Iedereen die mij een klein beetje kent, weet dat ik behoorlijk gek ben op bloemen en planten. Eigenlijk vrees ik dat het woord 'verslaving' hierbij niet eens misstaat. En toch... Aan het begin van de lockdown, ondertussen een dikke twee maand geleden, op het moment dat ik normaal gezien een beetje begin te noteren wat er deze lente weer voor moois gekocht en daarna geplant zal worden op dat lange smalle stukje buitenruimte van mij, slalomde ik op m'n gemakje tussen de beplanting van m'n groene strook door en verraste mezelf met de verbluffende gedachte: "Nu kan er toch écht geen pot of plant meer bij, hoor! Absoluut niks nodig dit jaar." 'k Sloeg er haast zelf van verbazing van achterover. Echt waar. Uiteraard viel er met de tijdelijke sluiting van al mijn 'leveranciers' sowieso niks te kopen, maar 'k was er zelfs 200% van overtuigd dat 't terras er komende zomer minstens even fraai als anders bij zou staan zonder ook maar één euro uit m'n geldbeugel te halen. Alle geraniums hadden de zachte winter met glans overleefd. De open ruimte in de hangmanden kon ik opvullen met eigen kweeksels uit de zakjes met zaadjes, overgebleven van voorbije jaren. En alle andere vaste en overlevende planten gaven met hun meer dan enthousiaste groei en weelderige bloei aan, dat de behandeling, afgelopen herfst, met de aaltjes, absoluut deugd gedaan had. Ja, dat kwam dik in orde. Het voelde een beetje vreemd voor me, maar 't gaf ook voldoening. Bon, hou dit alles nu in je achterhoofd bij het volgende verhaal. ;-)
Voor vandaag beloofde ik mezelf een 'kalm-aan-dagje'. Gisteren was vriendin Lena voor 't eerst na een maand of drie weer op bezoek geweest. Om optimaal op dit heugelijke weerzien voorbereid te zijn, had ik m'n flat een uitermate stevige poetsbeurt gegeven. En die ongelofelijk gezellige middag rettepetetten bleek achteraf toch een stuk vermoeiender dan verwacht. Een keertje 'goed geweten lui rondhangen' vond ik dus wel veroorloofd. Edoch!...
Bij 't op m'n duizend gemakjes, nog in pyjama, zetten van m'n eerste kop koffie ging de telefoon. En met mijn moeders stem, die opgetogen zei: "Uw broer komt seffens de planten brengen!!!", veranderde op slag m'n hele to do lijstje van heerlijk relaxed leeg naar intensief arbeidzaam boordevol!...
Die planten, vraag je? Ja, hierbij is inderdaad wat uitleg nodig. Vijf jaar geleden verhuisde mijn moeder naar haar huidige appartement. Omdat ze daar zo nogal erg plots geen tuin meer had, en het met slechts een terras zonder uitzicht op enig groen moest stellen, wou ze, om toch nog iets van 'tuingevoel' te hebben en meteen ook 't idee van beschutting, 'struikgewas in bloempot'. Dus, dat kwam er. Op 't plat dak vlak voor 't lage muurke van 't terras, vijf middelgrote zwarte plastieken potten, met in elke pot een glansmispel (Photinia fraseri). Da's een groenblijvende zomerbloeier, rijkelijk bezaaid met witte, minuscuul kleine stervormige bloempjes met een heerlijk zoete geur. De bladeren, die bij kneuzing ook lekker ruiken, zijn mooi glanzend en zitten per drie aan de steel. Het bruinrode nieuwe blad van het voorjaar krijgt naar de zomer toe een donkergroene tint, en in het najaar verkleurt het bovenste blad naar bordeauxrood. Een meer dan bekoorlijke plantenkeuze dus. Voilà, moeder blij, iedereen content. En, een tijdlang werkte deze tuinillusie prima. Mijn moeders struikgewas groeide en bloeide dat het een lieve lust was. Maar... Bij hevige wind vielen die ondertussen topzware potten steeds vaker om. En hemeltjelief, wat een worsteling om ze dan weer overeind te krijgen!... 'Vieze' insecten vonden hun weg naar die lekker smeuïge potgrond. Gore beesten, die ons moe in de veertig jaar in hare hof zelfs nooit gezien had!... Er begon ook steeds meer aangewaaid onkruid tussen de keitjes op het plat dak rond de potten te verzamelen... En minstens even gedecideerd als toen ze besloot dat ze er moesten komen, klonk een paar maanden geleden het onverbiddelijke, onmiddellijk ingaande verdict van mijn moeder: weg met die potten! Makkelijker gezegd dan gedaan, zo in coronatijden... Vlak voor de lockdown tilde m'n broer David, in afwachting van hun definitieve verhuizing, de vijf potten alvast over het muurtje op het terras. En... daar bleven ze noodgedwongen wekenlang seriéus in ons moe hare weg staan. Man man man, ellende was dat voor haar, en wij, de kinderen, we hebben het geweten, hoor! Ge moogt gerust zijn. hihihihi Allé ja, 't is waar, ze stonden daar in al hun groot- en breedheid uiteraard veel te veel plaats in te nemen op dat kleine terras. Maar planten ophalen en vervoeren is nu eenmaal geen essentiële verplaatsing, hé... Bon, om een lang verhaal kort te maken: na wreed veel vijven en zessen verhuisden een paar weken geleden alvast twee van die potten met struiken naar mijn broers tuin. En die andere drie... Tja, niemand wou ze of kon er wat mee. En ge voelt het al aankomen natuurlijk: ik heb ze dan maar geadopteerd. Zucht.
