donderdag 6 april 2017

Paniek-Poekie.

Een plots neerstortende glazen kast boordevol serviesgoed. Daar leek het oorverdovende kabaal dat me vannacht bruusk uit m'n eerste slaap deed schrikken nog het meeste op. 
"Ze slaan het raam in!!!" flitste er even met gevoel voor drama door m'n hoofd. In één beweging sprong ik uit bed, knipte ik het licht aan... en ving nog net een glimp op van Poekie, die als een onbeteugelde bliksemschicht de slaapkamer weer uit stoof, een spoor van vernieling achter zich latend!
Nu moet je weten dat kater Poekie, naast zovele andere gekke dingen waar hij bijzonder geïnteresseerd in is, een ware obsessie heeft voor mijn handtassen en lunchzakjes. Hij geniet er met volle teugen van om de sluitingen open te prutsen en al m'n spulletjes er één voor één uit te vissen, liefst op een manier dat hij zelf zo goed als volledig in de tas in kwestie verdwijnt, kop eerst. Een zalige eeuwigdurende schattenjacht is het, naar geurtjes uit die vreemde ongekende wereld daarbuiten, naar van die plezante knisper- en verscheurpapiertjes, naar z'n fel begeerde elastiekjes... Hij is er gewoonweg zot van. En behalve dat ik geregeld al m'n eigendommen weer terug bij elkaar moet zoeken vlak voor m'n vertrek naar 't werk, vormde dat tot nu toe nog nooit een echt probleem. 't Was hooguit eens een beetje irritant, als ik erge haast had bijvoorbeeld, maar meestal moet ik hartelijk lachen om z'n dolkomische toeren en verbaas ik me, met enige trots, over zoveel inventiviteit en leervermogen.
Af en toe maak ik m'n lunchpakket voor de komende werkdag de avond daarvoor al klaar. Zoals gisterenavond dus. Het mooie tasje met roze rozen stond netjes naast m'n zilveren handtas op het bankje in het halletje, klaar om de nieuwe ochtend alvast met voorsprong aan te vangen. Een paar soya drinks, m'n glutenvrije boterhammetje met kaas, m'n favoriete soya pudding met caramelsmaak, een paar rijstcrackers en een plastieken doosje met heerlijk zoete rode druiven. Zoveel spannende geuren, zo onweerstaanbaar voor een nieuwsgierige poezenneus en zo bereikbaar voor graaiende fluwelen kattenpootjes...
Ondanks vaak genoeg geoefend maakte Poekie deze nacht een kapitaal foutje: hij stak z'n kopje in het zakje, niet langst een vrije zijkant, maar door één van de handvatten. En toen het tasje om kieperde, en dus van het bankje af, hing het loodzwaar aan z'n nek!...
Als een dolgedraaide wilde tornado raasde hij in typische totale kattenpaniek van kamer naar kamer, het hele appartement door en terug, over werkelijk alles heen, langs absoluut alles omhoog en weer omlaag. Het leek wel of hij vlóóg! En z'n woeste vlucht voor het 'monster' waarvan hij zich maar niet kon bevrijden zaaide chaos en vernieling. In elke ruimte sneuvelden bloempotten en knakten planten. In de woonkamer vielen 2 vazen om en het water, waarin de bloemen stonden, en nu verwoest overal op de vloer verspreid lagen, liep via een pak partituren en wat krantjes van de tafel op de mat, stroomde zo richting vochtgevoelige laminaatvloer, en vermengde zich tot een drassig vies papje met de kwistig rondgestrooide potgrond en de tot pulp vertrapte bloemen en blaadjes. Alle fotokaders werden van het dressoir gevaagd. Schilderijen bengelden heen en weer aan de muren. Met de kussens uit de zetels was precies een wild kussengevecht aan de gang en ook een paar stoelen kwakten om. In de keuken kletsten een pan en een bord tegen de grond, het bestek vloog in alle richtingen, en die koffie uit dat net gekochte pakje zal ik ook nooit opdrinken. In m'n bureau veroorzaakte de dolle race een stortvloed balpennen, stiften, potloden en papier, en ook de doos zakdoekjes sneuvelde. De kleine schemerlampjes, normaal gezien óp de piano, hingen er nu naast te