Ze zeggen niet voor niets dat je moet oppassen wat je wenst, daar heb ik nog maar eens duidelijk het bewijs van gezien. De afgelopen zoveel jaren kon je me elke lente, zwaar in strijd met de ene na de andere vraatzuchtige insectenplaag op m'n geliefde terrasplanten, horen zuchten dat er toch écht nog eens een winter met een stevige portie vrieskou zou mogen komen... En die kwam er dus. Met alle gevolgen van dien. Ja, inderdaad: er is niet één bladluis te bespeuren op de prille blaadjes van de rozelaars... maar jammer genoeg zijn ook die blaadjes nog amper vertegenwoordigd op het terras.
Als toegewijde tuinierder laat je je geliefde groenvoorziening natuurlijk niet aan z'n lot over als er een serieuze dip in de temperatuur zit aan te komen. Je gaat stevig aan de slag met meters bubbeltjesplastiek en ander isolerend en beschermend spul. En de afgelopen 15 jaar zijn die hoeveelheid materiaal en mijn inpaktechniek steeds meer dan voldoende geweest om alles heelhuids door de winterkou heen te loodsen. Veel van m'n planten verfraaiden al van m'n vorige terras m'n buitenleven en verhuisden zonder enig probleem mee naar de nieuwe stek, om alhier zonder noemenswaardige aanpassingsverschijnselen prima verder te groeien en bloeien. Ik was er dan ook redelijk gerust in. Onterecht, zoals spoedig zou blijken...
Het terras veranderde al snel in een ogenschijnlijk roerloos doch meedogenloos hard winterlandschap. Hard, steenhard, niet alleen figuurlijk, vooral ook letterlijk. Eén voor één, van klein naar groot, bevroren alle bloempotten op m'n buitenruimte tot grote solide blokken. Zelfs de potgrond op super beschutte plekjes, genesteld dicht tegen de relatief warme, amper geïsoleerde muur onder de ramen werd hard als beton. Het bevriezende vocht in de terracotta potjes deed de schilfers er van af springen, of de hele boel, als van 5 meter hoog naar beneden gesmeten, met een droge 'knets' uit elkaar barsten. De arme planten kreunden bijna letterlijk van de kou en zowat elke dag gaf er wel één de geest. Zelfs in de rangen van de ouwe-getrouwen, de meest taaie en robuuste groenvoorziening, vielen onvoorziene slachtoffers. Zowat alle bladeren en stengels boven de grond kon je voor je ogen zien wegkwijnen, tot er niks meer dan wat gruis van overbleef. En of er diep in de potgrond nog enige sprank van leven zou overschieten, dat viel nog angstig af te wachten...
Bij het keren van het weer en aangemoedigd door de stijgende temperaturen priemden er -hoera, hoera- overal op het hele terras voorzichtig de kopjes van de vele bloembollen door de harde grond heen. Narcissen, hyacinten, tulpen... ze deden allemaal hun best om de lente aan te kondigen. En omdat bevroren vaste planten nog wel eens volledig terug tot leven komen, vaak zelfs met nog extra groeikracht, als je ze redelijk kort terug knipt, deed ik hoopvol een toerke met m'n snoeischaar langs de zieltogende rozen, hibiscussen, clematissen en de camellia. Het zou goed komen, dat wist ik zeker!
De winter dacht er jammer genoeg anders over: er daalde een nieuwe vriesperiode over de reeds gedecimeerde terrasbeplanting neer, en deze maakte korte metten met alles wat er nog restte. De gekortwiekte stompjes van de verschillende struikgewassen bevroren des te sneller. De aller-, allerlaatste restjes tweejarigen en andere zachtbladigen vervlogen in een mum van tijd tot absoluut niets, als in lucht opgegaan. En al die vele beloftevolle bloembolknoppen, die zich zo moedig uit de donkere koude aarde omhoog hadden gewrikt? Zij verdroogden en verwelkten lang voor ze ook maar één seconde een glimp van hun schoonheid konden laten zien. Zelfs hun bollen vervroren tot moes.