Tot ongelofelijke opluchting van mijn moeder kon, mocht en wou mijn immer behulpzame broer ze dus vandaag éindelijk bij haar de smalle wenteltrap af sjouwen, in zijn schone auto proppen en tot bij mij vervoeren. En voortgaande op de afmetingen van de bloempotten -veertig cm doorsnee, vijfenveertig hoog- dacht ik luchthartig dat beetje struikgewas nog wel snel 'ergens', in een hoekje, in een gaatje, op m'n terras kwijt te kunnen... Een bijzonder ernstig misvatting van mij kant! Dat bleek onmiddellijk toen de achterklep van de wagen openging en er drie uit de kluiten gewassen struiken, even hoog als mezelf en zeker drie keer zo breed, tevoorschijn kwamen! OMG! Afin, even later vulden ze gedrieën m'n volledige woonkamer en kon mijn gevecht met hen beginnen. En gevóchten heb ik, met al mijn kracht, geloof het maar!
'k Heb werkelijk 't halve terras versleurd en herschikt om tenminste iétwat plaats te maken. Chance da'k zo goed in puzzelen en tentris ben, hé. Altijd wonderbaarlijk trouwens hoeveel vuiligheid zo'n verbouwoperatie met zich meebrengt. Alweer een vuilniszak vol! Luidop "Wat ruist er door het struikgewas..." giechelend worstelde ik furieus met de woest zwiepende takken die me genadeloos keihard in 't gezicht sloegen en m'n huid en handen tot bloedens toe open haalden. "Zeg mannekes, zal 't zo een bitje gaan, ja?! 'k Zennekik ullie ier wel aan 't redden, hé!" sprak ik ze met m'n handen in m'n zij streng toe, waarna ze inbonden. Allé, 't is te zeggen, waarna de weerspannige heesters zich, ondanks ambetant touw dat maar blééf knappen, alsnog tot enigszins hanteerbare volumes liéten inbinden. Een paar onwillige takjes sneuvelden in 't vuur van de strijd, een paar andere snoeide ik als dappere tuinvrouw resoluut uit de weg. Ondertussen vielen daar, midden in mijn woonkamer, inmiddels als vanzelfsprekend breed bezaaid met een stevig pak bladeren en duizenden minuscule bloemetjes, bij bosjes die 'vieze beesten' uit het ruisende struikgewas. Getverderrie, diezelfde gore zwarte kevers waarvan de engerlingen, de larven dus, jarenlang ondergronds al m'n planten op 't terras kaal vraten! Ik zag al meteen een nieuwe plaag uitbreken, niet alleen op het terras, maar ook bij mijn huiskameroerwoud! Aaaargh! Mijn anders zo alle leven koesterende handen hebben elke kruipende engerd die ik kon bespeuren toch zonder enige aarzeling doodgeknepen, minstens een dertigtal.
Uiterst voorzichtig, en met zowel stevig gevloek als klaterend gelach -volgens mij zag al dat gedoe er, zeker weten, meer dan dolkomisch uit- manoeuvreerde ik ze -dan weer hoog optillend, dan weer laag vooruitschuivend, even naar links hellend, vervolgens naar rechts- met zo min mogelijk beschadiging aan alle andere geliefde planten naar hun nieuwe plekje. Zeven uur, jawel zé-ven uur, van mijn leven heeft het me gekost, en 'k ben meer dan stikkapot. Maar... 't is me gelukt! En, al zeg ik het zelf, 't ziet er zelfs -o mirakel- verbazingwekkend goed uit!
