Posts tonen met het label dankbaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dankbaar. Alle posts tonen

maandag 23 maart 2020

Een memorabel afscheid.

Afgelopen zaterdag mocht ik, ondanks alle opgelegde beperkingen dus toch nog, een uitvaart opluisteren. Afgaande op het overduidelijke gemak waarmee al de te zingen hoge noten nog steeds haarjuist uit me knalden en de mij zo kenmerkende decibels de door warme zonnestralen in vuur en vlam gezette glasramen deden rinkelen als vanouds, kan je met quasi 100% zekerheid zeggen dat er met mijn longen voorlopig nog absoluut niks mis is! Vooralsnog gaat het Coronavirus dus aan mij voorbij en heeft het me nog niet met z'n dodelijk ziekmakende klauwen te pakken gekregen...
Maar de opgelegde maatregels bij de wereldwijde pandemie maakten deze afscheidsdienst bijzonder memorabel. Nu woonde ik in heel mijn lange carrière als uitvaartzangeres al wel vaker uitvaarten mee om nooit meer te vergeten, en ook deze zou op zich, zonder al het gedoe, al hoog in dat gedenkwaardig lijstje scoren; door alle extra's erom heen, extra's die er eigenlijk niks mee te maken hadden, werd het een meer dan beklijvende gebeurtenis.
De hele afgelopen week was er, met een klein hartje, telefonisch contact heen en weer geweest tussen mij en de begrafenisondernemer, om te checken wat er door de steeds striktere bepalingen 
van de muzikale wensen nog mogelijk bleef. En tegen alle verwachtingen in reed ik zaterdagochtend, netjes opgekleed zoals gewoonlijk, doch eveneens voorzien van mondmasker en handschoenen, dan toch met de fiets richting kerk. De stralende zon had verraderlijk warm geleken, zo vanachter het venster. Ik rilde in m'n chique lange jas en de snijdende wind deed m'n ogen tranen. En toch genoot ik. Even buiten, in de frisse lucht, even stevig doortrappen op de fiets, niets dan lege straten en rust. Geen sterveling te bespeuren en alleen geparkeerde auto's. Een soort 'autoloze zondag' dus, maar dan zonder mensen. Als ik heel breed -en een beetje getikt- heen en weer had willen zigzaggen over de vier rijstroken én de middenberm met de tramsporen, dan had ik dat eigenlijk gewoon kunnen doen... Heerlijk dus. Ik arriveerde dan ook, weliswaar een beetje bibberend en met wat uitgelopen mascara, met een bijzonder brede glimlach op m'n gezicht aan de kerk.
En toen werd het ernst. Uiteraard geen handjes schudden. De begrafenisondernemer en het personeel begroetten me met een strakke buiging, die ik dan -wat moet je al anders- maar met een gelijkaardig gebaar beantwoordde. Tussen de paar aanwezigen, op dat vroege moment een uur voor de dienst, ten allen tijde, als was het onzichtbaar afgemeten, een minimum afstand van 2 meter. Het voelde wat leeg en koud aan.
M'n organist was er al en schoot meteen overeind vanachter het orgel bij mijn binnenkomst op het hoogzaal. Niet om me te begroeten zoals gewoonlijk, maar om zich zo ver mogelijk uit m'n buurt te haasten. Hij had in afwachting van mijn komst zowel de reling van de trap, als de klinken van het deurtje en de balustrade van het hoogzaal, en tot slot de hele speeltafel van het orgel, uiteraard vooral en met extra aandacht ál de klavieren en toetsen, intensief schoongemaakt met desinfecterende vochtige doekjes. Om zeker en vast geen microben van mij op te pikken bracht hij zelf alle nodige partituren mee. Wat uitzonderlijk is, want da's iets waar ik normaal gezien steeds voor zorg. Vraag maar aan al m'n begeleiders. De hele mis lang voerden we een eigenaardig soort dansje uit: tussen ons sowieso steeds de maximum mogelijke afstand, en bewoog ik naar links, dan schoof hij aan zijn kant van de kleine ruimte mee in hetzelfde tempo naar zijn linkerkant. Converseren tijdens de plechtigheid deden we op papier: ik schreef iets neer, legde het op een stoel en verplaatste me er zo ver mogelijk vandaan. Hij wachtte tot ik mezelf ruim genoeg verwijderd had, trad dan naar voor, las zonder ook maar iets aan te raken de genoteerde boodschap en beantwoordde die in gebarentaal. De hele situatie had zo in één of andere dolkomische Monty Pythonachtige film kunnen passen, maar het maakte me ook nogal triest. Samen heel alleen. Of zo iets.
Beneden ons, in de kerk, ging het er al net zo aan toe. Men mocht het stoffelijk overschot slechts met een hoofdknik begroeten, geen kruisjes met het wijwaterkwastje dus. De sympathieke, warme dame, die hier vandaag definitief afscheid nam van haar geliefde echtgenoot, moest het stellen met enkele woorden van troost en bemoediging vanop een afstand, terwijl ze moederziel alleen op twee meter van de kist stond. Geen knuffels, geen zoenen, geen innige omhelzingen en andere troostende aanrakingen. Veel eenzamer kan iets er volgens mij echt niet uit zien... De ceremoniemeesters plaatsten de schaarse aanwezigen -een week geleden verwachtte de weduwe nog vele honderden mensen, doch zowat iedereen had systematisch om veiligheidsoverwegingen afgebeld- met telkens zowel een stoel als een rij tussen hen in verspreid over de ruimte. Dertig, misschien veertig personen schat ik, maar zo 'breed uitgesmeerd' leek het wel een full house. Bij de offergang hield men zich zodanig netjes aan de afstandsregeling dat ik blij was hiervoor, een beetje tegen beter weten in -maar ook hier: better safe than sorry-, tóch twee behoorlijk lange muziekstukken voorzien had. 't Was maar nét genoeg!
De beste vriend van de overledene zou in eerste instantie aan het eind van de uitvaart van bovenop het hoogzaal 
op z'n klaroen nog 'Ten velde' spelen, maar uiteindelijk ging ook hij liever veilig ver weg van mij en de organist, en ver weg van iedereen, helemaal vooraan achter het altaar het beste van zichzelve staan geven.
De bloemen bij dit afscheid waren ontegensprekelijk prachtig. De teksten erg mooi en prima gekozen. De persoonlijke getuigenissen warm, hartelijk, af en toe zelfs ontzettend grappig en helemaal niet oeverloos lang. En zowel de hartelijke priester als de uitvaartbegeleiders deden er werkelijk alles aan om de beperkingen door het woekerende virus enigszins aanvaardbaar te maken. Maar die extra triestesse, die als bijna tastbaar in de lucht over alles heen hing door het verplicht achterwege laten van zoveel warme gebaren, het ontbreken van elke vorm van warme genegenheid, de letterlijk afstand..., ze brak werkelijk m'n hart. Dat staat voor altijd kil en koud in m'n geheugen gegrift, vrees ik...
Gelukkig mocht de muziek nog wel! En een overdosis muziek zelfs. Al had ze er zowat elke wet in dit landje voor moeten breken, de toegewijde weduwe moest en zou massa's muziek bij het afscheid van haar beminde levenspartner. En die muziek, ze was er. Ondanks alle restricties -met wijsheid opgelegd door zij die het kunnen weten, of door onze hartstochtelijk het leven en de gezondheid minnende zelf- hebben we de kerk, meer dan ooit gepassioneerd en gedreven, gevuld met prachtige klanken. Klanken die troost brachten waar aanraking achterwege moest blijven... En dat vervult mijn zangeressenhart met mateloze vreugde en oprechte dankbaarheid. ♥️