Het brak m'n hart. Echt. Ik kreeg het zelfs eerst niet eens voor mekaar om alles op te ruimen. Maar verdrietig zitten kijken op een 20 vierkante meter vol vergane glorie, da's ook niks, dus gewapend met knipschaar en borstel verzamelde ik de resten van de dodelijke plantenslachtoffers van de voorbije -laat ons hopen- winter. Dikke pakken verdroogd loof en afgestorven takken, gruwelijk veel kapotte rozenstruiken, ontelbare verloren vaste planten en handenvol bloembollensmurrie... In totaal twee reuzegrote vuilniszakken vol winterschade haalde ik uit en van tussen m'n pottenovervloed. M'n arme nek en rug konden er niet mee lachen, dat geef ik je met plezier op een briefje...
Het terras ligt er nu weer netjes bij, ontdaan van alle ter ziele gegane materie. De clematissen schieten ondanks alles enthousiast omhoog. Je kan ze bijna zién groeien, zo snel. De drie overgebleven wat zielige klimrozen persen voorzichtig, nóg maar eens, een paar nieuwe blaadjes naar buiten, en ook op de hibiscusboompjes verschijnt behoedzaam het begin van groene knopjes. De helft van de potten staat er wat kaal bij, met op dit moment uitsluitend zand-zonder-plant, maar de rest bevat nog het wat slordig ogende, naar alle kanten uitstekende bloembollengroen. En dat mag gerust zo een tijdje blijven van mij. Voor de lentebloemenvreugde van volgend jaar, en zo staat er ondertussen toch nog iets, hé...
Vanochtend ontdekte ik drie knalrode tulpen, verborgen in een beschut bijna onzichtbaar hoekje van het terras. Elk ander jaar zouden die als knopje al lang door de bladluizen gulzig opgevreten zijn, maar nu de winter wat dat betreft een keertje prima z'n werk deed, geniet ik uitzonderlijk eens in optimale omstandigheden van hun frêle schoonheid.
Ja, inderdaad, 'elk nadeel heeft zo zijn voordeel', dat zeggen ze ook.
Ik laat het verdriet om het verlies van zoveel geliefde planten achter me -ik kan ze toch niet terug tot leven wekken- en verheug me op het uitzoeken en aanplanten van nieuw en misschien sterker of beter gepast groen. Winkelbudget is er eigenlijk absoluut niet, maar gelukkig blijk ik nog in het bezit van een mooi bedragje Ecocheques, toch alvast genoeg voor minstens een dozijn stevige vaste groenblijvers. En er is ook nog die lieve grote-auto-bezittende vriendin Ingrid, die met mij eens bijzonder uitgebreid en super gezellig een dagje wil gaan plantenshoppen. De nodige kleurrijke éénjarigen zal ik de komende maanden links en rechts wel meepakken bij 't boodschappen doen. Er zijn altijd koopjes, als je een beetje uitkijkt. Ondertussen vul ik nu, tegelijkertijd ongeduldig de dagen aftellend en alvast boordevol vreugde over wat nog komen gaat, menig uur aan m'n bureautje met online vaste-plantjes-kijken-en-kiezen. Het weloverwogen verlanglijstje wordt langzaam maar zeker langer. En heel wijs besloot ik inmiddels ook dat sommige soorten niet voor mijn terras weggelegd zijn, zoals die o zo geliefde rozen. Al moet het tóch nog eens gezegd: last van vraatzuchtige insecten zouden ze dit jaar écht niet gehad hebben... hihihi
Goh, misschien was m'n halve wens voor een stevige winter dan toch niet zo misplaatst. Af en toe is het goed om eens los te laten en te herbeginnen, hé. Ik krijg nu in iedere geval de fantastische kans -en ál die vele geweldige bijbehorende genoegens- om, met nog betere kennis ter zake, mijn eigen zeer geliefde groene strookje zo mogelijk nóg fraaier -en hopelijk dit maal meteen ook winter-en-ander-natuurgeweld-bestendig- opnieuw in te richten. En, ondanks m'n protesterende onwillige lijf, betekent dat voor mij eigenlijk alleen maar 'feest'. Ja, misschien moet je oppassen wat je wenst, maar wat er ook gebeurd: gelukkig heeft elk nadeel ook zijn voordeel, hé, groene-vingers- en bloemenvoordeel in mijn geval. 😉💗🌸
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label bloembollen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bloembollen. Alle posts tonen
vrijdag 13 april 2018
zondag 2 april 2017
Het verrassingspakket dat blijft verrassen.