Nog eens een uur later oogde de binnenkant van m'n huis gelukkig ook weer ongeveer proper. Tegen die tijd schreeuwde elke spier in mijn lijf luidkeels z'n pijn uit, kon m'n arme fragiele nek m'n hoofd nog amper dragen en weigerden m'n van puur vermoeidheid gezwollen voeten met klem gelijk welke verdere medewerking. Je kan je er wel iets bij voorstellen, vermoed ik. Dat belooft trouwens niet veel actie meer voor de komende dagen, als ik überhaupt nog kán bewegen dan... Een hoognodige hete douche spoelde de dikke lagen stof en modder van m'n overal pijnlijk geschaafde en doorprikte huid. En met die stevige stroom zalig warm water en goed veel zachte zeep verdween gelukkig ook weer dat halve oerwoud dat zich bij zulke groenvoorzieningsverbouwingswerkzaamheden steevast in m'n haar en decolleté verzamelt. Daarna, onderuitgezakt in de sofa voor de televisie, m'n voeten omhoog op een stapel kussens, die snelle pizza uit de oven met dat fris pintje ernaast: dik verdient, vind ik. En morgen? Hewel, morgen hé, dan kunt g'op uwe kop gaan staan, maar dan neem ik niet eens een 'kalm-aan-dagje', maar een onvervalst 'ik-lig-volledig-strijk-dagje! O ja! Of mijn lijf gaat in lockdown, vrees ik. hihihi
Nog juist dit even zeggen... Ge gaat het vermoedelijk moeilijk geloven, maar toch is het zo... Door heel die verbouwing (Man, wat ben ik toch góed in puzzelen, zeg! On-ge-lo-fe-lijk!) blijk ik nu... tja... zo links en rechts... heu... in een aantal potten... hum... toch weer... oepsie... met een open plekje te zitten,... ahum... waar, heu... toch nog,... denk ik,... tsss... goh, echt wel, hoor... hihihi... een plantje of twee, drie... hum... giechel... tja... zou mogen komen... heu... dus. Komt dá tegen! hihihi ;-)
Over muziek, poezen, bloemen, mensen, kerstmis... en zo veel meer. Geniet mee van de grote en kleine belevenissen en bedenkingen van zangeres Kristina Meganck.
Posts tonen met het label potten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label potten. Alle posts tonen
vrijdag 22 mei 2020
vrijdag 13 april 2018
Wintergevolgen.
Ze zeggen niet voor niets dat je moet oppassen wat je wenst, daar heb ik nog maar eens duidelijk het bewijs van gezien. De afgelopen zoveel jaren kon je me elke lente, zwaar in strijd met de ene na de andere vraatzuchtige insectenplaag op m'n geliefde terrasplanten, horen zuchten dat er toch écht nog eens een winter met een stevige portie vrieskou zou mogen komen... En die kwam er dus. Met alle gevolgen van dien. Ja, inderdaad: er is niet één bladluis te bespeuren op de prille blaadjes van de rozelaars... maar jammer genoeg zijn ook die blaadjes nog amper vertegenwoordigd op het terras.
Als toegewijde tuinierder laat je je geliefde groenvoorziening natuurlijk niet aan z'n lot over als er een serieuze dip in de temperatuur zit aan te komen. Je gaat stevig aan de slag met meters bubbeltjesplastiek en ander isolerend en beschermend spul. En de afgelopen 15 jaar zijn die hoeveelheid materiaal en mijn inpaktechniek steeds meer dan voldoende geweest om alles heelhuids door de winterkou heen te loodsen. Veel van m'n planten verfraaiden al van m'n vorige terras m'n buitenleven en verhuisden zonder enig probleem mee naar de nieuwe stek, om alhier zonder noemenswaardige aanpassingsverschijnselen prima verder te groeien en bloeien. Ik was er dan ook redelijk gerust in. Onterecht, zoals spoedig zou blijken...
Het terras veranderde al snel in een ogenschijnlijk roerloos doch meedogenloos hard winterlandschap. Hard, steenhard, niet alleen figuurlijk, vooral ook letterlijk. Eén voor één, van klein naar groot, bevroren alle bloempotten op m'n buitenruimte tot grote solide blokken. Zelfs de potgrond op super beschutte plekjes, genesteld dicht tegen de relatief warme, amper geïsoleerde muur onder de ramen werd hard als beton. Het bevriezende vocht in de terracotta potjes deed de schilfers er van af springen, of de hele boel, als van 5 meter hoog naar beneden gesmeten, met een droge 'knets' uit elkaar barsten. De arme planten kreunden bijna letterlijk van de kou en zowat elke dag gaf er wel één de geest. Zelfs in de rangen van de ouwe-getrouwen, de meest taaie en robuuste groenvoorziening, vielen onvoorziene slachtoffers. Zowat alle bladeren en stengels boven de grond kon je voor je ogen zien wegkwijnen, tot er niks meer dan wat gruis van overbleef. En of er diep in de potgrond nog enige sprank van leven zou overschieten, dat viel nog angstig af te wachten...
Bij het keren van het weer en aangemoedigd door de stijgende temperaturen priemden er -hoera, hoera- overal op het hele terras voorzichtig de kopjes van de vele bloembollen door de harde grond heen. Narcissen, hyacinten, tulpen... ze deden allemaal hun best om de lente aan te kondigen. En omdat bevroren vaste planten nog wel eens volledig terug tot leven komen, vaak zelfs met nog extra groeikracht, als je ze redelijk kort terug knipt, deed ik hoopvol een toerke met m'n snoeischaar langs de zieltogende rozen, hibiscussen, clematissen en de camellia. Het zou goed komen, dat wist ik zeker!