woensdag 11 september 2019

Even geen water.

Het was meteen duidelijk toen ik, huiswaarts kerende van m'n namiddagshiftje aan de receptie, het laatste eindje richting ons appartementsgebouw slenterde: hier gebeurde tijdens mijn afwezigheid iets spectaculairs! De stoep voor de trappen naar de ingang werd afgebakend door wapperende rood-witte plastiek linten, over een stuk van het asfalt van de straat lag serieus wat weggespoeld zand met nog duidelijke sporen van een stevige hoeveelheid weggelopen water, en in de voortuin: een groot gat. Al snel werd duidelijk dat we met een gesprongen waterleiding zaten... Zowel de mannen van de brandweer als van de politie waren blijkbaar al gepasseerd en elk moment mochten we die van de watermaatschappij verwachten. Op de voordeur hing een berichtje dat 'het water afgesloten zou zijn van 10 tot en met 11 oktober 2019' en de waarschuwing 'gelieve uw voorzorgen te nemen'. 'k Moest er een beetje om grinniken, want tja, dat laatste is nogal moeilijk als het water al afgesloten ís, hé...
Gek eigenlijk dat het eerste wat een mens doet bij zulk een melding onmiddellijk toch nog 'effe checken' is. Voor alle zekerheid tóch nog maar eens kijken -bijna stiekem- of er écht geen water meer uit de tap komt dus. Ik draaide de kraan boven de badkuip open en zag er, tot mijn grote verbazing, toch nog een stevige straal water uit lopen. Vermoedelijk het water dat nog in de leidingen zat, al dan niet naar omlaag stromend vanuit die veertien verdiepingen boven mij. Ik haastte me om er een emmer onder te zetten. Voilà, dat was alvast meer dan genoeg water voor
het tandenpoetsen en een kattenwasje morgenvroeg.
Geheel los van de situatie had ik -hoe bijzonder grappig toevallig kan het zijn- een afspraak met een loodgieter voor herstellingen bij mij thuis in het appartement. Met alle commotie in de grote hal en voor het gebouw hoorde deze man geen steek door de parlofoon, dus ik pikte hem even persoonlijk uit het drukke gedoe op. In het voorbijgaan zag ik dat een handvol mensen van Waterlink al met groot materiaal aanwezig was om alles zo snel mogelijk te herstellen. Dat kwam goed, ik had er het volste vertrouwen in, geen enkele reden tot ongerustheid dus. Maar duidelijk deelden zoveel andere bewoners van het gebouw mijn mening hierover niet. In het halletje en de enige nog werkende lift was het een levendig komen en gaan van personen met emmers en bidons, reeds met water gevuld of nog te vullen. Ik hoorde sommigen zelfs maatregels treffen om de nacht eventueel elders door te gaan brengen.
En ik, ik was er echt wel van onder de indruk. Niet van dat zonder water zitten, echt niet, maar wel van die bijna voelbare paniek die het waterloos-zijn duidelijk onder een deel van mijn buren teweeg bracht. Het leek wel een soort noodtoestand. Ja, we staan er inderdaad zelden bij stil dat het eigenlijk een ongelofelijke luxe is dat hier ten allen tijde zomaar water uit de kraan komt. Het is zo vanzelfsprekend, dat het serieus schrikken is als dat plotseling en zonder aankondiging ophoudt. Dat snap ik.
Maar, heel eerlijk, 'k vraag me toch écht af waarom, en waarvoor, er meteen met man en macht van water aangesleept moest worden... Alsof die afwas écht eens niet één keertje tot morgen kon blijven staan, bijvoorbeeld. En er in plaats van warm eten niet eens een boterham gegeten kon worden. Eén nachtje slapen zonder tanden poetsen kan volgens mij ook niet zoveel kwaad, en aangezien we sowieso toch allemaal zowat elke dag uitgebreid in bad gaan of onder de douche, zal je met een keertje ongewassen gaan werken ook nog niet onmiddellijk de boel bij elkaar stinken, veronderstel ik... Maar, misschien heb ik makkelijk praten, en het zou best kunnen dat ik het allemaal weer niet helemaal begrijp, ik, de 'typische alleenstaande vrouw', en op de koop toe zo ééntje met een behoorlijk relaxte 'ik-zie-het-wel'-houding tegenover de dingen des levens...