bengelen aan hun elektriciteitssnoer. Gelukkig breken plastieken flessen badschuim, shampoo, douchegel, wasmiddel en wasverzachter niet, want samen met alle handdoeken stortten ze zich, plaatsmakend voor het drieste geweld, in het bad. Die ene parfumfles daarentegen... Het ruikt overdadig lekker nu, vermoedelijk nog wel voor een tijdje, daar aan de lavabo. In de slaapkamer sodemieterden m'n rek met oorbellen en een pak jurken op kapstokken tegen de grond, en de roze krabpaal kukelde ook met een stevig bonk om. In m'n rommelkamer moesten zowat alle opgestapelde dozen er aan geloven...
En terwijl hij verder door het huis stoof, strooide Poekie kwistig met m'n lunchpakket, want ondertussen was dat mooie zakje natuurlijk aan alle kanten gescheurd. M'n boterham werd mee geplet tussen de potgrondpulp, net zoals de druiven die de pech hadden niet tot ver onder kasten en zetels te rolden. M'n pudding viel exact, wat had je gedacht dan, met het verwijderbare kantje uiteraard nét op de hoek van de commode in de slaapkamer en ontplofte z'n caramelsmaakje niet alleen over de hele kast, de vloer en het bed, maar ook over m'n kleding die ik al voor de volgende dag netjes klaargelegd had!...
Heel even overwoog ik me op die razende furie te storten om hem te doen stoppen, maar bij de eerste poging bleek dat ik zo alleen maar z'n benauwdheid vergrootte. Dus ik besloot af te wachten, terwijl ik links en rechts nog 't één en 't ander van de vernieling probeerde te redden. Poekie zou op zeker moment toch stilvallen en opgeven, dat kon niet anders. En ja, hoor, na nog geen 5 minuten kwam de razernij tot stilstand. Poekie zat verslagen, met nog steeds het totaal vernielde tasje om z'n nek -alleen de handvatten waren nog heel natuurlijk- te puffen in het hoogste mandje van de grootste krabpaal.
Toen ik heel voorzichtig, op één been wiebelend op het venstertablet, probeerde om met een schaar het handvat door te knippen, haalde hij er, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, plaats zàt, zelf z'n kopke weer doorheen, en keek me aan met een blik van "Hoe? Was er iets dan?"...
En terwijl ik, midden in de nacht, ontzettend slaperig, en wat kouwelijk in m'n pyjama, zo goed als mogelijk het meest smerige en gevaarlijk puin opruimde, stond hij, zich van geen kwaad bewust, helemaal z'n beminnelijke zelf, overal gezellig naast me geïnteresseerd naar de werkzaamheden te kijken en gaf af en toe m'n been of arm een kopje. Zo kon ik meteen wel even checken of bij hém nog alles heel was. Niks aan de hand, alles in orde. Misschien, heel misschien een heel klein beetje onder de indruk, toch.
Toen ik een uur later mezelf zuchtend en stikkapot weer m'n bed in gesleurd had -Pompon sloop ondertussen ook weer heel voorzichtig uit z'n veilige schuilhoekje tevoorschijn- en het Zandmannetje me langzaam in z'n greep kreeg passeerde er in een flits nog 4 gedachten door m'n hoofd. 
1. Oef, ge-luk-kig is m'n lieve zotte Poekie nog helemaal heel. Pak van m'n hart! Amai nog ni. 2. Scherven brengen geluk, dus wauw! dat gaat nog wat geven, zo een berg gebroken potten! Cool. 3. Lunchzakjes, vol of leeg, hangen vanaf nu steeds aan de deurklink of aan de kapstok. Zonder fout! 4. En dit is toch weer zó een straf verhaal! Als ik dat neerschrijf weet ik zeker dat men weer zal zeggen: zoiets overkomt toch ook alleen maar jóu!... Wedden?
En terwijl ik vredig in de herwonnen stilte en rust van m'n flat, met Poekie en Pompon naast me, eindelijk welverdiend heerlijk indommelde hoorde ik mezelf nog even luidop gniffelen "dat er de komende dagen uit de meest gekke plekken en op de meest onmogelijk momenten vast nog een heel pak rode druiven te voorschijn zullen komen..." hihihi ;-)



Geen opmerkingen:

Een reactie posten