Wel 15 meter lang, doch slechts 1,20 meter diep. De 18 m² buitenruimte die bij mijn appartement hoort lijkt op het eerste zicht nogal onhandig en lastig in te vullen. Maar, niet is minder waar, toch niet als je Kristina heet en onbetwistbaar groene vingers hebt. Ja, met tafels en stoelen of ligzetels en parasols zou het met die afmetingen redelijk onpraktisch wringen worden, dat klopt, maar mijn terras staat, op één houten zitbankje na, dat tevens dient als opbergplek voor tuinslangen en borstels, boordevol, om niet te zeggen propvol, eigenlijk nog nét niet óvervol -ge kunt er uw gat nog justekes keren, zoals ze dat in Antwerpen zeggen- met potten en bakken van allerlei aard met daarin een geweldig brede waaier aan hoofdzakelijk bloeiende planten en kleine bomen, de ene al wat succesvoller en florissanter groeiend dan de andere.
Op m'n vorige adres had ik ook een terras, met wat meer gangbare afmetingen en dus naast potten en bakken met plantaardig fraais stond daar ook een tafel, 4 stoelen en een rieten zonnezetel. Hopelijk vonden de tafel en stoelen via de Kringwinkel een fijne nieuwe thuis, want die mochten niet mee naar de nieuwe stek. En de zetel staat nu een beetje verloren binnenskamers, maar omdat die zo lekker zit blijf ik er voorlopig nog steeds een geschikt plekje voor zoeken.
Alle potten en planten daarentegen, die verhuisden uiterààrd met me mee, en geloof me, dat had -niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk- nog behoorlijk wat voeten in de aarde. ;-)
Al leek het een ongelofelijke hoeveelheid op het vorige terras, op dat nieuwe vulden de verhuisde plantenhouders niet eens de helft van de oppervlakte. Dus, u raad het al: de afgelopen jaren kwam er een heel pak groenvoorziening bij. Puur voor de lol heb ik eens een toerke gedaan met pen en papier in de hand en alles even geteld, en het verrassende resultaat verbaasde me...
Op het lange smalle terras staan er op dít moment -want wie weet wat de komende zomer nog brengt- met een doorsnede variërend van 15 cm tot ongeveer 100 cm welgeteld 81 potten, er hangen en staan 10 bloembakken -van die typische lange smalle, je kent ze wel-, er wiebelen aan krullende haken 10 grote hangpotten en tegen de muren 3 van die plastieken halfronde hangmandjes, en tot slot zijn ook nog 1 grote vaas in kunststof, gekregen van een vriendin, 3 bakken met water plus waterplanten en 2 enorme bruine stenen kruiken met prachtige clematissen erin.
Da's een totaal van 110 planthoudende reservoirs!
En geloof me, ik heb het helemaal opgegeven van te denken en te verkondigen 'nu kan er écht niks meer bij', want ik vind àltijd nog wel een plekje voor nog meer moois... 'Verslaving' heet dat volgens mij. ;-)
Elk jaar weer, één keer in de herfst voor de lentebloeiers en één keer in de lente voor de zomerbloeiers, stop ik zowat overal in al die opgepotte aarde bloembollen en wortelstokken. Zowel 'nieuwe' als uitgebloeide afdankers uit verschillende warme woonkamers. Narcissen, tulpen, hyacinten, blauwe druifjes, irissen, krokusjes, dahlias, gladiolen, freesias, tijgerbloemen, pioenen, stokrozen, en zoveel andere wondermooie soorten waarvan ik de naam of het bestaan alweer vergat. Echt massa's en massa's bloembollen, vaak zelfs 200 stuks in één keer. (Wow, dat zijn er dus duizenden over de loop der jaren, daar schrik zelfs ik een beetje van...) En die bollen, die graaf ik niet meer op, nooit, die mogen gewoon volledig hun eigen ding gaan doen, zoals ze dat zelf verkiezen. In die potten, die van m'n vorige terras mee naar m'n huidige stekje mochten, zitten dus vermoedelijk nog bollen van 10 jaar geleden of langer zelfs, wie weet. Want tegen het seizoen dat al dat prachtigs ontspruit vergat ik al lang weer wat, waar en wanneer ik al die dingen gepoot had.