De voorbije weken waren er in allerlei supermarkten overal lege rekken te bespeuren omdat er iets mis ging met de verschillende distributiecentra. En voor die ongevulde schabben staande, bedacht ik me toen al hoe verwend we eigenlijk wel zijn en in wat voor ongelofelijke welvaart wij wel leven. Het is inderdaad even verschieten, als dat wat je je hele leven als totaal vanzelfsprekend beschouwd er plots allemaal niet meer is. Dat geldt zelfs voor mij, 'budgetbeperkt' als ik ben. In de supermarkt had je te kopen wat er nog was, of huiswaarts te keren met niets. Simpel. Voor ons een erg uitzonderlijke situatie, voor vele mensen in de wereld echter een constante realiteit... Net zoals met dat gebrek aan water. Op zoveel plaatsen op dit blauw waterbolleke, dat zeer vochtig planeetje waarop wij toch met z'n allen wonen, is helder en gezond water een onbeschrijfelijke luxe en een gruwelijk ontbrekende basisbehoefte... Met dat in m'n achterhoofd is één nachtje geen stromend water uit de kraan echt alles behalve een noodsituatie voor mij. Ik zie het eerder als een kleine uitdaging. Als het zelfs dát überhaupt al is... En wees gerust, 't is niet de bedoeling dat dit als een preek van een heilig boontje over komt. Ik maak me er echt geen illusies over, hoor: mocht het enkele dagen gaan duren, dan zou ik het met zo'n 'leven zonder water' absoluut ook lastig krijgen, en zeker en vast eveneens hulp nodig hebben. 
Maar nogmaals, misschien heb ik makkelijk praten, ik weet het niet. Vermoedelijk zie ik de dingen, iets meer dan de meeste mensen om me heen, een stuk globaler. Ik ben me er steeds bijzonder bewust van hoe dankbaar we eigenlijk wel moeten zijn voor al onze welvaart. Voor zovelen op deze planeet zijn al die voor ons zo vanzelfsprekende dagdagelijkse dingen dat absoluut niet. En wat mij betreft mogen we daar eigenlijk -en sowieso altijd, dus niet alleen als er plots eens geen water meer uit de kraan komt- wel wat vaker bij stil staan...
Nog voor ik m'n bed in kroop, was het euvel reeds volledig verholpen, lag zelfs het gat in de voortuin weer netjes dicht en stroomde het water alsof er nooit iets gebeurd was weer zowel koud als warm voluit uit alle kranen, desnoods uit allemaal en overal tegelijkertijd! Heel het spektakel en gedoe bleek uiteindelijk slechts een 'scheet in een fles' te zijn -of aangepast naar dit geval: 'in den bidon'-, en al dat gesleep met die vele emmers nagenoeg letterlijk 'water naar de zee dragen'... 😉 



maandag 11 februari 2019

Over verjaren en zo...