De winter dacht er jammer genoeg anders over: er daalde een nieuwe vriesperiode over de reeds gedecimeerde terrasbeplanting neer, en deze maakte korte metten met alles wat er nog restte. De gekortwiekte stompjes van de verschillende struikgewassen bevroren des te sneller. De aller-, allerlaatste restjes tweejarigen en andere zachtbladigen vervlogen in een mum van tijd tot absoluut niets, als in lucht opgegaan. En al die vele beloftevolle bloembolknoppen, die zich zo moedig uit de donkere koude aarde omhoog hadden gewrikt? Zij verdroogden en verwelkten lang voor ze ook maar één seconde een glimp van hun schoonheid konden laten zien. Zelfs hun bollen vervroren tot moes.
Het brak m'n hart. Echt. Ik kreeg het zelfs eerst niet eens voor mekaar om alles op te ruimen. Maar verdrietig zitten kijken op een 20 vierkante meter vol vergane glorie, da's ook niks, dus gewapend met knipschaar en borstel verzamelde ik de resten van de dodelijke plantenslachtoffers van de voorbije -laat ons hopen- winter. Dikke pakken verdroogd loof en afgestorven takken, gruwelijk veel kapotte rozenstruiken, ontelbare verloren vaste planten en handenvol bloembollensmurrie... In totaal twee reuzegrote vuilniszakken vol winterschade haalde ik uit en van tussen m'n pottenovervloed. M'n arme nek en rug konden er niet mee lachen, dat geef ik je met plezier op een briefje...
Het terras ligt er nu weer netjes bij, ontdaan van alle ter ziele gegane materie. De clematissen schieten ondanks alles enthousiast omhoog. Je kan ze bijna zién groeien, zo snel. De drie overgebleven wat zielige klimrozen persen voorzichtig, nóg maar eens, een paar nieuwe blaadjes naar buiten, en ook op de hibiscusboompjes verschijnt behoedzaam het begin van groene knopjes. De helft van de potten staat er wat kaal bij, met op dit moment uitsluitend zand-zonder-plant, maar de rest bevat nog het wat slordig ogende, naar alle kanten uitstekende bloembollengroen. En dat mag gerust zo een tijdje blijven van mij. Voor de lentebloemenvreugde van volgend jaar, en zo staat er ondertussen toch nog iets, hé...
Vanochtend ontdekte ik drie knalrode tulpen, verborgen in een beschut bijna onzichtbaar hoekje van het terras. Elk ander jaar zouden die als knopje al lang door de bladluizen gulzig opgevreten zijn, maar nu de winter wat dat betreft een keertje prima z'n werk deed, geniet ik uitzonderlijk eens in optimale omstandigheden van hun frêle schoonheid.
Ja, inderdaad, 'elk nadeel heeft zo zijn voordeel', dat zeggen ze ook.
Ik laat het verdriet om het verlies van zoveel geliefde planten achter me -ik kan ze toch niet terug tot leven wekken- en verheug me op het uitzoeken en aanplanten van nieuw en misschien sterker of beter gepast groen. Winkelbudget is er eigenlijk absoluut niet, maar gelukkig blijk ik nog in het bezit van een mooi bedragje Ecocheques, toch alvast genoeg voor minstens een dozijn stevige vaste groenblijvers. En er is ook nog die lieve grote-auto-bezittende vriendin Ingrid, die met mij eens bijzonder uitgebreid en super gezellig een dagje wil gaan plantenshoppen. De nodige kleurrijke éénjarigen zal ik de komende maanden links en rechts wel meepakken bij 't boodschappen doen. Er zijn altijd koopjes, als je een beetje uitkijkt. Ondertussen vul ik nu, tegelijkertijd ongeduldig de dagen aftellend en alvast boordevol vreugde over wat nog komen gaat, menig uur aan m'n bureautje met online vaste-plantjes-kijken-en-kiezen. Het weloverwogen verlanglijstje wordt langzaam maar zeker langer. En heel wijs besloot ik inmiddels ook dat sommige soorten niet voor mijn terras weggelegd zijn, zoals die o zo geliefde rozen. Al moet het tóch nog eens gezegd: last van vraatzuchtige insecten zouden ze dit jaar écht niet gehad hebben... hihihi
Goh, misschien was m'n halve wens voor een stevige winter dan toch niet zo misplaatst. Af en toe is het goed om eens los te laten en te herbeginnen, hé. Ik krijg nu in iedere geval de fantastische kans -en ál die vele geweldige bijbehorende genoegens- om, met nog betere kennis ter zake, mijn eigen zeer geliefde groene strookje zo mogelijk nóg fraaier -en hopelijk dit maal meteen ook winter-en-ander-natuurgeweld-bestendig- opnieuw in te richten. En, ondanks m'n protesterende onwillige lijf, betekent dat voor mij eigenlijk alleen maar 'feest'. Ja, misschien moet je oppassen wat je wenst, maar wat er ook gebeurd: gelukkig heeft elk nadeel ook zijn voordeel, hé, groene-vingers- en bloemenvoordeel in mijn geval. 😉💗🌸
Als toegewijde tuinierder laat je je geliefde groenvoorziening natuurlijk niet aan z'n lot over als er een serieuze dip in de temperatuur zit aan te komen. Je gaat stevig aan de slag met meters bubbeltjesplastiek en ander isolerend en beschermend spul. En de afgelopen 15 jaar zijn die hoeveelheid materiaal en mijn inpaktechniek steeds meer dan voldoende geweest om alles heelhuids door de winterkou heen te loodsen. Veel van m'n planten verfraaiden al van m'n vorige terras m'n buitenleven en verhuisden zonder enig probleem mee naar de nieuwe stek, om alhier zonder noemenswaardige aanpassingsverschijnselen prima verder te groeien en bloeien. Ik was er dan ook redelijk gerust in. Onterecht, zoals spoedig zou blijken...