En dat, exact dàt, vind ik ronduit gran-di-oos!!! Echt, da's zo gewéldig!
Van zodra de eerste groene topjes van tussen de donkere aarde en de mestkorrels beginnen piepen sta ik er met m'n neus bovenop om me te laten verrassen, keer op keer op keer weer, met al de prachtige bloemen die zich langzaam maar zeker ontplooien uit bollen die ik niet meer wist zitten, of die vorig jaar niks voortbrachten, of tot nu toe alleen maar blaadjes maakten.
Elke dag, elk seizoen, elk jaar, opnieuw en opnieuw, verrast me het verrassingspakket dat ik mezelf cadeau deed!
Op dit moment beginnen langzaam de kleine tète-a-tète narcisjes, die samen met de frêle krokussen altijd als eersten de lente begroeten, te verdwijnen. Hun fris gele kleurtje straalde extra zonnig door de diep blauwe en purperen violetten die ik er tussen zette. Uit vuistgrote knollen maken nu zeer verschillende narcissoorten zich op voor het vervolg van deze kleurrijke show. De bijna vlijmscherpe pijlpunten van de groeiende gladiolen priemen ook al met overtuiging en zowat overal doorheen vanuit de donkerte van de potgrond.
Ik geniet mateloos van de wel 30 cm of meer als uit niets omhoog schietende clematissen, van de overvloed aan nieuwe blaadjes uit de harde houten takken van de hibiscusboompjes en vlinderstruiken, van de -spijtig genoeg ook alweer wreed geplaagd door de vraatzucht der bladluizen- prille blaadjes en eerste knoppen van m'n geliefde rozenstruiken. En verwonderend en bewonderend volg ik de ongelofelijke levenskracht van de natuur als er zich uit minuscule zaadjes blad voor blad allerlei nieuwe plantjes ontwikkelen. Daar kan ik echt niet genoeg van krijgen.
Maar die overdosis aan, soms lang lang vergeten, bollen en knollen, die vanuit de donkere diepte van aarde en koemest hun onverwachte bloemenspektakel steeds weer genadeloos op me los laten, da's toch nog een andere categorie 'verbluffend', vind ik, een ontroerend cadeau aan mezelf dat telkens opnieuw weet te verblijden. Een adembenemend verrassingspakket dat blijft verrassen... Zalig, toch?! ♥
Op m'n vorige adres had ik ook een terras, met wat meer gangbare afmetingen en dus naast potten en bakken met plantaardig fraais stond daar ook een tafel, 4 stoelen en een rieten zonnezetel. Hopelijk vonden de tafel en stoelen via de Kringwinkel een fijne nieuwe thuis, want die mochten niet mee naar de nieuwe stek. En de zetel staat nu een beetje verloren binnenskamers, maar omdat die zo lekker zit blijf ik er voorlopig nog steeds een geschikt plekje voor zoeken.
Alle potten en planten daarentegen, die verhuisden uiterààrd met me mee, en geloof me, dat had -niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk- nog behoorlijk wat voeten in de aarde. ;-)
Al leek het een ongelofelijke hoeveelheid op het vorige terras, op dat nieuwe vulden de verhuisde plantenhouders niet eens de helft van de oppervlakte. Dus, u raad het al: de afgelopen jaren kwam er een heel pak groenvoorziening bij. Puur voor de lol heb ik eens een toerke gedaan met pen en papier in de hand en alles even geteld, en het verrassende resultaat verbaasde me...
Op het lange smalle terras staan er op dít moment -want wie weet wat de komende zomer nog brengt- met een doorsnede variërend van 15 cm tot ongeveer 100 cm welgeteld 81 potten, er hangen en staan 10 bloembakken -van die typische lange smalle, je kent ze wel-, er wiebelen aan krullende haken 10 grote hangpotten en tegen de muren 3 van die plastieken halfronde hangmandjes, en tot slot zijn ook nog 1 grote vaas in kunststof, gekregen van een vriendin, 3 bakken met water plus waterplanten en 2 enorme bruine stenen kruiken met prachtige clematissen erin.
Da's een totaal van 110 planthoudende reservoirs!