Toen ik een halve eeuw oud werd, besloot ik dat het bereikte cijfer wel volstond. Ik zou verder gewoon 50 blijven en er 'jaren ervaring' bovenop tellen. En dat meende ik serieus, hoor. Zo ben ik dus sinds het begin van deze maand '50 met 3 jaar ervaring'! Voilà.
Het ouder worden maakte me langzaam maar zeker steeds duidelijker dat die dag eigenlijk minder het herdenken van mijn geboorte inhield en zoveel meer het vieren van mijn leven. De laatste jaren moest er -wat mij betreft dan toch- op deze dag ook echt niet meer zo focust worden op mij. Ik sta al vaak genoeg in de belangstelling. Nee, 2 februari groeide voor mij uit tot de gelegenheid, hét aangewezen moment in het jaar, om even extra stil te staan bij alles wat het leven mij tot nu toe bracht, om even terug te blikken op de geweldige weg die ik al afgelegd heb, om de vele bijzondere mensen te gedenken die ik op mijn pad mocht ontmoeten, om extra warm te glimlachen bij de gedachte aan zij die nog altijd aan mijn zijde mee verder gaan, en om tijd te nemen op m'n gemakje, al dan niet alleen met mezelf of in gezelschap, vele honderden gekoesterde herinneringen en zoveel speciale momenten -zowel positieve als negatieve, maar allemaal veelbetekenend en verreikend in mijn bestaan- boven te halen en even lichtjes opnieuw te bleven, te voelen, te ondergaan.
Dit jaar nam een ontzettend grote dankbaarheid de absolute overhand. Want er is zo ongelofelijk veel waar ik diep en oprecht dankbaar voor ben. Alle dagen van mijn leven, hoor, maar nu, zo met die verjaardag kwam het gevoel écht vanuit élke vezel van mijn lijf en élke molecule van mijn zijn. 
Eerst en vooral het feit dát ik al zoveel jaren heb mógen leven. Niet echt voor de hand liggend als je lichaam het met regelmaat laat afweten. Als ik (slechts) 50 jaar eerder het levenslicht gezien had, dan was ik vandaag vermoedelijk een ontzettend grote sukkelaar, met ondraaglijke pijnen, en totaal niet in staat voor mezelf te zorgen. Of ik was zelfs niet eens meer in leven... Zelfde verhaal mocht ik in déze tijd maar in een minder 'modern' land ter wereld gekomen zijn. De hele structuur van het ons ter beschikking zijn van allerlei hulp en vangnetten, in combinatie met zeer vooruitstrevend medisch kunnen, is toch iets om bijzonder te waarderen. Niet dan?...
Vaak zit ik stilletjes in mijn sofa rond me te kijken, in een alles overweldigend geluk. Dit is mijn eigen appartementje. Iets dat ik nooit gedacht had te bereiken in dit leven, en toch woon ik hier nu al 5 jaar. O ja, er zijn nog steeds wat mankementjes aan, dingen waarvoor ik jammer genoeg niet de centen heb om ze terdege op te lossen, en ik heb nog meer dan 20 jaar af te betalen aan de hypotheek, maar dat mag de pret zeker niet drukken. Elke kamer straal mijn hart en ziel uit, overal waar je kijkt merk je dat deze ruimte een verlenging van mezelf is: vol uitgesproken kleur, vol welig tierende planten, vol gekoesterde frullekes en memorabilia, vol kunst en muziek. Vol zachtheid ook en rust, met een intens welkomstgevoel en een veilig thuiskomen. Een plek waar mensen graag op bezoek komen en de koffie bij wijze van spreken altijd klaar staat.
Ik ben ook dankbaar voor de niet-menselijke levende wezens in mijn bestaan. Zonder de katertjes Poekie en Pompon zou de flat misschien toch een behoorlijk stuk aan warmte inboeten, denk ik. En de vele vogels op het terras en in de aanpalende tuin, die zijn ontegensprekelijk een dagelijkse bron van intense vreugde en zelfs occasioneel van buitengewone opwinding. (Dat laatste bij de poezen al wat sneller dan bij mij, uiteraard. Voor mij moet er dan al eens iets erg uitzonderlijks komen aan fladderen en landen, hé...) 

Och, veel moet het feitelijk niet zijn om mij intens gelukkig te maken, hoor. De ochtendzon die door de gordijnen piept, vrolijk omlaag dansende sneeuwvlokken, soms zelfs het ritmisch gekletter van de regen, een nieuwe bloemknop of bladknop ergens in m'n overdadige groenvoorziening, het brommend gesnor van de hommels, tevreden ronkende poezenbeestjes, een vrolijk fluitende buurman, een liedje in m'n hoofd, een frisse 'goeie morgen!' op straat die eens een keertje blij beantwoord wordt... Zoveel dat me opgewekt maakt. Zoveel ook om dankbaar voor te zijn...
Maar boven al, met stip op de eerste plaats, gaat mijn eindeloze dankbaarheid uit naar al die geweldige mensen die elk op hun manier mijn leven een bijzondere twist geven. Eigenlijk spreken we hier bijna niet eens meer over dankbaarheid 
waar mijn hart van over loopt voor hen, maar over pure liefde. Voor deze kleine groep echte vrienden en familieleden hoef ik nooit of te nimmer een masker op te zetten. Soms kennen ze me zelfs beter dan ik mezelf, en doorprikken ze met gemak m'n gewoonte-maskerade in een ongemakkelijke charade. Ze waarderen me en houden van me exact zoals ik ben, zonder enige vorm van toegeving, en onder absoluut alle omstandigheden. En da's natuurlijk wederkerig. (Of wat had je gedacht, dan?!) Zij leerden me wat 'graag gezien worden' is, en ook het echte 'graag zien'... Niet alleen anderen (zonder mezelf daar dan in te verliezen) maar, ooo zooooo belangrijk, ook mezélf! Ik groei door hen, als mens, als persoon, als vriend, als artiest... Nog elke dag word ik door hun zachte, vaak onopvallende aanwezigheid in mijn leven een betere mens.
En ze weten zelf wel wie ik hier bedoel. Ik hoef geen namen te noemen. Af en toe riskeer ik het wel eens over één van hen te schrijven, maar meestal vinden ze dat al snel veel te veel aandacht, of ze hebben er ronduit de pest aan... hihihi
Hen wil ik dus vieren op mijn verjaardag. Zij moeten in de watten gelegd, niet ik. (Al weten ze me, nondepitjes, op bijzonder slinkse wijze toch altijd met 't één of 't ander te verrassen, de lieve stiekemerds, ongeacht mijn met overtuiging en aandrang gebrachte boodschap 'dat ik absoluut niets wil omdat ik alles al heb, zeker met hen in m'n leven!'...) Of tenminste, dat was alleszins mij idee daarover dit jaar, en met een handvol van hen is me dat ook gelukt. En da's genieten voor mij, echt, serieus genieten! Waarvoor ik dan uiteraard alwéér bijzonder dankbaar ben... hihi
Ja, je verjaardag gebruiken als speciaal moment van reflectie, even uitgebreid stilstaan bij alles waar je dankbaar voor mag zijn, da's verrassend verfrissend. En het heeft me zo mogelijk nóg gelukkiger en dankbaarder gemaakt. 😍
(En dat jij dit verhaal helemaal hebt willen lezen, ook daarvoor ben ik uiteraard geweldig dankbaar!... Xxx 😁😉😘)