Het terras veranderde al snel in een ogenschijnlijk roerloos doch meedogenloos hard winterlandschap. Hard, steenhard, niet alleen figuurlijk, vooral ook letterlijk. Eén voor één, van klein naar groot, bevroren alle bloempotten op m'n buitenruimte tot grote solide blokken. Zelfs de potgrond op super beschutte plekjes, genesteld dicht tegen de relatief warme, amper geïsoleerde muur onder de ramen werd hard als beton. Het bevriezende vocht in de terracotta potjes deed de schilfers er van af springen, of de hele boel, als van 5 meter hoog naar beneden gesmeten, met een droge 'knets' uit elkaar barsten. De arme planten kreunden bijna letterlijk van de kou en zowat elke dag gaf er wel één de geest. Zelfs in de rangen van de ouwe-getrouwen, de meest taaie en robuuste groenvoorziening, vielen onvoorziene slachtoffers. Zowat alle bladeren en stengels boven de grond kon je voor je ogen zien wegkwijnen, tot er niks meer dan wat gruis van overbleef. En of er diep in de potgrond nog enige sprank van leven zou overschieten, dat viel nog angstig af te wachten...
Bij het keren van het weer en aangemoedigd door de stijgende temperaturen priemden er -hoera, hoera- overal op het hele terras voorzichtig de kopjes van de vele bloembollen door de harde grond heen. Narcissen, hyacinten, tulpen... ze deden allemaal hun best om de lente aan te kondigen. En omdat bevroren vaste planten nog wel eens volledig terug tot leven komen, vaak zelfs met nog extra groeikracht, als je ze redelijk kort terug knipt, deed ik hoopvol een toerke met m'n snoeischaar langs de zieltogende rozen, hibiscussen, clematissen en de camellia. Het zou goed komen, dat wist ik zeker!
De winter dacht er jammer genoeg anders over: er daalde een nieuwe vriesperiode over de reeds gedecimeerde terrasbeplanting neer, en deze maakte korte metten met alles wat er nog restte. De gekortwiekte stompjes van de verschillende struikgewassen bevroren des te sneller. De aller-, allerlaatste restjes tweejarigen en andere zachtbladigen vervlogen in een mum van tijd tot absoluut niets, als in lucht opgegaan. En al die vele beloftevolle bloembolknoppen, die zich zo moedig uit de donkere koude aarde omhoog hadden gewrikt? Zij verdroogden en verwelkten lang voor ze ook maar één seconde een glimp van hun schoonheid konden laten zien. Zelfs hun bollen vervroren tot moes.
Het brak m'n hart. Echt. Ik kreeg het zelfs eerst niet eens voor mekaar om alles op te ruimen. Maar verdrietig zitten kijken op een 20 vierkante meter vol vergane glorie, da's ook niks, dus gewapend met knipschaar en borstel verzamelde ik de resten van de dodelijke plantenslachtoffers van de voorbije -laat ons hopen- winter. Dikke pakken verdroogd loof en afgestorven takken, gruwelijk veel kapotte rozenstruiken, ontelbare verloren vaste planten en handenvol bloembollensmurrie... In totaal twee reuzegrote vuilniszakken vol winterschade haalde ik uit en van tussen m'n pottenovervloed. M'n arme nek en rug konden er niet mee lachen, dat geef ik je met plezier op een briefje...
Het terras ligt er nu weer netjes bij, ontdaan van alle ter ziele gegane materie. De clematissen schieten ondanks alles enthousiast omhoog. Je kan ze bijna zién groeien, zo snel. De drie overgebleven wat zielige klimrozen persen voorzichtig, nóg maar eens, een paar nieuwe blaadjes naar buiten, en ook op de hibiscusboompjes verschijnt behoedzaam het begin van groene knopjes. De helft van de potten staat er wat kaal bij, met op dit moment uitsluitend zand-zonder-plant, maar de rest bevat nog het wat slordig ogende, naar alle kanten uitstekende bloembollengroen. En dat mag gerust zo een tijdje blijven van mij. Voor de lentebloemenvreugde van volgend jaar, en zo staat er ondertussen toch nog iets, hé...
