, mijn eigen zeer geliefde groene strookje zo mogelijk nóg fraaier -en hopelijk dit maal meteen ook winter-en-ander-natuurgeweld-bestendig- opnieuw in te richten. En, ondanks m'n protesterende onwillige lijf, betekent dat voor mij eigenlijk alleen maar 'feest'. Ja, misschien moet je oppassen wat je wenst, maar wat er ook gebeurd: gelukkig heeft elk nadeel ook zijn voordeel, hé, groene-vingers- en bloemenvoordeel in mijn geval. 😉💗🌸