donderdag 15 februari 2018

Dag Laura.

Gisteren was een dag van een 'eerste' en 'laatste'. Ik zong voor het eerst in m'n leven -alleszins toch voor zover ik mij herinner- de Ave Maria van Bach-Gounod niet live begeleid, maar met een kant en klare, vooraf opgenomen pianobegeleiding. Dat was toch echt wel effe wennen. En dit primeurtje werd meteen een allerlaatste kadootje voor Laura. Een postuum geschenkje, want ik mocht gisterochtend nog een laatste maal voor haar zingen, ter gelegenheid van haar definitieve afscheid van deze wereld.
Er zijn zo van die mensen die je bijna onopgemerkt je hele leven met je mee neemt. Zoals Laura, want ze woonde, samen haar zoon Jefke, bij ons thuis om de hoek, op een dikke honderd meter van onze voordeur. Eigenlijk heb ik hen dus altijd al gekend. En vanaf de eerste dag dat zij mij een keertje solo hoorde zingen, vermoedelijk in de kerk, werd ze een opgetogen en erg trouwe fan. Zo vaak het maar kon kwamen ze samen naar me luisteren. 
Ook afgelopen kerst zat ze nog tevreden te blinken op de eerste rij bij onze kerstshow. Breed lachend, verrukt luisterend, bezield meezingend... kortom intens en dankbaar genietend zoals alleen zij dat kon. En ik ben oprecht blij dat dit m'n laatste herinnering aan haar mag zijn, meteen ééntje om écht voor altijd te koesteren.
Maar 'k zal ook nooit haar knuffels vergeten. Laura kon je omschrijven als een 'grote' dame, niet alleen figuurlijk, maar zeker ook letterlijk. Makkelijk een kop groter dan ik. En ze was ook uitzonderlijk gul voorzien van 'oren en poten', zoals men dat zegt, of misschien duidelijker in 't Aaantwaarps: Laura was een madam 'mé ne wreêd groête komisveur'... Als zij dus met volle enthousiasme haar armen om mij heen sloeg en me stevig tegen zich aan trok, verdween ik, het minimadammeke -inderdaad, u ziet het nu helemaal voor u- bijna volledig in die reusachtige decolleté, met altijd, onvermijdelijk, heel wat gegiechel en een beetje ademnood tot gevolg. Maar 't zijn en blijven één voor één hele fijne herinneringen, die knuffels, en momenten die ik zeker zal missen.
In de dozen bijgehouden briefwisseling uit zowat heel mijn leven ook een heuse stapel met sublieme wenskaarten van Laura, die getuigen van heel veel uren met liefde creatief bezig zijn. Minuscule kleurrijke kunstwerkjes in piepkleine kruisjessteek, vaak mooi gecombineerd met perfect gedroogde echte bloemetjes en steeds onberispelijk ingekaderd in een fraaie bijpassende kaart. Onmogelijk om dit soort unieke knutselstukjes weg te gooien, geen denken aan. Misschien moet ik ze ooit maar eens achter glas omhoog hangen of zo...
Ergens in de vroege ochtend van zondag 28 januari 2018 wisselde Laura tijdens haar slaap stilletjes en onopgemerkt het tijdelijke voor het eeuwige. Aan het begin van dezelfde maand had ze nog haar 89ste verjaardag gevierd en grappend plannen gemaakt voor de 90ste, maar te merken aan dit zachte, doch zo onverwachte heengaan dacht iets daar blijkbaar anders over...
Dat we pas gisteren definitief afscheid van haar namen heeft een bijzondere reden: op 14 februari, de dag van de geliefden, exact 27 jaar geleden begroef Laura haar echtgenoot Frans, en zoon Jef had geen mooier en inniger gebaar kunnen bedenken dan hen dus op deze datum weer samen te brengen.
En dat deed hij dan ook nog eens met een uitzonderlijk ontroerende plechtigheid. Los van 'mijn' Ave Maria -ook uiterst gesmaakt door de aanwezigen, getuige de overvloed aan felicitaties- luisterden we ademloos naar vele, nog zoveel meer pakkende en beklijvende muziekstukken. Zoveel mooie woorden werden er gesproken, met waarheid, met wijsheid en ook met veel humor. We zagen de uitgebreide slideshow met ontelbare momentopnamen uit vooral de afgelopen jaren, met een gelukkige Laura, intens genietend van wat het leven haar elke dag nog bracht. Er was de sfeervolle aanwezigheid van talrijke bloemstukken, een piepkleine selectie van haar handwerkjes en haar puzzeltafeltje. En natuurlijk ontbrak ook haar immer vallende wandelstok niet, voor de gelegenheid geweldig keurig rechtop staan blijvend, tot nét op het allerlaatste moment, om dan met het vertrouwde gekletter tegen de grond te kwakken. Alsof ze het exact zo gepland hadden. Zalig, toch? Ik vond het alleszins schitterend en kon nog juistekes een hoorbare schaterlach onderdrukken. 
De toespraak van Jef, over haar leven, en over hún leven samen al die lange jaren, over het wel en maar ook over het wee, over dankbaarheid en over gemis... die toespraak kneep menigeen totaal de strot dicht, denk ik. Ik had 't er alleszins wreed lastig mee, met die krop in de keel... (en 'k moest nog beginnen met zingen!...) Allemaal recht uit het hart, zonder spijtig schromen, zonder onnodig verbloemen, met welgemikte grappige sprankeltjes, en, geheel terecht, ongegeneerd overgoten door dikke tranen van bitter verdriet.
Jef heeft het goed gedaan. Niet alleen het in elkaar zetten van dit bijzonder waardige en ontzettend mooie afscheid, maar vooral het nakomen van z'n belofte aan z'n vader om goed voor z'n moeder te zorgen. Je kan gerust zeggen dat zijn hele leven -naast z'n geliefde werk- zowat volledig rond haar draaide. Samen op reis, op restaurant, concerten, eten, wandelen,... Zoals hij zelf zei: 'alsof ze al die jaren een echt getrouwd stel waren'. De enorme leegte die het heengaan van 'zijn moeke' in z'n leven brengt kan ik absoluut niet inschatten... Maar volgens mij 
zal ze, met de hulp van een handvol loyale en onvervalste vrienden, nog lang over hem blijven waken. Al is dat voorlopig misschien slechts een uiterst schrale troost...
Laura, ik weet zeker dat ik niet de enige ben die jou, je lach, je babbel, je gezelschap en zoveel meer ook zal missen en met dankbaarheid terug kijkt naar jouw leven, blij zijnde dat we jou hebben mogen kennen. Het ga je goed, waar je nu ook bent. En -wie weet- tot ziens aan de overkant, hé! ;-) Xxx