Vanochtend ontdekte ik drie knalrode tulpen, verborgen in een beschut bijna onzichtbaar hoekje van het terras. Elk ander jaar zouden die als knopje al lang door de bladluizen gulzig opgevreten zijn, maar nu de winter wat dat betreft een keertje prima z'n werk deed, geniet ik uitzonderlijk eens in optimale omstandigheden van hun frêle schoonheid.
Ja, inderdaad, 'elk nadeel heeft zo zijn voordeel', dat zeggen ze ook.
Ik laat het verdriet om het verlies van zoveel geliefde planten achter me -ik kan ze toch niet terug tot leven wekken- en verheug me op het uitzoeken en aanplanten van nieuw en misschien sterker of beter gepast groen. Winkelbudget is er eigenlijk absoluut niet, maar gelukkig blijk ik nog in het bezit van een mooi bedragje Ecocheques, toch alvast genoeg voor minstens een dozijn stevige vaste groenblijvers. En er is ook nog die lieve grote-auto-bezittende vriendin Ingrid, die met mij eens bijzonder uitgebreid en super gezellig een dagje wil gaan plantenshoppen. De nodige kleurrijke éénjarigen zal ik de komende maanden links en rechts wel meepakken bij 't boodschappen doen. Er zijn altijd koopjes, als je een beetje uitkijkt. Ondertussen vul ik nu, tegelijkertijd ongeduldig de dagen aftellend en alvast boordevol vreugde over wat nog komen gaat, menig uur aan m'n bureautje met online vaste-plantjes-kijken-en-kiezen. Het weloverwogen verlanglijstje wordt langzaam maar zeker langer. En heel wijs besloot ik inmiddels ook dat sommige soorten niet voor mijn terras weggelegd zijn, zoals die o zo geliefde rozen. Al moet het tóch nog eens gezegd: last van vraatzuchtige insecten zouden ze dit jaar écht niet gehad hebben... hihihi
Goh, misschien was m'n halve wens voor een stevige winter dan toch niet zo misplaatst. Af en toe is het goed om eens los te laten en te herbeginnen, hé. Ik krijg nu in iedere geval de fantastische kans -en ál die vele geweldige bijbehorende genoegens- om, met nog betere kennis ter zake, mijn eigen zeer geliefde groene strookje zo mogelijk nóg fraaier -en hopelijk dit maal meteen ook winter-en-ander-natuurgeweld-bestendig- opnieuw in te richten. En, ondanks m'n protesterende onwillige lijf, betekent dat voor mij eigenlijk alleen maar 'feest'. Ja, misschien moet je oppassen wat je wenst, maar wat er ook gebeurd: gelukkig heeft elk nadeel ook zijn voordeel, hé, groene-vingers- en bloemenvoordeel in mijn geval. 😉💗🌸
zondag 2 april 2017
Het verrassingspakket dat blijft verrassen.
Wel 15 meter lang, doch slechts 1,20 meter diep. De 18 m² buitenruimte die bij mijn appartement hoort lijkt op het eerste zicht nogal onhandig en lastig in te vullen. Maar, niet is minder waar, toch niet als je Kristina heet en onbetwistbaar groene vingers hebt. Ja, met tafels en stoelen of ligzetels en parasols zou het met die afmetingen redelijk onpraktisch wringen worden, dat klopt, maar mijn terras staat, op één houten zitbankje na, dat tevens dient als opbergplek voor tuinslangen en borstels, boordevol, om niet te zeggen propvol, eigenlijk nog nét niet óvervol -ge kunt er uw gat nog justekes keren, zoals ze dat in Antwerpen zeggen- met potten en bakken van allerlei aard met daarin een geweldig brede waaier aan hoofdzakelijk bloeiende planten en kleine bomen, de ene al wat succesvoller en florissanter groeiend dan de andere.
Op m'n vorige adres had ik ook een terras, met wat meer gangbare afmetingen en dus naast potten en bakken met plantaardig fraais stond daar ook een tafel, 4 stoelen en een rieten zonnezetel. Hopelijk vonden de tafel en stoelen via de Kringwinkel een fijne nieuwe thuis, want die mochten niet mee naar de nieuwe stek. En de zetel staat nu een beetje verloren binnenskamers, maar omdat die zo lekker zit blijf ik er voorlopig nog steeds een geschikt plekje voor zoeken.
Alle potten en planten daarentegen, die verhuisden uiterààrd met me mee, en geloof me, dat had -niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk- nog behoorlijk wat voeten in de aarde. ;-)
Al leek het een ongelofelijke hoeveelheid op het vorige terras, op dat nieuwe vulden de verhuisde plantenhouders niet eens de helft van de oppervlakte. Dus, u raad het al: de afgelopen jaren kwam er een heel pak groenvoorziening bij. Puur voor de lol heb ik eens een toerke gedaan met pen en papier in de hand en alles even geteld, en het verrassende resultaat verbaasde me...