En geloof me, ik heb het helemaal opgegeven van te denken en te verkondigen 'nu kan er écht niks meer bij', want ik vind àltijd nog wel een plekje voor nog meer moois... 'Verslaving' heet dat volgens mij. ;-)
Elk jaar weer, één keer in de herfst voor de lentebloeiers en één keer in de lente voor de zomerbloeiers, stop ik zowat overal in al die opgepotte aarde bloembollen en wortelstokken. Zowel 'nieuwe' als uitgebloeide afdankers uit verschillende warme woonkamers. Narcissen, tulpen, hyacinten, blauwe druifjes, irissen, krokusjes, dahlias, gladiolen, freesias, tijgerbloemen, pioenen, stokrozen, en zoveel andere wondermooie soorten waarvan ik de naam of het bestaan alweer vergat. Echt massa's en massa's bloembollen, vaak zelfs 200 stuks in één keer. (Wow, dat zijn er dus duizenden over de loop der jaren, daar schrik zelfs ik een beetje van...) En die bollen, die graaf ik niet meer op, nooit, die mogen gewoon volledig hun eigen ding gaan doen, zoals ze dat zelf verkiezen. In die potten, die van m'n vorige terras mee naar m'n huidige stekje mochten, zitten dus vermoedelijk nog bollen van 10 jaar geleden of langer zelfs, wie weet. Want tegen het seizoen dat al dat prachtigs ontspruit vergat ik al lang weer wat, waar en wanneer ik al die dingen gepoot had.
En dat, exact dàt, vind ik ronduit gran-di-oos!!! Echt, da's zo gewéldig!
Van zodra de eerste groene topjes van tussen de donkere aarde en de mestkorrels beginnen piepen sta ik er met m'n neus bovenop om me te laten verrassen, keer op keer op keer weer, met al de prachtige bloemen die zich langzaam maar zeker ontplooien uit bollen die ik niet meer wist zitten, of die vorig jaar niks voortbrachten, of tot nu toe alleen maar blaadjes maakten.
Elke dag, elk seizoen, elk jaar, opnieuw en opnieuw, verrast me het verrassingspakket dat ik mezelf cadeau deed!
Op dit moment beginnen langzaam de kleine tète-a-tète narcisjes, die samen met de frêle krokussen altijd als eersten de lente begroeten, te verdwijnen. Hun fris gele kleurtje straalde extra zonnig door de diep blauwe en purperen violetten die ik er tussen zette. Uit vuistgrote knollen maken nu zeer verschillende narcissoorten zich op voor het vervolg van deze kleurrijke show. De bijna vlijmscherpe pijlpunten van de groeiende gladiolen priemen ook al met overtuiging en zowat overal doorheen vanuit de donkerte van de potgrond.
Ik geniet mateloos van de wel 30 cm of meer als uit niets omhoog schietende clematissen, van de overvloed aan nieuwe blaadjes uit de harde houten takken van de hibiscusboompjes en vlinderstruiken, van de -spijtig genoeg ook alweer wreed geplaagd door de vraatzucht der bladluizen- prille blaadjes en eerste knoppen van m'n geliefde rozenstruiken. En verwonderend en bewonderend volg ik de ongelofelijke levenskracht van de natuur als er zich uit minuscule zaadjes blad voor blad allerlei nieuwe plantjes ontwikkelen. Daar kan ik echt niet genoeg van krijgen.
Maar die overdosis aan, soms lang lang vergeten, bollen en knollen, die vanuit de donkere diepte van aarde en koemest hun onverwachte bloemenspektakel steeds weer genadeloos op me los laten, da's toch nog een andere categorie 'verbluffend', vind ik, een ontroerend cadeau aan mezelf dat telkens opnieuw weet te verblijden. Een adembenemend verrassingspakket dat blijft verrassen... Zalig, toch?! ♥
zondag 20 november 2016
Woeste windkracht.
Een enorme knal tegen het venster maakt me pardoes wakker uit een zalige diepe slaap en doet me gealarmeerd uit het warme veilige bed springen. De gordijnen verborgen slechts een grijze grauwe lucht en het blijft bijna even donker in de kamer als toen ze net nog niet open geschoven waren...