maandag 16 januari 2017

Tot ziens Julie en Margot, en bedankt!

"Hello" is het internetmagazine voor de werknemers van Receptel, outsourcingsbedrijf in receptionistes. Om de zoveel maanden viel het magazine in m'n inbox, met interessante weetjes over het bedrijf, over nieuwe werknemers, baby's, huwelijken, een verslag van iemand's werkdag, of een collega die even speciaal in de kijker werd gezet, en natuurlijk ook met veel leuke foto's van voorbije uitstapjes en feestjes. 'k Heb het altijd met veel plezier en aandacht gelezen, en -extra leuk en om fier op te zijn- 'k heb er ooit zelf in gestaan met m'n blogje "De receptioniste die ook zangeres was. En omgekeerd."
Maar, na meer dan 8 jaar trouwe dienst, werk ik sinds een dikke 2 maanden niet meer voor Receptel. Ik ruilde mijn vaste plekje in Edegem voor de receptie van Beweging.net in hartje stad, en nam daardoor niet alleen afscheid van die o zo vertrouwde balie en de daar passerende, ondertussen bijna familie geworden Hansen-werknemers en -bezoekers, ik moest ook -en met enige tegenzin- vaarwel zeggen aan Receptel als werkgever. Het deed me echt verdriet, want ik voelde me al die jaren in hun dienst bijzonder gewaardeerd en ondersteund.
Ja natuurlijk, op m'n nieuwe werkplekje mag ik ook op de nodige support en bekommernis rekenen. In die korte tijd leerde ik al zoveel nieuwe aardige en interessante mensen kennen, die zowat elke dag laten weten dat ze blij zijn met mijn aanwezigheid en vooral met mijn immer lachende gezicht. "Of ik het niet te koud heb, in dat glazen hok met die constant open schuivende glazen deuren", vragen er zich regelmatig een paar bezorgd af. En ook daar in de Nationalestraat sleept men mij mee naar feestjes, al 2 zelfs, in die korte tijd. Dus nee, ik heb absoluut niets te klagen. 
Maar... 8 jaar is meer dan lang genoeg om geweldig vertrouwd te raken met een aangename situatie en dus ben ik ook nog steeds een beetje verknocht aan m'n Receptel-collega's, en dan heel speciaal aan Julie en Margot.
Deze lieve dames zijn achtereenvolgend -en enigszins overlappend- mijn directe contactpersoon en coach geweest. Met ander woorden: m'n directe noodlijn, m'n onmiddellijke ondersteuning, m'n altijd bereikbare klaagmuur, m'n immer luisterende oren... Bij hen mocht ik ten allen tijde aankloppen met zowat alles, van puur praktische vragen tot problemen van emotionele aard, en al wat daartussen zou kunnen zitten. Of voor een goed gesprek, om oplossingen te vinden, of om allerlei zaken juist in te passen, of, heel gewoon, voor super gezellige persoonlijke babbels bij een lekker kopje koffie. Eenvoudigweg te weten dat er daarbuiten, ergens in de wereld, die 2 mevrouwtjes rond liepen -steeds bereikbaar indien nodig- was vaak al meer dan steun genoeg. 
M'n vertrek ging razendsnel en iets in mij bleef een beetje verweesd achter, alsof ik behoorlijk abrupt totaal op mezelf teruggeworpen werd. Echt afscheid nam ik niet. Niet van Julie, niet van Margot, en ook niet van al die andere geweldig fijne dames en heren van het Receptel-team. 
Heb ik jullie allemaal wel vaak genoeg bedankt voor al die goede zorgen, voor al die warme aandacht? Ik weet het niet meer. Dus, hierbij -en sorry indien ik in herhaling val- van ganser harte dank je wel aan elk van jullie, en zeker en vast dubbel en dik aan Julie en Margot. 
Via de sociale media zie ik ondertussen nog regelmatig berichtjes van een aantal van mijn voormalige vaste en vliegende vakgenotes passeren, en een enkeling vond ook al eens de weg naar één van m'n zangoptredens. Dat is leuk, want al oefenen we, stuk voor stuk als echte Super Women, onze illustere onthaalmagie uit aan de meest uiteenlopende soorten balie's en voor zeer verschillende werkgevers, we blijven sowieso altijd receptionistencollega's.
De verrassende ontdekking, vorige week, om toch nog het "Hello"-magazine nummer 14, in mijn inbox te zien verschijnen liet me er voor heel even terug bij horen, bij m'n 'oude' bende. En terwijl ik met een brede glimlach gretig alle nieuwtjes las deed dat toenemende warme gevoel vanbinnen het resterende beetje weemoed en overschietende stukje gemis even snel wegsmelten als 3 vlokjes sneeuw op een Belgische winterdag. ;-)