Op het lange smalle terras staan er op dít moment -want wie weet wat de komende zomer nog brengt- met een doorsnede variërend van 15 cm tot ongeveer 100 cm welgeteld 81 potten, er hangen en staan 10 bloembakken -van die typische lange smalle, je kent ze wel-, er wiebelen aan krullende haken 10 grote hangpotten en tegen de muren 3 van die plastieken halfronde hangmandjes, en tot slot zijn ook nog 1 grote vaas in kunststof, gekregen van een vriendin, 3 bakken met water plus waterplanten en 2 enorme bruine stenen kruiken met prachtige clematissen erin.
Da's een totaal van 110 planthoudende reservoirs!
En geloof me, ik heb het helemaal opgegeven van te denken en te verkondigen 'nu kan er écht niks meer bij', want ik vind àltijd nog wel een plekje voor nog meer moois... 'Verslaving' heet dat volgens mij. ;-)
Elk jaar weer, één keer in de herfst voor de lentebloeiers en één keer in de lente voor de zomerbloeiers, stop ik zowat overal in al die opgepotte aarde bloembollen en wortelstokken. Zowel 'nieuwe' als uitgebloeide afdankers uit verschillende warme woonkamers. Narcissen, tulpen, hyacinten, blauwe druifjes, irissen, krokusjes, dahlias, gladiolen, freesias, tijgerbloemen, pioenen, stokrozen, en zoveel andere wondermooie soorten waarvan ik de naam of het bestaan alweer vergat. Echt massa's en massa's bloembollen, vaak zelfs 200 stuks in één keer. (Wow, dat zijn er dus duizenden over de loop der jaren, daar schrik zelfs ik een beetje van...) En die bollen, die graaf ik niet meer op, nooit, die mogen gewoon volledig hun eigen ding gaan doen, zoals ze dat zelf verkiezen. In die potten, die van m'n vorige terras mee naar m'n huidige stekje mochten, zitten dus vermoedelijk nog bollen van 10 jaar geleden of langer zelfs, wie weet. Want tegen het seizoen dat al dat prachtigs ontspruit vergat ik al lang weer wat, waar en wanneer ik al die dingen gepoot had.
En dat, exact dàt, vind ik ronduit gran-di-oos!!! Echt, da's zo gewéldig!
Van zodra de eerste groene topjes van tussen de donkere aarde en de mestkorrels beginnen piepen sta ik er met m'n neus bovenop om me te laten verrassen, keer op keer op keer weer, met al de prachtige bloemen die zich langzaam maar zeker ontplooien uit bollen die ik niet meer wist zitten, of die vorig jaar niks voortbrachten, of tot nu toe alleen maar blaadjes maakten.
Elke dag, elk seizoen, elk jaar, opnieuw en opnieuw, verrast me het verrassingspakket dat ik mezelf cadeau deed!
Op dit moment beginnen langzaam de kleine tète-a-tète narcisjes, die samen met de frêle krokussen altijd als eersten de lente begroeten, te verdwijnen. Hun fris gele kleurtje straalde extra zonnig door de diep blauwe en purperen violetten die ik er tussen zette. Uit vuistgrote knollen maken nu zeer verschillende narcissoorten zich op voor het vervolg van deze kleurrijke show. De bijna vlijmscherpe pijlpunten van de groeiende gladiolen priemen ook al met overtuiging en zowat overal doorheen vanuit de donkerte van de potgrond.
Ik geniet mateloos van de wel 30 cm of meer als uit niets omhoog schietende clematissen, van de overvloed aan nieuwe blaadjes uit de harde houten takken van de hibiscusboompjes en vlinderstruiken, van de -spijtig genoeg ook alweer wreed geplaagd door de vraatzucht der bladluizen- prille blaadjes en eerste knoppen van m'n geliefde rozenstruiken. En verwonderend en bewonderend volg ik de ongelofelijke levenskracht van de natuur als er zich uit minuscule zaadjes blad voor blad allerlei nieuwe plantjes ontwikkelen. Daar kan ik echt niet genoeg van krijgen.
Maar die overdosis aan, soms lang lang vergeten, bollen en knollen, die vanuit de donkere diepte van aarde en koemest hun onverwachte bloemenspektakel steeds weer genadeloos op me los laten, da's toch nog een andere categorie 'verbluffend', vind ik, een ontroerend cadeau aan mezelf dat telkens opnieuw weet te verblijden. Een adembenemend verrassingspakket dat blijft verrassen... Zalig, toch?! ♥
Op m'n vorige adres had ik ook een terras, met wat meer gangbare afmetingen en dus naast potten en bakken met plantaardig fraais stond daar ook een tafel, 4 stoelen en een rieten zonnezetel. Hopelijk vonden de tafel en stoelen via de Kringwinkel een fijne nieuwe thuis, want die mochten niet mee naar de nieuwe stek. En de zetel staat nu een beetje verloren binnenskamers, maar omdat die zo lekker zit blijf ik er voorlopig nog steeds een geschikt plekje voor zoeken.