Het schouwspel aan de andere kant van het raam lijkt een heel klein beetje op televisiebeelden van orkanen aan de andere kant van de wereld: de lucht hangt vol allerlei ondefinieerbaar afval en boomblaadjes, op m'n terras afgebroken en uitgerukte planten en vuilnis, en alles wat zich zowel in de tuin als in m'n potten tot nu toe nog staande heeft gehouden helt minstens 45°, naar rechts op het terras en naar links in de tuin. Ja, da's een gek zicht en het lijkt niet meteen logisch, maar dat komt door het draaien van de lucht tussen de hoge gebouwen hier. Wat trouwens ook de kracht van de windstoten zo mogelijk nóg vergroot...
De hevige stormwind plukte overal de laatste blaadjes van de bomen en struiken maar is blijkbaar nog niet tevreden over het resultaat want in alle hevigheid geselt hij m'n gekoesterde groenvoorziening. Ik vrees dat er nog wel 't één en 't ander zal moeten sneuvelen voor deze storm weer gaat liggen.
In m'n fuchsia kamerjas over m'n roze pyjama waag ik me toch even buiten. Terwijl de brutale, doch verrassend warme rukwinden zonder onderscheid ook meteen zwaar aan mij beginnen trekken en m'n haar alle kanten uit blazen -wat een oerkracht!- zet ik de gevaarlijk zwiepende hangpotten veilig op de grond en tracht met stokken en binddraad links en rechts wat steun te bieden aan planten die het dreigen te begeven. Ik raap, nu ik hier toch sta te flapperen, al de tot tussen m'n potten geblazen rotzooi van de grond. De knal tegen het venster blijkt trouwens een grote lege kartonnen koekendoos te zijn geweest. Tegen morgen zal er vast en zeker nog eens zo veel te verzamelen zijn, maar deze rommel brengt alvast geen extra schade meer aan.
Terug veilig binnen achter het grote schuifraam blijf ik nog even, met pijn in m'n hart, staan kijken hoe de woeste windstoten -tot zelfs 100 kilometer per uur zegt het weerbericht- m'n arme plantjes verder uit elkaar rukken.
Nu, vanachter m'n computer, zie ik tot m'n groot verdriet de stukken er vanaf breken en gedragen door de wind voorbij het raam vliegen... 'k Vrees dat er straks van m'n terrastuin niet veel meer over zal blijven. Niks aan te doen, zowel zij als ik zijn overgeleverd aan de brute kracht van de natuur.
Poezen Poekie en Pompon vinden het duidelijk verschrikkelijk eng. Hun vaste snoezelplekjes boven de warme radiator en hoog op de kast blijven leeg. Heel af en toe zie ik één van hen plat op z'n buik in volledige alertheid met wat paniek in de oogjes langst de muren van de kamer sluipen, op zoek naar een betere verstopplaats. Wat ik ook zeg of doe, ik kan ze niet geruststellen. Misschien omdat ik er eigenlijk zelf ook niet helemaal gerust in ben... Niet moeilijk met al die afgebroken takken, plastiek flessen, aluminium bakjes, pakken papier en zelfs volle vuilniszakjes die hier te pas en te onpas keihard tegen de vensters smakken. Ik plak van 't verschieten zelf elke keer bijna tegen het plafond!
We vergeten wel eens, zeker hier in dit gematigd klimaat, hoe ontzagwekkend de natuur is, zowel in al z'n diverse schoonheid als in z'n alles vernietigende kracht. Een dag als vandaag herinnert ook mij er weer even aan hoe ontzettend kwetsbaar en nietig we als mens eigenlijk wel zijn.
Maar het maakt me ook intens dankbaar. Dankbaar voor het robuuste dak boven m'n hoofd, voor de warmte en gezelligheid van m'n knusse kamers, voor het zachte licht van de schemerlampjes en brandende kaarsjes, en voor de dampend hete kop koffie op m'n bureau.