zondag 20 november 2016

Woeste windkracht.

Een enorme knal tegen het venster maakt me pardoes wakker uit een zalige diepe slaap en doet me gealarmeerd uit het warme veilige bed springen. De gordijnen verborgen slechts een grijze grauwe lucht en het blijft bijna even donker in de kamer als toen ze net nog niet open geschoven waren...
Het schouwspel aan de andere kant van het raam lijkt een heel klein beetje op televisiebeelden van orkanen aan de andere kant van de wereld: de lucht hangt vol allerlei ondefinieerbaar afval en boomblaadjes, op m'n terras afgebroken en uitgerukte planten en vuilnis, en alles wat zich zowel in de tuin als in m'n potten tot nu toe nog staande heeft gehouden helt minstens 45°, naar rechts op het terras en naar links in de tuin. Ja, da's een gek zicht en het lijkt niet meteen logisch, maar dat komt door het draaien van de lucht tussen de hoge gebouwen hier. Wat trouwens ook de kracht van de windstoten zo mogelijk nóg vergroot...
De hevige stormwind plukte overal de laatste blaadjes van de bomen en struiken maar is blijkbaar nog niet tevreden over het resultaat want in alle hevigheid geselt hij m'n gekoesterde groenvoorziening. Ik vrees dat er nog wel 't één en 't ander zal moeten sneuvelen voor deze storm weer gaat liggen.
In m'n fuchsia kamerjas over m'n roze pyjama waag ik me toch even buiten. Terwijl de brutale, doch verrassend warme rukwinden zonder onderscheid ook meteen zwaar aan mij beginnen trekken en m'n haar alle kanten uit blazen -wat een oerkracht!- zet ik de gevaarlijk zwiepende hangpotten veilig op de grond en tracht met stokken en binddraad links en rechts wat steun te bieden aan planten die het dreigen te begeven. Ik raap, nu ik hier toch sta te flapperen, al de tot tussen m'n potten geblazen rotzooi van de grond. De knal tegen het venster blijkt trouwens een grote lege kartonnen koekendoos te zijn geweest. Tegen morgen zal er vast en zeker nog eens zo veel te verzamelen zijn, maar deze rommel brengt alvast geen extra schade meer aan. 
Terug veilig binnen achter het grote schuifraam blijf ik nog even, met pijn in m'n hart, staan kijken hoe de woeste windstoten -tot zelfs 100 kilometer per uur zegt het weerbericht- m'n arme plantjes verder uit elkaar rukken. 
Nu, vanachter m'n computer, zie ik tot m'n groot verdriet de stukken er vanaf breken en gedragen door de wind voorbij het raam vliegen... 'k Vrees dat er straks van m'n terrastuin niet veel meer over zal blijven. Niks aan te doen, zowel zij als ik zijn overgeleverd aan de brute kracht van de natuur.
Poezen Poekie en Pompon vinden het duidelijk verschrikkelijk eng. Hun vaste snoezelplekjes boven de warme radiator en hoog op de kast blijven leeg. Heel af en toe zie ik één van hen plat op z'n buik in volledige alertheid met wat paniek in de oogjes langst de muren van de kamer sluipen, op zoek naar een betere verstopplaats. Wat ik ook zeg of doe, ik kan ze niet geruststellen. Misschien omdat ik er eigenlijk zelf ook niet helemaal gerust in ben... Niet moeilijk met al die afgebroken takken, plastiek flessen, aluminium bakjes, pakken papier en zelfs volle vuilniszakjes die hier te pas en te onpas keihard tegen de vensters smakken. Ik plak van 't verschieten zelf elke keer bijna tegen het plafond!
We vergeten wel eens, zeker hier in dit gematigd klimaat, hoe ontzagwekkend de natuur is, zowel in al z'n diverse schoonheid als in z'n alles vernietigende kracht. Een dag als vandaag herinnert ook mij er weer even aan hoe ontzettend kwetsbaar en nietig we als mens eigenlijk wel zijn. 
Maar het maakt me ook intens dankbaar. Dankbaar voor het robuuste dak boven m'n hoofd, voor de warmte en gezelligheid van m'n knusse kamers, voor het zachte licht van de schemerlampjes en brandende kaarsjes, en voor de dampend hete kop koffie op m'n bureau.
En, als met een binnenpretje, glimlachend denk ik aan de vele bloembollen die in de donkere potgrond ongrijpbaar voor de klauwen van deze furieuze storm rustig en beschut wachten op betere tijden om m'n terras weer helemaal tot leven te brengen, want ook dàt behoort tot de triomfantelijke kracht van de natuur. ;-)