Alle potten en planten daarentegen, die verhuisden uiterààrd met me mee, en geloof me, dat had -niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk- nog behoorlijk wat voeten in de aarde. ;-)
Al leek het een ongelofelijke hoeveelheid op het vorige terras, op dat nieuwe vulden de verhuisde plantenhouders niet eens de helft van de oppervlakte. Dus, u raad het al: de afgelopen jaren kwam er een heel pak groenvoorziening bij. Puur voor de lol heb ik eens een toerke gedaan met pen en papier in de hand en alles even geteld, en het verrassende resultaat verbaasde me...
Op het lange smalle terras staan er op dít moment -want wie weet wat de komende zomer nog brengt- met een doorsnede variërend van 15 cm tot ongeveer 100 cm welgeteld 81 potten, er hangen en staan 10 bloembakken -van die typische lange smalle, je kent ze wel-, er wiebelen aan krullende haken 10 grote hangpotten en tegen de muren 3 van die plastieken halfronde hangmandjes, en tot slot zijn ook nog 1 grote vaas in kunststof, gekregen van een vriendin, 3 bakken met water plus waterplanten en 2 enorme bruine stenen kruiken met prachtige clematissen erin.
Da's een totaal van 110 planthoudende reservoirs!
En geloof me, ik heb het helemaal opgegeven van te denken en te verkondigen 'nu kan er écht niks meer bij', want ik vind àltijd nog wel een plekje voor nog meer moois... 'Verslaving' heet dat volgens mij. ;-)
Elk jaar weer, één keer in de herfst voor de lentebloeiers en één keer in de lente voor de zomerbloeiers, stop ik zowat overal in al die opgepotte aarde bloembollen en wortelstokken. Zowel 'nieuwe' als uitgebloeide afdankers uit verschillende warme woonkamers. Narcissen, tulpen, hyacinten, blauwe druifjes, irissen, krokusjes, dahlias, gladiolen, freesias, tijgerbloemen, pioenen, stokrozen, en zoveel andere wondermooie soorten waarvan ik de naam of het bestaan alweer vergat. Echt massa's en massa's bloembollen, vaak zelfs 200 stuks in één keer. (Wow, dat zijn er dus duizenden over de loop der jaren, daar schrik zelfs ik een beetje van...) En die bollen, die graaf ik niet meer op, nooit, die mogen gewoon volledig hun eigen ding gaan doen, zoals ze dat zelf verkiezen. In die potten, die van m'n vorige terras mee naar m'n huidige stekje mochten, zitten dus vermoedelijk nog bollen van 10 jaar geleden of langer zelfs, wie weet. Want tegen het seizoen dat al dat prachtigs ontspruit vergat ik al lang weer wat, waar en wanneer ik al die dingen gepoot had.
En dat, exact dàt, vind ik ronduit gran-di-oos!!! Echt, da's zo gewéldig!
Van zodra de eerste groene topjes van tussen de donkere aarde en de mestkorrels beginnen piepen sta ik er met m'n neus bovenop om me te laten verrassen, keer op keer op keer weer, met al de prachtige bloemen die zich langzaam maar zeker ontplooien uit bollen die ik niet meer wist zitten, of die vorig jaar niks voortbrachten, of tot nu toe alleen maar blaadjes maakten.
Elke dag, elk seizoen, elk jaar, opnieuw en opnieuw, verrast me het verrassingspakket dat ik mezelf cadeau deed!
Op dit moment beginnen langzaam de kleine tète-a-tète narcisjes, die samen met de frêle krokussen altijd als eersten de lente begroeten, te verdwijnen. Hun fris gele kleurtje straalde extra zonnig door de diep blauwe en purperen violetten die ik er tussen zette. Uit vuistgrote knollen maken nu zeer verschillende narcissoorten zich op voor het vervolg van deze kleurrijke show. De bijna vlijmscherpe pijlpunten van de groeiende gladiolen priemen ook al met overtuiging en zowat overal doorheen vanuit de donkerte van de potgrond.
Ik geniet mateloos van de wel 30 cm of meer als uit niets omhoog schietende clematissen, van de overvloed aan nieuwe blaadjes uit de harde houten takken van de hibiscusboompjes en vlinderstruiken, van de -spijtig genoeg ook alweer wreed geplaagd door de vraatzucht der bladluizen- prille blaadjes en eerste knoppen van m'n geliefde rozenstruiken. En verwonderend en bewonderend volg ik de ongelofelijke levenskracht van de natuur als er zich uit minuscule zaadjes blad voor blad allerlei nieuwe plantjes ontwikkelen. Daar kan ik echt niet genoeg van krijgen.
Maar die overdosis aan, soms lang lang vergeten, bollen en knollen, die vanuit de donkere diepte van aarde en koemest hun onverwachte bloemenspektakel steeds weer genadeloos op me los laten, da's toch nog een andere categorie 'verbluffend', vind ik, een ontroerend cadeau aan mezelf dat telkens opnieuw weet te verblijden. Een adembenemend verrassingspakket dat blijft verrassen... Zalig, toch?! ♥
Abonneren op:
Posts (Atom)