En, als met een binnenpretje, glimlachend denk ik aan de vele bloembollen die in de donkere potgrond ongrijpbaar voor de klauwen van deze furieuze storm rustig en beschut wachten op betere tijden om m'n terras weer helemaal tot leven te brengen, want ook dàt behoort tot de triomfantelijke kracht van de natuur. ;-)
Het schouwspel aan de andere kant van het raam lijkt een heel klein beetje op televisiebeelden van orkanen aan de andere kant van de wereld: de lucht hangt vol allerlei ondefinieerbaar afval en boomblaadjes, op m'n terras afgebroken en uitgerukte planten en vuilnis, en alles wat zich zowel in de tuin als in m'n potten tot nu toe nog staande heeft gehouden helt minstens 45°, naar rechts op het terras en naar links in de tuin. Ja, da's een gek zicht en het lijkt niet meteen logisch, maar dat komt door het draaien van de lucht tussen de hoge gebouwen hier. Wat trouwens ook de kracht van de windstoten zo mogelijk nóg vergroot...
De hevige stormwind plukte overal de laatste blaadjes van de bomen en struiken maar is blijkbaar nog niet tevreden over het resultaat want in alle hevigheid geselt hij m'n gekoesterde groenvoorziening. Ik vrees dat er nog wel 't één en 't ander zal moeten sneuvelen voor deze storm weer gaat liggen.
In m'n fuchsia kamerjas over m'n roze pyjama waag ik me toch even buiten. Terwijl de brutale, doch verrassend warme rukwinden zonder onderscheid ook meteen zwaar aan mij beginnen trekken en m'n haar alle kanten uit blazen -wat een oerkracht!- zet ik de gevaarlijk zwiepende hangpotten veilig op de grond en tracht met stokken en binddraad links en rechts wat steun te bieden aan planten die het dreigen te begeven. Ik raap, nu ik hier toch sta te flapperen, al de tot tussen m'n potten geblazen rotzooi van de grond. De knal tegen het venster blijkt trouwens een grote lege kartonnen koekendoos te zijn geweest. Tegen morgen zal er vast en zeker nog eens zo veel te verzamelen zijn, maar deze rommel brengt alvast geen extra schade meer aan.
Terug veilig binnen achter het grote schuifraam blijf ik nog even, met pijn in m'n hart, staan kijken hoe de woeste windstoten -tot zelfs 100 kilometer per uur zegt het weerbericht- m'n arme plantjes verder uit elkaar rukken.
Nu, vanachter m'n computer, zie ik tot m'n groot verdriet de stukken er vanaf breken en gedragen door de wind voorbij het raam vliegen... 'k Vrees dat er straks van m'n terrastuin niet veel meer over zal blijven. Niks aan te doen, zowel zij als ik zijn overgeleverd aan de brute kracht van de natuur.
Poezen Poekie en Pompon vinden het duidelijk verschrikkelijk eng. Hun vaste snoezelplekjes boven de warme radiator en hoog op de kast blijven leeg. Heel af en toe zie ik één van hen plat op z'n buik in volledige alertheid met wat paniek in de oogjes langst de muren van de kamer sluipen, op zoek naar een betere verstopplaats. Wat ik ook zeg of doe, ik kan ze niet geruststellen. Misschien omdat ik er eigenlijk zelf ook niet helemaal gerust in ben... Niet moeilijk met al die afgebroken takken, plastiek flessen, aluminium bakjes, pakken papier en zelfs volle vuilniszakjes die hier te pas en te onpas keihard tegen de vensters smakken. Ik plak van 't verschieten zelf elke keer bijna tegen het plafond!
We vergeten wel eens, zeker hier in dit gematigd klimaat, hoe ontzagwekkend de natuur is, zowel in al z'n diverse schoonheid als in z'n alles vernietigende kracht. Een dag als vandaag herinnert ook mij er weer even aan hoe ontzettend kwetsbaar en nietig we als mens eigenlijk wel zijn.
Maar het maakt me ook intens dankbaar. Dankbaar voor het robuuste dak boven m'n hoofd, voor de warmte en gezelligheid van m'n knusse kamers, voor het zachte licht van de schemerlampjes en brandende kaarsjes, en voor de dampend hete kop koffie op m'n bureau.
En, als met een binnenpretje, glimlachend denk ik aan de vele bloembollen die in de donkere potgrond ongrijpbaar voor de klauwen van deze furieuze storm rustig en beschut wachten op betere tijden om m'n terras weer helemaal tot leven te brengen, want ook dàt behoort tot de triomfantelijke kracht van de natuur. ;-)
Abonneren op:
Posts (Atom)