zaterdag 30 januari 2016

Schouderbreuk- en midlife-bedenkingen.

Bij m'n laatste bezoek aan de controledokter afgelopen woensdag is er besloten dat ik weer aan het werk 'mag'. Uiteraard is dat goed nieuws, want dat betekent dat de genezing van m'n gebroken schouder uitzonderlijk voorspoedig verliep. Ja, de spierpijn, die zal nog wel een paar maanden z'n kop blijven opsteken, en naar gelang het weer, zeker bij koude en veel vocht in de lucht, m'n mobiliteit mogelijk weer wat beperken, maar algemeen gezien is de dokter bijzonder tevreden over de reeds herwonnen bewegelijkheid en kracht in m'n linkerarm.
Bovendien denkt hij dat het psychologisch gezien ook beter voor me is om weer een 'nuttig' deel van de maatschappij uit te gaan maken. (Alsof ik daar überhaupt ooit al werkelijk een erkend plekje in had... Maar dat terzijde.)
Misschien heeft hij wel een punt: weer wat meer dagelijkse routine en buiten moeten komen, onder de mensen zijn,... het kan zeker geen kwaad, hé.
't Is alleen de job waar ik naar terug keer... 
Met die 3 maanden thuis te zijn geweest en bovendien over een paar dagen 50 te worden groeiden mijn bedenkingen. Ja zeker, ik ben een prima receptioniste, ik doe het werk best graag, en zowel de werknemers en medewerkers als de bezoekers van het bedrijf zijn absoluut tevreden over mij.
Maar voor mijn gevoel ontbreekt er toch iets.
Volstaat een job die eigenlijk enkel dient om de facturen en hypotheek mee te betalen? Kan ik voldoening halen uit een baan waarvan ik zelf niet 'rijker' word, waarin ik niet groei, niet eens vanbinnen bij mezelf? Kan ik tevreden zijn en blijven met een takenpakket dat geen uitdaging meer is, en, met dat artistieke zijn van mij, dat totaal geen aanspraak maakt, in 't tegendeel zelfs, op al die creativiteit en inventiviteit die steeds in mij omhoog zit te borrelen? Kan ik genoegen nemen met een wat uitgekauwde en eindeloos herhaalde aaneenschakeling van automatische handelingen als invulling van al die toch kostbare uren en dagen die mij in dit leven nog resten?...
Echt wel serieuze overpeinzingen, niet?!... hihihi

Wat denkt u er van? Zou het kunnen dat het dan toch stilaan tijd voor me wordt om uit te kijken naar iets 'anders'? Of is het dat cijfertje 5 dat er aan zit te komen en heb ik een beetje last van een midlife crisis?... 
Eén ding is wel zeker: ik ben bijzonder dankbaar voor m'n schouderbreuk! Ja, écht! Hij heeft me verplicht doen halt houden in m'n bestaan en me de tijd gegeven om over m'n leven en de zin en waarde ervan na te denken. 
En ik heb nog maar eens ervaren hoe vindingrijk, moedig en sterk ik ben. 
Dus weet ik nu, alweer, een beetje beter wie ik ben, en langzaamaan tekent er zich een nieuw pad af met nieuwe ideeën en mogelijkheden .
De daad bij het woord voegen, da's nog een ander paar mouwen, maar met een wijd open geest en optimistische instelling komt ook dat wel goed. 
Voorlopig richt ik me dus maar vooral op het positieve nieuws: ik heb nog steeds werk, verdien nog steeds genoeg centjes voor het dak boven m'n hoofd en het voedsel op m'n tafel, én ik ben weer genoeg genezen verklaard om opnieuw aan de slag te mogen. Mijn linkerarm is bijna als van ouds, zo goed als volledig bruikbaar en er zal geen blijvend letsel zijn. Allemaal ogenschijnlijk hele doodgewone dingen maar, zeker weten, ook méér dan bijzonder genoeg om me enorm dankbaar en blij te maken! :-)


Röntgenfoto van m'n gebroken schouder vlak na m'n val.